Regeling van de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties van 24 juni 2010, nr. 2010-0000147401, CZW/WVOB, houdende regels over functies voor het personeel van de veiligheidsregio’s (Regeling personeel veiligheidsregio’s)
Signaleert problemen; herkent belangrijke informatie; legt verbanden tussen gegevens. Spoort mogelijke oorzaken van problemen op; zoekt ter zake doende gegevens.
2.1. Kerntaken en taakgebieden
Is zich bewust van maatschappelijke en politieke ontwikkelingen of andere omgevingsfactoren. Speelt in op deze ontwikkelingen en vertaalt deze naar het eigen werkgebied.
Supplement j. Uitwerking competentieoverzicht
Verricht zonder hulp van anderen taken, probeert op eigen kracht probleemsituaties de baas te worden. Handelt volgens eigen overtuiging, onafhankelijk van anderen.
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
De volgende competenties worden als aanwezig verondersteld:
4.1. Competenties
Selecteert één te volgen verantwoorde strategie voor zichzelf (en anderen), ondanks onvolledigheid in kennis van alternatieven en van hun risico's.
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Overtuigt anderen van een bepaald standpunt om instemming te krijgen met bepaalde plannen, ideeën of producten.
Supplement g. Functie regionaal operationeel leider
Signaleert problemen; herkent belangrijke informatie; legt verbanden tussen gegevens. Spoort mogelijke oorzaken van problemen op; zoekt ter zake doende gegevens.
1.1. Algemene informatie
Is zich bewust van maatschappelijke en politieke ontwikkelingen of andere omgevingsfactoren. Speelt in op deze ontwikkelingen en vertaalt deze naar het eigen werkgebied.
2.1. Kerntaken
Verricht zonder hulp van anderen taken, probeert op eigen kracht probleemsituaties de baas te worden. Handelt volgens eigen overtuiging, onafhankelijk van anderen.
G17:. Energie
De volgende competenties worden als aanwezig verondersteld:
G18:. Discipline
De regionaal operationeel leider is eindverantwoordelijk voor het (opnieuw) organiseren van de randvoorwaarden voor het realiseren van de crisiscommunicatie.
Organisatiecompetenties
Zorgen voor communicatie op basis van het onjuiste beeld over de crisisorganisatie in de media en maatschappij.
Zorgen voor communicatie ondanks de positie en snelheid van (sociale) media.
De regionaal operationeel leider is verantwoordelijk voor het adviseren van het bevoegd gezag bij niet opgeschaalde (of dreiging van) incidenten met een bepaalde uitstraling of effecten.
Kerntaak 1:. Leiding geven aan het ROT
4.1. Competenties
Signaleert problemen; herkent belangrijke informatie; legt verbanden tussen gegevens. Spoort mogelijke oorzaken van problemen op; zoekt terzake doende gegevens.
Overtuigingskracht
Blijft onder tijdsdruk, hoge werkdruk en bemoeilijkende omstandigheden adequaat functioneren (bijvoorbeeld tegenslag, teleurstelling).
Plannen, organiseren en coördineren
Geeft situationeel sturing aan een individuele medewerker en/of een groep in het kader van de taakvervulling.
Politiek-bestuurlijk inzicht
Selecteert één te volgen verantwoorde strategie voor zichzelf (en anderen), ondanks onvolledigheid in kennis van alternatieven en van hun risico's.
Probleemanalyse
Is zich bewust van maatschappelijke en politieke ontwikkelingen of andere omgevingsfactoren. Speelt in op deze ontwikkelingen en vertaalt deze naar het eigen werkgebied.
Samenwerken
Zich inzetten om met anderen resultaten te bereiken en daarmee bijdragen aan een gezamenlijk doel. Denken en handelen vanuit gemeenschappelijke belangen.
Stressbestendigheid
Kalm, objectief en effectief blijven functioneren bij tijdsdruk, tegenslag, teleurstelling of tegenspel. Om kunnen gaan met weerstanden.
Functienaam: Functionaris crisiscommunicatie commando plaats incident/communicatieadviseur CoPI
Beschrijving van de functie: De functionaris crisiscommunicatie commando plaats incident/
De communicatieadviseur CoPI:
De competenties voor de functie voorlichtingsfunctionaris commando plaats incident zijn te vinden in onderstaande tabel.
De communicatieadviseur CoPI handelt op basis van de kaders (strategie en doelstellingen) en mandaten waarbinnen de communicatie-operatie plaatsvindt (informatievoorziening, schadebeperking, betekenisgeving). Stemt hierover af met leider CoPI en andere partners.
De communicatieadviseur CoPI informeert publiek en pers over feiten, omstandigheden, te voorziene ontwikkelingen en aandachtspunten.
De communicatieadviseur CoPI draagt bij aan het omgevingsbeeld en rapporteert over communicatiefeiten en -gebeurtenissen, aard, toon en ervaring met publiek en media.
3.1. Uitwerking kerntaken
De communicatieadviseur CoPI:
Is en houdt zich op de hoogte van de beleidsontwikkelingen m.b.t. de rampenorganisaties en inhoudelijke processen en procedures. Kent de relevante sleutelfiguren in het beleids- en uitvoeringsveld.
Selecteert één te volgen verantwoorde strategie voor zichzelf (en anderen), ondanks onvolledigheid in kennis van alternatieven en van hun risico's.
Niveau C (afwegen)
Overtuigt anderen van een bepaald standpunt om instemming te krijgen met bepaalde plannen, ideeën of producten.
Niveau C (acceptatie bereiken)
Samenwerken
Niveau C (terugkoppelen)
Verricht zonder hulp van anderen taken, probeert op eigen kracht probleemsituaties de baas te worden. Handelt volgens eigen overtuiging, onafhankelijk van anderen.
Niveau B (proberen)
Bijlage C. behorende bij artikel 1 lid 3 Regeling personeel veiligheidsregio’s
Stressbestendig
De volgende competenties worden als aanwezig verondersteld:
Supplement i. Functionaris crisiscommunicatie regionaal operationeel team/communicatieadviseur ROT
Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 3, sub i van het Besluit personeel veiligheidsregio’s.
Niveau 3
Strategische en organisatorische competenties (organisatie)
Kerntaak 1:. Leidinggeven aan het gemeenschappelijk meldkamerproces
De communicatieadviseur ROT:
2.1. Kerntaken en taakgebieden
De communicatieadviseur ROT deelt informatie over het omgevingsbeeld en meldt welke communicatieactiviteiten in voorbereiding zijn en op welke van de communicatiedoelstellingen het accent ligt.
2.2. Competenties
De communicatieadviseur ROT deelt informatie, besluiten en inzetopdrachten binnen het ROT en analyseert welke informatie relevant is voor het communicatieproces.
De communicatieadviseur ROT deelt en bespreekt informatie, besluiten en opdrachten van het ROT met het hoofd crisiscommunicatie.
Creëren van nieuwe en originele ideeën, werkwijzen en toepassingen door het combineren van formele en informele informatie, bestaande en nieuwe oplossingen/aanpakken.
4.1. Competenties
Supplement j. Uitwerking competentieoverzicht
Werkzaamheden
Overtuigt anderen van een bepaald standpunt om instemming te krijgen met bepaalde plannen, ideeën of producten.
Kerncompetenties
Werkzaamheden
Niveau B (relaties leggen)
Bijlage C. behorende bij artikel 1 lid 3 Regeling personeel veiligheidsregio’s
Leren en reflecteren
Verricht zonder hulp van anderen taken, probeert op eigen kracht probleemsituaties de baas te worden. Handelt volgens eigen overtuiging, onafhankelijk van anderen.
Analyseren
2.1. Kerntaken
Communiceren
Ideeën, meningen en informatie aan anderen overdragen in voor de ontvanger begrijpelijke taal, gebaren en non-verbale signalen. Tactvol en effectief reageren op behoeften en gevoelens van anderen, taal en terminologie aanpassen aan de doelgroep (incl. Engels).
Daadkracht
Niveau 1
Delegeren
Eigen taken, beslissingsbevoegdheden en verantwoordelijkheden op duidelijke wijze toedelen aan juiste medewerkers.
Inleven
Niveau 1
Leiding geven
Op inspirerende wijze richting geven. Tonen van voorbeeldgedrag. Delegeren. Randvoorwaarden scheppen en mensen motiveren zodat resultaten bereikt worden. Charisma.
Systematisch onderzoeken en alloceren van problemen en vragen. Ontleden van relevante informatie, achtergronden en structuren. Verbanden leggen tussen gegevens en overzien van relaties tussen oorzaak en gevolg.
3.1. Uitwerking kerntaken
Oordelen
Werkzaamheden
De evaluator multidisciplinair oefenen zorgt ervoor dat hij een heldere opdrachtformulering ontvangt. Hij bereidt zich aan de hand van de opdrachtkaders en relevante documentatie voor op het observeren en evalueren van de multidisciplinaire oefening en maakt werkafspraken met zijn collega evaluatoren.
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Plannen, organiseren en coördineren
Werkzaamheden
Niveau 3:
Resultaatgericht
Probleemanalyse
Werkzaamheden
Niveau 2
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Probleem oplossen
Werkzaamheden
Niveau 1
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Bijlage C. behorende bij artikel 1 lid 3 Regeling personeel veiligheidsregio’s
Leren en reflecteren
Terugkijken op het eigen functioneren en het gedrag daaraan aanpassen of ondernemen van ontwikkelacties om tot verbetering van eigen functioneren en vaardigheden te komen. Je kwetsbaar durven opstellen en fouten durven maken. Actief werken aan zelfontwikkeling.
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Supplement c. Functie informatiemanager commando plaats incident
Sociaal, maatschappelijke en communicatieve competenties (omgeving): dit betreft de sociale, maatschappelijke en communicatieve competenties die betrekking hebben op de interactie met de omgeving zowel extern als intern. Deze competenties zijn vervolgens gekoppeld aan een niveauduiding
Competenties
In supplement l. zijn de niveaus van aansturing uitgewerkt.
2.1. Kerntaak
Kerntaak 1:. Zorg dragen voor het informatieproces in het COPI
Niveau 2:
2.2. Competenties
Voor deze functie zijn de acht belangrijkste competenties benoemd. Dit zijn de competenties die minimaal noodzakelijk worden geacht voor de betreffende functionaris om succesvol te functioneren.
Ideeën, meningen en informatie aan anderen overdragen in voor de ontvanger begrijpelijke taal, gebaren en non-verbale signalen. Tactvol en effectief reageren op behoeften en gevoelens van anderen, taal en terminologie aanpassen aan de doelgroep (incl. Engels).
Niveau 1
3.1. Uitwerking kerntaken
Kerntaak 1:. Zorg dragen voor het informatieproces in het COPI
Inleven
Onderkennen van gevoelens en behoeften van anderen. Verplaatsen in anderen en zich bewust tonen van de invloed van het eigen handelen.
Bijlage C. behorende bij artikel 1 lid 3 Regeling personeel veiligheidsregio’s
Supplement d. Functie informatiemanager regionaal operationeel team
Niveau 3:
Daadkracht
Op adequate en krachtige wijze nemen van beslissingen op basis van een inzichtelijke afweging en eigen oordeel, ook als kennis en/of informatie beperkt is en tevens het uitvoeren en afronden van activiteiten. Handelen naar en ‘staan voor’ een genomen besluit (van zichzelf of een ander).
Probleem oplossen
Mondeling communiceren
Ideeën, meningen en informatie aan anderen overdragen in voor de ontvanger begrijpelijke taal, gebaren en non-verbale signalen. Tactvol en effectief reageren op behoeften en gevoelens van anderen, taal en terminologie aanpassen aan de doelgroep (incl. Engels).
Kerntaak 2:. Leiding geven aan de sectie informatiemanagement in het ROT
Niveau 3:
Innoveren en creativiteit
Niveau 1
2.2. Competenties
Niveau 2
Op inspirerende wijze richting geven. Tonen van voorbeeldgedrag. Delegeren. Randvoorwaarden scheppen en mensen motiveren zodat resultaten bereikt worden. Charisma.
Niveau 1
3.1. Uitwerking kerntaken
Kerntaak 1:. Sturing geven aan het regionale informatieproces
Onafhankelijk
Zelfstandig en zelfbewust werken. Om kunnen gaan met eisen, veranderingen en hindernissen. Eigen standpunten innemen en verdedigen, rekening houdend met de missie van de organisatie.
Niveau 1
Kerntaak 2:. Sturing geven aan de regionale informatieorganisatie
Werkzaamheden
Niveau 2:
Kerntaak 3:. Optreden als adviseur in het informatieproces
Innoveren/creativiteit
Niveau 2
Bijlage C. behorende bij artikel 1 lid 3 Regeling personeel veiligheidsregio’s
Inleven
Onderkennen van gevoelens en behoeften van anderen. Verplaatsen in anderen en zich bewust tonen van de invloed van het eigen handelen.
1.1. Algemene informatie
Niveau 2
2.1. Kerntaken
Onafhankelijk
Zelfstandig en zelfbewust werken. Om kunnen gaan met eisen, veranderingen en hindernissen. Eigen standpunten innemen en verdedigen, rekening houdend met de missie van de organisatie.
Kerntaak 2:. Adviseren en informeren van het lokale bestuur (GRIP 1)/de regionaal operationeel leider (GRIP 2 en hoger)
Niveau 2:
2.2. Competenties
Voor deze functie zijn de acht belangrijkste competenties benoemd. Dit zijn de competenties die minimaal noodzakelijk worden geacht voor de betreffende functionaris om succesvol te functioneren.
Aanpassen van de eigen stijl, benadering en gedrag aan wisselende eisen en omstandigheden. Openstaan voor nieuwe ideeën en actief zoeken naar alternatieven om het gestelde doel te bereiken.
Niveau 1
3.1. Uitwerking kerntaken
Kerntaak 1:. Leidinggeven aan het COPI
Maatschappelijk georiënteerd
Laten blijken geïnformeerd te zijn over maatschappelijke en politieke ontwikkelingen of andere omgevingsfactoren en deze kennis effectief benutten voor de eigen functie of organisatie.
Kerntaak 2:. Adviseren en informeren van het lokale bestuur (GRIP 1)/de regionaal operationeel leider (GRIP 2 en hoger)
Werkzaamheden
Niveau 3:
Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:
Bijlage C. behorende bij artikel 1 lid 3 Regeling personeel veiligheidsregio’s
Supplement f. Functie procesmanager multidisciplinair oefenen
Niveau 2:
1.1. Algemene informatie
Leren en reflecteren
Kerntaak 1:. Bijdragen aan beleidsvorming op het gebied van multidisciplinaire OTO activiteiten
Niveau 3:
Niveau 2
Sociaal, maatschappelijke en communicatieve competenties (omgeving)
Dit betreft sociale, maatschappelijke en communicatieve competenties die betrekking hebben op de interactie met de omgeving zowel extern als intern.
Daadkracht
Op adequate en krachtige wijze nemen van beslissingen op basis van een inzichtelijke afweging en eigen oordeel, ook als kennis en/of informatie beperkt is en tevens het uitvoeren en afronden van activiteiten. Handelen naar en ‘staan voor’ een genomen besluit (van zichzelf of een ander).
Kerntaak 4:. Het leren van multidisciplinaire OTO activiteiten door de cyclische inzet van evaluaties
Niveau 2:
Niveau 3:
Mondeling communiceren
Ideeën, meningen en informatie aan anderen overdragen in voor de ontvanger begrijpelijke taal, gebaren en non-verbale signalen. Tactvol en effectief reageren op behoeften en gevoelens van anderen, taal en terminologie aanpassen aan de doelgroep (incl. Engels).
Niveau 1
3.1. Uitwerking kerntaken
Kerntaak 1:. Bijdragen aan beleidsvorming op het gebied van multidisciplinaire OTO activiteiten
Inleven
Onderkennen van gevoelens en behoeften van anderen. Verplaatsen in anderen en zich bewust tonen van de invloed van het eigen handelen.
Niveau 1
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Kerntaak 2:. Het ontwikkelen, organiseren en uitvoeren van multidisciplinaire OTO activiteiten
Daadkracht
Op adequate en krachtige wijze nemen van beslissingen op basis van een inzichtelijke afweging en eigen oordeel, ook als kennis en/of informatie beperkt is en tevens het uitvoeren en afronden van activiteiten. Handelen naar en ‘staan voor’ een genomen besluit (van zichzelf of een ander).
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Mondeling communiceren
Werkzaamheden
Niveau 1
Daadkracht
Kerntaak 4:. Het leren van multidisciplinaire OTO activiteiten door de cyclische inzet van evaluaties
Werkzaamheden
Niveau 3
Evaluatie heeft enerzijds tot doel inhoudelijke en organisatorische verbeteringen te realiseren in de activiteiten. Anderzijds dient de cyclische evaluatie aantoonbaar te leiden tot verdere professionalisering van de betrokkenen. De PMO adviseert in het aanbrengen van noodzakelijke en gewenste verbeteringen in de multidisciplinaire activiteiten. Tevens adviseert hij in de wenselijkheid en noodzaak van gerichte professionaliseringsacties (zoals scholing, coaching, training en dergelijke).
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Kerntaak 5:. Het verzorgen van communicatie en public relations in het kader van de multidisciplinaire OTO activiteiten
Werkzaamheden
Niveau 3:
Onafhankelijk
Bijlage C. behorende bij artikel 1 lid 3 Regeling personeel veiligheidsregio’s
Supplement g. Functie regionaal operationeel leider
Niveau 2
1.1. Algemene informatie
In supplement l. zijn de niveaus van aansturing uitgewerkt.
2.1. Kerntaken
Kerntaak 1:. Leiding geven aan het ROT
Niveau 2
Kerntaak 2:. Adviseren en informeren aan/van het beleidsteam
De regionaal operationeel leider, is verantwoordelijk voor de benodigde informatie overdracht en advisering aan de burgemeester (beleidsteam). Hij vertaalt de tactische informatie waar nodig naar strategische beslispunten en treedt in voorkomende gevallen namens het ROT op als adviseur. (Vanaf GRIP 2 is de regionaal operationeel leider verantwoordelijk voor het samenstellen van realistische multidisciplinair samengestelde scenario’s, heldere adviezen en beslispunten voor het beleidsteam.)
2.2. Competenties
Niveau 1
Niveau 2
Niveau 3
Onafhankelijk
Kerntaak 1:. Leiding geven aan het ROT
Werkzaamheden
Niveau 2:
Kerntaak 2:. Adviseren en informeren aan/van het beleidsteam
Flexibel
Aanpassen van de eigen stijl, benadering en gedrag aan wisselende eisen en omstandigheden. Openstaan voor nieuwe ideeën en actief zoeken naar alternatieven om het gestelde doel te bereiken.
Bijlage C. behorende bij artikel 1 lid 3 Regeling personeel veiligheidsregio’s
Supplement h. Functie voorlichtingsfunctionaris commando plaats incident
Niveau 3
Maatschappelijk georiënteerd
Laten blijken geïnformeerd te zijn over maatschappelijke en politieke ontwikkelingen of andere omgevingsfactoren en deze kennis effectief benutten voor de eigen functie of organisatie.
2.1. Kerntaken
Kerntaak 1:. Informeren van media
Niveau 3:
Leiderschap
Op inspirerende wijze richting geven. Tonen van voorbeeldgedrag. Delegeren. Randvoorwaarden scheppen en mensen motiveren zodat resultaten bereikt worden. Charisma.
2.2. Competenties
Voor deze functie zijn de acht belangrijkste competenties benoemd. Dit zijn de competenties die minimaal noodzakelijk worden geacht voor de betreffende functionaris om succesvol te functioneren.
Anticiperen op en onderkennen van de relevantie van gebeurtenissen die van invloed zijn op de positionering van de brandweer en rampenbestrijdingsorganisatie in de politiek-bestuurlijke context.
Niveau 1:
3.1. Uitwerking kerntaken
Kerntaak 1:. Informeren van media
Werkzaamheden
De voorlichtingsfunctionaris commando plaats incident (COPI) heeft als primaire taak het informeren van de media en het geven van sturing aan het totale proces voorlichting bij het plaats incident. Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:
Kerntaak 2:. Informatie delen
Werkzaamheden
Het doeltreffend en doelmatig verzamelen van informatie en die delen binnen het COPI en met de voorlichter ROT bij melding en opschaling conform de GRIP structuur. Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:
Bijlage C. behorende bij artikel 2 lid 3 Besluit personeel veiligheidsregio’s
Supplement i. Functie voorlichtingsfunctionaris regionaal operationeel team
Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 3 sub i Besluit personeel veiligheidsregio’s
1.1. Algemene informatie
In supplement l. zijn de niveaus van aansturing uitgewerkt.
2.1. Kerntaken
Kerntaak 1:. Het adviseren van het ROT over alle aspecten van voorlichting
De voorlichtingsfunctionaris ROT is verantwoordelijk voor een adequate en volledige communicatie met én advisering aan het ROT. Hij adviseert en informeert het ROT, waarmee dit team besluiten kan nemen op het operationeel niveau.
Kerntaak 2:. Sturing geven aan het communicatieproces
De voorlichtingsfunctionaris ROT geeft sturing aan het totale proces voorlichting. Hij draagt zorg voor een goedlopend voorlichtingsproces. Hij zorgt voor tijdige en kwalitatief hoogwaardige adviezen.
2.2. Competenties
Voor deze functie zijn de acht belangrijkste competenties benoemd. Dit zijn de competenties die minimaal noodzakelijk worden geacht voor de betreffende functionaris om succesvol te functioneren.
De competenties voor de functie voorlichtingsfunctionaris regionaal operationeel team zijn te vinden in onderstaande tabel.
In supplement j. is het competentieoverzicht uitgewerkt.
3.1. Uitwerking kerntaken
Kerntaak 1:. Het adviseren van het ROT over alle aspecten van voorlichting
Werkzaamheden
De voorlichtingsfunctionaris ROT is verantwoordelijk voor een adequate en volledige communicatie met en advisering aan het ROT. Hij adviseert en informeert het ROT, waarmee dit team besluiten kan nemen op operationeel niveau. Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:
Kerntaak 2:. Sturing geven aan het communicatieproces
Werkzaamheden
De voorlichtingsfunctionaris ROT geeft sturing aan het totale proces voorlichting. Hij draagt zorg voor een goedlopend communicatieproces. Hij zorgt voor tijdige en kwalitatief hoogwaardige adviezen. Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:
Bijlage C. behorende bij artikel 1 lid 3 Regeling personeel veiligheidsregio’s
Supplement j. Uitwerking competentieoverzicht
Voor het competentieprofiel is een kader ontwikkeld dat de volgende competenties onderscheidt:
Kerncompetenties: hierbij zijn de verschillende kerncompetenties omschreven en van gedragsvoorbeelden voorzien.
Kerncompetenties
In deze bijlage zijn alle competenties, die zijn benoemd in de kwalificatiedossiers van de functionarissen werkzaam binnen de organisatie van rampenbestrijding en crisisbeheersing, opgenomen.
Aanpassingsvermogen
Effectief blijven handelen door zich aan te passen aan veranderde omstandigheden, taken verantwoordelijkheden en/of mensen.
Accuraat
Zorgvuldig en stipt handelen, gericht op het voorkómen van fouten. Nauwkeurig uitvoeren van activiteiten.
Analyseren
Systematisch onderzoeken en alloceren van problemen en vragen. Ontleden van relevante informatie, achtergronden en structuren. Verbanden leggen tussen gegevens en overzien van relaties tussen oorzaak en gevolg.
Communiceren
Ideeën, meningen en informatie aan anderen overdragen in voor de ontvanger begrijpelijke taal, gebaren en non-verbale signalen. Tactvol en effectief reageren op behoeften en gevoelens van anderen, taal en terminologie aanpassen aan de doelgroep (incl. Engels).
Daadkracht
Op adequate en krachtige wijze nemen van beslissingen op basis van een inzichtelijke afweging en eigen oordeel, ook als kennis en/of informatie beperkt is en tevens het uitvoeren en afronden van activiteiten. Handelen naar en ‘staan voor’ een genomen besluit (van zichzelf of een ander).
Delegeren
Eigen taken, beslissingsbevoegdheden en verantwoordelijkheden op duidelijke wijze toedelen aan juiste medewerkers.
Inleven
Onderkennen van gevoelens en behoeften van anderen. Verplaatsen in anderen en zich bewust tonen van de invloed van het eigen handelen.
Leiding geven
Op inspirerende wijze richting geven. Tonen van voorbeeldgedrag. Delegeren. Randvoorwaarden scheppen en mensen motiveren zodat resultaten bereikt worden. Charisma.
Omgevingsbewustzijn
Laten blijken geïnformeerd te zijn over maatschappelijke en politieke ontwikkelingen of andere omgevingsfactoren en deze kennis effectief benutten voor de eigen functie of organisatie.
Oordelen
Op basis van beschikbare informatie en ervaring en met inachtneming van de heersende waarden en normen tot een mening komen die als geldig erkend wordt.
Overtuigingskracht
Het verkrijgen van instemming en enthousiasme voor bepaalde doelen, plannen of ideeën zodat deze worden geaccepteerd of gedragen.
Plannen, organiseren en coördineren
Vanuit een vastgesteld doel bepalen welke taken/activiteiten georganiseerd en gepland moeten worden en daar naar handelen. Bepalen van prioriteiten en aangeven van een volgorde van werkzaamheden.
Politiek-bestuurlijk inzicht
Anticiperen op en onderkennen van de relevantie van gebeurtenissen die van invloed zijn op de positionering van de brandweer en rampenbestrijdingsorganisatie in de politiek-bestuurlijke context.
Probleemanalyse
Signaleren van problemen, herkennen van belangrijke informatie; verbanden leggen tussen gegevens. Opsporen van mogelijke oorzaken van problemen; zoeken naar ter zake doende gegevens.
Samenwerken
Zich inzetten om met anderen resultaten te bereiken en daarmee bijdragen aan een gezamenlijk doel. Denken en handelen vanuit gemeenschappelijke belangen.
Stressbestendigheid
Kalm, objectief en effectief blijven functioneren bij tijdsdruk, tegenslag, teleurstelling of tegenspel. Om kunnen gaan met weerstanden.
Sturing geven aan proces
Op inspirerende wijze richting geven aan het proces. Randvoorwaarden scheppen en mensen motiveren zodat resultaten bereikt worden.
Bijlage C. behorende bij artikel 1 lid 3 Regeling personeel veiligheidsregio’s
Supplement k. Uitwerking competentiematrix
Voor het competentieprofiel is een kader ontwikkeld dat de volgende competenties onderscheidt:
Kerncompetenties: bij de functieomschrijving de verschillende kerncompetenties beschreven, van gedragsvoorbeelden voorzien en vervolgens gekoppeld aan niveauduiding. Deze niveauduiding is opgedeeld in het niveau aangaande de strategische/organisatorische competenties en het niveau aangaande de sociaal, maatschappelijke en communicatieve competenties.
Strategische/organisatorische competenties: dit betreft de verschillende competenties die met name betrekking hebben op het geven van richting aan organisatie(onderdeel) (visie, strategievorming) en de inrichting van het werk (de interne organisatie). Deze competenties zijn vervolgens gekoppeld aan een niveauduiding
Sociaal, maatschappelijke en communicatieve competenties (omgeving): dit betreft de sociale, maatschappelijke en communicatieve competenties die betrekking hebben op de interactie met de omgeving zowel extern als intern. Deze competenties zijn vervolgens gekoppeld aan een niveauduiding
Competenties
Accuraat
Zorgvuldig en stipt handelen, gericht op het voorkómen van fouten. Nauwkeurig uitvoeren van activiteiten.
Niveau 1
Niveau 2:
Niveau 3:
Samenwerken
Zich inzetten om met anderen resultaten te bereiken en daarmee bijdragen aan een gezamenlijk doel. Denken en handelen vanuit gemeenschappelijke belangen.
Niveau 1
Niveau 2:
Niveau 3
Stressbestendig
Kalm, objectief en effectief blijven functioneren bij tijdsdruk, tegenslag, teleurstelling of tegenspel. Om kunnen gaan met weerstanden.
Niveau 1
Niveau 2
Niveau 3
Strategische en organisatorische competenties (organisatie)
Dit betreft strategische en organisatorische competenties die met name betrekking hebben op het geven van richting aan organisatie(onderdeel) (visie, strategievorming) en de inrichting van het werk (de interne organisatie).
Probleem oplossen
Het signaleren van (potentiële) problemen/knelpunten en deze zelfstandig of in samenwerking met anderen verhelpen.
Niveau 1
Niveau 2:
Niveau 3:
Innoveren en creativiteit
Creëren van nieuwe en originele ideeën, werkwijzen en toepassingen door het combineren van formele en informele informatie, bestaande en nieuwe oplossingen/aanpakken.
Niveau 1
Niveau 2
Niveau 3
Plannen, organiseren en coördineren
Vanuit een vastgesteld doel bepalen welke taken/activiteiten georganiseerd en gepland moeten worden en daar naar handelen. Bepalen van prioriteiten en aangeven van een volgorde van werkzaamheden.
Niveau 1
Niveau 2
Niveau 3
Leren en reflecteren
Terugkijken op het eigen functioneren en het gedrag daaraan aanpassen of ondernemen van ontwikkelacties om tot verbetering van eigen functioneren en vaardigheden te komen. Je kwetsbaar durven opstellen en fouten durven maken. Actief werken aan zelfontwikkeling.
Niveau 1
Niveau 2:
Niveau 3:
Innoveren/creativiteit
Creëren van nieuwe en originele ideeën, werkwijzen en toepassingen door het combineren van formele en informele informatie, bestaande en nieuwe oplossingen/aanpakken.
Niveau 1
Niveau 2
Problemen oplossen
Het signaleren van (potentiële) problemen/knelpunten en deze zelfstandig of in samenwerking met anderen verhelpen.
Niveau 1
Niveau 2
Analyseren
Systematisch onderzoeken en alloceren van problemen en vragen. Ontleden van relevante informatie, achtergronden en structuren. Verbanden leggen tussen gegevens en overzien van relaties tussen oorzaak en gevolg.
Niveau 1
Niveau 2
Niveau 3
Oordelen
Op basis van beschikbare informatie en ervaring en met inachtneming van de heersende waarden en normen tot een mening komen die als geldig erkend wordt.
Niveau 1
Niveau 2
Niveau 3:
Resultaatgericht
Formuleert doelstellingen helder, concreet en meetbaar en maakt duidelijke afspraken. Houdt zich aan de voortgang en informeert en rapporteert daarover. Denkt vooruit.
Niveau 1
Niveau 2
Niveau 3:
Probleem oplossen
Het signaleren van (potentiële) problemen/knelpunten en deze zelfstandig of in samenwerking met anderen verhelpen.
Niveau 1
Niveau 2:
Niveau 3:
Leren en reflecteren
Terugkijken op het eigen functioneren en het gedrag daaraan aanpassen of ondernemen van ontwikkelacties om tot verbetering van eigen functioneren en vaardigheden te komen. Je kwetsbaar durven opstellen en fouten durven maken. Actief werken aan zelfontwikkeling.
Niveau 1
Niveau 2
Sociaal, maatschappelijke en communicatieve competenties (omgeving)
Dit betreft sociale, maatschappelijke en communicatieve competenties die betrekking hebben op de interactie met de omgeving zowel extern als intern.
Daadkracht
Op adequate en krachtige wijze nemen van beslissingen op basis van een inzichtelijke afweging en eigen oordeel, ook als kennis en/of informatie beperkt is en tevens het uitvoeren en afronden van activiteiten. Handelen naar en ‘staan voor’ een genomen besluit (van zichzelf of een ander).
Niveau 1
Niveau 2:
Niveau 3:
Mondeling communiceren
Ideeën, meningen en informatie aan anderen overdragen in voor de ontvanger begrijpelijke taal, gebaren en non-verbale signalen. Tactvol en effectief reageren op behoeften en gevoelens van anderen, taal en terminologie aanpassen aan de doelgroep (incl. Engels).
Niveau 1
Niveau 2
Niveau 3
Inleven
Onderkennen van gevoelens en behoeften van anderen. Verplaatsen in anderen en zich bewust tonen van de invloed van het eigen handelen.
Niveau 1
Niveau 2:
Niveau 3:
Daadkracht
Op adequate en krachtige wijze nemen van beslissingen op basis van een inzichtelijke afweging en eigen oordeel, ook als kennis en/of informatie beperkt is en tevens het uitvoeren en afronden van activiteiten. Handelen naar en ‘staan voor’ een genomen besluit (van zichzelf of een ander).
Niveau 1
Mondeling communiceren
Ideeën, meningen en informatie aan anderen overdragen in voor de ontvanger begrijpelijke taal, gebaren en non-verbale signalen. Tactvol en effectief reageren op behoeften en gevoelens van anderen, taal en terminologie aanpassen aan de doelgroep (incl. Engels).
Niveau 1
Daadkracht
Op adequate en krachtige wijze nemen van beslissingen op basis van een inzichtelijke afweging en eigen oordeel, ook als kennis en/of informatie beperkt is en tevens het uitvoeren en afronden van activiteiten. Handelen naar en ‘staan voor’ een genomen besluit (van zichzelf of een ander).
Niveau 1
Niveau 3
(taakgericht) Leiderschap
Op inspirerende wijze richting geven. Tonen van voorbeeldgedrag. Delegeren. Randvoorwaarden scheppen en mensen motiveren zodat resultaten bereikt worden. Charisma.
Niveau 1
Niveau 2
Niveau 3:
Onafhankelijk
Zelfstandig en zelfbewust werken. Om kunnen gaan met eisen, veranderingen en hindernissen. Eigen standpunten innemen en verdedigen, rekening houdend met de missie van de organisatie.
Niveau 1
Niveau 2
Niveau 3:
(mondeling) Communiceren
Ideeën, meningen en informatie aan anderen overdragen in voor de ontvanger begrijpelijke taal, gebaren en non-verbale signalen. Tactvol en effectief reageren op behoeften en gevoelens van anderen, taal en terminologie aanpassen aan de doelgroep (incl. Engels).
Niveau 1
Niveau 2
Niveau 3
Inleven
Onderkennen van gevoelens en behoeften van anderen. Verplaatsen in anderen en zich bewust tonen van de invloed van het eigen handelen.
Niveau 1
Niveau 2
Niveau 3
Onafhankelijk
Zelfstandig en zelfbewust werken. Om kunnen gaan met eisen, veranderingen en hindernissen. Eigen standpunten innemen en verdedigen, rekening houdend met de missie van de organisatie.
Niveau 1
Niveau 2:
Niveau 3:
Flexibel
Aanpassen van de eigen stijl, benadering en gedrag aan wisselende eisen en omstandigheden. Openstaan voor nieuwe ideeën en actief zoeken naar alternatieven om het gestelde doel te bereiken.
Niveau 1
Niveau 2
Niveau 3
Maatschappelijk georiënteerd
Laten blijken geïnformeerd te zijn over maatschappelijke en politieke ontwikkelingen of andere omgevingsfactoren en deze kennis effectief benutten voor de eigen functie of organisatie.
Niveau 1:
Niveau 2
Niveau 3:
Leiderschap
Op inspirerende wijze richting geven. Tonen van voorbeeldgedrag. Delegeren. Randvoorwaarden scheppen en mensen motiveren zodat resultaten bereikt worden. Charisma.
Niveau 3
Politiek-bestuurlijk inzicht
Anticiperen op en onderkennen van de relevantie van gebeurtenissen die van invloed zijn op de positionering van de brandweer en rampenbestrijdingsorganisatie in de politiek-bestuurlijke context.
Niveau 1:
Niveau 2
Niveau 3:
Deze regeling zal met toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De medewerker opleiden en oefenen vertaalt het vastgestelde beleid in (regionale) opleidings- en oefentrajecten en draagt in overleg met het regionaal opleidingsinstituut en het regionaal oefenbureau zorg voor de uitvoering ervan.
De medewerker operationele voorbereiding draagt er zorg voor dat de benodigde middelen op het juiste moment op de juiste plaats zijn zodat de repressieve taak goed uitgevoerd kan worden.
Kerntaak 2:. Leveren van informatie voor de operationele dienst
Bijlage A. behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s
Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 1 sub s Besluit personeel veiligheidsregio’s
In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.
Beoordelingscriteria
De manschap rukt uit samen met collega manschap(pen), bevelvoerder en chauffeur in een brandweereenheid. Hij komt, voor zover mogelijk, voorbereid (persoonlijke bescherming, incidentafhankelijke middelen en een begrepen/bevestigde opdracht) aan bij het incident.
Op basis van de beschikbare gegevens vormt de MPL adviezen over de maatregelen in het effectgebied. Hierbij houdt hij rekening met mogelijke ontwikkelingen van het incident, de operationele mogelijkheden en houdt hij rekening met de multidisciplinaire belangen van betrokkenen. Dit doet hij in nauwe samenwerking met de GAGS.
In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt
¹ Overal waar in deze bijlage ‘hij’ wordt geduid kan ook ‘zij’ worden gelezen.
De medewerker opleiden en oefenen levert een inhoudelijke bijdrage aan het opstellen van het (meerjaren)beleid op het gebied van opleiden en oefenen en het regionaal of gemeentelijk jaarplan voor opleiden en oefenen. Hij draagt voor zijn eigen bijdrage zorg voor de afstemming van het meerjarenbeleid met opleidings- en oefenplannen van andere diensten en de behoefte van de werkomgeving (de eigen organisatie en die van de partners).
Onder turbulente omstandigheden verifieert de MPL de inschatting van het effectgebied door het leiden van de meetplanorganisatie. De MPL brengt een gefundeerd en toepasbaar advies uit op basis van kerntaak 1 en 2. Flexibiliteit, werken onder tijdsdruk, omgaan met keuzes en dilemma’s, rekening houden met betrokken partijen en afstemming met de AGS spelen een belangrijke rol. Communicatie en informatie zijn hierbij van groot belang.
Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:
Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:
De medewerker brandpreventie geeft voorlichting over zijn werkzaamheden aan diverse doelgroepen, zorgt voor informatieoverdracht aan de repressieve dienst en werkt mee aan voorlichtingscampagnes.
Er zijn geen vakmatige en kenniscompetenties voor de medewerker brandpreventie vastgesteld.
Op basis van de beschikbare gegevens vormt de MPL adviezen over de maatregelen in het effectgebied. Hierbij houdt hij rekening met mogelijke ontwikkelingen van het incident, de operationele mogelijkheden en houdt hij rekening met de multidisciplinaire belangen van betrokkenen. Dit doet hij in nauwe samenwerking met de AGS.
3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria
De oefencoördinator evalueert en registreert de oefenresultaten en levert hiermee een bijdrage aan kwaliteitszorg.
De medewerker operationele voorbereiding draagt er zorg voor dat de benodigde middelen op het juiste moment op de juiste plaats zijn zodat de repressieve taak goed uitgevoerd kan worden.
Op basis van de beschikbare gegevens vormt de MPL adviezen over de maatregelen in het effectgebied. Hierbij houdt hij rekening met mogelijke ontwikkelingen van het incident, de operationele mogelijkheden en houdt hij rekening met de multidisciplinaire belangen van betrokkenen. Dit doet hij in nauwe samenwerking met de AGS.
De medewerker operationele voorbereiding zorgt voor onderhoud van materieel en materiaal. Hij1Overal waar in deze bijlage ‘hij’ wordt geduid kan ook ‘zij’ worden gelezen.adviseert zijn leidinggevende over nieuw aan te schaffen materieel en materiaal en geeft input voor beleid op het gebied van materieelbeheer. Hij verzorgt instructie over het gebruik van materieel en materiaal.
Functie zoals genoemd in artikel 2, lid 1, Besluit personeel veiligheidsregio’s
In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.
Kerntaak 1:. leidinggeven aan brandweereenheden bij de bestrijding van het incident
De OvD maakt een analyse van het incident en de te verwachten incidentontwikkeling. Op basis hiervan besluit de OvD tot een passende brandweerinzet en geeft leiding aan de uitvoerende brandweerprocessen in het veld. Bij grootschalig repressief optreden is de OvD pelotonscommandant en staat dan onder leiding van de Taakcommandant Brandweer.
Bij multidisciplinair repressief optreden kan de OvD het multidisciplinaire overleg in het motorkapoverleg opstarten en coördineren en schaalt zo nodig op naar GRIP 1 of 2.
Bij grootschalig monodisciplinair optreden of bij multidisciplinair repressief optreden adviseert, ondersteunt en informeert de OvD de Algemeen Commandant Brandweerzorg in het actiecentrum Brandweerzorg. Levert een bijdrage aan de operationele brandweerprocessen.
De medewerker opleiden en oefenen bewaakt de kwaliteit van de uitvoering van de opleidings- en oefentrajecten. Hij verzamelt evaluatiegegevens en vertaalt deze naar voorstellen voor mogelijke aanpassingen van beleid. De medewerker opleiden en oefenen is verantwoordelijk voor de registratie van relevante opleidings- en oefengegevens dan wel de organisatie daarvan.
Het brandweerveld heeft voor alle leiders op operationeel, tactisch en strategisch niveau zes rollen gedefinieerd. Aan de functie OvD wordt het volgende leiderschapsprofiel toegekend: Operationeel leidinggevende. In supplement hh wordt dit profiel nader uitgewerkt.
Bijlage A. behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s
Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 1 van het Besluit personeel veiligheidsregio’s.
1.1. Algemene informatie
Kerntaak 3:. deelnemen aan het CoPI*
2.1. Kerntaken en taakgebieden
De operationeel manager geeft leiding aan een team van medewerkers. Hij is de verbinding tussen de individuele medewerkers en vormt de schakel tussen medewerkers en organisatie. Hij draagt bij aan de ontwikkeling van medewerkers en team en het creëren van een collegiaal werkklimaat.
Niveau C (motiveren)
De operationeel manager is werkzaam in een branche die zich kenmerkt door een grote diversiteit aan actoren. Denk hier bij aan interne collega’s, (keten)partners en burgers. Hij onderhoudt contacten met al deze actoren op de voor hem relevante niveaus en heeft daarnaast kennis van het bestuurlijk krachtenveld. In de organisatie is hij de schakel tussen de tactische en de meer praktische werklaag. Hij zit met beide groepen aan tafel en stemt zijn communicatie af op zijn gesprekspartners.
3.1. Uitwerking kerntaken
Beschrijving van de functie: de ploegchef:
2.1. Kerntaken en werkgebieden
De ploegchef is verantwoordelijk voor het functioneren en het vakmanschap van de individuele medewerkers waaraan hij leiding geeft. Hij heeft oog voor het welbevinden van deze medewerkers. De ploegchef is verantwoordelijk voor de uitvoering van het personeelsbeleid, hij draagt zorg voor gegevens ten behoeve van de personeelsadministratie, zoals de urenverantwoording en ziekmelding. De ploegchef coacht en begeleidt zijn medewerkers.
3.1. Uitwerking kerntaken
4.1. Competenties
De ploegchef draagt zorg voor de paraatheid van de ploeg. Dit betekent dat hij zorgdraagt voor een aantal beheersmatige werkzaamheden. Hij speelt een centrale rol bij de planning van werkzaamheden en activiteiten op het gebied van vakbekwaamheid, onderhoud, materieel en materiaal. Hij draagt zorg voor het aanleveren van verschillende managementgegevens. Hij doet dit zowel proactief als reactief. Hij signaleert niet alleen problemen, gevaarlijke situaties of trends, maar pakt ze indien nodig ook op en lost ze op of komt met verbetervoorstellen.
Er zijn voor elke functie specifieke competenties benoemd. In de competentiematrix
Stemt activiteiten van zichzelf (en anderen) op elkaar af en bepaalt hun volgorde zodat doeleinden efficiënt en effectief gerealiseerd worden.
Geeft situationeel sturing aan een individuele medewerker en/of een groep in het kader van de taakvervulling.
Er zijn voor elke functie specifieke competenties benoemd. In de competentiematrix
Functie zoals genoemd in artikel 2, lid 1, Besluit personeel veiligheidsregio’s
Deze zijn nader uitgewerkt in de Regeling Personeel Veiligheidsregio’s (bijlage A1Regeling personeel Veiligheidsregio’s, bijlage A, supplement GG (https://wetten.overheid.nl/BWBR0027840/2018-10-01#BijlageA)).
1 Waar hij staat, kan ook zij gelezen worden.
Kerntaak 2:. Ontwikkelen, vormen en uiteenzetten van visie en strategie voor de regionale brandweerorganisatie
In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt
De brandweer is een speler in een veld met diverse actoren: interne collega’s, (keten)partners, burgers, etc. Samenwerken en elkaar kennen wordt steeds belangrijker. Op alle niveaus onderhoudt de brandweer contacten met al deze partijen, om van hen te leren maar ook om aan hen te leren. Ook de operationeel manager heeft deze rol.
De operationeel manager stuurt de werkuitvoering van de medewerkers van zijn afdeling aan. Het opstellen en uitvoeren van plannen vormen daarin het centrale sturingsmechanisme voor de bedrijfsvoering. Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:
Stelt jaar- en/of projectplannen op van het eigen vakgebied binnen de aangereikte kaders (m.n.: wetgeving, organisatieplan, beleidsplan, Arbo) en stemt hierover af met belangrijke partijen (met name de naast hoger leidinggevende).
Beoordelingscriteria
Kerntaak 3:. Adviseren van het bestuur van de veiligheidsregio
Werkzaamheden
Kerntaak 4. : adviseert over complexe brandveiligheidsrisico’s en -maatregelen
De SB brengt onderbouwd advies uit over complexe brandveiligheidsrisico’s en maatregelen in de planfase, houdt toezicht op de naleving van brandveiligheid en adviseert over handhaving in de uitvoerings- en gebruiksfase. Het advies is bestemd voor:
Functie zoals genoemd in artikel 2, lid 1, Besluit personeel veiligheidsregio’s
Kerntaak 2. : initieert en onderhoudt netwerken, stemt af met relevante partijen
Supplement z. Functie specialist operationele voorbereiding
Op basis van een analyse en/of evaluatie ontwikkelt, beheert en innoveert een SOV instrumenten voor of ter verbetering van de operationele voorbereiding op de incidentbestrijding en crisisbeheersing.
2.1. Kerntaken en taakgebieden
Een SOV geeft advies over de operationele voorbereiding van incidentbestrijding en crisisbeheersing en stemt deze af op zowel operationeel, tactisch als strategisch niveau.
De SOV verzamelt informatie uit de meest uiteenlopende bronnen, maakt behoefteanalyses, selecteert scenario’s en evalueert en analyseert bestaande instrumenten die ingezet zijn ter voorbereiding op of ter evaluatie van de incidentbestrijding en crisisbeheersing.
Kerntaak 3:. implementeren en informeren
De SOV verzamelt informatie uit de meest uiteenlopende bronnen, maakt behoefteanalyses, selecteert scenario’s en evalueert en analyseert bestaande instrumenten die ingezet zijn ter voorbereiding op of ter evaluatie van de incidentbestrijding en crisisbeheersing.
De OVD informeert en adviseert (gevraagd en ongevraagd) het bevoegd gezag, betrokken diensten, pers en publiek over de bestrijding van het incident. Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:
Werkzaamheden:
Kerntaak 2:. ontwikkelen, beheren en innoveren
Op basis van een analyse en/of evaluatie ontwikkelt, beheert en innoveert een SOV instrumenten voor of ter verbetering van de operationele voorbereiding op de incidentbestrijding en crisisbeheersing.
Werkzaamheden:
Functienaam: Specialist Opleiden en Oefenen (SOO)
2.1. Kerntaken en taakgebieden
Ontwikkelt op basis van eigen onderzoek en onderzoek van anderen passend vakbekwaamheidsbeleid en zorgt voor de implementatie daarvan binnen de organisatie en in samenwerking met relevante netwerkpartners.
3.1. Uitwerking kerntaken
Signaleert problemen; herkent belangrijke informatie; legt verbanden tussen gegevens. Spoort mogelijke oorzaken van problemen op; zoekt ter zake doende gegevens.
Bijlage A. behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s
Supplement bb. Functie specialist risico en veiligheid/specialist ruimtelijke veiligheid
Beoordelingscriteria
Niveau B: ontwikkelen, verbeteren
Bijlage A. behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s
Kerntaak 3. : inventariseert, analyseert en beoordeelt complexe omgevingsveiligheidsrisico’s en -maatregelen
3.1. Uitwerking kerntaken
Kerntaak 2. : initieert en onderhoudt netwerken, stemt af met relevante partijen
Kerntaak 3. : inventariseert, analyseert en beoordeelt complexe omgevingsveiligheidsrisico’s en -maatregelen
3.1. Werkzaamheden
Signaleert problemen; herkent belangrijke informatie; legt verbanden tussen gegevens. Spoort mogelijke oorzaken van problemen op; zoekt ter zake doende gegevens.
Bouwt een netwerk van (in)formele contacten op dat voor de organisatie functioneel is of kan worden.
Niveau B: afstemmen
Niveau C: brede kaders
De strategisch manager is lid van het MT. Daarin heeft hij een tweeledige rol. Enerzijds draagt hij bij aan de totstandkoming van strategisch beleid voor de organisatie. Anderzijds heeft hij z’n eigen werkgebied waarvoor hij een meerjarenplan en meerjarenbegroting ontwikkelt als onderdeel van het meerjarenplan en de meerjarenbegroting van de organisatie. De strategisch manager draagt daarbij zorg voor het beheren en beheersen van het beleid binnen zijn eigen organisatieonderdeel/werkgebied.
Er zijn geen vakmatige en kenniscompetenties voor de ploegchef vastgesteld.
Functie zoals genoemd in artikel 2, lid 1, Besluit personeel veiligheidsregio’s
Voor de strategisch manager is het opbouwen en onderhouden van een netwerk cruciaal. Langs deze weg kan hij tijdig anticiperen op ontwikkelingen en is hij in beeld in zowel de mono- als multidisciplinaire omgeving.
Kerntaak 3:. Randvoorwaarden creëren voor de personele zorg en de inzet van middelen en situationeel leidinggeven aan zijn organisatieonderdeel/werkgebied
Kerntaak 4:. Randvoorwaarden creëren voor en acteren in relevante netwerken
3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria
Werkzaamheden
Kerntaak 2:. Prioriteren en implementeren van vastgesteld beleid voor het eigen organisatieonderdeel/werkgebied
1 Waar hij staat, kan ook zij gelezen worden.
Werkzaamheden
De SOV verzorgt en begeleidt de invoering en de in gebruik name van de betreffende instrumenten voor of ter verbetering van de operationele voorbereiding en zorgt voor het in stand houden van de organisatorische kaders om dit te realiseren.
Een SOV geeft advies over de operationele voorbereiding van incidentbestrijding en crisisbeheersing en stemt deze af op zowel operationeel, tactisch als strategisch niveau.
Brengt schriftelijk advies uit aan het bevoegd gezag:
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
1.1. Algemene informatie
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Kerntaak 1:. Bijdragen aan ontwikkeling van strategisch beleid van de organisatie en het eigen organisatieonderdeel/werkgebied
Kerntaak 1:. Bijdragen aan ontwikkeling van strategisch beleid van de organisatie en het eigen organisatieonderdeel/werkgebied
De specialist brandpreventie heeft op basis van zijn praktijkervaring een signaalfunctie om relevante zaken aan te kaarten met betrekking tot preventiebeleid.
Beoordelingscriteria
MT
Beoordelingscriteria
De tactisch manager is verantwoordelijk voor de personele zorg van het organisatieonderdeel. Dit betreft de uitvoering van de HRM-taken waarvoor de kaders wettelijk of door de eigen organisatie zijn vastgesteld. Dit brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:
Beoordelingscriteria
Supplement ee. Functie verkenner gevaarlijke stoffen
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
De specialist risico’s en veiligheid stimuleert het veiligheidsbewustzijn door actief aandacht te vragen voor fysieke veiligheid. Ook stemt de specialist risico’s en veiligheid, zowel binnen als buiten de organisatie, zaken op het gebied van fysieke veiligheid af en wisselt deze uit.
Kerntaak 2:. Inzet
In supplement gg is de competentiematrix uitgewerkt.
Kerntaak 1:. Uitruk/Verkenning
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Werkzaamheden
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Deze kerntaak omvat het ontwikkelen, valideren en implementeren van plannen, procedures en instructies ten behoeve van de inzet van de repressieve dienst (en andere relevante partijen, bijv. meldkamer) bij incidentbestrijding.
Functienaam: voertuigbediener
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
De voertuigbediener rukt met de bezetting uit in een brandweereenheid. Hij komt, voor zover mogelijk, voorbereid (persoonlijke bescherming) aan bij het incident. De voertuigbediener stelt, eventueel in samenwerking met de bijrijder en in overleg met de leidinggevende, het voertuig op en creëert een veilige werkomgeving.
MT
Functienaam: voertuigbediener
De voertuigbediener rukt met de bezetting uit in een brandweereenheid. Hij komt, voor zover mogelijk, voorbereid (persoonlijke bescherming) aan bij het incident. De voertuigbediener stelt, eventueel in samenwerking met de bijrijder en in overleg met de leidinggevende, het voertuig op en creëert een veilige werkomgeving.
Signaleert problemen; herkent belangrijke informatie; legt verbanden tussen gegevens. Spoort mogelijke oorzaken van problemen op; zoekt ter zake doende gegevens.
Werkzaamheden
Signaleert problemen; herkent belangrijke informatie; legt verbanden tussen gegevens. Spoort mogelijke oorzaken van problemen op; zoekt ter zake doende gegevens.
Bijlage A. behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s
Competenties
Accuraat
Niveau D: helpen en informeren
Ontwikkeld beleid, afgestemd op landelijke beleidsmatige, juridische en maatschappelijke ontwikkelingen. Stelt de opleidings-, oefen- en bijscholingsbehoeften vast. Stelt meerjaren beleidsplan op.
Niveau 1:
Zorgvuldig en stipt handelen, gericht op het voorkómen van fouten. Nauwkeurig uitvoeren van activiteiten.
Niveau 2:
Niveau 3:
Kerntaak 1:. Initiëren van strategisch beleid voor het eigen organisatieonderdeel/werkgebied enbijdragen aan het strategisch beleid van de organisatie als geheel
3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Kerntaak 2:. Inzet
Incidentbestrijding
Vereiste competenties en niveaus van functioneren
Inleven
Niveau 3:
Dit vakgebied omvat de repressieve taken van de rampenbestrijdingsorganisatie, zoals het operationeel leidinggeven dan wel adviseren bij incidenten van verschillende schaalgrootten (zowel mono- als multidisciplinair). Ook de aan het operationeel optreden gelieerde aandachtsgebieden zoals evaluaties, bedrijfsopvang, nazorg, procedures (w.o. alarmerings- en opschalingsprocedures), Arbowetgeving en andere wettelijke kaders vallen onder dit vakgebied.
Overdrachtsniveau (2):
Niveau 1:
Niveau 1:
Niveau 2:
Niveau 3:
Terugkijken op het eigen functioneren en het gedrag daaraan aanpassen of ondernemen van ontwikkelacties om tot verbetering van eigen functioneren en vaardigheden te komen. Je kwetsbaar durven opstellen en fouten durven maken. Actief werken aan zelfontwikkeling.
Niveau 1:
Bijlage A. behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s
Competenties
Niveau 1:
Niveau 2:
Niveau 3:
Niveau 1:
Ideeën, meningen en informatie aan anderen overdragen in voor de ontvanger begrijpelijke taal, gebaren en non-verbale signalen. Tactvol en effectief reageren op behoeften en gevoelens van anderen, taal en terminologie aanpassen aan de doelgroep (incl. Engels).
Analyseren
Niveau 3:
Niveau 1:
Kerntaak 5:. Initiëren en onderhouden van netwerken, afstemmen met relevante partijen, stimuleren van veiligheidsbewustzijn
Arbeidsveiligheid
Niveau 2:
Niveau 3:
Op basis van beschikbare informatie en ervaring en met inachtneming van de heersende waarden en normen tot een mening komen die als geldig erkend wordt.
Politiek-bestuurlijk inzicht
Bijlage A. behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s
Vanuit een vastgesteld doel bepalen welke taken/activiteiten georganiseerd en gepland moeten worden en daar naar handelen. Bepalen van prioriteiten en aangeven van een volgorde van werkzaamheden.
Flexibel
Niveau 2:
Politiek-bestuurlijk inzicht
Niveau 2:
Niveau 1:
3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria
Niveau 2:
Innoveren en creativiteit
Werkzaamheden
Stressbestendig
Bijlage A. behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s
Beoordelingscriteria
Leren en reflecteren
Niveau 2:
Functienaam: duikploegleider/duikmedisch begeleider
Niveau 1:
De duikmedisch begeleider verleent eerste duikmedische hulp aan een duiker met een duikerziekte en/of een aan duiken gerelateerde aandoening. Hij kiest de meest passende behandeling en begint met de behandeling van aandoeningen. Hij past EHBO-procedures en cardiopulmonaire resuscitatie (reanimatie) toe en gebruikt de zuurstofkoffer en AED. Hij bewaakt de veiligheid en de behandeling van de getroffen duiker.
Beschrijving van de functie: De duikploegleider/duikmedisch begeleider:
Niveau D (ontspannen)
Oordelen
3.1. Uitwerking kerntaken
De duikmedisch begeleider concentreert zich in stressvolle situaties (onder tijdsdruk) op de getroffen duiker.
Niveau D (reduceren)
2.1. Kerntaken
Supplement a. Functie algemeen commandant geneeskundige zorg
Kerntaak 3:. Opstellen en uitbrengen van adviezen
Uitgangspunt voor deze kerntaak is dat de tactisch manager voor het eigen organisatieonderdeel/werkgebied beschikt over een meerjarenplan en meerjarenbegroting. Nu is het zaak dit plan te concretiseren naar een jaarplan en naar concrete kaders voor de operationele managers, specialisten en projectleiders waaraan de tactisch manager leiding geeft. De tactisch manager weet het bieden van duidelijke kaders daarbij te verbinden met het inspireren en motiveren van zijn mensen. Deze kerntaak brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:
De ACGZ analyseert de beschikbare informatie en adviseert de regionaal operationeel leider (ROL) over aspecten van gezondheidszorg in relatie tot andere kolommen. Tevens informeert en adviseert de ACGZ de (O)DPG over dilemma’s en besluiten op strategisch niveau.
Kerntaak 1. functioneel leidinggeven aan de sectie geneeskundige zorg
Kerntaak 2. inrichten en uitvoeren van het besluitvormingsproces gericht op de multidisciplinaire samenwerking
Voor de tactisch manager binnen de brandweer is het opbouwen en onderhouden van een netwerk cruciaal. Langs deze weg kan hij tijdig anticiperen op ontwikkelingen en is hij ook in beeld bij de andere partijen om door hen betrokken te worden. Dit netwerken brengt de volgende werkzaamheden met zich mee:
2.2. Competentiematrix DPG
Supplement ee. Functie verkenner gevaarlijke stoffen
Kerntaak 1:. Strategisch leiding geven aan de GHOR-keten
Bijlage B. behorende bij artikel 1 lid 2 Regeling personeel veiligheidsregio’s
Functie zoals vermeld in artikel 2, lid 2 van het Besluit personeel veiligheidsregio’s.
1.1. Algemene informatie
Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 2 sub c Besluit personeel veiligheidsregio’s
Bijlage A. behorende bij artikel 1 lid 1 Regeling personeel veiligheidsregio’s
Supplement hh. Leiderschapsprofiel
2.1. Kerntaken
3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria
Werkzaamheden:
Kerntaak 2. strategisch multidisciplinair adviseren
3.1. Uitwerking kerntaken
Signaleert problemen; herkent belangrijke informatie; legt verbanden tussen gegevens. Spoort mogelijke oorzaken van problemen op; zoekt ter zake doende gegevens.
4.1. Competenties
2.1. Kerntaken
Functie zoals genoemd in artikel 2 lid 2 sub a Besluit personeel veiligheidsregio’s
In supplement h is de competentiematrix uitgewerkt.
Functienaam: hoofd acute gezondheidszorg (HAG)
Kerntaak 2:. Inrichten en mede uitvoeren van de multidisciplinaire samenwerking binnen de sectie ondersteunings-/resourcemanagement
3.1. Uitwerking kerntaken en beoordelingscriteria
Werkzaamheden:
2.1. Kerntaken en werkgebieden
Werkzaamheden:
Supplement f. Functie hoofd publieke gezondheidszorg
De HIN-Gz functionaris laat zich zo nodig adviseren door een deskundige (bijvoorbeeld door de Gezondheidskundig Adviseur Gevaarlijke Stoffen (GAGS) en/of de Arts Infectieziekten (Arts-IZB).
Informeert en adviseert de ACGZ over dilemma’s in de witte keten.
De HIN-Gz functionaris levert een bijdragen aan de evaluatie van de inzet en levert gevraagde informatie voor multidisciplinaire evaluaties.
3.1. Kerntaken en werkgebieden
Functienaam: hoofd acute gezondheidszorg (HAG)
Van de HIN-Gz functionaris wordt verwacht dat hij actief meedenkt, proactief is en de ACGZ adviseert, hij heeft echter geen zelfstandige beslissingsbevoegdheid.
Signaleert problemen; herkent belangrijke informatie; legt verbanden tussen gegevens. Spoort mogelijke oorzaken van problemen op; zoekt ter zake doende gegevens.
Brengt opvattingen duidelijk onder woorden en weet aan te sluiten bij de lezer. Formuleert ingewikkelde zaken kernachtig en weet woorden trefzeker te kiezen.
Stemt activiteiten van zichzelf (en anderen) op elkaar af en bepaalt hun volgorde zodat doeleinden efficiënt en effectief gerealiseerd worden.
Is zich bewust van maatschappelijke en politieke ontwikkelingen of andere omgevingsfactoren. Speelt in op deze ontwikkelingen en vertaalt deze naar het eigen werkgebied.
Expertniveau (3):
Functienaam: officier van dienst geneeskundig (OvD-G)
Niveau 1:
Beschrijving van de functie: de HON-Gz functionaris:
Functienaam: hoofd informatie geneeskundige zorg (HIN)
De HON-Gz functionaris zorgt voor het inrichten van de backoffice GHOR. Geeft leiding aan en houdt overzicht over de werkzaamheden van de leden van de backoffice GHOR in afstemming met de ACGZ. En coördineert de personele- en facilitaire voorzieningen met betrekking tot de geneeskundige zorg.
De HON-Gz functionaris is verantwoordelijk voor het signaleren van resource en zorgcontinuïteit vraagstukken. En stemt deze actief af met de hoofden Ondersteuning van de andere kolommen, de Multi-ondersteuningsmanager en de logistiek coördinatoren binnen de geneeskundige keten. De HON-Gz functionaris draagt zorg voor een aflossings- en afschalingsplan.
Expertniveau (3):
De HON-Gz functionaris levert een bijdragen aan de evaluatie van de inzet en levert gevraagde informatie voor multidisciplinaire evaluaties.
Niveau 2:
Niveau 3:
De niveauaanduiding van de competenties is als volgt:
Weegt gegevens en mogelijke handelwijzen in het licht van relevante criteria tegen elkaar af om tot realistische beoordelingen te komen.
G1:. Leidinggeven
Niveau 1:
Aansturen en tot uitvoering brengen van diverse uitvoerende activiteiten. Taken en verantwoordelijkheden toewijzen. Activiteiten coördineren en zonodig knelpunt wegnemen. In organisatorische zin randvoorwaarden creëren.
Functie zoals vermeld in artikel 2, lid 2 van het Besluit personeel veiligheidsregio’s.
Functienaam: hoofd publieke geneeskundige zorg (HPG)
Beschrijving van de functie: de HPG:
Niveau 2:
Opstellen en bewaken van procedures om de voortgang van de taken en activiteiten van medewerkers en van de eigen taken en verantwoordelijkheden te bewaken en zeker te stellen.
Ideeën en meningen aan anderen duidelijk maken, gebruik makend van duidelijke taal. Ideeën en meningen duidelijk maken in een rapportage of document dat de juiste opzet heeft en structuur heeft, grammaticaal correct is en dat de juiste taal en terminologie voor de lezer bevat. Bijv. SitRaps, logboek.
De HPG functionaris informeert en adviseert de ACGZ over dilemma’s in het proces Publieke Gezondheidszorg.
Gebruikmakend van de juiste stijl en methode proberen anderen te overtuigen van een bepaald standpunt en trachten instemming te verkrijgen met bepaalde plannen, ideeën of activiteiten.
Niveau 3:
De HPG functionaris is verantwoordelijk voor het nemen van beslissingen en het uitbrengen van adviezen met mogelijk verstrekkende gevolgen op basis van mogelijk onvolledige informatie. De HPG functionaris moet dit risico voor zichzelf kunnen accepteren en gemaakte keuzes kunnen verantwoorden aan de ACGZ.
Geeft situationeel sturing aan een individuele medewerker en/of een groep in het kader van de taakvervulling.
Signaleert problemen; herkent belangrijke informatie; legt verbanden tussen gegevens. Spoort mogelijke oorzaken van problemen op; zoekt ter zake doende gegevens.
Overtuigt anderen van een bepaald standpunt om instemming te krijgen met bepaalde plannen, ideeën of producten.
Niveau 3:
Supplement g. Functie officier van dienst geneeskundig
Laten blijken goed geïnformeerd te zijn over organisatorische, maatschappelijke en politieke ontwikkelingen of andere omgevingsfactoren en deze kennis effectief benutten voor de eigen functie en organisatie.
Functienaam: officier van dienst geneeskundig (OvD-G)
Beschrijving van de functie: de (OvD-G):
Effectief blijven presteren onder tijdsdruk, bij tegenslag en onder extreme fysieke en psychische omstandigheden.
De OvD-G is de hoogst leidinggevende van de geneeskundige hulpverlening op de plaats incident en geeft functioneel leiding aan en adviseert over de geneeskundige hulpverlening.
De OvD-G ontvangt binnen de command and control structuur van GRIP, functioneel leiding van de Algemeen Commandant Geneeskundige zorg (ACGZ). De OvD-G bepaalt de benodigde opschaling, zet de benodigde acties uit en initieert deeltaken van de taakverantwoordelijken binnen de deelprocessen van acute en publieke gezondheidszorg.
De OvD-G geeft binnen het proces Acute Gezondheidszorg functioneel leiding aan de deeltaken Triage, Treatment en Transport, eventueel via aansturing van de betreffende taakverantwoordelijken. Binnen Grootschalige Geneeskundige Bijstand (GGB) coördineert de OvD-G de coördineert de inzet van Noodhulpteams en MMT en is er verantwoordelijk voor dat de verschillende processen goed op elkaar afgestemd en in overleg met elkaar verlopen. Ook kunnen er regionale afspraken zijn over coördinatie van andere medische taken. Op het moment dat de rol van Hoofd Acute Gezondheidszorg (HAG) is ingevuld, ontvangt de OvD-G functioneel leiding van HAG.
De OvD-G kan monodisciplinair ingezet worden op basis van inzetcriteria en/of op verzoek.
De OvD-G is beschikbaar en bereikbaar op basis van de regionale alarmeringsregeling.
O2: Ontwikkelingen in de structuur en processen van de rampenorganisaties in het algemeen en de GHOR-ketenorganisaties in het bijzonder.
De OvD-G is multidisciplinair actief vanaf GRIP 1 en is lid van het commando plaats incident (CoPI). De OvD-G werkt op gelijkwaardige basis samen met andere diensten in het CoPI. De coördinatie in het CoPI wordt verzorgd door de leider CoPI (multidisciplinair). De OvD-G is medeverantwoordelijk voor het overleg met de kolompartners.
De OvD-G informeert en adviseert gevraagd en ongevraagd de meldkamer, de leider CoPI en de ACGZ. En informeert de communicatieadviseur CoPI over de geneeskundig relevante aspecten voor de communicatieboodschap.
Kent de bestuurlijke en operationele omgeving en zijn positie daarin.
Niveau 2:
Heeft inzicht in verantwoordelijkheden en bevoegdheden.
Beschikt over de benodigde kennis, inzicht en vaardigheden om processen en hieruit voortvloeiende taken te vervullen.
Geeft situationeel sturing aan een individuele medewerker en/of een groep in het kader van de taakvervulling.
Signaleert problemen; herkent belangrijke informatie; legt verbanden tussen gegevens. Spoort mogelijke oorzaken van problemen op; zoekt ter zake doende gegevens.
Verricht zonder hulp van anderen taken, probeert op eigen kracht probleemsituaties de baas te worden. Handelt volgens eigen overtuiging, onafhankelijk van anderen.
Voert in een team een opdracht uit. Draagt bij aan de harmonie van de groep en aan de optimale inzet van de leden ten behoeve van het groepsdoel, desnoods ten koste van eigen korte termijn belangen.
Kerntaak 3:. Opstellen en uitbrengen van adviezen
Vaktechnische competenties: per functie wordt aangegeven of er sprake is van noodzakelijke kennis en kunde tot op detailniveau (d); of alleen op hoofdlijnen (h); of op gemiddeld niveau (m).
Niveau: 5
Werkzaamheden:
Niveau: Strategisch
Bijlage B. behorende bij artikel 1 lid 2 Regeling personeel veiligheidsregio’s
Supplement e. Functie hoofd ondersteuning geneeskundige zorg
G7:. Overtuigingskracht
Kerntaak 1:. Functioneel leiding geven aan de backoffice GHOR
Supplement a. Calamiteitencoördinator meldkamer
G10:. Probleemanalyse
Kerntaak 1:. Functioneel leiding geven aan de backoffice GHOR
G11:. Oordeelsvorming
G12:. Besluitvaardigheid
Kerntaak 3:. Opstellen en uitbrengen van adviezen
G13:. Organisatiesensitiviteit
Bijlage B. behorende bij artikel 1 lid 2 Regeling personeel veiligheidsregio’s
G15:. Aanpassingsvermogen
G17:. Energie
Kerntaak 2:. Adviseren van de algemeen commandant geneeskundige zorg (ACGZ)
G18:. Discipline
Kerntaak 1:. Coördineren van het proces publieke gezondheidszorg
Werkzaamheden:
V1:. Bestuurlijke en operationele omgeving/positionering
4.1. Competenties
V2:. Verantwoordelijkheden en bevoegdheden
Heeft inzicht in verantwoordelijkheden en bevoegdheden.
V3:. Processen en taken
Kerntaak 1:. Leiding geven aan de geneeskundige hulpverlening op het plaats incident
Kerntaak 3:. Rapporteren en adviseren
V6:. Juridische aspecten
Niveauduiding gedragscompetenties
1.1 Algemene informatie
Kerntaak 2:. Multidisciplinair samenwerken
Werkzaamheden:
2.1. Overzicht kerntaken
Supplement h. Uitwerking competentiematrix
Gedragscompetenties
G1:. Leidinggeven
Kerntaak 3:. Opstellen en uitbrengen van adviezen
Kerntaak 1:. Het organiseren, bewaken en borgen van het informatieproces monodisciplinair
G4:. Delegeren
Kerntaak 2:. Inrichten en mede uitvoeren van de multidisciplinaire samenwerking binnen de sectie ondersteuningsmanagement
Supplement a. Calamiteitencoördinator meldkamer
1.1. Algemene informatie
1.1. Algemene informatie
G7:. Overtuigingskracht
Kerntaak 2. het realiseren van grootschalige alarmering
3.1. Uitwerking kerntaken
Kerntaak 3. het leiding geven aan en coördineren van de operationele inzet vanuit de meldkamer
2.2. Competentiematrix HON
Hij is verantwoordelijk voor het (her) organiseren van de randvoorwaarden voor operationele leiding, operatiën en informatie. Hij is verantwoordelijk voor het uitvoeren van operationele leiding, operatiën en informatie in de meldkamer.
3.1. Uitwerking kerntaken
Kerntaak 1. het voeren van regie op het proces informatievoorziening in de meldkamer
Kerntaak 3. het leiding geven aan en coördineren van de operationele inzet vanuit de meldkamer
4.1. Competenties
G15:. Aanpassingsvermogen
G16:. Stressbestendigheid
Supplement f. Functie hoofd publieke gezondheidszorg
1.1. Algemene informatie
Omgaan met de verschillende belangen tussen de betrokken partijen en daarbij omgaan met eventuele weerstand.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)