Beleidsregels vereveningsbijdrage zorgverzekering 2013

Type ZBO-regeling
Publication 2014-10-01
State In force
Source BWB
artikelen 46
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
23.

Het college bepaalt door een koppeling op basis van het gepseudonimiseerde burgerservicenummer tussen de opgave bedoeld in het vorige lid en het VPPKB per verzekerde of de verzekerde in de GGZ-kosten hoge drempelklasse 1 2013 valt.

24.

Als een verzekerde niet in de GGZ-kosten hoge drempelklasse 1 valt, deelt het college deze verzekerde per zorgverzekeraar in bij GGZ-kosten hoge drempelklasse 0.

25.

Het college deelt verzekerden zonder burgerservicenummer en verzekerden zonder geverifieerd burgerservicenummer jonger dan achttien jaar uitsluitend in bij GGZ verzekerden jonger dan achttien jaar. Het college deelt verzekerden zonder burgerservicenummer en verzekerden zonder geverifieerd burgerservicenummer van achttien jaar en ouder uitsluitend in bij de criteria leeftijd en geslacht en GGZ-regio.

26.

Het college deelt verzekerden woonachtig in het buitenland jonger dan achttien jaar uitsluitend in bij het criterium leeftijd onder achttien jaar. Het college deelt verzekerden woonachtig in het buitenland van achttien jaar en ouder uitsluitend in bij de criteria leeftijd en geslacht, FKG, aard van het inkomen, GGZ-kosten lage drempelklasse en GGZ-kosten hoge drempelklasse. Overeenkomstig artikel 6 van de Regeling risicoverevening 2013 deelt het college alle verzekerden woonachtig in het buitenland voor de FKG in in de klasse ‘Geen FKG psychische aandoeningen’, waarbij 50% geldt van het normgewicht van de klasse ‘Geen FKG psychische aandoeningen’.

Artikel 17. Bepaling van de verzekerdenaantallen 2013 voor de normatieve eigen risico opbrengst

1.

Het college bepaalt de verzekerdenaantallen 2013 voor de normatieve eigen risico opbrengst per criterium met inachtneming van het bepaalde in de volgende leden.

2.

Het college baseert zich bij de bepaling van de verzekerdenaantallen per zorgverzekeraar op het VPPKB 2013, zoals zorgverzekeraars dat op 1 juli 2014 bij het college hebben aangeleverd.

3.

Wanneer een verzekerde gedurende een bepaalde periode in 2013 bij meerdere zorgverzekeraars tegelijkertijd is ingeschreven, bepaalt het college de verzekeringsduur voor die verzekerde naar rato van het aantal zorgverzekeraars waar de verzekerde gedurende die periode ingeschreven is geweest.

4.

Het college bepaalt het aantal verzekerden van 18 jaar en ouder die ingedeeld zijn in een FKG 1 tot en met 24, ingedeeld zijn in een DKG 1 tot en met 15, of ingedeeld zijn in een MHK 1 tot en met 6, per zorgverzekeraar met inachtneming van artikel 15, dertiende, zestiende en eenentwintigste lid.

5.

Het college bepaalt het aantal verzekerden van 18 jaar en ouder dat zowel in de FKG klasse 0, als in de DKG klasse 0 en in de MHK klasse 0 valt per zorgverzekeraar met inachtneming van artikel 15, dertiende, zestiende en eenentwintigste lid.

6.

Het college baseert zich voor het aantal verzekerden van 18 jaar en ouder dat zowel in de FKG klasse 0, als in de DKG klasse 0 en in de MHK klasse 0 valt voor het criterium leeftijd en geslacht per zorgverzekeraar op:

7.

Het college baseert zich voor het aantal verzekerden van 18 jaar en ouder dat zowel in de FKG klasse 0, als in de DKG klasse 0 en in de MHK klasse 0 valt voor het criterium aard van het inkomen per zorgverzekeraar met betrekking tot:

8.

Het college deelt een verzekerde die in meerdere klassen voor het criterium aard van het inkomen is in te delen, in op basis van het bepaalde in artikel 4, achtste lid van deze beleidsregels.

9.

Het college baseert zich voor het aantal verzekerden van 18 jaar en ouder dat zowel in de FKG klasse 0, als in de DKG klasse 0 en in de MHK klasse 0 valt voor het criterium regio per zorgverzekeraar met betrekking tot:

10.

Het college deelt verzekerden zonder burgerservicenummer en verzekerden zonder geverifieerd burgerservicenummer van 18 jaar en ouder uitsluitend in bij de criteria leeftijd en geslacht en regio.

11.

Het college deelt verzekerden woonachtig in het buitenland van 18 jaar en ouder uitsluitend in bij de criteria leeftijd en geslacht en aard van het inkomen.

Artikel 18. De voorlopige herberekening van het deelbedrag variabele kosten van medisch-specialistische zorg 2013

1.

Op basis van de opgave jaarstaat 2013 per 1 juni 2014 en met inachtneming van de artikelen 12, 13 en 14 van de Regeling risicoverevening 2013 bepaalt het college de variabele kosten van medisch-specialistische zorg 2013 voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, alsmede voor het totaal van de zorgverzekeraars.

2.

Het college herberekent het gewicht variabele kosten van medisch-specialistische zorg per verzekerde voor de DKG klasse 0 door het totaal aantal verzekerden per DKG klasse 1 tot en met 15 te vermenigvuldigen met het overeenkomstige gewicht en het resultaat vervolgens te delen door het totaal aantal verzekerden DKG klasse 0, dat af te ronden op twee decimalen en van een negatief teken te voorzien.

3.

Het college herberekent het gewicht variabele kosten van medisch-specialistische zorg per verzekerde voor de MHK klasse 0 door het totaal aantal verzekerden per MHK klasse 1 tot en met 6 te vermenigvuldigen met het overeenkomstige gewicht en het resultaat vervolgens te delen door het totaal aantal verzekerden MHK klasse 0, dat af te ronden op twee decimalen en van een negatief teken te voorzien.

4.

Het college herberekent met inachtneming van de op grond van artikel 15 bepaalde verzekerdenaantallen het normatieve bedrag variabele kosten van medisch-specialistische zorg 2013 voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, alsmede voor het totaal van de verzekerden 2013 van alle zorgverzekeraars overeenkomstig artikel 7 en past daarbij de factor 1,0025998020 toe.

5.

Het college berekent de schalingsfactor voor variabele kosten van medisch-specialistische zorg 2013 door de variabele kosten van medisch-specialistische zorg 2013 voor het totaal van de zorgverzekeraars, zoals bepaald in het eerste lid, te delen door het in het derde lid herberekende normatieve bedrag variabele kosten van medisch-specialistische zorg 2013 voor het totaal van de verzekerden 2013 van alle zorgverzekeraars.

6.

Het college vermenigvuldigt voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, alsmede voor het totaal van de zorgverzekeraars het herberekende normatieve bedrag variabele kosten van medisch-specialistische zorg 2013 uit het derde lid met de schalingsfactor berekend in het vierde lid.

7.

Het college berekent voor het totaal van de zorgverzekeraars het verschil tussen de uitkomst van de vermenigvuldiging uit het vijfde lid en het herberekende normatieve bedrag uit het derde lid en deelt dit verschil door het totaal aantal ingeschreven verzekerden van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is.

8.

Het college vermenigvuldigt per zorgverzekeraar het resultaat van het zesde lid met het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, dat bij die zorgverzekeraar is ingeschreven.

9.

Het college vermindert per zorgverzekeraar het product voor die zorgverzekeraar berekend in het vijfde lid met het product voor die zorgverzekeraar berekend in het zevende lid. Het resultaat wordt aangeduid als het voorlopige herberekende deelbedrag variabele kosten van medisch-specialistische zorg 2013.

10.

Voor de toepassing van artikel 3.17 van het Besluit bepaalt het college per zorgverzekeraar het verschil tussen het voorlopige herberekende deelbedrag variabele kosten van medisch-specialistische zorg 2013 en de variabele kosten van medisch-specialistische zorg 2013 en deelt dit verschil door het aantal verzekerden van 18 jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, dat bij die zorgverzekeraar is ingeschreven.

Artikel 19. De voorlopige herberekening van het deelbedrag vaste zorgkosten 2013

1.

Het college bepaalt op basis van de opgave jaarstaat 2013 per 1 juni 2014 per zorgverzekeraar met inachtneming van de artikelen 12, 13 en 15 van de Regeling risicoverevening 2013 de vaste zorgkosten 2013.

2.

Het college herberekent het voorlopig deelbedrag vaste zorgkosten 2013 per zorgverzekeraar als volgt:

3.

Het college calculeert per zorgverzekeraar 100 procent na op het verschil tussen de vaste zorgkosten 2013, verkregen in het eerste lid, en het deelbedrag vaste zorgkosten, verkregen in het tweede lid.

4.

De som van het resultaat van het tweede en het derde lid wordt aangeduid als het voorlopige herberekende deelbedrag vaste zorgkosten 2013.

Artikel 20. De voorlopige herberekening van het deelbedrag kosten geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2013

1.

Op basis van de opgave jaarstaat 2013 per 1 juni 2014 en met inachtneming van de artikelen 12 en 13 van de Regeling risicoverevening 2013, bepaalt het college de kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2013 voor verzekerden jonger dan 18 jaar voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, alsmede voor het totaal van de zorgverzekeraars.

2.

Het college herberekent met inachtneming van de op grond van artikel 16 bepaalde verzekerdenaantallen het normatieve bedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2013 voor het totaal van de verzekerden jonger dan 18 jaar van alle zorgverzekeraars overeenkomstig artikel 9, tweede lid.

3.

Het college calculeert per zorgverzekeraar 100 procent na over het verschil tussen de kosten van de geneeskundige geestelijke gezondheidszorg verkregen in tweede lid en de kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2013 voor verzekerden jonger dan 18 jaar uit het eerste lid en verrekent dit met het normatieve bedrag uit het tweede lid. Het resultaat wordt aangeduid als het voorlopig herberekende deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg voor verzekerden jonger dan 18 jaar.

4.

Op basis van de opgave jaarstaat 2013 per 1 juni 2014 en met inachtneming van de artikelen 12 en 13 van de Regeling risicoverevening 2013, bepaalt het college de kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2013 voor verzekerden van 18 jaar en ouder voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, alsmede voor het totaal van de zorgverzekeraars.

5.

Het college herberekent het gewicht kosten van geneeskundige GGZ voor verzekerden van 18 jaar en ouder per verzekerde voor de risicoklasse GGZ kosten lage drempelklasse 0 2013 door het totaal aantal verzekerden per GGZ kosten lage drempelklasse 1 te vermenigvuldigen met het overeenkomstige gewicht en het resultaat vervolgens te delen door het totaal aantal verzekerden GGZ kosten lage drempelklasse 0 2013, dat af te ronden op twee decimalen en van een negatief teken te voorzien.

6.

Het college herberekent het gewicht kosten van geneeskundige GGZ voor verzekerden van 18 jaar en ouder per verzekerde voor de risicoklasse GGZ kosten hoge drempelklasse 0 2013 door het totaal aantal verzekerden per GGZ kosten hoge drempelklasse 1 te vermenigvuldigen met het overeenkomstige gewicht en het resultaat vervolgens te delen door het totaal aantal verzekerden GGZ kosten hoge drempelklasse 0 2013, dat af te ronden op twee decimalen en van een negatief teken te voorzien.

7.

Het college herberekent met inachtneming van de op grond van artikel 16 bepaalde verzekerdenaantallen het normatieve bedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2013 voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, alsmede voor het totaal van de verzekerden van 18 jaar en ouder 2013 van alle zorgverzekeraars overeenkomstig artikel 9, derde tot en met elfde lid en past daarbij de factor 1,0419166834 toe.

8.

Het college berekent de schalingsfactor voor kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2013 voor verzekerden van 18 jaar en ouder 2013 door de kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2013 voor het totaal van de zorgverzekeraars, zoals bepaald in het vierde lid, te delen door het in het zevende lid herberekende normatieve bedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2013 voor het totaal van de verzekerden van 18 jaar en ouder 2013 van alle zorgverzekeraars.

9.

Het college vermenigvuldigt voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, alsmede voor het totaal van de zorgverzekeraars het herberekende normatieve bedrag kosten van geneeskundige gezondheidszorg 2013 voor verzekerden van 18 jaar en ouder uit het zevende lid met de schalingsfactor berekend in het achtste lid.

10.

Het college berekent voor het totaal van de zorgverzekeraars het verschil tussen de uitkomst van de vermenigvuldiging uit het negende lid en het herberekende normatieve bedrag uit het zevende lid en deelt dit verschil door het totaal aantal bij alle zorgverzekeraars ingeschreven verzekerden van 18 jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is.

11.

Het college vermenigvuldigt per zorgverzekeraar het resultaat van het tiende lid met het aantal verzekerden van 18 jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, dat bij die zorgverzekeraar is ingeschreven.

12.

Het college vermindert per zorgverzekeraar het product voor die zorgverzekeraar berekend in het negende lid met het product voor die zorgverzekeraar berekend in het elfde lid. Het resultaat wordt aangeduid als het voorlopig herberekende deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg voor verzekerden van 18 jaar en ouder.

13.

Voor de toepassing van artikel 3.17 van het Besluit bepaalt het college per zorgverzekeraar het verschil tussen het voorlopige herberekende deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg voor verzekerden van 18 jaar en ouder 2013 en de kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg voor verzekerden van 18 jaar en ouder 2013 en deelt dit verschil door het aantal verzekerden van 18 jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, dat bij die zorgverzekeraar is ingeschreven.

14.

De som van het resultaat van het derde en het twaalfde lid wordt aangeduid als het voorlopige herberekende deelbedrag kosten van de geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2013.

Artikel 21. De voorlopige herberekening van het deelbedrag kosten van overige prestaties 2013

1.

Op basis van de opgave jaarstaat 2013 per 1 juni 2014 en met inachtneming van de artikelen 12, 13 en 18 van de Regeling risicoverevening 2013, bepaalt het college de kosten van overige prestaties 2013 voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, alsmede voor het totaal van de zorgverzekeraars.

2.

Het college herberekent het gewicht kosten van overige prestaties per verzekerde voor de DKG klasse 0 door het totaal aantal verzekerden per DKG klasse 1 tot en met 15 te vermenigvuldigen met het overeenkomstige gewicht en het resultaat vervolgens te delen door het totaal aantal verzekerden DKG klasse 0, dat af te ronden op twee decimalen en van een negatief teken te voorzien.

3.

Het college herberekent het gewicht kosten van overige prestaties per verzekerde voor de MHK klasse 0 door het totaal aantal verzekerden per MHK klasse 1 tot en met 6 te vermenigvuldigen met het overeenkomstige gewicht en het resultaat vervolgens te delen door het totaal aantal verzekerden MHK klasse 0, dat af te ronden op twee decimalen en van een negatief teken te voorzien.

4.

Het college herberekent met inachtneming van de op grond van artikel 15 berekende verzekerdenaantallen het normatieve bedrag kosten van overige prestaties 2013 voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, alsmede voor het totaal van de verzekerden 2013 van alle zorgverzekeraars overeenkomstig artikel 10.

5.

Het college berekent de schalingsfactor voor kosten van overige prestaties 2013 door de kosten van overige prestaties 2013 voor het totaal van de zorgverzekeraars, zoals bepaald in het eerste lid, te delen door het in het derde lid herberekende normatieve bedrag kosten van overige prestaties voor het totaal van de verzekerden 2013 van alle zorgverzekeraars.

6.

Het college vermenigvuldigt voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, alsmede voor het totaal van de zorgverzekeraars het herberekende normatieve bedrag kosten van overige prestaties 2013 uit het derde lid met de schalingsfactor berekend in het vierde lid.

7.

Het college berekent voor het totaal van de zorgverzekeraars het verschil tussen de uitkomst van de vermenigvuldiging uit het vijfde lid en het herberekende normatieve bedrag uit het derde lid en deelt dit verschil door het totaal aantal bij alle zorgverzekeraars ingeschreven verzekerden van 18 jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is.

8.

Het college vermenigvuldigt per zorgverzekeraar het resultaat van het zesde lid met het aantal verzekerden van 18 jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, dat bij die zorgverzekeraar is ingeschreven.

9.

Het college vermindert per zorgverzekeraar het product voor die zorgverzekeraar berekend in het vijfde lid met het product voor die zorgverzekeraar berekend in het zevende lid. Het resultaat wordt aangeduid als het voorlopige herberekende deelbedrag kosten van overige prestaties 2013.

Artikel 22. De voorlopige herberekening van de normatieve opbrengst van het eigen risico 2013

1.

Uitgangspunt voor de herberekening van de normatieve opbrengst van het eigen risico zijn de opgaven, bedoeld in artikel 17, tweede lid, van de verzekerdenaantallen van de zorgverzekeraar.

2.

Het college herberekent overeenkomstig artikel 11 de normatieve eigen risico opbrengst 2013 op basis van de verzekerdenaantallen 2013 van 18 jaar en ouder zoals bepaald in artikel 17.

3.

In afwijking van het tweede lid bepaalt het college de gederfde inkomsten voor verzekerden van 18 jaar en ouder voor wie op grond van artikel 24 Zorgverzekeringswet geen nominale premies worden ontvangen, op basis van de opgave jaarstaat 2013 per 1 juni 2014.

Artikel 23. De voorlopige herberekening van het normatieve bedrag 2013 en de voorlopige herberekening en voorlopige vaststelling van de vereveningsbijdrage 2013

1.

Het college herberekent het normatieve bedrag 2013 voorlopig als de som van het voorlopige herberekende deelbedrag variabele kosten van medisch-specialistische zorg 2013, het voorlopige herberekende deelbedrag vaste zorgkosten 2013, het voorlopig herberekende deelbedrag geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2013 en het voorlopig herberekende deelbedrag kosten van overige prestaties 2013.

2.

Voor de toepassing van artikel 3.17 van het Besluit berekent het college:

3.

Voor de toepassing van artikel 3.17 van het Besluit berekent het college:

4.

Het college bepaalt de opbrengst van de nominale rekenpremie per zorgverzekeraar door de verzekerden van 18 jaar en ouder 2013 per zorgverzekeraar te vermenigvuldigen met de nominale rekenpremie 2013.

5.

Het college vermindert het resultaat van het vierde lid met het bedrag dat de zorgverzekeraar verantwoordt in de opgave jaarstaat 2013 per 1 juni 2014 als gederfde inkomsten voor verzekerden van 18 jaar en ouder waarvoor als gevolg van de toepasselijkheid van artikel 24 Zorgverzekeringswet geen nominale premies worden ontvangen.

6.

Het college herberekent voorlopig de aanvulling op de bijdrage voor de uitkering in verband met uitvoeringskosten van verzekerden jonger dan 18 jaar door het aantal verzekerden jonger dan 18 jaar 2013 te vermenigvuldigen met EUR 50.

7.

Het college herberekent de vereveningsbijdrage 2013 voorlopig door de som van het herberekende normatieve bedrag 2013 bedoeld in het eerste lid, met toepassing van het tweede en derde lid en de aanvulling voor uitvoeringskosten van verzekerden jonger dan 18 jaar, bedoeld in het zesde lid, te verminderen met de voorlopig herberekende normatieve eigen risico opbrengst bedoeld in artikel 24 en de opbrengst van de nominale rekenpremie, bedoeld in het vijfde lid.

8.

Het college stelt de vereveningsbijdrage 2013 in september 2014 voorlopig vast ter hoogte van de in het vorige lid berekende bijdrage.

Hoofdstuk IV. De tweede voorlopige vaststelling van de vereveningsbijdrage 2013 voor een zorgverzekeraar

Artikel 24. Algemene bepaling

Het college herberekent het normatieve bedrag voor de tweede keer voorlopig met inachtneming van de opgave hogekostencompensatie 2013, de kosten 2013 uit de opgave jaarstaat per 1 mei 2016, de opbrengstresultaten 2013 en de correcties die de Nederlandse Zorgautoriteit heeft toegepast.

Artikel 25. Bepaling van de verzekerdenaantallen 2013

1.

Het college betrekt de correcties die de Nederlandse Zorgautoriteit heeft toegepast over 2013 bij de verzekerdenaantallen zoals berekend op grond van de artikelen 15, 16 en 17.

2.

Voor het criterium SES betrekt het college voor het inkomen de opgave van de Belastingdienst over 2013 bij de verzekerdenaantallen. Indien een verzekerde niet is opgenomen in de opgave over 2013, maakt het college gebruik van de opgave over 2012.

3.

Voor het criterium MHK betrekt het college bij de verzekerdenaantallen de declaraties 2012 voor de deelbedragen variabele kosten van ziekenhuisverpleging en specialistische hulp, de kosten van dbc zorgproducten en de kosten van overige prestaties per verzekerde tot en met 31 december 2014, zoals zorgverzekeraars die op 1 juni 2015 bij het college hebben aangeleverd.

4.

Het college baseert zich voor het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium GGZ kosten lage drempel per zorgverzekeraar op declaraties 2012 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor het deelbedrag kosten GGZ tot en met 31 december 2014, zoals zorgverzekeraars die op 1 juni 2015 bij het college hebben aangeleverd.

5.

Het college baseert zich voor het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder voor het criterium GGZ kosten hoge drempel per zorgverzekeraar op declaraties 2012 per gepseudonimiseerd burgerservicenummer voor het deelbedrag kosten GGZ tot en met 31 december 2014, zoals zorgverzekeraars die op 1 juni 2015 bij het college hebben aangeleverd.

Artikel 26. De tweede voorlopige herberekening van het deelbedrag variabele kosten van medisch-specialistische zorg 2013

1.

Het college bepaalt met inachtneming van de artikelen 12, 13 en 14 van de Regeling risicoverevening 2013, de variabele kosten van medisch-specialistische zorg 2013 voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, alsmede voor het totaal van de zorgverzekeraars.

2.

Het college herberekent het gewicht variabele kosten van medisch-specialistische zorg per verzekerde voor de DKG klasse 0 door het totaal aantal verzekerden per DKG klasse 1 tot en met 15 te vermenigvuldigen met het overeenkomstige gewicht en het resultaat vervolgens te delen door het totaal aantal verzekerden DKG klasse 0, dat af te ronden op twee decimalen en van een negatief teken te voorzien.

3.

Het college herberekent het gewicht variabele kosten van medisch-specialistische zorg per verzekerde voor de MHK klasse 0 door het totaal aantal verzekerden per MHK klasse 1 tot en met 6 te vermenigvuldigen met het overeenkomstige gewicht en het resultaat vervolgens te delen door het totaal aantal verzekerden MHK klasse 0, dat af te ronden op twee decimalen en van een negatief teken te voorzien.

4.

Het college herberekent met inachtneming van de op grond van artikel 25 bepaalde verzekerdenaantallen het normatieve bedrag variabele kosten van medisch-specialistische zorg 2013 voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, alsmede voor het totaal van de verzekerden 2013 van alle zorgverzekeraars overeenkomstig artikel 7 en past daarbij de factor 1,0025998020 toe.

5.

Het college berekent de schalingsfactor voor variabele kosten van medisch-specialistische zorg 2013 door de variabele kosten van medisch-specialistische zorg 2013 voor het totaal van de zorgverzekeraars, zoals bepaald in het eerste lid, te delen door het in het vierde lid herberekende normatieve bedrag variabele kosten van medisch-specialistische zorg 2013 voor het totaal van de verzekerden 2013 van alle zorgverzekeraars.

6.

Het college vermenigvuldigt voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, alsmede voor het totaal van de zorgverzekeraars het herberekende normatieve bedrag variabele kosten van medisch-specialistische zorg 2013 uit het vierde lid met de schalingsfactor berekend in het vijfde lid.

7.

Het college berekent voor het totaal van de zorgverzekeraars het verschil tussen de uitkomst van de vermenigvuldiging uit het zesde lid en het herberekende normatieve bedrag uit het vierde lid en deelt dit verschil door het totaal aantal bij alle zorgverzekeraars ingeschreven verzekerden van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is.

8.

Het college vermenigvuldigt per zorgverzekeraar het resultaat van het zevende lid met het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, dat bij die zorgverzekeraar is ingeschreven.

9.

Het college vermindert per zorgverzekeraar het product voor die zorgverzekeraar berekend in het zesde lid met het product voor die zorgverzekeraar berekend in het achtste lid. Het resultaat wordt aangeduid als het tweede voorlopige herberekende deelbedrag variabele kosten van medisch-specialistische zorg 2013.

10.

Voor de toepassing van artikel 3.17 van het Besluit bepaalt het college per zorgverzekeraar het verschil tussen het tweede voorlopige herberekende deelbedrag variabele kosten van medisch-specialistische zorg 2013 en de variabele kosten van medisch-specialistische zorg 2013 en deelt dit verschil door het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, dat bij die zorgverzekeraar is ingeschreven.

Artikel 27. De tweede voorlopige herberekening van het deelbedrag vaste zorgkosten 2013

Het college herberekent voor de tweede keer voorlopig het deelbedrag vaste zorgkosten 2013 overeenkomstig artikel 19, met inachtneming van artikel 24 en 25.

Artikel 28. De tweede voorlopige herberekening van het deelbedrag geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2013

1.

Het college bepaalt met inachtneming van de artikelen 12 en 13 van de Regeling risicoverevening 2013 de kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2013 voor verzekerden jonger dan 18 jaar voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, alsmede voor het totaal van de zorgverzekeraars.

2.

Het college herberekent met inachtneming van de op grond van artikel 25 bepaalde verzekerdenaantallen het normatieve bedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2013 voor het totaal van de verzekerden jonger dan 18 jaar van alle zorgverzekeraars overeenkomstig artikel 9, tweede lid.

3.

Het college calculeert per zorgverzekeraar 100 procent na over het verschil tussen de kosten van de geneeskundige geestelijke gezondheidszorg verkregen in tweede lid en de kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2013 voor verzekerden jonger dan 18 jaar uit het eerste lid en verrekent dit met het normatieve bedrag uit het tweede lid. Het resultaat wordt aangeduid als het tweede voorlopige herberekende deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg voor verzekerden jonger dan 18 jaar.

4.

Het college hanteert als uitgangspunten voor de verzekerden van 18 jaar en ouder:

5.

Het college bepaalt met inachtneming van de artikelen 12 en 13 van de Regeling risicoverevening 2013, de kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2013 voor verzekerden van 18 jaar en ouder voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, alsmede voor het totaal van de zorgverzekeraars.

6.

Het college herberekent het gewicht kosten van geneeskundige GGZ voor verzekerden van 18 jaar en ouder per verzekerde voor de GGZ kosten lage drempelklasse 0 2013 door het totaal aantal verzekerden per GGZ kosten lage drempelklasse 1 te vermenigvuldigen met het overeenkomstige gewicht en het resultaat vervolgens te delen door het totaal aantal verzekerden GGZ kosten lage drempelklasse 0 2013, dat af te ronden op twee decimalen en van een negatief teken te voorzien.

7.

Het college herberekent het gewicht kosten van geneeskundige GGZ voor verzekerden van 18 jaar en ouder per verzekerde voor de GGZ kosten hoge drempelklasse 0 2013 door het totaal aantal verzekerden per GGZ kosten hoge drempelklasse 1 te vermenigvuldigen met het overeenkomstige gewicht en het resultaat vervolgens te delen door het totaal aantal verzekerden GGZ kosten hoge drempelklasse 0 2013, dat af te ronden op twee decimalen en van een negatief teken te voorzien.

8.

Het college herberekent met inachtneming van de op grond van artikel 25 bepaalde verzekerdenaantallen het normatieve bedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2013 voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, alsmede voor het totaal van de verzekerden van 18 jaar en ouder 2013 van alle zorgverzekeraars overeenkomstig artikel 9, derde tot en met tiende lid en past daarbij de factor 1,0419166834 toe.

9.

Het college berekent de schalingsfactor voor kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2013 voor verzekerden van 18 jaar en ouder 2013 door de kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2013 voor het totaal van de zorgverzekeraars, zoals bepaald in het vijfde lid, te delen door het in het achtste lid herberekende normatieve bedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2013 voor het totaal van de verzekerden van 18 jaar en ouder 2013 van alle zorgverzekeraars.

10.

Het college vermenigvuldigt voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, alsmede voor het totaal van de zorgverzekeraars het herberekende normatieve bedrag kosten van geneeskundige gezondheidszorg voor verzekerden van 18 jaar en ouder uit het achtste lid met de schalingsfactor berekend in het negende lid.

11.

Het college berekent voor het totaal van de zorgverzekeraars het verschil tussen de uitkomst van de vermenigvuldiging uit het tiende lid en het herberekende normatieve bedrag uit het achtste lid en deelt dit verschil door het totaal aantal bij alle zorgverzekeraars ingeschreven verzekerden van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is.

12.

Het college vermenigvuldigt per zorgverzekeraar het resultaat van het elfde lid met het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, dat bij die zorgverzekeraar is ingeschreven.

13.

Het college vermindert per zorgverzekeraar het product voor die zorgverzekeraar berekend in het tiende lid met het product voor die zorgverzekeraar berekend in het twaalfde lid.

14.

Het college past een hogekostencompensatie toe overeenkomstig artikel 17 van de Regeling risicoverevening 2013 en verrekent dit met de uitkomst van het dertiende lid. Het resultaat wordt aangeduid als het tweede voorlopige herberekende deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg voor verzekerden van 18 jaar en ouder.

15.

Voor de toepassing van artikel 3.17 van het Besluit bepaalt het college per zorgverzekeraar het verschil tussen het tweede voorlopige herberekende deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg voor verzekerden van 18 jaar en ouder 2013 en de kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg voor verzekerden van 18 jaar en ouder 2013 en deelt dit verschil door het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, dat bij die zorgverzekeraar is ingeschreven.

16.

De som van het resultaat van het derde en het veertiende lid wordt aangeduid als het tweede voorlopige herberekende deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2013.

Artikel 29. De tweede voorlopige herberekening van het deelbedrag kosten van overige prestaties 2013

1.

Het college bepaalt met inachtneming van de artikelen 12, 13 en 18 van de Regeling risicoverevening 2013, de kosten van overige prestaties 2013 voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, alsmede voor het totaal van de zorgverzekeraars.

2.

Het college herberekent het gewicht kosten van overige prestaties per verzekerde voor de DKG klasse 0 door het totaal aantal verzekerden per DKG klasse 1 tot en met 15 te vermenigvuldigen met het overeenkomstige gewicht en het resultaat vervolgens te delen door het totaal aantal verzekerden DKG klasse 0, dat af te ronden op twee decimalen en van een negatief teken te voorzien.

3.

Het college herberekent het gewicht kosten van overige prestaties per verzekerde voor de MHK klasse 0 door het totaal aantal verzekerden per MHK klasse 1 tot en met 6 te vermenigvuldigen met het overeenkomstige gewicht en het resultaat vervolgens te delen door het totaal aantal verzekerden MHK klasse 0, dat af te ronden op twee decimalen en van een negatief teken te voorzien.

4.

Het college herberekent met inachtneming van de op grond van artikel 25 bepaalde verzekerdenaantallen het normatieve bedrag kosten van overige prestaties 2013 voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, alsmede voor het totaal van de verzekerden 2013 van alle zorgverzekeraars overeenkomstig artikel 10.

5.

Het college berekent de schalingsfactor voor kosten van overige prestaties 2013 door de kosten van overige prestaties 2013 voor het totaal van de zorgverzekeraars, zoals bepaald in het eerste lid, te delen door het in het vierde lid herberekende normatieve bedrag kosten van overige prestaties 2013 voor het totaal van de verzekerden 2013 van alle zorgverzekeraars.

6.

Het college vermenigvuldigt voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, alsmede voor het totaal van de zorgverzekeraars het herberekende normatieve bedrag kosten van overige prestaties 2013 uit het vierde lid met de schalingsfactor berekend in het vijfde lid.

7.

Het college berekent voor het totaal van de zorgverzekeraars het verschil de uitkomst van de vermenigvuldiging uit het zesde lid en het herberekende normatieve bedrag uit het vierde lid en deelt dit verschil door het totaal aantal bij alle zorgverzekeraars ingeschreven verzekerden van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is.

8.

Het college vermenigvuldigt per zorgverzekeraar het resultaat van het zesde lid met het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, dat bij die zorgverzekeraar is ingeschreven.

9.

Het college vermindert per zorgverzekeraar het product voor die zorgverzekeraar berekend in het zesde lid met het product voor die zorgverzekeraar berekend in het zevende lid. Het resultaat wordt aangeduid als het tweede voorlopige herberekende deelbedrag kosten van overige prestaties 2013.

Artikel 30. De tweede voorlopige herberekening van de normatieve eigen risico opbrengst 2013

Het college herberekent voor de tweede keer voorlopig de normatieve eigen risico opbrengst 2013 overeenkomstig artikel 11, met inachtneming van artikel 22 en artikel 25.

Artikel 31. De tweede voorlopige herberekening van het normatieve bedrag 2013 en de tweede voorlopige herberekening en de vaststelling van de vereveningsbijdrage 2013

1.

Het college herberekent het normatieve bedrag 2013 voor de tweede keer voorlopig als de som van het tweede voorlopige deelbedrag variabele kosten van medisch-specialistische zorg 2013, het tweede voorlopige deelbedrag vaste zorgkosten 2013, het tweede voorlopige deelbedrag geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2013 en het tweede voorlopige deelbedrag kosten van overige prestaties 2013.

2.

Voor de toepassing van artikel 3.17 van het Besluit berekent het college:

3.

Voor de toepassing van artikel 3.17 van het Besluit berekent het college:

4.

Het college bepaalt de tweede voorlopige opbrengst van de nominale rekenpremie per zorgverzekeraar door de verzekerden van 18 jaar en ouder per zorgverzekeraar te vermenigvuldigen met de nominale rekenpremie 2013.

5.

Het college vermindert het resultaat van het vierde lid met het bedrag dat de zorgverzekeraar verantwoordt in zijn jaarstaat 2013 per 1 juni 2014 als gederfde inkomsten voor verzekerden van 18 jaar en ouder waarvoor als gevolg van de toepasselijkheid van artikel 24 Zorgverzekeringswet geen nominale premies worden ontvangen.

6.

Het college berekent de tweede voorlopige aanvulling op de bijdrage voor de uitkering in verband met uitvoeringskosten van verzekerden jonger dan 18 jaar door het aantal verzekerden jonger dan 18 jaar te vermenigvuldigen met EUR 50.

7.

Het college berekent de vereveningsbijdrage 2013 voor de tweede keer voorlopig door de som van het tweede voorlopige normatieve bedrag 2013 bedoeld in het eerste lid, met toepassing van het tweede lid en de aanvulling voor uitvoeringskosten van verzekerden jonger dan 18 jaar als bedoeld in artikel 23, zesde lid, te verminderen met de tweede voorlopige normatieve eigen risico opbrengst bedoeld in artikel 30, en de opbrengst van de nominale rekenpremie, bedoeld in artikel 23, vijfde lid.

8.

Het college stelt de vereveningsbijdrage 2013 voor de tweede keer voorlopig vast in september 2016 ter hoogte van de in het vorige lid berekende bijdrage.

Hoofdstuk V. De vaststelling van de vereveningsbijdrage 2013 voor een zorgverzekeraar

Artikel 32. Algemene bepaling

Het college herberekent de vereveningsbijdrage definitief met inachtneming van de correcties die voortkomen uit de reviewrapportage die de Nederlandse Zorgautoriteit uitbrengt over de kosten 2013 uit de jaarstaat 2015.

Artikel 33. De definitieve herberekening van het deelbedrag variabele kosten van medisch-specialistische zorg 2013

Het college herberekent definitief het deelbedrag variabele kosten van medisch-specialistische zorg 2013 overeenkomstig artikel 26, met inachtneming van artikel 32.

Artikel 34. De definitieve herberekening van het deelbedrag vaste zorgkosten 2013

Het college herberekent definitief het deelbedrag vaste zorgkosten 2013 overeenkomstig artikel 27, met inachtneming van artikel 32.

Artikel 35. De definitieve herberekening van het deelbedrag geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2013

Het college herberekent definitief het deelbedrag geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2013 overeenkomstig artikel 28, met inachtneming van artikel 32.

Artikel 36. De definitieve herberekening van het deelbedrag kosten van overige prestaties 2013

Het college herberekent definitief het deelbedrag geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2013 overeenkomstig artikel 29, met inachtneming van artikel 32.

Artikel 37. De definitieve herberekening van de normatieve eigen risico opbrengst 2013

Het college herberekent definitief het deelbedrag normatieve eigen risico opbrengst overeenkomstig artikel 30, met inachtneming van artikel 32.

Artikel 38. De definitieve herberekening van het normatieve bedrag 2013 en de definitieve herberekening en de vaststelling van de bijdrage 2013

1.

Het college herberekent definitief het normatieve bedrag 2013 overeenkomstig artikel 31, met inachtneming van artikel 32.

2.

Het college stelt de bijdrage 2013 vast in april 2017 ter hoogte van de in het vorige lid definitief berekende bijdrage.

Hoofdstuk VI. De uitkering voor de kosten van prestaties die door het college naar het werkelijk bedrag worden vergoed

Artikel 39

1.

Bij gelegenheid van de vaststelling van de bijdrage 2013, bedoeld in artikel 38, stelt het college per zorgverzekeraar ook de uitkering 2013 vast voor de kosten die op grond van de Zorgverzekeringswet naar het werkelijke bedrag door het college worden vergoed.

2.

In afwachting van de vaststelling van de uitkering 2013 voor de kosten die op grond van de Zorgverzekeringswet naar het werkelijke bedrag door het college worden vergoed, stelt het college bij de voorlopige vaststelling van de bijdrage 2013, bedoeld in artikel 23, ook de voorlopige uitkering 2013 voor de kosten die op grond van de Zorgverzekeringswet naar het werkelijke bedrag door het college worden vergoed, vast.

3.

In afwachting van de vaststelling van de uitkering 2013 voor de kosten die op grond van de Zorgverzekeringswet naar het werkelijke bedrag door het college worden vergoed, stelt het college bij de tweede voorlopige vaststelling van de bijdrage 2013, bedoeld in artikel 31, ook de tweede voorlopige uitkering 2013 voor de kosten die op grond van de Zorgverzekeringswet naar het werkelijke bedrag door het college worden vergoed, vast.

Hoofdstuk VII. De betalingen aan de zorgverzekeraars

Artikel 40

1.

Het college betaalt de zorgverzekeraars de vereveningsbijdrage, bedoeld in artikel 12, vierde lid, uit. Het college maakt bij de betaling onderscheid naar de volgende bestanddelen:

2.

Het college betaalt de zorgverzekeraars de uitkering in verband met uitvoeringskosten van verzekerden jonger dan 18 jaar, bedoeld in artikel 12, vijfde lid, gelijktijdig met de betaling genoemd in het eerste lid uit.

3.

Voor de betaling van de kosten, die op grond van de Zorgverzekeringswet naar werkelijke kosten worden vergoed, kan het college ambtshalve een bedrag vaststellen, waarmee de betaling aan de zorgverzekeraars wordt verhoogd.

4.

Indien toepassing van onderscheidenlijk het eerste en het tweede lid resulteert in een negatief saldo voor de zorgverzekeraar, schort het college de betalingen aan de zorgverzekeraar op, tot het negatieve saldo is verrekend.

Artikel 41. Betaling

1.

Het college bepaalt de som van de bestanddelen genoemd in artikel 40, eerste lid, onder a tot en met c en de uitkering genoemd in artikel 40, tweede lid.

2.

Het college deelt het resultaat van artikel 12, zesde lid, door het resultaat van het eerste lid.

3.

Het college vermenigvuldigt ieder van de bestanddelen genoemd in artikel 40, eerste lid, onder a tot en met c en de uitkering bedoeld in artikel 40, tweede lid, met het percentage dat het resultaat is van het tweede lid.

4.

De resultaten van het derde lid worden respectievelijk genoemd als volgt:

5.

Het college betaalt de netto te betalen bedragen, bedoeld in het vierde lid, onder a tot en met d, in termijnen op de eerste werkdag van de maand, overeenkomstig onderstaand betalingsschema:

Bestanddelen betalingen
Betaalmoment Artikel 41 vierde lid, onder a Artikel 41 vierde lid, onder b Artikel 41 vierde lid, onder c Artikel 41 vierde lid, onder d
januari 2013 0,5200%
februari 2013 0,9195% 2,0800% 8,3333%
maart 2013 2,6437% 4,1700% 8,3333% 8,3333%
april 2013 4,3678% 6,2500% 8,3334% 8,3334%
mei 2013 6,0920% 7,8100% 8,3333% 8,3333%
juni 2013 7,6435% 8,3400% 8,3333% 8,3333%
juli 2013 8,3333% 8,3300% 8,3334% 8,3334%
augustus 2013 8,3333% 8,3300% 8,3333% 8,3333%
september 2013 8,3333% 8,3400% 8,3333% 8,3333%
oktober 2013 8,3333% 8,3300% 8,3334% 8,3334%
november 2013 8,3333% 8,3300% 8,3333% 8,3333%
december 2013 8,3333% 8,3400% 8,3333% 8,3333%
januari 2014 8,3333% 7,8100% 8,3334% 8,3334%
februari 2014 7,4139% 6,2500% 8,3333%
maart 2014 5,6897% 4,1700%
april 2014 3,9656% 2,0800%
mei 2014 2,2414% 0,5200%
juni 2014 0,6898%
6.

Voor een zorgverzekeraar, die zich op grond van artikel 25 van de Zorgverzekeringswet aanmeldt bij de Nederlandse Zorgautoriteit nadat het college de bijdragen voor de zorgverzekeraars heeft toegekend, kan het college voor die zorgverzekeraar afwijken van de vorige leden.

7.

Het college kan, indien naar zijn oordeel uit nieuwe informatie blijkt dat de verwachting is dat bij de eerstvolgende herberekening of herziening van de vereveningsbijdrage, de vereveningsbijdrage meer dan 5 procent hoger zal zijn dan bij de laatst toegekende of voorlopig vastgestelde vereveningsbijdrage, afwijken van de vorige leden en de betalingen aan een zorgverzekeraar aanpassen.

Artikel 42

1.

Bij de herberekening en herziening van de toegekende vereveningsbijdrage 2013 op grond van artikel 14 herziet het college de te betalen termijnen overeenkomstig artikel 41 voor de eerste keer. Het college verrekent het verschil tussen de reeds betaalde termijnen en de voor de eerste keer herziene termijnen.

2.

Bij gelegenheid van de eerste voorlopige vaststelling van de bijdrage, op grond van hoofdstuk III, herziet het college voor de tweede keer de te betalen termijnen overeenkomstig artikel 41. Het college verrekent het verschil tussen de reeds betaalde termijnen en de voor de tweede keer herziene termijnen.

3.

Bij gelegenheid van de tweede voorlopige vaststelling van de bijdrage, op grond van hoofdstuk IV, herziet het college de te betalen termijnen voor de derde keer overeenkomstig artikel 41. Het college verrekent het verschil tussen de reeds betaalde termijnen en de voor de derde maal herziene termijnen.

4.

Bij gelegenheid van de definitieve vaststelling van de bijdrage, op grond van hoofdstuk V, stelt het college de te betalen termijnen definitief vast overeenkomstig artikel 41.

Het college verrekent het verschil tussen de reeds betaalde termijnen en de definitief te betalen termijnen.

5.

Indien toepassing van onderscheidenlijk het eerste, tweede, derde en vierde lid, resulteert in een positief saldo voor de zorgverzekeraar, betaalt het college dat saldo ineens aan de zorgverzekeraar, behoudens een eventuele verrekening met een vordering op de zorgverzekeraar uit hoofde van de Zorgverzekeringswet dan wel de AWBZ.

6.

Indien toepassing van onderscheidenlijk het eerste, tweede, derde en vierde lid, resulteert in een negatief saldo voor de zorgverzekeraar, de betreffende zorgverzekeraar dat saldo in een keer terug aan het college, behoudens voor zover het college het bedrag heeft verrekend met enige vordering op de zorgverzekeraar op grond van de Zorgverzekeringswet dan wel de AWBZ.

Artikel 43

1.

De zorgverzekeraar en het college zijn over en weer rente verschuldigd en hebben over en weer aanspraak op rente over de verschillen, bedoeld in artikel 42.

2.

De rente, bedoeld in het eerste lid, wordt bij de eerste voorlopige, tweede voorlopige en de definitieve vaststelling van de uitkering door het college verwerkt en zo mogelijk verrekend met andere betalingen die uit deze vaststellingen voortvloeien.

Artikel 44

1.

Bij de verrekening van verschillen, bedoeld in artikel 42, tweede, derde en vierde lid, berekent het college rente over het verschil vanaf de datum waarop het verschil is ontstaan tot de datum waarop de verschillen worden verrekend.

2.

Bij de verrekening van de verschillen, bedoeld in artikel 42, tweede lid, berekent het college rente vanaf de betaaldata, genoemd in artikel 41 en artikel 42, eerste en tweede lid tot de datum van de voorlopige vaststelling van de bijdrage.

3.

Bij de verrekening van de verschillen, bedoeld in artikel 42, derde lid, berekent het college rente vanaf de betaaldata, genoemd in artikel 41 en artikel 42, eerste, tweede en derde lid tot de datum van de tweede voorlopige vaststelling van de bijdrage.

4.

Bij de verrekening van de verschillen, bedoeld in artikel 42, vierde lid, berekent het college rente vanaf de betaaldata, genoemd in artikel 41 en artikel 42 eerste, tweede, derde en vierde lid tot de datum van de definitieve vaststelling van de bijdrage.

5.

Voor een zorgverzekeraar waarvoor krachtens artikel 41, zesde en zevende lid, afwijkende betalingen hebben plaatsgevonden, kan het college bij de renteberekening afwijken van de vorige leden.

6.

Het college deelt het bedrag dat de zorgverzekeraar heeft terugbetaald op grond van artikel 42, zesde lid, voor de renteberekening naar rato toe aan de eerste dag van de maand waarin is terugbetaald en de eerste dag van de daaropvolgende maand, waarbij het uitgangspunt is de dag van terugbetaling.

7.

Voor het rentepercentage gaat het college uit van het gemiddelde van de maandrentes van het Euro Interbank Offered Rate (Euribortarief) voor driemaands termijngelden zonder onderpand over de periodes, bedoeld in het eerste, tweede, derde en vierde lid. Voor de laatste kalendermaand vóór de betaling gaat het college uit van de rente over de voorafgaande kalendermaand.

8.

De rente betreft een samengestelde rente en wordt op maandbasis berekend.

Bij de berekening wordt een maand op 30 en een jaar op 360 dagen gesteld.

9.

Indien de situatie zich voordoet dat het in deze paragraaf bedoelde Euro Interbank Offered Rate (Euribortarief) niet meer kan worden toegepast, zal een zoveel als mogelijk overeenkomstig tarief worden gehanteerd.

Hoofdstuk VIII. Slotbepalingen

Artikel 45

1.

Deze beleidregels treden in werking met ingang van de tweede dag na de dagtekening van de Staatscourant waarin zij worden geplaatst.

2.

Deze beleidsregels werken terug tot en met 1 oktober 2012.

Artikel 46

Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels vereveningsbijdrage zorgverzekering 2013.

Bijlage 1. Prevalentie-ontwikkeling 2012–2013 per morbiditeitsrisicoklasse per FGK 2013

Bron: College voor zorgverzekeringen

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)