Regeling van de Minister van Economische Zaken van 3 december 2008, nr. WJZ/8187136, houdende vaststelling van subsidie-instrumenten op het terrein van sterktes in innovatie (Subsidieregeling sterktes in innovatie)

Type Ministeriële regeling
Publication 2017-10-01
State In force
Source BWB
artikelen 583
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De ontwikkeling van onderscheidende nieuwe processen en producten vergt dermate veel geld en de terugverdientijd is zodanig lang dat het van groot belang is om de behoefte en het gedrag van de consument van morgen goed te kunnen voorspellen.

Behorende bij artikel 4.1

Bedrijven en kennisinstellingen hebben samen met het ministerie van EZ het innovatieprogramma Life Sciences & Health (LSH) ontwikkeld. Het programma stimuleert jonge hightech bedrijven nieuwe medische producten (vaccins, geneesmiddelen), behandelingen (weefsel- en orgaanherstel, medische implantaten) en diagnostica te ontwikkelen. Nederland heeft een sterke kennispositie op dit gebied. Bedrijven als Organon, Philips Medical en DSM en diverse jonge, beursgenoteerde life sciences bedrijven als Crucell, Pharming, Octoplus en Galapagos zijn op hun gebied internationaal toonaangevend. De ambitie van het innovatieprogramma LSH is om Nederland een internationale hotspot te laten worden op het gebied van medisch en klinisch onderzoek, waar gezondheidsgerelateerde life sciences bedrijven goed kunnen werken en groeien.

Bijlage 10.1

Behorend bij artikel 4.1

De drie belangrijke knelpunten binnen de LSH-sector zijn de doorgroei van jonge hightech MKB-ers, netwerkvorming en knelpunten binnen het LSH klimaat (o.a. human capital en wet- en regelgeving). Deze knelpunten belemmeren de valorisatie van lopend en nieuw publiek en privaat onderzoek. Deze punten worden met onderstaande agenda aangepakt.

Actielijn 1:. kapitaal voor ontwikkelingsprojecten

Dit hoofdstuk Life Sciences & Health van deze regeling is onderdeel van actielijn 2 van het innovatieprogramma LSH.

Behorende bij artikel 5.1

India

Bijlage 11.3

Ligt ter inzage bij SenterNovem te Den Haag.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen 1.1, 11.1, 11.2 en 11.3, die ter inzage worden gelegd bij SenterNovem, Juliana van Stolberglaan 3, Den Haag.

§ 3.2. Verstrekking van subsidie aan kennisinstellingen

Hoofdstuk 5. Food & Nutrition Delta

§ 4. Hooggekwalificeerd personeel

§ 4. Hooggekwalificeerd personeel

§ 1. Begripsbepalingen Food & Nutrition Delta

§ 3. FND-innovatieprojecten

Hoofdstuk 6. HTAS-innovatieprojecten

§ 4. FND-MKB-innovatieprojecten

§ 4. FND-MKB-innovatieprojecten

§ 1. Begripsbepalingen HTAS-innovatieprojecten

Hoofdstuk 7. InnoWATOR

§ 2. Subsidie aan ETB-samenwerkingsverbanden

§ 1. Begripsbepalingen HTAS-innovatieprojecten

§ 3. HTAS-internationale innovatieprojecten

Hoofdstuk 8. Maritiem

§ 2. Maritieme MKB-projecten

§ 2. FND-haalbaarheidsprojecten

Hoofdstuk 9. Point One

§ 3. Internationale innoWATOR-projecten

§ 4. FND-MKB-innovatieprojecten

§ 2. HTAS-doorbraakprojecten

Hoofdstuk 10. Polymeren

§ 1. Begripsbepalingen Point-One

§ 4. HTAS-projecten elektrische voertuigtechnologie

§ 4. Polymeren innovatieprojecten

§ 4. Polymeren innovatieprojecten

Artikel 10a.1

Vervallen

§ 2. HighTech Topprojecten

Artikel 10a.2

Vervallen

Artikel 10a.3

Vervallen

Artikel 10a.4

Vervallen

Artikel 10a.5

Vervallen

Artikel 10a.6

Vervallen

Artikel 10a.7

Vervallen

Artikel 10a.8

Vervallen

Artikel 10a.9

Vervallen

Artikel 10a.10

Vervallen

Artikel 10a.11

Vervallen

Hoofdstuk 10b. Kenniswerkers

Artikel 10b.1

Vervallen

Artikel 10b.2

Vervallen

Artikel 10b.3

Vervallen

Artikel 10b.4

Vervallen

Artikel 10b.5

Vervallen

Artikel 10b.6

Vervallen

Artikel 10b.7

Vervallen

Artikel 10b.8

Vervallen

Artikel 10b.9

Vervallen

Artikel 10b.10

Vervallen

Artikel 10b.11

Vervallen

Artikel 10b.12

Vervallen

Artikel 10b.13

Vervallen

Hoofdstuk 8. Maritiem

Hoofdstuk 12. Slotbepalingen

Bijlage 1.1

Ligt ter inzage bij SenterNovem te Den Haag.

Bijlage 4.1

Behorende bij artikel 4.1

Bijlage 4.2

Ierland

Actielijn 1:. kapitaal voor ontwikkelingsprojecten

Bijlage 5.1

Behorende bij artikel 5.1

Actielijn 1:. kapitaal voor ontwikkelingsprojecten

Bijlage 6.1

Actielijn 3:. overige knelpunten (waaronder human capital, wet- en regelgeving en het stimuleren van ondernemerschap)

Bijlage 7.1

Vehicle efficiency

Bijlage 1.1

Behorend bij artikel 1.2, eerste lid, van de Subsidieregeling sterktes in innovatie.

Het rapport van feitelijke bevindingen wordt opgesteld overeenkomstig de Nadere voorschriften controle- en overige standaarden (ex artikel A-130.7 VGC) van het NIVRA. In het rapport van feitelijke bevindingen rapporteert de accountant over de hieronder genoemde aspecten en aandachtspunten van de integrale kostensystematiek.

1. Beschrijving integrale kostensystematiek 1. Beschrijving integrale kostensystematiek
Opzet systematiek Opzet systematiek
1.1 Welke kostendragers gebruikt de organisatie in de integrale kostensystematiek?
1.2 Hoe worden de indirecte kosten toegerekend aan de kostendragers?
1.3 Worden de jaarlijkse tarieven op basis van de integrale kostensystematiek voorcalculatorisch vastgesteld? Als de subsidie-ontvanger jaarlijks vooraf de tarieven vaststelt, is aan het begin van het jaar duidelijk wat de tarieven van dat jaar zijn. Deze tarieven worden gehanteerd bij begroting en ook bij de vaststelling van projecten. Als de subsidie-ontvanger niet met voorcalculatorische tarieven werkt dan toelichten.
1.4 Hoe worden de uitgangscijfers bepaald die voor de jaarlijkse berekening van de tarieven gebruikt worden?
1.5 Sinds wanneer wordt deze integrale kostensystematiek door de organisatie toegepast?
1.6 Is er een wijziging van de integrale kostensystematiek gepland en zo ja wanneer?
Over personeelskosten Over personeelskosten
1.7 Is het personeel ingedeeld in tariefgroepen? Zo ja, welke?
1.8 Wat is het aantal direct productieve uren per voltijd werknemer? Is dit aantal gelijk voor alle personen? Zo nee, licht toe.
1.9 Hoe wordt het aantal direct productieve uren per voltijd werknemer berekend?
Over machines en apparatuur Over machines en apparatuur
1.10 Zijn de kosten voor machines en apparatuur onderdeel van de integrale kostensystematiek? Zo ja, geldt dat voor alle machines en apparatuur of zijn er ook machines en apparaten die in projecten als aparte post worden begroot?
2. Basisvoorwaarden integrale kostensystematiek 2. Basisvoorwaarden integrale kostensystematiek
--- ---
2.1 De toerekeningssystematiek en -principes (verdeelsleutels en -mechanismen van indirecte kosten; normen voor percentages, etc.) worden in de hele organisatie stelselmatig toegepast.
2.2 Kosten worden op een bedrijfseconomische aanvaardbare en stelselmatige wijze aan kostendragers toegerekend. Deze toerekening is transparant en controleerbaar.
2.3 Specifieke indirecte kosten van bepaalde activiteiten worden niet toegerekend aan andere activiteiten. Bijvoorbeeld: specifieke indirecte kosten van onderwijsactiviteiten worden niet toegerekend aan onderzoeksactiviteiten en specifieke indirecte kosten van de marketingafdeling worden niet toegerekend aan R&D activiteiten.
2.4 Toerekenbare indirecte kosten worden evenredig omgeslagen over de activiteiten.
2.5 Directe kosten worden niet nogmaals meegenomen in de indirecte kosten.
2.6 In de systematiek zijn geen winstopslagen opgenomen.
2.7 In de systematiek zijn geen toeslagen voor risico’s opgenomen.
3. Niet in de integrale kostensystematiek op te nemen kostencomponenten 3. Niet in de integrale kostensystematiek op te nemen kostencomponenten
--- ---
3.1 Kosten van algemene research of algemene kennisopbouw1.
3.2 Kosten die al door de overheid of derden zijn of worden gefinancierd. Bijvoorbeeld afschrijvingskosten van reeds gefinancierde gebouwen, installaties en apparatuur.
3.3 Kosten die het gevolg zijn van buitensporige of roekeloze uitgaven2.
3.4 Kosten die door crediteuren in rekening worden gebracht bij te laat betalen.
3.5 Kosten van incourante voorraden.
3.6 Kosten van vaste activa als gevolg van leegstand.
3.7 Kosten van externe subsidie-adviseurs voor zover deze specifiek betrokken zijn bij de aanvraag van individuele projecten.
3.8 Voorzieningen voor mogelijke toekomstige verliezen en schulden (bijvoorbeeld voor dubieuze debiteuren)en voor reorganisatiekosten3.
3.9 Alle indirecte belastingen, waaronder BTW, voor zover die kunnen worden teruggevorderd of verrekend.
3.10 Bemiddelingskosten, transactiekosten en provisies bij het afsluiten van leningen.
3.11 Bemiddelingskosten, transactiekosten en provisies bij het beleggen van geld.
3.12 Rentekosten, met uitzondering van rente voor gebouwen en technische installaties, mits toerekenbaar aan de subsidiabele activiteiten.
3.13 Rekenrente op met eigen vermogen gefinancierde activa4.
3.14 Wisselkoersverliezen.

1 Onder algemene research en kennisopbouw valt basisonderzoek, waaronder het eerste geldstroom onderzoek van universiteiten. De kosten verbonden aan dit onderzoek worden vaak al uit andere bronnen gefinancierd en mogen niet via de integrale kostensystematiek worden toegerekend aan subsidieprojecten.

2 Van buitensporige uitgaven is sprake als subsidie-ontvanger beduidend meer betaalt voor producten, diensten of personeel dan tegen de gangbare markttarieven, waardoor een vermijdbaar verlies wordt geleden of een vermijdbare hoge prijs wordt betaald. Roekeloze uitgaven betreft het onzorgvuldig omgaan met het selecteren van producten, diensten of personeel waardoor eveneens een vermijdbaar verlies wordt geleden of een vermijdbare hoge prijs wordt betaald.

3 Reorganisatiekosten die verband houden met de normale periodieke reorganisaties die nodig zijn om de afdelingen die de subsidiable activiteiten uitvoeren goed te laten functioneren zijn nodig voor de goede uitvoering van deze activiteiten. Daarom kunnen deze reorganisatiekosten zelf wel onderdeel uitmaken van de kostenberekening.

4 Voor universiteiten geldt hier een uitzondering, voor zover activa van universiteiten beslag leggen op eigen vermogen en voor zover die activa toerekenbaar zijn aan de subsidiabele activiteiten. Als rekenrente moet dan de 10-jaars rente van de Bank Nederlandse Gemeenten per primo van een betreffend jaar gehanteerd worden.

3. Focus Maritiem Innovatie Programma

2. Doelstelling Maritiem Innovatie Programma

Behorend bij artikel 4.1

Behorende bij artikel 5.1

Innovatiethema’s

Behorend bij artikel 4.1

India

Binnen fase 2 van het Innovatieprogramma FND worden de volgende innovatiethema’s onderscheiden:

Behorend bij artikel 4.1

Bedrijven en kennisinstellingen hebben samen met het ministerie van EZ het innovatieprogramma Life Sciences & Health (LSH) ontwikkeld. Het programma stimuleert jonge hightech bedrijven nieuwe medische producten (vaccins, geneesmiddelen), behandelingen (weefsel- en orgaanherstel, medische implantaten) en diagnostica te ontwikkelen. Nederland heeft een sterke kennispositie op dit gebied. Bedrijven als Organon, Philips Medical en DSM en diverse jonge, beursgenoteerde life sciences bedrijven als Crucell, Pharming, Octoplus en Galapagos zijn op hun gebied internationaal toonaangevend. De ambitie van het innovatieprogramma LSH is om Nederland een internationale hotspot te laten worden op het gebied van medisch en klinisch onderzoek, waar gezondheidsgerelateerde life sciences bedrijven goed kunnen werken en groeien.

6. Prioriteiten

De kansen op het gebied van life sciences & health liggen vooral op de gebieden personalized medicine, preventieve diagnostiek en regeneratieve geneeskunde. Hier heeft Nederland met het genomics research en het lopende biomedisch onderzoek een goede kennispositie opgebouwd en zijn recent ook enkele belangrijke publiek-private samenwerkingen gestart. Dit betreft TIPharma, het Center for Translational Molecular Medicine (CTMM) en het BioMedical Materials program (BMM), die zich richten op het pre-competitieve deel van de kennisontwikkeling.

Actielijn 1:. kapitaal voor ontwikkelingsprojecten

Europese life sciences bedrijven hebben te maken met de zogenoemde ‘equity gap’. In de groeifase, waarbij nieuwe productconcepten de klinische onderzoeksfase ingaan, is het voor een life sciences bedrijf moeilijk financiering te vinden. In deze actielijn wordt dan ook gepleit voor een risicodragend krediet. Dit krediet moet de hefboom zijn om bedrijven in deze fase mede door een venture capitalist gefinancierd te laten worden.

Europese life sciences bedrijven hebben te maken met de zogenoemde ‘equity gap’. In de groeifase, waarbij nieuwe productconcepten de klinische onderzoeksfase ingaan, is het voor een life sciences bedrijf moeilijk financiering te vinden. In deze actielijn wordt dan ook gepleit voor een risicodragend krediet. Dit krediet moet de hefboom zijn om bedrijven in deze fase mede door een venture capitalist gefinancierd te laten worden.

Actielijn 2:. (internationale) samenwerking stimuleren

De valorisatiestap van concepten die voortkomen uit de publiek-private samenwerkingen is een belangrijke om uiteindelijk tot een medisch innovatief product te komen. De sector pleit dan ook voor ondersteuning bij samenwerking. Het gaat hierbij om ondersteuning bij (internationele) samenwerkingsprojecten en bij facility sharing van bijzondere apparatuur of productiefaciliteiten. Ook vallen netwerkevenementen die R&D-samenwerking stimuleren onder deze actielijn.

Actielijn 3:. overige knelpunten (waaronder human capital, wet- en regelgeving en het stimuleren van ondernemerschap)

Deze actielijn is erop gericht om alle randvoorwaarden om innovaties tot stand te laten komen zo optimaal mogelijk te maken. Het klimaat in Nederland moet buitenlandse LSG-bedrijven aantrekken. Een voorbeeld hiervan is om ervoor te zorgen dat er voldoende gekwalificeerd personeel beschikbaar is (van MBO tot WO) en het verhogen van internationale bekendheid op dit terrein.

Dit hoofdstuk Life Sciences & Health van deze regeling is onderdeel van actielijn 2 van het innovatieprogramma LSH.

Voorbeelden zijn technologie op het gebied van ICT, scheidingen, in line analyse voor processen, miniaturisering van productietechnologie, producttracering en intelligente verpakkingen.

Het kabinet heeft met het topsectorenbeleid gekozen voor het versterken van de concurrentiekracht van die sectoren waarin Nederland wereldwijd uitblinkt. Hiermee wordt het groeivermogen van de Nederlandse economie duurzaam versterkt. De topsector Agri&Food is de stabiele motor van de Nederlandse economie met een omzet van ca. € 50 miljard en de nummer 2-positie in de wereld qua export. Om de krachtige uitgangspositie verder uit te bouwen, werken bedrijfsleven uit de gehele agrifood keten, kennisinstellingen en overheid samen aan kennis en innovatie. De afspraken hierover zijn vastgelegd in het innovatiecontract van de topsector Agri&Food.

Bijlage 6.2

De Strategische doelen en focusgebieden

Specifieke doelen

Binnen het innovatiecontract Agri&Food worden diverse innovatiethema’s onderscheiden die hieronder verder worden beschreven. Binnen deze thema’s worden technische haalbaarheidsstudie, industrieel onderzoek en experimentele ontwikkeling ondersteund. Ondersteuning vindt niet plaats voor projecten die al gestart zijn voordat de aanvraag om subsidie is ingediend.

De innovatiethema’s binnen de hierboven genoemde kansen van de topsector Agri&Food zijn:

Efficient powertrain, Light constructions, Connected car en Vehicle dynamics control.

Deze onderwerpen zijn uitwerkt in de bijlage 6.1.

De Strategische doelen en focusgebieden

Het Nederlandse cluster van automotive bedrijven heeft de ambitie om binnen vijf jaar één van de leidende innovatieprogramma’s in Europa te worden op het gebied van automotive technologie.

De strategische doelstellingen zijn:

Driving guidance

Driving guidance betreft begeleiding- en informatiesystemen voor de verbetering van de mobiliteit. Het beïnvloedt het rijgedrag van de bestuurder voor een betere doorstroming van het verkeer, de verhoging van de actieve- en passieve veiligheid en het ontzien van het milieu. Binnen het focusgebied Driving guidance zijn er drie nadere thema’s vastgesteld:

Driving guidance betreft begeleiding- en informatiesystemen voor de verbetering van de mobiliteit. Het beïnvloedt het rijgedrag van de bestuurder voor een betere doorstroming van het verkeer, de verhoging van de actieve- en passieve veiligheid en het ontzien van het milieu. Binnen het focusgebied Driving guidance zijn er drie nadere thema’s vastgesteld:

Bijlage 6.3. , behorende bij de artikelen 6.1, 6.24 en 6.25

Achtergrond en thema HTAS-Electric Vehicle Technology

In het kabinetsstandpunt ‘aanpak Elektrisch rijden’ (Kamerstukken II 2008/09, 31305, nr. 145) wordt elektrisch rijden als een zeer kansrijke optie aangemerkt om toekomstige automobiliteit duurzaam te maken, de energiepositie te versterken en de economie een structurele impuls te geven. Centrale ambitie in deze aanpak is om Nederland in de periode 2009–2011 tot gidsland en internationale proeftuin voor elektrisch rijden te maken. Om daarna, op basis van de gecreëerde randvoorwaarden en de opgedane leerervaringen, op te schalen en door te groeien naar grootschalige marktintroductie. Het kabinet heeft met dit oogmerk meerdere maatregelen voor de periode 2009–2011 vastgesteld, waarvan er één zich richt op het financieel stimuleren (en daaraan gekoppelde innovatiebevordering) van onderzoek, ontwikkeling en productie van elektrische voertuigen en/of onderdelen daarvoor. Deze actielijn wil bestaande en nieuwe spelers ondersteunen bij het verzilveren van de nieuwe mogelijkheden, uit het oogpunt van het versterken van onze economie, het verbeteren van ons vestigingsklimaat, het vergroten van onze internationale concurrentiepositie en werkgelegenheid. Concreet wordt geconstateerd dat ondernemers en kennisinstellingen voor de productie van elektrische voertuigen en onderdelen nog tegen een aantal belemmeringen aanlopen. De door het kabinet onderkende technische belemmeringen en onzekerheden voor grootschalige marktintroductie zijn:

Bijlage 10b.1. Behorende bij artikel 10b.1

De prioriteiten voor 2010 zijn:

Aandachtsgebieden

Deze onderwerpen zijn uitwerkt in de bijlage 6.1.

De strategische hoofddoelen zijn de hoofddoelen die met het HTAS-innovatieprogramma worden nagestreefd (zie bijlage 6.1). Op het gebied van elektrische voertuigtechnologie in het kader van het thema EVT zal het daarbij in het bijzonder gaan om banengroei, omzetgroei, reductie van brandstofverbruik en verhoging van de verkeersveiligheid.

In het kabinetsstandpunt ‘aanpak Elektrisch rijden’ (Kamerstukken II 2008/09, 31305, nr. 145) wordt elektrisch rijden als een zeer kansrijke optie aangemerkt om toekomstige automobiliteit duurzaam te maken, de energiepositie te versterken en de economie een structurele impuls te geven. Centrale ambitie in deze aanpak is om Nederland in de periode 2009–2011 tot gidsland en internationale proeftuin voor elektrisch rijden te maken. Om daarna, op basis van de gecreëerde randvoorwaarden en de opgedane leerervaringen, op te schalen en door te groeien naar grootschalige marktintroductie. Het kabinet heeft met dit oogmerk meerdere maatregelen voor de periode 2009–2011 vastgesteld, waarvan er één zich richt op het financieel stimuleren (en daaraan gekoppelde innovatiebevordering) van onderzoek, ontwikkeling en productie van elektrische voertuigen en/of onderdelen daarvoor. Deze actielijn wil bestaande en nieuwe spelers ondersteunen bij het verzilveren van de nieuwe mogelijkheden, uit het oogpunt van het versterken van onze economie, het verbeteren van ons vestigingsklimaat, het vergroten van onze internationale concurrentiepositie en werkgelegenheid. Concreet wordt geconstateerd dat ondernemers en kennisinstellingen voor de productie van elektrische voertuigen en onderdelen nog tegen een aantal belemmeringen aanlopen. De door het kabinet onderkende technische belemmeringen en onzekerheden voor grootschalige marktintroductie zijn:

In het kabinetsstandpunt ‘aanpak Elektrisch rijden’ (Kamerstukken II 2008/09, 31305, nr. 145) wordt elektrisch rijden als een zeer kansrijke optie aangemerkt om toekomstige automobiliteit duurzaam te maken, de energiepositie te versterken en de economie een structurele impuls te geven. Centrale ambitie in deze aanpak is om Nederland in de periode 2009–2011 tot gidsland en internationale proeftuin voor elektrisch rijden te maken. Om daarna, op basis van de gecreëerde randvoorwaarden en de opgedane leerervaringen, op te schalen en door te groeien naar grootschalige marktintroductie. Het kabinet heeft met dit oogmerk meerdere maatregelen voor de periode 2009–2011 vastgesteld, waarvan er één zich richt op het financieel stimuleren (en daaraan gekoppelde innovatiebevordering) van onderzoek, ontwikkeling en productie van elektrische voertuigen en/of onderdelen daarvoor. Deze actielijn wil bestaande en nieuwe spelers ondersteunen bij het verzilveren van de nieuwe mogelijkheden, uit het oogpunt van het versterken van onze economie, het verbeteren van ons vestigingsklimaat, het vergroten van onze internationale concurrentiepositie en werkgelegenheid. Concreet wordt geconstateerd dat ondernemers en kennisinstellingen voor de productie van elektrische voertuigen en onderdelen nog tegen een aantal belemmeringen aanlopen. De door het kabinet onderkende technische belemmeringen en onzekerheden voor grootschalige marktintroductie zijn:

Dit type onderwerpen hebben niet alleen de aandacht van de overheid, maar ook van de Nederlandse automotive-industrie. Die deelt de opvatting dat elektrisch rijden perspectief biedt. Internationale ontwikkelingen op het gebied van elektrisch en hybride rijden bieden volgens haar marktkansen in Nederland. Specifiek met betrekking tot elektrische voertuigtechnologie wil de Nederlandse automotive-industrie aan het lopende innovatieprogramma HTAS (High Tech Automotive Systems) een thema toevoegen dat goed aansluit bij de door het kabinet onderkende technische belemmeringen: Electric Vehicle Technology (EVT). Doel daarvan is om de Nederlandse automotive-sector een voorsprong te verschaffen binnen de ontwikkeling van elektrische voertuigen, hun componenten en onderdelen. Het thema EVT richt zich op aspecten waarin de Nederlandse automotive-sector een goede uitgangspositie heeft om in de ontwikkeling van elektrische voertuigen, componenten en onderdelen een competitieve positie te kunnen innemen. De uitdagingen binnen het thema EVT zijn:

Belangrijke specifieke veiligheidsaspecten voor de elektrische auto’s zowel voor de passagiers als het andere verkeer zijn onder meer het gewicht en plaats van de batterij in het geval van botsingen, de elektriciteit en het daarmee geassocieerde brandgevaar en het effect van het hoogvoltage batterij bij botsingen en bij contact met water. Zie voor het volledige document www.htas.nl., dat de genoemde uitdagingen toespitst op de volgende aandachtsgebieden: chassis en body, powertrain, control, auxiliary equipment en integratie. Naast de technologische uitdagingen gaat het thema EVT ook in op de ondersteunende activiteiten die nodig zijn om dit voor Nederland te realiseren, zoals goede samenwerking met de overheid en met de energiesector. Er wordt voorts gestreefd naar extra omzetgroei en een toename van het aantal hightech werknemers op het gebied van elektrische voertuigen met 7.500 in 2020.

De technische belemmeringen die in het kabinetsstandpunt voor elektrisch rijden worden genoemd en de uitdagingen die de Nederlandse automotive-industrie binnen het voorgenomen thema EVT heeft vastgesteld, passen goed bij elkaar. Op basis hiervan zijn de doelstellingen en aandachtsgebieden geformuleerd.

De strategische hoofddoelen zijn de hoofddoelen die met het HTAS-innovatieprogramma worden nagestreefd (zie bijlage 6.1). Op het gebied van elektrische voertuigtechnologie in het kader van het thema EVT zal het daarbij in het bijzonder gaan om banengroei, omzetgroei, reductie van brandstofverbruik en verhoging van de verkeersveiligheid.

Specifieke doelen

Doel is het ondersteunen en versnellen van projecten die bijdragen aan:

Electric Powertrain:

Doel is ten slotte dat de projecten leiden tot concepten die binnen enkele jaren in productie kunnen worden genomen. Daarom dient de nadruk van de projecten te liggen op experimentele ontwikkeling en op activiteiten dicht op de productiefase. Projecten die exclusief gericht zijn op industrieel onderzoek zijn uitgesloten.

Aandachtsgebieden

De projecten moeten passen binnen onderstaande aandachtsgebieden:

Chassis en body:

Ontwikkelingen op het gebied van chassis en body specifiek gericht op de eisen van elektrische voertuigen, rekening houdend met o.a. botsveiligheid, een lichter gewicht, en verbeterde stabiliteit in combinatie met minimale luchtweerstand. Belangrijke aandachtspunten zijn hierbij diverse veiligheidsaspecten ten aanzien van batterij pakketten. Uitgangspunt is een flexibel platform waarop meerdere carrosserievarianten gebouwd kunnen worden.

Electric Powertrain:

Innovatie op het gebied van key-componenten en samengestelde systemen in de gehele elektrische aandrijflijn, zoals batterijtechnologie, on-board snellaadsystemen, systemen voor terugwinning van remenergie, vermogenselektronica. transmissie technologie en tractie-motoren. Batterijontwikkeling richt zich vooral op nieuwe materialen (tbv hogere energiedichtheid,) en packaging en recycling. Daarnaast is er specifieke aandacht voor de ontwikkeling van range extenders.

Bijlage 1a.2. , behorende bij artikel 1a.11, aanhef en onderdeel b

Vervallen

Bijlage 1a.3. , behorende bij artikel 1a.11, aanhef en onderdeel c

Vervallen

Bijlage 1b.1. , behorend bij artikel 1b.13 van de Subsidieregeling sterktes in innovatie

Vervallen

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen 1.1, 11.1, 11.2 en 11.3, die ter inzage worden gelegd bij SenterNovem, Juliana van Stolberglaan 3, Den Haag.

Artikel 4.20

Vervallen

Artikel 4.21

Vervallen

Artikel 4.22

Vervallen

Artikel 4.23

Vervallen

Artikel 4.24

Vervallen

Artikel 4.25

Vervallen

Artikel 4.26

Vervallen

Artikel 4.27

Vervallen

Artikel 4.28

Vervallen

Hoofdstuk 5. Food & Nutrition Delta

§ 6. MIT- innovatieprestatiecontracten

§ 3. FND-innovatieprojecten

Hoofdstuk 6. HTAS-innovatieprojecten

§ 1. Begripsbepalingen HTAS-innovatieprojecten

§ 2. Subsidie aan ETB-samenwerkingsverbanden

Hoofdstuk 7. InnoWATOR

§ 4. HTAS-projecten elektrische voertuigtechnologie

§ 4. Subsidie aan EuroNanoMed-samenwerkingsverbanden

Hoofdstuk 8. Maritiem

§ 2. Maritieme MKB-projecten

Hoofdstuk 9. Point One

§ 1. Begripsbepalingen

Hoofdstuk 10. Polymeren

§ 2a. Point-One MKB-innovatieprojecten

§ 1. Begripsbepalingen InnoWATOR

Hoofdstuk 10a. HighTech Topprojecten

§ 1. Begripsbepalingen HighTech Topprojecten

§ 2. HighTech Topprojecten

Hoofdstuk 10a. HighTech Topprojecten

Hoofdstuk 10b. Kenniswerkers

Hoofdstuk 10. Polymeren

Bijlage 1.1

Ligt ter inzage bij SenterNovem te Den Haag.

Bijlage 4.1

Behorende bij artikel 4.1

Bijlage 1.1

Ligt ter inzage bij SenterNovem te Den Haag.

Bijlage 4.2

Behorend bij artikel 4.1

Behorend bij artikel 4.1

Bijlage 6.2

Bijlage 7.1

Focus op vier kansrijke clusters

Actielijn 1:. kapitaal voor ontwikkelingsprojecten

Behorende bij artikel 4.1

India

Actielijn 1:. kapitaal voor ontwikkelingsprojecten

Bijlage 1a.1. , behorende bij artikel 1a.11, aanhef en onderdeel a

Behorende bij artikel 4.1

Bedrijven en kennisinstellingen hebben samen met het ministerie van EZ het innovatieprogramma Life Sciences & Health (LSH) ontwikkeld. Het programma stimuleert jonge hightech bedrijven nieuwe medische producten (vaccins, geneesmiddelen), behandelingen (weefsel- en orgaanherstel, medische implantaten) en diagnostica te ontwikkelen. Nederland heeft een sterke kennispositie op dit gebied. Bedrijven als Organon, Philips Medical en DSM en diverse jonge, beursgenoteerde life sciences bedrijven als Crucell, Pharming, Octoplus en Galapagos zijn op hun gebied internationaal toonaangevend. De ambitie van het innovatieprogramma LSH is om Nederland een internationale hotspot te laten worden op het gebied van medisch en klinisch onderzoek, waar gezondheidsgerelateerde life sciences bedrijven goed kunnen werken en groeien.

Het ambitieniveau van dit innovatieprogramma is daarbij:

De drie belangrijke knelpunten binnen de LSH-sector zijn de doorgroei van jonge hightech MKB-ers, netwerkvorming en knelpunten binnen het LSH klimaat (o.a. human capital en wet- en regelgeving). Deze knelpunten belemmeren de valorisatie van lopend en nieuw publiek en privaat onderzoek. Deze punten worden met onderstaande agenda aangepakt.

De valorisatiestap van concepten die voortkomen uit de publiek-private samenwerkingen is een belangrijke om uiteindelijk tot een medisch innovatief product te komen. De sector pleit dan ook voor ondersteuning bij samenwerking. Het gaat hierbij om ondersteuning bij (internationele) samenwerkingsprojecten en bij facility sharing van bijzondere apparatuur of productiefaciliteiten. Ook vallen netwerkevenementen die R&D-samenwerking stimuleren onder deze actielijn.

Chassis en body:

Achtergrond

Het kabinet heeft met het topsectorenbeleid gekozen voor het versterken van de concurrentiekracht van die sectoren waarin Nederland wereldwijd uitblinkt. Hiermee wordt het groeivermogen van de Nederlandse economie duurzaam versterkt. De topsector Agri&Food is de stabiele motor van de Nederlandse economie met een omzet van ca. € 50 miljard en de nummer 2-positie in de wereld qua export. Om de krachtige uitgangspositie verder uit te bouwen, werken bedrijfsleven uit de gehele agrifood keten, kennisinstellingen en overheid samen aan kennis en innovatie. De afspraken hierover zijn vastgelegd in het innovatiecontract van de topsector Agri&Food.

Het innovatiecontract wordt uitgevoerd door het Topconsortium voor Kennis en Innovatie (TKI) Agri&Food. De topsector Agri&Food wil de ambities realiseren door in de periode 2012–2015 het vraaggestuurde onderzoek & innovatie te versterken en te investeren in excellente kennis & innovatie op drie strategische kansen voor economische en maatschappelijke groei:

Driving guidance

Het Nederlandse cluster van automotive bedrijven heeft de ambitie om binnen vijf jaar één van de leidende innovatieprogramma’s in Europa te worden op het gebied van automotive technologie.

Bijlage 6.2

Driving guidance

Bij Vehicle efficiency wordt door verbetering van het totale aandrijvingsysteem het brandstofverbruik verminderd. Binnen het focusgebied Vehicle efficiency zijn twee nadere thema’s vastgesteld:

Bij Vehicle efficiency wordt door verbetering van het totale aandrijvingsysteem het brandstofverbruik verminderd. Binnen het focusgebied Vehicle efficiency zijn twee nadere thema’s vastgesteld:

Behorende bij artikel 6.1

Efficient powertrain, Light constructions, Connected car en Vehicle dynamics control.

Strategische hoofddoelen

Bijlage 10.1a

Bijlage behorende bij de artikelen 10a.2 en 10a.9

Bijlage 10.1

Doel is het ondersteunen en versnellen van projecten die bijdragen aan:

De projecten moeten passen binnen onderstaande aandachtsgebieden:

Ontwikkelingen op het gebied van chassis en body specifiek gericht op de eisen van elektrische voertuigen, rekening houdend met o.a. botsveiligheid, een lichter gewicht, en verbeterde stabiliteit in combinatie met minimale luchtweerstand. Belangrijke aandachtspunten zijn hierbij diverse veiligheidsaspecten ten aanzien van batterij pakketten. Uitgangspunt is een flexibel platform waarop meerdere carrosserievarianten gebouwd kunnen worden.

Innovatie op het gebied van key-componenten en samengestelde systemen in de gehele elektrische aandrijflijn, zoals batterijtechnologie, on-board snellaadsystemen, systemen voor terugwinning van remenergie, vermogenselektronica. transmissie technologie en tractie-motoren. Batterijontwikkeling richt zich vooral op nieuwe materialen (tbv hogere energiedichtheid,) en packaging en recycling. Daarnaast is er specifieke aandacht voor de ontwikkeling van range extenders.

Control:

Focus op beheersen en regelen van de integrale aandrijflijn ten behoeve van rijcomfort, veiligheid en optimale energie efficiency. Systeem architectuur en batterij monitoring zullen tevens de nodige ontwikkeling vergen. Daarnaast zal er aandacht zijn voor diverse standaardisatie en communicatieprotocollen met de infrastructuur cq. de buitenwereld.

Auxiliary equipment:

Elektrisch aangedreven auto’s vragen om nieuwe energiezuinige auxiliary (ondersteunende) apparatuur, die opnieuw ontwikkeld dienen te worden. Hier is onder meer te denken aan nieuwe concepten voor voertuig temperatuurmanagement (verwarming & airco), luchtcirculatie, draadloos energie opladen, brandstofcel en solarcel toepassingen.

Integratie:

Elektrische aandrijving geeft nieuwe mogelijkheden voor auto-design, ontwikkeling en engineering. Dus ook een nieuwe geïntegreerde benadering van het gehele voertuig wordt belangrijk. De interfaces met zowel de gebruiker (HMI) maar ook met de infrastructuur (energielaadstations, smart billing, etc) zullen het nodige onderzoek vergen. Tenslotte aandacht voor diverse drivetrain en niet drivetrain accessoires/systemen ter verbetering van de energiehuishouding, comfort en veiligheid van de auto.

Behorende bij de artikelen 8.2, 8.8 en 8.9

Dit wordt onder meer veroorzaakt door de bijzondere kenmerken van de thuismarkt: de vraagzijde lijkt vrijwel verzadigd en wordt gedomineerd door risicomijdende monopolisten (bestuurd worden door overheden) zonder commerciële exportambities; de aanbodzijde is zeer heterogeen en bestaat uit vele middelgrote en kleine productiebedrijven en enkele middelgrote adviesbureaus.

Behorende bij de artikelen 7.1, 7.8 en 7.16

Mij bekend,

Bijlage 3. Logistiek

Vervallen

Bijlage 4. Life Sciences and Health

Vervallen

Bijlage 4.1

Vervallen

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen 1.1, 11.1, 11.2 en 11.3, die ter inzage worden gelegd bij SenterNovem, Juliana van Stolberglaan 3, Den Haag.

Artikel 9.2a

Vervallen

Artikel 9.8a

Vervallen

Artikel 9.17a

Vervallen

Artikel 9.25

Vervallen

Artikel 9.26

Vervallen

Artikel 9.27

Vervallen

Artikel 9.28

Vervallen

Artikel 9.29

Vervallen

Artikel 9.30

Vervallen

Artikel 9.31

Vervallen

Artikel 9.32

Vervallen

Artikel 9.33

Vervallen

Hoofdstuk 10. Polymeren

§ 2. InnoWATOR-projecten

§ 2. Polymeren haalbaarheidsprojecten

§ 4. Internationale Point-One R&D-projecten

§ 4. Polymeren innovatieprojecten

Hoofdstuk 10a. HighTech Topprojecten

§ 1. Begripsbepalingen HighTech Topprojecten

§ 2. HighTech Topprojecten

Hoofdstuk 10b. Kenniswerkers

Hoofdstuk 9. Point-One

Hoofdstuk 10a. HighTech Topprojecten

Bijlage 1.1

Ligt ter inzage bij SenterNovem te Den Haag.

Behorende bij artikel 4.1

Bijlage 5.1

De valorisatiestap van concepten die voortkomen uit de publiek-private samenwerkingen is een belangrijke om uiteindelijk tot een medisch innovatief product te komen. De sector pleit dan ook voor ondersteuning bij samenwerking. Het gaat hierbij om ondersteuning bij (internationele) samenwerkingsprojecten en bij facility sharing van bijzondere apparatuur of productiefaciliteiten. Ook vallen netwerkevenementen die R&D-samenwerking stimuleren onder deze actielijn.

Bijlage 6.1

Bijlage 6.1

Behorende bij artikel 5.1

Actielijn 2:. (internationale) samenwerking stimuleren

Behorend bij artikel 4.1

De kansen op het gebied van life sciences & health liggen vooral op de gebieden personalized medicine, preventieve diagnostiek en regeneratieve geneeskunde. Hier heeft Nederland met het genomics research en het lopende biomedisch onderzoek een goede kennispositie opgebouwd en zijn recent ook enkele belangrijke publiek-private samenwerkingen gestart. Dit betreft TIPharma, het Center for Translational Molecular Medicine (CTMM) en het BioMedical Materials program (BMM), die zich richten op het pre-competitieve deel van de kennisontwikkeling.

3. Complexe specials;

Behorende bij artikel 4.1

Behorend bij artikel 4.1

Vehicle efficiency

Bijlage 6.1

Actielijn 3:. overige knelpunten (waaronder human capital, wet- en regelgeving en het stimuleren van ondernemerschap)

Binnen het TKI Agri&Food is er specifieke aandacht voor de versterking van de innovatiekracht van het MKB. Ten behoeve van de ondersteuning van valorisatie in het agri en food MKB worden instrumenten uit artikel 5.1 ingezet. Deze instrumenten sluiten direct aan op de publiek-private samenwerkingsprojecten van het TKI Agri&Food en faciliteren de eerste fasen van valorisatie in het MKB voordat generieke instrumenten zoals het Innovatiefonds MKB(+) ondersteuning bieden.

Achtergrond en thema HTAS-Electric Vehicle Technology

Vehicle efficiency

Behorende bij artikel 6.1

De prioriteiten voor 2010 zijn:

2. Doel en focus

Bijlage 10.1

Strategische hoofddoelen

Strategische hoofddoelen

De strategische hoofddoelen zijn de hoofddoelen die met het HTAS-innovatieprogramma worden nagestreefd (zie bijlage 6.1). Op het gebied van elektrische voertuigtechnologie in het kader van het thema EVT zal het daarbij in het bijzonder gaan om banengroei, omzetgroei, reductie van brandstofverbruik en verhoging van de verkeersveiligheid.

Electric Powertrain:

Bijlage 1 HTSM. , behorende bij artikel 1b.2

Vervallen

Het hoofddoel van het Innovatieprogramma Watertechnologie luidt:

De Minister van Economische Zaken,

Mij bekend,

De Minister van Economische Zaken,

H.G.J. Kamp

Ontwikkelt u een geïntegreerde vervoersoplossing met verschillende modaliteiten? Of bent u bezig met een bundelingsproject met verschillende modaliteiten?

1. Bundelen en modaliteiten

Ontwikkelt u een geïntegreerde vervoersoplossing met verschillende modaliteiten? Of bent u bezig met een bundelingsproject met verschillende modaliteiten?

Actielijn 1:. kapitaal voor ontwikkelingsprojecten

Binnen het thema Synchromodaal transport worden projecten gevraagd, waarbij ladingeigenaren hun transport (meestal containers) op synchromodale wijze laten afwikkelen, in tegenstelling tot hoe het transport nu wordt georganiseerd. MKB-ers kunnen daartoe kennisvouchers aanvragen of een R&D samenwerkingsproject indienen.

Behorend bij artikel 4.1

Bedrijven en kennisinstellingen hebben samen met het ministerie van EZ het innovatieprogramma Life Sciences & Health (LSH) ontwikkeld. Het programma stimuleert jonge hightech bedrijven nieuwe medische producten (vaccins, geneesmiddelen), behandelingen (weefsel- en orgaanherstel, medische implantaten) en diagnostica te ontwikkelen. Nederland heeft een sterke kennispositie op dit gebied. Bedrijven als Organon, Philips Medical en DSM en diverse jonge, beursgenoteerde life sciences bedrijven als Crucell, Pharming, Octoplus en Galapagos zijn op hun gebied internationaal toonaangevend. De ambitie van het innovatieprogramma LSH is om Nederland een internationale hotspot te laten worden op het gebied van medisch en klinisch onderzoek, waar gezondheidsgerelateerde life sciences bedrijven goed kunnen werken en groeien.

Actielijn 2:. (internationale) samenwerking stimuleren

De kansen op het gebied van life sciences & health liggen vooral op de gebieden personalized medicine, preventieve diagnostiek en regeneratieve geneeskunde. Hier heeft Nederland met het genomics research en het lopende biomedisch onderzoek een goede kennispositie opgebouwd en zijn recent ook enkele belangrijke publiek-private samenwerkingen gestart. Dit betreft TIPharma, het Center for Translational Molecular Medicine (CTMM) en het BioMedical Materials program (BMM), die zich richten op het pre-competitieve deel van de kennisontwikkeling.

Actielijn 3:. overige knelpunten (waaronder human capital, wet- en regelgeving en het stimuleren van ondernemerschap)

Het MKB vervult een belangrijke rol in internationale handelsfacilitatie. Niet alleen als importerende of exporterende partij, maar ook in de dienstverlening aan bedrijven om te helpen te voldoen aan alle regelgeving. Vanuit deze rol wordt MKB-ers gevraagd projecten in te dienen, waarin ze bijdragen aan betere integratie van toezicht in logistieke ketens.

Bijlage 10.1

Vervallen

Bijlage 10.1a

Vervallen

Bijlage 10b.1. Behorende bij artikel 10b.1

Vervallen

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen 1.1, 11.1, 11.2 en 11.3, die ter inzage worden gelegd bij SenterNovem, Juliana van Stolberglaan 3, Den Haag.

Hoofdstuk 7. InnoWATOR

§ 2. FND-haalbaarheidsprojecten

§ 2. InnoWATOR-projecten

Hoofdstuk 8. Maritiem

§ 1. Begripsbepalingen

§ 1. Begripsbepalingen

§ 2. HTAS-doorbraakprojecten

§ 2a. Point-One MKB-innovatieprojecten

Hoofdstuk 10. Polymeren

§ 2. InnoWATOR-projecten

§ 2a. Point-One MKB-innovatieprojecten

§ 3. Internationale innoWATOR-projecten

§ 5. University-Industry Interaction

§ 4. Polymeren innovatieprojecten

§ 1. Begripsbepalingen polymeren

Hoofdstuk 10a. HighTech Topprojecten

Hoofdstuk 10a. HighTech Topprojecten

Bijlage 4.2

Actielijn 2:. (internationale) samenwerking stimuleren

Bijlage 5.1

Actielijn 2:. (internationale) samenwerking stimuleren

Bijlage 6.1

Driving guidance

Bijlage 6.2

Bijlage 7.1

De drie belangrijke knelpunten binnen de LSH-sector zijn de doorgroei van jonge hightech MKB-ers, netwerkvorming en knelpunten binnen het LSH klimaat (o.a. human capital en wet- en regelgeving). Deze knelpunten belemmeren de valorisatie van lopend en nieuw publiek en privaat onderzoek. Deze punten worden met onderstaande agenda aangepakt.

Behorende bij artikel 4.1

Focus op vier kansrijke clusters

Actielijn 2:. (internationale) samenwerking stimuleren

Innovatiethema’s

Actielijn 1:. kapitaal voor ontwikkelingsprojecten

Bijlage 9.1

Driving guidance

Behorende bij artikel 6.1

De automotive sector wil deze ambitie en doelstellingen bereiken door in te zetten op twee focusgebieden waarin Nederland internationaal kan excelleren. Deze focusgebieden betreffen Driving guidance en Vehicle efficiency.

Vehicle efficiency

Achtergrond en thema HTAS-Electric Vehicle Technology

Chassis en body:

Auxiliary equipment:

Elektrisch aangedreven auto’s vragen om nieuwe energiezuinige auxiliary (ondersteunende) apparatuur, die opnieuw ontwikkeld dienen te worden. Hier is onder meer te denken aan nieuwe concepten voor voertuig temperatuurmanagement (verwarming & airco), luchtcirculatie, draadloos energie opladen, brandstofcel en solarcel toepassingen.

Bijlage 1c.1. , behorend bij artikel 1c.29, eerste lid, van de Subsidieregeling sterktes in innovatie

Vervallen

Elektrische aandrijving geeft nieuwe mogelijkheden voor auto-design, ontwikkeling en engineering. Dus ook een nieuwe geïntegreerde benadering van het gehele voertuig wordt belangrijk. De interfaces met zowel de gebruiker (HMI) maar ook met de infrastructuur (energielaadstations, smart billing, etc) zullen het nodige onderzoek vergen. Tenslotte aandacht voor diverse drivetrain en niet drivetrain accessoires/systemen ter verbetering van de energiehuishouding, comfort en veiligheid van de auto.

Behorende bij de artikelen 7.1, 7.8 en 7.16

Synchromodaliteit is het optimaal benutten van de verschillende modaliteiten in een geïntegreerde vervoersoplossing. Dat kan op corridors en in regio’s waar voldoende ladingaanbod is, zodat hoogfrequent vervoer via (alle) modaliteiten kan plaatsvinden. Verladers kunnen hun goederen synchromodaal laten transporteren door deze zonder voorkeur voor een modaliteit aan te bieden, dat wil zeggen, zonder dat de modaliteit van het transport vooraf wordt vastgelegd. Wel worden uiteraard prestatiecriteria vastgesteld (bijv. betrouwbaarheid) en kan het percentage dat minimaal via binnenvaart en/of spoor wordt getransporteerd onderdeel uitmaken van het Service Level Agreement (SLA). Ook kunnen verladers zelf, door het bundelen van hun goederenstroom met andere verladers, het transport synchromodaal organiseren. Een vereiste is dat minimaal sprake moet zijn van twee modaliteiten. Dus bijvoorbeeld naast wegtransport minimaal één andere modaliteit.

Behorende bij artikel 4.1

India

2. (Inter)nationale handel

Tevens worden MKB-ers gevraagd om bundelingsprojecten in te dienen. Het gaat dan om het gezamenlijk aanbieden en afhandelen van lading.

2. (Inter)nationale handel

Het ambitieniveau van dit innovatieprogramma is daarbij:

Instrumenten ter bevordering van innovatie

De drie belangrijke knelpunten binnen de LSH-sector zijn de doorgroei van jonge hightech MKB-ers, netwerkvorming en knelpunten binnen het LSH klimaat (o.a. human capital en wet- en regelgeving). Deze knelpunten belemmeren de valorisatie van lopend en nieuw publiek en privaat onderzoek. Deze punten worden met onderstaande agenda aangepakt.

Actielijn 1:. kapitaal voor ontwikkelingsprojecten

Europese life sciences bedrijven hebben te maken met de zogenoemde ‘equity gap’. In de groeifase, waarbij nieuwe productconcepten de klinische onderzoeksfase ingaan, is het voor een life sciences bedrijf moeilijk financiering te vinden. In deze actielijn wordt dan ook gepleit voor een risicodragend krediet. Dit krediet moet de hefboom zijn om bedrijven in deze fase mede door een venture capitalist gefinancierd te laten worden.

Bijlage 10h.1. behorende bij de artikelen 10h.1 en 10h.9

Vervallen

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen 1.1, 11.1, 11.2 en 11.3, die ter inzage worden gelegd bij SenterNovem, Juliana van Stolberglaan 3, Den Haag.

Artikel 7.20

Vervallen

Artikel 7.21

Vervallen

Artikel 7.22

Vervallen

Artikel 7.23

Vervallen

Artikel 7.24

Vervallen

Artikel 7.25

Vervallen

Artikel 7.26

Vervallen

Artikel 7.27

Vervallen

Artikel 7.28

Vervallen

Hoofdstuk 9. Point One

§ 3. Maritieme innovatieprojecten

§ 1. Begripsbepalingen InnoWATOR

Hoofdstuk 10. Polymeren

§ 2. Polymeren haalbaarheidsprojecten

§ 4. InnoWATOR-garantiefaciliteit

Hoofdstuk 10a. HighTech Topprojecten

§ 1. Begripsbepalingen HighTech Topprojecten

§ 3. Polymeren MKB-innovatieprojecten

Hoofdstuk 10b. Kenniswerkers

Hoofdstuk 11. Formulieren

Hoofdstuk 12. Slotbepalingen

Bijlage 1.1

Ligt ter inzage bij SenterNovem te Den Haag.

Bijlage 4.1

Bijlage 5.1

Bijlage 6.2

Bijlage 7.1

Bijlage 1a.1. , behorende bij artikel 1a.11, aanhef en onderdeel a

Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden

B. Samenwerking;

Vehicle efficiency

Bijlage 6.2

Behorende bij artikel 6.1

Behorende bij de artikelen 6.1, 6.15 en 6.16

Electric Powertrain:

Bijlage 10.1

Focus op beheersen en regelen van de integrale aandrijflijn ten behoeve van rijcomfort, veiligheid en optimale energie efficiency. Systeem architectuur en batterij monitoring zullen tevens de nodige ontwikkeling vergen. Daarnaast zal er aandacht zijn voor diverse standaardisatie en communicatieprotocollen met de infrastructuur cq. de buitenwereld.

Integratie:

Logistiek

Bijlage 5. Water

Vervallen

3. Samenwerken in en over de keten

Ook wordt niet altijd gebruik gemaakt van de voordelen die bijvoorbeeld een AEO-certificering biedt. Zo kan bijvoorbeeld in de aangifte voor tijdelijke opslag (SAL) verwezen worden naar de Entry Summary Declaration, wat een hoop tijd en kosten kan besparen, maar wordt deze mogelijkheid onvoldoende benut. Kennisdelingsprojecten kunnen dit potentieel voor MKB vergroten.

3. Samenwerken in en over de keten

Hebt u slimme oplossingen om samenwerking en bundeling in uw keten of tussen verschillende ketens te verbeteren? Wilt u hiervoor de logistiek op een geïntegreerde manier aansturen?

Instrumenten ter bevordering van innovatie

Dit hoofdstuk Life Sciences & Health van deze regeling is onderdeel van actielijn 2 van het innovatieprogramma LSH.

1. Inleiding

Uiteraard kunnen aanvragen combinaties van gebruikers en ontwikkelaars omvatten.

Achtergrond

Het kabinet heeft met het topsectorenbeleid gekozen voor het versterken van de concurrentiekracht van die sectoren waarin Nederland wereldwijd uitblinkt. Hiermee wordt het groeivermogen van de Nederlandse economie duurzaam versterkt. De topsector Agri&Food is de stabiele motor van de Nederlandse economie met een omzet van ca. € 50 miljard en de nummer 2-positie in de wereld qua export. Om de krachtige uitgangspositie verder uit te bouwen, werken bedrijfsleven uit de gehele agrifood keten, kennisinstellingen en overheid samen aan kennis en innovatie. De afspraken hierover zijn vastgelegd in het innovatiecontract van de topsector Agri&Food.

Bijlage 6.1

Behorende bij de artikelen 6.1, 6.15 en 6.16

Binnen het innovatiecontract Agri&Food worden diverse innovatiethema’s onderscheiden die hieronder verder worden beschreven. Binnen deze thema’s worden technische haalbaarheidsstudie, industrieel onderzoek en experimentele ontwikkeling ondersteund. Ondersteuning vindt niet plaats voor projecten die al gestart zijn voordat de aanvraag om subsidie is ingediend.

4. Prioriteiten

Vehicle efficiency

2. Doelstelling

Behorende bij de artikelen 6.1, 6.15 en 6.16

De Strategische doelen en focusgebieden

5. Supply Chain Finance

1. Achtergrond

De automotive sector wil deze ambitie en doelstellingen bereiken door in te zetten op twee focusgebieden waarin Nederland internationaal kan excelleren. Deze focusgebieden betreffen Driving guidance en Vehicle efficiency.

Bent u bezig met het ontwikkelen en toepassen van nieuwe financieringsmogelijkheden in de logistieke keten? Haalt u op een innovatieve manier kosten uit de keten en zoekt u hierin nieuwe samenwerkingsmogelijkheden? Voor uzelf of als dienstverlener voor anderen?

Achtergrond en thema HTAS-Electric Vehicle Technology

Vehicle efficiency

b. MKB-innovatieprojecten

3. Strategisch hoofddoel en focus

Behorende bij artikel 6.1

Strategische hoofddoelen

Efficient powertrain, Light constructions, Connected car en Vehicle dynamics control.

Deze onderwerpen zijn uitwerkt in de bijlage 6.1.

Behorende bij artikel 4.1

Achtergrond en thema HTAS-Electric Vehicle Technology

Aandachtsgebieden

Behorend bij artikel 4.1

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)