Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES

Type Wet Bes
Publication 2015-07-01
State In force
Source BWB
artikelen 772
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
1.

Bevoegd tot kennisneming van verzoeken tot goedkeuring als bedoeld in artikel 1303, vierde lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek, en tot machtiging tot doorhaling als bedoeld in de artikelen 195 of 1304 van Boek 8 van dat wetboek, zijn de rechter in eerste aanleg van de woonplaats, bedoeld in de artikelen 194, zesde lid, of 1303, zesde lid, van Boek 8 van dat wetboek, alsmede de rechter in eerste aanleg van de plaats waar het in de artikelen 193 of 1302 van Boek 8 van dat wetboek genoemde register wordt gehouden.

2.

Machtiging wordt slechts verleend na verhoor of behoorlijke oproeping van degenen van wier recht of beslag uit een inschrijving blijkt of ten gunste van wie voorlopige aantekeningen bestaan. Deze machtiging wordt door de griffier van het gerecht in eerste aanleg op het verzoekschrift aangetekend.

Artikel 626
1.

Een vervoerder kan ter zake van het hem verschuldigde conservatoir beslag leggen op onder de vervoerovereenkomst aan boord van een schip vervoerde zaken gedurende één maand na de aanvang van de dag waarop zij niet meer aan boord van het schip zijn, zolang niet een derde te goeder trouw en anders dan om niet daarop enig recht heeft verkregen.

2.

Het beslag wordt gelegd met toepassing van de regels betreffende conservatoir beslag op roerende zaken in handen van de schuldenaar. De artikelen 711, eerste lid, 461d en 708, tweede lid, zijn op dit beslag niet van toepassing.

Artikel 627

De aanwijzing van een derde als bedoeld in artikel 481, tweede lid, van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek of in enig desbetreffend partijbeding, geschiedt ten verzoeke van de meest gerede partij door de rechter in eerste aanleg van de plaats waar het cognossement aan de vervoerder moet worden afgegeven.

Artikel 628

Op een verzoek van de vervoerder tot toestemming om ten vervoer ontvangen zaken op te slaan, onder zichzelf te houden of daarvoor andere maatregelen te treffen wordt beslist door de rechter in eerste aanleg binnen wiens rechtsgebied de zaken zich bevinden.

Artikel 629
1.

Bevoegd tot de kennisneming van geschillen tussen een vervoerder en een ontvanger die niet de afzender was, inzake overeenkomsten tot vervoer geheel of gedeeltelijk per schip van een in het buitenland gelegen plaats naar een hier te lande gelegen plaats van eindbestemming, is de rechter in eerste aanleg binnen wiens rechtsgebied die plaats hier te lande ligt. Onder ontvanger wordt mede verstaan: degene die een vordering instelt ter zake van niet afgeleverde zaken.

2.

Nietig is ieder beding waarbij van het eerste lid wordt afgeweken, tenzij zulk een beding:

  • a. bevoegd verklaart een rechter van een met name genoemde plaats, gelegen op het grondgebied van de staat waarin hetzij de vervoerder, hetzij de ontvanger woonplaats heeft, dan wel
  • b. is neergelegd in een afzonderlijk, niet naar algemene voorwaarden verwijzend geschrift.
Artikel 631

Geschillen naar aanleiding van het stellen, aanvullen of vervangen van zekerheid als bedoeld in de artikelen 30, 69 en 489 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek, worden op verzoek van de meest gerede partij beslist door de rechter in eerste aanleg binnen wiens rechtsgebied de aflevering plaatsvindt of moet plaatsvinden.

Artikel 632
1.

Op een verzoek tot machtiging ten vervoer ontvangen zaken te verkopen, wordt beslist door de rechter in eerste aanleg binnen wiens rechtsgebied de zaken zich bevinden. De verzoeker is verplicht bij zijn verzoek aan te geven op welke wijze of wijzen de zaken kunnen worden verkocht.

2.

De rechter bepaalt op verzoek van de meest gerede partij in zijn beschikking of en, zo ja, op welke wijze de opbrengst van het verkochte of een gedeelte daarvan zal strekken tot zekerheid voor nog niet vaststaande vorderingen van de vervoerder.

Artikel 633
1.

Op een verzoek tot gerechtelijk onderzoek als bedoeld in de artikelen 494 en 495 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek, wordt beslist door de rechter in eerste aanleg binnen wiens rechtsgebied de zaken zich bevinden. Deze wijst daarbij hetzij één, hetzij drie deskundigen aan en bepaalt op welke wijze deze de wederpartij van de verzoeker zullen oproepen bij het onderzoek aanwezig te zijn.

2.

Op een verzoek van de in het eerste lid bedoelde verzoeker tot het geheel of gedeeltelijk ten laste van zijn wederpartij brengen van de kosten van het onderzoek of van een begroting als bedoeld in artikel 494 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek, dan wel van de door dat onderzoek geleden schade, wordt beslist door de in dat lid bedoelde rechter.

Artikel 635
1.

Onverminderd artikel 637 kan de eiser in zaken van aanvaring of van een voorval als bedoeld in artikel 541 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek van Aruba, te zijner keuze zijn verzoekschrift richten aan:

  • a. de rechter in eerste aanleg van de woonplaats van de verweerder of, indien er meer verweerders zijn, van een van hen;
  • b. de rechter in eerste aanleg binnen wiens rechtsgebied de aanvaring of het voorval heeft plaatsgehad;
  • d. de rechter in eerste aanleg binnen wiens rechtsgebied op het schip beslag is gelegd.
2.

Indien volgens het eerste lid geen rechter hier te lande bevoegd is, geschiedt de oproeping voor de rechter in eerste aanleg van de verblijfplaats van de verweerder of, indien er meer verweerders zijn, van een van hen, dan wel de rechter in eerste aanleg van de woonplaats van de eiser of, indien er meer eisers zijn, van een van hen.

Artikel 636
1.

Een hulpverlener kan ter zake van het hem uit hoofde van hulpverlening verschuldigde conservatoir beslag leggen op zaken waaraan hulp is verleend doch die niet meer aan boord van het schip zijn, zolang niet een derde te goeder trouw en anders dan om niet daarop enig recht heeft verkregen.

2.

Het beslag kan niet worden gelegd op zaken die zich onder beheer van de strandvonder bevinden.

3.

Tenzij het een schip betreft dat teboekstaat in het in artikel 193 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek bedoelde register, wordt het beslag gelegd met toepassing van de regels betreffende conservatoir beslag op roerende zaken in handen van de schuldenaar. De artikelen 711, eerste lid, 461d en 708, tweede lid, zijn op dit beslag niet van toepassing.

Artikel 637
1.

Onverminderd artikel 635 kan de eiser in zaken van hulpverlening te zijner keuze zijn verzoekschrift richten aan:

  • a. de rechter in eerste aanleg van de woonplaats van de verweerder of, indien er meer verweerders zijn, van een van hen;
  • b. de rechter in eerste aanleg binnen wiens rechtsgebied de hulp is verleend;
  • c. de rechter in eerste aanleg binnen wiens rechtsgebied tot verhaal van vorderingen ter zake van de hulpverlening beslag is gelegd.
2.

Indien volgens het eerste lid geen rechter hier te lande bevoegd is, geschiedt de oproeping voor de rechter in eerste aanleg van de verblijfplaats van de verweerder of, indien er meer verweerders zijn, van een van hen, dan wel de rechter in eerste aanleg van de woonplaats van de eiser of, indien er meer eisers zijn, van een van hen.

3.

Bevoegd ten aanzien van verzoeken als bedoeld in titel 6, afdeling 2, van Boek 8 en van geschillen met betrekking tot de zekerheid als bedoeld in artikel 571 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek van Aruba is de rechter, bedoeld in het eerste of tweede lid.

Artikel 638
1.

Indien zich naar zijn mening een geval van avarij-grosse voordeed, is de eigenaar van het schip en in geval van rompbevrachting de rompbevrachter verplicht met inachtneming van het derde lid binnen redelijke termijn na het einde van de onderneming een persoon, dispacheur geheten, aan te wijzen ter berekening van de avarij-grosse en ter vaststelling van degenen die recht hebben op vergoedingen, en van degenen ten laste van wie de bijdragen in de avarij-grosse komen. Hij is verplicht van deze aanwijzing tijdig mededeling te doen aan degenen die naar zijn mening in de avarij-grosse moeten bijdragen.

2.

Indien de in het eerste lid genoemde verplichting niet is nagekomen, is ieder die van mening is recht te hebben op een vergoeding in avarij-grosse, dan wel in een avarij-grosse te zullen moeten bijdragen, bevoegd de rechter in eerste aanleg binnen wiens rechtsgebied de onderneming eindigde, te verzoeken de dispacheur te benoemen. Gelijke bevoegdheid komt toe aan ieder die zich niet kan verenigen met de ingevolge het eerste lid aangewezen dispacheur.

3.

Tenzij de in het tweede lid bedoelde belanghebbenden anders overeenkomen, moet de dispacheur kantoor houden in, dan wel zo dicht mogelijk bij de plaats waar de onderneming eindigde. Ligt deze plaats hier te lande, dan moet de dispacheur hier te lande kantoor houden.

Artikel 639
1.

De belanghebbenden bij de avarij-grosse zijn verplicht de dispacheur iedere inlichting en alle documenten die hij ter opstelling van de dispache vraagt, te doen toekomen.

2.

Indien een partij niet aan de in het eerste lid genoemde verplichting voldoet, is de dispacheur gerechtigd zich de noodzakelijke inlichtingen of documenten te verschaffen; deze worden alsdan vermoed juist te zijn.

Artikel 640

De dispacheur is bevoegd een door hem ondertekend exemplaar van de dispache ter griffie van het gerecht in eerste aanleg te deponeren en is alsdan verplicht, voor zover hem dit redelijkerwijs mogelijk is, alle belanghebbenden, onder toezending van een exemplaar der dispache of een uittreksel daarvan, bericht te zenden.

Artikel 641

Degene die de hem toegezonden, dan wel ter griffie van het gerecht in eerste aanleg gedeponeerde dispache wenst af te wikkelen, verzoekt de rechter in eerste aanleg de dispache te homologeren. Zo dit nog niet is geschied, legt hij een exemplaar van de dispache of een uittreksel daarvan ter griffie neer.

Artikel 641a
1.

Ieder van de in artikel 638 bedoelde personen die zich niet met de hem toegezonden, dan wel ter griffie van het gerecht in eerste aanleg gedeponeerde dispache kan verenigen, verzoekt de rechter in eerste aanleg de dispache te herzien. Zo dit nog niet is geschied, legt hij een exemplaar van de dispache of een uittreksel daarvan ter griffie neer.

2.

Wijst de rechter het verzoek af, dan homologeert hij de dispache.

Artikel 641b
1.

Gaat de rechter in het geval van artikel 641 of artikel 641a niet tot homologatie over, dan is de dispacheur of een mogelijkerwijs door de rechter aangewezen andere dispacheur verplicht de dispache in overeenstemming met de rechterlijke beslissing te wijzigen, dan wel haar in te trekken. In geval van intrekking wordt, tenzij de rechter anders beslist, de dispache desalniettemin wat betreft honorarium en kosten van de dispacheur gehomologeerd.

2.

Gaat de rechter in het geval van artikel 641 of artikel 641a tot homologatie over, dan zijn zij die de dispache betwistten, hoofdelijk verplicht de belanghebbenden die niet tot dergelijke betwisting overgingen, de ten gevolge van de betwisting geleden schade te vergoeden.

Artikel 641c

Ieder die de dispache betwist, is op verzoek van ieder die dit niet deed, verplicht ten behoeve van deze laatste zekerheid te stellen voor de door deze laatste mogelijkerwijs geleden of te lijden schade. Geschillen naar aanleiding van het stellen, aanvullen of vervangen van deze zekerheid worden ten verzoeke van de meest gerede partij beslist door de rechter in eerste aanleg.

Artikel 641d

Na het in kracht van gewijsde gaan van een beschikking van homologatie levert de dispache een voor tenuitvoerlegging vatbare titel op.

Artikel 642

Tegen een beslissing van de rechter, gegeven in de gevallen van de artikelen 621 tot en met 641d, staat geen andere voorziening open dan cassatie in het belang van de wet.

Afdeling 2. Rechtspleging inzake beperking van aansprakelijkheid van scheepseigenaren

Artikel 642a
1.

Degene die op grond van artikel 750 of 751 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek een beroep wil doen op beperking van zijn aansprakelijkheid, verzoekt het gerecht in eerste aanleg het bedrag of de bedragen waartoe zijn aansprakelijkheid is beperkt, het bedrag van het fonds of van de fondsen, vast te stellen en te bevelen dat tot een procedure ter verdeling van een te stellen fonds zal worden overgegaan.

2.

Het verzoek vermeldt:

  • a. de naam van het schip;
  • b. de nationaliteit van het schip;
  • c. de naam en de woonplaats van de verzoeker;
  • d. het bedrag dat naar het oordeel van de verzoeker het fonds of de fondsen belopen, en de gegevens, noodzakelijk ter berekening hiervan;
  • e. de dag en de plaats van het voorval dat aanleiding gaf tot de vorderingen ten aanzien waarvan de verzoeker zijn aansprakelijkheid meent te kunnen beperken, alsmede een omschrijving daarvan;
  • f. de naam en de woonplaats van de aan de verzoeker bekende personen tegenover wie hij meent zich op de beperking van zijn aansprakelijkheid te kunnen beroepen, met een schatting van het maximum-bedrag van ieders vordering.
3.

De verzoeker doet in het verzoekschrift een voorstel omtrent de wijze waarop hij fonds denkt te stellen.

4.

Het indienen van een verzoek vormt niet een erkenning van aansprakelijkheid.

5.

De behandeling geschiedt op de dag en de tijd die door de griffier aan de in het tweede lid, onderdeel f, bedoelde personen worden meegedeeld. Bovendien doet de griffier van het verzoek aankondiging in een of meer door het gerecht mogelijkerwijs aan te wijzen nieuwsbladen.

Artikel 642b

Indien naar aanleiding van hetzelfde voorval meer dan één op eenzelfde schip betrekking hebbend verzoek als bedoeld in artikel 642a is ingediend, beveelt het gerecht in eerste aanleg, alvorens op deze verzoeken te beslissen, tenzij een verzoeker zich daartegen verzet en dit verzet gegrond is bevonden, de voeging van de zaken die op één fonds betrekking hebben.

Artikel 642c
1.

Bij de behandeling van het in artikel 642a bedoelde verzoek kan geen beroep worden gedaan op artikel 754 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek.

2.

Bij toewijzing van het verzoek bepaalt het gerecht in eerste aanleg met inachtneming van de artikelen 755 en 756 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek het in rekeneenheden uitgedrukte beloop van het fonds of de fondsen. Hij beveelt de verzoeker op een door hem te bepalen dag, die niet later ligt dan één maand na de dag van de beschikking, fonds te stellen:

  • b. door op andere door hem bepaalde wijze zekerheid te stellen ten belope van het in onderdeel a bedoelde bedrag, alsnog vermeerderd met de wettelijke rente daarover van de aanvang van de dag, volgende op de dag van laatstbedoelde zekerheidstelling, tot de aanvang van de dag waarop de griffier de in artikel 642v bedoelde oproep doet uitgaan.
3.

De rechter in eerste aanleg vervult tevens de functie van rechter-commissaris ter vaststelling van de staat van verdeling van het fonds of de fondsen. Hij benoemt een vereffenaar van het fonds of de fondsen. Zo hij daartoe termen aanwezig acht, kan hij voor ieder fonds meer dan één vereffenaar benoemen.

4.

Het fonds wordt gesteld ten name van de rechter-commissaris en de vereffenaar, die daarover met uitsluiting van de verzoeker, doch slechts gezamenlijk, kunnen beschikken.

5.

De beschikking van het gerecht in eerste aanleg is uitvoerbaar bij voorraad. De werking van de beschikking kan door de hogere rechter niet worden geschorst.

6.

De verzoeker die aan het bevel van het gerecht in eerste aanleg heeft voldaan, richt zich onverwijld tot haar met het verzoek zulks te verklaren. Indien het gerecht deze verklaring weigert, kan het de verzoeker een hernieuwd bevel tot het stellen van fonds geven op een door haar te bepalen dag, die niet later kan liggen dan één maand na de dag van de beschikking. De verzoeker die aan dit hernieuwde bevel van het gerecht heeft voldaan, richt zich wederom tot haar met het verzoek zulks te verklaren. De tweede volzin is alsdan niet van toepassing.

7.

De verzoeker ten aanzien van wie het gerecht in eerste aanleg geen verklaring heeft gegeven, kan zijn aansprakelijkheid niet meer op grond van artikel 750 of 751 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek beperken.

8.

Op de voldoening aan een bevel tot storting of andere zekerheidstelling als bedoeld in dit artikel, zijn de artikelen 45 tot en met 48 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek en de artikelen 38 tot en met 45 van de Faillissementswet BES niet van toepassing.

Artikel 642d

Indien ter zake van één en hetzelfde voorval een fonds is gesteld door een van de personen of zijn verzekeraar, genoemd in:

Artikel 642e
1.

Indien na toewijzing van een op artikel 750 of artikel 751 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek gegrond verzoek geen van de schuldeisers binnen de in artikel 642g genoemde termijn betwist heeft dat de schuldenaar zijn aansprakelijkheid kan beperken, dan wel omtrent een zodanige betwisting onherroepelijk afwijzend is beslist en een fonds is gesteld ten aanzien waarvan het gerecht in eerste aanleg een verklaring als bedoeld in artikel 642c, zesde lid, heeft afgegeven, en dat werkelijk ten bate van de schuldeiser beschikbaar is, alsmede de schuldeiser zijn vordering op het fonds in rechte geldend kan maken, kan het gerecht op verzoek van degene ten behoeve van wie het fonds is gesteld, de opheffing van beslagen die zijn gelegd, ter zake van de vorderingen waarvoor het fonds is gesteld, dan wel de teruggave van de ter zake daarvan gegeven zekerheid, bevelen.

2.

Indien aan de in het eerste lid gestelde vereisten is voldaan, geeft het gerecht in eerste aanleg op een verzoek als bedoeld in dat lid, een bevel als bedoeld in dat lid, wanneer het fonds is gesteld:

  • a. in de haven waar het ongeval waaruit de aansprakelijkheid is voortgevloeid, plaatsvond of, indien dit ongeval niet in een haven plaatsvond, in de eerste haven die het schip daarna aanliep,
  • b. in de haven van ontscheping van de betrokken persoon, indien de schade is voortgevloeid uit dood of letsel van personen,
  • c. met betrekking tot beschadigde lading in de haven van lossing, of
  • d. in de Staat waarin het beslag is gelegd.
3.

Het eerste en het tweede lid zijn slechts van toepassing, indien het fonds aan de schuldeiser, wat zijn vordering betreft, vrij kan worden overgemaakt.

Artikel 642f
1.

Indien aan de in artikel 642e gestelde vereisten is voldaan, worden procedures ter zake van vorderingen waarvoor het fonds is gesteld, geschorst door betekening vanwege de belanghebbenden aan de partij, ook al waren deze procedures reeds in staat van wijzen.

2.

Behoudens de gevallen, bedoeld in het derde lid, wordt na schorsing van een hangende procedure het geding op verzoek van de meest gerede partij van de rol afgevoerd, wanneer:

  • a. het verzoek van de schuldeiser tot verificatie als bedoeld in artikel 642l, is afgewezen,
  • b. de staat van verdeling, bedoeld in artikel 642v, op de in dat artikel genoemde wijze is vastgesteld, of
  • c. de vordering van de schuldeiser ingevolge artikel 642w is tenietgegaan.
3.

Het geschorste geding wordt hervat, indien:

  • a. alsnog onherroepelijk wordt beslist dat de schuldenaar zijn aansprakelijkheid niet de schuldeiser in de kosten van het geding vordert.
  • b. in een van de in het tweede lid bedoelde gevallen de schuldenaar de veroordeling van aansprakelijkheid
4.

Blijft een beroep op schorsing als bedoeld in het eerste lid, achterwege, dan verliest een schuldenaar de bevoegdheid jegens de betrokken schuldeiser beroep te doen op zijn beperkte kan beperken, of

5.

Op de schorsing en de hervatting van het geding zijn de artikelen 185 tot en met 190 van toepassing.

Artikel 642g
1.

Nadat de in artikel 642c, zesde lid, bedoelde verklaring is afgegeven, bepaalt de rechter-commissaris, de vereffenaar gehoord, zo spoedig mogelijk de dag waarop uiterlijk de vorderingen op de schuldenaar, alsmede de betwistingen van diens beroep op beperking van zijn aansprakelijkheid, hetzij ten aanzien van alle, hetzij ten aanzien van een of meer van de schuldeisers, bij de vereffenaar moeten worden ingediend.

2.

De rechter-commissaris bepaalt, de vereffenaar gehoord hebbend, tevens de dag of de dagen met bepaling van tijd waarop, en plaats waar door hem zal worden overgegaan tot verificatie van de ingediende vorderingen en behandeling van betwistingen van het beroep op beperking van aansprakelijkheid. Deze dagen, tijden en plaatsen kunnen voor elk van de fondsen alsmede voor een van deze fondsen verschillend zijn.

3.

Tussen de in het eerste lid genoemde dag voor de indiening van de vorderingen en het verrichten van betwistingen als in dat lid bedoeld, en de dag van de verificatiezitting of de zitting waarop deze betwistingen worden behandeld, liggen ten minste acht weken.

Artikel 642h

Indien een schuldenaar aantoont dat hij op een later tijdstip, niettegenstaande artikel 642f, eerste lid, gedwongen zou kunnen worden geheel of gedeeltelijk een bedrag te betalen waarvoor hij, als hij dit bedrag vóór de verdeling van het fonds had betaald, op grond van artikel 642j in de rechten van de schuldeiser zou zijn gesubrogeerd, kan de rechter-commissaris gelasten dat voorlopig een bedrag terzijde zal worden gesteld dat voldoende is om het de schuldenaar mogelijk te maken op dat latere tijdstip zijn rechten overeenkomstig artikel 642j geldend te maken.

Artikel 642i

De vereffenaar geeft van de beschikkingen, genoemd in artikel 642g, onverwijld bij aangetekende brief kennis aan de schuldenaar of de schuldenaren en de door deze opgegeven schuldeisers. Bovendien doet hij, indien de rechter-commissaris zulks beveelt, van deze beschikkingen aankondiging in een of meer door de rechter-commissaris aan te wijzen nieuwsbladen.

Artikel 642j

Een bedrag dat een schuldenaar of diens verzekeraar vóór de verdeling van een fonds heeft betaald, kan door hem niet geheel of gedeeltelijk worden teruggevorderd; hij wordt voor het betaalde bedrag van rechtswege gesubrogeerd in de rechten van de schuldeiser.

Artikel 642k

De schuldeiser die tegen het verzoek van een schuldenaar verweer voert, moet niettemin zijn vordering ter verificatie aanmelden. Hetzelfde geldt ten aanzien van een schuldeiser die twijfelt of de schuldenaar, gezien de aard van de vordering, met betrekking tot deze vordering jegens hem een beroep kan doen op de beperking van zijn aansprakelijkheid.

Artikel 642l
1.

De indiening van de schuldvorderingen geschiedt bij de vereffenaar door de overlegging van een rekening of andere schriftelijke verklaring, aangevende de aard en het bedrag van de vordering, vergezeld van de bewijsstukken of een afschrift daarvan. De in artikel 642k, tweede volzin, bedoelde schuldeiser legt bovendien over een schriftelijke verklaring, bevattende de gronden van zijn in die volzin bedoelde twijfel.

2.

Indiening van een vordering ter verificatie wordt ten aanzien van verjaring en verval aangemerkt als het in rechte instellen van deze vordering.

3.

De schuldeisers zijn bevoegd van de vereffenaar een ontvangstbewijs te vorderen.

4.

De vereffenaar toetst de ingezonden rekeningen aan de administratie en opgaven van de schuldenaar, treedt, als hij tegen de toelating van een vordering bezwaar heeft, met de schuldeiser en de schuldenaar of schuldenaren in overleg en is bevoegd van dezen overlegging van ontbrekende stukken alsook raadpleging van hun administratie en van de oorspronkelijke bewijsstukken te vorderen.

5.

Voor ieder fonds brengt de vereffenaar de vorderingen die hij goedkeurt, op een lijst van voorlopig erkende schuldvorderingen en de vorderingen die hij betwist, op een afzonderlijke lijst, vermeldende de gronden van de betwisting.

6.

De door de vereffenaar opgestelde lijsten liggen gedurende ten minste 21 dagen vóór de voor de verificatie bestemde dag ter griffie ter kosteloze inzage voor ieder. De nederlegging geschiedt kosteloos.

7.

De vereffenaar vermeldt de verweerschriften, ingediend tegen het door een schuldenaar gedane verzoek, vermeldende de gronden van de betwisting.

Artikel 642m

Van de krachtens artikel 642l gedane nederlegging der lijsten geeft de vereffenaar aan alle bekende schuldeisers en de schuldenaar of schuldenaren schriftelijk bericht, waarbij hij een nadere oproeping tot de verificatievergadering voegt.

Artikel 642n

Op de ingevolge artikel 642g bepaalde dag of dagen houdt de rechter-commissaris in tegenwoordigheid van de vereffenaar een of meer openbare zittingen.

Artikel 642o
1.

Vorderingen die zijn ingediend na afloop van de in artikel 642g, eerste lid, genoemde termijn, kunnen op verzoek van de schuldeiser door de rechter-commissaris tot de verificatie worden toegelaten.

2.

Een dergelijk verzoek moet worden toegestaan indien de schuldeiser in het buitenland woont en daardoor verhinderd was zich eerder te melden.

3.

In geval van geschil over het al dan niet aanwezig zijn van de verhindering beslist de rechter-commissaris na de vergadering te hebben geraadpleegd.

Artikel 642p
1.

Alle schuldeisers en schuldenaren kunnen een vordering betwisten.

2.

Vorderingen die niet worden betwist, worden door de rechter-commissaris vastgesteld op het beweerde bedrag.

3.

Van de vaststelling door de rechter-commissaris wordt aantekening gemaakt in het proces-verbaal ter zitting en op de door de vereffenaar opgestelde lijst.

Artikel 642q
1.

In geval van betwisting ter zitting van een vordering of van het beroep op beperking van aansprakelijkheid verwijst de rechter-commissaris partijen en de schuldenaar, zo hij hen niet kan verenigen, naar een of meer door hem te bepalen terechtzittingen van het gerecht in eerste aanleg ter beslissing van het punt van geschil. De rechter-commissaris verwijst ook de in artikel 642k, tweede volzin, bedoelde schuldeiser wiens vordering overigens niet wordt betwist, naar de terechtzitting van het gerecht in eerste aanleg ter beslissing van de vraag of zijn vordering terecht ter verificatie werd ingediend.

2.

Indien een schuldeiser wiens vordering betwist wordt, of een schuldenaar niet ter zitting aanwezig is, geeft de vereffenaar hem onmiddellijk kennis per aangetekende brief van iedere verwijzing.

Artikel 642r
1.

Verschijnt de schuldeiser die de verificatie vraagt, niet ter terechtzitting van het gerecht in eerste aanleg, dan wordt hij geacht zijn vordering voor zover zij betwist is, te hebben ingetrokken.

2.

Verschijnt degene die een betwisting van enige stelling van een schuldenaar of schuldeiser deed, niet, dan wordt hij geacht deze betwisting te hebben laten varen.

3.

De in artikel 642q, tweede lid, genoemde personen kunnen zich in het geding niet op het ontbreken van de in die bepaling bedoelde kennisgeving beroepen.

4.

Schuldeisers die bij de indiening van hun vordering noch ter vergadering betwisting hebben gedaan, kunnen in het geding zich voegen noch tussenkomen; tussenkomst kan in geval van faillissement van een schuldenaar worden gevorderd door de curator in dat faillissement.

5.

Een onherroepelijke beslissing, inhoudende dat een schuldenaar zijn aansprakelijkheid ten opzichte van een of meer vorderingen niet kan beperken, heeft bindende kracht zowel jegens een schuldenaar als in geval van diens faillissement jegens zijn schuldeisers.

Artikel 642s
1.

Na afloop van de in artikel 642n bedoelde zittingen of, indien deze tot geschillen aanleiding hebben gegeven, nadat daarover onherroepelijk is beslist, wordt door de vereffenaar een staat van verdeling van het betrokken fonds opgemaakt en aan de goedkeuring van de rechter-commissaris onderworpen.

2.

Indien onherroepelijk is beslist dat de schuldenaar zijn aansprakelijkheid niet kan beperken, vervalt de gestelde zekerheid en wordt een gestort bedrag uitgekeerd aan degene die de storting verrichtte, doch niet eerder dan één maand nadat het vonnis in kracht van gewijsde is gegaan en de vereffenaar op de in artikel 642i voorgeschreven wijze kennis heeft gegeven van de dag waarop deze uitkering zal plaatsvinden.

Artikel 642t
1.

Vorderingen waarvan de waarde in buitenlandse valuta is uitgedrukt, worden geverifieerd voor hun geschatte waarde in het hier te lande uitgegeven geld.

2.

Indien de schuldenaar gebruik maakte van de hem in artikel 750 of 751 van Boek 8 van het Burgerlijk Wetboek gegeven bevoegdheid, zijn de volgende regels van toepassing:

  • a. het personenfonds wordt aangewend ter voldoening van vorderingen betreffende personenschade;
  • b. het passagiersfonds wordt aangewend ter voldoening van vorderingen betreffende personenschade van reizigers;
  • c. het zakenfonds wordt aangewend ter voldoening van vorderingen betreffende zaakschade en van vorderingen betreffende personenschade, voor zover deze nog onvoldaan zijn na toepassing van onderdeel a, met dien verstande dat vorderingen met betrekking tot beschadiging van kunstwerken van havens, dokken, waterwegen en van hulpmiddelen bij de navigatie vóór alle andere vorderingen betreffende zaakschade worden voldaan;
  • e. indien een volgens de onderdelen a tot en met d te verdelen bedrag niet voldoende is ter voldoening van de vorderingen waartoe het volgens die onderdelen wordt aangewend, worden die vorderingen naar evenredigheid gekort.
3.

Voor de toepassing van het tweede lid wordt verstaan onder:

  • personenschade: alle schade, voortspruitende uit dood of letsel van personen;
  • zaakschade: alle schade die niet is personenschade.
4.

Behoudens het tweede lid, onderdeel c, is ieder fonds uitsluitend bestemd voor de voldoening van de vorderingen met betrekking waartoe het is gesteld.

Artikel 642u
1.

Een door de rechter-commissaris goedgekeurde staat van verdeling van het beschikbare fonds ligt gedurende twee weken ter griffie van het gerecht in eerste aanleg ter kosteloze inzage van de schuldeisers van wie vorderingen zijn erkend, en van de schuldenaren. De nederlegging geschiedt kosteloos.

2.

Van de nederlegging wordt door de vereffenaar aankondiging gedaan op de wijze, voorgeschreven in artikel 642i, terwijl daarvan bovendien bij aangetekende brief kennis wordt gegeven aan de schuldenaren en aan ieder der schuldeisers van wie de vorderingen zijn erkend, met vermelding van het voor hen uitgetrokken bedrag; ieder van hen kan gedurende genoemde termijn bij het gerecht in eerste aanleg tegen de staat van verdeling in verzet komen door indiening van een met redenen omkleed bezwaarschrift ter griffie.

3.

Na afloop van de termijn geeft het gerecht in eerste aanleg haar beschikking, nadat zij de schuldeisers en de schuldenaren heeft gehoord of behoorlijk doen oproepen. De oproeping geschiedt bij aangetekende brief door de vereffenaar.

Artikel 642v
1.

Nadat een staat van verdeling door de rechter-commissaris of, indien tijdig verzet is gedaan, door het gerecht in eerste aanleg is vastgesteld, roept de griffier bij aangetekende brief de schuldeisers op het hun toekomende bedrag in ontvangst te nemen.

2.

De staat ligt na de vaststelling ter griffie ter kosteloze inzage van belanghebbenden.

3.

Een nog bestaand batig saldo en uitkeringen waarover niet binnen één jaar is beschikt, worden uitgekeerd aan degene die de storting verrichtte. Artikel 642s, tweede lid, is daarbij van overeenkomstige toepassing.

Artikel 642w

Behoudens artikel 642f, vierde lid, gaan de vorderingen van schuldeisers die, hoewel daartoe behoorlijk opgeroepen zijnde, deze niet ter verificatie hebben aangemeld, door het in kracht van gewijsde gaan van de staat van verdeling teniet.

Artikel 642x
1.

De rechter-commissaris is bevoegd te allen tijde een voorlopige staat van verdeling vast te stellen. In dat geval zijn de artikelen 642s tot en met 642v van overeenkomstige toepassing.

2.

De rechter-commissaris kan bevelen dat door schuldeisers aan wie op grond van een voorlopige staat van verdeling een uitkering wordt gedaan, een door hem aan te wijzen vorm van zekerheid wordt gegeven.

Artikel 642y
1.

De beschikkingen van de rechter-commissaris, alsmede die van het gerecht in eerste aanleg krachtens artikel 642u, derde lid, zijn niet vatbaar voor hoger beroep, noch voor beroep in cassatie.

2.

Tegen de andere uitspraken waartoe de artikelen 642a tot en met 642z aanleiding geven, kan door de schuldenaar en door de verschenen schuldeisers binnen vier weken na de dag van de uitspraak hoger beroep worden ingesteld, tenzij krachtens enige algemene regeling een kortere termijn van toepassing is. Dezelfde termijn geldt voor het beroep in cassatie.

3.

Indien beroep in cassatie wordt ingesteld, moet daarvan bij exploot worden kennis gegeven aan de griffier van het gerecht in eerste aanleg.

4.

De uitspraak op het rechtsmiddel wordt door de griffier van het betrokken rechtscollege onverwijld meegedeeld aan de griffier van het gerecht in eerste aanleg, die daarvan bij aangetekende brief aan schuldeisers en schuldenaren kennis geeft.

Artikel 642z

Behoudens de toepassing van de artikelen 60 tot en met 63 en 64 komen de kosten, voortvloeiende uit de toepassing van de artikelen 642a tot en met 642y ten laste van de schuldenaar.

Titel 2. Procedures betreffende een nalatenschap of een gemeenschap

Afdeling 1. De verzegeling

Artikel 658
1.

Zaken die behoren tot een nalatenschap of een gemeenschap waarop titel 7, afdeling 2, van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing is, kunnen worden verzegeld met verlof van de rechter in eerste aanleg in wiens rechtsgebied de verzegeling moet plaatsvinden. De verzegeling geschiedt door een bij dit verlof aan te wijzen notaris met diens zegel. Tegen het verlof staat geen hogere voorziening open.

2.

De notaris kan een bewaarder van de gelegde zegels aanstellen.

Artikel 659

De artikelen 444, 444a en 444b, tweede en derde lid, zijn van overeenkomstige toepassing.

Artikel 660
1.

Verlof tot verzegeling kan worden verzocht:

  • a. door degene die de nalatenschap kan opeisen of als deelgenoot of beperkt gerechtigde op een aandeel van de gemeenschap verdeling daarvan kan vorderen;
  • b. zo zich onder de in onderdeel a bedoelde personen onbekwamen bevinden die geen wettelijke vertegenwoordiger hebben of wier wettelijke vertegenwoordiger afwezig is, door een bloed- of aanverwant van de onbekwame;
  • c. in geval van een nalatenschap:
  • 1°. mede door de overgebleven echtgenoot of door de uitvoerders van een uiterste wilsbeschikking;
  • 2°. zo noch de ten 1° bedoelde personen, noch een van de erfgenamen aanwezig is, door een van degenen die in dienst van de overledene waren of met hem samenwoonden;
  • d. door een schuldeiser van de nalatenschap of gemeenschap, doch alleen indien hij zonder de verzegeling ernstig gevaar zou lopen zijn vordering niet te kunnen verhalen.
2.

Het verlof wordt slechts gegeven, indien de verzoeker zijn recht of bevoegdheid en een voldoende ernstig belang bij de verzegeling summierlijk aannemelijk maakt.

Artikel 661

Indien in geval van een nalatenschap een der in artikel 660, eerste lid, onderdeel a, bedoelde personen afwezig of onbekwaam is en deze geen wettelijke vertegenwoordiger heeft of een wettelijke vertegenwoordiger die afwezig is, kan het verlof tot verzegeling ook door een notaris worden verzocht of door de rechter in eerste aanleg ambtshalve worden bevolen.

Artikel 662

Van de verzegeling moet door een proces-verbaal blijken, dat inhoudt:

  • a. dag en uur van de verzegeling;
  • b. naam, voornamen en woonplaats van degene op wiens verzoek de verzegeling is gedaan, en een keuze van woonplaats ten kantore van de notaris die de verzegeling verricht;
  • c. de vermelding van het verlof tot verzegeling;
  • d. de verschijning van de partijen en hun verzoeken en beweringen;
  • e. de opgave van de plaatsen en de voorwerpen waarop het zegel is gezet, en een korte beschrijving van de zaken die buiten verzegeling zijn gebleven;
  • g. de eed of belofte bij de sluiting der verzegeling die in handen van de notaris moet worden afgelegd door degenen die de zaken onder zich hadden, of het huis bewonen waar de verzegeling is gedaan, dat zij niets verduisterd hebben, noch gezien hebben, noch weten dat iets verduisterd is.
Artikel 663
1.

Indien bij de verzegeling boeken of papieren worden gevonden, kunnen zij door de notaris worden geopend. Indien zij voor de nalatenschap of gemeenschap of de daartoe behorende goederen of schulden van belang kunnen zijn, worden zij overgebracht naar de griffie van het gerecht in eerste aanleg of naar een andere door de notaris aan te wijzen plaats, waar zij ter beschikking van de partijen blijven.

2.

Zodra blijkt dat de overgebrachte boeken of papieren niet van belang zijn of aan een derde toebehoren, zorgt de notaris voor afgifte aan de rechthebbende.

Artikel 664

De notaris kan op verlangen en op kosten van elk der partijen de voorwerpen, boeken en papieren, alsmede de plaats waar zij zijn aangetroffen, doen fotograferen of kopiëren. Hij hecht de foto's of kopieën aan het proces-verbaal van verzegeling.

Artikel 665
1.

Indien geen tot de nalatenschap of gemeenschap behorende roerende zaken van voldoende belang worden aangetroffen, wordt dit in het proces-verbaal vermeld en kan verzegeling achterwege blijven.

2.

Zaken die niet voor beslag vatbaar zijn of niet zonder schade verzegeld kunnen worden, blijven buiten de verzegeling, maar worden overeenkomstig artikel 662, onderdeel e, in het proces-verbaal beschreven.

Afdeling 2. Ontzegeling

Artikel 666
1.

De in artikel 660, eerste lid, onderdelen a en c, ten 1°, bedoelde personen kunnen aan de rechter in eerste aanleg die verlof tot de verzegeling gaf, verlof tot ontzegeling verzoeken. Tegen het verlof staat geen hogere voorziening open.

2.

Ontzegeling heeft in elk geval plaats voor zover van de nalatenschap of gemeenschap van goederen een partijen bindende boedelbeschrijving wordt opgesteld of alle partijen hun toestemming tot de ontzegeling geven en het vrije beheer over hun goederen hebben.

Artikel 667
1.

De in artikel 660, eerste lid, onderdelen a en c, ten 1°, bedoelde personen en degene die de verzegeling heeft uitgelokt, worden opgeroepen om op het verzoekschrift te worden gehoord, indien zij het verlangen daartoe tijdig aan de notaris die de verzegeling heeft verricht, hebben meegedeeld, met opgave van de redenen van dit verlangen en van hun woonplaats.

2.

Bij het verzoekschrift wordt een verklaring van de notaris overgelegd, waaruit blijkt of en, zo ja, welke mededelingen zijn gedaan.

Artikel 668

De ontzegeling geschiedt door de in het verlof tot ontzegeling aangewezen notaris.

Artikel 669

De in artikel 660, eerste lid, onderdelen a en c, ten 1°, bedoelde personen en degene die de verzegeling heeft uitgelokt, worden door de notaris ten minste 24 uur tevoren van het tijdstip van ontzegeling op de hoogte gesteld. Hetzelfde geldt voor de schuldeiser van de nalatenschap of gemeenschap die zijn verlangen daartoe tijdig aan de notaris heeft meegedeeld, met opgave van zijn vordering en van zijn woonplaats.

Artikel 670

Het proces-verbaal van de ontzegeling moet bevatten:

  • a. dag en uur waarop zij gedaan wordt;
  • b. naam, voornamen en woonplaats of gekozen woonplaats van degene die de ontzegeling verzocht heeft;
  • c. vermelding van het verlof tot ontzegeling;
  • d. vermelding van de in artikel 669 bedoelde mededelingen;
  • e. de verschijning van partijen en hun opmerkingen;
  • f. de herkenning van de zegels en de bevinding daarvan als gaaf en ongeschonden, of indien zij dit niet zijn, de vermelding van de toestand waarin zij worden bevonden.

Afdeling 3. Boedelbeschrijving

Artikel 671

Indien alle partijen zich daarmee verenigen en het vrije beheer over hun goederen hebben, kan een voorgeschreven boedelbeschrijving plaatsvinden bij een onderhandse akte. In alle andere gevallen geschiedt zij bij notariële akte.

Artikel 672
1.

De rechter in eerste aanleg in wiens rechtsgebied de boedel zich geheel of voor een groot deel bevindt, kan op verzoek van een der in artikel 660, eerste lid, onderdelen a en c, ten 1°, bedoelde personen of van iemand die daarbij op andere grond voldoende belang heeft, een boedelbeschrijving bevelen door een bij dat bevel aan te wijzen notaris. Tegen het bevel staat geen hogere voorziening open.

2.

Het verzoek kan worden gedaan te zamen met een verzoek, strekkende tot verzegeling of tot ontzegeling.

3.

Het bevel wordt slechts gegeven, indien de verzoeker zijn recht en belang summierlijk aannemelijk maakt.

Artikel 673

Indien de notaris het nodig oordeelt de te beschrijven zaken zelf in ogenschouw te nemen, zijn de artikelen 444, 444a en 444b, tweede en derde lid, van overeenkomstige toepassing.

Artikel 674

De boedelbeschrijving bevat:

  • a. naam, voornamen en woonplaats van de verschenen of opgeroepen partijen en van de aangewezen schatters;
  • b. een korte beschrijving van alle tot de boedel behorende goederen en schulden en, zo een der partijen zulks wenst, een schatting van de waarde van de roerende zaken door een of meer door partijen aan te wijzen schatters, met hun beëdiging of aflegging van de belofte;
  • c. een opgave van de plaats waar de beschreven zaken zich bevinden, of waarheen zij zijn overgebracht;
  • d. een opgave van tot de boedel behorende geldsommen;
  • e. een opgave van de aangetroffen boeken en registers met betrekking tot de boedel, die op de eerste en laatste bladzijden worden gewaarmerkt, in geval van een notariële beschrijving door de notaris en in geval van een onderhandse beschrijving door de partijen;
  • f. vermelding van de akten die op de goederen en de schulden van de boedel betrekking hebben;
  • g. in geval van een notariële beschrijving, vermelding van de eed of belofte, af te leggen in handen van de notaris, van degenen die vóór de beschrijving de goederen in hun macht hadden, of het huis waarin deze zich bevinden, bewoond hebben, dat zij niets hebben verduisterd, noch gezien hebben noch weten dat iets verduisterd is.
Artikel 675

Indien partijen het niet eens worden over de aanwijzing van de schatters, worden deze benoemd door de notaris of in geval van een onderhandse boedelbeschrijving door de in artikel 672 bedoelde rechter in eerste aanleg.

Afdeling 4. Geschillen in verband met verzegeling, ontzegeling en boedelbeschrijving

Artikel 676

Geschillen die in verband met een verzegeling, ontzegeling of boedelbeschrijving rijzen, worden in kort geding gebracht voor de rechter in eerste aanleg in wiens rechtsgebied de verzegeling is geschied of de te beschrijven boedel zich geheel of grotendeels bevindt.

Afdeling 5. De verdeling van een gemeenschap

Artikel 677
1.

Het vonnis waarbij een vordering tot verdeling van een gemeenschap wordt toegewezen, zonder dat de rechter de vaststelling van de verdeling aan zich houdt, houdt in een bevel tot verdeling ten overstaan van een notaris, alsmede, zo partijen het over de keuze niet eens zijn, de benoeming van deze notaris. De rechter die een notaris benoemt, kan de zaak wat betreft hetgeen overigens ter zake van de verdeling is gevorderd, aanhouden totdat is gebleken of de notaris partijen kan verenigen. De griffier van het gerecht dat de benoeming deed, zendt de notaris onverwijld een expeditie van de uitspraak.

2.

Op verlangen van elk der partijen kan het vonnis tevens de benoeming inhouden van een onzijdig persoon als bedoeld in artikel 181 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek.

3.

De notaris bepaalt dag en uur waarop partijen voor hem moeten verschijnen, en roept hen tegen het vastgestelde tijdstip op. Indien zij niet allen verschijnen, kan hij partijen eenmaal of meermalen tegen een nieuwe dag oproepen.

4.

Deze afdeling is van overeenkomstige toepassing op verzoeken en beschikkingen betreffende de verdeling van een gemeenschap van goederen die door of tijdens een huwelijk is ontstaan.

Artikel 678
1.

Indien de notaris partijen niet kan verenigen, constateert hij dit in een proces-verbaal, waarin hij desverlangd opgeeft op welke punten partijen reeds tot overeenstemming zijn gekomen.

2.

Zolang geen volledige overeenstemming is bereikt, kan de meest gerede partij vorderen dat de rechter de wijze van verdeling gelast of zelf de verdeling vaststelt, dan wel wat overigens ter zake van hetgeen partijen verdeeld houdt, nodig is.

3.

Zolang hem geen afschrift van het proces-verbaal wordt overgelegd, kan de rechter op verlangen van elk der partijen de zaak aanhouden ten einde de notaris opnieuw gelegenheid te geven tot toepassing van artikel 677, derde lid.

Artikel 679
1.

Indien partijen het niet eens worden over de benoeming van een deskundige om de waarde van een of meer van de te verdelen goederen te schatten, geschiedt de benoeming op verzoek van de meest gerede partij door de rechter in eerste aanleg.

2.

Is met betrekking tot de verdeling een procedure aanhangig, dan kan de benoeming ook, op verlangen van een der partijen of ambtshalve, worden gedaan door de rechter voor wie de zaak in eerste aanleg of in hoger beroep dient, of door de rechter voor wie een getuigenverhoor of verschijning van partijen is gelast.

Artikel 680
1.

Indien een vordering tot verdeling, tot het gelasten van de wijze van verdeling of tot vaststelling van een verdeling niet de gehele voor verdeling vatbare gemeenschap betreft, kan ieder van de opgeroepenen overeenkomstig de hem in de artikelen 179 en 185 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek toegekende bevoegdheden eisen dat de verdeling van de gehele voor verdeling vatbare gemeenschap wordt bevolen of door de rechter zelf wordt vastgesteld.

2.

Indien de vordering strekt tot het verkrijgen van een bevel tot verdeling of tot de wijze van verdeling van de gehele voor verdeling vatbare gemeenschap, kan ieder van de opgeroepenen vaststelling van de verdeling door de rechter zelf vorderen.

3.

Een eis als bedoeld in het eerste of tweede lid, moet worden gedaan voor alle weren die niet de bevoegdheid van de rechter of zekerheidstelling overeenkomstig artikel 122 betreffen.

4.

Zijn een of meer partijen niet verschenen, dan doet de rechter op verzoek van degene die de eis heeft gedaan, deze aan haar betekenen met inachtneming van de voor oproeping voorgeschreven termijnen en met oproeping tegen de dag waarop degene die de eis heeft gedaan de zaak wederom ter rolle wil doen dienen.

5.

Zijn niet allen die aan de verdeling dienen mee te werken, in het geding betrokken, dan kan ieder van de opgeroepenen de rechter verzoeken hen met overeenkomstige toepassing van het vierde lid alsnog in het geding te roepen, met betekening tevens van een afschrift van de aan hemzelf uitgebrachte oproeping met een door de deurwaarder voor eensluidend getekend afschrift van de vordering.

Titel 4. Middelen tot bewaring van zijn recht

Afdeling 1. Algemene bepalingen

Artikel 700
1.

Voor het leggen van conservatoir beslag is verlof vereist van de rechter in eerste aanleg binnen wiens rechtsgebied zich een of meer van de betrokken zaken bevinden, dan wel, indien het beslag niet op zaken betrekking heeft, de schuldenaar of degene of een van degenen onder wie het beslag gelegd wordt, woonplaats heeft.

2.

Het verlof wordt verzocht bij een verzoekschrift, waarin de aard van het te leggen beslag en van het door de verzoeker ingeroepen recht en, zo dit recht een geldvordering is, ook het bedrag of, zo dit nog niet vaststaat, het maximum bedrag daarvan, worden vermeld, onverminderd de bijzondere vereisten door de wet gesteld voor een beslag van de soort waarom het gaat. De rechter beslist na summier onderzoek. In geval van een geldvordering stelt hij het bedrag vast waarvoor het verlof wordt verleend, met inbegrip van de kosten waarin de schuldenaar kan worden veroordeeld. Bij het verlof kan de rechter, onverminderd artikel 15, derde lid, tevens verlof verlenen het beslag te leggen op alle dagen en uren. Tegen een verlof staat geen hogere voorziening open.

3.

Tenzij op het tijdstip van het verlof reeds een eis in de hoofdzaak is ingesteld, wordt het verlof verleend onder voorwaarde dat het instellen daarvan geschiedt binnen een door de rechter daartoe te bepalen termijn van ten minste acht dagen na het beslag. De rechter kan de termijn verlengen, indien de beslaglegger dit voor het verstrijken van de termijn verzoekt. Tegen de beschikking staat geen hogere voorziening open. In het geval van een beslag als bedoeld in artikel 714 of 718 moet de verlenging, om haar werking t hebben, binnen acht dagen na het tijdstip waarop de termijn zonder de verlenging zou verstrijken, schriftelijk zijn medegedeeld aan de in artikel 715 bedoelde vennootschap, onderscheidenlijk de in artikel 718 bedoelde derde. Overschrijding van de termijn voor het instellen van een eis in de hoofdzaak doet het beslag vervallen.

Artikel 701
1.

De rechter in eerste aanleg kan het verlof verlenen onder voorwaarde dat tot een door hem te bepalen bedrag zekerheid wordt gesteld voor schade die door het beslag kan worden veroorzaakt.

2.

De zekerheid moet voor of bij de betekening van het beslagexploot aan de beslagene worden aangeboden. Voor het overige is artikel 616 van toepassing.

Artikel 702
1.

Tenzij de wet anders bepaalt, wordt een conservatoir beslag gelegd met overeenkomstige toepassing van de voorschriften die gelden voor het leggen van executoriaal beslag tot verhaal van een geldvordering op een goed van de soort als in beslag genomen wordt. In plaats van de executoriale titel wordt in het beslagexploot het in artikel 700 bedoelde verlof van de rechter in eerste aanleg vermeld.

2.

Dit verlof en het verzoekschrift waarop het is gegeven, worden te zamen met het beslagexploot aan de beslagene betekend.

Artikel 703

Voor de openbare dienst bestemde goederen zijn niet vatbaar voor beslag.

Artikel 704
1.

Zodra de beslaglegger in de hoofdzaak een executoriale titel heeft verkregen en deze voor tenuitvoerlegging vatbaar is geworden, gaat het conservatoir beslag over in een executoriaal beslag, mits de verkregen titel aan de beslagene, en, zo het beslag onder een derde is gelegd, ook aan deze is betekend.

2.

Wordt de eis in de hoofdzaak afgewezen en is deze afwijzing in kracht van gewijsde gegaan, dan vervalt daardoor tevens van rechtswege het beslag. Hetzelfde geldt, indien voor de tenuitvoerlegging van de beslissing in de hoofdzaak een rechterlijk bevelschrift of verlof nodig is en de beslissing waarbij dit door de rechter is geweigerd, in kracht van gewijsde is gegaan.

Artikel 705
1.

De rechter in eerste aanleg die verlof tot het beslag heeft gegeven, kan, rechtdoende in kort geding, het beslag op vordering van elke belanghebbende opheffen, onverminderd de bevoegdheid van de gewone rechter.

2.

De opheffing wordt onder meer uitgesproken bij verzuim van op straffe van nietigheid voorgeschreven vormen, indien summierlijk van de ondeugdelijkheid van het door de beslaglegger ingeroepen recht of van het onnodige van het beslag blijkt, of, zo het beslag is gelegd voor een geldvordering, indien voor deze vordering voldoende zekerheid wordt gesteld.

Artikel 706

De kosten van het beslag kunnen, al of niet in de hoofdzaak, van de beslagene worden teruggevorderd, tenzij het beslag nietig, onnodig of onrechtmatig was.

Artikel 707

De bepalingen omtrent conservatoir beslag op een goed zijn van overeenkomstige toepassing op conservatoir beslag op een beperkt recht op of een aandeel in een zodanig goed.

Artikel 708
1.

De bepalingen omtrent conservatoir beslag op een goed van de schuldenaar zijn van overeenkomstige toepassing op conservatoir beslag op een goed waarop de schuldeiser zich kan verhalen, en dat aan een ander dan de schuldenaar toebehoort. De beslaglegger is in dit geval verplicht het beslag binnen acht dagen aan de schuldenaar te betekenen.

2.

Wordt het beslag ten laste van de schuldenaar gelegd, dan is de beslaglegger verplicht het binnen acht dagen aan de ander te betekenen of, zo hij diens recht niet kent, onverwijld nadat hij van dat recht kennis heeft gekregen. Indien de ander, voordat acht dagen na deze betekening zijn verstreken, schriftelijk aan de deurwaarder meedeelt zich tegen het voorgenomen verhaal op zijn goed te verzetten, gaat het beslag jegens hem slechts over in een executoriaal beslag uit hoofde van een tegen hem verkregen executoriale titel om de executie te dulden.

Artikel 709
1.

Op verzoek van degene die verlof vraagt tot het leggen van conservatoir beslag op roerende zaken die geen registergoederen zijn, of die op zodanige zaken reeds beslag heeft gelegd, kan de rechter in eerste aanleg die het verlof geeft of heeft gegeven of in wiens rechtsgebied zich een of meer van de betrokken zaken bevinden, bevelen dat zij tevens ter gerechtelijke bewaring zullen worden afgegeven aan een door de rechter aan te wijzen bewaarder.

2.

Een overeenkomstig verzoek kan worden gedaan door een pandhouder als bedoeld in artikel 237 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, wanneer op de verpande zaak conservatoir of executoriaal beslag is gelegd.

3.

De rechter in eerste aanleg wijst het verzoek niet toe dan na de beslagene en eventuele andere belanghebbenden gelegenheid te hebben gegeven te worden gehoord, tenzij bijzondere omstandigheden eisen dat het bevel terstond wordt gegeven. Tegen het bevel staat geen hogere voorziening open.

4.

Artikel 701 is van overeenkomstige toepassing.

Artikel 710
1.

Indien over een of meer goederen geschil bestaat aan wie van twee of meer partijen zij toekomen, kunnen zij op vordering van elk der partijen in kort geding onder bewind worden gesteld door de rechter in eerste aanleg in wiens rechtsgebied zich een of meer van de betrokken zaken bevinden, voor wie de hoofdzaak aanhangig is of die naar de gewone regels bevoegd zou zijn van de hoofdzaak kennis te nemen.

2.

Tenzij reeds een eis in de hoofdzaak is ingesteld, vindt onderbewindstelling slechts plaats onder voorwaarde dat deze eis binnen een door de rechter daartoe te bepalen termijn ingesteld wordt. De rechter kan de termijn verlengen, indien dit voor het verstrijken van de termijn door een der partijen of de bewindvoerder wordt verzocht. Tegen de beschikking staat geen hogere voorziening open. Overschrijding van de termijn doet het bewind eindigen.

3.

Door partijen op een of meer van de goederen gelegde beslagen beperken de bewindvoerder niet in de hem als zodanig toekomende bevoegdheden.

4.

De bewindvoerder doet de onder het bewind staande goederen toekomen aan degene die daarop krachtens een in kracht van gewijsde gegane of uitvoerbaar bij voorraad verklaarde uitspraak recht heeft, tenzij de rechter anders heeft bepaald.

5.

De rechter kan voor het bewind zodanige voorschriften geven als hij dienstig acht. Op het bewind zijn, voor zover deze voorschriften niet anders bepalen, de artikelen 433, eerste lid, 435, 436, eerste tot en met derde lid, 437, 438, eerste lid, 439, 441, eerste lid, eerste volzin, en 442 tot en met 448 van Boek 1 van het Burgerlijk Wetboek van toepassing. Het kan door een gezamenlijk besluit van partijen of op verzoek van een der partijen door de rechter in eerste aanleg worden opgeheven.

Artikel 710a

De indiening van verzoekschriften krachtens de artikelen 700, derde lid, tweede volzin, 709, tweede en derde lid, 715, tweede lid, derde volzin, en 721, tweede volzin, kan ook door een deurwaarder geschieden. Indien een deurwaarder het verzoekschrift indient, geldt zijn kantoor als gekozen woonplaats van de verzoeker.

Afdeling 2. Conservatoir beslag in handen van de schuldenaar

Artikel 711
1.

Verlof om conservatoir beslag tot verhaal van een geldvordering te leggen op roerende zaken die geen registergoederen zijn en op rechten aan toonder of order, wordt slechts verleend, indien de schuldeiser aantoont dat er gegronde vrees bestaat voor verduistering, hetzij door de schuldenaar van zijn goederen, hetzij, zo de voor het beslag vatbare goederen aan een ander dan de schuldenaar toebehoren, door deze ander van die goederen.

2.

De eis van vrees voor verduistering geldt niet wanneer het verlof wordt verleend aan de houder van een wisselbrief, een orderbiljet of cheque, waarvan de non-betaling door protest of een voor de cheque daarmee gelijk te stellen verklaring is vastgesteld, telkens voor hetgeen deze houder te vorderen heeft van de trekker, de acceptant, de avalist en de endossanten. Ook artikel 701 is in dit geval niet van toepassing.

3.

Het eerste en het tweede lid zijn mede van toepassing op de goederen, bedoeld in artikel 474bb. Het in beslag te nemen goed moet in het in artikel 700, tweede lid, bedoelde verzoekschrift worden omschreven.

Artikel 712

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)