Besluit van 15 oktober 2018, houdende regels inzake de rechtspositie van staten- en commissieleden, gedeputeerden, commissarissen van de Koning, raads- en commissieleden, wethouders, burgemeesters en de leden van het algemeen bestuur en het dagelijks bestuur en de voorzitters van de waterschappen (Rechtspositiebesluit decentrale politieke ambtsdragers)
- n. een voorziening of financiële tegemoetkoming als bedoeld in artikel 2.3.7, eerste lid.
Afdeling 2.4. Commissieleden
Artikel 2.4.1. Vergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen
Aan een commissielid wordt ten laste van de provincie een vergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen van de commissie toegekend van € 152,70 per vergadering.
Het bedrag, genoemd in het eerste lid, wordt per 1 januari van elk jaar bij ministeriële regeling gewijzigd overeenkomstig de procentuele wijziging van het door het Centraal Bureau voor de Statistiek vastgestelde indexcijfer CAO-lonen overheid, inclusief bijzondere beloningen, geldend voor de maand september van het tweede kalenderjaar voorafgaand aan die datum ten opzichte van hetzelfde indexcijfer geldend voor de maand september van het daaraan voorafgaande kalenderjaar.
Artikel 2.4.2. Hogere vergoeding
Provinciale staten kunnen bij verordening bepalen dat de vergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen van de commissie naar boven afwijkt van het bedrag, genoemd in artikel 2.4.1, eerste lid, ten aanzien van:
- a. een commissielid dat op grond van zijn bijzondere beroepsmatige deskundigheid op het taakgebied van de commissie voor deelneming aan haar werkzaamheden is aangetrokken; en
- b. een commissielid ten aanzien waarvan de vergoeding niet geacht kan worden in een redelijke verhouding te staan tot de zwaarte van zijn taak en de omvang van de door hem te verrichten arbeid.
Artikel 2.4.3. Reiskostenvergoeding
Een commissielid heeft ten laste van de provincie aanspraak op vergoeding van:
- a. reiskosten en, als daar redelijkerwijs aanleiding voor is, verblijfkosten voor het bijwonen van vergaderingen van de commissie, en
- b. reis- en verblijfkosten voor reizen zowel binnen de provincie als daarbuiten gemaakt voor de uitoefening van de functie.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de hoogte van de vergoedingen en de voorwaarden voor de aanspraken op grond van dit artikel.
Artikel 2.4.4. Overige vergoedingen en voorzieningen
Ten aanzien van een commissielid zijn de artikelen 2.1.11, 2.3.1, 2.3.2, 2.3.3, 2.3.4, 2.3.6, 2.3.7 en 2.3.8 van overeenkomstige toepassing.
Hoofdstuk 3. Gemeenten
Afdeling 3.0. Algemeen
Afdeling 3.1. Raadsleden
Paragraaf 1. Beloning raadslid
Paragraaf 2. Vergoedingen en voorzieningen raadslid
Paragraaf 3. Waarneming door raadslid
Paragraaf 3. Waarneming door raadslid
Afdeling 3.2. Burgemeester en wethouders
Paragraaf 1. Beloning burgemeester en wethouder
Paragraaf 2. Vergoedingen en voorzieningen burgemeester en wethouder
Paragraaf 3. Overige bepalingen
Afdeling 3.3. Gemeenschappelijke bepalingen
Afdeling 3.4. Commissieleden
Hoofdstuk 4. Waterschappen
Afdeling 4.0. Algemeen
Artikel 4.1. Begripsomschrijvingen
In dit hoofdstuk en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- a. algemeen bestuur: algemeen bestuur van het waterschap;
- b. dagelijks bestuur: dagelijks bestuur van het waterschap;
- c. voorzitter: voorzitter van het algemeen en het dagelijks bestuur van het waterschap;
- d. lid van het algemeen bestuur: lid van het algemeen bestuur dat niet tevens lid is van het dagelijks bestuur van hetzelfde waterschap;
- e. lid van het dagelijks bestuur: lid van het dagelijks bestuur, dat niet tevens voorzitter is van hetzelfde waterschap;
- f. vertrouwenscommissie: commissie die door het algemeen bestuur bij verordening is ingesteld en belast is met het beoordelen van de kandidaten voor de functie van voorzitter;
- g. onderzoekscommissie: commissie die door het algemeen bestuur bij verordening is ingesteld en belast is met een onderzoek dat op voorstel van een of meer van de leden van het algemeen bestuur wordt ingesteld naar het door het dagelijks bestuur of de voorzitter gevoerde bestuur;
- h. commissielid: lid van een commissie die door het algemeen bestuur bij verordening is ingesteld, dat niet tevens lid van het algemeen bestuur is of ambtenaar die als zodanig tot lid van een commissie is benoemd;
- i. fractievoorzitter: lid van het algemeen bestuur waarvan door de voorzitter is vastgesteld dat dit lid fractievoorzitter is dan wel enig lid van een fractie;
- j. deeltijdfactor: het deel van de werkweek dat de voorzitter of het lid van het dagelijks bestuur in staat dient te worden gesteld aan het ambt te besteden, uitgedrukt in een percentage van een voltijdsfunctie;
- k. commissaris: commissaris van de Koning van de provincie waarbinnen het waterschap gelegen is, dan wel, indien het een interprovinciaal waterschap betreft, de als zodanig bij reglement van het waterschap aangewezen commissaris.
Artikel 4.2
(leeg)
Artikel 4.3
(leeg)
Artikel 4.4
(leeg)
Artikel 4.5. Totale bezoldiging dagelijks bestuur
Het totaal van de bezoldiging van de leden van het dagelijks bestuur is gesteld op ten hoogste 400% van een voltijds bezoldigingsbedrag.
Het algemeen bestuur stelt, met in achtneming van het eerste en derde lid, de deeltijdfactor van ieder lid van het dagelijks bestuur vast.
Indien een lid van het dagelijks bestuur tevens lid is van het dagelijks bestuur van de Unie van Waterschappen, wordt bij de vaststelling van zijn deeltijdfactor het aantal uren betrokken dat dit lid op jaarbasis gemiddeld per maand activiteiten ontplooit ten behoeve van dat bestuur van de Unie van Waterschappen.
Voor de toepassing van het eerste lid wordt buiten beschouwing gelaten het deel van de bezoldiging die het lid van het dagelijks bestuur, bedoeld in het derde lid, op grond van artikel 4.2.1, derde lid, meer ontvangt dan hij zou ontvangen wanneer bij de vaststelling van zijn deeltijdfactor geen rekening wordt gehouden met het lidmaatschap van het dagelijks bestuur van de Unie van Waterschappen.
Afdeling 4.1. Leden algemeen bestuur
Paragraaf 1. Beloning lid algemeen bestuur
Artikel 4.1.1. Vergoeding voor de werkzaamheden
Een lid van het algemeen bestuur ontvangt met ingang van de dag van zijn beëdiging gedurende zijn lidmaatschap van het algemeen bestuur een vergoeding voor de werkzaamheden van € 857,36 per maand.
Een lid van het algemeen bestuur dat in de loop van een maand is beëdigd of in de loop van een maand is afgetreden of overleden, ontvangt de vergoeding voor de werkzaamheden naar evenredigheid van de periode van uitoefening van het lidmaatschap in de bedoelde maand.
Het bedrag, genoemd in het eerste lid, wordt per 1 januari van elk jaar bij ministeriële regeling gewijzigd overeenkomstig de procentuele wijziging van het door het Centraal Bureau voor de Statistiek vastgestelde indexcijfer CAO-lonen overheid, inclusief bijzondere beloningen, geldend voor de maand september van het tweede kalenderjaar voorafgaand aan die datum ten opzichte van hetzelfde indexcijfer geldend voor de maand september van het daaraan voorafgaande kalenderjaar.
Het algemeen bestuur kan bij verordening bepalen dat ten hoogste 50% van de vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in het eerste lid, wordt uitgekeerd, berekend naar het aantal gehouden vergaderingen. In dat geval geschiedt de uitkering aan het lid van het algemeen bestuur op basis van het aantal bijgewoonde vergaderingen.
Artikel 4.1.2. Toelage lid vertrouwenscommissie
Aan een lid van het algemeen bestuur dat lid is van de vertrouwenscommissie wordt voor de duur van de activiteiten van die commissie per jaar ten laste van het waterschap een toelage verleend van € 157,47 per maand.
Voor de toepassing van het eerste lid stelt de voorzitter de duur van de activiteiten vast.
Als voor de ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in een collectieve arbeidsovereenkomst een wijziging van het loon is overeengekomen, wordt het bedrag in het eerste lid bij ministeriële regeling overeenkomstig gewijzigd.
Artikel 4.1.3. Toelage lid onderzoekscommissie
Aan een lid van het algemeen bestuur dat lid is van een onderzoekscommissie wordt voor de duur van de activiteiten van die commissie ten laste van het waterschap een toelage toegekend, waarvan de hoogte bij verordening wordt bepaald, maar die per jaar ten hoogste driemaal de maandelijkse vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 4.1.1, eerste lid, bedraagt.
Voor de toepassing van het eerste lid stelt de voorzitter de duur van de activiteiten vast.
Artikel 4.1.4. Toelage lid bijzondere commissie
Indien het algemeen bestuur besluit ter uitvoering van zijn taken en verantwoordelijkheden een bijzondere commissie in te stellen met een zodanig belang, belasting en tijdsbeslag dat die niet redelijkerwijs tot het reguliere werk van een lid van het algemeen bestuur geacht kunnen worden te behoren, kan het bij verordening besluiten aan de leden van het algemeen bestuur die lid zijn van die commissie ten laste van het waterschap een toelage toe te kennen van maximaal € 157,47 per maand voor de duur van de activiteiten van de commissie per maand.
Voor de toepassing van het eerste lid stelt de voorzitter de duur van de activiteiten vast.
Als voor de ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in een collectieve arbeidsovereenkomst een wijziging van het loon is overeengekomen, wordt het bedrag in het eerste lid bij ministeriële regeling overeenkomstig gewijzigd.
Artikel 4.1.5. Toelage fractievoorzitter
De vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 4.1.1, eerste lid, wordt voor de fractievoorzitters voor de duur van de uitoefening van het fractievoorzitterschap verhoogd met een toelage van € 91,88 per maand, vermeerderd met € 13,11 voor elk lid van het algemeen bestuur dat de fractie telt, de fractievoorzitter zelf niet meegerekend. De toelage bedraagt ten hoogste € 196,85 per maand.
Voor zover het fractievoorzitterschap in de loop van de maand begint of eindigt, wordt de toelage, bedoeld in het eerste lid, voor die maand naar evenredigheid van de duur van het fractievoorzitterschap toegekend.
Voor de toepassing van het eerste lid stelt de voorzitter vast:
- a. hoeveel leden een fractie telt, en
- b. de duur van het fractievoorzitterschap.
Als voor de ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in een collectieve arbeidsovereenkomst een wijziging van het loon is overeengekomen, worden de bedragen in het eerste lid bij ministeriële regeling overeenkomstig gewijzigd.
Paragraaf 2. Vergoedingen en voorzieningen lid van het algemeen bestuur
Artikel 4.1.6. Onkostenvergoeding
Een lid van het algemeen bestuur ontvangt met ingang van de dag van zijn beëdiging gedurende zijn lidmaatschap van het algemeen bestuur een onkostenvergoeding voor de aan de uitoefening van het lidmaatschap van het algemeen bestuur verbonden kosten van € 223,50 per maand.
Een lid van het algemeen bestuur dat in de loop van een maand is beëdigd of in de loop van en maand is afgetreden of overleden, ontvangt de vergoeding, bedoeld in het eerste lid, naar evenredigheid van de periode van uitoefening van het lidmaatschap in de bedoelde maand.
Het bedrag, genoemd in het eerste lid, wordt per 1 januari van elk jaar bij ministeriële regeling gewijzigd overeenkomstig de procentuele wijziging van de consumentenprijsindex, geldend voor de maand september van het tweede kalenderjaar voorafgaand aan die datum ten opzichte van hetzelfde indexcijfer geldend voor de maand september van het daaraan voorafgaande kalenderjaar.
Artikel 4.1.7. Reiskostenvergoeding
Een lid van het algemeen bestuur heeft ten laste van het waterschap aanspraak op vergoeding van:
- a. reiskosten en, als daar redelijkerwijs aanleiding voor is, verblijfkosten voor het bijwonen van vergaderingen van het algemeen bestuur en commissies, en
- b. reis- en verblijfkosten voor reizen binnen en buiten het waterschap gemaakt voor de uitoefening van de functie.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de hoogte van de vergoedingen en de voorwaarden voor de aanspraken op grond van dit artikel.
Artikel 4.1.8
(leeg)
Artikel 4.1.9. Verzekering arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden
Het lid van het algemeen bestuur dat nog niet de pensioengerechtigde leeftijd als bedoeld in artikel 7a van de Algemene Ouderdomswet heeft bereikt, ontvangt per jaar ten laste van het waterschap een bedrag ter hoogte van het bedrag van de vergoeding van de werkzaamheden voor één maand, waarmee hij voorzieningen kan treffen ter zake van arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden.
Voor zover het lidmaatschap van het algemeen bestuur in de loop van een jaar begint of eindigt, wordt het bedrag, bedoeld in het eerste lid, naar evenredigheid van de duur van het lidmaatschap van het algemeen bestuur toegekend.
Voor zover het lid van het algemeen bestuur in de loop van het jaar de pensioengerechtigde leeftijd bereikt, wordt het bedrag, bedoeld in het eerste lid, naar evenredigheid van de duur van de periode tot de datum waarop hij die leeftijd heeft bereikt, uitbetaald.
Dit artikel is niet van toepassing op een lid van het algemeen bestuur dat is benoemd in een plaats die is opengevallen als gevolg van het tijdelijk ontslag van een lid van het algemeen bestuur wegens zwangerschap en bevalling of ziekte op grond van artikel X 12 van de Kieswet.
Artikel 4.1.10. Ziektekostenverzekering
Een lid van het algemeen bestuur ontvangt ten laste van het waterschap een tegemoetkoming in de kosten van een ziektekostenverzekering van € 140,54 per jaar.
Voor zover het lidmaatschap van het algemeen bestuur in de loop van een jaar begint of eindigt, wordt het bedrag, bedoeld in het eerste lid, naar evenredigheid van de duur van het lidmaatschap van het algemeen bestuur toegekend.
Als voor de ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in een collectieve arbeidsovereenkomst een wijziging van het loon is overeengekomen, wordt het bedrag, genoemd in het eerste lid, bij ministeriële regeling overeenkomstig gewijzigd.
Artikel 4.1.11. Samenloop met arbeidsongeschiktheidsuitkering
In het geval een lid van het algemeen bestuur een uitkering in verband met gehele of gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid ontvangt, kan de vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 4.1.1, eerste lid, de toelage voor het lid van de vertrouwenscommissie, bedoeld in artikel 4.1.2, eerste lid, de toelage voor het lid van de onderzoekscommissie, bedoeld in artikel 4.1.3, eerste lid, de toelage voor het lid van een bijzondere commissie, bedoeld in artikel 4.1.4, eerste lid, of de toelage voor de fractievoorzitter, bedoeld in artikel 4.1.5, eerste lid, op verzoek van het desbetreffende lid worden verlaagd.
Paragraaf 3. Waarneming door lid algemeen bestuur
Artikel 4.1.12. Waarneming voorzitter
Indien een lid van het algemeen bestuur op grond van artikel 51a, tweede lid, van de Waterschapswet gedurende meer dan dertig dagen onafgebroken met de waarneming van het ambt van voorzitter is belast:
- a. wordt zijn vergoeding voor de werkzaamheden, bedoeld in artikel 4.1.1, eerste lid, voor die tijd ten laste van het waterschap aangevuld tot het bedrag, genoemd in artikel 4.2.1, tweede lid, vermeerderd met een vakantie-uitkering, eindejaarsuitkering en eenmalige uitkering als bedoeld in artikel 4.2.1, vijfde, zesde onderscheidenlijk zevende lid;
- b. ontvangt hij voor die tijd in plaats van de onkostenvergoeding, bedoeld in artikel 4.1.6, een vergoeding als bedoeld in artikel 4.2.6, eerste lid, en
- c. zijn voor die tijd op hem de regels, bedoeld in artikel 4.2.9, en de artikelen 4.2.10 en 4.2.12 van overeenkomstige toepassing.
Paragraaf 3. Waarneming door lid algemeen bestuur
Artikel 4.1.13. vergoeding voor werkzaamheden en onkostenvergoeding
Artikel 4.1.1 is van overeenkomstige toepassing op het lid van het algemeen bestuur aan wie op grond van artikel X 10 van de Kieswet tijdelijk ontslag is verleend wegens zwangerschap en bevalling of ziekte, met dien verstande dat indien door het algemeen bestuur toepassing is gegeven aan artikel 4.1.1, vierde lid, dit lid van het algemeen bestuur een uitkering ontvangt voor alle vergaderingen die gedurende het tijdelijk ontslag plaatsvinden.
Artikel 4.1.6 is van overeenkomstige toepassing op het lid van het algemeen bestuur, bedoeld in het eerste lid, met dien verstande dat de vergoeding de helft bedraagt van het bedrag dat op grond van die bepaling van toepassing is.
De artikelen 4.1.9, 4.1.10 en 4.1.11 en afdeling 4.3 zijn van overeenkomstige toepassing op het lid van het algemeen bestuur, bedoeld in het eerste lid.
Afdeling 4.2. Voorzitter en leden dagelijks bestuur
Paragraaf 1. Beloning voorzitter en lid dagelijks bestuur
Artikel 4.2.1. Bezoldiging en uitkeringen
Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat kan op verzoek van het algemeen bestuur, gedeputeerde staten gehoord, een deeltijdfactor voor de voorzitter vaststellen.
De bezoldiging van de voorzitter bedraagt € 12.345,58 per maand, naar evenredigheid van de vastgestelde deeltijdfactor.
De bezoldiging van het lid van het dagelijks bestuur bedraagt, met inachtneming van artikel 4.5, € 10.106,79 per maand, naar evenredigheid van de vastgestelde deeltijdfactor.
Als voor de ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in een collectieve arbeidsovereenkomst een wijziging van het loon is overeengekomen, worden de bedragen, genoemd in het tweede en derde lid, bij ministeriële regeling overeenkomstig gewijzigd.
De voorzitter en het lid van het dagelijks bestuur ontvangen een vakantie-uitkering van 8% van de door hen genoten bezoldiging. De vakantie-uitkering wordt eenmaal per jaar uitbetaald over de periode van twaalf maanden, die is aangevangen met de maand juni van het voorgaande kalenderjaar. Bij ontslag, aftreden of overlijden van de voorzitter of het lid van het dagelijks bestuur vindt betaling plaats over het tijdvak, gelegen tussen het einde van de laatst verstreken periode, waarover de vakantie-uitkering is betaald en de datum van het ontslag, aftreden of overlijden.
De voorzitter en het lid van het dagelijks bestuur ontvangen een eindejaarsuitkering van 8,3% van de door hen genoten bezoldiging. De eindejaarsuitkering wordt jaarlijks uitbetaald in de maand november en wordt berekend over de periode van twaalf maanden die is aangevangen met de maand december van het voorgaande kalenderjaar. Bij ontslag, aftreden of overlijden van de voorzitter of het lid van het dagelijks bestuur vindt betaling plaats over het tijdvak gelegen tussen het einde van de laatst verstreken periode waarover de eindejaarsuitkering is betaald en de datum van het ontslag, aftreden of overlijden.
Indien voor de ambtenaren, bedoeld in het vierde lid, in een collectieve arbeidsovereenkomst een eenmalige uitkering is overeengekomen, ontvangen de voorzitter en het lid van het dagelijks bestuur een uitkering op dezelfde voet.
Wanneer de voorzitter of het lid van het dagelijks bestuur in de loop van een maand is benoemd of in de loop van een maand is afgetreden, ontslagen of overleden, wordt de bezoldiging voor die maand genoten naar evenredigheid van de periode van uitoefening van het ambt in die maand.
Artikel 4.2.2. Waarneming voorzitter door lid dagelijks bestuur
Indien een lid van het dagelijks bestuur gedurende meer dan dertig dagen onafgebroken met de waarneming van het ambt van voorzitter is belast, wordt zijn bezoldiging voor die tijd ten laste van het waterschap aangevuld tot het bedrag, genoemd in artikel 4.2.1, tweede lid.
Artikel 4.2.3. Neveninkomsten
Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:
- a. bezoldiging: totaal van de per kalenderjaar als voorzitter of lid van het dagelijks bestuur genoten bezoldiging, bedoeld in artikel 4.2.1, tweede of derde lid, vermeerderd met de vakantie-uitkering, bedoeld in artikel 4.2.1, vijfde lid, en aangevuld op grond van artikel 4.2.2;
- b. neveninkomsten: andere inkomsten als bedoeld in artikel 48, zesde lid, of artikel 44, vijfde lid, van de Waterschapswet.
Zo spoedig mogelijk na afloop van het kalenderjaar, verstrekt de voorzitter of het lid van het dagelijks bestuur aan Onze Minister, dan wel aan een door hem aangewezen instantie:
- a. een opgave van de neveninkomsten welke hij over dat kalenderjaar of over een gedeelte daarvan heeft genoten, dan wel
- b. een verklaring dat hij geen neveninkomsten heeft genoten of niet meer dan 14% van de bezoldiging op jaarbasis aan neveninkomsten heeft genoten over dat jaar of, indien hij zijn ambt vervulde gedurende een gedeelte van het kalenderjaar, een evenredig deel daarvan, dan wel
- c. een verklaring dat een opgave van neveninkomsten achterwege zal blijven.
Het dagelijks bestuur vermindert op verzoek van de voorzitter of het lid van het dagelijks bestuur diens bezoldiging reeds gedurende het kalenderjaar met een bedrag waarmee hij verwacht dat zijn bezoldiging zal worden verrekend vanwege zijn neveninkomsten.
Onze Minister, dan wel een door hem aangewezen instantie, deelt het dagelijks bestuur het bedrag van de bezoldiging dat teruggevorderd dient te worden mede en verstrekt een afschrift daarvan aan de voorzitter onderscheidenlijk het lid van het dagelijks bestuur.
Het dagelijks bestuur vordert, indien Onze Minister, dan wel een door hem aangewezen instantie, constateert dat er sprake is van te verrekenen neveninkomsten, het teveel aan ontvangen bezoldiging terug van de voorzitter onderscheidenlijk het lid van het dagelijks bestuur.
Indien de voorzitter of het lid van het dagelijks bestuur geen informatie kan verstrekken, meldt hij dit binnen zes maanden onder opgaaf van redenen aan Onze Minister, dan wel aan een door hem aangewezen instantie. De voorzitter of het lid van het dagelijks bestuur meldt tevens een redelijke termijn waarop hij deze informatie alsnog zal verstrekken.
In het geval genoemd in het tweede lid, onderdeel c, alsmede indien de voorzitter of het lid van het dagelijks bestuur binnen zes maanden na afloop van het kalenderjaar geen opgave als bedoeld in het tweede lid heeft ingezonden of niet heeft voldaan aan het zesde lid, en het dagelijks bestuur niet uit anderen hoofde kan vaststellen tot welk bedrag er verrekend moet worden, stelt het dagelijks bestuur de bezoldiging over het afgelopen jaar vast op 65% van de bezoldiging op jaarbasis.
Op verzoek van de voorzitter of het lid van het dagelijks bestuur kan het dagelijks bestuur besluiten de verrekening of terugbetaling in termijnen te laten plaatsvinden.
Artikel 4.2.4. Uitkering bij overlijden
In het geval van overlijden van de voorzitter of het lid van het dagelijks bestuur wordt aan de weduwe of weduwnaar van wie de overledene niet duurzaam gescheiden leefde een bedrag uitgekeerd, gelijk aan de bezoldiging, bedoeld in artikel 4.2.1, tweede onderscheidenlijk derde lid, vermeerderd met de vakantie-uitkering, welke de overledene laatstelijk genoot over een tijdvak van drie maanden. Indien de overledene geen weduwe of weduwnaar nalaat, geschiedt de uitkering ten behoeve van de minderjarige wettige of natuurlijke kinderen, of minderjarige kinderen waarover de overledene de pleegouderlijke zorg droeg. Onder pleegouderlijke zorg wordt verstaan de zorg voor het onderhoud en de opvoeding van het kind als was het een eigen kind, onafhankelijk van enige verplichting daartoe of van het genieten van een vergoeding daarvoor. Ontbreken ook zodanige kinderen dan geschiedt de uitkering aan degenen die geheel of grotendeels afhankelijk waren van de overledene.
Voor de toepassing van dit artikel wordt onder weduwe of weduwnaar mede verstaan de achtergebleven geregistreerde partner alsmede degene met wie de overledene ongehuwd samenleefde en een gezamenlijke huishouding heeft gevoerd als bedoeld in artikel 3, derde en vierde lid, van de Algemene nabestaandenwet.
Artikel 4.2.5
(leeg)
Paragraaf 2. Vergoedingen en voorzieningen voorzitter en lid dagelijks bestuur
Artikel 4.2.6. Ambtskosten
De voorzitter ontvangt een vergoeding voor aan de uitoefening van het ambt verbonden kosten van € 507,99 per maand, naar evenredigheid van de vastgestelde deeltijdfactor.
Het lid van het dagelijks bestuur ontvangt een vergoeding van € 467,35 per maand voor de aan de uitoefening van het ambt verbonden kosten naar evenredigheid van de vastgestelde deeltijdfactor. Indien een lid van het dagelijks bestuur gedurende meer dan dertig dagen onafgebroken met de waarneming van het ambt van voorzitter is belast, ontvangt hij voor die tijd een vergoeding van € 507,99 per maand voor de aan de uitoefening van het ambt verbonden kosten.
Wanneer de voorzitter of het lid van het dagelijks bestuur in de loop van een maand is benoemd of in de loop van een maand is afgetreden, ontslagen of overleden, wordt de vergoeding, bedoeld in het eerste onderscheidenlijk tweede lid, voor die maand naar evenredigheid van de periode van uitoefening van het ambt in die maand genoten.
De bedragen, genoemd in het eerste en tweede lid, worden per 1 januari van elk jaar bij ministeriële regeling gewijzigd overeenkomstig de procentuele wijziging van de consumentenprijsindex, geldend voor de maand september van het tweede kalenderjaar voorafgaand aan die datum ten opzichte van hetzelfde indexcijfer geldend voor de maand september van het daaraan voorafgaande kalenderjaar.
Artikel 4.2.7. Kosten in verband met verhuizing
Indien de voorzitter bij zijn benoeming zijn werkelijke woonplaats nog niet heeft in het waterschap, heeft hij ten laste van het waterschap eenmalig aanspraak op een vergoeding van verhuiskosten bij verhuizing naar het waterschap in verband met zijn benoeming.
Een voorzitter die bij zijn benoeming verplicht is om zijn werkelijke woonplaats in het waterschap te hebben, heeft voor de duur dat hij zijn werkelijke woonplaats nog niet in het waterschap heeft, ten laste van het waterschap, aanspraak op:
- a. een vergoeding van de kosten voor tijdelijke huisvesting, en
- b. een vergoeding van de reiskosten naar de woning waar hij ten tijde van de benoeming woonde.
Indien een voorzitter bij zijn benoeming verplicht is om zijn werkelijke woonplaats in het waterschap te hebben, in verband daarmee is verhuisd, op zijn nieuwe adres is ingeschreven in de basisregistratie personen en zijn verhuizing leidt tot dubbele woonlasten, heeft hij gedurende ten hoogste drie jaar na zijn benoeming aanspraak op een tegemoetkoming in de kosten van die dubbele woonlasten, alsmede een vergoeding van de reiskosten naar de woning waar hij ten tijde van de benoeming woonde.
Indien een voorzitter bij zijn benoeming verplicht is om zijn werkelijke woonplaats in het waterschap te hebben, hij in verband daarmee is verhuisd en op zijn nieuwe adres is ingeschreven in de basisregistratie personen, heeft hij uiterlijk één jaar na eervol ontslag of niet-herbenoeming, eenmalig aanspraak op een vergoeding voor de kosten van verhuizing bij vertrek uit het waterschap of uit de aan hem ter beschikking gestelde woning, voor zover hij niet uit anderen hoofde aanspraak heeft op een verhuiskostenvergoeding.
Verschuldigde loon- of inkomstenbelasting over de vergoedingen op grond van dit artikel worden ten laste van het waterschap aan de voorzitter vergoed.
Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over de hoogte van de vergoedingen en de voorwaarden voor de aanspraken op grond van dit artikel.
Artikel 4.2.8. Ter beschikking gestelde woning
Indien een voorzitter bij zijn benoeming verplicht is om zijn werkelijke woonplaats in het waterschap te hebben en hem door het waterschap in verband met de uitoefening van zijn ambt een woning ter beschikking wordt gesteld, betaalt hij voor het bewonen daarvan een eigen bijdrage per maand aan het waterschap.
Bij het bewonen van een woning als bedoeld in het eerste lid komen de kosten voor energie en water ten laste van het waterschap.
Indien de voorzitter voor het gebruik van een woning, bedoeld in het eerste lid, loon- of inkomstenbelasting verschuldigd is, wordt deze belastingheffing ten laste van het waterschap aan hem vergoed.
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld met betrekking tot de hoogte van de eigen bijdrage, bedoeld in het eerste lid, en kunnen regels worden gesteld met betrekking tot het gebruik van een ter beschikking gestelde woning.
Artikel 4.2.9. Woon-werkverkeer en reis- en verblijfkosten
De voorzitter en het lid van het dagelijks bestuur hebben ten laste van het waterschap aanspraak op vergoeding van:
- a. reiskosten en, als daar redelijkerwijs aanleiding voor is, verblijfkosten voor woon-werkverkeer;
- b. reis- en verblijfkosten voor reizen binnen en buiten het waterschap, gemaakt voor de uitoefening van het ambt.
Onze Minister stelt nadere regels over de hoogte van de vergoedingen en de voorwaarden voor de aanspraken op grond van dit artikel.
Artikel 4.2.10. Ter beschikking gestelde auto
Het dagelijks bestuur kan aan de voorzitter of het lid van het dagelijks bestuur ten laste van het waterschap een auto ter beschikking stellen, daaronder begrepen een auto voor gemeenschappelijk gebruik of een auto op afroep van een daartoe door het waterschap gecontracteerde vervoerder.
Een ter beschikking gestelde auto, met uitzondering van een auto voor gemeenschappelijk gebruik en een auto op afroep als bedoeld in het eerste lid, kan worden gebruikt voor zowel zakelijke als bestuurlijke doeleinden.
Onder gebruik voor zakelijke doeleinden wordt in dit artikel en de daarop berustende bepalingen verstaan gebruik dat voor de toepassing van artikel 13bis van de Wet op de loonbelasting 1964 en de daarop berustende bepalingen niet als gebruik voor privédoeleinden wordt aangemerkt.
Onder gebruik voor bestuurlijke doeleinden wordt in dit artikel en de daarop berustende bepalingen verstaan gebruik in het kader van de uitoefening van nevenfuncties, waarvan de uitoefening door de voorzitter of het lid van het dagelijks bestuur naar het oordeel van het dagelijks bestuur in het belang van het waterschap is.
Het dagelijks bestuur kan bij de terbeschikkingstelling van een auto, niet zijnde een auto voor gemeenschappelijk gebruik of een auto als bedoeld in het eerste lid, bepalen dat deze door de voorzitter of het lid van het dagelijks bestuur ook voor andere dan zakelijke of bestuurlijke doeleinden mag worden gebruikt.
Indien de voorzitter of het lid van het dagelijks bestuur een aan hem ter beschikking gestelde auto uitsluitend gebruikt voor zakelijke en bestuurlijke doeleinden en hij voor het gebruik van die auto loon- of inkomstenbelasting verschuldigd is, wordt deze belastingheffing ten laste van het waterschap aan hem vergoed.
Voor zover de voorzitter of het lid van het dagelijks bestuur een aan hem ter beschikking gestelde auto gebruikt voor zakelijke en bestuurlijke doeleinden, worden vergoedingen van derden in verband met het gebruik van die auto in de kas van het waterschap gestort.
De voorzitter of het lid van het dagelijks bestuur betaalt voor het gebruik van de aan hem ter beschikking gestelde auto voor andere dan zakelijke of bestuurlijke doeleinden een eigen bijdrage per maand aan het waterschap.
Indien aan de voorzitter of het lid van het dagelijks bestuur een auto, niet zijnde een auto voor gemeenschappelijk gebruik of een auto op afroep als bedoeld in het eerste lid, ter beschikking is gesteld, heeft hij geen aanspraak op vergoeding van kosten voor woon-werkverkeer en reiskosten als bedoeld in artikel 4.2.9, eerste lid.
Voor zover de voorzitter of het lid van het dagelijks bestuur gebruik maakt van een auto voor gemeenschappelijk gebruik of een auto op afroep als bedoeld in het eerste lid, heeft hij geen aanspraak op vergoedingen, bedoeld in artikel 4.2.9, eerste lid.
Onze Minister stelt nadere regels over de voorwaarden voor de ter beschikkingstelling van een auto en het gebruik daarvan, alsmede over de hoogte van de eigen bijdrage, bedoeld in het achtste lid.
Artikel 4.2.11. Loopbaanoriëntatie
De kosten die de voorzitter of het lid van het dagelijks bestuur maakt omdat hij zich tijdens het ambt oriënteert op zijn verdere loopbaan of mobiliteit bevorderende activiteiten ontplooit, komen ten laste van het waterschap, op voorwaarde dat het dagelijks bestuur van oordeel is dat:
- a. de prijs/kwaliteitverhouding van de desbetreffende loopbaanoriëntatie of mobiliteit bevorderende activiteit redelijk is;
- b. die loopbaanoriëntatie of mobiliteit bevorderende activiteit niet kan worden aangemerkt als een sollicitatieactiviteit, en
- c. de kosten ervan niet reeds uit anderen hoofde voor vergoeding in aanmerking komen.
Onze Minister kan over de in het eerste lid bedoelde loopbaanoriëntatie of mobiliteit bevorderende activiteiten nadere regels stellen.
Artikel 4.2.12. Terugkeer wegens dringende redenen
Indien er sprake is van een dringende reden van dienstbelang en de voorzitter of het lid van het dagelijks bestuur die buiten het waterschap verblijft, zou schade lijden als hij direct terugkeert naar het waterschap, legt hij zijn voornemen om vanwege deze reden terug te keren naar zijn waterschap voor aan de commissaris onderscheidenlijk de voorzitter.
Indien de commissaris onderscheidenlijk de voorzitter het in het eerste lid genoemde voornemen redelijk acht, wordt aan de voorzitter of het lid van het dagelijks bestuur ten laste van het waterschap een schadeloosstelling toegekend.
De schadeloosstelling betreft uitsluitend de direct uit de terugkeer voortvloeiende kosten van de voorzitter of het lid van het dagelijks bestuur. Het dagelijks bestuur stelt de hoogte van de schadeloosstelling vast.
Artikel 4.2.13. Aanspraken bij zwangerschap en bevalling en ziekte
Dit besluit is, voor zover het betrekking heeft op de leden van het dagelijks bestuur, van overeenkomstige toepassing op het lid van het dagelijks bestuur aan wie in verband met zwangerschap en bevalling of ziekte op grond van artikel 21 van de Waterschapswet tijdelijk ontslag is verleend, met dien verstande dat dit tijdelijk ontslagen lid, in afwijking van artikel 4.2.6, tweede lid, een vergoeding ontvangt voor aan de uitoefening van het ambt verbonden kosten van de helft van het bedrag, genoemd in die bepaling.
Paragraaf 3. Overige bepalingen
Artikel 4.2.14. Vergoeding bij waarneming van de voorzitter
Op degene die op grond van artikel 51a, derde lid, van de Waterschapswet gedurende meer dan dertig dagen onafgebroken met de waarneming van het ambt van voorzitter is belast, zijn de bepalingen in deze afdeling 4.2 en afdeling 4.3, voor zover die betrekking hebben op de rechtspositie van de voorzitter, van overeenkomstige toepassing, met uitzondering van de artikelen 4.2.3, 4.2.17, 4.2.18 en 4.2.19.
Paragraaf 3. Overige bepalingen
Artikel 4.2.15. Verzekering voor arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden
De tijdelijke vervanger van het lid van het dagelijks bestuur dat verlof heeft wegens zwangerschap en bevalling of ziekte, ontvangt voor zijn verzekering voor arbeidsongeschiktheid, ouderdom en overlijden een bedrag van € 774,30 per maand naar evenredigheid van de vastgestelde deeltijdfactor.
Als voor de ambtenaren die krachtens een arbeidsovereenkomst met de Staat werkzaam zijn bij het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties in een collectieve arbeidsovereenkomst een wijziging van het loon is overeengekomen, wordt het bedrag, genoemd in het eerste lid, bij ministeriële regeling overeenkomstig gewijzigd.
Artikel 4.2.16
(leeg)
Artikel 4.2.17. Kennisgeving bij afwezigheid
Indien de voorzitter langer dan acht dagen wegens ziekte of om andere redenen zijn ambt niet kan vervullen, geeft hij daarvan kennis aan het dagelijks bestuur.
Artikel 4.2.18. Schorsing
Een schorsingsbesluit als bedoeld in artikel 46, eerste lid, van de Waterschapswet bevat in ieder geval het tijdstip waarop de schorsing ingaat en een zo nauwkeurig mogelijke aanduiding van de duur van de schorsing.
De voorzitter die geschorst is, behoudt gedurende de schorsing zijn bezoldiging en uitkeringen, bedoeld in artikel 4.2.1 en zijn aanspraak op vergoedingen en voorzieningen op grond van de afdelingen 4.2 en 4.3.
Gedurende de schorsing is het de voorzitter als zodanig niet toegestaan de dienstgebouwen van het waterschap te betreden.
Artikel 4.2.19. Ontslag
De voorzitter wordt op zijn verzoek ontslagen of na afloop van de benoemingstermijn niet herbenoemd. Het ontslag wordt eervol verleend, tenzij naar het oordeel van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat zwaarwichtige redenen zich daartegen verzetten.
Aan de voorzitter wordt bij koninklijk besluit met ingang van de eerste dag van de maand, volgende op die waarin hij de leeftijd van 70 jaar heeft bereikt, eervol ontslag verleend.
Anders dan op eigen aanvraag kan aan de voorzitter ontslag worden verleend op grond van:
- a. ongeschiktheid voor het vervullen van zijn ambt wegens ziekte of gebreken;
- b. onbekwaamheid of ongeschiktheid voor zijn ambt, anders dan uit hoofde van ziekte of gebreken;
- c. opheffing van het waterschap;
- d. een aanbeveling van het algemeen bestuur tot ontslag wegens een verstoorde verhouding tussen de voorzitter en het algemeen bestuur;
- e. andere gronden.
Een ontslag als bedoeld in het derde lid, onder a, kan slechts plaatsvinden indien:
- a. er sprake is van ongeschiktheid tot het vervullen van zijn ambt wegens ziekte of gebreken gedurende een ononderbroken periode van zes maanden, en
- b. herstel niet binnen een periode van zes maanden na de in onderdeel a bedoelde termijn van zes maanden te verwachten is.
Bij de beoordeling of er sprake is van een situatie als bedoeld in het vierde lid, onderdeel b, wordt een medisch onderzoek ingesteld door een of meer door Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat aangewezen geneeskundigen en, indien de voorzitter dit wenst, een door de voorzitter aangewezen geneeskundige. De voorzitter is verplicht medewerking te verlenen aan het onderzoek en wordt schriftelijk in kennis gesteld van het starten van het onderzoek en de in de vorige volzin bedoelde mogelijkheid. Indien de voorzitter geen medewerking verleent, is de in het vierde lid, onder b, genoemde voorwaarde niet van toepassing.
Het ontslag op grond van het derde lid, onder a, b en c, wordt eervol verleend. Het ontslag op grond van het derde lid, onder d en e, wordt eervol verleend, tenzij naar het oordeel van Onze Minister van Infrastructuur en Waterstaat zwaarwichtige redenen zich daartegen verzetten.
Afdeling 4.3. Gemeenschappelijke bepalingen
Artikel 4.3.1. Bewaken en beveiligen
Indien het dagelijks bestuur ten behoeve van een lid van het algemeen bestuur, een lid van het dagelijks bestuur of de voorzitter kosten maakt, die in het kader van het stelsel bewaken en beveiligen zijn aangemerkt als werkgeverskosten, komen deze ten laste van het waterschap.
Onze Minister kan regels stellen met betrekking tot het treffen van andere voorzieningen ten behoeve van een veilige woon- en werkplek van een lid van het algemeen bestuur, een lid van het dagelijks bestuur of de voorzitter dan die welke op grond van het eerste lid ten laste van het waterschap komen.
Artikel 4.3.2. Informatie- en communicatievoorzieningen
Het dagelijks bestuur stelt ten laste van het waterschap aan een lid van het algemeen bestuur, een lid van het dagelijks bestuur en de voorzitter voor de duur van de uitoefening van zijn functie informatie- en communicatievoorzieningen ter beschikking. Onder informatie- en communicatievoorzieningen wordt ook verstaan de daarbij behorende abonnementen.
Artikel 4.3.3. Vergoeding kosten scholing
De kosten voor niet-partijpolitiek georiënteerde scholing in verband met de vervulling van de functie van lid van het algemeen bestuur, lid van het dagelijks bestuur en de voorzitter komen ten laste van het waterschap op voorwaarde dat het dagelijks bestuur van oordeel is dat de prijs/kwaliteitverhouding van de desbetreffende scholing redelijk is en de kosten ervan niet reeds uit anderen hoofde voor vergoeding in aanmerking komen.
Het algemeen bestuur kan voor de toepassing van het eerste lid nadere regels stellen voor zover het de scholing van leden van het algemeen bestuur betreft. Het dagelijks bestuur kan voor de toepassing van het eerste lid nadere regels stellen voor zover het de scholing van de voorzitter of leden van het dagelijks bestuur betreft.
Onder de kosten, bedoeld in het eerste lid, worden mede begrepen reiskosten voor het volgen van de scholing. De reiskosten worden berekend met overeenkomstige toepassing van de nadere regels op grond van artikel 4.1.7 onderscheidenlijk 4.2.9.
Artikel 4.3.4. Beroepsvereniging
Indien een lid van het algemeen bestuur, een lid van het dagelijks bestuur of de voorzitter als zodanig lid is van een voor ieder lid van een algemeen bestuur, ieder lid van het dagelijks bestuur of iedere voorzitter toegankelijke, landelijk georganiseerde beroepsvereniging die blijkens haar statuten deskundigheidsbevordering of belangenbehartiging van de functie van lid van het algemeen bestuur, lid van het dagelijks bestuur onderscheidenlijk voorzitter ten doel heeft of mede ten doel heeft, wordt de contributie van die beroepsvereniging ten laste van het waterschap vergoed, tenzij het dagelijks bestuur van oordeel is dat de activiteiten van de vereniging onvoldoende invulling geven aan het in de eerste volzin bedoelde doel.
Artikel 4.3.5. Bedrijfsgeneeskundige zorg
Het dagelijks bestuur treft ten laste van het waterschap een voorziening voor bedrijfsgeneeskundige zorg voor de leden van het algemeen bestuur, de leden van het dagelijks bestuur en de voorzitter.
Artikel 4.3.6. Voorzieningen in verband met beroepsziekte of een dienstongeval
Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:
- a. beroepsziekte: ziekte die in overwegende mate haar oorzaak vindt in de uitoefening van de aan het ambt verbonden werkzaamheden;
- b. dienstongeval: ongeval dat plaatsvindt tijdens de uitoefening van de aan het ambt verbonden werkzaamheden.
Een lid van het algemeen bestuur, een lid van het dagelijks bestuur of de voorzitter ontvangt een vergoeding voor de noodzakelijk gemaakte kosten in verband met geneeskundige behandeling of verzorging in verband met een beroepsziekte of een dienstongeval:
- a. voor zover deze kosten ten laste blijven van het lid van het algemeen bestuur, het lid van het dagelijks bestuur of de voorzitter, en
- b. voor zover de beroepsziekte of het dienstongeval niet aan eigen schuld of onvoorzichtigheid te wijten is.
In bijzondere gevallen kan het dagelijks bestuur bepalen dat overige schade aangemerkt wordt als voortvloeiend uit de beroepsziekte of het dienstongeval, naar redelijkheid en billijkheid, en gehoord de vergadering van fractievoorzitters van alle partijen in het algemeen bestuur.
Onder overige schade valt niet het gederfde inkomen.
Als de schade van de beroepsziekte of het dienstongeval is ontstaan tijdens zijn ambtsperiode en voortduurt na zijn aftreden of ontslag, is dit artikel van overeenkomstige toepassing op het gewezen lid van het algemeen bestuur, het gewezen lid van het dagelijks bestuur of de gewezen voorzitter.
Artikel 4.3.7. Voorzieningen in verband met een structurele functionele beperking
Indien een lid van het algemeen bestuur, een lid van het dagelijks bestuur of de voorzitter naar het oordeel van een arts een structurele functionele beperking heeft, kan het dagelijks bestuur hem op zijn aanvraag ten laste van het waterschap voorzieningen toekennen, die strekken tot het kunnen blijven uitoefenen van het ambt of tot herstel of bevordering van de mogelijkheid om het ambt weer te gaan uitoefenen dan wel een financiële vergoeding daarvoor.
Onder voorzieningen als bedoeld in het eerste lid worden verstaan voorzieningen die een werkgever op grond van artikel 611 van boek 7 van het Burgerlijk Wetboek als goed werkgever dient te verstrekken en voorzieningen als bedoeld in artikel 35, tweede en derde lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen.
Een voorziening of een financiële vergoeding als bedoeld in het eerste lid wordt slechts toegekend, indien die voorziening proportioneel is en niet reeds uit anderen hoofde is toegekend of vergoed.
De regels, gesteld krachtens artikel 35, vijfde lid, van de Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen zijn van overeenkomstige toepassing.
Artikel 4.3.8. Eindheffingsbestanddelen
Als eindheffingsbestanddeel als bedoeld in artikel 31, eerste lid, onderdeel f, van de Wet op de loonbelasting 1964 worden aangewezen:
- a. de vergoedingen en toelage, bedoeld in de artikelen 4.1.6 en 4.2.6;
- b. de tegemoetkoming in de kosten van een ziektekostenverzekering, bedoeld in artikel 4.1.10;
- c. de vergoedingen in verband met verhuizing, bedoeld in artikel 4.2.7, eerste lid;
- d. de vergoeding van reis- en verblijfkosten als bedoeld in artikel 4.1.7, eerste lid, en de vergoeding van kosten voor woon-werkverkeer en van reis- en verblijfkosten als bedoeld in artikel 4.2.9, eerste lid;
- e. de betaling of vergoeding van de kosten voor energie en water, bedoeld in artikel 4.2.8, derde lid;
- f. de vergoeding van de belastingheffing, bedoeld in de artikel 4.2.10, zesde lid;
- g. de vergoeding van de kosten in verband met loopbaanoriëntatie en mobiliteit bevorderende activiteiten, bedoeld in artikel 4.2.11, eerste lid;
- h. de voorzieningen ten behoeve van een veilige woon- en werkplek als bedoeld in artikel 4.3.1, eerste en tweede lid;
- i. de ter beschikking stelling van informatie- en communicatiemiddelen, bedoeld in artikel 4.3.2;
- j. de vergoeding van de kosten voor scholing als bedoeld in artikel 4.3.3;
- k. de vergoeding van de contributie van een beroepsvereniging, bedoeld in artikel 4.3.4, en
- l. een voorziening of financiële tegemoetkoming als bedoeld in artikel 4.3.7, eerste lid.
Afdeling 4.4. Commissieleden
Artikel 4.4.1. Vergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen
Aan een commissielid wordt ten laste van het waterschap een vergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen van de commissie toegekend van € 152,70 per vergadering.
Het bedrag, genoemd in het eerste lid, wordt per 1 januari van elk jaar bij ministeriële regeling gewijzigd overeenkomstig de procentuele wijziging van het door het Centraal Bureau voor de Statistiek vastgestelde indexcijfer CAO-lonen overheid, inclusief bijzondere beloningen, geldend voor de maand september van het tweede kalenderjaar voorafgaand aan die datum ten opzichte van hetzelfde indexcijfer geldend voor de maand september van het daaraan voorafgaande.
Artikel 4.4.2. Hogere vergoeding
Het algemeen bestuur kan bepalen dat de vergoeding voor het bijwonen van de vergaderingen van de commissie naar boven afwijkt van het bedrag, genoemd in artikel 4.4.1, eerste lid, ten aanzien van:
- a. een commissielid dat op grond van zijn bijzondere beroepsmatige deskundigheid op het taakgebied van de commissie voor deelneming aan haar werkzaamheden is aangetrokken, en
- b. een commissielid ten aanzien waarvan de vergoeding niet geacht kan worden in een redelijke verhouding te staan tot de zwaarte van zijn taak en de omvang van de door hem te verrichten arbeid.
Artikel 4.4.3. Reiskostenvergoeding
Een commissielid heeft ten laste van het waterschap aanspraak op vergoeding van:
- a. reiskosten en, als daar redelijkerwijs aanleiding voor is, verblijfkosten voor het bijwonen van vergaderingen van de commissie, en
- b. reis- en verblijfkosten voor reizen binnen en buiten het waterschap gemaakt voor de uitoefening van de functie.
Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de hoogte van de vergoedingen en de voorwaarden voor de aanspraken op grond van dit artikel.
Artikel 4.4.4. Overige vergoedingen en voorzieningen
Ten aanzien van een commissielid zijn de artikelen 4.1.11, 4.3.1, 4.3.2, 4.3.3, 4.3.4, 4.3.6, 4.3.7 en 4.3.8 van overeenkomstige toepassing.
Hoofdstuk 5. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
Artikel 2.1.4a. Toelage vaste voorzitter commissie als bedoeld in artikel 80 Provinciewet
Indien provinciale staten van oordeel zijn dat de belasting en het tijdsbeslag van het vaste voorzitterschap van een commissie als bedoeld in artikel 80 van de Provinciewet niet redelijkerwijs tot het reguliere werk van een statenlid geacht kunnen worden te behoren, kunnen zij bij verordening besluiten aan die voorzitter ten laste van de provincie een toelage toe te kennen van maximaal het bedrag, genoemd in artikel 2.1.4, eerste lid, per maand voor de duur van de activiteiten van de commissie.
Voor toepassing van het eerste lid stelt de commissaris de duur van de activiteiten vast.
Afdeling 3.0. Algemeen
Afdeling 3.1. Raadsleden
Paragraaf 1. Beloning raadslid
Artikel 3.1.4a. Toelage vaste voorzitter commissie als bedoeld in artikel 82 Gemeentewet
Indien de gemeenteraad van oordeel is dat de belasting en het tijdsbeslag van het vaste voorzitterschap van een commissie als bedoeld in artikel 82 van de Gemeentewet niet redelijkerwijs tot het reguliere werk van een raadslid geacht kunnen worden te behoren, kan de gemeenteraad bij verordening besluiten aan die voorzitter ten laste van de gemeente een toelage toe te kennen van maximaal het bedrag, genoemd in artikel 3.1.4, eerste lid, per maand voor de duur van de activiteiten van de commissie.
Voor toepassing van het eerste lid stelt de burgemeester de duur van de activiteiten vast.
Paragraaf 2. Vergoedingen en voorzieningen raadslid
Paragraaf 4. Tijdelijk ontslagen raadslid
Afdeling 3.2. Burgemeester en wethouders
Paragraaf 1. Beloning burgemeester en wethouder
Paragraaf 2. Vergoedingen en voorzieningen burgemeester en wethouder
Paragraaf 3. Overige bepalingen
Afdeling 3.3. Gemeenschappelijke bepalingen
Afdeling 3.4. Commissieleden
Hoofdstuk 4. Waterschappen
Afdeling 4.0. Algemeen
Afdeling 4.1. Leden algemeen bestuur
Paragraaf 1. Beloning lid algemeen bestuur
Paragraaf 2. Vergoedingen en voorzieningen lid van het algemeen bestuur
Paragraaf 4. Tijdelijk ontslagen lid van het algemeen bestuur
Afdeling 4.2. Voorzitter en leden dagelijks bestuur
Paragraaf 1. Beloning voorzitter en lid dagelijks bestuur
Paragraaf 2. Vergoedingen en voorzieningen voorzitter en lid dagelijks bestuur
Paragraaf 4. Waarnemer lid dagelijks bestuur
Afdeling 4.3. Gemeenschappelijke bepalingen
Afdeling 4.4. Commissieleden
Hoofdstuk 5. Overgangs- en slotbepalingen
Lasten en bevelen dat dit besluit met de daarbij behorende nota van toelichting in het Staatsblad zal worden geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)