Wet van 9 oktober 2008, houdende bepalingen over de zorg voor de publieke gezondheid (Wet publieke gezondheid)

Type Wet
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
artikelen 283
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
5.

Bij regeling van Onze Minister worden regels gesteld over de indiening en behandeling van een aanvraag om een vergunning, waaronder de termijn waarbinnen op een aanvraag moet worden beslist, en wordt bepaald welke gegevens en bescheiden bij de aanvraag worden overlegd.

6.

Met toepassing van artikel 28, eerste lid, laatste zinsnede, van de Dienstenwet is paragraaf 4.1.3.3 van de Algemene wet bestuursrecht niet van toepassing op een aanvraag om een vergunning als bedoeld in dit artikel.

7.

Onze Minister kan de kosten die samenhangen met het in behandeling nemen van de aanvraag ten laste brengen van de aanvrager. De bedragen ter vergoeding van de kosten worden bij ministeriële regeling vastgesteld.

8.

Onze Minister informeert het bestuur van de veiligheidsregio die het aangaat, over de verlening van een vergunning of de schorsing dan wel intrekking daarvan.

Artikel 12d

Een vergunning wordt geweigerd, indien:

  • a. de aanvrager niet heeft voldaan aan enig wettelijk voorschrift voor het in behandeling nemen van de aanvraag, waaronder het niet of niet tijdig overleggen van de gevraagde gegevens en bescheiden, bedoeld in artikel 12c, vijfde lid;
  • b. de aanvrager de voor de behandeling van de aanvraag in rekening gebrachte kosten niet of niet tijdig heeft voldaan;
  • c. de aanvrager niet aannemelijk heeft gemaakt te zullen voldoen aan de eisen, bedoeld in artikel 12b, derde lid.

Artikel 12e

De houder van een vergunning, bedoeld in artikel 12b, eerste lid, voldoet aan de krachtens artikel 12b, derde lid, gestelde eisen ter zake van het bewaren, bewerken, gebruiken of anderszins verwerken van poliovirus, alsmede aan de voorwaarden, voorschriften of beperkingen die aan de vergunning zijn verbonden.

Artikel 12f

1.

Een vergunning vervalt van rechtswege:

  • a. zodra de rechtspersoon waaraan de vergunning is verleend, is opgehouden te bestaan;
  • b. zodra degene aan wie de vergunning is verleend, is opgehouden de werkzaamheden waarvoor de vergunning is verleend te verrichten.
2.

Degene aan wie de vergunning is verleend doet aan Onze Minister melding van een situatie als bedoeld in het eerste lid.

Artikel 12g

1.

Onze Minister kan een vergunning intrekken indien:

  • a. bij de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens of bescheiden zijn verstrekt, dan wel feiten of omstandigheden zijn verzwegen en kennis over de juiste of volledige gegevens dan wel kennis van de betreffende feiten of omstandigheden tot een andere beslissing zou hebben geleid;
  • b. de houder van de vergunning niet voldoet aan de krachtens artikel 12b, derde lid, gestelde eisen of een aan de vergunning verbonden voorwaarde, voorschrift of beperking;
  • c. de houder van de vergunning naar het oordeel van Onze Minister is opgehouden de werkzaamheden te verrichten waarvoor de vergunning is verleend.
2.

Een vergunning kan voor bepaalde tijd worden geschorst indien zich de situatie, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, voordoet.

3.

Een beschikking tot schorsing vermeldt de voorwaarden waaraan de houder van de vergunning moet voldoen met het oog op opheffing van de schorsing.

4.

Schorsing van de vergunning heeft tot gevolg dat de houder van de vergunning gedurende de schorsing uitsluitend bevoegd is tot het bewaren van het poliovirus en niet tot het bewerken, gebruiken of anderszins verwerken daarvan.

Artikel 12h

Indien een vergunning is vervallen of ingetrokken, ontdoet degene aan wie de vergunning was verleend zich van het aanwezige poliovirus. Onze Minister kan daartoe een termijn stellen en ter zake aanwijzingen geven.

Artikel 12i

1.

Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat eenieder die bij die maatregel aangewezen handelingen verricht met bij die maatregel aangewezen typen poliovirus, daarvan melding doet aan Onze Minister.

2.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over het bepaalde in het eerste lid, waaronder regels over de bij een melding te verstrekken gegevens en over de termijn waarbinnen een melding moet worden gedaan. Tevens kan daarbij, in afwijking van artikel 2:15, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht, worden bepaald dat de melding uitsluitend op elektronische wijze plaatsvindt en kunnen daarbij nadere eisen worden gesteld aan het gebruik van de elektronische weg.

Artikel 12j

Onze Minister is bevoegd tot oplegging van een last onder bestuursdwang ter handhaving van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 12b, eerste lid of vijfde lid, voor zover het gaat om de naleving van een gegeven bevel, 12e, 12g, vierde lid, of 12h.

Artikel 12k

1.

Onze Minister is bevoegd om een bestuurlijke boete op te leggen ter handhaving van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 12b, eerste lid of vijfde lid, voor zover het gaat om de naleving van een gegeven bevel, 12e, 12g, vierde lid, 12h of 12i, eerste lid.

2.

De op grond van het eerste lid op te leggen bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste het bedrag dat is vastgesteld voor de vijfde categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht.

3.

Overtreding van krachtens artikel 12b, derde lid, gestelde eisen die verband houden met de uitvoering van Resolutie WHA71.16 van de Wereld Gezondheidsorganisatie, kan krachtens artikel 12e worden bestraft met een bestuurlijke sanctie indien deze eisen in de Engelse taal zijn gesteld of bekend gemaakt.

Hoofdstuk III. Landelijke en gemeentelijke nota gezondheidsbeleid

Hoofdstuk IV. Gemeentelijke gezondheidsdiensten

Hoofdstuk V. Bijzondere bepalingen infectieziektebestrijding

§ 1. Algemeen

Artikel 29a

1.

Eenieder die handelingen met poliovirus verricht of heeft verricht, waarvoor de in artikel 12b, eerste lid, bedoelde vergunningplicht geldt, dient van een blootstelling dan wel potentiële blootstelling aan dat virus onverwijld melding te doen aan de inspectie en de arts, bedoeld in artikel 17.

2.

Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over het bepaalde in het eerste lid, waaronder regels over de bij een melding te verstrekken gegevens.

3.

Onze Minister is bevoegd om een bestuurlijke boete op te leggen ter handhaving van het eerste lid. De op te leggen bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste het bedrag dat is vastgesteld voor de tweede categorie, bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht.

§ 8. Collectieve maatregelen

§ 8.1. Algemene bepalingen

§ 8.3. Maatregelen in verband met inreizen

§ 8.4. Overige bepalingen

§ 1. Toezicht

§ 7. Integrale suïcidepreventie

Artikel 12l

1.

Onze Minister stelt, in overleg met Onze Ministers die het mede aangaat, integraal beleid vast ter bevordering van suïcidepreventie en draagt zorg voor de coördinatie en uitvoering hiervan.

2.

Het integraal beleid, bedoeld in het eerste lid, wordt elke vier jaar vastgesteld in samenhang met de landelijke nota gezondheidsbeleid, bedoeld in artikel 13, eerste lid.

3.

Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent het bepaalde in het eerste en tweede lid, waaronder in ieder geval regels over de inhoud en de wijze van totstandkoming van het vast te stellen beleid.

4.

Onze Minister stuurt jaarlijks een verantwoording over de voortgang van de coördinatie en uitvoering van het integraal beleid, bedoeld in het eerste lid, aan de Tweede Kamer der Staten-Generaal.

Artikel 12m

Onze Minister draagt er zorg voor dat personen op ieder moment van de dag kosteloos een telefonisch of elektronisch gesprek kunnen voeren, dat niet direct tot hen herleidbaar is, over hun eigen gedachten, voorbereidingshandelingen of pogingen met betrekking tot suïcide, of over die van iemand in hun omgeving, en advies kunnen krijgen gericht op preventie van suïcide.

Hoofdstuk III. Landelijke en gemeentelijke nota gezondheidsbeleid

Hoofdstuk IV. Gemeentelijke gezondheidsdiensten

Hoofdstuk V. Bijzondere bepalingen infectieziektebestrijding

§ 2. Melding

§ 3. Maatregelen gericht op het individu

§ 7. Certificaten van inenting

§ 8. Collectieve maatregelen

§ 8.1. Algemene bepalingen

§ 8.2. Maatregelen

§ 8.3. Maatregelen in verband met inreizen

§ 8.4. Overige bepalingen

Hoofdstuk VII. Handhaving

§ 1a. Opsporing

§ 2. Strafbepalingen

Hoofdstuk VIII. Overige bepalingen

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)