Besluit van 3 juli 2018, houdende procedurele regels en regels over algemene onderwerpen over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving (Omgevingsbesluit)

Type AMvB
Publication 2026-01-21
Laatst bijgewerkt 2026-04-18
State In force
Source BWB
artikelen 449
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
1.

Na een herhaling van een overtreding of een soortgelijke overtreding kan een waarschuwing als bedoeld in artikel 28a, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet worden gegeven. Als opnieuw dezelfde of een soortgelijke overtreding is geconstateerd, kan de werkgever, bedoeld in artikel 1, eerste of tweede lid, van de Arbeidsomstandighedenwet, of de werkzame zelfstandige of werkgever die de arbeid zelf verricht, een bevel worden opgelegd door de daartoe aangewezen ambtenaar dat de door hem aangewezen werkzaamheden voor een daarbij aangegeven periode van ten hoogste drie maanden worden stilgelegd of niet mogen aanvangen.

2.

Als de aard van de overtreding of de soortgelijke overtreding, de met de overtreding of soortgelijke overtreding samenhangende omstandigheden of de gevolgen van een stillegging van de werkzaamheden daartoe aanleiding geven, kan worden afgezien van het geven van een waarschuwing en het opleggen van een bevel.

3.

Van een soortgelijke overtreding als bedoeld in het eerste en tweede lid is sprake als het gaat om een overtreding van de in artikel 13.26 genoemde artikelen, voor zover het boetenormbedrag voor de bestuurlijke boete op deze overtreding op grond van de beleidsregels, bedoeld in artikel 34, tiende lid, van de Arbeidsomstandighedenwet, hoger is dan € 50.000,–.

4.

Een overtreding van artikel 4.9, eerste lid, of 4.11 van het Besluit activiteiten leefomgeving wordt aangemerkt als een soortgelijke overtreding als het boetenormbedrag van deze overtreding op grond van de beleidsregels, bedoeld in artikel 34, tiende lid, van de Arbeidsomstandighedenwet, is ingedeeld in dezelfde boetecategorie als het boetenormbedrag van de eerdere overtreding.

§ 13.4.3. Strafbaarstellingen

Artikel 13.29. (strafbaarstellingen Wet veiligheidsregio’s)

Handelen of nalaten in strijd met het bij of krachtens artikel 48, zesde lid, van de Wet veiligheidsregio's in de artikelen 4.14, 4.15, 4.17, 4.19, 4.20 en 4.24 van het Besluit activiteiten leefomgeving bepaalde is een strafbaar feit als bedoeld in artikel 1a, onder 1°, van de Wet op de economische delicten.

Artikel 13.30. (strafbaarstellingen Arbeidsomstandighedenwet)

Handelen of nalaten door de werkgever, bedoeld in artikel 1, eerste of tweede lid, van de Arbeidsomstandighedenwet, in strijd met het krachtens artikel 6, eerste lid, tweede zin, van de Arbeidsomstandighedenwet in de artikelen 4.4, 4.5, eerste en derde lid, 4.6, eerste lid, 4.7, 4.9 tot en met 4.15, 4.18, 4.19, 4.20, 4.22, 4.23, 4.24, 4.26, 4.27 en 4.28 van het Besluit activiteiten leefomgeving bepaalde is een strafbaar feit als bedoeld in artikel 6, derde lid, van de Arbeidsomstandighedenwet.

Hoofdstuk 14. Digitaal stelsel Omgevingswet

Afdeling 14.1. Elektronisch verkeer

Artikel 14.1. (elektronisch verkeer via de landelijke voorziening)
1.

Via de landelijke voorziening kan worden ingediend of gedaan:

  • a. een aanvraag om een omgevingsvergunning;
  • b. een aanvraag om een maatwerkvoorschrift;
  • c. een aanvraag om toestemming tot het treffen van een gelijkwaardige maatregel; en
2.

Via de landelijke voorziening kan worden voldaan aan een andere informatieverplichting dan een melding, tenzij bij wettelijk voorschrift een andere wijze is aangewezen waarop aan de informatieverplichting wordt voldaan.

3.

Dit artikel is niet van toepassing op een aanvraag, een melding of informatie:

  • b. met betrekking tot:
  • 1°. een jachtgeweeractiviteit;
  • 2°. een valkeniersactiviteit;
Artikel 14.2. (elektronisch formulier)
1.

Als via de landelijke voorziening een aanvraag om een omgevingsvergunning, een maatwerkvoorschrift of toestemming tot het treffen van een gelijkwaardige maatregel wordt ingediend, een melding als bedoeld in artikel 4.4, eerste lid, van de wet wordt gedaan of aan een informatieverplichting anders dan een melding wordt voldaan:

  • a. wordt gebruikgemaakt van het elektronische formulier dat op de datum van indiening beschikbaar is in de landelijke voorziening; en
  • b. worden de daarbij te verstrekken gegevens en bescheiden ook via de landelijke voorziening verstrekt, tenzij het bevoegd gezag instemt met een andere wijze van verstrekken.
2.

In afwijking van het eerste lid worden niet via de landelijke voorziening verstrekt:

3.

Het bevoegd gezag stelt aan Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties de informatie beschikbaar die nodig is om het elektronische formulier te kunnen samenstellen.

Artikel 14.3. (ondertekening)
1.

Een aanvraag of melding die is ingediend of gedaan via de landelijke voorziening geldt als ondertekend.

2.

Gegevens en bescheiden die zijn verstrekt via de landelijke voorziening gelden als ondertekend.

Afdeling 14.2. Informatie via de landelijke voorziening

Artikel 14.4. (informatie uit besluiten en andere rechtsfiguren)
1.

De Dienst, bedoeld in artikel 2 van de Organisatiewet Kadaster, stelt voor ontsluiting via de landelijke voorziening beschikbaar:

  • a. de inhoud van de bij ministeriële regeling aangewezen omgevingsdocumenten, in een zodanige vorm dat de informatie in samenhang per geometrisch begrensd object raadpleegbaar is;
  • b. informatie over de status van de omgevingsdocumenten, bedoeld onder a; en
2.

De Dienst draagt zorg voor het beheer van de ingevolge het eerste lid beschikbaar gestelde informatie.

Artikel 14.5. (verstrekking gegevens over besluiten en andere rechtsfiguren)

Aan de Dienst, bedoeld in artikel 2 van de Organisatiewet Kadaster, worden de in bijlage VIII genoemde gegevens over de besluiten en andere rechtsfiguren, bedoeld in artikel 14.4, eerste lid, onder a, verstrekt door:

  • a. het college van burgemeester en wethouders, voor zover het gaat om een besluit dat of een andere rechtsfiguur die op grond van de wet is vastgesteld door een bestuursorgaan van de gemeente;
  • b. het dagelijks bestuur van een waterschap, voor zover het gaat om een besluit dat of een andere rechtsfiguur die op grond van de wet is vastgesteld door een bestuursorgaan van het waterschap;
  • c. gedeputeerde staten, voor zover het gaat om een besluit dat of een andere rechtsfiguur die op grond van de wet is vastgesteld door een bestuursorgaan van de provincie; en
  • d. Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties of Onze Minister die het aangaat, voor zover het gaat om een besluit dat of een andere rechtsfiguur die op grond van de wet is vastgesteld door of op voordracht van Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties respectievelijk Onze Minister die het aangaat.

Afdeling 14.2a. Andere functionaliteiten van de landelijke voorziening

Artikel 14.5a. (samenwerkfunctionaliteit)

De landelijke voorziening voorziet in het elektronisch kunnen uitwisselen van gegevens bij het voorbereiden van een beslissing op een aanvraag en het beoordelen van een melding of gegevens en bescheiden om te voldoen aan een andere informatieverplichting dan een melding op grond van de wet.

Artikel 14.5b. (doorzendfunctionaliteit)

De landelijke voorziening voorziet in het elektronisch doorzenden van een melding of gegevens en bescheiden om te voldoen aan een andere informatieverplichting dan een melding op grond van de wet naar Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat voor het uitoefenen van de bestuursrechtelijke handhavingstaak, bedoeld in artikel 13.1, eerste lid, aanhef en onder e, onder 6°.

Afdeling 14.1. Elektronisch verkeer

§ 14.3.1. Algemeen

Artikel 14.6. (begripsbepalingen)

In deze afdeling wordt verstaan onder:

  • bezoeker: degene die de landelijke voorziening bezoekt, maar niet inlogt;
  • DSO-LV-id: unieke aanduiding van een geauthentiseerde persoon, die alleen binnen de landelijke voorziening wordt gebruikt;
  • eHerkenning pseudoniem: pseudoniem dat door eHerkenning wordt verstrekt om een persoon die namens een niet-natuurlijke persoon handelt te identificeren;
  • gebruiker: degene die inlogt in de landelijke voorziening;
  • identificatienummer van de organisatie: nummer waarmee een niet-natuurlijke persoon kan worden geïdentificeerd, zoals het Rechtspersonen Samenwerkingsverbanden Informatie Nummer, het nummer van de inschrijving in het handelsregister of het Organisatie-identificatienummer;
  • initiatiefnemer: degene die een aanvraag heeft ingediend, een melding heeft gedaan of gegevens en bescheiden heeft verstrekt om te voldoen aan een andere informatieverplichting dan een melding.

§ 14.3.1. Algemeen

Artikel 14.7. (beheer berichten)
1.

Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties brengt een ingediend bericht onverwijld binnen het bereik van het bevoegd gezag en stelt het bevoegd gezag hiervan onverwijld op de hoogte.

2.

Een ingediend bericht wordt ten hoogste een jaar in de landelijke voorziening bewaard. Deze termijn kan op verzoek van het bevoegd gezag met een jaar worden verlengd als dat noodzakelijk is voor de behandeling van het bericht.

3.

Een nog niet ingediend formulier en daarbij behorende gegevens en bescheiden worden ten hoogste een jaar in de landelijke voorziening bewaard, gerekend vanaf het tijdstip van de laatste mutatie.

Artikel 14.7a. (uitwisselen gegevens bij samenwerken)
1.

Een bestuursorgaan dat is betrokken bij het voorbereiden van een beslissing op een aanvraag of het beoordelen van een melding of gegevens en bescheiden om te voldoen aan een andere informatieverplichting dan een melding op grond van de wet kan via de landelijke voorziening gegevens uitwisselen met andere betrokken bestuursorganen en adviseurs.

2.

De gegevens worden ten hoogste een jaar in de landelijke voorziening bewaard. Deze termijn kan op verzoek van het bestuursorgaan dat het initiatief heeft genomen tot het uitwisselen van gegevens met een jaar worden verlengd als dat noodzakelijk is voor de behandeling van de aanvraag of de beoordeling van de melding of gegevens en bescheiden.

Artikel 14.7b. (doorzenden berichten)
1.

Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijkrelaties brengt een ingediend bericht over een milieubelastende activiteit als bedoeld in artikel 3.48m, 3.48o of 3.48r van het Besluit activiteiten leefomgeving onverwijld binnen het bereik van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat voor het uitoefenen van de bestuursrechtelijke handhavingstaak, bedoeld in artikel 13.1, eerste lid, aanhef en onder e, onder 6°.

2.

Een ingediend bericht wordt ten hoogste een jaar in de landelijke voorziening bewaard.

§ 14.3.3. Persoonsgegevens

Artikel 14.8. (verwerkingsverantwoordelijke)
1.

Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties is verwerkingsverantwoordelijke voor de verwerking van persoonsgegevens in de landelijke voorziening.

2.

Het bevoegd gezag is verwerkingsverantwoordelijke voor de verwerking van persoonsgegevens in een bericht, vanaf het moment dat het dit heeft opgehaald uit de landelijke voorziening.

3.

Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat is verwerkingsverantwoordelijke voor de verwerking van persoonsgegevens in een bericht als bedoeld in artikel 14.7b, eerste lid, vanaf het moment dat hij dit heeft opgehaald uit de landelijke voorziening.

4.

In afwijking van het eerste lid zijn, als sprake is van het uitwisselen van gegevens als bedoeld in artikel 14.7a, Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en het bestuursorgaan dat het initiatief heeft genomen tot het uitwisselen van gegevens gezamenlijke verwerkingsverantwoordelijken voor de verwerking van persoonsgegevens.

Artikel 14.9. (verwerking persoonsgegevens voor toegang tot landelijke voorziening)
1.

Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verwerkt voor het verlenen van toegang tot de landelijke voorziening de volgende persoonsgegevens:

  • a. over gebruikers:
  • 1°. gegevens om de gebruiker te identificeren, waaronder het burgerservicenummer, het eHerkenning pseudoniem in combinatie met het identificatienummer van de organisatie of het uniek identificerend nummer bij authenticatie buiten Nederland maar binnen de Europese Unie; en
  • 2°. profielgegevens, waaronder de naam, het e-mailadres, het telefoonnummer, de functie en voorkeursinstellingen; en
  • b. over medewerkers van bestuursorganen en adviseurs:
  • 1°. gegevens om de medewerker te identificeren, waaronder het eHerkenning pseudoniem en het identificatienummer van de organisatie; en
  • 2°. profielgegevens, waaronder de naam, het e-mailadres, het telefoonnummer, de functie, contactgegevens van het bevoegd gezag en voorkeursinstellingen.
2.

De persoonsgegevens worden ten hoogste achttien maanden na het opheffen van het account in de landelijke voorziening bewaard.

Artikel 14.10. (verwerking persoonsgegevens voor doorgeleiden berichten naar bevoegd gezag)
1.

Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verwerkt voor het doorgeleiden van berichten naar het bevoegd gezag de volgende persoonsgegevens:

  • a. over gebruikers:
  • 1°. gegevens om te communiceren met de gebruiker, waaronder de naam, de organisatienaam, het adres, het e-mailadres en het telefoonnummer;
  • 2°. gegevens om de gebruiker te identificeren, waaronder het burgerservicenummer of het identificatienummer van de organisatie; en
  • 3°. gegevens om het bericht te kunnen beoordelen volgens de daarvoor geldende regels, waaronder gegevens over de activiteit, gegevens over de locatie waar de activiteit wordt verricht, de vermogensrechtelijke status in relatie tot die locatie en financiële gegevens; en
  • b. over derden die direct zijn betrokken bij de activiteit waarop het bericht betrekking heeft: gegevens om het bericht te kunnen beoordelen volgens de daarvoor geldende regels, waaronder de naam, het adres, het telefoonnummer, de functie en een bewijs van vakbekwaamheid.
2.

Voor de persoonsgegevens gelden de in artikel 14.7, tweede en derde lid, genoemde bewaartermijnen.

Artikel 14.10a. (verwerking persoonsgegevens bij samenwerken)
1.

Bij het voorbereiden van beslissingen op aanvragen en het beoordelen van meldingen of gegevens en bescheiden om te voldoen aan andere informatieverplichtingen dan meldingen worden de volgende persoonsgegevens verwerkt:

  • a. over initiatiefnemers:
  • 1°. gegevens om te communiceren met de initiatiefnemer, waaronder de naam, de organisatienaam, het adres, het e-mailadres en het telefoonnummer;
  • 2°. gegevens om de initiatiefnemer te identificeren, waaronder het burgerservicenummer of het identificatienummer van de organisatie; en
  • 3°. gegevens om de aanvraag, melding of gegevens en bescheiden te kunnen beoordelen volgens de daarvoor geldende regels, waaronder gegevens over de activiteit, gegevens over de locatie waar de activiteit wordt verricht, de vermogensrechtelijke status in relatie tot die locatie en financiële gegevens; en
  • b. over derden die direct zijn betrokken bij de activiteit waarop de aanvraag of melding betrekking heeft of waarop de gegevens en bescheiden betrekking hebben: gegevens om de aanvraag, melding of gegevens en bescheiden te kunnen beoordelen volgens de daarvoor geldende regels, waaronder de naam, het adres, het telefoonnummer, de functie en een bewijs van vakbekwaamheid.
2.

Voor de persoonsgegevens gelden de in artikel 14.7a, tweede lid, genoemde bewaartermijnen.

Artikel 14.10b. (verstrekking van persoonsgegevens bij samenwerken)

Het bestuursorgaan dat het initiatief heeft genomen tot het uitwisselen van gegevens, bedoeld in artikel 14.8, vierde lid, kan de persoonsgegevens, bedoeld in artikel 14.10a, eerste lid, verstrekken aan de volgende bestuursorganen of adviseurs voor zover dat noodzakelijk is voor een goede vervulling van een wettelijke taak:

  • b. een bestuursorgaan of andere instantie als bedoeld in artikel 16.15 van de wet vanwege de bevoegdheid tot advies van dat bestuursorgaan of die instantie;
  • c. een bestuursorgaan als bedoeld in artikel 16.16 van de wet vanwege de bevoegdheid tot instemming van dat bestuursorgaan; en
  • d. een adviseur, anders dan bedoeld onder b.
Artikel 14.10c. (verwerking persoonsgegevens bij doorzenden)
1.

Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verwerkt voor het doorzenden van berichten over meldingen en gegevens en bescheiden als bedoeld in artikel 14.5b naar Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat de volgende persoonsgegevens:

  • a. over gebruikers: gegevens om te kunnen communiceren, waaronder de naam, de organisatienaam, het adres, het e-mailadres en het telefoonnummer;
  • b. over initiatiefnemers, opdrachtgevers en uitvoerders: gegevens voor het uitoefenen van de bestuursrechtelijke handhavingstaak, waaronder gegevens over de activiteit, de locatie waar de activiteit wordt verricht, de herkomstlocatie en toepassingslocatie, de naam, de organisatienaam en het adres; en
2.

Voor de persoonsgegevens geldt de in artikel 14.7b, tweede lid, genoemde bewaartermijn.

Artikel 14.11. (verwerking persoonsgegevens voor operationele werking landelijke voorziening)
1.

Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties verwerkt voor de inrichting, instandhouding, werking en beveiliging van de landelijke voorziening de volgende persoonsgegevens:

  • a. over bezoekers, gebruikers en medewerkers van bestuursorganen en adviseurs: gegevens die relevant zijn voor de adequate werking van de landelijke voorziening en gegevens in technische logbestanden voor onderzoek naar systeemtechnische fouten, waaronder gegevens over de herkomst en kenmerken van het netwerkverkeer, de kenmerken van de gebruikte software en hardware, het IP-adres en sessiegegevens;
  • b. over gebruikers en medewerkers van bestuursorganen en adviseurs: gegevens in auditlogbestanden voor incidentoplossing, onderzoek naar oneigenlijk gebruik en bewijsvoering in juridische geschillen of procedures, waaronder het DSO-LV-id, de gebeurtenis, de datum en het tijdstip van de gebeurtenis en het IP-adres; en
  • c. over gebruikers, initiatiefnemers en derden die direct zijn betrokken bij de activiteit waarop een bericht betrekking heeft: gegevens in auditlogbestanden voor incidentoplossing, onderzoek naar oneigenlijk gebruik en bewijsvoering in juridische geschillen of procedures, bestaande uit de gegevens, bedoeld in de artikelen 14.10, eerste lid, en 14.10a, eerste lid.
2.

De persoonsgegevens en technische logbestanden, bedoeld in het eerste lid, onder a, worden ten hoogste achttien maanden in de landelijke voorziening bewaard, waarbij de sessiegegevens alleen worden bewaard tot het moment waarop de sessie wordt beëindigd. De auditlogbestanden, bedoeld in het eerste lid, onder b en c, worden ten hoogste vijf jaar in de landelijke voorziening bewaard.

Afdeling 14.4. Beheer onderdelen landelijke voorziening

Artikel 14.12. (beheer onderdelen landelijke voorziening door Kadaster)

De Dienst, bedoeld in artikel 2 van de Organisatiewet Kadaster, draagt zorg voor de inrichting, instandhouding, werking en beveiliging van:

  • b. een stelselcatalogus; en
  • c. koppelvlakken voor het beschikbaar stellen van gegevens aan, en hergebruik van gegevens uit de landelijke voorziening.

Hoofdstuk 15. Overgangsrecht

§ 15.1. Sanering te hoge geluidbelastingen

Artikel 15.1. (toepassingsbereik)
2.

In deze paragraaf wordt onder geluidgevoelig gebouw, geluidaandachtsgebied, gemeenteweg, provinciale weg en waterschapsweg verstaan wat in bijlage I bij het Besluit kwaliteit leefomgeving onder die begrippen wordt verstaan.

Artikel 15.2. (lijst met vanwege het geluid te saneren gebouwen)
1.

Voor de toepassing van paragraaf 12.1.6 van het Besluit kwaliteit leefomgeving stellen onderstaande bestuursorganen uiterlijk op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip een lijst op van geluidgevoelige gebouwen:

  • a. het college van burgemeester en wethouders: voor gemeentewegen en voor lokale spoorwegen die niet bij omgevingsverordening zijn aangewezen;
  • b. het dagelijks bestuur van een waterschap: voor waterschapswegen; en
  • c. gedeputeerde staten: voor provinciale wegen en voor lokale spoorwegen die bij omgevingsverordening zijn aangewezen.
2.

Op de lijst wordt vermeld een op het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit aanwezig geluidgevoelig gebouw dat ligt in het geluidaandachtsgebied van:

3.

Op de lijst wordt niet vermeld een geluidgevoelig gebouw:

  • c. dat eerder op grond van de Wet geluidhinder vanwege het geluid op kosten van het Rijk is gesaneerd en is vermeld op een uiterlijk een jaar na het tijdstip van inwerkingtreding van dit besluit door Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat te publiceren lijst, met uitzondering van gebouwen die zijn gesaneerd door een verkeersmaatregel waarmee een snelheid van 30 km/u is ingesteld en waarvoor geen rijksbijdrage voor geluidwerende maatregelen is ontvangen; of
4.

De lijst bevat voor elk geluidgevoelig gebouw in ieder geval:

  • a. de in de Basisregistratie adressen en gebouwen opgenomen identificatienummers; en
  • b. het in het tweede lid bedoelde geluid op het gebouw.
5.

Na het tijdstip, bedoeld in het eerste lid, aanhef, kan de lijst alleen worden gewijzigd als sprake is van een onjuistheid.

Artikel 15.3. (opstellen en melding lijst met vanwege het geluid te saneren gebouwen)
1.

Voorafgaand aan het opstellen van de lijst, bedoeld in artikel 15.2, publiceren het college van burgemeester en wethouders, het dagelijks bestuur van een waterschap en gedeputeerde staten een ontwerp van de lijst en stellen zij Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat in de gelegenheid een zienswijze naar voren te brengen.

2.

Bij de publicatie van het ontwerp van de lijst wordt aangegeven hoe burgers, bedrijven en maatschappelijke organisaties bij de samenstelling van de lijst zijn betrokken.

3.

Het college van burgemeester en wethouders, het dagelijks bestuur van een waterschap en gedeputeerde staten zenden een afschrift van de lijst voor het in artikel 15.2, eerste lid, bedoelde tijdstip op elektronische wijze aan Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat.

§ 15.2. Geluidregister

Artikel 15.4. (afwijkend tijdstip gegevensverstrekking ten behoeve van het geluidregister)
1.

In afwijking van artikel 10.42a, eerste lid, aanhef en onder a en b, verstrekt het bestuursorgaan dat bevoegd is geluidproductieplafonds vast te stellen de in die onderdelen bedoelde gegevens met betrekking tot geluidproductieplafonds langs wegen en spoorwegen die zijn herberekend op grond van artikel 3.2 van de Aanvullingswet geluid Omgevingswet, met uitzondering van het gegeven, bedoeld in artikel 11.52, eerste lid, onder a, onder 8°, van het Besluit kwaliteit leefomgeving, binnen vier weken na die herberekening.

2.

In afwijking van artikel 10.42a, eerste lid, aanhef en onder f, verstrekken gedeputeerde staten, Onze Minister van Defensie en Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat de in dat onderdeel bedoelde gegevens met betrekking tot op het tijdstip van inwerkingtreding van het Aanvullingsbesluit geluid Omgevingswet geldende besluit over het toegelaten geluid van een luchthaven waarvoor op grond van de Wet luchtvaart een luchthavenindelingbesluit, een luchthavenbesluit of een besluit beperkingengebied buitenlandse luchthaven is vereist, binnen een bij koninklijk besluit te bepalen termijn.

3.

In afwijking van artikel 10.42a, eerste lid, aanhef en onder g en h, verstrekt het college van burgemeester en wethouders, de gemeenteraad, gedeputeerde staten, Onze Minister voor Infrastructuur en Waterstaat, Onze Minister voor Klimaat en Energie en Onze Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties binnen een bij koninklijk besluit te bepalen termijn de in die onderdelen bedoelde gegevens met betrekking tot activiteiten die op het tijdstip van inwerkingtreding van het Aanvullingsbesluit geluid Omgevingswet rechtmatig worden verricht.

§ 15.2. Geluidregister

Artikel 15.5. (gegevensverstrekking over programma legalisering projecten natuur en rapportage aan Tweede en Eerste Kamer)
1.

De bestuursorganen die zijn belast met de uitvoering van het in artikel 22.21, tweede lid, van de wet bedoelde programma voor het legaliseren van projecten met een geringe stikstofdepositie, verstrekken de gegevens, bedoeld in artikel 12.26b van het Besluit kwaliteit leefomgeving, elk jaar aan Onze Minister voor Natuur en Stikstof.

2.

Onze Minister voor Natuur en Stikstof verstrekt elk jaar aan de beide Kamers der Staten-Generaal het verslag over de voortgang en de gevolgen van het programma, bedoeld in artikel 12.26c van het Besluit kwaliteit leefomgeving.

Hoofdstuk 16. Slotbepalingen

Artikel 16.1. (inwerkingtreding)

De artikelen van dit besluit treden in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.

Artikel 16.2. (citeertitel)

Dit besluit wordt aangehaald als: Omgevingsbesluit.

Bijlage I. bij artikel 1.1 van dit besluit (begrippen)

A. Begrippen

Voor de toepassing van dit besluit wordt, tenzij anders bepaald, verstaan onder:

A. Begrippen

Voor de toepassing van dit besluit wordt, tenzij anders bepaald, verstaan onder:

Bijlage I. bij artikel 1.1 van dit besluit (begrippen)

A. Begrippen

1. Oppervlaktewaterlichamen

B. Verordeningen, richtlijnen en besluiten

A. Hoofdwateren

B. Andere wateren dan hoofdwateren

A. Begrippen

Bijlage III. bij de artikelen 4.33 en 4.34 van dit besluit (advies door bestuur veiligheidsregio en advies door inspecteur-generaal leefomgeving en transport)

B. Verordeningen, richtlijnen en besluiten

Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:

A. Begrippen

Voor de toepassing van dit besluit wordt, tenzij anders bepaald, verstaan onder:

Bijlage III. bij de artikelen 4.33 en 4.34 van dit besluit (advies door bestuur veiligheidsregio en advies door inspecteur-generaal leefomgeving en transport)

Bijlage IV. bij artikel 8.15 van dit besluit (kostensoorten)

De kostensoorten, bedoeld in artikel 8.15, zijn de in de tabellen A en B bedoelde kostensoorten.

A. Kostensoorten bij kostenverhaal met of zonder tijdvak A. Kostensoorten bij kostenverhaal met of zonder tijdvak
A1 De kosten van het vaststellen van een omgevingsplan of een projectbesluit of het verlenen van een omgevingsvergunning voor een buitenplanse omgevingsplanactiviteit, inclusief het daarvoor benodigde onderzoek
A2 De waarde van de gronden die worden gebruikt voor de uitvoering van de onder A8 en A9 bedoelde werken, werkzaamheden en maatregelen, inclusief de waarde van de te slopen opstallen, geraamd overeenkomstig artikel 8.17, eerste lid
A3 De kosten van het vrijmaken van de gronden, bedoeld onder A2, van persoonlijke rechten en lasten, eigendom en bezit en beperkte rechten of zakelijke lasten
A4 Het tijdelijk beheer van de door of vanwege de gemeente, de provincie of de Staat verworven percelen, verminderd met de uit het tijdelijk beheer te verwachten opbrengsten
A5 De kosten van het slopen, verwijderen en verplaatsen van opstallen, obstakels, funderingen, kabels en leidingen op de gronden, bedoeld onder A2
A6 De kosten van bodemsanering, het dempen van oppervlaktewateren en het verrichten van grondwerken op de gronden, bedoeld onder A2
A7 De kosten van de noodzakelijke compensatie van in het kostenverhaalsgebied verloren gegane natuurwaarden, groenvoorzieningen en watervoorzieningen
A8 De kosten van de aanleg of wijziging van: 1°. wegen, gebouwde en ongebouwde openbare parkeergelegenheden, pleinen, voet- en rijwielpaden, gebouwde openbare fietsenstallingen, faciliteiten voor ondergrondse afvalinzameling, waterpartijen, watergangen, voorzieningen voor de waterhuishouding, bruggen, tunnels, duikers, kades, steigers, en andere rechtstreeks met de aanleg daarvan verband houdende werken en bouwwerken; 2°. infrastructuur voor openbaar-vervoervoorzieningen met bijbehorende werken en bouwwerken; 3°. groenvoorzieningen, natuurvoorzieningen en openbare niet-commerciële sportvoorzieningen; 4°. openbare verlichting en brandkranen met aansluitingen; 5°. straatmeubilair, speeltoestellen, sierende elementen, kunstobjecten en afrasteringen in de openbare ruimte; 6°. distributienetwerken voor elektriciteit, warmte, gas en water, inclusief bijbehorende werken en bouwwerken; en 7°. riolering, inclusief bijbehorende werken en bouwwerken
A9 De kosten van werken, werkzaamheden en maatregelen die noodzakelijk zijn voor het bereiken en in stand houden van een veilige en gezonde fysieke leefomgeving en een goede omgevingskwaliteit
A10 De kosten van voorbereiding en toezicht op de uitvoering van de onder A3, A5, A6, A8 en A9 bedoelde werken, werkzaamheden en maatregelen, inclusief het daarvoor benodigde onderzoek
A11 Nadeelcompensatie aan derden als bedoeld in hoofdstuk 15 van de wet
A12 Niet-terugvorderbare BTW, niet-gecompenseerde compensabele BTW of andere niet-terugvorderbare belastingen, over de kostenelementen, genoemd onder A1 en A3 tot en met A10
A13 De rente van geïnvesteerde kapitalen en overige lasten, verminderd met renteopbrengsten
A14 De kosten van andere door of in opdracht van het bestuursorgaan te verrichten werkzaamheden, voor zover die werkzaamheden rechtstreeks verband houden met de in deze bijlage bedoelde werken, werkzaamheden en maatregelen
B. Kostensoorten bij kostenverhaal met tijdvak; in aanvulling op tabel A B. Kostensoorten bij kostenverhaal met tijdvak; in aanvulling op tabel A
B1 De waarde van de gronden waar de bouwactiviteiten, bedoeld in artikel 13.11, eerste lid, van de wet, zullen worden verricht, inclusief de waarde van de daar aanwezige, te slopen opstallen, geraamd overeenkomstig artikel 8.17, eerste lid
B2 De kosten om de gronden, bedoeld onder B1, vrij te maken van persoonlijke rechten en lasten, eigendom, bezit en beperkte rechten of zakelijke lasten
B3 De kosten van het slopen, verwijderen en verplaatsen van opstallen, obstakels, funderingen, kabels en leidingen op de gronden, bedoeld onder B1
B4 De kosten van bodemsaneringswerkzaamheden, het dempen van oppervlaktewateren en het verrichten van grondwerken op de gronden, bedoeld onder B1

Bijlage II. bij artikel 3.1 van dit besluit (aanwijzing van rijkswateren)

1. Oppervlaktewaterlichamen

A. Hoofdwateren

Bouw- en sloopactiviteiten als bedoeld in het Besluit bouwwerken leefomgeving, voor zover gedeputeerde staten het bevoegd gezag zijn op grond van:

2. Primaire waterkeringen en andere waterkeringen

Milieubelastende activiteiten als bedoeld in artikel 4.33 zijn:

B. Andere dan primaire waterkeringen

Milieubelastende activiteiten als bedoeld in artikel 4.34 zijn:

1. Milieubelastende activiteiten als bedoeld in artikel 4.33

Milieubelastende activiteiten als bedoeld in artikel 4.33 zijn:

2. Milieubelastende activiteiten als bedoeld in artikel 4.34

Milieubelastende activiteiten als bedoeld in artikel 4.34 zijn:

Categorie 2

Bouw- en sloopactiviteiten als bedoeld in het Besluit bouwwerken leefomgeving, voor zover gedeputeerde staten het bevoegd gezag zijn op grond van:

Categorie 3

Omgevingsplanactiviteiten, bestaande uit milieubelastende-, bouw- of sloopactiviteiten, voor zover gedeputeerde staten het bevoegd gezag zijn op grond van:

Bijlage VII. bij artikel 13.12, derde lid, van dit besluit (aanwijzing omgevingsdiensten)

    1. Omgevingsdienst Groningen;
    1. Omgevingsdienst Regio Nijmegen;
    1. Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied;
    1. DCMR Milieudienst Rijnmond;
    1. Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant; en
    1. RUD Zuid-Limburg.

Bijlage VII. bij artikel 13.12, derde lid, van dit besluit (aanwijzing omgevingsdiensten)

    1. Omgevingsdienst Groningen;
    1. Omgevingsdienst Regio Nijmegen;
    1. Omgevingsdienst Noordzeekanaalgebied;
    1. DCMR Milieudienst Rijnmond;
    1. Omgevingsdienst Midden- en West-Brabant; en
    1. RUD Zuid-Limburg.

Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.

Artikel 10.49d. (rapportages datacentra)

Onze Minister voor Klimaat en Energie verstrekt de gegevens die via de elektronische voorziening, bedoeld in artikel 5.16c, eerste lid, van het Besluit activiteiten leefomgeving, openbaar zijn gemaakt, aan de Europese Commissie.

Afdeling 10.9. Kaarten

Hoofdstuk 11. Milieueffectrapportage

Afdeling 11.1. Milieueffectrapportage voor plannen en programma’s

Afdeling 11.1. Milieueffectrapportage voor plannen en programma’s

Afdeling 11.3. Grensoverschrijdende milieueffecten

§ 11.3.1. Grensoverschrijdende plan-mer

§ 11.3.1. Grensoverschrijdende plan-mer

Hoofdstuk 12. Adviesorganen en adviseurs

Afdeling 12.1. Commissie voor de milieueffectrapportage

Afdeling 12.1. Commissie voor de milieueffectrapportage

Afdeling 12.3. Wetenschappelijke autoriteit CITES

Hoofdstuk 13. Handhaving en uitvoering

Afdeling 12.2. OCW-schadebeoordelingscommissie archeologische rijksmonumenten

Afdeling 13.1a. Bestuurlijke boetes

Afdeling 12.3. Wetenschappelijke autoriteit CITES

§ 13.2.1. Toepassingsbereik

§ 13.2.2. Strategische en programmatische uitvoering en handhaving

§ 13.2.1. Toepassingsbereik

§ 13.2.2. Strategische en programmatische uitvoering en handhaving

Afdeling 13.3. Kwaliteitsbevordering en afstemming uitvoering en handhaving bij Seveso-inrichtingen

§ 13.2.3. Omgevingsdiensten

§ 13.2.4. Informatieverstrekking uitvoering en handhaving

Afdeling 13.4. Bestuurlijke en strafrechtelijke sancties Seveso-inrichtingen

§ 13.4.1. Toepassingsbereik

§ 13.4.2. Bestuurlijke handhaving Arbeidsomstandighedenwet

§ 13.4.2. Bestuurlijke handhaving Arbeidsomstandighedenwet

Hoofdstuk 14. Digitaal stelsel Omgevingswet

Afdeling 14.1. Elektronisch verkeer

Afdeling 14.1. Elektronisch verkeer

Afdeling 14.2a. Andere functionaliteiten van de landelijke voorziening

Afdeling 14.3. Gegevensbeheer en persoonsgegevens

§ 14.3.1. Algemeen

§ 14.3.2. Gegevensbeheer

§ 14.3.2. Gegevensbeheer

Afdeling 14.4. Beheer onderdelen landelijke voorziening

Hoofdstuk 15. Overgangsrecht

§ 15.1. Sanering te hoge geluidbelastingen

§ 15.1. Sanering te hoge geluidbelastingen

§ 15.3. Programma legalisering projecten natuur

Hoofdstuk 15. Overgangsrecht

Bijlage I. bij artikel 1.1 van dit besluit (begrippen)

A. Begrippen

Voor de toepassing van dit besluit wordt, tenzij anders bepaald, verstaan onder:

B. Verordeningen, richtlijnen en besluiten

Voor de toepassing van dit besluit wordt verstaan onder:

Bijlage II. bij artikel 3.1 van dit besluit (aanwijzing van rijkswateren)

A. Hoofdwateren

Bijlage III. bij de artikelen 4.33 en 4.34 van dit besluit (advies door bestuur veiligheidsregio en advies door inspecteur-generaal leefomgeving en transport)

2. Primaire waterkeringen en andere waterkeringen

Milieubelastende activiteiten als bedoeld in artikel 4.33 zijn:

1. Oppervlaktewaterlichamen

Milieubelastende activiteiten als bedoeld in artikel 4.34 zijn:

Bijlage V. bij de artikelen 11.6, 11.7 en 11.8 van dit besluit (aanwijzing projecten en de daarvoor benodigde besluiten waarvoor een mer-(beoordelings)plicht geldt)

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)