Besluit vaststelling selectielijst neerslag handelingen beleidsterrein Landbouwstructuurbeleid vanaf 1945 (Stichting Dienst Landbouwkundig Onderzoek)
Opmerking: De toezichtcomités vallen onder de bevoegdheid en de jurisdictie van de staat. Naast de nationale vertegenwoordigers hebben ook vertegenwoordigers van de andere partners in een programma zitting in een dergelijk comité.
Waardering: V, 2 jaar
Sectoroverstijgende onderwerpen
Handeling: Het benoemen van bestuursleden, leden, adviserende leden en een secretaris van de Nationale Raad voor Landbouwkundig Onderzoek
Grondslag: Instellingsbeschikking Nationale Raad voor het Landbouwkundig Onderzoek, art. 5. 2; Regeling Nationale Raad voor Landbouwkundig Onderzoek, art. 6
Periode: 1986–
Opmerking: De benoeming geldt voor vijf jaar. De Ministers van VROM en OC&W benoemen er ieder één.
Waardering: V, 2 jaar na einde betrekking
Handeling: Het verstrekken van financiële middelen die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de werkzaamheden van de Nationale Raad voor Landbouwkundig Onderzoek
Grondslag: Regeling Nationale Raad voor Landbouwkundig Onderzoek, art. 12
Periode: 1994–
Opmerking: In de instellingsbeschikking is geen artikel opgenomen over financiering van de
NRLO.
Waardering: V, 7 jaar
Handeling: Het regelen van de inzet van personeel voor de uitvoering van de werkzaamheden van de Nationale Raad voor Landbouwkundig Onderzoek
Grondslag: Regeling Nationale Raad voor Landbouwkundig Onderzoek, art. 12
Periode: 1994–
Opmerking: In de instellingsbeschikking is geen artikel opgenomen over personele middelen.
Waardering: V, 2 jaar
Handeling: Het voorbereiden, vaststellen of wijzigen van het beleid op het gebied van landbouwkundig onderzoek
Bron: begrotingen, o.a. Rijksbegroting 1986–1987, nr. 2, blz. 5; HdTK 1987-1988, 19307 5-6-111, blz. 870923
Periode: 1945–
Product: O.a. Ontwikkelingsplan Landbouwkundig Onderzoek 1986–1990; Ontwikkelingsplan voor de instituten en proefstations van het Ministerie van Landbouw, 1987–1990.
Opmerking: Hieronder zijn ook begrepen: het afstemmen van het departementale onderzoeksbeleid met het beleid van andere instellingen en organisaties van landbouwkundig onderzoek en het inbrengen van het departementale onderzoeksbeleid in nationale en internationale organen voor onderzoeksbeleid.
Waardering: B 1
Handeling: Het vaststellen of wijzigen van de organisatie van (het beleid inzake) landbouwkundig onderzoek
Periode: 1945–
Opmerking: Het gaat hier om het bewaken van de kwaliteit en vernieuwing van departementale landbouwkundig onderzoek, en het integreren en coördineren van het departementale beleid en het daarop betrekking hebbende beheersbeleid.
Waardering: B 4
Handeling: Het verlenen van financiële bijdragen aan landbouwkundig onderzoek
Bron: Begrotingen
Periode: 1945–
Opmerking: Deze handeling alleen gebruiken als er geen specifieke regeling aan ten grondslag ligt. Het gaat om onderzoek dat ten dienste kan komen aan één of meer agrarische sectoren, zowel praktijk- als toepassingsgericht onderzoek.
Waardering: V, 7 jaar
Handeling: Het (mede)oprichten en instellen van organisaties, raden en commissies voor landbouwkundig onderzoek
Periode: 1945–
Product: O.a. KB tot regeling van de dienst der rijkslandbouwproefstations (Stb. 1926, 109; Stb. 1930, 401; Stb. 1979, 494; Instellingsbeschikking Nationale Raad voor Landbouwkundig Onderzoek (Stcrt 1986, 208); Instelling Programmacommissie Biotechnologie (Stcrt. 1981, 178)
Waardering: B 4
Handeling: Het verstrekken van financiële bijdragen aan organisaties die toepassingsgericht en toegepast landbouwkundig onderzoek uitvoeren
Bron: Begrotingen
Grondslag: O.a. Regeling subsidie Stichting Dienst Landbouwkundig Onderzoek, art. 2; Statuten Stichting Dienst Landbouwkundig Onderzoek, art. 3
Periode: 1945–
Opmerking: Bij de oprichting van de Stichting Dienst Landbouwkundig Onderzoek (DLO) zijn door de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) vermogensbestanddelen beschikbaar gesteld
Waardering: V, 7 jaar
Handeling: Het verstrekken van programma-indicaties en onderzoeksopdrachten aan organisaties die toepassingsgericht en toegepast landbouwkundig onderzoek uitvoeren
Bron: Begrotingen
Grondslag: o.a. Regeling subsidie Stichting Dienst Landbouwkundig Onderzoek, art. 4
Periode: 1945–
Opmerking: De Minister doet o.a. aan de Stichting Dienst Landbouwkundig Onderzoek (DLO) programma-indicaties toekomen, die deze indicaties op hoofdlijnen uitwerkt tot globale programmavoorstellen.
Waardering: B 5
Handeling: Het laten opstellen van programmavoorstellen voor fundamenteel en toegepast landbouwkundig onderzoek
Grondslag: Regeling subsidie Stichting Dienst Landbouwkundig Onderzoek, art. 4.2
Periode: 1945–1999
Opmerking: Tot 1999 uitgevoerd door DLO als onderdeel van LNV, sindsdien alleen door DLO als zelfstandige organisatie.
Waardering: B 5
Handeling: Het vaststellen van programma’s voor fundamenteel en toegepast landbouwkundig onderzoek
Grondslag: Regeling subsidie Stichting Dienst Landbouwkundig Onderzoek, art. 4.8
Periode: 1945–
Opmerking: O.a. de door DLO opgestelde programma’s.
Waardering: B 5
Handeling: Het laten verrichten van strategisch en toepassingsgericht landbouwkundig onderzoek
Grondslag: Statuten Stichting Dienst Landbouwkundig Onderzoek, art. 2.2a
Periode: 1945–1999
Opmerking: Tot 1999 uitgevoerd door DLO als onderdeel van LNV, sindsdien alleen door DLO als zelfstandige organisatie.
Waardering: B 5 voor opdracht, tussenrapporten, eindrapporten en publicaties
V, 10 jaar overige neerslag
Handeling: Het evalueren van de opzet en de uitkomst van uitgevoerde programma’s voor fundamenteel en toegepast landbouwkundig onderzoek
Grondslag: o.a. Regeling subsidie Stichting Dienst Landbouwkundig Onderzoek, art. 18
Periode: 1945–
Opmerking: O.a. de door de Stichting Dienst Landbouwkundig Onderzoek (DLO)uitgevoerde programma’s.
Waardering: B 2
Handeling: Het toegankelijk maken en overdragen van onderzoeksresultaten van strategisch en toepassingsgericht landbouwkundig onderzoek
Grondslag: Statuten Stichting Dienst Landbouwkundig Onderzoek, art. 2.2b
Periode: 1945–1999
Opmerking: Tot 1999 uitgevoerd door DLO als onderdeel van LNV, sindsdien alleen door DLO als zelfstandige organisatie. Het toegankelijk maken en overdragen van onderzoek gebeurt onder andere door middel van informatieverstrekking en advisering alsmede het begeleiden en ondersteunen van derden bij toepassing van resultaten van dat onderzoek.
Waardering: B 5
Handeling: Het samenwerken met andere kennisinstellingen (nationaal en internationaal) op gebied van strategisch en toepassingsgericht landbouwkundig onderzoek
Grondslag: Statuten Stichting Dienst Landbouwkundig Onderzoek, art. 2.2c
Periode: 1945–1999
Opmerking: Tot 1999 uitgevoerd door DLO als onderdeel van LNV, sindsdien alleen door DLO als zelfstandige organisatie.
Waardering: B 5
Handeling: Het beschikbaarstellen van vermogensbestanddelen aan de Stichting Dienst Landbouwkundig Onderzoek
Grondslag: Statuten Stichting Dienst Landbouwkundig Onderzoek, art. 3.1c
Periode: 1999–
Waardering: V, 7 jaar
Handeling: Het goedkeuren van het bestuurs- en beheerreglement van de Stichting Dienst Landbouwkundig Onderzoek
Grondslag: Statuten Stichting Dienst Landbouwkundig Onderzoek, art. 7A. 2
Periode: 1999–
Waardering: V 10 jaar (na intrekking)
Handeling: Het benoemen van de voorzitter en de andere leden van de Raad van Toezicht van de Stichting Dienst Landbouwkundig Onderzoek
Grondslag: Statuten Stichting Dienst Landbouwkundig Onderzoek, art. 8.3a
Periode: 1999–
Opmerking: De benoeming geschiedt voor een periode van ten hoogste vier jaren. De leden van de Raad van Toezicht zijn terstond doch slechts eenmaal hernoembaar
Waardering: V 5 jaar na einde betrekking
Handeling: Het vaststellen van een toelage voor de voorzitter en de andere leden van de Raad van Toezicht van de Stichting Dienst Landbouwkundig Onderzoek
Grondslag: Statuten Stichting Dienst Landbouwkundig Onderzoek, art. 8.3b
Periode: 1999–
Waardering: V, 7 jaar
Handeling: Het vaststellen, wijzigen en goedkeuren van de statuten van de Stichting Dienst Landbouwkundig Onderzoek
Grondslag: Statuten Stichting Dienst Landbouwkundig Onderzoek, art. 11.1
Periode: 1999–
Opmerking: Het besluit van de Raad van Toezicht tot statutenwijziging is onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.
Waardering: B 4
Handeling: Het (voorbereiden van het) instellen van de Stichting Dienst Landbouwkundig Onderzoek
Grondslag: Statuten Stichting Dienst Landbouwkundig Onderzoek, art. 12.1
Periode: 1987–
Produkt: O.a. haalbaarheidsvoorstellen, rapporten, notulen werkgroepen
Opmerking: Dit betreft tevens de verzelfstandigingsoperatie ca. 1990. De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit en de Raad van Toezicht van de Stichting Dienst Landbouwkundig Onderzoek zijn ieder afzonderlijk bevoegd de stichting te ontbinden. Na ontbinding van de stichting blijven de boeken en bescheiden van de ontbonden stichting gedurende de door de wet bepaalde termijn onder berusting van de door de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit aangewezen persoon.
Waardering: B 4
Handeling: Het vaststellen van de bevoegdheden van de leidinggevenden van een proefstation
Grondslag: Besluit tot regeling van de Dienst der Rijkslandbouwproefstations, artt. 10 en 11
Periode: 1945–1979
Waardering: V 5 jaar na vaststelling
Handeling: Het benoemen van leidinggevenden en het aanwijzen van ambtenaren van een proefstation
Grondslag: Besluit tot regeling van de dienst der Rijkslandbouwproefstations, artt. 11, 16,17 en 50; Wet Stichting Proefstation voor de Varkenshouderij, art. 4.2-4
Periode: 1945–1998
Waardering: V, 2 jaar
Handeling: Het machtigen van de leidinggevenden van proefstations voor landbouwkundig onderzoek en van het Bodemkundig Instituut tot het benoemen, schorsen en ontslaan van de rijkswerklieden
Grondslag: Besluit tot regeling van de dienst der Rijkslandbouwproefstations, artt. 18, 22 en 49
Periode: 1945–1979
Waardering: V, 5 jaar
Handeling: Het verlenen van toestemming aan de leidinggevenden en de ambtenaren van proefstations voor landbouwkundig onderzoek tot het bekleden van een ander ambt en het uitoefenen van een ander beroep
Grondslag: Besluit tot regeling van de dienst der Rijkslandbouwproefstations, art. 19
Periode: 1945–1979
Waardering: V, 5 jaar
Handeling: Het opstellen van de instructies voor de hoofddirecteur, de directeuren, de wetenschappelijke ambtenaren en de rekenplichtige ambtenaren van de proefstations voor landbouwkundig onderzoek en voor de directeur en de wetenschappelijke ambtenaren van het Bodemkundig Instituut
Grondslag: Besluit tot regeling van de dienst der Rijkslandbouwproefstations, artt. 20 en 23
Periode: 1945–1979
Opmerking: De hoofddirecteur is bij de wijziging van 1930 toegevoegd
Waardering: B 4
Handeling: Het voordragen van een voorzitter, leden en een secretaris van de commissie van advies voor de proefstations van landbouwkundig onderzoek en het Bodemkundig Instituut, alsmede van haar subcommissies
Grondslag: Besluit tot regeling van de dienst der Rijkslandbouwproefstations, artt. 24, 26, 27, 28, 29, 30
Periode: 1945–1979
Opmerking: De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit voerde overleg met landbouworganisaties en andere lichamen omtrent de samenstelling van de commissie van advies. De commissie was verdeeld in twee subcommissies. Om de twee jaar trad een deel van de leden van de subcommissies af. De commissie van advies had een secretaris. Deze werd benoemd voor een periode van 6 jaar.
Waardering: V, 2 jaar
Handeling: Het bepalen van de hoogte van het bedrag voor de vergoeding van werkzaamheden en de bureaukosten van de secretaris van de commissie van advies voor de proefstations van landbouwkundig onderzoek en het Bodemkundig Instituut
Grondslag: Besluit tot regeling van de dienst der Rijkslandbouwproefstations, art. 31
Periode: 1945–1979
Opmerking: De commissie werd hierover gehoord.
Waardering: V, 7 jaar
Handeling: Het goedkeuren van het huishoudelijk reglement van een proefstation
Grondslag: Besluit tot regeling van de dienst der Rijkslandbouwproefstations, artt. 14 en 50
Periode: 1945–1979
Waardering: V, 5 jaar
Handeling: Het goedkeuren van besluiten van het bestuur van een proefstation
Grondslag: o.a. Wet Stichting Proefstation voor de Varkenshouderij, artt. 8,17 en 19
Periode: 1979–
Opmerking: Het betreft besluiten zoals de ontbinding van de stichting; wijzigen van statuten; het sluiten van bepaalde overeenkomsten; het vestigen en beëindigen van zakelijke rechten; het aangaan van geldleningen en daden.
Waardering: B 5
Handeling: Het bepalen van het gebied, waarop de onderzoeken van elk van de afdelingen van de commissie van advies voor de proefstations van landbouwkundig onderzoek en het Bodemkundig Instituut zich zullen bewegen
Grondslag: Besluit tot regeling van de dienst der Rijkslandbouwproefstations, art. 40
Periode: 1945–1979
Waardering: B 5
Handeling: Het geven van voorschriften voor het opmaken van de werkplannen van de proefstations voor landbouwkundig onderzoek en het Bodemkundig Instituut
Grondslag: Besluit tot regeling van de dienst der Rijkslandbouwproefstations, art. 43
Periode: 1945–1979
Opmerking: Werkplannen moesten gericht zijn op vragen die zich voordeden in verband met de praktijk van de akker- en weidebouw, de zuivelbereiding en de veevoeding.
Waardering: B 5 werkplannen
V, 10 jaar voorschriften
Handeling: Het vaststellen van een vergoeding voor onderzoeken en proefnemingen die plaatsvinden op aanvraag van bijzondere instellingen of personen
Grondslag: Besluit tot regeling van de dienst der Rijkslandbouwproefstations, artt.45 en 56
Periode: 1945–1979
Opmerking: Ook de wijze van invordering en verantwoording van deze vergoeding werd geregeld door de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit.
Waardering: V, 7 jaar
Handeling: Het vaststellen van de methoden van het controle-onderzoek
Grondslag: Besluit tot regeling van de dienst der Rijkslandbouwproefstations, art. 54
Periode: 1945–1979
Opmerking: De vastgestelde methoden waren bij de betrokken proefstations voor het controle-onderzoek aanwezig tegen een door de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit te bepalen prijs. Wijzigingen en aankondigingen werden in de Staatscourant aangekondigd.
Waardering: B 5
Handeling: Het vaststellen van een reglement met betrekking tot de uitvoering van onderzoeken door een proefstation voor controle-onderzoek
Grondslag: Besluit tot regeling van de dienst der Rijkslandbouwproefstations, art. 55
Periode: 1945–1979
Waardering: B 5
Handeling: Het houden van toezicht op de proefstations en het Bodemkundig Instituut
Grondslag: Besluit tot regeling van de dienst der Rijkslandbouwproefstations, art. 57
Periode: 1945–1979
Opmerking: De formele bevoegdheid ligt bij de Directeur-Generaal van de Landbouw
Waardering: B 2
Handeling: Het verrichten van wetenschappelijk, op de praktijk gericht landbouwkundig onderzoek en het leiden en uitvoeren van landbouwkundige proefnemingen
Grondslag: Besluit tot regeling van de dienst der Rijkslandbouwproefstations, art. 4; Wet Stichting Proefstation voor de Varkenshouderij, art. 3.2a
Periode: 1945–1979
Waardering: B 5
Handeling: Het publiceren en anderzins uitdragen van de verkregen inzichten en resultaten van het wetenschappelijk, op de praktijk gericht landbouwkundig onderzoek en landbouwkundige proefnemingen
Grondslag: o.a. Wet Stichting Proefstation voor de Varkenshouderij, art. 3.2b
Periode: 1945–1979
Waardering: B 2
Handeling: Het functioneel begeleiden van de regionale voorlichting ten behoeve van het wetenschappelijk, op de praktijk gericht landbouwkundig onderzoek
Grondslag: o.a. Wet Stichting Proefstation voor de Varkenshouderij, art. 3.2c
Periode: 1945–1979
Waardering: V, 5 jaar
Handeling: Het toetsen van landbouwkundige kennis onder uiteenlopende geografische omstandigheden in bedrijfsverband
Bron: Ontwikkelingsplan voor de instituten en proefstations van het Ministerie van Landbouw en Visserij, 1987-1990, blz. 17
Periode: 1945–1979
Waardering: V, 5 jaar
Handeling: Het verlenen van financiële bijdragen aan proefstations en regionale onderzoekscentra (ROC’s)
Bron: Begrotingen
Grondslag: o.a. Regeling Subsidievoorwaarden regionale onderzoekscentra, art. 2
Periode: 1979–1999
Opmerking: Het jaarlijks exploitatietekort werd voor 50% door de overheid en voor 50% door het bedrijfsleven gedekt. Met de Regeling Subsidievoorwaarden regionale onderzoekscentra (Stcrt. 1990, 110) werd beoogd uniformiteit en duidelijkheid te scheppen omtrent de voorwaarden waaronder deze bijdragen konden worden verleend. De regeling beoogde in beginsel geen aanzienlijke wijzigingen.
Waardering: V, 7 jaar
Handeling: Het goedkeuren van de bestemming van het batig liquidatiesaldo bij beëindiging van een proefstation of regionaal onderzoekscentrum
Grondslag: o.a. Regeling Subsidievoorwaarden regionale onderzoekscentra, art. 19; Wet Stichting Proefstation voor de Varkenshouderij, art. 19.2
Periode: 1990–
Waardering: V, 7 jaar
Handeling: Het instellen van programmacommissies in het kader van het innovatiegerichte onderzoeksprogramma (IOP) op agrarisch gebied
Bron: Eindverslag Innovatiegericht Onderzoeksprogramma Biotechnologie (IOP-b)
Periode: 1985–
Opmerking: De Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) stelde de Programmacommissie voor Biotechnologie in (behandeld in een specifiek contextrapport) en (samen met Economische Zaken) de Programmacommissie IOP-Koolhydraten.
Waardering: B 4
Handeling: Het benoemen van leden van programmacommissies in het kader van het innovatiegerichte onderzoeksprogramma (IOP) op agrarisch gebied
Bron: Eindverslag Innovatiegericht Onderzoeksprogramma Biotechnologie (IOP-b)
Periode: 1985–
Waardering: V, 2 jaar
Handeling: Het (mede) subsidiëren van innovatiegerichte onderzoeksprogramma’s (IOP’s) op agrarisch gebied
Bron: Eindverslag Innovatiegericht Onderzoeksprogramma Biotechnologie (IOP-b)
Periode: 1985–
Opmerking: Een voorbeeld is de vijfjarige subsidie voor het werkplan 1986–1991 van de PcBL. Programma’s voor koolhydratenchemie en de industriële eiwitten worden samen met EZ gefinancierd. Projecten binnen zo’n programma kunnen o.m. betrekking hebben op de plantaardige productiesector, gewasbescherming, meststoffen en agrificatie. De onderzoeksprogramma’s worden o.a. uitgevoerd door DLO, LUW en TNO. De Minister heeft een inhoudelijke inbreng via de beoordelingscommissie.
Waardering: V, 15 jaar
Handeling: Het opstellen van onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma’s om aanspraak te maken op een Europese bijdrage in de kosten van onderzoek en technologische ontwikkeling
Grondslag: Besluit van het Europees Parlement en de Raad betreffende het vijfde kaderprogramma van de Europese Gemeenschap voor activiteiten op het gebied van onderzoek, technologische ontwikkeling en demonstratie (1998–2002), art. 3.2; Besluit van de Raad betreffende de regels inzake de deelneming van ondernemingen, onderzoekscentra en universiteiten, en inzake de verspreiding van de onderzoeksresultaten ter uitvoering van het vijfde kaderprogramma van de Europese Gemeenschap (1998–2002), art. 11.1
Periode: 1957–
Product: Onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma’s
Waardering: B 1
Handeling: Het uitvoeren van onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma’s ter realisatie van de landbouwkundige doelstellingen van de Kaderprogramma’s Onderzoek en Technologische Ontwikkeling
Bron: EU-handboek 1997, blz. 18
Periode: 1957–
Opmerking: Tot 1999 uitgevoerd door DLO als onderdeel van LNV, sindsdien alleen door DLO als zelfstandige organisatie.
Waardering: B 5 voor opdracht, tussenrapporten, eindrapporten en publicaties
V, 10 jaar overige neerslag
Handeling: Het voorbereiden, vaststellen of wijzigen van het beleid op het gebied van de landbouwvoorlichting
Periode: 1945–
Waardering: B 1
Handeling: Het verlenen van subsidies ten behoeve van de landbouwvoorlichting
Bron: Begrotingen
Periode: 1945–2000
Opmerking: Deze handeling alleen gebruiken als er geen specifieke regeling aan ten grondslag ligt. O.a. subsidies aan de Stichting Huishoudelijke Voorlichting ten Plattelande (HVP), Stichting Technisch Jongerenwerk, Stichting Uitvoering Landbouwmaatregelen (STULM).
Waardering: V, 7 jaar
Handeling: Het verlenen van bijdragen in programmafinanciering ten behoeve van de landbouwvoorlichting
Bron: Begrotingen
Periode: 1997–
Waardering: V, 5 jaar
Handeling: Het (mede) oprichten en instellen van organisaties, raden en (advies)commissies voor de landbouwvoorlichting
Periode: 1945–1990
Product: Bijv. Instellingsbesluit adviescommissie Landbouwvoorlichting (Stcrt. 1988, 177)
Opmerking: Met de verzelfstandiging van DLV kon deze handeling worden afgesloten.
Waardering: B 4
Handeling: Het benoemen van leden van raden en (advies)commissies op het gebied van de landbouwvoorlichting
Periode: 1945–1990
Opmerking: Met de verzelfstandiging van DLV kon deze handeling worden afgesloten.
Waardering: V, 2 jaar
Handeling: Het geven van voorlichting, advies en begeleiding op het gebied van de techniek, de economie, de productie en de teelt aan ondernemers in de agrarische sector
Grondslag: Wet Stichting Landbouwvoorlichting, art. 2.3
Periode: 1945–1990
Opmerking: Vanaf 1998 door zelfstandige DLV Adviesgroep NV.
Waardering: B 5 voor 1 exemplaar van het eindproduct
V, 5 jaar overige neerslag
Handeling: Het aanwijzen van de ambtsgebieden van rijkslandbouwconsulenten
Grondslag: KB 20-5-1914 nr. 55
Periode: 1914–1970
Product: Aanwijzingsbeschikkingen, bijv.:Stcrt. 1947, 158 en 168 en Stcrt. 1953, 158
Waardering: V, 5 jaar
Handeling: Het voeren van overleg met betrekking tot problemen op het gebied van de landbouwvoorlichting in de betrokken provincies
Grondslag: o.a. Besluit instelling Provinciale Landbouwvoorlichtingsraad in Zuidholland, art. 1; Besluit instelling Provinciale Landbouwvoorlichtingsraad in Noordholland, art. 1
Periode: 1955–1995
Opmerking: De formele bevoegdheid ligt bij de directeur Landbouw, Natuur en Openluchtrecreatie (LNO).
Waardering: B 5
Handeling: Het verlenen van subsidie aan instellingen die agrarisch-sociale voorlichting geven
Grondslag: Subsidieregeling agrarisch-sociale voorlichting, art. 3
Periode: 1956–1997
Waardering: V, 7 jaar
Handeling: Het voorbereiden en vaststellen van (subsidie)regelingen ten behoeve van sociaal-economische voorlichting
Bron: Begrotingen
Grondslag: EG Richtlijn betreffende de sociaal-economische voorlichting en scholing van de personen die in de landbouw werkzaam zijn, art. 5
Periode: 1963–1990
Product: Subsidieregeling ten behoeve van sociaal-economische voorlichting (geregeld bij de brief LBZ 5876 van 10 mei 1963); subsiedieregeling economisch-sociale voorlichting (Stcrt. 1967, 86, gewijzigd: Stcrt. 1973, 22; Stcrt. 1977, 140); Beschikking bijdrageregeling sociaal-economische voorlichting (Stcrt. 1977, 140, gewijzigd: Stcrt. 1989, 20)
Waardering: B 5
Handeling: Het verlenen van financiële bijdragen aan door de Minister aangewezen en erkende instellingen ten behoeve van sociaal-economische voorlichting
Grondslag: Subsidieregeling ten behoeve van sociaal-economische voorlichting; Subsidieregeling economisch-sociale voorlichting 1967, art. 2; Beschikking bijdrageregeling sociaal-economische voorlichting, art. 2; Bijdrageregeling sociaal-economische voorlichting 1988, art.2
Periode: 1963–
Opmerking: Aan de instellingen wordt onder meer subsidie verleend voor de kosten van salarissen en apparaatkosten.
Waardering: V, 5 jaar
Handeling: Het rapporteren aan de Europese Commissie over nationale maatregelen betreffende de sociaal-economische voorlichting
Grondslag: EG Richtlijn betreffende de sociaal-economische voorlichting en scholing van de personen die in de landbouw werkzaam zijn, art.16
Periode: 1972–
Opmerking: De EC bundelt de nationale rapporten in een jaarverslag en legt deze voor aan het Europese Parlement.
Waardering: V, 5 jaar
Handeling: Het aanwijzen en erkennen van instellingen ten behoeve van sociaal-economische voorlichting
Grondslag: Beschikking bijdrageregeling sociaal-economische voorlichting, art. 2
Periode: 1977–
Waardering: B 4
Handeling: Het verlenen van een bijdrage aan projecten die het gebruik van milieu- en natuurvriendelijke landbouwproductiemethoden bevorderen
Grondslag: Bijdrageregeling demonstratie- en bewustmakingsprojecten milieu- en natuurvriendelijke landbouwproduktiemethoden, art. 2
Periode: 1994–1999
Opmerking: De directeur LASER was belast met de uitvoering van de regeling en besliste namens de Minister op de aanvraag.
Waardering: V, 7 jaar na eindafrekening
Handeling: Het verlenen van een additionele LNV-bijdrage aan projecten die de uitvoering van nationale beleidsspeerpunten ondersteunen
Grondslag: Bijdrageregeling demonstratie- en bewustmakingsprojecten milieu- en natuurvriendelijke landbouwproduktiemethoden, art. 7.1
Periode: 1994–1999
Waardering: V, 7 jaar na eindafrekening
Handeling: Het vaststellen van het bedrag dat aan de additionele LNV-bijdragen ten behoeve van de bevordering van milieu- en natuurvriendelijke landbouwproductiemethoden wordt besteed
Grondslag: Bijdrageregeling demonstratie- en bewustmakingsprojecten milieu- en natuurvriendelijke landbouwproduktiemethoden, art. 7.2b
Periode: 1994–1999
Waardering: V, 7 jaar na eindafrekening
Handeling: Het voorbereiden, vaststellen en evalueren van het beleid betreffende de modernisering van de landbouwbedrijven
Periode: 1945–
Waardering: B 1-2
Handeling: Het voorbereiden en vaststellen van regelgeving betreffende de modernisering van de landbouwbedrijven
Periode: 1945–
Product: Investeringsregeling markt en concurrentiekracht (Stcrt. 1997, 131)
Waardering: B 5
Handeling: Het per kalenderjaar of per aanvraagperiode bepalen welke investeringskosten niet subsidiabel zijn in het kader van de Investeringsregeling markt en concurrentiekracht
Grondslag: Investeringsregeling markt en concurrentiekracht, art. 6.2-2
Periode: 1997–
Waardering: V, 15 jaar
Handeling: Het per kalenderjaar of per aanvraagperiode vaststellen van een afwijkend subsidiepercentage voor bepaalde categorieën investeringsprojecten in het kader van de Investeringsregeling markt en concurrentiekracht
Grondslag: Investeringsregeling markt en concurrentiekracht, art. 6.8-2
Periode: 1997–
Waardering: V, 15 jaar
Handeling: Het per kalenderjaar of per aanvraagperiode vaststellen van de categorieën investeringsprojecten waartoe subsidieverlening in het kader van de Investeringsregeling markt en concurrentiekracht wordt beperkt
Grondslag: Investeringsregeling markt en concurrentiekracht, art. 7.1- 2
Periode: 1997–
Product: Besluit Vaststelling investeringslijst markt en concurrentiekracht (Stcrt. 1998, 40)
Waardering: V, 15 jaar
Handeling: Het instellen van Beoordelingscommissies investeringsprojecten
Grondslag: Investeringsregeling markt en concurrentiekracht, art. 7.4-1
Periode: 1997–
Waardering: B 4
Handeling: Het benoemen van de voorzitter en de leden van de Beoordelingscommissies investeringsprojectenGrondslag: Investeringsregeling markt en concurrentiekracht, art. 7.4-3
Periode: 1997–
Product: besluit Benoemingen Beoordelingscommissie investeringsprojecten (Stcrt. 1997, 238) Opmerking: Het secretariaat wordt gevoerd door LNV-ambtenaren.
Waardering: V, 2 jaar na einde betrekking
Handeling: Het goedkeuren van wijzigingen in voor de uitvoering van investeringsprojecten opgestelde projectplannen
Grondslag: Investeringsregeling markt en concurrentiekracht, art. 8.1-3
Periode: 1997–
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: Het verlenen van een bijdrage in het kader van de Investeringsregeling markt en concurrentiekracht
Grondslag: Investeringsregeling markt en concurrentiekracht
Periode: 1997–
Waardering: V, 7 jaar na eindafrekening
Handeling: Het voorbereiden, vaststellen en evalueren van het beleid betreffende bedrijfsbeëindiging
Periode: 1963–
Waardering: B 1 en 2
Handeling: Het voorbereiden en vaststellen van regelgeving betreffende bedrijfsbeëindiging
Periode: 1945–
Waardering: B 5
Handeling: Het voorbereiden, vaststellen en evalueren van het beleid betreffende de stimulering van samenwerkingsverbanden tussen landbouwbedrijven
Periode: 1945–
Waardering: B 1 en 2
Handeling: Het voorbereiden en vaststellen van regelgeving betreffende de stimulering van samenwerkingsverbanden tussen landbouwbedrijven
Periode: 1945–
Waardering: B 5
Handeling: Het voorbereiden, vaststellen en evalueren van het beleid ten aanzien van de bedrijfsverzorgingsverenigingen
Periode: 1965–1995
Waardering: B 1 en 2
Handeling: Het voorbereiden, vaststellen en evalueren van het beleid betreffende directe en indirecte inkomensondersteuning voor landbouwers
Periode: 1970–
Waardering: B 1 en 2
Handeling: Het vaststellen, wijzigen en intrekken van regelgeving betreffende inkomensondersteuning voor landbouwers bij omscholing
Periode: 1965–
Product: Bijdrageregeling bij omscholing samengaand met beroepsovergang uit de landbouw (Stcrt. 1970, 125); Bijdrageregeling voor oudere agrarische medewerkers (Stcrt. 1970, 125); Regeling stimulering combinatiebanen (Stcrt. 1986, 158); Vergoedingsregeling voor uittreding van werknemers in de landbouw (Stcrt. 1988, 114); Beschikking tijdelijke inkomenssteun in de akkerbouw (Stcrt. 1990, 147)
Waardering: B 5
Handeling: Het vaststellen, wijzigen en intrekken van regelgeving betreffende inkomensondersteuning voor landbouwers in het kader van uittreding en afvloeiing
Periode: 1970–
Product: Bijdrageregeling voor oudere agrarische medewerkers (Stcrt. 1970, 125); Vergoedingsregeling voor uittreding van werknemers in de landbouw (Stcrt. 1988, 114)
Waardering: B 5
Handeling: Het opstellen van een programma met maatregelen ter bevordering van de werkgelegenheid en de geografische beroepsmobiliteit van landbouwers om aanspraak te maken op een bijdrage uit het ESF
Grondslag: Besluit van de Raad betreffende de bijstand van het ESF ten gunste van personen die de landbouw verlaten om een beroep buiten de landbouw te gaan uitoefenen, artt 1.1 en 2
Periode: 1972–
Waardering: B 5
Handeling: Het opstellen van een programma met maatregelen ter bevordering van de vervroegde uittreding van landbouwers om aanspraak te maken op een bijdrage uit het EOGFL
Grondslag: Verordening van de Raad tot instelling van een communautaire steunregeling voor vervroegde uittreding in de landbouwsector, artt. 1.2 en 4
Periode: 1992–
Waardering: B 5
Handeling: Het vaststellen, wijzigen en intrekken van regelgeving betreffende ondersteuning voor Landelijke stichtingen in het kader van de vorming van combinatiebanen voor landbouwers
Periode: 1986–1987
Product: Regeling stimulering combinatiebanen (Stcrt. 1986, 158)
Waardering: B 5
Handeling: Het verlenen van een (aanvullende) bijdrage aan Landelijke stichtingen als tegemoetkoming in de kosten van het formeren van combinatiebanen voor landbouwers
Grondslag: Regeling stimulering combinatiebanen, artt. 2.5 en 10
Periode: 1986–1987
Opmerking: Onderdeel van het verlenen van een bijdrage is het toetsen van de statuten van de Landelijke en de Gewestelijke stichtingen.
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: Het vaststellen, wijzigen en intrekken van regelgeving betreffende directe inkomensondersteuning voor agrariërs
Periode: 1989–
Product: Beschikking tijdelijke inkomenssteun in de akkerbouw (Stcrt. 1990, 147)
Waardering: B 5
Handeling: Het opstellen van het Programma Inkomenssteun in de Landbouw
Grondslag: Beschikking tijdelijke inkomenssteun in de akkerbouw, art. 2; Verordening (EEG) nr. 768/89, artt.2, 3.1 en 2a-2 e
Periode: 1989–1990
Waardering: B 5
Handeling: Het verlenen van tijdelijke inkomenssteun aan akkerbouwers
Grondslag: Beschikking tijdelijke inkomenssteun in de akkerbouw, artt. 2 en 8.1
Periode: 1990–
Opmerking: Namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) uitgevoerd door de directeur Landbouw, Natuur en Openluchtrecreatie
Waardering: V, 15 jaar
Handeling: Het voorbereiden, vaststellen en evalueren van het beleid betreffende de verbetering van de arbeidsomstandigheden in de landbouwsector
Periode: 1978–
Waardering: B 1 en 2
Handeling: Het aangaan van het Arbo-convenant Agrarische Sectoren
Bron: Evaluatieonderzoek Arbo-convenant Agrarische Sectoren 1994–1999, blz. 1
Periode: 1994–1994
Product: Arbo-convenant Agrarische Sectoren
Opmerking: Het convenant werd met de sociale partners in de agrarische sector aangegaan
Waardering: B 5
Handeling: Het verlenen van een financiële bijdrage aan de tenuitvoerlegging van projecten ter verbetering van de arbeidsomstandigheden in de agrarische sector
Grondslag: Arbo-convenant Agrarische Sectoren, artt.3 en 29.1
Periode: 1994–1999
Opmerking: Ook de sociale partners deden hieraan mee
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: Het uitvoeren van projecten ten behoeve van de uitvoering van het Arbo-convenant Agrarische Sectoren
Grondslag: Arbo-convenant Agrarische Sectoren, art. 3.1
Periode: 1994–1999
Opmerking: De sociale partners leverden hieraan ook een bijdrage
Waardering: V, 10 jaar na afloop project
Handeling: Het verlenen van een financiële bijdrage aan organisaties die agrarische arbo-projecten willen uitvoeren
Grondslag: Tijdelijke Bijdrageregeling Arbo-projecten, artt. 2, 12.1 en 15.1
Periode: 1995–1998
Opmerking: Het stellen van nadere voorschriften aan het besluit tot verlening van een bijdrage is een activiteit die de Minister in het kader van het verlenen van een bijdrage kan uitvoeren.
Waardering: V, 15 jaar
Handeling: Het instellen van de Werkgroep Arbo-projecten
Bron: Evaluatieonderzoek Arbo-convenant Agrarische Sectoren 1994–1999, blz. 13-15
Periode: 1995–1995
Waardering: B 4
Handeling: Het bekend maken van het budget, de aanvraagtermijnen en de categorieën arbo-projecten die in aanmerking komen voor een hoger subsidiepercentage
Grondslag: Tijdelijke Bijdrageregeling Arbo-projecten, artt. 9.5, 10.1-2; Wijziging Tijdelijke Bijdrageregeling Arbo-projecten, art. I
Periode: 1995–1997
Opmerking: Het budget, de aanvraagtermijnen en de categorieën arbo-projecten worden jaarlijks bekend gemaakt in de Staatscourant
Waardering: V, 10 jaar na afloop project
Handeling: Het goedkeuren van wijzigingen in voor de uitvoering van arbo-projecten opgestelde projectplannen
Grondslag: Tijdelijke Bijdrageregeling Arbo-projecten, art. 13.2
Periode: 1995–1997
Waardering: V, 15 jaar
Handeling: Het vaststellen van aanvraagformulieren voor de Tijdelijke Bijdrageregeling Arbo-projecten
Grondslag: Tijdelijke Bijdrageregeling Arbo-projecten, art. 11.2
Periode: 1995–1997
Opmerking: Namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit door de directeur Dienst Uitvoering Regelingen.
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: Het instellen van de Stuurgroep Arbo-convenant Agrarische Sectoren
Grondslag: Arbo-convenant Agrarische Sectoren, art. 26.1
Periode: 1994–1994
Opmerking: Ook de sociale partners zijn bij de instelling van deze stuurgroep betrokken
Waardering: B 4
Handeling: Het voorbereiden, vaststellen en evalueren van het nationaal regiobeleid
Periode: 1945–
Waardering: B 1 en 2
Handeling: Het vaststellen, wijzigen en intrekken van regelgeving betreffende het nationaal regiobeleid
Periode: 1945–
Product: Besluit organisatie Integraal Structuurplan Noorden des Lands (Stcrt. 1973, 34); Besluit uitkeringen Integraal Structuurplan Noorden des Lands 1993/94 (Stb. 1993, 174); Besluit uitkeringen Integraal Structuurplan Noorden des Lands 1995/99 (Stb. 1994, 891)
Waardering: B 1
Handeling: Het nemen van op de noordelijke provincies gerichte stimuleringsmaatregelen ter verbetering van de landbouwkundige structuur
Bron: Nota Ontwikkeling van het Noorden des Lands. 1967-1968, blz. 2 en 17
Periode: 1968–
Opmerking: De Ministers van VROM, EZ en V&W nemen maatregelen op andere terreinen, zoals infrastructuur en sociaal-economische structuur
Waardering: B 5
Handeling: Het vanuit het perspectief van de landbouwstructuur voordragen van leden voor de Stuurgroep Integraal Structuurplan Noorden des Lands
Grondslag: Besluit Organisatie Integraal Structuurplan Noorden des Lands, art. 1.5d
Periode: 1973–2000
Opmerking: Andere Ministers (BZ, VWS, Financiën, OC&W, SZW, V&W, VROM, EZ) dragen leden voor die kennis en inbreng leveren voor aspecten van andere beleidsterreinen.
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: Het bijdragen aan de totstandkoming van de Integrale Structuurplannen Noorden des Lands voorzover het de in de structuurplannen vermelde landbouwkundige maatregelen betreft
Grondslag: Besluit Organisatie Integraal Structuurplan Noorden des Lands, art. 1.2a-2b
Periode: 1973–
Product: Integraal Structuurplan Noorden des Lands
Waardering: B 1
Handeling: Het opstellen van maatregelen ten behoeve van de uitvoering van de Integrale Structuurplannen Noorden des Lands voorzover het de in de structuurplannen vermelde landbouwkundige maatregelen betreft
Bron: Integraal Structuurplan Noorden des Lands. 1978-1979, blz. 200
Periode: 1973–1993
Waardering: B 5
Handeling: Het toezien op een goede aanwending van de ISP-gelden voorzover het de gelden ten behoeve van de uitvoering van de in het structuurplan vermelde landbouwkundige maatregelen betreft
Bron: Integraal Structuurplan Noorden des Lands. 1978-1979, blz. 200
Periode: 1973–1993
Waardering: V, 7 jaar
Handeling: Het opstellen van voortgangsrapportages van projecten die in het kader van het ISP worden uitgevoerd en waarbij LNV is betrokken
Bron: Integraal Structuurplan Noorden des Lands. 1978-1979, blz. 200
Grondslag: 1973–1993
Waardering: V, 5 jaar
Handeling: Het voorbereiden, vaststellen en evalueren van het nationaal beleid met betrekking tot Europees regiobeleid
Periode: 1945–
Waardering: B 1 en 2
Handeling: Het vaststellen, wijzigen en intrekken van nationale regelgeving met betrekking tot het Europees regiobeleid
Periode: 1945–
Waardering: B 5
Handeling: Het bijdragen aan de totstandkoming van regionale ontwikkelingsplannen die bij de Europese Commissie worden ingediend om aanspraak te maken op een bijdrage uit het EFRO of om aanspraak te maken op een bijdrage om doelstelling 5b of doelstelling 1 te realiseren
Grondslag: Verordening (EEG) nr. 724/75, art. 6.3; Verordening (EEG) nr. 4253/88, art. 5.1; Verordening (EEG) nr. 2081/93, art.8.2 en 4; Verordening (EG) nr. 1260/99, art.15.1
Periode: 1975–
Waardering: B 5
Handeling: Het verstrekken van gegevens over bepaalde regio’s aan de Europese Commissie op basis waarvan de Commissie kan besluiten deze regio’s als doelstelling-5b of als doelstelling 1-gebied aan te wijzen
Grondslag: Verordening (EEG) nr. 4253/88, art. 4.3; Verordening (EG), nr. 1260/99, artt. 3. 1-2
Periode: 1989–
Waardering: V, 12 jaar
Handeling: Het aanwijzen van nationale, regionale of andere instanties die de regionale ontwikkelingsplannen ter realisatie van doelstelling 5b of doelstelling 1 uitwerken
Grondslag: Verordening (EEG) nr. 4253/88, art. 5.1; Verordening (EEG) nr. 2081/93, art. 4.1; Verordening (EG) nr. 1260/99, art. 15.1
Periode: 1989–
Opmerking: Hiertoe werden Gedeputeerde Staten en privaatrechtelijke instanties aangewezen, die ook zorgdragen voor de uitvoering van de plannen
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: Het voorbereiden, vaststellen en evalueren van het beleid betreffende plattelandsontwikkeling
Periode: 1975
Waardering: B 1 en 2
Handeling: Het voorbereiden en vaststellen van regelgeving betreffende plattelandsontwikkeling
Periode: 1975–
Product: Subsidieregeling eenmalige projecten plattelandsvernieuwing en agrarisch natuurbeheer (Stcrt. 1995, 251); Stimuleringsregeling vernieuwing landelijk gebied (Stcrt. 1997, 80)
Waardering: B 5
Handeling: Het beslissen op subsidieaanvragen van provincies, gemeenten of rechtspersonen die eenmalige regionale projecten op het gebied van plattelandsvernieuwing en agrarisch natuurbeheer willen uitvoeren
Grondslag: Subsidieregeling eenmalige projecten plattelandsvernieuwing en agrarisch natuurbeheer, art. 10.1
Periode: 1996–1998
Opmerking: Het op verzoek van de subsidieaanvrager verlenen van voorschotten op het ter beschikking gestelde subsidiebedrag is een van de activiteiten die in het kader van het beslissen op een subsidieaanvraag ondernomen wordt
Waardering: V, 20 jaar
Handeling: Het stellen van nadere eisen aan de wijze waarop subsidieaanvragen voor de uitvoering van eenmalige regionale projecten op het gebied van plattelandsvernieuwing en agrarisch natuurbeheer moeten worden ingediend
Grondslag: Subsidieregeling eenmalige projecten plattelandsvernieuwing en agrarisch natuurbeheer, art. 9.3
Periode: 1996–1997
Waardering: V, 7 jaar
Handeling: Het vaststellen van voorschriften met betrekking tot het verlenen van voorschotten op het in de beschikking tot verlening van de subsidie vermelde maximumbedrag
Grondslag: Subsidieregeling eenmalige projecten plattelandsvernieuwing en agrarisch natuurbeheer, art. 11.1
Periode: 1996–1998
Waardering: V, 7 jaar
Handeling: Het voorschrijven van een protocol dat de subsidieaanvrager aan zijn accountant dient te overleggen met de bedoeling dat deze accountant zijn controlerende werkzaamheden volgens het protocol uitvoert
Grondslag: Subsidieregeling eenmalige projecten plattelandsvernieuwing en agrarisch natuurbeheer, art. 14.5
Periode: 1996–1998
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: Het stellen van nadere eisen aan het verslag en de afrekening die de subsidieaanvrager na afloop van het regionale project op het gebied van plattelandsvernieuwing en agrarisch natuurbeheer aan de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) dient te overleggen
Grondslag: Subsidieregeling eenmalige projecten plattelandsvernieuwing en agrarisch natuurbeheer, art.15.2
Periode: 1996–1998
Waardering: V, 15 jaar
Handeling: Het instellen van de Beoordelingscommissie vernieuwing landelijk gebied
Grondslag: Stimuleringsregeling vernieuwing landelijk gebied, art. 9.3; Besluit Benoeming Beoordelingscommissie vernieuwing landelijk gebied, artt. 1, 2 en 3
Periode: 1997–
Waardering: B 4
Handeling: Het benoemen van leden van de Beoordelingscommissie vernieuwing landelijk gebied
Grondslag: Stimuleringsregeling vernieuwing landelijk gebied, art. 9.3; Besluit Benoeming Beoordelingscommissie vernieuwing landelijk gebied, artt. 1, 2 en 3
Periode: 1997–
Waardering: V, 2 jaar na einde betrekking
Handeling: Het beslissen op subsidieaanvragen van natuurlijke of rechtspersonen die uitvoering willen geven aan innovatieprojecten met een landelijke uitstraling
Grondslag: Stimuleringsregeling vernieuwing landelijk gebied, artt. 2.1 en 21.1
Periode: 1997–
Opmerking: Het op verzoek van de subsidieaanvrager verlenen van voorschotten op het ter beschikking gestelde subsidiebedrag is een van de activiteiten die in het kader van het beslissen op een subsidieaanvraag ondernomen wordt
Waardering: V, 7 jaar
Handeling: Het per kalenderjaar vaststellen van één of meer aanvraagperiode(n) waarin subsidie voor de uitvoering van op het landelijk gebied gerichte innovatieprojecten met een landelijke uitstraling aangevraagd kan worden
Grondslag: Stimuleringsregeling vernieuwing landelijk gebied, art. 7.1
Periode: 1997–
Waardering: V, 5 jaar
Handeling: Het per kalenderjaar of per aanvraagperiode vaststellen van de categorieën innovatieprojecten waarvoor in het desbetreffende kalenderjaar of in de desbetreffende aanvraagperiode subsidieaanvragen kunnen worden ingediend
Grondslag: Stimuleringsregeling vernieuwing landelijk gebied, art. 7.2
Periode: 1997–
Waardering: B 5
Handeling: Het vaststellen van de categorieën innovatieprojecten die met voorrang in aanmerking komen voor subsidie in het kader van de Stimuleringsregeling vernieuwing landelijk gebied
Grondslag: Stimuleringsregeling vernieuwing landelijk gebied, art. 7.2
Periode: 1997–
Waardering: B 5
Handeling: Het goedkeuren van wijzigingen in voor de uitvoering van innovatieprojecten opgestelde projectplannen
Grondslag: Stimuleringsregeling vernieuwing landelijk gebied, art. 14.2a-b
Periode: 1997–
Waardering: V, 5 jaar
Handeling: Het stellen van nadere eisen aan het tussenverslag van de subsidieaanvrager omtrent de voortgang van het innovatieproject
Grondslag: Stimuleringsregeling vernieuwing landelijk gebied, art. 14.3
Periode: 1997–
Opmerking: Alleen subsidieaanvragers die een innovatieproject willen uitvoeren waarvan de projectduur langer is dan één jaar, dienen halverwege de projectduur een tussenverslag aan de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit te overleggen.
Waardering: V, 5 jaar
Handeling: Het in samenwerking met de provincies, VROM en V&W opstellen van het Plattelandsontwikkelingsplan
Bron: Plattelandsontwikkelingsprogramma Nederland 2000–2006, Samenvatting. Blz. 3
Periode: 1999–
Product: Plattelandsontewikkelingsplan
Opmerking: In 1999 stelde de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit een regiegroep in die de totstandkoming van het Plattelandsontwikkelingsplan begeleidde.
Waardering: B 1
Handeling: Het beslissen op subsidieaanvragen van provincies, gemeenten en Ministeries die aanspraak maken op een financiële bijdrage voor de uitvoering van projecten ten behoeve van de realisatie van het Plattelandsontwikkelingsplan
Bron: Plattelandsontwikkelingsplan Nederland 2000–2006, blz. 115
Periode: 2000–
Opmerking: Uitgevoerd door LASER en DLG namens de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV)
Waardering: V, 7 jaar na eindafrekening
Handeling: Het voorbereiden, vaststellen en evalueren van beleid betreffende landbouwproductiemethoden die verenigbaar zijn met de eisen inzake milieubescherming
Periode: 1970–
Waardering: B 1 en 2
Handeling: Het voorbereiden en vaststellen van landbouwstructurele regelingen betreffende milieuvriendelijke landbouwproductiemethoden
Grondslag: Verordening (EEG) nr. 2078/92 betreffende landbouwproduktiemethoden die verenigbaar zijn met de eisen inzake milieubescherming, en betreffende natuurbeheer; Verordening (EG) nr. 1257/1999 inzake de steun voor plattelandsontwikkeling uit het EOGFL en tot wijziging van een aantal verordeningen
Periode: 1970–
Product: Regeling stimulering biologische productiemethode (Stcrt. 1994, 96); Bijdrageregeling demonstratie- en bewustmakingsprojecten milieu- en natuurvriendelijke landbouwproductiemethoden (Stcrt. 1994, 217); Subsidieregeling zeldzame landbouwhuisdierrassen (Stcrt 1998, 128); Subsidieregeling extensivering vleesstierenhouderij (Stcrt. 1996, 134)
Opmerking: De genoemde regelingen komen in de afzonderlijke (deel)beleidsterreinen aan de orde.
Waardering: B 5
Handeling: Het opstellen van (evaluatie) rapporten betreffende de toepassing van de landbouwmilieuverordening (EEG) nr. 2078/92
Grondslag: Verordening (EEG) nr. 2078/92 betreffende landbouwproduktiemethoden die verenigbaar zijn met de eisen inzake milieubescherming, en betreffende natuurbeheer, art. 7
Periode: 1992–1999
Product: Evaluatierapporten ‘Toepassing van de landbouwmilieuverordening 2078/92 in Nederland’
Opmerking: Deze worden voorgelegd aan de Europese Commissie.
Waardering: B 2
Handeling: Het verlenen van een bijdrage bij de oprichting van een milieucoöperatie
Periode: 1980–
Waardering: V, 15 jaar na eindafrekening
Handeling: Het voorbereiden, vaststellen en evalueren van beleid ter stimulering van de biologische landbouwproductiemethode
Periode: 1970–
Waardering: B 1 en 2
Handeling: Het voorbereiden en vaststellen van landbouwstructurele regelingen betreffende biologische landbouw
Periode: 1990
Product: Regeling stimulering biologische productie methode (Stcrt. 1994, 96); Bijdrageregeling demonstratie- en bewustmakingsprojecten milieu- en natuurvriendelijke landbouwproductiemethoden (Stcrt. 1994, 217)
Waardering: B 5
Handeling: Het verlenen van bijdragen ter versterking van het kennisbeleid ten behoeve van de biologische landbouw
Periode: 1980
Opmerking: De financiële bijdragen hadden betrekking op onder meer het BIOLA-project (binnen het Programma Heroriëntatie Landbouwbeleid); promotie-onderzoek bij de leerstoel Ecologische Landbouw van Wageningen UR; BIOM-projecten (Innovatie en omschakeling biologische landbouw in de akkerbouw en vollegrondsgroenteteelt) en BOVEEM (Innovatie en omschakeling biologische landbouw in de veehouderij); Louis Bolk Instituut, projecten Biologische glasgroenteteelt en Kennisuitwisseling biologische landbouw; DLO-instituten, o.a. programma Optimalisering van geïntegreerde biologische productiesystemen; programma voorlichting Biologische Landbouw van DLV-adviesgroep en SEV.
Waardering: V, 7 jaar
Handeling: Het verlenen van een bijdrage ter bevordering van de extensivering van de productie van akker- en tuinbouwproducten
Grondslag: Beschikking extensivering akker- en tuinbouwprodukten, art. 2
Periode: 1991–1994
Opmerking: De vermindering van productie van overschotgewassen diende te geschieden door overgang naar de biologisch-dynamisch of ecologische teeltmethode (art. 5). De directeur LNO was belast met de uitvoering van deze regeling en beslist namens de Minister op de aanvraag
Waardering: V, 7 jaar
Handeling: Het verlenen van een bijdrage ten behoeve van de biologische productiemethode en van biologische teelt van veevoedergewassen, ter vermindering van de belasting van het milieu en de natuur
Grondslag: Regeling stimulering biologische productiemethode, zoals gewijzigd in 1996 (Stcrt. 1996, 192), art. 2
Periode: 1994–
Opmerking: De directeur LNO is belast met de uitvoering van deze regeling en beslist namens de Minister op de aanvraag. De AID van het Ministerie van LNV is belast met het toezicht op de naleving van de in deze regeling gestelde voorschriften. Zij kan daartoe gebruik maken van de diensten van de stichting SKAL.
Waardering: V, 7 jaar na eindafrekening
Handeling: Het voorbereiden, vaststellen of wijzigen van het beleid op het gebied van landbouwherstel en incidentele schade
Periode: 1945–
Waardering: B 1
Handeling: Het vaststellen of wijzigen van de organisatie van (het beleid inzake) landbouwherstel en incidentele schade
Periode: 1945–
Opmerking: Deze handeling alleen gebruiken als er geen specifieke regeling aan ten grondslag ligt.
Waardering: B 5
Handeling: Het verlenen van bijdragen voor landbouwherstel en bij incidentele schade
Periode: 1945–
Opmerking: Deze handeling alleen gebruiken als er geen specifieke regeling aan ten grondslag ligt.
Waardering: V, 7 jaar na eindafrekening
Handeling: Het aanwijzen van de directieleden van de Rijksdienst voor Landbouwherstel
Grondslag: Besluit instelling Rijksdienst voor Landbouwherstel, art. 2.2
Periode: 1945–1956
Waardering: V, 2 jaar na beëindiging werkzaamheden
Handeling: Het vaststellen van een instructie voor de directie van de Rijksdienst voor Landbouwherstel
Grondslag: Besluit instelling Rijksdienst voor Landbouwherstel, art. 3
Periode: 1945–1956
Waardering: B 5
Handeling: Het vaststellen van onderwerpen waarover de Commissie van Advies voor de Rijksdienst voor Landbouwherstel wordt gehoord
Grondslag: Besluit instelling Rijksdienst voor Landbouwherstel, art. 6
Periode: 1945–1956
Waardering: B 5
Handeling: Het aanwijzen van een vastellend orgaan dat beoordeelt of herstel van overheidswege aan land-, tuin- en bosbouwgronden en woeste gronden heeft plaatsgehad
Grondslag: Wet op de watersnoodschade 1953, art. 9
Periode: 1953–1960
Waardering: B 5 en 6
Handeling: Het opstellen van incidentele schaderegelingen
Periode: 1945–
Waardering: B 5
Handeling: Het verlenen van rentevergoedingen en vergoedingen van kapitaalverliezen voor door wateroverlast getroffen agrarische bedrijven
Bron: Begrotingen
Grondslag: Financieringsregeling voor door wateroverlast getroffen agrarische bedrijven
Periode: 1945–
Waardering: V, 7 jaar na eindafrekening
Handeling: Het verlenen van een bijdrage als tegemoetkoming voor schade ten gevolge van ongunstige weersomstandigheden
Grondslag: Toeslagbeschikking wateroverlast 1975, art. 2; Regeling oogstschade Noord-Nederland 1993; Tegemoetkomingsregeling bruinrot 1996; Regeling oogstschade 1994 Noord-Holland, art. 1; Regeling oogstschade 1998, art. 2; Regeling tegemoetkoming schade bij tweede extreem zware regenval 1998, art. 3
Periode: 1975–
Opmerking: De Tegemoetkomingsregeling bruinrot is ingesteld door het Landbouwschap; De Stichting tot Uitvoering van Landbouwmaatregelen (STULM) is uitvoerder van de Toeslagbeschikking 1975; De regeling oogstschade 1994 Noord-Holland is goedgekeurd door de EC op 30 augustus 1995, SG(95)D/11200
Waardering: V, 7 jaar na eindafrekening
Handeling: Het opstellen van regelingen voor het structureel afdekken van risico’s in de agrarische sector
Periode: 1998–
Product: Subsidieregeling nieuwe agrarische schadeverzekeringen (Stcrt 1998, 66)
Waardering: V 10 jaar
Handeling: Het verlenen van subsidies aan verzekeraars ter bevordering van het tot stand brengen van verzekeringsmogelijkheden voor nog niet onder standaardpolissen verzekerbare risico’s in de agrarische sector
Grondslag: Subsidieregeling nieuwe agrarische schadeverzekeringen, art. 2
Periode: 1998–
Opmerking: Gelet op artikel 2 en 7 van de Kaderwet LNV-subsidies; Gelet op de goedkeuring van de Commissie van de EG van 21 januari 1998, nr. (SG(98)D/030431
Waardering: V, 5 jaar
Handeling: Het instellen van een adviescommissie Nieuwe agrarische schadeverzekeringen
Grondslag: Subsidieregeling nieuwe agrarische schadeverzekeringen, art. 9.1
Periode: 1998–
Opmerking: Deze heeft tot taak heeft de haar daartoe voorgelegde aanvragen te beoordelen en hierover advies uit te brengen aan de Minister
Waardering: B 4
Handeling: Het benoemen van de voorzitter en de leden van de adviescommissie Nieuwe agrarische schadeverzekeringen
Grondslag: Subsidieregeling nieuwe agrarische schadeverzekeringen, art. 9.2
Periode: 1998–
Waardering: V, 5 jaar na einde betrekking
Plantaardige productie
Handeling: Het voorbereiden, vaststellen en evalueren van beleid betreffende landbouwstructurele maatregelen in de plantaardige sectoren
Periode: 1945–
Waardering: B 1 en 2
Handeling: Het voorbereiden en vaststellen van landbouwstructurele regelingen betreffende meerdere plantaardige sectoren
Periode: 1945–
Waardering: B 5
Handeling: Het opstellen van (sectorale) beleidsnota’s betreffende de plantaardige productie
Bron: Begrotingen
Periode: 1945–
Product: O.a.: Nota plantaardige produktie, 1987; Sectornota plantaardige produktie 1992–1994
Opmerking: B 1
Handeling: Het voorbereiden, vaststellen en evalueren van beleid ten aanzien van de herstructurering van de akkerbouw
Periode: 1945–
Product: o.a. sectorale beleidsnota’s; Regeringsbeslissing Structuurverbetering Akkerbouw
Waardering: B 1 en 2
Handeling: Het bij AMvB vaststellen van regels omtrent de erkenning van tuinbouwers
Grondslag: Wet erkenningen tuinbouw, art. 2.1
Periode: 1961–1971
Product: Besluit erkenningen bloembollenteelt (Stb. 1962, 72; stb. 1963, 476; stb. 1964, 174; stb. 1971, 804); Besluit erkenningen bloementeelt (Stb. 1962, 71; stb. 1964, 174; stb. 1971, 804); Besluit erkenningen boomteelt (Stb. 1962, 73; stb. 1964, 174; stb. 1971, 804); Besluit erkenningen groenteteelt (Stb. 1962, 70; stb. 1964, 174; stb. 1971, 804)
Opmerking: De wet zelf werd in 1999 door de Reparatiewet I ingetrokken. De formele bevoegdheid voor deze handeling bleef bestaan tot 1999
Waardering: B 5
Handeling: Het goedkeuren van de door het Landbouwschap opgestelde regels omtrent verlening van vergunningen om een tuinbouwbedrijf uit te oefenen
Grondslag: Wet erkenningen tuinbouw, art. 6.2
Periode: 1961–1971
Opmerking: De formele bevoegdheid voor deze handeling bleef bestaan tot 1999.
Waardering: B 5
Handeling: Het verlenen van ontheffingen voor het zonder schriftelijke vergunning van het Landbouwschap uitoefenen van een tuinbouwbedrijf
Grondslag: Wet erkenningen tuinbouw, art. 7, 1 en 2; Besluit erkenningen groenteteelt, art. 2.2; Besluit erkenningen bloementeelt, art. 3; Besluit erkenningen boomteelt, art. 3
Periode: 1961–1972
Opmerking: De formele bevoegdheid voor deze handeling bleef bestaan tot 1999.
Waardering: V, 2 jaar na beëindiging ontheffing
Handeling: Het aanwijzen van producten waarvoor bij het bedrijfsmatig uitoefenen van de teelt door het Landbouwschap een vergunning kan worden verleend
Grondslag: Besluit erkenningen groenteteelt, art. 1; Besluit erkenningen bloementeelt, art. 1; Besluit erkenningen boomteelt, art.1
Periode: 1962–1972
Waardering: B 5
Handeling: Het instellen van een bijzondere cursus voor degenen die een vergunning hebben tot de uitoefening van een ander tuinbouwbedrijf
Grondslag: Besluit erkenningen groenteteelt, art. 3.5; Besluit erkenningen bloementeelt, art. 3.5; Besluit erkenningen bloembollenteelt, art. 3.5; Besluit erkenningen boomteelt, art. 4.5
Waardering: V, 10 jaar na vervanging cursus
Handeling: Het aanwijzen van buitenlandse diploma’s die gelijkwaardig zijn aan de diploma’s op grond waarvan de vergunning voor het uitoefenen van het tuinbouwbedrijf wordt verleend
Grondslag: Besluit erkenningen groenteteelt, art. 3.6; Besluit erkenningen bloementeelt, art. 3.6; Besluit erkenningen bloembollenteelt, art. 3.6; Besluit erkenningen boomteelt, art. 4. 6
Periode: 1962–1972
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: Het voorbereiden, vaststellen en evalueren van beleid ten aanzien van de herstructurering van de glastuinbouw
Periode: 1971–
Product: o.a. sectorale beleidsnota’s, zoals: Nota’s glastuinbouw, 1971–1975, 1976–1980, 1981–1985, 1986–1990
Waardering: B 1 + 2
Handeling: Het betalen van de verschuldigde rente van een aan een glastuinder verleend krediet voor de betaling van geleverde stookolie voor gebruik in zijn bedrijf
Grondslag: Beschikking voorschot aankoop stookolie, art. 3.1
Periode: 1970–1971
Opmerking: Als de gemiddelde prijs van de hoofdproducten van de glastuinbouw aan het eind van het stookseizoen 1970/1971 daartoe aanleiding geeft
Waardering: V, 7 jaar
Handeling: Het verlenen van een bijdrage, gelijk aan de betaalde accijns, aan een glastuinder die bij de teelt voor verwarming minerale oliën verbruikt
Grondslag: Beschikking bijdrageregeling ter zake van de accijns op minerale oliën, art. 1
Periode: 1974–
Waardering: V, 7 jaar
Handeling: Het verlenen van een bijdrage aan een glastuinder die bij de teelt voor verwarming minerale oliën verbruikt
Grondslag: Beschikking bijdrageregeling olie-aankoop glastuinbouw, art. 2
Periode: 1974–1978
Waardering: V, 7 jaar
Handeling: Het verstrekken van een bijdrage aan een glastuinder voor de terugbetaling van een lening ter betaling van geleverde minerale oliën
Grondslag: Beschikking garantie olie-aankoop glastuinbouw, art. 2; Beschikking garantie olie-aankoop glastuinbouw 1974–1975, art.1; Kwijtschelding olievoorschotten 1974, art.1
Periode: 1974–1974
Waardering: V, 7 jaar
Handeling: Het toekennen van een bijdrage voor de omschakeling van de verwarmingsinstallatie van een glastuinbouwbedrijf van stookolie op aardgas
Grondslag: Beschikking bijdrage omschakeling stookolie-installaties, art. 2
Periode: 1971–1972
Opmerking: De Algemeen Directeur Agrarische Produktie, Verwerking en Afzet was belast met de uitvoering van de in deze beschikking vervatte regeling.
Waardering: V, 10 jaar na eindafrekening
Handeling: Het verlenen van een bijdrage in de kosten van de ombouw van de verwarmingsinstallatie van een glastuinbouwbedrijf van zware stookolie op aardgas
Grondslag: Bijdrageregeling ombouw verwarmingsinstallaties op aardgas glastuinbouw 1975, art. 2
Periode: 1975–
Waardering: V, 10 jaar na eindafrekening
Handeling: Het beslissen op een aanvraag voor een bijdrage ter bevordering van de aanleg van drainstoomsystemen en van de aanschaf van gasgestookte mobiele stoomketels dan wel de omschakeling naar gasgestookte mobiele stoomketels
Periode: 1981–1985
Opmerking: Beschikking grondstomen, art. 2
Waardering: V, 10 jaar na eindafrekening
Handeling: Het verlenen van een bijdrage ter bevordering van het aanleggen van systemen bestemd voor de gescheiden afvoer van drainagewater in de glastuinbouw
Grondslag: Beschikking gescheiden afvoer van drainagewater, art. 2
Periode: 1981–
Waardering: V, 10 jaar na eindafrekening
Handeling: Het beslissen over het verlenen van een bijdrage ter besparing van energie in de tuinbouw
Grondslag: Beschikking energiebesparende maatregelen in de glastuinbouw, art. 2
Periode: 1981–
Waardering: V, 10 jaar na eindafrekening
Handeling: Het verlenen van een bijdrage voor bedrijfsverkleining door middel van glasafbraak
Grondslag: Beschikking bedrijfsverkleining glastuinbouw, art. 2
Periode: 1982–
Waardering: V, 10 jaar na eindafrekening
Handeling: Het verstrekken van subsidie voor afbraakkosten van verouderde glasopstanden en bedrijfsgebouwen
Grondslag: Regeling structuurverbetering glastuinbouw, art. 2a
Periode: 1997–
Waardering: V, 10 jaar na eindafrekening
Handeling: Het verstrekken van subsidie voor investeringen ten behoeve van de reconstructie van individule glastuinbouwbedrijven
Grondslag: Regeling structuurverbetering glastuinbouw, art. 2b
Periode: 1997–
Waardering: V, 7 jaar na eindafrekening
Handeling: Het vaststellen van een lijst met subsidiabele investeringen in duurzame productiemiddelen
Grondslag: Regeling structuurverbetering glastuinbouw, art. 4
Periode: 1997–
Waardering: B 5
Handeling: Het vaststellen of herzien van het referentie-inkomen waaraan het glastuinbouwbedrijf van de aanvrager op het moment van de aanvraag tot subsidieverlening moet voldoen
Grondslag: Regeling structuurverbetering glastuinbouw, art. 10, 1
Periode: 1997–
Opmerking: Deze eis vloeit voort uit artikel 5, 2 van de Verordening (EEG) nr. 950/97 inzake de verbetering van de doelmatigheid van de landbouwstructuur.
De Minister geeft kennis van dit besluit in de Staatscourant. De Minister kan het referentie-inkomen jaarlijks herzien.
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: Het opstellen van een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de op basis van de Regeling structuurverbetering glastuinbouw verstrekte subsidies in de praktijk
Grondslag: Regeling structuurverbetering glastuinbouw, art. 37
Periode: 1997–
Opmerking: Het verslag wordt één jaar na de inwerkingtreding van de regeling en daarna iedere drie jaar opgesteld.
Waardering: B 3
Handeling: Het verstrekken van subsidie ter verbetering van de infrastructuur in een glastuinbouwgebied
Grondslag: Infrastructuurregeling glastuinbouwgebieden, art.2
Periode: 1998–
Waardering: V, 7 jaar na eindafrekening
Handeling: Het opstellen van een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de op basis van de Infrastructuurregeling glastuinbouwgebieden verstrekte subsidies in de praktijk
Grondslag: Infrastructuurregeling glastuinbouwgebieden, art.23
Periode: 1998–
Opmerking: Het verslag wordt binnen twee jaar na de inwerkingtreding van de regeling opgesteld.
Waardering: B 3
Handeling: Het beslissen over de verstrekking van subsidie voor projecten ter verbetering van de structuur en vestigingsvoorwaarden voor nieuwe glastuinbouwbedrijven in de provincies Groningen, Friesland en Drenthe
Grondslag: Kaderbeschikking structuurversterking glastuinbouw Noord-Nederland, art. 3.1 (12-08-1998, JZ 984924 TRCnr: 98/9697)
Periode: 1998–
Opmerking: Het Samenwerkingsverband Nederland (SNN) voert de projecten uit.
Waardering: V, 10 jaar na eindafrekening
Handeling: Het opstellen van een verslag over de doeltreffendheid en de effecten van de op basis van de Kaderbeschikking structuurversterking glastuinbouw Noord Nederland verstrekte subsidies in de praktijk
Grondslag: Kaderbeschikking structuurversterking glastuinbouw Noord-Nederland, art. 17
Periode: 1998–
Opmerking: Het verslag wordt vier jaar na inwerkingtreding van het besluit gepubliceerd.
Waardering: B 3
Handeling: Het verstrekken van subsidie aan gemeenten of gemeentelijke samenwerkingsverbanden voor de uitvoering van ontwikkelingsprojecten ter stimulering van de inrichting van duurzame glastuinbouwgebieden
Grondslag: Stimuleringsregeling inrichting duurzame glastuinbouwgebieden, art. 2
Periode: 2000–
Waardering: V, 7 jaar na eindafrekening
Handeling: Het voorbereiden, vaststellen en evalueren van beleid ten aanzien van de herstructurering van de vollegrondsgroenteteelt
Periode: 1945–
Product: O.a. sectorale beleidsnota’s, zoals Nota’s vollegrondsgroenteteelt, 1971–1975, 1976–1980, 1981–1985, 1986–1990; Sectorvisie vollegrondsgroenten 2005 (directie Landbouw, 1998. Directie Noordwest heeft op basis daarvan een regionale verbijzondering opgesteld)
Waardering: B 1+ 2
Handeling: Het voorbereiden, vaststellen en evalueren van beleid ten aanzien van de herstructurering van de fruitteelt
Periode: 1945–
Product: O.a. sectorale beleidsnota’s, zoals Nota’s fruitteelt, 1971–1975, 1976–1980, 1981–1985, 1986–1990
Waardering: B 1+ 2
Handeling: Het voorbereiden, vaststellen en evalueren van beleid ten aanzien van de herstructurering van de bloembollen- en bolbloementeelt
Periode: 1945–
Product: O.a. sectorale beleidsnota’s, zoals: Nota’s bloembollenteelt, 1971–1975, 1976–1980, 1981–1985, 1986–1990
Waardering: B 1+ 2
Handeling: Het voorbereiden, vaststellen en evalueren van beleid ten aanzien van de herstructurering van de boomteelt
Periode: 1945–
Product: O.a. sectorale beleidsnota’s, zoals: Nota’s boomteelt, 1971–1975, 1976–1980, 1981–1985, 1986–1990
Waardering: B 1+ 2
Handeling: Het voorbereiden, vaststellen en evalueren van beleid ten aanzien van de herstructurering van de paddestoelenteelt
Periode: 1945–
Product: O.a. sectorale beleidsnota’s, zoals: Nota’s champignonteelt, 1971–1975, 1976–1980, 1981–1985, 1986–1990
Waardering: B 1+ 2
Dierlijke productie
Handeling: Het voorbereiden en vaststellen van regelgeving ter bevordering van de ruwvoedervoorziening van veehouders tegen redelijke prijzen
Periode: 1976–
Product: Beschikking bevordering ruwvoedervoorziening 1976–I (Stcrt. 1976, 147); Beschikking bevordering ruwvoedervoorziening 1976–II (Stcrt. 1976, 147)
Waardering: B 5
Handeling: Het beoordelen van aanspraken op uitkering van een garantiesom met betrekking tot de inzaai van ruwvoeder
Grondslag: Beschikking bevordering ruwvoedervoorziening 1976–I, zoals gewijzigd bij beschikking van 26 augustus 1976, art. 9.1
Periode: 1976–
Opmerking: De garantiesom werd uitgekeerd door de directeur Bedrijfsstructurele Aangelegenheden.
Waardering: V, 7 jaar
Handeling: Het beoordelen van aanvragen tot verlening van een bijdrage voor de vervoerskosten van ruwvoeder
Grondslag: Beschikking bevordering ruwvoedervoorziening 1976–I, art. 10.1, gewijzigd bij beschikking van 26 augustus 1976 (aanvullend 2)
Periode: 1976–
Waardering: V, 7 jaar
Handeling: Het stellen van nadere regels betreffende de bijdrage voor de vervoerskosten van ruwvoeder
Grondslag: Beschikking bevordering ruwvoedervoorziening 1976–I, art. 10.2, gewijzigd bij beschikking van 26 augustus 1976 (2 wordt 3)
Periode: 1976–
Product: Beschikking ter uitvoering van artikel 10, derde, van de Beschikking bevordering ruwvoedervoorziening 1976–I (Stb. 1976, 166)
Opmerking: Deze regels betreffen de hoogte en uitbetaling van de bijdrage, de wijze van indiening van een aanvraag en de beslissing over aanvragen voor een vervoersbijdrage.
Waardering: V, 5 jaar
Handeling: Het beslissen over een aanvraag tot verlening van een bijdrage voor de vervoerskosten van ruwvoeder
Grondslag: Beschikking ter uitvoering van artikel 10.3 van de Beschikking bevordering ruwvoedervoorziening 1976–I, art. 14.1
Periode: 1976–
Opmerking: De directeur Bedrijfsstructurele Aangelegenheden draagt ook zorg voor de uitbetaling.
Waardering: V, 7 jaar na eindafrekening
Handeling: Het beoordelen van aanvragen tot verlening van een bijdrage voor de ombouw van bietenrooiers of de aanschaf van oogstwerktuigen
Grondslag: Beschikking bevordering ruwvoedervoorziening 1976–II, art. 1, gewijzigd bij beschikking van 26 augustus 1976 (aanvulling)
Periode: 1976–
Waardering: V, 7 jaar na eindafrekening
Handeling: Het voorbereiden en vaststellen van een beëindigingsvergoedingsregeling voor bepaalde intensieve veehouderijen
Periode: 1977–1978
Product: Tijdelijke beëindigingsvergoedingsregeling bepaalde intensieve veehouderijen (Stcrt. 1977, 96)
Waardering: B 5
Handeling: Het beslissen op een aanvraag tot betaling van een beëindigingsvergoeding voor bepaalde intensieve veehouderijen
Grondslag: Tijdelijke beëindigingsvergoedingsregeling bepaalde intensieve veehouderijen
Periode: 1977–1978
Waardering: V, 7 jaar
Handeling: Het instellen van een commissie voor advisering over vraagstukken op het terrein van het flankerend beleid in het kader van de herstructurering van de veehouderij
Bron: brief van 10 september 1999 aan de Tweede Kamer, vergaderjaar 1998–1999, 26 729, nr. 1
Periode: 1999–2000
Product: Regeling instelling tijdelijke Begeleidingscommissie herstructurering veehouderij (Stcrt. 1999, 235)
Opmerking: De commissie werd tijdelijk ingesteld, tot 1 december 2000.
Waardering: B 4
Handeling: Het voorbereiden en vaststellen van regelgeving betreffende het flankerend beleid in het kader van de herstructurering van de veehouderij
Bron: Brief van de Ministers van VROM en LNV d.d. 25 februari 2000
Periode: 2000–
Product: Regeling beëindiging veehouderijtakken (Stcrt. 2000, 55)
Waardering: B 5
Handeling: Het beslissen op een aanvraag voor een subsidie voor de beëindiging van een of meer veehouderijtakken op een bedrijf, alsmede voor de daarop volgende afbraak van gebouwen
Grondslag: Regeling beëindiging veehouderijtakken, artt. 5 en 9
Periode: 2000–
Waardering: V, 7 jaar
Handeling: Het voorbereiden en vaststellen van regelgeving betreffende het blijven houden van zeldzame landbouwhuisdieren
Periode: 1998–
Product: Subsidieregeling zeldzame landbouwhuisdierrassen (Stcrt. 1998, 128)
Waardering: B 5
Handeling: Het beslissen op aanvragen voor subsidie voor het blijven houden van zeldzame landbouwhuisdierrassen
Grondslag: Subsidieregeling zeldzame landbouwhuisdierrassen, art. 2
Periode: 1998–
Opmerking: Aanvragen worden behandeld op volgorde van binnenkomst, totdat het totaal beschikbare bedrag is bereikt.
Waardering: V, 7 jaar
Handeling: Het aanwijzen van personen belast met het toezicht op handhaving van de Subsidieregeling zeldzame landbouwhuisdierrassen
Grondslag: Subsidieregeling zeldzame landbouwhuisdierrassen, art. 13
Periode: 1998–
Opmerking: Het gaat om medewerkers van de Stichting Zeldzame Huisdierrassen en LNV-ambtenaren.
Waardering: V, 3 jaar
Handeling: Het rapporteren in het kader van het toezicht op handhaving van de Subsidieregeling zeldzame landbouwhuisdierrassen
Grondslag: Subsidieregeling zeldzame landbouwhuisdierrassen, art. 13
Periode: 1998–
Waardering: B 3
Handeling: Het voorbereiden, vaststellen en evalueren van het beleid ten aanzien van structuurmaatregelen betreffende de rundveehouderij in het algemeen
Grondslag: begrotingen
Periode: 1945–
Waardering: B 1
Handeling: Het voorbereiden en vaststellen van regelgeving betreffende de structuur van de rundveehouderij in het algemeen
Periode: 1945–
Product: Bijv. Beschikking kleine melkveehouders (Stcrt. 1982, 252)
Waardering: B 5
Handeling: Het voorbereiden, vaststellen en evalueren van het beleid ten aanzien van structuurmaatregelen voor de melkveehouderij
Grondslag: begrotingen
Periode: 1945–
Waardering: B 1
Handeling: Het voorbereiden en vaststellen van regelgeving betreffende de structuur van de melkveehouderij
Periode: 1945–
Product: Bijv. Beschikking kleine melkveehouders (Stcrt. 1982, 252)
Waardering: B 5
Handeling: Het instellen van een commissie voor advisering over stimulerende maatregelen in het kader van de herstructurering van de melkveehouderij
Bron: Regeling instelling Commissie Herstructurering Melkveehouderij
Periode: 2000–
Product: Regeling instelling Commissie Herstructurering Melkveehouderij (Stcrt. 2000, 166)
Waardering: B 4
Handeling: Het benoemen van de leden van de commissie voor advisering over stimulerende maatregelen in het kader van de herstructurering van de melkveehouderij
Periode: 2000–
Product: Besluit Benoeming leden Commissie Herstructurering Melkveehouderij (Stcrt. 2000, 168)
Waardering: V, 2 jaar na einde betrekking
Handeling: Het beslissen op een aanvraag voor een bijdrage in het kader van de Beschikking kleine melkveehouders
Grondslag: Beschikking kleine melkveehouders, art. 2.1
Periode: 1983–1984
Waardering: V, 7 jaar
Handeling: Het voorbereiden, vaststellen en evalueren van het beleid ten aanzien van structuurmaatregelen betreffende de vleesveehouderij
Periode: 1945–
Waardering: B 1
Handeling: Het voorbereiden en vaststellen van regelgeving betreffende de structuur van de vleesveehouderij
Periode: [1945]–
Product: Bijv. Bijdrageregeling extensivering vleesstierenhouderij (Stcrt. 1996, 65), vervangen door Subsidieregeling extensivering vleesstierenhouderij (Stcrt. 1996, 134)
Opmerking: Het aangegeven aanvangsjaar is indicatief.
Waardering: B 5
Handeling: Het beslissen op een aanvraag voor een bijdrage in het kader van de Bijdrageregeling extensivering vleesstierenhouderij
Grondslag: Bijdrageregeling extensivering vleesstierenhouderij, art. 2; Subsidieregeling extensivering vleesstierenhouderij, art. 2
Periode: 1996–
Waardering: V, 7 jaar
Handeling: Het vaststellen van nadere bepalingen betreffende het verlenen en vaststellen van bijdragen in het kader van de Bijdrageregeling extensivering vleesstierenhouderij
Grondslag: Bijdrageregeling extensivering vleesstierenhouderij, artt. 8 en 16
Periode: 1996–
Opmerking: Het betreft in de Staatscourant te publiceren bepalingen betreffende de aanvraagperioden en overschrijding van het subsidiebudget.
Waardering: V, 5 jaar
Handeling: Het voorbereiden, vaststellen en evalueren van het beleid ten aanzien van structuurmaatregelen betreffende de varkenshouderij
Bron: O.a. discussienota ‘Structuurveranderingen in de varkenshouderij (Kraamkamer of Denemarken)’, februari 1997; brief van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) d.d. 10 juli 1997
Periode: 1945–
Waardering: B 1
Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van wetgeving ten aanzien van structuurmaatregelen betreffende de varkenshouderij
Periode: 1945–
Product: Wet herstructurering varkenshouderij (Stb. 1998, 236); Uitvoeringsbesluit Wet herstructurering varkenshouderij (Stb. 1998, 417)
Waardering: B 1
Handeling: Het voorbereiden en vaststellen van regelgeving ten aanzien van structuurmaatregelen betreffende de varkenshouderij
Periode: 1945–
Product: Bijv. Opkoopregeling varkenshouderij (Stcrt. 1997, 231); Beëindigingsregeling varkensbedrijven in de EHS (Stcrt. 1998, 245)
Opmerking: Het betreft hier regelgeving die niet rechtstreeks uit de in dit hoofdstuk genoemde wetgeving voortvloeit.
Waardering: B 5
Handeling: Het bij de Europese Commissie aanvragen van een machtiging tot aanpassing van het aantal plaatsen voor varkens in het kader van een ontwikkelingsplan
Grondslag: Verordening (EEG) nr. 2180/81, art. 3
Periode: 1981–
Waardering: V, 5 jaar
Handeling: Het aan de Europese Commissie verslag doen over bijzondere gevallen waarin een aanpassing van het aantal plaatsen voor varkens in het kader van een ontwikkelingsplan heeft plaatsgevonden
Grondslag: Verordening (EEG) nr. 2180/81, art. 4
Periode: 1981–
Waardering: V, 5 jaar
Handeling: Het bij Ministeriële regeling stellen van regels betreffende de bepaling van het al dan niet in een concentratiegebied liggen van een varkenshouderij
Grondslag: Wet herstructurering varkenshouderij, art. 17.4
Periode: 1998–
Waardering: B 5
Handeling: Het bij algemene maatregel van bestuur vaststellen van afwijkende percentages voor vermindering van de omvang van de varkensrechten bij overgang van varkensrechten
Grondslag: Wet herstructurering varkenshouderij, art. 21.1-2
Periode: 1998–
Waardering: B 5
Handeling: Het bij Ministeriële regeling stellen van regels betreffende een financiële tegemoetkoming aan varkenshouders die worden gekort op overgedragen varkensrechten
Grondslag: Wet herstructurering varkenshouderij, art. 21.3
Periode: 1998–
Product: Regeling financiële tegemoetkoming Wet herstructurering varkenshouderij (Stcrt. 1998, 131), gewijzigd bij regelingen gepubliceerd in Stcrt. 1998, 245 en Stcrt. 1999, 252
Waardering: B 5
Handeling: Het vaststellen en verstrekken van een financiële tegemoetkoming aan varkenshouders die in verband met overgang van varkensrechten of bedrijfsoverdracht worden gekort op overgedragen varkensrechten
Grondslag: Regeling financiële tegemoetkoming Wet herstructurering varkenshouderij, art. 2.1
Periode: 1998–
Opmerking: De aanvraag wordt door de varkenshouder gelijktijdig met de kennisgeving van de overgang van het varkensrecht ingediend bij het Bureau Heffingen.
Waardering: V, 7 jaar
Handeling: Het bij Ministeriële regeling stellen van regels betreffende gehele of gedeeltelijke vrijstelling van de 10%-vermindering voor bedrijven die vooroplopen op het gebied van milieu of dierenwelzijn
Grondslag: Wet herstructurering varkenshouderij, art. 24.5
Periode: 1998–
Product: Regeling voorloperbedrijven varkenshouderij (Stcrt. 1998, 149)
Waardering: B 5
Handeling: Het bij algemene maatregel van bestuur stellen van regels voor afwijking van de voorgeschreven hoogte van de varkensrechten wegens onbillijkheden van overwegende aard
Grondslag: Wet herstructurering varkenshouderij, art. 25
Periode: 1998–
Product: Besluit hardheidsgevallen herstructurering varkenshouderij (Stb. 1998, 368)
Waardering: B 5
Handeling: Het bij Ministeriële regeling stellen van regels betreffende ambtshalve vaststelling van de omvang van de varkensrechten van een bedrijf
Grondslag: Wet herstructurering varkenshouderij, art. 26, 1 en 2
Periode: 1998–
Waardering: B 5
Handeling: Het bepalen van een maximumaantal varkens dat op een bedrijf mag worden gehouden
Grondslag: Wet herstructurering varkenshouderij, art. 27.1
Periode: 1998–
Waardering: B 5 mbt gevallen van algemene strekking
V, 5 jaar voor beschikkingen
Handeling: Het bij Ministeriële regeling stellen van regels betreffende verlaging van het percentage van de tweede generieke korting per 1 januari 2000
Grondslag: Wet herstructurering varkenshouderij, art. 31.2
Periode: 1998–
Waardering: B 5
Handeling: Het bij algemene maatregel van bestuur stellen van regels betreffende de mogelijkheid om op grond van genomen maatregelen ter reductie van meststoffen meer dan het toegestane aantal varkens te houden
Grondslag: Wet herstructurering varkenshouderij, art. 32.2
Periode: 1998–
Waardering: B 5
Handeling: Het vaststellen van regels betreffende modelformulieren voor de aanmelding bij het Bureau Heffingen van (de wijziging van) de omvang van het varkensrecht
Grondslag: Wet herstructurering varkenshouderij, artt. 7.2, 18.1 en 30; Besluit hardheidsgevallen herstructurering varkenshouderij, artt. 2 en 3
Periode: 1998–
Product: Regeling vaststelling formulieren Wet herstructurering varkenshouderij (Stcrt. 1998, 163)
Opmerking: De omvang van de varkensrechten kan veranderen door overgang van (een gedeelte van) het varkensrecht, samenvoeging van bedrijven met varkensrechten, splitsing van een bedrijf met varkensrechten, doorhaling van varkensrechten of overdracht van een geheel bedrijf tezamen met het daarop rustende mestproductierecht en varkensrecht.
Waardering: V, 5 jaar
Handeling: Het bij Ministeriële regeling stellen van nadere voorwaarden voor registratie van de kennisgeving van de overgang van varkensrechten
Grondslag: Wet herstructurering varkenshouderij, artt. 22.2-3 en 23.1
Periode: 1998–
Product: Regeling leges en blokkade Wet herstructurering varkenshouderij (Stcrt. 1998, 140)
Opmerking: De voorwaarden hebben betrekking op mededeling aan derde-belanghebbenden (bijv. hypotheekhouders) of het voorafgaand aan registratie betalen van een bedrag (bijv. leges).
Waardering: V, 5 jaar
Handeling: Het registreren van kennisgevingen betreffende de overgang van varkensrechten
Grondslag: Wet herstructurering varkenshouderij, o.a. art. 18.2-3
Periode: 1998–
Opmerking: De juridische verkleining of vergroting treedt in op het moment van registratie.
Waardering: V, 5 jaar
Handeling: Het stellen van regels betreffende de administratieve verplichtingen voortvloeiend uit de Wet herstructurering varkenshouderij
Grondslag: Wet herstructurering varkenshouderij, art. 29.1-3
Periode: 1998–
Product: Regeling administratieve verplichtingen Wet herstructurering varkenshouderij (Stcrt. 1998, 143)
Opmerking: Het betreft onder andere regels voor het opmaken, bewaren, overleggen en afdragen van gegevens door varkenshouders en regels voor de berekening van het aantal varkens dat gedurende een jaar gemiddeld op een bedrijf is gehouden. Met de regeling wordt volledig aangesloten bij de administratieve verplichtingen zoals die in het kader van de Meststoffenwet bestaan.
Waardering: B 5
Handeling: Het beslissen op een aanvraag tot opkoop van niet-gebonden mestproductierechten in het kader van de herstructurering van de varkenshouderij
Grondslag: Opkoopregeling varkenshouderij, art. 10
Periode: 1997–1998
Waardering: V, 7 jaar
Handeling: Het beslissen op een aanvraag voor een subsidie voor de beëindiging van varkenshouderijen
Grondslag: Beëindigingsregeling varkensbedrijven in de EHS, artt. 2 en 7
Periode: 1999–
Waardering: V, 7 jaar
Handeling: Het besluiten tot sluiting van de indieningstermijn voor subsidieaanvragen voor bepaalde categorieën van bedrijven of voor bedrijven in bepaalde concentratiegebieden
Grondslag: Beëindigingsregeling varkensbedrijven in de EHS, art. 15.1
Periode: 1999–
Opmerking: Een dergelijk besluit dient in de Staatscourant te worden gepubliceerd.
Waardering: V, 5 jaar
Handeling: Het voorbereiden, vaststellen en evalueren van het beleid ten aanzien van structuurmaatregelen betreffende de pluimveehouderij
Bron: o.a. Brief van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) aan de Tweede Kamer, d.d. 6 november 1998
Periode: 1945–
Waardering: B 1
Handeling: Het voorbereiden van de totstandkoming, wijziging en intrekking van wetgeving ten aanzien van structuurmaatregelen betreffende de pluimveehouderij
Grondslag: Brief van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit (LNV) aan de Tweede Kamer, d.d. 6 november 1998; e.a.
Periode: 1945–
Product: Wet tot wijziging van de Meststoffenwet in verband met de invoering van een stelsel van pluimveerechten (Stb. 2000, 538)
Waardering: B 1
Handeling: Het instellen van een stuurgroep voor advisering over maatregelen in het kader van de herstructurering van de pluimveehouderij
Bron: MvT Wijziging van de Meststoffenwet in verband met de invoering van een stelsel van pluimveerechten, Tweede Kamer, vergaderjaar 1998–1999, 26 473, nr. 3
Periode: 1999–1999
Waardering: B 4
Handeling: Het bij algemene maatregel van bestuur stellen van nadere regels betreffende de uitvoering van de Wet tot wijziging van de Meststoffenwet in verband met de invoering van een stelsel van pluimveerechten
Grondslag: Wet tot wijziging van de Meststoffenwet in verband met de invoering van een stelsel van pluimveerechten, artt. 58k en 58t
Periode: 2000–
Product: Uitvoeringsbesluit pluimveerechten Meststoffenwet (Stb. 2000, 599)
Waardering: B 5
Handeling: Het bij algemene maatregel van bestuur vaststellen van afwijkende percentages voor vermindering van de omvang van de pluimveerechten bij overgang van pluimveerechten
Grondslag: Wet tot wijziging van de Meststoffenwet in verband met de invoering van een stelsel van pluimveerechten, art. 58t
Periode: 2000–
Waardering: B 5
Handeling: Het bepalen van een maximumaantal kippen en kalkoenen dat op een bedrijf mag worden gehouden
Grondslag: Wet tot wijziging van de Meststoffenwet in verband met de invoering van een stelsel van pluimveerechten, art. 58 e.1
Periode: 1998–
Waardering: B 5 voor stukken van algemene strekking
V, 5 jaar voor beschikkingen
Handeling: Het bij Ministeriële regeling stellen van nadere voorwaarden voor registratie van de kennisgeving van de overgang van pluimveerechten
Grondslag: Wet tot wijziging van de Meststoffenwet in verband met de invoering van een stelsel van pluimveerechten, artt. 58u en 58v
Periode: 2000–
Product: Regeling leges en blokkade pluimveerechten Meststoffenwet (Stcrt. 2000, 247)
Opmerking: De voorwaarden hebben betrekking op mededeling aan derde-belanghebbenden (bijv. hypotheekhouders) of het voorafgaand aan registratie betalen van een bedrag (bijv. leges).
Waardering: V, 5 jaar
Handeling: Het registreren van kennisgevingen betreffende de overgang van pluimveerechten
Grondslag: Wet tot wijziging van de Meststoffenwet in verband met de invoering van een stelsel van pluimveerechten, artt. 58q., en 58r.2
Periode: 2000–
Opmerking: De juridische verkleining of vergroting treedt in op het moment van registratie.
Waardering: V, 7 jaar
Handeling: Het voorbereiden, vaststellen en evalueren van het beleid ten aanzien van structuurmaatregelen voor de schapen- en geitenhouderij
Periode: 1945–
Product: Nota’s, bijv. Structuurnota schapenhouderij (discussienota), 1979
Waardering: B 1
Handeling: Het voorbereiden en vaststellen van regelgeving betreffende structuurmaatregelen voor de schapen- en geitenhouderij
Periode: 1945–
Waardering: B 5
Handeling: Het voorbereiden, vaststellen en evalueren van het beleid ten aanzien van steun aan de bijenteelt
Periode: 1945–
Waardering: B 1
Handeling: Het voorbereiden en vaststellen van regelgeving betreffende de structuur van de bijenhouderij
Grondslag: Verordening (EEG) nr. 1196/81; Verordening (EG) nr. 1221/97
Periode: 1945–
Product: Beschikking steunverlening bijenteelt 1981 (Stcrt. 1981, 100)
Waardering: B 5
Handeling: Het in het kader van steunverlening aan de bijenteelt opstellen van nationale programma’s
Grondslag: Richtlijn 74/409/EEG betreffende de harmonisatie van de wettelijke voorschriften van de staten inzake honing
Periode: 1974–
Product: Beschikking steunverlening bijenteelt 1981 (Stcrt. 1981, 100)
Waardering: B 5
Handeling: Het in het kader van steunprogramma’s (doen) uitvoeren van een studie naar de bijenteelt
Grondslag: Verordening (EG) nr. 1221/97 houdende algemene regels voor de uitvoering van de maatregelen tot verbetering van de productie en de afzet van honing, art. 2
Periode: 1997–
Waardering: B 5
Handeling: Het verlenen en vaststellen van financiële steun aan programma’s ter versterking van de bijenteelt
Grondslag: Verordening (EG) nr. 1221/97 houdende algemene regels voor de uitvoering van de maatregelen tot verbetering van de productie en de afzet van honing, art. 3
Periode: 1997–
Waardering: V, 7 jaar
Handeling: Het beslissen op een aanvraag tot toekenning en uitkering van financiële steun aan erkende verenigingen van bijenhouders
Grondslag: Verordening (EEG) nr. 1196/81 tot invoering van een steunregeling voor de bijenteelt in de verkoopseizoenen 1981/1982, 1982/1983 en 1983/1984, art. 1; Beschikking steunverlening bijenteelt 1981, art. 2.1
Periode: 1981–1984
Opmerking: De steunbedragen worden uitbetaald aan de verenigingen, die het geld mogen besteden aan aankoop van suiker voor bijenvoeding of aan vooraf door de staat goedgekeurde programma’s ter verbetering van de honingproductie, de technologie en de afzet.
Waardering: V, 7 jaar
Handeling: Het in het kader van steunverlening aan de bijenteelt beslissen op een verzoek tot erkenning van een organisatie van bijenhouders
Grondslag: Beschikking steunverlening bijenteelt 1981, art. 3
Periode: 1981–1984
Waardering: B 5
Handeling: Het in het kader van steunverlening aan de bijenteelt beoordelen van een programma waarvoor steun kan worden verleend
Grondslag: Beschikking steunverlening bijenteelt 1981, art. 5.
Periode: 1981–1984
Waardering: V, 7 jaar
Handeling: Het voorbereiden, vaststellen en evalueren van het structuurbeleid ten aanzien van de pelsdierenhouderij
Periode: 1945–
Waardering: B 1
Handeling: Het voorbereiden en vaststellen van regelgeving betreffende de structuur van de pelsdierenhouderij
Periode: 1945–
Waardering: B 5
Verwerking en afzet van agrarische producten
Handeling: Het voorbereiden, vaststellen en evalueren van het beleid ten aanzien van structuurmaatregelen betreffende de verwerking en afzet van agrarische producten
Grondslag: begrotingen
Periode: 1945–
Opmerking: Hieronder valt tevens het voeren van overleg met centrale en branche-organisaties van de agrarische industrie en handel.
Waardering: B 1
Handeling: Het voorbereiden en vaststellen van regelgeving betreffende de structuur van de verwerking en afzet van agrarische producten
Periode: 1945–
Opmerking: Het betreft hier regelgeving die niet elders in dit hoofdstuk is gespecificeerd.
Waardering: B 5
Handeling: Het voorbereiden van de Nederlandse inbreng in internationale fora betreffende het vaststellen, wijzigen en intrekken van internationale regelingen op het gebied van de structuur van de verwerking en afzet van agrarische producten
Periode: 1945–
Opmerking: Het betreft met name de inbreng in EU-verband.
Waardering: B 1
Handeling: Het adviseren van de Minister van Economische Zaken (EZ) over de toepassing van financiële instrumenten op bedrijven in de agrarische industrie en handel
Bron: begrotingen, interne notities
Periode: [1965]–
Opmerking: Het aangegeven aanvangsjaar is indicatief.
Waardering: B 5
Handeling: Het adviseren van andere Ministers dan die van Economische Zaken over de toepassing van subsidieregelingen op bedrijven in de agrarische industrie en handel
Bron: Begrotingen, afbakeningsbrieven
Periode: [1970]–
Opmerking: Sociale Zaken: toekenning van arbeidsplaatsverbeterende subsidies aan agrarische bedrijven (vanaf ca. 1970).
VROM: subsidieregelingen voor milieutechnologie (vanaf 1989). Zo gaat het bij de VROM-Stimuleringsregeling ontwikkeling en toepassing milieutechnologie om de prioriteitenstelling en praktijkwaarde van ingediende agrarische projecten.
Het aangegeven aanvangsjaar is indicatief.
Waardering: B 5
Handeling: Het preciseren van de taakverdeling op het gebied van het industrieel structuurbeleid
Bron: Interne notities
Periode: 1976–
Product: Afbakeningsbrieven en notities, zoals van LNV: VA/1489 (1977), J 7996 (1985), J 931 (1986) en van EZ: 1276/I/8468 (1976) en 786/VI/79 (1986)
Opmerking: Ten dele hebben deze stukken betrekking op andere beleidsterreinen, zoals de exportbevordering.
Waardering: B 5
Handeling: Het ontwikkelen, wijzigen en intrekken van stimuleringsbeleid voor de structuurversterking van sectoren van de agrarische verwerking en afzet
Bron: Begrotingen
Periode: 1945–
Product: Bijv. steunregeling voor de vlasindustrie (jaren ‘50)
Opmerking: Het gaat hier om maatregelen die geen deel uitmaken van een van de hierna besproken kaders, zoals herstructurering, innovatie of EU-verordeningen.Tussentijdse evaluaties en eventuele herziening van prioriteiten of criteria voor steunverlening maken deel uit van deze handeling, ook wanneer de regeling ongewijzigd blijft.
Waardering: B 1
Handeling: Het in het kader van de uitvoering van subsidieregelingen voor de structuurversterking van sectoren van de agrarische verwerking en afzet verlenen van subsidies
Bron: Begrotingen
Periode: 1945–
Opmerking: Het gaat om maatregelen die geen deel uitmaken van specifiekere kaders zoals herstructurering, innovatie of EU-verordeningen.
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: Het subsidiëren van activiteiten die de structuur van de agrarische verwerking en afzet kunnen bevorderen en die niet onder een subsidieregeling vallen
Bron: Begrotingen
Periode: 1945–
Opmerking: De financiering gebeurt meestal op basis van een bestaande begrotingspost. Het gaat hier om maatregelen die geen deel uitmaken van specifiekere kaders zoals herstructurering, innovatie of EU-verordeningen.
Waardering: V, 10 jaar
Handeling: Het (doen) verrichten van structuuronderzoeken in sectoren van de agrarische verwerking en afzet
Bron: Begrotingen; bedrijfstakverkenningen VG-industrie
Periode: [1965]
Product: Sectorstructuuronderzoeken en (vanuit LNV) sectorvisies; rapporten over groenten- en fruitveilingen (1971); rapport: ‘Beeldvorming slachtpluimveebranche’ (1975); rapport; ‘Voedsel- en agrarische industrie’(1976); rapport: ‘Beeld van de Nederlandse Zuivel: een structuurstudie’ (PZ)
Opmerking: Inbreng van bedrijfsorganisaties door onder andere het Produktschap voor Vee en Vlees (PVV) en het Bedrijfschap voor de Groothandel in Bloemkwekerijproducten. Het aangegeven aanvangsjaar is indicatief.
Waardering: B 5 opdracht en eindproduct
V, 10 voor overige neerslag
Handeling: Het ontwikkelen, wijzigen en intrekken van stimuleringsmaatregelen in het kader van de herstructurering van sectoren van de agrarische verwerking en afzet
Bron: begrotingen
Periode: [1970]–
Product: Bijv. overbruggingstoeslagen aan gemeenten met openbare slachthuizen (jaren ‘70).
Opmerking: Tussentijdse evaluaties en eventuele herziening van prioriteiten of criteria voor steunverlening maken deel uit van deze handeling, ook wanneer de regeling ongewijzigd blijft. Het aangegeven aanvangsjaar is indicatief.
Waardering: B 1
Handeling: Het bijdragen aan de totstandkoming van herstructureringsplannen voor de agrarische verwerking en afzet
Bron: Bedrijfstakverkenning VG-industrie 1980
Periode: [1975]–
Opmerking: Het gaat vooral om een inhoudelijke en coördinerende inbreng. Het aangegeven aanvangsjaar is indicatief.
Waardering: B 1
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)