Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES

Type Wet Bes
Publication 2015-07-01
State In force
Source BWB
artikelen 772
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
1.

Degene die gerechtelijke bewaring verlangt van een roerende zaak die geen registergoed is, geeft bij de inbewaringgeving aan de bewaarder de wettelijke bepaling of het rechterlijk bevel op uit hoofde waarvan de bewaring zal geschieden. De bewaarder geeft hem een ontvangstbewijs waarop deze bepaling of dit bevel is vermeld.

2.

Degene die de zaak in bewaring heeft gegeven, is verplicht hiervan zo spoedig mogelijk schriftelijk mededeling te doen aan degenen tegen wie de bewaring zich richt, en daarbij op te geven op welke grond de inbewaringstelling geschiedt.

Artikel 856
1.

De gerechtelijke bewaring van een zaak geschiedt op de voorwaarden die door de bewaarder gewoonlijk voor zaken van dezelfde soort worden overeengekomen, of, bij gebreke daarvan, volgens de regels die krachtens het Burgerlijk Wetboek op de overeenkomst van toepassing zijn, telkens tenzij de rechter die de gerechtelijke bewaring beveelt, anders bepaalt.

2.

De inbewaringstelling kan aldus geschieden dat de bewaarder de zaak mag afgeven aan degene tegen wie de bewaring zich richt, mits deze tevoren aan zijn verplichtingen jegens de bewaargever heeft voldaan. Van een zodanig beding wordt melding gemaakt in de mededeling, bedoeld in artikel 855, tweede lid.

3.

De rechter in eerste aanleg kan op verzoek van de bewaarder of een belanghebbende de voorwaarden vaststellen of wijzigen of een gerechtelijke bewaarder aanwijzen die de gerechtelijke bewaring van de oorspronkelijke zal overnemen. De indiening van het verzoekschrift kan ook door de deurwaarder geschieden, voor zover de bewaring haar grond vindt in een beslag.

Artikel 857
1.

De kosten van de bewaring worden aan de bewaarder voldaan door degene die de zaak in bewaring heeft doen geven of het bevel tot bewaring heeft uitgelokt, onverminderd de rechten van hemzelf tegen degenen die jegens hem voor de kosten aansprakelijk zijn.

2.

De bewaarder heeft voor al hetgeen hem ter zake van de bewaring toekomt een retentierecht op de in bewaring gestelde zaken, dat hij kan uitoefenen tegen ieder die recht op afgifte van die zaken heeft.

Artikel 858
1.

Wanneer de kosten van de bewaring niet op tijd aan de bewaarder worden voldaan, kan deze op een door de rechter in eerste aanleg op zijn verzoek te bepalen wijze het in bewaring gestelde verkopen; de opbrengst treedt voor het in bewaring gestelde in de plaats en wordt, na aftrek van de kosten van bewaring en van de verkoop, ten behoeve van belanghebbenden in de consignatiekas gestort.

2.

Indien de bewaring haar grond vindt in een beslag, wijst de rechter in eerste aanleg het verzoek niet toe, dan nadat de beslagene is opgeroepen om te worden gehoord.

3.

Tegen een toewijzende beschikking staat geen hogere voorziening open.

4.

Van dit artikel kan niet bij de overeenkomst van bewaargeving worden afgeweken, tenzij de rechter krachtens artikel 856 anders bepaalt.

Artikel 859

Indien degene die de zaak in bewaring heeft doen geven, in verband daarmee ten aanzien van de zaak een verzekering heeft gesloten, kan hij de door hem betaalde premies en kosten op dezelfde voet als de kosten van de bewaring terugvorderen van degenen die jegens hem voor die kosten aansprakelijk zijn, tenzij het niet redelijk was om de verzekering te sluiten.

Artikel 860
1.

Een gerechtelijke bewaring kan op vordering van elke belanghebbende in kort geding, al of niet tegen zekerheidstelling, worden opgeheven door de rechter in eerste aanleg die de bewaring heeft bevolen of in wiens rechtsgebied de zaken zich bevinden. De rechter in eerste aanleg bepaalt, desverlangd, aan wie de bewaarder de zaak dient af te geven.

2.

Opheffing van het beslag waarin de gerechtelijke bewaring haar grond vindt, heeft van rechtswege tevens opheffing van de bewaring tot gevolg. De bewaarder is verplicht tot afgifte van de zaak aan de beslagene.

3.

Opheffing van de bewaring doet niet af aan de rechten van de bewaarder tot het tijdstip van de afgifte.

Artikel 861
1.

In geval van een gerechtelijke bewaring die haar grond vindt in een beslag tot verhaal van een geldvordering, geeft de bewaarder het in bewaring gestelde op verzoek van de deurwaarder die met de executoriale verkoop is belast, tijdig aan deze af.

2.

Is een zaak in bewaring gesteld in afwachting van de beslissing wie op afgifte daarvan recht heeft, dan geeft de bewaarder haar af aan degene aan wie zij krachtens een in kracht van gewijsde gegane of uitvoerbaar bij voorraad verklaarde beslissing toekomt.

Afdeling 3. Rechterlijke bevelen tot betaling

Artikel 862
1.

Degene die een opeisbare geldsom, waarvan de hoofdsom een bij algemene maatregel van bestuur vast te stellen bedrag niet te boven gaat, te vorderen heeft, kan de rechter in eerste aanleg de uitvaardiging van een rechterlijk bevel tot betaling verzoeken.

2.

Zodanig verzoek kan slechts één schuldenaar betreffen, dan wel een vennootschap onder firma of een commanditaire vennootschap.

3.

Het verzoek kan alleen geschieden ten aanzien van een schuldenaar die een bekende woon- of verblijfplaats hier te lande heeft. Geldt het verzoek een vennootschap onder firma of een commanditaire vennootschap, dan moet hetzij ten minste een van de vennoten of een van de beherende vennoten een bekende woon- of verblijfplaats hier te lande hebben, hetzij het kantoor van de vennootschap hier te lande gevestigd zijn.

Artikel 863
1.

De schuldeiser dient het verzoekschrift tot uitvaardiging van het rechterlijk bevel tot betaling, onder gelijktijdige overlegging van drie afschriften, in ter griffie van het gerecht in eerste aanleg in het rechtsgebied waarin de schuldenaar zijn woon- of verblijfplaats heeft, dan wel in het geval, bedoeld in artikel 862, derde lid, tweede volzin, ter griffie van het gerecht in eerste aanleg in het rechtsgebied waarin de vennoot zijn woon- of verblijfplaats heeft of het kantoor van de vennootschap is gevestigd.

2.

Het verzoekschrift moet door de schuldeiser of, met inachtneming van artikel 111, tweede lid, zijn gemachtigde, zijn ondertekend en houdt in:

  • a. de naam, de voornamen en de woonplaats van de schuldeiser en, indien het verzoek door een gemachtigde wordt gedaan, de naam, de voornamen en de woonplaats van de gemachtigde;
  • b. de door de schuldeiser hier te lande gekozen woonplaats, indien hij daar niet een woonplaats heeft;
  • c. de keuze van woonplaats waar de rechter zitting houdt, indien de eiser of diens gemachtigde niet aldaar woonachtig is;
  • d. de naam, de voornamen en de woonplaats van de schuldenaar;
  • e. de gronden waarop de vordering berust;
  • f. het bedrag der vordering en dat van de rente, voor zover hierop aanspraak wordt gemaakt.
3.

Verzoekschriften die niet aan de in het eerste en tweede lid gestelde vereisten voldoen, worden aan de schuldeiser of diens gemachtigde met mondelinge of schriftelijke opgave van redenen ter verbetering of aanvulling teruggezonden en in afwachting daarvan niet aangetekend in het register, bedoeld in artikel 874.

4.

Op verzoekschriften die de rechter reeds aanstonds onrechtmatig of ongegrond voorkomen, beschikt de rechter afwijzend. De griffier doet van de afwijzing mededeling aan de schuldeiser. Tegen de beschikking staat geen hogere voorziening open.

Artikel 864
1.

De griffier vergelijkt de overgelegde afschriften met het oorspronkelijke verzoekschrift en waarmerkt ze voor gelijkluidend.

2.

Het oorspronkelijke verzoekschrift blijft ter griffie berusten.

3.

De griffier zendt onverwijld een afschrift van het verzoekschrift aan de schuldenaar. Daarbij voegt hij een kennisgeving, vermeldende de tijd waarbinnen, en de wijze waarop de schuldenaar kan antwoorden, alsmede de rechtsgevolgen, door artikel 866, eerste lid, aan het niet-antwoorden verbonden.

4.

De griffier tekent op het verzoekschrift en de drie afschriften de dag der verzending aan.

Artikel 865
1.

Indien de schuldenaar tegenspraak wenst te voeren, dient hij een schriftelijk antwoord in binnen drie weken na de dag der verzending van het afschrift van het verzoekschrift, onder gelijktijdige overlegging van een afschrift van zijn antwoord. De rechter kan deze termijn op verzoek van een der partijen of ambtshalve verlengen.

2.

De griffier zendt onverwijld het afschrift van het schriftelijke antwoord aan de schuldeiser, nadat hij het met het oorspronkelijke antwoord heeft vergeleken en het voor gelijkluidend heeft gewaarmerkt. Het oorspronkelijke antwoord blijft ter griffie berusten.

Artikel 866
1.

Indien de schuldenaar niet binnen de gestelde termijn antwoordt en de voorgeschreven formaliteiten in acht zijn genomen, vaardigt de rechter, tenzij het verzoek hem onrechtmatig of ongegrond voorkomt en hij om die reden afwijzend beschikt, een rechterlijk bevel tot betaling uit.

2.

Tegen een krachtens het eerste lid gegeven beslissing staat, behoudens verzet van de schuldenaar tegen het rechterlijk bevel tot betaling, geen hogere voorziening open.

3.

De rechter die het rechterlijk bevel tot betaling heeft uitgevaardigd, neemt van het verzet kennis. Het verzoekschrift tot uitvaardiging van het rechterlijk bevel tot betaling geldt als het verzoekschrift, bedoeld in artikel 110.

Artikel 867
1.

Indien de schuldenaar binnen de gestelde termijn antwoordt en uit zijn antwoord blijkt dat hij geen tegenspraak wenst te voeren, vaardigt de rechter, tenzij het verzoek hem onrechtmatig of ongegrond voorkomt en hij om die reden afwijzend beschikt, een rechterlijk bevel tot betaling uit. Indien uit het antwoord blijkt dat de schuldenaar slechts voor een gedeelte tegenspraak wenst te voeren, kan de rechter voor het overige gedeelte een rechterlijk bevel tot betaling uitvaardigen.

2.

Tegen een krachtens het eerste lid gegeven beslissing staat, behoudens verzet van de schuldenaar tegen het rechterlijk bevel tot betaling, geen hogere voorziening open. Artikel 866, derde lid, is van toepassing.

3.

De rechter kan voorzieningen bevelen ter verzekering van de voldoening der proceskosten voor het geval dat de schuldeiser met betrekking tot het gedeelte van de gevorderde geldsom waarover nog niet is beslist, in het ongelijk wordt gesteld.

Artikel 868
1.

Het rechterlijk bevel tot betaling heeft de kracht van een verstekvonnis. Wat de tenuitvoerlegging betreft, staat de in executoriale vorm opgemaakte expeditie van het bevel gelijk met de grosse van een vonnis.

2.

De rechter kan de voorlopige tenuitvoerlegging van het rechterlijk bevel tot betaling met of zonder zekerheidstelling gelasten.

Artikel 869
1.

Zolang de rechter nog geen rechterlijk bevel tot betaling heeft uitgevaardigd, kan de schuldeiser te allen tijde bij schriftelijke mededeling ter griffie, onder gelijktijdige overlegging van drie afschriften, het bedrag van zijn vordering verminderen of zijn verzoekschrift intrekken.

2.

De griffier geeft van de vermindering van het bedrag der vordering of van de intrekking van het verzoekschrift onverwijld aan de schuldenaar kennis door toezending van een afschrift van de schriftelijke mededeling.

Artikel 870
1.

Het rechterlijk bevel tot betaling houdt in:

  • a. de naam, de voornamen, de woonplaats van de schuldeiser en, indien deze niet hier te lande woonplaats heeft, diens gekozen woonplaats, alsmede de gekozen woonplaats waar de rechter zitting houdt;
  • b. de naam, de voornamen en de woonplaats van de schuldenaar;
  • c. het bedrag der vordering, alsmede een summiere opgave van de gronden waarop deze berust;
  • d. het bevel tot voldoening van hetgeen aan hoofdsom, rente en kosten is toegewezen;
  • e. de vermelding dat het rechterlijk bevel tot betaling aan verzet is onderworpen;
  • f. het bevel tot voorlopige tenuitvoerlegging, indien dit gegeven is.
2.

De griffier tekent op het oorspronkelijke verzoekschrift de uitgifte van het rechterlijk bevel tot betaling aan en zendt een in executoriale vorm opgemaakte expeditie van het bevel onverwijld aan de schuldeiser. De griffier zendt bij gewone brief een afschrift aan de schuldenaar.

Artikel 871
1.

Indien de schuldenaar binnen de gestelde termijn antwoordt en uit zijn antwoord blijkt dat hij tegenspraak wenst te voeren, en indien voorts de voorgeschreven formaliteiten in acht zijn genomen, verwijst de rechter, tenzij het verzoek hem onrechtmatig of ongegrond voorkomt en hij om die reden afwijzend beschikt, de zaak, behoudens voor het gedeelte waarover reeds beslist is ingevolge artikel 867, eerste lid, tweede volzin, op een termijn van ten minste acht dagen naar een gewone terechtzitting van zijn gerecht. Tegen de in dit lid bedoelde beschikkingen staat geen hogere voorziening open.

2.

De beschikking tot verwijzing bevat naast de opgaven, bedoeld in artikel 870, eerste lid, onderdelen a tot en met c, de vermelding van de terechtzitting waarnaar de zaak verwezen wordt.

3.

Het verzoekschrift tot uitvaardiging van het rechterlijk bevel tot betaling geldt als het verzoekschrift, bedoeld in artikel 110.

4.

De schuldenaar is bij het door hem te voeren verweer niet gebonden aan de inhoud van zijn antwoord, onverminderd de bevoegdheid van de rechter om daaraan bewijs tegen hem te ontlenen.

Artikel 872
1.

Indien de schuldeiser op de bepaalde terechtzitting niet verschijnt, wordt hij geacht zijn vordering te hebben ingetrokken en wordt hij in de kosten van de wederpartij veroordeeld.

2.

Indien de schuldenaar op de bepaalde terechtzitting niet verschijnt, wordt uitspraak gedaan bij een vonnis, dat als een vonnis op tegenspraak wordt beschouwd. De rechter slaat acht op het verweer dat in het antwoord van de schuldenaar is vervat.

Artikel 873
1.

De griffier zendt, voor zover niet anders is bepaald, onverwijld een afschrift van de door de rechter gegeven beschikkingen aan elke partij.

2.

De griffier verzendt, voor zover niet anders is bepaald, alle voor de schuldeiser of schuldenaar bestemde stukken bij aangetekende brief, waarvoor een bericht van ontvangst wordt verlangd. Bereikt een stuk de geadresseerde niet, dan heeft het geen rechtsgevolg.

3.

Het stuk wordt geacht de geadresseerde te hebben bereikt, indien hij heeft geweigerd het in ontvangst te nemen, dan wel indien hij heeft nagelaten een voor hem bestemd stuk binnen de door de dienst der posterijen gestelde termijn ten postkantore in ontvangst te nemen. De griffier verzendt het stuk alsdan bij gewone brief.

Artikel 874

Van de ingediende verzoeken tot uitvaardiging van een rechterlijk bevel tot betaling en van de daarop gegeven beslissingen houdt de griffier in een afzonderlijk register aantekening.

Artikel 875

De in deze afdeling bedoelde verzoekschriften, stukken en bescheiden zijn vrij van het recht van zegel en van de formaliteit van registratie.

Afdeling 4. Toelating om kosteloos te procederen

Artikel 876
1.

De rechter bij wie een rechtsgeding of geschil moet worden aangevangen of hangende is, is bevoegd om aan personen die daarin als eiser of verweerder willen optreden of optreden, en die van hun onvermogen om proceskosten te dragen doen blijken, toelating te verlenen om kosteloos te procederen.

2.

Arme en onvermogende vreemdelingen die geen ingezetenen zijn hier te lande, alsmede vreemde armendirecties of kerkbesturen zijn hiervan uitgesloten, tenzij bij verdrag anders is overeengekomen.

Artikel 877
1.

Indien de eiser verlangt kosteloos te procederen, doet hij daartoe het verzoek in het verzoekschrift of bij zijn mondelinge voordracht.

2.

Indien de verweerder dergelijke toelating verlangt, vraagt hij haar aan bij zijn schriftelijk antwoord, indien hij zodanig stuk indient, en anders ter terechtzitting vóór of bij zijn mondeling antwoord.

Artikel 878
1.

Het verzoekschrift of het schriftelijk antwoord mag op ongezegeld papier worden gesteld.

2.

De verzoeker legt aan de rechter over een bewijs van zijn onvermogen om de proceskosten te betalen, afgegeven door een van de ambtenaren, daartoe bij algemene maatregel van bestuur aangewezen.

Artikel 879

Tenzij de rechter reeds bij voorraad bevindt dat de voorgenomen vordering of verdediging klaarblijkelijk van alle grond is ontbloot, onderzoekt hij of genoegzaam blijkt van het onvermogen van de verzoeker om de proceskosten te betalen; hij staat in dat geval het verzoek toe.

Artikel 880
1.

Indien de verkrijger van de toelating in eerste aanleg in het ongelijk is gesteld, moet hij, om ook in hoger beroep kosteloos te kunnen procederen, daartoe tevoren de toelating van de hogere rechter hebben bekomen op de wijze als voor de eerste aanleg is voorgeschreven.

2.

Indien hij echter in eerste aanleg in het gelijk is gesteld, behoeft hij die nadere toelating om in hoger beroep kosteloos te procederen niet.

Artikel 881

De toelating om kosteloos te procederen, al de akten die daaraan zijn voorafgegaan, alsmede de bij het verzoek overgelegde stukken zijn vrij van zegel.

Artikel 882

Het gevolg van de verleende toelating om kosteloos te procederen is dat de gerechtelijke akten van de zijde van de verkrijger vrij van zegel zijn en kosteloos worden geregistreerd, alsmede dat aan hem het salaris van deurwaarders aan zijn zijde gevallen, niet in rekening mag worden gebracht.

Artikel 883

Indien de wederpartij van de verkrijger van de toelating in het ongelijk gesteld en vervolgens in de kosten verwezen wordt, mogen de salarissen van deurwaarders op haar worden verhaald, alsof er niet kosteloos zou zijn geprocedeerd.

Artikel 884

Indien daarentegen de verkrijger van de toelating bij eindvonnis in het ongelijk gesteld en in de kosten verwezen wordt, staat het de wederpartij vrij om op hem de kosten, van haar zijde gevallen, zo mogelijk, te verhalen.

Artikel 885
1.

Indien in het algemeen een behoeftige als in deze titel bedoeld, buiten eigenlijk rechtsgeding, enige rechterlijke machtiging, goedkeuring of andere rechterlijke beschikking op eenvoudige verzoekschriften of andere aanvragen nodig heeft, is hij bevoegd om zijn daartoe strekkende verzoekschrift, vergezeld van het bewijs van onvermogen, bedoeld in artikel 878, op ongezegeld papier in te dienen; de beschikking daarop is vrij van zegel en wordt vrij van alle andere kosten aan hem uitgereikt.

2.

De rechter is verder bevoegd om aan behoeftigen toelating te verlenen tot het kosteloos ten uitvoer leggen van rechterlijke beschikkingen en tot het executeren van grossen.

3.

Indien enige rechterlijke beschikking wordt verzocht met betrekking tot een arbeidsovereenkomst, kan het daartoe strekkende verzoekschrift op ongezegeld papier ingediend worden en zal de beschikking vrij zijn van zegel, kosteloos worden geregistreerd en vrij van alle kosten worden uitgereikt.

Artikel 886

Armeninrichtingen, besturen van gods- en gasthuizen, benevens de kerkbesturen der verschillende godsdienstige gezindheden hier te lande, zijn bevoegd om op gelijke wijze en met gelijk gevolg als in deze titel ten aanzien van onvermogenden is bepaald, kosteloze toelating te vragen en te verkrijgen; zij zijn echter niet verplicht om een bewijs van onvermogen over te leggen.

Artikel 887

Tegen de beslissingen van het Hof en van de rechter in eerste aanleg aangaande de toelating om kosteloos te procederen, staat geen hogere voorziening open.

Titel 9. De formaliteiten, vereist voor de tenuitvoerlegging van in vreemde Staten totstandgekomen executoriale titels

Afdeling 1. Algemene bepalingen

Artikel 985

Indien een beslissing, gegeven door de rechter van een vreemde Staat, hier te lande uitvoerbaar is krachtens een verdrag of krachtens de wet, wordt zij niet ten uitvoer gelegd dan na daartoe verkregen rechterlijk verlof. De zaak zelf wordt niet aan een nieuw onderzoek onderworpen. Tot de kennisneming van het verzoek om verlening van het verlof zijn bevoegd de rechter in eerste aanleg in wiens rechtsgebied de wederpartij van de verzoeker woonplaats heeft en die in wiens rechtsgebied de tenuitvoerlegging wordt verlangd.

Artikel 986
1.

Het verlof tot tenuitvoerlegging wordt gevraagd bij verzoekschrift. Het verzoekschrift houdt in de keuze van een woonplaats binnen het rechtsgebied van de rechter in eerste aanleg.

2.

Bij het verzoekschrift wordt een authentiek afschrift van de beslissing overgelegd, benevens de stukken waardoor kan worden vastgesteld dat zij uitvoerbaar is in het land waar zij is gewezen.

3.

De rechter in eerste aanleg kan legalisatie van het afschrift van de beslissing en van de overige in het tweede lid bedoelde stukken verlangen. Hij kan tevens eisen dat de beslissing en de overige overgelegde stukken worden vertaald in het Nederlands, en dat deze vertaling voor eensluidend wordt verklaard hetzij door een hier te lande toegelaten beëdigde vertaler, hetzij door een beëdigde vertaler, toegelaten in het land waar de beslissing is gegeven, hetzij door de diplomatieke of consulaire vertegenwoordiger van bedoeld land hier te lande.

4.

Bij ongenoegzaamheid van de overgelegde stukken wordt de verzoeker de gelegenheid tot aanvulling gegeven.

Artikel 987
1.

De rechter in eerste aanleg geeft zijn beschikking met bekwame spoed, doch niet dan na verhoor, althans behoorlijke oproeping, van de partijen tegen wie de tenuitvoerlegging wordt verlangd.

2.

De rechter bepaalt dag en uur voor het verhoor, alsmede de bij de oproepingen in acht te nemen termijn.

3.

De oproepingen geschieden vanwege de verzoeker bij deurwaardersexploot. De verzoeker legt de bewijzen van oproeping vóór of bij het verhoor aan de rechter over.

4.

De rechter kan, indien een opgeroepene niet verschijnt, zijn nadere oproeping bevelen. Hetzelfde geldt, indien een partij ten onrechte niet is opgeroepen.

5.

Na afloop van het verhoor deelt de rechter mee wanneer de uitspraak zal plaatsvinden.

Artikel 988
1.

De beschikking van de rechter in eerste aanleg is met redenen omkleed en wordt in het openbaar uitgesproken.

2.

De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad zonder zekerheidstelling, voor zover de rechter niet anders beslist.

3.

Ten aanzien van de proceskosten zijn de artikelen 60 tot en met 64 van toepassing.

Artikel 989
1.

De beschikking van de rechter in eerste aanleg is niet vatbaar voor verzet.

2.

Partijen kunnen tegen de beschikking hoger beroep instellen bij het Hof van Justitie binnen een maand na de dag van de uitspraak.

3.

In geval van hoger beroep vinden de artikelen 986 tot en met 988 en 989, eerste lid, overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat ook de oorspronkelijke verzoeker wordt verhoord, althans behoorlijk opgeroepen.

Artikel 990

Partijen kunnen tegen de beschikking van het Hof van Justitie beroep in cassatie instellen binnen een maand na de dag waarop zij is gegeven. De artikelen 988, eerste lid, en 989, eerste lid, vinden overeenkomstige toepassing.

Artikel 992

Deze titel is slechts van toepassing, voor zover een verdrag of een bijzondere wet geen afwijkende voorzieningen inhoudt.

Afdeling 2. Bijzondere bepalingen

Artikel 993
1.

Afdeling 1 is van overeenkomstige toepassing, indien een in een vreemde Staat verleden authentieke akte hier te lande uitvoerbaar is krachtens verdrag of wet.

2.

Bij algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat onder dit artikel tevens zullen vallen niet eerder in deze titel bedoelde, in vreemde Staten totstandgekomen executoriale titels die krachtens verdrag of wet hier te lande uitvoerbaar zijn.

Artikel 994

Deze titel is niet van toepassing op uitspraken van internationale organen.

Titel 14. Arbitrage

Artikel 1020
1.

Op een arbitrage is van toepassing de UNCITRAL Model Law on International Commercial Arbitration, hierna te noemen de Model Law, zoals laatstelijk vastgesteld door de United Nations Commission on International Trade Law, en zulks in de Engelstalige tekst daarvan.

2.

De autoriteit bedoeld in artikel 6 van de Model Law is het gerecht in eerste aanleg. Titel 10 van Boek 1 is van toepassing.

Artikel 1021
1.

De arbiters kunnen, onder aanhouding van de zaak, partijen opdragen hun geschil voor te leggen aan een conflictbemiddelaar.

2.

Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld ter zake van deze bemiddeling.

Slotbepalingen

Artikel 1077
1.

De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de termijn, gesteld in de artikelen 443, eerste lid, eerste volzin, en 479g, tweede lid.

2.

Voor de toepassing van de Algemene termijnenwet worden de termijnen, gesteld in de artikelen 7 en 9 en krachtens artikel 10, als termijnen in de zin van artikel 1, tweede lid, van die wet aangemerkt.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)