Wet van 28 januari 2013 inzake implementatie van richtlijn nr. 2009/81/EG van het Europees Parlement en de Raad van 13 juli 2009 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen door aanbestedende diensten van bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten op defensie- en veiligheidsgebied, en tot wijziging van richtlijnen 2004/17/EG en 2004/18/EG (Aanbestedingswet op defensie- en veiligheidsgebied)

Type Wet
Publication 2019-04-18
State In force
Source BWB
artikelen 213
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
  • g. de naam van de uitgekozen inschrijver en motivering voor die keuze en, indien bekend het gedeelte van de opdracht dat de uitgekozen inschrijver voornemens of verplicht is aan derden in onderaanneming te geven;
  • h. de gevolgde aanbestedingsprocedure;
  • i. in geval van de procedure van de concurrentie gerichte dialoog, de omstandigheden, bedoeld in artikel 2.21 die de toepassing van deze procedure rechtvaardigen;
  • j. in geval van de onderhandelingsprocedure zonder aankondiging, de in paragraaf 2.2.2.2 genoemde omstandigheden die de toepassing van de procedure rechtvaardigen en, indien van toepassing een motivering voor de overschrijding:
  • k. in geval van uitzonderlijke omstandigheden als bedoeld in artikel 2.129, derde lid, een motivering voor een langere looptijd van een raamovereenkomst dan zeven jaar;
  • l. in voorkomend geval de redenen waarom de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf besloten heeft een opdracht niet te gunnen.
Artikel 2.124

Een aanbestedende dienst of een speciale-sectorbedrijf zendt het proces-verbaal, bedoeld in artikel 2.123, op haar verzoek aan de Europese Commissie.

Artikel 2.125
1.

De aanbestedende dienst die of het speciale-sectorbedrijf dat een opdracht heeft gegund maakt de aankondiging van de gegunde opdracht bekend met behulp van het elektronisch systeem voor aanbestedingen binnen 48 dagen na de gunning van die opdracht.

2.

De aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf gebruikt voor de mededeling van het resultaat van de procedure het daartoe door middel van het elektronisch systeem voor aanbestedingen beschikbaar gestelde formulier.

Artikel 2.126

Artikel 2.125 is niet van toepassing op opdrachten die op basis van een overeenkomstig afdeling 2.4.1 gesloten raamovereenkomst gegund worden.

Artikel 2.127

De aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf maakt bepaalde gegevens betreffende de gunning van een opdracht niet bekend, indien openbaarmaking van die gegevens:

  • a. in strijd zou zijn met enig wettelijk voorschrift;
  • b. in strijd zou zijn met het openbaar belang, in het bijzonder waar dit defensie- en veiligheidsbelangen zou kunnen schaden;
  • c. de rechtmatige commerciële belangen van ondernemers zou kunnen schaden;
  • d. afbreuk zou kunnen doen aan de eerlijke mededinging tussen ondernemers.

Hoofdstuk 2.4. Voorschriften voor de bijzondere procedures

Afdeling 2.4.1. Bijzondere voorschriften bij het plaatsen van een opdracht via een raamovereenkomst

Artikel 2.128

Een aanbestedende dienst die of een speciale-sectorbedrijf dat een raamovereenkomst sluit na toepassing van een procedure als bedoeld in de afdelingen 2.2.1 of 2.2.2, kan op basis van die raamovereenkomst opdrachten plaatsen overeenkomstig de procedures, bedoeld in artikel 2.131 of artikel 2.132.

Artikel 2.129
1.

De procedures, bedoeld in de artikelen 2.131 en 2.132, kunnen uitsluitend worden toegepast tussen een aanbestedende dienst of een speciale-sectorbedrijf en de ondernemers die oorspronkelijk bij de raamovereenkomst partij zijn.

2.

Bij de plaatsing van opdrachten die op een raamovereenkomst zijn gebaseerd, mogen de partijen geen substantiële wijzigingen aanbrengen in de in de raamovereenkomst gestelde voorwaarden.

3.

De looptijd van een raamovereenkomst is niet langer dan zeven jaar, behalve in uitzonderingsgevallen voor het bepalen waarvan rekening wordt gehouden met de verwachte levensduur van geleverde objecten, installaties of systemen, en met de technische moeilijkheden die een verandering van leverancier kunnen veroorzaken.

Artikel 2.130

Een aanbestedende dienst of een speciale-sectorbedrijf gebruikt een raamovereenkomst niet om de mededinging te hinderen, te beperken of te vervalsen en maakt geen oneigenlijk gebruik van een raamovereenkomst.

Artikel 2.131
1.

Indien een raamovereenkomst is gesloten met een enkele ondernemer worden de op die raamovereenkomst gebaseerde opdrachten gegund volgens de in de raamovereenkomst gestelde voorwaarden.

2.

Opdrachten op basis van raamovereenkomsten met een enkele ondernemer kunnen worden gegund door die ondernemer schriftelijk te raadplegen en hem indien nodig te verzoeken zijn inschrijvingen aan te vullen.

Artikel 2.132
1.

Als een raamovereenkomst wordt gesloten met meerdere ondernemers, wordt deze raamovereenkomst met ten minste drie ondernemers gesloten, mits het aantal ondernemers dat aan de selectiecriteria voldoet, of het aantal inschrijvingen dat aan de gunningscriteria voldoet, voldoende groot is.

2.

Opdrachten op basis van raamovereenkomsten met meerdere ondernemers kunnen worden gegund:

  • a. door toepassing van de in de raamovereenkomst bepaalde voorwaarden, zonder de partijen opnieuw tot mededinging op te roepen, of
  • b. indien niet alle voorwaarden in de raamovereenkomst zijn bepaald, door de partijen opnieuw tot mededinging op te roepen onder de in de raamovereenkomst of in de aanbestedingsstukken van de raamovereenkomst bepaalde voorwaarden, volgens de onderstaande procedure:
  • 1°. voor een te gunnen opdracht raadpleegt de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf schriftelijk de ondernemers die in staat zijn de opdracht uit te voeren,
  • 2°. de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf stelt een voldoende lange termijn vast voor het indienen van inschrijvingen voor een specifieke opdracht, waarbij hij rekening houdt met elementen zoals de complexiteit van het voorwerp van de opdracht en de benodigde tijd voor de toezending van de inschrijvingen,
  • 3°. de inschrijvingen worden schriftelijk ingediend en de inhoud ervan blijft vertrouwelijk totdat de vastgestelde indieningstermijn is verstreken,
  • 4°. de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf gunt een opdracht aan de inschrijver die op grond van de in de aanbestedingsstukken van de raamovereenkomst vastgestelde gunningscriteria de beste inschrijving heeft ingediend.

Afdeling 2.4.2. Bijzondere voorschriften bij het plaatsen van een opdracht in onderaanneming

§ 2.4.2.1. Algemene bepalingen en toepasselijkheid

Artikel 2.133
1.

De aanbestedende dienst die of het speciale-sectorbedrijf dat als resultaat van een gunning met een inschrijver een overeenkomst sluit, belemmert die inschrijver bij het plaatsen van opdrachten in onderaanneming niet zijn onderaannemers vrij te kiezen en stelt in het bijzonder geen vereisten waardoor de inschrijver bij het plaatsen van opdrachten mogelijke onderaannemers op grond van nationaliteit discrimineert.

2.

Indien op het plaatsen van een opdracht in onderaanneming de paragrafen 2.4.2.2 tot en met 2.4.2.4 van toepassing zijn, is het eerste lid van toepassing voor zover deze paragrafen zich daar niet tegen verzetten.

Artikel 2.134
1.

De aanbestedende dienst die of het speciale-sectorbedrijf dat als resultaat van een gunning een overeenkomst sluit met een inschrijver die op grond van artikel 2.62, eerste lid, zijn voornemens tot het plaatsen van opdrachten in onderaanneming in de inschrijving heeft vermeld, kan hem in die overeenkomst verplichten alle of delen van die voornemens met inachtneming van de paragrafen 2.4.2.2 tot en met 2.4.2.4 uit te voeren.

2.

De aanbestedende dienst die of het speciale-sectorbedrijf dat als resultaat van een gunning een overeenkomst sluit met een inschrijver die op grond van artikel 2.63, eerste lid, zijn voornemens tot het plaatsen van opdrachten in onderaanneming in de inschrijving heeft vermeld, verplicht hem in die overeenkomst zijn voornemens met inachtneming van de paragrafen 2.4.2.2 tot en met 2.4.2.4 uit te voeren voor het in die inschrijving genoemde percentage van de waarde van de opdracht met een maximum gelijk aan het maximumpercentage, bedoeld in artikel 2.63, eerste lid.

3.

De aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf kan een inschrijver als bedoeld in het tweede lid, die op grond van artikel 2.64 tevens zijn voornemens tot het plaatsen van opdrachten in onderaanneming boven het vastgestelde maximumpercentage, bedoeld in artikel 2.63, eerste lid, in zijn inschrijving heeft vermeld, in de overeenkomst die als resultaat van de gunning met hem wordt gesloten tevens verplichten alle of delen van de voornemens die boven dat percentage uitstijgen met inachtneming van de paragrafen 2.4.2.2 tot en met 2.4.2.4 uit te voeren.

4.

De aanbestedende dienst die of het speciale-sectorbedrijf dat uitvoering wenst te geven aan het eerste of derde lid, vermeldt in de aankondiging van de opdracht zijn voornemens daartoe.

5.

Een aanbestedende dienst die of een speciale-sectorbedrijf dat als resultaat van de gunning een overeenkomst sluit met een inschrijver waarin die wordt verplicht zijn voornemens tot het plaatsen van opdrachten in onderaanneming met inachtneming van de paragrafen 2.4.2.2 tot en met 2.4.2.4 uit te voeren, waarborgt dat die inschrijver de in deze paragrafen gestelde eisen bij het plaatsen van die opdrachten in acht neemt.

Artikel 2.135
1.

Een inschrijver met wie een aanbestedende dienst of een speciale-sectorbedrijf als resultaat van een gunning een overeenkomst sluit, is anders dan op grond van artikel 2.134 niet verplicht de paragrafen 2.4.2.2 tot en met 2.4.2.4 in acht te nemen bij de uitvoering van zijn voornemens tot het plaatsen van opdrachten in onderaanneming.

2.

Indien de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf als resultaat van een gunningsbeslissing een overeenkomst sluit met een inschrijver die zelf een aanbestedende dienst of een speciale-sectorbedrijf is, is deze afdeling niet van toepassing op het plaatsen van opdrachten in onderaanneming door die inschrijver. Op die opdrachten zijn de delen 1 en 2 van deze wet van toepassing.

§ 2.4.2.2. Aankondiging

Artikel 2.136
1.

De inschrijver met wie als resultaat van een gunningsbeslissing een overeenkomst is gesloten en die voornemens is een opdracht in onderaanneming te gunnen, maakt hiertoe een aankondiging bekend, indien de geraamde waarde van die opdracht ten minste gelijk is aan het drempelbedrag, bedoeld in artikel 2.3, dat op die opdracht van toepassing is.

2.

Afdeling 2.1.2 is van overeenkomstige toepassing op het berekenen van de geraamde waarde van een opdracht in onderaanneming.

3.

Het eerste lid is niet van toepassing indien de inschrijver voornemens is de onderhandelingsprocedure zonder aankondiging toe te passen.

Artikel 2.137
1.

Een aankondiging van een opdracht in onderaanneming als bedoeld in artikel 2.136, eerste lid, bevat de informatie, bedoeld in bijlage V van richtlijn nr. 2009/81/EG en, indien nodig met goedkeuring van de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf, alle andere informatie die de inschrijver nuttig acht.

2.

Een aankondiging van een opdracht in onderaanneming wordt opgesteld door middel van het formulier dat door de Europese Commissie overeenkomstig de in artikel 67, tweede lid, van richtlijn nr. 2009/81/EG bedoelde procedure is vastgesteld.

Artikel 2.138
1.

Een aankondiging van een opdracht in onderaanneming wordt met gebruikmaking van het formulier, bedoeld in artikel 2.137, tweede lid, ter bekendmaking naar de Europese Commissie langs elektronische weg op de wijze, bedoeld in het derde punt van bijlage VI van richtlijn nr. 2009/81/EG of met andere middelen verzonden.

2.

De bekendmaking van de aankondiging, bedoeld in het eerste lid, kan geschieden door middel van het elektronisch systeem voor aanbestedingen.

Artikel 2.139
1.

Een door de Europese Commissie overeenkomstig de in artikel 67, tweede lid, van richtlijn nr. 2009/81/EG bedoelde procedure vastgestelde wijziging van het formulier, bedoeld in artikel 2.137, tweede lid, of van de wijze van verzending, bedoeld in artikel 2.138, eerste lid, gaat voor de toepassing van deze wet gelden met ingang van de dag waarop het desbetreffende besluit van de Europese Commissie in werking treedt.

2.

Onze Minister doet mededeling in de Staatscourant van een besluit als bedoeld in het eerste lid.

3.

De inschrijver met wie als resultaat van een gunningsbeslissing een overeenkomst is gesloten, verzendt eerst de aankondiging van een opdracht in onderaanneming ter bekendmaking naar de Europese Commissie met inachtneming van het bepaalde in de artikelen 2.137, tweede lid, 2.138 en 2.139, alvorens op andere wijze de aankondiging of de inhoud ervan bekend te maken.

Artikel 2.140

De inschrijver met wie als resultaat van een gunningsbeslissing een overeenkomst is gesloten, kan een aankondiging van een opdracht in onderaanneming overeenkomstig artikel 2.138 bekendmaken, ook indien dit niet vereist is.

Artikel 2.141
1.

De inschrijver met wie als resultaat van een gunningsbeslissing een overeenkomst is gesloten, kan een rectificatie van een eerder gedane aankondiging van een opdracht in onderaanneming bekendmaken.

2.

De bekendmaking van de rectificatie geschiedt langs dezelfde weg als de bekendmaking van de oorspronkelijke aankondiging.

3.

Indien voor de bekendmaking van de aankondiging voor een opdracht in onderaanneming gebruik is gemaakt van het elektronisch systeem voor aanbestedingen, kan voor de bekendmaking van een rectificatie van die aankondiging gebruik worden gemaakt van het daartoe door middel van het elektronisch systeem voor aanbestedingen beschikbaar gestelde formulier.

§ 2.4.2.3. Uitsluiting en geschiktheid

Artikel 2.142
1.

De inschrijver met wie als resultaat van een gunningsbeslissing een overeenkomst is gesloten vermeldt in de aankondiging voor een opdracht in onderaanneming de door hem toe te passen criteria met betrekking tot uitsluiting en geschiktheid.

2.

De criteria, bedoeld in het eerste lid, zijn objectief en non-discriminatoir.

3.

De criteria met betrekking tot uitsluiting en geschiktheid, bedoeld in het eerste lid, zijn in overeenstemming met de criteria die de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf bij de aanbesteding van de opdracht heeft toegepast.

4.

De criteria met betrekking tot geschiktheid, bedoeld in het eerste lid, staan in redelijke verhouding tot de opdracht in onderaanneming en houden, zover die de bekwaamheid betreffen rechtstreeks verband met het voorwerp van de opdracht in onderaanneming.

Artikel 2.143

De inschrijver met wie als resultaat van een gunningsbeslissing een overeenkomst is gesloten, is niet gehouden opdrachten in onderaanneming te gunnen, indien hij tot tevredenheid van de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf bewijst dat geen van de onderaannemers die aan de aanbesteding deelnemen voldoen aan uitsluitings- en geschiktheidscriteria of, indien één of meer onderaannemers daar wel aan voldoen, de inschrijvingen van die onderaannemers niet voldoen aan selectiecriteria, technische specificaties, eisen of normen, of oplossingen, die in de aankondiging van de opdracht in onderaanneming of in de aanbestedingsstukken zijn vermeld.

§ 2.4.2.4. Raamovereenkomsten

Artikel 2.144
1.

De inschrijver met wie als resultaat van een gunningsbeslissing een overeenkomst wordt gesloten, kan een opdracht in onderaanneming plaatsen op basis van een raamovereenkomst die wordt gesloten met inachtneming van de artikelen 2.136 tot en met 2.143.

2.

Een inschrijver als bedoeld in het eerste lid plaatst opdrachten in onderaanneming op basis van in de raamovereenkomst gestelde voorwaarden.

3.

Een opdracht in onderaanneming die op basis van een raamovereenkomst wordt geplaatst, wordt uitsluitend gegund aan een ondernemer die oorspronkelijk bij de raamovereenkomst partij is.

4.

De looptijd van een raamovereenkomst op basis waarvan opdrachten in onderaanneming worden geplaatst, is niet langer dan zeven jaar, behalve in uitzonderingsgevallen voor het bepalen waarvan rekening wordt gehouden met de verwachte levensduur van geleverde objecten, installaties of systemen, en met de technische moeilijkheden die een verandering van leverancier kan veroorzaken.

5.

Een inschrijver als bedoeld in het eerste lid gebruikt een raamovereenkomst niet om de mededinging te hinderen, te beperken of te vervalsen en maakt geen oneigenlijk gebruik van een raamovereenkomst.

Deel 3. Overige bepalingen

Hoofdstuk 3.1. Overige bepalingen

Afdeling 3.1.1. Nadere regels ter uitvoering van richtlijn nr. 2009/81/eg

Artikel 3.1
1.

Ter uitvoering van richtlijn nr. 2009/81/EG en richtlijn 2014/55/EU worden bij of krachtens algemene maatregel van bestuur nadere regels gesteld omtrent:

  • a. het gebruik van de elektronische weg: voorwaarden die de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf voor het gebruik daarvan kan stellen;
  • b. communicatie tussen aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf en ondernemer: de middelen, de wijze waarop gegevens aangeboden en opgeslagen worden, elektronisch indienen van inschrijvingen, elektronisch indienen van certificaten, de wijze waarop verzoeken tot deelneming kunnen worden gedaan en het ontvangen en verwerken van elektronische facturen.
2.

Ter uitvoering van richtlijn nr. 2009/81/EG kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur nadere regels worden gesteld omtrent de instelling, afgifte en bewijskracht van certificaten dan wel de instelling van, opname in en bewijskracht van de opname op een erkenningslijst.

Hoofdstuk 3.2. Vernietigbaarheid en boete

Afdeling 3.2.1. Vernietigbaarheid

Artikel 3.2
1.

Een als resultaat van een gunningsbeslissing gesloten overeenkomst is in rechte vernietigbaar op een van de volgende gronden:

  • a. de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf heeft, in strijd met deel 2 van deze wet, de overeenkomst gesloten zonder voorafgaande bekendmaking van een aankondiging van de opdracht in het Publicatieblad van de Europese Unie;
  • b. de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf heeft, in strijd met de wet, de termijnen, bedoeld in artikel 2.118, eerste lid, onderscheidenlijk 2.122, niet in acht genomen;
2.

De vordering tot vernietiging wordt door een ondernemer die zich door een gunningsbeslissing benadeeld acht ingesteld:

  • a. voor het verstrijken van een periode van 30 kalenderdagen ingaande op de dag na de datum waarop
  • –. de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf de aankondiging van de gegunde opdracht bekendmaakte overeenkomstig de artikelen 2.125 tot en met 2.127 op voorwaarde dat deze aankondiging ook de rechtvaardiging bevat van de beslissing van de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf om de opdracht te gunnen zonder voorafgaande bekendmaking van een aankondiging van de opdracht, of
  • –. de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf aan de betrokken inschrijvers en gegadigden een kennisgeving zond van de sluiting van de overeenkomst, op voorwaarde dat die kennisgeving vergezeld gaat van de relevante redenen voor de gunningsbeslissing;
  • b. in andere gevallen dan bedoeld in onderdeel a, voor het verstrijken van een periode van zes maanden, ingaande op de dag na de datum waarop de overeenkomst is gesloten.
Artikel 3.3
1.

Artikel 3.2, eerste lid, aanhef en onder a, is niet van toepassing indien de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf:

  • a. van mening is dat de gunning van een opdracht zonder voorafgaande bekendmaking van een aankondiging van de opdracht door middel van het elektronisch systeem voor aanbestedingen op grond van deze wet is toegestaan,
  • b. de aankondiging van zijn voornemen om tot sluiting van de overeenkomst over te gaan door middel van het elektronisch systeem voor aanbestedingen in het Publicatieblad van de Europese Unie heeft bekendgemaakt, en
  • c. de overeenkomst niet heeft gesloten voor het verstrijken van een termijn van ten minste vijftien kalenderdagen, ingaande op de dag na de datum van de bekendmaking van bedoelde aankondiging.
2.

Artikel 3.2, eerste lid, aanhef en onder c is niet van toepassing indien de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf:

  • b. het besluit tot gunning van de opdracht, tezamen met de relevante redenen, bedoeld in artikel 2.121, eerste en tweede lid, aan de betrokken inschrijvers heeft gezonden, en
  • c. de overeenkomst niet is gesloten vóór het verstrijken van een termijn van ten minste vijftien kalenderdagen, ingaande op de dag na de datum waarop het besluit tot gunning van de opdracht aan de betrokken inschrijvers is gezonden.
Artikel 3.4
1.

De aankondiging, bedoeld in artikel 3.3, eerste lid, onder b, bevat tenminste de volgende gegevens:

  • a. de naam en contactgegevens van de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf;
  • b. een beschrijving van het onderwerp van de opdracht;
  • c. een rechtvaardiging van de beslissing om de opdracht te gunnen zonder voorafgaande bekendmaking van een aankondiging van de opdracht in het Publicatieblad van de Europese Unie;
  • d. de naam en contactgegevens van de onderneming ten gunste van wie de beslissing om een opdracht te gunnen is genomen;
  • e. voor zover van toepassing alle andere informatie die de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf nuttig acht.
2.

De bekendmaking van de aankondiging, bedoeld in het eerste lid, geschiedt langs elektronische weg, met gebruikmaking van het elektronisch systeem voor aanbestedingen.

3.

De aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf gebruikt voor de bekendmaking van de aankondiging, bedoeld in het eerste lid, het daartoe door middel van het elektronisch systeem voor aanbestedingen beschikbaar gestelde formulier.

Artikel 3.5
1.

De rechter kan besluiten een overeenkomst niet te vernietigen indien, alle relevante aspecten in aanmerking genomen, dwingende redenen van algemeen belang het noodzakelijk maken dat de overeenkomst in stand blijft.

2.

Bij de toepassing van het eerste lid, vernietigt de rechter een overeenkomst in ieder geval niet indien de gevolgen daarvan ernstig gevaar zouden opleveren voor het bestaan van een meeromvattend defensie- of veiligheidsprogramma dat essentieel is voor de veiligheidsbelangen van een lidstaat.

3.

Economische belangen mogen alleen als een dwingende reden als bedoeld in het eerste lid worden beschouwd indien vernietiging in uitzonderlijke omstandigheden onevenredig grote gevolgen zou hebben. Economische belangen die rechtstreeks verband houden met de betrokken overeenkomst, mogen evenwel geen dwingende reden als bedoeld in het eerste lid vormen. Zodanige belangen omvatten onder meer de kosten die voortvloeien uit vertraging bij de uitvoering van de overeenkomst, de kosten van een nieuwe aanbestedingsprocedure, de kosten die veroorzaakt worden door het feit dat een andere onderneming de overeenkomst uitvoert, en de kosten van de wettelijke verplichtingen die voortvloeien uit de vernietiging.

Artikel 3.6
1.

Indien de rechter toepassing geeft aan artikel 3.5, eerste lid, kan de rechter op verzoek van een belanghebbende of ambtshalve de looptijd van de overeenkomst verkorten.

2.

De rechter houdt in ieder geval rekening met de ernst van de overtreding, het gedrag van de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf, de aard van de overeenkomst en, in voorkomend geval, met de mogelijkheid om de werking van een vernietiging te beperken.

Artikel 3.7
1.

Indien de rechter toepassing heeft gegeven aan artikel 3.5, eerste lid, of indien de overeenkomst wel wordt vernietigd op grond van artikel 3.2, eerste lid, maar aan die vernietiging de werking geheel of gedeeltelijk wordt ontzegd, wordt door de griffie van de rechtbank onverwijld en kosteloos een afschrift van de uitspraak gezonden aan Onze Minister en aan de Autoriteit Consument en Markt.

2.

Onze Minister draagt zorg dat afschriften van uitspraken als bedoeld in het eerste lid eenmaal per jaar aan de Europese Commissie worden gezonden.

Afdeling 3.2.2. Boete

Artikel 3.8
1.

De Autoriteit Consument en Markt legt de aanbestedende dienst die of het speciale-sectorbedrijf dat partij is bij een overeenkomst waarbij toepassing is gegeven aan artikel 3.5, eerste lid, een bestuurlijke boete op.

2.

Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing indien de overeenkomst in rechte is vernietigd doch de werking geheel of gedeeltelijk aan die vernietiging is ontzegd.

3.

De in het eerste lid bedoelde boete is afschrikkend, evenredig en doeltreffend, beschouwd in samenhang met de in artikel 3.6 bedoelde verkorting van de looptijd.

4.

De bestuurlijke boete bedraagt ten hoogste vijftien procent van de geraamde waarde van de desbetreffende opdracht. Bij het bepalen van de hoogte van de boete neemt de Autoriteit Consument en Markt de relevante omstandigheden van het geval, waaronder de ernst van de overtreding, in acht.

Artikel 3.9

De Autoriteit Consument en Markt neemt de beschikking, bedoeld in artikel 3.8, eerste lid, niet dan nadat de uitspraak, bedoeld in artikel 3.7, eerste lid, kracht van gewijsde heeft gekregen.

Artikel 3.10
1.

De Autoriteit Consument en Markt kan onder haar ressorterende ambtenaren aanwijzen als toezichthouders ten behoeve van het opmaken van een rapport als bedoeld in artikel 5:48, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht.

2.

Alvorens een boete op te leggen kunnen de door de Autoriteit Consument en Markt daartoe aangewezen ambtenaren de overeenkomst en de boekhouding onderzoeken teneinde de voor het vaststellen van de boete in aanmerking komende financiële gegevens te bepalen. Zij kunnen zich laten bijstaan door een onafhankelijk financieel deskundige.

3.

De aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf is verplicht mee te werken aan de onderzoeken, bedoeld in het tweede lid.

4.

Bij overtreding van het derde lid is artikel 12m, derde lid, van de Instellingswet Autoriteit Consument en Markt van overeenkomstige toepassing.

Artikel 3.11

Indien de overeenkomst, bedoeld in artikel 3.8, is gesloten of mede is gesloten ten bate van de Autoriteit Consument en Markt, worden de bevoegdheden van de artikelen 3.8 tot en met 3.10 uitgeoefend door Onze Minister.

Artikel 3.12

Vervallen

Artikel 3.13

Indien terzake van een aanbestedingsgeschil arbitrage is overeengekomen:

Hoofdstuk 3.3. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 3.14
1.

Indien een aanbestedende dienst of een speciale-sectorbedrijf voor het tijdstip van inwerkingtreding van deel 2 van deze wet een aankondiging van een aanbesteding heeft gedaan dan wel een aanbestedingsprocedure zonder aankondiging is gestart en in het kader daarvan een of meer ondernemers heeft verzocht een inschrijving in te dienen, is op die aanbestedingsprocedure het recht van toepassing zoals dat gold onmiddellijk voor het tijdstip van inwerkingtreding van deel 2 van deze wet.

2.

Indien een inschrijver met wie een aanbestedende dienst of een speciale-sectorbedrijf als resultaat van een gunningsbeslissing een overeenkomst heeft gesloten voor het tijdstip van inwerkingtreding van deel 2 van deze wet een aankondiging tot het aanbesteden van een opdracht in onderaanneming heeft gedaan dan wel een aanbestedingsprocedure zonder aankondiging is gestart en in het kader daarvan een of meer ondernemers heeft verzocht een inschrijving in te dienen, is op die aanbestedingsprocedure het recht van toepassing zoals dat gold onmiddellijk voor het tijdstip van inwerkingtreding van deel 2 van deze wet.

Artikel 3.15

Wijzigt deze wet.

Artikel 3.16

Wijzigt deze wet.

Artikel 3.17

Wijzigt de Aanbestedingswet 2012.

Artikel 3.18

Vervallen

Artikel 3.19

Wijzigt deze wet en de Algemene wet bestuursrecht.

Artikel 3.20

Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit bepaald tijdstip, dat voor verschillende artikelen of onderdelen daarvan, verschillend kan worden vastgesteld.

Artikel 3.21

Deze wet wordt aangehaald als: Aanbestedingswet op defensie- en veiligheidsgebied.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

Afdeling 3.1.2. Het elektronisch systeem voor aanbesteden

Artikel 3.1a
1.

Onze Minister draagt er zorg voor dat de met behulp van het elektronisch systeem voor aanbestedingen te vervullen functies, bedoeld in artikel 4.13, eerste lid, onderdelen a tot en met d, van de Aanbestedingswet 2012 tevens strekken tot uitvoering van deze wet en richtlijn nr. 2009/81/EG.

2.

Bij ministeriële regeling kunnen regels worden gesteld met betrekking tot de toegang tot en aansluiting op het elektronische systeem voor aanbestedingen ten behoeve van het vervullen van de functies, bedoeld in artikel 4.13, eerste lid, onderdelen a en b, van de Aanbestedingswet 2012 ter uitvoering van deze wet en richtlijn nr. 2009/81/EG.

Artikel 3.1b
1.

Onze Minister stelt door middel van het elektronisch systeem van aanbesteden de door de Europese Commissie met inachtneming van de artikelen 52, tweede lid, en 69 van richtlijn nr. 2009/81/EG vastgestelde formulieren beschikbaar voor:

  • a. de vooraankondiging van een opdracht;
  • b. de aankondiging van een opdracht;
  • c. de aankondiging van een opdracht in onderaanneming;
  • d. de aankondiging door middel van een kopersprofiel;
  • e. de aankondiging van een gegunde opdracht;
  • f. rectificatie van een aankondiging;

overeenkomstig het model dat door de Europese Commissie overeenkomstig de in artikel 67, tweede lid, van richtlijn nr. 2009/81/EG bedoelde procedure is vastgesteld.

2.

Op verzoek van de aanbestedende dienst of het speciale-sectorbedrijf wijst Onze Minister de Europese Commissie op gegevens die niet voor publicatie bestemd zijn. Deze gegevens worden niet door middel van het elektronisch systeem van aanbesteden bekendgemaakt.

3.

Onze Minister draagt er zorg voor dat door middel van het elektronisch systeem van aanbesteden de mededelingen, genoemd in het eerste lid, langs elektronische weg ter publicatie worden gezonden aan de Europese Commissie overeenkomstig het model en op de wijze, bedoeld in het derde punt van bijlage VI van richtlijn nr. 2009/81/EG.

4.

Een wijziging van een formulier, bedoeld in artikel 69 van richtlijn nr. 2009/81/EG gaat voor de toepassing van het eerste lid gelden met ingang van de dag waarop het desbetreffende besluit van de Europese Commissie in werking treedt.

5.

Onze Minister is verwerkingsverantwoordelijke.

6.

Onze Minister doet mededeling in de Staatscourant van een besluit als bedoeld in het vierde lid.

Hoofdstuk 3.2. Vernietigbaarheid en boete

Afdeling 3.2.1. Vernietigbaarheid

Afdeling 3.2.2. Boete

Hoofdstuk 3.3. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 3.14a

Tot een jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van artikel 3.15, onderdeel E, kan een gegadigde of een inschrijver, in afwijking van artikel 2.79, tweede lid, door middel van een verklaring omtrent het gedrag als bedoeld in artikel 28 van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens die op het tijdstip van het indienen van het verzoek tot deelneming of de inschrijving niet ouder is dan twee jaar, aantonen dat de uitsluitingsgronden, bedoeld in de artikelen 2.76 en 2.77, onderdelen b en c, op hem niet van toepassing zijn.

Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries, autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering de hand zullen houden.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)