Regeling van de Minister van Economische Zaken van 4 februari 2013, nr. WJZ/13010648, houdende aanwijzing van categorieën van productie-installaties voor de stimulering van duurzame energieproductie in het jaar 2013
Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 3.
Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 48, tweede lid, en 56, eerste lid, derde volzin, van het besluit.
Artikel 61
Subsidie als bedoeld in artikel 60, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt.
De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 60, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.
§ 5.2. Geothermie warmte
Artikel 62
De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte geproduceerd door:
- a. een productie-installatie waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van een of meerdere geothermische bronnen met een diepte van minimaal 500 meter.
- b. een productie-installatie waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van een of meerdere geothermische bronnen met een diepte van minimaal 2700 meter.
Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 7.
Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 48, tweede lid, en 56, eerste lid, derde volzin, van het besluit.
Artikel 63
Subsidie als bedoeld in artikel 62, eerste lid, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.
De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 62, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.
§ 5.3. Geothermie gecombineerde opwekking
Artikel 64
De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte uitsluitend door middel van een of meerdere geothermische bronnen met een diepte van minimaal 500 meter, waarbij het nominaal elektrisch vermogen ten minste 5% van de som van het nominale warmte en elektrisch vermogen bedraagt.
Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 7.
Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 48, tweede en vijfde lid, en 56, eerste lid, derde volzin, van het besluit.
Artikel 65
Subsidie als bedoeld in artikel 64, eerste lid, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.
De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 61, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.
§ 5.4. Uitbreiding bestaande afvalverbranding met warmte
Artikel 66
De minister verstrekt op aanvraag subsidie voor de productie van hernieuwbare warmte die voor het eerst nuttig wordt gebruikt aan een producent van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte door middel van een productie-installatie die de hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte uitsluitend of in hoofdzaak produceert door middel van:
- a. de verbranding van huishoudelijk afval of vergelijkbaar bedrijfsafval, of
- b. een andere thermische behandeling van huishoudelijk afval of vergelijkbaar bedrijfsafval dan bedoeld in onderdeel a ingeval de producten daarvan vervolgens worden verbrand.
Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 3.
Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 3, vierde lid onderdeel d, vijfde lid, 48, tweede lid, en 56, eerste lid, derde volzin, van het besluit.
Artikel 67
Subsidie als bedoeld in artikel 66, eerste lid, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.
De subsidie-ontvanger draagt er zorg voor dat de hernieuwbare warmte opgewekt door de productie-installatie, bedoeld in artikel 66, eerste lid, nuttig wordt gebruikt binnen 18 maanden na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening.
§ 5.5. Ketel vloeibare biomassa warmte
Artikel 68
De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie met een nominaal thermisch vermogen groter dan of gelijk aan 0,5 MW voor de productie van warmte door middel van verbranding van vloeibare biomassa als bedoeld in de nummers 500, 550 t/m 573, 587, 592, 594, 596 en 802 van de NTA 8003: 2008 in een ketel.
Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de gebruikte vloeibare biomassa voldoet aan de duurzaamheidscriteria, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de richtlijn hernieuwbare energie.
Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 3.
Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 3, vijfde lid, 48, tweede lid, en 56, eerste lid, derde volzin, van het besluit.
Artikel 69
Subsidie als bedoeld in artikel 68, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt.
De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 68, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.
§ 5.6. Thermische conversie biomassa gecombineerde opwekking
Artikel 70
De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte uitsluitend door middel van thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa als bedoeld in de NTA 8003: 2008, met uitzondering van biomassa als bedoeld in de nummers 100, 150, 170 tot en met 179 van de NTA 8003: 2008:
- a. met een nominaal elektrisch vermogen groter dan 10 MW en kleiner dan of gelijk aan 100 MW en waarbij het nominaal elektrisch vermogen ten minste 10% van de som van het nominale warmte en elektrisch vermogen bedraagt, of
- b. met een nominaal elektrisch vermogen kleiner dan of gelijk aan 10 MW en waarbij het nominaal elektrisch vermogen ten minste 6% van de som van het nominale warmte en elektrisch vermogen bedraagt.
Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat ten minste 95% van de energetische waarde van jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is.
Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de gebruikte vloeibare biomassa voldoet aan de duurzaamheidscriteria, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de richtlijn hernieuwbare energie.
Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 3.
Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 48, tweede en vijfde lid, en 56, eerste lid, derde volzin, van het besluit.
Artikel 71
Subsidie als bedoeld in artikel 70, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt.
De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 70, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.
§ 5.7. Bestaande toepassing biomassa uitbreiding warmte
Artikel 72
De minister verstrekt op aanvraag subsidie voor de productie van hernieuwbare warmte die voor het eerst nuttig wordt gebruikt aan een producent van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte die de hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte produceert door middel van:
- a. een productie-installatie waarmee elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van allesvergisting;
- b. een productie-installatie waarmee elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van vergisting en co-vergisting van dierlijke mest of door middel van vergisting op een landbouwbedrijf van uitsluitend plantaardige stoffen vermeld onder de categorieën A tot en met G1 onder categorie 1 van Bijlage Aa, onderdeel IV van de Uitvoeringsregeling Meststoffenwet, of
- c. een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte door middel van thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa.
Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid, onderdeel c, draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de gebruikte vloeibare biomassa voldoet aan de duurzaamheidscriteria, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de richtlijn hernieuwbare energie.
Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 3.
Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid, worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 3, eerste lid, onderdeel a, tweede lid, onderdeel d, derde lid, onderdeel a, en vijfde lid, 48, tweede lid, en 56, eerste lid, derde volzin, van het besluit.
Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid, worden, indien subsidie is verstrekt op grond van de regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2008, aangewezen als productie-installaties als bedoeld in artikel 3, derde lid, onderdeel a, van het besluit.
Artikel 73
Subsidie als bedoeld in artikel 72, eerste lid, wordt voor een periode van 5 jaar verstrekt.
De subsidie-ontvanger draagt er zorg voor dat de hernieuwbare warmte, opgewekt door de productie-installatie, bedoeld in artikel 72, eerste lid, nuttig wordt gebruikt binnen 18 maanden na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening.
§ 5.8. Zonthermie
Artikel 74
De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte geproduceerd door een productie-installatie voor de productie van hernieuwbare warmte uit zonne-energie, waarbij uitsluitend gebruik wordt gemaakt van afgedekte collectoren voorzien van een transparante isolerende laag, met een totale apertuuroppervlakte van 100 m2 of meer.
Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 5.
Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 48, tweede lid, en 56, eerste lid, derde volzin, van het besluit.
Artikel 75
Subsidie als bedoeld in artikel 74, eerste lid, wordt voor een periode van 15 jaar verstrekt.
De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 74, eerste lid, binnen 3 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.
§ 5.9. Verlengde levensduur biomassa gecombineerde opwekking
Artikel 76
De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte, geproduceerd door een bestaande productie-installatie die op het moment van aanvraag ten minste 8,5 jaar oud is:
- a. waarmee hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van allesvergisting en waarbij het nominaal elektrisch vermogen ten minste 20% van de som van het nominale warmte en elektrisch vermogen bedraagt;
- b. waarmee hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van vergisting en co-vergisting van dierlijke mest en waarbij het nominaal elektrisch vermogen ten minste 20% van de som van het nominale warmte en elektrisch vermogen bedraagt, of
- c. voor de productie van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte door middel van thermische conversie van vaste of vloeibare biomassa en waarbij het nominaal elektrisch vermogen ten minste 6% van de som van het nominale warmte en elektrisch vermogen bedraagt.
Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid, onderdeel c, draagt er zorg voor dat ten minste 95% van de energetische waarde van de jaarlijks in de productie-installatie gebruikte brandstof biogeen is.
Een producent aan wie subsidie is verstrekt op grond van het eerste lid, onderdeel c, draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de gebruikte vloeibare biomassa voldoet aan de duurzaamheidscriteria, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van de richtlijn hernieuwbare.
Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 3.
Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 3, eerste lid, onderdeel d, tweede lid, onderdeel a, vijfde lid, 48, tweede en vijfde lid en 56 eerste lid, van het besluit.
Artikel 77
Subsidie als bedoeld in artikel 76, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar, die niet eerder ingaat dan nadat de aanvraag om subsidie is gedaan, verstrekt.
De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 76, eerste lid, binnen 3 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening opnieuw in gebruik.
§ 5.10. Verlengde levensduur biomassa warmte
Artikel 78
De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte, geproduceerd door een bestaande productie-installatie die op het moment van aanvraag ten minste 8,5 jaar oud is:
- a. waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van allesvergisting, of
- b. waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van vergisting en co-vergisting van dierlijke mest.
Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 3.
Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 3, eerste lid, onderdeel d, tweede lid, onderdeel a, vijfde lid, 48, tweede lid, en 56, eerste lid, van het besluit.
Artikel 79
Subsidie als bedoeld in artikel 78, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar, die niet eerder ingaat dan nadat de aanvraag om subsidie is gedaan, verstrekt.
De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 78, eerste lid, binnen 18 maanden na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.
§ 5.11. Biomassavergisting hernieuwbare warmte en/of hernieuwbare elektriciteit
Artikel 80
De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent van hernieuwbare warmte of hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte geproduceerd door:
- a. een productie-installatie waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van allesvergisting, waarbij ten minste de vergister nieuw is;
- b. een productie-installatie waarmee hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van vergisting en co-vergisting van dierlijke mest, waarbij ten minste de vergister nieuw is;
- c. een productie-installatie waarmee hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van allesvergisting, waarbij ten minste de vergister nieuw is en waarbij het nominaal elektrisch vermogen ten minste 20% van de som van het nominale warmte en elektrisch vermogen bedraagt;
- d. een productie-installatie waarmee hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van vergisting en co-vergisting van dierlijke mest, waarbij ten minste de vergister nieuw is en waarbij het nominaal elektrisch vermogen ten minste 20% van de som van het nominale warmte en elektrisch vermogen bedraagt, of
- e. een productie-installatie waarmee hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte wordt geproduceerd uitsluitend door middel van vergisting van meer dan 95% dierlijke mest, waarbij ten minste de vergister nieuw is en waarbij het nominaal elektrisch vermogen ten minste 20% van de som van het nominale warmte en elektrisch vermogen bedraagt.
Een aanvraag om subsidie wordt ingediend met gebruikmaking van het formulier dat is opgenomen in de bij deze regeling behorende bijlage 3.
Productie-installaties als bedoeld in het eerste lid worden aangewezen als productie-installaties als bedoeld in de artikelen 3, vijfde lid, 32, vijfde lid, 48, tweede en vijfde lid, en 56, eerste lid, van het besluit.
Artikel 81
Subsidie als bedoeld in artikel 80, eerste lid, wordt voor een periode van 12 jaar verstrekt.
De subsidie-ontvanger neemt de productie-installatie, bedoeld in artikel 80, eerste lid, binnen 4 jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.
§ 5.12. Maximaal aantal vollasturen, basisbedragen en basisenergieprijzen
Artikel 82
Voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel wordt, voor de productie van hernieuwbare warmte en de gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte:
- a. het maximaal aantal vollasturen vastgesteld op het in de derde kolom van onderstaande tabel genoemde aantal uren, en
- b. de basisenergieprijs, bedoeld in artikel 45, eerste lid, van het besluit, vastgesteld op het in de vierde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag.
| 1 | 2 | 3 | 4 |
|---|---|---|---|
| Artikel regeling | Omschrijving categorie | Maximaal aantal vollasturen | Basisenergieprijs artikel 45, eerste lid, van het besluit |
| artikel 60, eerste lid | Ketel vaste biomassa warmte | 7000 uren per jaar | € 6,4 per GJ |
| artikel 62, eerste lid | Geothermie warmte | 5500 uren per jaar | € 3,7 per GJ |
| artikel 64, eerste lid | Geothermie gecombineerde opwekking | 4158 uren per jaar | € 5,5 per GJ |
| artikel 66, eerste lid | Uitbreiding bestaande afvalverbranding met warmte | 3780 uren per jaar | € 6,9 per GJ |
| artikel 68, eerste lid | Ketel vloeibare biomassa warmte | 7000 uren per jaar | € 6,4 per GJ |
| artikel 70, eerste lid, onderdeel a | Thermische conversie biomassa gecombineerde opwekking >10 MW en ≤ 100 MW | 7500 uren per jaar | € 5,2 per GJ |
| artikel 70, eerste lid, onderdeel b | Thermische conversie biomassa gecombineerde opwekking ≤ 10 MW | 4241 uren per jaar | € 6,5 per GJ |
| artikel 72, eerste lid, onderdelen a en c | Bestaande toepassing allesvergisting en thermische conversie van biomassa uitbreiding warmte | 7000 uren per jaar | € 3,7 per GJ |
| artikel 72, eerste lid, onderdeel b | Bestaande toepassing vergisting en co-vergisting van dierlijke mest uitbreiding warmte | 4000 uren per jaar | € 0,0 per GJ |
| artikel 74, eerste lid | Zonthermie | 700 uren per jaar | € 11,0 per GJ |
| artikel 76, eerste lid, onderdeel a | Verlengde levensduur allesvergisting gecombineerde opwekking | 5749 uren per jaar | € 9,5 per GJ |
| artikel 76, eerste lid, onderdeel b | Verlengde levensduur Vergisting en co-vergisting van dierlijke mest gecombineerde opwekking | 5749 uren per jaar | € 9,5 per GJ |
| artikel 76, eerste lid, onderdeel c | Verlengde levensduur thermische conversie van biomassa gecombineerde opwekking | 4429 uren per jaar | € 7,1 per GJ |
| artikel 78, eerste lid | Verlengde levensduur vergisting warmte | 7000 uren per jaar | € 3,7 per GJ |
| artikel 80, eerste lid, onderdeel a | Allesvergisting warmte | 7000 uren per jaar | € 6,4 per GJ |
| artikel 80, eerste lid, onderdeel b | Vergisting en co-vergisting van dierlijke mest warmte | 7000 uren per jaar | € 6,4 per GJ |
| artikel 80, eerste lid, onderdeel c | Allesvergisting gecombineerde opwekking | 5739 uren per jaar | € 9,4 per GJ |
| artikel 80, eerste lid, onderdeel d | Vergisting en co-vergisting van dierlijke mest gecombineerde opwekking | 5732 uren per jaar | € 9,4 per GJ |
| artikel 80, eerste lid, onderdeel e | Vergisting van meer dan 95% dierlijke mest gecombineerde opwekking | 5741 uren per jaar | € 9,4 per GJ |
Artikel 83
Voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel wordt het basisbedrag voor subsidie, bedoeld in artikel 44, eerste lid, van het besluit, in de periode van de datum en het tijdstip genoemd in de derde kolom tot 19 december 2013, 17:00 uur, voor de productie van hernieuwbare warmte en de gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte, vastgesteld op het in de vierde kolom genoemde bedrag.
| 1 | 2 | 3 | 4 |
|---|---|---|---|
| Artikel regeling | Omschrijving categorie | Begin periode | Basisbedrag artikel 44 van het besluit |
| artikel 60, eerste lid | Ketel vaste biomassa warmte | 4 april 2013, 9:00 | € 11,5 per GJ |
| artikel 66, eerste lid | Uitbreiding bestaande afvalverbranding met warmte | 4 april 2013, 9:00 | € 11,7 per GJ |
| artikel 68, eerste lid | Ketel vloeibare biomassa warmte | 13 mei 2013, 17:00 | € 21,7 per GJ |
| artikel 70, eerste lid, onderdeel a | Thermische conversie biomassa gecombineerde opwekking >10 MW en ≤ 100 MW | 13 mei 2013, 17:00 | € 21,8 per GJ |
| artikel 70, eerste lid, onderdeel b | Thermische conversie biomassa gecombineerde opwekking ≤ 10 MW | 4 november 2013, 17:00 | € 40,9 per GJ |
| artikel 72, eerste lid, onderdelen a en c | Bestaande toepassing allesvergisting en thermische conversie van biomassa uitbreiding warmte | 4 april 2013, 09:00 | € 6,3 per GJ |
| artikel 72, eerste lid, onderdeel b | Bestaande toepassing vergisting en co-vergisting van dierlijke mest uitbreiding warmte | 4 april 2013, 09:00 | € 8,2 per GJ |
| artikel 74, eerste lid | Zonthermie | 30 september 2013, 17:00 | € 33,3 per GJ |
| artikel 76, eerste lid, onderdeel a | Verlengde levensduur allesvergisting gecombineerde opwekking | 17 juni 2013, 17:00 | € 22,5 per GJ |
| artikel 76, eerste lid, onderdeel b | Verlengde levensduur Vergisting en co-vergisting van dierlijke mest gecombineerde opwekking | 2 september 2013, 17:00 | € 26,4 per GJ |
| artikel 76, eerste lid, onderdeel c | Verlengde levensduur thermische conversie van biomassa gecombineerde opwekking | 4 april 2013, 09:00 | € 18,7 per GJ |
| artikel 78, eerste lid, onderdeel a | Verlengde levensduur allesvergisting warmte | 4 april 2013, 09:00 | € 14,2 per GJ |
| artikel 78, eerste lid, onderdeel b | Verlengde levensduur Vergisting en co-vergisting van dierlijke mest warmte | 4 april 2013, 09:00 | € 17,1 per GJ |
| artikel 80, eerste lid, onderdeel a | Allesvergisting warmte | 4 april 2013, 9:00 | € 14,7 per GJ |
| artikel 80, eerste lid, onderdeel b | Vergisting en co-vergisting van dierlijke mest warmte | 13 mei 2013, 17:00 | € 20,6 per GJ |
| artikel 80, eerste lid, onderdeel c | Allesvergisting gecombineerde opwekking | 2 september 2013, 17:00 | € 26,0 per GJ |
| artikel 80, eerste lid, onderdeel d | Vergisting en co-vergisting van dierlijke mest gecombineerde opwekking | 30 september 2013, 17:00 | € 31,1 per GJ |
| artikel 80, eerste lid, onderdeel e | Vergisting van meer dan 95% dierlijke mest gecombineerde opwekking | 4 november 2013, 17:00 | € 37,1 per GJ |
Voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel wordt het basisbedrag voor subsidie, bedoeld in artikel 44, eerste lid, van het besluit, in de periode van de datum en het tijdstip genoemd in de derde kolom tot 19 december 2013, 17:00 uur, voor de hoeveelheid geproduceerde GJ hernieuwbare warmte en de gecombineerde opwekking van hernieuwbare elektriciteit en hernieuwbare warmte genoemd in de vierde kolom, vastgesteld op het in de vijfde kolom genoemde bedrag.
| 1 | 2 | 3 | 4. | 5 |
|---|---|---|---|---|
| Artikel regeling | Omschrijving categorie | Begin periode | Hoeveelheid geproduceerde GJ | Basisbedrag artikel 44 van het besluit |
| artikel 62, eerste lid, onderdeel a | Geothermie warmte ≥ 500 meter diepte | 4 april 2013, 9:00 | ≤ 245520 GJ per jaar | € 11,8 per GJ |
| artikel 62, eerste lid, onderdeel a | Geothermie warmte ≥ 500 meter diepte | 4 april 2013, 9:00 | > 245520 GJ per jaar | € 0,0 per GJ |
| artikel 62, eerste lid, onderdeel b | Geothermie warmte ≥ 2700 meter diepte | 4 april 2013, 9:00 | ≤ 356400 GJ per jaar | € 12,8 per GJ |
| artikel 62, eerste lid, onderdeel b | Geothermie warmte ≥ 2700 meter diepte | 4 april 2013, 9:00 | > 356400 GJ per jaar | € 0,0 per GJ |
| artikel 64, eerste lid | Geothermie gecombineerde opwekking | 17 juni 2013, 17:00 | ≤ 178129 GJ per jaar | € 24,0 per GJ |
| artikel 64, eerste lid | Geothermie gecombineerde opwekking | 17 juni 2013, 17:00 | > 178129GJ per jaar | € 0,0 per GJ |
§ 5.13. Vrije categorie
§ 5.13.1. Vrije categorie fase 1
Artikel 84
Aanvragen om subsidie als bedoeld in:
worden, in afwijking van artikel 83, ontvangen in de periode van 4 april 2013, 9:00 uur, tot 13 mei 2013, 17:00 uur.
Artikel 85
Het basisbedrag, bedoeld in artikel 44 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 84 bedraagt in de periode, genoemd in artikel 84: € 19,444 per GJ.
§ 5.13.2. Vrije categorie fase 2
Artikel 86
Aanvragen om subsidie als bedoeld in:
worden, in afwijking van artikel 83, ontvangen in de periode van 13 mei 2013, 17:00 uur, tot 17 juni 2013, 17:00 uur.
Artikel 87
Het basisbedrag, bedoeld in artikel 44 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 86 bedraagt in de periode, genoemd in artikel 86: € 22,222 per GJ.
§ 5.13.3. Vrije categorie fase 3
Artikel 88
Aanvragen om subsidie als bedoeld in:
worden, in afwijking van artikel 83, ontvangen in de periode van 17 juni 2013, 17:00 uur, tot 2 september 2013, 17:00 uur.
Artikel 89
Het basisbedrag, bedoeld in artikel 44 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 88 bedraagt in de periode, genoemd in artikel 88: € 25,000 per GJ.
§ 5.13.4. Vrije categorie fase 4
Artikel 90
Aanvragen om subsidie als bedoeld in:
- b. artikel 74, eerste lid, en
worden, in afwijking van artikel 83, ontvangen in de periode van 2 september 2013, 17:00 uur, tot 30 september 2013, 17:00 uur.
Artikel 91
Het basisbedrag, bedoeld in artikel 44 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 90 bedraagt in de periode, genoemd in artikel 90: € 30,556 per GJ.
§ 5.13.5. Vrije categorie fase 5
Artikel 92
Aanvragen om subsidie als bedoeld in:
worden, in afwijking van artikel 83, ontvangen in de periode van 30 september 2013, 17:00 uur, tot 4 november 2013, 17:00 uur.
Artikel 93
Het basisbedrag, bedoeld in artikel 44 van het besluit, voor subsidie als bedoeld in artikel 92 bedraagt in de periode, genoemd in artikel 92: € 36,111 per GJ.
§ 5.14. Correctiebedragen voorschotverlening productie van hernieuwbare warmte of gecombineerde opwekking
Artikel 94
De correcties op het basisbedrag voor subsidie voor een productie-installatie als bedoeld in het in de eerste kolom van onderstaande tabel genoemde artikel, worden voor 2013 vastgesteld op:
- a. voor wat betreft de energieprijs, bedoeld in artikel 47, eerste lid, onderdeel a, van het besluit het in de derde kolom genoemde bedrag, en
- b. voor wat betreft de correcties, bedoeld in artikel 47, eerste lid, onderdelen b en c, van het besluit op het in het vierde kolom genoemde bedrag.
| 1 | 2 | 3 | 4 |
|---|---|---|---|
| Artikel regeling | Omschrijving categorie | Correctiebedrag artikel 47, eerste lid, onderdeel a van het besluit | Correctiebedrag artikel 47, eerste lid, onderdelen b en c van het besluit |
| artikel 60, eerste lid | Ketel vaste biomassa warmte | € 9,5 per GJ | € 0 per GJ |
| artikel 62, eerste lid | Geothermie warmte | € 5,7 per GJ | € 0 per GJ |
| artikel 64, eerste lid | Geothermie gecombineerde opwekking | € 7,1 per GJ | € 0 per GJ |
| artikel 66, eerste lid | Uitbreiding bestaande afvalverbranding met warmte | € 10,6 per GJ | € 0 per GJ |
| artikel 68, eerste lid | Ketel vloeibare biomassa warmte | € 9,5 per GJ | € 0 per GJ |
| artikel 70, eerste lid, onderdeel a | Thermische conversie biomassa gecombineerde opwekking >10 MW en ≤ 100 MW | € 6,9 per GJ | € 0 per GJ |
| artikel 70, eerste lid, onderdeel b | Thermische conversie biomassa gecombineerde opwekking ≤ 10 MW | € 7,9 per GJ | € 0 per GJ |
| artikel 72, eerste lid, onderdelen a en c | Bestaande toepassing allesvergisting en thermische conversie van biomassa uitbreiding warmte | € 5,7 per GJ | € 0 per GJ |
| artikel 72, eerste lid, onderdeel b | Bestaande toepassing vergisting en co-vergisting van dierlijke mest uitbreiding warmte | € 0 per GJ | € 0 per GJ |
| artikel 74, eerste lid | Zonthermie | € 14,2 per GJ | € 0 per GJ |
| artikel 76, eerste lid, onderdelen a en b | Verlengde levensduur allesvergisting en vergisting en co-vergisting van dierlijke mest gecombineerde opwekking | € 10,3 per GJ | € 0 per GJ |
| artikel 76, eerste lid, onderdeel c | Verlengde levensduur thermische conversie van biomassa gecombineerde opwekking | € 8,4 per GJ | € 0 per GJ |
| artikel 78, eerste lid | Verlengde levensduur biomassa warmte | € 5,7 per GJ | € 0 per GJ |
| artikel 80, eerste lid, onderdelen a en b | Biomassavergisting hernieuwbare warmte | € 9,5 per GJ | € 0 per GJ |
| artikel 80, eerste lid, onderdelen c tot en met e | Biomassavergisting hernieuwbare warmte en hernieuwbare elektriciteit | € 10,3 per GJ | € 0 per GJ |
Artikel 95
Deze regeling treedt in werking met ingang van 4 april 2013.
Artikel 96
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2013.
Bijlage 1. behorende bij artikel 2, vijfde lid, van de Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie 2013
overwegen:
Partijen komen daartoe het volgende overeen:
Artikel 1. Tijdige ingebruikname van de productie-installatie
De Ondernemer verplicht zich jegens de Staat de productie-installatie tijdig in gebruik te nemen en wel binnen de in artikel 61 van het Besluit stimulering duurzame energieproductie bedoelde periode of, indien op grond van artikel 62, derde lid, van het Besluit stimulering duurzame energieproductie een ontheffing is verleend, binnen de in de ontheffing opgenomen periode.
Artikel 2. Inhoud en omvang van de garantie
De Ondernemer verplicht zich om tot zekerheid voor de nakoming van de in artikel 1 bedoelde verplichting, alsmede de bij niet tijdige nakoming verschuldigde boetes, binnen acht weken nadat de Beschikking in werking is getreden ten behoeve van de Staat financiële zekerheid te stellen en gesteld houden voor een bedrag groot 2% van de maximale hoogte van de subsidie, bedoeld in de artikelen 16, 33 en 49 van het Besluit stimulering duurzame energieproductie, door middel van de afgifte aan de Staat van een door een binnen de Europese Unie gevestigde bank afgegeven bankgarantie welke is opgemaakt onder gebruikmaking van het model bankgarantie.
Artikel 3. Vrijval van de garantie
De verplichting de in artikel 2 bedoelde bankgarantie te blijven stellen vervalt uitsluitend door het schriftelijk bericht van de Staat aan de Bank dat de verplichting geheel of gedeeltelijk is vervallen. De Ondernemer ontvangt een kopie van het bericht van verval.
Zodra de verplichting geheel is vervallen zal de Staat de bankgarantie retourneren aan de Ondernemer.
Artikel 4. Boetes
Indien de Ondernemer de productie-installatie niet binnen de in artikel 1 bedoelde periode in gebruik heeft genomen, is de Ondernemer aan de Staat bij wijze van boete een bedrag verschuldigd groot 0,2% van het beschikte bedrag enkel door het verloop van die termijn en zonder dat enige ingebrekestelling nodig is.
Indien de Ondernemer daarna nog in gebreke blijft met het tijdig in gebruik nemen van de productie-installatie is de Ondernemer maandelijks een boete van telkens 0,2% van de maximale hoogte van de subsidie, bedoeld in de artikelen 16, 33 en 49 van het Besluit stimulering duurzame energieproductie, verschuldigd voor zover hij de productie-installatie op de eerste van elke volgende maand niet in gebruik heeft genomen.
De boetes bedoeld in het eerste en tweede lid, waarvan de som ten hoogste 2% van het beschikte bedrag bedraagt, zijn telkens verschuldigd voor het enkele verloop van de termijn en zonder dat enige ingebrekestelling nodig is.
De Ondernemer machtigt bij deze de Staat onherroepelijk tot het innen van de boetes door het inroepen van de bankgarantie voor het bedrag van de boete, telkens wanneer er een boete verschuldigd is geworden.
Artikel 5. Aanvang en einde Uitvoeringsovereenkomst
Deze Uitvoeringsovereenkomst treedt in werking door de ondertekening daarvan door de Partijen met dien verstande dat de inwerkingtreding wordt opgeschort totdat de Beschikking in werking is getreden en de Staat de Ondernemer daarvan schriftelijk bericht heeft gestuurd.
Deze Uitvoeringsovereenkomst eindigt van rechtswege door de teruggave van de bankgarantie door de Staat aan de Ondernemer.
Artikel 6. Domiciliekeuze en berichtgevingen
De Staat kiest voor uitvoering van deze Uitvoeringsovereenkomst domicilie ten kantore van Agentschap NL, agentschap van het Ministerie van Economische Zaken, Hanzelaan 310, 8017 JK Zwolle.
Onverminderd het bepaalde in het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering dienen alle mededelingen, aanzeggingen, verzoeken, toestemmingen en andere berichten uit hoofde van deze uitvoeringsovereenkomst schriftelijk te worden gedaan.
Mededelingen, aanzeggingen, verzoeken, toestemmingen en andere berichten die niet in overeenstemming met het tweede lid zijn gedaan blijven zonder rechtsgevolg.
De Staat is bevoegd eenzijdig van het bepaalde in het eerste lid af te wijken.
Artikel 7. Rechtskeuze
Op deze Uitvoeringsovereenkomst is uitsluitend Nederlands recht van toepassing.
Alle geschillen in verband met deze uitvoeringsovereenkomst of met afspraken die daarmee samenhangen zullen worden beslecht door de bevoegde rechter te Den Haag.
Artikel 8. Citeertitel
Deze Uitvoeringsovereenkomst wordt tussen partijen aangeduid als ‘Uitvoeringsovereenkomst duurzame energieproductie Staat/.....’.
Aldus overeengekomen en in tweevoud ondertekend
te .....
Ondernemer
te 's-Gravenhage op .....
De Minister van Economische Zaken
DE ONDERGETEKENDE,
....., gevestigd te ....., hierna te noemen de ‘Bank’,
IN AANMERKING NEMENDE DAT:
VERKLAART ALS VOLGT
Getekend te
op
De Bank
Bijlage 2
Bijlage 3
Bijlage 4
Bijlage 5
Bijlage 6
Bijlage 7
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)