Regeling van de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport van 27 december 2010, nr. Z/VV-3038488, houdende regels voor de toepassing van het Besluit van 22 december 2010 houdende regels voor een zorgverzekering voor de bevolking van Bonaire, Sint Eustatius en Saba (Regeling aanspraken zorgverzekering BES)
Gelet op de artikelen 6, tweede en derde lid, 8, vierde tot en met zevende lid, 10, zesde lid en 18 van het Besluit zorgverzekering BES;
Besluit:
Treedt in werking op het tijdstip waarop het Besluit zorgverzekering BES in werking treedt.
Hoofdstuk 1. Aanspraken als bedoeld in artikel 6, tweede en derde lid, van het Besluit zorgverzekering BES
§ 1. Algemene bepalingen
Artikel 1.1.1
In deze regeling wordt verstaan onder:
- a. Minister: de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport;
- b. specialist: een arts die bevoegd is tot uitoefening van het desbetreffende specialisme;
- c. tandarts-specialist: een persoon die bevoegd is tot het verlenen van tandheelkundig-specialistische zorg;
- d. huisarts: een arts die bevoegd is tot uitoefening van de huisartsengeneeskunde;
- e. paramedicus: een persoon die bevoegd is tot het verlenen van paramedische zorg;
- f. verloskundige: een persoon die bevoegd is tot het verlenen van verloskundige zorg;
- g. psycholoog: een persoon die bevoegd tot het verlenen van psychologische zorg;
- h. het besluit: het Besluit zorgverzekering BES;
- i. BES-eilanden: de eilanden bedoeld in artikel 1, onderdeel k, van het besluit;
- j. Zorgverzekeringskantoor BES: Zorgverzekeringskantoor BES bedoeld in artikel 1, onderdeel c, van het besluit;
- k. geneesmiddel: geneesmiddel als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, van de Wet op de geneesmiddelenvoorziening BES;
- l. eigen bijdrage: een bijdrage in de kosten bedoeld in artikel 6, vierde lid, van het besluit;
- m. ter hand stellen: het rechtstreeks verstrekken of doen bezorgen van een geneesmiddel aan de patiënt voor wie het geneesmiddel is bestemd;
- n. in-vitrofertilisatiepoging: zorg volgens de in-vitrofertilisatiemethode, inhoudende:
- 1°. het door hormonale behandeling bevorderen van de rijping van eicellen in het lichaam van de vrouw;
- 2°. de follikelpunctie;
- 3°. de bevruchting van eicellen en het kweken van embryo's in het laboratorium;
- 4°. het een of meer keren implanteren van een of twee embryo's in de baarmoederholte teneinde zwangerschap te doen ontstaan.
Artikel 1.1.2
De inhoud en omvang van de zorg of diensten, omschreven in de artikelen 1.2.1.tot en met 1.13.4 wordt bepaald door het totaal aan zorg dat de zorgverlenende personen en instellingen kunnen bieden, hetgeen nader wordt omschreven in de overeenkomsten bedoeld in artikel 8 van het besluit en wordt mede bepaald door de stand van de wetenschap en praktijk en, bij het ontbreken van een zodanige maatstaf, door hetgeen in het betrokken vakgebied geldt als verantwoorde en adequate zorg en diensten.
Artikel 1.1.3
Indien op grond van deze regeling toestemming dient te worden verkregen van het Zorgverzekeringskantoor BES, behoeft deze niet te worden gevraagd indien het Zorgverzekeringskantoor BES en de desbetreffende zorgaanbieder voor de noodzakelijke zorgverlening handelingsprotocollen zijn overeengekomen en de zorg, of, in voorkomend geval, de zorg waarvoor de verzekerde door de behandelend zorgaanbieder naar een andere zorgaanbieder wordt verwezen, wordt verleend door een zorgaanbieder met wie of waarmee het Zorgverzekeringskantoor BES een overeenkomst heeft gesloten als bedoeld in artikel 8 van het besluit.
§ 2. Huisartsenzorg en eerstelijnspsychologische zorg
Artikel 1.2.1
Huisartsenzorg omvat genees- en heelkundige zorg te verlenen door een huisarts, waaronder in iedere geval valt:
- a. consult, visite of het voorschrijven van een recept;
- b. bijkomend laboratorium.
Huisartsenzorg omvat niet:
- a. geneeskundige keuringen, waaronder arbeidsongeschiktheidsonderzoek;
- b. alternatieve geneeswijzen.
Artikel 1.2.2
Eerstelijnspsychologische zorg omvat door een huisarts, specialist of specialist ouderengeneeskunde voorgeschreven behandeling door een psycholoog, gedurende maximaal negen eerstelijnspsychologische behandelingen, inclusief het intakegesprek.
Eerstelijnspsychologische zorg omvat niet hulp bij werk- en relatieproblemen en ernstige hulpvragen die naar verwachting meer dan negen behandelingen vergen.
§ 3. Medisch-specialistische zorg en ziekenhuiszorg
Artikel 1.3.1
Medisch-specialistische zorg omvat geneeskundige-, heelkundige en specialistische geestelijke zorg te verlenen door een medisch specialist, een psychiater, een ziekenhuis, een audiologisch centrum, een dialysecentrum, een beademingscentrum of een trombosedienst.
Onder de zorg, bedoeld in het eerste lid, is tevens begrepen:
- a. diagnostisch onderzoek, waaronder laboratoriumonderzoek, radiologisch-, functie- en pathologisch-anatomisch onderzoek;
- b. zwangerschapsafbrekingen in de zin van de Wet afbreking zwangerschap, te verlenen door een instelling die daarvoor een vergunning heeft op grond van die wet;
- c. behandelingen gericht op sterilisatie.
De zorg, bedoeld in het eerste lid omvat niet:
- a. de vierde of volgende in-vitrofertilisatiepoging per te realiseren zwangerschap, nadat drie pogingen zijn geëindigd tussen het moment dat een follikelpunctie is geslaagd en het moment dat er sprake is van een doorgaande zwangerschap van tien weken te rekenen vanaf het moment van de follikelpunctie en indien de implantatie van gecryopreserveerde embryo’s niet heeft geleid tot een doorgaande zwangerschap van negen weken en drie dagen te rekenen vanaf de implantatie;
- b. vruchtbaarheidsgerelateerde zorg, indien de verzekerde vrouw drieënveertig jaar of ouder is, behoudens voor zover het een in-vitrofertilisatiepoging betreft die reeds is aangevangen voordat de verzekerde vrouw de leeftijd van drieënveertig jaar heeft bereikt;
- c. de eerste en tweede in-vitrofertilisatiepoging bij een verzekerde jonger dan achtendertig jaar, indien er meer dan één embryo wordt teruggeplaatst;
- d. ooglaseren, ten behoeve van refractiecorrectie;
- e. acnébehandeling op verwijzing van een dermatoloog;
- f. hulp bij werk- en relatieproblemen;
- g. behandeling van plagiocefalie en brachycefalie zonder craniosynostose met een redressiehelm.
Op de zorg, bedoeld in het eerste lid, bestaat slechts aanspraak op verwijzing van de huisarts van de verzekerde of op verwijzing van de specialist naar wie de verzekerde is verwezen. Indien het verloskundige zorg betreft, bestaat eveneens aanspraak op die zorg op verwijzing van de verloskundige.
Artikel 1.3.2
Voor zover de medisch-specialistische zorg behandelingen van plastisch-chirurgische aard omvat, is deze slechts onder de zorg begrepen indien die strekt ter correctie van:
- a. afwijkingen in het uiterlijk die gepaard gaan met aantoonbare lichamelijke functiestoornissen;
- b. verminkingen die het gevolg zijn van een ziekte, ongeval of geneeskundige verrichting;
- c. verlamde of verslapte bovenoogleden, indien de verlamming of verslapping een ernstige gezichtsveldbeperking tot gevolg heeft, dan wel het gevolg is van een aangeboren afwijking of een bij de geboorte aanwezige chronische aandoening;
- d. de volgende aangeboren misvormingen: lip-, kaak- en gehemeltespleten, misvormingen van het benig aangezicht, goedaardige woekeringen van bloedvaten, lymfevaten of bindweefsel, geboortevlekken en misvormingen van urineweg- en geslachtsorganen;
- e. primaire geslachtskenmerken bij een vastgestelde transsexualiteit.
De zorg, bedoeld in het eerste lid, omvat niet:
- a. behandeling van verlamde of verslapte bovenoogleden anders dan bij verlamming of verslapping die een ernstige gezichtsveldbeperking tot gevolg heeft dan wel het gevolg is van een aangeboren afwijking of van een bij de geboorte aanwezige chronische aandoening;
- b. liposuctie van de buik;
- c. het operatief plaatsen en het operatief vervangen van een borstprothese anders dan als gevolg van een gehele of gedeeltelijke borstamputatie of bij agenesie of aplasie van de borst bij vrouwen en de daarmee vergelijkbare situatie bij een vastgestelde transsexualiteit;
- d. het operatief verwijderen van een borstprothese zonder medische noodzaak;
- e. behandelingen tegen snurken met uvuloplastiek;
- f. behandelingen gericht op het ongedaan maken van sterilisatie;
- g. behandelingen gericht op circumcisie, anders dan medisch noodzakelijk.
Voor het tot gelding brengen van de aanspraak op plastisch chirurgische behandelingen is voorafgaande toestemming van het Zorgverzekeringskantoor BES vereist.
Artikel 1.3.3
Transplantaties van weefsels en organen omvatten ten laste van de verzekering van de ontvanger tevens:
- a. medisch-specialistische zorg in verband met de selectie van donoren;
- b. medisch-specialistische zorg in verband met de operatieve verwijdering van het transplantatiemateriaal;
- c. het onderzoek, de preservering, de verwijdering en het vervoer van postmortaal transplantatiemateriaal, in verband met de voorgenomen transplantatie;
- d. de zorg waarop aanspraak bestaat krachtens deze regeling, gedurende ten hoogste dertien weken, dan wel een half jaar in geval van een levertransplantatie, na de datum van ontslag uit het ziekenhuis waarin de donor ter selectie of verwijdering van het transplantatiemateriaal opgenomen is geweest, voor zover die zorg verband houdt met die opneming;
- e. voor zover beschikbaar het vervoer in de laagste klasse van een openbaar middel van vervoer of, indien medisch noodzakelijk, vervoer per auto, in verband met de selectie, opneming en ontslag uit het ziekenhuis en met de in onderdeel d bedoelde hulp;
- f. het vervoer van en naar het grondgebied van het Europese deel van Nederland van een daarbuiten woonachtige donor, in verband met transplantatie van een nier, beenmerg of lever bij een verzekerde als bedoeld in artikel 4 van het besluit en overige kosten gemoeid met de transplantatie die verband houden met het wonen van de donor buiten het hiervoor genoemde grondgebied, met uitzondering van de verblijfskosten in het Europese deel van Nederland en gederfde inkomsten.
Bij de vergoeding van de aan de in het eerste lid, onderdelen a, b en c, omschreven zorg verbonden kosten, wordt ten gunste van de donor, indien hij voor een hogere dan de laagste klasse is verzekerd, rekening gehouden met de voorwaarden van die verzekering.
Artikel 1.3.4
De verzekerde heeft recht op een second opinion door een ter zake kundige zorgverlener in de geografische nabijheid van de verzekerde, in geval van een levensbedreigende aandoening, twijfel omtrent de urgentie van een behandeling, een operatie met onomkeerbare gevolgen, of bij gerede twijfel over de behandelmethode.
De second opinion vindt plaats binnen het Caribisch deel van het Koninkrijk.
In afwijking van het tweede lid, kan een second opinion buiten het Caribisch deel van het Koninkrijk plaatsvinden indien hier binnen de geografische nabijheid van de verzekerde geen mogelijkheid voor is.
Een second opinion betreft een éénmalig consult uitsluitend op basis van de gegevens uit het door verzekerde verstrekte dossier.
De verwijzer dient een aanvraag in bij het Zorgverzekeringskantoor BES voor een second opinion met een onderbouwing van de gronden.
Een second opinion en het daarmee samenhangende noodzakelijke ziekenvervoer, worden slechts vergoed indien daartoe voorafgaand toestemming is verkregen van het Zorgverzekeringskantoor BES.
Artikel 1.3.5
Voor zover de medisch-specialistische zorg hulp door een audiologisch centrum betreft, omvat deze zorg:
- a. onderzoek van de gehoorfunctie;
- b. advisering over de aan te schaffen gehoorapparatuur;
- c. voorlichting over het gebruik van de apparatuur;
- d. psychosociale hulp indien noodzakelijk in verband met problemen met de gestoorde gehoorfunctie.
Op hulp door een audiologisch centrum bestaat slechts aanspraak indien de verzekerde naar het centrum is verwezen door zijn huisarts, een bedrijfsarts, een kinderarts of een keel-, neus- en oorarts.
Indien de zorg, bedoeld in het eerste lid, plaatsvindt op verwijzing van een bedrijfsarts, bestaat slechts aanspraak op deze zorg indien het Zorgverzekeringskantoor BES met de verwijzende bedrijfsarts schriftelijk afspraken heeft gemaakt over de kwaliteit en doelmatigheid van de verwijzing, de wijze waarop afstemming en overleg plaatsvinden met personen of instellingen die aan de verzekerde zorg verlenen of kunnen verlenen, en de controle op de naleving van de afspraken.
Indien hulp door een audiologisch centrum langer dan zes weken is aangewezen, wordt tijdig vóór het verstrijken van die periode door het audiologisch centrum, of door de arts bedoeld in het tweede lid, toestemming aan het Zorgverzekeringskantoor BES gevraagd. Bij de aanvraag wordt een deugdelijke motivering van het audiologisch centrum overgelegd.
Het vierde lid is niet van toepassing indien de hulp op basis van een protocol kan worden voortgezet.
Artikel 1.3.6
Voor zover de medisch-specialistische zorg hulp in het kader van erfelijkheidsadvisering betreft, omvat deze zorg onderzoek naar en van ernstige erfelijke afwijkingen door middel van stamboomonderzoek, chromosoomonderzoek, biochemische diagnostiek, ultrageluidsonderzoek en DNA-onderzoek, het geven van erfelijkheidsadviezen en daarmee verband houdende psychosociale begeleiding.
Artikel 1.3.7
Voor zover de medisch-specialistische zorg niet-klinische haemodialyse door een dialysecentrum betreft, omvat die zorg:
- a. de voor de verzekerde noodzakelijke haemodialyse, daarmee verbandhoudend geneeskundig onderzoek, behandeling en farmaceutische hulp, waaronder de voor de verzekerde noodzakelijke erythropoëtine;
- b. vergoeding van de kosten verband houdende met psycho-sociale begeleiding van de verzekerde alsmede van personen die bij het uitvoeren van de dialyse, elders dan in een dialysecentrum, behulpzaam zijn, een en ander te verlenen door aan het dialysecentrum verbonden deskundigen.
Voor zover de haemodialyse plaatsvindt in een dialysecentrum of in een ruimte voor gemeenschappelijk verblijf omvat de zorg, bedoeld in het eerste lid, tevens verblijf aldaar gedurende een deel van het etmaal, alsmede de daarmee samenhangende verpleging en verzorging.
Een indicatie voor niet-klinische haemodialyse wordt geacht aanwezig te zijn indien en zolang de verzekerde in verband met een verloren gegane nierfunctie langdurig en regelmatig haemodialyse dient te ondergaan en redelijkerwijze daartoe niet gedurende dag en nacht in een ziekenhuis behoeft te verblijven.
Artikel 1.3.8
Voor zover de medisch-specialistische zorg chronisch intermitterende beademing door of onder verantwoordelijkheid van een beademingscentrum betreft, omvat deze zorg:
- a. het regelmatig verblijven gedurende minder dan 24 uur in een beademingscentrum gepaard gaande met mechanische beademing en hiermede verbandhoudende medisch-specialistische en farmaceutische hulp, verpleging en verzorging;
- b. beademing met gebruik mechanische beademingsapparatuur ten huize van de verzekerde of in een daartoe ingerichte lokaliteit en hiermee verbandhoudende medisch-specialistische en farmaceutische hulp.
Een indicatie voor chronisch intermitterende beademing wordt geacht aanwezig te zijn indien en zolang in verband met het tekortschieten van de ademhalingsfunctie van de verzekerde een langdurig en regelmatig terugkerende mechanische beademing redelijkerwijze is aangewezen.
De chronische intermitterende beademing wordt, indien zulks niet is voorzien bij protocol, tijdig door of namens de verzekerde aangevraagd bij het Zorgverzekeringskantoor BES. De aanvraag dient vergezeld te gaan van een motivering van de behandelende arts. Tevens dient een verklaring van een beademingscentrum te worden overgelegd waaruit blijkt dat het de beademing in het centrum zal verlenen dan wel de verantwoordelijkheid op zich neemt voor beademing buiten het centrum.
Alvorens een beschikking op de ingediende aanvraag te nemen, stelt het Zorgverzekeringskantoor BES vast of een indicatie als bedoeld in het tweede lid bestaat.
Het Zorgverzekeringskantoor BES neemt zoveel mogelijk na overleg met het beademingscentrum een beschikking op de in het derde lid bedoelde aanvraag. Indien deze beschikking de toestemming van het Zorgverzekeringskantoor BES inhoudt, wordt bij de beschikking tevens aangegeven of de beademing in of vanwege het beademingscentrum zal worden verleend.
Artikel 1.3.9
Voor zover de medisch-specialistische zorg hulp door een trombosedienst betreft, omvat de zorg op voorschrift van de behandelend arts:
- a. het regelmatig afnemen van bloedmonsters van de verzekerde;
- b. het verrichten dan wel onder verantwoordelijkheid van de dienst doen verrichten van de noodzakelijke laboratoriumonderzoeken ter bepaling van de stollingstijd van het bloed;
- c. het aan de verzekerde ter beschikking stellen van apparatuur en toebehoren waarmee hij de stollingstijd van zijn bloed kan meten;
- d. het opleiden van de verzekerde in het gebruik van de apparatuur, bedoeld onder c, en het begeleiden van de verzekerde bij zijn metingen;
- e. het geven van adviezen aan de verzekerde omtrent de toepassing van geneesmiddelen ter beïnvloeding van de bloedstolling.
Artikel 1.3.10
De verzekerde heeft aanspraak op medisch noodzakelijke Ultraviolet B lichttherapie bij hiervoor gevoelige dermatosen en indien voorgeschreven door een specialist.
Artikel 1.3.11
Ziekenhuiszorg omvat opneming en verblijf gedurende het etmaal in een ziekenhuis gepaard gaande met medisch-specialistische zorg, verpleging, verzorging, paramedische zorg of farmaceutische zorg.
Op opneming en verblijf in een ziekenhuis bestaat aanspraak zolang de verzekerde redelijkerwijs op medisch-specialistische zorg in een ziekenhuis is aangewezen.
Indien de verzekerde op grond van het tweede lid in verband met verloskundige zorg in een ziekenhuis verblijft, heeft zowel de moeder als het kind aanspraak op opneming en verblijf in dat ziekenhuis.
De aanspraak is beperkt tot opneming, in een ruimte voorzien van een afdoende klimaatbeheersings- en insectenweringssysteem. Indien opneming in een hogere klasse medisch noodzakelijk is omvat de aanspraak ook opneming in een dergelijke klasse.
§ 4. Paramedische zorg
Artikel 1.4.1
Paramedische zorg omvat:
- a. door een huisarts of specialist voorgeschreven fysiotherapie en oefentherapie, te verlenen door fysiotherapeuten en oefentherapeuten Caesar en Mensendieck, met als doel genezing, verbetering, vermindering van pijn dan wel behoud van een zo goed mogelijke lichamelijke toestand;
- b. door een huisarts, specialist of tandarts-specialist voorgeschreven logopedie, te verlenen door logopedisten met als geneeskundig doel herstel of verbetering van de spraakfunctie of het spraakvermogen;
- c. door een huisarts, specialist of specialist ouderengeneeskunde voorgeschreven advisering, instructie, training of behandeling gedurende maximaal tien uren per kalenderjaar, te verlenen door een ergotherapeut in zijn behandelruimte of ten huize van de verzekerde, met als doel de zelfzorg en zelfredzaamheid van de verzekerde te bevorderen of te herstellen;
- d. door een arts of tandarts voorgeschreven voorlichting met een medisch doel over voeding en eetgewoonten gedurende maximaal drie behandeluren per kalenderjaar, te verlenen door een diëtist;
- e. door een huisarts of medisch specialist voorgeschreven podotherapie, inclusief podozolen;
- f. door een huisarts of specialist voorgeschreven zorg bij stoppen-met-rokenprogramma als bedoeld in artikel 1.4.7;
- g. voor verzekerden van achttien jaar of ouder: door een huisarts of specialist voorgeschreven zorg bij gecombineerde leefstijl interventie als bedoeld in artikel 1.4.8;
- h. op Bonaire: de zorg, bedoeld onder g, voor verzekerden jonger dan achttien jaar.
Artikel 1.4.2
De verzekerde heeft slechts aanspraak op behandelingen fysiotherapie en oefentherapie, indien het Zorgverzekeringskantoor BES daartoe toestemming heeft verleend en de verzekerde lijdt aan:
- a. een van de volgende aandoeningen van het zenuwstelsel:
- 1°. cerebrovasculair accident;
- 2°. ruggemergaandoening;
- 3°. multipele sclerose;
- 4°. perifere zenuwaandoening indien sprake is van motorische uitval;
- 5°. extrapyramidale aandoening;
- 6°. motorische retardatie of een ontwikkelingsstoornis van het zenuwstelsel en jonger is dan zeventien jaar;
- 7°. aangeboren afwijking van het centraal zenuwstelsel;
- 8°. cerebellaire aandoening;
- 9°. uitvalsverschijnselen als gevolg van een tumor in de hersenen of het ruggenmerg dan wel als gevolg van hersenletsel;
- 10°. radiculair syndroom met motorische uitval voor een periode van maximaal drie maanden;
- 11°. spierziekte;
- 12°. myasthenia gravis, of
- b. of een van de volgende aandoeningen van het bewegingsapparaat:
- 1°. aangeboren afwijking;
- 2°. progressieve scoliose;
- 3°. juveniele osteochondrose en hij jonger is dan tweeëntwintig jaar;
- 4°. reflexdystrofie;
- 5°. fractuur als gevolg van morbus Kahler, botmetastase of morbus Paget;
- 6°. frozen shoulder (capsulitis adhaesiva) voor een periode van maximaal twaalf maanden;
- 7°. hyperostotische spondylose (morbus Forestier);
- 8°. collageenziekten;
- 9°. status na amputatie;
- 10°. whiplash voor een periode van maximaal drie maanden, met dien verstande dat wanneer na drie maanden nog sprake is van trias bewegingsverlies, conditieverlies en cognitieve stoornissen deze periode kan worden verlengd met maximaal zes maanden;
- 11°. postpartum bekkeninstabiliteit voor een periode van maximaal drie maanden;
- 12°. fracturen indien deze conservatief worden behandeld voor een periode van maximaal zes maanden, of
- c. een van de volgende aandoeningen:
- 1°. aangeboren afwijking van de tractus respiratorius;
- 2°. lymfoedeem;
- 3°. littekenweefsel van de huid al dan niet na een trauma;
- 4°. perifeer arterieel vaatlijden in stadium3 Fontaine voor een periode van maximaal twaalf maanden in aansluiting op ontslag naar huis of beëindiging van de behandeling in een instelling;
- 5°. weke delen tumoren voor een periode van maximaal twee jaren na bestraling;
- 6°. diffuse interstitiële longaandoening indien sprake is van ventilatoire beperking of diffusiestoornis.
Fysiotherapie en oefentherapie, bedoeld in het eerste lid, omvat voor verzekerden van achttien jaar of ouder niet de eerste twintig behandelingen per indicatie.
Fysiotherapie omvat tevens bekkenfysiotherapie in verband met urine-incontinentie. Deze zorg omvat voor de verzekerden van achttien jaar of ouder ten hoogste negen behandelingen.
Voor verzekerden jonger dan achttien jaar bestaat fysiotherapie en oefentherapie in andere gevallen dan in het eerste lid tevens uit ten hoogste negen behandelingen per indicatie per kalenderjaar, dat bij ontoereikend resultaat kan worden uitgebreid met ten hoogste negen behandelingen op basis van een behandelplan.
Fysiotherapie omvat tevens gesuperviseerde oefentherapie bij perifeer arterieel vaatlijden in stadium 2 Fontaine. Deze zorg omvat voor verzekerden van achttien jaar en ouder ten hoogste zevenendertig behandelingen gedurende maximaal 12 maanden. De verzekerde heeft slechts aanspraak op deze behandelingen, indien het Zorgverzekeringskantoor BES daartoe voorafgaand toestemming heeft verleend.
Fysiotherapie omvat tevens gesuperviseerde oefentherapie bij artrose van heup- of kniegewricht. Deze zorg omvat voor de verzekerden van achttien jaar of ouder ten hoogste twaalf behandelingen gedurende maximaal 12 maanden.
Fysiotherapie of oefentherapie omvat voor verzekerden van achttien jaar of ouder tevens gesuperviseerde oefentherapie bij chronic obstructive pulmonary disease, indien sprake is van stadium II of hoger van de GOLD Classificatie voor spirometrie.
Fysiotherapie en oefentherapie omvat tevens behandelingen gericht op bespoediging van het herstel na opname in een ziekenhuis, een verpleeginrichting of een instelling voor revalidatie dan wel na dagbehandeling in een instelling voor revalidatie, gedurende maximaal twaalf maanden in aansluiting op de eerste behandeling na ontslag naar huis of beëindiging van de behandeling in de instelling. Voor het tot gelding brengen van de aanspraak op deze behandelingen is voorafgaande toestemming van het Zorgverzekeringskantoor BES vereist.
Fysiotherapie of oefentherapie omvat tevens een valpreventieve beweeginterventie voor personen met een hoog valrisico die als gevolg van onderliggende of bijkomende somatische of psychische problemen zijn aangewezen op begeleiding op het niveau van een fysiotherapeut. Deze zorg omvat ten hoogste één valpreventieve beweeginterventie per twaalf maanden.
Fysiotherapie of oefentherapie omvat voor verzekerden van achttien jaar of ouder tevens langdurige gepersonaliseerde gesuperviseerde actieve oefentherapie bij reumatoïde artritis of axiale spondyloartritis, indien de verzekerde ernstige functionele beperkingen heeft.
Artikel 1.4.3
Voor het tot gelding brengen van de aanspraak op logopedie, is voorafgaande toestemming van het Zorgverzekeringskantoor BES vereist.
De aanvraag voor toestemming omvat:
- a. een diagnose op basis waarvan logopedie is geïndiceerd;
- b. een deugdelijke motivering van de op deze diagnose gebaseerde behandelindicatie en behandeldoelstelling van de verwijzende arts of tandarts-specialist.
De aanspraak op logopedische zorg omvat niet zorgvragen die betrekking hebben op taalproblemen die door middel van regulier onderwijs kunnen worden verholpen, zoals tweetaligheid of taalachterstanden bij verzekerden tot achttien jaar.
Artikel 1.4.4
Indien de kosten van podotherapie per kalenderjaar meer bedragen dan $ 200 betaalt de verzekerde een eigen bijdrage ter hoogte van het verschil tussen die kosten en dat bedrag.
Indien de kosten van podozolen meer bedragen dan $ 330 per kalenderjaar, betaalt de verzekerde een eigen bijdrage ter hoogte van het verschil tussen die kosten en dat bedrag.
Artikel 1.4.5
De verzekerde heeft, behoudens indien zulks is voorzien bij protocol, na verkregen toestemming van het Zorgverzekeringskantoor BES aanspraak op medisch pedicuren in verband met diabetische voet of een verhoogd risico daarop. De aanvraag voor toestemming is voorzien van een onderbouwde diabetische voet risico classificatie, bedoeld in de Richtlijn Diabetische voet van de Federatie Medisch Specialisten.
Artikel 1.4.6
De verzekerde heeft geen aanspraak op chiropractie.
De verzekerde heeft geen aanspraak op elektrisch ontharen.
§ 5. Tandheelkundige zorg
Artikel 1.5.1
Tandheelkundige zorg aan de verzekerde die de leeftijd van achttien jaar nog niet heeft bereikt, omvat in andere gevallen dan het derde lid:
- a. periodiek preventief onderzoek, eenmaal per jaar, tenzij de verzekerde tandheelkundig meer keren per jaar op die hulp is aangewezen;
- b. incidenteel tandheelkundig consult;
- c. het verwijderen van tandsteen;
- d. fluorideapplicatie, maximaal tweemaal per jaar, tenzij de verzekerde tandheelkundig meer keren per jaar op die hulp is aangewezen;
- e. sealing;
- f. parodontale hulp;
- g. anesthesie;
- h. endodontische hulp;
- i. restauratie van gebitselementen met plastische materialen;
- j. gnathologische hulp;
- k. uitneembare prothetische voorzieningen;
- l. chirurgische tandheelkundige hulp, met uitzondering van het aanbrengen van een tandheelkundig implantaat;
- m. röntgenonderzoek, met uitzondering van röntgenonderzoek ten behoeve van orthodontische hulp.
Tandheelkundige zorg aan de verzekerde die de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt, omvat in andere gevallen dan het derde lid:
- a. uitneembare volledige prothetische voorzieningen voor de boven- of onderkaak, al dan niet te plaatsen op tandheelkundige implantaten. Tot een uitneembare volledige prothetische voorziening te plaatsen op tandheelkundige implantaten, behoort eveneens het aanbrengen van het vaste gedeelte van de suprastructuur;
- b. chirurgische tandheelkundige hulp van specialistische aard en het daarbij behorende röntgenonderzoek, met uitzondering van parodontale chirurgie, ongecompliceerde extracties en het aanbrengen van een tandheelkundig implantaat;
- c. uitneembare gedeeltelijke kunsthars prothetische voorzieningen voor de boven- of onderkaak, al dan niet te plaatsen op tandheelkundige implantaten. Tot een uitneembare gedeeltelijke prothetische voorziening te plaatsen op tandheelkundige implantaten, behoort eveneens het aanbrengen van het vaste gedeelte van de suprastructuur.
De verzekerde heeft aanspraak op andere tandheelkundige behandelingen dan bedoeld in het eerste of tweede lid, indien die behandelingen noodzakelijk zijn:
- a. indien de verzekerde een zodanige ernstige ontwikkelingsstoornis, groeistoornis of verworven afwijking van het tand-kaak-mondstelsel heeft dat hij zonder die zorg geen tandheelkundige functie kan behouden of verwerven, gelijkwaardig aan die welke hij zou hebben gehad als de aandoening zich niet zou hebben voorgedaan. Hieronder is tevens begrepen het aanbrengen van een tandheelkundig implantaat, indien er sprake is van een zeer ernstig geslonken tandeloze kaak en deze dienen ter bevestiging van een uitneembare prothese;
- b. indien de verzekerde een niet-tandheelkundige lichamelijke of geestelijke aandoening heeft en hij zonder die zorg geen tandheelkundige functie kan behouden of verwerven gelijkwaardig aan die welke hij zou hebben gehad als de aandoening zich niet had voorgedaan; of
- c. indien een medische behandeling zonder die zorg aantoonbaar onvoldoende resultaat zal hebben en de verzekerde zonder die andere zorg geen tandheelkundige functie kan behouden of verwerven gelijkwaardig aan die welke hij zou hebben gehad als de aandoening zich niet had voorgedaan.
Mondzorg omvat voor verzekerden jonger dan drieëntwintig jaar in andere gevallen dan het derde lid tandvervangende hulp met niet-plastische materialen alsmede het aanbrengen van tandheelkundige implantaten, indien het de vervanging van een of meer ontbrekende, blijvende snij- of hoektanden betreft die in het geheel niet zijn aangelegd, dan wel omdat het ontbreken van die tand of die tanden het directe gevolg is van een ongeval, en indien de noodzaak van deze zorg is vastgesteld voordat de verzekerde de leeftijd van achttien jaar heeft bereikt.
Orthodontische hulp is slechts onder de zorg, bedoeld in het derde lid, begrepen in geval van een zeer ernstige ontwikkelings- of groeistoornis van het tand-kaak-mondstelsel, waarbij medediagnostiek of medebehandeling van chirurgische tandheelkundige hulp van specialistische aard of van andere disciplines dan de tandheelkundige noodzakelijk is.
Voor het tot gelding brengen van de aanspraken bedoeld in het derde, vierde en vijfde lid is voorafgaand toestemming nodig van het Zorgverzekeringskantoor BES.
Artikel 1.5.2
De aanspraak op tandheelkundige hulp wordt tot gelding gebracht in een daartoe ingerichte praktijkruimte, tenzij bij protocol anders is bepaald.
Voor het tot gelding brengen van de aanspraak parodontale chirurgie, extractie onder narcose, osteotomie of het plaatsen van een tandheelkundig implantaat is voorafgaande toestemming van het Zorgverzekeringskantoor BES vereist.
De verzekerde heeft geen aanspraak op tandheelkundige hulp indien hij de aanwijzingen van de tandarts niet opvolgt of de mondhygiëne ernstig verwaarloost. De tandarts informeert het Zorgverzekeringskantoor BES hierover.
§ 5. Tandheelkundige zorg
Artikel 1.6.1
Farmaceutische zorg omvat:
- a. terhandstelling van of advies en begeleiding zoals apothekers, gevestigd op de BES-eilanden die plegen te bieden ten behoeve van medicatiebeoordeling en verantwoord gebruik van geneesmiddelen, opgenomen in een door het Zorgverzekeringskantoor BES vast te stellen formularium.
- b. polymere, oligomere, monomere en modulaire dieetpreparaten indien de verzekerde niet kan uitkomen met aangepaste normale voeding en andere producten van bijzondere voeding, en indien de verzekerde lijdt aan een:
- 1°. ernstige stofwisselingsstoornis,
- 2°. ernstige voedselallergie,
- 3°. ernstige resorptiestoornis,
- 4°. via een gevalideerd screeningsinstrument vastgestelde, ernstige ziektegerelateerde ondervoeding of een risico daarop;
- c. geneesmiddelen voorgeschreven als onderdeel van zorg bij stoppen-met-rokenprogramma als bedoeld in artikel 1.4.7.
Farmaceutische zorg omvat geen:
- a. geneesmiddelen waarvan de toepassing niet strekt tot een rationele therapie;
- b. geneesmiddelen die vervangen kunnen worden door een gelijkwaardig, maar goedkoper middel;
- c. geneesmiddelen ingeval van ziekterisico bij reizen;
- d. geneesmiddelen die zonder recept verkrijgbaar zijn.
Voor het tot gelding brengen van de aanspraak op zorg als bedoeld in het eerste lid, onderdelen b en c, is voorafgaande toestemming van het Zorgverzekeringskantoor BES vereist.
Artikel 1.6.2
De verzekerde heeft slechts aanspraak op farmaceutische zorg indien de zorg is voorgeschreven door een arts, tandarts of verloskundige wiens zorg de verzekerde ingevolge deze regeling heeft ingeroepen. De verzekerde heeft tevens aanspraak op farmaceutische zorg als bedoeld in artikel 1.6.1, eerste lid, onder b, die is voorgeschreven door een diëtist wiens zorg de verzekerde ingevolge deze regeling heeft ingeroepen.
De verzekerde heeft per voorschrift aanspraak op geneesmiddelen voor een periode van ten hoogste:
- a. één jaar indien het orale anticonceptiva betreft;
- b. drie maanden indien het geneesmiddelen betreft ter behandeling van een chronische ziekte, met uitzondering van hypnotica of anxiolytica;
- c. vijftien dagen indien het geneesmiddelen ter bestrijding van acute aandoeningen met antibiotica of chemotherapeutica betreft;
- d. één maand in de overige gevallen.
In afwijking van het eerste lid heeft de verzekerde die wordt ingesteld op een voor hem nieuwe medicatie, aanspraak op aflevering van geneesmiddelen voor een periode van vijftien dagen.
Het tweede en derde lid zijn niet van toepassing voor zover in een protocol dat is overeengekomen tussen de desbetreffende zorgverlener en het Zorgverzekeringskantoor BES langere perioden zijn overeengekomen.
§ 6. Farmaceutische zorg
Artikel 1.7.1
Hulpmiddelenzorg omvat de verschaffing van functionerende hulpmiddelen, bestaande uit:
- a. prothesen voor schouder, arm, hand, been of voet als omschreven in artikel 1.7.5;
- b. mammaprothesen als omschreven in artikel 1.7.6;
- c. gelaatsprothesen als omschreven in artikel 1.7.7;
- d. oogprothesen als omschreven in artikel 1.7.8;
- e. orthesen voor romp, arm, been, voet, hoofd of hals als omschreven in artikel 1.7.9;
- f. gezichtshulpmiddelen als omschreven in artikel 1.7.10;
- g. gehoorhulpmiddelen als omschreven in artikel 1.7.11;
- h. verzorgingsmiddelen als omschreven in artikel 1.7.12;
- i. hulpmiddelen voor anticonceptionele doeleinden als omschreven in artikel 1.7.13;
- j. hulpmiddelen voor de mobiliteit van personen als omschreven in artikel 1.7.14;
- k. pruiken als omschreven in artikel 1.7.15;
- l. injectiespuiten en toebehoren als omschreven in artikel 1.7.16;
- m. uitwendige hulpmiddelen, te gebruiken bij het langdurig compenseren van het functieverlies van aderen bij het transport van bloed en het functieverlies van lymfevaten bij het transport van lymfe;
- n. hulpmiddelen bij diabetes als omschreven in artikel 1.7.17;
- o. apparatuur voor positieve uitademingsdruk als omschreven in artikel 1.7.18;
- p. draagbare, uitwendige infuuspompen met toebehoren als omschreven in artikel 1.7.19;
- q. schoenvoorzieningen, niet zijnde orthesen, als omschreven in artikel 1.7.20;
- r. hulpmiddelen voor het toedienen van voeding als omschreven in artikel 1.7.21;
- s. allergeenvrije en stofdichte hoezen als omschreven in artikel 1.7.22;
- t. hulpmiddelen voor communicatie, informatievoorziening en signalering als omschreven in artikel 1.7.23;
- u. zuurstofapparatuur als omschreven in artikel 1.7.24;
- v. longvibrators;
- w. vernevelaars met toebehoren;
- x. beeldschermloepen;
- y. uitwendige elektrostimulators tegen chronische pijn met toebehoren;
- z. CPAP-apparatuur als omschreven in artikel 1.7.25;
- aa. soloapparatuur als omschreven in artikel 1.7.26;
- bb. tactielleesapparatuur als omschreven in artikel 1.7.27;
- cc. vervanging van BAHA-hoortoestellen als omschreven in artikel 1.7.28;
- dd. inrichtingselementen van woningen als omschreven in artikel 1.7.29;
- ee. hulpmiddelen ter compensatie van onvoldoende arm-, hand-, en vingerfunctie als omschreven in artikel 1.7.30;
- ff. Verbandmiddelen toe te passen bij een ernstige aandoening waarbij langdurige medische behandeling met deze middelen zijn aangewezen;
- gg. met thuisdialyse samenhangende kosten als omschreven in artikel 1.7.31;
- hh. slaappositietrainer bij positieafhankelijke slaapapneu (pOSAS).
De aanspraak op hulpmiddelen omvat in voorkomende gevallen wijziging of herstel van hulpmiddelen.
Het Zorgverzekeringskantoor BES bepaalt of middelen in eigendom dan wel in bruikleen worden verschaft.
De verzekerde is voor in bruikleen verschafte hulpmiddelen geen eigen bijdrage verschuldigd.
Artikel 1.7.2
De verzekerde is gehouden het hem in eigendom verschafte middel goed te verzorgen. De verzekerde heeft geen aanspraak op herstel of vervanging van het desbetreffende middel, indien herstel of vervanging het gevolg is van onmiskenbaar onzorgvuldig gebruik.
Artikel 1.7.3
Indien de aanspraak op enig in deze regeling genoemd middel of de hoogte van de door de verzekerde verschuldigde eigen bijdrage afhankelijk is gesteld van de leeftijd van verzekerde, wordt diens leeftijd telkens beoordeeld naar het moment waarop de verzekerde zich wendt tot de leverancier.
Een in deze paragraaf geregelde eigen bijdrage wordt betaald aan de leverancier van het hulpmiddel, tenzij het Zorgverzekeringskantoor BES anders heeft bepaald.
Artikel 1.7.4
Indien een middel in bruikleen wordt verschaft, kan het Zorgverzekeringskantoor BES van de verzekerde een redelijke waarborgsom vragen. Over de waarborgsom wordt door Zorgverzekeringskantoor BES geen rente vergoed.
De verschaffing in bruikleen omvat tevens vergoeding van de kosten van vervoer van het hulpmiddel naar en van de woning van de verzekerde, van het regelmatig technisch onderhoud ervan, alsmede van de voor het gebruik, ontsmetting en reiniging van de apparatuur benodigde chemicaliën.
Het Zorgverzekeringskantoor BES kan hierover afspraken maken met de leverancier.
Artikel 1.7.5
Hulpmiddelen als bedoeld in artikel 1.7.1, eerste lid, onderdeel a, omvatten:
- a. prothesen voor schouder, arm of hand;
- b. algemeen gangbare hulp- en aanzetstukken voor armprothesen;
- c. prothesen voor been of voet;
- d. een oplaadinrichting en batterijen, indien de prothese voor schouder, arm of hand in bekrachtigde uitvoering is.
Artikel 1.7.6
Hulpmiddelen als bedoeld in artikel 1.7.1, eerste lid, onderdeel b, omvatten:
- a. de gebruiksklaar verkrijgbare mammaprothesen voor uitwendige toepassing ter vervanging van een geheel of nagenoeg geheel ontbrekende borstklier;
- b. ten behoeve van een verzekerde afzonderlijk vervaardigde mammaprothese indien het gebruik van gebruiksklaar verkrijgbare mammaprothesen niet mogelijk of redelijkerwijs niet verantwoord is.
Artikel 1.7.7
Hulpmiddelen als bedoeld in artikel 1.7.1, eerste lid, onderdeel c, omvatten ten behoeve van de verzekerde afzonderlijk vervaardigde prothesen ter bedekking van het gelaat of een gedeelte ervan, neus en oorschelpen daarbij inbegrepen.
Artikel 1.7.8
Hulpmiddelen als bedoeld in artikel 1.7.1, eerste lid, onderdeel d, omvatten:
- a. volledige oogprothesen bij het ontbreken van de oogbol;
- b. scleraschalen;
- c. scleralenzen, al dan niet voorzien van een ingekleurde iris en pupil en al dan niet met visuscorrectie, bij een ernstig misvormd oog of na traumatische veranderingen van een oog.
Artikel 1.7.9
Hulpmiddelen als bedoeld in artikel 1.7.1, eerste lid, onderdeel e, omvatten:
- a. korsetten voor afwijkingen aan de wervelkolom;
- b. orthopedische beugelapparatuur;
- c. verstevigde spalk-, redressie- of correctieapparatuur voor langdurig gebruik, waarbij de versteviging een functioneel onderdeel vormt van de orthese en een therapeutische meerwaarde heeft ten opzichte van een niet verstevigde orthese, met dien verstande dat daaronder slechts een kniebrace valt indien sprake is van:
- 1°. een al dan niet gecombineerd letsel van de knie waarbij de kruisbanden of de collateraal banden zijn gescheurd;
- 2°. eenzijdige gonartrose, voor zover sprake is van een standafwijking van minimaal 10 graden varus/valgusstand;
- d. kappen ter bescherming van de schedel indien er sprake is van een schedeldefect of indien door frequente evenwichts- of bewustzijnsstoornissen grote kans op vallen bestaat;
- e. tracheacanules;
- f. stemprothesen of spraakversterkers, al dan niet gecombineerd;
- g. breukbanden;
- h. orthopedisch schoeisel en orthopedische voorzieningen aan confectieschoenen, indien voorgeschreven door een specialist, voldaan is aan een van de zorginhoudelijke criteria, vermeld in onderdeel 1, van de bijlage bij deze regeling, en de verzekerde redelijkerwijs niet kan volstaan met confectieschoenen, te weten:
- 1°. volledig individueel vervaardigd orthopedisch maatschoeisel, indien tevens niet kan worden volstaan met semi-orthopedische schoenen of met een voorziening aan confectieschoenen;
- 2°. volledig individueel vervaardigde orthopedische binnenschoenen;
- 3°. semi-orthopedisch schoeisel met individuele aanpassing;
- 4°. orthopedische voorzieningen aan confectieschoenen, tenzij het uitsluitend een verhoging betreft van de gehele buitenzool van minder dan 3 cm.
Onder langdurig gebruik, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, valt niet preventief gebruik in verband met het beoefenen van sport.
De verzekerde betaalt voor hulpmiddelen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel h, subonderdelen 1° en 3°:
- a. indien hij zestien jaar of ouder is, een eigen bijdrage van $ 50 per paar per kalenderjaar;
- b. indien hij jonger is dan zestien jaren, een eigen bijdrage van $ 25 per paar per kalenderjaar per paar.
Artikel 1.7.10
Hulpmiddelen als bedoeld in artikel 1.7.1, eerste lid, onderdeel f, omvatten:
- a. brillenglazen, waaronder filterglazen met of zonder visuscorrigerende werking, indien voldaan is aan een van de zorginhoudelijke criteria, vermeld in onderdeel 2, van de bijlage bij deze regeling en de aanschaf plaatsvindt binnen twaalf maanden na een eerdere aanschaf van dit hulpmiddel;
- b. contactlenzen, indien voldaan is aan een van de zorginhoudelijke criteria, vermeld in onderdeel 2, van de bijlage bij deze regeling en de aanschaf plaatsvindt binnen twaalf maanden na een eerdere aanschaf van dit hulpmiddel;
- c. bandagelenzen zonder visuscorrigerende werking voor zover van andere therapieën geen resultaat is verkregen of te verwachten is en voldaan is aan een van de zorginhoudelijke criteria als bedoeld in onderdeel 3, van de bijlage bij deze regeling;
- d. bijzondere optische hulpmiddelen, bestemd voor rechtstreekse waarneming, met inbegrip van montuur, statief of verlichting, indien deze met het hulpmiddel één geheel vormen en de verzekerde een dusdanig verlies van gezichtsvermogen heeft dat redelijkerwijs niet kan worden volstaan met een middel als bedoeld in onderdeel a of b.
Artikel 1.7.11
Hulpmiddelen als bedoeld in artikel 1.7.1, eerste lid, onderdeel g, omvatten:
- a. electro-akoestische hoortoestellen voor persoonlijk gebruik, in gewone dan wel bijzondere uitvoering, bestemd om op of aan het menselijk lichaam te worden gebezigd ter verbetering van een gestoord gehoor, alsmede gehoorlepels of gehoorslangen die het geluid via mechanische weg versterken en de verschaffing en vervanging van oorstukjes, indien voldaan is aan een van de zorginhoudelijke criteria, vermeld in onderdeel 4, van de bijlage bij deze regeling;
- b. ringleidingen, bestaande uit een snoer en versterker met zo nodig een tafelmicrofoon dan wel infraroodapparatuur of FM-apparatuur voor geluidsoverdracht, bestaande uit een ontvanger en een zender, al dan niet met inductiespoel of hoofdtelefoon, of in kinbeugel-uitvoering, met zo nodig een tafelmicrofoon, indien voldaan is aan een van de zorginhoudelijke criteria, vermeld in onderdeel 5, van de bijlage bij deze regeling;
- c. een maskeerder ter behandeling van ernstig oorsuizen alsmede verschaffing en vervanging van oorstukjes.
Als een bijzondere uitvoering van een elektro-akoestisch hoortoestel als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt beschouwd:
- a. een cros-uitvoering;
- b. een bicros-uitvoering;
- c. een beengeleider-uitvoering;
- d. een uitvoering met één ingebouwde microfoon en twee aansluitingen;
- e. een uitvoering met één uitwendige microfoon en één aansluiting;
- f. een uitvoering met één ingebouwde microfoon, één uitwendige microfoon en één aansluiting.
Indien de aanschaffingskosten van een hoortoestel als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, hoger zijn dan $ 1100 en een toestel voor de eerste keer wordt verstrekt, dan wel korter dan zes jaar geleden aan de verzekerde is verstrekt, betaalt de verzekerde van zestien jaren of ouder een bijdrage ter grootte van het verschil tussen de aanschaffingskosten en dit bedrag.
Indien de aanschaffingskosten van een hoortoestel als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, hoger zijn dan $ 1200 en een toestel langer dan zes, maar korter dan zeven jaren geleden aan de verzekerde is verstrekt, betaalt de verzekerde van zestien jaren of ouder een bijdrage ter grootte van het verschil tussen de aanschaffingskosten en dit bedrag.
Indien de aanschaffingskosten van een hoortoestel als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, hoger zijn dan $ 1300 en een toestel zeven jaren of langer geleden aan de verzekerde is verstrekt, betaalt de verzekerde een bijdrage ter grootte van het verschil tussen de aanschaffingskosten en dit bedrag. Voor een verzekerde van jonger dan zestien jaren geldt de gebruiksduur van zeven jaren of langer geleden niet.
Indien sprake is van een hoortoestel in cros-, bicros- of beengeleideruitvoering, opgenomen in een brilmontuur, wordt het bedrag, genoemd in het derde, vierde en vijfde lid, vermeerderd met $ 85.
Artikel 1.7.12
Hulpmiddelen als bedoeld in artikel 1.7.1, eerste lid, onderdeel h, omvatten:
- a. urine-opvangzakken met de noodzakelijke hulpstukken ter bevestiging aan het been of bed;
- b. voorzieningen voor stomapatiënten, te weten:
- 1°. systemen ter bevestiging op een stoma voor de opvang van faeces of urine, bestaande uit opvangzakjes en kleefplaten, daarbij benodigde hulp- en verbindingsstukken, opvulmaterialen, reinigingsgaasjes, wegwerpzakjes, spoelapparatuur met toebehoren, stomapluggen, stomapleisters en indikmiddelen;
- 2°. noodzakelijke huidbeschermende middelen, voor zover daarop niet reeds aanspraak bestaat op grond van artikel 1.6.1;
- 3°. afdekpleisters en katheters bestemd voor een continentstoma;
- 4°. stomabeschermers, niet zijnde verbandmiddelen, voor een gelaryngectomeerde;
- c. stompkousen;
- d. katheters met blaasspoelvloeistoffen, al dan niet met toebehoren;
- e. incontinentie-absorptiematerialen als omschreven in het tweede lid;
- f. spoelapparatuur voor anaalspoelen, zo nodig met toebehoren, indien sprake is van ernstige problemen met de ontlasting ten gevolge van anatomische of functionele afwijkingen van de darm of anus dan wel de zenuwvoorziening daarvan;
- g. slijmuitzuigapparatuur voor het wegzuigen van slijm uit het mond- of keelgebied, zo nodig met toebehoren.
Incontinentie-absorptiematerialen als bedoeld in het eerste lid, onderdeel e, omvatten:
- a. inlegluiers en luierbroeken voor incontinentie voor verzekerden van vijf jaar en ouder, indien sprake is van:
- 1°. incontinentie voor faeces die langer bestaat dan twee weken;
- 2°. incontinentie voor urine, niet zijnde enuresis nocturna, die langer bestaat dan twee maanden;
- 3°. ondersteuning van bekkenbodemspieroefeningen of blaastraining ten laste van de zorgverzekering voor de behandeling van urine-incontinentie, niet zijnde enuresis nocturna, voor de duur van deze behandeling;
- 4°. ziektebeelden waarvan mag worden aangenomen dat de incontinentie niet vanzelf geneest, of waarbij bekkenbodemspieroefeningen of blaastraining niet helpen;
- b. inlegluiers en luierbroeken voor incontinentie voor verzekerden van drie of vier jaar, indien sprake is van een niet-fysiologische vorm van incontinentie;
- c. anaaltampons;
- d. beschermende onderleggers, indien het verlies van bloed, exsudaat, vocht, urine of faeces dusdanige hygiënische problemen oplevert dat deze slechts door het gebruik van een bedbeschermende onderlegger kunnen worden ondervangen.
Artikel 1.7.13
Hulpmiddelen als bedoeld in artikel 1.7.1, eerste lid, onderdeel i, omvatten:
- a. pessaria;
- b. koperhoudende spiraaltjes, hormoonhoudende spiraaltjes, -ringen en -staafjes.
Artikel 1.7.14
Hulpmiddelen als bedoeld in artikel 1.7.1, onderdeel j, omvatten:
- a. loopwagens niet zijnde rollators, loopfietsen en trippelstoelen, indien de verzekerde hier langdurig op is aangewezen om te kunnen lopen, niet kan worden volstaan met een eenvoudiger hulpmiddel en sprake is van:
- 1°. evenwichtsstoornissen,
- 2°. functiestoornissen van de onderste extremiteiten, al dan niet gepaard gaande met defecten, of
- 3°. stoornissen in het uithoudingsvermogen dan wel vormen van lichamelijke zwakte, waarbij de verschaffing van een loophulpmiddel strekt tot behoud van de zelfredzaamheid of ter voorkoming van opname in een instelling;
- b. blindentaststokken;
- c. stoelen voorzien van een trippelfunctie, indien de verzekerde langdurig op dit middel is aangewezen, en
- 1°. de verzekerde zich binnenshuis alleen zittend kan verplaatsen en niet beschikt over een in huis bruikbare rolstoel,
- 2°. de verzekerde voldoet aan de voorwaarde voor een hulpmiddel als bedoeld in onderdeel a, maar dit niet kan gebruiken vanwege een gestoorde hand- of armfunctie, of
- 3°. zich niet zonder gebruik van de handen staande kan houden;
- d. loopfietsen indien de verzekerde langdurig op dit middel is aangewezen, sprake is van functiestoornissen van de onderste extremiteiten, al dan niet gepaard gaande met defecten en de verzekerde niet kan volstaan met een eenvoudiger loophulpmiddel;
- e. rolstoelen, indien de verzekerde op dit middel is aangewezen in verband met het ontbreken van de loopfunctie dan wel in verband met loopfunctiestoornissen.
Artikel 1.7.15
Hulpmiddelen als bedoeld in artikel 1.7.1, eerste lid, onderdeel k, omvatten haarwerken ter gehele of gedeeltelijke vervanging van het hoofdhaar, indien de verzekerde van een blijvende of langdurige, gehele of gedeeltelijke kaalhoofdigheid als gevolg van een medische aandoening of een medische behandeling, zodanige psychische bezwaren ondervindt, dat het gebruik van een haarwerk redelijkerwijs is aangewezen.
Indien de aanschaffingskosten van hulpmiddelen als bedoeld in het eerste lid hoger zijn dan $ 510 per kalenderjaar betaalt de verzekerde een bijdrage ter grootte van het verschil tussen de aanschaffingskosten en dat bedrag.
Artikel 1.7.16
Hulpmiddelen als bedoeld in artikel 1.7.1, eerste lid, onderdeel l, omvatten injectiespuiten met toebehoren, indien sprake is van een aandoening die een langdurig gebruik van dit middel noodzakelijk maken.
Een hulpmiddel als bedoeld in het eerste lid omvat tevens een aan een handicap aangepaste uitvoering, indien de verzekerde ten gevolge van een ernstige motorische handicap dan wel een verminderd gezichtsvermogen redelijkerwijs niet kan volstaan met een injectiespuit of injectie-pen in een niet aangepaste uitvoering.
Artikel 1.7.17
Hulpmiddelen als bedoeld in artikel 1.7.1, eerste lid, onderdeel n, omvatten, indien sprake is van diabetes die met insuline wordt behandeld dan wel indien de diabetes nagenoeg is uitbehandeld met orale bloedsuikerverlagende middelen en behandeling met insuline wordt overwogen:
- a. apparatuur voor het zelf afnemen van bloed en de daarbij behorende lancetten;
- b. bloedglucosetestmeters, indien de verzekerde aangewezen is op teststrips, alsmede de daarbij behorende teststrips;
- c. draagbare, uitwendige infuuspompen met toebehoren, indien tevens voldaan is aan een van de zorginhoudelijk criteria, vermeld in onderdeel 6, van de bijlage bij deze regeling.
Een hulpmiddel als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, omvat tevens een aan een handicap aangepaste uitvoering indien de verzekerde redelijkerwijs niet kan volstaan met een middel in een niet aangepaste uitvoering.
Artikel 1.7.18
Hulpmiddelen als bedoeld in artikel 1.7.1, eerste lid, onderdeel o, omvatten aangezichtsmaskers, dan wel mondstukken, met aanzetstukken bestaande uit een weerstandsbuis en een, in- en uitademingsweg scheidend, ademventiel, waarbij deze hulpmiddelen dienen om bij het uitademen een positieve druk te bewerkstelligen ter bevordering van de sputumproductie.
Artikel 1.7.19
Hulpmiddelen als bedoeld in artikel 1.7.1, eerste lid, onderdeel p, omvatten draagbare, uitwendige infuuspompen met toebehoren, indien sprake is van continue parenterale toediening in de thuissituatie van een geneesmiddel dat valt onder de farmaceutische zorg, bedoeld in artikel 1.6.1, met uitzondering van insuline.
Artikel 1.7.20
Hulpmiddelen als bedoeld in artikel 1.7.1, eerste lid, onderdeel q, omvatten:
- a. verbandschoenen, indien voldaan is aan een van de zorginhoudelijke criteria, vermeld in onderdeel 7, van de bijlage bij deze regeling;
- b. allergeenvrije schoenen, indien er sprake is van een allergie.
Indien de aanschaffingskosten van het hulpmiddel, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, hoger zijn dan $ 190 per kalenderjaar betaalt de verzekerde een bijdrage ter grootte van het verschil tussen de aanschaffingskosten en dat bedrag.
De verzekerde betaalt voor een hulpmiddel als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, een bijdrage van:
- a. indien hij zestien jaar of ouder is, een eigen bijdrage van $ 50 per paar per kalenderjaar;
- b. indien hij jonger is dan zestien jaren, een eigen bijdrage van $ 25 per paar per kalenderjaar.
Artikel 1.7.21
Hulpmiddelen als bedoeld in artikel 1.7.1, eerste lid, onderdeel r, omvatten, indien het gebruik om medische redenen aangewezen is:
- a. niet-klinisch ingebrachte sondes met toebehoren;
- b. uitwendige voedingspompen met toebehoren;
- c. uitwendige toebehoren, benodigd bij de toediening van parenterale voeding;
- d. eetapparaten.
Hulpmiddelen als bedoeld in het eerste lid omvatten geen voedings-, genees- en verbandmiddelen.
Artikel 1.7.22
Hulpmiddelen als bedoeld in artikel 1.7.1, eerste lid, onderdeel s, omvatten een allergeenvrije en stofdichte matrashoes, een dekbedhoes en een kussenhoes, indien uit de resultaten van laboratoriumonderzoek of een huidtest blijkt dat sprake is van een allergie voor uitwerpselen van huisstofmijt.
Artikel 1.7.23
Hulpmiddelen als bedoeld in artikel 1.7.1, eerste lid, onderdeel t, omvatten:
- a. computers met bijbehorende apparatuur voor lichamelijk gehandicapten, indien de lichamelijk gehandicapte voor informatie en communicatie of bediening van huishoudelijke hulpmiddelen geheel of nagenoeg geheel op deze middelen is aangewezen;
- b. schrijfmachines voor lichamelijk gehandicapten, indien de lichamelijk gehandicapte voor het onderhouden van maatschappelijke contacten geheel of nagenoeg geheel op deze middelen is aangewezen;
- c. rekenmachines in een uitvoering, aangepast aan een lichamelijke handicap;
- d. invoer- en uitvoerapparatuur en de daartoe benodigde programmatuur, noodzakelijke upgrades daarvan, alsmede accessoires voor een computer, een schrijfmachine en een rekenmachine, aangepast aan een lichamelijke handicap;
- e. computerprogrammatuur voor grootlettersystemen voor visueel gehandicapten;
- f. bladomslagapparatuur;
- g. opname- en voorleesapparatuur voor gehandicapten, zijnde:
- 1°. memorecorders voor visueel gehandicapten;
- 2°. daisy-spelers of daisy-programmatuur voor visueel gehandicapten, dyslectici en motorisch gehandicapten;
- 3°. voorleesapparatuur voor zwartdrukinformatie voor visueel gehandicapten;
- h. telefoons en een telefoneerhulpmiddel, zijnde:
- 1°. hulpmiddelen voor het kiezen van telefoonnummers;
- 2°. telefoonhoornhouders;
- 3°. met omgevingsbesturingsapparatuur te bedienen telefoons;
- 4°. teksttelefoons of beeldtelefoons voor auditief gehandicapten, indien voldaan is aan een van de zorginhoudelijke criteria, vermeld in de onderdelen 8 en 9, van de bijlage bij deze regeling;
- i. spraakvervangende hulpmiddelen bij een ernstige spraakhandicap;
- j. signaleringsapparatuur en een alarmeringssysteem, zijnde:
- 1°. wek- en waarschuwingsinstallaties ten behoeve van auditief gehandicapten indien voldaan is aan een van de zorginhoudelijke criteria, vermeld in onderdeel 10, van de bijlage bij deze regeling;
- 2°. persoonlijke alarmeringsapparatuur voor lichamelijk gehandicapten, indien de lichamelijk gehandicapte in een verhoogde risicosituatie verkeert.
Indien de aanschaffingskosten van faxapparatuur als bedoeld in het eerste lid, onderdeel h, subonderdeel 4, hoger zijn dan $ 125 per kalenderjaar betaalt de verzekerde een eigen bijdrage ter grootte van het verschil tussen de aanschaffingskosten en dat bedrag.
Artikel 1.7.24
Hulpmiddelen als bedoeld in artikel 1.7.2, eerste lid, onderdeel u, omvatten:
- a. zuurstofapparaten met de daarbij behorende zuurstof;
- b. zuurstofconcentratoren met toebehoren en vergoeding van stroomkosten.
Artikel 1.7.25
Hulpmiddelen als bedoeld in artikel 1.7.1, eerste lid, onderdeel z, omvatten hulpmiddelen met toebehoren voor continue positieve luchtdruk tijdens het ademen, indien voldaan is aan een van de zorginhoudelijke criteria, vermeld in onderdeel 11, van de bijlage bij deze regeling.
Artikel 1.7.26
Hulpmiddelen als bedoeld in artikel 1.7.1, eerste lid, onderdeel aa, omvatten solo-apparatuur met toebehoren, indien er sprake is van een indicatie, vermeld in onderdeel 12, van de bijlage bij deze regeling, alsmede indien de verzekerde:
- a. de apparatuur gebruikt voor het volgen van her- of bijscholing, dan wel niet tot het reguliere onderwijs behorende beroepsopleidingen in klassikaal- of groepsverband,
- b. de apparatuur gebruikt voor het volgen van regulier onderwijs of,
- c. de apparatuur gebruikt voor het volgen van speciaal onderwijs in klassikaal- of groepsverband dat niet specifiek gericht is op dove en slechthorende leerlingen,
- d. de apparatuur gebruikt tijdens het op medische gronden noodzakelijk ondergaan van een groepsgewijze therapeutische behandeling, of
- e. de apparatuur gebruikt bij het in een gestructureerd en georganiseerd verband verrichten van betaalde of niet betaalde werkzaamheden.
Artikel 1.7.27
Hulpmiddelen als bedoeld in artikel 1.7.1, eerste lid, onderdeel bb, omvatten tactielleesapparaten met toebehoren en vergoeding van de kosten, voor zover andere hulpmiddelen voor het lezen van zwartschrift voor de visueel gehandicapte niet doelmatig zijn en de verzekerde in staat is met het apparaat om te gaan.
Artikel 1.7.28
Hulpmiddelen als bedoeld in artikel 1.7.1, eerste lid, onderdeel cc, omvatten vervanging van BAHA-hoortoestellen die kunnen worden aangesloten op een te implanteren beengeleider, indien voldaan is aan een van de zorginhoudelijke criteria, vermeld in onderdeel 4, van de bijlage bij deze regeling en een luchtgeleidingstoestel redelijkerwijs niet kan worden aangepast.
Artikel 1.7.29
Hulpmiddelen als bedoeld in artikel 1.7.1, eerste lid, onderdeel dd, omvatten, indien de verzekerde langdurig daarop is aangewezen:
- a. aan functiebeperkingen aangepaste tafels;
- b. aan functiebeperkingen aangepaste stoelen, indien sprake is van problemen bij het zitten en niet kan worden volstaan met een stoel die voldoet aan de normale ergonomische eisen en niet uitsluitend sprake is van vetzucht, reuzen- of dwerggroei, waarbij de stoelen zijn voorzien van een of meer van de volgende functies of aanpassingen:
- 1°. specifieke polstering;
- 2°. abductiebalk;
- 3°. arthrodese-zitting;
- 4°. pelottes voor zijwaartse steun;
- c. anti-decubitus zitkussens;
- d. bedden in speciale uitvoering met inbegrip van daarvoor bestemde matrassen;
- e. anti-decubitus bedden, -matrassen en -overtrekkken ter behandeling en preventie van decubitus;
- f. dekenbogen, onrusthekken, bedgalgen, papegaaien en portalen;
- g. bedverkorters en -verlengers;
- h. douchestoel;
- i. toiletstoel;
- j. tilliften, voor zover die noodzakelijk zijn voor de zorgverlening of in verband met het opheffen of verminderen van belemmeringen die de verzekerde als gevolg van een aandoening, beperking, stoornis of handicap ondervindt bij het normale gebruik van zijn woonruimte, en indien voldaan is aan de zorginhoudelijke criteria, vermeld in onderdeel 13 van de bijlage van deze regeling.
Onder de in het eerste lid, onderdeel b, bedoelde hulpmiddelen zijn hulpmiddelen begrepen in een uitvoering met:
- 1°. zwenkwielen, beremming of hoog/laag-mechanisme begrepen, indien het hulpmiddel op diverse plaatsen of met een verschillende werkhoogte moet worden gebruikt;
- 2°. een sta-op-systeem, indien de verzekerde niet zelfstandig kan opstaan uit het hulpmiddel.
Hulpmiddelen als bedoeld in het eerste lid, onderdelen d tot en met j, zijn slechts als hulpmiddelen aangewezen, indien het gebruik daarvan strekt tot behoud van de zelfredzaamheid en met de verschaffing opneming in een instelling wordt voorkomen, dan wel indien de verzekerde is aangewezen op verpleging.
Op hulpmiddelen als bedoeld in het eerste lid, onderdelen h tot en met j, bestaat eveneens aanspraak indien de verzekerde daarop voor beperkte of onzekere duur is aangewezen.
Voor het tot gelding brengen van de aanspraken, genoemd in dit artikel, is voorafgaande toestemming van het Zorgverzekeringskantoor BES vereist.
Artikel 1.7.30
Hulpmiddelen als bedoeld in artikel 1.7.1, eerste lid, onderdeel ee, omvatten hulpmiddelen ter compensatie van onvoldoende arm-, hand- en vingerfunctie, indien de verzekerde als gevolg van blijvende, ernstige lichamelijke functiebeperkingen in arm-, hand- en vingerfunctie aangewezen is op professionele hulp bij algemene of huishoudelijke dagelijkse levensverrichtingen.
§ 8. Verloskundige zorg
Artikel 1.8.1
Verloskundige zorg bestaat uit de begeleiding van de bevalling, alsmede de pre- en postnatale zorg door een verloskundige, huisarts of medisch specialist.
Verloskundige zorg en bevallingszorg in het ziekenhuis worden volledig vergoed op basis van de derde klasse in een ruimte voorzien van een afdoende klimaatbeheersings- en insectenweringssysteem. Indien op grond van een medische indicatie verpleging in een hogere klasse noodzakelijk is, wordt zulks eveneens volledig vergoed.
De met de bevalling samenhangende ziekenhuiskosten worden vergoed, met inbegrip van de ligdagen in het ziekenhuis, overeenkomstig de artikelen 1.3.11 en 1.9.1. Onder de aanspraak bij bevalling valt in ieder geval:
- a. drie ligdagen, tenzij op medische indicatie meer dagen is vereist;
- b. het gebruik verloskamer;
- c. medische- en verpleegartikelen;
- d. laboratoriumonderzoek.
Kosten van verblijf in een hotel voorafgaande aan de feitelijke bevalling of een dergelijk verblijf na de bevalling komen niet voor vergoeding in aanmerking, tenzij het Zorgverzekeringskantoor BES daarvoor vooraf toestemming heeft gegeven.
In geval van een thuisbevalling worden de kosten van de verloskundige vergoed.
§ 9. Kraamzorg
Artikel 1.9.1
Kraamzorg ten huize van de verzekerde, verleend door een kraamverzorgende onder verantwoordelijkheid van de huisarts of de verloskundige, of door een organisatie die het verlenen van kraamzorg ten doel heeft, omvat verzorging van moeder en kind gedurende ten minste 24 en ten hoogste 49 uren, verdeeld over ten hoogste zes weken, te rekenen vanaf de dag van de bevalling.
Kraamzorg in een kraaminrichting of in een ziekenhuis zonder opnemingsindicatie als bedoeld in artikel 1.3.11, omvat verzorging, verpleging en verblijf van moeder en kind gedurende ten hoogste drie dagen, te rekenen vanaf de dag van de bevalling.
Vervallen.
Op de kraamzorg, bedoeld in het eerste en tweede lid, bestaat aanspraak voor zover moeder en kind, gelet op hun behoefte, daarop naar het oordeel van de in het eerste lid bedoelde huisarts, verloskundige of organisatie, redelijkerwijs zijn aangewezen.
Indien de verzekerde gedurende een deel van de periode, bedoeld in het eerste lid, verblijft in een ziekenhuis op grond van een opnemingsindicatie als bedoeld in artikel 1.3.11, behoudt zij op de resterende kraamzorg, bedoeld in het eerste lid, aanspraak.
Artikel 1.9.2
De kraamzorg omvat tevens:
- a. vergoeding van een kraampakket, medische en verpleegartikelen;
- b. vergoeding van zorg door een lactatiekundige op verwijzing van verloskundige of consultatiebureau.
§ 8. Verloskundige zorg
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)