Regeling van de Minister van Economische Zaken van 4 februari 2013, nr. WJZ/13010648, houdende aanwijzing van categorieën van productie-installaties voor de stimulering van duurzame energieproductie in het jaar 2013
Gelet op de artikelen 1, tweede lid, 2, tweede, derde en vierde lid, 3, 7, 8, 11, eerste lid, 12, eerste lid, 14, zesde lid, 15, tweede, derde en vierde lid, 25, 28, eerste lid, 29, eerste lid, 31, vijfde lid, 32, tweede, derde, vierde en vijfde lid, 42, 44, eerste lid, 45, eerste lid, 47, vijfde lid, 48, tweede, derde en vijfde lid, 56, eerste en derde lid, 59, tweede lid,61, eerste lid, en 62, vierde lid, van het Besluit stimulering duurzame energieproductie;
Besluit:
§ 1. Begripsbepalingen
Artikel 1
In deze regeling wordt verstaan onder:
- –. algemene uitvoeringsregeling: de Algemene uitvoeringsregeling stimulering duurzame energieproductie;
- –. allesvergisting: de biologische afbraakreacties van biomassa als bedoeld in de NTA 8003: 2008, met uitzondering van de nummers 410, 420, 500, 550 tot en met 559;
- –. besluit: het Besluit stimulering duurzame energieproductie;
- –. groen gas hub: een verzameling van productie-installaties voor de productie van hernieuwbaar gas waarvoor voor de invoeding van het hernieuwbaar gas op een gasnet gezamenlijk een of meerdere aansluitingen worden gebruikt, waarmee gezamenlijk hernieuwbare warmte wordt geproduceerd die nuttig wordt gebruikt of waarmee gezamenlijk hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd die op een elektriciteitsnet of installatie, met uitzondering van de productie-installatie, wordt ingevoed;
- –. minister: de Minister van Economische Zaken;
- –. NTA 8003: 2008: de Nederlandse Technische Afspraak 8003, Classificatie van biomassa voor energietoepassing, uitgegeven door het Nederlands Normalisatie-instituut, zoals deze luidde op 31 december 2008;
- –. richtlijn hernieuwbare energie: richtlijn nr. 2009/28/EG van het Europees Parlement en de Raad van 23 april 2009 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen en houdende wijziging en intrekking van Richtlijn 2001/77/EG en Richtlijn 2003/30/EG (PbEU 2009, L 140);
- –. thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa: de omzetting van vaste of vloeibare biomassa door middel van:
- 1°. verbranding,
- 2°. een andere thermische behandeling dan bedoeld onder 1° ingeval de producten daarvan vervolgens worden verbrand of
- 3°. de verbranding van producten die voortkomen uit thermische behandeling;
- –. valhoogte: het verschil in waterpeil voor en achter de installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van waterkracht waarbij het maximaal elektrisch ontwerpvermogen van de turbine of de generator wordt gerealiseerd;
- –. vergisting en co-vergisting van dierlijke mest: de biologische afbraakreacties van in hoofdzaak verpompbare vaste en vloeibare uitwerpselen van dieren, al dan niet aangevuld met een of meer producten genoemd in de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet, waarbij het restant na vergisting als meststof mag worden verhandeld;
- –. vergisting van meer dan 95% dierlijke mest: de biologische afbraakreacties van verpompbare vaste en vloeibare uitwerpselen van dieren, waarbij minder dan 5% van de massa toegevoegde stoffen per kalenderjaar een andere stof, genoemd in de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet, is dan verpompbare vaste en vloeibare uitwerpselen van dieren, waarbij het restant na vergisting als meststof mag worden verhandeld;
- –. nominaal vermogen: het maximale vermogen van de productie-installatie dat onder nominale condities benut kan worden voor de productie van hernieuwbare elektriciteit en/of hernieuwbare warmte en/of hernieuwbaar gas en wat door de leverancier gegarandeerd wordt bij continue gebruik. In het geval van geothermische productie-installaties dient het nominaal vermogen te zijn bepaald met een waarschijnlijkheid van ten minste 50%.
§ 2. Algemene bepalingen
Artikel 2
Het subsidieplafond voor het verlenen van subsidie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas en hernieuwbare warmte op grond van de artikelen 3, eerste lid, 5, eerste lid, 7, eerste lid, 9, eerste lid, 11, eerste lid, 13, eerste lid, 15, eerste lid, 17, eerste lid, 37, eerste lid, 39, eerste lid, 41, eerste lid, 43, eerste lid, 60, eerste lid, 62, eerste lid, 64, eerste lid, 66, eerste lid, 68, eerste lid, 70, eerste lid, 72, eerste lid, 74, eerste lid, 76, eerste lid, 78, eerste lid en 80, eerste lid, die is aangevraagd in de periode van 4 april 2013, 9:00 uur, tot 19 december 2013, 17:00 uur, bedraagt € 3.000.000.000,00.
De minister verdeelt het bedrag, genoemd in het eerste lid, op volgorde van binnenkomst van de aanvragen.
Per categorie productie-installaties kan in de periode, genoemd in het eerste lid, per adres waarop een productie-installatie wordt geplaatst maximaal één aanvraag worden ingediend.
De minister beslist afwijzend op een aanvraag om subsidie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas of hernieuwbare warmte door een productie-installatie van een categorie als bedoeld in het eerste lid indien op het moment van indienen van de aanvraag geen toestemming van de eigenaar van de beoogde locatie is verkregen voor het plaatsen van de productie-installatie.
Een subsidie als bedoeld in het eerste lid van meer dan € 400.000.000,00 wordt verleend onder de opschortende voorwaarde dat binnen zes weken na afgifte van deze beschikking een uitvoeringsovereenkomst overeenkomstig de overeenkomst opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 1 tot stand is gekomen tussen de Staat en de subsidie-aanvrager.
§ 3. Hernieuwbare elektriciteit
§ 3.1. Waterkracht
Artikel 3
De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie waarmee door middel van hydro-mechanisch-elektrische omzetting hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd uit potentiële dan wel kinetische energie van stromend water dat niet specifiek ten behoeve van de elektriciteitsproductie omhoog is gepompt:
- a. in installaties met een valhoogte gelijk aan of groter dan 50 centimeter, of
- b. in installaties met een valhoogte gelijk aan of groter dan 50 centimeter, die ingrijpend zijn gerenoveerd en waarbij ten minste de turbines nieuw zijn.
Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 2.
Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 15, tweede en vierde lid, en 56, eerste lid, derde volzin, van het besluit.
Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 3, eerste lid, onderdeel c, tweede lid, onderdeel c, vierde lid, onderdeel b, en vijfde lid, van het besluit.
Artikel 4
Subsidie als bedoeld in artikel 3, eerste lid, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.
De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 3, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.
§ 3.2. Afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties
Artikel 5
De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd uit gas dat vrijkomt tengevolge van biologische afbraakreacties bij de zuivering van huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater en afvloeiend hemelwater, gebruik makende van thermische drukhydrolyse, waarbij ten minste het deel van de productie-installatie dat bedoeld is voor thermische drukhydrolyse nieuw is.
Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 3.
Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 3, vijfde lid, 15, tweede en vierde lid, en 56, eerste lid, derde volzin, van het besluit.
Artikel 6
Subsidie als bedoeld in artikel 5, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt.
De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 5, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.
§ 3.3. Wind op land
Artikel 7
De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie die niet is opgericht in de territoriale zee of in de Nederlandse exclusieve economische zone:
- a. met een nominaal vermogen per turbine kleiner dan 6,0 MW;
- b. met een nominaal vermogen per turbine gelijk aan of groter dan 6,0 MW.
Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 4.
Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 15, vierde lid, en 56, eerste lid, van het besluit.
Artikel 8
Subsidie als bedoeld in artikel 7, eerste lid, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.
De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 7, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.
§ 3.4. Wind in meer
Artikel 9
De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit met behulp van windenergie die niet is opgericht in de territoriale zee of in de Nederlandse exclusieve economische zone en waarvan de fundering in een meer van minimaal één vierkante kilometer staat.
Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 4.
Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 15, vierde lid, en 56, eerste lid, van het besluit.
Artikel 10
Subsidie als bedoeld in artikel 9, eerste lid, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.
De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 9, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.
§ 3.5. Fotovoltaïsche zonnepanelen
Artikel 11
De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie met een totaal vermogen groter dan of gelijk aan 15 kWp, voor de productie van hernieuwbare elektriciteit uit zonlicht uitsluitend door middel van fotovoltaïsche zonnepanelen, die is aangesloten op een elektriciteitsnet via een aansluiting met een totale maximale doorlaatwaarde van meer dan 3*80 A.
Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 5.
Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 15, tweede en vierde lid, en 56, eerste lid, derde volzin, van het besluit.
Artikel 12
Subsidie als bedoeld in artikel 11, eerste lid, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.
De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 11, eerste lid, binnen 3 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.
§ 3.6. Productie-installaties uitsluitend in vrije categorie
§ 3.6.1. Wind op zee
Artikel 13
De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit door middel van windenergie op zee.
Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 4.
Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 15, vierde lid, en 56, eerste lid, van het besluit.
Artikel 14
Subsidie als bedoeld in artikel 13, eerste lid, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.
De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 13, eerste lid, binnen 5 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.
§ 3.6.2. Osmose
Artikel 15
De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie waarmee hernieuwbare elektriciteit wordt gegenereerd door middel van het verschil in zoutconcentratie tussen twee watermassa’s.
Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 2.
Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 15, tweede en vierde lid, en 56, eerste lid, derde volzin, van het besluit.
Artikel 16
Subsidie als bedoeld in artikel 15, eerste lid, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.
De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 15, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.
§ 3.6.3. Vrije stromingsenergie
Artikel 17
De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit geproduceerd door een productie-installatie waarmee door hydro-mechanisch-elektrische omzetting hernieuwbare elektriciteit wordt geproduceerd uit potentiële dan wel kinetische energie van stromend water dat niet specifiek ten behoeve van de elektriciteitsproductie omhoog is gepompt in installaties met een valhoogte kleiner dan 50 centimeter.
Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 2.
Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 15, tweede en vierde lid, en 56, eerste lid, derde volzin, van het besluit.
Artikel 18
Subsidie als bedoeld in artikel 17, eerste lid, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.
De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 17, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.
§ 3.7. Maximaal aantal vollasturen, basisbedragen en basiselektriciteitsprijs voor productie van hernieuwbare elektriciteit
Artikel 19
Voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel wordt, voor de productie van hernieuwbare elektriciteit:
- a. het maximaal aantal vollasturen vastgesteld op het in de derde kolom van onderstaande tabel genoemde aantal uren, en
- b. de basiselektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 12, eerste lid, van het besluit, vastgesteld op het in de vierde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag.
| 1 | 2 | 3 | 4 |
|---|---|---|---|
| Artikel regeling | Omschrijving categorie | Maximaal aantal vollasturen | Basiselektriciteitsprijs artikel 12, eerste lid, van het besluit |
| artikel 3, eerste lid, onderdeel a | Waterkracht nieuw | 7000 uren per jaar | € 0,047 per kWh |
| artikel 3, eerste lid, onderdeel b | Waterkracht renovatie | 4300 uren per jaar | € 0,047 per kWh |
| artikel 5, eerste lid | Afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties thermische drukhydrolyse | 8000 uren per jaar | € 0,047 per kWh |
| artikel 7, eerste lid, onderdeel a | Wind op land < 6,0 MW | 1760 uren per jaar | € 0,054 per kWh |
| artikel 7, eerste lid, onderdeel b | Wind op land ≥ 6,0 MW | 2400 uren per jaar | € 0,054 per kWh |
| artikel 9, eerste lid | Wind in meer | 2560 uren per jaar | € 0,054 per kWh |
| artikel 11, eerste lid | Fotovoltaïsche zonnepanelen | 1000 uren per jaar | € 0,055 per kWh |
| artikel 13, eerste lid | Wind op zee | 3200 uren per jaar | € 0,054994 per kWh |
| artikel 15, eerste lid | Osmose | 8000 uren per jaar | € 0,047 per kWh |
| artikel 17, eerste lid | Vrije stromingsenergie | 2800 uren per jaar | € 0,047 per kWh |
Artikel 20
Voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel wordt het basisbedrag voor subsidie, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van het besluit, in de periode van de datum en het tijdstip genoemd in de derde kolom tot 19 december 2013, 17:00 uur voor de productie van hernieuwbare elektriciteit vastgesteld op het in de vierde kolom genoemde bedrag.
| 1 | 2 | 3 | 4 |
|---|---|---|---|
| Artikel regeling | Omschrijving categorie | Begin periode | Basisbedrag artikel 11, eerste lid, van het besluit |
| artikel 3, eerste lid, onderdeel a | Waterkracht nieuw | 30 september 2013, 17:00 uur | € 0,118 per kWh |
| artikel 3, eerste lid, onderdeel b | Waterkracht renovatie | 4 april 2013, 09:00 uur | € 0,062 per kWh |
| artikel 5, eerste lid | Afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties thermische drukhydrolyse | 2 september 2013, 17:00 uur | € 0,096 per kWh |
| artikel 7, eerste lid, onderdeel a | Wind op land < 6,0 MW | 2 september 2013, 17:00 uur | € 0,119 per kWh |
| artikel 7, eerste lid, onderdeel b | Wind op land ≥ 6,0 MW | 2 september 2013, 17:00 uur | € 0,116 per kWh |
| artikel 9, eerste lid | Wind in meer | 30 september 2013, 17:00 uur | € 0,153 per kWh |
| artikel 11, eerste lid | Fotovoltaïsche zonnepanelen | 4 november 2013, 17:00 uur | € 0,148 per kWh |
§ 3.8. Vrije categorie
§ 3.8.1. Vrije categorie fase 1
Artikel 21
Aanvragen om subsidie als bedoeld in:
- g. artikel 15, eerste lid, en
worden, in afwijking van artikel 20, ontvangen in de periode van 4 april 2013, 9:00 uur, tot 13 mei 2013, 17:00 uur.
Artikel 22
In afwijking van artikel 19 bedraagt het maximaal aantal vollasturen:
- a. voor een productie-installatie als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, waarvoor de aanvraag is ontvangen in de periode, genoemd in artikel 21: 2640 uren per jaar, en
- b. voor een productie-installatie als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel b, waarvoor de aanvraag is ontvangen in de periode, genoemd in artikel 21: 2880 uren per jaar.
Artikel 23
Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 21, onderdelen a, b, e, g en h bedraagt in de periode, genoemd in artikel 21: € 0,070 per kWh.
Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 21, onderdelen c, d en f bedraagt in de periode, genoemd in artikel 21: € 0,0875 per kWh.
§ 3.8.2. Vrije categorie fase 2
Artikel 24
Aanvragen om subsidie als bedoeld in:
- g. artikel 15, eerste lid, en
worden, in afwijking van artikel 20, ontvangen in de periode van 13 mei 2013, 17:00 uur, tot 17 juni 2013, 17:00 uur.
Artikel 25
In afwijking van artikel 19 bedraagt het maximaal aantal vollasturen:
- a. voor een productie-installatie als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, waarvan de aanvraag is ontvangen in de periode, genoemd in artikel 24: 2240 uren per jaar; en
- b. voor een productie-installatie als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel b, waarvan de aanvraag is ontvangen in de periode, genoemd in artikel 24: 2880 uren per jaar.
Artikel 26
Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 24, onderdelen a, b, e, g en h, bedraagt in de periode, genoemd in artikel 24: € 0,080 per kWh.
Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 24, onderdelen c, d en f, bedraagt in de periode, genoemd in artikel 24: € 0,1000 per kWh.
§ 3.8.3. Vrije categorie fase 3
Artikel 27
Aanvragen om subsidie als bedoeld in:
- g. artikel 15, eerste lid, en
worden, in afwijking van artikel 20, ontvangen in de periode van 17 juni 2013, 17:00 uur, tot 2 september 2013, 17:00 uur.
Artikel 28
In afwijking van artikel 19 bedraagt het maximaal aantal vollasturen:
- a. voor een productie-installatie als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel a, waarvoor de aanvraag is ontvangen in de periode, genoemd in artikel 27: 1920 uren per jaar, en
- b. voor een productie-installatie als bedoeld in artikel 7, eerste lid, onderdeel b, waarvoor de aanvraag is ontvangen in de periode, genoemd in artikel 27: 2504 uren per jaar.
Artikel 29
Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 27, onderdelen a, b, e, g en h, bedraagt in de periode, genoemd in artikel 27: € 0,090 per kWh.
Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 27, onderdelen c, d en f, bedraagt in de periode, genoemd in artikel 27: € 0,1125 per kWh.
§ 3.8.4. Vrije categorie fase 4
Artikel 30
Aanvragen om subsidie als bedoeld in:
- e. artikel 15, eerste lid, en
worden, in afwijking van artikel 20, ontvangen in de periode van 2 september 2013, 17:00 uur, tot 30 september 2013, 17:00 uur.
Artikel 31
Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 30, onderdelen a, c, e, en f, bedraagt in de periode, genoemd in artikel 30: € 0,110 per kWh.
Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 30, onderdelen b en d, bedraagt in de periode, genoemd in artikel 30: € 0,1375 per kWh.
§ 3.8.5. Vrije categorie fase 5
Artikel 32
Aanvragen om subsidie als bedoeld in:
- c. artikel 15, eerste lid, en
worden, in afwijking van artikel 20, ontvangen in de periode van 30 september 2013, 17:00 uur, tot 4 november 2013, 17:00 uur.
Artikel 33
Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 32, onderdelen a, c en d, bedraagt in de periode, genoemd in artikel 32: € 0,130 per kWh.
Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 32, onderdeel b, bedraagt in de periode, genoemd in artikel 32: € 0,1625 per kWh.
§ 3.8.6. Vrije categorie fase 6
Artikel 34
Aanvragen om subsidie als bedoeld in:
- b. artikel 15, eerste lid, en
worden, in afwijking van artikel 20, ontvangen in de periode van 4 november, 17:00 uur, tot 19 december 2013, 17:00 uur.
Artikel 35
Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 34, onderdeel a, bedraagt in de periode, genoemd in artikel 34: € 0,1875 per kWh.
Het basisbedrag, bedoeld in artikel 11, eerste lid, van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 34, onderdelen b en c, bedraagt in de periode, genoemd in artikel 34: € 0,150 per kWh.
§ 3.9. Correctiebedragen voorschotverlening productie van hernieuwbare elektriciteit
Artikel 36
De correcties op het basisbedrag voor subsidie voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel, worden voor 2013 vastgesteld op:
- a. voor wat betreft de elektriciteitsprijs, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdeel a, van het besluit het in de derde kolom genoemde bedrag, en
- b. voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 14, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit op het in het vierde kolom genoemde bedrag.
| 1 | 2 | 3 | 4 |
|---|---|---|---|
| Artikel regeling | Omschrijving categorie | Correctiebedrag art. 14, eerste lid, onderdeel a, van het besluit | Correctiebedrag art. 14, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit |
| artikel 3, eerste lid | Waterkracht | € 0,048 per kWh | € 0 per kWh |
| artikel 5, eerste lid | Afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties | € 0,048 per kWh | € 0 per kWh |
| artikel 7, eerste lid | Wind op land | € 0,055 per kWh | € 0 per kWh |
| artikel 9, eerste lid | Wind in meer | € 0,055 per kWh | € 0 per kWh |
| artikel 11, eerste lid | Fotovoltaïsche zonnepanelen | € 0,055 per kWh | € 0 per kWh |
| artikel 13, eerste lid | Wind op zee | € 0,055570 per kWh | € 0 per kWh |
| artikel 15, eerste lid | Osmose | € 0,048 per kWh | € 0 per kWh |
| artikel 17, eerste lid | Vrije stromingsenergie | € 0,048 per kWh | € 0 per kWh |
§ 4. Hernieuwbaar gas
§ 4.1. Biomassavergisting
Artikel 37
De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbaar gas geproduceerd door:
- a. een productie-installatie waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd uitsluitend door middel van allesvergisting, waarbij ten minste de vergister nieuw is;
- b. een productie-installatie waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd uitsluitend door middel van vergisting en co-vergisting van dierlijke mest, waarbij ten minste de vergister nieuw is, of
- c. een productie-installatie waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd uitsluitend door middel van vergisting van meer dan 95% dierlijke mest, waarbij ten minste de vergister nieuw is.
Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 6.
Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 3, vijfde lid, 32, tweede en vierde lid, en 56, eerste lid, van het besluit.
Artikel 38
Subsidie als bedoeld in artikel 37, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt.
De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 37, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.
§ 4.2. Afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties
Artikel 39
De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbaar gas geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbaar gas uit biogas dat vrijkomt tengevolge van biologische afbraakreacties bij de zuivering van huishoudelijk afvalwater, bedrijfsafvalwater en afvloeiend hemelwater, waarbij ten minste de opwerkinstallatie waarmee biogas op aardgaskwaliteit wordt gebracht nieuw is.
Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 6.
Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 3, vijfde lid, 32, tweede lid, en 56, eerste lid, derde volzin, van het besluit.
Artikel 40
Subsidie als bedoeld in artikel 39, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt.
De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 39, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.
§ 4.3. Verlengde levensduur bestaande installaties
Artikel 41
De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbaar gas geproduceerd door een bestaande productie-installatie die op het moment van aanvraag ten minste 8,5 jaar oud is:
- a. waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd uitsluitend door middel van allesvergisting, of
- b. waarmee hernieuwbaar gas wordt geproduceerd uitsluitend door middel van vergisting en co-vergisting van dierlijke mest.
Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 6.
Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 3, eerste lid, onderdeel d, tweede lid, onderdeel a, vijfde lid, 32, tweede lid en vierde lid, en 56, eerste lid, van het besluit.
Artikel 42
Subsidie als bedoeld in artikel 41, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar, die niet eerder ingaat dan nadat de aanvraag om subsidie is gedaan, verstrekt.
De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 41, eerste lid, binnen 3 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening opnieuw in gebruik.
§ 4.4. Productie-installaties uitsluitend in vrije categorie: Biomassavergassing
Artikel 43
De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbaar gas geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbaar gas uit biomassa als bedoeld in de NTA 8003: 2008, met uitzondering van biomassa als bedoeld in de nummers 100, 150, 170 tot en met 179 van de NTA 8003: 2008, door middel van vergassing.
Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat ten minste 95% van de energetische waarde van de jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is.
Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 6.
Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 32, tweede lid, en 56, eerste lid, derde volzin, van het besluit.
Artikel 44
Subsidie als bedoeld in artikel 43, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt.
De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 43, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.
§ 4.5. Maximaal aantal vollasturen, basisbedragen en basisenergieprijs voor productie van hernieuwbaar gas
Artikel 45
Voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel wordt, voor de productie van hernieuwbaar gas:
- a. het maximaal aantal vollasturen vastgesteld op het in de derde kolom van onderstaande tabel genoemde aantal uren, en
- b. de basisgasprijs, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van het besluit, vastgesteld op het in de vierde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag.
| 1 | 2 | 3 | 4 |
|---|---|---|---|
| Artikel regeling | Omschrijving categorie | Maximaal aantal vollasturen | Basisgasprijs artikel 29, eerste lid, van het besluit |
| artikel 37, eerste lid | Biomassavergisting | 8000 uren per jaar | € 0,170 per Nm³ |
| Artikel 39, eerste lid | Afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties | 8000 uren per jaar | € 0,170 per Nm³ |
| artikel 41, eerste lid | Verlengde levensduur bestaande installaties | 8000 uren per jaar | € 0,170 per Nm³ |
| artikel 43, eerste lid | Biomassavergas-sing | 7500 uren per jaar | € 0,170 per Nm³ |
Artikel 46
Voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel wordt het basisbedrag voor subsidie, bedoeld in artikel 28, eerste lid, van het besluit, in de periode van de datum en het tijdstip genoemd in de derde kolom tot 19 december 2013, 17:00 uur, voor de productie van hernieuwbaar gas, vastgesteld op het in de vierde kolom genoemde bedrag.
| 1 | 2 | 3 | 4 |
|---|---|---|---|
| Artikel regeling | Omschrijving categorie | Periode | Basisbedrag artikel 28, eerste lid, van het besluit |
| artikel 37, eerste lid, onderdeel a | Allesvergisting | 17 juni 2013, 17:00 | € 0,594 per Nm³ |
| artikel 37, eerste lid, onderdeel b | Vergisting en co-vergisting van dierlijke mest | 2 september 2013, 17:00 | € 0,740 per Nm³ |
| artikel 37, eerste lid, onderdeel c | Vergisting van meer dan 95% dierlijke mest | 30 september 2013, 17:00 | € 0,836 per Nm³ |
| Artikel 39, eerste lid | Afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties | 4 april 2013, 9:00 | € 0,312 per Nm³ |
| Artikel 41, eerste lid, onderdeel a | Verlengde levensduur allesvergisting | 17 juni 2013, 17:00 | € 0,567 per Nm³ |
| Artikel 41, eerste lid, onderdeel b | Verlengde levensduur vergisting en co-vergisting van dierlijke mest | 2 september 2013, 17:00 | € 0,656 per Nm³ |
§ 4.6. Vrije categorie
§ 4.6.1. Vrije categorie fase 1
Artikel 47
Aanvragen om subsidie als bedoeld in:
- b. artikel 41, eerste lid, en
worden, in afwijking van artikel 46, ontvangen in de periode van 4 april 2013, 9:00 uur, tot 13 mei 2013, 17:00 uur.
Artikel 48
Het basisbedrag, bedoeld in artikel 28 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 47 bedraagt in de periode, genoemd in artikel 47, € 0,4828 per Nm3.
§ 4.6.2. Vrije categorie fase 2
Artikel 49
Aanvragen om subsidie als bedoeld in:
- b. artikel 41, eerste lid, en
worden, in afwijking van artikel 46, ontvangen in de periode van 13 mei 2013, 17:00 uur, tot 17 juni 2013, 17:00 uur.
Artikel 50
Het basisbedrag, bedoeld in artikel 28 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 49 bedraagt in de periode, genoemd in artikel 49, € 0,5517 per Nm3.
§ 4.6.3. Vrije categorie fase 3
Artikel 51
Aanvragen om subsidie als bedoeld in:
worden, in afwijking van artikel 46, ontvangen in de periode van 17 juni 2013, 17:00 uur, tot 2 september 2013, 17:00 uur.
Artikel 52
Het basisbedrag, bedoeld in artikel 28 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 51 bedraagt in de periode, genoemd in artikel 51, € 0,6207 per Nm3.
§ 4.6.4. Vrije categorie fase 4
Artikel 53
Aanvragen om subsidie als bedoeld in:
worden, in afwijking van artikel 46, ontvangen in de periode van 2 september 2013, 17:00 uur, tot 30 september 2013, 17:00 uur.
Artikel 54
Het basisbedrag, bedoeld in artikel 28 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 53 bedraagt in de periode, genoemd in artikel 53, € 0,7586 per Nm3.
§ 4.6.5. Vrije categorie fase 5
Artikel 55
Aanvragen om subsidie als bedoeld in artikel 43, eerste lid, worden, in afwijking van artikel 46, ontvangen in de periode van 30 september 2013, 17:00 uur, tot 4 november 2013, 17:00 uur.
Artikel 56
Het basisbedrag, bedoeld in artikel 28 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 55 bedraagt in de periode, genoemd in artikel 55 € 0,8966 per Nm3.
§ 4.6.6. Vrije categorie fase 6
Artikel 57
Aanvragen om subsidie als bedoeld in artikel 43, eerste lid, worden, in afwijking van artikel 46, ontvangen in de periode van 4 november 2013, 17:00 uur, tot 19 december 2013, 17:00 uur.
Artikel 58
Het basisbedrag, bedoeld in artikel 28 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 57, bedraagt in de periode, genoemd in artikel 57, € 1,0345 per Nm3.
§ 4.7. Correctiebedragen voorschotverlening productie van hernieuwbaar gas
Artikel 59
De correcties op het basisbedrag voor subsidie voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel, worden voor 2013 vastgesteld op:
- a. voor wat betreft de energieprijs, bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel a, van het besluit het in de derde kolom genoemde bedrag, en
- b. voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel b, van het besluit op het in het vierde kolom genoemde bedrag.
| 1 | 2 | 3 | 4 |
|---|---|---|---|
| Artikel regeling | Omschrijving categorie | Correctiebedrag art. 31, eerste lid, onderdeel a, van het besluit | Correctiebedrag art. 31, eerste lid, onderdeel b, van het besluit |
| artikel 37, eerste lid | Biomassavergisting | € 0,259 per Nm3 | € 0 per Nm3 |
| artikel 39, eerste lid | Afvalwater- of rioolwaterzuiveringsinstallaties | € 0,259 per Nm3 | € 0 per Nm3 |
| artikel 41, eerste lid | Verlengde levensduur bestaande installaties | € 0,259 per Nm3 | € 0 per Nm3 |
| artikel 43, eerste lid | Biomassavergas-sing | € 0,259 per Nm3 | € 0 per Nm3 |
§ 5. Hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte
§ 5.1. Ketel vaste of vloeibare biomassa warmte
Artikel 60
De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie met een nominaal thermisch vermogen groter dan of gelijk aan 0,5 MW, voor de productie van warmte door middel van verbranding van vaste of vloeibare biomassa als bedoeld in de NTA 8003: 2008, met uitzondering van biomassa als bedoeld in de nummers 100, 150, 170 tot en met 179 van de NTA 8003: 2008 in een ketel.
Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat ten minste 95% van de energetische waarde van de jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is.
Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de gebruikte vloeibare biomassa voldoet aan de duurzaamheidscriteria, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de richtlijn hernieuwbare energie.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)