Wet van 9 oktober 2008, houdende bepalingen over de zorg voor de publieke gezondheid (Wet publieke gezondheid)

Type Wet
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
artikelen 283
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
1.

Onverminderd artikel 50 verstrekt de gezagvoerder van een schip dat een internationale reis maakt op verzoek van de burgemeester dan wel de voorzitter van de veiligheidsregio bij aankomst in de burgerhaven de maritieme gezondheidsverklaring, bedoeld in artikel 37 van de Internationale Gezondheidsregeling.

2.

Onverminderd artikel 50 verstrekt de gezagvoerder van een luchtvaartuig dat een internationale reis maakt op verzoek van de burgemeester dan wel de voorzitter van de veiligheidsregio bij aankomst in de burgerluchthaven, dan wel in het voor burgerluchtverkeer bestemde gedeelte van een militaire luchthaven met burgermedegebruik, het gezondheidsgedeelte van de algemene verklaring voor luchtvaartuigen, bedoeld in artikel 38 van de Internationale Gezondheidsregeling.

3.

Indien de gezondheidsverklaring, bedoeld in het eerste of tweede lid, daartoe naar het oordeel van de burgemeester dan wel de voorzitter van de veiligheidsregio aanleiding geeft, verstrekt de gezagvoerder op verzoek van de burgemeester dan wel de voorzitter van de veiligheidsregio aanvullende gegevens over de gezondheidstoestand aan boord.

Artikel 52

In geval van een melding als bedoeld in artikel 50 of indien anderszins blijkt van omstandigheden aan boord van een schip of luchtvaartuig dat een internationale reis maakt, die een ernstig gevaar voor de volksgezondheid kunnen meebrengen, kan Onze Minister van Infrastructuur en Milieu, na overleg met Onze Minister, bepalen in welke burgerhaven of burgerluchthaven het schip of luchtvaartuig aankomt, alsook, na overleg met het samenwerkingsverband van registerloodsen, hoe de loodsdienstverlening aan het schip plaatsvindt.

Artikel 53

1.

In geval van een melding als bedoeld in artikel 50 of indien anderszins blijkt van omstandigheden aan boord van een schip of luchtvaartuig dat een internationale reis maakt, die een ernstig gevaar voor de volksgezondheid kunnen meebrengen, bepaalt de burgemeester welke maatregelen met betrekking tot de toelating tot of de onttrekking aan het vrije verkeer moeten worden genomen als het schip of luchtvaartuig in de burgerhaven of burgerluchthaven, dan wel in het voor burgerluchtverkeer bestemde gedeelte van een militaire luchthaven met burgermedegebruik, is aangekomen.

2.

In geval van een directe dreiging van een epidemie van een infectieziekte behorend tot groep A1 of A2, kan de voorzitter van de veiligheidsregio ten aanzien van een schip of luchtvaartuig dat een internationale reis maakt, bepalen welke maatregelen met betrekking tot de toelating tot of de onttrekking aan het vrije verkeer moeten worden genomen als het schip of luchtvaartuig in de burgerhaven of burgerluchthaven, dan wel in het voor burgerluchtverkeer bestemde gedeelte van een militaire luchthaven met burgermedegebruik, is aangekomen.

3.

In de situatie, bedoeld in het eerste en tweede lid, draagt de gezagvoerder van het schip of luchtvaartuig ervoor zorg dat:

  • a. na aankomst niemand het schip of luchtvaartuig betreedt of verlaat en er geen vervoermiddelen of goederen worden geladen of gelost, tenzij de burgemeester dan wel de voorzitter van de veiligheidsregio daartoe opdracht of toestemming geeft, en
  • b. op verzoek van de burgemeester dan wel de voorzitter van de veiligheidsregio een overzicht wordt gegeven van de volgende gegevens van de passagiers, voor zover deze gegevens bekend zijn bij de gezagvoerder: naam, adres, geslacht, leeftijd en bestemming.
4.

De burgemeester dan wel de voorzitter van de veiligheidsregio past de maatregelen niet langer toe dan nodig is om het onderzoek uit te voeren om de ernst van het gevaar vast te stellen.

Artikel 54

De burgemeester dan wel de voorzitter van de veiligheidsregio kan de exploitant van een burgerhaven of burgerluchthaven dan wel de burgerexploitant opdragen om:

  • a. voorlichting aan reizigers te geven over het nemen van maatregelen ter voorkoming van een infectie of van een besmetting van de bagage,
  • b. medewerking te verlenen aan door de burgemeester dan wel de voorzitter van de veiligheidsregio te nemen maatregelen van onderzoek van vertrekkende of aankomende reizigers naar de aanwezigheid van een ziekte van infectieuze aard die een ernstig gevaar voor de volksgezondheid kan opleveren,
  • c. ter voorkoming van een besmetting voorschriften van technisch-hygiënische aard uit te voeren, indien er een gegrond risico is op een besmetting,
  • d. ter bestrijding van een besmetting gebouwen of terreinen dan wel gedeelten daarvan te sluiten.

Artikel 55

De burgemeester dan wel de voorzitter van de veiligheidsregio kan de vervoersexploitant opdragen om:

  • a. voorlichting aan passagiers te geven over het nemen van maatregelen ter voorkoming van een infectie of van een besmetting van de bagage,
  • b. ter voorkoming van een besmetting maatregelen van technisch-hygiënische aard uit te voeren voor een schip of luchtvaartuig en de hierin aanwezige goederen, indien er een gegrond risico is op een besmetting,
  • c. een schip of luchtvaartuig en de hierin aanwezige goederen te controleren op de aanwezigheid van een besmetting,
  • d. ter bestrijding van een besmetting een schip of luchtvaartuig en de hierin aanwezige goederen te ontsmetten, met inbegrip van de vernietiging van vectoren of reservoirs.

Artikel 56

De burgemeester dan wel de voorzitter van de veiligheidsregio is bevoegd tot het opleggen van een last onder bestuursdwang ter handhaving van hetgeen op grond van de artikelen 53, eerste en tweede lid, 54 en 55 is opgedragen, indien de omstandigheden onmiddellijk ingrijpen noodzakelijk maken.

Artikel 57

1.

Een certificaat van sanitaire controle van schepen of een certificaat tot vrijstelling van sanitaire controle van schepen als bedoeld in artikel 39 van de Internationale Gezondheidsregeling, wordt op verzoek van de gezagvoerder door de burgemeester afgegeven indien het schip vrij is van besmetting.

2.

De certificaten worden opgesteld volgens het in bijlage 3 van de Internationale Gezondheidsregeling opgenomen model.

3.

Bij regeling van Onze Minister worden nadere regels gesteld over de afgifte van de certificaten. Voor zover de nadere regels gebaseerd zijn op eisen van de Wereld Gezondheidsorganisatie, kunnen deze in de Engelse gesteld en bekend worden gemaakt.

4.

Bij regeling van Onze Minister worden de havens aangewezen waarvoor de burgemeester bevoegd is tot afgifte van de certificaten.

§ 4. Rechterlijke toetsing maatregelen tot isolatie, medisch onderzoek en quarantaine

Artikel 58

1.

De inenting van personen of de toediening van profylaxe aan personen ter verkrijging van een internationaal geldig certificaat als bedoeld in artikel 36 van de Internationale Gezondheidsregeling, geschiedt onder bij regeling van Onze Minister vast te stellen voorwaarden.

2.

De certificaten worden opgesteld volgens het in bijlage 6 van de Internationale Gezondheidsregeling opgenomen model.

3.

Bij regeling van Onze Minister worden de organisaties of personen aangewezen waar inentingen tegen gele koorts mogen worden verschaft.

Hoofdstuk VI. Financiële bepalingen

Artikel 59

1.

Indien de gemeenteraad een bijdrage heft voor het verrichten van werkzaamheden in het kader van de publieke gezondheidszorg, draagt het college van burgemeester en wethouders ervoor zorg dat dit niet ten koste gaat van het bereik van deze werkzaamheden.

2.

Geen bijdrage wordt geheven voor de bij of krachtens de artikelen 5, 6 en 6b opgedragen taken, behoudens in gevallen bij algemene maatregel van bestuur aangewezen.

Artikel 60

1.

De gemeente draagt de kosten van de maatregelen die krachtens hoofdstuk V van deze wet worden genomen. Ook draagt de gemeente de kosten van door haar toegekende tegemoetkomingen aan hen, die inkomsten derven door de maatregelen, bedoeld in de artikelen 31, 35, 38 en 47.

2.

In afwijking van de eerste volzin van het eerste lid draagt het Rijk de kosten van de maatregel, bedoeld in artikel 31, indien deze wordt toegepast bij een persoon lijdend aan tuberculose.

3.

In afwijking van het eerste lid draagt:

  • a. de exploitant van een burgerhaven of burgerluchthaven en de burgerexploitant de kosten van de maatregelen die door de burgemeester krachtens artikel 54 zijn opgedragen,
  • b. de vervoersexploitant de kosten van de maatregelen die door de burgemeester krachtens artikel 55 zijn opgedragen.
4.

De in artikel 47, derde lid, onder c, bedoelde waren worden voor vernietiging door de burgemeester gewaardeerd. Het college van burgemeester en wethouders keert aan de eigenaar als schadeloosstelling het bedrag uit waarop de goederen zijn gewaardeerd.

5.

Het college van burgemeester en wethouders is bevoegd de kosten verbonden aan de maatregelen, bedoeld in de artikelen 31, 35, 38 en 47, te verhalen op de natuurlijke- of rechtspersoon ten aanzien van wie een maatregel is getroffen, indien die persoon niet tot vrijwillige medewerking bereid is geweest. De artikelen 5.25 en 5.26 van de Algemene wet bestuursrecht zijn van overeenkomstige toepassing.

6.

Onze Minister is bevoegd de kosten verbonden aan de maatregelen, bedoeld in artikel 47a, eerste lid, onder a en c, te verhalen op de natuurlijke- of rechtspersoon ten aanzien van wie een maatregel is getroffen, indien die persoon niet tot vrijwillige medewerking bereid is geweest. Artikel 5.25 van de Algemene wet bestuursrecht is van overeenkomstige toepassing.

7.

Onze Minister kan aan de exploitant van een burgerhaven of burgerluchthaven, de burgerexploitant of de vervoersexploitant een naar billijkheid te bepalen vergoeding toekennen terzake van buitengewone kosten die door de exploitant van een burgerhaven of burgerluchthaven, de burgerexploitant of de vervoersexploitant worden gemaakt vanwege de naleving van de maatregelen die krachtens de artikelen 54 of 55 in samenhang met artikel 7, derde lid, zijn opgedragen.

Artikel 61

De kosten verband houdende met het voorzieningenniveau, bedoeld in artikel 49, eerste lid, komen, voor zover het een burgerhaven of burgerluchthaven betreft, ten laste van de exploitant.

Artikel 62

1.

Indien Onze Minister op grond van artikel 7, eerste of derde lid, de voorzitter van de veiligheidsregio dan wel de burgemeester opdraagt maatregelen te treffen, kan ten behoeve van de bekostiging daarvan een beroep worden gedaan op het Rijk.

2.

Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over het bepaalde in het eerste lid.

Artikel 63

1.

De kosten ter verkrijging van een certificaat als bedoeld in artikel 57, eerste lid, komen ten laste van de gezagvoerder van het desbetreffende schip.

2.

Behoudens in bij regeling van Onze Minister te bepalen gevallen komen de kosten van inenting van personen of de toediening van profylaxe aan personen ter verkrijging van een certificaat als bedoeld in artikel 58, eerste lid, ten laste van de belanghebbende.

3.

Bij regeling van Onze Minister worden de tarieven vastgesteld voor het verkrijgen van de certificaten, bedoeld in de artikelen 57, eerste lid, en 58, eerste lid.

Hoofdstuk VII. Handhaving

§ 5. Maatregelen gericht op gebouwen, goederen en vervoermiddelen

Artikel 64

Met het toezicht op de naleving van het bij of krachtens deze wet bepaalde zijn belast de ambtenaren van de inspectie en de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit.

Artikel 65

1.

In het geval van een besmetting of infectie of bij een gegrond vermoeden daarvan, zijn binnen hun ambtsgebied de burgemeester dan wel de voorzitter van de veiligheidsregio, de daartoe door de burgemeester dan wel de voorzitter van de veiligheidsregio aangewezen ambtenaren van de gemeentelijke gezondheidsdienst en de daartoe aangewezen ambtenaren van de inspectie bevoegd, desgevraagd na het tonen van een legitimatiebewijs, elke plaats te betreden of te verlaten, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak op grond van deze wet nodig is. Zonodig verschaffen zij zich toegang met behulp van de sterke arm.

2.

Ten behoeve van de uitvoering van artikel 47a zijn de daartoe aangewezen ambtenaren van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit bevoegd, desgevraagd na het tonen van een legitimatiebewijs, elke plaats te betreden of te verlaten, voor zover dat redelijkerwijs voor de vervulling van hun taak nodig is. Zo nodig verschaffen zij zich toegang met behulp van de sterke arm.

§ 5. Maatregelen gericht op gebouwen, goederen en vervoermiddelen

Artikel 66

1.

Met een hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de tweede categorie wordt gestraft de arts die handelt in strijd met de artikelen 21, eerste, tweede of derde lid, 22, eerste, tweede of derde lid, 24, vierde lid, of 30.

2.

Met een hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de tweede categorie wordt gestraft het hoofd van een laboratorium dat handelt in strijd met artikel 25, tweede of vijfde lid.

3.

Met een hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de tweede categorie wordt gestraft het hoofd van een instelling die handelt in strijd met artikel 26, eerste lid.

4.

Met een hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de tweede categorie wordt gestraft de gezagvoerder die handelt in strijd met artikel 50, eerste of tweede lid, of die weigert te voldoen aan een verzoek als bedoeld in de artikelen 51 en 53, derde lid, onder b.

5.

Met een hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de tweede categorie wordt gestraft de exploitant van een burgerhaven of burgerluchthaven die handelt in strijd met artikel 50, vierde lid.

6.

Met een hechtenis van ten hoogste twee maanden of geldboete van de tweede categorie wordt gestraft degene die handelt in strijd met het bepaalde bij of krachtens artikel 58, eerste en derde lid.

7.

De in het eerste tot en met zesde lid strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen.

Artikel 67

1.

Met een hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie wordt gestraft degene die zich onttrekt aan de krachtens de in de artikelen 38, eerste lid, of 47, tweede of derde lid, onder a of b, ten aanzien van hem genomen maatregelen, dan wel de in artikel 47, derde lid, onder c, bedoelde waren onttrekt aan een krachtens dat lid genomen maatregel.

2.

Met hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie wordt gestraft het onbevoegd betreden van een voor isolatie of quarantaine aangewezen locatie.

3.

Met een hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie wordt gestraft de exploitant van een burgerhaven of burgerluchthaven die handelt in strijd met artikel 49, tweede lid, of met een krachtens artikel 54 gegeven opdracht.

4.

Met een hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie wordt gestraft de burgerexploitant die handelt in strijd met artikel 49, derde lid, of met een krachtens artikel 54 gegeven opdracht.

5.

Met een hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie wordt gestraft de vervoersexploitant die handelt in strijd met een krachtens artikel 55 gegeven opdracht.

6.

De in het eerste tot en met vijfde lid strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen.

Artikel 68

1.

Met een gevangenisstraf van ten hoogste vier jaar of geldboete van de vijfde categorie wordt gestraft degene die handelt in strijd met opdrachten die krachtens artikel 53, eerste of tweede lid, zijn gegeven.

2.

Met een gevangenisstraf van ten hoogste vier jaar of geldboete van de vijfde categorie wordt gestraft de gezagvoerder die handelt in strijd met artikel 53, derde lid, onder a.

3.

Met een gevangenisstraf van ten hoogste vier jaar of geldboete van de vijfde categorie wordt gestraft degene die zich onttrekt aan een op grond van de artikelen 31 of 35 ten aanzien van hem genomen maatregel.

4.

Met een gevangenisstraf van ten hoogste vier jaar of geldboete van de vijfde categorie wordt gestraft degene die handelt in strijd met artikel 12b, eerste lid.

5.

De in het eerste, tweede, derde en vierde lid strafbaar gestelde feiten zijn misdrijven.

Hoofdstuk VII. Handhaving

Artikel 69

Wijzigt de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 70

Wijzigt de Waterleidingwet.

Artikel 71

Wijzigt de Wet hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden.

Artikel 72

Wijzigt de Wet gebruik burgerservicenummer in de zorg.

Artikel 73

Wijzigt de Wet op de lijkbezorging.

Artikel 74

De Wet collectieve preventie volksgezondheid, de Infectieziektenwet en de Quarantainewet worden ingetrokken.

Artikel 75

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Artikel 76

Deze wet wordt aangehaald als: Wet publieke gezondheid.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

§ 3. Ouderengezondheidszorg

§ 4. Infectieziektebestrijding

Hoofdstuk III. Landelijke en gemeentelijke nota gezondheidsbeleid

Hoofdstuk IV. Gemeentelijke gezondheidsdiensten

Hoofdstuk III. Landelijke en gemeentelijke nota gezondheidsbeleid

§ 1. Algemeen

§ 2. Melding

§ 2. Melding

§ 2. Melding

§ 4. Rechterlijke toetsing maatregelen tot isolatie, medisch onderzoek en quarantaine

§ 3. Maatregelen gericht op het individu

§ 6. Havens en luchthavens

Hoofdstuk VI. Financiële bepalingen

Hoofdstuk VII. Handhaving

§ 7. Certificaten van inenting

§ 8. Collectieve maatregelen

Hoofdstuk VII. Handhaving

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 68a

Tenzij in dit hoofdstuk anders is bepaald, is het bepaalde bij of krachtens deze wet mede van toepassing in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba, met dien verstande dat telkens in die bepalingen wordt gelezen voor:

  • a. «de gemeente»: het openbare lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba;
  • b. «gemeenteraad»: eilandsraad;
  • c. «college van burgemeester en wethouders» en «bestuur van de veiligheidsregio»: bestuurscollege;
  • d. «burgemeester» en «voorzitter van de veiligheidsregio»: gezaghebber;
  • f. «nota gemeentelijk gezondheidsbeleid»: nota gezondheidsbeleid;
  • i. «goed»: tastbaar product, met inbegrip van planten en met uitzondering van dieren, vervoermiddelen en lijken als bedoeld in de Begrafeniswet BES;

Artikel 68b

De artikelen 5, derde lid, onderdeel a, en vierde lid, 6a, 8, derde lid, 14 tot en met 17, 47a, alsmede 64 zijn niet van toepassing in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Artikel 65 is wat betreft de ambtenaren van de inspectie niet van toepassing in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

Artikel 68c

1.

Ter uitvoering van de bij of krachtens deze wet opgedragen taken draagt het bestuurscollege er in ieder geval zorg voor dat het beschikt over ten minste één geneeskundige die is belast met de infectieziektebestrijding.

2.

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen eisen worden gesteld met betrekking tot het opleidingsniveau of de deskundigheid van de geneeskundige, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 68d

Vervallen

Artikel 68e

1.

Ingeval er een gegrond vermoeden bestaat van besmetting van goederen kan de gezaghebber het brengen op het grondgebied van het openbaar lichaam van deze goederen verbieden, dan wel verbieden indien niet wordt voldaan aan bij beschikking op te leggen voorschriften. De gezaghebber heft de maatregel op als het gevaar is geweken.

2.

Indien een lijk is besmet met een infectieus of giftig agens of een infectieuze of giftige stof, of een gegrond vermoeden daarvoor bestaat, waardoor een ernstig gevaar voor de volksgezondheid kan ontstaan, kan de gezaghebber maatregelen treffen om dit gevaar af te wenden. Deze maatregelen bestaan uit het afnemen van bloed of andere vloeistoffen, het isoleren of het verbranden van het lijk.

Artikel 68f

1.

Onze Minister kan, in overeenstemming met Onze Minister van Veiligheid en Justitie, een laboratorium aanwijzen voor het verrichten van onderzoek ten behoeve van de publieke gezondheid en justitie in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

2.

De volgende instanties kunnen een beroep doen op de organisatie, bedoeld in het eerste lid: de geneeskundige, bedoeld in artikel 68c, eerste lid, de inspectie, het RIVM en het openbaar ministerie van Bonaire, Sint Eustatius en Saba.

3.

De aanwijzing wordt ingetrokken, indien de organisatie naar het gezamenlijk oordeel van Onze Minister en de Minister van Veiligheid en Justitie niet meer in staat blijkt te zijn het laboratoriumonderzoek naar behoren te vervullen dan wel een publiek belang dit vereist.

4.

De organisatie, bedoeld in het eerste lid, stelt jaarlijks vóór 1 juli een verslag op van zijn werkzaamheden, alsmede de doelmatigheid en doeltreffendheid van zijn werkzaamheden en werkwijze in het afgelopen jaar. Het verslag wordt aan Onze Minister gezonden.

5.

De werknemers van de organisatie, bedoeld in het eerste lid, zijn verplicht tot geheimhouding van hetgeen hun bij het verrichten van hun werkzaamheden bekend is geworden, behoudens voor zover enig wettelijk voorschrift hen tot bekendmaking verplicht of uit de uitvoering van de krachtens deze wet opgelegde taak de noodzaak tot bekendmaking voortvloeit.

Artikel 68g

Bij regeling van Onze Minister kan aan de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba een bijzondere uitkering worden verstrekt voor de uitvoering van de taken in deze wet, en kunnen regels worden gesteld over:

  • a. de vaststelling van de uitkering;
  • b. de aan de verlening van de uitkering verbonden verplichtingen;
  • c. de betaling en de terugvordering van de uitkering.

Artikel 68h

1.

Wat betreft het bij of krachtens deze wet voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba bepaalde zijn de ambtenaren van de inspectie belast met het uitoefenen van de in artikel 36, eerste en tweede lid, van de Gezondheidswet genoemde taken. Artikel 36, derde lid, van de Gezondheidswet is niet van toepassing.

2.

Met de opsporing van de bij of krachtens deze wet in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba strafbare gestelde feiten zijn, onverminderd artikel 184 van het Wetboek van Strafvordering BES, belast de ambtenaren van de inspectie.

Artikel 68i

Voor het toepassen van bestuursdwang in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba op grond van deze wet zijn de artikelen 68j en 68k van toepassing.

Artikel 68j

1.

Bestuursdwang omvat het doen wegnemen, ontruimen, beletten, in de vorige toestand herstellen of verrichten van hetgeen in strijd met de desbetreffende bepalingen van deze wet is of wordt gedaan, gehouden of nagelaten.

2.

Een beslissing tot het toepassen van bestuursdwang wordt op schrift gesteld en geldt als een beschikking. De beschikking vermeldt welk voorschrift is overtreden.

3.

De beschikking wordt bekendgemaakt aan de overtreder en andere belanghebbenden.

4.

In de beschikking wordt een termijn gesteld waarbinnen de overtreder en eventuele andere rechthebbenden de tenuitvoerlegging van bestuursdwang kunnen voorkomen door zelf de in de beschikking vermelde maatregelen te treffen. Geen termijn behoeft te worden gegund indien de vereiste spoed zich daartegen verzet.

5.

Indien de situatie dermate spoedeisend is dat de beslissing tot toepassing van bestuursdwang niet tevoren op schrift kan wordt gezet, wordt zo spoedig mogelijk alsnog voor de opschriftstelling en bekendmaking gezorgd.

Artikel 68k

1.

De overtreder is de kosten verbonden aan de toepassing van bestuursdwang verschuldigd, tenzij de kosten redelijkerwijze niet of niet geheel te zijnen laste behoren te komen.

2.

De beschikking vermeldt dat de toepassing van bestuursdwang op kosten van de overtreder plaatsvindt.

3.

Indien de kosten echter geheel of gedeeltelijk niet ten laste van de overtreder zullen worden gebracht, wordt dat in de beschikking vermeld.

4.

Onder de kosten worden begrepen de kosten verbonden aan de voorbereiding van bestuursdwang, voor zover deze kosten zijn gemaakt na het tijdstip waarop de termijn bedoeld in artikel 68j, vierde lid, is verstreken.

5.

De kosten zijn ook verschuldigd indien de bestuursdwang door opheffing van de onrechtmatige situatie niet of niet volledig is uitgevoerd.

6.

Bij dwangbevel kan van de overtreder de verschuldigde kosten, verhoogd met de op de invordering vallende kosten, worden ingevorderd.

7.

Het dwangbevel wordt op kosten van de overtreder bij deurwaardersexploot betekend en levert een executoriale titel op in de zin van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES.

8.

Gedurende zes weken na de dag van betekening staat verzet tegen het dwangbevel open door dagvaarding van het openbaar lichaam.

9.

Het verzet schorst de tenuitvoerlegging. Op verzoek van het openbaar lichaam kan het Gerecht in eerste aanleg van Bonaire, Sint Eustatius en Saba de schorsing van de tenuitvoerlegging opheffen.

10.

De kosten verbonden aan de toepassing van bestuursdwang zijn bevoorrecht op de zaak ten aanzien waarvan zij zijn besteed en worden na de kosten, bedoeld in artikel 284 van het Burgerlijk Wetboek BES, uit de opbrengst van de zaak betaald.

Artikel 68l

1.

Met een hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie wordt gestraft degene die in strijd handelt met artikel 68e, eerste lid, of die het in artikel 68e, tweede lid, bedoelde lijk onttrekt aan een krachtens dat artikel genomen maatregel.

2.

Met een hechtenis van ten hoogste zes maanden of geldboete van de derde categorie wordt gestraft degene die verwijtbaar de geheimhoudingsplicht, bedoeld in artikel 68f, vijfde lid, schendt.

3.

Met een gevangenisstraf van ten hoogste twee jaar of geldboete van de vierde categorie wordt gestraft degene die opzettelijk de geheimhoudingsplicht, bedoeld in artikel 68f, vijfde lid, schendt.

4.

Geen vervolging wordt ingesteld anders dan op verzoek van degene te wiens aanzien de geheimhoudingsplicht, bedoeld in artikel 68f, vijfde lid, is geschonden.

5.

De in het eerste en tweede lid strafbaar gestelde feiten zijn overtredingen. Het in het derde lid strafbaar gestelde feit is een misdrijf.

Hoofdstuk VIII. Overige bepalingen

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 15a

Vervallen

Hoofdstuk III. Landelijke en gemeentelijke nota gezondheidsbeleid

§ 1. Algemeen

§ 1. Algemeen

§ 3. Maatregelen gericht op het individu

§ 4. Rechterlijke toetsing maatregelen tot isolatie, medisch onderzoek en quarantaine

§ 6. Havens en luchthavens

§ 7. Certificaten van inenting

Hoofdstuk VI. Financiële bepalingen

Hoofdstuk VI. Financiële bepalingen

§ 7. Certificaten van inenting

§ 8. Collectieve maatregelen

Hoofdstuk VII. Handhaving

Hoofdstuk VIII. Overige bepalingen

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 4a

Vervallen

§ 2. Jeugdgezondheidszorg

§ 4. Infectieziektebestrijding

Hoofdstuk IV. Gemeentelijke gezondheidsdiensten

Hoofdstuk IV. Gemeentelijke gezondheidsdiensten

§ 1. Algemeen

§ 1. Algemeen

§ 3. Maatregelen gericht op het individu

§ 4. Rechterlijke toetsing maatregelen tot isolatie, medisch onderzoek en quarantaine

§ 6. Havens en luchthavens

§ 4. Rechterlijke toetsing maatregelen tot isolatie, medisch onderzoek en quarantaine

Hoofdstuk VI. Financiële bepalingen

Hoofdstuk VI. Financiële bepalingen

§ 6. Havens en luchthavens

Hoofdstuk Va. Openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Hoofdstuk VIII. Overige bepalingen

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 6a

1.

Voor bij algemene maatregel van bestuur aangewezen vectoren of reservoirs draagt Onze Minister, in afwijking van artikel 6, eerste tot en met vierde lid, zorg voor maatregelen ter preventie van vestiging van dergelijke vectoren of reservoirs, waaronder het nemen van bestrijdingsmaatregelen.

2.

In gevallen waarin een spoedige voorziening krachtens artikel 47a in het belang van de volksgezondheid zo dringend geboden is dat de totstandkoming van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in het eerste lid niet kan worden afgewacht, kan bij regeling van Onze Minister een vector of reservoir als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen.

3.

De regeling, bedoeld in het tweede lid, vervalt zes maanden nadat zij in werking is getreden, of, indien binnen die termijn een algemene maatregel van bestuur ter vervanging van die regeling in werking is getreden, op het tijdstip waarop de maatregel in werking treedt.

Artikel 6b

1.

Bij algemene maatregel van bestuur wordt een vaccinatieprogramma vastgesteld, waarin wordt opgenomen welke groepen voor welke vaccinaties in aanmerking komen. Voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba kan een afwijkend aanbod worden opgenomen.

2.

Onze Minister draagt via het RIVM zorg voor de regie op en de coördinatie van de uitvoering, alsmede de registratie, bewaking en evaluatie van het vaccinatieprogramma.

3.

Het college van burgemeester en wethouders draagt mede zorg voor het deel van het vaccinatieprogramma dat daartoe bij algemene maatregel van bestuur is aangewezen. Het college draagt ervoor zorg dat deze wordt uitgevoerd door de organisatie, of onder verantwoordelijkheid van die organisatie, die voor het college de jeugdgezondheidszorg, bedoeld in artikel 5, uitvoert.

4.

Het college van burgemeester en wethouders past bij de uitvoering van het vaccinatieprogramma de vaccins toe die door of vanwege het RIVM worden verstrekt. De vaccins blijven eigendom van het RIVM tot het moment van toediening.

5.

Het college van burgemeester en wethouders draagt ervoor zorg dat aan het RIVM ten behoeve van de taken van het RIVM, bedoeld in het tweede lid, wordt gemeld welke organisatie voor de gemeente uitvoering geeft aan de vaccinaties.

6.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld voor de kwalitatieve en programmatische uitvoering van het deel van het vaccinatieprogramma, bedoeld in het derde lid. Voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba kunnen voor de programmatische uitvoering afwijkende regels worden gesteld.

7.

De voordracht voor een krachtens het zesde lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan de beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.

§ 5. Bevolkingsonderzoek

Artikel 12a

1.

Onze Minister draagt via het RIVM zorg voor de regie op en de coördinatie van de uitvoering, alsmede de registratie, bewaking en evaluatie van het bij algemene maatregel van bestuur aangewezen bevolkingsonderzoek, waaronder de neonatale hielprikscreening. Voor de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba kan een afwijkend aanbod worden opgenomen.

2.

Bij de uitvoering van de neonatale hielprikscreening kan de betrokken opvolgend kinderarts, indien dit noodzakelijk is vanwege de urgentie van de aansluitende zorg door deze arts, de gegevens betreffende een kind tot de leeftijd van zes maanden raadplegen zonder daarvoor toestemming te vragen. De toestemming wordt alsnog gevraagd zodra daartoe gelegenheid is.

3.

Bij regeling van Onze Minister kunnen regels worden gesteld over de uitvoering van het bevolkingsonderzoek, bedoeld in het eerste lid.

Hoofdstuk V. Bijzondere bepalingen infectieziektebestrijding

§ 2. Melding

§ 1. Algemeen

§ 4. Rechterlijke toetsing maatregelen tot isolatie, medisch onderzoek en quarantaine

§ 5. Maatregelen gericht op gebouwen, goederen en vervoermiddelen

Artikel 47a

1.

Ter uitvoering van artikel 6a is Onze Minister bij uitsluiting van de burgemeester bevoegd de volgende maatregelen te nemen:

  • a. het controleren van terreinen, gebouwen, vervoermiddelen of goederen op de aanwezigheid van een vector of reservoir, zo nodig door het nemen van monsters, indien er een aannemelijk risico is op de aanwezigheid van een dergelijke vector of reservoir,
  • b. het geven van voorschriften van technisch-hygiënische aard bij de aanwezigheid van een vector of reservoir, of indien er een aannemelijk risico daarop is,
  • c. het vernietigen van vectoren of reservoirs op of in terreinen, gebouwen, vervoermiddelen of goederen.
2.

Onze Minister kan een last onder bestuursdwang opleggen aan degene die geen medewerking verleent aan het uitvoeren van het bepaalde in het eerste lid, onderdeel b.

§ 5. Maatregelen gericht op gebouwen, goederen en vervoermiddelen

§ 7. Certificaten van inenting

§ 1. Toezicht

§ 2. Veilige afstand en andere gedragsvoorschriften

Hoofdstuk Va. Openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Hoofdstuk VIII. Overige bepalingen

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 6c

1.

Het RIVM heeft, onverminderd het bepaalde bij of krachtens andere wetten, tot taak om namens Onze Minister werkzaamheden te verrichten bij de bestrijding van infectieziekten, waaronder het voeren van de landelijke regie en het laten verrichten van activiteiten, zo nodig onder bij regeling van Onze Minister te stellen eisen, op het terrein van de bestrijding van seksueel overdraagbare aandoeningen in samenhang met seksuele gezondheidszorg.

2.

Het RIVM verwerkt de persoonsgegevens waaronder gegevens over gezondheid als bedoeld in artikel 4, onderdeel 15 van de Algemene verordening gegevensbescherming die noodzakelijk zijn voor de uitvoering van de taak, bedoeld in het eerste lid.

3.

Het RIVM verwerkt op grond van het eerste lid slechts persoonsgegevens indien daarop pseudonimisering als bedoeld in artikel 4, onderdeel 5 van de Algemene verordening gegevensbescherming, is toegepast en vervolgens onafgebroken is gecontinueerd.

4.

Artikel 21, eerste lid, tweede volzin, van de Algemene verordening gegevensbescherming is bij de verwerking door het RIVM niet van toepassing.

5.

Voor zover het voor het RIVM noodzakelijk is om voor de taakuitvoering gebruik te maken van een referentielaboratorium zijn het tweede tot en met vierde lid van overeenkomstige toepassing op het referentielaboratorium.

§ 5. Bevolkingsonderzoek

Hoofdstuk V. Bijzondere bepalingen infectieziektebestrijding

§ 2. Melding

§ 3. Maatregelen gericht op het individu

§ 4. Rechterlijke toetsing maatregelen tot isolatie, medisch onderzoek en quarantaine

§ 5. Maatregelen gericht op gebouwen, goederen en vervoermiddelen

§ 5. Maatregelen gericht op gebouwen, goederen en vervoermiddelen

§ 1. Toezicht

§ 2. Veilige afstand en andere gedragsvoorschriften

Hoofdstuk Va. Openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Hoofdstuk VIII. Overige bepalingen

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 6d

1.

In het kader van de taak van Onze Minister, bedoeld in artikel 3, eerste lid en artikel 7, eerste lid, en voorts ter ondersteuning van de bron- en contactopsporing, bedoeld in artikel 6, eerste lid, onder c, ter bestrijding van de epidemie van covid-19, veroorzaakt door het virus SARS-CoV-2 kan een notificatieapplicatie worden ingezet waarmee vroegtijdig zicht kan worden verkregen op een mogelijke infectie met dat virus door bij te houden welke gebruikers in elkaars nabijheid zijn geweest en hen in voorkomende gevallen te waarschuwen over een mogelijke infectie met het virus. Voor zover noodzakelijk kunnen Onze Minister en de gemeentelijke gezondheidsdiensten bij het beheer en de toepassing van deze notificatieapplicatie persoonsgegevens verwerken, waaronder persoonsgegevens over de gezondheid als bedoeld in artikel 9 van de Algemene verordening gegevensbescherming.

2.

In het kader van de notificatieapplicatie worden uitsluitend de volgende gegevens verwerkt:

  • 1°. gepseudonimiseerde codes waarmee de nabijheid van gebruikers wordt bijgehouden en gebruikers in voorkomende gevallen worden gewaarschuwd voor een mogelijke infectie met het virus;
  • 2°. het pseudo mac-adres van gebruikers;
  • 3°. de duur van de nabijheid van gebruikers;
  • 4°. de afstand waarbinnen gebruikers in elkaars nabijheid waren;
  • 5°. de weging van het risico dat de betreffende gebruiker mogelijk geïnfecteerd is met het virus;
  • 6°. het ip-adres van gebruikers;
  • 7°. de eerste dag waarop een met het virus geïnfecteerde gebruiker ziekteverschijnselen vertoonde, en
  • 8°. een validatiecode die wordt uitgewisseld met de betreffende gemeentelijke gezondheidsdienst zodat wordt gewaarborgd dat alleen de notificatieapplicatie van een daadwerkelijk met het virus geïnfecteerde gebruiker andere gebruikers kan waarschuwen over een mogelijke infectie met het virus.
3.

De in het kader van de notificatieapplicatie verwerkte persoonsgegevens:

  • a. worden niet langer bewaard dan noodzakelijk is om gebruikers in voorkomende gevallen te kunnen waarschuwen over een mogelijke infectie met het virus en worden vervolgens onmiddellijk vernietigd;
  • b. zijn beveiligd tegen verlies en onrechtmatige verwerking, en
  • c. worden niet voor andere doeleinden gebruikt dan de bestrijding van de epidemie van covid-19, veroorzaakt door het virus SARS-CoV-2.
4.

Onze Minister draagt zorg voor de inrichting en het beheer van de notificatieapplicatie.

5.

Onze Minister is verwerkingsverantwoordelijke in de zin van artikel 4 van de Algemene verordening gegevensbescherming voor de verwerking van persoonsgegevens in het kader van de notificatieapplicatie.

6.

In afwijking van het vijfde lid is voor de toepassing van de artikelen 12 tot en met 23 en 33 van de Algemene verordening gegevensbescherming de verwerkingsverantwoordelijke de gemeentelijke gezondheidsdienst van de verblijfplaats van betrokkene. De gemeentelijke gezondheidsdienst beslist binnen een maand op een verzoek van betrokkene betreffende de uitoefening van zijn rechten op grond van de Algemene verordening gegevensbescherming.

7.

Onze Minister maakt ten minste de volgende informatie toegankelijk voor de betrokkene:

  • a. de wijze waarop betrokkene bij de gemeentelijke gezondheidsdienst van zijn verblijfplaats een beroep kan doen op zijn rechten op grond van de artikelen 12 tot en met 23 en 33 van de Algemene verordening gegevensbescherming;
  • b. de contactgegevens van de gemeentelijke gezondheidsdienst van de verblijfplaats van betrokkene;
  • c. de wijze waarop betrokkene een klacht kan indienen bij de Autoriteit Persoonsgegevens;
  • d. de wijze van verwerking van gegevens in het kader van de notificatieapplicatie in beknopte en toegankelijke vorm en in duidelijke en eenvoudige taal.
8.

Het is verboden een ander te verplichten tot het gebruik van de notificatieapplicatie dan wel enig ander vergelijkbaar digitaal middel. Onder dit verbod valt in ieder geval het gebruik van de applicatie of het middel, het delen van informatie daarvan, of het meedelen van het al dan niet hebben ontvangen van notificaties daarvan, als voorwaarde te stellen voor de toegang tot een gebouw of voorziening, het uitoefenen van arbeid, het gebruik maken van een dienst, de deelname aan enige vorm van intermenselijk contact, of het verkrijgen van enig voordeel.

9.

De in het kader van de notificatieapplicatie verwerkte gegevens kunnen worden uitgewisseld met andere lidstaten van de Europese Unie die een vergelijkbare notificatieapplicatie gebruiken indien deze uitwisseling bijdraagt aan het doel vroegtijdig zicht te kunnen verkrijgen op een mogelijke infectie met het virus door bij te houden welke gebruikers in elkaars nabijheid zijn geweest en hen in voorkomende gevallen te waarschuwen over een mogelijke infectie met het virus.

10.

Bij algemene maatregel van bestuur wordt in ieder geval de verwerkingsverantwoordelijke aangewezen voor de te onderscheiden delen van de gegevensverwerking die met toepassing van het negende lid plaatsvindt. De voordracht voor deze algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers van de Staten-Generaal is overgelegd.

11.

Onze Minister draagt ervoor zorg dat het in het tweede lid, onderdeel 6, bedoelde ip-adres van gebruikers zo snel mogelijk wordt gescheiden van de overige gegevens. Teneinde herleidbaarheid uit te sluiten is het verboden dit gegeven voorts aan andere gegevens, waaronder de gegevens bedoeld in het tweede lid, te koppelen.

§ 5. Bevolkingsonderzoek

Hoofdstuk IV. Gemeentelijke gezondheidsdiensten

Hoofdstuk V. Bijzondere bepalingen infectieziektebestrijding

§ 1. Algemeen

§ 2. Melding

§ 3. Maatregelen gericht op het individu

§ 5. Maatregelen gericht op gebouwen, goederen en vervoermiddelen

§ 6. Havens en luchthavens

Hoofdstuk Va. Tijdelijke bepalingen bestrijding epidemie covid-19

§ 1. Toezicht

Artikel 64bis

1.

Met het toezicht op de naleving van artikel 6d, achtste lid, zijn voorts belast de bij besluit van Onze Minister aangewezen ambtenaren. Indien de aanwijzing ambtenaren betreft, ressorterende onder een ander ministerie dan dat van Onze Minister, wordt het besluit genomen in overeenstemming met Onze Minister die het mede aangaat.

2.

De ambtenaren belast met het toezicht op de naleving van artikel 6d, achtste lid, verstrekken elkaar uit eigen beweging en desgevraagd de gegevens, waaronder persoonsgegevens over de gezondheid als bedoeld in artikel 9 van de Algemene verordening gegevensbescherming, die van belang zijn voor de uitoefening van hun toezichthoudende taak.

3.

Met de opsporing van het in artikel 67a strafbaar gestelde feit zijn, onverminderd artikel 141 van het Wetboek van Strafvordering en artikel 184 van het Wetboek van Strafvordering BES, belast de door Onze Minister in overeenstemming met Onze Minister van Justitie en Veiligheid aangewezen ambtenaren. Indien de aanwijzing ambtenaren betreft, ressorterende onder een ander ministerie dan dat van Onze Minister of van Onze Minister van Justitie en Veiligheid, wordt het besluit genomen in overeenstemming met Onze Minister die het mede aangaat.

4.

De ambtenaren bedoeld in het tweede lid zijn tevens belast met de opsporing van de feiten, strafbaar gesteld in de artikelen 179 tot en met 182 en 184 van het Wetboek van Strafrecht dan wel de artikelen 185 tot en met 188 en 190 van het Wetboek van Strafrecht BES, voor zover deze feiten betrekking hebben op een bevel, vordering of handeling, gedaan of ondernomen door henzelf.

5.

Van een besluit als bedoeld in het eerste lid en tweede lid wordt mededeling gedaan door plaatsing in de Staatscourant.

§ 7. Certificaten van inenting

Artikel 67a

1.

Met een hechtenis van ten hoogste zes maanden of een geldboete van de derde categorie wordt gestraft degene die handelt in strijd met artikel 6d, achtste lid.

2.

Het in het eerste lid strafbaar gestelde feit is een overtreding.

Hoofdstuk Va. Openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba

Hoofdstuk VIII. Overige bepalingen

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Artikel 58a. Begripsbepalingen

1.

In paragraaf 8 van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

  • aanbieder van bedrijfsmatig personenvervoer: iedere natuurlijke persoon of rechtspersoon die bepaalde, bij ministeriële regeling krachtens artikel 58o of 58p nader aan te wijzen categorieën van bedrijfsmatig personenvervoer, aanbiedt, verricht of laat verrichten;
  • bedrijfsmatig personenvervoer: bepaalde bij ministeriële regeling krachtens artikel 58o of 58p nader aan te wijzen categorieën van bedrijfsmatig personenvervoer, niet beperkt tot besloten busvervoer en openbaar vervoer als bedoeld in artikel 1 van de Wet personenvervoer 2000;
  • evenement: elke voor het publiek toegankelijke verrichting van vermaak, alsmede een herdenkingsplechtigheid, braderie, optocht op de weg, voorstelling of feest op een andere plaats dan in een woning of op een daarbij behorend erf of in een gebouw of op een plaats als bedoeld in artikel 6, tweede lid, van de Grondwet, wedstrijd, beurs of congres. Onder evenementen worden niet begrepen: betogingen, vergaderingen en godsdienstige en levensbeschouwelijke samenkomsten als bedoeld in de Wet openbare manifestaties;
  • hygiënemaatregelen: maatregelen betreffende de inrichting van ruimten of aldaar te gebruiken voorwerpen of materialen, of het treffen van voorzieningen ten behoeve van de reinheid of teneinde de verspreiding van ziekteverwekkers zoveel mogelijk tegen te gaan;
  • mantelzorger: een natuurlijke persoon die rechtstreeks voortvloeiend uit een tussen personen bestaande sociale relatie zorg of hulp verleent zonder dat dit beroeps- of bedrijfsmatig geschiedt;
  • Onze Ministers: Onze Minister en Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties gezamenlijk;
  • ophouden: gedurende enige tijd ergens verkeren, terwijl er feitelijk gelegenheid is om weg te gaan;
  • persoon met een handicap: een persoon als bedoeld in artikel 1, tweede zin, van het Verdrag inzake de rechten van personen met een handicap (Trb. 2007, 169, en 2014, 113);
  • persoonlijk beschermingsmiddel: uitrusting die of voorwerp dat bestemd is om te worden gedragen of vastgehouden teneinde de eigen of een andere persoon zoveel mogelijk te beschermen tegen ziekteverwekkers;
  • plaats in gebruik ten behoeve van een verkiezing: publieke of besloten plaats, of bij ministeriële regeling krachtens artikel 58j, vijfde lid, of 58k, vijfde lid, onder eventueel daarbij te stellen voorwaarden of beperkingen aangewezen gedeelte van een publieke of besloten plaats, in gebruik ten behoeve van de uitvoering van een verkiezing als bedoeld in de Kieswet;
  • testuitslag: een testuitslag waaruit blijkt of de geteste persoon op het moment van afname van de test al dan niet was geïnfecteerd met een ziekteverwekker;
  • thuisquarantaine: de bij of krachtens paragraaf 8 van dit hoofdstuk geldende verplichting voor een reiziger om in afzondering te verblijven in de eigen woning of in een specifiek aan de reiziger toegewezen verblijfplaats;
  • toezichthouder: voor zover in deze wet niet anders is bepaald, de bij of krachtens artikel 64, 64a of 68h, eerste lid, aangewezen toezichthouder;
2.

In paragraaf 8 van dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt mede verstaan onder:

  • woning: een daarbij behorend erf.

Artikel 58b. Doel, noodzaak, geschiktheid, proportionaliteit en subsidiariteit

De bij of krachtens paragraaf 8 van dit hoofdstuk toegekende bevoegdheden worden, voor zover krachtens artikel 20 of 20a in werking gesteld, slechts toegepast voor de bestrijding van een epidemie van een infectieziekte behorend tot groep A1 of een directe dreiging daarvan en voor zover:

  • a. de bedreiging van de volksgezondheid dusdanig ernstig is dat afwending van die dreiging noodzakelijk is;
  • b. de toepassing van de bevoegdheden gezien de aard van de infectieziekte daadwerkelijk geschikt is voor afwending van de dreiging;
  • c. de gevolgen voor de vrije uitoefening van grondrechten en het maatschappelijk welzijn, waaronder ten minste de sociale, financieel-economische, maatschappelijke en andere gezondheidsbelangen, zo beperkt mogelijk zijn en tevens in redelijke verhouding staan tot de gevolgen die zouden intreden indien de bevoegdheden niet worden toegepast; en
  • d. geen alternatieven beschikbaar zijn waarmee hetzelfde doel kan worden bereikt en die minder ingrijpend zouden zijn voor de vrije uitoefening van grondrechten en het maatschappelijk welzijn.

Artikel 58c. Reguliere procedure

1.

De vaststelling van een krachtens paragraaf 8 van dit hoofdstuk vast te stellen ministeriële regeling geschiedt door Onze Ministers in overeenstemming met Onze Minister die het mede aangaat en in overeenstemming met het gevoelen van de ministerraad.

2.

Een regeling als bedoeld in het eerste lid wordt niet eerder vastgesteld dan een week nadat deze aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd. Indien binnen die termijn de Tweede Kamer der Staten-Generaal besluit niet in te stemmen met de regeling, wordt deze niet vastgesteld.

3.

Een besluit als bedoeld in het tweede lid, tweede zin, kan worden genomen op voorstel van ten minste een derde van het grondwettelijk aantal leden van de Tweede Kamer der Staten-Generaal.

4.

Indien naar het oordeel van Onze Ministers en Onze Minister die het mede aangaat een krachtens paragraaf 8 van dit hoofdstuk vastgestelde ministeriële regeling of een onderdeel daarvan niet langer voldoet aan één van de onderdelen van artikel 58b, wordt die regeling zo spoedig mogelijk gewijzigd of ingetrokken.

Artikel 58ca. Bijzondere procedure

1.

Artikel 58c, tweede lid, kan buiten toepassing blijven:

  • a. indien een krachtens paragraaf 8 van dit hoofdstuk vastgestelde ministeriële regeling of een onderdeel daarvan niet langer voldoet aan één van de onderdelen van artikel 58b, of
  • b. indien sprake is van:
  • 1°. een ernstige ontwrichting van de maatschappij of een directe dreiging daarvan, en
  • 2°. onverwijld toepassing van een bij of krachtens paragraaf 8 van dit hoofdstuk toegekende bevoegdheid noodzakelijk is.
2.

Onze Minister zendt een ministeriële regeling die op grond van het eerste lid is vastgesteld zonder toepassing van artikel 58c, tweede lid, binnen twee dagen na vaststelling aan beide Kamers der Staten-Generaal, voorzien van een motivering waarom het eerste lid is toegepast. De regeling vervalt van rechtswege indien de Tweede Kamer der Staten-Generaal binnen een week na de toezending besluit niet in te stemmen met de regeling. Artikel 58c, derde lid, is van overeenkomstige toepassing.

3.

De procedure, bedoeld in het eerste lid, onder b, mag uitsluitend binnen acht weken na de eerste toepassing daarvan worden gebruikt. Deze periode kan steeds met acht weken worden verlengd of voor een periode van acht weken opnieuw aanvangen na de inwerkingtreding van een ministeriële regeling waarin het eerste lid, onder b, weer van toepassing wordt verklaard. Die regeling wordt met toepassing van artikel 58c tot stand gebracht.

Artikel 58d. Noodbevoegdheid

1.

Bij ministeriële regeling kunnen andere collectieve maatregelen worden genomen voor het in artikel 58b, aanhef, genoemde doel, indien:

  • a. sprake is van een ernstige ontwrichting van de maatschappij of een directe dreiging daarvan;
  • b. onverwijld handelen noodzakelijk is, en

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)