Wet van 22 december 2011, houdende regels inzake de volkshuisvesting, de ruimtelijke ordening en het milieubeheer in de openbare lichamen Bonaire, Sint-Eustatius en Saba (Wet volkshuisvesting, ruimtelijke ordening en milieubeheer BES)
Hoofdstuk 10. Toezicht, handhaving en strafbepalingen
Afdeling 10.1. Toezicht en handhaving
Afdeling 10.2. Strafbepalingen
Hoofdstuk 11. Overige bepalingen
Paragraaf 11.1. Algemene bepalingen omtrent beschikkingen
Paragraaf 11.1. Algemene bepalingen omtrent beschikkingen
Paragraaf 11.3. Wijziging Wet bescherming Antarctica
Paragraaf 11.4. Wijziging van de Wet grondslagen ruimtelijke ontwikkelingsplanning BES
Paragraaf 11.5. Wijziging Arbeidsveiligheidswet BES
Paragraaf 11.6. Wijziging Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Paragraaf 11.7. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 2.1
De eigenaar van een bouwwerk, open erf of terrein of degene die uit andere hoofde bevoegd is tot het daaraan treffen van voorzieningen draagt er zorg voor dat als gevolg van de staat van dat bouwwerk, dat open erf of terrein geen gevaar voor de gezondheid of veiligheid ontstaat, dan wel voortduurt.
Een ieder die een bouwwerk bouwt, gebruikt, laat gebruiken of sloopt, dan wel een open erf of terrein gebruikt of laat gebruiken, draagt er, voor zover dat in diens vermogen ligt, zorg voor dat als gevolg van dat bouwen, gebruik of slopen geen gevaar voor de gezondheid of veiligheid ontstaat dan wel voortduurt.
Artikel 2.2
Het is verboden:
- a. te bouwen zonder of in afwijking van een door het bestuurscollege verleende bouwvergunning;
- b. een bouwwerk of een deel daarvan gebouwd zonder of in afwijking van een door het bestuurscollege verleende bouwvergunning, in stand te laten, tenzij voor dat bouwen op grond van het tweede lid geen bouwvergunning is of was vereist.
Geen bouwvergunning is vereist voor het bouwen:
- a. dat tot het gewone onderhoud behoort, of
- b. dat bij algemene maatregel van bestuur is aangemerkt als van beperkte betekenis, waarbij tevens voorschriften kunnen worden gegeven omtrent het gebruik van het bouwwerk.
Het tweede lid, onderdeel b, is niet van toepassing op het bouwen in, op, aan of bij:
- a. een beschermd monument of beschermd stads- en dorpsgezicht als bedoeld in de Monumentenwet BES;
- b. een monument waarop artikel 5, vierde lid, eerste volzin, van de Monumentenwet BES van toepassing is.
Artikel 2.3
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen technische voorschriften worden gegeven omtrent:
- a. het bouwen van een bouwwerk;
- b. de staat van een bestaand bouwwerk;
- c. het in gebruik nemen of gebruiken van een bouwwerk of een open erf of terrein.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen andere dan technische voorschriften worden gegeven omtrent het onderwerp, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c. Tot die voorschriften kunnen in ieder geval behoren:
- a. een verbod tot ingebruikneming of gebruik zonder het doen van een gebruiksmelding aan het bestuurscollege;
- b. een verbod tot ingebruikneming of gebruik zonder vergunning verleend door het bestuurscollege.
De voorschriften, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en b, kunnen uitsluitend worden gegeven vanuit het oogpunt van veiligheid, gezondheid, bruikbaarheid, energiezuinigheid of milieu.
De voorschriften, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, en het tweede lid, kunnen uitsluitend worden gegeven vanuit het oogpunt van brandveiligheid.
Artikel 2.4
De eilandsraad stelt een bouwverordening vast die uitsluitend voorschriften bevat omtrent:
- a. het gebruik van woningen, woonketen, andere gebouwen en bouwwerken die geen gebouw zijn. Deze voorschriften hebben betrekking op:
- 1°. de beschikbaarheid van drinkwater en energie,
- 2°. de reinheid, en
- 3°. het bestrijden van schadelijk of hinderlijk gedierte;
- b. het gebruik van open erven en terreinen en de staat, waarin deze zich moeten bevinden;
- c. het tegengaan van bouwen op verontreinigde grond;
- d. het slopen, waaronder begrepen voorschriften omtrent selectief slopen, en
- e. het uitvoeren van bouw- en sloopwerkzaamheden.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gegeven omtrent de inhoud van de voorschriften, bedoeld in het eerste lid.
De eilandsraad brengt binnen een jaar na het in werking treden van de krachtens het tweede lid gegeven voorschriften de bouwverordening met die voorschriften in overeenstemming. Zolang de bouwverordening niet met die voorschriften in overeenstemming is gebracht, gelden die voorschriften rechtstreeks.
Artikel 2.5
Een bouwwerk is niet in strijd met redelijke eisen van welstand.
De eilandsraad stelt een welstandsnota vast. Deze nota bevat de criteria op basis waarvan het bestuurscollege beoordeelt of een bouwwerk voldoet aan het eerste lid.
Artikel 2.6
Het is verboden:
- a. te bouwen;
- b. een bestaand bouwwerk dan wel een open erf of terrein in een staat te brengen, te laten komen of te houden;
- c. een bouwwerk, open erf of terrein in gebruik te nemen, te gebruiken of te laten gebruiken; en
- d. te slopen,
voor zover daarbij niet wordt voldaan aan de op de desbetreffende activiteit van toepassing zijnde voorschriften, bedoeld in de artikelen 2.3, eerste en tweede lid, en 2.4, eerste lid.
Het is verboden een bouwwerk dan wel een deel daarvan, in stand te laten voor zover bij het bouwen daarvan niet is voldaan aan de op dat bouwen van toepassing zijnde voorschriften, bedoeld in de artikelen 2.3, eerste lid, onderdeel a, en 2.4, eerste lid, onderdelen c en e.
De verboden, bedoeld in het eerste en tweede lid, hebben mede betrekking op het niet voldoen aan de voorschriften, bedoeld in artikel 2.4, tweede lid, voor zover deze voorschriften ingevolge artikel 2.4, derde lid, rechtstreeks gelden.
De verboden, bedoeld in het eerste en tweede lid, zijn niet van toepassing voor zover een bouwvergunning afwijking van de desbetreffende voorschriften met betrekking tot bouwen uitdrukkelijk toestaat.
Artikel 2.7
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden voorschriften gegeven omtrent de wijze van inrichting en indiening van een aanvraag om een bouwvergunning, alsmede omtrent de daarbij over te leggen gegevens en bescheiden.
Artikel 2.8
Het bestuurscollege tekent de datum van ontvangst aan op het geschrift waarbij de aanvraag om een bouwvergunning is ingediend.
Het bestuurscollege zendt de aanvrager een ontvangstbevestiging, waarin de datum, bedoeld in het eerste lid, is vermeld.
Het bestuurscollege doet een openbare kennisgeving van de aanvraag om een bouwvergunning in één of meer plaatselijke dagbladen en voorts op de voor publicatie van officiële mededelingen gebruikelijke wijze.
Het bestuurscollege beslist omtrent de aanvraag om een bouwvergunning binnen zestien weken na ontvangst van de aanvraag. Het bestuurscollege kan de beslissing eenmaal met ten hoogste acht weken verdagen.
Het bestuurscollege stelt een openbaar register in, waarin aantekening wordt gehouden van:
- a. aanvragen om een bouwvergunning;
- b. verleende bouwvergunningen.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat het bestuurscollege ook andere gegevens dan de gegevens, bedoeld in het vijfde lid, aantekent in het register.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald binnen welke termijn de gegevens, bedoeld in het vijfde en zesde lid, worden aangetekend. Die termijn kan voor de verschillende gegevens verschillend worden gesteld.
Artikel 2.9
Het bestuurscollege houdt de beslissing omtrent de aanvraag om een bouwvergunning aan, indien er geen grond is om de vergunning te weigeren en het bouwen tevens aan te merken is als het oprichten of veranderen van een inrichting waarvoor een vergunning op grond van artikel 5.1 is vereist, tenzij die vergunning verleend is en deze beslissing onherroepelijk is geworden.
Nadat de vergunning op grond van artikel 5.1 onherroepelijk is geworden, verleent het bestuurscollege de bouwvergunning binnen vier weken na dat tijdstip.
Artikel 2.10
De bouwvergunning wordt geweigerd, indien:
- a. de aanvraag en de daarbij overgelegde gegevens naar het oordeel van het bestuurscollege niet aannemelijk maken dat het bouwen waarop de aanvraag betrekking heeft, voldoet aan de voorschriften die zijn gegeven bij of krachtens algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 2.3;
- b. het bouwen in strijd is met een ontwikkelingsplan als bedoeld in artikel 7 van de Wet grondslagen ruimtelijke ontwikkelingsplanning BES;
- c. voor het bouwen een vergunning ingevolge de Monumentenwet BES is vereist en deze niet is verleend;
- d. het bouwen in strijd is met redelijke eisen van welstand, beoordeeld naar de criteria, bedoeld in artikel 2.5, tweede lid, of
- e. de aanvraag en de daarbij overgelegde gegevens naar het oordeel van het bestuurscollege niet aannemelijk maken dat het bouwen voldoet aan de voorschriften die zijn gegeven bij de bouwverordening of, zolang de bouwverordening nog niet in overeenstemming is gebracht met de voorschriften die zijn gegeven bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 2.4, tweede lid, aan laatstbedoelde voorschriften.
Artikel 2.11
In een bouwvergunning kan worden bepaald dat zij geldt voor een daarin opgenomen termijn.
Aan een bouwvergunning kunnen voorschriften worden verbonden ter bescherming van de belangen ten behoeve waarvan de voorschriften strekken krachtens welke de vergunning wordt verleend.
Artikel 2.12
Onverminderd artikel 10.7 kan het bestuurscollege de bouwvergunning geheel of gedeeltelijk intrekken:
- a. indien blijkt dat het bestuurscollege de vergunning op basis van een onjuiste of onvolledige opgave heeft verleend;
- b. indien niet binnen een jaar nadat de vergunning onherroepelijk is geworden, is begonnen met de bouwwerkzaamheden;
- c. indien de bouwwerkzaamheden na aanvang meer dan een half jaar stilliggen;
- d. indien het bouwwerk niet binnen drie jaar nadat de vergunning onherroepelijk is geworden, is voltooid;
- e. op verzoek van de vergunninghouder.
Artikel 2.13
De voordracht voor een krachtens artikel 2.3 vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide Kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
Hoofdstuk 3. Huisvesting
Hoofdstuk 4. Afvalstoffen
Paragraaf 4.1. Algemeen
Paragraaf 4.3. Het grensoverschrijdend overbrengen van afvalstoffen
Paragraaf 4.4. Afvalwater
Hoofdstuk 5. Algemene regels en vergunningen
Paragraaf 5.1. Algemeen
Paragraaf 5.2. Algemene regels
Paragraaf 5.3. Vergunningen
Hoofdstuk 6. Bodem
Hoofdstuk 7. Milieueffectrapportage
Paragraaf 7.1. Algemeen
Paragraaf 7.2. De milieueffectrapportage die betrekking heeft op een besluit
Hoofdstuk 7. Milieueffectrapportage
Paragraaf 7.1. Algemeen
Paragraaf 7.2. De milieueffectrapportage die betrekking heeft op een besluit
Paragraaf 8.3. Zware ongevallen
Hoofdstuk 9. Stoffen
Hoofdstuk 10. Toezicht, handhaving en strafbepalingen
Afdeling 10.1. Toezicht en handhaving
Afdeling 10.2. Strafbepalingen
Hoofdstuk 9. Stoffen
Paragraaf 11.2. Geheimhouding
Paragraaf 11.3. Wijziging Wet bescherming Antarctica
Paragraaf 11.4. Wijziging van de Wet grondslagen ruimtelijke ontwikkelingsplanning BES
Paragraaf 11.5. Wijziging Arbeidsveiligheidswet BES
Paragraaf 11.5. Wijziging Arbeidsveiligheidswet BES
Paragraaf 11.7. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 10.5a
Dit artikel treedt niet meer in werking. Het artikel is ingetrokken door Stb. 2023/148.
Onze Minister en het Bestuurscollege kunnen van de overtreder bij dwangbevel de verschuldigde kosten van bestuursdwang of de verschuldigde dwangsom, verhoogd met de op de invordering vallende kosten, invorderen.
Het dwangbevel wordt op kosten van de overtreder bij deurwaardersexploit betekend en levert een executoriale titel op in de zin van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering BES.
Gedurende zes weken na de dag van betekening staat verzet tegen het dwangbevel open door dagvaarding van het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba respectievelijk de Staat der Nederlanden.
Het verzet schorst de tenuitvoerlegging. Op verzoek van het openbaar lichaam Bonaire, Sint Eustatius of Saba respectievelijk de Staat der Nederlanden, kan de rechter de schorsing van de tenuitvoerlegging opheffen.
Afdeling 10.2. Strafbepalingen
Hoofdstuk 10. Toezicht, handhaving en strafbepalingen
Paragraaf 11.1. Algemene bepalingen omtrent beschikkingen
Paragraaf 11.2. Geheimhouding
Paragraaf 11.3. Wijziging Wet bescherming Antarctica
Paragraaf 11.1. Algemene bepalingen omtrent beschikkingen
Paragraaf 11.6. Wijziging Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Paragraaf 11.7. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
Artikel 5.2
Bij de beslissing tot het vaststellen van een algemene maatregel van bestuur als bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, worden in ieder geval betrokken:
- a. de bestaande toestand van het milieu, voor zover inrichtingen die tot de betrokken categorieën behoren, daarvoor gevolgen kunnen veroorzaken;
- b. de gevolgen voor het milieu, die inrichtingen die tot de betrokken categorieën behoren, kunnen veroorzaken, mede in hun onderlinge samenhang bezien;
- c. de met betrekking tot inrichtingen die tot de betrokken categorieën behoren, en de omgeving waarin zodanige inrichtingen zijn of kunnen zijn gelegen, redelijkerwijs te verwachten ontwikkelingen die van belang zijn met het oog op de bescherming van het milieu;
- d. de mogelijkheden tot bescherming van het milieu, door de nadelige gevolgen voor het milieu, die inrichtingen die tot de betrokken categorieën behoren, kunnen veroorzaken, te voorkomen, dan wel zoveel mogelijk te beperken, voor zover zij niet kunnen worden voorkomen;
- e. de redelijkerwijs te verwachten financiële en economische gevolgen van de maatregel.
Ten aanzien van de bij of krachtens algemene maatregel van bestuur te stellen voorschriften zijn de artikelen 5.14, derde lid, eerste volzin, 5.15 tot en met 5.22 en 5.28, eerste en tweede lid, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat het stellen van financiële zekerheid slechts kan worden voorgeschreven in de vorm van het sluiten van een verzekering tegen aansprakelijkheid voor schade, voortvloeiend uit de nadelige gevolgen voor het milieu, die de inrichting veroorzaakt.
Artikel 5.3
Bij een algemene maatregel van bestuur krachtens artikel 5.1, eerste lid, kan met betrekking tot daarbij aangewezen categorieën van inrichtingen de verplichting worden opgelegd tot het melden van het oprichten of het veranderen van een inrichting waarop de maatregel betrekking heeft, dan wel van het veranderen van de werking daarvan.
Bij de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, wordt aangegeven op welke wijze en bij welk bestuursorgaan de melding wordt verricht.
Onze Minister kan nadere regels stellen over de te melden gegevens en de wijze waarop zij moeten worden verstrekt.
Van de melding wordt een openbare kennisgeving gedaan in één of meer plaatselijke dagbladen en voorts op de voor publicatie van officiële mededelingen gebruikelijke wijze.
Artikel 5.4
Bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, kan met betrekking tot daarbij aangegeven onderwerpen de verplichting worden opgelegd te voldoen aan voorschriften die nodig zijn ter bescherming van het milieu, gesteld door een bij die maatregel aangewezen bestuursorgaan.
Op het stellen van voorschriften als bedoeld in het eerste lid, is artikel 5.2, eerste lid, van overeenkomstige toepassing.
Het bestuursorgaan, bedoeld in het eerste lid, kan voorschriften stellen die afwijken van de regels, gesteld bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in dat lid, of de nadere regels, bedoeld in artikel 5.1, vierde lid, voor zover dat bij of krachtens die maatregel of bij die nadere regels is bepaald.
Het bestuursorgaan kan de voorschriften aanvullen, wijzigen of intrekken indien dat nodig is ter bescherming van het milieu.
Bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in het eerste lid, worden categorieën aangegeven waarin van de beschikking waarbij het voorschrift wordt gesteld, openbare kennisgeving wordt gedaan in één of meer plaatselijke dagbladen en voorts op de voor publicatie van officiële mededelingen gebruikelijke wijze.
Artikel 5.5
Bij of krachtens de algemene maatregel van bestuur, bedoeld in artikel 5.1, eerste lid, kan voor de daarbij aangegeven onderwerpen worden bepaald dat bij eilandverordening gestelde regels omtrent die onderwerpen van de bij of krachtens de maatregel gestelde regels kunnen afwijken en in welke mate kan worden afgeweken en kan worden bepaald dat slechts kan worden afgeweken in daarbij aangegeven categorieën van gevallen.
Op het stellen van regels bij verordening als bedoeld in het eerste lid is artikel 5.2 van overeenkomstige toepassing.
Paragraaf 5.3. Vergunningen
Paragraaf 5.5. Regels met betrekking tot badinrichtingen en zwemgelegenheden
Hoofdstuk 6. Bodem
Artikel 6.1
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen in het belang van de bescherming van de bodem regels worden gesteld met betrekking tot:
- a. het verrichten van handelingen waarbij stoffen die de bodem kunnen verontreinigen of aantasten, op of in de bodem worden gebracht, teneinde deze aldaar te laten;
- b. het verrichten van handelingen waarbij stoffen die de bodem kunnen verontreinigen of aantasten, aan de bodem worden toegevoegd, teneinde de structuur of de kwaliteit van de bodem te beïnvloeden;
- c. het uitvoeren van werken op of in de bodem, waarbij ingrepen worden verricht of stoffen worden gebruikt, die de bodem kunnen verontreinigen of aantasten;
- d. het transporteren van bij die maatregel aan te geven stoffen die de bodem kunnen verontreinigen of aantasten;
- e. het verrichten van handelingen waarbij als nevengevolg stoffen die de bodem kunnen verontreinigen of aantasten, op of in de bodem geraken;
- f. het verrichten van niet onder de onderdelen a tot en met e vallende handelingen die erosie, verdichting of verzilting van de bodem tot gevolg kunnen hebben;
- g. het toepassen van grond op of in de bodem;
- h. voorwerpen die bij het verrichten van een werkzaamheid als bedoeld in de onderdelen a tot en met g op of in de bodem worden gebracht.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat bij besluit van een daarin aangewezen bestuursorgaan, grond kan worden toegepast in andere gevallen dan die ingevolge de regels, bedoeld in het eerste lid, onder g, mits dit geen onaanvaardbare risico’s oplevert voor de volksgezondheid en geen bedreiging vormt van de functionele eigenschappen van water, bodem en lucht voor mens, plant en dier. Een bestuursorgaan dat van deze mogelijkheid gebruik maakt, stelt in het daartoe strekkend besluit de nodige eisen aan de kwaliteit, waaronder de samenstelling van grond.
Dit lid is nog niet in werking getreden.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kan worden bepaald dat van de in het eerste lid bedoelde regels mag worden afgeweken voor zover:
- a. die regels betrekking hebben op de in dat lid bedoelde werkzaamheden waarbij bouwstoffen of grond op of in de bodem worden toegepast, en
- b. door Onze Minister is vastgesteld dat anders dan door toepassing van die regels ten minste eenzelfde mate van bescherming van de bodem is gewaarborgd als is beoogd met die regels.
Artikel 6.2
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Artikel 6.3
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Artikel 6.4
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Artikel 6.5
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Artikel 6.6
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Artikel 6.7
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Artikel 6.8
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Artikel 6.9
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Artikel 6.10
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Artikel 6.11
Dit onderdeel is nog niet inwerking getreden
Artikel 6.12
Het is verboden zonder vergunning van het bestuurscollege te ontgronden dan wel als eigenaar, erfpachter, vruchtgebruiker, opstalhouder of gebruiker van enige onroerende zaak toe te laten, dat aldaar zonder vergunning ontgronding plaats heeft.
Het bestuurscollege stelt de inspecteur in de gelegenheid advies uit te brengen over het ontwerp van de vergunning.
Aan de vergunning kunnen voorschriften worden verbonden ter bevordering en bescherming van belangen betrokken bij de ontgronding, de herinrichting van de ontgronde onroerende zaken en de aanpassing van de omgeving van de ontgronde onroerende zaken.
De voorschriften kunnen in ieder geval inhouden dat:
- a. een werkplan wordt overgelegd met de wijze waarop de ontgronding zal geschieden, welk werkplan toestemming behoeft van het bestuurscollege;
- b. de onroerende zaken waarvoor een vergunning tot ontgronding wordt verleend, geheel of gedeeltelijk in een in de voorschiften beschreven toestand worden gebracht;
- c. de kosten van het beheer van de onroerende zaken die zijn ontgrond geheel of gedeeltelijk moeten worden betaald;
- d. de kosten in verband met de aanpassingsinrichting van de omgeving van de ontgronde onroerende zaken alsmede van het beheer van de aangepaste omgeving, voor zover zij het gevolg zijn van de ontgronding, geheel of gedeeltelijk moeten worden betaald;
- e. financiële zekerheid wordt gesteld voor het nakomen van krachtens de vergunning geldende verplichtingen;
- f. wordt voldaan aan de door het bestuurscollege gestelde nadere eisen;
- g. de vergunninghouder technische maatregelen treft waardoor monumenten als bedoeld in artikel 1, onderdeel a, van de Monumentenwet BES in de bodem kunnen worden behouden;
- h. de vergunninghouder archeologisch onderzoek laat uitvoeren op het te ontgronden terrein door een deskundige op het terrein van de archeologische monumentenzorg.
Aan de vergunning kunnen voorschriften worden verbonden inhoudende dat op een daarbij omschreven wijze moet worden aangetoond of aan andere voorschriften aan de vergunning wordt voldaan en dat de daarbij verkregen gegevens ter beschikking worden gesteld van het bestuurscollege.
Weigering, intrekking of wijziging van de vergunning kan geschieden op grond van strijd met de belangen, bedoeld in het derde lid.
Artikel 6.13
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels gesteld worden over:
- a. de wijze waarop de aanvraag om een vergunning als bedoeld in artikel 6.12, eerste lid, wordt ingediend;
- b. de gegevens en bescheiden die door de aanvrager moeten worden verstrekt met het oog op de beslissing op de aanvraag, en
- c. de inhoud van voorschriften, bedoeld in artikel 6.12, vierde lid, onderdelen a tot en met h, in het belang van de bescherming van de bodem.
De voordracht voor een krachtens het eerste lid vast te stellen algemene maatregel van bestuur wordt niet eerder gedaan dan vier weken nadat het ontwerp aan beide kamers der Staten-Generaal is overgelegd.
Paragraaf 7.3. De milieueffectrapportage die betrekking heeft op een plan
Hoofdstuk 8. Maatregelen in bijzondere omstandigheden
Paragraaf 8.1. Ongewone voorvallen
Paragraaf 8.2. Milieuschade
Paragraaf 8.3. Zware ongevallen
Afdeling 10.1. Toezicht en handhaving
Afdeling 10.2. Strafbepalingen
Hoofdstuk 11. Overige bepalingen
Paragraaf 11.2. Geheimhouding
Paragraaf 11.3. Wijziging Wet bescherming Antarctica
Paragraaf 11.4. Wijziging van de Wet grondslagen ruimtelijke ontwikkelingsplanning BES
Paragraaf 11.5. Wijziging Arbeidsveiligheidswet BES
Paragraaf 11.6. Wijziging Wet financiën openbare lichamen Bonaire, Sint Eustatius en Saba
Paragraaf 11.7. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren wie zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)