Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Landbouwstructuurbeleid vanaf 1945 (Stichting Dienst Landbouwkundig Onderzoek)

Type Archiefselectielijst
Publication 2008-03-29
State In force
Source BWB
artikelen 2
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Handeling: Het vaststellen of bekrachtigen van herstructureringsplannen voor sectoren van de agrarische verwerking en afzet

Bron: Economische structuurnota

Periode: [1975]–

Product: Herstructureringsplannen, PBO-verordeningen

Opmerking: Bekrachtiging impliceert (mede)financiering, waartoe kaderregelingen worden ingesteld; de uitvoering ervan komt in veel gevallen onder autonomie van de NEHEM te berusten. Het aangegeven aanvangsjaar is indicatief.

Waardering: B 1

Handeling: Het uitwerken van herstructureringsplannen in sectoren van de agrarische verwerking en afzet

Bron: Bedrijfstakverkenning VG-industrie 1980; Jaarverslag SHB 1996

Periode: [1975]–

Opmerking: Soms wordt maar een deel van een herstructureringsplan uitgewerkt, zoals de Onderzoeks- en Ontwikkelingsprogramma’s (zie rubriek Innovatie). Het aangegeven aanvangsjaar is indicatief.

Waardering: B 1

Handeling: Het opstellen en actualiseren van bedrijfstakverkenningen voor de agrarische verwerking en afzet

Bron: Economische structuurnota

Periode: 1977–

Product: Hoofdstukken over de voedings- en genotmiddelenindustrie in ‘Bedrijfstakken verkend 1977’ en ‘Bedrijfstakverkenning 1980’, actualiseringen

Opmerking: In 1995 is de naam, bedrijfstakverkenningen, veranderd is ‘bedrijfstaktoetsen’.

Waardering: B 1

Handeling: Het subsidiëren van activiteiten die innovatie binnen de voedingsmiddelenindustrie kunnen bevorderen en die niet onder een subsidieregeling vallen

Bron: Begrotingen

Periode: 1945–

Opmerking: De financiering gebeurt meestal op basis van een bestaande begrotingspost. Het gaat hier om maatregelen buiten de kaders van herstructureringen of EU verordeningen. Sinds eind jaren ’40 kon subsidiëring plaatsvinden van onderzoeksinstituten (bijv. IBVL: Instituut voor het Onderzoek van de Bewaring, Bewerking en Verwerking van Plantaardige Landbouwproducten; dit was een DLO-instituut) of van specifieke onderzoeken (bijv. door TNO of door het Centraal Instituut voor Industrialisatie).

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: Het voorbereiden, vaststellen en evalueren van het beleid op het gebied van de innovatie ten behoeve van de agrarische verwerking en afzet

Bron: Begrotingen

Periode: [1968]–

Product: O.a. ‘Notitie agrificatie’ (directie I&H, 1993)

Opmerking: Het Landbouwschap stelde de Taakgroep Agrificatie in ter bevordering van de aansluiting tussen akkerbouwsector, industrie en markt. Het aangegeven aanvangsjaar is indicatief.

Waardering: B 1

Handeling: Het opstellen, wijzigen en intrekken van stimuleringsregelingen en programma’s voor innovatie van de agrarische verwerking en afzet

Bron: Begrotingen

Periode: [1968]–

Product: Bijv. Onderzoeks- en Ontwikkelingsprogramma’s voor de groenten- en fruitverwerkende industrie (1985–1986) en de varkensvleessector (1985–1987); IKB-project slachtkuikens (1987); Programma collectief marktonderzoek (1988–1996); Stimuleringsregeling milieuvriendelijke agrificatie (MVA, 1989–1995); Programma natuurlijke vezels in bouw- en compositiematerialen; Bijdrageregeling innovatieprojecten (1991–1997); Bijdrageregeling kwaliteitsprojekten agrarische producten en productieprocessen (1992–1995)

Opmerking: Tussentijdse evaluaties en eventuele herziening van prioriteiten of criteria voorsteunverlening maken deel uit van deze handeling, ook wanneer de regelingongewijzigd blijft. Afstemming met andere Ministeries (vooral Economische Zaken en VROM) moet overlapping met aanverwante regelingen voorkomen. Zo is in de MVA-regeling geen cumulatie mogelijk met de Regeling technische ontwikkelingskredieten 1987 (TOK) of de Stimuleringsregeling ontwikkeling en toepassing milieutechnologie. Het aangegeven aanvangsjaar is indicatief.

Waardering: B 5

Handeling: Het verstrekken van ontwikkelingskredieten aan agrarische industriële ondernemingen

Bron: begrotingen

Periode: [1968]–[1987]

Opmerking: Het gaat om ‘zachte’ leningen, die in sommige gevallen kwijtgescholden konde worden. Vanaf 1987 is er de EZ-regeling Technische ontwikkelingskredieten (TOK). De aangegeven periode is indicatief.

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: Het opstellen van programma’s voor milieuvriendelijke technologie die mede van toepassing is op de agrarische verwerking en afzet

Bron: Toelichting Stimuleringsregeling ontwikkeling en toepassing milieutechnologie

Periode: [1975]–

Product: Bijv. Stimuleringsregeling ontwikkeling en toepassing milieutechnologie (Stcrt. 1988, 252)

Opmerking: Op het gebied van bestrijdingstechnieken van waterverontreiniging bij de bron werd voor 1988 al jarenlang samengewerkt tussen VROM, LNV en VW. Het aangegeven aanvangsjaar is indicatief.

Waardering: B 5

Handeling: Het bevorderen van deelname door Nederlandse agrarische bedrijven en instellingen aan onderzoeksprogramma’s van Economische Zaken of van de EU

Bron: Begrotingen

Periode: [1980]–

Opmerking: Dit gebeurt onder meer door de inbreng van LNV in de stuurgroep- Eureka, waarin ook Economische Zaken vertegenwoordigd is. Als een project de Eureka-status krijgt, kan het in aanmerking komen voor EZ-subsidies zoals het Besluit subsidies bedrijfsgerichte technologiestimulering internationale programma’s (Betip). Andere instrumenten waarbij aangesloten wordt, zijn het Agro-Industriële Researchprogramma voor agrificatie-onderzoek (EU) en de begrotingsmiddelen ‘research op aandachtsgebieden’ van Economische Zaken. Het aangegeven aanvangsjaar is indicatief.

Waardering: B 5

Handeling: Het voorbereiden en vaststellen van stimuleringsregelingen voor milieuvriendelijke agrificatie

Grondslag: Stimuleringsregeling milieuvriendelijke agrificatie, art. 12, 1, en art. 16.2

Periode: 1989–

Opmerking: Vanaf 1996 in het kader van het bredere stimuleringskader voor innovatieprojecten.

Waardering: B 5

Handeling: Het beslissen op een aanvraag voor een bijdrage in het kader van de Stimuleringsregeling milieuvriendelijke agrificatie

Grondslag: Stimuleringsregeling milieuvriendelijke agrificatie, artt.12.1 en 16.2

Periode: 1989–1995

Product: In de Staatscourant moesten het jaarlijkse totale subsidiebedrag en de namen van de gesubsidieerde belanghebbenden worden gepubliceerd.

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: Het instellen van een commissie voor advisering over aanvragen voor een bijdrage voor haalbaarheids- en onderzoeksprojecten in het kader van de Stimuleringsregeling milieuvriendelijke agrificatie

Periode: 1990–995

Product: Beschikking Instelling Adviescommissie Milieuvriendelijke Agrificatie (Stcrt. 1990, 118)

Waardering: B 4

Handeling: Het instellen van een interdepartementale stuurgroep agrificatie

Bron: Toelichting bij Stimuleringsregeling milieuvriendelijke agrificatie (1989) en Notitie Agrificatie (1993)

Periode: 1994–

Waardering: B 4

Handeling: Het instellen van de Commissie van Advies voor de Agrarische Marktstructuur

Periode: 1964–

Opmerking: Besluit Instelling Commissie van Advies voor de Agrarische Marktstructuur (Stcrt. 1964, 67)

Waardering: B 4

Handeling: Het beslissen over de toekenning van financiële bijdragen aan investeringsprojecten in het kader van specifieke programma’s voor de ontwikkeling of rationalisering van ondernemingen op het gebied van de behandeling, verwerking en/of afzet van landbouwproducten

Grondslag: Verordening 17/64/EEG, art. 20.3; Verordening (EEG) nr. 355/77, art. 13.3; Verordening (EEG) nr. 866/90, art. 16.3

Periode: 1964–

Opmerking: Over de aanvragen werd de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) geadviseerd door de Commissie van Advies voor de Agrarische Marktstructuur, vanaf 1968 opgevolgd door de Commissie voor Marktstructuur en de Projecten adviescommissie (PAC).Na bekendmaking van de subsidiemogelijkheden werden de aanvragen behandeld volgens een tendersysteem. Onder deze handeling vallen derhalve ook de bijdragenaan het bedrijfsleven i.v.m.verbetering van de marktstructuur.

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: Het vaststellen van specifieke programma’s voor de ontwikkeling of rationalisering van ondernemingen op het gebied van de behandeling, verwerking en/of afzet van landbouwproducten, waarbinnen (individuele) projecten mede door de EU gesubsidieerd kunnen worden

Bron: Begrotingen

Periode: 1964–1977

Opmerking: Het formuleren en wijzigen van prioriteiten of criteria voor steunverlening maakt deel uit van deze handeling.

Waardering: B 5

Handeling: Het bij de Europese Commissie indienen van verzoeken om subsidie voor Nederlandse (individuele) projecten voor de ontwikkeling of rationalisering van ondernemingen op het gebied van de behandeling, verwerking en/of afzet van landbouwproducten

Grondslag: Verordening 17/64/EEG

Periode: 1964–1977

Waardering: V, 7 jaar

Handeling: Het vaststellen van sectorprogramma’s voor de ontwikkeling of rationalisering van Nederlandse ondernemingen op het gebied van de be- en verwerking of afzet van landbouwproducten, waarbinnen projecten mede door de EU gesubsidieerd kunnen worden

Grondslag: Verordening (EEG) nr. 355/77, art. 2

Periode: 1981–1989

Product: sectorprogramma’s (ook: specifieke programma’s) en aanpassingen

Opmerking: De programma’s worden opgesteld in samenwerking met het bedrijfsleven en met de productschappen.

Waardering: B 5

Handeling: Het ter goedkeuring bij de Europese Commissie indienen van sectorprogramma’s voor de ontwikkeling of rationalisering van Nederlandse ondernemingen op het gebied van de be- en verwerking of afzet van landbouwproducten

Grondslag: Verordening (EEG) nr. 355/77, art. 4

Periode: 1981–1989

Opmerking: Hieronder valt tevens het verstrekken van aanvullende gegevens.

Waardering: B 5

Handeling: Het instellen van jaarlijkse tenders op basis van sectorprogramma’s (later ook enige programmeringsdocumenten) voor de ontwikkeling of rationalisering van ondernemingen op het gebied van de be- en verwerking of afzet van landbouwproducten, waarbinnen projecten mede door de EU gesubsidieerd kunnen worden

Bron: Begrotingen

Periode: 1977–

Opmerking: De tenders, waarop door bedrijven kan worden ingeschreven, noemen de criteria en het te verdelen subsidiebedrag.

Waardering: B 5

Handeling: Het bij de Europese Commissie indienen van verzoeken om subsidie voor Nederlandse projecten binnen sectorprogramma’s voor de ontwikkeling of rationalisering van ondernemingen op het gebied van de be- en verwerking of afzet van landbouwproducten

Grondslag: Verordening (EEG) nr. 355/77, art. 13, 1

Periode: 1977–1990

Opmerking: De verzoeken gaan vergezeld van een gunstig advies en een formeel besluit tot financiële ondersteuning door de Nederlandse regering. De Europese Commissie doet de beschikkingen inzake toekenning van subsidie toekomen aan de staat (de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en aan de begunstigde.

Waardering: B 5

Handeling: Het vaststellen van meerjarenplannen voor de structurele verbetering van de agrarische verwerking en afzet, waarbinnen projecten mede door de EU gesubsidieerd kunnen worden

Grondslag: Verordening (EEG) nr. 866/90, artt. 2.1, 6 en 10bis

Periode: 1990–

Product: Sectorplannen en Nederlands Plan 1994–1999 ter verbetering en de rationalisatie van de behandeling, de verwerking en afzet van landbouwproducten Verordening (EEG) nr. 866/90

Opmerking: In de eerste financieringsperiode ging het om een zestal sectorplannen. Daarna is gebruikgemaakt van de mogelijkheid tot bundeling van de gegevens uit een plan en een bijstandsaanvraag in een zogenaamd ‘enig programmeringsdocument’ (EPD). De plannen worden opgesteld in samenwerking met het bedrijfsleven en de productschappen.

Waardering: B 5

Handeling: Het bij de Europese Commissie indienen van meerjarenplannen voor de structurele verbetering van de agrarische verwerking en afzet in Nederland, en van wijzigingen daarvan

Grondslag: Verordening (EEG) nr. 866/90, artt. 2.1, 6 en 10bis

Periode: 1990–

Waardering: B 5

Handeling: Het bijdragen aan de totstandkoming van communautaire bestekken voor de agrarische verwerking en afzet

Grondslag: Verordening (EEG) nr. 866/90, art. 2.1; Verordening (EEG) nr. 4253/88, art. 8

Periode: 1990–1993

Opmerking: In de bestekken wordt het financiële kader gegeven voor de afzonderlijke sectorplannen. Voor de financieringsperiode 1994–1999 is deze procedure niet van toepassing, aangezien het financiële kader deel uitmaakt van het EPD. De bestekken worden in het kader van het partnerschap vastgesteld volgens de procedure van Verordening (EEG) nr. 4253/88, art. 29.

Waardering: B 5

Handeling: Het opstellen van operationele programma’s voor investeringen ten behoeve van de structurele verbetering van de agrarische verwerking en afzet

Grondslag: Verordening (EEG) nr. 866/90, art. 10

Periode: 1990–1993

Product: Operationele programma’s

Opmerking: Deze jaarlijkse programma’s geven een overzicht van de voorgenomen investeringenin alle sectoren.Voor de financieringsperiode 1994–1999 is deze procedure niet meer van toepassing, aangezien het overzicht al gegeven is in het EPD.

Waardering: B 5

Handeling: Het bij de Europese Commissie indienen van operationele programma’s voor investeringen ten behoeve van de structurele verbetering van de agrarische verwerking en afzet

Grondslag: Verordening (EEG) nr. 866/90, art. 10

Periode: 1990–1993

Opmerking: De Europese Commissie doet de beschikkingen inzake toekenning van subsidie toekomen aan de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) en aan de uitbetalende instantie.

Waardering: B 5

Handeling: Het desgevraagd informeren van de Europese Commissie over het verloop van projecten waarvoor EOGFL-subsidie krachtens een van de verwerking/afzet-verordeningen is toegekend

Grondslag: Verordening 17/64/EEG, art. 22.2; Verordening (EEG) nr. 355/77, art. 19.2; Verordening (EEG) nr. 866/90, artt. 17 en 21.1

Periode: 1964–

Product: O.a. kwartaaloverzichten van overgemaakt subsidies en jaarverslagen

Opmerking: Het gaat onder meer om het controleren van de juistheid van ingediende gegevens en van de rechtmatigheid van uitgaven door de begunstigden, en het terugvorderen van ten onrechte verleende subsidies.

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: Het ten behoeve van de Europese Commissie opstellen van verslagen over de financiële resultaten van afgeronde projecten betreffende de verwerking en afzet van agrarische producten waarvoor EOGFL-subsidie is toegekend

Grondslag: Verordening (EEG) nr. 355/77, art. 22.1

Periode: 1978–

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: Het treffen van maatregelen die de naleving van communautaire milieuvoorschriften garanderen bij de uitvoering van acties in het kader van plannen voor de structurele verbetering van de agrarische verwerking en afzet

Grondslag: Verordening (EEG) nr. 866/90, art. 3.1c (zoals gewijzigd bij Verordening (EEG) nr. 3669/93)

Periode: 1994–

Opmerking: Gezien de uitgebreide milieuvoorschriften waaraan ieder Nederlands bedrijf moet voldoen, heeft de Minister het niet nodig gevonden om aparte milieumaatregelen te treffen (mededeling dhr. R. van den Bergh, 15-4-1997).

Waardering: B 5

Handeling: Het treffen van maatregelen ter ondersteuning van de oprichting van telersverenigingen

Grondslag: Verordening (EEG) nr. 159/66, art. 2.1; Verordening (EEG) nr. 1035/72, art. 14; Verordening (EG) nr. 2200/96, art. 14

Periode: 1966–

Product: 3, 2, 1%-regeling hardfruit (Stcrt. 1974, 68; ingetrokken Stcrt. 1984, 155)

Waardering: B 5

Handeling: Het verlenen van financiële bijdragen aan telersverenigingen

Grondslag: Verordening (EG) nr. 2200/96, art.14; 3, 2, 1 %-Regeling hardfruit, art. 2

Periode: 1972–

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: Het vaststellen van verslagen voor de Europese Commissie over de genomen steunmaatregelen ten aanzien van telersverenigingen

Grondslag: Verordening (EEG) nr. 159/66, art. 2.3; Verordening (EEG) nr. 1935/72, art. 14.3; Verordening (EEG) nr. 3284/83, art. 3.5; Verordening (EG) nr. 2200/96, art. ?

Periode: 1967–

Opmerking: Het gaat om verleende steun voor de oprichting van telersverenigingen en voor het gedeeltelijk dekken van te voorziene interventiekosten. Nadere specificatie van de reële oprichtings- en beheerskosten wordt gegeven in Verordening (EEG) nr. 2118/78 (PbEG L 246).

Waardering: B 3

Handeling: Het opstellen van verslagen voor de Europese Commissie over de genomen beslissingen inzake erkenning van telersverenigingen

Grondslag: Verordening (EEG) nr. 3284/83, art. 2; Verordening (EG) nr. 2200/96, art. 12.1c

Periode: 1985–

Waardering: B 3

Handeling: Het door middel van subsidies ondersteunen van behoud en versterking van bijzondere kwaliteiten van gebieden in samenhang met duurzame landbouw

Bron: Besluit projectbijdragen waardevolle cultuurlandschappen art. ….

Periode: 1994–2001

Opmerking: Dit zijn de zogenaamde WCL-projecten. Waardevolle cultuurlandschappen zijn gebieden waar de landbouw, recreatie en natuur in sterke mate aan elkaar zijn gekoppeld. De landbouw in deze gebieden is in belangrijke mate drager van natuur- en landschapswaarde. Subsidies zijn bestemd voor maatschappelijke organisaties, gemeenten, provincies, waterschappen, bedrijfsleven, beheerders en particulieren

Waardering: B 5

Deel 2. Handelingen van actoren die vallen onder het zorgdragersschap van de Minister van LNV

Handeling: Het adviseren van het bestuur van het Borgstellingsfonds over beleidsaspecten

Bron: Boek: ‘Niet alle borgen zijn gelijk’

Periode: 1964–1968

Waardering: B 1

Handeling: Het adviseren van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) over aanvragen voor een bijdrage voor haalbaarheids- en onderzoeksprojecten in het kader van de Stimuleringsregeling milieuvriendelijke agrificatie

Grondslag: Beschikking Instelling Adviescommissie Milieuvriendelijke Agrificatie (Stcrt. 1990, 118), art. 3

Periode: 1990–1995

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: Het adviseren van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) over verzekeringsovereenkomsten, op grond waarvan subsidieverlening kan worden aangevraagd

Grondslag: Subsidieregeling nieuwe agrarische schadeverzekeringen, art. 9.4

Periode: 1998–

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: Het adviseren van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over de wijze waarop de Minister op subsidieaanvragen in het kader van de Stimuleringsregeling vernieuwing landelijk gebied kan beslissen

Grondslag: Stimuleringsregeling vernieuwing landelijk gebied, art. 9.1

Periode: 1997–

Waardering: B 1

Handeling: Het geven van advies aan de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over aanvragen in het kader van de Investeringsregeling markt en concurrentiekracht

Grondslag: Investeringsregeling markt en concurrentiekracht, art. 7.5-2

Periode: 1997–

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: Het opstellen van de instructies voor de overige ambtenaren en rijkswerklieden van de proefstations voor landbouwkundig onderzoek en het Bodemkundig Instituut

Grondslag: Besluit tot regeling van de dienst der Rijkslandbouwproefstations, artt. 20 en 23

Periode: 1945–1979

Opmerking: De formele bevoegdheid ligt bij de directeur.

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: Het opstellen van een op de praktijkgericht landbouwkundig onderzoeksplan

Bron: Ontwikkelingsplan voor de instituten en proefstations van het Ministerie van Landbouw en Visserij, 1987-1990, blz. 22

Grondslag: Besluit tot regeling van de dienst der Rijkslandbouwproefstations, art. 41

Periode: 1945–1979

Opmerking: De formele bevoegdheid ligt bij de directeur.

Waardering: B 5

Handeling: Het adviseren van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) over stimulerende maatregelen in het kader van de herstructurering van de melkveehouderij

Grondslag: Regeling instelling Commissie Herstructurering Melkveehouderij, art. 2.1

Periode: 2000–

Product: Advies ‘Grondgebonden melkveehouderij : regionaal maatwerk’

Waardering: B 1

Handeling: Het adviseren van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) en de staatssecretaris van Volksgezondheid over de herstructurering van het slachthuiswezen met het oog op de voorgenomen afschaffing van art. 8 Vleeskeuringswet

Periode: 1969–1976

Product: Begrotingen

Opmerking: In 1975 (Stcrt. 41) werd de Commissie Organisatie Slachthuiswezen opgevolgd door de Commissie Herstructurering Slachthuiswezen (kortweg Commissie-Franke), die eindrapport uitbracht in 1976 (Stcrt. 134).

Waardering: B 1

Handeling: Het adviseren van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) over de werkplannen van de proefstations en andere voor de proefstations van het landbouwkundig onderzoek en het Bodemkundig Instituut van belang zijnde aangelegenheden

Grondslag: Besluit tot regeling van de dienst der Rijkslandbouwproefstations, art. 38

Periode: 1945–1979

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: Het adviseren van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) inzake de toepassing van subsidiemogelijkheden door het EOGFL-O ter zake van de verwerking en afzet van agrarische producten

Grondslag: Instellingsbeschikking (Stcrt. 1964, 67), art. 1

Periode: 1964–

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: Het adviseren van de Minister van LNV over ingediende projecten ter verbetering van de agrarische marktstructuur

Grondslag:

Periode: 1968–

Waardering: B 1

Handeling: Het adviseren van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) over het landbouwherstel

Grondslag: Besluit instelling Rijksdienst voor Landbouwherstel, art. 5

Periode: 1945–1956

Opmerking: De vergaderingen werden geleid door de Directeur Generaal waaronder de dienst ressorteerde (art. 7, 1). Het secretariaat werd gevoerd door de Rijksdienst voor Landbouwherstel.

Waardering: B 1

Handeling: Het opstellen van herstructureringsplannen voor de akkerbouw

Periode: 1968–1995

Bron: Begrotingen

Waardering: B 1

Handeling: Het adviseren van de Minister van LNV en het coördineren van het overheidsinstrumentarium voor agrificatie

Periode: 1994–

Grondslag: Toelichting bij Stimuleringsregeling milieuvriendelijke agrificatie (1989) en Notitie Agrificatie (1993)

Opmerking: De stuurgroep is enkele malen bijeengeweest.

Waardering: B 1

Handeling: Het adviseren van het bestuur van het Borgstellingsfonds over beleidsaspecten

Bron: boek ‘Niet alle borgen zijn gelijk’

Periode: 1968–

Waardering: B 1

Handeling: Het adviseren van het bestuur van het O&S-fonds of de uitvoerende beleidsdirectie betreffende het opstellen van O&S-regelingen of de uitvoering ervan

Bron: Begrotingen LNV; jaarverslagen O&S-fonds

Periode: 1963–

Opmerking: Dit gebeurde waarschijnlijk mondeling, of de adviezen werden rechtstreeks in de subsidiedossiers bij de Provinciale Directie v.d. Bedrijfsontwikkeling of STULM gedaan.

Waardering: B 1 en 5

Handeling: Het instellen van herstructureringscommissies voor de akkerbouw

Bron: Begrotingen

Periode: 1968–1995

Waardering: B 4

Handeling: Het evalueren van (de uitvoering van) herstructureringsplannen voor de akkerbouw

Bron: Commentaar RBD’s

Periode: 1968–1995

Waardering: B 2

Handeling: Het ontwikkelen van meerjarenvisies met betrekking tot landbouwkundige onderzoeksprogramma’s

Grondslag: Instellingsbeschikking Nationale Raad voor Landbouwkundig Onderzoek, art. 2.1; Regeling Nationale Raad voor Landbouwkundig Onderzoek, art. 4.a

Periode: 1986–

Opmerking: Vanaf 1995 worden deze visies ‘verkenningen’ genoemd (Regeling NRLO, Stcrt. 1994, 251). De Regeling NRLO trad in de plaats van de Instellingsbeschikking NRLO.

Waardering: B 5

Handeling: Het voeren van overleg met de in de NRLO deelnemende onderzoeksorganisaties over een doelmatige realisering van landbouwkundige onderzoeksprogramma’s

Grondslag: Instellingsbeschikking Nationale Raad voor Landbouwkundig Onderzoek, art. 2.2

Periode: 1986–1994

Opmerking: Deze handeling verviel bij de Regeling NRLO (Stcrt. 1994, 251)

Waardering: Deze handeling komt te vervallen

Handeling: Het adviseren van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) en andere betrokken instellingen en organisaties over het landbouwkundig onderzoeks- en ontwikkelingsbeleid

Grondslag: Instellingsbeschikking Nationale Raad voor Landbouwkundig Onderzoek, art. 2.3; Regeling Nationale Raad voor Landbouwkundig Onderzoek, art. 4.b

Periode: 1986–

Waardering: B 5

Handeling: Het vaststellen van de reglementen met betrekking tot het functioneren van de NRLO

Grondslag: Instellingsbeschikking Nationale Raad voor Landbouwkundig Onderzoek, art. 4.4

Periode: 1986–

Opmerking: Zes maanden na de inwerkingtreding van de instellings-beschikking moesten de reglementen zijn vastgesteld.

De bevoegdheid bestaat nog steeds (o.a. wijzigen van het eigen huishoudelijk reglement).

Waardering: B 4

Handeling: Het adviseren van het bestuur van het Borgstellingsfonds over individuele aanvragen tot borgstelling

Bron: Boek: ‘Niet alle borgen zijn gelijk’

Periode: 1955-1964

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: Het mandateren van andere organen tot het namens het bestuur van het O&S-fonds nemen van beslissingen en ondertekenen van stukken

Grondslag: Statuten O&S-fonds

Periode: 1963–

Produkt: Bestuursbesluiten betreffende mandaatverlening, bijv. Bestuursbesluit nr. 497; Mandaatverlening O&S-fonds voor de Landbouw (Stcrt. 1997, 12)

Waardering: V, 10 jaar na afloop mandaat

Handeling: Het opstellen van bijdrageregelingen voor de ontwikkeling of sanering van de landbouwsector

Bron: Begrotingen

Periode: 1963–

Opmerking: Het bestuur is hierbij dikwijls bijgestaan door de Landelijke Raad voor de Bedrijfsontwikkeling. In de verschillende hoofdstukken van dit rapport wordt deze handeling steeds herhaald voor de daarin aan de orde komende sectoren/onderwerpen, waarbij de regelingen met name worden genoemd. Deze handeling dient daarom enkel als vangnet.

Waardering: B 5

Handeling: Het vaststellen van richtlijnen of instructies betreffende de uitvoering van regelingen voor de ontwikkeling of sanering van de landbouwsector

Bron: Begrotingen

Periode: 1963–

Opmerking: Eind jaren ’80 werden de uitvoeringsrichtlijnen uitvoeringsinstructies, met als gevolg minder beleidsspeelruimte voor de uitvoerende instantie.

Waardering: B 5

Handeling: Het behandelen van bezwaarschriften ingediend tegen door het O&S-fonds genomen beslissingen

Bron: Begrotingen; mandaatsbesluiten O&S-fonds (bijv. Stcrt.1997, 12)

Periode: 1963–

Opmerking: In 1997 werd LASER hiertoe gemandateerd

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: Het beslissen op een aanvraag voor subsidies voor initiatieven betreffende de ontwikkeling en sanering van de landbouwsector

Grondslag: Statuten O&S-fonds, art. 3 en 4

Periode: 1963–

Produkt: Bestuursbesluiten

Opmerking: Alleen in bijzondere gevallen beslist het bestuur van het fonds zelf.

Waardering: B 5 voor bezwaarschriften waarop het bestuur van het fonds zelf beslist

V, 10 jaar overige neerslag

Handeling: Het instellen van Provinciale Adviescommissies

Bron: Bestuursbesluiten

Periode: 1964–

Produkt: Bestuursbesluit nr. 1 van 10 maart 1964, O&S-fonds; Instellingsbesluiten Provinciale Adviescommissies (o.a. 1976, 1982)

Waardering: B 4

Handeling: Het vaststellen van periodieke verslagen over de werkzaamheden van het O&S-fonds

Periode: 1963–

Produkt: Jaarverslagen

Waardering: B 3

Handeling: Het periodiek vaststellen van het referentie-inkomen in het kader van het verlenen van bijdragen ter ontwikkeling of sanering van de landbouw

Grondslag: Bijdrageregelingen, bijv.Kaderbesluit landbouwbedrijven met ontwikkelingsmogelijkheden, art. 8.1b; Besluit landbouwbedrijven met ontwikkelingsmogelijkheden, art. 6.1b; Besluit structuurverbetering landbouwbedrijven, art. 7.2a; Besluit stimulering duurzame landbouwbedrijven, art. 7.2

Periode: 1973–

Waardering: V, 15 jaar

Handeling: Het opstellen van regelingen met betrekking tot activiteiten op het gebied van onderzoek en voorlichting

Periode: 1963–

Opmerking: Voor goedkeuring hiervan zie algemene handelingen van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV): het goedkeuren van O&S-bestuursbesluiten.

Waardering: B 5

Handeling: Het verlenen van bijdragen aan activiteiten op het gebied van onderzoek en voorlichting

Grondslag: Statuten O&S-fonds, art. 3 en 4

Periode: 1963–

Waardering: V, 7 jaar

Handeling: Het vaststellen van bijdrageregelingen voor de modernisering van de landbouwbedrijven

Periode: 1964–

Produkt: Kaderbesluit landbouwbedrijven met ontwikkelingsmogelijkheden (Stcrt. 1972, 221); Toepassingsbesluit fruitteeltbedrijven met ontwikkelingsmogelijkheden (Jaarverslag 1973); Toepassingsbesluit glastuinbouwbedrijven met ontwikkelingsmogelijkheden (Jaarverslag 1973); Toepassingsbesluit vollegrondstuinbouwbedrijven met ontwikkelingsmogelijkheden (Jaarverslag 1973); Besluit landbouwbedrijven met ontwikkelingsmogelijkheden (Stcrt. 1974, 83); Besluit structuurverbetering landbouwbedrijven (Stcrt. 1985, 188); Besluit stimulering duurzame landbouwbedrijven (Stcrt. 1996, 57); Investeringsregeling markt en concurrentiekracht (Stcrt. 1997, 131); Bijdrageregeling verbetering agrarische bedrijfsgebouwen in het noorden (Stcrt. 1972, 42)

Waardering: B 5

Handeling: Het verlenen van een bijdrage voor initiatieven betreffende de modernisering van de landbouwbedrijven

Grondslag: Bijdrageregelingen, o.a. Kaderbesluit landbouwbedrijven met ontwikkelingsmogelijkheden (Stcrt. 1972, 221); Toepassingsbesluit fruitteeltbedrijven met ontwikkelingsmogelijkheden (Jaarverslag 1973); Toepassingsbesluit glastuinbouwbedrijven met ontwikkelingsmogelijkheden (Jaarverslag 1973)

Periode: 1964–

Opmerking: Hieronder valt naast bijdragen voor de bijdrageregelingen ook steun voor individuele (structuur)projecten. Opmerking selectie: cf. lijst individuele vernietiging 1993, dir. Materiële Zaken, briefnr. MZ 93468

Waardering: V, 7 jaar

Handeling: Het jaarlijks vaststellen van de rentevoet op basis waarvan het arbeidsinkomen van landbouwbedrijven berekend wordt die subsidie aanvragen voor investeringen ter modernisering van de landbouwstructuur

Grondslag: Kaderbesluit landbouwbedrijven met ontwikkelingsmogelijkheden, art. 9; Besluit landbouwbedrijven met ontwikkelingsmogelijkheden, art. 7; Besluit structuurverbetering landbouwbedrijven, art. 8.1b

Periode: 1973–1995

Waardering: V, 15 jaar

Handeling: Het toekennen van een oriëntatiepremie aan bedrijfshoofden die hun investeringen ter modernisering van de landbouwstructuur op de rund- of schapenvleesproductie richten

Grondslag: Besluit landbouwbedrijven met ontwikkelingsmogelijkheden, art. 17.1

Periode: 1974–1984

Waardering: V, 7 jaar

Handeling: Het vaststellen van lijsten waarin de subsidiabele investeringen ter modernisering van de landbouwstructuur worden vermeld

Grondslag: Besluit stimulering duurzame landbouwbedrijven, art. 3

Periode: 1996-1997

Waardering: B 5

Handeling: Het vaststellen van bijdrageregelingen voor bedrijfsbeëindiging

Periode: 1964–

Produkt: Beëindigingsvergoedingsbesluit (Stcrt. 1972, 221); Stimuleringsregeling bedrijfsbeëindiging en structuurverbetering akkerbouw (Stcrt. 1990, 157)

Waardering: B 5

Handeling: Het verlenen van een bijdrage voor initiatieven betreffende bedrijfsbeëindiging

Grondslag: Beëindigingsvergoedingsbesluit, artt.2 en 21; Stimuleringsregeling bedrijfsbeëindiging en structuurverbetering akkerbouw, artt. 2 en 12.2

Periode: 1964–

Opmerking: Hieronder valt naast bijdragen voor de bijdrageregelingen ook steun voor individuele (structuur)projecten. Opmerking selectie: cf. lijst individuele vernietiging 1993, dir. Materiële Zaken, briefnr. MZ 93468

Waardering: V, 7 jaar

Handeling: Het vaststellen van bijdrageregelingen voor de stimulering van samenwerkingsverbanden tussen landbouwbedrijven

Periode: 1964–

Produkt: Bijdrageregeling ter bevordering van samenwerkingsvormen in land- en tuinbouw (Stcrt. 1969, 200); Bijdrageregeling ter bevordering van samenwerkingsverbanden tussen landbouwbedrijven (Stcrt. 1974, 144)

Waardering: B 5

Handeling: Het verlenen van een bijdrage voor initiatieven betreffende de stimulering van samenwerkingsverbanden tussen landbouwbedrijven

Grondslag: Bijdrageregeling ter bevordering van samenwerkingsvormen in land- en tuinbouw; Bijdrageregeling ter bevordering van samenwerkingsverbanden tussen landbouwbedrijven, artt. 2.1 en 10.1-2

Periode: 1964–

Opmerking: Hieronder valt naast bijdragen voor de bijdrageregelingen ook steun voor individuele (structuur)projecten. Opmerking selectie: cf. lijst individuele vernietiging 1993, dir. Materiële Zaken, briefnr. MZ 93468

Waardering: V, 7 jaar

Handeling: Het vaststellen van regelgeving betreffende de bedrijfsverzorgingsverenigingen

Periode: 1965–1995

Produkt: Bijdrageregeling voor verenigingen voor bedrijfsverzorging (Stcrt. 1974, 83); Bestuursbesluit nr. 147 inzake de vaststelling van een bijdrageregeling ter bevordering van de ontwikkeling van de bedrijfsverzorging (Stcrt. 1975, 194)

Waardering: B 5

Handeling: Het erkennen van bedrijfsverzorgingsverenigingen, samenwerkingsverbanden voor bedrijfsverzorging en/of een rechtspersoon ten behoeve van deze samenwerkingsverbanden

Grondslag: Bijdrageregeling voor verenigingen voor bedrijfsverzorging, art. 8; Bestuursbesluit nr. 175 inzake de wijziging van een bijdrageregeling voor verenigingen voor bedrijfsverzorging, punt B; Begroting LNV 1971–1972, blz. 25

Periode: 1965–1995

Opmerking: Namens het O&S-fonds uitgevoerd door de directeur AVA en zijn taakopvolgers.

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: Het verlenen van een uitkering voor de ontwikkeling van bedrijfsverzorgingsverenigingen

Grondslag: Bijdrageregeling voor verenigingen voor bedrijfsverzorging, art. 8; Bestuursbesluit nr. 175 inzake de wijziging van een bijdrageregeling voor verenigingen voor bedrijfsverzorging, punt B; Begroting LNV 1971–1972, blz. 2

Periode: 1965–1995

Opmerking: Namens het O&S-fonds uitgevoerd door de directeur AVA en zijn taakopvolgers. Opmerking selectie: cf. lijst individuele vernietiging 1993, dir. Materiële Zaken, briefnr. MZ 93468

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: Het opstellen van overeenkomsten met bonden die een bijdrage voor de verlaging van het tarief voor bedrijfshulp ontvangen

Grondslag: Bestuursbesluit nr. 147 inzake de vaststelling van een bijdrageregeling ter bevordering van de ontwikkeling van de bedrijfsverzorging, art. 10; Bestuursbesluit nr. 308 inzake de vaststelling van een bijdrageregeling ter bevordering van de ontwikkeling van de bedrijfsverzorging, art. 10

Periode: 1975–1995

Opmerking: Namens het O&S-fonds uitgevoerd door de directeur AVA en zijn taakopvolgers.

Waardering: V, 15 jaar

Handeling: Het verlenen van een bijdrage voor de verlaging van het tarief voor bedrijfshulp

Grondslag: Bestuursbesluit nr. 147 inzake de vaststelling van een bijdrageregeling ter bevordering van de ontwikkeling van de bedrijfsverzorging, art.12.a; Bestuursbesluit nr. 308 inzake de vaststelling van een bijdrageregeling ter bevordering van de ontwikkeling van de bedrijfsverzorging, artt. 9.1 en 12.a

Periode: 1975–1995

Opmerking: Namens het O&S-fonds uitgevoerd door de directeur AVA en zijn taakopvolgers.

Waardering: V, 15 jaar

Handeling: Het vaststellen, wijzigen en intrekken van regelgeving betreffende inkomensondersteuning voor landbouwers bij omscholing

Periode: 1965–

Produkt: Bijdrageregeling bij omscholing samengaand met beroepsovergang uit de landbouw (Stcrt. 1970, 125); Bijdrageregeling voor oudere agrarische medewerkers (Stcrt. 1970, 125); Regeling stimulering combinatiebanen (Stcrt. 1986, 158); Vergoedingsregeling voor uittreding van werknemers in de landbouw (Stcrt. 1988, 114); Beschikking tijdelijke inkomenssteun in de akkerbouw (Stcrt. 1990, 147)

Waardering: B 5

Handeling: Het beslissen op aanvragen van bedrijfshoofden en/of agrarische werknemers om inkomensondersteuning voor de omscholing

Grondslag: Bijdrageregeling bij omscholing samengaand met beroepsovergang uit de landbouw; Wijziging van enige bestuursbesluiten, art. 1; Vergoedingsregeling voor uittreding van werknemers in de landbouw, art. 9.1; Wijziging Vergoedingsregeling voor uittreding van landbouwwerknemers, punt A

Periode: 1965–

Waardering: V, 15 jaar

Handeling: Het vaststellen, wijzigen en intrekken van regelgeving betreffende inkomensondersteuning voor landbouwers in het kader van uittreding en afvloeiing

Periode: 1965–

Produkt: Bijdrageregeling voor oudere agrarische medewerkers (Stcrt. 1970, 125); Vergoedingsregeling voor uittreding van werknemers in de landbouw (Stcrt. 1988, 114)

Waardering: B 5

Handeling: Het beslissen op aanvragen van oudere agrarische werknemers die in het kader van uittreding en afvloeiing om inkomensondersteuning verzoeken

Grondslag: Bijdrageregeling voor oudere agrarische werknemers; Wijziging van enige bestuursbesluiten, art 1; Vergoedingsregeling voor uittreding van werknemers in de landbouw, art. 9, 1; Wijziging Vergoedingsregeling voor uittreding van landbouwwerknemers, punt A

Periode: 1965–

Opmerking: Namens het O&S-fonds uitgevoerd door de directeur AVA en zijn taakopvolgers, DUR en LASER.

Waardering: V, 15 jaar

Handeling: Het vaststellen van regelgeving betreffende de verbetering van de arbeidsomstandigheden in de landbouwsector

Periode: 1978-

Produkt: O.a.: Bijdrageregeling verbetering werksituatie melkveehouderij (Stcrt. 1978, 46); Complementaire regeling voor investeringen in landbouwbedrijven (Stcrt. 1989, 221); Tijdelijke Bijdrageregeling Arbo-projecten (Stcrt. 1995, 174)

Waardering: B 5

Handeling: Het beslissen op aanvragen van ondernemers in de melkveehouderij voor een bijdrage voor investeringen ter verbetering van de werksituatie

Grondslag: Bijdrageregeling verbetering werksituatie melkveehouderij 1978, art. 12.1

Periode: 1978

Opmerking: Namens het O&S-fonds uitgevoerd door de directeur Bedrijfsstructurele Aangelegenheden.

Waardering: V, 15 jaar

Handeling: Het beslissen op aanvragen voor een bijdrage voor investeringen ter verbetering van het milieu, de kwaliteit van de productie en/of ter verbetering van de arbeidsomstandigheden op een agrarisch bedrijf

Grondslag: Complementaire regeling voor investeringen in landbouwbedrijven, art. 12.1

Periode: 1989–1995

Opmerking: Namens het O&S-fonds uitgevoerd door de directeur Landbouw, Natuur en Openluchtrecreatie.

Waardering: V, 15 jaar

Handeling: Het opstellen van landbouwstructurele regelingen betreffende meerdere plantaardige sectoren

Periode: 1951–

Waardering: B 5

Handeling: Het verlenen van bijdragen in het kader van landbouwstructurele maatregelen betreffende meerdere plantaardige sectoren

Grondslag: Statuten O&S-fonds, art. 3 en 4

Periode: 1963–

Waardering: V, 5 jaar

Handeling: Het opstellen van landbouwstructurele regelingen betreffende de akkerbouw

Periode: 1951–

Opmerking: Voor goedkeuring hiervan zie algemene handeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV): het goedkeuren van O&S-bestuursbesluiten.

Waardering: B 5

Handeling: Het verlenen van bijdragen in het kader van landbouwstructurele maatregelen in de akkerbouw

Grondslag: Statuten O&S-fonds, art. 3 en 4

Periode: 1963–

Waardering: V, 7 jaar na eindafrekening

Handeling: Het opstellen van landbouwstructurele regelingen betreffende de glastuinbouw

Periode: 1963–

Opmerking: Voor goedkeuring hiervan zie algemene handeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV): het goedkeuren van O&S-bestuursbesluiten.

Waardering: B 5

Handeling: Het verlenen van bijdragen in het kader van landbouwstructurele maatregelen in de glastuinbouw

Grondslag: Statuten O&S-fonds, art. 3 en 4

Periode: 1963–

Waardering: V, 7 jaar

Handeling: Het opstellen van landbouwstructurele regelingen betreffende de bloembollenteelt

Periode: 1963–

Opmerking: Voor goedkeuring hiervan zie algemene handeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV): het goedkeuren van O&S-bestuursbesluiten.

Waardering: B 5

Handeling: Het verlenen van bijdragen in het kader van landbouwstructurele maatregelen in de bloembollenteelt

Grondslag: Statuten O&S-fonds, art. 3 en 4

Periode: 1963–

Waardering: V, 7 jaar

Handeling: Het opstellen van landbouwstructurele regelingen betreffende de bloembollenteelt

Periode: 1963–

Opmerking: Voor goedkeuring hiervan zie algemene handeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit: het goedkeuren van O&S-bestuursbesluiten.

Waardering: B 5

Handeling: Het verlenen van bijdragen in het kader van landbouwstructurele maatregelen in de boomteelt

Grondslag: Statuten O&S-fonds, art. 3 en 4

Periode: 1963–

Waardering: V, 7 jaar

Handeling: Het vaststellen van bijdrageregelingen voor de ontwikkeling of sanering van de rundveehouderijsector in het algemeen

Periode: 1963–

Produkt: O.a: Bijdrageregeling voor rundveestallen gebouwd volgens een arbeidsbesparend bouwsysteem (montagestallen) (jaarverslag 1963–1965); Bijdrageregeling voor het centraal opfokken van jongvee (jaarverslag 1969)

Waardering: B 5

Handeling: Het verlenen van een bijdrage voor initiatieven betreffende de ontwikkeling of sanering van de rundveehouderijsector in het algemeen

Grondslag: Bijdrageregeling voor rundveestallen gebouwd volgens een arbeidsbesparend bouwsysteem (montagestallen); Bijdrageregeling voor het centraal opfokken van jongvee

Periode: 1963–

Opmerking: Hieronder valt naast bijdragen voor de bijdrageregelingen ook steun voor individuele (structuur)projecten.

Waardering: V, 7 jaar

Handeling: Het vaststellen van bijdrageregelingen voor de ontwikkeling of sanering van de melkveehouderijsector

Periode: 1963–

Produkt: O.a. Bijdrageregeling voor de proef met bewaring en transport van boerderijmelk in/buiten Oostelijk Flevoland (jaarverslag 1966); Bijdrageregeling voor de bouw van koeienhutten (jaarverslag 1969); Bijdrageregeling voor de bouw van gestandaardiseerde ligboxenstallen voor melkvee (jaarverslag 1969); Bijdrageregeling voor de bouw van experimentele, relatief goedkope rundveestallen (jaarverslag 1969); Melktankbesluit (jaarverslag 1976)

Waardering: B 5

Handeling: Het verlenen van een bijdrage voor initiatieven betreffende de ontwikkeling of sanering van de melkveehouderijsector

Grondslag: Bijdrageregeling voor de proef met bewaring en transport van boerderijmelk in/buiten Oostelijk Flevoland; Bijdrageregeling voor de bouw van koeienhutten; Bijdrageregeling voor de bouw van gestandaardiseerde ligboxenstallen voor melkvee; Bijdrageregeling voor de bouw van experimentele, relatief goedkope rundveestallen; Melktankbesluit

Periode: 1963–

Opmerking: Hieronder valt naast bijdragen voor de bijdrageregelingen ook steun voor individuele (structuur)projecten.

Waardering: V, 7 jaar

Handeling: Het vaststellen van bijdrageregelingen voor de ontwikkeling of sanering van de vleesveehouderijsector

Periode: 1963–

Produkt: O.a. Bijdrageregeling tot uitbreiding van de rundvleesproduktie door middel van kruising van zwartbonte koeien met stieren van het Charolaisras (jaarverslag 1969); Bijdrageregeling ter bevordering van proefnemingen op het gebied van rationele rundvleesproductie (jaarverslag 1971)

Waardering: B 5

Handeling: Het verlenen van een bijdrage voor initiatieven betreffende de ontwikkeling of sanering van de vleesveehouderijsector

Grondslag: Bijdrageregeling tot uitbreiding van de rundvleesproduktie door middel van kruising van zwartbonte koeien met stieren van het Charolaisras; Bijdrageregeling ter bevordering van proefnemingen op het gebied van rationele rundvleesproductie

Periode: 1963–

Opmerking: Hieronder valt naast bijdragen voor de bijdrageregelingen ook steun voor individuele (structuur)projecten.

Waardering: V, 7 jaar

Handeling: Het vaststellen van bijdrageregelingen voor de ontwikkeling of sanering van de varkenshouderijsector

Periode: 1963–

Produkt: O.a. Toepassingsbesluit varkenshouderijbedrijven met ontwikkelingsmogelijkheden (bestuursbesluit nr. 125); Besluit stimulering investeringen varkenshouderij (SIV – bestuursbesluit nr. 486, Stcrt. 1996, 57)

Waardering: B 5

Handeling: Het verlenen van een bijdrage voor initiatieven betreffende de ontwikkeling of sanering van de varkenshouderijsector

Grondslag: Toepassingsbesluit varkenshouderijbedrijven met ontwikkelingsmogelijkheden (bestuursbesluit nr. 125); Besluit stimulering investeringen varkenshouderij (SIV – bestuursbesluit nr. 486, Stcrt. 1996, 57)

Periode: 1963–

Opmerking: Hieronder valt naast bijdragen voor de bijdrageregelingen ook steun voor individuele projecten.

Waardering: V, 7 jaar

Handeling: Het op aanvraag onderzoeken van de proefnemingen uitgevoerd door de proefstations voor het landbouwkundig onderzoek en het Bodemkundig Instituut en het opsporen van vervalsingen

Grondslag: Besluit tot regeling van de dienst der Rijkslandbouwproefstations, art. 53

Periode: 1945–1979

Opmerking: De proefstations voor het controle-onderzoek waren tevens belast met werkzaamheden ingevolge van de Wet van 31 december 1920 (Stb. 957) tot bestrijding van het bedrog in de handel in meststoffen, zaaizaden en veevoeder

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: Het opstellen van de instructies voor de overige ambtenaren en rijkswerklieden van de proefstations voor landbouwkundig onderzoek en het Bodemkundig Instituut

Grondslag: Besluit tot regeling van de dienst der Rijkslandbouwproefstations, art. 20 en 23

Periode: 1945–1979

Opmerking: De formele bevoegdheid ligt bij de Raad van Bestuur

Waardering: B 4

Handeling: Het opstellen van het huishoudelijk reglement van een proefstation

Grondslag: Besluit tot regeling van de dienst der Rijkslandbouwproefstations, art. 14 en 50

Periode: 1945–1979

Opmerking: De formele bevoegdheid ligt bij de hoofddirecteur, de Raad van Bestuur en het college van directeuren

Waardering: B 5

Handeling: Het opstellen van een op de praktijkgericht landbouwkundig onderzoeksplan

Grondslag:

Bron: Besluit tot regeling van de dienst der Rijkslandbouwproefstations, art. 41. Ontwikkelingsplan voor de instituten en proefsstations van het Ministerie van Landbouw en Visserij, 1987-1990, blz. 22

Periode: 1945–1979

Opmerking: De formele bevoegdheid ligt bij de Raad van Bestuur. In het Besluit van de dienst der Rijkslandbouwproefstations spreekt men over ‘werkplannen’. Werkplannen moesten gericht zijn op vragen die zich voordeden in verband met de praktijk van de akker- en weidebouw, de zuivelbereiding en de veevoeding

Waardering: B 5

Handeling: Het opstellen van meerjarige werkplannen en stimuleringsmaatregelen voor de koolhydraatchemie

Bron: Eindverslag Innovatiegericht Onderzoeksprogramma Biotechnologie (IOP-b)

Periode: 1985–1993

Waardering: B 5

Projecten Advies Commissie (PAC)

Handeling: Het adviseren van de Minister van LNV over ingediende projecten ter verbetering van de agrarische marktstructuur

Grondslag:

Periode: 1968–

Waardering: B 1

Handeling: Het adviseren van het bestuur van het Borgstellingsfonds over beleidsaspecten

Bron: boek ‘Niet alle borgen zijn gelijk’

Periode: 1954–1964

Waardering: B 1

Handeling: Het adviseren van het bestuur van het Borgstellingsfonds over individuele aanvragen tot borgstelling

Bron: boek ‘Niet alle borgen zijn gelijk’

Periode: 1954–1964

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: Het adviseren van het bestuur van het O&S-fonds betreffende te nemen bestuursbesluiten

Grondslag: Instellingsbesluit Provinciale Adviescommissies, art. 10

Periode: 1964–

Opmerking: Feitelijk wordt niet het bestuur maar de gemandateerde beslissingsbevoegde autoriteit van advies gediend. Het is zelfs zo dat de PAC eigenlijk beslist, daar alleen een positief advies wordt doorgestuurd naar bovenbedoelde autoriteit. Voor wat betreft advisering over een aanvraag inzake bedrijfsbeëindiging of uittreding, zie de desbetreffende handeling in het Pivot-rapport over landinrichting

Waardering: B 5

Handeling: Het instellen van herstructureringscommissies voor de akkerbouw

Bron: Begrotingen

Periode: 1968–1995

Waardering: B 4

Handeling: Het evalueren van (de uitvoering van) herstructureringsplkannen voor de akkerbouw

Bron: Commentaar RBD’s

Periode: 1968–1995

Waardering: B 2

Handeling: Het voeren van overleg met betrekking tot problemen op het gebied van de landbouwvoorlichting in de betrokken provincies

Grondslag: o.a. Besluit instelling Provinciale Landbouwvoorlichtingsraad in Zuidholland, art. 1; Besluit instelling Provinciale Landbouwvoorlichtingsraad in Noordholland, art. 1

Periode: 1955–1968

Opmerking: Regionale consulenten waren secretaris van de Provinciale Raden.

Waardering: B 4

Handeling: Het adviseren van het bestuur van het Borgstellingsfonds over beleidsaspecten

Bron: boek ‘Niet alle borgen zijn gelijk’

Periode: 1954–1964

Waardering: B 1

Handeling: Het adviseren van het bestuur van het Borgstellingsfonds over individuele aanvragen tot borgstelling

Bron: boek ‘Niet alle borgen zijn gelijk’

Periode: 1954–1964

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: Het instellen van herstructureringscommissies voor de akkerbouw

Periode: 1968–1995

Bron: Begrotingen

Waardering: B 4

Handeling: Het opstellen van (de uitvoering van) herstructureringsplannen voor de akkerbouw

Periode: 1968–1995

Bron: Commentaar RBD’s

Waardering: B 2

Handeling: Het adviseren van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) over plattelandsontwikkeling

Bron: Advies EU-fondsen en geïntegreerde plattelandsontwikkeling. Raad voor het Natuurbeheer, voorwoord

Periode: 1996–

Waardering: B 1

Handeling: Het adviseren van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) betreffende het maatschappelijk verantwoord produceren en de toekomst van de dierhouderij in Nederland

Bron: brief van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) d.d. 21 juli 2000

Periode: 2000–

Product: Rapport ‘Vóór het kalf verdronken is…,’ september 2000

Waardering: B 1

Handeling: Het adviseren van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) over plattelandsontwikkeling

Bron: Advies EU-fondsen en geïntegreerde plattelandsontwikkeling. Raad voor het Natuurbeheer, voorwoord

Periode: 1996–

Waardering: B 1

Handeling: Het voeren van overleg met betrekking tot problemen op het gebied van de landbouwvoorlichting in de betrokken provincies

Grondslag: o.a. Besluit instelling Provinciale Landbouwvoorlichtingsraad in Zuidholland, art. 1; Besluit instelling Provinciale Landbouwvoorlichtingsraad in Noordholland, art. 1

Periode: 1968–1995

Opmerking: In alle provincies bestonden tot 1995 Provinciale Raden voor de Bedrijfsontwikkeling.

Waardering: B 4

Handeling: Het vaststellen van maatregelen voor het herstel van toegebrachte defensie-, bezettings- en oorlogsschaden aan land-, tuin- en bosbouwgronden en woeste gronden en de daarbij behorende gebouwen

Grondslag: Besluit instelling Rijksdienst voor Landbouwherstel, art. 1.a

Periode: 1945–1956

Waardering: B 1

Handeling: Het vaststellen van maatregelen ter bevordering van een geregelde bedrijfsvoering in de getroffen bedrijven

Grondslag: Besluit instelling Rijksdienst voor Landbouwherstel, art. 1.b

Periode: 1945–1956

Waardering: B 1

Handeling: Het regelen van vergoedingen van agrarische schaden

Grondslag: Besluit instelling Rijksdienst voor Landbouwherstel, art. 1.c

Periode: 1945–1956

Opmerking: O.a. op grond van de Wet op de Materiële Oorlogsschaden; afwikkelen van schadedossiers van individuele gedupeerden, occupatieschade (door de bezetter en /of geallieerden in beslag genomen terreinen), cultuurtechnisch herstel

Waardering: V, 7 jaar na eindafrekening

Handeling: Het adviseren van het bestuur van het Borgstellingsfonds over beleidsaspecten

Bron: boek ‘Niet alle borgen zijn gelijk’

Periode: 1954–1964

Waardering: B 1

Handeling: Het adviseren van het bestuur van het Borgstellingsfonds over individuele aanvragen tot borgstelling

Bron: boek ‘Niet alle borgen zijn gelijk’

Periode: 1954–1964

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: Het opstellen van regelgeving voor het verlenen van borgstelling voor financiering van landbouwstructurele maatregelen

Bron: Begrotingen

Periode: 1951–

Product: Besluit Borgstellingsfonds voor de Landbouw (verschillende malen gewijzigd en vervangen, bijv. Stcrt. 1993,54)

Waardering: B 1

Handeling: Het instellen van commissies voor het uitbrengen van adviezen over beleidsaspecten en individuele aanvragen

Bron: boek ‘Niet alle borgen zijn gelijk’

Periode: 1954–

Waardering: B4

Handeling: Het benoemen van leden van door het Borgstellingsfonds ingestelde adviescommissies

Periode: 1954–

Waardering: V, 2 jaar

Handeling: Het beslissen over aanvragen tot borgstelling voor rente en aflossing van aan landbouwbedrijven verstrekte kredieten ter verbetering of overname

Grondslag: Vaststelling Besluit Borgstellingsfonds voor de Landbouw, art. 2 en art. 10

Periode: 1951–

Opmerking: Alleen in bijzondere gevallen beslist het bestuur van het fonds.

Waardering: V, 7 jaar

Handeling: Het mandateren van andere organen tot het namens het bestuur van het Borgstellingsfonds nemen van beslissingen en ondertekenen van stukken

Grondslag: statuten Borgstellingsfonds

Periode: 1951–

Product: bestuursbesluiten betreffende mandaatverlening

Opmerking: Deze handeling werd pas vanaf 1963 feitelijk toegepast, na decentralisatie van de activiteiten.

Waardering: V, 10 jaar na afloop mandaat

Handeling: Het behandelen van bezwaarschriften tegen beslissingen van het fonds

Bron: boek ‘Niet alle borgen zijn gelijk’

Periode: 1951–

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: Het vaststellen van periodieke verslagen over de werkzaamheden van het Borgstellingsfonds voor de Landbouw

Periode: 1951–

Product: jaarverslagen

Waardering: B 2

Handeling: Het geven van voorlichting, advies en begeleiding op het gebied van de techniek, de economie, de productie en de teelt aan ondernemers in de agrarische sector

Grondslag: Wet Stichting Landbouwvoorlichting, art. 2.3

Periode: 1990–1998

Opmerking: Vanaf 1998 door zelfstandige DLV Adviesgroep NV.

Waardering: B 5 voor 1 exemplaar van het eindproduct

V, 5 jaar overige neerslag

Handeling: Het benoemen van bestuursleden van het Borgstellingsfonds voor de Landbouw alsmede van de secretaris en (vanaf 1990) de secretaris-penningmeester

Grondslag: statuten Borgstellingsfonds, art. 5

Opmerking: De Minister van Financiën benoemde (tot 1989) de penningmeester, terwijl de voorzitter werd benoemd door de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV). Benoeming van de secretaris en de secretaris-penningmeester (adviserend) geschiedt door de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV).

Periode: 1951–1955

Waardering: V, 5 jaar na einde betrekking

Handeling: Het ontwikkelen van herstructureringsplannen in sectoren van de agrarische verwerking en afzet

Grondslag:

Bron: Instellingsbeschikkingen structuurcommissies, zoals voor de vleesindustrie (Stcrt. 1981, 81)

Economische structuurnota; Bedrijfstakverkenning VG-industrie 1980

Periode: [1975]–

Produkt: O.a. herstructureringsplannen en daaronder vallende programma’s, PBO-verordeningen zoals Herstructurering Broodbakkerij (PBO-blad 1975, 26; 1984, 21; 1990, 13)

Opmerking: Het aangegeven aanvangsjaar is indicatief

Waardering: B 1

Handeling: Het rapporteren in het kader van het houden van toezicht op de naleving van de in het Arbo-convenant Agrarische Sectoren vastgelegde afspraken

Grondslag: Arbo-convenant Agrarische Sectoren, art. 26.2c-d

Periode: 1994–1999

Waardering: V, 5 jaar

Handeling: Het initiëren van arbo-projecten ten behoeve van de uitvoering van het Arbo-convenant Agrarische Sectoren

Grondslag: Arbo-convenant Agrarische Sectoren, art. 26.2b

Periode: 1994–1999

Waardering: V, 10 jaar na afloop project

Handeling: Het geven van advies aan de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit over de beslissing op aanvragen in het kader van de Tijdelijke Bijdrageregeling Arbo-projecten

Bron: Evaluatieonderzoek Arbo-convenant Agrarische Sectoren 1994–1999, blz. 14-15

Periode: 1995–1998

Waardering: V, 7 jaar

Handeling: Het adviseren van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) over maatregelen in het kader van de herstructurering van de pluimveehouderij

Bron: Brief van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) aan de Tweede Kamer, d.d. 29 november 1999; e.a.

Periode: 1999

Product: Eindrapport Stuurgroep Heroriëntatie Pluimveehouderij, november 1999

Waardering: B 1

Handeling: Het adviseren van de Minister van LNV over vraagstukken op het terrein van het flankerend beleid in het kader van de herstructurering van de veehouderij

Bron: Regeling instelling tijdelijke Begeleidingscommissie herstructurering veehouderij

Periode: 1999–2000

Waardering: B 1

Handeling: Het geven van advies aan de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) over het beslissen op aanvragen in het kader van de Tijdelijke Bijdrageregeling Arbo-projecten

Bron: Evaluatieonderzoek Arbo-convenant Agrarische Sectoren 1994–1999, blz. 13-15

Periode: 1995–1998

Waardering: V, 10 jaar na afloop project

Handeling: Het instellen van begeleidingsgroepen voor het volgen van en adviseren over agrarische arbo-projecten

Grondslag: Arbo-convenant Agrarische Sectoren, art. 26.3

Periode: 1994–1999

Waardering: V, 10 jaar na afloop project

Deel 3. Handelingen van overige actoren

Minister van Economische Zaken (EZ)

Handeling: Het instellen van programmacommissies in het kader van het innovatiegerichte onderzoeksprogramma (IOP) op agrarisch gebied

Bron: Eindverslag Innovatiegericht Onderzoeksprogramma Biotechnologie (IOP-b)

Periode: 1985–

Opmerking: De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) stelde de Programmacommissie voor Biotechnologie in (behandeld in een specifiek contextrapport) en (samen met Economische Zaken) de Programmacommissie IOP-Koolhydraten.

Waardering: B 4

Handeling: Het benoemen van leden van programmacommissies in het kader van het innovatiegerichte onderzoeksprogramma (IOP) op agrarisch gebied

Bron: Eindverslag Innovatiegericht Onderzoeksprogramma Biotechnologie (IOP-b)

Periode: 1985–

Waardering: V, 5 jaar na einde betrekking

Handeling: Het instellen van de Stuurgroep Integraal Structuurplan Noorden des Lands

Grondslag: Besluit Organisatie Integraal Structuurplan Noorden des Lands, art. 1.1

Periode: 1973–2000

Product: Instellingsbesluit

Waardering: B 4

Handeling: Het benoemen van leden voor de Stuurgroep Integraal Structuurplan Noorden des Lands

Grondslag: Besluit Organisatie Integraal Structuurplan Noorden des Lands, art. 1.5d

Periode: 1973–

Waardering: V, 5 jaar na einde betrekking

Handeling: Het vaststellen van de Integrale Structuurplannen Noorden des Lands

Bron: Integraal Structuurplan Noorden des Lands. 1978-1979, blz. 199-200

Periode: 1973–

Waardering: B 5

Handeling: Het toewijzen van ISP-middelen aan de bij de uitvoering van de Integrale Structuurplannen Noorden des Lands betrokken Ministeries en provincies

Bron:

Grondslag: Besluit Uitkeringen Integraal Structuurplan Noorden des Lands 1993/94, art. 7.1, 1a, 2a – c

Periode: 1973–1993

Opmerking: Uit het Integraal Structuurplan Noorden des Lands, 1978-1979, blz. 11 en 200 blijkt dat de Minister van Economische Zaken (EZ) de ISP-gelden vanaf 1973 toekende aan de bij de uitvoering van de Integrale Structuurplannen Noorden des Lands betrokken Ministeries en provincies.

Waardering: V, 7 jaar

Handeling: Het verstrekken van uitkeringen ten behoeve van de uitvoering van het ISP aan een openbaar lichaam waarin de bij het ISP betrokken provincies samenwerken, aan gemeenten en aan privaat-rechtelijke rechtspersonen

Grondslag: Besluit Uitkeringen Integraal Structuurplan Noorden des Lands 1993/94, art. 7.1,

1a, 2a – c

Periode: 1993–

Waardering: V, 7 jaar

Handeling: Het preciseren van de taakverdeling op het gebied van het industrieel structuurbeleid

Bron: Interne notities

Periode: 1976–

Product: Afbakeningsbrieven en notities, zoals van LNV: VA/1489 (1977), J 7996 (1985), J 931 (1986) en van EZ: 1276/I/8468 (1976) en 786/VI/79 (1986)

Opmerking: Ten dele hebben deze stukken betrekking op andere beleidsterreinen, zoals de exportbevordering.

Waardering: B 1

Handeling: Het instellen, instrueren en opheffen van structuurcommissies voor sectoren van de agrarische verwerking en afzet

Bron: Economische structuurnota; Jaarverslag 1996 SHB

Periode: [1975]–

Opmerking: De instelling gebeurt in overleg met de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Enkele agrarische sectoren waarvoor structuurcommissies zijn ingesteld: slachtpluimvee, bloembollen, vleesindustrie en broodbakkerij (deze laatste werd in 1974 ingesteld door het PGZP). Bij de instelling van een structuurcommissie voor de agrarische sectoren kan besloten worden om namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit eenlid, een adviseur of een vertegenwoordiger aan te wijzen. Het aangegeven aanvangsjaar is indicatief.

Waardering: B 4

Handeling: Het vaststellen of bekrachtigen van herstructureringsplannen voor sectoren van de agrarische verwerking en afzet

Bron: Economische structuurnota

Periode: [1975]–

Product: Herstructureringsplannen, PBO-verordeningen

Opmerking: Bekrachtiging impliceert (mede)financiering, waartoe kaderregelingen worden ingesteld; de uitvoering ervan komt in veel gevallen onder autonomie van de NEHEM te berusten. Het aangegeven aanvangsjaar is indicatief.

Waardering: B 1

Handeling: Het (doen) verrichten van structuuronderzoeken in sectoren van de agrarische verwerking en afzet

Bron: begrotingen; bedrijfstakverkenningen VG-industrie

Periode: [1965]–

Product: Sectorstructuuronderzoeken en (vanuit LNV) sectorvisies; rapporten over groenten- en fruitveilingen (1971); rapport: ‘Beeldvorming slachtpluimveebranche’ (1975); rapport; ‘Voedsel- en agrarische industrie’(1976); rapport: ‘Beeld van de Nederlandse Zuivel: een structuurstudie’ (PZ)

Opmerking: Inbreng van bedrijfsorganisaties door onder andere het Produktschap voor Vee en Vlees (PVV) en het Bedrijfschap voor de Groothandel in Bloemkwekerijproducten. Het aangegeven aanvangsjaar is indicatief.

Waardering: B 5 opdracht en eindproduct

V, 10 jaar overige neerslag

Handeling: Het ontwikkelen van herstructureringsplannen in sectoren van de agrarische verwerking en afzet

Bron: Economische structuurnota; Bedrijfstakverkenning VG-industrie 1980

Grondslag: Instellingsbeschikkingen structuurcommissies, zoals voor de vleesindustrie (Stcrt. 1981, 81)

Periode: [1975]–

Product: O.a. herstructureringsplannen en daaronder vallende programma’s, PBO-verordeningen zoals Herstructurering Broodbakkerij (PBO-blad 1975, 26; 1984, 21; 1990, 13)

Opmerking: Het aangegeven aanvangsjaar is indicatief.

Waardering: B 1

Handeling: Het uitwerken van herstructureringsplannen in sectoren van de agrarische verwerking en afzet

Bron: Bedrijfstakverkenning VG-industrie 1980; Jaarverslag SHB 1996

Periode: [1975]–

Opmerking: Soms wordt maar een deel van een herstructureringsplan uitgewerkt, zoals de Onderzoeks- en Ontwikkelingsprogramma’s (zie rubriek Innovatie). Het aangegeven aanvangsjaar is indicatief.

Waardering: B 1

Handeling: Het ontwikkelen van herstructureringsplannen in sectoren van de agrarische verwerking en afzet

Grondslag:

Bron: Instellingsbeschikkingen structuurcommissies, zoals voor de vleesindustrie (Stcrt. 1981, 81) Economische structuurnota; Bedrijfstakverkenning VG-industrie 1980

Periode: [1975]–

Produkt: O.a. herstructureringsplannen en daaronder vallende programma’s, PBO-verordeningen zoals Herstructurering Broodbakkerij (PBO-blad 1975, 26; 1984, 21; 1990, 13)

Opmerking: Het aangegeven aanvangsjaar is indicatief

Waardering: B 1

Handeling: Het opstellen van Integrale Structuurplannen Noorden des Lands

Grondslag: Besluit Organisatie Integraal Structuurplan Noorden des Lands, art. 1.2a-b

Periode: 1973–

Product: Integraal Structuurplan Noorden des Lands

Waardering: B 1

Handeling: Het adviseren van de Minister van Economische Zaken (EZ) over het toewijzen van ISP-middelen aan bij de uitvoering van het ISP betrokken Ministeries en provincies

Bron: Integraal Structuurplan Noorden des Lands. 1978-1979, blz. 200

Periode: 1973–1993

Waardering: V, 5 jaar

Minister van Financiën

Handeling: Het benoemen van bestuursleden van het Borgstellingsfonds voor de Landbouw alsmede van de secretaris en (vanaf 1990) de secretaris-penningmeester

Grondslag: Statuten Borgstellingsfonds, art. 5

Periode: 1951–1989

Opmerking: De Minister van Financiën benoemde (tot 1989) de penningmeester, terwijl de voorzitter werd benoemd door de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit. Benoeming van de secretaris en de secretaris-penningmeester (adviserend) geschiedt door de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

Waardering: V, 2 jaar na einde betrekking

Handeling: Het beheren van de gelden van het Borgstellingsfonds voor de Landbouw

Bron: boek ‘Niet alle borgen zijn gelijk’

Periode: 1951–1989

Waardering: V, 20 jaar

Handeling: Het instellen van de werkgroep ‘Fiscale opties bij herstructurering op bedrijfsniveau in de land- en tuinbouw’

Grondslag: regeerakkoord 1998, hfdst. IV (Ruimtelijk-economische inrichting en milieu), paragraaf 7 (Plattelandsbeleid, land- en tuinbouw, bio-industrie), als geciteerd in rapport ‘Fiscale opties bij herstructurering op bedrijfsniveau in de land- en tuinbouw’

Periode: 1999–

Product: Instellingsbeschikking werkgroep Fiscale opties bij herstructurering op bedrijfsniveau in de land- en tuinbouw (Stcrt. 1999, 44)

Opmerking: De formele bevoegdheid ligt bij de staatssecretaris

Waardering: B 1

Handeling: Het benoemen van leden van de werkgroep ‘Fiscale opties bij herstructurering op bedrijfsniveau in de land- en tuinbouw’

Periode: 1999–

Opmerking: De formele bevoegdheid ligt bij de staatssecretaris

Waardering: V, 2 jaar

Handeling: Het verlenen van een bijdrage aan getroffenen van de stormvloedramp

Grondslag: Wet op de watersnoodschade 1953, art. 2

Periode: 1953–1978

Opmerking: Deze handeling is opgenomen in het rapport Materiele oorlogs- en watersnoodschade (nummer 128)

Waardering: B 6

Handeling: Het instellen van rampschadebureaus en het aanwijzen van ambtsgebieden

Grondslag: Wet op de watersnoodschade 1953, art. 4.1

Periode: 1953–

Waardering: B 4 en 6

Handeling: Het aanwijzen van het hoofd van het rampschadebureau

Grondslag: Wet op de watersnoodschade 1953, art. 4.2

Periode: 1953–1960

Opmerking: Deze handeling is opgenomen in het rapport Materiele oorlogs- en watersnoodschade (nummer 128)

Waardering: B 4 en 6

Handeling: Het aanwijzen van een vastellend orgaan voor het toezicht op de rampschadebureaus

Grondslag: Wet op de watersnoodschade 1953, art. 4.3

Periode: 1953–1960

Opmerking: Deze handeling is opgenomen in het rapport Materiele oorlogs- en watersnoodschade (nummer 128). Dit orgaan is bevoegd aan de hoofden van de bureaus instructies te geven omtrent de uitvoering van hun taak.

Waardering: B 5 en 6

Handeling: Het opstellen van regels over de fiscale aftrek van watersnoodschade

Grondslag: Wet op de waternoodschade 1953, art. 14

Periode: 1953–1960

Opmerking: In overeenstemming met Ministers van WV en LNV. Deze handeling is opgenomen in het rapport Materiele oorlogs- en watersnoodschade (nummer 128)

Waardering: B 5 en 6

Handeling: Het vaststellen van normen voor de afschrijving van heraanschrijvingskosten

Grondslag: Wet op de waternoodschade 1953, art. 16.2

Periode: 1953–1960

Opmerking: In overeenstemming met Ministers van VROM en LNV. Deze handeling is opgenomen in het rapport Materiele oorlogs- en watersnoodschade (nummer 128)

Waardering: B 5 en 6

Handeling: Het in een beschikking geven van voorschriften omtrent de berekening, de vaststelling en de uitbetaling van de vergoeding voor geleden schade

Grondslag: Wet op de waternoodschade 1953, art. 24

Periode: 1953–1960

Opmerking: In overeenstemming met Ministers van VROM en LNV. Deze handeling is opgenomen in het rapport Materiele oorlogs- en watersnoodschade (nummer 128)

Waardering: B 5 en 6

Handeling: Het opstellen van regels omtrent de wijze waarop de betaalbaarstelling van de bijdrage plaatsvindt

Grondslag: Wet op de waternoodschade 1953, artt. 37 en 43

Periode: 1953–1960

Opmerking: Ingeval meer dan een persoon rechthebbende is, alsmede omtrent de wijze waarop de verdeling van de bijdrage plaatsvindt. Deze handeling is opgenomen in het rapport Materiele oorlogs- en watersnoodschade (nummer 128)

Waardering: B 5 en 6

Handeling: Het vaststellen van voorschriften omtrent de uitvoering van de Wet op de watersnoodschade 1953

Grondslag: Wet op de waternoodschade 1953, art. 61

Periode: 1953–1960

Product: Besluit van 13 juli 1959, houdende een algemene maatregel van bestuur tot vaststelling van het tijdstip, bedoeld in artikel 3.1 der Wet op de Watersnoodschade 1953 en artikel 1 der Wet op de Financiering Stormvloedschade Publiekrechtelijke Lichamen, Stb. 1959, 224

Opmerking: In overeenstemming met Ministers van WV en LNV. Deze handeling is opgenomen in het rapport Materiele oorlogs- en watersnoodschade (nummer 128)

Waardering: B 5 en 6

Handeling: Het inventariseren en beoordelen van opties voor het wegnemen van eventueel bestaande fiscale belemmeringen voor landbouwstructurele maatregelen op bedrijfsniveau

Grondslag: Instellingsbeschikking werkgroep Fiscale opties bij herstructurering op bedrijfsniveau in de land- en tuinbouw

Periode: 1999–

Opmerking: rapport ‘Fiscale opties bij herstructurering op bedrijfsniveau in de land- en tuinbouw’

Waardering: B 1

Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen (OC&W)

Handeling: Het benoemen van bestuursleden, leden, adviserende leden en een secretaris van de Nationale Raad voor Landbouwkundig Onderzoek

Grondslag: Instellingsbeschikking Nationale Raad voor het Landbouwkundig Onderzoek, art. 5. 2; Regeling Nationale Raad voor Landbouwkundig Onderzoek, art. 6

Periode: 1986–

Opmerking: De benoeming geldt voor vijf jaar. De Ministers van VROM en OC&W benoemen er ieder één.

Waardering: V, 5 jaar na einde betrekking

Handeling: Het toetsen van meerjarenprogramma’s van de programmacommissies op agrarisch terrein en het adviseren van de betrokken Ministers

Bron: Eindverslag Innovatiegericht Onderzoeksprogramma Biotechnologie (IOP-b)

Periode: 1985–

Waardering: V 10 jaar

Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW)

Handeling: Het voorbereiden, vaststellen en evalueren van het beleid betreffende directe en indirecte inkomensondersteuning voor landbouwers

Periode: 1970–

Waardering: B 1 en 2

Handeling: Het vaststellen, wijzigen en intrekken van regelgeving betreffende inkomensondersteuning voor landbouwers bij omscholing

Periode: 1965–

Product: Bijdrageregeling bij omscholing samengaand met beroepsovergang uit de landbouw (Stcrt. 1970, 125); Bijdrageregeling voor oudere agrarische medewerkers (Stcrt. 1970, 125); Regeling stimulering combinatiebanen (Stcrt. 1986, 158); Vergoedingsregeling voor uittreding van werknemers in de landbouw (Stcrt. 1988, 114); Beschikking tijdelijke inkomenssteun in de akkerbouw (Stcrt. 1990, 147)

Waardering: B 1

Handeling: Het vaststellen, wijzigen en intrekken van regelgeving betreffende inkomensondersteuning voor landbouwers in het kader van uittreding en afvloeiing

Periode: 1970–

Product: Bijdrageregeling voor oudere agrarische medewerkers (Stcrt. 1970, 125); Vergoedingsregeling voor uittreding van werknemers in de landbouw (Stcrt. 1988, 114)

Waardering: B 1

Handeling: Het vaststellen, wijzigen en intrekken van regelgeving betreffende ondersteuning voor Landelijke stichtingen in het kader van de vorming van combinatiebanen voor landbouwers

Periode: 1986–1987

Product: Regeling stimulering combinatiebanen (Stcrt. 1986, 158)

Waardering: B 1

Handeling: Het aangaan van het Arbo-convenant Agrarische Sectoren

Bron: Evaluatieonderzoek Arbo-convenant Agrarische Sectoren 1994–1999, blz. 1

Periode: 1994

Product: Arbo-convenant Agrarische Sectoren

Opmerking: Het convenant werd met de sociale partners in de agrarische sector aangegaan.

Waardering: V, 5 jaar na einde convenant

Handeling: Het verlenen van een financiële bijdrage aan de tenuitvoerlegging van projecten ter verbetering van de arbeidsomstandigheden in de agrarische sector

Grondslag: Arbo-convenant Agrarische Sectoren, artt.3 en 29.1

Periode: 1994–1999

Opmerking: Ook de sociale partners deden hieraan mee.

Waardering: V, 10 jaar

Handeling: Het uitvoeren van projecten ten behoeve van de uitvoering van het Arbo-convenant Agrarische Sectoren

Grondslag: Arbo-convenant Agrarische Sectoren, art. 3.1

Periode: 1994–1999

Opmerking: De sociale partners leverden hieraan ook een bijdrage.

Waardering: V, 10 jaar na afloop project

Handeling: Het instellen van de Stuurgroep Arbo-convenant Agrarische Sectoren

Grondslag: Arbo-convenant Agrarische Sectoren, art. 26.1

Periode: 1994–1994

Opmerking: Ook de sociale partners zijn bij de instelling van deze stuurgroep betrokken.

Waardering: B 4

Minister van Verkeer en Waterstaat

Handeling: Het opstellen van programma’s voor milieuvriendelijke technologie die mede van toepassing is op de agrarische verwerking en afzet

Bron: Toelichting Stimuleringsregeling ontwikkeling en toepassing milieutechnologie

Periode: [1975]–

Product: Bijv. Stimuleringsregeling ontwikkeling en toepassing milieutechnologie (Stcrt. 1988, 252)

Opmerking: Op het gebied van bestrijdingstechnieken van waterverontreiniging bij de bron werd voor 1988 al jarenlang samengewerkt tussen VROM, LNV en VW. Het aangegeven aanvangsjaar is indicatief.

Waardering: B 1

Minister van Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieu (VROM)

Handeling: Het aangaan van de bestuursovereenkomst Plattelandsontwikkelingsplan Nederland. (POP)

Bron: Plattelandsontwikkelingsplan Nederland 2000–2006, blz. 113; Persbericht ‘Bestuursovereenkomst POP ondertekend.’ Ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij. 2001.

Periode: 2001–

Product: Bestuursovereenkomst POP

Opmerking: Ook Gedeputeerde Staten zijn partij bij een dergelijke overeenkomst.

Waardering: B 5

Handeling: Het stellen van voorwaarden aan het betaalbaarstellen van bijdragen wegens herstelschade aan onroerend goed

Grondslag: Wet op de waternoodschade 1953, art 30.1

Periode: 1953–1960

Product: Bepalingen

Waardering: Vervallen

Handeling: Het verlenen van ontheffingen voor de bouw van een onroerend goed in een andere gemeente dan waarin het pand waarop de bijdrage betrekking heeft, gelegen was

Grondslag: Wet op de waternoodschade 1953, art 30.3

Periode: 1953–1960

Product: Ontheffingen, beschikkingen

Waardering: Vervallen

Handeling: Het geven van aanwijzingen voor de uitvoering van de werkzaamheden op basis waarvan de bijdrage wegens schade aan onroerend goed wordt uitbetaald

Grondslag: Wet op de waternoodschade 1953, art 31

Periode: 1953–1960

Product: Aanwijzingen

Waardering: Vervallen

Handeling: Het, in geval van onherstelbare schade aan een gebouwd onroerend goed, bepalen in hoeverre de bijdrage zal worden aangewend ter voldoening van een hypothecaire vordering

Grondslag: Wet op de waternoodschade 1953, art 38

Periode: 1953–1960

Product: Beschikkingen

Waardering: Vervallen

Handeling: Het opstellen van programma’s voor milieuvriendelijke technologie die mede van toepassing is op de agrarische verwerking en afzet

Bron: Toelichting Stimuleringsregeling ontwikkeling en toepassing milieutechnologie

Periode: [1975] –

Product: Bijv. Stimuleringsregeling ontwikkeling en toepassing milieutechnologie (Stcrt. 1988, 252)

Opmerking: Op het gebied van bestrijdingstechnieken van waterverontreiniging bij de bron werdvoor 1988 al jarenlang samengewerkt tussen VROM, LNV en VW. Het aangegeven aanvangsjaar is indicatief.

Waardering: B 1

Productschap Vee en Vlees en Productschap Pluimvee en Eieren (PVV/PPE)

Handeling: Het opleggen van heffingen aan boeren en tuinders om exploitatietekorten van proefstations en regionale onderzoekscentra te financieren

Periode: 1979–

Product: PZ-verordeningen

Waardering: V, 7 jaar

Handeling: Het ontwikkelen van herstructureringsplannen in sectoren van de agrarische verwerking en afzet

Bron: Economische structuurnota; Bedrijfstakverkenning VG-industrie 1980

Grondslag: Instellingsbeschikkingen structuurcommissies, zoals voor de vleesindustrie (Stcrt. 1981, 81)

Periode: [1975]–

Product: O.a. herstructureringsplannen en daaronder vallende programma’s, PBO-verordeningen zoals Herstructurering Broodbakkerij (PBO-blad 1975, 26; 1984, 21; 1990, 13)

Opmerking: Het aangegeven aanvangsjaar is indicatief. Bijv. PGZP en PVV.

Waardering: B 1

Handeling: Het vaststellen of bekrachtigen van herstructureringsplannen voor sectoren van de agrarische verwerking en afzet

Bron: Economische structuurnota

Periode: [1975]–

Product: Herstructureringsplannen, PBO-verordeningen

Opmerking: Bekrachtiging impliceert (mede)financiering, waartoe kaderregelingen worden ingesteld; de uitvoering ervan komt in veel gevallen onder autonomie van de NEHEM te berusten. Het aangegeven aanvangsjaar is indicatief.

Waardering: B 1

Handeling: Het uitwerken van herstructureringsplannen in sectoren van de agrarische verwerking en afzet

Bron: Bedrijfstakverkenning VG-industrie 1980; Jaarverslag SHB 1996

Periode: [1975]–

Opmerking: Soms wordt maar een deel van een herstructureringsplan uitgewerkt, zoals de Onderzoeks- en Ontwikkelingsprogramma’s (zie rubriek Innovatie). Het aangegeven aanvangsjaar is indicatief.

Waardering: B 1

Handeling: Het voorbereiden, vaststellen en evalueren van het beleid op het gebied van de innovatie ten behoeve van de agrarische verwerking en afzet

Bron: Begrotingen

Periode: [1968]–

Product: O.a. ‘Notitie agrificatie’ (directie I&H, 1993)

Opmerking: Het Landbouwschap stelde de Taakgroep Agrificatie in ter bevordering van de aansluiting tussen akkerbouwsector, industrie en markt. Het aangegeven aanvangsjaar is indicatief.

Waardering: B 1

Raad van Toezicht van de Stichting DLO (DLO/WUR)

Handeling: Het vaststellen van een bestuurs- en beheerreglement ter regeling van het bestuur, het beheer en de inrichting van de Stichting Dienst Landbouwkundig Onderzoek

Grondslag: Statuten Stichting Dienst Landbouwkundig Onderzoek, art. 7A.1

Periode: 1999–

Waardering: B 4

Handeling: Het vaststellen van het onderzoeksplan en de begroting

Bron: 1999–

Grondslag: Statuten Stichting Dienst Landbouwkundig Onderzoek, art. 7B.2

Waardering: B 5

Handeling: Het houden van toezicht op het beleid en het bestuur en op de algemene gang van zaken in de Stichting Dienst Landbouwkundig Onderzoek

Grondslag: Statuten Stichting Dienst Landbouwkundig Onderzoek, art. 8.1

Periode: 1999–

Waardering: B 2

Handeling: Het aanwijzen van een plaatsvervangend voorzitter en secretaris van de raad

Grondslag: Statuten Stichting Dienst Landbouwkundig Onderzoek, art. 8.2

Periode: 1999–

Waardering: V 5 jaar

Handeling: Het vaststellen van een strategisch plan

Grondslag: Statuten Stichting Dienst Landbouwkundig Onderzoek, art. 9A.1

Periode: 1999–

Opmerking: Het strategisch plan wordt tenminste één maal in de vier jaar vastgesteld. In de praktijk komt het er op neer dat er één strategisch plan WUR is en geen apart strategisch plan DLO.

Waardering: B 5

Handeling: Het vaststellen, wijzigen en goedkeuren van de statuten van de Stichting Dienst Landbouwkundig Onderzoek

Grondslag: Statuten Stichting Dienst Landbouwkundig Onderzoek, art. 11.1

Periode: 1999–

Opmerking: Het besluit van de Raad van Toezicht tot statutenwijziging is onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.

Waardering: B 4

Stichting Dienst Landbouwkundig Onderzoek (DLO) (DLO/WUR)

Handeling: Het opstellen van programmavoorstellen voor fundamenteel en toegepast landbouwkundig onderzoek

Grondslag: Regeling subsidie Stichting Dienst Landbouwkundig Onderzoek, art. 4.2

Periode: 1999–

Opmerking: Tot 1999 uitgevoerd door DLO als onderdeel van LNV, sindsdien alleen door DLO als zelfstandige organisatie.

Waardering: B 5

Handeling: Het verrichten van strategisch en toepassingsgericht landbouwkundig onderzoek

Grondslag: Statuten Stichting Dienst Landbouwkundig Onderzoek, art. 2.2a

Periode: 1999–

Opmerking: Tot 1999 uitgevoerd door DLO als onderdeel van LNV, sindsdien alleen door DLO als zelfstandige organisatie.

Waardering: B 5 voor opdracht, tussenrapporten, eindrapporten en publicaties

V, 10 jaar overige neerslag

Handeling: Het toegankelijk maken en overdragen van onderzoeksresultaten van strategisch en toepassingsgericht landbouwkundig onderzoek

Grondslag: Statuten Stichting Dienst Landbouwkundig Onderzoek, art. 2.2b

Periode: 1999–

Opmerking: Tot 1999 uitgevoerd door DLO als onderdeel van LNV, sindsdien alleen door DLO als zelfstandige organisatie. Het toegankelijk maken en overdragen van onderzoek gebeurt onder andere door middel van informatieverstrekking en advisering alsmede het begeleiden en ondersteunen van derden bij toepassing van resultaten van dat onderzoek.

Waardering: B 5

Handeling: Het samenwerken met andere kennisinstellingen (nationaal en internationaal) op gebied van strategisch en toepassingsgericht landbouwkundig onderzoek

Grondslag: Statuten Stichting Dienst Landbouwkundig Onderzoek, art. 2.2c

Periode: 1999–

Opmerking: Tot 1999 uitgevoerd door DLO als onderdeel van LNV, sindsdien alleen door DLO als zelfstandige organisatie.

Waardering: B 5

Handeling: Het leveren van een bijdrage aan de coördinatie van het strategisch en toepassingsgericht onderzoek op nationaal en internationaal niveau

Grondslag: Statuten Stichting Dienst Landbouwkundig Onderzoek, art. 2. 2d

Periode: 1999–

Waardering: B 1

Handeling: Het jaarlijks opstellen van een onderzoeksplan en een begroting

Grondslag: Statuten Stichting Dienst Landbouwkundig Onderzoek, art. 7B.1

Periode: 1999–

Opmerking: De formele bevoegdheid ligt bij het bestuur. Het onderzoeksplan bevat op hoofdlijnen een uitwerking van het strategisch plan naar de voorgenomen onderzoeksactiviteiten voor het volgende boekjaar.

Waardering: B 5

Handeling: Het uitvoeren van onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma’s ter realisatie van de landbouwkundige doelstellingen van de Kaderprogramma’s Onderzoek en Technologische Ontwikkeling

Bron: EU-handboek 1997, blz. 18

Periode: 1999–

Opmerking: Tot 1999 uitgevoerd door DLO als onderdeel van LNV, sindsdien alleen door DLO als zelfstandige organisatie.

Waardering: B 5 voor opdracht, tussenrapporten, eindrapporten en publicaties

V, 10 jaar overige neerslag

Stichting Zeldzame Huisdierrassen

Handeling: Het rapporteren in het kader van het toezicht op handhaving van de Subsidieregeling zeldzame landbouwhuisdierrassen

Grondslag: Subsidieregeling zeldzame landbouwhuisdierrassen, art. 13

Periode: 1998–

Waardering: B 3

Stichtingen Proefstations

Handeling: Het opstellen van een op de praktijkgericht landbouwkundig onderzoeksplan

Bron: Ontwikkelingsplan voor de instituten en proefstations van het Ministerie van Landbouw en Visserij, 1987-1990, blz. 22

Grondslag: Besluit tot regeling van de dienst der Rijkslandbouwproefstations, art. 41

Periode: 1979–

Waardering: B 5

Handeling: Het verrichten van wetenschappelijk, op de praktijk gericht landbouwkundig onderzoek en het leiden en uitvoeren van landbouwkundige proefnemingen

Grondslag: Besluit tot regeling van de dienst der Rijkslandbouwproefstations, art. 4; Wet Stichting Proefstation voor de Varkenshouderij, art. 3.2a

Periode: 1979–

Opmerking: Zie ook nog te verschijnen RIO Algemeen LNV beleid voor uitwerking onderzoekshandelingen.

Waardering: B 5

Handeling: Het publiceren en anderszins uitdragen van de verkregen inzichten en resultaten van het wetenschappelijk, op de praktijk gericht landbouwkundig onderzoek en landbouwkundige proefnemingen

Grondslag: o.a. Wet Stichting Proefstation voor de Varkenshouderij, art. 3.2b

Periode: 1979–

Waardering: B 2

Handeling: Het functioneel begeleiden van de regionale voorlichting ten behoeve van het wetenschappelijk, op de praktijk gericht landbouwkundig onderzoek

Grondslag: o.a. Wet Stichting Proefstation voor de Varkenshouderij, art. 3.2c

Periode: 1979–

Waardering: V, 5 jaar

Stichtingen Regionale Onderzoekscentra

Handeling: Het opstellen van een op de praktijk gericht landbouwkundig onderzoeksplan

Bron: Ontwikelingsplan voor de instituten en proefstations van het Ministerie van Landbouw en Visserij, 1987-1990, blz. 22

Grondslag: Besluit tot regeling van de dienst der Rijkslandbouwproefstations, art. 41

Periode: 1979–

Opmerking: Archieven waarschijnlijk bij verschillende proefstations ondergebracht

Waardering: B 5

Handeling: Het toetsen van landbouwkundige kennis onder uiteenlopende geografische omstandigheden in bedrijfsverband

Bron: Ontwikkelingsplan voor de instituten en proefstations van het Ministerie van Landbouw en Visserij, 1987-1990, blz. 17

Periode: 1979–

Opmerking: Archieven waarschijnlijk bij verschillende proefstations ondergebracht

Waardering: V, 5 jaar.

De Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap is belast met de uitvoering van dit besluit dat met de daarbij behorende selectielijst en toelichting in de Staatscourant zal worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)