Wetboek van Koophandel BES

Type Wet Bes
Publication 2025-07-01
State In force
Source BWB
artikelen 443
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

De ambtenaren van aanmonstering houden een register van de te hunnen overstaan opgemaakte monsterrollen alsmede een register van de door hen afgegeven monsterboekjes.

Artikel 565

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld omtrent alles wat in verband staat met de monsterrol en het monsterboekje, daaronder begrepen het wegens de bemoeiingen van de ambtenaar van aanmonstering aan de Schatkist verschuldigde en de inrichting en bijhouding van de in het voorgaande artikel bedoelde registers.

§ 4. Van de schepelingen op ten hoogste vijftig kubieke meters bruto-inhoud metende langs de kusten varende vaartuigen

Artikel 566
1.

De bepalingen van de tweede en de derde paragraaf van deze Titel blijven buiten toepassing ten aanzien van schepelingen op ten hoogste vijftig kubieke meters bruto-inhoud metende langs de kusten varende vaartuigen.

2.

De verplichtingen en rechten van deze schepelingen worden beoordeeld volgens de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek BES en van andere algemene verordeningen.

titel Zesde. Van het vervoer van goederen

§ 3. Tijdbevrachting

Artikel 666

Voor zover niet anders overeengekomen is op de tijdbevrachting van een schip dat de Nederlandse vlag voert, titel 5, afdeling 2, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing, onverschillig waar de bevrachting tot stand komt.

§ 4. Reisbevrachting

Artikel 719

Voor zover niet anders is overeengekomen zijn de artikelen 378 en 484 tot en met 485 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek BES van toepassing indien een reisbevrachting in de zin van artikel 373 van dat boek betreft hetzij een schip dat de Nederlandse vlag voert, hetzij het vervoer van zaken van of naar een haven in Bonaire, Sint Eustatius of Saba.

titel Zevende. Van het vervoer van personen

§ 1. Algemene bepalingen

Artikel 750

Titel 5, afdeling 3, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek BES is van toepassing op het vervoer van personen van havens in Bonaire, Sint Eustatius en Saba. Zij is mede van toepassing op het vervoer naar havens in Bonaire, Sint Eustatius en Saba met dien verstande echter, dat bedingen die volgens deze afdeling nietig zijn, geldig zijn voor zover zij dit zijn volgens de wet van het land waar de inscheping geschied is.

§ 3. Tijdbevrachting

Artikel 763

Voor zover niet anders is overeengekomen is op tijdbevrachting van een schip dat de Nederlandse vlag voert, titel 5, afdeling 3, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek BES van toepassing, onverschillig waar de bevrachting tot stand komt.

titel Tiende. Van verzekering tegen de gevaren van de zee en tegen die van de slavernij

afdeling Eerste. Van de vorm en de inhoud van de verzekering

Artikel 813

Behalve de bij art. 325 vermelde vereisten moet de polis uitdrukken:

  • 1°. de naam van de kapitein, die van het schip, met vermelding van het soort, en, bij verzekering van het schip, de opgave, of het van vurenhout is, of de verklaring, dat de verzekerde van die omstandigheid onkundig is;
  • 2°. de plaats, waar de goederen zijn ingeladen of moeten ingeladen worden;
  • 3°. de haven, vanwaar het schip heeft moeten vertrekken, of moet vertrekken;
  • 4°. de havens of de reden, waar het moet laden of ontladen;
  • 5°. die, waar het moet inlopen;
  • 6°. de plaats, vanwaar het gevaar voor rekening van de verzekeraar begint te lopen;
  • 7°. de waarde van het verzekerde schip;

alles behoudens de in deze Titel voorkomende uitzonderingen.

Artikel 814
1.

De zeeassurantie heeft in het bijzonder tot onderwerp:

het casco en de kiel van het schip, ledig of geladen, gewapend of niet, alleen of te zamen met andere varende;

het tuig en de takelage;

het oorlogstuig;

mondbehoeften en in het algemeen alles wat het schip, tot het in zee brengen toe, gekost heeft;

de ingeladen goederen;

verwacht wordende winst;

de te verdienen vrachtpenningen;

het gevaar van de slavernij.

2.

Bij een verzekering op het schip, zonder verdere aanduiding, wordt daaronder verstaan het casco en de kiel, het tuig, de takelage en het oorlogstuig.

Artikel 815

Verzekering kan gesloten worden op het geheel of op een gedeelte van de voorwerpen, gezamenlijk of afzonderlijk;

in de tijd van vrede of in de tijd van oorlog, vóór of gedurende de reis van het schip;

voor de heen- en terugreis, voor een van beide, voor de gehele reis, of voor een bepaalde tijd;

voor alle zeegevaren;

op goede en kwade tijdingen.

Artikel 816

Indien de verzekerde onkundig is, in welk schip verwacht wordende goederen zullen worden geladen, wordt de vermelding van de kapitein of van het schip niet vereist, mits bij de polis verklaring worde gedaan van des verzekerden onkunde daaromtrent, alsmede opgave van de dagtekening en de ondertekenaar van de laatste advies- of orderbrief. Het belang van de verzekerde mag op deze wijze slechts voor een bepaalde tijd verzekerd worden.

Artikel 817
1.

Indien de verzekerde onkundig is, waarin de goederen, welke aan hem worden toegezonden of geconsigneerd zijn, bestaan, mag hij verzekering op die goederen laten doen onder de algemene benaming van «goederen».

2.

Onder zodanige verzekering zijn niet begrepen gemunt goud en zilver, gouden en zilveren staven, juwelen, paarlen of kleinoden en krijgsbehoeften.

Artikel 818

Indien de verzekering is gedaan op schepen of goederen, welke, ten tijde van het sluiten van de overeenkomst, reeds behouden ter plaatse van hun bestemming waren aangekomen, of op enig belang, waarvan de schade, tegen welke verzekerd is, reeds op voorgeschreven tijdstip bestond, zijn op die gevallen toepasselijk de bepalingen van de artikelen 336 en 337, indien namelijk bewezen wordt of er vermoeden bestaat, dat de verzekeraar van de behouden aankomst, of de verzekerde of diens lasthebber van het aanwezen der schade, bij het sluiten van de overeenkomst, heeft kennis gedragen.

Artikel 819
1.

Het vermoeden, bij artikel 337 vermeld, geldt ten aanzien van de verzekerde niet, indien de verzekering is gesloten op goede of kwade tijding, mits in dat geval in de polis worde vermeld het laatste bericht, hetwelk de verzekerde ten aanzien van het verzekerde voorwerp heeft bekomen, en, bij een verzekering voor rekening van een derde, mits in geval van schade, deugdelijk blijke van de dagtekening van de last, welke de lasthebber tot het sluiten van de verzekering bekomen heeft.

2.

Met dat beding mag de verzekering alleen dan worden vernietigd, indien bewezen wordt, dat de verzekerde of diens lasthebber, ten tijde van het sluiten van de overeenkomst, van de geleden schade heeft kennis gedragen.

Artikel 820

Verzekeringen zijn nietig, wanneer zij gesloten zijn:

  • 1°. op voorwerpen, waarin, volgens de wet niet mag worden handel gedreven, en
  • 2°. op schepen, welke worden gebruikt tot vervoer van voorwerpen als sub 1°. worden bedoeld.
Artikel 821

Verzekering op het casco en de kiel van het schip mag gesloten worden voor de volle waarde van het schip met al zijn toebehoren, en alle onkosten, tot in zee toe.

Artikel 822
1.

Verzekering mag gesloten worden op schepen en goederen, welke reeds vertrokken of vervoerd waren van de plaats, vanwaar het gevaar voor rekening van de verzekeraar zou beginnen te lopen, mits in de polis worde uitgedrukt hetzij het juiste tijdstip van het vertrek van het schip of van het vervoer van om, op de vordering van de goederen, hetzij de onwetendheid van de verzekerde te dien opzichte.

2.

In allen gevalle moet, op straffe van nietigheid, in de polis worden uitgedrukt de laatste tijding, welke de verzekerde van het schip of van de goederen bekomen heeft, en, indien de verzekering voor rekening van een derde geschiedt, de dagtekening van de order- of adviesbrief of de uitdrukkelijke vermelding, dat de verzekering, zonder lastgeving van de belanghebbende, plaats heeft.

Artikel 823

Indien de verzekerde in de polis doet opnemen de bij het voorgaande artikel bedoelde verklaring van onwetendheid en het naderhand blijkt, dat de verzekering gedaan is, nadat de schepen vertrokken waren van de plaats, vanwaar het gevaar voor rekening van de verzekeraar zou beginnen te lopen, moet, in geval van schade, de verzekerde, op de vordering van de verzekeraar, zijn verklaring van onwetendheid voor de rechter met ede bevestigen.

Artikel 824

Indien in de polis noch van het vertrek van het schip, noch van de onwetendheid deswege melding is gemaakt, wordt zulks gehouden voor een erkenning dat het schip, bij het afgaan van de laatste post, welke vóór het sluiten van de polis is aangekomen, of, indien geregelde posten er niet zijn, bij de laatste bekwame gelegenheid om tijding over te brengen, zich nog bevond ter plaatse, vanwaar het moest vertrekken.

Artikel 825
1.

Indien verzekering is gesloten op schepen, welke nog niet op de plaats zijn, vanwaar het gevaar moet beginnen, of welke tot het aannemen van de reis of tot het innemen van de lading nog niet gereed zijn, of op goederen, welke niet terstond kunnen geladen worden, is de verzekering nietig, ten ware die omstandigheid in de polis vermeld zij of daarbij zij opgegeven, dat de verzekerde daarvan niet kennis draagt, met vermelding van de advies- of orderbrief, of van de verklaring dat een advies- of orderbrief niet bestaat, mitsgaders in allen gevalle van de laatste tijding, welke hij van het schip of van het goed bekomen heeft.

2.

De verzekerde en diens lasthebber zijn, in geval van schade, verplicht verzekeraar, hun onwetendheid voor de rechter met ede te bevestigen.

Artikel 826

Goederen mogen verzekerd worden voor de volle waarde, welke zij hebben ten tijde en ter plaatse van de verzending, met alle onkosten tot aan boord, de premie van verzekering daaronder begrepen, zonder dat men een afzonderlijke begroting van ieder voorwerp mag vorderen.

Artikel 827

De werkelijke waarde van de verzekerde goederen mag verhoogd worden met de vracht, inkomende rechten en andere onkosten, welke bij de behouden aankomst noodzakelijk moeten worden betaald, mits daarvan in de polis melding worde gemaakt.

Artikel 828
1.

De verhoging bij het voorgaande artikel omschreven is niet geldig, indien en voor zover ten gevolge van de omstandigheid dat het verzekerde niet te bestemder plaats aankomt, de betaling van vracht, inkomende rechten en andere onkosten geheel of ten dele vervalt.

2.

Maar indien de vracht, volgens overeenkomst met de schipper vóór zijn vertrek gemaakt, heeft moeten vooruit betaald worden, blijft de verzekering te dien aanzien stand grijpen; in geval van ramp of schade moet de vooruitbetaling bewezen worden.

Artikel 829
1.

Verzekering op verwacht wordende winst moet afzonderlijk bij de polis begroot worden, met bijzondere opgave, op welke goederen de verzekering wordt gesloten; bij gebreke hiervan is de verzekering nietig.

2.

Indien de waarde van het verzekerde in het algemeen is uitgedrukt, met stellige bepaling, dat al hetgeen de waarde van de goederen te boven gaat voor verwacht wordende winst zal worden gehouden, is de verzekering geldig voor de waarde van de verzekerde voorwerpen; het overschietende wordt echter herleid tot de bewijsbare hoegrootheid van de verwacht wordende winst, berekend naar de maatstaf bij de artikelen 835 en 836 vermeld.

Artikel 830

Vrachtpenningen mogen voor hun vol beloop worden verzekerd.

Artikel 831

Indien het schip vergaat of strandt, wordt de verzekering ingekort, voor zoveel het beloop betreft van hetgeen de schipper of de eigenaar van het schip ten gevolge van dat ongeval voor onkosten van de reis minder heeft te betalen dan bij behouden aankomst het geval zou zijn geweest.

Artikel 832
1.

Verzekering tegen slavernij wordt gesloten tot een bepaalde som, voor welke de persoon, die in slavernij gebracht en wiens vrijheid verzekerd is, mag vrijgekocht worden.

2.

Het onderscheid tussen de rantsoenprijs en de verzekerde som komt ten voordele van de verzekeraar; en, ingeval een grotere som dan die, bij de overeenkomst bepaald, tot het vrijkopen vereist wordt, volstaat hij met de voldoening van de in de polis uitgedrukte som.

afdeling Tweede. Van de begroting van de verzekerde voorwerpen

Artikel 833

De rechter is bevoegd om, indien de volle waarde op de kiel of het casco van een schip verzekerd is, die waarde, hoezeer bevorens getaxeerd, bij vonnis, desnoods na bericht van deskundigen, nader te bepalen of te verminderen;

  • 1°. ingeval het schip bij de polis is getaxeerd naar de inkoopsprijs, of naar hetgeen het van bouwen gekost heeft, en het schip, hetzij door ouderdom, hetzij door het afleggen van vele reizen, reeds minder waarde had;
  • 2°. ingeval het schip, voor onderscheidene reizen verzekerd zijnde, na een of meer reizen te hebben afgelegd en uit dien hoofde vracht te hebben verdiend, vervolgens op een der verzekerde reizen is vergaan.
Artikel 834

Indien de verzekering gedaan is voor de terugreis uit een land, waar handel alleen bij wijze van ruiling plaats heeft, wordt de begroting van de waarde van de verzekerde goederen berekend op de voet van hetgeen de in de ruiling gegeven goederen gekost hebben, met bijvoeging van de transportkosten.

Artikel 835

Verwacht wordende winst wordt berekend volgens prijscouranten, of, bij gebreke daarvan, volgens een begroting van deskundigen, waaruit blijkt van de winst, welke de verzekerde goederen, bij behouden aankomst, na het afleggen van een gewone reis, redelijkerwijze, op de plaats van bestemming zouden hebben opgeleverd.

Artikel 836

Indien uit de prijscouranten of uit een begroting van deskundigen blijkt, dat, bij behouden aankomst, de winst minder zou hebben bedragen dan de som, welke de verzekerde bij de polis had opgegeven, volstaat de verzekeraar met de betaling van dat mindere. Hij is niets verschuldigd, indien de verzekerde voorwerpen enige winst niet zouden hebben opgebracht.

Artikel 837
1.

Het bedrag van de vrachtpenningen wordt bewezen door de charter-partij of de cognossementen.

2.

Bij gebreke van charter-partij en cognossementen, of indien het goederen geldt aan de scheepseigenaars zelf toebehorende, wordt het bedrag van de vracht door deskundigen begroot.

afdeling Derde. Van het begin en het einde van het gevaar

Artikel 838

Bij verzekering op het schip, begint het gevaar voor de verzekeraar te lopen van het ogenblik, dat de kapitein een begin heeft gemaakt met het laden van goederen; of, zo hij alleen in ballast moet vertrekken, zodra hij een begin heeft gemaakt met de ballast te laden.

Artikel 839

In de bij het voorgaande artikel gemelde verzekering eindigt het gevaar voor de verzekeraar eenentwintig dagen nadat het verzekerde schip te bestemder plaats is aangekomen, of zoveel eerder als de laatste goederen gelost zijn.

Artikel 840

Bij verzekering van een schip voor een uit- en thuisreis, of voor meer dan één reis, loopt de verzekeraar, zonder tussenpozing, het gevaar tot en met de eenentwintigste dag nadat de laatste reis is volbracht, of zovele dagen eerder als de laatste goederen gelost zijn.

Artikel 841

Goederen verzekerd zijnde, begint het gevaar voor rekening van de verzekeraar te lopen, zodra de goederen zijn gebracht op de kade of op de wal, om vandaar ingeladen en vervoerd te worden naar de schepen, waarin zij geladen worden; deze verzekering eindigt vijftien dagen nadat het schip te bestemder plaats zal zijn aangekomen, of zoveel eerder als de verzekerde goederen aldaar zullen zijn gelost en op de kade of op de wal geplaatst.

Artikel 842

Bij verzekering op goederen loopt het gevaar onafgebroken voort, ook al is de schipper genoodzaakt geweest in een noodhaven in te lopen, aldaar te lossen en te repareren, totdat òf de reis wettig gestaakt, òf door de verzekerde bevel tot het niet-weder-inschepen van de goederen gegeven, òf de reis geheel volbracht zij.

Artikel 843

Indien de kapitein of de verzekerde op goederen door wettige redenen verhinderd wordt binnen de bij artikel 841 bepaalde tijd te lossen, zonder zich aan vertraging schuldig te maken, loopt het gevaar voor de verzekeraar door totdat de goederen gelost zijn.

Artikel 844
1.

In een verzekering op te verdienen vrachtpenningen begint de verzekeraar het gevaar te lopen van het ogenblik en naarmate dat de vracht-betalende goederen in het schip geladen zijn; zij eindigt vijftien dagen nadat het schip te bestemder losplaats is aangekomen, of zoveel eerder als de vracht-betalende goederen zijn gelost.

2.

De bepaling van artikel 843 is ook ten dezen toepasselijk.

Artikel 845

Wanneer de reis gestaakt wordt nadat een verzekeraar heeft begonnen gevaar te lopen, blijft het gevaar in een verzekering op goederen lopen vijftien dagen, en in een verzekering op het schip eenentwintig dagen nadat de staking van de reis heeft plaats gehad of zoveel korter als de laatste goederen gelost zijn.

Artikel 846

De tijd van de aanvraag en van het eindigen van het gevaar op verwacht wordende winst staat gelijk met de daartoe voor de verzekering op goederen bepaalde tijd.

Artikel 847

Het staat in alle verzekeringen aan partijen vrij, om bij de polis andere bedingen te maken nopens het beginnen en het eindigen van de tijd van het gevaar.

afdeling Vierde. Van de rechten en de plichten van de verzekeraar en van de verzekerde

Artikel 848
1.

Bij staking van de reis vóórdat de verzekeraar heeft begonnen enig gevaar te lopen, vervalt de verzekering.

2.

De premie wordt door de verzekerde ingehouden of door de verzekeraar teruggegeven, in beide gevallen tegen genot van een half ten honderd van de verzekerde som, of wel van de halve premie, indien deze minder dan één ten honderd mocht belopen.

Artikel 849
1.

Indien de reis gestaakt wordt nadat de verzekeraar heeft begonnen gevaar te lopen, doch vóórdat het schip op de laatste uitklaringsplaats het anker of de touwen heeft losgemaakt, geniet de verzekeraar één ten honderd van de verzekerde som, indien de premie één ten honderd of meer bedraagt; doch, minder bedragende, geniet de verzekeraar haar in haar geheel.

2.

De volle premie is altijd verdiend, indien de verzekerde enige schadevergoeding, hoe ook genaamd, vordert.

Artikel 850

Voor rekening van de verzekeraar zijn alle verliezen en schaden, welke aan de verzekerde voorwerpen zijn overkomen door storm, onweder, schipbreuk, stranding, het overzeilen, aanzeilen, aanvaren of aandrijven, gedwongen verandering van koers, van de reis of van het schip, door het werpen van goederen, door brand, geweld, overstroming, neming, kapers, rovers, aanhouding op last van hogerhand, verklaring van oorlog, represailles; alle schade veroorzaakt door nalatigheid, verzuim of schelmerij van de kapitein, de scheepsofficieren of de andere schepelingen, en, in het algemeen, door alle van buiten aankomende onheilen, hoe ook genaamd, tenzij de verzekeraar hetzij bij wet hetzij ingevolge een beding bij de polis, van het lopen van enige van deze gevaren is vrijgesteld.

Artikel 851
1.

Bij verzekering van het schip houdt de verplichting van de verzekeraar op door elke willekeurige verandering van koers of van de reis en, bij verzekering op vrachtpenningen, door elke willekeurige verandering van koers of van de reis, dan wel door verwisseling van het schip, in beide gevallen door de kapitein uit zich zelf of op last van de eigenaars van het schip gedaan; tenzij, ten aanzien van de kapitein, die zulks uit zich zelf heeft gedaan, het tegendeel uitdrukkelijk bij de polis ware bedongen.

2.

Bij een verzekering op goederen geldt hetzelfde, indien de willekeurige verandering van koers, reis of schip heeft plaats gehad op last of met uitdrukkelijke of met stilzwijgende toestemming van de verzekerde.

3.

De reis wordt gerekend veranderd te zijn, zodra de kapitein deze naar een andere bestemming, dan die waarvoor verzekerd is, heeft aangevangen.

Artikel 852
1.

De willekeurige verandering van koers bestaat niet in een geringe afwijking, maar is alleen aanwezig indien de kapitein, buiten erkende noodzakelijkheid of nuttigheid en zonder voldoende aanleiding in het belang van het schip en de lading, een haven, buiten de koers gelegen, aandoet of een andere streek volgt dan die waartoe hij verplicht was.

2.

In geval van geschil hieromtrent beslist de rechter, na verhoor van deskundigen.

Artikel 853
1.

In een verzekering op het schip en de vrachtpenningen, is de verzekeraar niet verplicht om de door schelmerij van de kapitein veroorzaakte schade te betalen, tenzij bij de polis anders ware bedongen.

2.

Zodanig beding is echter niet geoorloofd, indien de kapitein de enige eigenaar van het schip is of daarin aandeel heeft.

Artikel 854

In een verzekering op goederen, toebehorende aan de eigenaars van het schip, waarin zij geladen zijn, zijn de verzekeraars mede niet aansprakelijk voor schelmerij van de kapitein, of voor de verliezen of schaden, welke door zijn willekeurige verandering van koers, van de reis of van het schip veroorzaakt worden, al ware zulks buiten schuld of voorkennis van de verzekerde gedaan, tenzij bij de polis anders ware bedongen.

Artikel 855

Bij een verzekering op de vrachtpenningen is de verzekeraar niet verantwoordelijk voor de schade, opgekomen sedert het ogenblik, dat de kapitein, van al het nodige tot de reis voorzien zijnde, zonder wettige reden in het belang van het schip en de lading, de gelegenheid heeft verzuimd om de reis te bevorderen; tenware de verzekeraar daartegen uitdrukkelijk mocht hebben verzekerd.

Artikel 856
1.

De verzekeraar is, in geval van verzekering van vloeibare waren, als wijn, brandewijn, olie, honing, pek, teer, stroop of dergelijke, en van zout of suiker, niet gehouden tot vergoeding van enige schade, veroorzaakt door lekkage of smelting, tenzij deze door stoten, schipbreuk of stranden van het schip zijn ontstaan, of wel doordien de verzekerde goederen in een noodhaven zijn gelost en herladen.

2.

Indien er een of meer oorzaken bestaan, uit hoofde van welke de verzekeraar verplicht is de schade, door lekkage of smelting veroorzaakt, te betalen, moet daarvan zoveel worden afgetrokken, als soortgelijke goederen, volgens oordeel van deskundigen, gewoonlijk verliezen.

Artikel 857
1.

Indien in de bij wet aangewezen gevallen verzekeringen is gedaan onder de algemene benaming van goederen, of in welke zaken ook het belang van de verzekerde mocht bestaan, en het gevaar is gelopen op voorwerpen, welke lichtelijk aan bederf of vermindering onderhevig zijn, is de verzekeraar niet gehouden tot zodanig beloop in de schade daaruit ontstaande, als hetwelk, volgens de bestaande gebruiken, op de plaats van de verzekering, niet door de verzekeraars gedragen wordt. Bij verschil bepaalt de rechter dit, na verhoor van deskundigen.

2.

Indien er onder de voorschreven goederen zodanige waren, welke, ter plaatse waar de verzekering is gedaan, gewoonlijk niet anders verzekerd worden dan vrij van beschadiging, lekkage of smelting, dan is de verzekeraar van die schade bevrijd.

Artikel 858

Indien de goederen van de soort, in het voorgaande artikel gemeld, in de polis met hun namen zijn uitgedrukt, zonder enig bijzonder beding, dan is de verzekeraar niet aansprakelijk voor de averij onder de drie ten honderd.

Artikel 859
1.

Indien een verzekering is gesloten met het beding «vrij van beschadigdheid», om het even of daarbij al of niet is gevoegd, «bij behouden aankomst», is de verzekeraar niet verantwoordelijk voor enige schade, wanneer de verzekerde voorwerpen bedorven of beschadigd ter plaatse van hun bestemming zijn aangekomen.

2.

Dezelfde bepaling is toepasselijk op het geval, dat de voorwerpen onderweg of in een noodhaven, uit hoofde van beschadigdheid of uit vrees dat zij zouden bederven of andere goederen aansteken, zijn verkocht geworden.

3.

Averij-grosse mitsgaders schade door werping, neming, roof of dergelijke, of door het vergaan van het schip veroorzaakt, worden niettemin, bij dat beding door de verzekeraar gedragen.

Artikel 860
1.

In een verzekering onder het beding «vrij van molest», is de verzekeraar bevrijd, zodra het verzekerde voorwerp vergaat of bederft door geweld, neming, kaperij, zeeroverij, aanhouding op last van hogerhand, verklaring van oorlog en represailles.

2.

De verzekering vervalt, zodra het verzekerde door het molest wordt opgehouden of van de koers gebracht.

3.

Alles behoudens de verplichting van de verzekeraar om de schade te voldoen, welke vóór het molest is ontstaan.

Artikel 861
1.

Indien de verzekerde bij het beding van «vrij van molest» bedongen heeft, dat de verzekeraar, niettegenstaande de opbrenging, het gewone gevaar zou blijven lopen, draagt de verzekeraar, zelfs na dit molest, alle gewone schaden, welke aan het verzekerde overkomen, totdat het schip is opgebracht en het anker heeft laten vallen, met uitzondering echter van de zodanige, welke ongetwijfeld uit het molest dadelijk voortspruiten.

2.

Bijaldien de oorzaak van het vergaan twijfelachtig is, wordt vermoed, dat het verzekerde door een gewone ramp is vergaan, waarvoor de verzekeraar aansprakelijk is.

Artikel 862

Indien een «vrij van molest» verzekerd schip of goed in een haven ligt en vóór zijn vertrek vijandig wordt bezet, of indien het wordt aangehouden, wordt zulks met opbrengen gelijkgesteld en houdt het gevaar voor de verzekeraar op.

Artikel 863

Indien de verzekering voor een bepaalde tijd gedaan is, in voege als bij artikel 816 gemeld is, moet de verzekerde het bewijs leveren, dat het verzekerde goed in het schip, dat enige ramp geleden heeft of vergaan is, binnen de bepaalde tijd geladen is geweest.

Artikel 864

Bij schadevergoeding wegens goederen door de kapitein ingekocht of ingeladen, hetzij voor zijn eigen rekening, hetzij voor die van het schip, moet het bewijs van de inkoop en een cognossement daarvan, door twee leden van de bemanning ondertekend, worden overgelegd.

Artikel 865

Indien de verzekering bij verdeling plaats heeft ten aanzien van goederen, welke geladen moeten worden in onderscheidene aangeduide schepen, met uitdrukking van de som, welke op elk schip verzekerd wordt, en indien de gehele lading wordt geladen in één schip of in een minder getal schepen dan in de overeenkomst bepaald was, is de verzekeraar niet verder aansprakelijk dan voor de som, welke hij verzekerd heeft op het schip of op de schepen, welke de lading hebben ingenomen, niettegenstaande al de genoemde schepen verongelukt zijn; en hij zal desniettemin een half ten honderd of minder, volgens de onderscheiding van artikel 848, ontvangen van de som, waarvan de verzekering bevonden wordt krachteloos te zijn.

Artikel 866
1.

De verzekeraar is ontslagen van het verder gevaar en is gerechtigd tot de premie, indien de verzekerde het schip zendt naar een meer afgelegen plaats, dan bij de polis genoemd was.

2.

De verzekering heeft volkomen gevolg, indien de reis verkort is.

Artikel 867
1.

De verzekerde is verplicht aan de verzekeraar, of, indien er meer dan een op dezelfde polis getekend hebben, aan de eerste ondertekenaar, onverwijld mede te delen alle tijdingen, welke hij opzichtelijk een aan schip of goed overkomen ramp bekomt; hij moet afschriften of uittreksels van de brieven, waarin de tijdingen vervat zijn, mededelen aan diegenen van de verzekeraars, die zulks mochten verlangen.

2.

Bij verzuim daarvan is de verzekerde gehouden de schade te vergoeden.

Artikel 868
1.

Zolang de verzekerde niet gerechtigd is om het verzekerde aan zijn verzekeraar te abandonneren en dientengevolge het niet werkelijk abandonneert, is hij verplicht, bij schipbreuk, stranding, opbrenging of aanhouding, alle mogelijke vlijt en gepaste pogingen aan te wenden om het te redden of te doen vrijgeven.

2.

Hij heeft hiertoe een bijzondere volmacht van de verzekeraar niet nodig en is zelfs gerechtigd om van deze te vorderen een toereikende som ter bestrijding van de onkosten, welke tot redding of tot reclame moeten worden uitgegeven.

Artikel 869

De verzekerde, die buiten de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba een poging tot redding of tot reclame moet laten doen, de last daartoe opgedragen hebbende aan zijn gewone correspondent of aan een ander huis of persoon, te goeder naam en faam bekend staande, is voor de lasthebber niet verantwoordelijk doch is gehouden zijn rechtsvorderingen tegen hem aan de verzekeraar af te staan.

Artikel 870

In een verzekering voor onbepaalde rekening, dat is, indien in de polis niet is uitgedrukt, tot welke natie de eigenaar van het verzekerde behoort, is de verzekerde mede tot het doen van de reclame verplicht, bijaldien de opbrenging of aanhouding is wederrechtelijk, tenware hij bij de polis daarvan zij ontslagen.

Artikel 871

Een vonnis van een vreemde rechter, waarbij schepen of goederen, welke als bepaald onzijdig eigendom zijn verzekerd, verklaard worden niet onzijdig eigendom te zijn en daarom zijn prijs verklaard, is niet voldoende om de verzekeraar van het betalen van de schade vrij te stellen, bijaldien de verzekerde bewijst, dat het verzekerde waarlijk onzijdig eigendom is geweest, en dat hij bij de rechter, die het schip of de goederen heeft prijs verklaard, alle middelen aangewend en alle bewijsstukken ingediend heeft, om zodanige prijsverklaring af te weren.

Artikel 872

Indien verhoging van premie, voor het geval van opkomende oorlog of andere te verwachten gebeurtenissen, bedongen is, regelt desnoods de rechter de hoegrootheid van de verhoging, voor zover die niet bij de polis uitgedrukt, na verhoor van deskundigen en met inachtneming van het gevaar, de omstandigheden en de bij de polis gemaakte bedingen.

Artikel 873
1.

In alle gevallen, in welke òf de verzekerde goederen niet zijn verzonden, òf in mindere hoeveelheid verzonden worden, òf bij mistasting te veel is verzekerd, en voorts in het algemeen in de gevallen bij artikel 348 voorzien, geniet de verzekeraar een half ten honderd van de verzekerde som of de halve premie, en zulks op dezelfde grondslag als bij artikel 848 is omschreven, tenzij hem bij wet of bij de overeenkomst meer is toegekend.

2.

Hij, die een verzekering ten behoeve van een ander heeft gesloten, zonder diens naam in de polis te doen vermelden, mag de premie niet terugvorderen op grond dat de belanghebbende de verzekerde goederen niet of in mindere hoeveelheid heeft afgezonden.

titel Elfde. Van verzekering tegen de gevaren van het vervoer te land en langs de kusten

Artikel 892

De polis moet, behalve de vereisten bij artikel 325 vermeld, uitdrukken de naam van de voerman, van de kapitein of gezagvoerder, of van de expediteur, die het vervoer op zich heeft genomen.

Artikel 893

De verzekeringen, welke tot voorwerp hebben de gevaren van vervoer te land of langs de kusten, worden in het algemeen en naar de omstandigheden geregeld door de voorschriften van dit wetboek omtrent de verzekeringen ter zee, behoudens de bepalingen in de volgende artikelen voorkomende.

Artikel 894

Bij verzekering van goederen begint het gevaar voor rekening van de verzekeraar te lopen, zodra de goederen gebracht of besteld zijn aan het voer- of vaartuig, het kantoor, of op zodanige andere plaats, alwaar men gewoon is het goed ter verzending te ontvangen, en eindigt, wanneer die goederen ter plaatse van hun bestemming zijn aangekomen en aldaar aan de geadresseerde zijn afgegeven of in de macht van de verzekerde of van zijn gemachtigden gesteld zijn.

moeten vervoerd worden, loopt het gevaar voor rekening van de verzekeraar voort, al ware het ook, dat de goederen, tijdens de reis, in andere voer- of vaartuigen worden overgeladen.

Artikel 896
1.

Hetzelfde heeft plaats bij verzekering van goederen, welke langs de kusten moeten vervoerd worden, wanneer die goederen in andere vaartuigen worden overgeladen, tenware de verzekering op in een bepaald vaartuig geladen goederen mocht gesloten zijn.

2.

Zelfs in dit laatste geval loopt het gevaar bij en na overlading van de goederen in andere vaartuigen, voor rekening van de verzekeraar door, indien die overlading is geschied ten einde het

Artikel 897

Bij verzekering van goederen, welke te land verzonden worden, is de verzekeraar ook aansprakelijk voor de schade en de verliezen, veroorzaakt door schuld of schelmerij van de met de aanneming, het vervoer en de bezorging belaste personen.

Artikel 898

De bepalingen van de vijfde Afdeling van de tiende Titel zijn insgelijks toepasselijk op de in deze Titel vermelde verzekeringen.

Artikel 899

Het staat aan partijen vrij om bij overeenkomst van de bij de artikelen 894 en volgende vermelde bepalingen af te wijken.

titel Twaalfde. Van averijen

afdeling Eerste. Van de averijen in het algemeen

Artikel 900

Alle buitengewone onkosten ten dienste van het schip en de goederen gezamenlijk of afzonderlijk gemaakt, alle schade, welke aan het schip en aan de goederen overkomt gedurende de tijd, bij de derde Afdeling van de tiende Titel ten aanzien van het beginnen en het eindigen van het gevaar bepaald, worden als averij gerekend.

Artikel 901

Indien tussen partijen niet anders is bedongen, worden de averijen geregeld overeenkomstig de navolgende bepalingen.

Artikel 902
1.

Er zijn twee soorten van averijen:

averij-grosse of algemene averij, en

eenvoudige of bijzondere averij.

2.

De eerste wordt geregeld volgens titel 6, afdeling 3, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek BES; de laatste komt ten laste van het schip of van het goed afzonderlijk hetwelk de schade geleden of de kosten veroorzaakt heeft.

Artikel 905

Bijzondere averijen zijn:

  • 1°. alle schaden en verliezen aan het schip of aan de lading overkomen door storm, neming, schipbreuk of toevallige stranding;
  • 2°. lonen en kosten van berging;
  • 3°. het verlies van en de schade geleden aan kabels, ankers, touwen, zeilen, boegspriet, stengen, raas, boten en scheepsgereedschappen, veroorzaakt door storm of ander onheil op zee;
  • 4°. reclame-kosten alsmede kosten van onderhoud en gages van de bemanning gedurende de reclame, indien slechts het schip of de lading is aangehouden;
  • 5°. de kosten van bijzondere reparaties van de fustage en de kosten van beredding van de beschadigde goederen, voor zover dit een en ander niet het onmiddellijk gevolg is van een ramp, welke tot averij-grosse aanleiding geeft;
  • 7°. In het algemeen alle schade, verliezen en de gemaakte kosten, die niet zijn averijgrosse maar die zijn geleden door of gemaakt ten behoeve van schip alleen of voor de schade alleen.
Artikel 906

Indien een schip, uit hoofde van steeds bestaande droogten, ondiepten of banken, met zijn volle lading noch van de plaats vanwaar het vertrekken moet, noch naar de plaats van zijn bestemming kan gevoerd worden en alzo een gedeelte van de lading met lichters aangevoerd of in lichters moet gelost worden, worden zodanige lichterlonen niet als averij beschouwd.

Artikel 912
1.

De loods-, sleep- en andere gelden om de havens of rivieren in- of uit te lopen, de tollen en uitgaven bij het afvaren en voorbijzeilen, de tonne-, anker-, vuur- en baakgelden en alle andere rechten, welke tot de scheepvaart betrekkelijk zijn, zijn geen averijen, maar gewone kosten voor rekening van het schip, tenzij bij het cognossement of de charter-partij anders bedongen zij.

2.

Deze kosten komen slechts ten laste van de verzekeraars indien zij het gevolg zijn van gedurende de reis opgekomen onvoorziene en buitengewone omstandigheden.

Artikel 913
1.

Om de bijzondere averij te vinden, welke een verzekeraar moet betalen, die de goederen voor alle gevaar verzekerd heeft, gelden de volgende bepalingen.

2.

Hetgeen onderweg is geroofd, vermist, of uit hoofde van beschadiging door zeeramp of uit een andere oorzaak waartegen verzekerd is, verkocht, wordt begroot volgens de factuurswaarde, of, deze ontbrekende, naar de waarde, waarvoor de goederen overeenkomstig de wettelijke voorschriften verzekerd zijn; de verzekeraar betaalt dit bedrag.

3.

Bij behouden aankomst van het verzekerde goed, wanneer dit geheel of gedeeltelijk beschadigd is, bepalen deskundigen, hoeveel de goederen, indien deze gezond waren aangebracht, waard zouden zijn geweest en voorts hoeveel zij nu waard zijn; de verzekeraar betaalt zodanig aandeel van de getekende som, als in evenredigheid staat met het verschil tussen de beide waarden, benevens de kosten op de begroting van de schade gevallen.

4.

Alles onverminderd de begroting van verwacht wordende winst, indien deze verzekerd is.

Artikel 914

De verzekeraar is slechts bevoegd om de verzekerde te noodzaken om, ter bepaling van de waarde, de verzekerde voorwerpen te verkopen, indien zulks bij de polis werd bedongen.

Artikel 915

Indien de schade buiten de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba moeten worden opgemaakt, worden daarin gevolgd de ter plaatse waar de opmaking moet geschieden bestaande wettelijke voorschriften of plaats hebbenden gebruiken.

Artikel 916
1.

Indien de verzekerde goederen beschadigd of verminderd in de openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba aangebracht worden en de schade uiterlijk zichtbaar is, moeten de bezichtiging van de goederen en de begroting van de schade door deskundigen gedaan worden vóórdat de goederen onder het beheer van de verzekerde zijn gekomen.

2.

Indien de schade of de vermindering bij de lossing uiterlijk niet zichtbaar is, mag de bezichtiging gedaan worden nadat de goederen onder het beheer van de verzekerde zijn gekomen, mits zulks geschiede binnen driemaal vierentwintig uren na de lossing; onverminderd hetgeen verder van de ene of de andere zijde tot bewijs nodig zal bevonden worden.

Artikel 917

In geval van door zeeramp geleden schade aan een verzekerd schip, draagt de verze-keraar slechts twee derde van de herstelkosten, om het even of het herstel al of niet hebbe plaats gehad, en zulks in evenredigheid van het verzekerde tot het onverzekerde gedeelte. Een derde blijft voor rekening van de verzekerde, wegens vooronderstelde verbetering van oud tot nieuw.

Artikel 918
1.

Indien het herstel heeft plaats gehad, wordt het bedrag van de kosten bewezen door rekeningen en alle andere middelen van bewijs, desnoods door begroting van deskundigen.

2.

Ingeval het herstel niet gedaan is, worden de kosten daarvan door deskundigen begroot.

Artikel 919

Indien het, desnoods na verhoor van deskundigen, blijkt, dat door het verricht herstel de waarde van het schip met meer dan één derde is vermeerderd, betaalt de verzekeraar, in evenredigheid als bij artikel 917 is vermeld, het volle beloop van de gemaakte kosten, onder aftrek van de door verbetering vermeerderde waarde.

Artikel 920

Indien daarentegen de verzekerde, desnoods na begroting als voren, bewijst, dat het herstel een verbetering of een vermeerdering van de waarde van het schip niet heeft teweeggebracht, en wel bepaaldelijk doordien het schip nieuw en op zijn eerste reis de schade heeft geleden, of doordien de schade is aangekomen aan nieuwe zeilen of nieuw scheepsgereedschap, of wel aan ankers, ijzeren kettingkabels of aan een nieuwe koperen huid, heeft de aftrek van één derde niet plaats en is de verzekeraar verplicht het gehele beloop van de herstelkosten, in evenredigheid als bij artikel 917 is vermeld, te vergoeden.

Artikel 921
1.

Indien de herstelkosten meer dan drie vierde van de waarde van het schip zouden belopen, moet het schip ten aanzien van de verzekeraar gehouden worden als afgekeurd; de verzekeraar is alsdan, voor zover abandonnement niet heeft plaats gehad, verplicht de som, waarvoor hij verzekerd heeft, aan de verzekerde te betalen, onder korting van de waarde van het beschadigde schip of wrak.

Artikel 922
1.

Ingeval een schip in een noodhaven is aangekomen en vervolgens op enige wijze verloren gaat, is de verzekeraar niet verder gehouden dan tot de betaling van de som, welke hij verzekerd heeft.

2.

Hetzelfde heeft plaats, wanneer een schip, door onderscheidene herstellingen, meer dan de verzekerde som voor herstel heeft uitgegeven.

Artikel 923

Onverminderd de bepalingen van de artikelen 856, 857 en 858, is de verzekeraar niet gehouden om enige bijzondere averij te dragen, indien deze, behalve de kosten van bezichtiging, begroting en opmaking, minder dan één ten honderd van de waarde van het beschadigde voorwerp beloopt; partijen zijn echter bevoegd om ten dezen andere bedingen te maken.

Artikel 924

De verzekeraars zo op het schip als op de vracht en op de lading betalen ieder zoveel wegens averij-grosse, als die voorwerpen, voor zover daarop verzekering is gedaan, respectievelijk in de averij-grosse moeten dragen, en zulks in evenredigheid van het verzekerde tot het niet-verzekerde gedeelte.

Artikel 925

Zodra de algemene en de bijzondere averij geregeld zijn, moeten de schaderekening benevens de daartoe betrekkelijke bescheiden aan de verzekeraars overgegeven worden. Dezen zijn verplicht om het door hen verschuldigde binnen zes weken daarna te voldoen en zijn na dat tijdsverloop wettelijke interesten verschuldigd.

titel Dertiende. Van het tenietgaan van verbintenissen in de zeehandel

Artikel 949
1.

Door verloop van vijf jaren verjaart elke rechtsvordering voortspruitende uit een polis van verzekering.

2.

Deze verjaring begint te lopen van de dag, waarop de vordering opeisbaar is geworden.

Artikel 951

Elke aanspraak tegen de verzekeraars wegens aan ingeladen goederen overkomen schade vervalt, indien zij, zonder bezichtiging en begroting van die schade, op de wijze bij dit Wetboek voorgeschreven, zijn aangenomen, of, ingeval niet uiterlijk van de schade bleek, de bezichtiging en de begroting niet heeft plaats gehad binnen de bij dit Wetboek bepaalde tijd.

titel Veertiende. Van minder dan twintig kubieke meters bruto-inhoud metende zeeschepen en andere dergelijke langs de kusten varende vaartuigen

Artikel 954

Ten aanzien van minder dan twintig kubieke meters bruto-inhoud metende zeeschepen en minder dan twintig kubieke meters bruto-inhoud metende langs de kusten varende vaartuigen, gelden de navolgende bepalingen.

Artikel 956

De voorschriften van de derde Titel van dit Boek zijn op de kapiteins van de schepen en vaartuigen hiervoren in artikel 954 vermeld, alleen toepasselijk, voor zoveel betreft de bepalingen van de artikelen 436, 439, 440, 441, 442, 454 en 473, behoudens hetgeen bij wet deswege is bepaald.

Artikel 957

De voorschriften van de vierde Titel, van dit Boek zijn ten dezen niet van toepassing.

Artikel 958

De rechten en verplichtingen van kapiteins, van scheepsofficieren en van andere schepelingen der bij artikel 954 vermelde schepen en vaartuigen uit arbeidsovereenkomst voortvloeiende, worden geregeld naar de overeenkomst, naar de bepalingen van de zevende Titel A van het Burgerlijk Wetboek BES omtrent de overeenkomsten tot het verrichten van arbeid en naar andere daaromtrent vastgestelde algemene verordeningen.

Artikel 959

De uit bevrachting voortvloeiende rechten en verplichtingen, de tijd van laden en lossen, mitsgaders al hetgeen daartoe betrekkelijk is, worden, met betrekking tot de bij artikel 954 vermelde schepen en vaartuigen, geregeld naar de bepalingen van de vierde Titel van het eerste Boek van dit Wetboek, naar die van het Burgerlijk Wetboek BES omtrent huur en verhuur, naar nadere daaromtrent vastgestelde algemene verordeningen en, bij ontstentenis van deze, naar de plaatselijke gebruiken.

Artikel 962

De voorschriften van de elfde Titel zijn ook op minder dan twintig kubieke meters bruto-inhoud metende zeeschepen toepasselijk.

Artikel 963

De bepalingen van de artikelen 913–923 en 925 zijn ook op de in artikel 954 vermelde schepen en vaartuigen toepasselijk.

Artikel 964

Indien, tot behoud van schip of vaartuig en lading, goederen worden geworpen, heeft de omslag plaats op dezelfde wijze en naar de regelen, welke dienaangaande ten aanzien van de zeevaart zijn voorgeschreven.

Artikel 965
1.

Dezelfde bepaling geldt, indien, tot behoud van schip en lading, goederen in lichters of in boten zijn overgeladen.

2.

De daartoe vereiste kosten, de aan de goederen overkomen schade en de wegens het gebruik van lichters of van boten verschuldigde schadeloosstellingen worden op de voet van het vorige artikel door het principale schip of vaartuig en de lading gedragen.

Artikel 966

De overige bepalingen van de twaalfde Titel, alsmede titel 6, afdeling 3, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek BES zijn niet toepasselijk op de in artikel 954 vermelde schepen en vaartuigen.

Artikel 967

De voorschriften van de dertiende Titel gelden behoudens het bepaalde in de vierde Titel van het eerste Boek van dit Wetboek, in het algemeen en naar de omstandigheden ook op de in artikel 954 vermelde schepen en vaartuigen.

Algemene slotbepaling

Artikel 968
1.

De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de termijnen gesteld in de hierna genoemde onderdelen van dit wetboek:

van het Eerste Boek:

de vijfde en zesde titel;

van het Tweede Boek:

de derde en vierde titel, alsmede de derde afdeling van de tiende titel;

zij is echter wel van toepassing op de termijnen gesteld in de artikelen 520 en 561.

2.

Onder algemeen erkende feestdagen worden in dit wetboek verstaan de in artikel 3 van de Algemene termijnenwet als zodanig genoemde en de bij krachtens dat artikel daarmede gelijkgestelde dagen.

3.

Deze wet wordt aangehaald als: Wetboek van Koophandel BES.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)