Wijzigingsgeschiedenis
Regeling van de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap van 19 september 2012, nr. WJZ/387165 (10152), houdende regels voor de verstrekking van subsidie voor de instandhouding van rijksmonumenten (Subsidieregeling instandhouding monumenten)
26 versions
· 2025-11-19
2025-11-19
Subsidieregeling instandhouding monumenten — art. 92
2025-07-12
Subsidieregeling instandhouding monumenten — arts. 1, 92, 1 y 8 más
2025-01-01
Subsidieregeling instandhouding monumenten — arts. 29, 29, 29 y 4 más
2024-12-03
Subsidieregeling instandhouding monumenten — arts. 29, 29, 29 y 4 más
2024-11-08
Subsidieregeling instandhouding monumenten — arts. 1, 1, 1 y 8 más
2024-01-01
Subsidieregeling instandhouding monumenten — arts. 20, 20
2023-11-22
Subsidieregeling instandhouding monumenten — arts. 1, 1, 1 y 7 más
2023-07-13
Subsidieregeling instandhouding monumenten — art. 20
2023-02-01
Subsidieregeling instandhouding monumenten — arts. 1, 1, 92 y 5 más
2022-01-12
Subsidieregeling instandhouding monumenten — arts. 1, 1, 1 y 7 más
2021-12-23
Subsidieregeling instandhouding monumenten — arts. 1, 1, 1 y 4 más
2021-07-17
Subsidieregeling instandhouding monumenten — arts. 1, 1, 1 y 7 más
2020-08-29
Subsidieregeling instandhouding monumenten — arts. 1, 1, 1 y 9 más
2020-06-24
Subsidieregeling instandhouding monumenten — art. 20
2019-12-25
Subsidieregeling instandhouding monumenten — art. 20
2019-08-31
Subsidieregeling instandhouding monumenten — arts. 1, 1, 1 y 6 más
2019-01-05
Subsidieregeling instandhouding monumenten — art. 20
2018-08-22
Subsidieregeling instandhouding monumenten — arts. 1, 1, 1 y 3 más
2018-03-31
Subsidieregeling instandhouding monumenten
Wijzigingen op 2018-03-31
@@ -10,7 +10,7 @@
In deze regeling wordt verstaan onder:
- a. **eigenaar:** natuurlijke persoon of rechtspersoon die het recht van eigendom of een ander zakelijk recht heeft op een beschermd monument,
- a. **eigenaar:** natuurlijke persoon of rechtspersoon die het recht van eigendom of een ander zakelijk recht heeft op een rijksmonument,
- b. **groen monument:** rijksmonument of zelfstandig onderdeel zijnde een aanleg die geheel of gedeeltelijk bestaat uit beplanting, zoals een park- of tuinaanleg,
@@ -18,13 +18,13 @@
- d. **inspectierapport:** rapport dat de technische of fysieke staat van een rijksmonument of zelfstandig onderdeel beschrijft, en dat is opgesteld door een ter zake deskundige persoon of instantie,
- e. **instandhoudingsplan:** plan als bedoeld in [artikel 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032075&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=10&z=2017-02-01&g=2017-02-01),
- e. **instandhoudingsplan:** plan als bedoeld in [artikel 10](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032075&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=10&z=2018-03-31&g=2018-03-31),
- f. **kerkgebouw:** rijksmonument of zelfstandig onderdeel, dat in oorsprong uitsluitend of voor een overwegend deel is vervaardigd voor het gezamenlijk belijden van de godsdienst of levensovertuiging,
- g. **minister:** Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap,
- h. **professionele organisatie voor monumentenbehoud:** aangewezen organisatie als bedoeld in [artikel 30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032075&hoofdstuk=3&artikel=30&z=2017-02-01&g=2017-02-01),
- h. **professionele organisatie voor monumentenbehoud:** aangewezen organisatie als bedoeld in [artikel 30](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032075&hoofdstuk=3&artikel=30&z=2018-03-31&g=2018-03-31),
- i. **werelderfgoed:** gebied dat door UNESCO is aangewezen als werelderfgoed op grond van de Overeenkomst inzake de bescherming van het cultureel en natuurlijk erfgoed van de wereld (Parijs, 16 november 1972),
@@ -88,7 +88,7 @@
2. In een aanvraagformulier kunnen de volgende bescheiden worden gevraagd:
- a. een instandhoudingsplan of een meerjarenbegroting als bedoeld in [artikel 10, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032075&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=10&z=2017-02-01&g=2017-02-01),
- a. een instandhoudingsplan of een meerjarenbegroting als bedoeld in [artikel 10, eerste lid, onder b](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032075&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=10&z=2018-03-31&g=2018-03-31),
- b. een actueel inspectierapport en, indien niet in het inspectierapport opgenomen, een of meer actuele overzichts- en detailfoto’s die een duidelijke indruk geven van het rijksmonument of zelfstandig onderdeel en zijn gebreken,
@@ -100,19 +100,19 @@
- f. voor zover het een groen monument betreft, een overzichtskaart van de groenaanleg met de plaats van de werkzaamheden en voor zover het een zelfstandig onderdeel betreft, de betrokken kadastrale percelen,
- g. voor zover het instandhoudingsplan ingrijpende werkzaamheden omvat, voldoende gegevens en bescheiden waaruit, aanvullend op het inspectierapport, de technische of fysieke staat van het beschermd monument of zelfstandig onderdeel nauwkeurig blijkt en waarmee de noodzaak van de ingrepen voldoende wordt onderbouwd, en
- g. voor zover het instandhoudingsplan ingrijpende werkzaamheden omvat, voldoende gegevens en bescheiden waaruit, aanvullend op het inspectierapport, de technische of fysieke staat van het rijksmonument of zelfstandig onderdeel nauwkeurig blijkt en waarmee de noodzaak van de ingrepen voldoende wordt onderbouwd, en
- h. voor zover de aanvraag een kerkgebouw betreft, een verklaring van de eigenaar dat het kerkgebouw gedurende de periode waarvoor subsidie wordt gevraagd bestendig wordt gebruikt.
##### Artikel 9. In te dienen bescheiden door professionele organisaties voor monumentenbehoud
1. In afwijking van [artikel 8, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032075&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=8&z=2017-02-01&g=2017-02-01), gaat een aanvraag van een professionele organisatie voor monumentenbehoud slechts vergezeld van een overzicht van de rijksmonumenten of zelfstandige onderdelen waarvoor subsidie wordt gevraagd.
1. In afwijking van [artikel 8, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032075&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=8&z=2018-03-31&g=2018-03-31), gaat een aanvraag van een professionele organisatie voor monumentenbehoud slechts vergezeld van een overzicht van de rijksmonumenten of zelfstandige onderdelen waarvoor subsidie wordt gevraagd.
2. Het overzicht bevat per rijksmonument of zelfstandig onderdeel:
- a. het monumentnummer,
- b. de totale begrote subsidiabele kosten als bedoeld in [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032075&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=4&z=2017-02-01&g=2017-02-01),
- b. de totale begrote subsidiabele kosten als bedoeld in [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032075&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=4&z=2018-03-31&g=2018-03-31),
- c. voor zover het een zelfstandig onderdeel betreft, een omschrijving van dat onderdeel waarbij het te onderscheiden is van andere zelfstandige onderdelen van het desbetreffende rijksmonument, en
@@ -140,7 +140,7 @@
- a. voor zover de aanvraag betrekking heeft op een woonhuis,
- b. voor zover de aanvraag betrekking heeft op een kerkgebouw en een verklaring als bedoeld in [artikel 8, tweede lid, onder h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032075&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=8&z=2017-02-01&g=2017-02-01), ontbreekt,
- b. voor zover de aanvraag betrekking heeft op een kerkgebouw en een verklaring als bedoeld in [artikel 8, tweede lid, onder h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032075&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=8&z=2018-03-31&g=2018-03-31), ontbreekt,
- c. voor zover de subsidie naar het oordeel van de minister niet noodzakelijk is voor het normaal onderhoud van het rijksmonument of zelfstandig onderdeel,
@@ -154,7 +154,7 @@
- h. voor zover aan de aanvrager voor het rijksmonument of zelfstandig onderdeel waarvoor subsidie wordt gevraagd, in de vijf kalenderjaren voorafgaand aan het jaar van de aanvraag subsidie is verleend op grond van deze regeling, [artikel 3 van het Besluit rijkssubsidiëring instandhouding monumenten 2011](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028785&artikel=3) of [artikel 3 van het Besluit rijkssubsidiëring instandhouding monumenten](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0019439&artikel=3),
- i. indien de aanvraag wordt ingediend buiten de termijn, bedoeld in [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032075&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=6&z=2017-02-01&g=2017-02-01), of
- i. indien de aanvraag wordt ingediend buiten de termijn, bedoeld in [artikel 6](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032075&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=6&z=2018-03-31&g=2018-03-31), of
- j. indien de subsidiabele kosten van een aanvraag die betrekking heeft op een archeologisch rijksmonument minder dan € 3000 bedragen of minder dan € 6000 bedragen indien de aanvraag betrekking heeft op een ander rijksmonument.
@@ -166,11 +166,11 @@
##### Artikel 13. Subsidiebedrag
Het subsidiebedrag dat wordt verleend, bedraagt 50 procent van de subsidiabele kosten met toepassing van [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032075&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=5&z=2017-02-01&g=2017-02-01).
Het subsidiebedrag dat wordt verleend, bedraagt 50 procent van de subsidiabele kosten met toepassing van [artikel 5](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032075&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=5&z=2018-03-31&g=2018-03-31).
##### Artikel 14. Verdeelcriteria
1. Indien in enig jaar een subsidieplafond als bedoeld in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032075&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=3&z=2017-02-01&g=2017-02-01) niet hoog genoeg is om alle aanvragen ten laste van het desbetreffende beschikbare bedrag te honoreren, wordt op die aanvragen in de volgende volgorde beslist:
1. Indien in enig jaar een subsidieplafond als bedoeld in [artikel 3](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032075&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=3&z=2018-03-31&g=2018-03-31) niet hoog genoeg is om alle aanvragen ten laste van het desbetreffende beschikbare bedrag te honoreren, wordt op die aanvragen in de volgende volgorde beslist:
- a. aanvragen, voor zover die rijksmonumenten of zelfstandige onderdelen omvatten die deel uit maken van een werelderfgoed,
@@ -184,7 +184,7 @@
- b. 25 procent van het budget voor aanvragen, voor zover deze rijksmonumenten of zelfstandige onderdelen betreffen met een hogere herbouwwaarde onderscheidenlijk meer subsidiabele kosten dan in onderdeel a.
3. Indien bij toepassing van het eerste lid het subsidieplafond wordt overschreden door subsidieverlening aan alle aanvragen in het eerste lid, onderdeel a, b of c, wordt op de aanvragen in het desbetreffende onderdeel beslist in volgorde van totale begrote kosten uit de aanvraag, waarbij een aanvraag met lagere totale begrote kosten voorrang krijgt. Bij aanvragen van professionele organisaties voor monumentenbehoud worden de rijksmonumenten en zelfstandige onderdelen uit de ingediende overzichten, bedoeld in [artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032075&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=9&z=2017-02-01&g=2017-02-01), in volgorde van begrote kosten gezet en voor de toepassing van dit lid elk afzonderlijk als aanvraag beschouwd.
3. Indien bij toepassing van het eerste lid het subsidieplafond wordt overschreden door subsidieverlening aan alle aanvragen in het eerste lid, onderdeel a, b of c, wordt op de aanvragen in het desbetreffende onderdeel beslist in volgorde van totale begrote kosten uit de aanvraag, waarbij een aanvraag met lagere totale begrote kosten voorrang krijgt. Bij aanvragen van professionele organisaties voor monumentenbehoud worden de rijksmonumenten en zelfstandige onderdelen uit de ingediende overzichten, bedoeld in [artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032075&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=9&z=2018-03-31&g=2018-03-31), in volgorde van begrote kosten gezet en voor de toepassing van dit lid elk afzonderlijk als aanvraag beschouwd.
##### Artikel 15. Bevoorschotting
@@ -200,9 +200,9 @@
##### Artikel 16. Bijzondere bepalingen voor professionele organisaties voor monumentenbehoud
1. Een professionele organisatie voor monumentenbehoud kan de subsidie aanwenden voor uitvoering van subsidiabele werkzaamheden aan alle rijksmonumenten en zelfstandige onderdelen uit het overzicht, bedoeld in [artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032075&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=9&z=2017-02-01&g=2017-02-01), waarvoor subsidie is verleend.
2. Na een aanvraag als bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032075&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=2&z=2017-02-01&g=2017-02-01) en onverminderd [artikel 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032075&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=14&z=2017-02-01&g=2017-02-01) kan de minister er mee instemmen dat een professionele organisatie voor monumentenbehoud een overzicht als bedoeld in [artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032075&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=9&z=2017-02-01&g=2017-02-01) ten behoeve waarvan subsidie is verleend met ingang van het opvolgende kalenderjaar uitbreidt met andere rijksmonumenten of zelfstandige onderdelen die geen onderdeel uitmaken van dat overzicht. In dat geval wijzigt de minister de beschikking tot subsidieverlening en verhoogt hij de verleende subsidie naar rato van het aantal resterende kalenderjaren van het overzicht. De verhoging bedraagt voor de gehele resterende periode:
1. Een professionele organisatie voor monumentenbehoud kan de subsidie aanwenden voor uitvoering van subsidiabele werkzaamheden aan alle rijksmonumenten en zelfstandige onderdelen uit het overzicht, bedoeld in [artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032075&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=9&z=2018-03-31&g=2018-03-31), waarvoor subsidie is verleend.
2. Na een aanvraag als bedoeld in [artikel 2](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032075&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=2&z=2018-03-31&g=2018-03-31) en onverminderd [artikel 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032075&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=14&z=2018-03-31&g=2018-03-31) kan de minister er mee instemmen dat een professionele organisatie voor monumentenbehoud een overzicht als bedoeld in [artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032075&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=9&z=2018-03-31&g=2018-03-31) ten behoeve waarvan subsidie is verleend met ingang van het opvolgende kalenderjaar uitbreidt met andere rijksmonumenten of zelfstandige onderdelen die geen onderdeel uitmaken van dat overzicht. In dat geval wijzigt de minister de beschikking tot subsidieverlening en verhoogt hij de verleende subsidie naar rato van het aantal resterende kalenderjaren van het overzicht. De verhoging bedraagt voor de gehele resterende periode:
- a. voor toegevoegde beschermde archeologische monumenten of zelfstandige onderdelen daarvan en voor groene monumenten: 50 procent van de subsidiabele kosten;
@@ -226,7 +226,7 @@
##### Artikel 20. Gebruik kerkgebouw
Een kerkgebouw waarvoor subsidie is verleend, wordt gedurende de subsidieperiode overeenkomstig de verklaring, bedoeld in [artikel 8, tweede lid, onder h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032075&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=8&z=2017-02-01&g=2017-02-01), bestendig gebruikt.
Een kerkgebouw waarvoor subsidie is verleend, wordt gedurende de subsidieperiode overeenkomstig de verklaring, bedoeld in [artikel 8, tweede lid, onder h](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032075&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=8&z=2018-03-31&g=2018-03-31), bestendig gebruikt.
##### Artikel 21. Verplichtingen bij de uitvoering van werkzaamheden
@@ -308,9 +308,9 @@
##### Artikel 28. Eigendomsoverdracht
1. Indien de subsidieontvanger de eigendom of een ander zakelijk recht van een rijksmonument of een zelfstandig onderdeel overdraagt aan een derde, dient de subsidieontvanger binnen drie maanden na de overdracht een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in bij de minister. De [artikelen 23 tot en met 27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032075&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=23&z=2017-02-01&g=2017-02-01) zijn van overeenkomstige toepassing.
2. Na de vaststelling, bedoeld in het eerste lid, kan de minister op verzoek van de eigenaar aan wie de eigendom of het zakelijk recht is overgedragen, aan die eigenaar subsidie verstrekken ten behoeve van de afronding van het instandhoudingsplan. [artikel 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032075&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=14&z=2017-02-01&g=2017-02-01) is niet van toepassing.
1. Indien de subsidieontvanger de eigendom of een ander zakelijk recht van een rijksmonument of een zelfstandig onderdeel overdraagt aan een derde, dient de subsidieontvanger binnen drie maanden na de overdracht een aanvraag tot vaststelling van de subsidie in bij de minister. De [artikelen 23 tot en met 27](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032075&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=23&z=2018-03-31&g=2018-03-31) zijn van overeenkomstige toepassing.
2. Na de vaststelling, bedoeld in het eerste lid, kan de minister op verzoek van de eigenaar aan wie de eigendom of het zakelijk recht is overgedragen, aan die eigenaar subsidie verstrekken ten behoeve van de afronding van het instandhoudingsplan. [artikel 14](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032075&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=14&z=2018-03-31&g=2018-03-31) is niet van toepassing.
##### Artikel 29. Terugvordering
@@ -344,7 +344,7 @@
- e. ten minste de helft van het aantal rijksmonumenten waarvan de organisatie eigenaar is in goede staat is.
2. Indien een aanvrager een vermelding als bedoeld in [artikel 30, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032075&hoofdstuk=3&artikel=30&z=2017-02-01&g=2017-02-01), wenst, toont deze aan dat het in stand houden van monumenten een hoofdactiviteit van de organisatie is, hetgeen onder meer kan blijken uit de feitelijke activiteiten van de organisatie.
2. Indien een aanvrager een vermelding als bedoeld in [artikel 30, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032075&hoofdstuk=3&artikel=30&z=2018-03-31&g=2018-03-31), wenst, toont deze aan dat het in stand houden van monumenten een hoofdactiviteit van de organisatie is, hetgeen onder meer kan blijken uit de feitelijke activiteiten van de organisatie.
##### Artikel 32. Aanvraag
@@ -590,15 +590,15 @@
##### Artikel 42a. Overgangsperiode Aangewezen organisaties voor monumentenbehoud
1. Een organisatie die op grond van [artikel 33 van het Besluit rijkssubsidiëring instandhouding monumenten 2011](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028785&artikel=33), zoals dat luidde voor inwerkingtreding van het [Besluit rijkssubsidiëring instandhouding monumenten 2013](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032036), door de minister was aangewezen als organisatie voor monumentenbehoud kan in de jaren 2013 en 2014 een aanvraag om subsidie indienen overeenkomstig [artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032075&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=9&z=2017-02-01&g=2017-02-01).
2. Een aanvraag om subsidie van een organisatie als bedoeld in het eerste lid, gedaan in het jaar 2013 of 2014, wordt niet geweigerd op de grond, bedoeld in [artikel 12, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032075&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=12&z=2017-02-01&g=2017-02-01).
3. De laatste volzin van [artikel 14, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032075&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=14&z=2017-02-01&g=2017-02-01), is van overeenkomstige toepassing bij een aanvraag als bedoeld in dit artikel, met dien verstande dat de aanvragen van organisaties als bedoeld in het eerste lid niet worden aangemerkt als aanvragen als bedoeld in artikel 14, eerste lid, onder b.
4. De [artikelen 16, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032075&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=16&z=2017-02-01&g=2017-02-01), en [24, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032075&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=24&z=2017-02-01&g=2017-02-01), zijn van overeenkomstige toepassing op een organisatie als bedoeld in het eerste lid voor de subsidie verleend op een aanvraag als bedoeld in dit artikel.
## Bijlage. als bedoeld in [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032075&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=4&z=2017-02-01&g=2017-02-01) van de Subsidieregeling instandhouding monumenten
1. Een organisatie die op grond van [artikel 33 van het Besluit rijkssubsidiëring instandhouding monumenten 2011](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0028785&artikel=33), zoals dat luidde voor inwerkingtreding van het [Besluit rijkssubsidiëring instandhouding monumenten 2013](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032036), door de minister was aangewezen als organisatie voor monumentenbehoud kan in de jaren 2013 en 2014 een aanvraag om subsidie indienen overeenkomstig [artikel 9](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032075&hoofdstuk=2¶graaf=2.2&artikel=9&z=2018-03-31&g=2018-03-31).
2. Een aanvraag om subsidie van een organisatie als bedoeld in het eerste lid, gedaan in het jaar 2013 of 2014, wordt niet geweigerd op de grond, bedoeld in [artikel 12, eerste lid, onderdeel a](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032075&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=12&z=2018-03-31&g=2018-03-31).
3. De laatste volzin van [artikel 14, derde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032075&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=14&z=2018-03-31&g=2018-03-31), is van overeenkomstige toepassing bij een aanvraag als bedoeld in dit artikel, met dien verstande dat de aanvragen van organisaties als bedoeld in het eerste lid niet worden aangemerkt als aanvragen als bedoeld in artikel 14, eerste lid, onder b.
4. De [artikelen 16, eerste lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032075&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=16&z=2018-03-31&g=2018-03-31), en [24, vierde lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032075&hoofdstuk=2¶graaf=2.5&artikel=24&z=2018-03-31&g=2018-03-31), zijn van overeenkomstige toepassing op een organisatie als bedoeld in het eerste lid voor de subsidie verleend op een aanvraag als bedoeld in dit artikel.
## Bijlage. als bedoeld in [artikel 4](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032075&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=4&z=2018-03-31&g=2018-03-31) van de Subsidieregeling instandhouding monumenten
### Hoofdstuk 1.1. Algemene bepalingen subsidiabele kosten
@@ -614,7 +614,7 @@
### Behoud van monumentale waarden
Zoals gezegd worden alleen de werkzaamheden die direct verband houden met de instandhouding van de monumentale waarden van het beschermd monument gesubsidieerd. Uit de aard der zaak wordt de hoofdstructuur van het monument daartoe gerekend, maar ook bijvoorbeeld vaste interieuronderdelen en monumentale installaties. Een en ander neemt niet weg dat werkzaamheden niet altijd noodzakelijk zullen zijn en dus ook niet altijd zonder meer subsidiabel zullen zijn. Zo zal bijvoorbeeld herstel van voegwerk dat technisch gezien nog goed is, niet subsidiabel zijn. Het onderhoud van niet-monumentale verwarmingsinstallaties, elektrotechnische en andere installaties is evenmin subsidiabel.
Zoals gezegd worden alleen de werkzaamheden die direct verband houden met de instandhouding van de monumentale waarden van het rijksmonument gesubsidieerd. Uit de aard der zaak wordt de hoofdstructuur van het monument daartoe gerekend, maar ook bijvoorbeeld vaste interieuronderdelen en monumentale installaties. Een en ander neemt niet weg dat werkzaamheden niet altijd noodzakelijk zullen zijn en dus ook niet altijd zonder meer subsidiabel zullen zijn. Zo zal bijvoorbeeld herstel van voegwerk dat technisch gezien nog goed is, niet subsidiabel zijn. Het onderhoud van niet-monumentale verwarmingsinstallaties, elektrotechnische en andere installaties is evenmin subsidiabel.
### Groene monumenten
@@ -730,8 +730,8 @@
##### Artikel 42b. Verhoging subsidieplafond 2016 monumenten met hoge herbouwwaarde
1. In 2016 wordt na toepassing van [artikel 14, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032075&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=14&z=2017-02-01&g=2017-02-01), aan het budget voor overige beschermde monumenten, bedoeld in [artikel 3, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032075&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=3&z=2017-02-01&g=2017-02-01), met een herbouwwaarde van € 8,3 miljoen of meer, een bedrag van ten hoogste € 20 miljoen toegevoegd.
1. In 2016 wordt na toepassing van [artikel 14, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032075&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=14&z=2018-03-31&g=2018-03-31), aan het budget voor overige beschermde monumenten, bedoeld in [artikel 3, eerste lid, onderdeel c](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032075&hoofdstuk=2¶graaf=2.1&artikel=3&z=2018-03-31&g=2018-03-31), met een herbouwwaarde van € 8,3 miljoen of meer, een bedrag van ten hoogste € 20 miljoen toegevoegd.
2. Indien in 2016 het beschikbare bedrag, bedoeld in het eerste lid, niet geheel wordt verleend, wordt het resterende bedrag in 2017 na aftrek van € 10 miljoen op gelijke wijze als bedoeld in het eerste lid toegevoegd aan het bedrag voor overige beschermde monumenten met een herbouwwaarde van € 8,3 miljoen of meer.
3. Indien het in 2017 toegevoegde bedrag, bedoeld in het tweede lid, met toepassing van dat lid niet geheel wordt verleend, dan wordt het resterende bedrag in datzelfde jaar na toepassing van [artikel 14, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032075&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=14&z=2017-02-01&g=2017-02-01), toegevoegd aan het bedrag voor groene monumenten met meer dan € 250.000 aan subsidiabele kosten.
3. Indien het in 2017 toegevoegde bedrag, bedoeld in het tweede lid, met toepassing van dat lid niet geheel wordt verleend, dan wordt het resterende bedrag in datzelfde jaar na toepassing van [artikel 14, tweede lid](https://wetten.overheid.nl/jci1.3:c:BWBR0032075&hoofdstuk=2¶graaf=2.3&artikel=14&z=2018-03-31&g=2018-03-31), toegevoegd aan het bedrag voor groene monumenten met meer dan € 250.000 aan subsidiabele kosten.
2017-02-01
Subsidieregeling instandhouding monumenten — arts. 13, 20
2016-07-01
Subsidieregeling instandhouding monumenten — art. 1
2016-02-18
Subsidieregeling instandhouding monumenten — arts. 1, 1, 1 y 3 más
2014-06-17
Subsidieregeling instandhouding monumenten — arts. 1, 9, 13 y 3 más
2013-09-28
Subsidieregeling instandhouding monumenten — arts. 1, 1, 1 y 6 más
2013-01-01
Subsidieregeling instandhouding monumenten — arts. 1, 1, 1 y 65 más
2013-01-01
Subsidieregeling instandhouding monumenten
original version
Tekst op deze datum