Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-01-01
Laatst bijgewerkt 2026-08-31
State In force
Source BWB
artikelen 99
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Artikel 8.4b. Toepassing concernregeling

1.

Iedere inhoudingsplichtige die ingevolge artikel 32, eerste lid, van de wet samen met andere inhoudingsplichtigen als één inhoudingsplichtige wordt beschouwd legt in zijn administratie vast:

  • b. het door hem verstrekte loon dat ingevolge artikel 31a, vijftiende lid, van de wet bij de bepaling van het loon, bedoeld in artikel 31a, tweede lid, van de wet, buiten beschouwing wordt gelaten;
  • d. van de andere inhoudingsplichtigen, bedoeld in de aanhef, per inhoudingsplichtige:
  • 1°. de naam en het voor de loonbelasting, premie voor de volksverzekeringen, premies werknemersverzekeringen en inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet geldende identificatienummer (loonheffingennummer);
  • 2°. het door die inhoudingsplichtige verstrekte loon waarover in het kalenderjaar met toepassing van de artikelen 20a, 20b, 26 en 26b van de wet belasting is geheven;
  • 3°. het door die inhoudingsplichtige verstrekte loon dat ingevolge artikel 31a, vijftiende lid, van de wet bij de bepaling van het loon, bedoeld in artikel 31a, tweede lid, van de wet, buiten beschouwing wordt gelaten;
  • e. de berekening van de gezamenlijk verschuldigde belasting, bedoeld in artikel 32, eerste lid, van de wet, en, ingeval deze belasting meer bedraagt dan nihil, de naam en het loonheffingennummer van de inhoudingsplichtige die deze belasting heeft aangegeven en afgedragen.
2.

Van verwevenheid in financieel, organisatorisch en economisch opzicht tussen inhoudingsplichtige stichtingen als bedoeld in artikel 32, tweede lid, van de wet is sprake indien statutair is vastgelegd dat:

  • a. het bestuur van een van de stichtingen, bedoeld in de aanhef, de bestuursleden van de andere stichtingen, bedoeld in de aanhef, benoemt of een bindende voordracht doet voor de benoeming van die bestuursleden;
  • b. bij vereffening bij faillissement of opheffing van een stichting als bedoeld in de aanhef het vermogen van die stichting wordt overgedragen aan een van de andere stichtingen, bedoeld in de aanhef.

Artikel 8.5. Verstrekkingen aan anderen dan eigen werknemers

Als eindheffingsbestanddelen als bedoeld in artikel 32ab, eerste lid, van de wet worden aangewezen:

  • a. voordelen uit spaarsystemen en goederen of diensten, in de promotionele sfeer;
  • b. verstrekkingen die tegelijkertijd en voor dezelfde gelegenheid aan de eigen werknemers zijn verstrekt.

Artikel 8.6. Niet-drukkende uitkering, bijdrage of premie ingevolge een regeling voor vervroegde uittreding

1.

Voor de toepassing van artikel 32ba van de wet wordt een uitkering, een bijdrage of een premie eveneens beschouwd niet te drukken op een inhoudingsplichtige voor zover de inhoudingsplichtige aannemelijk maakt dat hij ter zake op een later moment bedragen van werknemers gaat inhouden of van andere inhoudingsplichtigen bijdragen of premies voldaan gaat krijgen.

2.

Indien de in het eerste lid bedoelde inhouding of voldoening niet binnen een jaar na het in artikel 32ba, tweede lid, van de wet bedoelde tijdstip heeft plaatsgevonden, wordt de uitkering, de bijdrage of de premie op dat moment geacht op de inhoudingsplichtige te drukken.

3.

Voor de toepassing van artikel 32ba, derde lid, van de wet blijven bedragen die de inhoudingsplichtige van werknemers heeft ingehouden buiten aanmerking, voor zover deze bedragen ingevolge de op het moment van inhouding ter zake van deze inhouding geldende tekst van artikel 11 van de wet niet tot het loon behoren.

4.

Voor de toepassing van artikel 32ba, derde lid, van de wet blijven bijdragen en premies die de inhoudingsplichtige van andere inhoudingsplichtigen voldaan heeft gekregen buiten aanmerking, voor zover artikel 32ba, eerste lid, van de wet bij die andere inhoudingsplichtigen niet van toepassing is geweest op deze bijdragen en premies.

Artikel 8.7. Geen regeling voor vervroegde uittreding

1.

Een regeling ingevolge welke de jaarlijkse arbeidsduur ten opzichte van de jaarlijkse arbeidsduur in het voorafgaande kalenderjaar met ten hoogste 50% wordt verminderd, wordt niet aangemerkt als een regeling voor vervroegde uittreding in de zin van artikel 32ba van de wet. De eerste volzin is niet van toepassing indien:

  • a. de arbeidsduur meer dan 50% lager is dan de arbeidsduur in het laatste kalenderjaar voorafgaand aan het begin van de periode die aanvangt 10 jaar direct voorafgaande aan de in de pensioenregeling vastgestelde ingangsdatum, of
  • b. anders dan als gevolg van ziekte, arbeidsongeschiktheid of jaarlijks vakantieverlof, per week minder dan 50% van de arbeidsduur per week zoals die gold in het laatste kalenderjaar, bedoeld in onderdeel a, feitelijk pleegt te worden gewerkt.
2.

Een regeling die uitsluitend voorziet in uitkeringen als bedoeld in artikel 11, eerste lid, onderdeel f, van de wet, wordt niet aangemerkt als een regeling voor vervroegde uittreding in de zin van artikel 32ba van de wet, indien:

Hoofdstuk 9. Aanvullende regelingen (hoofdstuk VI van de wet)

Artikel 9.1. Door tussenkomst van de inhoudingsplichtige uitbetaalde uitkeringen ingevolge de socialeverzekeringswetten

Degene tot wie een werknemer in dienstbetrekking staat – of, indien krachtens artikel 8 van de wet een ander als inhoudingsplichtige is aangewezen, die ander – wordt geacht de uitkeringen ingevolge de socialeverzekeringswetten te verstrekken die door zijn tussenkomst worden uitbetaald.

Artikel 9.2. Berekening van de belasting bij aanvullingen op uitkeringen ingevolge de socialeverzekeringswetten

Degene tot wie een werknemer in dienstbetrekking staat – of, indien krachtens artikel 8 van de wet een ander als inhoudingsplichtige is aangewezen, die ander – berekent de belasting over de door hem verstrekte aanvullingen op uitkeringen ingevolge de socialeverzekeringswetten over het gezamenlijk bedrag en brengt op de aldus berekende belasting in mindering de op de uitkeringen ingehouden belasting.

Artikel 9.3. Meerdere gevallen van loon uit vroegere dienstbetrekking

Een inhoudingsplichtige die aan een of meer werknemers loon uit een vroegere dienstbetrekking – niet zijnde uitkeringen ingevolge de Participatiewet – verstrekt, wordt ook geacht te verstrekken:

  • a. het loon uit een vroegere dienstbetrekking dat door zijn tussenkomst wordt uitbetaald;
  • b. de uit de vroegere dienstbetrekking genoten aanspraak op uitkeringen ingevolge een ziektekostenregeling.

Artikel 9.4. Samenvoeging van loon

1.

Een inhoudingsplichtige wordt in de gevallen, bedoeld in de artikelen 9.1 en 9.3, alsmede indien hij loon uit meer dan een vroegere dienstbetrekking verstrekt, geacht het totale bedrag aan loon te verstrekken uit een dienstbetrekking of vroegere dienstbetrekking.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing op de samenloop van:

Artikel 9.5. Loon over een ander tijdvak dan het regelmatig wederkerende loon

1.

Indien een inhoudingsplichtige aan de werknemer loon verstrekt over een ander tijdvak dan dat waarover hij het regelmatig wederkerende loon verstrekt, wordt naar het loon over dat andere tijdvak verschuldigde belasting, ter keuze van de inhoudingsplichtige, berekend hetzij door toepassing van de tabel voor bijzondere beloningen, hetzij volgens het tweede en het derde lid.

2.

De belasting naar het loon over het andere tijdvak is gelijk aan het verschil van:

  • a. de belasting die op het tijdstip waarop het loon over het andere tijdvak wordt verstrekt, verschuldigd zou zijn indien op dat tijdstip tevens werd verstrekt het loon over de met dat andere tijdvak geheel of gedeeltelijk samenvallende tijdvakken van het regelmatig wederkerende loon, en
  • b. de belasting die op het tijdstip waarop het loon over het andere tijdvak wordt verstrekt, verschuldigd zou zijn indien op dat tijdstip uitsluitend werd verstrekt het loon over de met dat andere tijdvak geheel of gedeeltelijk samenvallende tijdvakken van het regelmatig wederkerende loon.
3.

Voor de toepassing van het tweede lid, onderdelen a en b, wordt als loontijdvak aangemerkt een tijdvak dat even groot is als de gezamenlijke met het andere tijdvak geheel of gedeeltelijk samenvallende tijdvakken van het regelmatig wederkerende loon.

4.

Ingeval regelmatig wederkerend loon wordt verstrekt over tijdvakken van verschillende duur die gedeeltelijk samenvallen, wordt slechts het loon over het kortste van die tijdvakken als regelmatig wederkerend loon beschouwd.

5.

Ingeval een inhoudingsplichtige loon uit meer dan een vroegere dienstbetrekking verstrekt of geacht wordt te verstrekken, wordt de belasting naar het loon over het andere tijdvak – indien dit, afgezien van het vierde lid, regelmatig wederkerend loon is – steeds berekend volgens het tweede en het derde lid.

Artikel 9.6. Informatieplicht bij loon van derde

Ingeval de in te houden belasting mede afhankelijk is van loon dat is verstrekt of geacht wordt te zijn verstrekt door een derde, of van loon van een derde dat door de inhoudingsplichtige geacht wordt te zijn verstrekt, deelt die derde de van belang zijnde gegevens alsmede het burgerservicenummer van de werknemer, schriftelijk mede aan de inhoudingsplichtige.

Artikel 9.7. Nettoloon, gevolgd door periodieke afrekening

1.

De inspecteur kan onder door hem te stellen voorwaarden ermee instemmen dat de inhoudingsplichtige met betrekking tot bepaalde categorieën werknemers voorlopig volstaat met uitbetaling van een geschat nettoloon, gevolgd door periodieke afrekening.

2.

De inhoudingsplichtige rekent bij de laatste loonverstrekking in een tijdvak van ten hoogste drie maanden met de werknemer de belasting af die is verschuldigd ter zake van het in dat tijdvak aan de werknemer toekomende loon waarop de instemming betrekking heeft, met dien verstande dat bij de laatste loonverstrekking in een kalenderjaar steeds afrekening plaatsvindt. Daarbij wordt de verschuldigde belasting bepaald als ware het loon verstrekt op het tijdstip waarop de afrekening plaatsvindt en over het tijdvak waarop de afrekening betrekking heeft.

Artikel 9.8. Rentevoordeel personeelsleningen

Een inhoudingsplichtige kan met betrekking tot vergoedingen en verstrekkingen ter zake of in de vorm van een rentevoordeel als bedoeld in artikel 31, vierde lid, onderdeel h, van de wet tot het laatste loontijdvak van het kalenderjaar volstaan met het per loontijdvak in aanmerking nemen van een in redelijkheid geschat bedrag, gevolgd door afrekening in het laatste loontijdvak van het kalenderjaar. Daarbij wordt de verschuldigde belasting bepaald als ware het als gevolg van de afrekening in het laatste loontijdvak van het kalenderjaar in aanmerking te nemen bedrag verstrekt op het tijdstip waarop de afrekening plaatsvindt en over het tijdvak waarop de afrekening betrekking heeft. Ingeval de vergoedingen en verstrekkingen, bedoeld in de eerste volzin, zijn geëindigd in de loop van het kalenderjaar wordt in de eerste en tweede volzin voor het laatste loontijdvak van het kalenderjaar gelezen: het tijdvak waarin de vergoedingen en verstrekkingen, bedoeld in de eerste volzin, zijn geëindigd.

Hoofdstuk 10. Belastingheffing van artiesten en beroepssporters (hoofdstuk VII van de wet)

Artikel 10.1. Consumpties tijdens werktijd

1.

Vergoedingen ter zake van consumpties tijdens de werktijd die geen deel uitmaken van een maaltijd, behoren in ieder geval niet tot de gage, bedoeld in artikel 35 van de wet, indien deze vergoedingen € 0,55 per gewerkte dag niet te boven gaan.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing indien tijdens de werktijd consumpties die geen deel uitmaken van een maaltijd, worden verstrekt.

Artikel 10.2. Gageverklaring

1.

De Belastingdienst verstrekt aan de inhoudingsplichtige het model van de gageverklaring met de daarbij behorende toelichting. De inhoudingsplichtige reikt dienovereenkomstig een gageverklaring met toelichting aan de artiest of beroepssporter uit:

  • a. zodra hij ten aanzien van de artiest of beroepssporter inhoudingsplichtige wordt;
  • b. op verzoek van de artiest of beroepssporter;
  • c. zodra hij weet dat zich een wijziging heeft voorgedaan in de gegevens die de artiest of beroepssporter in de laatstelijk ingeleverde gageverklaring heeft verstrekt en die wijziging tot gevolg heeft dat de artiest of beroepssporter een hoger bedrag aan belasting wordt verschuldigd.
2.

De inhoudingsplichtige mag in plaats van het door de Belastingdienst verstrekte model van de gageverklaring gebruikmaken van een eigen model gageverklaring, mits dat model ten minste de gegevens bevat van het door de Belastingdienst verstrekte model, inclusief de gebruiksaanwijzing en de toelichting op de vragen.

3.

De artiest of beroepssporter verzoekt de inhoudingsplichtige om uitreiking van een gageverklaring indien zich een wijziging voordoet in de eerder door hem verstrekte gegevens en die wijziging tot gevolg heeft dat een hoger bedrag aan belasting wordt verschuldigd.

4.

De artiest of beroepssporter aan wie een gageverklaring is uitgereikt, is gehouden de daarbij gevraagde gegevens te verstrekken door de gageverklaring duidelijk, stellig en zonder voorbehoud ingevuld en ondertekend, in te leveren bij de inhoudingsplichtige. De artiest of beroepssporter levert de ingevulde en ondertekende gageverklaring in voor de eerste gageverstrekking.

5.

De inhoudingsplichtige bewaart de gageverklaring tot ten minste vijf jaren na het einde van het kalenderjaar waarin het optreden of de sportbeoefening heeft plaatsgevonden bij de loonadministratie. Desgevraagd doet de inhoudingsplichtige de gageverklaring aan de inspecteur toekomen binnen een door deze gestelde termijn.

Artikel 10.3. Loonstaat

1.

De inhoudingsplichtige legt voor iedere artiest of beroepssporter voor de eerste gageverstrekking in het kalenderjaar een loonstaat aan en houdt deze vervolgens bij. De loonstaat wordt opgemaakt overeenkomstig het door de inspecteur verstrekte model. De inhoudingsplichtige mag een van het model afwijkende loonstaat gebruiken, mits deze ten minste de mogelijkheid biedt op duidelijke wijze dezelfde gegevens te administreren als het model.

2.

De inhoudingsplichtige ontleent de in het hoofd van de loonstaat te vermelden gegevens aan:

  • a. de laatstelijk van de artiest of beroepssporter terugontvangen gageverklaring;
  • b. de door de in Nederland wonende artiest of beroepssporter verstrekte opgaaf van zijn burgerservicenummer, of de door de inspecteur verstrekte opgaaf van dat nummer.
3.

In afwijking in zoverre van het tweede lid, aanhef en onderdeel a, vermeldt de inhoudingsplichtige in het hoofd van de loonstaat de gegevens die hem bekend zijn:

  • a. indien hij weet dat de laatstelijk van de artiest of beroepssporter terugontvangen gageverklaring onjuiste gegevens bevat;
  • b. zolang hij niet de laatstelijk uitgereikte gageverklaring ingevuld van de artiest of beroepssporter heeft terugontvangen.
4.

Artikel 7.2, tweede, derde, zevende en achtste lid, is van overeenkomstige toepassing.

5.

De inhoudingsplichtige houdt, behalve in de gevallen, bedoeld in artikel 35a, derde lid, van de wet, de belasting in aan de hand van de gegevens, vermeld in het hoofd van de loonstaat.

Artikel 10.4. Administratie kostenvergoedingen, verstrekkingen en aanspraken

1.

De inhoudingsplichtige administreert bij de loonadministratie de gegevens met betrekking tot de aan de artiest of beroepssporter verstrekte kostenvergoedingen en verstrekkingen, voor zover deze niet tot de gage, bedoeld in artikel 35 van de wet, behoren, alsmede aanspraken om na verloop van tijd of onder een voorwaarde een of meer uitkeringen of verstrekkingen te ontvangen.

2.

De inhoudingsplichtige kan de in het eerste lid bedoelde gegevens op een andere plaats administreren, mits:

  • a. hij dit onder vermelding van de nieuwe bewaarplaats vooraf meldt aan de inspecteur, en
  • b. de gegevens op verzoek van de inspecteur voor controle beschikbaar komen op de plaats waar de administratie wordt gevoerd.

Artikel 10.5. Jaaropgaaf

De inhoudingsplichtige verstrekt aan de artiest of beroepssporter een jaaropgaaf. Aan de niet in Nederland wonende artiest of beroepssporter verstrekt de inhoudingsplichtige een jaaropgaaf slechts op diens verzoek.

Artikel 10.6. Identificatieplicht

1.

De inhoudingsplichtige stelt zodra de artiest of beroepssporter zijn werkzaamheden aanvangt diens identiteit vast aan de hand van een document als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder 1° tot en met 3°, van de Wet op de identificatieplicht en houdt een afschrift van dat document voor controle beschikbaar bij de loonadministratie.

2.

Artikel 7.5, tweede, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 10.7. Uitzonderingen op de toepassing van artikel 10.3

1.

Artikel 10.3 is niet van toepassing indien de in te houden belasting nihil bedraagt doordat:

  • b. met betrekking tot het optreden of de sportbeoefening de individuele kostenvergoedingsbeschikking of de gezelschapskostenvergoedingsbeschikking, bedoeld in artikel 12a, zevende lid, van het besluit, wordt toegepast.
2.

Het eerste lid is niet van toepassing voor zover de inspecteur zulks ten aanzien van de inhoudingsplichtige bij voor bezwaar vatbare beschikking verklaart.

Hoofdstuk 11. Belastingheffing van buitenlandse gezelschappen (hoofdstuk VIIa van de wet)

Artikel 11.1. In Nederland wonende leden van het buitenlandse gezelschap

Indien tot een buitenlands gezelschap een lid behoort dat in Nederland woont, is met betrekking tot dat lid niet dit hoofdstuk, maar hoofdstuk 10 van toepassing.

Artikel 11.2. Consumpties tijdens werktijd

1.

Vergoedingen ter zake van consumpties tijdens de werktijd die geen deel uitmaken van een maaltijd, behoren in ieder geval niet tot de gage, bedoeld in artikel 35g van de wet, indien deze vergoedingen € 0,55 per gewerkte dag niet te boven gaan.

2.

Het eerste lid is niet van toepassing indien tijdens de werktijd consumpties die geen deel uitmaken van een maaltijd, worden verstrekt.

Artikel 11.3. Gageverklaring

1.

De Belastingdienst verstrekt aan de inhoudingsplichtige het model van de gageverklaring met de daarbij behorende toelichting. De inhoudingsplichtige reikt dienovereenkomstig een gageverklaring met toelichting aan de leider of vertegenwoordiger van een buitenlands gezelschap uit:

  • a. zodra hij ten aanzien van het gezelschap inhoudingsplichtige wordt;
  • b. op verzoek van de leider of vertegenwoordiger van het gezelschap;
  • c. zodra hij weet dat zich een wijziging heeft voorgedaan in de gegevens die de leider of vertegenwoordiger van het gezelschap in de laatstelijk ingeleverde gageverklaring heeft verstrekt en die wijziging tot gevolg heeft dat het gezelschap een hoger bedrag aan belasting wordt verschuldigd.
2.

De inhoudingsplichtige mag in plaats van het door de Belastingdienst verstrekte model van de gageverklaring gebruikmaken van een eigen model gageverklaring, mits dat model ten minste de gegevens bevat van het door de Belastingdienst verstrekte model, inclusief de gebruiksaanwijzing en de toelichting op de vragen.

3.

De leider of vertegenwoordiger van het gezelschap verzoekt de inhoudingsplichtige om uitreiking van een gageverklaring indien zich een wijziging voordoet in de eerder door hem verstrekte gegevens en die wijziging tot gevolg heeft dat een hoger bedrag aan belasting wordt verschuldigd.

4.

De leider of vertegenwoordiger van het gezelschap aan wie een gageverklaring is uitgereikt, is gehouden de daarbij gevraagde gegevens te verstrekken door de gageverklaring duidelijk, stellig en zonder voorbehoud ingevuld en ondertekend, in te leveren bij de inhoudingsplichtige voor de eerste gageverstrekking.

5.

De inhoudingsplichtige bewaart de gageverklaring ten minste vijf jaren na het einde van het kalenderjaar waarin het optreden of de sportbeoefening heeft plaatsgevonden bij de loonadministratie. Desgevraagd doet de inhoudingsplichtige de gageverklaring aan de inspecteur toekomen binnen een door deze gestelde termijn.

Artikel 11.4. Loonstaat

1.

De inhoudingsplichtige legt voor ieder buitenlands gezelschap voor de eerste gageverstrekking in het kalenderjaar een loonstaat aan en houdt deze vervolgens bij.

2.

De loonstaat wordt opgemaakt overeenkomstig het door de inspecteur verstrekte model. De inhoudingsplichtige mag een van het model afwijkende loonstaat gebruiken, mits deze ten minste de mogelijkheid biedt op duidelijke wijze dezelfde gegevens te administreren als het model.

3.

De inhoudingsplichtige ontleent de in het hoofd van de loonstaat te vermelden gegevens aan de laatstelijk van de leider of vertegenwoordiger van het gezelschap terugontvangen gageverklaring.

4.

In afwijking in zoverre van het derde lid vermeldt de inhoudingsplichtige in het hoofd van de loonstaat de gegevens die hem bekend zijn:

  • a. indien hij weet dat de laatstelijk van de leider of vertegenwoordiger van het gezelschap terugontvangen gageverklaring onjuiste gegevens bevat;
  • b. zolang hij niet de laatstelijk uitgereikte gageverklaring ingevuld van de leider of vertegenwoordiger van het gezelschap heeft terugontvangen.
5.

Artikel 7.2, tweede, derde, zevende en achtste lid, is van overeenkomstige toepassing.

6.

De inhoudingsplichtige houdt, behalve in de gevallen, bedoeld in artikel 35h, derde lid, van de wet, de belasting in aan de hand van de gegevens, vermeld in het hoofd van de loonstaat.

Artikel 11.5. Administratie kostenvergoedingen, verstrekkingen en aanspraken

1.

De inhoudingsplichtige administreert bij de loonadministratie de gegevens met betrekking tot de aan het buitenlandse gezelschap verstrekte kostenvergoedingen en verstrekkingen, voor zover deze niet tot de gage, bedoeld in artikel 35g van de wet, behoren, alsmede aanspraken om na verloop van tijd of onder een voorwaarde een of meer uitkeringen of verstrekkingen te ontvangen.

2.

De inhoudingsplichtige kan de in het eerste lid bedoelde gegevens op een andere plaats administreren, mits:

  • a. hij dit onder vermelding van de nieuwe bewaarplaats vooraf meldt aan de inspecteur, en
  • b. de gegevens op verzoek van de inspecteur voor controle beschikbaar komen op de plaats waar de administratie wordt gevoerd.

Artikel 11.6. Identificatieplicht

1.

De inhoudingsplichtige stelt zodra het buitenlandse gezelschap zijn werkzaamheden aanvangt de identiteit van een zo groot mogelijk deel, maar van ten minste het merendeel van de leden van het gezelschap vast aan de hand van een document als bedoeld in artikel 1, eerste lid, onder 1° tot en met 3°, van de Wet op de identificatieplicht en houdt een afschrift van dat document voor controle beschikbaar bij de loonadministratie.

2.

Artikel 7.5, tweede, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 11.7. Uitzonderingen op de toepassing van artikel 11.4

1.

Artikel 11.4 is niet van toepassing indien de in te houden belasting nihil bedraagt doordat:

2.

Het eerste lid is niet van toepassing voor zover de inspecteur zulks ten aanzien van de inhoudingsplichtige bij voor bezwaar vatbare beschikking verklaart.

Hoofdstuk 12. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 12.1. Overgangsregeling loonbelastingverklaring

1.

Ten aanzien van de werknemer die op 31 december 2000 overeenkomstig de loonbelastingverklaring was ingedeeld in tariefgroep 0, wordt de belasting ingehouden zonder toepassing van de heffingskorting.

2.

Ten aanzien van de werknemer die op 31 december 2000 overeenkomstig de loonbelastingverklaring was ingedeeld in tariefgroep 1, 2, 3, 4 of 5, wordt de belasting ingehouden met toepassing van de heffingskorting.

3.

Het bepaalde in het eerste lid en tweede lid is van toepassing totdat de inhoudingsplichtige op grond van het bepaalde in artikel 65, eerste lid, onderdeel b of onderdeel c, van de Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001, zoals dat op 31 december 2006 luidde, aan de werknemer een loonbelastingverklaring moet uitreiken of totdat de werknemer op grond van artikel 23, eerste lid, van de wet een verzoek doet om toepassing van de heffingskorting of overeenkomstig deze bepaling verzoekt de heffingskorting niet meer toe te passen.

4.

De laatstelijk van de werknemer terugontvangen loonbelastingverklaring, bedoeld in artikel 29, vierde lid, van de wet, zoals dat op 31 december 2006 luidde, wordt voor de toepassing van de heffingskorting aangemerkt als een verzoek als bedoeld in artikel 23, eerste lid, van de wet onderscheidenlijk de intrekking van een dergelijk verzoek.

5.

De inhoudingsplichtige bewaart de in het vierde lid bedoelde loonbelastingverklaring ten minste vijf jaren na het einde van het kalenderjaar waarin de dienstbetrekking is geëindigd bij de loonadministratie.

Artikel 12.2. Overgangsregeling niet-drukkende uitkering, bijdrage of premie ingevolge een regeling voor vervroegde uittreding

Vervallen

Artikel 12.2a. Overgangsregeling gedeeltelijk drukkende uitkering, bijdrage of premie ingevolge een regeling voor vervroegde uittreding

Vervallen

Artikel 12.3. Actuariële herrekening bij uitstel ingangsdatum

Vervallen

Artikel 12.3a. Marktrente oprenting aanspraken ingevolge een oudedagsverplichting

De marktrente, bedoeld in artikel 38p, eerste lid, van de wet, die vanaf 1 januari van een kalenderjaar gedurende dat kalenderjaar van toepassing is, is het rekenkundig gemiddelde van de U-rendementen over de maanden van het voorafgaande kalenderjaar zoals deze maandelijks zijn gepubliceerd door het Centrum voor Verzekeringstatistiek van het Verbond van Verzekeraars. In 2026 is deze marktrente 2,593%.

Artikel 12.4. Overgangsregeling aanspraken ingevolge een verlofspaarregeling

Vervallen

Artikel 12.5. Verhoging maximale opbouw aanspraken ingevolge een levensloopregeling

Vervallen

Artikel 12.6. Toerekening van door afkoop pensioen ontstane aanspraken ingevolge een levensloopregeling aan andere inhoudingsplichtige

Vervallen

Artikel 12.7. Toepassing keuzeregime

Vervallen

Artikel 12.7a. Overgangsregeling saldering reiskosten

Vervallen

Artikel 12.7b. Uitvoering looncriterium 30%-regeling bij toepassing overgangsregeling werkkostenregeling

Vervallen

Artikel 12.8. Intrekking Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001

De Uitvoeringsregeling loonbelasting 2001 wordt ingetrokken.

Artikel 12.9. Inwerkingtreding

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2011.

Artikel 12.10. Citeertitel

1.

Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling loonbelasting 2011.

2.

De citeertitel kan worden afgekort tot: URLB 2011.

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)