Wet van 28 januari 2013 inzake implementatie van richtlijn nr. 2009/81/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen door aanbestedende diensten van bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten op defensie- en veiligheidsgebied, en tot wijziging van richtlijnen 2004/17/EG en 2004/18/EG (Aanbestedingswet op defensie- en veiligheidsgebied)

Type Wet
Publication 2019-04-18
State In force
Source BWB
artikelen 213
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
1.

De aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf kan de gegadigden die worden uitgenodigd tot inschrijving voor een opdracht verzoeken in hun inschrijving te vermelden of zij voornemens zijn een gedeelte van de opdracht aan derden in onderaanneming te geven.

2.

Bij een verzoek als bedoeld in het eerste lid kan een inschrijver tevens worden verzocht te vermelden:

  • a. welke onderaannemers hij wil inschakelen,
  • b. waarop de opdrachten in onderaanneming betrekking hebben waarvoor hij de onderaannemers, bedoeld onder a, wil inschakelen, of
  • c. dat hij iedere wijziging in onderaannemers zal melden die gedurende de uitvoering van de opdracht plaatsvindt.
3.

Het eerste en tweede lid zijn niet van toepassing, indien de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf artikel 2.63 toepast.

Artikel 2.63
1.

De aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf kan de gegadigden die worden uitgenodigd tot inschrijving voor een opdracht verzoeken in hun inschrijving te vermelden dat zij een percentage van de waarde van de opdracht aan derden in onderaanneming zullen uitbesteden dat niet ligt buiten een door de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf vastgesteld bereik waarvan een minimum- en maximumpercentage van de waarde van de opdracht de uitersten zijn.

2.

Het door de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf vast te stellen maximumpercentage, bedoeld in het eerste lid, bedraagt ten hoogste 30 procent.

3.

Het door de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf vast te stellen minimum- en maximumpercentage, bedoeld in het eerste lid, is proportioneel gelet op de inhoud en de waarde van de opdracht en de aard van de desbetreffende sector, met inbegrip van het mededingingspeil op de desbetreffende markt en de technische capaciteit van de industrie op dit gebied.

4.

De aanbestedende dienst die of het speciale-sectorbedrijf dat een eis als bedoeld in het eerste lid stelt, verzoekt de inschrijvers tevens om in hun inschrijving te specificeren welk deel of welke delen van de opdracht zij voornemens zijn aan derden uit te besteden als opdracht in onderaanneming binnen de percentages, bedoeld in het eerste lid.

Artikel 2.64
1.

Het is een inschrijver toegestaan in zijn inschrijving voor te stellen een deel van de totale waarde van de opdracht dat uitstijgt boven het door de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf vastgestelde maximumpercentage, bedoeld in artikel 2.63, eerste lid, aan derden in onderaanneming uit te besteden.

2.

Een aanbestedende dienst of een speciale-sectorbedrijf kan een inschrijver verzoeken het deel van de opdracht te specificeren dat boven het vastgestelde maximumpercentage, bedoeld in artikel 2.63, eerste lid, uitstijgt en, in voorkomend geval, aan te geven welke onderaannemers daarvoor reeds zijn gekozen.

Artikel 2.65
1.

Een samenwerkingsverband van ondernemingen dat gevormd is om een opdracht te verwerven, of met dit samenwerkingsverband verbonden ondernemingen, worden niet als derden als bedoeld in deze paragraaf of in afdeling 2.4.2, beschouwd.

2.

Onder verbonden onderneming in de zin van dit artikel wordt verstaan een onderneming:

  • a. waarop de inschrijver direct of indirect een overheersende invloed kan uitoefenen,
  • b. die een overheersende invloed kan uitoefenen op de inschrijver, of
  • c. die tezamen met de inschrijver onderworpen is aan de overheersende invloed van een andere onderneming uit hoofde van eigendom, financiële deelneming of op haar van toepassing zijnde voorschriften.
3.

Overheersende invloed als bedoeld in het tweede lid wordt vermoed indien een onderneming, al dan niet rechtstreeks, ten aanzien van een ander bedrijf:

  • a. de meerderheid van het geplaatste kapitaal bezit,
  • b. over de meerderheid van de stemmen beschikt die aan de door het bedrijf uitgegeven aandelen zijn verbonden of
  • c. meer dan de helft van de leden van het bestuurs-, leidinggevend of toezichthoudend orgaan van het bedrijf kan benoemen.
Artikel 2.66
1.

De aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf kan gedurende de fase van selectie of gunning van een opdracht de in een inschrijving opgenomen keuzes van onderaannemers afwijzen, mits die afwijzing is gebaseerd op selectiecriteria, technische specificaties, eisen of normen, of oplossingen die aan de uitvoering van de opdracht zijn gesteld.

2.

De aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf kan onderaannemers afwijzen die gedurende de uitvoering van een opdracht worden gekozen, mits die afwijzing is gebaseerd op selectiecriteria, technische specificaties, eisen of normen, of oplossingen die aan de uitvoering van de opdracht zijn gesteld.

3.

De aanbestedende dienst die of het speciale-sectorbedrijf dat een onderaannemer afwijst, verstrekt de inschrijver die voornemens was deze onderaannemer in te schakelen een schriftelijke motivering van die afwijzing met een opgaaf van de selectiecriteria, technische specificaties, eisen of normen, of oplossingen waaraan die onderaannemer niet voldoet.

4.

Het derde lid is van overeenkomstige toepassing op een afwijzing als bedoeld in het tweede lid.

Artikel 2.67

De aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf vermeldt in de aankondiging de eisen die hij op grond van de artikelen 2.62 tot en met 2.66 stelt.

§ 2.3.3.3. Gegevensbeveiliging

Artikel 2.68
1.

Bij een opdracht die op gerubriceerde gegevens betrekking heeft, die gerubriceerde gegevens noodzakelijk maakt, of die gerubriceerde gegevens bevat, vermeldt de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf in de aanbestedingsstukken de maatregelen en eisen die noodzakelijk zijn om het vereiste beveiligingsniveau van deze gegevens te waarborgen.

2.

De aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf kan voor het bereiken van het vereiste beveiligingsniveau van de gerubriceerde gegevens onder meer eisen dat van een inschrijving deel uitmaakt:

  • a. een verklaring van de inschrijver en van reeds bekende onderaannemers dat zij met inachtneming van op hen van toepassing zijnde wettelijke voorschriften ten aanzien van veiligheid, passende maatregelen zullen nemen ter bescherming van de vertrouwelijkheid van alle gerubriceerde gegevens die in hun bezit zijn of die hun ter kennis komen tijdens de hele looptijd van de opdracht of na het einde of de afsluiting daarvan;
  • b. een verklaring van de inschrijver dat hij zal bewerkstelligen dat hij de verklaring, bedoeld onder a, zal verkrijgen van andere onderaannemers die hij tijdens de uitvoering van de opdracht opdrachten in onderaanneming wil gunnen;
  • c. gegevens over de reeds bekende in te schakelen onderaannemers, die toereikend zijn voor de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf om te kunnen vaststellen dat elk van hen over de vereiste bekwaamheden beschikt om naar behoren de vertrouwelijkheid te beschermen van de gerubriceerde gegevens waartoe zij toegang hebben of die zij in het kader van hun onderaannemingsactiviteiten dienen te verstrekken;
  • d. een verklaring van de inschrijver om aan een eerder niet bekende onderaannemer niet eerder een opdracht in onderaanneming te gunnen dan nadat over die onderaannemer de informatie, bedoeld onder c, is verstrekt.
3.

Indien een aanbestedende dienst of een speciale-sectorbedrijf van een inschrijver een verklaring eist:

  • a. die afkomstig is van een door de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf aangewezen instantie en
  • b. waaruit blijkt dat volgens die aangewezen instantie de inschrijver voldoet aan het door die aanbestedende dienst of dat speciale-sectorbedrijf vereiste algemene beveiligingsniveau voor de uitvoering van opdrachten,

erkent die aanbestedende dienst of dat speciale-sectorbedrijf ook een daarmee gelijkwaardige verklaring van een instantie uit een ander land overeenkomstig de afspraken die daarover met dat land zijn gemaakt, onverminderd de mogelijkheid op basis van eigen onderzoek van die erkenning te kunnen afzien indien die afspraken daarin voorzien.

4.

Alvorens de verklaring, bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet veiligheidsonderzoeken, wordt afgegeven ten aanzien van de persoon die een inschrijver of onderaannemer wenst te belasten met een functie die is aangewezen als vertrouwensfunctie als bedoeld in die wet, kan in afwijking van artikel 7 van die wet het aldaar bedoelde veiligheidsonderzoek geheel of gedeeltelijk achterwege blijven indien die persoon beschikt over een verklaring uit een andere lidstaat die op een gelijkwaardig veiligheidsonderzoek berust.

§ 2.3.3.4. Bevoorradingszekerheid

Artikel 2.69
1.

De aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf specificeert in de aanbestedingstukken zijn eisen op het gebied van bevoorradingszekerheid.

2.

De aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf kan eisen dat een inschrijving op het gebied van bevoorradingszekerheid onder meer het volgende bevat:

  • a. certificering of documentatie die tot tevredenheid van de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf aantoont dat de inschrijver in staat zal zijn de uit de overeenkomst voortvloeiende verplichtingen inzake de uitvoer, overbrenging en doorvoer van goederen na te komen, waaronder aanvullende documentatie ontvangen van de betrokken lidstaat of lidstaten;
  • b. opgave van elke beperking voor de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf inzake openbaarmaking, overdracht of gebruik van de producten en diensten of van een resultaat van deze producten en diensten, als gevolg van uitvoercontrole of veiligheidsbepalingen;
  • c. certificering of documentatie die aantoont dat de organisatie en locatie van de bevoorradingsketen van de inschrijver hem in staat zullen stellen te voldoen aan de eisen van de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf op het gebied van bevoorradingszekerheid die in de aanbestedingsstukken zijn opgenomen, en een verklaring van de inschrijver er voor te zorgen dat mogelijke veranderingen in zijn bevoorradingsketen tijdens de uitvoering van de opdracht geen negatieve gevolgen voor de naleving van deze vereisten zullen hebben;
  • d. de verklaring van de inschrijver dat hij in staat is capaciteit te realiseren of te handhaven die vereist is om eventuele aanvullende behoeften van de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf als gevolg van een crisissituatie op te vangen, onder overeen te komen voorwaarden;
  • e. ondersteunende documentatie die de inschrijver heeft ontvangen van zijn nationale instanties over het kunnen vervullen van aanvullende behoeften van de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf als gevolg van een crisissituatie;
  • f. de verklaring van de inschrijver dat hij het onderhoud, de modernisering of de aanpassingen van de leveringen die het voorwerp van de opdracht uitmaken, uit zal voeren;
  • g. de verklaring van de inschrijver dat hij de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf tijdig kennis zal geven van iedere verandering in zijn organisatie, bevoorradingsketen of bedrijfsstrategie die van invloed kan zijn op zijn verplichtingen jegens de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf;
  • h. de verklaring van de inschrijver dat hij de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf onder overeen te komen voorwaarden alle specifieke middelen zal verstrekken die nodig zijn voor de vervaardiging van reserveonderdelen, componenten, assemblagedelen en speciale testapparatuur, inclusief technische tekeningen, licenties en gebruiksaanwijzingen, voor het geval dat hij deze benodigdheden niet langer kan leveren.
3.

De aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf eist niet van een inschrijver dat van zijn inschrijving onderdeel uitmaakt een verklaring van een lidstaat die de vrijheid van die lidstaat zou inperken om in overeenstemming met de desbetreffende internationale of communautaire wetgeving zijn nationale vergunningscriteria voor uitvoer, overbrenging of doorvoer toe te passen in de omstandigheden die op het moment van het verlenen van een vergunning gelden.

§ 2.3.3.5. Bijzondere voorwaarden

Artikel 2.70
1.

Een aanbestedende dienst of een speciale-sectorbedrijf kan bijzondere voorwaarden verbinden aan de uitvoering van een opdracht, mits dergelijke voorwaarden met het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie verenigbaar zijn en in de aanbestedingsstukken vermeld zijn.

2.

De voorwaarden waaronder een opdracht wordt uitgevoerd, kunnen betrekking hebben op onderaanneming of ten doel hebben de door de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf overeenkomstig de artikelen 2.68 en 2.69 vereiste beveiliging van gerubriceerde gegevens en bevoorradingszekerheid te waarborgen, dan wel met sociale of milieuoverwegingen verband houden.

Artikel 2.71
1.

In de aanbestedingsstukken kan een aanbestedende dienst of een speciale-sectorbedrijf aangeven bij welk orgaan de inschrijvers informatie kunnen verkrijgen over verplichtingen omtrent de bepalingen inzake belastingen, milieubescherming, arbeidsbescherming en arbeidsvoorwaarden die gelden in Nederland of, indien de verrichtingen buiten Nederland worden uitgevoerd, die gelden in het gebied of de plaats waar de verrichtingen worden uitgevoerd en die gedurende de uitvoering van de opdracht op die verrichtingen van toepassing zullen zijn.

2.

Een aanbestedende dienst of een speciale-sectorbedrijf verzoekt de inschrijvers aan te geven dat zij bij het opstellen van hun inschrijving rekening hebben gehouden met de verplichtingen uit hoofde van de bepalingen inzake de arbeidsbescherming en de arbeidsvoorwaarden die gelden op de plaats waar de verrichting wordt uitgevoerd.

§ 2.3.3.6. Voorbehouden opdracht

Artikel 2.72
1.

De aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf kan de deelneming aan een procedure voor de gunning van een opdracht of de uitvoering ervan voorbehouden aan sociale werkplaatsen in het kader van programma’s voor beschermde arbeid indien de meerderheid van de betrokken werknemers personen met een handicap zijn die wegens de aard of de ernst van hun handicaps geen beroepsactiviteit in normale omstandigheden kunnen uitvoeren.

2.

De aankondiging van de opdracht vermeldt een voorbehoud als bedoeld in het eerste lid.

§ 2.3.3.7. Varianten

Artikel 2.73
1.

Een aanbestedende dienst of een speciale-sectorbedrijf kan de inschrijvers toestaan varianten voor te stellen, indien hij voor de gunning het criterium van de economisch meest voordelige inschrijving hanteert.

2.

Een aanbestedende dienst of een speciale-sectorbedrijf vermeldt in de aankondiging van de opdracht of hij varianten toestaat. Een aanbestedende dienst of een speciale-sectorbedrijf staat alleen varianten toe indien hij in de aankondiging heeft vermeld dat deze zijn toegestaan.

3.

Een aanbestedende dienst die of een speciale-sectorbedrijf dat varianten toestaat, vermeldt in de aanbestedingsstukken aan welke eisen deze varianten ten minste voldoen, en hoe zij worden ingediend.

4.

Een aanbestedende dienst of een speciale-sectorbedrijf neemt uitsluitend de varianten in overweging die aan de gestelde eisen voldoen.

5.

Bij procedures voor het gunnen van opdrachten voor leveringen of opdrachten voor diensten wijst een aanbestedende dienst of een speciale-sectorbedrijf die varianten heeft toegestaan, een variant niet af uitsluitend omdat deze variant, indien deze werd gekozen, veeleer tot een opdracht voor diensten dan tot een opdracht voor leveringen, dan wel veeleer tot een opdracht voor leveringen dan tot een opdracht voor diensten zou leiden.

Afdeling 2.3.4. Eigen verklaring

Artikel 2.74
1.

Een eigen verklaring is een verklaring van een ondernemer waarin deze aangeeft of uitsluitingsgronden op hem van toepassing zijn, of hij voldoet aan de in de aankondiging of in de aanbestedingsstukken gestelde geschiktheidseisen en op welke wijze hij voldoet aan de selectiecriteria.

2.

De gegevens en inlichtingen die in een verklaring kunnen worden verlangd worden bij of krachtens algemene maatregel van bestuur vastgesteld.

Artikel 2.75
1.

De aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf verlangt van een ondernemer dat hij bij zijn verzoek tot deelneming of zijn inschrijving een eigen verklaring indient en geeft daarbij aan welke gegevens en inlichtingen in de eigen verklaring moeten worden verstrekt.

2.

De aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf verlangt niet dat een ondernemer bij zijn verzoek tot deelneming of inschrijving gegevens en inlichtingen op een andere wijze verstrekt, indien deze gegevens en inlichtingen in de eigen verklaring gevraagd kunnen worden.

3.

De aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf kan een ondernemer uitsluitend verzoeken bewijsstukken bij zijn eigen verklaring te voegen die geen betrekking hebben op gegevens en inlichtingen die in de eigen verklaring gevraagd kunnen worden, tenzij het bewijsstukken betreft die genoemd zijn in artikel 2.83, eerste lid, onder a of b.

Afdeling 2.3.5. Uitsluiting

§ 2.3.5.1. Uitsluitingsgronden

Artikel 2.76
1.

Een aanbestedende dienst of een speciale-sectorbedrijf sluit een gegadigde of inschrijver jegens wie bij een onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak een veroordeling als bedoeld in het tweede lid is uitgesproken waarvan de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf kennis heeft, uit van deelneming aan een opdracht of een aanbestedingsprocedure.

2.

Voor de toepassing van het eerste lid worden aangewezen veroordelingen ter zake van:

  • a. deelneming aan een criminele organisatie in de zin van artikel 2, eerste lid, van Gemeenschappelijk Optreden 98/733/JBZ van de Raad, (PbEG 1998, L 351);
  • b. omkoping in de zin van artikel 3 van het besluit van de Raad van 26 mei 1997 (PbEG L 195) respectievelijk artikel 2, eerste lid, van het Kaderbesluit van de Raad (PbEU 2003, L 192);
  • c. fraude in de zin van artikel 1 van de overeenkomst aangaande de bescherming van de financiële belangen van de Gemeenschap (PbEG 1995, C 316);
  • d. terroristisch misdrijf of strafbaar feit in verband met terroristische activiteiten in de zin van respectievelijk de artikelen 1 en 3 van het Kaderbesluit van de Raad inzake terrorismebestrijding (PbEG 2002, L 164), dan wel uitlokking van, medeplichtigheid aan of poging tot het plegen van een dergelijk misdrijf of strafbaar feit als bedoeld in artikel 4 van dat Kaderbesluit;
  • e. witwassen van geld en financiering van terrorisme in de zin van artikel 1 van richtlijn nr. 2005/60/EG van het Europees Parlement en de Raad van 26 oktober 2005 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme (PbEU L 309).
3.

Als veroordelingen als bedoeld in het tweede lid worden in ieder geval aangemerkt veroordelingen op grond van artikel 134a, 140, 140a, 177, 178, 225, 226, 227, 227a, 227b, 285, derde lid, of 323a, 328ter, tweede lid, 420bis, 420ter of 420quater van het Wetboek van Strafrecht of veroordelingen wegens overtreding van de in artikel 83 van het Wetboek van Strafrecht bedoelde misdrijven, indien aan het bepaalde in dat artikel is voldaan.

4.

De aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf betrekt bij de toepassing van het eerste lid uitsluitend rechterlijke uitspraken die in de vier jaar voorafgaand aan het tijdstip van het indienen van het verzoek tot deelneming of de inschrijving onherroepelijk zijn geworden.

Artikel 2.77
1.

De aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf kan een inschrijver of gegadigde uitsluiten van deelneming aan een opdracht of een aanbestedingsprocedure op de volgende gronden:

  • a. de inschrijver of gegadigde verkeert in staat van faillissement of liquidatie, diens werkzaamheden zijn gestaakt, jegens hem geldt een surseance van betaling of een (faillissements-) akkoord, of de gegadigde of inschrijver verkeert in een andere vergelijkbare toestand ingevolge een soortgelijke procedure die voorkomt in de op hem van toepassing zijnde wet- of regelgeving;
  • b. jegens de gegadigde of inschrijver is een onherroepelijk geworden rechterlijke uitspraak gedaan op grond van de op hem van toepassing zijnde wet- en regelgeving wegens overtreding van een voor hem relevante beroepsgedragsregel;
  • c. de inschrijver of gegadigde heeft in de uitoefening van zijn beroep een ernstige fout begaan die door de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf aannemelijk kan worden gemaakt;
  • d. de inschrijver of gegadigde heeft niet voldaan aan verplichtingen op grond van op hem van toepassing zijnde wettelijke bepalingen met betrekking tot betaling van sociale zekerheidspremies of belastingen;
  • e. de gegadigde of inschrijver heeft zich in ernstige mate schuldig gemaakt aan valse verklaringen bij het verstrekken van inlichtingen die door de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf van hem waren verlangd of hij heeft die inlichtingen niet verstrekt;
  • f. jegens de gegadigde of inschrijver is vastgesteld dat hij niet over de betrouwbaarheid beschikt die nodig is om risico’s voor de nationale veiligheid uit te sluiten.
2.

De aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf betrekt bij de toepassing van het eerste lid, onderdeel b, uitsluitend onherroepelijke uitspraken die in de vier jaar voorafgaand aan het tijdstip van het indienen van het verzoek tot deelneming of de inschrijving onherroepelijk zijn geworden en bij de toepassing van het eerste lid, onderdeel c, uitsluitend ernstige fouten die zich in de vier jaar voorafgaand aan het genoemde tijdstip hebben voorgedaan.

Artikel 2.78

De aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf kan afzien van toepassing van artikel 2.76 of artikel 2.77:

  • a. om dwingende redenen van algemeen belang;
  • b. indien de gegadigde of inschrijver naar het oordeel van de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf voldoende maatregelen heeft genomen om het geschonden vertrouwen te herstellen;
  • c. indien naar het oordeel van de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf uitsluiting niet proportioneel is met het oog op de tijd die is verstreken sinds de veroordeling en gelet op het voorwerp van de opdracht.

§ 2.3.5.2. Bewijsstukken uitsluitingsgronden

Artikel 2.79
1.

Een gegadigde of inschrijver kan door middel van een uittreksel uit het handelsregister, dat op het tijdstip van het indienen van het verzoek tot deelneming of de inschrijving niet ouder is dan zes maanden, aantonen dat de uitsluitingsgrond van artikel 2.77, onderdeel a, op hem niet van toepassing is.

2.

Een gegadigde of inschrijver kan door middel van een gedragsverklaring aanbesteden, die op het tijdstip van het indienen van het verzoek tot deelneming of de inschrijving niet ouder is dan twee jaar, aantonen dat de uitsluitingsgronden, bedoeld in de artikelen 2.76 en 2.77, onderdelen b en c, voor zover het een onherroepelijke veroordeling of een onherroepelijke beschikking wegens overtreding van mededingingsregels betreft, op hem niet van toepassing zijn.

3.

Een gegadigde of inschrijver kan door middel van een verklaring van de belastingdienst, die op het tijdstip van het indienen van het verzoek tot deelneming of de inschrijving, niet ouder is dan zes maanden, aantonen dat de uitsluitingsgrond, bedoeld in artikel 2.77, onderdeel d, niet op hem van toepassing is.

4.

Een aanbestedende dienst of een speciale-sectorbedrijf aan welke een gegadigde of inschrijver gegevens overlegt ten bewijze dat de uitsluitingsgronden, bedoeld in artikel 2.76 of artikel 2.77, niet op hem van toepassing zijn, aanvaardt ook gegevens en bescheiden uit een andere lidstaat die een gelijkwaardig doel dienen of waaruit blijkt dat de uitsluitingsgrond niet op hem van toepassing is.

Afdeling 2.3.6. Geschiktheidseisen en selectiecriteria

§ 2.3.6.1. Geschiktheidseisen

Artikel 2.80
1.

Een aanbestedende dienst of een speciale-sectorbedrijf kan geschiktheidseisen stellen aan gegadigden en inschrijvers.

2.

De geschiktheidseisen, bedoeld in het eerste lid, kunnen betreffen:

  • a. de financiële en economische draagkracht;
  • b. technische bekwaamheid en beroepsbekwaamheid;
  • c. beroepsbevoegdheid.
3.

Een aanbestedende dienst of een speciale-sectorbedrijf stelt bij de voorbereiding en het tot stand brengen van een overeenkomst uitsluitend eisen aan de inschrijver en de inschrijving die verband houden met en in een redelijke verhouding staan tot het voorwerp van de opdracht.

Artikel 2.81
1.

Een ondernemer kan zijn financiële en economische draagkracht in ieder geval aantonen door een of meer van de volgende middelen:

  • a. passende bankverklaringen of een bewijs van een verzekering tegen beroepsrisico’s,
  • b. overlegging van balansen of van balansuittreksels, indien de wetgeving van het land waar de ondernemer is gevestigd, de bekendmaking van balansen voorschrijft, of
  • c. een verklaring betreffende de totale omzet en de omzet van de bedrijfsactiviteit die het voorwerp van de opdracht is, over ten hoogste de laatste drie beschikbare boekjaren, afhankelijk van de oprichtingsdatum van de onderneming of van de datum waarop de ondernemer met zijn bedrijvigheid is begonnen, voor zover de betrokken omzetcijfers beschikbaar zijn.
2.

Indien de ondernemer om gegronde redenen niet in staat is de door de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf gevraagde bewijsstukken over te leggen, kan hij zijn economische en financiële draagkracht aantonen met andere bescheiden die de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf geschikt acht.

Artikel 2.82
1.

Een ondernemer kan zich voor een bepaalde opdracht beroepen op de financiële en economische draagkracht van andere natuurlijke personen of rechtspersonen, ongeacht de juridische aard van zijn banden met die natuurlijke personen of rechtspersonen. Een ondernemer toont in dat geval bij de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf aan dat hij daadwerkelijk kan beschikken over de voor de uitvoering van de opdracht noodzakelijke middelen van die natuurlijke personen of rechtspersonen.

2.

Onder de voorwaarden, genoemd in het eerste lid, kan een samenwerkingsverband van ondernemers zich beroepen op de draagkracht van de deelnemers aan het samenwerkingsverband of van andere natuurlijke personen of rechtspersonen.

Artikel 2.83
1.

Een ondernemer kan zijn technische bekwaamheid of beroepsbekwaamheid op een of meer van de volgende manieren aantonen, afhankelijk van de aard, de hoeveelheid of omvang en het doel van de werken, leveringen of diensten:

  • a. door middel van een lijst van de werken die de afgelopen vijf jaar zijn verricht, welke lijst vergezeld gaat van certificaten die bewijzen dat de belangrijkste werken naar behoren zijn uitgevoerd en waarin het bedrag van de werken, de plaats en het tijdstip waarop deze zijn uitgevoerd vermeld wordt, en waarin wordt aangegeven of de werken volgens de regels der kunst zijn uitgevoerd en tot een goed einde zijn gebracht en die in voorkomend geval door de bevoegde instantie rechtstreeks aan de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf worden toegezonden;
  • b. door middel van een lijst van de voornaamste leveringen of diensten die gedurende de afgelopen vijf jaar werden verricht, met vermelding van het bedrag en de datum en van de publiek- of privaatrechtelijke instanties waarvoor zij bestemd waren;
  • c. door middel van een opgave van de al dan niet tot de onderneming van de ondernemer behorende technici of technische organen, in het bijzonder van die welke belast zijn met de kwaliteitscontrole en, in het geval van opdrachten voor werken, van die welke de aannemer ter beschikking zullen staan om de werken uit te voeren;
  • d. door middel van een beschrijving van de technische uitrusting van de leverancier of de dienstverlener, van de maatregelen die hij treft om de kwaliteit te waarborgen en de mogelijkheden die hij biedt ten aanzien van ontwerpen en onderzoek, en van interne regels inzake intellectuele eigendom;
  • e. door middel van een controle door de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf of, in diens naam, door een bevoegd officieel orgaan van het land waar de leverancier of de dienstverlener gevestigd is, onder voorbehoud van instemming door dit orgaan, welke controle betrekking heeft op de productiecapaciteit van de leverancier of op de technische capaciteit van de dienstverlener en, zo nodig, op diens mogelijkheden inzake ontwerpen en onderzoek en de maatregelen die hij treft om de kwaliteit te waarborgen;
  • f. in het geval van opdrachten voor werken, diensten of leveringen die ook betrekking hebben op diensten of werkzaamheden voor aanbrengen en installeren, door middel van de studie- en beroepsdiploma’s van de dienstverlener of de aannemer of het kaderpersoneel van de onderneming en in het bijzonder van degenen die met de dienstverlening of de leiding van de werken zijn belast;
  • g. voor opdrachten voor werken of opdrachten voor diensten, door middel van de vermelding van de maatregelen inzake milieubeheer die de ondernemer kan toepassen voor de uitvoering van de opdracht;
  • h. door middel van een verklaring betreffende de gemiddelde jaarlijkse personeelsbezetting van de onderneming van de dienstverlener of de aannemer en de omvang van het kaderpersoneel gedurende de laatste drie jaar;
  • i. door middel van een beschrijving van de outillage, het materieel, de technische uitrusting, het personeelsbestand en de kennis of de bevoorradingsbronnen, met inbegrip van een beschrijving van de geografische ligging ervan wanneer die buiten de Europese Unie is, waarover de ondernemer zal beschikken om de opdracht uit te voeren, om een eventuele toename in de behoefte van de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf als gevolg van een crisissituatie op te vangen, of om het onderhoud, de modernisering of de aanpassingen van de leveringen die het voorwerp van de opdracht bepalen, te verzekeren;
  • j. wat de te leveren producten betreft door middel van monsters, beschrijvingen of foto’s, waarvan op verzoek van de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf de echtheid kan worden aangetoond of door middel van certificaten die door een erkende organisatie zijn afgegeven, waarin wordt verklaard dat duidelijk door referenties geïdentificeerde producten aan bepaalde specificaties of normen beantwoorden;
  • k. indien het opdrachten betreft die betrekking hebben op gerubriceerde gegevens of die dergelijke gegevens noodzakelijk maken of bevatten, door middel van bewijzen die aantonen dat de gerubriceerde gegevens met inachtneming van het door de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf vereiste beveiligingsniveau kunnen worden verwerkt, opgeslagen en verzonden.
2.

De leveringen en diensten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, worden aangetoond in het geval van leveringen of diensten voor een aanbestedende dienst of voor een speciale-sectorbedrijf, door certificaten die de bevoegde autoriteit heeft afgegeven of medeondertekend of in het geval van leveringen of diensten voor een particuliere afnemer, door certificaten van de afnemer of, bij ontstentenis daarvan, door een verklaring van de ondernemer.

3.

Indien als bewijs, bedoeld in het eerste lid, onderdeel k, van een gegadigde een verklaring als bedoeld in artikel 2.68, derde lid, onderdelen a en b, of een verklaring als bedoeld in artikel 1, onderdeel b, van de Wet veiligheidsonderzoeken, wordt geëist, kan de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf op verzoek van die gegadigde aan hem meer tijd toekennen om die verklaring te verkrijgen, indien de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf van de mogelijkheid daartoe en van de extra te verkrijgen tijd in de aankondiging van de opdracht melding heeft gemaakt.

4.

Indien van een gegadigde een verklaring als bedoeld in artikel 2.68, derde lid, onderdelen a en b, wordt geëist, is op de erkenning van een daarmee gelijkwaardige verklaring de laatste zinsnede van dat derde lid van overeenkomstige toepassing.

5.

Indien een gegadigde een persoon wenst te belasten met een functie die is aangewezen als vertrouwensfunctie als bedoeld in de Wet veiligheidsonderzoeken is artikel 2.68, vierde lid, van overeenkomstige toepassing.

Artikel 2.84
1.

Een ondernemer kan zich voor bepaalde opdrachten beroepen op de bekwaamheid van andere natuurlijke personen of rechtspersonen, ongeacht de juridische aard van zijn banden met die natuurlijke personen of rechtspersonen, mits hij aantoont dat hij kan beschikken over de voor de uitvoering van de opdracht noodzakelijke middelen.

2.

Onder de voorwaarden, genoemd in het eerste lid, kan een samenwerkingsverband van ondernemers zich beroepen op de bekwaamheid van de deelnemers aan het samenwerkingsverband of van andere natuurlijke personen of rechtspersonen.

Artikel 2.85

De aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf kan bij opdrachten voor werken, bij opdrachten voor leveringen waarvoor plaatsings- of installatiewerkzaamheden nodig zijn, en bij opdrachten voor diensten de geschiktheid van ondernemers om die diensten te verlenen of die installatiewerkzaamheden of werken uit te voeren, beoordelen op grond van met name hun praktische vaardigheden, technische kennis, efficiëntie, ervaring en betrouwbaarheid.

Artikel 2.86

Indien de ondernemer om gegronde redenen niet in staat is de door de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf gevraagde bewijsstukken over te leggen, kan hij zijn technische- en beroepsbekwaamheid aantonen met andere bescheiden die de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf geschikt acht.

Artikel 2.87
1.

Indien een aanbestedende dienst of een speciale-sectorbedrijf de overlegging verlangt van een door een onafhankelijke geaccrediteerde instantie opgestelde verklaring dat de ondernemer aan bepaalde normen van kwaliteitsmanagementsystemen voldoet, verwijst hij naar kwaliteitsmanagementsystemen die op de Europese normenreeksen op dit terrein zijn gebaseerd en die zijn gecertificeerd door onafhankelijke geaccrediteerde instanties die voldoen aan de Europese normenreeks voor certificering.

2.

Een aanbestedende dienst of een speciale-sectorbedrijf aanvaardt gelijkwaardige certificaten van in andere lidstaten van de Europese Unie gevestigde onafhankelijke geaccrediteerde instanties. Een aanbestedende dienst of een speciale-sectorbedrijf aanvaardt eveneens andere bewijzen inzake gelijkwaardige kwaliteitsmanagementsystemen.

Artikel 2.88
1.

Indien een aanbestedende dienst of een speciale-sectorbedrijf in een geval als bedoeld in artikel 2.83, eerste lid, onderdeel g, de overlegging verlangt van een door een onafhankelijk instantie opgestelde verklaring dat de ondernemer aan bepaalde normen inzake milieubeheer voldoet, verwijst hij naar het communautair milieubeheer- en milieuauditsysteem of naar normen inzake milieubeheer die gebaseerd zijn op de desbetreffende Europese of internationale normen die gecertificeerd zijn door erkende organisaties of organisaties die beantwoorden of aan de relevante Europese of internationale normen voor certificering.

2.

Een aanbestedende dienst of een speciale-sectorbedrijf aanvaardt gelijkwaardige certificaten van in andere lidstaten gevestigde instanties. Hij aanvaardt eveneens andere bewijzen inzake gelijkwaardige maatregelen op het gebied van milieubeheer.

§ 2.3.6.2. Beroepsbevoegdheid

Artikel 2.89
1.

Indien een gegadigde of inschrijver zijn beroepsactiviteit niet mag uitoefenen zonder ingeschreven te zijn in een beroeps- of handelsregister in zijn lidstaat van herkomst of vestiging, kan de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf hem verzoeken aan te tonen dat hij in het desbetreffende register is ingeschreven, of een verklaring onder ede of een attest te verstrekken.

2.

Bij procedures voor het plaatsen van opdrachten voor diensten kan een aanbestedende dienst of een speciale-sectorbedrijf, indien de gegadigden of de inschrijvers over een bijzondere vergunning dienen te beschikken of indien zij lid van een bepaalde organisatie dienen te zijn om in hun land van herkomst de betrokken dienst te kunnen verlenen, verlangen dat zij aantonen dat zij over deze vergunning beschikken, of lid van de bedoelde organisatie zijn.

§ 2.3.6.3. Selectie

Artikel 2.90
1.

De aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf kan bij toepassing van de niet-openbare procedure, de onderhandelingsprocedure met aankondiging en de concurrentiegerichte dialoog het aantal gegadigden dat hij zal uitnodigen tot inschrijving, deelneming of onderhandeling beperken met inachtneming van hetgeen in deze paragraaf is bepaald.

2.

Een beperking van het aantal gegadigden als bedoeld in het eerste lid vindt op een objectieve en niet-discriminerende wijze plaats, met behulp van in de aankondiging vermelde regels of selectiecriteria en weging.

Artikel 2.91
1.

De aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf vermeldt in de aankondiging het aantal gegadigden dat hij voornemens is ten minste en, in voorkomend geval, ten hoogste uit te nodigen.

2.

Het aantal gegadigden dat de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf voornemens is uit te nodigen bedraagt ten minste drie.

3.

Het aantal uitgenodigde gegadigden waarborgt een daadwerkelijke mededinging.

4.

De aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf nodigt een aantal gegadigden uit dat ten minste gelijk is aan het in de aankondiging genoemde minimumaantal gegadigden, indien het aantal gegadigden dat niet wordt uitgesloten en dat aan de geschiktheidseisen en selectiecriteria voldoet daarvoor voldoende is.

5.

Indien het aantal gegadigden dat niet wordt uitgesloten en dat aan de geschiktheidseisen en selectiecriteria voldoet onder het aantal ligt dat de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf in de aankondiging als minimum voor het aantal uit te nodigen gegadigden heeft vermeld, kan de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf de procedure voortzetten. In dat geval nodigt hij in afwijking van het vierde lid de gegadigde of gegadigden uit die niet worden uitgesloten en die aan de geschiktheidseisen voldoen.

Artikel 2.92
1.

Indien het aantal gegadigden dat aan de geschiktheidseisen voldoet en waarop geen uitsluitingsgrond van toepassing is te laag is om een daadwerkelijke mededinging te waarborgen, kan de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf de procedure opschorten en maakt hij in dat geval de oorspronkelijke aankondiging van de opdracht opnieuw bekend met inachtneming van artikel 2.46, tweede en derde lid.

2.

Bij de toepassing van het eerste lid bevat de aankondiging een nieuwe termijn voor de indiening van verzoeken tot deelneming.

3.

De aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf nodigt met inachtneming van paragraaf 2.3.8.1 de gegadigden uit, die na de eerste en na de tweede bekendmaking van de aankondiging zijn geselecteerd.

4.

De mogelijkheid, bedoeld in het eerste lid, laat de mogelijkheid onverlet om de lopende procedure te beëindigen en een nieuwe procedure te starten.

5.

De aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf nodigt geen ondernemers uit die niet om deelneming hebben verzocht, en evenmin ondernemers waarop een uitsluitingsgrond van toepassing is of die niet aan de geschiktheidseisen voldoen.

§ 2.3.6.4. Controle van uitsluitingsgronden, geschiktheidseisen en selectiecriteria

Artikel 2.93
1.

De aanbestedende of het speciale-sectorbedrijf kan de juistheid nagaan van een of meer gegevens of inlichtingen in de eigen verklaring van de gegadigden die hij wil uitnodigen om een inschrijving in te dienen of van de inschrijvers bij welke hij voornemens is de opdracht te plaatsen.

2.

Bij toepassing van het eerste lid kan de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf de ondernemer vragen de uit hoofde van de artikelen 2.75 en 2.79 en de artikelen 2.81 tot en met 2.88 overgelegde verklaringen en bescheiden nader toe te lichten en aan te vullen.

Afdeling 2.3.7. Mededeling van uitsluiting en afwijzing

Artikel 2.94
1.

Een aanbestedende dienst of speciale-sectorbedrijf deelt de afwijzing of uitsluiting van betrokken gegadigden en betrokken inschrijvers zo spoedig mogelijk schriftelijk mede.

2.

Op verzoek van een betrokken partij stelt een aanbestedende dienst of een speciale-sectorbedrijf iedere afgewezen gegadigde zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen vijftien dagen na ontvangst van zijn schriftelijk verzoek, in kennis van de redenen voor de afwijzing.

3.

Op verzoek van een betrokken partij stelt de aanbestedende dienst of een speciale-sectorbedrijf iedere afgewezen inschrijver zo spoedig mogelijk, doch uiterlijk binnen vijftien dagen na ontvangst van zijn schriftelijk verzoek, in kennis van de redenen voor de afwijzing, inclusief voor de gevallen, bedoeld in de artikelen 2.60 en 2.61, de redenen voor zijn beslissing dat er geen gelijkwaardigheid voorhanden is of dat de werken, leveringen of diensten niet aan de functionele en prestatie-eisen voldoen.

4.

Indien de afwijzing betrekking heeft op de gevallen bedoeld in de artikelen 2.68 en 2.69, bevat de kennisgeving, bedoeld in het derde lid, de redenen dat niet aan de vereisten op het gebied van gegevensbeveiliging en bevoorradingszekerheid is voldaan.

Artikel 2.95

De aanbestedende dienst die of het speciale-sectorbedrijf dat een mededeling als bedoeld in artikel 2.94, eerste lid, doet, verstrekt daarbij geen gegevens voor zover dat:

  • a. in strijd zou zijn met enig wettelijk voorschrift,
  • b. in strijd zou zijn met het openbare belang, in het bijzonder waar dit defensie- en veiligheidsbelangen zou kunnen schaden,
  • c. de rechtmatige commerciële belangen van ondernemers zou kunnen schaden, of
  • d. afbreuk zou kunnen doen aan de eerlijke mededinging tussen ondernemers.

Afdeling 2.3.8. Gunningsfase

§ 2.3.8.1. Uitnodiging tot inschrijving

Artikel 2.96

Bij toepassing van de niet-openbare procedure, de concurrentiegerichte dialoog of de onderhandelingsprocedure met aankondiging nodigt de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf met inachtneming van paragraaf 2.3.6.3 de niet-uitgesloten en niet-afgewezen gegadigden gelijktijdig en schriftelijk uit tot inschrijving, tot deelneming aan de dialoog of tot onderhandelingen.

Artikel 2.97
1.

De uitnodiging aan de gegadigden, bedoeld in artikel 2.96, bevat een exemplaar van de aanbestedingsstukken, of indien de aanbestedingstukken overeenkomstig artikel 2.55 langs elektronische weg beschikbaar zijn gesteld, vermeldt de wijze van toegang tot de aanbestedingsstukken.

2.

De uitnodiging, bedoeld in het eerste lid, bevat tevens:

  • a. een verwijzing naar de bekendgemaakte aankondiging van de opdracht,
  • b. de uiterste datum voor het indienen van de inschrijvingen, het adres waar deze kunnen worden ingediend en de taal of talen waarin zij dienen te worden gesteld,
  • c. indien de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf de concurrentiegerichte dialoog toepast, de aanvangsdatum en het adres van de raadpleging, alsook de daarbij gebruikte taal of talen,
  • d. opgave van de stukken die met inachtneming van artikel 2.93 eventueel worden bijgevoegd, hetzij ter staving van een door de gegadigde verstrekte verklaring, hetzij ter aanvulling van de inlichtingen, bedoeld in artikel 2.37, en zulks onder dezelfde voorwaarden als gesteld in de artikelen 2.81 tot en met 2.88, en
  • e. het relatieve gewicht van de gunningscriteria van de opdracht of de afnemende volgorde van belangrijkheid van de criteria, indien dat gewicht of die volgorde niet in de aankondiging van de opdracht of de aanbestedingsstukken zijn vermeld.

§ 2.3.8.2. Inschrijving

Artikel 2.98
1.

De inschrijving geschiedt schriftelijk.

2.

De aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf bepaalt de wijze van het indienen van de inschrijving.

Artikel 2.99

De aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf neemt geen kennis van de inhoud van de inschrijving voordat de uiterste termijn voor het indienen is verstreken.

Artikel 2.100
1.

In geval van een storing van het elektronische systeem door middel waarvan de inschrijving ingediend moet worden, waardoor het indienen van de inschrijving kort voor het verstrijken van de uiterste termijn niet mogelijk is, kan de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf deze termijn na afloop van de uiterste termijn verlengen, mits hij nog geen kennis heeft genomen van de inhoud van enige inschrijving.

2.

Alle niet-afgewezen gegadigden en inschrijvers worden door de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf in kennis gesteld van de verlenging, bedoeld in het eerste lid, en krijgen de gelegenheid om hun inschrijving binnen de verlenging te wijzigen of aan te vullen.

§ 2.3.8.3. Dialoog

Artikel 2.101
1.

Bij toepassing van de concurrentiegerichte dialoog geschiedt de gunning van de opdracht op basis van het criterium van de economisch meest voordelige inschrijving.

2.

Een aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf vermeldt in de aankondiging van de opdracht de behoeften en eisen die door hem in die aankondiging of het beschrijvend document worden omschreven.

3.

Een aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf opent met de overeenkomstig paragraaf 2.3.6.3 geselecteerde gegadigden een dialoog om te bepalen welke middelen geschikt zijn om zo goed mogelijk aan zijn behoeften te voldoen.

4.

Tijdens de dialoog kan de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf met de geselecteerde gegadigden alle aspecten van de opdracht bespreken.

5.

De aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf waarborgt tijdens de dialoog de gelijke behandeling van alle inschrijvers en verstrekt geen informatie die een of meer inschrijvers kan bevoordelen boven andere.

6.

De aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf deelt de voorgestelde oplossingen of andere door een deelnemer aan de dialoog verstrekte vertrouwelijke inlichtingen niet aan de andere deelnemers mee zonder de instemming van de desbetreffende deelnemer.

Artikel 2.102
1.

Een aanbestedende dienst of een speciale-sectorbedrijf kan bepalen dat de procedure van de concurrentiegerichte dialoog in opeenvolgende fasen verloopt, zodat het aantal in de dialoogfase te bespreken oplossingen kan worden beperkt door middel van de gunningscriteria die in de aankondiging van de opdracht of in de aanbestedingsstukken zijn vermeld.

2.

De aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf draagt er zorg voor dat in de slotfase het aantal oplossingen zodanig is dat daadwerkelijke mededinging kan worden gegarandeerd, voor zover er een voldoende aantal geschikte oplossingen of gegadigden is.

3.

Het eerste lid vindt slechts toepassing indien de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf de mogelijkheid in de aankondiging van de opdracht of in de aanbestedingsstukken heeft vermeld.

4.

Een aanbestedende dienst of een speciale-sectorbedrijf zet de dialoog voort totdat hij, zo nodig na vergelijking, kan aangeven welke oplossingen aan zijn behoeften kunnen voldoen.

5.

Nadat een aanbestedende dienst of een speciale-sectorbedrijf de dialoog heeft beëindigd en de deelnemers daarvan op de hoogte heeft gesteld, verzoekt hij de deelnemers om hun definitieve inschrijvingen in te dienen op basis van de tijdens de dialoog voorgelegde en gespecificeerde oplossingen.

6.

De uitnodiging tot het indienen van een inschrijving bevat de uiterste datum voor het indienen van de inschrijvingen, het adres waar deze kunnen worden ingediend en de taal of talen waarin zij dienen te worden gesteld.

7.

De inschrijver voorziet er in dat de inschrijving, bedoeld in het vijfde lid, alle vereiste en noodzakelijke elementen voor de uitvoering van het project bevat.

8.

Een aanbestedende dienst of een speciale-sectorbedrijf kan een inschrijver verzoeken om de inschrijving toe te lichten of nauwkeuriger te omschrijven.

9.

Indien een verzoek als bedoeld in het achtste lid wordt gedaan wijzigt de inschrijver de basiselementen van de inschrijving of de aanbesteding niet wezenlijk.

Artikel 2.103
1.

Een aanbestedende dienst of een speciale-sectorbedrijf beoordeelt de ontvangen inschrijvingen op basis van de in de aankondiging van de opdracht of in de aanbestedingsstukken bepaalde gunningscriteria en kiest de economisch voordeligste inschrijving overeenkomstig artikel 2.106.

2.

Een aanbestedende dienst of een speciale-sectorbedrijf kan de inschrijver waarvan de inschrijving is aangewezen als de economisch meest voordelige inschrijving, verzoeken aspecten van zijn inschrijving te verduidelijken of in de inschrijving opgenomen verbintenissen te bevestigen, mits dit de inhoudelijke aspecten van de inschrijving of van de uitnodiging tot inschrijving ongewijzigd laat en niet leidt of dreigt te leiden tot concurrentievervalsing of discriminatie.

3.

Een aanbestedende dienst of een speciale-sectorbedrijf kan voorzien in prijzen of betalingen aan de deelnemers aan de dialoog.

§ 2.3.8.4. Gunningscriteria

Artikel 2.104

De aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf toetst de inschrijvingen aan de door hem in de aankondiging of de aanbestedingsstukken gestelde normen, functionele eisen en eisen aan de prestatie.

Artikel 2.105

De aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf gunt een opdracht op grond van een van de volgende gunningscriteria:

  • a. de naar het oordeel van de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf economisch meest voordelige inschrijving;
  • b. de laagste prijs.
Artikel 2.106
1.

De aanbestedende dienst die of het speciale-sectorbedrijf dat het criterium «economisch meest voordelige inschrijving» toepast, maakt in de aankondiging van de opdracht bekend welke nadere criteria hij stelt met het oog op de toepassing van dit criterium.

2.

De in het eerste lid bedoelde nadere criteria kunnen onder meer betreffen:

  • a. kwaliteit;
  • b. prijs;
  • c. technische waarde;
  • d. functionele kenmerken;
  • e. milieukenmerken;
  • f. gebruikskosten;
  • g. rentabiliteit;
  • h. klantenservice en technische bijstand;
  • i. datum van levering;
  • j. termijn voor de levering of uitvoering;
  • k. kosten tijdens de levensduur;
  • l. de bevoorradingszekerheid;
  • m. de interoperabiliteit;
  • n. de operationele kenmerken.
3.

De aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf specificeert in de aankondiging van de opdracht of in de aanbestedingsstukken het relatieve gewicht van elk van de door hem gekozen criteria voor de bepaling van de economisch meest voordelige inschrijving. Dit gewicht kan worden uitgedrukt door middel van een marge met een passend verschil tussen minimum en maximum.

4.

Indien naar het oordeel van de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf om aantoonbare redenen geen weging mogelijk is, vermeldt de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf in de aankondiging van de opdracht of in de aanbestedingsstukken dan wel, bij de concurrentiegerichte dialoog, in het beschrijvend document, de criteria in afnemende volgorde van belang.

§ 2.3.8.5. Abnormaal lage inschrijvingen

Artikel 2.107
1.

Indien een inschrijving voor een opdracht wordt gedaan die in verhouding tot de te verrichten werken, leveringen of diensten abnormaal laag lijkt, verzoekt de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf, voordat hij deze inschrijving afwijst, schriftelijk om de door hem noodzakelijk geachte verduidelijkingen over de samenstelling van de desbetreffende inschrijving.

2.

De verduidelijkingen, bedoeld in het eerste lid, kunnen onder meer verband houden met:

  • a. de doelmatigheid van het bouwproces, van het productieproces van de producten of van de dienstverlening;
  • b. de gekozen technische oplossingen of uitzonderlijk gunstige omstandigheden waarvan de inschrijver bij de uitvoering van de werken, de levering van de producten of het verlenen van de diensten kan profiteren;
  • c. de originaliteit van het ontwerp van de inschrijver;
  • d. de naleving van de bepalingen inzake arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden die gelden op de plaats waar de opdracht wordt uitgevoerd;
  • e. de ontvangst van staatssteun door de inschrijver.
3.

De aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf onderzoekt in overleg met de inschrijver de samenstelling van de desbetreffende inschrijving aan de hand van de ontvangen toelichting.

4.

Een aanbestedende dienst of een speciale-sectorbedrijf die constateert dat een inschrijving abnormaal laag is omdat de inschrijver staatssteun heeft gekregen, kan de inschrijving uitsluitend op enkel die grond afwijzen, indien de inschrijver desgevraagd niet binnen een door de aanbestedende dienst of een speciale-sectorbedrijf bepaalde voldoende lange termijn kan aantonen dat de betrokken steun niet in strijd met de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie is toegekend.

5.

Indien de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf in een geval als bedoeld in het vierde lid een inschrijving afwijst, stelt hij de Europese Commissie daarvan in kennis.

§ 2.3.8.6. Elektronische veiling

Artikel 2.108
1.

De aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf kan bij de niet-openbare procedure en de onderhandelingsprocedure met aankondiging de gunningsbeslissing vooraf laten gaan door een elektronische veiling, indien:

  • a. hij dit heeft gemeld in de aankondiging,
  • b. hij in de aanbestedingsstukken de informatie heeft opgenomen met betrekking tot de elektronische veiling, en
  • c. nauwkeurige specificaties voor de opdracht kunnen worden opgesteld.
2.

Het eerste lid is niet van toepassing voor de aanbesteding van werken of diensten voor intellectuele prestaties.

3.

De aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf maakt geen misbruik van de methode van elektronische veiling, noch gebruikt hij de methode om concurrentie te beletten, te beperken of vervalsen of om wezenlijke wijzigingen aan te brengen in het voorwerp van de opdracht zoals omschreven in de aankondiging en vastgelegd in de aanbestedingsstukken.

Artikel 2.109

In het kader van een raamovereenkomst die met meerdere ondernemers is gesloten als bedoeld in artikel 2.132, tweede lid, onderdeel b, onder 2, kan een aanbestedende dienst of een speciale-sectorbedrijf de gunning van de opdracht vooraf laten gaan door een elektronische veiling, indien nauwkeurige specificaties voor de opdracht kunnen worden opgesteld.

Artikel 2.110

De aanbestedingsstukken over een elektronische veiling bevatten in ieder geval de volgende informatie:

  • a. de elementen waarvan de waarden vallen onder de elektronische veiling, voor zover deze elementen kwantificeerbaar zijn zodat ze kunnen worden uitgedrukt in cijfers of procenten;
  • b. de eventuele limieten van de waarden die kunnen worden ingediend, zoals zij voortvloeien uit de specificaties van het voorwerp van de opdracht;
  • c. de informatie die tijdens de elektronische veiling ter beschikking van de inschrijvers zal worden gesteld en het tijdstip waarop die informatie ter beschikking zal worden gesteld;
  • d. relevante informatie betreffende het verloop van de elektronische veiling;
  • e. de voorwaarden waaronder de inschrijvers een bod kunnen doen en met name de vereiste minimumverschillen die voor de biedingen vereist zijn;
  • f. relevante informatie betreffende het gebruikte elektronische systeem en de nadere technische bepalingen en specificaties voor de verbinding.
Artikel 2.111

Alvorens over te gaan tot de elektronische veiling, verricht een aanbestedende dienst of een speciale-sectorbedrijf een eerste, volledige beoordeling van de inschrijvingen aan de hand van de vastgestelde gunningscriteria en de vastgestelde weging daarvan.

Artikel 2.112
1.

Een aanbestedende dienst of een speciale-sectorbedrijf waarborgt dat alle inschrijvers die een aan de functionele en prestatie-eisen beantwoordende inschrijving hebben gedaan, tegelijkertijd langs elektronische weg worden uitgenodigd om nieuwe prijzen of nieuwe waarden in te dienen.

2.

Een aanbestedende dienst of een speciale-sectorbedrijf waarborgt dat het verzoek, bedoeld in het eerste lid, alle relevante informatie bevat voor de individuele verbinding met het gebruikte elektronische systeem en de datum en het aanvangsuur van de elektronische veiling preciseert.

Artikel 2.113

Een aanbestedende dienst of een speciale-sectorbedrijf kan de elektronische veiling in verschillende fasen laten verlopen.

Artikel 2.114
1.

Een aanbestedende dienst of een speciale-sectorbedrijf verstuurt de uitnodigingen voor een elektronische veiling uiterlijk twee werkdagen voor de aanvang van de veiling.

2.

Een aanbestedende dienst die of een speciale-sectorbedrijf dat voor de gunning het criterium van de economisch meest voordelige inschrijving hanteert, voegt bij de uitnodiging:

  • a. het resultaat van de volledige beoordeling van de inschrijving van de betrokken inschrijver, en
  • b. de wiskundige formule die tijdens de elektronische veiling de automatische herklasseringen naar gelang van de ingediende nieuwe prijzen of nieuwe waarden zal bepalen.
3.

In de formule, bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, verwerkt de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf het gewicht dat aan alle vastgestelde criteria wordt toegekend om de economisch meest voordelige inschrijving te bepalen. Eventuele marges worden daartoe door de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf vooraf in een bepaalde waarde uitgedrukt.

4.

Een aanbestedende dienst of een speciale-sectorbedrijf die varianten toestaat, verstrekt voor iedere variant de afzonderlijke formule.

Artikel 2.115
1.

Tijdens alle fasen van de elektronische veiling deelt de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf onverwijld aan alle inschrijvers in ieder geval de informatie mee die hen de mogelijkheid biedt op elk moment hun respectieve klassering te kennen. Indien dat in de aanbestedingsstukken vermeld is, kan de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf ook andere informatie betreffende andere ingediende prijzen of waarden meedelen.

2.

Een aanbestedende dienst of een speciale-sectorbedrijf kan tevens op ieder ogenblik aan de inschrijvers meedelen hoeveel inschrijvers aan de fase van de veiling deelnemen.

3.

Een aanbestedende dienst of een speciale-sectorbedrijf deelt tijdens het verloop van de elektronische veiling in geen geval de identiteit van de inschrijvers mee.

Artikel 2.116
1.

Een aanbestedende dienst of een speciale-sectorbedrijf sluit de elektronische veiling op een of meer van de onderstaande wijzen af:

  • a. hij kan in de uitnodiging om deel te nemen aan de veiling een vooraf vastgestelde datum en een vooraf vastgesteld tijdstip voor de sluiting aangeven;
  • b. hij kan de veiling afsluiten indien hij geen nieuwe prijzen of waarden meer ontvangt die beantwoorden aan de vereisten betreffende de minimumverschillen, indien hij in de uitnodiging om deel te nemen aan de veiling de termijn vermeldt die hij na ontvangst van de laatste aanbieding in acht zal nemen alvorens de veiling te sluiten;
  • c. hij kan de veiling afsluiten indien alle fasen van de veiling die in de uitnodiging om deel te nemen aan de veiling zijn vermeld, afgehandeld zijn.
2.

Een aanbestedende dienst die of een speciale-sectorbedrijf dat besloten heeft om de elektronische veiling overeenkomstig het eerste lid, onderdeel c, af te sluiten in combinatie met de toepassing van het eerste lid, onderdeel b, vermeldt in de uitnodiging om deel te nemen aan de veiling het tijdschema voor elk van de fasen van de veiling.

3.

Na de sluiting van de elektronische veiling gunt een aanbestedende dienst of een speciale-sectorbedrijf de opdracht overeenkomstig artikel 2.105 op basis van de resultaten van de elektronische veiling.

§ 2.3.8.7. Onderhandelingen

Artikel 2.117
1.

Bij toepassing van de onderhandelingsprocedure met aankondiging onderhandelt de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf met de inschrijvers over de door hen ingediende inschrijvingen, teneinde deze aan te passen aan de eisen die de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf in de aankondiging van de opdracht, de aanbestedingsstukken en de eventuele aanvullende documenten heeft gesteld en teneinde het beste bod voor de gunning van de opdracht te zoeken.

2.

De aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf waarborgt tijdens de onderhandelingen de gelijke behandeling van alle inschrijvers en verstrekt geen informatie die een of meer inschrijvers kan bevoordelen boven andere.

3.

Een aanbestedende dienst of een speciale-sectorbedrijf kan bepalen dat de procedure van gunning door onderhandelingen in opeenvolgende fasen verloopt, zodat het aantal inschrijvingen waarover onderhandeld wordt, door toepassing van de gunningscriteria die in de aankondiging van de opdracht of in de aanbestedingsstukken zijn vermeld, verminderd wordt.

4.

Het derde lid vindt slechts toepassing indien de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf deze mogelijkheid heeft vermeld in de aankondiging van de opdracht of in de aanbestedingsstukken.

5.

De aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf draagt er zorg voor dat in de slotfase het aantal oplossingen zodanig is dat daadwerkelijke mededinging kan worden gegarandeerd, voor zover er een voldoende aantal geschikte oplossingen of gegadigden is.

§ 2.3.8.8. Gunningsbeslissing

Artikel 2.118
1.

Een aanbestedende dienst of een speciale-sectorbedrijf neemt een opschortende termijn in acht voordat hij de met de gunningsbeslissing beoogde overeenkomst sluit.

2.

De opschortende termijn, bedoeld in het eerste lid, vangt aan op de dag na de datum waarop de mededeling van de gunningsbeslissing is verzonden aan de betrokken inschrijvers en betrokken gegadigden.

3.

De opschortende termijn, bedoeld in het eerste lid, bedraagt ten minste vijftien kalenderdagen.

4.

Een aanbestedende dienst of een speciale-sectorbedrijf behoeft geen toepassing te geven aan het eerste lid indien:

  • a. deze wet geen bekendmaking van de aankondiging van de opdracht door middel van het elektronisch systeem voor aanbestedingen vereist;
  • b. de enige betrokken inschrijver degene is aan wie de opdracht wordt gegund en er geen betrokken gegadigden zijn;
  • c. het gaat om opdrachten op grond van een raamovereenkomst.
Artikel 2.119
1.

Een betrokken inschrijver als bedoeld in 2 118, tweede lid, is iedere inschrijver die niet definitief is uitgesloten. De uitsluiting is definitief wanneer de betrokken inschrijvers daarvan in kennis zijn gesteld en wanneer de uitsluiting rechtmatig is bevonden door een rechter, dan wel er niet langer een rechtsmiddel kan worden aangewend tegen de uitsluiting.

2.

Een betrokken gegadigde als bedoeld in 2 118, tweede lid, is iedere gegadigde aan wie de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf geen informatie over de afwijzing van hun verzoek tot deelneming ter beschikking heeft gesteld voordat de betrokken inschrijvers in kennis werden gesteld van de gunningsbeslissing.

Artikel 2.120

De mededeling van de gunningsbeslissing van een aanbestedende dienst of een speciale-sectorbedrijf houdt geen aanvaarding in als bedoeld in artikel 217, eerste lid, van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek van een aanbod van een ondernemer.

Artikel 2.121
1.

De mededeling van de gunningsbeslissing aan iedere betrokken inschrijver of betrokken gegadigde bevat de relevante redenen voor die beslissing, alsmede een nauwkeurige omschrijving van de opschortende termijn, bedoeld in artikel 2.118, eerste lid, die van toepassing is.

2.

Voor de toepassing van het eerste lid wordt onder relevante redenen in ieder geval verstaan de kenmerken en voordelen van de uitgekozen inschrijving alsmede de naam van de begunstigde of de partijen bij de raamovereenkomst.

3.

De mededeling, bedoeld in het eerste lid, wordt in ieder geval elektronisch of per fax verzonden.

Artikel 2.122

Indien gedurende de opschortende termijn, bedoeld in artikel 2.118, eerste lid, een onmiddellijke voorziening bij voorraad wordt verzocht met betrekking tot de desbetreffende gunningsbeslissing, sluit de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf de met die beslissing beoogde overeenkomst niet eerder dan nadat de rechter dan wel het scheidsgerecht een beslissing heeft genomen over het verzoek tot voorlopige maatregelen en de opschortende termijn is verstreken.

§ 2.3.8.9. Verslaglegging en bekendmaking

Artikel 2.123

De aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf stelt over de gunning van een opdracht een proces-verbaal op dat, indien van toepassing, in ieder geval de volgende gegevens bevat:

  • a. naam en adres van de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf;
  • b. voorwerp en waarde van de opdracht;
  • c. namen van de uitgekozen gegadigden met motivering van die keuze;
  • d. de namen van de uitgesloten en afgewezen gegadigden met motivering van die uitsluiting of afwijzing;
  • e. de namen van de afgewezen inschrijvers met motivering van die afwijzing;
  • f. de redenen voor de afwijzing van inschrijvingen;

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)