Besluit van de Autoriteit Consument en Markt van 21 april 2016, met kenmerk ACM/DC/2016/202148, houdende de vaststelling van de voorwaarden als bedoeld in artikel 54, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998 en artikel 22, eerste lid, van de Gaswet (Informatiecode elektriciteit en gas)

Type ZBO-regeling
Publication 2025-01-01
State In force
Source BWB
artikelen 1
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

6.1.2. De netbeheerder distribueert de meetgegevens

6.2.2.15a

Vervallen

6.2.2.15b

Vervallen

6.2.2.15c

Vervallen

6.2.2.15d

Vervallen

6.2.2.16a

Vervallen

6.2.2.16b

Vervallen

6.2.2.16c

Vervallen

6.2.2.16d

Vervallen

6.2.2.16e

Vervallen

6.2.2.16f

Vervallen

6.2.2.16g

Vervallen

6.2.2.16h

Vervallen

6.3. Verwerken en distribueren van meetgegevens van elektriciteitsaansluitingen door de netbeheerder

6.2.3. Correctie na onjuiste meetgegevens

6.3.4. Afhandeling verzoeken tot hernieuwd toerekenen definitieve volumes

6.3.8. Verwerking en overdracht van meetgegevens op de tiende werkdag na afloop van het etmaal

6.3.4. Afhandeling verzoeken tot hernieuwd toerekenen definitieve volumes

6.3.10. Overdracht van gegevens in het kader van transport- en systeemdiensten

6.3.11. Dataoverdracht in het kader van artikel 16, lid 1, sub i, van de Wet

6.3.9. Verwerking en overdracht van meetgegevens na reclamatie op de tiende werkdag na afloop van het etmaal

6.3.13. Bekendmaking van gegevens

6.4. Valideren en vaststellen van meetgegevens gas door de meetverantwoordelijke

6.4.1. Validatie van meetgegevens

6.4.2. Overdracht van meetgegevens aan de regionale netbeheerder en het Centraal Systeem Stuursignaal

6.5. Verwerken en distribueren van (meet)gegevens van gasaansluitingen door de regionale netbeheerder

6.5.1. Algemeen

6.6. Bepalen standaardjaarafname elektriciteit, standaardjaarinvoeding elektriciteit en standaardjaarverbruik gas van profielgrootverbruikaansluitingen

6.6.1a

De netbeheerder berekent een standaardjaarverbruik voor de profielgrootverbruikaansluitingen gas binnen zijn netgebied volgens de methode in Bijlage 3.

6.7. Opvragen historische meetgegevens

6.9. Verrekenen verbruiken

6.9.1. Verrekenverplichting

6.9.1.1

Indien de in 4.16.5 bedoelde correctie leidt tot een toewijzing van verbruik dat niet behoort tot de betreffende programmaverantwoordelijke, verrekenen de leverancier en programmaverantwoordelijke of de betrokken programmaverantwoordelijken de toegewezen verbruiken tot maximaal het verbruik voor een periode als bedoeld in artikel 28 van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek of artikel 307, eerste lid, van boek 3 van het Burgerlijk Wetboek.

6.9.1.2

Indien het te verrekenen verbruik boven 1000 kWh of 500 m3 uitkomt en het te verrekenen verbruik niet meer beslaat dan een periode als bedoeld in artikel 28 van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek of artikel 307, eerste lid, van boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, verrekenen de betrokken leveranciers of de leverancier en netbeheerder de toegewezen verbruiken ingeval:

  • III. het te vroeg uitvoeren van de procedure als bedoeld in paragraaf 4.2 leidt tot een toewijzing van netverlies, of
  • IV. het te laat uitvoeren van de procedure als bedoeld in paragraaf 4.3 leidt tot een toewijzing van netverlies.
6.9.2.1

De verrekeningen als bedoeld in paragraaf 6.9.1 vinden plaats overeenkomstig het proces in paragraaf 6.9.2.

6.9.2.2

Ten behoeve van de verrekening als bedoeld in 6.9.1.1 of 6.9.1.2 en op verzoek van de belanghebbende leverancier, verstrekt de netbeheerder de bedrijfsgegevens van de leverancier of de programmaverantwoordelijke betreffende de periodes van levering waartoe de te verrekenen verbruiken behoren.

6.9.2.3

De belanghebbende leverancier, programmaverantwoordelijke of netbeheerder initieert het verrekenen op grond van 6.9.1.1 of 6.9.1.2 door een verrekenverzoek bij de betrokken wederpartij in te dienen.

6.9.2.4

Het verrekenverzoek bevat de volgende gegevens:

  • a. de EAN-code van de aansluiting;
  • b. het type melding als bedoeld in paragraaf 4.16;
  • c. de mutatiedatum behorende bij de melding;
  • d. periode waarop de beoogde verrekening betrekking heeft;
  • e. de vastgestelde standen, indien aanwezig;
  • f. de gehanteerde correctie standen, indien aanwezig;
  • g. het te verrekenen verbruik, als volgt op te geven:
  • 1°. per richting: afname of invoeding;
  • 2°. per telwerk: normaal of laaguren;
  • 3°. bij een periode die meerdere kalendermaanden beslaat: per kalendermaand;
  • h. het te hanteren tarief per kWh respectievelijk m3 behorende bij de periode van levering een verbruik wordt toegewezen zoals bedoeld in paragraaf 6.9.1;
  • i. een toelichting op het verzoek tot verrekening.
6.9.2.5

Het te hanteren tarief bedoeld in 6.9.2.4, onderdeel h, is per maand als volgt bepaald:

  • a. Voor afname elektriciteit: het overeenkomstig 6.9.2.6 lid a, sub i en ii te hanteren tarief voor de periodes waartoe het te verrekenen verbruik behoort * 80%;
  • b. Voor invoeding elektriciteit: het overeenkomstig 6.9.2.6 lid a sub i en ii te hanteren tarief voor de periodes waartoe het te verrekenen verbruik behoort * 120%;
  • c. Voor afname gas: de gepubliceerde GTS-Neutrale gas-reconciliatieprijs van de maand waartoe het te verrekenen verbruik behoort * 80%;
  • d. Voor invoeding gas: de gepubliceerde GTS-Neutrale gas-reconciliatieprijs van de maand waartoe het te verrekenen verbruik behoort * 120%.
6.9.2.6

Bij verrekening op grond van 6.9.1.1, 6.9.1.2, onderdelen III en IV of 6.9.1.3, wordt het te hanteren tarief bedoeld in 6.9.2.4, onderdeel h, als volgt bepaald:

  • a. Voor elektriciteit, als verrekend wordt op grond van 6.9.1.1 of 6.9.1.2
  • 2°. en het een aansluiting betreft waarvan de allocatiemethode bedoeld in artikel 2.1.3 onderdeel s niet de waarde ‘telemetrie’ heeft voor de betreffende onbalansverrekeningsperiode: de in Bijlage 3, artikel 6 van de Netcode elektriciteit bedoelde reconciliatieprijs per maand voor normaaluren en laaguren voor meetperiodes na 1 januari 2025 en de in artikel 15.7, eerste lid van de Netcode elektriciteitbedoelde gemiddelde gewogen day-ahead-clearingprijs per maand uitgesplitst naar tariefperiode voor de meetperiodes voor 1 januari 2025.
  • c. Voor gas: de gepubliceerde GTS-Neutrale gas-reconciliatieprijs van de maand waarover verrekend wordt.
  • d. Om te komen tot een zo correct mogelijke verrekening, als bedoeld in lid a, zullen de betrokken marktpartijen elkaar, indien mogelijk, de voor de verrekening benodigde meetdata verstrekken.
6.9.2.7

De wederpartij accepteert het verrekenverzoek als bedoeld in 6.9.2.3, tenzij de wederpartij uiterlijk binnen één maand het verzoek gemotiveerd afwijst met vermelding van één of meer van de volgende redenen:

  • b. het verzoek is onvolledig;
  • c. de wederpartij is niet akkoord met het te verrekenen verbruik en stelt een alternatief verbruik voor;
  • d. de wederpartij is niet akkoord met te hanteren tarief en stelt een alternatief tarief voor;
  • e. de wederpartij is niet akkoord met de maximale te verrekenen periode;
  • f. de wederpartij is geen leverancier in voorgaande periode(n) van levering;
  • g. het te verrekenen verbruik is minder dan 1000 kWh of 500 m3.
6.9.2.8

De verzoekende marktpartij accepteert de ontvangen afwijzing, tenzij hij binnen tien werkdagen:

6.9.2.9

Het overleg bedoeld in 6.9.2.8, onderdeel b leidt tot:

  • a. een nieuw verzoek zoals bedoeld in 6.9.2.4 met het overeengekomen te verrekenen verbruik of te hanteren tarief;
  • b. een geschilbeslechting door een derde ter vaststelling van het te verrekenen verbruik of het te hanteren tarief;
  • c. het beëindigen van het verrekenproces voor betreffende aansluiting door de marktpartij als bedoeld in 6.9.2.3.
6.9.2.10

De netbeheerder initieert het verrekenen op grond van 6.9.1.3 door een verzamelverrekenverzoek per product per leverancier, over alle door de netbeheerder aan de leverancier in de voorgaande maand verstuurde correcties in de vorm van meetdataberichten en welke niet reeds zijn gecorrigeerd door nieuwe correcties, bij de betrokken leverancier in te dienen met vermelding van:

  • a. de volgende gegevens:
  • 1°. EAN-code van de netbeheerder;
  • 2°. EAN-code van de leverancier;
  • 3°. referentie verzamelverrekenverzoek;
  • 4°. procesmaand, de maand waarin de correctie door de netbeheerder is gecommuniceerd aan de leverancier;
  • 5°. totaalbedrag van de correcties (excl. BTW); en
  • 6°. toelichting op het verzoek tot verrekening;
  • b. en per te verrekenen meetcorrectie, per aansluiting, per verbruiksperiode, per energierichting, per tariefzone, en per kalendermaand:
  • 1°. EAN-code van de aansluiting;
  • 2°. EAN-code van het netgebied;
  • 3°. productsoort;
  • 4°. energierichting;
  • 5°. tariefzone, indien van toepassing;
  • 6°. startdatum verbruiksperiode;
  • 7°. einddatum verbruiksperiode;
  • 8°. oude verbruik (kWh respectievelijk m3(n;35,17));
  • 9°. nieuwe verbruik (kWh respectievelijk m3(n;35,17);
  • 10°. kalendermaand waaraan het verbruik is toegedeeld;
  • 11°. het te verrekenen volume (kWh respectievelijk m3(n;35,17)), bepaald als nieuwe verbruik minus oude verbruik voor de energierichting afname en oude verbruik minus nieuwe verbruik voor de energierichting invoeding;
  • 12°. het te hanteren tarief per kWh respectievelijk m3(n;35,17) behorende bij de kalendermaand als bedoeld in paragraaf 6.9.2.6; en
  • 13°. het bedrag van de correctie (excl. BTW), bepaald door het product van het te verrekenen volume en het te hanteren tarief.
6.9.2.11

Indien de verbruiksperiode van een gecorrigeerd verbruik langer is dan één kalendermaand, dan wordt het in artikel 6.9.2.10 onder q genoemde volume naar kalendermaanden verdeeld op de wijze zoals beschreven in Allocatiecode gas Bijlage 6, art. B6.2.3.2 en Netcode elektriciteit Bijlage 3 art.1.4.

6.9.2.12

Indien de leverancier, op basis van het in de voorgaande maand ontvangen meetdatabericht veronderstelt een verzamelverrekenverzoek op grond van 6.9.1.3 te moeten ontvangen, maar deze niet heeft ontvangen, meldt de leverancier dit bij de netbeheerder.

6.9.2.13

De leverancier accepteert het verzamelverrekenverzoek, als bedoeld in 6.9.2.10, tenzij hij uiterlijk binnen één maand na ontvangst het verzoek gemotiveerd afwijst met vermelding van één of meer van de volgende redenen en met onderbouwing waarom de leverancier tot deze afwijzing is gekomen:

één of meerdere verrekenverzoek(en);

  • a. ontbreekt dan wel ontbreken;
  • b. is dan wel zijn onbekend;
  • c. komt dan wel komen niet overeen met het meetcorrectierapport;
  • d. gebruikt dan wel gebruiken een onjuist tarief;
  • e. hanteert dan wel hanteren een onjuist te verrekenen volume;
  • f. betreft dan wel betreffen een periode, waarover de leverancier geen leverancier was op de aansluiting;
  • g. overschrijdt dan wel overschrijden de wettelijke verjaringstermijn;
  • h. heeft dan wel hebben geen verplichting tot verrekening; of
  • i. is dan wel zijn achterhaald, omdat nadien een nieuwe correctie is ontvangen;

7. Allocatie en reconciliatie

7. Allocatie en reconciliatie

8.1. De aansluit- en transportovereenkomst met een kleinverbruiker

8.2. Informatie-uitwisseling ten behoeve van de uitvoering van de betalingsverplichting als bedoeld in artikel 9 van de regeling, bedoeld in artikelen 53 en 95cb, zesde lid, van de Elektriciteitswet 1998 en artikelen 21 en 44b, zesde lid, van de Gaswet

6.6. Bepalen standaardjaarafname elektriciteit, standaardjaarinvoeding elektriciteit en standaardjaarverbruik gas van profielgrootverbruikaansluitingen

9. Berichtenverkeer

6.9. Verrekenen verbruiken

9.1a. Autorisatiebeleid en derdentoegang

9.2. Elektronische gegevensuitwisseling

10. Gegevensbescherming en bewaartermijnen van gegevens

10.1. Registers en administraties

10.1.1. Aansluitingenregister

10.1.2. Het EAN-codeboek

10.1.3. Het contracteindegegevens

10.1.4. Het toegankelijk meetregister

10.1.4a. De klantsleuteladministratie

10.1.4b. De toestemmingenadministratie

10.1.5. Andere doelen

10.2. Gedragscode regionale netbeheerders aangaande gegevens uit kleinverbruikmeetinrichtingen die op afstand uitleesbaar zijn

10.3. Gedragscode leveranciers en onder hun verantwoordelijkheid handelende meetbedrijven aangaande gegevens uit kleinverbruikmeetinrichtingen die op afstand uitleesbaar zijn

11. Bijzondere bepalingen

11.1. Overgangs- en slotbepalingen

Bijlagen

Bijlage 1. Verbruiksprofielen elektriciteit

B1.1. Standaardprofielen elektriciteit

B1.2. Indeling van aansluitingen in profielcategorieën

B1.2. Indeling van aansluitingen in profielcategorieën

B1.4. Tariefcorrectiefactoren elektriciteit

B1.4. Tariefcorrectiefactoren elektriciteit

B1.4. Tariefcorrectiefactoren elektriciteit

Bijlage 2. Gedimensioneerde profielen voor openbare verlichting en verkeersregelinstallaties

B2.2. Overige onbemeten aansluitingen

B3.2. Standaardprofielen gas

Eén van de toewijzingscriteria betreft de profielbedrijfstijd. Onder profielbedrijfstijd (PBT) wordt verstaan het overeenkomstig B3.4 bepaalde standaardjaarverbruik van een kleinverbruiker, gedeeld door de nominale metercapaciteit (bij een overdruk van 30 mbar) behorende bij de meetinrichting van die kleinverbruiker. Indien de overdruk in de gasmeter van de desbetreffende kleinverbruiker meer dan 200 mbar bedraagt, dient de nominale metercapaciteit gecorrigeerd te worden voor de druk door de nominale metercapaciteit te vermenigvuldigen met de factor (Pnet+1013,25)/1043,25; waarbij Pnet de overdruk in de meetinrichting is, zie de hieronder weergegeven voorbeeldberekening.

B3.3.1

Voor de kleinverbruikers waarvan verondersteld wordt dat ze een gelijkvormig verbruikspatroon hebben, kan hetzelfde verbruiksprofiel worden gebruikt. De kleinverbruikers worden daarom ingedeeld in profielcategorieën; deze indeling vindt plaats op grond van objectieve en kwantitatieve criteria.

B3.3.2

Toewijzing van profielcategorieën door de regionale netbeheerder aan kleinverbruikers gebeurt bij ingebruikname van de aansluiting en vervolgens jaarlijks per 1 januari op basis van de op dat moment bekende gegevens en de onderstaande toewijzingscriteria. Indien van een kleinverbruiker niet voldoende gegevens beschikbaar zijn om deze kleinverbruiker bij een bepaalde profielcategorie in te delen, wordt de kleinverbruiker ingedeeld bij de profielcategorie die, naar het redelijk inzicht van de regionale netbeheerder, het beste op de desbetreffende kleinverbruiker aansluit.

B3.3.3

Eén van de toewijzingscriteria betreft de profielbedrijfstijd. Onder profielbedrijfstijd (PBT) wordt verstaan het overeenkomstig B3.4 bepaalde standaardjaarverbruik van een kleinverbruiker, gedeeld door de nominale metercapaciteit (bij een overdruk van 30 mbar) behorende bij de meetinrichting van die kleinverbruiker. Indien de overdruk in de gasmeter van de desbetreffende kleinverbruiker meer dan 200 mbar bedraagt, dient de nominale metercapaciteit gecorrigeerd te worden voor de druk door de nominale metercapaciteit te vermenigvuldigen met de factor (Pnet+1013,25)/1043,25; waarbij Pnet de overdruk in de meetinrichting is, zie de hieronder weergegeven voorbeeldberekening.

B3.4. Het standaardjaarverbruik gas

Zonder deze correctie zou de profielbedrijfstijd 375 uur zijn geweest.

B3.3.4

De verbruikers worden aan de hand van de volgende criteria ingedeeld in profielcategorieën:

B3.3.5

Indien een kleinverbruiker ten gevolge van de jaarlijks overeenkomstig B3.3.2 op te stellen indeling van profielcategorieën, verandert van profielcategorie, zal het standaardjaarverbruik van die kleinverbruiker overeenkomstig B3.4 opnieuw moeten worden berekend met behulp van de profielfracties van de nieuw toegewezen profielcategorie.

De herberekening van het standaardjaarverbruik leidt niet tot herziening van de toegewezen profielcategorie.

Indien niet wordt voldaan aan de in B3.4.2 genoemde condities, wordt het standaard jaarverbruik niet opnieuw berekend en wordt het bestaande standaardjaarverbruik gehandhaafd.

B3.4.1

Het standaardjaarverbruik van een profielafnemer is het verwachte jaarverbruik (uitgedrukt in m3(n;35,17)) van een betreffende verbruiker in een standaard jaar (dat wil zeggen een jaar met gemiddelde klimaatcondities).

B3.4.2

Het standaardjaarverbruik wordt door de regionale netbeheerder geactualiseerd indien er sprake is van een relevante verbruiksperiode. De verbruiksperiode wordt relevant geacht, indien de periode tussen twee meteropnames tenminste 300 dagen beslaat, en de volledige maanden januari en februari omvat, hierbij wordt uitsluitend gebruik gemaakt van afgelezen of uitgelezen meterstanden. Het standaardjaarverbruik bestaat uit een positief getal.

B3.4.3

Indien niet wordt voldaan aan de in B3.4.2 genoemde condities, wordt het standaard jaarverbruik niet opnieuw berekend en wordt het bestaande standaardjaarverbruik gehandhaafd.

B3.3. Indeling van verbruikers in profielcategorieën gas

Het standaardjaarverbruik wordt bepaald door het gemeten verbruik over de laatste relevante verbruiksperiode, uitgedrukt in m3(n;35,17), te delen door de som van de profielfracties in het veronderstelde profiel over de desbetreffende verbruiksperiode. In formule:

SJV = VVP/Σ VPPC

waarin:

SJV = standaard jaarverbruik van een profielafnemer [m3(n;35,17)];

VVP = verbruik over de verbruiksperiode van een profielafnemer [m3(n;35,17)];

VPPC= de profielfracties van het verondersteld profiel van de profielcategorie in de desbetreffende verbruiksperiode, rekening houdend met het juiste temperatuurgebied.

B3.4.5

Indien van een profielafnemer in profielcategorie G1A het gemeten verbruik geen betrekking heeft op een relevante verbruiksperiode, wordt het standaardjaarverbruik van deze profielafnemer bepaald door het gemiddelde te nemen van de standaardjaarverbruiken van alle profielafnemers van de betreffende regionale netbeheerder in profielcategorie G1A waarvan het standaardjaarverbruik is vastgesteld op basis van het gemeten verbruik over een relevante verbruiksperiode.

B3.4.6

Indien van een profielafnemer in een van de andere profielcategorieën het gemeten verbruik geen betrekking heeft op een relevante verbruiksperiode, bepaalt de regionale netbeheerder het standaardjaarverbruik van die profielafnemer naar beste inzicht.

B3.4.7

Het standaardjaarverbruik van kleinverbruikaansluitingen zonder meetinrichting wordt vastgesteld naar beste inzicht van de regionale netbeheerder, waarbij de volgende richtlijn gehanteerd kan worden:

B3.4.8

Voor nieuwe geprofileerde kleinverbruikaansluitingen wordt per afnamecategorie een standaardjaarverbruik bepaald door de netbeheerder.

B3.4.9

De netbeheerder bepaalt het standaardjaarverbruik volgens de methode, bedoeld in B3.4.1 tot en met B3.4.8, uiterlijk vijf werkdagen na ontvangst van een vastgestelde meterstand van de leverancier of uiterlijk vijf werkdagen nadat de netbeheerder namens de leverancier een meterstand heeft vastgesteld.

B3.4.10

De netbeheerder muteert het aansluitingenregister met het standaardjaarverbruik, bedoeld in B3.4.9, uiterlijk vijf werkdagen na het bepalen van het standaardjaarverbruik overeenkomstig 2.1.8.

De regionale netbeheerder bepaalt in welk temperatuurgebied het netgebied valt.

Het standaardjaarverbruik van een profielafnemer vormt de basis van de door de RNB uit te voeren profielberekeningen.

De regionale netbeheerder bepaalt de som van de standaardjaarverbruiken van de profielafnemers van dezelfde combinatie van erkende programmaverantwoordelijke, leverancier en profielcategorie (∑SJVPV;LE,PC;Netgebied).

B3.5.1.1

De regionale netbeheerder voert de onder deze paragraaf B3.5.1 vermelde bewerkingen per netgebied uit.

B3.5.1.2

De regionale netbeheerder bepaalt in welk temperatuurgebied het netgebied valt.

B3.5. De bepaling van de gegevens

De regionale netbeheerder bepaalt de som van de standaardjaarverbruiken van de profielafnemers van dezelfde combinatie van erkende programmaverantwoordelijke, leverancier en profielcategorie (∑SJVPV;LE,PC;Netgebied).

B3.5.1. Berekening ten behoeve van de allocatie

De regionale netbeheerder bepaalt voor de desbetreffende profielcategorie voor elk uur de profielfractie van het temperatuurafhankelijke deel van het profiel (TAP) uit de regressiecoëfficiënt (RER) voor het desbetreffende uur, de stooktemperatuur (TST) voor het desbetreffende uur en de actuele temperatuurcoëfficiënt (TAC) van het relevante temperatuurgebied van het desbetreffende uur volgens de formules:

TAPPC = 0 indien TAC > TSTPC en

TAPPC = RERPC x (TSTPC – TAC) indien TAC ≤ TSTPC

De regionale netbeheerder gebruikt hierbij de actuele temperatuurcoëfficiënt, behorende bij het betreffende temperatuurgebied.

B3.5.1.5

De regionale netbeheerder bepaalt vervolgens voor elke profielcategorie voor elk uur de profielfractie van het verondersteld profiel (VP) uit de desbetreffende profielfractie van het temperatuuronafhankelijke deel van het profiel (TOP) en de desbetreffende profielfractie van het temperatuurafhankelijke deel van het profiel (TAP), volgens de formule:

VPPC = TOPPC + TAPPC

B3.5.1.6

De regionale netbeheerder bepaalt voor elk uur het veronderstelde geprofileerde verbruik (VGV), uitgedrukt in MJ, per erkende programmaverantwoordelijke /leverancier combinatie (PV;LE) per profielcategorie (PC) achter een bepaald netgebied volgens de formule:

VGVPV;LE,PC,netgebied = VPPC x ∑SJVPV;LE,PC,netgebied x 35,17

waarin:

VPPC = de profielfractie van het verondersteld profiel voor de desbetreffende profielcategorie voor het desbetreffende uur, rekening houdend met het juiste temperatuurgebied;

∑SJVPV;LE,PC,netgebied = de som van alle standaardjaarverbruiken van profielafnemers van de desbetreffende erkende programmaverantwoordelijke / leverancier combinatie in de desbetreffende profielcategorie achter het desbetreffende overdrachtspunt (netgebied), en;

VGVPV;LE,PC,netgebied = het veronderstelde geprofileerde verbruik voor de desbetreffende erkende programmaverantwoordelijke / leverancier combinatie, profielcategorie en overdrachtspunt (netgebied), uitgedrukt in MJ.

Het aldus berekende veronderstelde geprofileerde verbruik is de basis voor de allocatie op grond van de ‘profielklanten’.

Onder de regels met betrekking tot de profielenmethodiek worden in elk geval gerekend regels betreffende:

B3.6.1

Binnen het in B3.1.2 bedoelde overlegplatform vindt de vaststelling en het beheer van de verbruiksprofielen plaats.

B3.6.2

Het overlegplatform kan wijzigingen ontwerpen aangaande de regels van de profielmethodiek. Voor zover deze wijzigingen niet verenigbaar zijn met de op dat moment geldende voorwaarden als bedoeld in artikel 22 van de Gaswet zal een representatief deel van de ondernemingen die zich bezighouden met het transporteren, leveren of meten van gas deze wijzigingen als voorstellen van het representatief deel van de ondernemingen die zich bezighouden met het transporteren, leveren of meten van gas met inachtneming van artikel 22, Gaswet, indienen bij de Autoriteit Consument en Markt, tenzij het representatief deel van de ondernemingen die zich bezighouden met het transporteren, leveren of meten van gas op redelijke gronden hun instemming onthouden aan die wijzigingen.

B3.6.3

Onder de regels met betrekking tot de profielenmethodiek worden in elk geval gerekend regels betreffende:

B3.6. Wijziging profielenmethodiek

De op grond van B3.6.1 vastgestelde verbruiksprofielen worden door een door een representatief deel van de ondernemingen die zich bezighouden met het transporteren, leveren of meten van gas aangewezen uitvoeringsorganisatie op een geschikte wijze openbaar gemaakt.

B3.2.11

Alle berekeningen in het kader van de verbruiksprofielen worden uitgevoerd met variabelen met zoveel mogelijk cijfers achter de komma ('single precision floating point').

B3.4.7

B3.3.1

Voor de kleinverbruikers waarvan verondersteld wordt dat ze een gelijkvormig verbruikspatroon hebben, kan hetzelfde verbruiksprofiel worden gebruikt. De kleinverbruikers worden daarom ingedeeld in profielcategorieën; deze indeling vindt plaats op grond van objectieve en kwantitatieve criteria.

B3.3.2

Toewijzing van profielcategorieën door de regionale netbeheerder aan kleinverbruikers gebeurt bij ingebruikname van de aansluiting en vervolgens jaarlijks per 1 januari op basis van de op dat moment bekende gegevens en de onderstaande toewijzingscriteria. Indien van een kleinverbruiker niet voldoende gegevens beschikbaar zijn om deze kleinverbruiker bij een bepaalde profielcategorie in te delen, wordt de kleinverbruiker ingedeeld bij de profielcategorie die, naar het redelijk inzicht van de regionale netbeheerder, het beste op de desbetreffende kleinverbruiker aansluit.

Bijlage 4. Capaciteitstariefcodes Kleinverbruik

Vervallen

Bijlage 5. Beslistabel voor beoordeling van dispuutstanden

B5.1

B5.2

Op basis van de beslistabel uit B5.1 beslist de wederpartij of een dispuut over een meterstand kans van slagen heeft. Uitleg over de velden:

  • a. dispuut over methode mogelijk: dispuut kan worden aangegaan als kan worden aangetoond dat de initiërende partij niet de juiste methode heeft gebruikt om de oorspronkelijke meterstand te berekenen;
  • b. dispuut mogelijk indien buiten validatiegrens: dispuut kan worden aangegaan als kan worden aangetoond dat de oorspronkelijke meterstand buiten de validatiegrenzen valt;
  • c. dispuut mogelijk: dispuut kan worden aangegaan als de herkomst van de alternatieve stand van dezelfde of een hogere waarde is, of – in het geval van fysieke opname, als bedoeld in 5.2.2.3 – de alternatieve stand een klantstand is;
  • d. stand wint: onverminderd het bepaalde in 5.5.2.4, een dispuut waarbij de alternatieve stand van deze herkomst wordt gebruikt, wordt door de initiërende partij direct geaccepteerd en overgenomen als definitieve stand;
  • e. geen dispuut mogelijk: dispuut kan niet worden aangegaan, aangezien de herkomst van de alternatieve stand van een lagere waarde is dan de herkomst van de oorspronkelijke stand.

Bijlage 6. Modelverklaringen Naleving Gedragscodes

B6.1

Netbeheerders nemen onderstaande tekst op in de jaarrekening voor hun verklaring met betrekking tot de naleving van de Gedragscode aangaande gegevens uit kleinverbruikmeetinrichtingen die op afstand uitleesbaar zijn:

“Verklaring Naleving Gedragscode voor Netbeheerders

aangaande gegevens uit kleinverbruikmeetinrichtingen die op afstand uitleesbaar zijn.

Naam rechtspersoon: [naam rechtspersoon]
Statutaire vestigingsplaats: [vestigingsplaats]
Periode: [begin DD/MM/JJ] tot en met [eind DD/MM/JJ]

[Naam rechtspersoon] te [vestigingsplaats] maakt voor het goed kunnen uitvoeren van haar diensten gebruik van meetgegevens die zijn verkregen uit kleinverbruikmeetinrichtingen die op afstand uitleesbaar zijn. In aanvulling op de Algemene verordening gegevensbescherming hebben netbeheerders in de Nederlandse energiebranche een gedragscode opgesteld ten aanzien van het gebruik, het vastleggen, het uitwisselen en het bewaren van gegevens die zijn verkregen uit een kleinverbruikmeetinrichting die op afstand uitleesbaar is.

Hierbij verklaart [naam functionaris] dat [naam rechtspersoon] te [vestigingsplaats] zich gedurende de bovenvermelde periode heeft gehouden aan het gestelde in de regels en verplichtingen, genoemd in de Gedragscode [titel Gedragscode en versie].

[Plaats, datum]

[Naam functionaris en ondertekening met die naam]”

B6.2

Leveranciers nemen onderstaande tekst op in de jaarrekening voor hun verklaring met betrekking tot de naleving van de Gedragscode aangaande gegevens uit kleinverbruikmeetinrichtingen die op afstand uitleesbaar zijn:

“Verklaring Naleving Gedragscode voor Leveranciers en onder hun verantwoordelijkheid handelende Meetbedrijven.

aangaande gegevens uit kleinverbruikmeetinrichtingen die op afstand uitleesbaar zijn.

Naam rechtspersoon: [naam rechtspersoon]
Statutaire vestigingsplaats: [vestigingsplaats]
Periode: [begin DD/MM/JJ] tot en met [eind DD/MM/JJ]

[Naam rechtspersoon] te [vestigingsplaats] maakt voor het goed kunnen uitvoeren van haar diensten gebruik van meetgegevens die zijn verkregen uit kleinverbruikmeetinrichtingen die op afstand uitleesbaar zijn. In aanvulling op de Algemene verordening gegevensbescherming hebben leveranciers en onder hun verantwoordelijkheid handelende meetbedrijven in de Nederlandse energiebranche een gedragscode opgesteld ten aanzien van het gebruik, het vastleggen, het uitwisselen en het bewaren van gegevens die zijn verkregen uit een kleinverbruikmeetinrichting die op afstand uitleesbaar is.

Hierbij verklaart [naam functionaris] dat [naam rechtspersoon] te [vestigingsplaats] zich gedurende de bovenvermelde periode heeft gehouden aan het gestelde in de regels en verplichtingen, genoemd in de Gedragscode [titel Gedragscode en versie].

[Plaats, datum]

[Naam functionaris en ondertekening met die naam]”

Bijlage 7. Gegevensverstrekkingen naar aanleiding van opvraag of wijziging van aansluitinggegevens

De netbeheerder verstrekt op grond van 2.2.1, 2.2.2, 2.2.3, 2.2a.4, 2.2b.4, 2.2c.4, 2.2d.4, 3.1.2.6a, 3.3.2.5a, 3.5.2.6a, 3.6.3.6a, 4.1.2.6a, 4.3.2.5a of 4.5.2.6a de gegevens betreffende kleinverbruikaansluitingen of grootverbruikaansluitingen aan leveranciers, programmaverantwoordelijken of meetverantwoordelijken, zoals aangegeven in onderstaande tabel:

Artikel 2.2a.4 Artikel 2.2a.4 Artikel 2.2b.4 Artikel 2.2c.4 Artikel 2.2d.4, 2.2.1 Artikel 2.2d.4, 2.2.2 Artikel 2.2d.4, 2.2.1, 2.2.2, 2.2.3 Artikel 3.1.2.6a, 3.3.2.5a, 3.5.2.6a, 3.6.3.6a, 4.1.2.6a, 4.3.2.5a, 4.5.2.6a
Betreft grootverbruikaansluiting (GV) / kleinverbruikaansluiting (KV) KV GV KV KV KV KV GV KV/GV
Verstrekking aan leverancier x x x x x x
Verstrekking aan programmaverantwoordelijke x x x
Verstrekking aan meetverantwoordelijke x
Artikel 2.1.3 a de naam van de aangeslotene met wie de aansluit- en transportovereenkomst is gesloten;
b de EAN-code van de aansluiting; x x x x x x x x
c de EAN-code van het netgebied waarin de aansluiting zich bevindt; x x x x x x x x
d de bedrijfs-EAN-code van de netbeheerder; x x x x x x x x
e de adresgegevens behorend bij het overdrachtspunt van de aansluiting; x x x x x x
f de identificatie van de actuele leverancier behorende bij de desbetreffende aansluiting (bedrijfs-EAN-code); x x x
g de identificatie van de actuele programmaverantwoordelijke op de desbetreffende aansluiting (bedrijfs-EAN-code); x x x
h een kenmerk dat de fysieke status van de aansluiting weergeeft; x x x x x
i een kenmerk dat de administratieve status van de aansluiting weergeeft; x x x x
j een kenmerk dat de leveringsrichting op de aansluiting weergeeft; x x x x x x x
l de aanduiding of de aansluiting behoort tot de categorie grootverbruik, kleinverbruik of artikel 1 lid 2 of lid 3 van de Elektriciteitswet 1998; x x x x x x x x
p de wijze waarop de desbetreffende aansluiting wordt bemeten; x x x x x x
q de profielcategorie voor elektriciteit respectievelijk de afnamecategorie voor gas die van toepassing is op de desbetreffende aansluiting; x x x x x x x
r in geval van aansluitingen waarbij de allocatie met behulp van profielen plaatsvindt: het standaardjaarverbruik, in geval van een elektriciteitsaansluiting onderscheiden naar normaaluren en laaguren indien de aansluiting over een meetinrichting met telwerken voor normaaluren en laaguren beschikt; x x x x x x
s een kenmerk dat de allocatiemethode op de aansluiting weergeeft; x x x x
t de EAN-codes van de secundaire allocatiepunten die aan de aansluiting zijn toegekend; x x x x
u in geval van een secundair allocatiepunt: de EAN-code van het bijbehorende primaire allocatiepunt; x x x x x x
v [gereserveerd] x x
w de aanduiding of het een elektriciteits- of gasaansluiting betreft; x x x x x x x x
x indien de netbeheerder hierover beschikt: een nadere duiding omtrent de locatie van het overdrachtspunt van de aansluiting; x x x x x x
y indien de netbeheerder hierover beschikt: BAG-nummeridentificatie zoals bedoeld in artikel 1, onderdeel d van de Wet basisregistraties adressen en gebouwen. x x x x x x
Artikel 2.1.4 a de capaciteitstariefcode; x x x
b in geval van een aansluiting die is voorzien van een kleinverbruikmeetinrichting die op afstand uitleesbaar is: een kenmerk dat weergeeft of de aangeslotene de mogelijkheid om op afstand uit te lezen administratief heeft laten uitzetten; x x x
d het identificatienummer van de meetinrichting; x 1 x x
e in geval van een gasaansluiting: een kenmerk dat weergeeft of de meting door de kleinverbruikmeetinrichting wordt gecorrigeerd voor temperatuur; x x
f per telwerk van de meetinrichting, bedoeld onder d, de volgende gegevens:
f1 in geval van elektriciteit: de telwerkindicatie; x x
f2 in geval van elektriciteit en uitsluitend voor een niet op afstand uitleesbare meetinrichting: of dit het telwerk normaal of het telwerk laag of een combinatie daarvan betreft; x x
f3 in geval van elektriciteit en uitsluitend voor een niet op afstand uitleesbare meetinrichting: de energierichting van het telwerk; x x
f5 het aantal posities voor de komma; x x
f6 de vermenigvuldigingsfactor; x x
g in geval van een aansluiting die is voorzien van een kleinverbruikmeetinrichting die op afstand uitleesbaar is: een kenmerk dat weergeeft of de kleinverbruikmeetinrichting gelet op externe factoren van technische aard al dan niet op afstand uitleesbaar is; x x x
h een kenmerk dat weergeeft of de kleinverbruikmeetinrichting al dan niet op afstand uitleesbaar is. x x x
Artikel 2.1.5 a de bedrijfs-EAN-code van de meetverantwoordelijke dan wel, indien sprake is van een aansluiting waarbij op grond van 2.1.3.5 van de Netcode elektriciteit geen comptabele meetinrichting aanwezig is of indien sprake is van een aansluiting zoals bedoeld in B3.4.7, de bedrijfs-EAN-code van de netbeheerder; x
b in geval van aansluitingen waarbij eenmaal per jaar het verbruik wordt bepaald: de maand waarin de verbruiksbepaling plaatsvindt; x
c in geval van een elektriciteitsaansluiting groter dan 3x80A: het op de aansluiting gecontracteerde transportvermogen [kW]; x
d in geval van aansluitingen van telemetriegrootverbruikers gas: het jaarverbruik telemetriegrootverbruikers (uitgedrukt in m3(n;35,17)); x
e in geval van aansluitingen van telemetriegrootverbruikers gas: het maxverbruik (uitgedrukt in m3(n;35,17)/uur). x
f in geval van een elektriciteitsaansluiting waarachter zich een of meer elektriciteitsproductie-installaties bevinden: de aard van die elektriciteitsproductie-installaties aangeduid met de primaire energiebron; x
g in geval van een elektriciteitsaansluiting tot en met 3x80A: de doorlaatwaarde van de aansluiting, aangeduid als het aantal beschikbaar gestelde fasen vermenigvuldigd met de nominale waarde van de overstroombeveiliging per fase. x
i in geval van een gasaansluiting: de aansluitcapaciteit van de aansluiting, aangeduid in m3(n)/uur; x
j in geval van een elektriciteitsaansluiting groter dan 3x80A: de aansluitcapaciteit in kVA. x

1 de laatste 4 cijfers van de gegevens bedoeld in 2.1.4, onderdeel d.

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

B1.5. De klimaatcorrectiefactor

B1.5. De klimaatcorrectiefactor

Bijlage 2. Gedimensioneerde profielen voor openbare verlichting en verkeersregelinstallaties

B3.2. Standaardprofielen gas

Bijlage 3. Verbruiksprofielen gas

B3.1. Vaststelling en beheer van verbruiksprofielen

B3.2. Standaardprofielen gas

Voorbeeldberekening

B3.5.1. Berekening ten behoeve van de allocatie

B3.5.1.3

B3.5.1.4

B3.5. De bepaling van de gegevens

B3.5.1. Berekening ten behoeve van de allocatie

B3.6.4

B3.3.3

Eén van de toewijzingscriteria betreft de profielbedrijfstijd. Onder profielbedrijfstijd (PBT) wordt verstaan het overeenkomstig B3.4 bepaalde standaardjaarverbruik van een kleinverbruiker, gedeeld door de nominale metercapaciteit (bij een overdruk van 30 mbar) behorende bij de meetinrichting van die kleinverbruiker. Indien de overdruk in de gasmeter van de desbetreffende kleinverbruiker meer dan 200 mbar bedraagt, dient de nominale metercapaciteit gecorrigeerd te worden voor de druk door de nominale metercapaciteit te vermenigvuldigen met de factor (Pnet+1013,25)/1043,25; waarbij Pnet de overdruk in de meetinrichting is, zie de hieronder weergegeven voorbeeldberekening.

Voorbeeldberekening

Zonder deze correctie zou de profielbedrijfstijd 375 uur zijn geweest.

B3.3.4

B3.5.1. Berekening ten behoeve van de allocatie

B3.3.5

Indien een kleinverbruiker ten gevolge van de jaarlijks overeenkomstig B3.3.2 op te stellen indeling van profielcategorieën, verandert van profielcategorie, zal het standaardjaarverbruik van die kleinverbruiker overeenkomstig B3.4 opnieuw moeten worden berekend met behulp van de profielfracties van de nieuw toegewezen profielcategorie.

De herberekening van het standaardjaarverbruik leidt niet tot herziening van de toegewezen profielcategorie.

De regionale netbeheerder bepaalt in welk temperatuurgebied het netgebied valt.

B3.4.1

Het standaardjaarverbruik van een profielafnemer is het verwachte jaarverbruik (uitgedrukt in m3(n;35,17)) van een betreffende verbruiker in een standaard jaar (dat wil zeggen een jaar met gemiddelde klimaatcondities).

B3.4.2

Het standaardjaarverbruik wordt door de regionale netbeheerder geactualiseerd indien er sprake is van een relevante verbruiksperiode. De verbruiksperiode wordt relevant geacht, indien de periode tussen twee meteropnames tenminste 300 dagen beslaat, en de volledige maanden januari en februari omvat, hierbij wordt uitsluitend gebruik gemaakt van afgelezen of uitgelezen meterstanden. Het standaardjaarverbruik bestaat uit een positief getal.

Bijlage 4. Capaciteitstariefcodes Kleinverbruik

Vervallen

Bijlage 5. Beslistabel voor beoordeling van dispuutstanden

B5.1

B5.2

Op basis van de beslistabel uit B5.1 beslist de wederpartij of een dispuut over een meterstand kans van slagen heeft. Uitleg over de velden:

  • a. dispuut over methode mogelijk: dispuut kan worden aangegaan als kan worden aangetoond dat de initiërende partij niet de juiste methode heeft gebruikt om de oorspronkelijke meterstand te berekenen;
  • b. dispuut mogelijk indien buiten validatiegrens: dispuut kan worden aangegaan als kan worden aangetoond dat de oorspronkelijke meterstand buiten de validatiegrenzen valt;
  • c. dispuut mogelijk: dispuut kan worden aangegaan als de herkomst van de alternatieve stand van dezelfde of een hogere waarde is, of – in het geval van fysieke opname, als bedoeld in 5.2.2.3 – de alternatieve stand een klantstand is;
  • d. stand wint: onverminderd het bepaalde in 5.5.2.4, een dispuut waarbij de alternatieve stand van deze herkomst wordt gebruikt, wordt door de initiërende partij direct geaccepteerd en overgenomen als definitieve stand;
  • e. geen dispuut mogelijk: dispuut kan niet worden aangegaan, aangezien de herkomst van de alternatieve stand van een lagere waarde is dan de herkomst van de oorspronkelijke stand.

Bijlage 6. Modelverklaringen Naleving Gedragscodes

B6.1

Netbeheerders nemen onderstaande tekst op in de jaarrekening voor hun verklaring met betrekking tot de naleving van de Gedragscode aangaande gegevens uit kleinverbruikmeetinrichtingen die op afstand uitleesbaar zijn:

“Verklaring Naleving Gedragscode voor Netbeheerders

aangaande gegevens uit kleinverbruikmeetinrichtingen die op afstand uitleesbaar zijn.

Naam rechtspersoon: [naam rechtspersoon]
Statutaire vestigingsplaats: [vestigingsplaats]
Periode: [begin DD/MM/JJ] tot en met [eind DD/MM/JJ]

[Naam rechtspersoon] te [vestigingsplaats] maakt voor het goed kunnen uitvoeren van haar diensten gebruik van meetgegevens die zijn verkregen uit kleinverbruikmeetinrichtingen die op afstand uitleesbaar zijn. In aanvulling op de Algemene verordening gegevensbescherming hebben netbeheerders in de Nederlandse energiebranche een gedragscode opgesteld ten aanzien van het gebruik, het vastleggen, het uitwisselen en het bewaren van gegevens die zijn verkregen uit een kleinverbruikmeetinrichting die op afstand uitleesbaar is.

Hierbij verklaart [naam functionaris] dat [naam rechtspersoon] te [vestigingsplaats] zich gedurende de bovenvermelde periode heeft gehouden aan het gestelde in de regels en verplichtingen, genoemd in de Gedragscode [titel Gedragscode en versie].

[Plaats, datum]

[Naam functionaris en ondertekening met die naam]”

B6.2

Leveranciers nemen onderstaande tekst op in de jaarrekening voor hun verklaring met betrekking tot de naleving van de Gedragscode aangaande gegevens uit kleinverbruikmeetinrichtingen die op afstand uitleesbaar zijn:

“Verklaring Naleving Gedragscode voor Leveranciers en onder hun verantwoordelijkheid handelende Meetbedrijven.

aangaande gegevens uit kleinverbruikmeetinrichtingen die op afstand uitleesbaar zijn.

Naam rechtspersoon: [naam rechtspersoon]
Statutaire vestigingsplaats: [vestigingsplaats]
Periode: [begin DD/MM/JJ] tot en met [eind DD/MM/JJ]

[Naam rechtspersoon] te [vestigingsplaats] maakt voor het goed kunnen uitvoeren van haar diensten gebruik van meetgegevens die zijn verkregen uit kleinverbruikmeetinrichtingen die op afstand uitleesbaar zijn. In aanvulling op de Algemene verordening gegevensbescherming hebben leveranciers en onder hun verantwoordelijkheid handelende meetbedrijven in de Nederlandse energiebranche een gedragscode opgesteld ten aanzien van het gebruik, het vastleggen, het uitwisselen en het bewaren van gegevens die zijn verkregen uit een kleinverbruikmeetinrichting die op afstand uitleesbaar is.

Hierbij verklaart [naam functionaris] dat [naam rechtspersoon] te [vestigingsplaats] zich gedurende de bovenvermelde periode heeft gehouden aan het gestelde in de regels en verplichtingen, genoemd in de Gedragscode [titel Gedragscode en versie].

[Plaats, datum]

[Naam functionaris en ondertekening met die naam]”

Bijlage 4. Capaciteitstariefcodes Kleinverbruik

Vervallen

Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

5.3.2.2a

Voor een niet op afstand uitleesbare meetinrichting, die beschikt over twee telwerken voor een leveringsrichting, wordt het verbruik op het normaaltelwerk bepaald door het verschil tussen de vastgestelde meterstand en de voorlaatst vastgestelde meterstand van het normaaltelwerk te vermenigvuldigen met de vermenigvuldigingsfactor van het telwerk.

5.3.2.2b

Voor een niet op afstand uitleesbare meetinrichting, die beschikt over twee telwerken voor een leveringsrichting, wordt het verbruik op het laagtelwerk bepaald door het verschil tussen de vastgestelde meterstand en de voorlaatst vastgestelde meterstand van het laagtelwerk te vermenigvuldigen met de vermenigvuldigingsfactor van het telwerk.

5.3.2.4a

De in 5.3.2.2a, 5.3.2.2b, 5.3.2.3 en 5.3.2.4 bepaalde verbruiken worden in het allocatie- en reconciliatieproces als verbruik in normaaluren beschouwd.

5.4. Standaardjaarafname elektriciteit, standaardjaarinvoeding elektriciteit en standaardjaarverbruik gas

5.4.1. Bepalen standaardjaarafname elektriciteit, standaardjaarinvoeding elektriciteit en standaardjaarverbruik gas

5.4. Standaardjaarafname elektriciteit, standaardjaarinvoeding elektriciteit en standaardjaarverbruik gas

5.4.1. Bepalen standaardjaarafname elektriciteit, standaardjaarinvoeding elektriciteit en standaardjaarverbruik gas

5.6. Verrekenen verbruiken en nettarieven

5.6.1. Verrekenverplichting

6. Meetgegevensprocessen ten behoeve van grootverbruikaansluitingen

6.1.1. De meetverantwoordelijke stelt de meterstand vast, berekent het verbruik en stuurt deze naar de netbeheerder

6.2.1. Validatie van meetgegevens

6.2.3. Uitwisselen van meetgegevens tussen meetverantwoordelijke en de netbeheerder van het landelijk hoogspanningsnet

6.3.4. Afhandeling verzoeken tot hernieuwd toerekenen definitieve volumes

6.3.7. Verwerking en overdracht van meetgegevens op de vijfde werkdag na afloop van het etmaal

6.3.8. Verwerking en overdracht van meetgegevens op de tiende werkdag na afloop van het etmaal

6.3.6. Overdracht van meetgegevens op de eerste werkdag na afloop van het etmaal

6.3.12. Overdracht van gegevens in het kader van marktfacilitering

6.3.8. Verwerking en overdracht van meetgegevens op de tiende werkdag na afloop van het etmaal

6.4. Valideren en vaststellen van meetgegevens gas door de meetverantwoordelijke

6.3.8. Verwerking en overdracht van meetgegevens op de tiende werkdag na afloop van het etmaal

6.4.2. Overdracht van meetgegevens aan de regionale netbeheerder en het Centraal Systeem Stuursignaal

6.4. Valideren en vaststellen van meetgegevens gas door de meetverantwoordelijke

6.4.1. Validatie van meetgegevens

6.5.2. Overdracht van gegevens in het kader van marktfacilitering

6.6. Bepalen standaardjaarafname elektriciteit, standaardjaarinvoeding elektriciteit en standaardjaarverbruik gas van profielgrootverbruikaansluitingen

6.7. Opvragen historische meetgegevens

6.8. Bepalen jaarverbruik gas voor telemetriegrootverbruikaansluitingen

6.9. Verrekenen verbruiken

6.9.2. Verrekenproces

8. Informatie-uitwisseling t.b.v. van het leveranciersmodel bij een kleinverbruiker

8.1. De aansluit- en transportovereenkomst met een kleinverbruiker

8.2. Informatie-uitwisseling ten behoeve van de uitvoering van de betalingsverplichting als bedoeld in artikel 9 van de regeling, bedoeld in artikelen 53 en 95cb, zesde lid, van de Elektriciteitswet 1998 en artikelen 21 en 44b, zesde lid, van de Gaswet

9. Berichtenverkeer

9.1. Uitvoeringsregels

9.1. Uitvoeringsregels

8.1. De aansluit- en transportovereenkomst met een kleinverbruiker

7. Allocatie en reconciliatie

10.1. Registers en administraties

10.1.1. Aansluitingenregister

10.1.2. Het EAN-codeboek

10.1.3. Het contracteindegegevens

10.1.4. Het toegankelijk meetregister

10.1.4a. De klantsleuteladministratie

10.1.4b. De toestemmingenadministratie

10.1.3. Het contracteindegegevens

10.2. Gedragscode regionale netbeheerders aangaande gegevens uit kleinverbruikmeetinrichtingen die op afstand uitleesbaar zijn

9.2. Elektronische gegevensuitwisseling

11. Bijzondere bepalingen

9.2. Elektronische gegevensuitwisseling

Bijlagen

Bijlage 1. Verbruiksprofielen elektriciteit

B1.0. Vaststelling en beheer van verbruiksprofielen

B1.2. Indeling van aansluitingen in profielcategorieën

B1.3. De standaardjaarafname en standaardjaarinvoeding elektriciteit

B1.6. De bepaling van de gegevens

Bijlage 2. Gedimensioneerde profielen voor openbare verlichting en verkeersregelinstallaties

B2.1. Openbare verlichting

B2.2. Overige onbemeten aansluitingen

Bijlage 3. Verbruiksprofielen gas

B3.1. Vaststelling en beheer van verbruiksprofielen

B3.2. Standaardprofielen gas

B3.4.4

B3.3. Indeling van verbruikers in profielcategorieën gas

B3.4. Het standaardjaarverbruik gas

B3.5. De bepaling van de gegevens

B3.5.1. Berekening ten behoeve van de allocatie

De verbruikers worden aan de hand van de volgende criteria ingedeeld in profielcategorieën:

B3.6. Wijziging profielenmethodiek

B3.4.3

Indien niet wordt voldaan aan de in B3.4.2 genoemde condities, wordt het standaard jaarverbruik niet opnieuw berekend en wordt het bestaande standaardjaarverbruik gehandhaafd.

B3.4.4

Bijlage 5. Beslistabel voor beoordeling van dispuutstanden

B5.1

B5.2

Op basis van de beslistabel uit B5.1 beslist de wederpartij of een dispuut over een meterstand kans van slagen heeft. Uitleg over de velden:

  • a. dispuut over methode mogelijk: dispuut kan worden aangegaan als kan worden aangetoond dat de initiërende partij niet de juiste methode heeft gebruikt om de oorspronkelijke meterstand te berekenen;
  • b. dispuut mogelijk indien buiten validatiegrens: dispuut kan worden aangegaan als kan worden aangetoond dat de oorspronkelijke meterstand buiten de validatiegrenzen valt;
  • c. dispuut mogelijk: dispuut kan worden aangegaan als de herkomst van de alternatieve stand van dezelfde of een hogere waarde is, of – in het geval van fysieke opname, als bedoeld in 5.2.2.3 – de alternatieve stand een klantstand is;
  • d. stand wint: onverminderd het bepaalde in 5.5.2.4, een dispuut waarbij de alternatieve stand van deze herkomst wordt gebruikt, wordt door de initiërende partij direct geaccepteerd en overgenomen als definitieve stand;
  • e. geen dispuut mogelijk: dispuut kan niet worden aangegaan, aangezien de herkomst van de alternatieve stand van een lagere waarde is dan de herkomst van de oorspronkelijke stand.

Bijlage 6. Modelverklaringen Naleving Gedragscodes

B6.1

Netbeheerders nemen onderstaande tekst op in de jaarrekening voor hun verklaring met betrekking tot de naleving van de Gedragscode aangaande gegevens uit kleinverbruikmeetinrichtingen die op afstand uitleesbaar zijn:

“Verklaring Naleving Gedragscode voor Netbeheerders

aangaande gegevens uit kleinverbruikmeetinrichtingen die op afstand uitleesbaar zijn.

Naam rechtspersoon: [naam rechtspersoon]
Statutaire vestigingsplaats: [vestigingsplaats]
Periode: [begin DD/MM/JJ] tot en met [eind DD/MM/JJ]

[Naam rechtspersoon] te [vestigingsplaats] maakt voor het goed kunnen uitvoeren van haar diensten gebruik van meetgegevens die zijn verkregen uit kleinverbruikmeetinrichtingen die op afstand uitleesbaar zijn. In aanvulling op de Algemene verordening gegevensbescherming hebben netbeheerders in de Nederlandse energiebranche een gedragscode opgesteld ten aanzien van het gebruik, het vastleggen, het uitwisselen en het bewaren van gegevens die zijn verkregen uit een kleinverbruikmeetinrichting die op afstand uitleesbaar is.

Hierbij verklaart [naam functionaris] dat [naam rechtspersoon] te [vestigingsplaats] zich gedurende de bovenvermelde periode heeft gehouden aan het gestelde in de regels en verplichtingen, genoemd in de Gedragscode [titel Gedragscode en versie].

[Plaats, datum]

[Naam functionaris en ondertekening met die naam]”

B6.2

Leveranciers nemen onderstaande tekst op in de jaarrekening voor hun verklaring met betrekking tot de naleving van de Gedragscode aangaande gegevens uit kleinverbruikmeetinrichtingen die op afstand uitleesbaar zijn:

“Verklaring Naleving Gedragscode voor Leveranciers en onder hun verantwoordelijkheid handelende Meetbedrijven.

aangaande gegevens uit kleinverbruikmeetinrichtingen die op afstand uitleesbaar zijn.

Naam rechtspersoon: [naam rechtspersoon]
Statutaire vestigingsplaats: [vestigingsplaats]
Periode: [begin DD/MM/JJ] tot en met [eind DD/MM/JJ]

[Naam rechtspersoon] te [vestigingsplaats] maakt voor het goed kunnen uitvoeren van haar diensten gebruik van meetgegevens die zijn verkregen uit kleinverbruikmeetinrichtingen die op afstand uitleesbaar zijn. In aanvulling op de Algemene verordening gegevensbescherming hebben leveranciers en onder hun verantwoordelijkheid handelende meetbedrijven in de Nederlandse energiebranche een gedragscode opgesteld ten aanzien van het gebruik, het vastleggen, het uitwisselen en het bewaren van gegevens die zijn verkregen uit een kleinverbruikmeetinrichting die op afstand uitleesbaar is.

Hierbij verklaart [naam functionaris] dat [naam rechtspersoon] te [vestigingsplaats] zich gedurende de bovenvermelde periode heeft gehouden aan het gestelde in de regels en verplichtingen, genoemd in de Gedragscode [titel Gedragscode en versie].

[Plaats, datum]

[Naam functionaris en ondertekening met die naam]”

Bijlage 7. Gegevensverstrekkingen naar aanleiding van opvraag of wijziging van aansluitinggegevens

De netbeheerder verstrekt op grond van 2.2.1, 2.2.2, 2.2.3, 2.2a.4, 2.2b.4, 2.2c.4, 2.2d.4, 3.1.2.6a, 3.3.2.5a, 3.5.2.6a, 3.6.3.6a, 4.1.2.6a, 4.3.2.5a of 4.5.2.6a de gegevens betreffende kleinverbruikaansluitingen of grootverbruikaansluitingen aan leveranciers, programmaverantwoordelijken of meetverantwoordelijken, zoals aangegeven in onderstaande tabel:

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)