Algemene douaneregeling
Indien de samenstelling achterwege mag blijven op grond van een toestemming als bedoeld in artikel 3:32, hier het toestemmingsnummer vermelden.
(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de codes, zie deel D van Titel II.)
Indien sprake is van meer dan één artikel, in dit vak het volgnummer van het betrokken artikel vermelden in het totale aantal artikelen, opgegeven in vak 5, dat in de formulieren en aanvullende formulieren is aangegeven.
De goederencode van het betrokken artikel vermelden.
(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de code, zie deel D van Titel II.)
In vak 34a, volgens de desbetreffende EU-code het land van oorsprong als bedoeld in Titel II, hoofdstuk 2, van het DWU vermelden (zie codeboek Douane, onderdeel Aangiftebehandeling, tabel S01).
(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de code, zie deel D van Titel II.)
De brutomassa (kg) vermelden van de in vak 31 omschreven goederen. De brutomassa is de massa van de goederen vermeerderd met de massa van al hun verpakkingen, met uitzondering van het transportmaterieel en met name van de containers.
Wanneer een aangifte voor douanevervoer op meerdere soorten goederen betrekking heeft, kan ermee worden volstaan de totale brutomassa in het eerste vak 35 te vermelden, terwijl de andere vakken 35 niet worden ingevuld.
Wanneer de brutomassa meer dan 1 kg bedraagt en een fractie van een eenheid (kg) omvat, mag de volgende afronding worden toegepast:
Wanneer de brutomassa minder dan 1 kg bedraagt, verdient het aanbeveling deze in de vorm ‘0,xyz’ te vermelden (bijvoorbeeld: ‘0,654’ is gelijk aan 654 gram).
Volgens de desbetreffende EU- en nationale codes de regeling vermelden waarvoor de goederen zijn aangegeven (zie codeboek Douane, onderdeel Aangiftebehandeling, tabel A35 voor het eerste deelvak en tabel A29 voor het tweede deelvak).
(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de codes, zie deel D van Titel II.)
De nettomassa (kg) vermelden van de in vak 31 omschreven goederen. De nettomassa is de eigen massa van de goederen zonder verpakking.
Volgens de desbetreffende EU-codes de referenties vermelden van de documenten die voorafgingen aan de uitvoer naar een derde land/verzending naar een andere lidstaat. (zie codeboek Douane, onderdeel Aangiftebehandeling, tabel A80 voor het documenttype en tabel A28 voor het soort voorafgaand document)
(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de codes, zie deel D van Titel II.)
Wanneer de aangifte betrekking heeft op goederen die na de zuivering van de regeling publiek douane-entrepot type II wederuitgevoerd worden, het referentienummer van de aangifte tot plaatsing van de goederen onder deze regeling vermelden.
Wanneer het een aangifte voor de regeling douanevervoer betreft, de voorafgaande douaneregeling of het referentienummer van de desbetreffende douanedocumenten vermelden. Indien, in het kader van niet-geautomatiseerde douanevervoerprocedures, meer dan een referentienummer moet worden vermeld, kan in dit vak het woord ‘diverse’ worden vermeld, gevolgd door de desbetreffende EU-code voor bijzondere vermeldingen (zie codeboek Douane, onderdeel Aangiftebehandeling, tabel A12). Tevens wordt de lijst van referentienummers bij de aangifte voor douanevervoer gevoegd.
In voorkomend geval voor het betrokken artikel de hoeveelheid vermelden in de eenheid die in het gebruikstarief is aangegeven. De eenheid zelf niet vermelden.
In dit vak, met gebruikmaking van de desbetreffende EU- of nationale codes de mogelijkerwijze door specifieke verordeningen voorgeschreven vermeldingen aanbrengen samen met de referentienummmers van de tot staving van de aangifte overgelegde stukken.
Ingeval voor goederen aanspraak wordt gemaakt op restitutie, wordt de vraag en het antwoord op die vraag in het vak opgenomen: aanvraag restitutie ja/nee.
Bij de vermeldingen in dit vak onderscheid maken naar:
(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de codes, zie deel D van Titel II.)
De statistische waarde in Euro vermelden overeenkomstig de ter zake geldende bindende EU-rechtshandelingen.
In het algemeen komt de statistische waarde neer op de prijs, eventueel verminderd met de ter zake van de uitvoer aftrekbare belastingen, maar vermeerderd met onder andere de vracht- en verzekeringskosten tot de Nederlandse grens, voor zover deze niet reeds in de prijs zijn begrepen.
In dit vak het entrepot vermelden volgens de desbetreffende EU-code (zie codeboek Douane, onderdeel Aangiftebehandeling, tabel A30 voor het soort entrepot en tabel S01 voor de landencode).
(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de codes, zie deel D van Titel II.)
Het EORI-nummer vermelden dat door de douane is toegekend op basis van artikel 9 van het DWU. Indien geen EORI-nummer is afgegeven de naam en voornaam of handelsnaam en adres van de aangever vermelden of in voorkomend geval de naam en voornaam of handelsnaam vermelden van de gevolmachtigde vertegenwoordiger die namens de aangever ondertekent.
Behoudens nog vast te stellen bijzondere bepalingen betreffende het gebruik van informatica, moet op het door het kantoor van vertrek te bewaren exemplaar (nr.1) de originele handtekening van de betrokkene voorkomen. Wanneer deze een rechtspersoon is, dient de handtekening gevolgd te worden door de naam, voornaam en functie van de ondertekenaar.
In geval van uitvoer en indien in vak 44 de vermelding RET/EXP, gevolgd door de bijbehorende code voor bijzondere vermelding is vermeld, kan de aangever of zijn vertegenwoordiger de naam en het adres van een in het ambtsgebied van het kantoor van uitgang gevestigde tussenpersoon vermelden. Het door dit kantoor afgetekende exemplaar nr. 3 kan aan deze tussenpersoon worden teruggegeven.
In dit vak de code van het voorziene kantoor van binnenkomst in elk EVA-land vermelden over het grondgebied waarvan de goederen zullen worden vervoerd, evenals het kantoor van binnenkomst waar de goederen het douanegebied van de Unie opnieuw binnenkomen na over het grondgebied van een EVA-land te zijn vervoerd of, indien het vervoer over een ander grondgebied dan dat van de Unie en van een EVA-land zal plaatsvinden, het kantoor van uitgang waar de zending de Unie verlaat en het kantoor van binnenkomst waar de zending de Unie weer binnenkomt.
De betrokken douanekantoren vermelden volgens de desbetreffende EU-code. (zie codeboek Douane, onderdeel Aangiftebehandeling, tabel S20)
(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de code, zie deel D van Titel II.)
Volgens de desbetreffende EU-codes in het tweede deelvak het type zekerheid opgeven of vermelden dat ontheffing van zekerheidstelling is verleend, alsmede, in voorkomend geval, het nummer van het certificaat van doorlopende zekerheidstelling of van ontheffing van zekerheidstelling of het nummer van het bewijs van zekerheidstelling per aangifte en het kantoor van zekerheidstelling opgeven (zie codeboek Douane. onderdeel transit, tabel 051).
Indien de doorlopende zekerheid, de ontheffing van zekerheidstelling of de zekerheidstelling per aangifte niet voor een of meer van de volgende landen geldig zijn, vermeld na de woorden ‘zekerheid niet geldig voor’ de code(s) van codeboek Douane, onderdeel Transit, tabel 071 voor het, of de betrokken land(en) van:
(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de codes, zie deel D van Titel II.)
Volgens de desbetreffende EU-code het kantoor vermelden waar de goederen moeten worden aangebracht om het douanevervoer te beëindigen (zie codeboek Douane, onderdeel Aangiftebehandeling, tabel S20).
(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de code, zie deel D van Titel II.)
De plaats en de datum vermelden waarop de aangifte werd opgesteld.
Behoudens nog vast te stellen bijzondere bepalingen betreffende het gebruik van informatica, dient het voor het kantoor van uitvoer/verzending bestemde exemplaar (nr.1) de originele handtekening van de betrokkene te bevatten, gevolgd door diens naam en voornaam. Wanneer het een rechtspersoon betreft, dient de handtekening te worden gevolgd door de naam, voornaam en functie van degene die heeft ondertekend.
Deze gegevens worden uitsluitend op de exemplaren 4 en 5 vermeld en hebben betrekking op de hierna volgende gevallen:
Het is mogelijk dat tussen het tijdstip waarop de goederen het kantoor van uitvoer en/of vertrek verlaten en het tijdstip waarop zij bij het kantoor van bestemming aankomen bepaalde gegevens dienen te worden vermeld op de exemplaren die de goederen vergezellen. Deze gegevens hebben betrekking op het vervoer en dienen, wanneer zich bepaalde gebeurtenissen voordoen tijdens het vervoer, op het document te worden ingevuld door de vervoerder die verantwoordelijk is voor het vervoermiddel waarop of waarin de goederen rechtstreeks zijn geladen. Wanneer deze gegevens met de hand worden aangebracht, moet dit op duidelijk leesbare wijze, met inkt en blokletters geschieden.
Deze gegevens worden uitsluitend op de exemplaren 4 en 5 vermeld en hebben betrekking op de hierna volgende gevallen:
– Overlading: Vak 55 invullen.
De eerste drie regels van dit vak worden door de vervoerder ingevuld wanneer de goederen tijdens het vervoer op of in een ander vervoermiddel of in een andere container worden overgeladen.
De vervoerder mag de goederen eerst overladen nadat hij hiervoor toestemming heeft verkregen van de douaneautoriteiten van de lidstaat waar de overlading plaatsvindt.
Indien deze autoriteiten van oordeel zijn dat het douanevervoer op de normale wijze kan worden voortgezet, viseren zij, na eventueel de nodige maatregelen te hebben genomen, de exemplaren 4 en 5 van de aangifte voor douanevervoer.
– Andere voorvallen: Vak 56 invullen.
In te vullen overeenkomstig de voorschriften inzake douanevervoer.
Wanneer tijdens het vervoer van goederen die in of op een oplegger zijn geladen, de oplegger aan een ander trekkend voertuig wordt gekoppeld (en de goederen daarbij niet worden behandeld of overgeladen), wordt in dit vak het registratienummer van de nieuwe trekker vermeld. In dit geval is visering door de bevoegde autoriteiten niet vereist.
In het eerste deelvak van het aangiftesymbool de desbetreffende EU-code vermelden (zie codeboek Douane, onderdeel Aangiftebehandeling, tabel A03).
De aangiftesystemen genereren een aangiftenummer (MRN-nummer), bestaande uit:
In het eerste deelvak van het aangiftesymbool de desbetreffende EU-code vermelden (zie codeboek Douane, onderdeel Aangiftebehandeling, tabel A03).
In het tweede deelvak het type aangifte vermelden volgens de desbetreffende EU- of nationale code (zie codeboek Douane, onderdeel Aangiftebehandeling, tabel A04).
(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de codes, zie deel D van Titel II.)
Het volgnummer van de set in het totale aantal gebruikte sets vermelden (zowel gewone als aanvullende formulieren). Bijvoorbeeld wanneer een IM formulier en 2 IM/c formulieren worden overgelegd, op het IM formulier 1/3, op het eerste IM/c formulier 2/3 en op het tweede IM/c formulier 3/3 invullen.
In cijfers het eventueel bijgevoegde aantal ladingslijsten vermelden of het aantal beschrijvende commerciële lijsten waarvoor de bevoegde autoriteit toestemming heeft verleend.
In cijfers het totale aantal artikelen vermelden dat door de belanghebbende op al de formulieren en aanvullende formulieren (of ladingslijsten of commerciële lijsten) is aangegeven. Het aantal artikelen stemt overeen met het aantal vakken 31 dat moet worden ingevuld.
Dit is het commerciële referentienummer dat de belanghebbende aan de zending heeft toegekend. Naar keuze in te vullen door belanghebbende.
(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de referentie, zie deel D van Titel II.)
In vak 8 (Geadresseerde) wordt het EORI-nummer van de geadresseerde opgenomen dat door de douane is toegekend op basis van artikel 9 van het DWU. Heeft de geadresseerde geen EORI-nummer, dan moet in dit vak de naam en voornaam of de handelsnaam en het volledige adres van de geadresseerde worden opgenomen.
Wanneer de goederen met toepassing van het stelsel van douane-entrepots in een particulier entrepot worden opgeslagen, de naam en het volledige adres vermelden van de houder van de regeling indien deze niet tevens de aangever is.
Bij groepagezendingen wordt in dit vak het woord ‘diverse’ vermeld, gevolgd door de desbetreffende EU-code voor bijzondere vermeldingen (zie codeboek Douane, onderdeel Aangiftebehandeling, tabel A12). Een lijst van geadresseerden wordt bij de aangifte gevoegd.
(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de code, zie onderdeel D van deze Titel)
Verder wordt bij een elektronische aangifte in het data-element ‘OB-plichtige’, wanneer de aangifte betrekking heeft op de invoer van goederen als bedoeld in artikel 18 van de Wet op de omzetbelasting 1968 en de goederen bestemd zijn voor een geadresseerde met een Nederlands btw-identificatienummer die beschikt over een vergunning zoals bedoeld in artikel 23 van de Wet op de omzetbelasting 1968, het btw-identificatienummer van deze geadresseerde opgenomen, voorafgegaan door NL als landencode.
Maakt de geadresseerde deel uit van een fiscale eenheid voor de omzetbelasting en is de gehele fiscale eenheid aangewezen op de voet van artikel 23 van de Wet op de omzetbelasting 1968, het btw-identificatienummer van de fiscale eenheid vermelden voorafgegaan door NL als landencode.
Als de goederen bestemd zijn voor een buitenlandse geadresseerde die gebruik maakt van een (beperkt) fiscaal vertegenwoordiger als bedoeld in artikel 33g van de Wet op de omzetbelasting 1968, het btw-identificatienummer van de (beperkt) fiscaal vertegenwoordiger vermelden voorafgegaan door NL als landencode.
Indien geen gebruik wordt gemaakt van artikel 23 Wet op de omzetbelasting 1968 mag het data element OB-plichtige leeg gelaten worden.
Voorafgaand aan de naam van de aangever/vertegenwoordiger moet de code van diens status worden vermeld (zie codeboek Douane, onderdeel algemeen, tabel A81).
Indien de aangever tevens de geadresseerde is, de tekst ‘geadresseerde’ vermelden, alsmede de desbetreffende EU-code voor bijzondere vermeldingen (zie codeboek Douane, onderdeel Aangiftebehandeling, tabel A12).
Bij ‘Nr.’ het EORI-nummer vermelden dat door de douane is toegekend op basis van artikel 9 van het DWU. Indien de aangever niet over een EORI-nummer beschikt de naam en voornaam of de handelsnaam en volledige adres van de aangever vermelden. De douane kan hem voor de betrokken aangifte een nummer toekennen.
Bij ‘Nr.’ het EORI-nummer vermelden dat door de douane is toegekend op basis van artikel 9 van het DWU. Indien de vertegenwoordiger niet over een EORI-nummer beschikt de naam en voornaam of de handelsnaam en volledige adres van de vertegenwoordiger vermelden. De douane kan hem voor de betrokken aangifte een nummer toekennen.
Tevens het EORI-nummer van de vertegenwoordigde vermelden dat door de douane is toegekend op basis van artikel 9 van het DWU. Indien de vertegenwoordigde niet over een EORI-nummer beschikt de naam en voornaam of de handelsnaam en volledige adres van de vertegenwoordigde vermelden. De douane kan hem voor de betrokken aangifte een nummer toekennen. In geval van een niet-geautomatiseerde aangifte kunnen de gegevens van de vertegenwoordigde worden vermeld in vak 9.
Indien de betaling van de douaneschuld wordt gedaan door een andere persoon dan de aangever dient in het veld ‘Betaler’ het EORI-nummer te worden vermeld van de persoon die de betaling doet
In vak 15a, door middel van de desbetreffende EU-code het land vermelden waaruit de goederen oorspronkelijk naar de invoerende lidstaat werden verzonden, zonder oponthoud of niet aan het vervoer inherente juridische handeling in een tussenliggend land. Indien een dergelijk oponthoud of een dergelijke handeling heeft plaatsgevonden, wordt het laatste tussenliggende land als land van verzending/uitvoer beschouwd. (zie codeboek Douane, onderdeel Aangiftebehandeling, tabel S01).
(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de code, zie deel D van Titel II.)
In vak 17a de desbetreffende EU-code vermelden van de op het tijdstip van invoer bekende lidstaat waarvoor de goederen uiteindelijk bestemd zijn (zie codeboek Douane, onderdeel Aangiftebehandeling, tabel S01).
(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de code, zie deel D van Titel II.)
De identiteit van het (of de) vervoermiddel(en) vermelden waarin/waarop de goederen rechtstreeks zijn geladen wanneer zij worden aangebracht bij het douanekantoor waar de formaliteiten voor de bestemming worden vervuld. Wanneer het trekkende voertuig en de oplegger een verschillend kenteken hebben, zowel het kenteken van het trekkende voertuig als dat van de oplegger vermelden.
Naargelang het gebruikte vervoermiddel, worden ter identificatie de volgende vermeldingen aangebracht:
Door middel van de desbetreffende EU-code de situatie bij het overschrijden van de buitengrens van de Unie aangeven.
(voor toelichting gebruik code, zie deel D van Titel II.)
Door middel van de desbetreffende EU-codes de relevante clausules van het handelscontract opgeven, alsmede de plaatsnaam c.q. de contractvoorwaarde (zie codeboek Douane, onderdeel Aangiftebehandeling, tabel A14).
Door middel van de desbetreffende EU-code in het tweede deelvak de nationaliteit vermelden van het actieve vervoermiddel waarmee de buitengrens van de Unie wordt overschreden (zie codeboek Douane, onderdeel Aangiftebehandeling, tabel S01).
(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de code, zie deel D van Titel II.)
Bij gecombineerd vervoer of wanneer meerdere vervoermiddelen worden gebruikt, is het actieve vervoermiddel datgene waarmee het geheel wordt voortbewogen. Bijvoorbeeld bij vrachtwagen op zeeschip is het actieve vervoermiddel het schip; bij trekker en oplegger is het actieve vervoermiddel de trekker.
Deel D. Toelichting bij de te gebruiken Communautaire- en Nationale Codes op de formulieren van het enig document
(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de code, zie deel D van Titel II.)
In het tweede deelvak het gefactureerde bedrag voor alle aangegeven goederen vermelden.
In dit vak wordt de koers vermeld waartegen de factuurvaluta in de valuta van de betrokken lidstaat wordt omgerekend.
In het eerste deelvak, door middel van de desbetreffende EU-codes en indeling de gegevens vermelden waaruit blijkt om welk type contract het in dit geval gaat (zie codeboek Douane, onderdeel Aangiftebehandeling, tabel A22).
Het tweede deelvak behoeft niet te worden ingevuld.
(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de code, zie deel D van Titel II.)
Door middel van de desbetreffende EU-code de vervoerwijze vermelden waartoe het actieve vervoermiddel behoort waarop of waarin de goederen het douanegebied van de Unie zijn binnengekomen (zie codeboek Douane onderdeel Aangiftebehandeling tabel A27).
Door middel van de desbetreffende EU-code de wijze van vervoer bij aankomst vermelden (zie codeboek Douane onderdeel Aangiftebehandeling tabel A27).
(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de code, zie deel D van Titel II.)
In dit vak de juiste plaats, bestaande uit de postcode aangevuld met huisnummer, vermelden waar de goederen kunnen worden onderzocht.
(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de codes, zie deel D van Titel II.)
Indien sprake is van meer dan één artikel, in dit vak het volgnummer van het betrokken artikel vermelden in het totale aantal artikelen, opgegeven in vak 5, dat in de gebruikte formulieren en aanvullende formulieren is aangegeven.
De goederencode van het betrokken artikel invullen.
(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de code, zie deel D van Titel II.)
In vak 34a wordt volgens de desbetreffende EU-code het land van oorsprong zoals vastgesteld in titel II, hoofdstuk 2, van het DWU vermeld (zie codeboek Douane, onderdeel Aangiftebehandeling, tabel S01).
(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de code, zie deel D van Titel II.)
De brutomassa (kg) vermelden van de in vak 31 omschreven goederen. De brutomassa is de massa van de goederen vermeerderd met de massa van al hun verpakkingen, met uitzondering van het transportmaterieel en met name van de containers.
Wanneer de brutomassa meer dan 1 kg bedraagt en een fractie van een eenheid (kg) omvat, mag deze als volgt worden afgerond:
Wanneer de brutomassa minder dan 1 kg bedraagt, verdient het aanbeveling deze in de vorm ‘0,xyz’ te vermelden (bijvoorbeeld ‘0,654’ = 654 gram).
Dit vak bevat informatie betreffende de tariefbehandeling van de goederen. Ook invullen indien geen tariefpreferentie wordt gevraagd. Dit vak behoeft echter niet te worden ingevuld voor handelsverkeer tussen delen van het douanegebied van de Unie waarop Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PbEU 2006, L 112) van toepassing is en delen van dit douanegebied waarop deze richtlijn niet van toepassing is of in het kader van het handelsverkeer tussen delen van dit douanegebied waarop die richtlijn niet van toepassing is. De desbetreffende EU-code vermelden (zie codeboek Douane, onderdeel Aangiftebehandeling, tabel T17 voor de codes voor EU-preferenties en voor de toegestane combinaties met de nationale preferenties).
(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de codes, zie deel D van Titel II.)
Volgens de desbetreffende EU- of nationale codes de regeling vermelden waarvoor de goederen zijn aangegeven (zie codeboek Douane, onderdeel Aangiftebehandeling, tabel A35 voor het eerste deelvak en tabel A29 voor het tweede deelvak).
(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de codes, zie deel D van Titel II.)
De nettomassa (kg) vermelden van de in vak 31 omschreven goederen. De nettomassa is de massa van de goederen zonder enige verpakking.
Het volgnummer van het gevraagde tariefcontingent vermelden.
In dit vak, volgens de desbetreffende EU-codes de referenties van de eventueel in de lidstaat van invoer gebruikte summiere aangifte of van de eventuele voorafgaande documenten vermelden (zie codeboek Douane, onderdeel Aangiftebehandeling, tabel A80 voor documenttype en tabel A28 voor soort document).
Wanneer de aangifte ter aanzuivering dient van de regeling publiek douane-entrepot type II het referentienummer van de aangifte tot plaatsing van de goederen onder deze regeling vermelden.
(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de codes, zie deel D van Titel II.)
In voorkomend geval voor het betrokken artikel de hoeveelheid vermelden in de eenheid die in de goederennomenclatuur is vastgesteld. De eenheid zelf niet vermelden.
De prijs van de betreffende goederen vermelden.
Vermelding van het deel van de in vak 22 genoemde factuurprijs die op het goed betrekking heeft.
De desbetreffende EU-code vermelden van de methode die gebruikt is voor het bepalen van de douanewaarde (zie codeboek Douane, onderdeel Aangiftebehandeling, tabel A83).
In dit vak, door middel van de desbetreffende EU-code de eventueel in bepaalde specifieke verordeningen voorgeschreven vermeldingen aanbrengen samen met de referenties van de tot staving van de aangifte overgelegde stukken.
Bij de vermeldingen in dit vak onderscheid maken naar:
Ongeacht of de bescheiden al dan niet een eigen referentienummer dragen, dienen alle over te leggen bescheiden door de aangever te worden voorzien van de aangifte-identificatie die in vak A is vermeld. Deze nummering dient op de bescheiden te worden aangebracht rechtsboven of, als dat niet mogelijk is, zo dicht mogelijk bij die plaats of in een daartoe bestemd vak.
In geval van aangifte voor textielproducten van oorsprong uit ontwikkelingslanden en -gebieden waarvoor de heffing van de rechten bij invoer in het kader van algemene tariefpreferenties geheel is geschorst, het nummer van de categorie waartoe de producten behoren volgens de bepalingen inzake de algemene tariefpreferenties vermelden, voorafgegaan door de vermelding: ‘cat’.
(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de codes, zie deel D van Titel II.)
Dit vak bevat informatie betreffende eventuele aanpassingen die plaatsvinden wanneer tot staving van de aangifte geen DV1 document wordt overgelegd. De eventueel in dit vak vermelde bedragen worden uitgedrukt in Euro.
De statistische waarde vermelden in Euro overeenkomstig de bindende EU-rechtshandelingen terzake.
Voor niet-EU-goederen is de douanewaarde de basis voor de statistische waarde. Bij het ontbreken van een douanewaarde is de statistische waarde de terzake van de levering betaalde of te betalen prijs vermeerderd met onder andere de vervoer- en verzekeringskosten, echter zonder de verschuldigde rechten bij invoer.
Voor EU-goederen is het de door de koper ter zake van de levering betaalde of te betalen prijs, eventueel verminderd met de hier te lande betaalde belastingen en met de vracht- en verzekeringskosten hier te lande.
De maatstaf van heffing (waarde, gewicht of andere) is de basis voor de berekening van de belastingen. Voor zover van toepassing op elke regel de volgende gegevens vermelden, zo nodig volgens de desbetreffende EU- of nationale codes.
In dit vak slechts in het volgende geval de daarbij aangeduide gegevens vermelden:
Aangifte waarbij voor de berekening van de rechten bij invoer andere maatstaven dan douanewaarde, brutogewicht of nettogewicht noodzakelijk zijn: (2) maatstaf van heffing, zowel in code als in hoeveelheid.
De derde kolom (heffingsvoet) en de vierde kolom (bedrag) en zesde (totaalbedrag) behoeven niet te worden ingevuld. Voor zover deze kolommen wel worden ingevuld, zijn bij foutieve vermelding daaraan geen administratieve of strafrechtelijke gevolgen verbonden.
De in dit vak in te vullen bedragen worden uitgedrukt in Euro's.
(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de codes, zie deel D van Titel II.)
In dit vak het entrepot vermelden volgens de desbetreffende EU-code (zie codeboek Douane, onderdeel Aangiftebehandeling, tabel A30 voor het soort entrepot en tabel S01 voor de landencode).
(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de codes, zie deel D van Titel II.)
In dit vak plaats en datum van de aangifte vermelden.
Behoudens nog vast te stellen bijzondere bepalingen betreffende het gebruik van informatica, wordt op het door het kantoor van invoer bewaarde exemplaar (nr. 6) de originele handtekening van de betrokkene aangebracht, gevolgd door diens naam en voornaam. Wanneer het een rechtspersoon betreft, dient de handtekening te worden gevolgd door de naam, de voornaam en de functie van de ondertekenaar.
In bepaalde gevallen worden aanwijzingen gegeven betreffende het type en de lengte van de gegevens. De codes betreffende het type gegeven zijn:
Deze toelichting heeft uitsluitend betrekking op de bijzondere basisvereisten die gelden wanneer formulieren worden gebruikt. Wanneer de formaliteiten in verband met het douanevervoer door de uitwisseling van EDI berichten worden vervuld, geldt het bepaalde in deze bijlage behoudens andersluidende bepalingen in de bijlage 9, aanhangsel C2 of D2, van de Gedelegeerde Verordening Douanewetboek van de Unie.
In bepaalde gevallen worden aanwijzingen gegeven betreffende het type en de lengte van de gegevens. De codes betreffende het type gegeven zijn:
a (alfabetisch)
n (numeriek)
an (alfanumeriek)
Het na de code vermelde getal geeft de toegestane lengte van het gegeven aan. De twee punten die in sommige gevallen aan de aanduiding van de lengte voorafgaan, betekenen dat het gegeven geen vaste lengte heeft, maar uit maximaal het aangegeven aantal tekens kan bestaan.
Onder ‘uitvoer’, ‘wederuitvoer’, ‘invoer’ en ‘wederinvoer’ worden in deze toelichting eveneens verstaan de verzending, de wederverzending, het binnenbrengen en het opnieuw binnenbrengen van goederen.
Eerste deelvak
(a2)
Tweede deelvak
(a1)
Derde deelvak
(an..5)
De landencodes: de alfabetische codificering van de Unie van de landen en gebieden is gebaseerd op de ISO alpha 2 (a2) norm, voorzover deze verenigbaar is met het Unierecht. De rechtsgrondslag van deze codificering is Verordening (EG) nr. 471/2009 van het Europees Parlement en de Raad van 6 mei 2009 betreffende communautaire statistieken van de buitenlandse handel met derde landen en tot intrekking van Verordening (EG) nr. 1172/95 van de Raad (PbEU 2009, L 152). Een geactualiseerde lijst van landencodes wordt op gezette tijden bij verordening van de Europese Commissie bekendgemaakt.
(an..35)
Dit nummer kan de vorm hebben van het Unique Consignment Reference Number (UCRN)2Aanbeveling van de Internationale Douaneraad (Wereld Douane Organisatie) betreffende het voor douanedoeleinden te gebruiken Unique Consignment Reference Number (UCRN) (30 juni 2001)..
In geval van een niet-geautomatiseerde aangifte wordt de code voor de status van de aangever, voorafgaand aan de naam van de aangever, tussen vierkante haken geplaatst, bijvoorbeeld: [1].
Gebruik de in vak 2 vermelde landencodes.
Gebruik de in vak 2 vermelde landencodes.
Gebruik de in vak 2 vermelde landencodes.
De te gebruiken codes (n1) zijn:
Gebruik de in vak 2 vermelde landencodes.
De valuta van de factuur wordt door middel van de ISO alpha-3-code muntcode (Code ISO 4217-valuta's en fondsen) aangegeven. Bij het gebruik van het geautomatiseerd systeem AGS is een beperkte lijst van muntsoorten, volgens het wisselkoersen bestand, van toepassing.
Bij de volgende te gebruiken codes behoren de volgende toelichtingen:
Code 1: (Transacties die gepaard gaan met een feitelijke of voorziene eigendomsoverdracht onder bezwarende titel (financiële of andere tegenprestatie) met uitzondering van de onder de codes 2, 7 en 8 te registreren transacties)
Deze code bestrijkt het grootste deel van de in- en uitvoer, namelijk de transacties waarbij:
Opgemerkt zij dat dit ook geldt voor goederenbewegingen tussen eenheden van een zelfde onderneming of groep van ondernemingen en voor bewegingen van en naar distributiecentra, tenzij voor deze transacties geen betaling of tegenprestatie plaatsvindt (in welk geval zij onder code 3 vallen).
Inclusief vervanging tegen betaling van reserveonderdelen of andere goederen.
Inclusief financiële leasing (huurkoop): de huur wordt zodanig berekend dat de waarde van de goederen volledig of bijna volledig wordt gedekt. De risico's en winsten in verband met het bezit van de goederen gaan over op de huurder. Aan het einde van de overeenkomst wordt de huurder de feitelijke eigenaar van de goederen.
Code 2: (Retourzendingen na registratie van de oorspronkelijke transactie onder code 1; gratis vervanging van goederen)
Bij retourzendingen en vervangende goederen die oorspronkelijk met de codes 3 tot en met 9 werden geregistreerd, worden de desbetreffende codes wederom gebruikt.
Code 4 en 5: (Verrichtingen met het oog op loonveredeling, na loonveredeling of reparatie (met uitzondering van de onder code 7 te registreren verrichtingen))
Loonveredeling wordt met code 4 of 5 geregistreerd, ongeacht of deze al dan niet onder douanetoezicht plaatsvindt. Veredeling voor eigen rekening valt niet onder deze codes, maar moet onder code 1 worden ondergebracht.
Reparatie van een goed betekent het herstel van de oorspronkelijke functie ervan. Dit kan reconstructie- en verbeteringswerkzaamheden omvatten.
Met uitzondering van de met code 7 te registreren verrichtingen.
Code 6: (Transacties zonder eigendomsoverdracht, namelijk verhuur, bruikleen, operationele leasing en ander tijdelijk gebruik met uitzondering van loonveredeling en reparaties (levering en retourzending))
Operationele leasing: elke huurovereenkomst met uitzondering van financiële leasing als bedoeld onder code 3.
Deze code heeft betrekking op goederen die worden uitgevoerd/ingevoerd met het oogmerk van wederinvoer of wederuitvoer zonder eigendomsoverdracht.
Code 8: (Levering van bouwmaterialen en bouwmaterieel in het kader van een algemene overeenkomst)
Voor de met code 8 te registreren transacties mogen de goederen niet afzonderlijk worden gefactureerd, maar moeten de werkzaamheden in hun geheel in rekening worden gebracht. Indien dit niet het geval is, worden de transacties met code 1 geregistreerd.
De voor vak 25 vastgestelde codes gebruiken.
De te gebruiken codes (an8) hebben de volgende structuur:
De eerste drie tekens (a3) zijn de UN/LOCODE gevolgd door een nationale alfanumerieke onderverdeling (an3). Indien deze onderverdeling niet wordt gebruikt, dan ‘000’ te vermelden.
Voorbeeld: NLRTM291: NL = ISO 3166 voor Nederland, RTM = UN/LOCODE voor de stad Rotterdam, en 291 voor het betreffende douanekantoor.
(an2)
Te gebruiken code voor verpakkingsmiddelen volgens UN/ECE aanbeveling nr. 21/rev. 9, 2012.
In te vullen overeenkomstig het gebruikstarief.
Wordt het formulier ten behoeve van de regeling douanevervoer gebruikt, dan worden in dit deelvak tenminste de eerste zes cijfers van de goederencode vermeld. Indien de wetgeving van de Unie dit voorschrijft, wordt de gehele goederen code van het gebruikstarief gebruikt.
In te vullen overeenkomstig Taric (2 tekens voor de toepassing van specifieke EU-maatregelen ter vervulling van de formaliteiten op de plaats van bestemming).
In te vullen overeenkomstig Taric (eerste aanvullende code).
In te vullen overeenkomstig Taric (tweede aanvullende code).
De nationale codes vermelden.
De nationale code bestaat uit een code van 2 tekens, zonodig aangevuld met de nationale accijnscode van 2 tekens.
Voor bepaalde goederenomschrijvingen is het gebruik van de volgende vereenvoudigde goederencodes toegestaan:
9905 00 00: persoonlijke goederen van natuurlijke personen die hun normale verblijfplaats overbrengen
9919 00 00: de volgende goederen, andere dan die welke hierboven zijn vermeld:
Statistische codes:
Voor bepaalde specifieke overbrengingen van goederen aan schepen en luchtvaartuigen geleverde goederen:
9930 24 00: goederen van de hoofdstukken 1 tot en met 24 van de GN
9930 27 00: goederen van hoofdstuk 27 van de GN
9930 99 00: elders ingedeelde goederen
9931 24 00: Goederen die zijn geleverd voor de op de installatie op volle zee werkzame personen of voor de werking van de motoren, machines en andere toestellen op deze installaties.
9950 00 00: Code die uitsluitend in het goederenverkeer tussen lidstaten wordt gebruikt voor afzonderlijke transacties met een waarde van minder dan 200 EUR en voor de aangifte van restgoederen in sommige gevallen.
Gebruik de in vak 2 vermelde landencode.
De in dit vak aan te brengen codes zijn driecijfercodes bestaande uit een element van één cijfer gevolgd door een element van twee cijfers.
De Europese Commissie zal in de C-reeks van het Publicatieblad van de Europese Unie op gezette tijden de lijst van combinaties van codes bekendmaken, vergezeld van de nodige voorbeelden en een toelichting.
De in dit deelvak in te vullen codes zijn viercijfercodes waarvan de eerste twee de gevraagde regeling en de laatste twee de voorafgaande regeling weergeven.
Onder voorafgaande regeling wordt verstaan de regeling waaronder de goederen zich bevonden alvorens onder de gevraagde regeling te worden geplaatst.
Indien de goederen voordien onder een entrepotstelsel of een regeling tijdelijke invoer waren geplaatst of uit een vrije zone herkomstig zijn, wordt de desbetreffende code slechts gebruikt indien de goederen niet onder de bijzondere regeling veredeling waren geplaatst.
Voorbeeld: wederuitvoer van in het kader van de regeling actieve veredeling ingevoerde en vervolgens onder het stelsel van douane-entrepots geplaatste goederen = 3151 (en niet 3171) (eerste verrichting = 5100; tweede verrichting = 7151; wederuitvoer = 3151).
Op dezelfde wijze wordt de plaatsing van goederen onder de bijzondere regeling veredeling bij wederinvoer na tijdelijke uitvoer als een gewone invoer onder dat stelsel beschouwd. De wederinvoer wordt pas bij het in het vrije verkeer brengen van de goederen in aanmerking genomen.
Voorbeeld: gelijktijdige aangifte tot verbruik en voor het vrije verkeer van goederen die in het kader van de regeling passieve veredeling werden uitgevoerd en bij wederinvoer onder het stelsel van douane-entrepots worden geplaatst = 6121 (en niet 6171) (eerste verrichting = tijdelijke uitvoer voor passieve veredeling = 2100; tweede verrichting = plaatsing onder het stelsel van douane-entrepots = 7121; derde verrichting = aangifte tot verbruik + in het vrije verkeer brengen = 6121).
De met de letter (a) aangemerkte codes (00, 41, 54, 91 en 92) mogen niet worden gebruikt als eerste element van de code die de regeling aangeeft, doch verwijzen naar de voorafgaande regeling.
Bijvoorbeeld: 4054 = aangifte voor het vrije verkeer en tot verbruik van goederen die voordien in een andere lidstaat onder de regeling AV – schorsingssysteem waren geplaatst.
Deze basiselementen worden twee per twee tot een viercijfercode gecombineerd.
Bij de te gebruiken codes worden de volgende toelichtingen en voorbeelden gegeven:
Let op: De codes uit de serie 0 hebben uitsluitend betrekking op de betaling van eigen middelen van de EU (vrij verkeer brengen) en niet de nationale middelen zoals omzetbelasting en accijns.
Code 01: (In het vrije verkeer brengen van goederen met gelijktijdige wederverzending in het handelsverkeer tussen delen van het douanegebied van de Unie waar Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PbEU 2006, L 347) van toepassing is en delen van dit gebied waar deze richtlijn niet van toepassing is, dan wel in het handelsverkeer tussen delen van dit gebied waar deze richtlijn niet van toepassing is. In het vrije verkeer brengen van goederen met gelijktijdige wederverzending in het handelsverkeer tussen de Unie en landen waarmee deze een douane-unie heeft opgericht)
Voorbeeld: Uit een derde land herkomstige goederen die in Nederland in het vrije verkeer worden gebracht en verder worden vervoerd met bijvoorbeeld de bestemming de Kanaaleilanden.
Code 02: (Goederen die in het vrije verkeer worden gebracht teneinde onder de regeling actieve veredeling (terugbetalingssysteem) te worden geplaatst)
Code 07: (In het vrije verkeer brengen en gelijktijdige plaatsing onder een andere entrepotregeling dan een douane-entrepotregeling)
Toelichting: Deze code wordt gebruikt bij het uitsluitend in het vrije verkeer brengen van goederen waarvoor de omzetbelasting, en in voorkomend geval, de accijns niet is voldaan.
Voorbeelden: Ingevoerde machines worden in het vrije verkeer gebracht zonder dat de omzetbelasting is voldaan. Tijdens het verblijf van de goederen in een belastingentrepot of – fiscaal goedgekeurde ruimte is de omzetbelasting geschorst.
Ingevoerde sigaretten worden in het vrije verkeer gebracht zonder dat de omzetbelasting en de accijnzen worden voldaan. Tijdens het verblijf in een belastingentrepot of fiscaal goedgekeurde ruimte zijn de omzetbelasting en de accijnzen geschorst.
Code 10: Definitieve uitvoer
Voorbeeld: Normale uitvoer van EU-goederen naar een derde land, alsmede uitvoer/verzending van EU-goederen naar delen van het douanegebied van de Unie waar Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PbEU 2006, L 347) niet van toepassing is.
Code 11: (Uitvoer van uit equivalente goederen verkregen veredelingsproducten in het kader van de regeling actieve veredeling voordat de invoergoederen onder de regeling worden geplaatst)
Code 21: (Tijdelijke uitvoer in het kader van de regeling passieve veredeling)
Code 22: (Tijdelijke uitvoer andere dan bedoeld onder code 21)
Voorbeeld: Gelijktijdige toepassing van de regelingen passieve veredeling en economische passieve veredeling voor textielproducten (Verordening (EG) nr. 3036/94 van de Raad van 8 december 1994 houdende instelling van een regeling voor economische passieve veredeling die van toepassing is op bepaalde textielprodukten en kledingartikelen die worden wederingevoerd in de Gemeenschap na bewerking of verwerking in bepaalde derde landen (PbEG 1994, L 322)).
Code 23: (Tijdelijke uitvoer met het oog op latere terugkeer in ongewijzigde staat)
Voorbeeld: Tijdelijke uitvoer van voorwerpen voor tentoonstellingen, monsters, materieel voor beroepsdoeleinden enz.
Code 31: (Wederuitvoer)
Toelichting: Wederuitvoer van niet-EU-goederen volgende op een bijzondere regeling.
Voorbeeld: Aangifte van goederen tot opslag in douane-entrepot gevolgd door aangifte tot wederuitvoer.
Code 40: (Gelijktijdige aangifte voor het vrije verkeer en tot verbruik van goederen die niet met vrijstelling van omzetbelasting worden geleverd)
Voorbeeld: Uit een derde land herkomstige goederen waarvoor naast de rechten bij invoer ook de omzetbelasting direct of met gebruikmaking van de verleggingsregeling van artikel 23 van de Wet op de omzetbelasting 1968 wordt betaald.
Code 41: (Gelijktijdige aangifte voor het vrije verkeer en tot verbruik van onder de regeling actieve veredeling (terugbetalingssysteem) geplaatste goederen) (a).
Voorbeeld: Regeling actieve veredeling met betaling van invoerrechten en nationale invoerheffingen.
Code 42: (Gelijktijdige aangifte voor het vrije verkeer en tot verbruik van goederen met vrijstelling van omzetbelasting voor levering in een andere lidstaat en, indien van toepassing, een schorsing van accijns)
Voorbeeld: Invoer met vrijstelling van omzetbelasting voor goederen die zijn bestemd voor een ondernemer in een andere lidstaat op grond van artikel 21 letter d van de Wet op de omzetbelasting 1968.
Code 43: (Gelijktijdige aangifte voor het vrije verkeer en tot verbruik van goederen krachtens bijzondere maatregelen in verband met de invordering van bepaalde bedragen die gedurende een overgangsperiode na de toetreding van nieuwe lidstaten van toepassing zijn)
Voorbeeld: In het vrije verkeer brengen van landbouwproducten in het kader van de toepassing, gedurende een specifieke overgangsperiode na de toetreding van nieuwe lidstaten, van een tussen de nieuwe lidstaten en de rest van de Unie toepasselijke bijzondere douaneregeling of bijzondere maatregelen van het type dat destijds ten aanzien van Spanje en Portugal van kracht was.
Code 45: (Aangifte voor het vrije verkeer en tot verbruik met vrijstelling van, hetzij omzetbelasting, hetzij accijnzen, en plaatsing onder een fiscale entrepotregeling)
Toelichting: Vrijstelling van omzetbelasting of accijnzen bij de plaatsing van goederen onder een fiscale entrepotregeling.
Voorbeelden: Uit een derde land ingevoerde sigaretten worden in het vrije verkeer gebracht en de omzetbelasting wordt betaald. Tijdens het verblijf van de goederen in een belastingentrepot of fiscaal goedgekeurde ruimte is de accijns geschorst.
Uit een derde land ingevoerde sigaretten worden in het vrije verkeer gebracht en de accijns wordt betaald. Tijdens het verblijf in een belastingentrepot of fiscaal goedgekeurde ruimte is de omzetbelasting geschorst.
Code 48: (Gelijktijdige aangifte voor het vrije verkeer en tot verbruik van vervangingsproducten in het kader van de regeling passieve veredeling, voorafgaand aan de uitvoer van tijdelijk uit te voeren goederen)
Code 49: (Aangifte tot verbruik van EU-goederen in het handelsverkeer tussen delen van het douanegebied van de Unie waar Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PbEU 2006, L 347) van toepassing is en delen van dit gebied waar deze richtlijn niet van toepassing is, dan wel in het kader van het handelsverkeer tussen delen van dit gebied waar de genoemde richtlijn niet van toepassing is)
Toelichting: Invoer met aangifte tot verbruik van goederen herkomstig uit delen van de EU waar de Richtlijn 2006/112/EG van de Raad van 28 november 2006 betreffende het gemeenschappelijke stelsel van belasting over de toegevoegde waarde (PbEU 2006, L 347) niet van toepassing is. Aanwijzingen betreffende het gebruik van het Enig document zijn in bijlage 9, aanhangsel C1, van de Gedelegeerde Verordening overgangsregeling Douanewetboek van de Unie opgenomen.
Voorbeelden: Goederen van herkomst uit Martinique die in België tot verbruik worden aangegeven.
Goederen van herkomst uit Turkije die in Duitsland tot verbruik worden aangegeven.
Code 51: (Plaatsing onder de regeling actieve veredeling)
Code 53: (Invoer in het kader van de regeling tijdelijke invoer)
Voorbeeld: Tijdelijke invoer, bijvoorbeeld voor een tentoonstelling.
Code 54: (Actieve veredeling in een ander lidstaat (zonder dat de goederen aldaar in het vrije verkeer zijn gebracht). (a))
Toelichting: Deze code dient ter registratie van de transactie in de statistiek van de handel tussen de lidstaten van de EU.
Voorbeeld: Uit een derde land herkomstige goederen worden in België voor de regeling actieve veredeling aangegeven (5100). Na actieve veredeling worden zij naar Duitsland verzonden teneinde aldaar in het vrije verkeer te worden gebracht (4054) of aanvullende veredelingshandelingen te ondergaan (5154).
Code 61: (Wederinvoer met gelijktijdige aangifte tot verbruik en aangifte voor het vrije verkeer van goederen die niet met vrijstelling van BTW worden geleverd)
Voorbeeld: Wederinvoer na passieve veredeling of tijdelijke uitvoer waarvoor naast de eventueel verschuldigde rechten bij invoer, ook de omzetbelasting direct of met gebruikmaking van artikel 23 van de Wet op de omzetbelasting 1968 wordt betaald.
Code 63: (Wederinvoer met gelijktijdige aangifte tot verbruik voor het vrije verkeer van goederen, die in een andere lidstaat worden geleverd, met vrijstelling van omzetbelasting en, indien van toepassing, met schorsing van accijns).
Voorbeeld: Wederinvoer na passieve veredeling of tijdelijke invoer met vrijstelling van omzetbelasting voor goederen die zijn bestemd voor een ondernemer in een andere lidstaat op grond van artikel 21 letter d van de Wet op de omzetbelasting 1968.
Code 68 : (Wederinvoer met gelijktijdige partiële aangifte tot verbruik en aangifte voor het vrije verkeer en plaatsing onder een entrepotregeling andere dan het stelsel van douane-entrepots)
Voorbeeld: Verwerkte alcoholische dranken die wederingevoerd worden en in een accijnsentrepot worden opgeslagen.
Code 71: (Plaatsing onder het stelsel van douane-entrepots)
Toelichting: Plaatsing onder het stelsel van douane-entrepots. Dit vormt geen beletsel voor de gelijktijdige opslag in, bijvoorbeeld, een accijns- of omzetbelastingentrepot.
Code 91: Plaatsing van goederen onder de regeling behandeling onder douanetoezicht (a).
Code 92: (Behandeling onder douanetoezicht in een andere lidstaat (zonder dat de goederen aldaar in het vrije verkeer zijn gebracht)(a))
Toelichting: Deze code dient voor de registratie van de transactie in de statistiek van de handel tussen de lidstaten van de EU.
Wanneer in dit vak een bindende EU-rechtshandeling wordt vermeld, dan wordt een EU-code bestaande uit een letterteken gevolgd door twee alfanumerieke tekens gebruikt, waarbij het eerste teken een van de volgende categorieën maatregelen aangeeft:
Nationale codes bestaan uit een numeriek teken gevolgd door twee (alfa)numerieke tekens.
Bij de te gebruiken codes worden de volgende toelichtingen en voorbeelden gegeven:
Titel III. Toelichting op de aanvullende formulieren
Verbijzondering regeling E02
Combinatie code 0100E02
Omschrijving: In het vrije verkeer brengen van goederen met gelijktijdig wederverzending naar bijvoorbeeld de Kanaaleilanden voor groenten en fruitproducten met toepassing van de forfaitaire invoerwaarde. Er is geen voorafgaande regeling van toepassing.
Voorafgaande regeling 41
Bijlage VII. Bij de Algemene Douaneregeling
Opsomming van:
- –. diverse Verordeningen ((E)EG), houdende marktordeningen voor diverse landbouwproducten;
- –. bevoegde Productschappen;
- –. goederen onderworpen aan de overlegging van een Formulier L voor diverse douaneregelingen.
| Goederen vallende onder Verordening (EG) nr. 1234/2007 van de Raad van 22 oktober 2007, houdende een gemeenschappelijke ordening van de landbouwmarkten en specifieke bepalingen voor een aantal landbouwproducten (Integrale-GMO-verordening); (PbEG L 299) | Bevoegd Product- schap | Goederen onderworpen aan de overlegging van een formulier L bij invoer, – het in het vrije verkeer brengen – het plaatsen onder een regeling actieve veredeling | Goederen onderworpen aan de overlegging van een formulier L bij uitvoer, – uitvoer – het plaatsen van goederen onder de regeling passieve veredeling | |
|---|---|---|---|---|
| I | I | I | I | I |
| a | Producten genoemd in bijlage I, deel I: Granen | Hoofdproductschap Akkerbouw | Alle goederen die vallen onder bijlage I, deel I | Alle goederen die vallen onder bijlage I, deel I |
| b | vervallen | |||
| c | Producten genoemd in bijlage I, deel II: Rijst | Hoofdproductschap Akkerbouw | Alle goederen die vallen onder bijlage I, deel II | Alle goederen die vallen onder bijlage I, deel II |
| d | Producten genoemd in bijlage I, deel III: Suiker | Hoofdproductschap Akkerbouw | Alle goederen die vallen onder bijlage I, deel III, m.u.v. de posten 2303 2010 en 2203 2090, bietentulp, uitgeperst suikerriet (ampas) en andere afvallen van de suikerindustrie | Alle goederen die vallen onder bijlage I, deel III, m.u.v. de posten 1212 9120 en 1212 9180, suikerbieten, vers, gedroogd of in poeder en 1212 99, suikerriet, en 2303 2010 en 2303 2090. bietenpulp, uitgeperst suikerriet (ampas) en andere afvallen van de suikerindustrie |
| e | vervallen | |||
| f | Verordening (EG) no. 1493/1999 de Raad van 17 mei 1999, houdende een gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt, met uitzondering van de post 0806 1090 (PbEg L179) | Hoofdproductschap Akkerbouw | Alle goederen die vallen onder Verordening (EG) no. 1493/1999, met uitzondering van de post 0806 1090, alsmede druivenmost andere dan bedoeld bij 2009 61 en 2009 69 | 22.04. Wijn van druiven, wijn waaraan alcohol is toegevoegd daar onder begrepen, alsmede druivenmost andere dan bedoeld bij 2009 61 en 2009 69, met uitzondering van de post 2204 3010 en producten waarvoor geen restitutie wordt gevraagd. |
| g | Producten genoemd in bijlage I, deel VIII: Vezelvlas en -hennep | Hoofdproductschap Akkerbouw | ||
| h | Producten genoemd in bijlage I, deel VI: Hop | Hoofdproductschap Akkerbouw | ||
| i | Producten genoemd in bijlage I, deel V: Zaaizaad | Hoofdproductschap Akkerbouw | De posten 1005 1011 t/m 1005 1019, maïshybriden voor zaaidoeleinden () en 1007 0010, sorgohybriden voor zaaidoeleinden () | |
| j | Producten genoemd in bijlage I, deel IV: Gedroogde voedergewassen | Hoofdproductschap Akkerbouw | ||
| k | Vervallen | |||
| l | Verordening (EG) no. 3448/93 van de Raad van 6 december 1993 tot vaststelling van de handelsregeling voor bepaalde, door verwerking van landbouwproducten verkregen goederen; (PbEG L 318) | Hoofdproductschap Akkerbouw, tenzij het Productschap Zuivel bevoegd is | De goederen opgenomen in de bijlage Verordening (EEG) nr. 3448/93 met uitzondering van: – de posten 3501 1010 t/m 3501 1090 en de post 3501 9090 caseïnaten en andere derivaten van caseïne, indien vervaardigd uit ondermelk waarvoor steun is verleend ingevolge Verordening (EEG) nr. 2921/90; – mengsels in de zin van artikel 4, vijfde lid, van Verordening (EEG no. 2921/90 die vallen onder de posten 1901, 2106, 3501 en 3504 en bij de vervaardiging waarvan de onder het eerste streepje bedoelde producten zijn gebruikt: uitsluitend bij het Productschap Zuivel | De goederen opgenomen in de bijlage Verordening (EEG) nr. 3448/93 met uitzondering van: – de posten 3501 1010 t/m de post 3501 9090, caseïne, caseïnaten en andere derivaten van caseïne, indien vervaardigd uit ondermelk waarvoor steun is verleend ingevolge Verordening (EEG) nr. 2924/90; – mengsels in de zin van artikel 4, vijfde lid van Verordening (EEG) no. 2921/90 die vallen onder de posten 1901, 3501 en 3504 en bij de vervaardiging waarvan de onder het eerste streepje bedoelde producten zijn gebruikt: uitsluitend bij het Productschap Zuivel |
| m | Verordening (EG) no. 1043/2005 van de Commissie van 30 juni 2005 houdende de tenuitvoerlegging van Verordening (EG) nr. 3448/93 van de Raad met betrekking tot de regeling aangaande de toekenning van restituties bij uitvoer en van bepaalde landbouwproducten, uitgevoerd in de vorm van goederen die niet onder bijlage I van het verdrag vallen, en de criteria voor de vaststelling van de restitutiebedragen (PbEG L 177) | Hoofdproductschap Akkerbouw | De niet-bijlage I-producten bedoeld in artikel I, eerste lid van Verordening (EG) no. 1043/2005 (*) | |
| n | Producten genoemd in bijlage I, deel XXI : Andere producten, voorzover het de producten betreft die zijn opgenomen onder A van het aanhangsel bij deze bijlage | Hoofdproductschap Akkerbouw | ||
| II | II | II | II | II |
| a | Producten genoemd in bijlage I, deel XVII: Varkensvlees | Productschap voor Vee en Vlees | Alle goederen die vallen onder bijlage I, deel XVII: Varkensvlees | Alle goederen die vallen onder bijlage I, deel XVII: Varkensvlees |
| b | Producten genoemd in bijlage I, deel XV: Rundvlees | Productschap voor Vee en Vlees | Alle goederen die vallen onder bijlage I, deel XV: Rundvlees | Alle goederen die vallen onder bijlage I, deel XV: Rundvlees |
| c | Producten genoemd in bijlage I, deel XVIII: Schapen- en geitenvlees | Productschap voor Vee en Vlees | Alle goederen die vallen onder bijlage I, deel XVIII: Schapen- en geitenvlees | Alle goederen die vallen onder bijlage I, deel XVIII: Schapen- en geitenvlees |
| d | Producten genoemd in bijlage I, deel XXI : Andere producten, voorzover het de producten betreft die zijn opgenomen onder B en D van het aanhangsel van deze bijlage | Productschap voor Vee en Vlees | ||
| III | III | III | III | III |
| a | Producten genoemd in bijlage I, deel XIX: Eieren | Productschap voor Pluimvee en Eieren | Alle goederen die vallen onder bijlage I, deel XIX: Eieren | Alle goederen die vallen onder bijlage I, deel XIX: Eieren |
| b | Producten genoemd in bijlage I, deel XX: Slachtpluimvee | Productschap voor Pluimvee en Eieren | Alle goederen die vallen onder bijlage I, deel XX: Slachtpluimvee | Alle goederen die vallen onder bijlage I, deel XX: Slachtpluimvee |
| c | Verordening (EEG) no. 2783/75 van de Raad van 29 oktober 1975, betreffende een gemeenschappelijke regeling van het handelsverkeer voor ovoalbumine en lactoalbumine; (PbEG L 282) | Productschap voor Pluimvee en Eieren | Alle goederen die vallen onder Verordening (EEG) no. 2783/75 | |
| d | Producten genoemd in bijlage I, deel XXI: Andere producten, voor zover het de producten betreft die zijn opgenoemd onder C van het aanhangsel bij deze bijlage | Productschap voor Pluimvee en Eieren | ||
| IV | IV | IV | IV | IV |
| a | Producten genoemd in bijlage I, deel XVI: Melk en zuivelproducten | Productschap Zuivel, doch voor de onder deel XVI van bijlage I vallende goederen van post 2309 10 11 t/m 2309 10 70 en 2309 90 31 t/m 2309 90 70 het HPA | Alle goederen die vallen onder bijlage I, deel XVI: Melk en zuivelproducten | |
| b | Verordening (EEG) no. 2730/75 van de Raad van 29 oktober 1975, betreffende glucose en lactose (PbEG L 281) | Productschap Zuivel | 1702 11 00 en 1702 19 00 lactose (melksuiker) en melksuikerstroop, bevattende 99 of meer gewichtspercenten lactose (melksuiker), uitgedrukt in kristalvrije lactose, berekend op de droge stof. | 1702 11 00 en 1702 19 00 lactose (melksuiker) en melksuikerstroop, bevattende 99 of meer gewichtspercenten lactose (melksuiker), uitgedrukt in kristalvrije lactose, berekend op de droge stof. |
| c | Vervallen (opgenomen bij d) | |||
| d | Verordening (EG) nr. 2535/2001 van de Commissie van 14 december 2001 houdende uitvoeringsbepalingen van Verordening (EG) nr. 1255/1999 van de Raad voor de invoerregeling voor melk en zuivelproducten inhoudende opening van tariefcontingenten. | Productschap Zuivel | ||
| e | Besluit van de Raad van 27 november 2001 betreffende de associatie van de LGO met de Europese Gemeenschap (2001/822/EG) (PbEG L 314) | Productschap Zuivel | ||
| f | Vervallen | |||
| g | Vervallen | |||
| V | V | V | V | V |
| a | Producten genoemd in bijlage I, deel VII: Sector olijfolie en tafelolijven | Hoofdproductschap Akkerbouw, | 0709 9031 olijven, bestemd voor andere doeleinden dan het vervaardigen van olie 0709 9039 andere olijven, vers of gekoeld 0711 2010 olijven, bestemd voor andere doeleinden dan het vervaardigen van olie- 0711 2090 olijven in water, waaraan voor het voorlopig verduurzamen zout, zwavel of andere stoffen zijn toegevoegd, doch niet speciaal bereid voor dagelijkse consumptie, bestemd voor het vervaardigen van olie- 1509 1010, 1509 1090 en 1509 9000, olijfolie en fracties daarvan, doch niet chemisch gewijzigd, 1510 0010 en 1510 0090, andere olie en fracties daarvan, uitsluitend verkregen uit olijven ook indien geraffineerd, doch niet chemisch gewijzigd, mengsels of fracties daarvan, uitsluitend verkregen uit olijven, ook indien geraffineerd, doch niet chemisch gewijzigd, mengsels of fracties daarvan, bedoeld bij post 1509, daaronder begrepen 2306 9019 perskoeken van olijven en andere bij de winning van olijfolie verkregen afvallen. | 1509 1010 en 1509 1090, olijfolie en fracties daarvan, ook indien geraffineerd, doch niet chemisch gewijzigd. 1510 0010 en 1510 0090, andere olie en fracties daarvan, uitsluitend verkregen uit olijven, ook indien geraffineerd toch niet chemisch gewijzigd, mengsels daarvan of olijfolie of fracties daarvan, bedoeld bij post 1509, daaronder begrepen. |
| b | Producten genoemd in bijlage I, deel XXI : Andere producten | Productschap voor Vee en Vlees | ||
| VI | VI | VI | VI | VI |
| a | Verordening (EG) no. 2200/96 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector groenten en fruit; (PbEG L 297) | Productschap Tuinbouw | Alle goederen genoemd in artikel 1 van Verordening (EG) nr. 2200/96 | Alle goederen genoemd in artikel 1 van Verordening (EG) nr. 2200/96 |
| b | Producten genoemd in bijlage I, deel XI: Bananen | Productschap Tuinbouw | ex 0803 Bananen, met uitzondering van ‘plantains’ vers (*) | |
| c | Verordening (EG) no. 2201/96 van de Raad van 28 oktober 1996 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector verwerkte producten op basis van groenten en fruit (PbEG L 279) | Productschap Tuinbouw | De goederen genoemd in artikel 1, tweede lid, letters a en b, van Verordening (EG) no. 2201/96 (*) | De goederen genoemd in artikel 1, tweede lid, letter b van Verordening (EE) no. 2201/96 (*) |
| d | Verordening (EG) no. 1493/1999 van de Raad van 17 mei 1999, houdende een gemeenschappelijke ordening van de wijnmarkt, met uitzondering van de posten 0806 1093, 0806 1095 en 0806 1097 alsmede 2009 6011 t/m 2009 6090; (PbEG L 179) | Productschap Tuinbouw | De post 0806 1090 druiven, andere dan voor tafelgebruik; de posten 2009 61 en 2009 69 ongegist druivensap (met inbegrip van druivenmost) zonder toegevoegde alcohol, ook indien met toegevoegde suiker | De posten 2009 61 en 2009 69 druivensap (met inbegrip van druivenmost) zonder toegevoegde alcohol, ook indien met toegevoegde suiker |
| e | Producten genoemd in bijlage I, deel XXI: Andere producten, voorzover het de producten betreft die zijn opgenomen onder E van het aanhangsel bij deze bijlage | Productschap Tuinbouw | ||
| VII | VII | VII | VII | VII |
| a | Verordening (EG) nr. 104/2000 van de Raad van 17 december 1999 houdende een gemeenschappelijke ordening der markten in de sector visserijproducten en producten van de aquacultuur; (PbEG L 17) | Productschap Vis | De goederen genoemd in artikel 29, derde lid, onder a van Verordening (EG) nr. 104/2000 (*) | De goederen genoemd in artikel 29, van Verordening (EG) nr. 104/2000 (*) |
| b | Producten genoemd in bijlage I, deel XXI: Andere producten, voorzover het de producten betreft die zijn opgenomen onder F van het aanhangsel van deze bijlage | Productschap Vis | ||
| VIII | VIII | VIII | VIII | VIII |
| a | Producten genoemd in bijlage I, deel XIII: Levende planten en producten van de bloementeelt | Productschap Tuinbouw | ||
| IX | IX | IX | IX | IX |
| a | Goederen die niet vallen onder de hierboven genoemde verordeningen en /of die niet zijn opgenomen in de hierboven staande kolommen 3 of 4, en die worden in- of uitgevoerd ter zuivering van een verleende vrijstelling van een uitvoer- of invoerheffing | Het productschap dat de vrijstelling van de in kolom 1 bedoelde heffing heeft verleend | De goederen die met toepassing van het gestelde onder kolom 1 worden ingevoerd | De goederen die met toepassing van het gestelde onder kolom 1 worden uitgevoerd. |
| GN-code | Omschrijving | |||
| --- | --- | |||
| A (Hoofdproductschap Akkerbouw) | A (Hoofdproductschap Akkerbouw) | |||
| ex 0713 | Gedroogde zaden van peulgroenten, ook indien gepeld (bij voorbeeld spliterwten), andere dan bestemd voor zaaidoeleinden | |||
| 0714 | Maniokwortel, arrowroot (pijlwortel), salepwortel, aardperen, bataten (zoete aardappelen) en dergelijke wortels en knollen met een hoog gehalte aan zetmeel of aan inuline, vers, gekoeld, bevroren of gedroogd, ook indien in stukken of in pellets; merg van de sagopalm: | |||
| 0714 20 | Bataten (zoete aardappelen) | |||
| 0714 90 | – andere | |||
| 0714 90 90 | – – andere | |||
| 0902 | Thee | |||
| 1106 | Meel, gries en poeder, van gedroogde zaden van peulgroenten bedoelde bij post 0713, van sago en van wortels of knollen bedoeld bij post 0714 en van vruchten bedoeld bij hoofdstuk 8; | |||
| 1106 10 00 | – gedroogde zaden van peulgroenten bedoelde bij post 0713 | |||
| 1108 | Zetmeel en inuline: | |||
| 1108 20 00 | – inuline | |||
| 1213 00 00 | Stro en kaf van graangewassen, onbewerkt, ook indien gehakt. Gemalen. Geperst of in pellets | |||
| 1214 | Koolrapen, voederbieten, voederwortels, hooi, luzerne, klaver, hanenkammetjes (esparcette), mengkool, lupine, wikke en dergelijke voerdergewassen, ook indien in pellets | |||
| ex 1214 10 00 | – luzernemeel en luzerne in pellets | |||
| 1214 90 | – andere: | |||
| 1214 90 10 | – – mengwortels (voederbieten), voederrapen en andere voederwortels | |||
| ex 1214 90 99 | – – andere | |||
| 1801 00 00 | Cacaobonen, ook indien gebroken, al dan niet gebrand | |||
| 1802 00 00 | Cacaodoppen, cacaoschillen, cacaovliezen en andere afvallen van cacao | |||
| 2301 | Meel, poeder en pellets van vlees, van slachtafvallen, van vis, van schaaldieren, van weekdieren of van andere ongewervelde waterdieren, ongeschikt voor menselijk consumptie; kanen: | |||
| 2301 10 00 | – meel, poeder en pellets van vlees of andere slachtafvallen; kanen | |||
| 2302 | Zemelen, slijpsel en andere resten van zeven, van het malen of van andere bewerkingen van granen of van peulvruchten, ook indien in pellets: | |||
| 2302 50 00 | – van peulvruchten | |||
| 2303 | Afvallen van zetmeelfabrieken en dergelijke afvallen, bietenpulp, uitgeperst suikerriet (ampas) en andere afvallen van de suikerindustrie, bostel (brouwerijafval), afvallen van branderijen, ook indien pellets | |||
| 2303 10 | – afvallen van zetmeelfabrieken en dergelijke afvallen: – – afvallen van maïszetmeelfabrieken (met uitzondering van ingedikt zwelwater), met een gehalte aan proteïne, berekend op de droge stof: | |||
| 2303 10 19 | – – – van niet meer dan 40 gewichtspercenten | |||
| 2303 10 90 | – – andere | |||
| 2303 30 00 | – borstel (brouwerijafval) en afvallen van branderijen | |||
| 2307 00 | Wijnmoer; ruwe wijnsteen | |||
| 2308 | Plantaardige zelfstandigheden en plantaardig afval, plantaardige residuen en bijproducten, ook indien in pellets, van de soort gebruikt voor het voederen van dieren, elders genoemd noch elders onder begrepen: | |||
| 2308 00 40 | – eikels en wilde kastanjes, draf (droesem) van vruchten, andere dan druiven | |||
| 2308 00 90 | – andere: | |||
| 2309 | Bereidingen van de soort gebruikt voor het voederen van dieren | |||
| 2309 10 90 | – – andere | |||
| 2309 90 | – andere | |||
| 2309 90 10 | – – visperswater en perswater van zeezoogdieren (‘solubles’) | |||
| – – andere | ||||
| – – – andere | ||||
| 2309 90 99 | – – – andere, met uitzondering van eiwitconcentraten | |||
| – verkregen uit sap van luzerne en gras | ||||
| B (Productschap voor Vee en Vlees) | B (Productschap voor Vee en Vlees) | |||
| Ex 0101 | Levende paarden, ezels, muildieren en muilezels: | |||
| 0101 10 | – fokdieren van zuiver ras: | |||
| 0101 10 10 | – – paarden | |||
| 0101 10 90 | – – andere | |||
| 0101 90 | – andere: – – paarden | |||
| 0101 90 11 | – – – slachtpaarden | |||
| 0101 90 19 | – – – andere | |||
| 0101 90 30 | – – ezels | |||
| 0101 90 90 | – – muildieren en muilezels | |||
| 0102 | Levende runderen | |||
| 0102 90 | – andere dan fokdieren van zuiver ras: | |||
| 0102 90 90 | – – andere dan huisdieren | |||
| 0103 | Levende varkens: | |||
| 0103 10 00 | – fokdieren van zuiver ras – andere | |||
| ex 0103 91 | – – met een gewicht van minder dan 50 kg | |||
| 0103 91 90 | – – – andere dan huisdieren | |||
| ex 0103 92 | – – met een gewicht van 50 kg of meer: | |||
| 0103 92 11 | ||||
| 0103 92 90 | – – – andere dan huisdieren | |||
| 0106 | Andere levende dieren | |||
| ex 0203 | Vlees van varkens, vers, gekoeld of bevroren: – vers of gekoeld: | |||
| ex 0203 11 | – – hele en halve dieren: | |||
| 0203 11 90 | – – – ander dan van huisdieren | |||
| ex 0203 12 | – – hammen en schouders, alsmede delen daarvan, met been: | |||
| 0203 12 90 | – – – ander dan van huisdieren | |||
| ex 0203 19 | – – ander: | |||
| 0203 19 90 | – – – ander – bevroren: | |||
| ex 0203 21 | – – hele en halve dieren: | |||
| 0203 21 90 | – – – andere dan van huisdieren | |||
| ex 0203 22 | – – hammen en schouders, alsmede delen daarvan, met been: | |||
| 0203 22 90 | – – – andere dan van huisdieren | |||
| ex 0203 29 | – – andere: | |||
| 0203 29 90 | – – – andere dan van huisdieren | |||
| 0205 00 | Vlees van paarden, van ezels, van muildieren of van muilezels, vers, gekoeld of bevroren | |||
| 0206 | Eetbare slachtafvallen van runderen, van varkens, van schapen, van geiten, van paarden, van ezels, van muildieren of van muilezels, vers, gekoeld of bevroren: | |||
| 0206 10 | – van runderen, vers of gekoeld: | |||
| 0206 10 10 | – – bestemd voor de vervaardiging van farmaceutische producten | |||
| ex 0206 29 | – – andere: | |||
| 0206 29 10 | – – – bestemd voor de vervaardiging van farmaceutische producten | |||
| – van varkens, bevroren: | ||||
| 0206 49 00 | – – andere: | |||
| ex 0206 80 | – anders, vers of gekoeld: | |||
| 0206 80 10 | – – bestemd voor de vervaardiging van farmaceutische producten – – andere: | |||
| 0206 80 91 | – – – van paarden, van ezels, van muildieren en van muilezels | |||
| ex 0206 90 | – andere, bevroren: | |||
| 0206 90 10 | – – bestemd voor de vervaardiging van farmaceutische producten – – andere: | |||
| 0206 90 91 | – – – van paarden, van ezels, van muildieren en van muilezels | |||
| 0208 | Ander vlees en andere eetbare slachtafvallen, vers, gekoeld of bevroren | |||
| 0210 | Vlees en eetbare slachtafvallen, gezouten, gepekeld, gedroogd of gerookt; meel en poeder van vlees of van slachtafvallen, geschikt voor menselijke consumptie: – vlees van varkens: | |||
| ex 0210 11 | – – hammen en schouders, alsmede delen daarvan, met been: | |||
| 0210 11 90 | – – – andere dan van varkens (huisdieren) | |||
| ex 0210 12 | – – buiken (buikspek) en delen daarvan: | |||
| 0210 12 90 | – – – andere dan van varkens (huisdieren) | |||
| ex 0210 19 | – – ander: | |||
| 0210 19 90 | – – – ander dan van varkens (huisdieren) | |||
| – ander, meel en poeder van vlees of van slachtafvallen, geschikt voor menselijke consumptie, daaronder begrepen: | ||||
| 0210 91 00 | – – van primaten | |||
| 0210 92 00 | – – van walvissen, van dolfijnen of van bruinvissen (zoogdieren van de orde Cetacea); van lamantijnen of van doejongs (zoogdieren van de orde Sirenia) | |||
| 0210 93 00 | – – van reptielen (slangen en zeeschildpadden daaronder begrepen) | |||
| ex 0210 99 00 | – – andere: – – – vlees: | |||
| 0210 99 10 | – – – – van paarden, gezouten, gepekeld of gedroogd | |||
| 0210 99 31 | – – – – van rendieren | |||
| 0201 99 39 | – – – – ander | |||
| 0410 00 00 | Eetbare producten van dierlijke oorsprong, elders genoemd noch elders onder begrepen | |||
| 0504 00 00 | Darmen, blazen en magen van dieren (andere dan die van vissen), in hun geheel of in stukken, vers, gekoeld, bevroren, gezouten, gepekeld gedroogd of gerookt | |||
| 0511 10 00 | – rundersperma | |||
| ex 0511 99 | – – andere: | |||
| 0511 99 85 | – – – andere dan pezen en zenen, snippers en dergelijk afval van ongelooide huiden of vellen | |||
| ex 1602 | Andere bereidingen en conserven, van vlees, van slachtafvallen of van bloed: – van varkens: | |||
| ex 1602 41 | – – hammen en delen daarvan: | |||
| 1602 41 90 | – – – andere dan van varkens (huisdieren) | |||
| ex 1602 42 | – – schouders en delen daarvan: | |||
| 1602 42 90 | – – – andere dan van varkens (huisdieren) | |||
| ex 1602 49 | – – andere, mengsels daaronder begrepen: | |||
| 1602 49 90 | – – – andere dan van varkens (huisdieren) | |||
| ex 1602 90 | – andere, bereidingen van bloed van dieren van alle soorten daaronder begrepen: | |||
| – – andere dan bereidingen van bloed van dieren van alle soorten: | ||||
| 1602 90 31 | – – – van wild of van konijn | |||
| 1602 90 41 | – – – van rendieren | |||
| – – – andere: | ||||
| – – – – andere dan vlees of slachtafvallen van varkens (huisdieren) bevattend: | ||||
| – – – – – andere dan vlees of slachtafvallen van runderen bevattend: | ||||
| 1602 90 99 | – – – – – – andere dan van schapen of van geiten | |||
| ex 1603 00 | Extracten en sappen van vlees: | |||
| C (Productschap voor Pluimvee en Eieren) | C (Productschap voor Pluimvee en Eieren) | |||
| 0210 | Vlees en eetbare slachtafvallen, gezouten, gepekeld, gedroogd of gerookt; meel en poeder van vlees of van slachtafvallen, geschikt voor menselijke consumptie: – ander, meel en poeder van vlees of van slachtafvallen, geschikt voor menselijke consumptie, daaronder begrepen: | |||
| ex 0210 99 | – – andere: – – – vlees: – – – slachtafvallen: – – – – andere dan van varkens (huisdieren), runderen, schapen en geiten – – – – – levers van pluimvee: | |||
| 0210 99 80 | – – – – – andere dan levers van pluimvee | |||
| 0407 00 | Vogeleieren in de schaal, vers, verduurzaamd of gekookt: | |||
| 0407 00 90 | – andere dan van pluimvee | |||
| 0408 | Vogeleieren uit de schaal en eigeel, vers, gedroogd, gestoomd of in water gekookt, in een bepaalde vorm gebracht, bevroren of op andere wijze verduurzaamd, ook indien met toegevoegde suiker of andere zoetstoffen: – eigeel | |||
| ex 0408 11 | – – gedroogd: | |||
| 0408 11 20 | – – – ongeschikt voor menselijke consumptie | |||
| ex 0408 19 | – – ander: | |||
| 0408 19 20 | – – – ongeschikt voor menselijke consumptie | |||
| – ander: | ||||
| ex 0408 91 | – – gedroogd: | |||
| 0408 91 20 | – – – ongeschikt voor menselijke consumptie | |||
| ex 0408 99 | – – andere: | |||
| 0408 99 20 | – – – ongeschikt voor menselijke consumptie | |||
| D ( Productschap voor Vee en Vlees) | D ( Productschap voor Vee en Vlees) | |||
| ex 1502 00 | Rund-, schapen- of geitenvet, ander dan bedoeld bij post 1503: | |||
| ex 1502 00 10 | – bestemd voor ander industrieel gebruik dan voor de vervaardiging van producten voor menselijke consumptie | |||
| 1503 00 | Varkensstearine, spekolie, oleostearine, oleomargarine en talkolie, niet geëmulgeerd, niet vermengd, noch op andere wijze bereid: | |||
| E (Productschap Tuinbouw) | E (Productschap Tuinbouw) | |||
| 0801 | Kokosnoten, paranoten en cashewnoten, vers of gedroogd, ook zonder dop of schaal | |||
| 0802 | Andere noten, vers of gedroogd, ook zonder dop of schaal, al dan niet gepeld: | |||
| 0802 90 | – andere: | |||
| 0802 90 20 | – – arecanoten (of betelnoten), colanoten en pecannoten | |||
| 0804 | Dadels, vijgen, ananassen, advocaten (avocado’s), guaves, manga’s en manggistans, vers of gedroogd: | |||
| 0804 10 00 | – dadels | |||
| 0804 40 00 | – advocaten (avocado’s) | |||
| 0804 50 00 | – guaves, manga’s en manggistans | |||
| 0904 t/m 0910 | Specerijen | |||
| 1106 30 | – meel, gries en poeder van vruchten bedoeld bij hoofdstuk 8 | |||
| 1202 10 90 | Grondnoten, niet gebrand of op andere wijze door verhitting bereid, in de dop, andere dan voor zaaidoeleinden | |||
| 1202 20 00 | Grondnoten, niet gebrand of op andere wijze door verhitting bereid, gedopt, ook indie gebroken | |||
| ex 1211 | Planten, plantdelen, zaden en vruchten, vers of gedroogd, ook indien gesneden, gebroken of in poedervorm, welke al dan niet na be- of verwerking bestemd zijn voor menselijke consumptie | |||
| 1212 | Sint-jansbrood, zeewier en andere algen, suikerbieten en suikerriet, vers of gedroogd, ook indien in poedervorm; vruchtenpitten, ook indien in de steen en andere plantaardige producten (ongebrande cichoreiwortels van de variteit ‘Chicoriom intybus sativum’ daaronder begrepen) hoofdzakelijk gebruikt voor menselijke consumptie, elders genoemd noch elders onder begrepen: | |||
| 1212 10 | – sint-jansbrood, sint-jansbroodpitten daaronder begrepen zeewier en andere algen | |||
| 1212 20 00 | – zeewier en andere algen | |||
| 1212 30 00 | – pitten van abrikozen, van perziken (nectarines daaronder begrepen) of van pruimen, ook indien in de steen – andere: | |||
| 1212 99 | – – andere: | |||
| 1212 99 90 | – – – andere | |||
| 2206 00 2206 00 31 | Andere gegiste dranken (bijvoorbeeld appelwijn, perenwijn, honingdrank): – andere: – – mousserend | |||
| 2206 00 51 | – – niet mousserend, in verpakking inhoudende: – – – niet meer dan 2 l – – – – appelwijn en perenwijn | |||
| 2206 00 59 | – – – andere | |||
| 2206 00 81 | – – – meer dan 2 l – – – – appelwijn en perenwijn | |||
| 2206 00 89 | – – – andere | |||
| F (Productschap Vis) | F (Productschap Vis) | |||
| ex 1603 00 | Extracten en sappen, van vis, van schaaldieren, van weekdieren of van andere ongewervelde waterdieren |
Bijlage VIII
Verklaring als bedoeld in artikelen 4:2 en 4:3 van de Algemene douaneregeling
Bijlage VII. Bij de Algemene Douaneregeling
Opsomming van:
- –. diverse Verordeningen ((E)EG), houdende marktordeningen voor diverse landbouwproducten;
- –. bevoegde Productschappen;
- –. goederen waarvoor gegevens uit de douaneaangifte voor diverse douaneregelingen elektronisch worden aangeleverd aan de productschappen.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)