Besluit van de Autoriteit Consument en Markt van 21 april 2016, met kenmerk ACM/DC/2016/202148, houdende de vaststelling van de voorwaarden als bedoeld in artikel 54, eerste lid, van de Elektriciteitswet 1998 en artikel 22, eerste lid, van de Gaswet (Informatiecode elektriciteit en gas)
Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
5.4.1.2a
Behoudens het bepaalde in B3.4.7 past de netbeheerder op 1 januari 2017 eenmalig het standaardjaarverbruik aan voor alle gasaansluitingen van de profielcategorieën G1A en G2A, door het bestaande standaardjaarverbruik te delen door 1,008027.
4.8. Beëindigen van de meetverantwoordelijkheid op een grootverbruikaansluiting
4.7.2. Uitvoeren van de plaatsing, wijziging of wegname van (het secundaire deel van) de meetinrichting
4.10.2. Inbedrijfname van de aansluiting en communicatie hierover door de netbeheerder
5.5.3. Fysieke opname op basis van kosten ongelijk
5.3.5. De regionale netbeheerder distribueert de vastgestelde meterstand en verbruik voor reconciliatie
6. Meetgegevensprocessen ten behoeve van grootverbruikaansluitingen
5.4. Bepalen standaardjaarverbruik
4.10.2. Inbedrijfname van de aansluiting en communicatie hierover door de netbeheerder
4.10.2. Inbedrijfname van de aansluiting en communicatie hierover door de netbeheerder
6.2. Valideren en vaststellen van meetgegevens elektriciteit door de meetverantwoordelijke
4.13.2. De netbeheerder controleert de melding wijzigen verblijfsfunctie of complexbepaling
4.15.1. De leverancier dient de eindeleveringsmelding in bij de netbeheerder van het landelijk gastransportnet
5.1.3. De leverancier valideert meterstanden en stelt deze vast
6.3. Verwerken en distribueren van meetgegevens van elektriciteitsaansluitingen door de netbeheerder
5.5.4. Vaststellen meterstand na dispuut
4.14.2. De netbeheerder van het landelijk gastransportnet controleert de switchmelding
4.14.3. De netbeheerder van het landelijk gastransportnet voert de switch uit en communiceert dit
4.15.1. De leverancier dient de eindeleveringsmelding in bij de netbeheerder van het landelijk gastransportnet
5.1.4. De leverancier stuurt vastgestelde meterstanden naar de regionale netbeheerder
5.3.4. De regionale netbeheerder ontvangt de vastgestelde meterstanden van de leverancier en bepaalt het verbruik voor reconciliatie
6.3.2. Beoordelen volledigheid ontvangen van meetgegevens
5.3.4. De regionale netbeheerder ontvangt de vastgestelde meterstanden van de leverancier en bepaalt het verbruik voor reconciliatie
6.3.9. Verwerking en overdracht van meetgegevens na reclamatie op de tiende werkdag na afloop van het etmaal
4.16.5. Correctieproces onterechte switch van programmaverantwoordelijke
5.1.2. De leverancier collecteert meterstanden
5.1.4. De leverancier stuurt vastgestelde meterstanden naar de regionale netbeheerder
6.3.8. Verwerking en overdracht van meetgegevens op de tiende werkdag na afloop van het etmaal
6.4. Valideren en vaststellen van meetgegevens gas door de meetverantwoordelijke
5.3.2. Verbruiksbepaling elektriciteit
5.3.3. Verbruiksbepaling gas
5.5. Dispuutproces
5.5.1. Controleren meterstand en melding dispuut
5.5.2. Beoordelen alternatieve meterstand
6.6. Bepalen standaardjaarverbruik van profielgrootverbruikaansluitingen
6.7. Opvragen historische meetgegevens
5.6. Verrekenen verbruiken en nettarieven
7. Allocatie en reconciliatie
8. Informatie-uitwisseling t.b.v. van het leveranciersmodel bij een kleinverbruiker
6.5. Verwerken en distribueren van (meet)gegevens van gasaansluitingen door de regionale netbeheerder
6.6. Bepalen standaardjaarverbruik van profielgrootverbruikaansluitingen
6.1. Behandelen en verwerken van meetgegevens voor mutatieprocessen
6. Meetgegevensprocessen ten behoeve van grootverbruikaansluitingen
6.1. Behandelen en verwerken van meetgegevens voor mutatieprocessen
6.8. Bepalen jaarverbruik gas voor telemetriegrootverbruikaansluitingen
10. Gegevensbescherming en bewaartermijnen van gegevens
10.1. Registers
6.2.2. Overdracht van meetgegevens aan de netbeheerder
10.1.2. Het EAN-codeboek
10.1.3. Het contracteindegegevens
6.4.2. Overdracht van meetgegevens aan de regionale netbeheerder en het Centraal Systeem Stuursignaal
6.3.11. Dataoverdracht in het kader van artikel 16, lid 1, sub i, van de Wet
8.3. Administratieve bepalingen
10.1. Registers
11. Bijzondere bepalingen
11.1. Overgangs- en slotbepalingen
Bijlage 1. Verbruiksprofielen elektriciteit
B1.0. Vaststelling en beheer van verbruiksprofielen
De op grond van B1.0.1 vastgestelde verbruiksprofielen worden door een door een representatief deel van de ondernemingen die zich bezighouden met het transporteren, leveren of meten van elektriciteit aangewezen uitvoeringsorganisatie op een geschikte wijze openbaar gemaakt.
B1.1. Standaardprofielen elektriciteit
De aldus vastgestelde profielen worden toegepast vanaf de eerste kalenderdag van het volgende kwartaal.
B1.2. Indeling van aangeslotenen in profielcategorieën
B1.1.1
B1.3. Het standaardjaarverbruik elektriciteit
B1.2.6
B1.4. Tariefcorrectiefactoren elektriciteit
B1.2.3
B1.5. De klimaatcorrectiefactor
Aansluitingen met een doorlaatwaarde groter dan 3x25A op laagspanning maar kleiner dan of gelijk aan 3x80A op laagspanning die beschikken over een meetinrichting met één actief telwerk, worden ingedeeld in profielcategorie E2A van de overeenkomstig B1.1.3 vastgestelde set standaardprofielen.
B1.6. De bepaling van de gegevens
Indien voor aansluitingen met een profielcategorie E3A, E3B, E3C of E3D alleen een gemeten verbruik bekend is over een kortere periode dan 345 dagen, dan wordt het verbruik over deze kortere periode gebruikt voor de berekening van het standaardjaarverbruik.
Bijlage 2. Gedimensioneerde profielen voor openbare verlichting en verkeersregelinstallaties
B2.1. Openbare verlichting
B1.6.5
B2.2. Verkeersregelinstallaties
B1.0.3
Bijlage 3. Verbruiksprofielen gas
B1.1. Standaardprofielen elektriciteit
Uiterlijk de derde week van de maanden januari, april, juli en oktober doet een representatief deel van de ondernemingen die zich bezighouden met het transporteren, leveren of meten van elektriciteit aan het overlegplatform ex artikel B1.0.1 een gemotiveerd voorstel voor de profielen die in het volgend kwartaal gehanteerd zullen worden.
B3.2. Standaardprofielen gas
B1.1.1
B3.3. Indeling van verbruikers in profielcategorieën gas
Aansluitingen met een doorlaatwaarde kleiner dan of gelijk aan 3x25A op laagspanning die beschikken over een meetinrichting met twee actieve telwerken en waarbij het schakelmoment van normaaluren naar laaguren omstreeks 21:00 uur valt, worden ingedeeld in profielcategorie E1C van de overeenkomstig B1.1.3 vastgestelde set standaardprofielen.
B1.4. Tariefcorrectiefactoren elektriciteit
B1.3.5
B3.5. De bepaling van de gegevens
B1.3.6
B3.4. Het standaardjaarverbruik gas
B1.5.1
B3.6. Wijziging profielenmethodiek
Ten behoeve van de vaststelling en het beheer van de verbruiksprofielen, zoals bedoeld in 5.3.2.5 en 6.3.2.1, organiseert een representatief deel van de ondernemingen die zich bezighouden met het transporteren, leveren of meten van elektriciteit een overlegplatform, waarin naast een delegatie van het representatief deel van de ondernemingen die zich bezighouden met het transporteren, leveren of meten van elektriciteit tevens zitting hebben alle programmaverantwoordelijken die balanceringsverantwoordelijkheid dragen voor aansluitingen met een gecontracteerd transportvermogen kleiner dan 100 kW.
Bijlage 6. Modelverklaringen Naleving Gedragscodes
B6.1
Netbeheerders nemen onderstaande tekst op in de jaarrekening voor hun verklaring met betrekking tot de naleving van de Gedragscode aangaande gegevens uit kleinverbruikmeetinrichtingen die op afstand uitleesbaar zijn:
“Verklaring Naleving Gedragscode voor Netbeheerders
aangaande gegevens uit kleinverbruikmeetinrichtingen die op afstand uitleesbaar zijn.
| Naam rechtspersoon: | [naam rechtspersoon] |
| Statutaire vestigingsplaats: | [vestigingsplaats] |
| Periode: | [begin DD/MM/JJ] tot en met [eind DD/MM/JJ] |
[Naam rechtspersoon] te [vestigingsplaats] maakt voor het goed kunnen uitvoeren van haar diensten gebruik van meetgegevens die zijn verkregen uit kleinverbruikmeetinrichtingen die op afstand uitleesbaar zijn. In aanvulling op de Wet Bescherming Persoonsgegevens hebben netbeheerders in de Nederlandse energiebranche een gedragscode opgesteld ten aanzien van het gebruik, het vastleggen, het uitwisselen en het bewaren van gegevens die zijn verkregen uit een kleinverbruikmeetinrichting die op afstand uitleesbaar is.
Hierbij verklaart [naam functionaris] dat [naam rechtspersoon] te [vestigingsplaats] zich gedurende de bovenvermelde periode heeft gehouden aan het gestelde in de regels en verplichtingen, genoemd in de Gedragscode [titel Gedragscode en versie].
[Plaats, datum]
[Naam functionaris en ondertekening met die naam]”
B6.2
Leveranciers nemen onderstaande tekst op in de jaarrekening voor hun verklaring met betrekking tot de naleving van de Gedragscode aangaande gegevens uit kleinverbruikmeetinrichtingen die op afstand uitleesbaar zijn:
“Verklaring Naleving Gedragscode voor Leveranciers en onder hun verantwoordelijkheid handelende Meetbedrijven.
aangaande gegevens uit kleinverbruikmeetinrichtingen die op afstand uitleesbaar zijn.
| Naam rechtspersoon: | [naam rechtspersoon] |
| Statutaire vestigingsplaats: | [vestigingsplaats] |
| Periode: | [begin DD/MM/JJ] tot en met [eind DD/MM/JJ] |
[Naam rechtspersoon] te [vestigingsplaats] maakt voor het goed kunnen uitvoeren van haar diensten gebruik van meetgegevens die zijn verkregen uit kleinverbruikmeetinrichtingen die op afstand uitleesbaar zijn. In aanvulling op de Wet Bescherming Persoonsgegevens hebben leveranciers en onder hun verantwoordelijkheid handelende meetbedrijven in de Nederlandse energiebranche een gedragscode opgesteld ten aanzien van het gebruik, het vastleggen, het uitwisselen en het bewaren van gegevens die zijn verkregen uit een kleinverbruikmeetinrichting die op afstand uitleesbaar is.
Hierbij verklaart [naam functionaris] dat [naam rechtspersoon] te [vestigingsplaats] zich gedurende de bovenvermelde periode heeft gehouden aan het gestelde in de regels en verplichtingen, genoemd in de Gedragscode [titel Gedragscode en versie].
[Plaats, datum]
[Naam functionaris en ondertekening met die naam]”
Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
3.1.3.4
Indien de allocatiemethode van de aansluiting, bedoeld in 2.1.3 onderdeel s, de waarde “slimme-meter-allocatie” heeft, muteert de regionale netbeheerder de allocatiemethode naar de waarde “profielallocatie”.
3.1.4. Collecteren, vaststellen en distribueren van de meterstand
2.8. Het leveranciersregister
3.1.3. De regionale netbeheerder voert de switch uit en communiceert dit
3.2.2. De regionale netbeheerder controleert de uithuizingsmelding
3.2.3. De regionale netbeheerder voert de uithuizing uit
3.2.3.4
Indien de allocatiemethode van de aansluiting, bedoeld in 2.1.3 onderdeel s, de waarde “slimme-meter-allocatie” heeft, muteert de regionale netbeheerder de allocatiemethode naar de waarde “profielallocatie”.
3.2.4. Collecteren, vaststellen en distribueren van de meterstand
3.3. Inhuizing op een kleinverbruikaansluiting
3.2.3. De regionale netbeheerder voert de uithuizing uit
3.3.2. De regionale netbeheerder controleert de inhuizingsmelding
3.3.3. De regionale netbeheerder voert de inhuizing uit en communiceert dit
3.3.3.5
Indien de allocatiemethode van de aansluiting, bedoeld in 2.1.3 onderdeel s, de waarde “slimme-meter-allocatie” heeft, muteert de regionale netbeheerder de allocatiemethode naar de waarde “profielallocatie”.
3.3.4. Collecteren, vaststellen en distribueren van de meterstand
3.4. Beëindiging van de levering op een kleinverbruikaansluiting
3.4.1. Voorbereiding
3.4.1a. De leverancier stuurt een vooraankondiging eindelevering
3.3.4. Collecteren, vaststellen en distribueren van de meterstand
3.4.1. Voorbereiding
3.4.3. De regionale netbeheerder controleert de eindeleveringsmelding
3.4.4.2
Indien de allocatiemethode van de aansluiting, bedoeld in 2.1.3 onderdeel s, de waarde “slimme-meter-allocatie” heeft, muteert de regionale netbeheerder de allocatiemethode naar de waarde “profielallocatie”.
3.5. Individuele switch van programmaverantwoordelijke op een kleinverbruikaansluiting
3.1.3. De regionale netbeheerder voert de switch uit en communiceert dit
3.5.2. De regionale netbeheerder controleert de PV-switchmelding
3.6. Bulk PV-switch op kleinverbruikaansluitingen
3.6.1. De leverancier stuurt een vooraankondiging aan de regionale netbeheerder
3.6.2. De leverancier dient de melding bulk PV-switch in bij de regionale netbeheerder
3.2.1. De leverancier dient de uithuizingsmelding in bij de regionale netbeheerder
3.2.4. Collecteren, vaststellen en distribueren van de meterstand
3.3. Inhuizing op een kleinverbruikaansluiting
3.8. In bedrijf nemen van een kleinverbruikaansluiting
3.8.1. De regionale netbeheerder neemt de aansluiting in bedrijf en communiceert dit
3.8.2. De regionale netbeheerder voert een fysieke meteropname uit en distribueert de meterstand
3.7. Registreren van een nieuwe kleinverbruikaansluiting
3.3.3. De regionale netbeheerder voert de inhuizing uit en communiceert dit
3.9.2. De regionale netbeheerder voert een fysieke meteropname uit en distribueert de meterstand
3.10. Verwijderen van een kleinverbruikaansluiting
3.3.4. Collecteren, vaststellen en distribueren van de meterstand
3.3.4. Collecteren, vaststellen en distribueren van de meterstand
3.11. Wisseling of wijziging van meetinrichting op een kleinverbruikaansluiting
3.11.1. De regionale netbeheerder communiceert de gegevens ten gevolge van de wisseling of wijziging van de meetinrichting
3.11.1.1a
Indien de allocatiemethode van de aansluiting, bedoeld in 2.1.3 onderdeel s, de waarde “slimme-meter- allocatie” heeft, en de regionale netbeheerder stelt vast dat de meetinrichting niet op afstand uitleesbaar is, muteert de regionale netbeheerder de allocatiemethode onmiddellijk naar de waarde “profielallocatie”.
3.12. Wijzigen van naam of verblijfsfunctie of complexbepaling op een kleinverbruikaansluiting
3.12.1. De leverancier dient het verzoek wijzigen naam of verblijfsfunctie of complexbepaling in bij de regionale netbeheerder
3.4.5. Collecteren, vaststellen en distribueren van de meterstand
3.13.1.1a
Indien de allocatiemethode van de aansluiting, bedoeld in 2.1.3 onderdeel s, de waarde “slimme-meter-allocatie” heeft, en het verzoek van de aangeslotene inhoudt dat de kleinverbruikmeetinrichting administratief uit wordt gezet, collecteert de regionale netbeheerder de dan geldende meterstand(en) en stelt deze vast. Vervolgens muteert de regionale netbeheerder de allocatiemethode naar de waarde “profielallocatie” met inachtneming van 2.1.8.
3.5. Individuele switch van programmaverantwoordelijke op een kleinverbruikaansluiting
3.13a.1.1
Indien de regionale netbeheerder constateert dat de kleinverbruikmeetinrichting vanwege externe factoren van technische aard niet op afstand uitleesbaar is, dan wijzigt de regionale netbeheerder het kenmerk als bedoeld in 2.1.4, onderdeel g dienovereenkomstig met inachtneming van 2.1.8.
3.13a.1.2
Indien de allocatiemethode van de aansluiting, bedoeld in 2.1.3, onderdeel s, de waarde “slimme-meter-allocatie” heeft en de regionale netbeheerder de uitleesbaarheid van de kleinverbruikmeetinrichting, zoals bedoeld in 2.1.4, onderdeel g wijzigt naar “niet op afstand uitleesbaar”, dan:
- (i). collecteert de regionale netbeheerder de dan geldende meterstand overeenkomstig 5.2.2, of indien zulks onmogelijk is,
- (ii). berekent de regionale netbeheerder de dan geldende meterstand overeenkomstig 5.1.3.3
en stelt deze vast. Vervolgens muteert de regionale netbeheerder de allocatiemethode naar de waarde “profielallocatie” met inachtneming van 2.1.8.
3.13a.1.3
De regionale netbeheerder informeert de leverancier en de programmaverantwoordelijke die voor de aansluiting in het aansluitingenregister vermeld staan overeenkomstig paragraaf 2.2 over de mutatie bedoeld in 3.13a.1.1 en in voorkomende gevallen over de mutatie bedoeld in 3.13a.1.2.
3.14. Correctieprocessen op kleinverbruikaansluitingen
3.5.3. De regionale netbeheerder voert de switch uit en communiceert dit
3.14.3. Correctieproces onterechte inhuizing
3.6.4. De regionale netbeheerder voert de bulk PV-switch uit en communiceert dit
3.8. In bedrijf nemen van een kleinverbruikaansluiting
3.8.1. De regionale netbeheerder neemt de aansluiting in bedrijf en communiceert dit
3.15.1.1
De actuele leverancier die beschikt over een toestemming van de aangeslotene dat de regionale netbeheerder de allocatiemethode wijzigt, stuurt de betreffende wijziging van de allocatiemethode op de gewenste mutatiedatum naar de regionale netbeheerder. Voor de wijziging van de allocatiemethode van “profielallocatie” in “slimme-meter-allocatie” verleent de aangeslotene door middel van een actieve handeling vooraf toestemming aan de actuele leverancier. De melding “wijziging allocatiemethode” bevat:
- a. de EAN-code van de aansluiting;
- b. de mutatiedatum;
- c. de gewenste allocatiemethode;
- d. de bedrijfs-EAN-code van de regionale netbeheerder;
- e. de bedrijfs-EAN-code van de actuele leverancier;
- f. indien de leverancier dat wenst op te geven: het referentienummer van de leverancier.
3.15.2. De regionale netbeheerder controleert het verzoek tot wijziging van de allocatiemethode
3.15.2.1
Naar aanleiding van het verzoek tot wijziging van de allocatiemethode controleert de regionale netbeheerder of:
- a. het verzoek tot wijziging van de allocatiemethode volledig en syntactisch correct is;
- b. de EAN-code van de aansluiting voorkomt in het aansluitingenregister;
- c. de aansluiting een elektriciteitsaansluiting betreft;
- d. de gewenste mutatiedatum gelijk is aan datum indiening wijzigingsverzoek;
- e. de wijziging van de allocatiemethode wordt ingediend door de actuele leverancier;
- f. de allocatiemethode is toegestaan;
- g. de aansluiting op afstand uitleesbaar is;
- h. de gewenste allocatiemethode niet reeds van toepassing is.
3.15.2.2
Als alle controles uit 3.15.2.1 een positief resultaat geven, wordt de procedure vervolgd vanaf 3.15.3. Als dat niet het geval is, wordt de wijziging niet uitgevoerd en wordt de procedure na 3.15.2.3 beëindigd.
3.15.2.3
De regionale netbeheerder bericht het niet uitvoeren van de wijziging van de allocatiemethode naar aanleiding van 3.15.2.2 uiterlijk de werkdag na ontvangst van het verzoek tot wijziging van de allocatiemethode aan de leverancier die het verzoek tot wijziging van de allocatiemethode heeft ingediend en vermeldt daarbij:
- a. de EAN-code van de aansluiting;
- b. de bedrijfs-EAN-code van de regionale netbeheerder;
- c. de bedrijfs-EAN-code van de leverancier;
- d. de reden van het niet uitvoeren van de wijziging van de allocatiemethode:
- 1°. het verzoek tot wijziging van de allocatiemethode is onvolledig of syntactisch onjuist;
- 2°. de EAN-code van de aansluiting is onbekend;
- 3°. de aansluiting betreft geen elektriciteitsaansluiting;
- 4°. de gewenste mutatiedatum voldoet niet aan de gestelde indientermijn;
- 5°. de indienende leverancier is onjuist;
- 6°. de allocatiemethode is niet toegestaan
- 7°. de aansluiting is niet op afstand uitleesbaar;
- 8°. de gewenste allocatiemethode wordt reeds toegepast;
- e. indien aangeleverd in het verzoek tot wijziging van de allocatiemethode: het referentienummer van de leverancier.
3.15.3.1
De regionale netbeheerder muteert het veld, zoals bedoeld in 2.1.3 onderdeel s, in het aansluitingenregister met de door de leverancier aangeleverde gegevens overeenkomstig 2.1.8.
3.15.3.2
De regionale netbeheerder informeert de leverancier en de programmaverantwoordelijke die voor de aansluiting in het aansluitingenregister vermeld staan overeenkomstig paragraaf 2.2. over de mutatie, bedoeld in 3.15.3.1.
3.15.4.1
De leverancier collecteert de meterstand behorende bij de wijziging van de allocatiemethode, stelt deze vast en distribueert deze overeenkomstig hoofdstuk 5 indien de fysieke status van de aansluiting, bedoeld in 2.1.3 onderdeel h, de waarde “in bedrijf” heeft.
3.15.4.2
De leverancier stelt geen meterstand vast indien de fysieke status van de aansluiting, bedoeld in 2.1.3 onderdeel h, niet de waarde “in bedrijf” heeft.
4. Mutatieprocessen voor grootverbruikaansluitingen
3.11. Wisseling of wijziging van meetinrichting op een kleinverbruikaansluiting
3.11.1. De regionale netbeheerder communiceert de gegevens ten gevolge van de wisseling of wijziging van de meetinrichting
3.9.2. De regionale netbeheerder voert een fysieke meteropname uit en distribueert de meterstand
3.12.3. De regionale netbeheerder voert de wijziging naam of verblijfsfunctie of complexbepaling uit en communiceert dit
4.1.4. Collecteren, vaststellen en distribueren van de meterstand
4.2. Uithuizing op een grootverbruikaansluiting
3.11.2. De regionale netbeheerder voert een fysieke meteropname uit en distribueert de meterstand
4.2.2. De netbeheerder controleert de uithuizingsmelding
3.12.3. De regionale netbeheerder voert de wijziging naam uit en communiceert dit
4.3. Inhuizing op een grootverbruikaansluiting
3.14.2. Correctieproces onterechte uithuizing
4.2.3. De netbeheerder voert de uithuizing uit en communiceert dit
3.14.4. Correctieproces onterechte eindelevering
4.4. Beëindiging van de levering op een grootverbruikaansluiting
3.14.2. Correctieproces onterechte uithuizing
3.14.4. Correctieproces onterechte eindelevering
3.15.1. De leverancier dient een verzoek in tot wijziging van de allocatiemethode
3.15.4. Collecteren, vaststellen en distribueren van de meterstand
4.4.5. Collecteren, vaststellen en distribueren van de meterstand
4.5. Individuele switch van programmaverantwoordelijke op een grootverbruikaansluiting
4.1.2. De netbeheerder controleert de switchmelding
3.15.3. De regionale netbeheerder voert de wijziging van de allocatiemethode uit en communiceert hierover
3.15.3. De regionale netbeheerder voert de wijziging van de allocatiemethode uit en communiceert hierover
4.6. Switch van meetverantwoordelijke op een grootverbruikaansluiting
4.1.4. Collecteren, vaststellen en distribueren van de meterstand
3.15.3. De regionale netbeheerder voert de wijziging van de allocatiemethode uit en communiceert hierover
4.1.3. De netbeheerder voert de switch uit en communiceert dit
4.8. Beëindigen van de meetverantwoordelijkheid op een grootverbruikaansluiting
4.8.1. Informeren van de leverancier
4.1.4. Collecteren, vaststellen en distribueren van de meterstand
4.3.1. De leverancier dient de inhuizingsmelding in bij de netbeheerder
4.9. Aanleggen van een grootverbruikaansluiting
4.10. In bedrijf nemen van een grootverbruikaansluiting
4.10.1. Voorbereiding
4.2.4. Collecteren, vaststellen en distribueren van de meterstand
4.11. Uit bedrijf nemen van een grootverbruikaansluiting
4.3.3. De netbeheerder voert de inhuizing uit en communiceert dit
4.2.4. Collecteren, vaststellen en distribueren van de meterstand
4.12. Verwijderen van een grootverbruikaansluiting
4.12.2. Verwijdering van de aansluiting en communicatie hierover door de netbeheerder
4.11. Uit bedrijf nemen van een grootverbruikaansluiting
4.5.2. De netbeheerder controleert de PV-switchmelding
4.11.2. Uitbedrijfname van de aansluiting en communicatie hierover door de netbeheerder
4.5.3. De netbeheerder voert de switch uit en communiceert dit
4.4. Beëindiging van de levering op een grootverbruikaansluiting
4.4.1. Voorbereiding
4.4.3. De netbeheerder controleert de eindeleveringsmelding
4.14.3. De netbeheerder van het landelijk gastransportnet voert de switch uit en communiceert dit
4.15. Beëindiging van levering bij de direct aangeslotene op het landelijk gastransportnet
4.6.3. De netbeheerder voert de switch uit en communiceert dit
4.5.2. De netbeheerder controleert de PV-switchmelding
4.7.1. Voorbereiding
5. Meetgegevensprocessen ten behoeve van kleinverbruikaansluitingen
5.1. Collecteren, valideren, vaststellen en distribueren van meterstanden
4.5.3. De netbeheerder voert de switch uit en communiceert dit
5.1.2.1a
Indien de allocatiemethode van een kleinverbruikaansluiting, bedoeld in 2.1.3 onderdeel s, de waarde “slimme-meter-allocatie” heeft, collecteert de leverancier voor deze kleinverbruikaansluiting maandelijks een op afstand uitleesbare meterstand van de eerste kalenderdag van de desbetreffende maand.
4.7.1. Voorbereiding
5.1.3.4a
De leverancier stelt de gecollecteerde meterstand als bedoeld in 5.1.2.1a vast op uiterlijk de vijftiende werkdag van de desbetreffende maand.
5.1.4. De leverancier stuurt vastgestelde meterstanden naar de regionale netbeheerder
5.2. Collecteren, valideren en vaststellen van fysieke meteropnames door de regionale netbeheerder voor de leverancier
4.8.3. De netbeheerder voert de beëindiging meetverantwoordelijkheid uit en communiceert dit
4.10.1. Voorbereiding
4.8.1. Informeren van de leverancier
5.3.4.3b
Indien de leverancier in gebreke blijft en de regionale netbeheerder geen tijdig vastgestelde meterstand zoals bedoeld in 5.1.4.1 van de leverancier heeft ontvangen, noch een op afstand uitleesbare meterstand kon verkrijgen zoals bedoeld in 5.3.4.3, berekent de regionale netbeheerder een meterstand namens de leverancier overeenkomstig 5.1.3.3:
- a. binnen vijftien werkdagen na de mutatiedatum van het betreffende mutatieproces, bedoeld in 3.1 tot en met 3.4 en 3.15, of
- b. binnen veertien maanden na de laatst vastgestelde meterstand, waarbij een meterstand wordt berekend en vastgesteld voor de datum van één jaar na de opnamedatum van de laatst vastgestelde meterstand',
- c. binnen vijftien werkdagen na de eerste kalenderdag van de maand voor een meterstand van een kleinverbruikaansluiting waarvan de allocatiemethode, bedoeld in 2.1.3 onderdeel s, de waarde ‘slimme-meter-allocatie’ heeft.
5.3.4.5
Indien de allocatiemethode van de aansluiting, bedoeld in 2.1.3 onderdeel s, de waarde “slimme-meter-allocatie” heeft, bepaalt de regionale netbeheerder het verbruik voor de reconciliatie overeenkomstig 5.3.2, op basis van:
- (i). de overeenkomstig 5.1.3.4a vastgestelde meterstanden;
- (ii). de overeenkomstig 5.3.4.3, onderdeel c gecollecteerde meterstanden;
- (iii). de overeenkomstig 5.3.4.3a vastgestelde meterstanden, of
- (iv). de overeenkomstig 5.3.4.3b berekende meterstanden.
4.13. Wijzigen van verblijfsfunctie of complexbepaling op een grootverbruikaansluiting
4.11.2. Uitbedrijfname van de aansluiting en communicatie hierover door de netbeheerder
4.11.1. Voorbereiding
4.13.1. De leverancier dient het verzoek wijzigen verblijfsfunctie of complexbepaling in bij de netbeheerder
6. Meetgegevensprocessen ten behoeve van grootverbruikaansluitingen
6.1. Behandelen en verwerken van meetgegevens voor mutatieprocessen
6.1.1. De meetverantwoordelijke stelt de meterstand vast, berekent het verbruik en stuurt deze naar de netbeheerder
6.2. Valideren en vaststellen van meetgegevens elektriciteit door de meetverantwoordelijke
4.14.2. De netbeheerder van het landelijk gastransportnet controleert de switchmelding
5.2.2. De regionale netbeheerder neemt de meterstand fysiek op en stelt de meterstand voor de leverancier vast
4.16.2. Correctieproces onterechte uithuizing
6.3. Verwerken en distribueren van meetgegevens van elektriciteitsaansluitingen door de netbeheerder
6.3.1. Algemeen
6.3.3. Afhandeling verzoeken tot hernieuwd vaststellen van meetgegevens
4.16.5. Correctieproces onterechte switch van programmaverantwoordelijke
6.3.5. Overdracht van meetgegevens in het kader van programmaverantwoordelijkheid
5.2.2. De regionale netbeheerder neemt de meterstand fysiek op en stelt de meterstand voor de leverancier vast
6.1.2. De netbeheerder distribueert de meetgegevens
6.3.12. Overdracht van gegevens in het kader van marktfacilitering
5.3.4. De regionale netbeheerder ontvangt de vastgestelde meterstanden van de leverancier en bepaalt het verbruik voor reconciliatie
5.4. Standaardjaarafname elektriciteit, standaardjaarinvoeding elektriciteit en standaardjaarverbruik gas
5.4.1. Bepalen standaardjaarafname elektriciteit, standaardjaarinvoeding elektriciteit en standaardjaarverbruik gas
6.4.2. Overdracht van meetgegevens aan de regionale netbeheerder en het Centraal Systeem Stuursignaal
5.6.2. Verrekenproces
6.5.2. Overdracht van gegevens in het kader van marktfacilitering
6.7. Opvragen historische meetgegevens
6.1. Behandelen en verwerken van meetgegevens voor mutatieprocessen
8. Informatie-uitwisseling t.b.v. van het leveranciersmodel bij een kleinverbruiker
6.2. Valideren en vaststellen van meetgegevens elektriciteit door de meetverantwoordelijke
8.2. Informatie-uitwisseling ten behoeve van de uitvoering van de betalingsverplichting als bedoeld in artikel 9 van de regeling, bedoeld in artikelen 53 en 95cb, zesde lid, van de Elektriciteitswet 1998 en artikelen 21 en 44b, zesde lid, van de Gaswet
8.3. Administratieve bepalingen
9. Berichtenverkeer
9.1. Uitvoeringsregels
10. Gegevensbescherming en bewaartermijnen van gegevens
6.3. Verwerken en distribueren van meetgegevens van elektriciteitsaansluitingen door de netbeheerder
6.3.1. Algemeen
6.3.3. Afhandeling verzoeken tot hernieuwd vaststellen van meetgegevens
6.3.4. Afhandeling verzoeken tot hernieuwd toerekenen definitieve volumes
6.5.2. Overdracht van gegevens in het kader van marktfacilitering
10.1.5. Andere doelen
10.2. Gedragscode regionale netbeheerders aangaande gegevens uit kleinverbruikmeetinrichtingen die op afstand uitleesbaar zijn
6.8. Bepalen jaarverbruik gas voor telemetriegrootverbruikaansluitingen
7. Allocatie en reconciliatie
11.1. Overgangs- en slotbepalingen
Bijlagen
Bijlage 1. Verbruiksprofielen elektriciteit
B1.0. Vaststelling en beheer van verbruiksprofielen
B1.1. Standaardprofielen elektriciteit
B1.2. Indeling van aangeslotenen in profielcategorieën
B1.3. Het standaardjaarverbruik elektriciteit
B1.4. Tariefcorrectiefactoren elektriciteit
B1.6. De bepaling van de gegevens
Bijlagen
B1.0. Vaststelling en beheer van verbruiksprofielen
De op grond van B1.0.1 vastgestelde verbruiksprofielen worden door een door een representatief deel van de ondernemingen die zich bezighouden met het transporteren, leveren of meten van elektriciteit aangewezen uitvoeringsorganisatie op een geschikte wijze openbaar gemaakt.
B2.1. Openbare verlichting
Bijlage 1. Verbruiksprofielen elektriciteit
B1.0. Vaststelling en beheer van verbruiksprofielen
B3.2. Standaardprofielen gas
B1.5. De klimaatcorrectiefactor
B1.0. Vaststelling en beheer van verbruiksprofielen
B3.5. De bepaling van de gegevens
B1.0.2
De door het in B1.0.1 bedoelde platform vastgestelde rekenregels voor de verbruiksprofielen zijn vastgelegd in paragraaf B1.1.
B1.0.3
De op grond van B1.0.1 vastgestelde verbruiksprofielen worden door een door een representatief deel van de ondernemingen die zich bezighouden met het transporteren, leveren of meten van elektriciteit aangewezen uitvoeringsorganisatie op een geschikte wijze openbaar gemaakt.
B1.1.2
B1.1.1
Een standaardprofiel voor afname respectievelijk standaardprofiel voor invoeding is opgebouwd uit profielfracties van de standaardjaarafname respectievelijk standaardjaarinvoeding voor ieder klokkwartier van het jaar. De profielfracties worden afgerond op 8 cijfers achter de komma.
B1.1.2
Uiterlijk op 1 augustus van elk jaar stelt het overlegplatform bedoeld in B1.0.1 per profielcategorie de profieldata ter beschikking aan de netbeheerders en de programmaverantwoordelijken die balansverantwoordelijkheid dragen voor profielafnemers.
B1.1.3
Vervallen.
B1.1.4
De netbeheerder gebruikt de aldus ter beschikking gestelde profieldata bij de profielberekeningen vanaf de eerste kalenderdag van het volgende kalenderjaar.
B1.2.2
B1.2.1
Aansluitingen met een doorlaatwaarde kleiner dan of gelijk aan 3x25A op laagspanning die beschikken over een niet op afstand uitleesbare kleinverbruikmeetinrichting, worden ingedeeld in profielcategorie E1A van de overeenkomstig B1.1.3 van deze bijlage vastgestelde set standaardprofielen.
B1.2.2
Aansluitingen met een doorlaatwaarde kleiner dan of gelijk aan 3x25A op laagspanning die beschikken over een op afstand uitleesbare kleinverbruikmeetinrichting waarbij het schakelmoment van normaaluren naar laaguren omstreeks 23:00 uur valt, worden ingedeeld in profielcategorie E1B van de overeenkomstig B1.1.3 vastgestelde set standaardprofielen.
B1.0.1
B3.6. Wijziging profielenmethodiek
B1.0.2
De door het in B1.0.1 bedoelde platform vastgestelde rekenregels voor de verbruiksprofielen zijn vastgelegd in paragraaf B1.1.
B1.0.3
De op grond van B1.0.1 vastgestelde verbruiksprofielen worden door een door een representatief deel van de ondernemingen die zich bezighouden met het transporteren, leveren of meten van elektriciteit aangewezen uitvoeringsorganisatie op een geschikte wijze openbaar gemaakt.
B1.2.6
B1.1.1
Een standaardprofiel voor afname respectievelijk standaardprofiel voor invoeding is opgebouwd uit profielfracties van de standaardjaarafname respectievelijk standaardjaarinvoeding voor ieder klokkwartier van het jaar. De profielfracties worden afgerond op 8 cijfers achter de komma.
B1.1.2
Bijlage 4. Capaciteitstariefcodes Kleinverbruik
B4.1
De tariefcodes in onderstaande tabel worden geacht de laatste vijf cijfers te zijn van de capaciteitstariefcodes, waaraan de netbeheerder zijn 5-cijferige bedrijfscode laat voorafgaan.
| Product | Omschrijving van de aansluiting | Tariefcode |
|---|---|---|
| Elektriciteit | nultarief | 10000 |
| Elektriciteit | doorlaatwaarde ≤ 1*6A geschakeld net, onbemeten | 10101 |
| Elektriciteit | doorlaatwaarde ≤ 1*6A geschakeld net | 10111 |
| Elektriciteit | doorlaatwaarde ≤ 325A en ≤ 180A, onbemeten | 10201 |
| Elektriciteit | doorlaatwaarde ≤ 325A en ≤ 180A | 10211 |
| Elektriciteit | 325A < doorlaatwaarde ≤ 335A | 10311 |
| Elektriciteit | 335A < doorlaatwaarde ≤ 350A | 10411 |
| Elektriciteit | 350A < doorlaatwaarde ≤ 363A | 10511 |
| Elektriciteit | 363A < doorlaatwaarde ≤ 380A | 10611 |
| Gas | nultarief | 20000 |
| Gas | onbemeten | 20101 |
| Gas | capaciteit ≤ 10m3(n)/uur en standaard jaarverbruik < 500m3 (n;35,17) | 20111 |
| Gas | capaciteit ≤ 10m3(n)/uur en 500m3 (n;35,17) ≤ standaard jaarverbruik < 4.000m3 (n;35,17) | 20211 |
| Gas | capaciteit ≤ 10m3(n)/uur en standaard jaarverbruik ≥ 4.000m3 (n;35;17) | 20311 |
| Gas | 10 m3(n)/uur < capaciteit ≤ 16 m3(n)/uur | 20411 |
| Gas | 16 m3(n)/uur < capaciteit ≤ 25 m3(n)/uur | 20511 |
| Gas | 25 m3(n)/uur < capaciteit ≤ 40 m3(n)/uur | 20611 |
| Gas | 25 m3(n)/uur < capaciteit ≤ 40 m3(n)/uur, voorzien van een EVHI-meetinrichting | 20621 |
B4.2
In afwijking van B.4.1 is de onderstaande tabel van toepassing op aansluitingen waarachter zich uitsluitend één of meer productie-installaties bevinden.
| Product | Omschrijving van de aansluiting | Tariefcode |
|---|---|---|
| Elektriciteit | Nultarief | |
| Elektriciteit | doorlaatwaarde ≤ 1*6A geschakeld net, onbemeten | n.v.t |
| Elektriciteit | doorlaatwaarde ≤ 1*6A geschakeld net | 10001 |
| Elektriciteit | doorlaatwaarde ≤ 325A en ≤ 180A, onbemeten | n.v.t. |
| Elektriciteit | doorlaatwaarde ≤ 325A en ≤ 180A | 10002 |
| Elektriciteit | 325A < doorlaatwaarde ≤ 335A | 10003 |
| Elektriciteit | 335A < doorlaatwaarde ≤ 350A | 10004 |
| Elektriciteit | 350A < doorlaatwaarde ≤ 363A | 10005 |
| Elektriciteit | 363A < doorlaatwaarde ≤ 380A | 10006 |
| Gas | n.v.t. | n.v.t. |
Bijlage 5. Beslistabel voor beoordeling van dispuutstanden
B5.1
B5.2
Op basis van de beslistabel uit B5.1 beslist de wederpartij of een dispuut over een meterstand kans van slagen heeft. Uitleg over de velden:
- a. dispuut over methode mogelijk: dispuut kan worden aangegaan als kan worden aangetoond dat de initiërende partij niet de juiste methode heeft gebruikt om de oorspronkelijke meterstand te berekenen;
- b. dispuut mogelijk indien buiten validatiegrens: dispuut kan worden aangegaan als kan worden aangetoond dat de oorspronkelijke meterstand buiten de validatiegrenzen valt;
- c. dispuut mogelijk: dispuut kan worden aangegaan als de herkomst van de alternatieve stand van dezelfde of een hogere waarde is, of – in het geval van fysieke opname, als bedoeld in 5.2.2.3 – de alternatieve stand een klantstand is;
- d. stand wint: onverminderd het bepaalde in 5.5.2.4, een dispuut waarbij de alternatieve stand van deze herkomst wordt gebruikt, wordt door de initiërende partij direct geaccepteerd en overgenomen als definitieve stand;
- e. geen dispuut mogelijk: dispuut kan niet worden aangegaan, aangezien de herkomst van de alternatieve stand van een lagere waarde is dan de herkomst van de oorspronkelijke stand.
Bijlage 4. Capaciteitstariefcodes Kleinverbruik
B4.1
De tariefcodes in onderstaande tabel worden geacht de laatste vijf cijfers te zijn van de capaciteitstariefcodes, waaraan de netbeheerder zijn 5-cijferige bedrijfscode laat voorafgaan.
| Product | Omschrijving van de aansluiting | Tariefcode |
|---|---|---|
| Elektriciteit | nultarief | 10000 |
| Elektriciteit | doorlaatwaarde ≤ 1*6A geschakeld net, onbemeten | 10101 |
| Elektriciteit | doorlaatwaarde ≤ 1*6A geschakeld net | 10111 |
| Elektriciteit | doorlaatwaarde ≤ 325A en ≤ 180A, onbemeten | 10201 |
| Elektriciteit | doorlaatwaarde ≤ 325A en ≤ 180A | 10211 |
| Elektriciteit | 325A < doorlaatwaarde ≤ 335A | 10311 |
| Elektriciteit | 335A < doorlaatwaarde ≤ 350A | 10411 |
| Elektriciteit | 350A < doorlaatwaarde ≤ 363A | 10511 |
| Elektriciteit | 363A < doorlaatwaarde ≤ 380A | 10611 |
| Gas | nultarief | 20000 |
| Gas | onbemeten | 20101 |
| Gas | capaciteit ≤ 10m3(n)/uur en standaard jaarverbruik < 500m3 (n;35,17) | 20111 |
| Gas | capaciteit ≤ 10m3(n)/uur en 500m3 (n;35,17) ≤ standaard jaarverbruik < 4.000m3 (n;35,17) | 20211 |
| Gas | capaciteit ≤ 10m3(n)/uur en standaard jaarverbruik ≥ 4.000m3 (n;35;17) | 20311 |
| Gas | 10 m3(n)/uur < capaciteit ≤ 16 m3(n)/uur | 20411 |
| Gas | 16 m3(n)/uur < capaciteit ≤ 25 m3(n)/uur | 20511 |
| Gas | 25 m3(n)/uur < capaciteit ≤ 40 m3(n)/uur | 20611 |
| Gas | 25 m3(n)/uur < capaciteit ≤ 40 m3(n)/uur, voorzien van een EVHI-meetinrichting | 20621 |
B4.2
In afwijking van B.4.1 is de onderstaande tabel van toepassing op aansluitingen waarachter zich uitsluitend één of meer productie-installaties bevinden.
| Product | Omschrijving van de aansluiting | Tariefcode |
|---|---|---|
| Elektriciteit | Nultarief | |
| Elektriciteit | doorlaatwaarde ≤ 1*6A geschakeld net, onbemeten | n.v.t |
| Elektriciteit | doorlaatwaarde ≤ 1*6A geschakeld net | 10001 |
| Elektriciteit | doorlaatwaarde ≤ 325A en ≤ 180A, onbemeten | n.v.t. |
| Elektriciteit | doorlaatwaarde ≤ 325A en ≤ 180A | 10002 |
| Elektriciteit | 325A < doorlaatwaarde ≤ 335A | 10003 |
| Elektriciteit | 335A < doorlaatwaarde ≤ 350A | 10004 |
| Elektriciteit | 350A < doorlaatwaarde ≤ 363A | 10005 |
| Elektriciteit | 363A < doorlaatwaarde ≤ 380A | 10006 |
| Gas | n.v.t. | n.v.t. |
Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
6.4.1.10
Bij een invoeder met een aansluiting met een capaciteit groter dan 40 m³(n)/uur waarvan het gas conform B5.6.9 van de Allocatiecode gas aan de (erkende programmaverantwoordelijke van) de invoeder toegerekend dient te worden met de werkelijke gemeten calorische waarde van het ingevoede gas, verzamelt de meetverantwoordelijke de gegevens die conform 5a.6 van de Meetcode gas RNB zijn vastgesteld.
6.2.1. Validatie van meetgegevens
6.4.2.21
Bij een invoeder met een aansluiting met een capaciteit groter dan 40 m³(n)/uur waarvan het gas conform B5.6.9 van de Allocatiecode gas aan de (erkende programmaverantwoordelijke van) de invoeder toegerekend dient te worden met de werkelijke gemeten calorische waarde van het ingevoede gas, worden de gegevens genoemd in 6.4.1.10 van een bepaalde gasmaand uiterlijk op de vierde werkdag van de maand, volgend op de maand waarop de gegevens betrekking hebben, voor 07:00 uur door de meetverantwoordelijke verzonden aan de netbeheerder. De meetverantwoordelijke verzendt per aansluiting de gegevens van een gasmaand in één bericht.
5.6. Verrekenen verbruiken en nettarieven
5.6.1. Verrekenverplichting
6.5.2. Overdracht van gegevens in het kader van marktfacilitering
6.6. Bepalen standaardjaarverbruik van profielgrootverbruikaansluitingen
6.7. Opvragen historische meetgegevens
6.5. Verwerken en distribueren van (meet)gegevens van gasaansluitingen door de regionale netbeheerder
7. Allocatie en reconciliatie
8. Informatie-uitwisseling t.b.v. van het leveranciersmodel bij een kleinverbruiker
8.1. De aansluit- en transportovereenkomst met een kleinverbruiker
8.3. Administratieve bepalingen
9. Berichtenverkeer
9.1. Uitvoeringsregels
9.2. Elektronische gegevensuitwisseling
10. Gegevensbescherming en bewaartermijnen van gegevens
6.3.2. Beoordelen volledigheid ontvangen van meetgegevens
6.2.4. Schatting na onjuiste meetgegevens
6.3.5. Overdracht van meetgegevens in het kader van programmaverantwoordelijkheid
10.1.4. Het toegankelijk meetregister
6.3.6. Overdracht van meetgegevens op de eerste werkdag na afloop van het etmaal
6.7. Opvragen historische meetgegevens
10.3. Gedragscode leveranciers en onder hun verantwoordelijkheid handelende meetbedrijven aangaande gegevens uit kleinverbruikmeetinrichtingen die op afstand uitleesbaar zijn
8. Informatie-uitwisseling t.b.v. van het leveranciersmodel bij een kleinverbruiker
8.1. De aansluit- en transportovereenkomst met een kleinverbruiker
Bijlagen
Bijlage 1. Verbruiksprofielen elektriciteit
B1.0. Vaststelling en beheer van verbruiksprofielen
B1.1. Standaardprofielen elektriciteit
B1.2. Indeling van aangeslotenen in profielcategorieën
B1.3. Het standaardjaarverbruik elektriciteit
B1.4. Tariefcorrectiefactoren elektriciteit
B1.3.6
B1.5. De klimaatcorrectiefactor
B1.6. De bepaling van de gegevens
Bijlage 2. Gedimensioneerde profielen voor openbare verlichting en verkeersregelinstallaties
B2.1. Openbare verlichting
B2.2. Overige onbemeten aansluitingen
Bijlage 3. Verbruiksprofielen gas
B3.1. Vaststelling en beheer van verbruiksprofielen
B1.1. Standaardprofielen elektriciteit
B1.3. Het standaardjaarverbruik elektriciteit
B3.4. Het standaardjaarverbruik gas
B3.5.1. Berekening ten behoeve van de allocatie
Ten behoeve van de vaststelling en het beheer van de verbruiksprofielen, zoals bedoeld in 5.3.2.5 en 6.3.2.1, organiseert een representatief deel van de ondernemingen die zich bezighouden met het transporteren, leveren of meten van elektriciteit een overlegplatform, waarin naast een delegatie van het representatief deel van de ondernemingen die zich bezighouden met het transporteren, leveren of meten van elektriciteit tevens zitting hebben alle programmaverantwoordelijken die balanceringsverantwoordelijkheid dragen voor aansluitingen met een gecontracteerd transportvermogen kleiner dan 100 kW.
B3.6. Wijziging profielenmethodiek
Uiterlijk op 1 augustus van elk jaar stelt het overlegplatform bedoeld in B1.0.1 per profielcategorie de profieldata ter beschikking aan de netbeheerders en de programmaverantwoordelijken die balansverantwoordelijkheid dragen voor profielafnemers.
B1.1.3
Bijlage 5. Beslistabel voor beoordeling van dispuutstanden
B5.1
B5.2
Op basis van de beslistabel uit B5.1 beslist de wederpartij of een dispuut over een meterstand kans van slagen heeft. Uitleg over de velden:
- a. dispuut over methode mogelijk: dispuut kan worden aangegaan als kan worden aangetoond dat de initiërende partij niet de juiste methode heeft gebruikt om de oorspronkelijke meterstand te berekenen;
- b. dispuut mogelijk indien buiten validatiegrens: dispuut kan worden aangegaan als kan worden aangetoond dat de oorspronkelijke meterstand buiten de validatiegrenzen valt;
- c. dispuut mogelijk: dispuut kan worden aangegaan als de herkomst van de alternatieve stand van dezelfde of een hogere waarde is, of – in het geval van fysieke opname, als bedoeld in 5.2.2.3 – de alternatieve stand een klantstand is;
- d. stand wint: onverminderd het bepaalde in 5.5.2.4, een dispuut waarbij de alternatieve stand van deze herkomst wordt gebruikt, wordt door de initiërende partij direct geaccepteerd en overgenomen als definitieve stand;
- e. geen dispuut mogelijk: dispuut kan niet worden aangegaan, aangezien de herkomst van de alternatieve stand van een lagere waarde is dan de herkomst van de oorspronkelijke stand.
Bijlage 6. Modelverklaringen Naleving Gedragscodes
B6.1
Netbeheerders nemen onderstaande tekst op in de jaarrekening voor hun verklaring met betrekking tot de naleving van de Gedragscode aangaande gegevens uit kleinverbruikmeetinrichtingen die op afstand uitleesbaar zijn:
“Verklaring Naleving Gedragscode voor Netbeheerders
aangaande gegevens uit kleinverbruikmeetinrichtingen die op afstand uitleesbaar zijn.
| Naam rechtspersoon: | [naam rechtspersoon] |
| Statutaire vestigingsplaats: | [vestigingsplaats] |
| Periode: | [begin DD/MM/JJ] tot en met [eind DD/MM/JJ] |
[Naam rechtspersoon] te [vestigingsplaats] maakt voor het goed kunnen uitvoeren van haar diensten gebruik van meetgegevens die zijn verkregen uit kleinverbruikmeetinrichtingen die op afstand uitleesbaar zijn. In aanvulling op de Wet Bescherming Persoonsgegevens hebben netbeheerders in de Nederlandse energiebranche een gedragscode opgesteld ten aanzien van het gebruik, het vastleggen, het uitwisselen en het bewaren van gegevens die zijn verkregen uit een kleinverbruikmeetinrichting die op afstand uitleesbaar is.
Hierbij verklaart [naam functionaris] dat [naam rechtspersoon] te [vestigingsplaats] zich gedurende de bovenvermelde periode heeft gehouden aan het gestelde in de regels en verplichtingen, genoemd in de Gedragscode [titel Gedragscode en versie].
[Plaats, datum]
[Naam functionaris en ondertekening met die naam]”
B6.2
Leveranciers nemen onderstaande tekst op in de jaarrekening voor hun verklaring met betrekking tot de naleving van de Gedragscode aangaande gegevens uit kleinverbruikmeetinrichtingen die op afstand uitleesbaar zijn:
“Verklaring Naleving Gedragscode voor Leveranciers en onder hun verantwoordelijkheid handelende Meetbedrijven.
aangaande gegevens uit kleinverbruikmeetinrichtingen die op afstand uitleesbaar zijn.
| Naam rechtspersoon: | [naam rechtspersoon] |
| Statutaire vestigingsplaats: | [vestigingsplaats] |
| Periode: | [begin DD/MM/JJ] tot en met [eind DD/MM/JJ] |
[Naam rechtspersoon] te [vestigingsplaats] maakt voor het goed kunnen uitvoeren van haar diensten gebruik van meetgegevens die zijn verkregen uit kleinverbruikmeetinrichtingen die op afstand uitleesbaar zijn. In aanvulling op de Wet Bescherming Persoonsgegevens hebben leveranciers en onder hun verantwoordelijkheid handelende meetbedrijven in de Nederlandse energiebranche een gedragscode opgesteld ten aanzien van het gebruik, het vastleggen, het uitwisselen en het bewaren van gegevens die zijn verkregen uit een kleinverbruikmeetinrichting die op afstand uitleesbaar is.
Hierbij verklaart [naam functionaris] dat [naam rechtspersoon] te [vestigingsplaats] zich gedurende de bovenvermelde periode heeft gehouden aan het gestelde in de regels en verplichtingen, genoemd in de Gedragscode [titel Gedragscode en versie].
[Plaats, datum]
[Naam functionaris en ondertekening met die naam]”
Dit besluit zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Bijlage 3. Verbruiksprofielen gas
B3.1. Vaststelling en beheer van verbruiksprofielen
B3.2. Standaardprofielen gas
B3.3. Indeling van verbruikers in profielcategorieën gas
B3.4. Het standaardjaarverbruik gas
B3.5. De bepaling van de gegevens
B3.5.1. Berekening ten behoeve van de allocatie
B3.6. Wijziging profielenmethodiek
Vervallen.
B1.1.4
De netbeheerder gebruikt de aldus ter beschikking gestelde profieldata bij de profielberekeningen vanaf de eerste kalenderdag van het volgende kalenderjaar.
In afwijking van B1.2.1 tot en met B1.2.3 worden aansluitingen ten behoeve van openbare verlichting, behoudens aansluitingen zoals bedoeld in B2.1.1, ingedeeld in profielcategorie E4A van de overeenkomstig B1.1.3 vastgestelde set standaardprofielen.
Bijlage 4. Capaciteitstariefcodes Kleinverbruik
B4.1
De tariefcodes in onderstaande tabel worden geacht de laatste vijf cijfers te zijn van de capaciteitstariefcodes, waaraan de netbeheerder zijn 5-cijferige bedrijfscode laat voorafgaan.
| Product | Omschrijving van de aansluiting | Tariefcode |
|---|---|---|
| Elektriciteit | nultarief | 10000 |
| Elektriciteit | doorlaatwaarde ≤ 1*6A geschakeld net, onbemeten | 10101 |
| Elektriciteit | doorlaatwaarde ≤ 1*10A, onbemeten | 10102 |
| Elektriciteit | doorlaatwaarde ≤ 1*6A geschakeld net | 10111 |
| Elektriciteit | doorlaatwaarde ≤ 1*10A | 10112 |
| Elektriciteit | 110A < doorlaatwaarde ≤ 325A en 110A < doorlaatwaarde ≤ 180A, onbemeten | 10201 |
| Elektriciteit | 110A < doorlaatwaarde ≤ 325A en 110A < doorlaatwaarde ≤ 180A | 10211 |
| Elektriciteit | 325A < doorlaatwaarde ≤ 335A | 10311 |
| Elektriciteit | 335A < doorlaatwaarde ≤ 350A | 10411 |
| Elektriciteit | 350A < doorlaatwaarde ≤ 363A | 10511 |
| Elektriciteit | 363A < doorlaatwaarde ≤ 380A | 10611 |
| Gas | nultarief | 20000 |
| Gas | onbemeten | 20101 |
| Gas | capaciteit ≤ 10m3(n)/uur en standaard jaarverbruik < 500m3 (n;35,17) | 20111 |
| Gas | capaciteit ≤ 10m3(n)/uur en 500m3 (n;35,17) ≤ standaard jaarverbruik < 4.000m3 (n;35,17) | 20211 |
| Gas | capaciteit ≤ 10m3(n)/uur en standaard jaarverbruik ≥ 4.000m3 (n;35;17) | 20311 |
| Gas | 10 m3(n)/uur < capaciteit ≤ 16 m3(n)/uur | 20411 |
| Gas | 16 m3(n)/uur < capaciteit ≤ 25 m3(n)/uur | 20511 |
| Gas | 25 m3(n)/uur < capaciteit ≤ 40 m3(n)/uur | 20611 |
| Gas | 25 m3(n)/uur < capaciteit ≤ 40 m3(n)/uur, voorzien van een EVHI-meetinrichting | 20621 |
B4.2
In afwijking van B.4.1 is de onderstaande tabel van toepassing op aansluitingen waarachter zich uitsluitend één of meer productie-installaties bevinden.
| Product | Omschrijving van de aansluiting | Tariefcode |
|---|---|---|
| Elektriciteit | Nultarief | |
| Elektriciteit | doorlaatwaarde ≤ 1*6A geschakeld net, onbemeten | n.v.t |
| Elektriciteit | doorlaatwaarde ≤ 1*6A geschakeld net | 10001 |
| Elektriciteit | doorlaatwaarde ≤ 325A en ≤ 180A, onbemeten | n.v.t. |
| Elektriciteit | doorlaatwaarde ≤ 325A en ≤ 180A | 10002 |
| Elektriciteit | 325A < doorlaatwaarde ≤ 335A | 10003 |
| Elektriciteit | 335A < doorlaatwaarde ≤ 350A | 10004 |
| Elektriciteit | 350A < doorlaatwaarde ≤ 363A | 10005 |
| Elektriciteit | 363A < doorlaatwaarde ≤ 380A | 10006 |
| Gas | n.v.t. | n.v.t. |
Bijlage 5. Beslistabel voor beoordeling van dispuutstanden
B5.1
B5.2
Op basis van de beslistabel uit B5.1 beslist de wederpartij of een dispuut over een meterstand kans van slagen heeft. Uitleg over de velden:
- a. dispuut over methode mogelijk: dispuut kan worden aangegaan als kan worden aangetoond dat de initiërende partij niet de juiste methode heeft gebruikt om de oorspronkelijke meterstand te berekenen;
- b. dispuut mogelijk indien buiten validatiegrens: dispuut kan worden aangegaan als kan worden aangetoond dat de oorspronkelijke meterstand buiten de validatiegrenzen valt;
- c. dispuut mogelijk: dispuut kan worden aangegaan als de herkomst van de alternatieve stand van dezelfde of een hogere waarde is, of – in het geval van fysieke opname, als bedoeld in 5.2.2.3 – de alternatieve stand een klantstand is;
- d. stand wint: onverminderd het bepaalde in 5.5.2.4, een dispuut waarbij de alternatieve stand van deze herkomst wordt gebruikt, wordt door de initiërende partij direct geaccepteerd en overgenomen als definitieve stand;
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)