Algemene douaneregeling
Vrijstelling van rechten bij invoer wordt verleend voor het brengen in het vrije verkeer van goederen die bestemd zijn voor het persoonlijk gebruik – gebruik door inwonende gezinsleden daaronder begrepen – van functionarissen in dienst van een internationale organisatie, genoemd in bijlage XIX, indien met die organisaties is overeengekomen dat aan die functionarissen het recht op deze vrijstelling wordt verleend.
De vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, is niet van toepassing indien de desbetreffende functionaris Nederlander is of duurzaam in Nederland verblijft.
De vrijstelling, bedoeld in het eerste lid, is, voor zover het personenvoertuigen betreft, beperkt tot maximaal twee personenvoertuigen per functionaris, tenzij met de internationale organisatie is overeengekomen dat deze vrijstelling beperkt is tot één personenvoertuig per functionaris.
Vrijstelling van rechten bij invoer wordt verleend voor het brengen in het vrije verkeer van goederen die bestemd zijn voor het persoonlijk gebruik – gebruik door inwonende gezinsleden daaronder begrepen – van administratief, technisch en bedienend personeel in dienst van een internationale organisatie genoemd in bijlage XIX, indien met die organisatie is overeengekomen dat aan dat personeel het recht op deze vrijstelling wordt verleend.
De vrijstelling, bedoeld in het vierde lid, is niet van toepassing indien het personeelslid Nederlander is, duurzaam in Nederland verblijft, dan wel als er op het moment van het in het vrije verkeer brengen sinds de aanvang van de tewerkstelling in Nederland meer dan 10 jaren zijn verstreken.
De vrijstelling, bedoeld in het vierde lid, is, voor zover het personenvoertuigen betreft, beperkt tot maximaal één personenvoertuig per persoon, tenzij met de organisatie is overeengekomen dat geen vrijstelling voor een personenvoertuig wordt verleend.
Artikel 7:10, eerste, tweede en derde lid, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het hoofd van de internationale organisatie in een door hem ondertekende schriftelijke verklaring op de aangifte Douane 39 verklaart dat de functionaris onderscheidenlijk de persoon die gebruik wenst te maken van de in het eerste of vierde lid bedoelde vrijstelling in dienst is bij die internationale organisatie, geen Nederlander is, niet duurzaam in Nederland verblijft, dan wel dat er op het moment van het in het vrije verkeer brengen sinds de aanvang van de tewerkstelling in Nederland minder dan 10 jaren zijn verstreken. Voorts vermeldt de verklaring de normale verblijfplaats van de functionaris onderscheidenlijk de persoon op het moment van aanwerving en de datum van tewerkstelling in Nederland.
Het is verboden om de met vrijstelling in het vrije verkeer gebrachte goederen:
- –. uit te lenen, te verpanden, te verhuren, onder bezwarende titel of om niet over te dragen, zonder dat daartoe toestemming is verkregen van de inspecteur die de vrijstelling heeft verleend; en
- –. te gebruiken op een wijze of voor doeleinden waarvoor de vrijstelling niet geldt.
Artikel 7:15
Vrijstelling van rechten bij invoer wordt verleend voor het in het vrije verkeer brengen van gronduitrusting door buiten de Benelux gevestigde luchtvaartondernemingen om op een douaneluchtvaartterrein te worden gebruikt voor de inrichting of exploitatie van een internationale luchtdienst door die onderneming.
Voor het brengen in het vrije verkeer met vrijstelling van rechten bij invoer is een vergunning van de inspecteur vereist.
Indien de luchtvaartonderneming tegelijkertijd goederen van twee of meer soorten in het vrije verkeer brengt, mag worden volstaan met één aangifte voor het brengen in het vrije verkeer, mits de aangifte is aangevuld met een lijst waarop de gegevens van de goederen zijn vermeld.
Artikel 7:16
Vrijstelling van rechten bij invoer wordt verleend voor het brengen in het vrije verkeer van:
- a. scheepsvoorraden aan boord van binnenkomende schepen, geen woonschepen zijnde;
- b. provisie aanwezig in luchtvaartuigen in internationaal verkeer;
- c. brandstoffen en smeermiddelen aanwezig in binnenkomende schepen en luchtvaartuigen en bestemd voor de aandrijving of smering daarvan.
De vrijstelling voor de goederen, bedoeld in het eerste lid, wordt slechts verleend voor de hoeveelheden, welke redelijkerwijs noodzakelijk worden geacht voor het verbruik of gebruik aan boord.
Het is verboden de goederen uit de vervoermiddelen te verwijderen.
Afdeling 4.5. Uitvoer
Artikel 7:17
Voor goederen, vermeld in onderstaande lijst, die in kleine zendingen of door reizigers als bagage worden vervoerd, wordt, behoudens het bepaalde in artikel 7:1, een forfaitaire accijns geheven overeenkomstig de voorwaarden en bepalingen die gelden voor het douanerecht. De accijns wordt berekend naar de bij die goederen vermelde tarieven.
| Omschrijving | Grondslag | Tarief |
|---|---|---|
| a. overige alcoholhoudende producten als bedoeld in artikel 12 van de Wet op de accijns: | liter | € 6,94 |
| b. rooktabak | kilogram | het tarief, genoemd in artikel 35, eerste lid, onderdeel c, van de Wet op de accijns |
| c. sigaretten | 1.000 stuks | het in artikel 35, eerste lid, onderdeel b, van de Wet op de accijns als tweede vermelde bedrag |
Artikel 7:18
Op de accijnzen, de omzetbelasting en de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken zijn de artikelen 25 tot en met 27 van Verordening 1186/2009 van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat:
- a. de vrijstelling voor alcoholhoudende dranken als bedoeld in artikel 27, onderdeel b, eerste en tweede gedachtestreepje, van Verordening 1186/2009, is beperkt tot één fles van het gebruikelijke type met een maximum van 1 liter;
- b. de vrijstelling voor de hierna genoemde goederen is beperkt tot de volgende hoeveelheden:
- 1°. koffie: 500 gram;
- 2°. koffie-extracten en koffie-essences: 200 gram;
- 3°. thee: 100 gram;
- 4°. thee-extracten en thee-essences: 40 gram.
Artikel 7:19
Op de omzetbelasting zijn de artikelen 28 tot en met 34 van Verordening 1186/2009, alsmede de artikelen 7:2 en 7:3 van overeenkomstige toepassing voor zover de voor het vrije verkeer aangegeven goederen niet zijn bestemd voor de uitoefening van een activiteit die op grond van artikel 11 van de Wet op de omzetbelasting 1968 is vrijgesteld.
Artikel 7:20
Vervallen
Artikel 7:21
Op de omzetbelasting is artikel 42 van Verordening 1186/2009 alsmede artikel 7:2 van overeenkomstige toepassing voor zover het betreft goederen, genoemd in bijlage I, onderdeel B, van Verordening 1186/2009.
Artikel 7:22
Op de omzetbelasting is artikel 43 van Verordening 1186/2009 alsmede de artikelen 7:2 en 7:4, van overeenkomstige toepassing voor zover het betreft goederen, genoemd in bijlage II, onderdeel B, van Verordening 1186/2009, mits de aan de aangifte voor het vrije verkeer ten grondslag liggende levering om niet geschiedt, of, indien zij onder bezwarende titel plaatsheeft, de goederen worden geleverd door een ander dan een ondernemer in de zin van de Wet op de omzetbelasting 1968.
Artikel 7:23
Op de accijnzen en de omzetbelasting is artikel 53 van Verordening 1186/2009 alsmede de artikelen 7:2 en 7:4 van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat voor dieren die voor laboratoriumgebruik zijn gefokt, de vrijstelling uitsluitend van toepassing is indien die dieren om niet aan laboratoria worden afgestaan.
Artikel 7:24
Op de omzetbelasting zijn de artikelen 67 en 68 van Verordening 1186/2009, alsmede de artikelen 7:2 en 7:4 van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat:
- a. de vrijstelling kan worden verleend voor alle goederen die speciaal zijn ontworpen voor onderwijs aan en tewerkstelling of verbetering van de maatschappelijke positie van geestelijk gehandicapten, blinden en andere lichamelijk gehandicapten;
- b. geen vrijstelling wordt verleend indien de goederen door geestelijk gehandicapten, blinden en andere lichamelijk gehandicapten voor hun eigen gebruik worden ingevoerd;
- c. geen vrijstelling wordt verleend indien de goederen met enige commerciële bijbedoeling van de gever of niet om niet aan een in bijlage XV aangewezen instelling of organisatie worden gezonden.
Artikel 7:25
Op de omzetbelasting is artikel 104 van Verordening 1186/2009 van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat geen vrijstelling wordt verleend voor belastingzegels als bedoeld in artikel 104, onderdeel q, van Verordening 1186/2009.
Artikel 7:26
Op de accijnzen, de omzetbelasting en de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken zijn de artikelen 203 tot en met 205 van het Douanewetboek van de Unie, de artikelen 158 tot en met 160 van de Gedelegeerde Verordening Douanewetboek van de Unie, de artikelen 253 tot en met 255 van de Uitvoeringsverordening Douanewetboek van de Unie alsmede artikel 7:28 van overeenkomstige toepassing met dien verstande dat de bepalingen inzake het inlichtingenblad INF 3 slechts van toepassing zijn voor zover gelijktijdig aanspraak op vrijstelling van rechten bij invoer wordt gemaakt.
Vrijstelling van omzetbelasting voor terugkerende goederen als bedoeld in het eerste lid wordt slechts verleend, indien wordt aangetoond dat op de terugkerende goederen omzetbelasting drukt.
Vrijstelling van accijns voor terugkerende goederen als bedoeld in het eerste lid wordt slechts verleend, indien wordt aangetoond dat de voorafgaande uitvoer van deze goederen niet heeft plaatsgevonden uit een accijnsgoederenplaats dan wel met teruggaaf van accijns.
Vrijstelling van verbruiksbelasting voor terugkerende goederen als bedoeld in het eerste lid wordt slechts verleend, indien wordt aangetoond dat de voorafgaande uitvoer van deze goederen niet heeft plaatsgevonden vanuit een inrichting als bedoeld in artikel 2, onderdeel b, van de Wet op de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken dan wel met teruggaaf van verbruiksbelasting.
Artikel 7:27
Op de accijnzen zijn de artikelen 3 tot en met 20, 23, 24, 59, 74 tot en met 80, 85, 86, 95 tot en met 101 en 107 tot en met 112 van Verordening 1186/2009 alsmede de artikelen 7:2 tot en met 7:16k van overeenkomstige toepassing.
Op de omzetbelasting zijn de artikelen 3 tot en met 20, 21, 24, 54 tot en met 56, 59 tot en met 65, 74 tot en met 103 en 105 tot en met 113 van Verordening 1186/2009, alsmede de artikelen 7:2 tot en met 7:16k van overeenkomstige toepassing.
Op de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken zijn de artikelen 3 tot en met 20, 23, 24, 59, 74 tot en met 80, 85, 86, 90 tot en met 101 en 107 tot en met 112 van Verordening 1186/2009 alsmede de artikelen 7:2 tot en met 7:16k van overeenkomstige toepassing.
Op de omzetbelasting is de gehele of gedeeltelijke vrijstelling van rechten bij invoer bij het in het vrije verkeer brengen van goederen, die overeenkomstig de douaneregeling passieve veredeling tijdelijk zijn uitgevoerd, van overeenkomstige toepassing.
Vrijstelling van omzetbelasting en accijns bij invoer van goederen wordt verleend voor in het vrije verkeer brengen van goederen door strijdkrachten van een andere lidstaat van de Europese Unie voor zover die in Nederland deelnemen aan een defensie-inspanning ter uitvoering van het gemeenschappelijk veiligheids- en defensiebeleid, bedoeld in titel V, hoofdstuk 2, afdeling 2, van het Verdrag betreffende de Europese Unie, ten behoeve van die strijdkrachten of het personeel en begeleidend burgerpersoneel van die strijdkrachten of voor de bevoorrading van de messes of kantines van die strijdkrachten. De artikelen 7:16a tot en met 7:16k zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat aan gezinsleden van het personeel van strijdkrachten, bedoeld in de eerste zin, geen vrijstelling wordt verleend.
Vrijstelling van omzetbelasting bij invoer van goederen wordt verleend voor in het vrije verkeer brengen van goederen door de Europese Commissie of door een krachtens het Unierecht opgericht agentschap of orgaan wanneer de Europese Commissie of door een dergelijk agentschap of orgaan deze goederen invoert in het kader van de uitvoering van de aan hen bij het Unierecht toevertrouwde taken ter bestrijding van de COVID-19-pandemie, tenzij de ingevoerde goederen onmiddellijk dan wel op een later tijdstip worden gebruikt voor latere leveringen onder bezwarende titel door de Europese Commissie of door een dergelijk agentschap of orgaan. De vrijstelling wordt verleend indien bij de aangifte voor het vrije verkeer een geldige verklaring wordt overgelegd waaruit blijkt dat ter zake van het in het vrije verkeer brengen deze vrijstelling kan worden toegepast.
Afdeling 7.3. Omzetbelasting en accijns
Artikel 7:28
De informatie, bedoeld in artikel 253, eerste lid, van de Uitvoeringsverordening Douanewetboek van de Unie, is, behoudens in de gevallen waarin de goederen in het kader van de regeling passieve veredeling zijn uitgevoerd, niet vereist indien het de volgende goederen betreft:
- a. motorrijtuigen alsmede kleine aanhangwagens die zijn bestemd voor het vervoer van reisbenodigdheden, duidelijk sporen van gebruik vertonen en samen met de motorrijtuigen worden ingevoerd, indien bij de motorrijtuigen een geldig kentekenbewijs aanwezig is en zij, alsmede de aanhangwagens, het in dat bewijs vermelde kenteken voeren, voor zover daaruit blijkt dat zij in het vrije verkeer zijn;
- b. aanhangwagens, andere dan die zijn bedoeld in onderdeel a en opleggers, voor zover uit de overgelegde bescheiden dan wel op andere wijze blijkt dat zij in het vrije verkeer zijn;
- c. luchtvaartuigen die in één der lidstaten van de Europese Unie zijn ingeschreven;
- d. locomotieven en ander rollend spoorwegmaterieel, die zijn ingeschreven in het wagenpark van een in één der lidstaten gevestigde spoorweg- of andere onderneming, indien wordt aangetoond dat zij tevoren uit het vrije verkeer van het douanegebied van de Unie zijn uitgevoerd;
- e. andere vervoermiddelen, indien wordt aangetoond dat zij tevoren uit het vrije verkeer van het douanegebied van de Unie zijn uitgevoerd;
- f. containers, met inbegrip van het normale toebehoren en de normale uitrusting daarvan, verpakkingsmiddelen en andere voorwerpen, vervaardigd en ingericht voor het vervoer van goederen, alsmede dekkleden en stuwmateriaal ten aanzien waarvan bij wederinvoer, gelet op de aard, de bijzondere kenmerken en de gebruiksvoorwaarden, aannemelijk is dat zij tevoren uit het vrije verkeer van het douanegebied van de Unie zijn uitgevoerd;
- g. goederen die deel uitmaken van de persoonlijke bagage van reizigers en die tevoren uit het vrije verkeer van het douanegebied van de Unie zijn uitgevoerd; de inspecteur kan vorderen dat de herkomst uit het vrije verkeer van het douanegebied van de Unie wordt aangetoond door middel van een schriftelijk bewijsstuk.
Wanneer de inspecteur twijfelt of vervoermiddelen voldoen aan de voorwaarden voor de vrijstelling van rechten bij invoer, kunnen de vervoermiddelen worden ingevoerd nadat zekerheid is gesteld voor de rechten bij invoer die voor die vervoermiddelen verschuldigd zijn. De belanghebbende kan binnen drie maanden bij de inspecteur een verzoek indienen om voor de goederen alsnog vrijstelling van rechten bij invoer te verlenen, mits hij daarbij aantoont dat aan de voorwaarden voor de vrijstelling van rechten bij invoer is voldaan.
Er bestaat geen recht op vrijstelling van rechten bij invoer voor een motorrijtuig waarvan het chassis- of framenummer is gewijzigd of verwijderd tenzij daartoe door de inspecteur toestemming is verleend.
Afdeling 7.5. Postverkeer
Artikel 7:29
Vervallen
Artikel 7:30
Vervallen
Hoofdstuk 8. Douaneschuld
Afdeling 7.4. Terugkerende goederen
Artikel 8:1
Een hypotheek wordt als zekerheidstelling aanvaard indien:
- a. de waarde van de desbetreffende onroerende zaak voldoende is om als onderpand dienst te kunnen doen;
- b. de onroerende zaak verzekerd is tegen brand en de Staat der Nederlanden in de verzekeringspolis is aangewezen als begunstigde van de uitkering;
- c. de hypotheekgever een zogenoemde hypothecair-belangverzekering heeft afgesloten;
- d. in de akte een huurbeding als bedoeld in artikel 264 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek is opgenomen;
- e. in de hypotheekakte een beding als bedoeld in artikel 265 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek is opgenomen;
- f. in de hypotheekakte de bedingen, bedoeld in artikel 267 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, zijn opgenomen.
Afdeling 7.4. Terugkerende goederen
Artikel 8:2
Het aanslagbiljet bevat in ieder geval de volgende gegevens:
- –. naam, adres en woonplaats van de schuldenaar of belanghebbende;
- –. kenmerk en datum van de beschikking;
- –. bedrag aan rechten, rente op achterstallen, kosten of bestuurlijke boete;
- –. bezwaarclausule.
Afdeling 7.1. Preferentiële oorsprong
Artikel 8:3
Voor de berekening van het bedrag aan rechten, andere belastingen, heffingen en retributies wordt een bedrag dat dient als grondslag voor die berekening rekenkundig afgerond op centen.
Voor de berekening van het bedrag aan rechten, andere belastingen, heffingen en retributies wordt een hoeveelheid die dient als grondslag voor die berekening, zodanig afgerond dat een gedeelte van een kilogram, van een liter of van een meter in aanmerking wordt genomen als een heel kilogram, een hele liter of een hele meter.
Indien de eenheid waarover het bedrag aan rechten, andere belastingen, heffingen en retributies moet worden berekend minder is dan een kilogram, een liter of een meter, wordt, in afwijking van het tweede lid, een hoeveelheid die dient als grondslag voor de berekening, bedoeld in het tweede lid, zodanig afgerond dat een gedeelte van 100 gram, van een deciliter of van een decimeter in aanmerking wordt genomen als 100 gram, een hele deciliter of een hele decimeter.
Voor de berekening van het bedrag aan rechten, andere belastingen, heffingen en retributies wordt een volumepercentage ethylalcohol die dient als grondslag voor die berekening, naar beneden afgerond op tiende percent absolute ethylalcohol.
Artikel 8:4
Indien de hoeveelheid van de goederen kleiner is dan de hoeveelheid waarin het douanetarief is uitgedrukt, wordt het bedrag aan rechten naar evenredigheid berekend.
Artikel 8:5
Het bedrag aan rechten, andere belastingen, heffingen, retributies, renten, interesten of kosten van ambtelijke werkzaamheden wordt rekenkundig afgerond op centen.
Indien de berekening van het bedrag, bedoeld in het eerste lid, geschiedt aan de hand van een aangifte, wordt elk onderdeel van de aangifte overeenkomstig het eerste lid afgerond.
Hoofdstuk 8. Douaneschuld
Artikel 9:1
Terugbetaling of kwijtschelding van accijnzen, omzetbelasting en de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken wordt verleend in de gevallen waarin bij of krachtens het Douanewetboek van de Unie aanspraak op terugbetaling of kwijtschelding van rechten bij invoer bestaat of zou bestaan.
De door het Comité genomen beschikking, bedoeld in artikel 116, derde lid, van het Douanewetboek van de Unie en de ter uitvoering van dat artikel vastgestelde bepalingen zijn van overeenkomstige toepassing op het verzoek om terugbetaling of kwijtschelding voor zover het tevens betrekking heeft op accijnzen, omzetbelasting en de verbruiksbelasting van alcoholvrije dranken.
Hoofdstuk 10. Bestuurlijke boeten
Artikel 10:1
Het drukken van formulieren van certificaten inzake goederenverkeer zonder een vergunning van de Minister van Financiën en het drukken van certificaten van oorsprong zonder vergunning van de Minister voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingshulp vormen verzuimen ter zake waarvan door de inspecteur een bestuurlijke boete kan worden opgelegd van ten hoogste € 203.
Overtreding van het verbod:
- a. bedoeld in artikel 1:14, vierde lid; of
- b. bedoeld in artikel 1:16, vierde lid;
vormt een verzuim ter zake waarvan door de inspecteur een bestuurlijke boete kan worden opgelegd van ten hoogste € 203.
Artikel 10:2
Het opstellen van een leveranciersverklaring of een verklaring omtrent de preferentiële oorsprong op de factuur of op een ander handelsbescheid op basis van onvolledige of onjuiste gegevens of zonder dat het bewijs daarvoor in de administratie aanwezig is vormt een verzuim ter zake waarvan door de inspecteur een bestuurlijke boete kan worden opgelegd van ten hoogste € 203.
Artikel 10:3
Indien wijziging in de inrichting van een ruimte voor tijdelijke opslag wordt aangebracht zonder goedkeuring van de inspecteur, vormt dit een verzuim ter zake waarvan door de inspecteur een bestuurlijke boete kan worden opgelegd van ten hoogste € 203.
Hoofdstuk 10. Bestuurlijke boeten
Artikel 11:1
Degene die onjuiste of onvolledige gegevens verstrekt, of handelingen verricht, welke leiden of kunnen leiden tot een onjuiste terugbetaling van rechten bij invoer, of kwijtschelding van rechten bij invoer, maakt zich schuldig aan het plegen van een strafbaar feit.
Artikel 11:2
Degene die onjuiste of onvolledige gegevens verstrekt, waardoor ten onrechte een vrijstelling wordt genoten of zou kunnen worden genoten, maakt zich schuldig aan het plegen van een strafbaar feit.
Artikel 11:3
Degene die een der in deze regeling omschreven verboden overtreedt, maakt zich schuldig aan het plegen van een strafbaar feit.
Artikel 11:4
Hij die geen bijstand verleent of niet alle nodige bescheiden en inlichtingen verstrekt binnen de eventueel vastgestelde termijn zoals bedoeld in artikel 14 CDW maakt zich schuldig aan het plegen van een strafbaar feit.
Artikel 11:5
Hij die zonder de ingevolge wettelijke bepalingen vereiste toestemming goederen lost, laadt, inslaat of uitslaat maakt zich schuldig aan het plegen van een strafbaar feit.
Artikel 11:6
Hij die in strijd met wettelijke bepalingen verandering brengt in de staat waarin binnengebrachte goederen of goederen die het douanegebied zullen verlaten zijn aangebracht maakt zich schuldig aan het plegen van een strafbaar feit.
Artikel 11:7
Hij die in strijd met de wettelijke bepalingen een aanvullende aangifte zoals bedoeld in artikel 76, lid 2 CDW achterwege laat of niet tijdig doet, pleegt een strafbaar feit.
Hoofdstuk 9. Terugbetaling of kwijtschelding van de rechten bij invoer of de rechten bij uitvoer
Artikel 12:1
Van de inbeslagneming van goederen, ter zake van het begaan van bij wettelijke bepalingen strafbaar gesteld feiten door onbekende personen, wordt mededeling gedaan in één of meer door de inspecteur aan te wijzen dag- of nieuwsbladen, met vermelding van een omschrijving van de goederen en van de voor de goederen gebezigde verpakking.
Indien de goederen een spoedige, aanmerkelijke waardevermindering onderhevig zijn of indien de bewaring of het onderhoud ervan een gevaar oplevert dan wel hoge kosten met zich meebrengt, wordt, in afwijking van het eerste lid, van de inbeslagneming op door inspecteur te bepalen wijze, naar plaatselijk gebruik, in het openbaar mededeling gedaan.
De vorige leden vinden overeenkomstige toepassing bij de inbeslagneming op onbekende personen van vervoermiddelen en voorwerpen, bedoeld in artikel 1:37, eerste lid, van de wet, met dien verstande dat tevens de gronden tot die inbeslagneming worden vermeld.
Artikel 12:2
Onder de voorwaarden voor het vrijgeven van goederen welke ter zake van het begaan van bij wettelijke bepalingen strafbaar gestelde feiten in beslag zijn genomen, wordt ten minste gesteld dat ten kantore van een door de inspecteur aangewezen ontvanger zekerheid wordt gesteld tot verzekering van de uitlevering van de goederen of de voldoening van de waarde daarvan.
Artikel 12:3
Bij de inbewaringneming van goederen is, indien de belanghebbende bij die goederen niet bekend is, Artikel 12:1, eerste en tweede lid, van overeenkomstige toepassing.
De verkoop van de in bewaring genomen goederen vindt niet eerder plaats dan nadat aan het voornemen daartoe in de een of meerdere, door de inspecteur aan te wijzen, dag- of nieuwsbladen bekendheid is gegeven.
Indien de goederen een spoedige, aanmerkelijke waardevermindering onderhevig zijn of indien de bewaring of het onderhoud ervan een gevaar oplevert dan wel hoge kosten met zich meebrengt, vindt, in afwijking van het tweede lid, de verkoop plaats nadat van het voornemen op door de inspecteur te bepalen wijze in het openbaar kenbaarheid is gegeven.
De verkoop van de in bewaring genomen goederen geschiedt in het openbaar en volgens plaatselijke gebruiken.
In afwijking van het bepaalde in de vorige leden, kan de verkoop met volmacht van de inspecteur onderhands geschieden indien het vermoeden bestaat dat uit de opbrengst van de goederen de aan een openbare verkoop verbonden kosten niet kunnen worden bestreden of indien het de verkoop van in het derde lid bedoelde goederen betreft.
Hoofdstuk 11. Strafrechtelijke bepalingen
Artikel 13:1
Deze regeling wordt aangehaald als: Algemene douaneregeling
Artikel 13:2
Deze regeling treedt in werking op het tijdstip waarop de Algemene douanewet in werking treedt.
Bijlage I
Plaatsen van vestiging van douanekantoren als bedoeld in artikel 60 van het Communautair douanewetboek en artikel 1:3 van de Algemene douaneregeling.
Maastricht-Aachen Airport
Brunssum (Afnorth)
Duiven
Groningen Airport Eelde
Eemshaven
Eindhoven Airport
Hazeldonk
Leeuwarden
Moerdijk
De Lutte
Rotterdam
Rotterdam Airport
Schiphol
Veendam
Venlo
Vlissingen
Bijlage II
Vaarwaters voor binnenkomst (artikel 2:1 Algemene douaneregeling) onderscheidenlijk voor uitgang (artikel 6:3 Algemene douaneregeling)
Als vaarwaters voor uit zee binnenkomende onderscheidenlijk naar zee uitgaande schepen worden aangewezen de grootscheepse vaarwaters van de Noordzee vice versa:
-
- via de Eems naar Delfzijl;
-
- via het zeegat tussen Ameland en Schiermonnikoog naar Lauwersoog;
-
- via het zeegat tussen Vlieland en Terschelling naar Oost-Vlieland of West-Terschelling;
-
- via het zeegat tussen Vlieland en Terschelling, dan wel via het zeegat tussen Noord-Holland en Texel, naar Harlingen;
-
- via het zeegat tussen Noord-Holland en Texel naar Texel en Den Helder;
-
- via het Noordzeekanaal naar Amsterdam, Beverwijk, Velsen, IJmuiden of naar Zaandam;
-
- naar de Scheveningse haven;
- 8.
- a. via de Maasmond en de Nieuwe Waterweg dan wel via de Maasmond en het Calandkanaal naar Rotterdam;
- b. via de Maasmond en de Nieuwe Waterweg naar Dordrecht of Zwijndrecht;
- c. via de Maasmond, de Nieuwe Waterweg, de Oude Maas, de Dordtse Kil en het Hollands Diep naar Moerdijk;
-
- via de Westerschelde naar Breskens, Hansweert, Terneuzen of Vlissingen;
-
- via het zeegat tussen Noord-Holland en Texel naar Oudeschild;
-
- naar de haven van Stellendam;
-
- naar de Roompotsluis.
Bijlage III
Douanekantoren als bedoeld in artikel 2:1, eerste lid, van de Algemene douaneregeling en douanekantoren van uitgang als bedoeld in artikel 6:1, eerste lid, van de Algemene douaneregeling
-
- In de volgende plaatsen zijn douanekantoren gevestigd voor het aanbrengen en aangeven van uit zee binnengebrachte goederen, onderscheidenlijk voor goederen die over zee zullen uitgaan:
- *. Douane Noord, douanekantoor Eemshaven: – voor schepen die ligplaats kiezen in de havens van Delfzijl, Eemshaven en Lauwersoog;
- *. Douane Noord, douanekantoor Leeuwarden: – voor schepen die ligplaats kiezen in de havens van Oost-Vlieland, West-Terschelling en Harlingen;
- *. Douane Zuid, douanekantoor Moerdijk: – voor schepen die ligplaats kiezen in de havens van Dordrecht en Moerdijk;
- *. Douane Zuid, douanekantoor Vlissingen: – voor schepen die ligplaats kiezen in de havens van Breskens, Hansweert, Stellendam, Terneuzen, Veere-Roompotsluis en Vlissingen;
- *. Douane West, douanekantoor Schiphol, locatie Amsterdam: – voor schepen die ligplaats kiezen in de havens van Amsterdam, Beverwijk, Den Helder, Scheveningen, Oudeschild, IJmuiden, Velsen-Noord, en Zaandam;
- *. Douane Rotterdam, douanekantoor Reeweg:
- –. voor schepen die ligplaats kiezen in de havens van Heijplaat, Hoek van Holland, Rozenburg, Schiedam, Vlaardingen en Zwijndrecht.
- –. voor schepen die ligplaats kiezen in de havens van Rotterdam welke zich, gezien vanaf het douanekantoor Rotterdam Reeweg, bevinden tot en met het Beerkanaal.
- *. Douane Rotterdam, douanekantoor Maasvlakte: – voor schepen die ligplaats kiezen in de havens van Rotterdam welke zich, gezien vanaf het douanekantoor Rotterdam Maasvlakte, bevinden tot aan het Beerkanaal.
-
- In de havens van Oost-Vlieland, West-Terschelling, Oudeschild, Stellendam en Veere (Roompotsluis) mogen slechts schepen worden aangebracht bij het desbetreffende douanekantoor met goederen die mondeling dan wel door enige andere handeling kunnen worden aangegeven. De totale waarde van de door een persoon meegevoerde goederen die mondeling kunnen worden aangegeven mag in dit geval niet hoger zijn dan € 1000.
Bijlage IV
Internationale luchthavens als bedoeld in artikel 2:1, tweede lid, van de Algemene douaneregeling, douanekantoren als bedoeld in artikel 2:1, tweede lid, van de Algemene douaneregeling, alsmede douanekantoren van uitgang als bedoeld in artikel 6:1, tweede lid, van de Algemene douaneregeling
-
- In de volgende plaatsen zijn ten behoeve van de genoemde internationale luchthavens douanekantoren gevestigd voor het aanbrengen en aangeven op de van door de lucht binnengebrachte goederen, onderscheidenlijk voor goederen die door de lucht zullen uitgaan:
- *. Douane Noord, douanekantoor Duiven: – voor luchtvaartuigen met bestemming de internationale luchthavens van Hilversum, Lelystad, Soesterberg en Teuge;
- *. Douane Noord, douanekantoor De Lutte: – voor luchtvaartuigen met bestemming de internationale luchthaven van Twente;
- *. Douane Noord, douanekantoor Eelde Airport: – voor luchtvaartuigen met bestemming de internationale luchthaven van Eelde Airport;
- *. Douane Zuid, douanekantoor Maastricht-Aachen Airport: – voor luchtvaartuigen met bestemming de internationale luchthaven van Maastricht-Aachen Airport;
- *. Douane Zuid, douanekantoor Moerdijk: – voor luchtvaartuigen met bestemming de internationale luchthavens van Seppe en Woensdrecht;
- *. Douane Zuid, douanekantoor Vlissingen: – voor luchtvaartuigen met bestemming de internationale luchthaven van Midden-Zeeland;
- *. Douane Zuid, douanekantoor Eindhoven Airport: – voor luchtvaartuigen met bestemming de internationale luchthavens van Budel en Eindhoven Airport;
- *. Douane Zuid, douanekantoor Hazeldonk: – voor luchtvaartuigen met bestemming de internationale luchthaven van Gilze-Rijen;
- *. Douane West, douanekantoor Rotterdam Airport: – voor luchtvaartuigen met bestemming de internationale luchthaven van Rotterdam Airport.
- *. Douane West, douanekantoor Schiphol: – voor luchtvaartuigen met bestemming de internationale luchthavens van Den Helder, Schiphol, Texel en Valkenburg.
-
- De aanwijzing van Gilze-Rijen en Soesterberg geldt slechts voor militaire luchtvaartuigen.
-
- De aanwijzing van Eindhoven Airport, Twente en Valkenburg geldt slechts voor militaire luchtvaartuigen alsmede burgerluchtvaartuigen waarvoor de Minister van Defensie toestemming heeft gegeven tot gebruik van de luchthaven.
-
- De aanwijzing van Hilversum, Midden-Zeeland, Seppe, Teuge en Texel geldt slechts voor goederen welke mondeling dan wel door enige andere handeling kunnen worden aangegeven. De totale waarde van de door een persoon meegevoerde goederen die mondeling kunnen worden aangegeven mag in dit geval niet hoger zijn dan € 1000.
Bijlage V
Plaatsen waar schepen en de daarmee vervoerde goederen eveneens kunnen worden aangebracht
De plaatsen, bedoeld in artikel 2:1, vierde lid, van de Algemene douaneregeling, zijn:
- –. Eemshaven rede en Oterdum rede;
- –. Ankerplaatsen Den Helder A t/m Q (Adm. chart 1546);
- –. IJmuiden deep draft area en recommended anchor area;
- –. Ankerplaats Scheveningen;
- –. Deepdraft 1 en 2;
- –. Maas outer 3 – Maas West 4 en Maas Noord 5;
- –. Wielingen-Noord bewesten de W8;
- –. Wielingen-Zuid beoosten de W8;
- –. Wielingen-Zuid bewesten het haventje van Nieuwe Sluis;
- –. Rede van Vlissingen incl. oostelijk deel Springergeul, Merlemon, Everingen A t/m E;
- –. Put van Terneuzen A t/m C.
Bijlage I
Plaatsen van vestiging van douanekantoren als bedoeld in artikel 60 van het Communautair douanewetboek en artikel 1:3 van de Algemene douaneregeling.
Maastricht-Aachen Airport
Brunssum (Afnorth)
Duiven
Groningen Airport Eelde
Eemshaven
Eindhoven Airport
Hazeldonk
Moerdijk
De Lutte
Rotterdam
Rotterdam Airport
Schiphol
Veendam
Venlo
Vlissingen
Toelichting Enig document
Inleiding
In artikel 205 van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek (CDW) is bepaald dat het Enig Document het officiële model is voor de schriftelijke douaneaangifte van goederen in het kader van de normale procedure met het oog op hun plaatsing onder een douaneregeling (in het vrije verkeer brengen, douanevervoer, douane-entrepot, actieve veredeling, behandeling onder douanetoezicht, tijdelijke invoer, passieve veredeling, uitvoer) of bij wederuitvoer ter beëindiging van een economische douaneregeling.
De invulling van het formulier Enig document wordt toegelicht in Bijlage 37 van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek (TVo.CDW) terwijl in Bijlage 38 van dezelfde verordening de te gebruiken communautaire codes voor het invullen staan vermeld. Op grond van artikel 212, derde lid, TVo.CDW is het aan de douaneadministratie van de Lidstaten toegestaan de communautaire toelichting nader aan te vullen. Nederland heeft van deze mogelijkheid gebruik gemaakt door in artikel 18 van het Douanebesluit vast te leggen dat dit kan geschieden bij Ministeriële regeling. Deze Toelichting Enig document is de uitwerking daarvan en vormt een integraal onderdeel van de Douaneregeling.
Artikel 222 TVo.CDW bepaalt voorts dat indien de aangiften worden gedaan met behulp van systemen voor geautomatiseerde gegevensverwerking de in Bijlage 37 bedoelde gegevens moeten overeenstemmen met de voor de schriftelijke aangifte vereiste gegevens.
De Toelichting bestaat uit drie titels, waarvan een algemeen gedeelte, Titel I, waarin een matrix is opgenomen op basis waarvan kan worden bepaald welke vakken ingevuld dienen te worden bij een bepaalde douaneprocedure. In Titel II wordt een beschrijving van de afzonderlijke vakken gegeven voor de formaliteiten bij uitvoer, douanevervoer en invoer. Titel III bevat informatie voor het invullen van aanvullende formulieren Enig document. De bij de invulling te gebruiken codes zijn afzonderlijk opgenomen in het codeboek Sagitta. In artikel 29 van de Douaneregeling is bepaald dat het codeboek Sagitta beschikbaar is via het Internetadres www.douane.nl.
Teneinde de gebruiker een compleet overzicht te kunnen geven van alle formaliteiten, die van belang zijn voor de juiste invulling van het Enig document, bevat de Toelichting zowel de communautaire aanwijzingen uit Bijlage 37 als de nationale aanvullingen. In het codeboek Sagitta zijn daartoe zowel de communautaire codes uit Bijlage 38 als de codes die nationaal zijn vastgesteld opgenomen.
Titel I. Algemene opmerkingen
Toelichting Enig document
Artikel 222 TVo.CDW bepaalt voorts dat indien de aangiften worden gedaan met behulp van systemen voor geautomatiseerde gegevensverwerking de in Bijlage 37 bedoelde gegevens moeten overeenstemmen met de voor de schriftelijke aangifte vereiste gegevens.
In artikel 205 van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek (CDW) is bepaald dat het Enig Document het officiële model is voor de schriftelijke douaneaangifte van goederen in het kader van de normale procedure met het oog op hun plaatsing onder een douaneregeling (in het vrije verkeer brengen, douanevervoer, douane-entrepot, actieve veredeling, behandeling onder douanetoezicht, tijdelijke invoer, passieve veredeling, uitvoer) of bij wederuitvoer ter beëindiging van een economische douaneregeling.
In artikel 205 van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek (CDW) is bepaald dat het Enig Document het officiële model is voor de schriftelijke douaneaangifte van goederen in het kader van de normale procedure met het oog op hun plaatsing onder een douaneregeling (in het vrije verkeer brengen, douanevervoer, douane-entrepot, actieve veredeling, behandeling onder douanetoezicht, tijdelijke invoer, passieve veredeling, uitvoer) of bij wederuitvoer ter beëindiging van een economische douaneregeling.
De invulling van het formulier Enig document wordt toegelicht in Bijlage 37 van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek (TVo.CDW) terwijl in Bijlage 38 van dezelfde verordening de te gebruiken communautaire codes voor het invullen staan vermeld. Op grond van artikel 212, derde lid, TVo.CDW is het aan de douaneadministratie van de Lidstaten toegestaan de communautaire toelichting nader aan te vullen. Nederland heeft van deze mogelijkheid gebruik gemaakt door in artikel 2:11 van de Algemene douaneregeling vast te leggen dat dit kan geschieden bij Ministeriële regeling. Deze Toelichting Enig document is de uitwerking daarvan en vormt een integraal onderdeel van de Douaneregeling.
Artikel 222 TVo.CDW bepaalt voorts dat indien de aangiften worden gedaan met behulp van systemen voor geautomatiseerde gegevensverwerking de in Bijlage 37 bedoelde gegevens moeten overeenstemmen met de voor de schriftelijke aangifte vereiste gegevens.
In artikel 205 van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek (CDW) is bepaald dat het Enig Document het officiële model is voor de schriftelijke douaneaangifte van goederen in het kader van de normale procedure met het oog op hun plaatsing onder een douaneregeling (in het vrije verkeer brengen, douanevervoer, douane-entrepot, actieve veredeling, behandeling onder douanetoezicht, tijdelijke invoer, passieve veredeling, uitvoer) of bij wederuitvoer ter beëindiging van een economische douaneregeling.
In artikel 205 van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek (CDW) is bepaald dat het Enig Document het officiële model is voor de schriftelijke douaneaangifte van goederen in het kader van de normale procedure met het oog op hun plaatsing onder een douaneregeling (in het vrije verkeer brengen, douanevervoer, douane-entrepot, actieve veredeling, behandeling onder douanetoezicht, tijdelijke invoer, passieve veredeling, uitvoer) of bij wederuitvoer ter beëindiging van een economische douaneregeling.
De invulling van het formulier Enig document wordt toegelicht in Bijlage 37 van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek (TVo.CDW) terwijl in Bijlage 38 van dezelfde verordening de te gebruiken communautaire codes voor het invullen staan vermeld. Op grond van artikel 212, derde lid, TVo.CDW is het aan de douaneadministratie van de Lidstaten toegestaan de communautaire toelichting nader aan te vullen. Nederland heeft van deze mogelijkheid gebruik gemaakt door in artikel 2:11 van de Algemene douaneregeling vast te leggen dat dit kan geschieden bij Ministeriële regeling. Deze Toelichting Enig document is de uitwerking daarvan en vormt een integraal onderdeel van de Douaneregeling.
Artikel 222 TVo.CDW bepaalt voorts dat indien de aangiften worden gedaan met behulp van systemen voor geautomatiseerde gegevensverwerking de in Bijlage 37 bedoelde gegevens moeten overeenstemmen met de voor de schriftelijke aangifte vereiste gegevens.
In artikel 205 van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek (CDW) is bepaald dat het Enig Document het officiële model is voor de schriftelijke douaneaangifte van goederen in het kader van de normale procedure met het oog op hun plaatsing onder een douaneregeling (in het vrije verkeer brengen, douanevervoer, douane-entrepot, actieve veredeling, behandeling onder douanetoezicht, tijdelijke invoer, passieve veredeling, uitvoer) of bij wederuitvoer ter beëindiging van een economische douaneregeling.
De invulling van het formulier Enig document wordt toegelicht in Bijlage 37 van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek (TVo.CDW) terwijl in Bijlage 38 van dezelfde verordening de te gebruiken EU-codes voor het invullen staan vermeld. Op grond van artikel 212, derde lid, TVo.CDW is het aan de douaneadministratie van de lidstaten toegestaan de EU-toelichting nader aan te vullen. Nederland heeft van deze mogelijkheid gebruik gemaakt door in artikel 2:11 van de Algemene douaneregeling vast te leggen dat dit kan geschieden bij Ministeriële regeling. Deze Toelichting Enig document is de uitwerking daarvan en vormt een integraal onderdeel van de Douaneregeling.
Artikel 222 TVo.CDW bepaalt voorts dat indien de aangiften worden gedaan met behulp van systemen voor geautomatiseerde gegevensverwerking de in Bijlage 37 bedoelde gegevens moeten overeenstemmen met de voor de schriftelijke aangifte vereiste gegevens.
De Toelichting bestaat uit drie titels, waarvan een algemeen gedeelte, Titel I, waarin een matrix is opgenomen op basis waarvan kan worden bepaald welke vakken ingevuld dienen te worden bij een bepaalde douaneprocedure. In Titel II wordt een beschrijving van de afzonderlijke vakken gegeven voor de formaliteiten bij uitvoer, douanevervoer en invoer. Titel III bevat informatie voor het invullen van aanvullende formulieren Enig document. De bij de invulling te gebruiken codes zijn afzonderlijk opgenomen in het codeboek Sagitta. In artikel 2:11 van de Algemene douaneregeling is bepaald dat het codeboek Sagitta beschikbaar is via het Internetadres www.douane.nl.
Teneinde de gebruiker een compleet overzicht te kunnen geven van alle formaliteiten, die van belang zijn voor de juiste invulling van het Enig document, bevat de Toelichting zowel de EU-aanwijzingen uit Bijlage 37 als de nationale aanvullingen. In het codeboek Sagitta zijn daartoe zowel de EU-codes uit Bijlage 38 als de codes die nationaal zijn vastgesteld opgenomen.
De formulieren en aanvullende formulieren worden gebruikt:
A. Algemeen
Wanneer de aangifte voor een douaneregeling wordt gedaan met gebruik van geautomatiseerde systemen (Sagitta-Invoer, Sagitta-Uitvoer en NCTS) zijn de onderstaande bepalingen betreffende de schriftelijke aangifte mutatis mutandis van toepassing.
De formulieren en aanvullende formulieren worden gebruikt:
De aldus te gebruiken formulieren en aanvullende formulieren bestaan uit de exemplaren die nodig zijn voor het vervullen van de formaliteiten voor een of meer douaneregelingen en worden gekozen uit een set van acht exemplaren:
Verschillende combinaties van exemplaren zijn dus mogelijk, bijvoorbeeld:
Bovendien moet in bepaalde gevallen het EU-karakter van de goederen op de plaats van bestemming worden aangetoond. In dergelijke gevallen kan het exemplaar nr. 4 als T2L document worden gebruikt.
Dit betekent dat belanghebbenden de sets kunnen laten drukken die overeenkomen met de door hen gemaakte keuze, voor zover het gebruikte formulier in overeenstemming is met het officiële model.
Iedere set moet zodanig zijn samengesteld dat wanneer voor de betrokken lidstaten eenzelfde gegeven moet worden ingevuld, dit door de exporteur of de aangever rechtstreeks op exemplaar nr. 1 wordt vermeld en als gevolg van de chemische behandeling die het papier heeft ondergaan op alle exemplaren wordt doorgeschreven. Wanneer daarentegen om een of andere reden (met name wanneer naar gelang de fase waarin de goederenbeweging zich bevindt andere gegevens moeten worden ingevuld) een gegeven niet van de ene lidstaat naar de andere dient te worden doorgegeven, mag dit gegeven uitsluitend op de betrokken exemplaren worden doorgeschreven.
Bij gebruikmaking van een systeem van geautomatiseerde aangiftebehandeling, bestaat de mogelijkheid sets te gebruiken waarvan elk exemplaar een dubbele bestemming heeft: 1/6, 2/7, 3/8 en 4/5.
In dit geval worden op elke gebruikte set de nummers van de overeenkomstige exemplaren vermeld, terwijl de niet van toepassing zijnde nummers worden doorgehaald.
Deze sets zijn zo samengesteld dat de op de verschillende exemplaren te vermelden gegevens dankzij de chemische behandeling van het papier worden doorgeschreven.
Wanneer overeenkomstig artikel 205, lid 3, TVo.CDW aangiften tot plaatsing onder een douaneregeling of tot wederuitvoer of documenten waarmee het EU-karakter wordt aangetoond van goederen die niet onder de regeling intern communautair douanevervoer worden vervoerd, met behulp van openbare of particuliere systemen voor automatische gegevensverwerking op blanco papier worden gesteld, moet aan alle vormvereisten van het CDW of van de onderhavige verordening zijn voldaan, ook wat de ommezijde van het formulier betreft (voor de in het kader van de regeling communautair douanevervoer gebruikte exemplaren), met uitzondering van:
De aangifte voor douanevervoer wordt in een enkel exemplaar ingediend bij het kantoor van vertrek wanneer dit kantoor de aangifte met behulp van een systeem voor de automatische gegevensverwerking (NCTS) verwerkt.
Het hier te lande vervaardigen van formulieren Enig document is slechts toegestaan onder voorwaarde dat de formulieren geheel identiek zijn aan de officiële uitgaven opgenomen in de bijlagen 31 tot en met 34 TVo.CDW.
Formulieren die in een andere lidstaat door de douane zijn aanvaard, worden hier te lande geaccepteerd.
Extra exemplaren van de formulieren Enig document worden gebruikt:
1 De kolom J heeft eveneens betrekking op de binnenkomst van goederen in vrije zones van het controle type II.
De invulling van de vakken en deelvakken wordt beheerst door de EU-matrix van Bijlage 37 TVo.CDW. In de nationale matrix, die hierna is opgenomen, is de EU-matrix verwerkt en zijn eveneens de nationaal verplicht gestelde vakken opgenomen. Deze nationale matrix bepaalt voor elke douaneregeling of -bestemming, bewijs EU-karakter van de goederen en tijdelijke opslag of een vak of deelvak moet of mag worden gebruikt volgens de kolommen A tot en met L.
Wanneer de formaliteiten in verband met het douanevervoer door de uitwisseling van EDI-berichten worden vervuld, geldt het bepaalde in deze bijlage behoudens andersluidende bepalingen in de bijlagen 37bis of 37quater van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek.
Voorzover van toepassing zijn daarbij ook vermeld de codes van de gevraagde regelingen als bedoeld voor het eerste deelvak van vak 37:
1 De kolom J heeft eveneens betrekking op de binnenkomst van goederen in vrije zones van het controle type II.
2 Deze kolom geldt eveneens voor de gevallen bedoeld in artikel 525, lid 3, TVo.CDW. )
3 De kolom K heeft eveneens betrekking op de binnenkomst van goederen in vrije zones die aan controles van het type II zijn onderworpen.
Slechts een gedeelte van de vakken wordt ingevuld, naar gelang de gevraagde douaneregeling(en).
Onverminderd de toepassing van vereenvoudigde procedures zijn de voor elke regeling in te vullen vakken in de onderstaande tabel aangegeven. De specifieke bepalingen betreffende elk vak in titel II doen geen afbreuk aan de status van de in de tabel vermelde vakken.
Verklaring van de symbolen in de vakken van de nationale matrix
In artikel 205 van de toepassingsverordening Communautair douanewetboek (TVo.CDW) is bepaald dat het Enig Document het officiële model is voor de schriftelijke douaneaangifte van goederen in het kader van de normale procedure met het oog op hun plaatsing onder een douaneregeling (in het vrije verkeer brengen, douanevervoer, douane-entrepot, actieve veredeling, behandeling onder douanetoezicht, tijdelijke invoer, passieve veredeling, uitvoer) of bij wederuitvoer ter beëindiging van een economische douaneregeling.
In artikel 6, eerste lid, van het Douanewetboek van de Unie (DWU) is bepaald dat alle communicatie tussen de douane en marktdeelnemers elektronisch gebeurt. Dit geldt ook voor het indienen van een douaneaangifte voor het plaatsen van goederen onder een douaneregeling of tot wederuitvoer.
In artikel 6, eerste lid, van het Douanewetboek van de Unie (DWU) is bepaald dat alle communicatie tussen de douane en marktdeelnemers elektronisch gebeurt. Dit geldt ook voor het indienen van een douaneaangifte voor het plaatsen van goederen onder een douaneregeling of tot wederuitvoer.
Indien een douaneaangifte voor het plaatsen van goederen onder een douaneregeling schriftelijk wordt gedaan, is in artikel 15 van de Gedelegeerde Verordening overgangsregels Douanewetboek van de Unie bepaald dat de in de bijlage 9, aanhangsels B1 tot en met B6 opgenomen formulieren worden gebruikt. Dit geldt alleen voor het indienen van een douaneaangifte voor de douaneregelingen:
Het indienen van een schriftelijke aangifte mag worden gedaan tot het nationale systeem voor het indienen van aangiften is ontwikkeld of is opgewaardeerd op basis van Uitvoeringsbesluit (EU) 2016/578 van de Commissie van 11 april 2016 tot vaststelling van het werkprogramma voor voor de ontwikkeling en de uitrol van de elektronische systemen waarin het douanewetboek van de Unie voorziet (PbEU 2016, L 994).
De aangiften, bij het gebruik van de schriftelijke formulieren of via elektronische communicatie, worden ingevuld volgens aanhangsels C1 (de in te vullen gegevens) en C2 (de te gebruiken codes voor de in te vullen gegevens) bij Bijlage 9 van de Gedelegeerde Verordening overgangsregels Douanewetboek van de Unie.
In aanhangsel C1 wordt aan de lidstaten overgelaten om bepaalde gegevenselementen al dan niet te vragen. Verder is aan de lidstaten de bevoegdheid gegeven om de Toelichting bij het Enig Document (aanhangsel C1 bij bijlage 9 van de Gedelegeerde Verordening overgangsregels Douanewetboek van de Unie) aan te vullen. In deze bijlage is opgenomen of het gegevenselement moet worden opgenomen in de aangifte en wordt de toelichting aangevuld. De in de aangifte te gebruiken codes volgens Aanhangsel C2 bij bijlage 9 van de Gedelegeerde Verordening overgangsregels Douanewetboek van de Unie en eventuele nationale codes zijn opgenomen in het Codeboek Douane beschikbaar via internetadres www.douane.nl, onderdeel ‘Douane voor bedrijven’.
Wanneer de aangifte voor een douaneregeling wordt gedaan met gebruik van geautomatiseerde systemen (AGS, Sagitta-Invoer, Sagitta-Uitvoer en NCTS) zijn de onderstaande bepalingen betreffende de schriftelijke aangifte mutatis mutandis van toepassing.
Wanneer de aangifte voor een douaneregeling wordt gedaan met gebruik van geautomatiseerde systemen (AGS, Sagitta-Uitvoer en NCTS) zijn de onderstaande bepalingen betreffende de schriftelijke aangifte mutatis mutandis van toepassing.
Wanneer de aangifte voor een douaneregeling wordt gedaan met gebruik van geautomatiseerde systemen (AGS, Sagitta-Uitvoer en NCTS) zijn de onderstaande bepalingen betreffende de schriftelijke aangifte mutatis mutandis van toepassing.
De formulieren en aanvullende formulieren worden gebruikt:
De aldus te gebruiken formulieren en aanvullende formulieren bestaan uit de exemplaren die nodig zijn voor het vervullen van de formaliteiten voor een of meer douaneregelingen en worden gekozen uit een set van acht exemplaren:
Verschillende combinaties van exemplaren zijn dus mogelijk, bijvoorbeeld:
Bovendien moet in bepaalde gevallen het EU-karakter van de goederen op de plaats van bestemming worden aangetoond. In dergelijke gevallen kan het exemplaar nr. 4 als T2L document worden gebruikt.
Toelichting Enig document
Iedere set moet zodanig zijn samengesteld dat wanneer voor de betrokken lidstaten eenzelfde gegeven moet worden ingevuld, dit door de exporteur of de aangever rechtstreeks op exemplaar nr. 1 wordt vermeld en als gevolg van de chemische behandeling die het papier heeft ondergaan op alle exemplaren wordt doorgeschreven. Wanneer daarentegen om een of andere reden (met name wanneer naar gelang de fase waarin de goederenbeweging zich bevindt andere gegevens moeten worden ingevuld) een gegeven niet van de ene lidstaat naar de andere dient te worden doorgegeven, mag dit gegeven uitsluitend op de betrokken exemplaren worden doorgeschreven.
In artikel 6, eerste lid, van het Douanewetboek van de Unie (DWU) is bepaald dat alle communicatie tussen de douane en marktdeelnemers elektronisch gebeurt. Dit geldt ook voor het indienen van een douaneaangifte voor het plaatsen van goederen onder een douaneregeling of tot wederuitvoer.
In artikel 6, eerste lid, van het Douanewetboek van de Unie (DWU) is bepaald dat alle communicatie tussen de douane en marktdeelnemers elektronisch gebeurt. Dit geldt ook voor het indienen van een douaneaangifte voor het plaatsen van goederen onder een douaneregeling of tot wederuitvoer.
In artikel 6, eerste lid, van het Douanewetboek van de Unie (DWU) is bepaald dat alle communicatie tussen de douane en marktdeelnemers elektronisch gebeurt. Dit geldt ook voor het indienen van een douaneaangifte voor het plaatsen van goederen onder een douaneregeling of tot wederuitvoer.
In artikel 6, eerste lid, van het Douanewetboek van de Unie (DWU) is bepaald dat alle communicatie tussen de douane en marktdeelnemers elektronisch gebeurt. Dit geldt ook voor het indienen van een douaneaangifte voor het plaatsen van goederen onder een douaneregeling of tot wederuitvoer.
In artikel 6, eerste lid, van het Douanewetboek van de Unie (DWU) is bepaald dat alle communicatie tussen de douane en marktdeelnemers elektronisch gebeurt. Dit geldt ook voor het indienen van een douaneaangifte voor het plaatsen van goederen onder een douaneregeling of tot wederuitvoer.
In artikel 6, eerste lid, van het Douanewetboek van de Unie (DWU) is bepaald dat alle communicatie tussen de douane en marktdeelnemers elektronisch gebeurt. Dit geldt ook voor het indienen van een douaneaangifte voor het plaatsen van goederen onder een douaneregeling of tot wederuitvoer.
Indien een douaneaangifte voor het plaatsen van goederen onder een douaneregeling schriftelijk wordt gedaan, is in artikel 15 van de Gedelegeerde Verordening overgangsregels Douanewetboek van de Unie bepaald dat de in de bijlage 9, aanhangsels B1 tot en met B6 opgenomen formulieren worden gebruikt. Dit geldt alleen voor het indienen van een douaneaangifte voor de douaneregelingen:
In artikel 6, eerste lid, van het Douanewetboek van de Unie (DWU) is bepaald dat alle communicatie tussen de douane en marktdeelnemers elektronisch gebeurt. Dit geldt ook voor het indienen van een douaneaangifte voor het plaatsen van goederen onder een douaneregeling of tot wederuitvoer.
Indien een douaneaangifte voor het plaatsen van goederen onder een douaneregeling schriftelijk wordt gedaan, is in artikel 15 van de Gedelegeerde Verordening overgangsregels Douanewetboek van de Unie bepaald dat de in de bijlage 9, aanhangsels B1 tot en met B6 opgenomen formulieren worden gebruikt. Dit geldt alleen voor het indienen van een douaneaangifte voor de douaneregelingen:
Titel I. Algemene opmerkingen
De aangiften, bij het gebruik van de schriftelijke formulieren of via elektronische communicatie, worden ingevuld volgens aanhangsels C1 (de in te vullen gegevens) en C2 (de te gebruiken codes voor de in te vullen gegevens) bij Bijlage 9 van de Gedelegeerde Verordening overgangsregels Douanewetboek van de Unie.
A. Algemeen
Wanneer de aangifte voor een douaneregeling wordt gedaan met gebruik van geautomatiseerde systemen (AGS en NCTS) zijn de onderstaande bepalingen betreffende de schriftelijke aangifte mutatis mutandis van toepassing.
De formulieren en aanvullende formulieren worden gebruikt:
Wanneer de aangifte voor een douaneregeling wordt gedaan met gebruik van geautomatiseerde systemen (AGS en NCTS) zijn de onderstaande bepalingen betreffende de schriftelijke aangifte mutatis mutandis van toepassing.
De formulieren en aanvullende formulieren worden gebruikt:
De aldus te gebruiken formulieren en aanvullende formulieren bestaan uit de exemplaren die nodig zijn voor het vervullen van de formaliteiten voor een of meer douaneregelingen en worden gekozen uit een set van acht exemplaren:
Verschillende combinaties van exemplaren zijn dus mogelijk, bijvoorbeeld:
Bovendien moet in bepaalde gevallen het EU-karakter van de goederen op de plaats van bestemming worden aangetoond. In dergelijke gevallen kan het exemplaar nr. 4 als T2L document worden gebruikt.
Dit betekent dat belanghebbenden de sets kunnen laten drukken die overeenkomen met de door hen gemaakte keuze, voor zover het gebruikte formulier in overeenstemming is met het officiële model.
Iedere set moet zodanig zijn samengesteld dat wanneer voor de betrokken lidstaten eenzelfde gegeven moet worden ingevuld, dit door de exporteur of de aangever rechtstreeks op exemplaar nr. 1 wordt vermeld en als gevolg van de chemische behandeling die het papier heeft ondergaan op alle exemplaren wordt doorgeschreven. Wanneer daarentegen om een of andere reden (met name wanneer naar gelang de fase waarin de goederenbeweging zich bevindt andere gegevens moeten worden ingevuld) een gegeven niet van de ene lidstaat naar de andere dient te worden doorgegeven, mag dit gegeven uitsluitend op de betrokken exemplaren worden doorgeschreven.
Bij gebruikmaking van een systeem van geautomatiseerde aangiftebehandeling, bestaat de mogelijkheid sets te gebruiken waarvan elk exemplaar een dubbele bestemming heeft: 1/6, 2/7, 3/8 en 4/5.
In dit geval worden op elke gebruikte set de nummers van de overeenkomstige exemplaren vermeld, terwijl de niet van toepassing zijnde nummers worden doorgehaald.
Deze sets zijn zo samengesteld dat de op de verschillende exemplaren te vermelden gegevens dankzij de chemische behandeling van het papier worden doorgeschreven.
Wanneer aangiften tot plaatsing onder een douaneregeling of tot wederuitvoer of documenten waarmee het bewijs van de douanestatus van Uniegoederen wordt aangetoond van goederen die niet onder de regeling intern douanevervoer worden vervoerd, met behulp van openbare of particuliere systemen voor automatische gegevensverwerking op blanco papier worden gesteld, moet aan alle vormvereisten van de Gedelegeerde Verordening overgangsregels Douanewetboek van de Unie zijn voldaan, ook wat de ommezijde van het formulier betreft (voor de in het kader van de regeling douanevervoer gebruikte exemplaren), met uitzondering van:
De aangifte voor douanevervoer wordt in een enkel exemplaar ingediend bij het kantoor van vertrek wanneer dit kantoor de aangifte met behulp van een systeem voor de automatische gegevensverwerking (NCTS) verwerkt.
Het hier te lande vervaardigen van formulieren Enig document is slechts toegestaan onder voorwaarde dat de formulieren geheel identiek zijn aan de officiële uitgaven opgenomen in bijlage 9, aanhangsels B1 tot en met B4, van de Gedelegeerde Verordening overgangsregels Douanewetboek van de Unie.
Formulieren die in een andere lidstaat door de douane zijn aanvaard, worden hier te lande geaccepteerd.
Extra exemplaren van de formulieren Enig document worden gebruikt:
Wanneer de formaliteiten in verband met het douanevervoer door de uitwisseling van EDI-berichten worden vervuld, geldt het bepaalde in deze bijlage behoudens andersluidende bepalingen in bijlage 9, aanhangsels C2 en C3, van de Gedelegeerde Verordening overgangsregels Douanewetboek van de Unie.
De invulling van de vakken en deelvakken wordt beheerst door de EU-matrix van bijlage 9, aanhangsel C1, van de Gedelegeerde Verordening overgangsregels Douanewetboek van de Unie. In de nationale matrix, die hierna is opgenomen, is de EU-matrix verwerkt en zijn eveneens de nationaal verplicht gestelde vakken opgenomen. Deze nationale matrix bepaalt voor elke douaneregeling, wederuitvoer, bewijs van de douanestatus van Uniegoederen van de goederen en tijdelijke opslag of een vak of deelvak moet of mag worden gebruikt volgens de kolommen A tot en met J.
Wanneer de formaliteiten in verband met het douanevervoer door de uitwisseling van EDI-berichten worden vervuld, geldt het bepaalde in deze bijlage behoudens andersluidende bepalingen in bijlage 9, aanhangsels C2 en C3, van de Gedelegeerde Verordening overgangsregels Douanewetboek van de Unie.
Voorzover van toepassing zijn daarbij ook vermeld de codes van de gevraagde regelingen als bedoeld voor het eerste deelvak van vak 37:
Slechts een gedeelte van de vakken wordt ingevuld, naar gelang de gevraagde douaneregeling(en).
Onverminderd de toepassing van vereenvoudigde procedures zijn de voor elke regeling in te vullen vakken in de onderstaande tabel aangegeven. De specifieke bepalingen betreffende elk vak in titel II doen geen afbreuk aan de status van de in de tabel vermelde vakken.
Verklaring van de symbolen in de vakken van de nationale matrix
Opgemerkt zij dat indien een vak verplicht is voor de aangever (X), dit geen afbreuk doet aan het feit dat de opgave van bepaalde gegevens, wegens hun aard, enkel wordt verlangd wanneer de omstandigheden dit rechtvaardigen. Zo wordt bijvoorbeeld de opgave van de bijzondere maatstaf in vak 41 enkel verlangd wanneer Taric daarin voorziet.
Voetnoten
1 Dit gegeven is verplicht voor landbouwproducten die voor uitvoerrestituties in aanmerking komen.
2 Dit gegeven mag enkel in het kader van niet-geautomatiseerde procedures worden gevraagd.
3 Wanneer de aangifte slechts op één enkel artikel betrekking heeft wordt dit vak niet ingevuld.
4 Dit vak is verplicht voor het NCTS (nieuw geautomatiseerd systeem voor douanevervoer) overeenkomstig het bepaalde in bijlage 9, aanhangsel C1, van de Gedelegeerde Verordening overgangsregels Douanewetboek van de Unie.
5 Dit gegeven mag enkel in het kader van geautomatiseerde procedures worden gevraagd.
6 Dit vak behoeft niet te worden ingevuld wanneer de geadresseerde noch in de EU, noch in een EVA-land gevestigd is.
7 Niet gebruiken in geval van verzending met de post of door vaste installaties.
8 Niet gebruiken bij verzending met de post, door vaste installaties of per spoor.
9 Niet van toepassing in NL.
10 Het 3e deelvak niet invullen.
11 Dit gegeven uitsluitend invullen in gevallen waarbij een uitzondering wordt gemaakt op de in titel V, hoofdstuk 6, neergelegde regels inzake de maandelijkse vaststelling van de wisselkoersen.
12 Dit vak wordt niet ingevuld wanneer de uitvoerformaliteiten op de plaats van uitgang uit de Unie worden vervuld.
13 Dit vak wordt niet ingevuld wanneer de invoerformaliteiten op de plaats van binnenkomst in de Unie worden vervuld.
14 Dit vak kan in het kader van het NCTS-systeem worden gebruikt volgens de bepalingen van bijlage 9, aanhangsel C1, van de Gedelegeerde Verordening overgangsregels Douanewetboek van de Unie.
15 Vervallen.
16 Dit deelvak moet worden ingevuld:
– wanneer de aangifte voor douanevervoer door dezelfde persoon wordt opgesteld samen met of volgend op een douaneaangifte waarop de goederencode is vermeld, of
–wanneer de bindende EU-rechtshandelingen daarin voorzien.
17 Enkel in te vullen wanneer de bindende EU-rechtshandelingen daarin voorzien.
18 Niet van toepassing in NL.
19 Niet van toepassing in NL.
20 Niet van toepassing in NL.
21 Niet van toepassing in NL.
22 Niet van toepassing in NL.
23 Dit vak moet worden ingevuld wanneer de aangifte tot plaatsing onder een douaneregeling ten doel heeft het stelsel van douane-entrepots aan te zuiveren.
24 Dit vak moet worden ingevuld bij inslag in een Bevoorradingsdepot
25 Indien een aangifte via geautomatiseerde wijze wordt aangeleverd is de vermelding van de naam, adres, woonplaats gegevens uitsluitend toegestaan indien geen identificatienummer is vermeld.
26 Alleen van toepassing bij de aanvullende aangifte in het kader van de vereenvoudigde procedures als bedoeld in artikel 182 van het DWU.
27 Het betreft hier het EORI-nummer dat door de bevoegde autoriteit is afgegeven. Aan personen die incidenteel aangifte doen (zoals bijvoorbeeld particulieren) wordt in beginsel geen EORI-nummer verstrekt. In dat geval kan worden volstaan met vermelding van uitsluitend NAW-gegevens. Eventueel mag het aan deze persoon verstrekte BSN-nummer worden vermeld, voorafgegaan door ‘NL’.
28 Dit gegeven is verplicht wanneer in de uitvoeraangifte ook de veiligheidsgegevens van bijlage 9, aanhangsel A, van de Gedelegeerde Verordening overgangsregels Douanewetboek van de Unie moeten worden opgenomen.
Wanneer alle exemplaren van de gebruikte set bestemd zijn om in dezelfde lidstaat te worden gebruikt, mogen zij, voor zover deze lidstaat dit toestaat, eveneens op duidelijk leesbare wijze met de hand, met inkt en in blokletters worden ingevuld. Dit geldt eveneens voor de gegevens die worden vermeld op de exemplaren die bij de toepassing van de regeling douanevervoer worden gebruikt.
Wanneer de gebruikte set minstens één exemplaar bevat dat in een andere lidstaat zal worden gebruikt, dienen de formulieren met de schrijfmachine of door middel van een mechanografisch of soortgelijk procédé te worden ingevuld. Ter vereenvoudiging van het invullen met de schrijfmachine, moet het formulier zo worden ingevoerd dat de eerste letter van het in vak 2 in te vullen gegeven in het daarvoor bestemde positievakje in de linkerbovenhoek komt te staan.
Wanneer alle exemplaren van de gebruikte set bestemd zijn om in dezelfde lidstaat te worden gebruikt, mogen zij, voor zover deze lidstaat dit toestaat, eveneens op duidelijk leesbare wijze met de hand, met inkt en in blokletters worden ingevuld. Dit geldt eveneens voor de gegevens die worden vermeld op de exemplaren die bij de toepassing van de regeling douanevervoer worden gebruikt.
In de formulieren mogen geen raderingen noch overschrijvingen voorkomen. Wijzigingen worden aangebracht door doorhaling van de onjuiste gegevens en, in voorkomend geval, toevoeging van de gewenste gegevens. Elke aldus aangebrachte wijziging dient te worden goedgekeurd door degene die deze heeft aangebracht en moet uitdrukkelijk door de bevoegde autoriteiten worden geviseerd. Deze kunnen eisen dat een nieuwe aangifte wordt ingediend.
Voorts is het toegestaan dat de formulieren met behulp van een reproductietechniek, in plaats van met de bovenomschreven technieken, worden ingevuld. Zij mogen eveneens met behulp van een reproductietechniek worden vervaardigd en ingevuld, mits aan de vereisten inzake model en afmetingen, te gebruiken taal, leesbaarheid en aanbrengen van wijzigingen wordt voldaan en het verbod inzake raderingen en overschrijvingen in acht wordt genomen.
Slechts de genummerde vakken worden, indien van toepassing, door de belanghebbenden ingevuld, alsmede vak A. De overige met een hoofdletter aangeduide vakken zijn uitsluitend voor intern gebruik door de administraties bestemd.
Op de exemplaren die bij het kantoor van uitvoer (of eventueel van verzending) of van vertrek blijven, moet de originele handtekening van de belanghebbende voorkomen.
Door het indienen van een door hem ondertekende aangifte bij een douanekantoor geeft de aangever of zijn vertegenwoordiger de wens te kennen de goederen voor de gevraagde regeling aan te geven. Onverminderd de eventuele toepassing van strafbepalingen verbindt hij zich hierdoor ten aanzien van:
Bij douanevervoer bindt de handtekening van de aangever of, in voorkomend geval, zijn gemachtigde vertegenwoordiger hem ter zake van alle elementen in verband met het douanevervoer die voortvloeien uit de toepassing van de bepalingen inzake douanevervoer die in de wetgeving zijn vervat en zoals hiervoor onder B zijn omschreven.
Bij het vervullen van de formaliteiten van de regeling douanevervoer en ter bestemming heeft de betrokkene er belang bij de inhoud van zijn aangifte te controleren alvorens deze te ondertekenen en bij het douanekantoor in te dienen. Indien de reeds op het formulier voorkomende gegevens niet met de aan te geven goederen overeenstemmen, dient hij dit onmiddellijk aan de douane mede te delen. In dit geval wordt op nieuwe formulieren een nieuwe aangifte opgesteld.
Behoudens het bepaalde in titel III mag in een vak dat niet behoeft te worden ingevuld, geen enkele vermelding of teken voorkomen.
De aangiftesystemen genereren automatisch een aangiftenummer (MRN-nummer), bestaande uit:
De in de vakken te vermelden EU- en nationale codes zijn opgenomen in het codeboek Douane, beschikbaar via Internetadres http://www.douane.nl. Eventuele toelichtingen op het gebruik van de codes zijn door middel van een noot bij het betreffende vak opgenomen in deel D van Titel II.
In het eerste deelvak het aangiftesymbool vermelden volgensde desbetreffende EU-code (zie codeboek Douane, onderdeel Aangiftebehandeling, tabel A03).
De aangiftesystemen genereren automatisch een aangiftenummer (MRN-nummer), bestaande uit:
In het eerste deelvak het aangiftesymbool vermelden volgensde desbetreffende EU-code (zie codeboek Douane, onderdeel Aangiftebehandeling, tabel A03).
In het tweede deelvak het type aangifte vermelden volgens de desbetreffende EU-code (zie codeboek Douane, onderdeel Aangiftebehandeling, tabel A04).
In het derde deelvak de desbetreffende EU-code vermelden (zie codeboek Douane, onderdeel Transit, tabel 031).
(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de codes, zie deel D van Titel II.)
Bij ‘Nr.’ het EORI-nummer vermelden dat door de douane aan de afzender/exporteur is toegekend op basis van artikel 9 van het DWU. Indien de afzender/exporteur niet over een EORI-nummer beschikt, de naam en voornaam of de handelsnaam en het adres van de belanghebbende vermelden. De douane kan hem voor de betrokken aangifte een nummer toekennen.
Bij groepagezendingen wordt in dit vak het woord ‘diverse’ vermeld, gevolgd door de desbetreffende EU-code voor bijzondere vermeldingen (zie codeboek Douane, onderdeel Aangiftebehandeling, tabel A12). Tevens wordt de lijst van afzenders/exporteurs bij de aangifte gevoegd.
(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de code, zie deel D van Titel II.)
Het volgnummer van de set in het totale aantal gebruikte sets (formulieren en aanvullende formulieren samen) vermelden. Bijvoorbeeld: wanneer één EX-formulier en twee EX/c-formulieren worden ingediend, op het EX-formulier 1/3, op het eerste EX/c-formulier 2/3 en op het tweede EX/c-formulier 3/3 invullen.
Wanneer voor de aangifte twee sets van vier exemplaren in plaats van één set van acht exemplaren worden gebruikt, worden deze geacht, wat het aantal formulieren betreft, slechts één set te vormen.
In cijfers het aantal eventueel bijgevoegde ladingslijsten of door de bevoegde autoriteiten toegelaten lijsten van commerciële aard vermelden waarin de goederen zijn omschreven.
In cijfers het totale aantal artikelen vermelden dat door de belanghebbende met alle gebruikte formulieren en aanvullende formulieren (of ladingslijsten of lijsten van commerciële aard) wordt aangegeven. Het aantal artikelen stemt overeen met het aantal vakken 31 dat moet worden ingevuld.
In cijfers het totale aantal colli vermelden waaruit de zending is samengesteld.
Dit is het commerciële referentienummer dat door belanghebbende aan de betrokken zending is toegekend. Naar keuze in te vullen door belanghebbende.
(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de referentie, zie deel D van Titel II.)
Naam en voornaam of handelsnaam en adres vermelden van de persoon of personen bij wie de goederen zullen worden afgeleverd.
Bij ‘Nr.’ het EORI-nummer vermelden dat door de douane aan de geadresseerde is toegekend op basis van artikel 9 van het DWU. Indien de geadresseerde niet over een EORI-nummer beschikt kan de douane hem voor de betrokken aangifte een nummer toekennen.
Bij groepagezendingen wordt in dit vak het woord ‘diverse’ vermeld, gevolgd door de betreffende EU-code voor bijzondere vermeldingen (zie codeboek Douane, onderdeel uitvoer, tabel A12). Tevens wordt de lijst van geadresseerden bij de aangifte gevoegd.
Voorafgaand aan de naam van de aangever/vertegenwoordiger moet de code van diens status worden vermeld (zie codeboek Douane, onderdeel Aangiftebehandeling, tabel A81).
Indien de aangever tevens de exporteur is, de tekst ‘exporteur’ vermelden, alsmede de desbetreffende EU-code voor bijzondere vermeldingen (zie codeboek Douane, onderdeel Aangiftebehandeling, tabel A12).
Bij ‘Nr.’ het EORI-nummer vermelden dat door de douane is toegekend op basis van artikel 9 van het DWU. Indien de aangever niet over een EORI-nummer beschikt de naam en voornaam of de handelsnaam en volledige adres van de aangever vermelden. De douane kan hem voor de betrokken aangifte een nummer toekennen.
Bij ‘Nr.’ het EORI-nummer vermelden dat door de douane is toegekend op basis van artikel 9 van het DWU. Indien de vertegenwoordiger niet over een EORI-nummer beschikt de naam en voornaam of de handelsnaam en volledige adres van de vertegenwoordiger vermelden. De douane kan hem voor de betrokken aangifte een nummer toekennen.
Tevens het EORI-nummer van de vertegenwoordigde vermelden. Indien de vertegenwoordigde niet over een EORI-nummer beschikt de naam en voornaam of de handelsnaam en volledige adres van de vertegenwoordigde vermelden. De douane kan hem voor de betrokken aangifte een nummer toekennen. In geval van een niet-geautomatiseerde aangifte kunnen de gegevens van de vertegenwoordigde worden vermeld in vak 9.
Bij ‘Nr.’ het EORI-nummer vermelden dat door de douane is toegekend op basis van artikel 9 van het DWU. Indien de vertegenwoordiger niet over een EORI-nummer beschikt de naam en voornaam of de handelsnaam en volledige adres van de vertegenwoordiger vermelden. De douane kan hem voor de betrokken aangifte een nummer toekennen.
Tevens het EORI-nummer van de vertegenwoordigde vermelden. Indien de vertegenwoordigde niet over een EORI-nummer beschikt de naam en voornaam of de handelsnaam en volledige adres van de vertegenwoordigde vermelden. De douane kan hem voor de betrokken aangifte een nummer toekennen. In geval van een niet-geautomatiseerde aangifte kunnen de gegevens van de vertegenwoordigde worden vermeld in vak 9.
Ten behoeve van de formaliteiten bij uitvoer wordt onder ‘werkelijke lidstaat van uitvoer’ verstaan de lidstaat waaruit de goederen aanvankelijk met het oog op de uitvoer werden verzonden wanneer de exporteur niet in de lidstaat van uitvoer is gevestigd. De lidstaat van uitvoer is identiek aan de werkelijke lidstaat van uitvoer wanneer geen enkele andere lidstaat bij de transactie is betrokken.
Bij douanevervoer in vak 15 de lidstaat van waaruit de goederen zijn verzonden vermelden.
In vak 15a volgens de desbetreffende EU-code de lidstaat vermelden waaruit de goederen worden uitgevoerd/verzonden (zie codeboek Douane, onderdeel Aangiftebehandeling, tabel S01).
(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de code, zie deel D van Titel II.)
Bij douanevervoer in vak 17 het land van bestemming vermelden waarnaar de goederen worden gezonden.
In vak 17a de betreffende EU-code vermelden van het laatste land van bestemming dat op het tijdstip van uitvoer bekend is waarnaar de goederen dienen te worden uitgevoerd (zie codeboek Douane, onderdeel Aangiftebehandeling, tabel S01).
De identiteit vermelden van het voertuig waarin de goederen rechtstreeks zijn geladen op het tijdstip waarop de formaliteiten bij uitvoer of voor douanevervoer worden vervuld, gevolgd door de nationaliteit volgens de desbetreffende EU-code van het vervoermiddel (of van het vervoermiddel waarmee het geheel wordt voortbewogen indien er meerdere vervoermiddelen zijn). Wanneer een trekker en een aanhangwagen verschillende registratienummers hebben, zowel het registratienummer van de trekker als dat van de aanhangwagen en de nationaliteit van de trekker vermelden (zie codeboek Douane, onderdeel Aangiftebehandeling, tabel S01).
(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de code, zie deel D van Titel II.)
Naargelang het gebruikte vervoermiddel worden ter identificatie de volgende vermeldingen aangebracht:
Volgens de desbetreffende EU-code de voorziene situatie bij het overschrijden van de buitengrens van de Unie vermelden zoals deze bekend is op het tijdstip waarop de formaliteiten bij uitvoer of voor douanevervoer worden vervuld.
(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de code, zie deel D van Titel II.)
Door middel van de desbetreffende EU-codes de relevante clausules van het handelscontract opgeven, alsmede de plaatsnaam c.q. de contractvoorwaarde (zie codeboek Douane, onderdeel Aangiftebehandeling, tabel A14).
Volgens de desbetreffende EU-code de nationaliteit vermelden van het actieve vervoermiddel waarmee de buitengrens van de Unie wordt overschreden, zoals deze bij het vervullen van de formaliteiten bij uitvoer of voor douanevervoer bekend is (zie codeboek Douane, onderdeel Aangiftebehandeling, tabel S01).
(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de code, zie deel D van Titel II.)
Bij gecombineerd vervoer of wanneer het vervoer met meer dan een vervoermiddel geschiedt, is het voertuig dat het geheel voortbeweegt het actieve vervoermiddel. Bijvoorbeeld, bij vrachtwagen op schip is het schip het actieve vervoermiddel, bij trekker en aanhangwagen is dit de trekker.
Deel B. Formaliteiten tijdens het vervoer
In het eerste deelvak, volgens de desbetreffende EU-code de valuta van de factuur vermelden (zie codeboek Douane, onderdeel Aangiftebehandeling, tabel S10).
(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de code, zie deel D van Titel II.)
In het tweede deelvak het gefactureerde bedrag vermelden voor alle aangegeven goederen.
In het eerste deelvak, door middel van de desbetreffende EU-codes en indeling de gegevens vermelden waaruit blijkt om welk type contract het in dit geval gaat (zie codeboek Douane, onderdeel Aangiftebehandeling, tabel A22)
(Voor een nadere toelichting op het gebruik van de code, zie deel D van Titel II.)
Het tweede deelvak behoeft niet te worden ingevuld.
Volgens de desbetreffende EU-code de wijze van vervoer vermelden die overeenstemt met het actieve vervoermiddel waarop of waarin de goederen het douanegebied van de Unie naar verwachting zullen verlaten (zie codeboek Douane, onderdeel Aangiftebehandeling, tabel A27).
Volgens de desbetreffende EU-code de wijze van vervoer bij vertrek vermelden (zie codeboek Douane, onderdeel Aangiftebehandeling, tabel A27). (Voor een nadere toelichting op het gebruik van de code, zie deel D van Titel II.)
In dit vak wordt de plaats, zoals bekend bij het vervullen van de formaliteiten voor douanevervoer, vermeld waar de goederen worden geladen op of in het actieve vervoermiddel waarmee zij de grens van de Unie zullen overschrijden.
Deel B. Formaliteiten tijdens het vervoer
(voor toelichting gebruik code, zie deel D van Titel II.)
Een nauwkeurige vermelding van de plaats, bestaande uit de postcode aangevuld met huisnummer, waar de goederen kunnen worden onderzocht.
In dit vak de merken en nummers, het aantal en de soort van de colli vermelden, of voor onverpakte goederen het aantal voorwerpen, evenals de voor de identificatie van de goederen vereiste gegevens. Als omschrijving van de goederen kan met de gebruikelijke handelsbenaming worden volstaan. Wanneer vak 33 ‘goederencode’ moet worden ingevuld, moet deze handelsbenaming dermate duidelijk zijn dat de goederen aan de hand daarvan kunnen worden ingedeeld. In dit vak worden eveneens de bij bijzondere voorschriften vereiste gegevens vermeld (bijvoorbeeld inzake accijns, omzetbelasting, landbouw enz.). De aard van de colli wordt volgens de desbetreffende EU-code vermeld (zie codeboek Douane, onderdeel Aangiftebehandeling, tabel A25).
Indien de goederen die in dit vak worden omschreven een gedeelte vormen van de inhoud van één collo, dient te worden vermeld: deel van collo nr. .... (in te vullen het nummer van het collo of, als het geen nummer heeft, de identiteitsgegevens). Deze vermelding laat onverlet de verplichting om merk, nummer, aantal en soort van het collo te vermelden.
Indien containers worden gebruikt, dienen in dit vak bovendien de merktekens daarvan te worden vermeld.
Voor halfzware olie en gasolie de aantekening ‘onvermengd’ of ‘voorzien van herkenningsmiddelen’ plaatsen, gevolgd door de desbetreffende nationale code voor bijzondere vermeldingen (zie codeboek Douane onderdeel Aangiftebehandeling tabel A12).
Vervallen.
In de gevallen waarin volgens artikel 5, vierde lid, van de Verordening (EG) nr. 612/2009 van de Commissie van 7 juli 2009 houdende gemeenschappelijke uitvoeringsbepalingen van het stelsel van restituties bij uitvoer voor landbouwproducten (PbEU 2009, L 186), de samenstelling moet worden opgegeven, deze vermelden met toepassing van maatstafcodes en maatstafhoeveelheden. (zie codeboek Douane onderdeel Aangiftebehandeling tabel T08).
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)