Regeling van de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid van 16 december 2019, nr. 2019-0000139944, tot het verstrekken van subsidies in het kader van leren en ontwikkelen in het mkb en in het grootbedrijf in de sectoren landbouw, horeca en recreatie (Stimuleringsregeling voor leren en ontwikkelen in mkb-ondernemingen en specifiek voor de grootbedrijven in de landbouw-, horeca- of recreatiesector)
Gelet op artikelen 3, eerste lid, en 5 van de Kaderwet SZW-subsidies;
Besluit:
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1. Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
- aanvraagtijdvak: een tijdvak waarin aanvragen voor subsidie op grond van deze regeling kunnen worden ingediend;
- brancheorganisatie: een organisatie opgericht voor 1 januari 2020, die het doel van de regeling blijkens de statuten onderschrijft en de belangen behartigt van leden die tot eenzelfde bedrijfstak behoren;
- brutoloon: bruto salaris, inclusief eindejaarsuitkering of een beloning in de vorm van een dertiende maand, zijnde een vast bedrag of vastgesteld percentage van het salaris, dat werkenden als extra loon ontvangen, voor zover dit is geregeld in de geldende collectieve arbeidsovereenkomst of arbeidsovereenkomst, exclusief vakantiegeld, exclusief overige vergoedingen, bijzondere beloningen, winst- of prestatieafhankelijke uitkeringen en aanvullende werkgeverslasten;
- de-minimisverklaring: verklaring als bedoeld in artikel 7, vierde lid, van Verordening (EU) 2023/2831 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PbEU L 2023/2831) waarvan het model is vastgesteld door de minister;
- initiatief: een activiteit of reeks van activiteiten die leidt tot het stimuleren van leren en ontwikkelen in een mkb-onderneming en gesubsidieerd wordt door deze regeling;
- initiatiefperiode: periode tussen het tijdstip waarop een initiatief start en wordt beëindigd;
- kaderregeling: de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;
- kleine onderneming: een onderneming waar minder dan 50 personen werkzaam zijn en waarvan de jaaromzet of het jaarlijkse balanstotaal € 10 miljoen niet overschrijdt, berekend overeenkomstig de artikelen 3 tot en met 6 van de Bijlage bij de Aanbeveling van de Europese Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen (PbEU 2003, L 124);
- landbouwbedrijven: ondernemingen die vallen onder het toepassingsgebied van artikel 1 van Verordening (EU) nr. 1408/2013 van de Commissie van 18 december 2013 (PbEU 2013, L 352);
- L&O-methode: structurele inbedding van leer- en ontwikkelactiviteiten, die primair is gericht op het aanleren van nieuwe vaardigheden, kennis en beroepshoudingen van werkenden in de onderneming;
- middelgrote onderneming: een onderneming, niet zijnde een kleine onderneming, waar minder dan 250 personen werkzaam zijn en waarvan de jaaromzet € 50 miljoen of het jaarlijkse balanstotaal € 43 miljoen niet overschrijdt, berekend overeenkomstig de artikelen 3 tot en met 6 van de Bijlage bij de Aanbeveling van de Europese Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen (PbEU 2003, L 124);
- minister: de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
- mkb-onderneming: een kleine of middelgrote onderneming;
- mkb-verklaring: verklaring waarmee een mkb-onderneming verklaart een kleine of middelgrote onderneming te zijn als bedoeld in deze regeling;
- Noloc: beroepsvereniging van loopbaanprofessionals Noloc;
- O&O-fonds: een Opleidings- en Ontwikkelingsfonds, opgericht bij een bij de minister aangemelde collectieve arbeidsovereenkomst;
- onderneming: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Bijlage van Aanbeveling van de Europese Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen (PbEU 2003, L 124);
- onderwijsinstelling: een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1, onderdeel b, of een instelling als bedoeld in artikel 1.4.1, eerste lid, van de Wet educatie en beroepsonderwijs of artikel 1.1, onderdeel g, van de Wet hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
- samenwerkingsverband: een bij overeenkomst vastgelegde samenwerking tussen ten minste twee mkb-ondernemingen eventueel aangevuld met een of meer organisaties, niet zijnde verbonden organisaties als bedoeld in artikel 12, zesde lid, waarbij iedere partij van het samenwerkingsverband een activiteit, vastgelegd in het activiteitenplan, uitvoert en geen van de partijen meer dan 80% van de kosten van de samenwerking draagt;
- subsidieaanvrager: de aanvrager van een subsidie op grond van deze regeling;
- subsidieontvanger: de subsidieaanvrager aan wie op grond van deze regeling een subsidie is verleend;
- werkenden: alle in de onderneming werkzame personen;
- werkgeversvereniging: een vereniging van werkgevers met volledige rechtsbevoegdheid, die ten tijde van de subsidieaanvraag partij is bij een op het moment van aanvraag geldende collectieve arbeidsovereenkomst, of een collectieve arbeidsvoorwaardenregeling voor personen werkzaam in openbare dienst, dan wel bij afwezigheid daarvan bij de laatst geldende collectieve arbeidsovereenkomst of collectieve arbeidsvoorwaardenregeling, dan wel een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid van werkgevers die is aangesloten bij een centrale werkgeversorganisatie;
- werknemersvereniging: vereniging van werknemers met volledige rechtsbevoegdheid, niet zijnde zelfstandigen zonder personeel, die partij is bij een op het moment van aanvraag geldende collectieve arbeidsovereenkomst of een collectieve arbeidsvoorwaardenregeling voor personen werkzaam in openbare dienst, dan wel bij afwezigheid daarvan bij de laatst geldende collectieve arbeidsovereenkomst of collectieve arbeidsvoorwaardenregeling.
Artikel 2. Toepasselijkheid kaderregeling en benodigde formulieren
Op het aanvragen en verstrekken van subsidies op grond van deze regeling is de kaderregeling, met uitzondering van de artikelen 3.1, 3.6, 5.5, tweede lid, 6.1, vijfde lid, en 7.1, van toepassing.
De formulieren, modellen en formats waarnaar in deze regeling wordt verwezen, zijn door de minister elektronisch beschikbaar gesteld op www.uitvoeringvanbeleidszw.nl.
Artikel 3. Doel van de regeling
Het doel van deze regeling is om door middel van subsidie een bijdrage te leveren aan initiatieven in mkb-ondernemingen, gericht op het stimuleren van leren en ontwikkelen.
Artikel 4. Subsidiabele activiteiten
De minister kan op aanvraag subsidie verstrekken voor het bekostigen van onderstaande activiteiten die uiting geven aan het doel van deze regeling:
- a. de doorlichting van de onderneming uitmondend in een opleidings- of ontwikkelplan gericht op het inzichtelijk maken van ontwikkelbehoefte om de leerrijke werkomgeving te versterken vanuit het perspectief van de onderneming;
- b. het verkrijgen van loopbaan- of ontwikkeladviezen ten behoeve van werkenden in de onderneming, of in geval van een samenwerkingsverband werkenden in andere mkb-ondernemingen; of
- c. het ondersteunen en begeleiden bij het ontwikkelen of invoeren van een L&O-methode.
Een activiteit komt niet voor subsidie in aanmerking, indien de werkenden in de onderneming waarop de activiteit zich richt, enkel bestaan uit werkenden die bestuurder van de onderneming zijn of in het handelsregister, bedoeld in artikel 2 van de Handelsregisterwet 2007, zijn geregistreerd als degenen aan wie de onderneming toebehoort.
Een loopbaan- of ontwikkeladviestraject als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, komt alleen voor subsidie in aanmerking indien de loopbaanadviseur individuele gesprekken met de deelnemer voert met een tijdsbeslag van in totaal minimaal vier uren.
Een initiatief waarvoor subsidie wordt aangevraagd op grond van hoofdstuk 2 en dat bestaat uit een activiteit als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en c, komt alleen voor subsidie in aanmerking indien de subsidiabele kosten ten minste € 5.000 bedragen.
Een initiatief waarvoor subsidie wordt aangevraagd op grond van hoofdstuk 3 komt alleen voor subsidie in aanmerking, indien het initiatief ten minste de activiteit, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, bevat en de subsidiabele kosten ten minste € 210.000 bedragen.
Artikel 5. Aanvraagtijdvakken
Een subsidieaanvraag kan voor het jaar 2025 bij de minister worden ingediend in de volgende tijdvakken:
- a. voor aanvragen op grond van hoofdstuk 2: van 3 maart 09:00 uur tot en met 31 maart 17:00 uur en van 1 september 09:00 uur tot en met 30 september 17:00 uur;
- b. voor aanvragen op grond van hoofdstuk 3: van 2 juni 09:00 uur tot en met 30 juni 17:00 uur.
Artikel 6. Subsidieplafond
Het subsidieplafond voor subsidies op grond van hoofdstuk 2 bedraagt voor het jaar 2025:
- a. € 12,5 miljoen voor het tijdvak in maart;
- b. € 12,5 miljoen voor het tijdvak in september.
Het subsidieplafond voor subsidies op grond van hoofdstuk 3 bedraagt voor het jaar 2025 € 20 miljoen.
Indien een deel van het bedrag dat beschikbaar is in een aanvraagtijdvak niet volledig wordt benut, kunnen de resterende middelen worden toegevoegd aan de middelen van een ander aanvraagtijdvak van hetzelfde kalenderjaar. De minister maakt de verschuivingen van het beschikbare budget bekend op www.uitvoeringvanbeleidszw.nl.
Artikel 7. Subsidieaanvraag
De subsidieaanvrager dient de subsidieaanvraag in door middel van het daartoe bestemde elektronisch aanvraagformulier dat is getekend door een functionaris, bevoegd om namens de subsidieaanvrager te handelen, en voegt hierbij:
- a. een activiteitenplan;
- b. een begroting; en
- c. een bewijs dat de subsidieaanvrager de houder is van het bankrekeningnummer dat in de aanvraag is opgenomen.
De subsidieaanvrager dient een de-minimisverklaring in en, indien de subsidieaanvrager een mkb-onderneming is, een mkb-verklaring. Indien sprake is van een samenwerkingsverband, is een de-minimisverklaring vereist van alle partijen van het samenwerkingsverband en een mkb-verklaring van alle partijen van het samenwerkingsverband die een mkb-onderneming zijn.
Het activiteitenplan, de begroting, de de-minimisverklaring en de mkb-verklaring worden opgesteld overeenkomstig het door de minister vastgestelde model.
Per aanvraagtijdvak wordt per subsidieaanvrager, of partij in een samenwerkingsverband, maximaal één subsidieaanvraag in behandeling genomen. Brancheorganisaties, onderwijsinstellingen, O&O-fondsen en werknemers- of werkgeversverenigingen kunnen binnen een aanvraagtijdvak deelnemen in meerdere samenwerkingsverbanden en daardoor partij zijn bij meerdere subsidieaanvragen binnen hetzelfde aanvraagtijdvak.
Een subsidieaanvraag kan bestaan uit meerdere activiteiten.
Voor zover de subsidieaanvrager voor dezelfde begrote kosten of een deel daarvan ook subsidie of een andere financiële bijdrage heeft aangevraagd of zal aanvragen bij een ander bestuursorgaan of rechtspersoon, doet hij daarvan mededeling in de subsidieaanvraag, onder vermelding van de stand van zaken van de beoordeling van die andere aanvraag.
Door het indienen van een aanvraag stemt de subsidieaanvrager ermee in dat het subsidiedossier, met uitzondering van persoonsgegevens, openbaar wordt gemaakt.
Artikel 8. Rangschikking behandeling subsidieaanvragen
Bij overschrijding van een subsidieplafond als bedoeld in artikel 6, eerste lid, wordt na afloop van het aanvraagtijdvak door middel van loting de volgorde vastgesteld waarin de ontvangen subsidieaanvragen worden afgehandeld.
Indien een subsidieaanvrager meerdere aanvragen heeft ingediend voor soortgelijke of vergelijkbare initiatieven, wordt slechts de als eerste ingediende aanvraag in de loting meegenomen.
Onvolledige subsidieaanvragen voor subsidies op grond van hoofdstuk 2 worden, na aanvulling door de subsidieaanvrager, geplaatst aan het einde van de lijst die volgt uit de loting, waarbij het tijdstip van ontvangst van de volledige subsidieaanvraag bepalend is voor de volgorde van plaatsing op die lijst.
Volledige subsidieaanvragen voor subsidies op grond van hoofdstuk 3 worden behandeld op volgorde van ontvangst.
Artikel 9. Beschikking tot subsidieverlening
Op een subsidieaanvraag op basis van hoofdstuk 3 wordt binnen 13 weken na ontvangst beslist. De subsidieaanvraag wordt beoordeeld op grond van de voorwaarden, bedoeld in artikel 7, en de eisen, bedoeld in artikel 21.
Indien de minister op grond van artikel 16, tweede lid, een voorschot verleent, vermeldt de beschikking tot subsidieverlening, onverminderd artikel 4.2, eerste lid, van de Kaderregeling, de wijze van bevoorschotting.
In geval van een samenwerkingsverband vermeldt de beschikking tot subsidieverlening, in aanvulling op het derde lid, de partijen van het samenwerkingsverband en de verdeling van het subsidiebedrag van de partijen in het samenwerkingsverband.
Artikel 10. Weigeringsgronden
Onverminderd artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht wordt de subsidie in ieder geval geheel of gedeeltelijk geweigerd, indien:
- a. de subsidieaanvraag niet voldoet aan de bij deze regeling gestelde eisen;
- b. de beoogde initiatieven en resultaten onvoldoende meetbaar zijn geformuleerd;
- c. de haalbaarheid van de beoogde aanpak onvoldoende aannemelijk is gemaakt;
- d. de evaluatieopzet onvoldoende of ongeschikt is om de effectiviteit en bruikbaarheid van een initiatief te kunnen beoordelen;
- e. een initiatief niet uitvoerbaar is binnen bestaande wet- en regelgeving;
- f. onvoldoende is aangetoond dat subsidie noodzakelijk is voor het uitvoeren van een initiatief waarvoor subsidie wordt aangevraagd;
- g. op grond van deze regeling binnen hetzelfde aanvraagtijdvak reeds subsidie is verleend voor een soortgelijk of vergelijkbaar initiatief ten behoeve van dezelfde onderneming of hetzelfde samenwerkingsverband;
- h. er geen de-minimisverklaring en, indien van toepassing, mkb-verklaring is afgegeven;
- i. de subsidieaanvraag tot gevolg heeft dat een subsidieplafond als bedoeld in artikel 6 wordt overschreden;
- j. de subsidieaanvraag ziet op het ontwikkelen van een initiatief niet bedoeld voor werkenden in de onderneming maar voor commerciële doeleinden; of
- k. de subsidieaanvraag ziet op een activiteit als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel a of c, en aan de subsidieaanvrager voor een dergelijke activiteit reeds subsidie is verleend die op het moment van indiening van de subsidieaanvraag nog niet is vastgesteld.
Artikel 11. Looptijd
Een initiatief voor subsidies op grond van hoofdstuk 2 wordt afgerond binnen een periode van 12 maanden.
Een initiatief voor subsidies op grond van hoofdstuk 3 wordt afgerond binnen een periode van 24 maanden.
De voor subsidie in aanmerking komende kosten worden gemaakt in een door de minister aangewezen initiatiefperiode. Deze periode start de dag na dagtekening van het besluit tot verlening van de subsidie.
Indien een subsidieontvanger vanwege omstandigheden die niet aan hem zijn toe te rekenen, het initiatief waarvoor subsidie is verleend naar verwachting niet binnen de initiatiefperiode, bedoeld in het derde lid, zal kunnen afronden, kan de subsidieontvanger de minister verzoeken om de duur van de initiatiefperiode te verlengen.
De minister kan, in afwijking van het eerste en tweede lid, de duur van de initiatiefperiode verlengen tot ten hoogste drie maanden na de van toepassing zijnde periode, genoemd in het eerste en tweede lid.
Artikel 12. Subsidiabele kosten
Voor de subsidie van initiatieven als bedoeld onder artikel 4, eerste lid, onderdeel a en c, komen de volgende kosten in aanmerking:
- a. externe kosten die daadwerkelijk zijn gemaakt ter uitvoering van een subsidiabel initiatief;
- b. directe loonkosten van de personen die zich in het bedrijf van de subsidieaanvrager of een van de partijen van het samenwerkingsverband bezighouden met de uitvoering van het initiatief, berekend op basis van het brutoloon van die personen en vermeerderd met een opslag van 32%, naar rato van individuele gerealiseerde uren en uitgaande van 1.720 werkbare uren op jaarbasis;
- c. een toeslag van 15% op de onder a en b bedoelde kosten ter subsidiëring van overige gemaakte kosten; en
- d. de kosten van een controleverklaring, in de vorm van een vast bedrag van € 3.000, indien een controleverklaring voor de vaststelling van de subsidie is vereist.
De kosten zijn, met uitzondering van het eerste lid, onderdeel c, door de subsidieaanvrager daadwerkelijk gemaakt en betaald, ten laste van het initiatief gebleven en rechtstreeks aan het initiatief toe te rekenen.
Voor externe opdrachten wordt de marktconformiteit van de kosten bepaald door:
- a. een offerteprocedure waarbij ten minste drie offertes zijn aangevraagd en beoordeeld door de subsidieaanvrager, indien deze kosten meer bedragen dan € 50.000; of
- b. een transparante, objectieve en niet-discriminatoire aanbestedingsprocedure.
Wordt gebruik gemaakt van een externe adviseur dan is het subsidiabele uurtarief maximaal € 125 per uur exclusief btw en is een offerteprocedure als bedoeld in het derde lid, aanhef en onderdeel a, niet vereist. Het uurtarief bedraagt maximaal € 135 per uur exclusief BTW voor subsidies die zijn aangevraagd in het jaar 2024 of 2025.
Voor zover activiteiten zijn uitgevoerd door de volgende partijen, zijn uitsluitend de directe loonkosten als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subsidiabel:
- a. de subsidieontvanger of een partij in het samenwerkingsverband;
- b. een organisatie die, direct of indirect, is vertegenwoordigd in het bestuur van de subsidieontvanger of in het bestuur van een partij in het samenwerkingsverband;
- c. een organisatie waarin één of meer van dezelfde partijen in het bestuur zijn vertegenwoordigd, die tegelijkertijd ook:
- 1°. in het bestuur van de subsidieontvanger zijn vertegenwoordigd; of
- 2°. in het bestuur van een partij in het samenwerkingsverband zijn vertegenwoordigd;
- d. een organisatie waarin een persoon een financieel belang heeft of in het bestuur zit van die organisatie, en die persoon ook werkzaam is voor:
- 1°. de subsidieontvanger; of
- 2°. een partij uit het samenwerkingsverband;
- e. een organisatie waarin de subsidieontvanger of een partij uit het samenwerkingsverband, direct of indirect invloed kan uitoefenen of een financieel belang heeft; of
- f. een organisatie waarin zich een belangenconflict voordoet of kan voordoen als gevolg van familiebanden, persoonlijke relaties, politieke gezindheid of nationaliteit, economische belangen of elk ander direct of indirect persoonlijk belang, waarmee de onpartijdige en objectieve uitoefening van de functies van een financiële actor of andere persoon die bij de uitvoering van het initiatief betrokken is, in gevaar is of in gevaar kan worden gebracht.
Artikel 13. Niet subsidiabele kosten
Met betrekking tot de initiatieven, bedoeld onder artikel 4, eerste lid, onderdeel a en c, komen niet voor subsidie in aanmerking:
- a. onredelijk en niet noodzakelijk gemaakte kosten ter uitvoering van het initiatief of een onderdeel daarvan;
- b. loonverletkosten, zijnde de loonkosten van werkenden voor niet-productieve uren als gevolg van deelname aan subsidiabele activiteiten, voor zover die hebben geleid tot een vermindering van de werkbare uren voor de ondernemer;
- c. kosten voor overhead en aan overhead gerelateerde exploitatiekosten, zijnde alle niet directe kosten waaronder onder andere begrepen huisvestingskosten, kosten voor een werkplek, reiskosten, afschrijvingskosten en de kosten voor administratie en beheer, waaronder accountantskosten, met uitzondering van de kosten, bedoeld in artikel 12, eerste lid, onderdeel d;
- d. kosten gemaakt buiten de initiatiefperiode;
- e. kosten die in aanmerking komen voor andere financiering van overheidswege;
- f. externe kosten waarvoor geen factuur kan worden overgelegd;
- g. kosten die voortvloeien uit wettelijk verplichte taken;
- h. opleidingskosten;
- i. btw;
- j. de kosten voor de doorlichting van de onderneming, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel a, indien deze onvoldoende duidelijk is toegesneden op de scholingsbehoefte vanuit het perspectief van de desbetreffende mkb-onderneming; of
- k. de kosten voor de ondersteuning en begeleiding bij het ontwikkelen of invoeren van een methode in de onderneming als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel c, indien deze onvoldoende duidelijk is toegesneden op desbetreffende mkb-onderneming.
Artikel 14. Subsidiebedrag loopbaan- en ontwikkeladviezen
De subsidie voor loopbaan- en ontwikkeladviezen als bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel b, bedraagt € 700,– per afgerond loopbaan- of ontwikkeltraject.
Artikel 15. Administratievoorschriften
Onverminderd artikel 5.2, eerste lid, van de Kaderregeling, bevat de administratie van de subsidieontvanger een bijlage met een overzicht van de KvK-nummers van alle ondernemingen die deelnemen aan het project, onder vermelding van de activiteiten waaraan is deelgenomen en, indien de subsidie is verleend voor een activiteit als bedoeld in:
- a. artikel 4, eerste lid, onderdeel a, het opleidings- of ontwikkelplan dat voortkomt uit de doorlichting;
- b. artikel 4, eerste lid, onderdeel b, een prestatieverklaring van de loopbaanscan of het ontwikkeladvies, getekend door de adviseur en de deelnemer;
- c. artikel 4, eerste lid, onderdeel c, de met de gerealiseerde methode gemoeide producten.
Onder een prestatieverklaring, genoemd in het eerste lid, onderdeel b, wordt verstaan: een verklaring in het daarvoor geldende format, getekend door de loopbaanadviseur en de deelnemer, waarin wordt bevestigd dat de deelnemer aan het ontwikkeltraject heeft deelgenomen, welke onderwerpen daarin aan bod zijn gekomen en welke resultaten hiervoor zijn behaald.
Artikel 16. Rapportageverplichting en bevoorschotting
Indien de subsidieontvanger een samenwerkingsverband is en het initiatief waarvoor subsidie is verleend een periode van meer dan twaalf maanden omvat, dient de subsidieontvanger uiterlijk acht weken na afloop van de eerste twaalf maanden een tussentijds voortgangsverslag in bij de minister, onder gebruikmaking van het daartoe door de minister elektronisch beschikbaar gestelde model.
De minister kan bij de beschikking tot subsidieverlening een voorschot verlenen van:
- a. 50% van de verleende subsidie, indien de subsidie is aangevraagd door een subsidieaanvrager als bedoeld in artikel 17;
- b. 25% van de verleende subsidie, indien de subsidie is aangevraagd door een subsidieaanvrager als bedoeld in artikel 19, eerste lid;
- c. 50% van de verleende subsidie, in aanvulling op het voorschot, genoemd in onderdeel b, en uit te betalen na indiening van het tussentijdse voortgangsverslag, indien de looptijd van het initiatief meer dan twaalf maanden bedraagt.
Hoofdstuk 2. Subsidieverlening aan het mkb
Artikel 17. Aanvraaggerechtigde
Subsidie op grond van dit hoofdstuk wordt aangevraagd door een mkb-onderneming.
Artikel 18. Subsidiebedrag en subsidiabele kosten
Voor de activiteiten, bedoeld in artikel 4, eerste lid, wordt op grond van dit hoofdstuk een subsidie verstrekt tot € 25.000, met uitzondering van landbouwbedrijven, waarvoor een maximum geldt van € 20.000.
Voor de activiteiten, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdelen a en c, bedraagt de subsidie 60% van de subsidiabele kosten.
Hoofdstuk 2. Subsidieverlening aan het mkb
Artikel 19. Aanvraaggerechtigde
Subsidie op grond van dit hoofdstuk wordt aangevraagd door de hoofdaanvrager van het samenwerkingsverband.
Onder hoofdaanvrager wordt verstaan een mkb-onderneming, brancheorganisatie, onderwijsinstelling, O&O-fonds of werknemers- of werkgeversvereniging, die gemachtigd is om de andere partijen in het samenwerkingsverband in en buiten rechte te vertegenwoordigen.
Artikel 20. Subsidiebedrag
De subsidie die wordt verleend voor de activiteiten, bedoeld in artikel 4, eerste lid, bedraagt maximaal € 500.000, waarbij geen enkele partij van het samenwerkingsverband aanspraak kan maken op € 200.000 of meer.
In afwijking van het eerste lid is de maximale subsidie bij deelname aan een samenwerkingsverband voor landbouwbedrijven € 20.000, voor visserijbedrijven € 30.000 en voor goederenververvoer over de weg € 100.000.
Voor de activiteiten, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdelen a en c, bedraagt de subsidie 60% van de subsidiabele kosten, voor zover het de kosten betreft, bedoeld in artikel 12, eerste lid, onderdelen a tot en met c.
Artikel 21. Specifieke eisen subsidieaanvraag en administratie samenwerkingsverbanden
In aanvulling op artikel 7 bestaat de subsidieaanvraag voor samenwerkingsverbanden uit:
- a. de samenwerkingsovereenkomst van het samenwerkingsverband, ondertekend door alle partijen die onderdeel uitmaken van het samenwerkingsverband, vergezeld van een schriftelijke machtiging waaruit blijkt dat de subsidieaanvrager gemachtigd is de andere partijen in het samenwerkingsverband in en buiten rechte te vertegenwoordigen; en
- b. een begroting waaruit de verdeling van kosten tussen de partijen in het samenwerkingsverband volgt.
De hoofdaanvrager is verantwoordelijk voor de administratievoorschriften van alle partijen in het samenwerkingsverband.
Hoofdstuk 4. Subsidieverlening aan grootbedrijven in de landbouw- horeca- of recreatiesector
Artikel 22. Subsidievaststelling
De minister doet verzoeken als bedoeld in artikel 7.4, eerste lid, van de Kaderregeling op basis van een steekproef voorafgaande aan het vaststellen van de subsidie.
Een samenwerkingsverband waaraan subsidie is verleend op grond van deze regeling dient door middel van een elektronisch formulier binnen 22 weken na afloop van de initiatiefperiode, bedoeld in artikel 11, derde lid, bij de minister een verzoek in tot vaststelling van de subsidie.
Het verzoek tot vaststelling gaat, onverminderd artikel 7.8 van de Kaderregeling, vergezeld van een evaluatieverslag als bedoeld in artikel 24.
Het activiteitenverslag en het financieel verslag, bedoeld in de Kaderregeling, worden opgesteld overeenkomstig het door de minister vastgestelde model.
In afwijking van artikel 1.1 van de Kaderregeling is het bij het opstellen van de controleverklaring in acht te nemen accountantsprotocol, genoemd in dat artikel, gepubliceerd op de website www.uitvoeringvanbeleidszw.nl.
Indien uit de beoordeling van het verzoek tot vaststelling blijkt, dat minder dan 60% van de totale subsidiabele kosten, genoemd in de laatst afgegeven beschikking tot subsidieverlening, is gerealiseerd, gaat de minister na of er aanleiding is om de subsidie lager of op nihil vast te stellen.
Artikel 23. Intrekking en terugvordering
Onverminderd artikel 4:48 van de Algemene wet bestuursrecht wordt de beschikking tot subsidieverlening geheel ingetrokken indien:
- a. de subsidie niet is besteed aan de in de beschikking tot subsidieverlening toegekende subsidiabele kosten;
- b. de in de beschikking tot subsidieverlening opgegeven verplichtingen niet zijn nageleefd.
De beschikking tot subsidieverlening of de beschikking tot subsidievaststelling kan, in afwijking van het eerste lid, gedeeltelijk worden ingetrokken indien er naar het oordeel van de minister geen aanleiding is de subsidie geheel in te trekken.
Indien de beschikking tot subsidievaststelling geheel of gedeeltelijk wordt ingetrokken, wordt het subsidiebedrag dat tot dat moment is uitgekeerd, vermeerderd met de wettelijke rente, geheel of gedeeltelijk van de subsidieontvanger teruggevorderd.
Het eerste, tweede en derde lid zijn van overeenkomstige toepassing op de beschikking tot voorschotverlening, bedoeld in artikel 16, tweede lid.
Hoofdstuk 4. Subsidieverlening aan grootbedrijven in de landbouw- horeca- of recreatiesector
Artikel 24. Evaluatie van de initiatieven
Een samenwerkingsverband waaraan subsidie is verleend op grond van deze regeling draagt zorg voor de evaluatie van de uitvoering van het initiatief op grond van deze regeling en het bereik, de doeltreffendheid en doelmatigheid daarvan.
Het evaluatieverslag wordt gelijktijdig met de aanvraag tot subsidievaststelling aan de minister aangeboden.
Het evaluatieverslag omvat in ieder geval:
- a. een beschrijving van het uitgevoerde initiatief;
- b. een beschrijving van het implementatie- en uitvoeringsproces en de leerervaringen die daarbij zijn opgedaan; en
- c. een overzicht van de bereikte resultaten.
Artikel 25. Hardheidsclausule
De minister kan een of meer bepalingen van deze regeling buiten toepassing laten of daarvan afwijken voor zover toepassing gelet op het belang dat de desbetreffende bepaling beoogt te beschermen, zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.
Artikel 26. Evaluatie van de regeling
De minister draagt zorg voor de evaluatie van de doeltreffendheid en doelmatigheid van deze regeling.
De subsidieontvanger werkt mee aan door of namens de minister ingesteld onderzoek dat erop is gericht de minister inlichtingen te verschaffen die van belang zijn voor de evaluatie van de doeltreffendheid en doelmatigheid van deze regeling en de ontwikkeling van het beleid van de minister. De subsidieontvanger verstrekt in dat kader de daartoe benodigde inlichtingen, gegevens en bescheiden.
Hoofdstuk 6. Slotbepalingen
Artikel 27. Inwerkingtreding en vervaldatum
Deze regeling treedt in werking met ingang 1 januari 2020 en vervalt met ingang van 1 januari 2030.
In afwijking van het eerste lid blijft deze regeling, zoals die luidde op 31 december 2029, van toepassing op de afwikkeling van verleende subsidies op grond van deze regeling.
Artikel 28. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: SLIM-regeling.
Artikel 29. Citeertitel
Deze regeling wordt aangehaald als: SLIM-regeling.
Bijlage. behorend bij artikel 4a, SLIM-regeling
Gedragscode
De loopbaanadviseurs volgen bij de beroepsuitoefening de volgende gedragsregels:
011 Teelt van eenjarige gewassen
Landbouw (branche A. Landbouw, bosbouw en visserij; subbranche 01. Landbouw, jacht en dienstverlening voor de landbouw en jacht):
Landbouw (branche A. Landbouw, bosbouw en visserij; subbranche 01. Landbouw, jacht en dienstverlening voor de landbouw en jacht):
011 Teelt van eenjarige gewassen
0111 Teelt van granen, peulvruchten en oliehoudende zaden
0113 Teelt van groenten en wortel- en knolgewassen
01131 Teelt van groenten in de volle grond
01132 Teelt van groenten onder glas
01133 Teelt van paddenstoelen
01134 Teelt van aardappels en overige wortel- en knolgewassen
0116 Teelt van vezelgewassen
0119 Teelt van overige eenjarige gewassen
01191 Teelt van snijbloemen en snijheesters in de volle grond
01192 Teelt van snijbloemen en snijheesters onder glas
01193 Teelt van voedergewassen
01199 Teelt van overige eenjarige gewassen (rest)
012 Teelt van meerjarige gewassen
0121 Teelt van druiven
0124 Teelt van appels, peren, pruimen, kersen en andere pit- en steenvruchten
01241 Teelt van appels en peren
01242 Teelt van steenvruchten
0125 Teelt van overige boomvruchten, kleinfruit en noten
01251 Teelt van aardbeien in de volle grond
01252 Teelt van aardbeien onder glas
01253 Teelt van houtig kleinfruit in de volle grond (incl. overige boomvruchten en noten)
01254 Teelt van houtig kleinfruit onder glas
0127 Teelt van gewassen bestemd voor de vervaardiging van dranken
0128 Teelt van specerijgewassen en van aromatische en medicinale gewassen
0129 Teelt van overige meerjarige gewassen
De loopbaanadviseurs volgen bij de beroepsuitoefening de volgende gedragsregels:
De loopbaanadviseurs volgen bij de beroepsuitoefening de volgende gedragsregels:
01301 Teelt van bloembollen
01302 Teelt van perkplanten in de volle grond
01303 Teelt van perkplanten onder glas
01304 Teelt van potplanten onder glas
01305 Teelt van boomkwekerijgewassen in de volle grond
01309 Teelt van overige sierplanten in de volle grond
01411 Houden van melkvee
01412 Opfokken van jongvee voor de melkveehouderij
0142 Fokken en houden van runderen (geen melkvee)
01421 Houden van vleeskalveren
01422 Overige vleesveehouderij en zoogkoeienbedrijven
0143 Fokken en houden van paarden en ezels
0145 Fokken en houden van schapen en geiten
01451 Fokken en houden van schapen
01452 Fokken en houden van geiten
0146 Fokken en houden van varkens
01461 Fokvarkens- en vermeerderingsbedrijven
01462 Vleesvarkensbedrijven
01463 Gesloten en deels gesloten varkensbedrijven
0147 Opfokken en/of houden van pluimvee
01471 Opfokken en/of houden van leghennen
01472 Opfokken en/of houden van vleeskuikens
01473 Opfokken en/of houden van ouderdieren van leghennen en vleeskuikens
01479 Opfokken en/of houden van overig pluimvee
0149 Fokken en houden van overige dieren
01491 Fokken en houden van edelpelsdieren
01499 Fokken en houden van overige dieren (rest)
015 Akker- en/of tuinbouw in combinatie met het fokken en houden van dieren
0150 Akker- en/of tuinbouw in combinatie met het fokken en houden van dieren
0161 Dienstverlening voor de akker- en/of tuinbouw
0162 Dienstverlening voor het fokken en houden van dieren
0163 Behandeling van gewassen na de oogst
0164 Behandeling van zaden voor vermeerdering
017 Jacht
0170 Jacht
5520 Verhuur van vakantiehuisjes en appartementen; jeugdherbergen en vakantiekampen
551 Hotels en dergelijke
5510 Hotels en dergelijke
55101 Hotel-restaurants
55102 Hotels (geen hotel-restaurants), pensions en conferentieoorden
552 Verhuur van vakantiehuisjes en appartementen; jeugdherbergen en vakantiekampen
5520 Verhuur van vakantiehuisjes en appartementen; jeugdherbergen en vakantiekampen
55201 Verhuur van vakantiehuisjes
55202 Jeugdherbergen, vakantiekampen, groepsaccommodaties
553 Kampeerterreinen
5530 Kampeerterreinen
559 Overige logiesverstrekking
5590 Overige logiesverstrekking
56 Eet- en drinkgelegenheden
561 Restaurants, cafetaria's en dergelijke en ijssalons
5610 Restaurants, cafetaria's en dergelijke en ijssalons
56101 Restaurants
56102 Fastfoodrestaurants, cafetaria's, ijssalons, eetkramen e.d.
562 Kantines en catering
5621 Eventcatering
5629 Kantines en contractcatering
563 Cafés
5630 Cafés
9329 Overige ontspanning en recreatie (rest)
Deze regeling zal met toelichting en de bijlage in de Staatscourant worden geplaatst.
Artikel 4a. Eisen aan loopbaanadviseur
De activiteiten, bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel b, worden uitgevoerd door een loopbaanadviseur, die:
- a. een mens- of organisatiegerichte opleiding heeft afgerond op minimaal hbo-niveau, of minimaal een hbo-opleiding in een andere richting heeft afgerond en aanvullende mens- of organisatiegerichte cursussen en trainingen heeft afgerond;
- b. minimaal drie jaar relevante werkervaring heeft; en
- c. verklaart zich te houden aan de gedragscode in de bijlage.
Een loopbaanadviseur wordt geacht aan de eisen in het eerste lid, onderdelen a en c, te hebben voldaan, wanneer hij is geregistreerd bij Noloc als Register Loopbaanprofessional.
Een loopbaanadviseur, gevestigd in een van de andere lidstaten van de Europese Unie, een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland, die een opleiding heeft afgerond overeenkomstig de opleiding, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, en overigens voldoet aan het eerste lid, onderdelen b en c, wordt gelijkgesteld met de loopbaanadviseur, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 13a. Subsidiabele vergoeding loopbaan- en ontwikkeltrajecten
De subsidie bedraagt € 700,00 per afgerond loopbaan- of ontwikkeltraject, zoals bedoeld in artikel 4, eerste lid, onderdeel b.
Hoofdstuk 2. Subsidieverlening aan het mkb
Hoofdstuk 3. Subsidieverlening aan samenwerkingsverbanden
Hoofdstuk 4. Subsidievaststelling
Hoofdstuk 5. Subsidievaststelling
Hoofdstuk 6. Slotbepalingen
Bijlage I. behorend bij artikel 1, Stimuleringsregeling voor leren en ontwikkelen in mkb-ondernemingen en specifiek voor de grootbedrijven in de landbouw-, horeca- of recreatiesector
Lijst met SBI-codes voor landbouw-, horeca- en recreatiesector
932 Overige recreatie
9321 Pret- en themaparken; kermisattracties
Bijlage II. behorend bij artikel 4a, Stimuleringsregeling voor leren en ontwikkelen in mkb-ondernemingen en specifiek voor de grootbedrijven in de landbouw-, horeca- of recreatiesector
Gedragscode
9329 Overige recreatie (rest)
Deze regeling zal met toelichting en de bijlage in de Staatscourant worden geplaatst.
Artikel 7a. Verstrekking van persoonsgegevens
De minister is bevoegd persoonsgegevens, die hij in het kader van deze subsidieregeling heeft verkregen, te verstrekken aan de aanbieder van een kennis- en ondersteuningsprogramma ten behoeve van deze subsidieregeling, ter uitvoering en verbetering van dat programma.
Hoofdstuk 3. Subsidieverlening aan samenwerkingsverbanden
Hoofdstuk 5. Hardheidsclausule en slotbepalingen
Hoofdstuk 3. Subsidieverstrekking ten behoeve van scholing in sectorale ontwikkelpaden
Bijlage I. behorend bij artikel 1, SLIM-regeling
Lijst met SBI-codes voor landbouw-, horeca- en recreatiesector
93211 Pret- en themaparken
Bijlage II. behorend bij artikel 4a, Stimuleringsregeling voor leren en ontwikkelen in mkb-ondernemingen en specifiek voor de grootbedrijven in de landbouw-, horeca- of recreatiesector
Gedragscode
93291 Jachthavens
Deze regeling zal met toelichting en de bijlage in de Staatscourant worden geplaatst.
Landbouw (branche A. Landbouw, bosbouw en visserij; subbranche 01. Landbouw, jacht en dienstverlening voor de landbouw en jacht):
Horeca (branche I. Logies-, maaltijd en drankverstrekking; subbranches 55. Logiesverstrekking en 56. Eet- en drinkgelegenheden):
Recreatie (branche R. Cultuur, sport en recreatie; subbranche 93 Sport en recreatie):
93212 Kermisattracties
93299 Overige recreatie (rest, geen jachthavens)
94993 Steunfondsen (niet op het gebied van welzijnszorg)
Bijlage II. behorend bij artikel 4a, SLIM-regeling
Gedragscode
De loopbaanadviseurs volgen bij de beroepsuitoefening de volgende gedragsregels:
Deze regeling zal met toelichting en de bijlage in de Staatscourant worden geplaatst.
Deze regeling zal met toelichting en de bijlage in de Staatscourant worden geplaatst.
Artikel 1.1. Begripsbepalingen
In deze regeling wordt verstaan onder:
- aanvraagtijdvak: een tijdvak waarin aanvragen voor subsidie op grond van deze regeling kunnen worden ingediend;
- de-minimisverklaring: verklaring als bedoeld in artikel 7, vierde lid, van Verordening (EU) 2023/2831 van de Commissie van 13 december 2023 betreffende de toepassing van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag betreffende de werking van de Europese Unie op de-minimissteun (PbEU L 2023/2831) waarvan het model is vastgesteld door de minister;
- kaderregeling: de Kaderregeling subsidies OCW, SZW en VWS;
- minister: de Minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid;
- onderneming: hetgeen daaronder wordt verstaan in artikel 1 van de Bijlage van Aanbeveling van de Europese Commissie van 6 mei 2003 betreffende de definitie van kleine, middelgrote en micro-ondernemingen (PbEU 2003, L 124);
- subsidieaanvrager: de aanvrager van een subsidie op grond van deze regeling;
- subsidieontvanger: de subsidieaanvrager aan wie op grond van deze regeling een subsidie is verleend;
- werkgeversvereniging: een vereniging van werkgevers met volledige rechtsbevoegdheid, die ten tijde van de aanvraag partij is bij een op het moment van aanvraag geldende collectieve arbeidsovereenkomst, of een collectieve arbeidsvoorwaardenregeling voor personen werkzaam in openbare dienst, dan wel bij afwezigheid daarvan bij de laatst geldende collectieve arbeidsovereenkomst of collectieve arbeidsvoorwaardenregeling, dan wel een vereniging met volledige rechtsbevoegdheid van werkgevers die is aangesloten bij een centrale werkgeversorganisatie;
- werknemersvereniging: vereniging van werknemers met volledige rechtsbevoegdheid, niet zijnde zelfstandigen zonder personeel, die partij is bij een op het moment van aanvraag geldende collectieve arbeidsovereenkomst of een collectieve arbeidsvoorwaardenregeling voor personen werkzaam in openbare dienst, dan wel bij afwezigheid daarvan bij de laatst geldende collectieve arbeidsovereenkomst of collectieve arbeidsvoorwaardenregeling.
Artikel 1.2. Vindplaats formulieren, modellen en formats
De formulieren, modellen en formats waarnaar in deze regeling wordt verwezen, zijn door de minister elektronisch beschikbaar gesteld op www.uitvoeringvanbeleidszw.nl.
Hoofdstuk 2. Subsidieverstrekking aan het mkb en samenwerkingsverbanden
Paragraaf 2.1. Algemene bepalingen
Artikel 2.1. Begripsbepalingen
In dit hoofdstuk wordt verstaan onder:
- –. brancheorganisatie: een organisatie, opgericht voor 1 januari 2020, die het doel van de regeling blijkens de statuten onderschrijft en de belangen behartigt van leden die tot eenzelfde bedrijfstak behoren;
- –. brutoloon: bruto salaris, inclusief eindejaarsuitkering of een beloning in de vorm van een dertiende maand, zijnde een vast bedrag of vastgesteld percentage van het salaris, dat werkenden als extra loon ontvangen, voor zover dit is geregeld in de geldende collectieve arbeidsovereenkomst of arbeidsovereenkomst, exclusief vakantiegeld, exclusief overige vergoedingen, bijzondere beloningen, winst- of prestatieafhankelijke uitkeringen en aanvullende werkgeverslasten;
- –. initiatief: een activiteit of reeks van activiteiten die leidt tot het stimuleren van leren en ontwikkelen in een mkb-onderneming of in een grootbedrijf in de landbouw-, horeca- of recreatiesector en dat gesubsidieerd wordt overeenkomstig hoofdstuk 2 van deze regeling;
- –. initiatiefperiode: periode tussen het tijdstip waarop een initiatief start en wordt beëindigd;
- –. kleine onderneming: een onderneming waar minder dan 50 personen werkzaam zijn en waarvan de jaaromzet of het jaarlijkse balanstotaal € 10 miljoen niet overschrijdt, berekend over het laatst afgesloten boekjaar voorafgaand aan de subsidieaanvraag;
- –. landbouwbedrijven: ondernemingen die vallen onder het toepassingsgebied van artikel 1 van Verordening (EU) nr. 1408/2013 van de Commissie van 18 december 2013 (PbEU 2013, L 352);
- –. L&O-methode: structurele inbedding van leer- en ontwikkelactiviteiten, die primair is gericht op het aanleren van nieuwe vaardigheden, kennis en beroepshoudingen van werkenden in de onderneming;
- –. middelgrote onderneming: een onderneming, niet zijnde een kleine onderneming, waar minder dan 250 personen werkzaam zijn en waarvan de jaaromzet € 50 miljoen of het jaarlijkse balanstotaal € 43 miljoen niet overschrijdt, berekend over het laatst afgesloten boekjaar voorafgaand aan de subsidieaanvraag;
- –. mkb-onderneming: een kleine of middelgrote onderneming;
- –. mkb-verklaring: verklaring waarmee een mkb-onderneming verklaart een kleine of middelgrote onderneming te zijn als bedoeld in dit hoofdstuk;
- –. Noloc: beroepsvereniging van loopbaanprofessionals Noloc;
- –. O&O-fonds: een Opleidings- en Ontwikkelingsfonds, opgericht bij een bij de minister aangemelde collectieve arbeidsovereenkomst;
- –. onderwijsinstelling: een instelling als bedoeld in artikel 1.1.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs, een andere instelling voor beroepsonderwijs als bedoeld in artikel 1.4.1 van de Wet educatie en beroepsonderwijs of een instelling voor hoger onderwijs als bedoeld in artikel 1.1, onderdeel g, van de Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek;
- –. samenwerkingsverband: een bij overeenkomst vastgelegde samenwerking tussen ten minste twee mkb-ondernemingen eventueel aangevuld met een of meer organisaties, niet zijnde verbonden organisaties als bedoeld in artikel 2.14, vijfde lid, waarbij iedere partij van het samenwerkingsverband een activiteit, vastgelegd in het activiteitenplan, uitvoert en geen van de partijen meer dan 80% van de kosten van de samenwerking draagt;
- –. werkenden: alle in de onderneming werkzame personen.
Artikel 2.2. Toepasselijkheid Kaderregeling
Op het aanvragen en verstrekken van subsidies op grond van dit hoofdstuk is de Kaderregeling van toepassing, met uitzondering van de artikelen 3.1, 3.6, 5.5, tweede lid, 6.1, vijfde lid, en 7.1.
Artikel 2.3. Doel van subsidie verstrekt op grond van dit hoofdstuk
Het doel van subsidies verstrekt op grond van dit hoofdstuk is om een bijdrage te leveren aan initiatieven in mkb-ondernemingen, gericht op het stimuleren van leren en ontwikkelen.
Artikel 2.4. Subsidiabele activiteiten
De minister kan op aanvraag subsidie verstrekken voor het bekostigen van onderstaande activiteiten die uiting geven aan het doel, bedoeld in artikel 2.3:
- a. de doorlichting van de onderneming uitmondend in een opleidings- of ontwikkelplan gericht op het inzichtelijk maken van ontwikkelbehoefte om de leerrijke werkomgeving te versterken vanuit het perspectief van de onderneming;
- b. het verkrijgen van loopbaan- of ontwikkeladviezen ten behoeve van werkenden in de onderneming, of in geval van een samenwerkingsverband werkenden in andere mkb-ondernemingen; of
- c. het ondersteunen en begeleiden bij het ontwikkelen of invoeren van een L&O-methode.
Een activiteit komt niet voor subsidie in aanmerking, indien de werkenden in de onderneming waarop de activiteit zich richt, enkel bestaan uit werkenden die bestuurder van de onderneming zijn of in het handelsregister, bedoeld in artikel 2 van de Handelsregisterwet 2007, zijn geregistreerd als degenen aan wie de onderneming toebehoort.
Een loopbaan- of ontwikkeladviestraject als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, komt alleen voor subsidie in aanmerking indien de loopbaanadviseur individuele gesprekken met de deelnemer voert met een tijdsbeslag van in totaal minimaal vier uren.
Een initiatief waarvoor subsidie wordt aangevraagd op grond van paragraaf 2.2 en dat bestaat uit een activiteit als bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en c, komt alleen voor subsidie in aanmerking indien de subsidiabele kosten ten minste € 5.000 bedragen.
Een initiatief waarvoor subsidie wordt aangevraagd op grond van paragraaf 2.3 komt alleen voor subsidie in aanmerking, indien het initiatief ten minste de activiteit, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, bevat en de subsidiabele kosten ten minste € 210.000 bedragen.
Artikel 2.5. Eisen aan loopbaanadviseur
De activiteiten, bedoeld in artikel 2.4, eerste lid, onderdeel b, worden uitgevoerd door een loopbaanadviseur, die:
- a. een mens- of organisatiegerichte opleiding heeft afgerond op minimaal hbo-niveau, of minimaal een hbo-opleiding in een andere richting heeft afgerond en aanvullende mens- of organisatiegerichte cursussen en trainingen heeft afgerond;
- b. minimaal drie jaar relevante werkervaring heeft; en
- c. verklaart zich te houden aan de gedragscode in bijlage I.
Een loopbaanadviseur wordt geacht aan de eisen in het eerste lid, onderdelen a en c, te hebben voldaan, wanneer hij is geregistreerd bij Noloc als Register Loopbaanprofessional.
Een loopbaanadviseur, gevestigd in een van de andere lidstaten van de Europese Unie, een andere staat die partij is bij de Overeenkomst betreffende de Europese Economische Ruimte of Zwitserland, die een opleiding heeft afgerond overeenkomstig de opleiding, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, en overigens voldoet aan het eerste lid, onderdelen b en c, wordt gelijkgesteld met de loopbaanadviseur, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 2.6. Aanvraagtijdvakken
De minister stelt vast binnen welke aanvraagtijdvakken subsidies kunnen worden aangevraagd op grond van de paragrafen 2.2 en 2.3.
De vastgestelde aanvraagtijdvakken worden bekendgemaakt in de Staatscourant en op www.uitvoeringvanbeleidszw.nl.
Artikel 2.7. Subsidieplafond
De minister stelt subsidieplafonds vast voor elk van de aanvraagtijdvakken, bedoeld in artikel 2.6, eerste lid.
De vastgestelde subsidieplafonds worden bekendgemaakt in de Staatscourant en op www.uitvoeringvanbeleidszw.nl.
Indien een deel van het bedrag dat beschikbaar is in een aanvraagtijdvak niet volledig wordt benut, kunnen de resterende middelen worden toegevoegd aan de middelen van een ander aanvraagtijdvak van hetzelfde kalenderjaar. De minister maakt de verschuivingen van het beschikbare budget bekend op www.uitvoeringvanbeleidszw.nl.
Artikel 2.8. Subsidieaanvraag
De subsidieaanvrager dient de subsidieaanvraag in door middel van het daartoe bestemde elektronisch aanvraagformulier dat is getekend door een functionaris, bevoegd om namens de subsidieaanvrager te handelen, en voegt hierbij:
- a. een activiteitenplan;
- b. een begroting; en
- c. een bewijs dat de subsidieaanvrager de houder is van het bankrekeningnummer dat in de aanvraag is opgenomen.
De subsidieaanvrager dient een de-minimisverklaring in en, indien de subsidieaanvrager een mkb-onderneming is, een mkb-verklaring. Indien sprake is van een samenwerkingsverband, is een de-minimisverklaring vereist van alle partijen van het samenwerkingsverband en een mkb-verklaring van alle partijen van het samenwerkingsverband die een mkb-onderneming zijn.
Het activiteitenplan, de begroting, de de-minimisverklaring en de mkb-verklaring worden opgesteld overeenkomstig het door de minister vastgestelde model.
Per aanvraagtijdvak wordt per subsidieaanvrager, of partij in een samenwerkingsverband, maximaal één subsidieaanvraag in behandeling genomen. Brancheorganisaties, onderwijsinstellingen, O&O-fondsen en werknemers- of werkgeversverenigingen kunnen binnen een aanvraagtijdvak deelnemen in meerdere samenwerkingsverbanden en daardoor partij zijn bij meerdere subsidieaanvragen binnen hetzelfde aanvraagtijdvak.
Een subsidieaanvraag kan bestaan uit meerdere activiteiten.
Voor zover de subsidieaanvrager voor dezelfde begrote kosten of een deel daarvan ook subsidie of een andere financiële bijdrage heeft aangevraagd of zal aanvragen bij een ander bestuursorgaan of rechtspersoon, doet hij daarvan mededeling in de subsidieaanvraag, onder vermelding van de stand van zaken van de beoordeling van die andere aanvraag.
Door het indienen van een aanvraag stemt de subsidieaanvrager ermee in dat het subsidiedossier, met uitzondering van persoonsgegevens, openbaar wordt gemaakt.
Artikel 2.9. Verstrekking van persoonsgegevens
Vervallen
Artikel 2.10. Rangschikking behandeling subsidieaanvragen
Bij overschrijding van een subsidieplafond als bedoeld in artikel 2.7, eerste lid, wordt voor aanvraagtijdvakken met ingang van 2026, na afloop van het aanvraagtijdvak door middel van loting de volgorde vastgesteld waarin de ontvangen subsidieaanvragen worden afgehandeld.
Indien een subsidieaanvrager meerdere aanvragen heeft ingediend voor soortgelijke of vergelijkbare initiatieven, wordt slechts de als eerste ingediende aanvraag in de loting meegenomen.
Onvolledige subsidieaanvragen worden, na aanvulling door de subsidieaanvrager, geplaatst aan het einde van de lijst die volgt uit de loting, waarbij het tijdstip van ontvangst van de volledige subsidieaanvraag bepalend is voor de volgorde van plaatsing op die lijst.
Artikel 2.11. Beschikking tot subsidieverlening
Op een subsidieaanvraag op basis van paragraaf 2.2 wordt binnen 13 weken na afloop van het van toepassing zijnde aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 2.6 beslist. De subsidieaanvraag wordt beoordeeld op grond van de voorwaarden, bedoeld in artikel 2.8.
Op een subsidieaanvraag op basis van paragraaf 2.3 wordt binnen 13 weken na afloop van het van toepassing zijnde aanvraagtijdvak, bedoeld in artikel 2.6, beslist. De subsidieaanvraag wordt beoordeeld op grond van de voorwaarden, bedoeld in artikel 2.8, en de eisen, bedoeld in artikel 2.23.
Indien de minister op grond van artikel 2.18, tweede lid, een voorschot verleent, vermeldt de beschikking tot subsidieverlening, onverminderd artikel 4.2, eerste lid, van de Kaderregeling, de wijze van bevoorschotting.
In geval van een samenwerkingsverband vermeldt de beschikking tot subsidieverlening, in aanvulling op het derde lid, de partijen van het samenwerkingsverband en de verdeling van het subsidiebedrag van de partijen in het samenwerkingsverband.
Artikel 2.12. Weigeringsgronden
Onverminderd artikel 4:35 van de Algemene wet bestuursrecht wordt de subsidie in ieder geval geheel of gedeeltelijk geweigerd, indien:
- a. de subsidieaanvraag niet voldoet aan de bij deze regeling gestelde eisen;
- b. de beoogde initiatieven en resultaten onvoldoende meetbaar zijn geformuleerd;
- c. de haalbaarheid van de beoogde aanpak onvoldoende aannemelijk is gemaakt;
- d. de evaluatieopzet onvoldoende of ongeschikt is om de effectiviteit en bruikbaarheid van een initiatief te kunnen beoordelen;
- e. een initiatief niet uitvoerbaar is binnen bestaande wet- en regelgeving;
- f. onvoldoende is aangetoond dat subsidie noodzakelijk is voor het uitvoeren van een initiatief waarvoor subsidie wordt aangevraagd;
- g. op grond van deze regeling binnen hetzelfde aanvraagtijdvak reeds subsidie is verleend voor een soortgelijk of vergelijkbaar initiatief ten behoeve van dezelfde onderneming of hetzelfde samenwerkingsverband;
- h. er geen de-minimisverklaring en, indien van toepassing, mkb-verklaring is afgegeven;
- i. de subsidieaanvraag tot gevolg heeft dat een subsidieplafond als bedoeld in artikel 2.7 wordt overschreden;
- j. de subsidieaanvraag ziet op het ontwikkelen van een initiatief niet bedoeld voor werkenden in de onderneming maar voor commerciële doeleinden; of
- k. de subsidieaanvraag ziet op een activiteit als bedoeld in artikel 2.4, eerste lid, onderdeel a of c, en aan de subsidieaanvrager voor een dergelijke activiteit reeds subsidie is verleend die op het moment van indiening van de subsidieaanvraag nog niet is vastgesteld.
Artikel 2.13. Looptijd
Een initiatief voor subsidies op grond van paragraaf 2.2 wordt afgerond binnen een periode van 12 maanden.
Een initiatief voor subsidies op grond van paragraaf 2.3 wordt afgerond binnen een periode van 24 maanden.
De voor subsidie in aanmerking komende kosten worden gemaakt in een door de minister aangewezen initiatiefperiode. Deze periode start de dag na dagtekening van het besluit tot verlening van de subsidie.
Indien een subsidieontvanger vanwege omstandigheden die niet aan hem zijn toe te rekenen, het initiatief waarvoor subsidie is verleend naar verwachting niet binnen de initiatiefperiode, bedoeld in het derde lid, zal kunnen afronden, kan de subsidieontvanger de minister verzoeken om de duur van de initiatiefperiode te verlengen.
De minister kan, in afwijking van het eerste en tweede lid, de duur van de initiatiefperiode verlengen tot ten hoogste drie maanden na de van toepassing zijnde periode, genoemd in het eerste en tweede lid.
Artikel 2.14. Subsidiabele kosten
Voor de subsidie van initiatieven als bedoeld onder artikel 2.4, eerste lid, onderdeel a en c, komen de volgende kosten in aanmerking:
- a. externe kosten die daadwerkelijk zijn gemaakt ter uitvoering van een subsidiabel initiatief;
- b. directe loonkosten van de personen die zich in het bedrijf van de subsidieaanvrager of een van de partijen van het samenwerkingsverband bezighouden met de uitvoering van het initiatief, berekend op basis van het brutoloon van die personen en vermeerderd met een opslag van 32%, naar rato van individuele gerealiseerde uren en uitgaande van 1.720 werkbare uren op jaarbasis;
- c. een toeslag van 15% op de onder a en b bedoelde kosten ter subsidiëring van overige gemaakte kosten; en
- d. de kosten van een controleverklaring, in de vorm van een vast bedrag van € 3.000, indien een controleverklaring voor de vaststelling van de subsidie is vereist.
De kosten zijn, met uitzondering van het eerste lid, onderdeel c, door de subsidieaanvrager daadwerkelijk gemaakt en betaald, ten laste van het initiatief gebleven en rechtstreeks aan het initiatief toe te rekenen.
Voor externe opdrachten wordt de marktconformiteit van de kosten bepaald door:
- a. een offerteprocedure waarbij ten minste drie offertes zijn aangevraagd en beoordeeld door de subsidieaanvrager, indien deze kosten meer bedragen dan € 50.000; of
- b. een transparante, objectieve en niet-discriminatoire aanbestedingsprocedure.
Wordt gebruik gemaakt van een externe adviseur dan is het subsidiabele uurtarief maximaal € 125 per uur exclusief btw en is een offerteprocedure als bedoeld in het derde lid, aanhef en onderdeel a, niet vereist. Het uurtarief bedraagt maximaal € 135 per uur exclusief BTW voor subsidies die zijn aangevraagd vanaf het jaar 2024.
Voor zover activiteiten zijn uitgevoerd door de volgende partijen, zijn uitsluitend de directe loonkosten als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, subsidiabel:
- a. de subsidieontvanger of een partij in het samenwerkingsverband;
- b. een organisatie die, direct of indirect, is vertegenwoordigd in het bestuur van de subsidieontvanger of in het bestuur van een partij in het samenwerkingsverband;
- c. een organisatie waarin één of meer van dezelfde partijen in het bestuur zijn vertegenwoordigd, die tegelijkertijd ook:
- 1°. in het bestuur van de subsidieontvanger zijn vertegenwoordigd; of
- 2°. in het bestuur van een partij in het samenwerkingsverband zijn vertegenwoordigd;
- d. een organisatie waarin een persoon een financieel belang heeft of in het bestuur zit van die organisatie, en die persoon ook werkzaam is voor:
- 1°. de subsidieontvanger; of
- 2°. een partij uit het samenwerkingsverband;
- e. een organisatie waarin de subsidieontvanger of een partij uit het samenwerkingsverband, direct of indirect invloed kan uitoefenen of een financieel belang heeft; of
- f. een organisatie waarin zich een belangenconflict voordoet of kan voordoen als gevolg van familiebanden, persoonlijke relaties, politieke gezindheid of nationaliteit, economische belangen of elk ander direct of indirect persoonlijk belang, waarmee de onpartijdige en objectieve uitoefening van de functies van een financiële actor of andere persoon die bij de uitvoering van het initiatief betrokken is, in gevaar is of in gevaar kan worden gebracht.
Artikel 2.15. Niet subsidiabele kosten
Met betrekking tot de initiatieven, bedoeld onder artikel 2.4, eerste lid, onderdeel a en c, komen niet voor subsidie in aanmerking:
- a. onredelijk en niet noodzakelijk gemaakte kosten ter uitvoering van het initiatief of een onderdeel daarvan;
- b. loonverletkosten, zijnde de loonkosten van werkenden voor niet-productieve uren als gevolg van deelname aan subsidiabele activiteiten, voor zover die hebben geleid tot een vermindering van de werkbare uren voor de ondernemer;
- c. kosten voor overhead en aan overhead gerelateerde exploitatiekosten, zijnde alle niet directe kosten waaronder onder andere begrepen huisvestingskosten, kosten voor een werkplek, reiskosten, afschrijvingskosten en de kosten voor administratie en beheer, waaronder accountantskosten, met uitzondering van de kosten, bedoeld in artikel 2.14, eerste lid, onderdeel d;
- d. kosten gemaakt buiten de initiatiefperiode;
- e. kosten die in aanmerking komen voor andere financiering van overheidswege;
- f. externe kosten waarvoor geen factuur kan worden overgelegd;
- g. kosten die voortvloeien uit wettelijk verplichte taken;
- h. opleidingskosten;
- i. btw;
- j. de kosten voor de doorlichting van de onderneming, bedoeld in artikel 2.4, eerste lid, onderdeel a, indien deze onvoldoende duidelijk is toegesneden op de scholingsbehoefte vanuit het perspectief van de desbetreffende mkb-onderneming; of
- k. de kosten voor de ondersteuning en begeleiding bij het ontwikkelen of invoeren van een methode in de onderneming als bedoeld in artikel 2.4, eerste lid, onderdeel c, indien deze onvoldoende duidelijk is toegesneden op desbetreffende mkb-onderneming.
Artikel 2.16. Subsidiebedrag loopbaan- en ontwikkeladviezen
De subsidie voor loopbaan- en ontwikkeladviezen als bedoeld in artikel 2.4, eerste lid, onderdeel b, bedraagt € 700,– per afgerond loopbaan- of ontwikkeltraject.
Artikel 2.17. Administratievoorschriften
Onverminderd artikel 5.2, eerste lid, van de Kaderregeling, bevat de administratie van de subsidieontvanger een bijlage met een overzicht van de KvK-nummers van alle ondernemingen die deelnemen aan het project, onder vermelding van de activiteiten waaraan is deelgenomen en, indien de subsidie is verleend voor een activiteit als bedoeld in:
- a. artikel 2.4, eerste lid, onderdeel a, het opleidings- of ontwikkelplan dat voortkomt uit de doorlichting;
- b. artikel 2.4, eerste lid, onderdeel b, een prestatieverklaring van de loopbaanscan of het ontwikkeladvies, getekend door de adviseur en de deelnemer;
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)