Regeling van de Minister van Economische Zaken van 3 december 2008, nr. WJZ/8187136, houdende vaststelling van subsidie-instrumenten op het terrein van sterktes in innovatie (Subsidieregeling sterktes in innovatie)
| 1. Beschrijving integrale kostensystematiek | 1. Beschrijving integrale kostensystematiek |
|---|---|
| Opzet systematiek | Opzet systematiek |
| 1.1 | Welke kostendragers gebruikt de organisatie in de integrale kostensystematiek? |
| 1.2 | Hoe worden de indirecte kosten toegerekend aan de kostendragers? |
| 1.3 | Worden de jaarlijkse tarieven op basis van de integrale kostensystematiek voorcalculatorisch vastgesteld? Als de subsidie-ontvanger jaarlijks vooraf de tarieven vaststelt, is aan het begin van het jaar duidelijk wat de tarieven van dat jaar zijn. Deze tarieven worden gehanteerd bij begroting en ook bij de vaststelling van projecten. Als de subsidie-ontvanger niet met voorcalculatorische tarieven werkt dan toelichten. |
| 1.4 | Hoe worden de uitgangscijfers bepaald die voor de jaarlijkse berekening van de tarieven gebruikt worden? |
| 1.5 | Sinds wanneer wordt deze integrale kostensystematiek door de organisatie toegepast? |
| 1.6 | Is er een wijziging van de integrale kostensystematiek gepland en zo ja wanneer? |
| Over personeelskosten | Over personeelskosten |
| 1.7 | Is het personeel ingedeeld in tariefgroepen? Zo ja, welke? |
| 1.8 | Hoe wordt het aantal direct productieve uren per voltijd werknemer berekend en wat is het aantal direct productieve uren per voltijd werknemer? Is dit aantal gelijk voor alle personen? Zo nee, licht toe. |
| Over machines en apparatuur | Over machines en apparatuur |
| 1.9 | Zijn de kosten voor machines en apparatuur onderdeel van de integrale kostensystematiek? Zo ja, geldt dat voor alle machines en apparatuur of zijn er ook machines en apparaten die in projecten als aparte post worden begroot? |
| 2. Basisvoorwaarden integrale kostensystematiek | 2. Basisvoorwaarden integrale kostensystematiek |
| --- | --- |
| 2.1 | De toerekeningssystematiek en -principes (verdeelsleutels en -mechanismen van indirecte kosten; normen voor percentages, etc.) worden in de hele organisatie stelselmatig toegepast. |
| 2.2 | Kosten worden op een bedrijfseconomische aanvaardbare en stelselmatige wijze aan kostendragers toegerekend. Deze toerekening is transparant en controleerbaar. |
| 2.3 | Specifieke indirecte kosten van bepaalde activiteiten worden niet toegerekend aan andere activiteiten. Bijvoorbeeld: specifieke indirecte kosten van onderwijsactiviteiten worden niet toegerekend aan onderzoeksactiviteiten en specifieke indirecte kosten van de marketingafdeling worden niet toegerekend aan R&D activiteiten. |
| 2.4 | Toerekenbare indirecte kosten worden evenredig omgeslagen over de activiteiten. |
| 2.5 | Directe kosten worden niet nogmaals meegenomen in de indirecte kosten. |
| 2.6 | In de systematiek zijn geen winstopslagen opgenomen1 |
| 2.7 | In de systematiek zijn geen toeslagen voor risico’s opgenomen. |
1 Winstopslagen bij transacties binnen een groep worden wel in aanmerking genomen, maar alleen voor zover het gebruikelijk is die winstopslagen ook bij soortgelijke transacties buiten de groep in rekening te brengen (art. 10 lid 5 Kaderbesluit EZ subsidies).
| 3. Niet in de integrale kostensystematiek op te nemen kostencomponenten | 3. Niet in de integrale kostensystematiek op te nemen kostencomponenten |
|---|---|
| 3.1 | Kosten van algemene research1. |
| 3.2 | Kosten die al door de overheid of derden zijn of worden gefinancierd. Bijvoorbeeld afschrijvingskosten van reeds gefinancierde gebouwen, installaties en apparatuur. |
| 3.3 | Kosten die het gevolg zijn van buitensporige of roekeloze uitgaven2. |
| 3.4 | Kosten die door crediteuren in rekening worden gebracht bij te laat betalen. |
| 3.5 | Kosten van incourante voorraden. |
| 3.6 | Kosten van vaste activa als gevolg van leegstand buiten de normale bezetting. |
| 3.7 | Kosten van externe subsidie-adviseurs voor zover deze specifiek betrokken zijn bij de aanvraag van individuele projecten. |
| 3.8 | Voorzieningen en reserveringen voor verliezen en schulden3. |
| 3.9 | Alle indirecte belastingen, waaronder BTW, voor zover die kunnen worden teruggevorderd of verrekend. |
| 3.10 | Bemiddelingskosten, transactiekosten en provisies bij het afsluiten van leningen. |
| 3.11 | Bemiddelingskosten, transactiekosten en provisies bij het beleggen van geld. |
| 3.12 | Rentekosten, met uitzondering van rente voor gebouwen en technische installaties, mits toerekenbaar aan de subsidiabele activiteiten. |
| 3.13 | Rekenrente op met eigen vermogen gefinancierde activa4 |
| 3.14 | Wisselkoersverliezen. |
1 Onder algemene research valt basisonderzoek, waaronder het eerste geldstroom onderzoek van universiteiten. De directe kosten van algemene research mogen niet zonder meer deel uitmaken van de integrale kostensytematiek. De indirecte kosten die aan algemene research zijn verbonden kunnen wel deel uitmaken van de systematiek, mits deze kosten evenredig worden omgeslagen over alle activiteiten.
2 Van buitensporige uitgaven is sprake als subsidie-ontvanger beduidend meer betaalt voor producten, diensten of personeel dan tegen de gangbare markttarieven, waardoor een vermijdbaar verlies wordt geleden of een vermijdbare hoge prijs wordt betaald. Roekeloze uitgaven betreft het onzorgvuldig omgaan met het selecteren van producten, diensten of personeel waardoor eveneens een vermijdbaar verlies wordt geleden of een vermijdbare hoge prijs wordt betaald.
3 Deze uitsluiting betreft reserveringen en voorzieningen die niet rechtstreeks aan kosten voor normale bedijfsuitoefening verbonden zijn. Overlopende activa en passiva zijn dus niet uitgesloten.
4 Voor universiteiten geldt hier een uitzondering, voor zover activa van universiteiten beslag leggen op eigen vermogen en voor zover die activa toerekenbaar zijn aan de subsidiabele activiteiten. Als rekenrente moet dan de 10-jaars rente van de Bank Nederlandse Gemeenten per primo van een betreffend jaar gehanteerd worden.
Bijlage 1.1. behorende bij artikel 1.2, eerste lid
Het rapport van feitelijke bevindingen wordt opgesteld overeenkomstig de Nadere voorschriften controle- en overige standaarden (ex Artikel A-130.7 VGC) van het NIVRA. In het rapport van feitelijke bevindingen rapporteert de accountant over de hieronder genoemde aspecten en aandachtspunten van de integrale kostensystematiek.
| 1. Beschrijving integrale kostensystematiek | 1. Beschrijving integrale kostensystematiek |
|---|---|
| Opzet systematiek | Opzet systematiek |
| 1.1 | Welke kostendragers gebruikt de organisatie in de integrale kostensystematiek? |
| 1.2 | Hoe worden de indirecte kosten toegerekend aan de kostendragers? |
| 1.3 | Worden de jaarlijkse tarieven op basis van de integrale kostensystematiek voorcalculatorisch vastgesteld? Als de subsidie-ontvanger jaarlijks vooraf de tarieven vaststelt, is aan het begin van het jaar duidelijk wat de tarieven van dat jaar zijn. Deze tarieven worden gehanteerd bij begroting en ook bij de vaststelling van projecten. Als de subsidie-ontvanger niet met voorcalculatorische tarieven werkt dan toelichten. |
| 1.4 | Hoe worden de uitgangscijfers bepaald die voor de jaarlijkse berekening van de tarieven gebruikt worden? |
| 1.5 | Sinds wanneer wordt deze integrale kostensystematiek door de organisatie toegepast? |
| 1.6 | Is er een wijziging van de integrale kostensystematiek gepland en zo ja wanneer? |
| Over personeelskosten | Over personeelskosten |
| 1.7 | Is het personeel ingedeeld in tariefgroepen? Zo ja, welke? |
| 1.8 | Hoe wordt het aantal direct productieve uren per voltijd werknemer berekend en wat is het aantal direct productieve uren per voltijd werknemer? Is dit aantal gelijk voor alle personen? Zo nee, licht toe. |
| Over machines en apparatuur | Over machines en apparatuur |
| 1.9 | Zijn de kosten voor machines en apparatuur onderdeel van de integrale kostensystematiek? Zo ja, geldt dat voor alle machines en apparatuur of zijn er ook machines en apparaten die in projecten als aparte post worden begroot? |
| 2. Basisvoorwaarden integrale kostensystematiek | 2. Basisvoorwaarden integrale kostensystematiek |
| --- | --- |
| 2.1 | De toerekeningssystematiek en -principes (verdeelsleutels en -mechanismen van indirecte kosten; normen voor percentages, etc.) worden in de hele organisatie stelselmatig toegepast. |
| 2.2 | Kosten worden op een bedrijfseconomische aanvaardbare en stelselmatige wijze aan kostendragers toegerekend. Deze toerekening is transparant en controleerbaar. |
| 2.3 | Specifieke indirecte kosten van bepaalde activiteiten worden niet toegerekend aan andere activiteiten. Bijvoorbeeld: specifieke indirecte kosten van onderwijsactiviteiten worden niet toegerekend aan onderzoeksactiviteiten en specifieke indirecte kosten van de marketingafdeling worden niet toegerekend aan R&D activiteiten. |
| 2.4 | Toerekenbare indirecte kosten worden evenredig omgeslagen over de activiteiten. |
| 2.5 | Directe kosten worden niet nogmaals meegenomen in de indirecte kosten. |
| 2.6 | In de systematiek zijn geen winstopslagen opgenomen1 |
| 2.7 | In de systematiek zijn geen toeslagen voor risico’s opgenomen. |
1 Winstopslagen bij transacties binnen een groep worden wel in aanmerking genomen, maar alleen voor zover het gebruikelijk is die winstopslagen ook bij soortgelijke transacties buiten de groep in rekening te brengen (art. 10 lid 5 Kaderbesluit EZ subsidies).
| 3. Niet in de integrale kostensystematiek op te nemen kostencomponenten | 3. Niet in de integrale kostensystematiek op te nemen kostencomponenten |
|---|---|
| 3.1 | Kosten van algemene research1. |
| 3.2 | Kosten die al door de overheid of derden zijn of worden gefinancierd. Bijvoorbeeld afschrijvingskosten van reeds gefinancierde gebouwen, installaties en apparatuur. |
| 3.3 | Kosten die het gevolg zijn van buitensporige of roekeloze uitgaven2. |
| 3.4 | Kosten die door crediteuren in rekening worden gebracht bij te laat betalen. |
| 3.5 | Kosten van incourante voorraden. |
| 3.6 | Kosten van vaste activa als gevolg van leegstand buiten de normale bezetting. |
| 3.7 | Kosten van externe subsidie-adviseurs voor zover deze specifiek betrokken zijn bij de aanvraag van individuele projecten. |
| 3.8 | Voorzieningen en reserveringen voor verliezen en schulden3. |
| 3.9 | Alle indirecte belastingen, waaronder BTW, voor zover die kunnen worden teruggevorderd of verrekend. |
| 3.10 | Bemiddelingskosten, transactiekosten en provisies bij het afsluiten van leningen. |
| 3.11 | Bemiddelingskosten, transactiekosten en provisies bij het beleggen van geld. |
| 3.12 | Rentekosten, met uitzondering van rente voor gebouwen en technische installaties, mits toerekenbaar aan de subsidiabele activiteiten. |
| 3.13 | Rekenrente op met eigen vermogen gefinancierde activa4 |
| 3.14 | Wisselkoersverliezen. |
1 Onder algemene research valt basisonderzoek, waaronder het eerste geldstroom onderzoek van universiteiten. De directe kosten van algemene research mogen niet zonder meer deel uitmaken van de integrale kostensytematiek. De indirecte kosten die aan algemene research zijn verbonden kunnen wel deel uitmaken van de systematiek, mits deze kosten evenredig worden omgeslagen over alle activiteiten.
2 Van buitensporige uitgaven is sprake als subsidie-ontvanger beduidend meer betaalt voor producten, diensten of personeel dan tegen de gangbare markttarieven, waardoor een vermijdbaar verlies wordt geleden of een vermijdbare hoge prijs wordt betaald. Roekeloze uitgaven betreft het onzorgvuldig omgaan met het selecteren van producten, diensten of personeel waardoor eveneens een vermijdbaar verlies wordt geleden of een vermijdbare hoge prijs wordt betaald.
3 Deze uitsluiting betreft reserveringen en voorzieningen die niet rechtstreeks aan kosten voor normale bedijfsuitoefening verbonden zijn. Overlopende activa en passiva zijn dus niet uitgesloten.
4 Voor universiteiten geldt hier een uitzondering, voor zover activa van universiteiten beslag leggen op eigen vermogen en voor zover die activa toerekenbaar zijn aan de subsidiabele activiteiten. Als rekenrente moet dan de 10-jaars rente van de Bank Nederlandse Gemeenten per primo van een betreffend jaar gehanteerd worden.
Bijlage 5.1. behorende bij artikel 5.1
Bijlage 6.1
Bijlage 6.3. , behorende bij de artikelen 6.1, 6.24 en 6.25
Bijlage 1c.2. , behorend bij artikel 1c.29, tweede lid, van de Subsidieregeling sterktes in innovatie
Vervallen
Bijlage 11.2. , behorende bij artikel 11.1, onderdeel b.
Vervallen
4. Service Logistiek
Driving guidance
Bijlage 5. Water
Ligt ter inzage bij het Ministerie van Economische Zaken.
Bijlage 10.1a
Bijlage behorende bij de artikelen 10a.2 en 10a.9
Behorende bij artikel 6.1
Bijlage 10h.1. behorende bij de artikelen 10h.1 en 10h.9
Bijlage 9.1. Behorende bij de artikelen 9.1a, 9.1e, 9.2, 9.6, 9.7, 9.13 en 9.21
In de meerjarenroadmap en het jaarplan (of Annual Plan) van Point-One staat een integrale richtlijn voor onderzoek- en ontwikkelingsactiviteiten die gezamenlijk worden ondernomen door grote bedrijven, MKB’s, overheid, universiteiten en andere publiek gefinancierde onderzoeksorganisaties. De meerjarenroadmap en het jaarplan zijn te vinden op www.point-one.nl en www.agentschapnl.nl/pointone.
Een tweede belangrijke doelstelling is dat de projecten een bijdrage leveren aan standaardisatie en bredere toepassing van de ontwikkelde technologie. Als inhoudelijke uitgangspunten voor de R&D-projecten en innovatieprojecten geldt dat het moet gaan om projecten van hoge kwaliteit en met een aansprekend karakter. Een zwaartepunt binnen de regeling is het beter benutten van het innovatief potentieel van het MKB en het beter betrekken van het MKB in nationale en internationale netwerken.
Gegevens aanvrager 7
Bijlage 11.2. , behorende bij artikel 11.1, onderdeel b.
Bijlage 11.2. , behorende bij artikel 11.1, onderdeel b.
Bijlage 11.3
Ligt ter inzage bij SenterNovem te Den Haag.
Behorende bij de artikelen 10.1, 10.13 en 10.20
III. Financial logistics en creatieve sector tezamen
II. Financial logistics
Contactpersoon aanvrager4
Bijlage 11.3
Ligt ter inzage bij SenterNovem te Den Haag.
De controle kan worden uitgevoerd door een accountant als bedoeld in artikel 393, eerste lid van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. De gevraagde verklaring kan ook worden verstrekt door een niet als openbaar accountant optredend intern accountant, mits deze volstaat aan de bepalingen welke gesteld zijn in deel B2 van de Verordening Gedragscode van het Koninklijk NIVRA.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen 1.1, 11.1, 11.2 en 11.3, die ter inzage worden gelegd bij SenterNovem, Juliana van Stolberglaan 3, Den Haag.
Artikel 10e.1a
Vervallen
Hoofdstuk 10f. Prekwalificatie ESA-programma’s
Hoofdstuk 11. Formulieren
Hoofdstuk 12. Slotbepalingen
Bijlage 4.1
Bijlage 6.2
Bijlage 6.3. , behorende bij de artikelen 6.1, 6.24 en 6.25
Bijlage 1c.3. , behorende bij artikel 1c.29, derde lid, van de Subsidieregeling sterktes in innovatie
Vervallen
Bijlage 9.1. Behorende bij de artikelen 9.1a, 9.1e, 9.2, 9.6, 9.7, 9.13 en 9.21
Bijlage 6.2
Bijlage 10h.1. behorende bij de artikelen 10h.1 en 10h.9
Bijlage 7.1
Bijlage 11.4
Bijlage 11.5
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen 1.1, 11.1, 11.2 en 11.3, die ter inzage worden gelegd bij SenterNovem, Juliana van Stolberglaan 3, Den Haag.
§ 1. Algemene bepalingen
Artikel 1b.1
Vervallen
Artikel 1b.2
Vervallen
Artikel 1b.3
Vervallen
§ 2. Netwerkactiviteiten
Artikel 1b.4
Vervallen
Artikel 1b.5
Vervallen
Artikel 1b.6
Vervallen
§ 3. Ondersteuning door innovatiemakelaars
Artikel 1b.7
Vervallen
Artikel 1b.8
Vervallen
Artikel 1b.9
Vervallen
Artikel 1b.10
Vervallen
§ 4. Slotbepalingen
Artikel 1b.11
Vervallen
Artikel 1b.12
Vervallen
Artikel 1b.13
Vervallen
Hoofdstuk 1c. MKB innovatiestimulering topsectoren
Artikel 1c.1
Vervallen
Artikel 1c.2
Vervallen
Artikel 1c.3
Vervallen
§ 2. MIT-haalbaarheidsstudies
Artikel 1c.4
Vervallen
Artikel 1c.5
Vervallen
Artikel 1c.6
Vervallen
Artikel 1c.7
Vervallen
Artikel 1c.8
Vervallen
Artikel 1c.9
Vervallen
Artikel 1c.10
Vervallen
Artikel 1c.11
Vervallen
Artikel 1c.12
Vervallen
Artikel 1c.13
Vervallen
§ 3.2. Verstrekking van subsidie aan kennisinstellingen
Artikel 1c.14
Vervallen
Artikel 1c.15
Vervallen
Artikel 1c.16
Vervallen
Artikel 1c.17
Vervallen
Artikel 1c.18
Vervallen
Artikel 1c.19
Vervallen
Artikel 1c.20
Vervallen
§ 5. MIT-R&D-samenwerkingsprojecten
Artikel 1c.21
Vervallen
Artikel 1c.22
Vervallen
Artikel 1c.23
Vervallen
Artikel 1c.24
Vervallen
Artikel 1c.25
Vervallen
Artikel 1c.26
Vervallen
Artikel 1c.27
Vervallen
Artikel 1c.28
Vervallen
Artikel 1c.29
Vervallen
Hoofdstuk 2. Internationaal innoveren
Hoofdstuk 3. IOP’s
Hoofdstuk 4. Life Sciences & Health
§ 1. Begripsbepalingen Life Sciences & Health
§ 4. Subsidie aan EuroNanoMed-samenwerkingsverbanden
Hoofdstuk 5. Food & Nutrition Delta
§ 1. Begripsbepalingen Food & Nutrition Delta
§ 3. FND-innovatieprojecten
§ 4. FND-MKB-innovatieprojecten
Hoofdstuk 6. HTAS-innovatieprojecten
§ 1. Begripsbepalingen HTAS-innovatieprojecten
§ 3. HTAS-internationale innovatieprojecten
Hoofdstuk 9. Point-One
§ 1. Begripsbepalingen Point-One
§ 2. Point-One haalbaarheidsprojecten
§ 3. Point-One R&D-projecten
§ 4. Internationale Point-One R&D-projecten
§ 5. University-Industry Interaction
Hoofdstuk 10. Polymeren
§ 1. Begripsbepalingen polymeren
§ 2. Polymeren haalbaarheidsprojecten
§ 3. Polymeren MKB-innovatieprojecten
§ 4. Polymeren innovatieprojecten
Hoofdstuk 10a. HighTech Topprojecten
§ 1. Begripsbepalingen HighTech Topprojecten
§ 2. HighTech Topprojecten
Hoofdstuk 10b. Kenniswerkers
Hoofdstuk 10c. Civiele vliegtuigontwikkeling
Hoofdstuk 10d. Technologische topinstituten
Hoofdstuk 10e. Innovatieve scheepsbouw
Hoofdstuk 10f. Prekwalificatie ESA-programma’s
Hoofdstuk 10g. Strategisch onderzoeksprogramma vliegtuigontwikkeling
Hoofdstuk 10h. Service innovaion & ICT
Hoofdstuk 11. Formulieren
Hoofdstuk 12. Slotbepalingen
Bijlage 1.1. behorende bij artikel 1.2, eerste lid
Vervallen
Bijlage 1c.4. , behorende bij artikel 1c.29, derde lid, van de Subsidieregeling sterktes in innovatie
Vervallen
Bijlage 6.3. , behorende bij de artikelen 6.1, 6.24 en 6.25
Bijlage 5.1. behorende bij artikel 5.1
Bijlage 8.1. behorende bij de artikelen 8.1, 8.7 en 8.15
Bijlage 8.1. behorende bij de artikelen 8.1, 8.7 en 8.15
'From Good to Great in Dutch Technologies' - een Nederlandse 'Silicon Valley': dit is de ambitie van het strategisch innovatieprogramma Point-One. Het doel van Point-One is het creëren van een toonaangevend ecosysteem, leidend op wereldniveau, met betrekking tot nano-elektronica, mechatronica en embedded systemen in Nederland, vergelijkbaar met dat van Sillicon Valley en complementair aan de grote clusters in Crolles, Dresden en Parijs. Daarvoor richt het programma zich actief op het samenbrengen van publiek gefinancierde onderzoeksorganisaties en het high-tech bedrijfsleven (groot bedrijf en MKB). Point-One richt zich in de kern op het opbouwen van een hecht en dynamisch netwerk van grote en kleine bedrijven en publiek gefinancierde onderzoeksorganisaties (hierna: Point-One ecosysteem). Een beter gebruik van elkaars kwaliteiten en expertise levert op termijn veel meer rendement en slagkracht op. Hetzelfde geldt voor het opereren vanuit een internationaal onderscheidende focus en een heldere strategie.
Deze subsidieregeling die bedoeld is voor onderzoek en ontwikkeling in het kader van het Point-One programma bestaat uit vijf onderdelen:
Bijlage 10.1
Het doel is verbreding en versterking van de technologische basis van het Point-One ecosysteem op het gebied van nano-elektronica mechatronica en embedded systemen zoals beschreven in de meerjarenroadmap en Annual Plan 2009 van Point-One. Een belangrijk aspect hierbij is het stimuleren en vergroten van de betrokkenheid van het innovatieve MKB in het Point-One Ecosysteem. De subsidie moet een impuls geven aan een meer structurele en strategische samenwerking. De opzet van brede consortia waarin op gemeenschappelijke basis R&D wordt uitgevoerd is hier de basis voor. De R&D-projecten moeten leiden tot concepten die uiteindelijk industrieel toepasbaar zijn. De projecten moeten breed van opzet zijn, waarin de industriële waardeketen, van publiek gefinancierde onderzoeksorganisaties, MKB-clusters tot aan Original Equipment Manufacturers (verder OEMers), zo goed mogelijk is vertegenwoordigd. De samenwerkingsverbanden hebben een duidelijke inbreng van het MKB. Aanvragen worden afgewezen als onaannemelijk is dat ten minste 20 procent van de werkzaamheden wordt uitgevoerd door MKB-ondernemers in het Point-One R&D samenwerkingsverband. In het Annual Plan zijn streefwaarden opgenomen voor toe te kennen subsidie aan ondernemingen die een jaarlijkse omzet hebben van minder dan € 500.000.000, waaronder MKB ondernemingen.
Nederland heeft een sterke maritieme sector. Deze sector omvat een aantal belangrijke wereldspelers in de offshore en de maritieme maakindustrie, een groot aantal kleine bedrijven en enkele internationaal bekende kennisinstituten. De sector vormt als cluster binnen Nederland een goed georganiseerd geheel waarin zowel wetenschappelijke kennis, toepassingskennis als commerciële kennis van de wereldmarkt wordt verenigd. De maritieme cluster is een onderdeel van het zogenaamd sleutelgebied ‘Water’, zoals gedefinieerd door het Nederlandse Innovatieplatform.
Bijlage 10.1a
Bijlage 10b.1. Behorende bij artikel 10b.1
Het Polymeren Innovatie Programma bestaat voor een groot deel uit precompetitieve research, uitgevoerd binnen het DPI. Daarnaast is een DPI-Value Center (DPI-VC) opgericht dat zich richt op het ondersteunen van voornamelijk MKB en starters door de samenwerking te bevorderen, bedrijven met elkaar en met onderzoeksorganisaties in contact te brengen, versterken business development op diverse onderdelen. Hierdoor ontstaat nieuwe business met een hoge toegevoegde waarde of wordt de bedrijvigheid uitgebreid. De time to market en time to profit van veelbelovende innovatieprojecten wordt bekort. De slaagkans van innovatieprojecten wordt verhoogd. Tevens kan het DPI-VC best practices voor succesvolle aanpak van innovatieprojecten met een hoog risico opstellen.
Bijlage 10h.1. behorende bij de artikelen 10h.1 en 10h.9
Bijlage 11.1
Bijlage 11.4
Bijlage 11.5
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen 1.1, 11.1, 11.2 en 11.3, die ter inzage worden gelegd bij SenterNovem, Juliana van Stolberglaan 3, Den Haag.
Bijlage 2 T&U. , behorende bij artikel 1c.2
Vervallen
Bijlage 4.2
Vervallen
Bijlage 6. Chemie, Biobased en Energie
Ligt ter inzage bij het Ministerie van Economische Zaken.
Bijlage 6.2
Bijlage 6.2
Bijlage 8.1. behorende bij de artikelen 8.1, 8.7 en 8.15
Bijlage 10.1
Bijlage 10h.1. behorende bij de artikelen 10h.1 en 10h.9
Bijlage 11.1
Bijlage 11.2. , behorende bij artikel 11.1, onderdeel b.
Bijlage 11.4
Bijlage 11.5
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen 1.1, 11.1, 11.2 en 11.3, die ter inzage worden gelegd bij SenterNovem, Juliana van Stolberglaan 3, Den Haag.
Bijlage 4. Life Sciences and Health
Ligt ter inzage bij het Ministerie van Economische Zaken.
Bijlage 6.3. , behorende bij de artikelen 6.1, 6.24 en 6.25
Bijlage 5. Water
Ligt ter inzage bij het Ministerie van Economische Zaken.
Bijlage 6.3. , behorende bij de artikelen 6.1, 6.24 en 6.25
Bijlage 8.1. behorende bij de artikelen 8.1, 8.7 en 8.15
Bijlage 10.1a
Bijlage 10b.1. Behorende bij artikel 10b.1
Bijlage 10h.1. behorende bij de artikelen 10h.1 en 10h.9
Bijlage 11.1
Bedrijf/organisatie
Bedrijf/organisatie
Gegevens aanvrager 6
Bijlage 11.2. , behorende bij artikel 11.1, onderdeel b.
Bijlage 11.3
Ligt ter inzage bij SenterNovem te Den Haag.
Bijlage 11.2. , behorende bij artikel 11.1, onderdeel b.
Bijlage 11.3
Ligt ter inzage bij SenterNovem te Den Haag.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen 1.1, 11.1, 11.2 en 11.3, die ter inzage worden gelegd bij SenterNovem, Juliana van Stolberglaan 3, Den Haag.
Artikel 1a.4a. (projecttoeslag)
De hoogte van de projecttoeslag bedraagt 25% van de som van de private bijdragen die in totaal voor het desbetreffende samenwerkingsproject aan onderzoeksorganisaties verschuldigd zullen worden.
Artikel 1a.3, tweede en zesde lid, zijn op de hoogte van projecttoeslag van toepassing met dien verstande dat niet de private bijdrage in een jaar maar de private bijdrage voor het project als geheel in aanmerking wordt genomen.
De Minister verstrekt uitsluitend projecttoeslag indien de verschuldigdheid van de private bijdragen en de inzet in natura blijkt uit een bij de aanvraag gevoegd afschrift van een ondertekende samenwerkingsovereenkomst.
Projecttoeslag wordt niet verstrekt voor samenwerkingsprojecten die een looptijd hebben van meer dan vijf jaar.
Op grond van dit artikel voor projecttoeslag in aanmerking genomen private bijdragen en inzet in natura worden niet in aanmerking genomen voor bepaling van de hoogte van de programmatoeslag.
Artikel 1a.4b. (algemeen nut beogende instellingen)
In afwijking van de artikelen 1a.3, eerste lid, en 1a.4a, eerste lid, worden private bijdragen afkomstig van instellingen als bedoeld in artikel 5b, eerste lid, van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, die deelnemen aan samenwerkingsprojecten die passen binnen een programma als bedoeld in artikel 1b.2, eerste lid, tot ten hoogste € 8.000.000 per programma, per jaar in aanmerking genomen. Indien de in een bepaalde openstellingsperiode ingediende aanvragen dit bedrag voor een bepaald programma overschrijden, worden de in de desbetreffende aanvragen opgenomen bedragen op volgorde van binnenkomst in aanmerking genomen.
Hoofdstuk 1b. TKI MKB-versterking
§ 1. Algemene bepalingen
§ 2. Netwerkactiviteiten
§ 3. Ondersteuning door innovatiemakelaars
Hoofdstuk 1c. MKB innovatiestimulering topsectoren
§ 1. Algemene bepalingen
§ 2. MIT-haalbaarheidsstudies
§ 5. MIT-R&D-samenwerkingsprojecten
§ 7. Slotbepalingen
Hoofdstuk 2. Internationaal innoveren
Hoofdstuk 3. IOP’s
Hoofdstuk 4. Life Sciences & Health
Hoofdstuk 5. Food & Nutrition Delta
§ 3. FND-innovatieprojecten
Hoofdstuk 6. HTAS-innovatieprojecten
Hoofdstuk 7. InnoWATOR
§ 2. Maritieme MKB-projecten
§ 3. Maritieme innovatieprojecten
Hoofdstuk 9. Point-One
§ 2a. Point-One MKB-innovatieprojecten
§ 3. Point-One R&D-projecten
§ 4. Internationale Point-One R&D-projecten
§ 5. University-Industry Interaction
Hoofdstuk 10. Polymeren
§ 2. Polymeren haalbaarheidsprojecten
§ 3. Polymeren MKB-innovatieprojecten
§ 4. Polymeren innovatieprojecten
Hoofdstuk 10a. HighTech Topprojecten
§ 2. HighTech Topprojecten
Hoofdstuk 10b. Kenniswerkers
Hoofdstuk 10c. Civiele vliegtuigontwikkeling
Hoofdstuk 10d. Technologische topinstituten
Hoofdstuk 10e. Innovatieve scheepsbouw
Hoofdstuk 10f. Prekwalificatie ESA-programma’s
Hoofdstuk 10g. Strategisch onderzoeksprogramma vliegtuigontwikkeling
Hoofdstuk 10h. Service innovaion & ICT
Hoofdstuk 12. Slotbepalingen
Bijlage 4. Life Sciences and Health
Ligt ter inzage bij het Ministerie van Economische Zaken.
Bijlage 4.1
Bijlage 4.2
Bijlage 6.3. , behorende bij de artikelen 6.1, 6.24 en 6.25
Bijlage 7. Creatief
Ligt ter inzage bij het Ministerie van Economische Zaken.
Bijlage 7.1
Bijlage 8.1. behorende bij de artikelen 8.1, 8.7 en 8.15
Bijlage 10.1
Bijlage 10.1a
Bijlage 10b.1. Behorende bij artikel 10b.1
Bijlage 11.1
Machtiging aanvrager 2
Aldus naar waarheid ingevuld:
Bijlage 11.4
Bijlage 11.5
Artikel 1c.25a
Vervallen
§ 6. MIT- innovatieprestatiecontracten
§ 7. Slotbepalingen
Hoofdstuk 2. Internationaal innoveren
Hoofdstuk 3. IOP’s
Hoofdstuk 5. Food & Nutrition Delta
Hoofdstuk 6. HTAS-innovatieprojecten
Hoofdstuk 7. InnoWATOR
Hoofdstuk 8. Maritiem
§ 2. Maritieme MKB-projecten
§ 1. Begripsbepalingen Point-One
§ 2a. Point-One MKB-innovatieprojecten
§ 4. Internationale Point-One R&D-projecten
§ 5. University-Industry Interaction
Hoofdstuk 10. Polymeren
§ 1. Begripsbepalingen polymeren
§ 2. Polymeren haalbaarheidsprojecten
§ 3. Polymeren MKB-innovatieprojecten
§ 4. Polymeren innovatieprojecten
Hoofdstuk 10a. HighTech Topprojecten
§ 1. Begripsbepalingen HighTech Topprojecten
§ 2. HighTech Topprojecten
Hoofdstuk 10b. Kenniswerkers
Hoofdstuk 10c. Civiele vliegtuigontwikkeling
Hoofdstuk 10d. Technologische topinstituten
Hoofdstuk 10e. Innovatieve scheepsbouw
Hoofdstuk 10f. Prekwalificatie ESA-programma’s
Hoofdstuk 10g. Strategisch onderzoeksprogramma vliegtuigontwikkeling
Hoofdstuk 10h. Service innovaion & ICT
Hoofdstuk 11. Formulieren
Hoofdstuk 12. Slotbepalingen
Bijlage 5.1. behorende bij artikel 5.1
Vervallen
Bijlage 11.4
Vervallen
Bijlage 6. Chemie, Biobased en Energie
Ligt ter inzage bij het Ministerie van Economische Zaken.
Bijlage 6.1
Bijlage 10.1
Bijlage 10.1a
Bijlage 11.1
Bijlage 11.2. , behorende bij artikel 11.1, onderdeel b.
Bijlage 11.3
Ligt ter inzage bij SenterNovem te Den Haag.
Bijlage 11.4
Bijlage 11.5
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst met uitzondering van de bijlagen 1.1, 11.1, 11.2 en 11.3, die ter inzage worden gelegd bij SenterNovem, Juliana van Stolberglaan 3, Den Haag.
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
§ 1. Algemene bepalingen
§ 2. Netwerkactiviteiten
§ 3. Ondersteuning door innovatiemakelaars
§ 4. Slotbepalingen
§ 2. MIT-haalbaarheidsstudies
§ 3. MIT-kennisvouchers
§ 3.2. Verstrekking van subsidie aan kennisinstellingen
§ 5. MIT-R&D-samenwerkingsprojecten
Bijlage 6.1
Vervallen
Bijlage 6.3. , behorende bij de artikelen 6.1, 6.24 en 6.25
Vervallen
Bijlage 7. Creatief
Vervallen
Bijlage 7.1
Vervallen
Bijlage 8. Agrifood
Vervallen
Bijlage 8.1. behorende bij de artikelen 8.1, 8.7 en 8.15
Vervallen
Bijlage 11.5
Vervallen
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)