Beleidsregels cameratoezicht, College bescherming persoonsgegevens

Type ZBO-regeling
Publication 2016-02-02
State In force
Source BWB
artikelen 21
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Bovendien mag cameratoezicht op grond van artikel 151c Gemeentewet alleen betrekking hebben op openbare plaatsen (artikel 151c, lid 1 en 2, Gemeentewet). Het is dus niet toegestaan dat gemeenten ter handhaving van de openbare orde video-opnames maken van privévertrekken zoals tuinen en het interieur van woonhuizen.

Een ander aandachtspunt is de beveiliging.109Zie over het onderwerp beveiliging paragraaf 2.10 en 3.10 ‘Beveiliging’. Sommige drones zijn uitgerust met de mogelijkheid om tijdens de vlucht camerabeelden te versturen naar het basisstation, alwaar ze kunnen worden uitgekeken. Hierbij bestaat het risico dat de beelden door onbevoegden ‘uit de lucht’ worden gehaald. Indien de camerabeelden op de drone of de daaraan verbonden apparatuur worden opgeslagen, bestaat het risico dat de beelden in handen van onbevoegden komen als de drone voortijdig uit de lucht komt vallen of uit de lucht wordt gehaald. De verantwoordelijke moet ook voor dergelijke situaties zorgen voor een adequate beveiliging, bijvoorbeeld door de camerabeelden te versleutelen met een deugdelijke encryptie.

Nog een aandachtspunt is het informeren van de betrokkenen.110Zie over de informatieplicht paragraaf 2.13 en 3.13 ‘Informeren betrokkenen’. In de regel geldt dat de betrokkenen moeten worden geïnformeerd dat er cameratoezicht plaatsvindt alvorens zij daadwerkelijk worden gefilmd. Dat kan in het geval van cameratoezicht door middel van drones problematisch zijn. Het is dan in ieder geval raadzaam om de betrokkenen via verschillende wegen te informeren. Te denken valt aan het plaatsen van borden aan de randen van het vlieggebied, een vooraankondiging en het verstrekken van actuele informatie op de website van de verantwoordelijke en via (sociale) media en bijvoorbeeld gemeentelijke nieuwsbrieven, het ter plekke uitdelen van informatiefolders en het zichtbaar en hoorbaar maken van de drones door middel van bijvoorbeeld felle kleuren, (knipperende) lichten en geluidssignalen.111Zie ook WP29, Opinion 01/2015 on Privacy and Data Protection Issues relating to the Utilisation of Drones, WP231, 16 juni 2015, p. 15–16.

Indien de Wbp van toepassing is op het cameratoezicht, bestaat er een uitzondering op de informatieplicht. De informatieplicht geldt niet als het informeren van de betrokkenen onmogelijk blijkt of een onevenredige inspanning kost (artikel 34, lid 4, Wbp). Dit kan echter wel invloed hebben op de vraag of het cameratoezicht door middel van drones proportioneel is. Het niet kunnen informeren van de betrokkenen levert namelijk een grotere inbreuk op de persoonlijke levenssfeer van de betrokkenen. Die inbreuk kan daardoor disproportioneel worden in verhouding tot het met de verwerking te dienen doel.

Als het cameratoezicht plaatsvindt op grond van artikel 151c Gemeentewet, dan bestaat er geen uitzondering op de informatieplicht. De aanwezigheid van cameratoezicht op openbare plaatsen in het belang van de handhaving van de openbare orde moet altijd op een duidelijke wijze kenbaar zijn voor een ieder die de desbetreffende openbare plaatsen betreedt (artikel 151c, lid 6, Gemeentewet).

5.2. Dashcams

Een dashcam is een kleine videocamera, die speciaal gemaakt is om te filmen vanuit een auto. De dashcams zijn los verkrijgbaar of als inbouwapparatuur. De camera’s kunnen automatisch beginnen met filmen zodra de auto gestart wordt, waardoor alle autoritten kunnen worden vastgelegd. In beginsel zijn alle dashcams hetzelfde: ze filmen de weg aan de voor- en/of achterkant van de auto. Er zijn een aantal opties die extra mogelijkheden aan de dashcam toevoegen, zoals een dashcam met een parkeermodus, met wifi112Om filmpjes of foto’s eenvoudig naar de telefoon te downloaden. of GPS.113Een dashcam met GPS slaat de gereden routes op.

Indien een dashcam personen in andere auto’s herkenbaar filmt is de Wbp van toepassing. Ten aanzien van het filmen van kentekens geldt dat kentekens van motorvoertuigen persoonsgegevens zijn voor degenen die toegang hebben tot het kentekenregister van de Rijksdienst voor het Wegverkeer.114Kamerstukken II 1998–1999, 25 892, nr. 6, p. 27. Onder de Wbp kan de verwerking van personen of een kenteken (indien een kenteken als persoonsgegeven gekwalificeerd kan worden) slechts gerechtvaardigd worden indien er een grondslag voor deze gegevensverwerking is (artikel 8 Wbp).

5.3. Slimme camera’s

Andere slimme camera’s – ook wel intelligente camera’s genoemd – kunnen niet alleen ‘waarnemen’, maar ook informatie genereren. Een aantal voorbeelden van slimme camera’s is:

Net zoals ten aanzien van drones, geldt ook hier dat de inzet van slimme camera’s geen invloed heeft op de wettelijke regelingen die in een concrete situatie van toepassing zijn. Relevante bepalingen van de Wbp en artikel 151c Gemeentewet j° de Wpg zijn uitgewerkt in de hoofdstukken 2, 3 en 4 van deze beleidsregels. Hieronder volgt nog een aantal aandachtspunten die specifiek gelden voor slimme camera’s.

Cameratoezicht door middel van slimme camera’s kan tot gevolg hebben dat er een minder vergaande inbreuk op de persoonlijke levenssfeer wordt gemaakt dan door middel van ‘reguliere’ camera’s.117Ervan uitgaande dat het gebruik van cameratoezicht voor dat doeleinde is toegestaan. Zo zullen de camerabeelden vaak pas worden bekeken wanneer de slimme camera’s iets detecteren. De inbreuk op de persoonlijke levenssfeer wordt nog kleiner wanneer de slimme camera’s pas beelden gaan opnemen zodra ze iets detecteren (dataminimalisatie).118Overigens hoeft er geen sprake te zijn van dataminimalisatie ingeval een camera pas beelden opneemt zodra er beweging plaatsvindt. Iedere beweging van een persoon wordt dan immers opgenomen.

Aan de andere kant kan de inzet van slimme camera’s juist ook tot gevolg hebben dat er sprake is van een grotere inbreuk op de persoonlijke levenssfeer. Camera’s met gezichtsherkenning kunnen bijvoorbeeld personen op geautomatiseerde wijze traceren, volgen en profileren, hetgeen met reguliere camera’s niet mogelijk is. Camera’s die zijn uitgerust met een techniek voor gedragsanalyse, analyseren voorts de gedragingen van een ieder die in beeld komt. De gedragingen van die personen worden dus geanalyseerd zonder dat zij iets ‘fout’ hoeven te hebben gedaan. Bovendien hebben de camera’s geen verstand en intuïtie, zodat gedragingen gemakkelijk verkeerd kunnen worden geïnterpreteerd.

Ten aanzien van camera’s met gezichtsdetectie wordt nog het volgende opgemerkt. Dergelijke camera’s identificeren personen aan de hand van gegevensbestanden met unieke gezichtskenmerken. Aangezien het op deze wijze dus mogelijk is om een persoon te identificeren, zijn ook de gezichtskenmerken in de bestanden persoonsgegevens in de zin van de Wbp. Voorts geldt dat verwerkingen door middel van dit soort camera’s veelal identificatie tot doel heeft. Dit betekent dat de Autoriteit Persoonsgegevens de camerabeelden dan aanmerkt als rasgegevens in de zin van artikel 16 en 18 Wbp. De verwerking van rasgegevens is verboden behoudens de uitzonderingen die de Wbp noemt in artikel 17 tot en met 23.119Zie over het onderwerp rasgegevens paragraaf 2.11 ‘Bijzondere persoonsgegevens’ en paragraaf 3.11 ‘Gevoelige politiegegevens’.

6. Rechten van betrokkenen en rol van de Autoriteit Persoonsgegevens

Verantwoordelijken die in strijd handelen met de Wbp en de (Gemeentewet j°) Wpg kunnen op verschillende manieren in rechte worden aangesproken. Daarbij hebben betrokkenen een aantal mogelijkheden om zelf hun recht te halen en heeft de Autoriteit Persoonsgegevens als toezichthouder een aantal bestuursrechtelijke mogelijkheden om handhavend op te treden.

6.1. Rechten van betrokkenen120Zie voor meer informatie over de rechten van betrokkenen de website van de Autoriteit Persoonsgegevens.

De betrokkene die meent dat zijn persoonsgegevens onrechtmatig worden verwerkt, kan actie ondernemen door zijn klacht voor te leggen aan de verantwoordelijke.

Tevens heeft de betrokkene recht op inzage van de hem betreffende persoonsgegevens (artikel 35 Wbp en artikel 25 Wpg). Indien het cameratoezicht plaatsvindt op grond van artikel 151c Gemeentewet, moet het verzoek om inzage worden gericht aan de politie. Het recht op inzage is niet absoluut. Artikel 43 Wbp en artikel 27 Wpg noemen een aantal uitzonderingsgronden wanneer een verzoek tot inzage niet hoeft te worden gehonoreerd. Zo hoeft het verzoek niet te worden gehonoreerd wanneer dit noodzakelijk is in het belang van de voorkoming, opsporing en vervolging van strafbare feiten (artikel 43, sub b, Wbp) dan wel de goede uitvoering van de politietaak (artikel 27, lid 1, sub a, Wpg). Ook hoeft een verzoek niet te worden gehonoreerd wanneer dat noodzakelijk is in het belang van de bescherming van de betrokkene of van de rechten en vrijheden van anderen (artikel 43, sub e, Wbp en artikel 27, lid 1, sub b Wpg). Deze laatste uitzonderingsgrond betekent niet dat het verzoek mag worden afgewezen uitsluitend om administratieve lasten te beperken. Wél mag een verzoek worden afgewezen wanneer de verantwoordelijke aannemelijk kan maken dat zijn administratieve lasten zodanig disproportioneel zullen zijn dat hij in zijn rechten en vrijheden wordt aangetast of dreigt te worden aangetast.121Kamerstukken II 1997/98, 25 892, nr. 3, p. 171. De uitzonderingsgrond zal eerder van toepassing zijn wanneer het verzoek tot inzage in camerabeelden ongespecificeerd is dan wanneer het verzoek is beperkt tot een bepaald(e) dag, tijdsperiode en locatie.

Naast het verzoek om inzage kan de betrokkene de verantwoordelijke verzoeken om zijn persoonsgegevens te verbeteren, aan te vullen, te verwijderen of af te schermen indien deze gegevens feitelijk onjuist zijn, voor het doel of de doeleinden van de verwerking onvolledig of niet ter zake dienend zijn dan wel anderszins in strijd met een wettelijk voorschrift worden verwerkt (artikel 36 Wbp en artikel 28 Wpg). Ten aanzien van cameratoezicht zal overigens eerder een verzoek tot verwijdering of afscherming aan de orde zijn, dan een verzoek om verbetering of aanvulling. Eveneens zal het verzoek er eerder op zien dat de camerabeelden niet ter zake dienend zijn voor de doeleinden van de verwerking, dan dat de beelden onjuist zijn. Indien het cameratoezicht plaatsvindt op grond van artikel 151c Gemeentewet, moet ook dit verzoek worden gericht aan de politie.

Indien de gegevensverwerking geschiedt op grond van de Wbp, kan de betrokkene bovendien onder bepaalde voorwaarden en in verband met bijzondere omstandigheden bij de verantwoordelijke verzet aantekenen. Als het verzet gerechtvaardigd is, moet de verantwoordelijke de verwerking beëindigen (artikel 40 Wbp).

Om de betrokkene te helpen bij het uitoefenen van zijn rechten, heeft de Autoriteit Persoonsgegevens een aantal voorbeeldbrieven op haar website gepubliceerd.122Zie autoriteitpersoonsgegevens.nl

Als een private organisatie of burger weigert te voldoen aan of niet reageert op het verzoek om inzage, het verzoek om verbetering, aanvulling, verwijdering of afscherming dan wel de aantekening van verzet, kan de betrokkene een verzoekschrift indienen bij de rechtbank (artikel 46 Wbp). Als de weigering of afwijzing geschiedt door een bestuursorgaan of de politie, dan zijn de bezwaar- en beroepsregels uit de Awb van toepassing (artikel 45 Wbp en artikel 29, lid 1, Wpg).

Voorts kan de betrokkene, indien een verantwoordelijke in strijd handelt met de Wbp, de rechter verzoeken om een verbod op te leggen op het verder verwerken van bepaalde persoonsgegevens (artikel 50 Wbp) of om hem een schadevergoeding toe te kennen (artikel 49 Wbp).

6.2. Onderzoek en handhaving door de Autoriteit Persoonsgegevens123Zie voor meer informatie over het verrichten van onderzoek en het handhavend optreden door de Autoriteit Persoonsgegevens autoriteitpersoonsgegevens.nl

De Autoriteit Persoonsgegevens ziet toe op de naleving van de Wbp (artikel 51, lid 1, Wbp) en aanverwante wetten, waaronder de Wpg (artikel 35, lid 1, Wpg). Daartoe beschikt de Autoriteit Persoonsgegevens over een aantal middelen.

De Autoriteit Persoonsgegevens ontvangt signalen via de tipfunctie op autoriteitpersoonsgegevens.nl, het telefonisch spreekuur en per post. Het aantal aangedragen zaken en de complexiteit daarvan neemt echter voortdurend toe, terwijl de middelen die de Autoriteit Persoonsgegevens ter beschikking staan begrensd zijn. De Autoriteit Persoonsgegevens kan daarom niet alle zaken die worden aangebracht in behandeling nemen en moet keuzes maken. De Autoriteit Persoonsgegevens geeft prioriteit aan zaken waarbij zij een vermoeden heeft van ernstige, structurele overtredingen die veel mensen treffen en waarbij zij door de inzet van handhavingsinstrumenten effectief verschil kan maken of overtredingen die vallen binnen de (jaarlijkse) aandachtspunten die door de Autoriteit Persoonsgegevens bekend zijn gemaakt.124Beleidsregels handhaving door het CBP van 31 januari 2011, Stcrt.2011, 1916.

De Autoriteit Persoonsgegevens kan signalen afhandelen door de verantwoordelijke die (mogelijk) een overtreding begaat hierop te wijzen in een (telefoon)gesprek of brief. Wanneer de verantwoordelijke de overtreding voorkomt of snel en correct beëindigt, kan de Autoriteit Persoonsgegevens volstaan met een waarschuwing en is geen nader onderzoek nodig.

Daarnaast kan de Autoriteit Persoonsgegevens een onderzoek instellen naar de naleving van de Wbp (artikel 60 Wbp) of de Wpg (artikel 35, lid 2, Wpgartikel 60 Wbp). Bij de uitvoering van een onderzoek kan de Autoriteit Persoonsgegevens haar toezichthoudende bevoegdheden inzetten, waarbij een verantwoordelijke verplicht is alle gevraagde medewerking te verlenen (artikel 5:20 Awb). De Autoriteit Persoonsgegevens kan onder meer inlichtingen vorderen (artikel 5:16 Awb), inzage vorderen in zakelijke gegevens (artikel 5:17 Awb), zaken en middelen onderzoeken, waaronder computerapparatuur (artikel 5:18 en 5:19 Awb), en ruimtes betreden, waaronder woningen (artikel 5:15 Awb en artikel 61, lid 2, Wbp).

Indien de Wbp of Wpg niet wordt nageleefd, kan de Autoriteit Persoonsgegevens bestuursdwang toepassen. Hiermee wordt bedoeld dat de Autoriteit Persoonsgegevens met feitelijk handelen kan optreden tegen een illegale situatie, doorgaans op kosten van de overtreder (artikel 65 Wbp en artikel 35, lid 2 Wpgartikel 5:21 Awb). Ook kan de Autoriteit Persoonsgegevens een last onder dwangsom opleggen (artikel 5:32 Awb). Een last onder dwangsom kan bijvoorbeeld inhouden dat een verantwoordelijke een gegevensverwerking moet aanpassen of staken binnen een vastgestelde termijn op straffe van een dwangsom van een bepaald geldbedrag per dag. Als de verantwoordelijke niet voldoet aan de last, kan het te betalen geldbedrag oplopen, tot een vooraf vastgesteld maximumbedrag.

Sinds 1 januari 2016 is de bevoegdheid van de Autoriteit Persoonsgegevens om een bestuurlijke boete op te leggen inzake overtredingen van onder meer de Wbp aanzienlijk uitgebreid.

De keuze van de wetgever om over te gaan tot uitbreiding van de boetebevoegdheid is ingegeven door de wens de sanctiemogelijkheden van de Autoriteit Persoonsgegevens te versterken om de naleving van de Wbp, zowel door bedrijven als overheden, te bevorderen.125Kamerstukken II 2014/15, 33 662, nr. 9, p. 4. Met de uitbreiding van de boetebevoegdheid van de Autoriteit Persoonsgegevens wordt toegegroeid naar het handhavingssysteem uit de toekomstige algemene verordening bescherming persoonsgegevens, die de Wbp als algemene wet zal gaan vervangen.126Kamerstukken II 2014/15, 33 662, nr. 9, p. 11. Ook het voorstel voor de verordening voorziet in de bevoegdheid voor de nationale toezichthouders om boetes op te leggen bij overtreding van de verordening.

De Autoriteit Persoonsgegevens heeft ervoor gekozen om in het kader van de uitbreiding van haar boetebevoegdheid boetebeleidsregels op te stellen die eveneens sinds januari 2016 van kracht zijn.

Met deze boetebeleidsregels beoogt de Autoriteit Persoonsgegevens inzicht te geven in hoe de hoogte van een bestuurlijke boete zal worden bepaald. Daarbij is uitgangspunt dat de hoogte van een boete evenredig moet zijn met het oog op de begane overtreding. In de boetebeleidsregels is gekozen voor een categorie-indeling en bandbreedte-systematiek: de beboetbare bepalingen op de naleving waarvan de Autoriteit Persoonsgegevens toezicht houdt, zijn per wettelijk boetemaximum van € 810.000, € 450.000 of € 20.250 ingedeeld in een aantal boetecategorieën met daaraan verbonden in zwaarte oplopende boetes. Daarnaast wordt inzicht gegeven in de relevante factoren die bepalend zijn voor de hoogte van een boete in het concrete geval.

Bijlage. Relevante wettelijke bepalingen

Gemeentewet

Artikel 151c. Gemeentewet (oud)

Artikel 151c. Gemeentewet (nieuw)

De Gemeentewet wordt gewijzigd als volgt:

Artikel 151c wordt gewijzigd als volgt:

Wet politiegegevens

Artikel 1. – definities

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Artikel 4. – juistheid, volledigheid en beveiliging politiegegevens

Artikel 5. – gevoelige gegevens

De verwerking van politiegegevens betreffende iemands godsdienst of levensovertuiging, ras, politieke gezindheid, gezondheid, seksuele leven, alsmede persoonsgegevens betreffende het lidmaatschap van een vakvereniging vindt slechts plaats in aanvulling op de verwerking van andere politiegegevens en voor zover dit voor het doel van de verwerking onvermijdelijk is.

Artikel 25. – verzoek om kennisneming

Artikel 27. – uitzonderingen

Artikel 28. – verbetering, aanvulling, verwijdering, afscherming of markering van politiegegevens

Artikel 29. – toepasselijkheid Awb

Artikel 35. – toezicht Cbp

Wet bescherming persoonsgegevens

Artikel 1. – definities

In deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:

Artikel 8. – grondslagen voor verwerking

Persoonsgegevens mogen slechts worden verwerkt indien:

Artikel 10. – bewaartermijnen

Artikel 16. – verwerking van bijzondere persoonsgegevens

De verwerking van persoonsgegevens betreffende iemands godsdienst of levensovertuiging, ras, politieke gezindheid, gezondheid, seksuele leven, alsmede persoonsgegevens betreffende het lidmaatschap van een vakvereniging is verboden behoudens het bepaalde in deze paragraaf. Hetzelfde geldt voor strafrechtelijke persoonsgegevens en persoonsgegevens over onrechtmatig of hinderlijk gedrag in verband met een opgelegd verbod naar aanleiding van dat gedrag.

Artikel 18. – rasgegevens

Het verbod om persoonsgegevens betreffende iemands ras te verwerken als bedoeld in artikel 16, is niet van toepassing indien de verwerking geschiedt:

Artikel 33. – informatieplicht

Artikel 34. – informatieplicht

Artikel 34a. [treedt in werking per 01-01-2016]

Artikel 35. – inzagerecht

Vrijstellingsbesluit Wet bescherming persoonsgegevens

Artikel 38. – Videocameratoezicht

Contactgegevens

Bezoekadres

(alleen volgens afspraak)

Prins Clauslaan 60

2595 AJ DEN HAAG

Let op: bij bezoek aan de Autoriteit Persoonsgegevens moet u een geldig identiteitsbewijs laten zien.

Postadres

Postbus 93374

2509 AJ DEN HAAG

Telefonisch spreekuur

Op onze website autoriteitpersoonsgegevens.nl vindt u informatie en antwoorden op vragen over de bescherming van persoonsgegevens. Heeft u op deze website geen antwoord op uw vraag gevonden? Dan kunt u contact opnemen met de publieksvoorlichters van de Autoriteit Persoonsgegevens tijdens het telefonisch spreekuur via telefoonnummer 0900-2001 201. De publieksvoorlichters zijn bereikbaar op werkdagen van 09.30 tot 12.30 uur. (5 cent per minuut, plus de kosten voor het gebruik van uw mobiele of vaste telefoon).

Persvoorlichting

Journalisten en redacteuren kunnen met vragen terecht bij de woordvoerders van de Autoriteit Persoonsgegevens via telefoonnummer 070-8888 555.

Zakelijke relaties

Bent u een zakelijke relatie van de Autoriteit Persoonsgegevens, zoals een leverancier, dan kunt u ons telefonisch bereiken via telefoonnummer 070-8888500

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)