Beleidsregels van de Raad van Bestuur van Zorginstituut Nederland van 13 oktober 2020, kenmerk 2020043936, voor de toekenning en vaststelling van de vereveningsbijdrage aan zorgverzekeraars 2021 (Beleidsregels vereveningsbijdrage zorgverzekering 2021)
-
- Het Zorginstituut herberekent het gewicht van de klasse ‘Geen GGZ-MHK’ zodanig dat het voor de klassen ‘5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 5 promille‘ en ‘5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 2,5 promille’ gesommeerde verschil tussen de vermenigvuldiging van het gerealiseerde aantal verzekerden met het gewicht in tabel 2.8 van de Regeling en de vermenigvuldiging van het bij toekenning van de vereveningsbijdrage verwachte aantal verzekerden met het gewicht in tabel 2.8 van de Regeling, teniet wordt gedaan. Het Zorginstituut rondt het herberekende gewicht af op twee decimalen.
4.21. De voorlopige herberekening van het deelbedrag kosten geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2021
-
- Op basis van de opgave jaarstaat 2021 per 1 mei 2022 en met inachtneming van de artikelen 12 en 13 van de Regeling, bepaalt het Zorginstituut de kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2021 voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, alsmede voor het totaal van de zorgverzekeraars.
-
- Het Zorginstituut herberekent met inachtneming van het op grond van artikel 4.1 bepaalde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder het normatieve bedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2021 voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, overeenkomstig artikel 2.23 en 2.24 en betrekt daarbij het bepaalde in artikel 4.20, alsmede voor het totaal van de verzekerden van achttien jaar en ouder 2021 van alle zorgverzekeraars.
-
- Het Zorginstituut berekent de schalingsfactor voor kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2021 voor verzekerden van achttien jaar en ouder 2021 door de kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2021 voor het totaal van de zorgverzekeraars, zoals bepaald in het eerste lid, te delen door het in het tweede lid herberekende normatieve bedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2021 voor het totaal van de verzekerden van achttien jaar en ouder 2021 van alle zorgverzekeraars.
-
- Het Zorginstituut vermenigvuldigt voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, alsmede voor het totaal van de zorgverzekeraars het herberekende normatieve bedrag kosten van geneeskundige gezondheidszorg 2021 uit het tweede lid met de schalingsfactor berekend in het derde lid.
-
- Het Zorginstituut berekent voor het totaal van de zorgverzekeraars het verschil tussen de uitkomst van de vermenigvuldiging uit het vierde lid en het herberekende normatieve bedrag uit het tweede lid. Het Zorginstituut neemt vijftien procent van het verschil en deelt dit bedrag door het totaal aantal bij alle zorgverzekeraars ingeschreven verzekerden van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is.
-
- Het Zorginstituut vermenigvuldigt per zorgverzekeraar het resultaat na toepassing van het achtste lid met het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, dat bij die zorgverzekeraar is ingeschreven.
-
- Het Zorginstituut vermindert per zorgverzekeraar het product voor die zorgverzekeraar berekend in het vierde lid met het product voor die zorgverzekeraar berekend in het zesde lid. Het resultaat wordt aangeduid als het voorlopige herberekende deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2021.
4.22. Criteriumneutraliteit voor de normatieve opbrengst van het eigen risico 2021
Het Zorginstituut herberekent de gewichten voor elke leeftijdsklasse in tabel 4.2 van de Regeling voor de zelfstandigen, de referentiegroep en de hoogopgeleiden zodanig dat voor de corresponderende leeftijdsklasse voor de bijstandsgerechtigden het verschil tussen de vermenigvuldiging van het gerealiseerde aantal verzekerden met het gewicht in tabel 4.2 van de Regeling en de vermenigvuldiging van het bij toekenning van de vereveningsbijdrage verwachte aantal verzekerden met het gewicht in tabel 4.2 van de Regeling, teniet wordt gedaan. Het Zorginstituut past bij de herberekening de betrokken gewichten per leeftijdsklasse met eenzelfde bedrag aan. Het Zorginstituut rondt de herberekende gewichten af op twee decimalen.
4.23. De voorlopige herberekening van de normatieve opbrengst van het eigen risico 2021
-
- Op basis van de opgave jaarstaat 2021 per 1 mei 2022 bepaalt het Zorginstituut de opbrengst van het verplicht eigen risico 2021 voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, alsmede voor het totaal van de zorgverzekeraars.
-
- Uitgangspunt voor de herberekening van de normatieve opbrengst van het eigen risico zijn de opgaven, bedoeld in artikel 4.1, derde lid, van de verzekerdenaantallen van de zorgverzekeraar. Het Zorginstituut herberekent met inachtneming van het op grond van artikel 4.1 bepaalde aantal verzekerden van achttien jaar en ouder de normatieve eigen risico opbrengst 2021 voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, overeenkomstig artikel 2.25 en 2.26 en betrekt daarbij het bepaalde in artikel 4.22, alsmede voor het totaal van de verzekerden van achttien jaar en ouder 2021 van alle zorgverzekeraars.
-
- Het Zorginstituut berekent de schalingsfactor voor de normatieve opbrengst van het eigen risico 2021, door de opbrengst van het verplicht eigen risico voor het totaal van de zorgverzekeraars, bedoeld in het eerste lid, te delen door de normatieve eigen risico opbrengst voor het totaal van de zorgverzekeraars, zoals berekend in het tweede lid.
-
- Het Zorginstituut vermenigvuldigt voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, alsmede voor het totaal van de zorgverzekeraars de herberekende normatieve opbrengst van het verplicht eigen risico uit het tweede lid met de schalingsfactor berekend in het derde lid.
-
- Het zorginstituut berekent voor het totaal van de zorgverzekeraars het verschil tussen de uitkomst van de vermenigvuldiging uit het vierde lid en het herberekende normatieve bedrag uit het tweede lid. Het Zorginstituut neemt 15 procent van het verschil en deelt dit bedrag door het totaal aantal bij alle zorgverzekeraars ingeschreven verzekerden van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is.
-
- Het Zorginstituut vermenigvuldigt per zorgverzekeraar het resultaat na toepassing van het vijfde lid met het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, dat bij die zorgverzekeraar is ingeschreven.
-
- Het Zorginstituut vermindert per zorgverzekeraar het product voor die zorgverzekeraar berekend in het vierde lid met het product voor die zorgverzekeraar berekend in het zesde lid. Het resultaat wordt aangeduid als de voorlopige herberekende normatieve opbrengst van het verplicht eigen risico 2021.
4.24. De voorlopige herberekening van het normatieve bedrag 2021 en de voorlopige herberekening en voorlopige vaststelling van de vereveningsbijdrage 2021
-
- Het Zorginstituut herberekent het normatieve bedrag 2021 voorlopig als de som van het voorlopige herberekende deelbedrag variabele zorgkosten 2021, het voorlopige herberekende deelbedrag vaste zorgkosten 2021 en het voorlopig herberekende deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2021.
-
- Voor de ex post compensatie voor de geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2021:
- a. bepaalt het Zorginstituut per zorgverzekeraar het verschil tussen het voorlopige herberekende deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2021, bedoeld in artikel 4.21, zevende lid, en de kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2021, bedoeld in artikel 4.21, eerste lid, en deelt dit verschil door het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, dat bij die zorgverzekeraar is ingeschreven;
- b. berekent het Zorginstituut het gemiddelde marktresultaat voor het deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg. Het Zorginstituut berekent het gemiddeld marktresultaat door voor het totaal van de zorgverzekeraars het verschil tussen het voorlopige herberekende deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2021, bedoeld in artikel 4.21, zevende lid, en de kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2021, bedoeld in artikel 4.21, eerste lid, te delen door het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is;
- c. indien het verschil tussen het in onderdeel a bepaalde bedrag en het gemiddelde marktresultaat groter is dan € 10,00 per verzekerde van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, dan trekt het Zorginstituut 90 procent van het meerdere af van het normatieve bedrag 2021;
- d. indien het verschil tussen het in onderdeel a bepaalde bedrag en het gemiddelde marktresultaat kleiner is dan € -10,00 per verzekerde van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, dan voegt het Zorginstituut 90 procent van het mindere toe aan het normatieve bedrag 2021.
-
- Het Zorginstituut berekent de opbrengst van de nominale rekenpremie per zorgverzekeraar door de verzekerden van achttien jaar en ouder 2021 per zorgverzekeraar te vermenigvuldigen met de nominale rekenpremie 2021.
-
- Het Zorginstituut vermindert het resultaat na toepassing van het vorige lid met het bedrag dat de zorgverzekeraar verantwoordt in de opgave jaarstaat 2021 per 1 mei 2022 als gederfde inkomsten voor verzekerden van achttien jaar en ouder waarvoor als gevolg van de toepasselijkheid van artikel 24 van de wet geen nominale premies worden ontvangen.
-
- Het Zorginstituut herberekent voorlopig de aanvulling op de bijdrage voor de uitkering in verband met uitvoeringskosten van verzekerden jonger dan achttien jaar door het aantal verzekerden jonger dan achttien jaar 2021 te vermenigvuldigen met € 41,00.
-
- Het Zorginstituut herberekent de vereveningsbijdrage 2021 voorlopig door de som van het herberekende normatieve bedrag 2021, bedoeld in het eerste lid en de aanvulling voor uitvoeringskosten van verzekerden jonger dan achttien jaar, bedoeld in het vorige lid, te verminderen met de voorlopig herberekende normatieve eigen risico opbrengst, bedoeld in artikel 54, en de opbrengst van de nominale rekenpremie, bedoeld in het derde en vierde lid.
-
- Het Zorginstituut stelt de vereveningsbijdrage 2021 in september 2022 voorlopig vast ter hoogte van de in het vorige lid berekende bijdrage.
Hoofdstuk 5. V De tweede voorlopige vaststelling van de vereveningsbijdrage 2021 voor een zorgverzekeraar
5.1. Algemene bepaling
Het Zorginstituut herberekent het normatieve bedrag voor de tweede keer voorlopig met inachtneming van de kosten 2021 uit de opgave jaarstaat 2023 per 1 mei 2024, de correcties die de Nederlandse Zorgautoriteit heeft toegepast en de bepalingen uit dit hoofdstuk.
5.2. Bepaling van de verzekerdenaantallen 2021
-
- Het Zorginstituut betrekt de correcties die de Nederlandse Zorgautoriteit heeft toegepast bij de verzekerdenaantallen 2021 berekend op grond van artikel 4.1.
-
- Voor het criterium SES betrekt het Zorginstituut voor het inkomen het belastingdienstbestand over 2020 bij de verzekerdenaantallen. Indien een verzekerde niet is opgenomen in de opgave over 2020, maakt het Zorginstituut gebruik van de opgave over 2021.
-
- Voor het criterium MHK betrekt het Zorginstituut bij de verzekerdenaantallen de declaraties 2020 per gepseudonimiseerd Burgerservicenummer voor het deelbedrag variabele zorgkosten exclusief declaraties verpleging en verzorging tot en met 31 december 2022, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2023 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd.
-
- Voor het criterium MVV betrekt het Zorginstituut bij de verzekerdenaantallen de declaraties verpleging en verzorging 2020 per gepseudonimiseerd Burgerservicenummer tot en met 31 december 2022, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2023 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd.
-
- Voor het criterium GGZ-MHK betrekt het Zorginstituut bij de verzekerdenaantallen de declaraties 2020 per gepseudonimiseerd Burgerservicenummer voor het deelbedrag kosten van geneeskundige GGZ exclusief kosten voor langdurige geestelijke gezondheidszorg tot en met 31 december 2022, zoals zorgverzekeraars die op 1 mei 2023 bij het Zorginstituut hebben aangeleverd.
5.3. De tweede voorlopige herberekening van het deelbedrag variabele zorgkosten 2021
-
- Het Zorginstituut bepaalt met inachtneming van de artikelen 12, 13 en 14 van de Regeling, de variabele zorgkosten 2021 voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, alsmede voor het totaal van de zorgverzekeraars.
-
- Het Zorginstituut herberekent met inachtneming van de op grond van artikel 5.2 bepaalde verzekerdenaantallen het normatieve bedrag variabele zorgkosten 2021 voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, overeenkomstig artikel 2.20 en 2.21 en betrekt daarbij het bepaalde in artikel 4.17, alsmede voor het totaal van de verzekerden 2021 van alle zorgverzekeraars.
-
- Het Zorginstituut berekent de schalingsfactor voor variabele zorgkosten 2021 door de variabele zorgkosten 2021 voor het totaal van de zorgverzekeraars, zoals bepaald in het eerste lid, te delen door het op grond van het tweedede lid herberekende normatieve bedrag variabele zorgkosten 2021 voor het totaal van de verzekerden 2021 van alle zorgverzekeraars.
-
- Het Zorginstituut vermenigvuldigt voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, alsmede voor het totaal van de zorgverzekeraars het herberekende normatieve bedrag variabele zorgkosten 2021 op grond van het tweede lid met de schalingsfactor berekend op grond van het derde lid.
-
- Het Zorginstituut berekent voor het totaal van de zorgverzekeraars het verschil tussen de uitkomst van de vermenigvuldiging op grond van het vierde lid en het herberekende normatieve bedrag op grond van het tweede lid. Het Zorginstituut neemt 15 procent van het verschil en deelt dit bedrag door het totaal aantal bij alle zorgverzekeraars ingeschreven verzekerden van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is.
-
- Het Zorginstituut vermenigvuldigt per zorgverzekeraar het resultaat na toepassing van het vijfde lid met het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, dat bij die zorgverzekeraar is ingeschreven.
-
- Het Zorginstituut vermindert per zorgverzekeraar het product voor die zorgverzekeraar berekend in het vierde lid met het product voor die zorgverzekeraar berekend in het zesde lid. Het resultaat wordt aangeduid als het tweede voorlopige herberekende deelbedrag variabele zorgkosten 2021.
5.4. De tweede voorlopige herberekening van het deelbedrag vaste zorgkosten 2021
Het Zorginstituut herberekent voor de tweede keer voorlopig het deelbedrag vaste zorgkosten 2021 overeenkomstig artikel 4.19, met inachtneming van artikel 5.1 en 5.2.
5.5. Criteriumneutraliteit voor het deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2021 op basis van gewichten inclusief HKC
-
- Het Zorginstituut herberekent het gewicht van de klasse ‘Geen DKG psychische aandoeningen’ zodanig dat voor het criterium DKG’s psychische aandoeningen de gesommeerde resultaten van de vermenigvuldiging van de gewichten in tabel 3.3 van de Regeling met het gerealiseerde aantal verzekerden, nul bedragen. Het Zorginstituut rondt het herberekende gewicht af op twee decimalen.
-
- Het Zorginstituut herberekent de gewichten voor elke leeftijdsklasse in tabel 3.4 van de Regeling voor de zelfstandigen, de referentiegroep en de hoogopgeleiden zodanig dat voor de corresponderende leeftijdsklasse voor de bijstandsgerechtigden het verschil tussen de vermenigvuldiging van het gerealiseerde aantal verzekerden met het gewicht in tabel 3.4 van de Regeling en de vermenigvuldiging van het bij toekenning van de vereveningsbijdrage verwachte aantal verzekerden met het gewicht in tabel 3.4 van de Regeling, teniet wordt gedaan. Het Zorginstituut past bij de herberekening de betrokken gewichten per leeftijdsklasse met eenzelfde bedrag aan. Het Zorginstituut rondt de herberekende gewichten af op twee decimalen.
-
- Het Zorginstituut herberekent het gewicht van de klasse ‘Geen GGZ-MHK’ zodanig dat het voor de klassen ‘5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 5 promille' en ‘5 voorafgaande jaren kosten GGZ in top 2,5 promille’ gesommeerde verschil tussen de vermenigvuldiging van het gerealiseerde aantal verzekerden met het gewicht in tabel 3.8 van de Regeling en de vermenigvuldiging van het bij toekenning van de vereveningsbijdrage verwachte aantal verzekerden met het gewicht in tabel 3.8 van de Regeling, teniet wordt gedaan. Het Zorginstituut rondt het herberekende gewicht af op twee decimalen.
5.6. De tweede voorlopige herberekening van het deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2021
-
- Het Zorginstituut bepaalt met inachtneming van artikel 12 en 13 van de Regeling, de kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2021 voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, alsmede voor het totaal van de zorgverzekeraars.
-
- Het Zorginstituut herberekent met inachtneming van de op grond van artikel 5.2 bepaalde verzekerdenaantallen het normatieve bedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2021, overeenkomstig artikel 2.23 en 2.24 en gaat hierbij uit van de gewichten genoemd in bijlage 3 van de Regeling en het bepaalde in artikel 5.5, voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk alsmede voor het totaal van de verzekerden van achttien jaar en ouder 2021 van alle zorgverzekeraars.
-
- Het Zorginstituut berekent de schalingsfactor voor kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2021 door de kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2021 voor het totaal van de zorgverzekeraars, zoals bepaald op grond van het eerste lid, te delen door het op grond van het tweede lid herberekende normatieve bedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2021 voor het totaal van alle zorgverzekeraars.
-
- Het Zorginstituut vermenigvuldigt voor iedere zorgverzekeraar afzonderlijk, alsmede voor het totaal van de zorgverzekeraars, het herberekende normatieve bedrag kosten van geneeskundige gezondheidszorg op grond van het tweede lid, met de schalingsfactor berekend op grond van het derde lid.
-
- Het Zorginstituut berekent voor het totaal van de zorgverzekeraars het verschil tussen de uitkomst van de vermenigvuldiging bedoeld in het vierde lid en het herberekende normatieve bedrag uit het tweede lid. Het Zorginstituut neemt vijftien procent van het verschil en deelt dit bedrag door het totaal aantal bij alle zorgverzekeraars ingeschreven verzekerden van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is.
-
- Het Zorginstituut vermenigvuldigt per zorgverzekeraar het resultaat na toepassing van het vijfde lid met het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, dat bij die zorgverzekeraar is ingeschreven.
-
- Het Zorginstituut vermindert per zorgverzekeraar het product voor die zorgverzekeraar berekend in het vierde lid met het product voor die zorgverzekeraar berekend in het zesde lid.
-
- Het Zorginstituut past op het resultaat uit het vorige lid hoge kostencompensatie toe en baseert zich daarbij op artikel 16 van de Regeling. Het resultaat wordt aangeduid als het tweede voorlopige herberekende deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2021.
5.7. De tweede voorlopige herberekening van de normatieve eigen risico opbrengst 2021
Het Zorginstituut herberekent voor de tweede keer voorlopig de normatieve eigen risico opbrengst 2021 overeenkomstig artikel 4.23, met inachtneming van artikel 5.1 en 5.2.
5.8. De tweede voorlopige herberekening van het normatieve bedrag 2021 en de tweede voorlopige herberekening en de vaststelling van de vereveningsbijdrage 2021
-
- Het Zorginstituut herberekent het normatieve bedrag 2021 voor de tweede keer voorlopig als de som van het tweede voorlopige herberekende deelbedrag variabele zorgkosten 2021, het tweede voorlopige herberekende deelbedrag vaste zorgkosten 2021 en het tweede voorlopige herberekende deelbedrag geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2021.
-
- Voor de ex post compensatie voor de geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2021:
- a. bepaalt het Zorginstituut per zorgverzekeraar het verschil tussen het tweede voorlopige herberekende deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2021, bedoeld in artikel 5.6, achtste lid, en de kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2021, bedoeld in artikel 5.6, eerste lid, en deelt dit verschil door het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, dat bij die zorgverzekeraar is ingeschreven;
- b. berekent het Zorginstituut het gemiddelde marktresultaat voor het deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg. Het Zorginstituut berekent het gemiddeld marktresultaat door voor het totaal van de zorgverzekeraars het verschil tussen het tweede voorlopige herberekende deelbedrag kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2021, bedoeld in artikel 5.6, achtste lid, en de kosten van geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2021, bedoeld in artikel 5.6, eerste lid, te delen door het aantal verzekerden van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is;
- c. indien het verschil tussen het in onderdeel a bepaalde bedrag en het gemiddelde marktresultaat groter is dan € 10,00 per verzekerde van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, dan trekt het Zorginstituut 90 procent van het meerdere af van het normatieve bedrag 2021;
- d. indien het verschil tussen het in onderdeel a bepaalde bedrag en het gemiddelde marktresultaat kleiner is dan € -10,00 per verzekerde van achttien jaar en ouder waarop artikel 24 van de wet niet van toepassing is, dan voegt het Zorginstituut 90 procent van het mindere toe aan het normatieve bedrag 2021.
-
- Het Zorginstituut berekent de tweede voorlopige opbrengst van de nominale rekenpremie per zorgverzekeraar door de verzekerden van achttien jaar en ouder per zorgverzekeraar te vermenigvuldigen met de nominale rekenpremie 2021.
-
- Het Zorginstituut vermindert de uitkomst, berekend op grond van het vorige lid, met het bedrag dat de zorgverzekeraar verantwoordt in zijn jaarstaat 2021 per 1 mei 2022 als gederfde inkomsten voor verzekerden van achttien jaar en ouder waarvoor als gevolg van de toepasselijkheid van artikel 24 van de wet geen nominale premies worden ontvangen.
-
- Het Zorginstituut berekent de tweede voorlopige aanvulling op de bijdrage voor de uitkering in verband met uitvoeringskosten van verzekerden jonger dan achttien jaar door het aantal verzekerden jonger dan achttien jaar te vermenigvuldigen met € 41,00.
-
- Het Zorginstituut berekent de vereveningsbijdrage 2021 voor de tweede keer voorlopig door de som van het tweede voorlopige normatieve bedrag 2021 bedoeld in het eerste lid en de aanvulling voor uitvoeringskosten van verzekerden jonger dan achttien jaar, bedoeld in het vorige lid, te verminderen met de tweede voorlopige normatieve eigen risico opbrengst, bedoeld in artikel 5.7 respectievelijk met de opbrengst van de nominale rekenpremie, bedoeld in het derde en vierde lid.
-
- Het Zorginstituut stelt de vereveningsbijdrage 2021 voor de tweede keer voorlopig vast in september 2024 ter hoogte van de in het vorige lid berekende bijdrage.
Hoofdstuk 6. VI De vaststelling van de vereveningsbijdrage 2021 voor een zorgverzekeraar
6.1. Algemene bepaling
Het Zorginstituut herberekent de vereveningsbijdrage definitief met inachtneming van de correcties die de Nederlandse Zorgautoriteit heeft gerapporteerd over de declaraties 2020 per gepseudonimiseerd Burgerservicenummer en kosten 2021 uit de jaarstaat 2023.
6.2. De definitieve herberekening van het deelbedrag variabele zorgkosten 2021
Het Zorginstituut herberekent definitief het deelbedrag variabele zorgkosten 2021 overeenkomstig artikel 5.5, met inachtneming van artikel 6.1.
6.3. De definitieve herberekening van het deelbedrag vaste zorgkosten 2021
Het Zorginstituut herberekent definitief het deelbedrag vaste zorgkosten 2021 overeenkomstig artikel 5.6, met inachtneming van artikel 6.1.
6.4. De definitieve herberekening van het deelbedrag geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2021
Het Zorginstituut herberekent definitief het deelbedrag geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2021 overeenkomstig artikel 5.7, met inachtneming van artikel 6.1.
6.5. De definitieve herberekening van de normatieve eigen risico opbrengst 2021
Het Zorginstituut herberekent definitief het deelbedrag normatieve eigen risico opbrengst overeenkomstig artikel 5.8, met inachtneming van artikel 6.1.
6.6. De definitieve herberekening van het normatieve bedrag 2021 en de definitieve herberekening en de vaststelling van de bijdrage 2021
-
- Het Zorginstituut herberekent definitief het normatieve bedrag 2021 overeenkomstig artikel 5.8, met inachtneming van artikel 6.2.
-
- Het Zorginstituut stelt de bijdrage 2021 vast in april 2025 ter hoogte van het in het vorige lid definitief berekende normatieve bedrag 2021.
Hoofdstuk 7. VII De betalingen aan de zorgverzekeraars
7.1. Betaling
-
- Het Zorginstituut betaalt de zorgverzekeraars de vereveningsbijdrage, bedoeld in artikel 2.27, vierde lid, uit. Het Zorginstituut maakt bij de betaling onderscheid naar de volgende bestanddelen:
- a. het deelbedrag variabele zorgkosten 2021;
- b. het deelbedrag vaste zorgkosten 2021;
- c. het deelbedrag geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2021;
- d. een aftrekpost voor de normatieve eigen risico opbrengst 2021.
-
- Het Zorginstituut betaalt de zorgverzekeraars de uitkering in verband met uitvoeringskosten van verzekerden jonger dan achttien jaar, bedoeld in artikel 2.27, vijfde lid, gelijktijdig met de betaling genoemd in het eerste lid uit.
7.2. Betalingsschema
-
- Het Zorginstituut bepaalt per zorgverzekeraar de som van de bestanddelen genoemd in artikel 7.1, eerste lid, onder a tot en met c, en de uitkering, genoemd in artikel 7.1, tweede lid.
-
- Het Zorginstituut berekent per zorgverzekeraar de som van de vereveningsbijdrage 2021, bedoeld in artikel 2.27, zesde lid, en de normatieve eigen risico opbrengst 2021, zoals bepaald in artikel 2.26, vijfde lid, en deelt het resultaat door het resultaat na toepassing van het eerste lid.
-
- Het Zorginstituut vermenigvuldigt per zorgverzekeraar ieder van de bestanddelen genoemd in artikel 7.1, eerste lid, onder a tot en met c, en de uitkering bedoeld in artikel 7.1, tweede lid, met de uitkomst op grond van het tweede lid.
-
- De resultaten van het derde lid worden respectievelijk genoemd als volgt:
- a. het netto te betalen bedrag dat betrekking heeft op het deelbedrag variabele zorgkosten 2021;
- b. het netto te betalen bedrag dat betrekking heeft op het deelbedrag vaste zorgkosten 2021;
- c. het netto te betalen bedrag dat betrekking heeft op het deelbedrag geneeskundige geestelijke gezondheidszorg 2021;
- d. het netto te betalen bedrag dat betrekking heeft op de uitkering in verband met de uitvoeringskosten van verzekerden jonger dan achttien jaar.
-
- Het Zorginstituut vermindert de som van de netto te betalen bedragen, bedoeld in het vierde lid, onderdeel a tot en met d, met de aftrekpost voor de normatieve eigen risico opbrengst 2021, bedoeld in artikel 7.1, eerste lid, onder d.
-
- Het Zorginstituut stelt de maandelijks te betalen termijnen vast aan de hand van het op grond van het vijfde lid berekende bedrag en het betalingsschema bedoeld in het tiende lid.
-
- Het Zorginstituut saldeert de maandelijks te betalen termijnen, bedoeld in het vorige lid, met de resterende te betalen termijnen van de overeenkomstige maand van de op grond van de Beleidsregels vereveningsbijdrage zorgverzekering 2020 te betalen termijnen.
-
- Het Zorginstituut betaalt de in het zevende lid bedoelde termijnen op de eerste werkdag van de maand.
-
- Indien na de saldering bedoeld in het zevende lid, de te betalen termijn per maand op enig moment tot een negatief bedrag leidt, stelt het Zorginstituut dit negatieve bedrag vast en vordert het Zorginstituut het bedrag op de eerste werkdag van de betreffende maand in.
-
- Indien de zorgverzekeraar het bedrag bedoeld in het vorige lid niet aan het Zorginstituut heeft betaald, verrekent het Zorginstituut het verschuldigde bedrag met de betalingen aan de zorgverzekeraar totdat het verschuldigde bedrag is voldaan.
| Bestanddelen betalingen | ||||
|---|---|---|---|---|
| Betaalmoment | 7.2 vierde lid, onder a en b | 7.2 vierde lid, onder c | 7.2 vierde lid, onder d | 7.1 eerste lid, onder d |
| januari 2021 | 1,26% | 0,03% | 8,33% | 5,50% |
| februari 2021 | 2,26% | 0,06% | 8,33% | 7,83% |
| maart 2021 | 3,56% | 0,12% | 8,34% | 9,50% |
| april 2021 | 5,39% | 0,61% | 8,33% | 10,60% |
| mei 2021 | 6,90% | 1,30% | 8,33% | 10,74% |
| juni 2021 | 7,60% | 2,06% | 8,34% | 10,60% |
| juli 2021 | 8,65% | 2,66% | 8,33% | 9,40% |
| augustus 2021 | 8,80% | 3,21% | 8,33% | 7,15% |
| september 2021 | 9,04% | 3,44% | 8,34% | 6,20% |
| oktober 2021 | 8,90% | 3,74% | 8,33% | 5,24% |
| november 2021 | 8,60% | 4,25% | 8,33% | 4,50% |
| december 2021 | 8,15% | 5,12% | 8,34% | 3,90% |
| januari 2022 | 7,45% | 16,00% | 0,00% | 3,10% |
| februari 2022 | 5,80% | 17,00% | 0,00% | 2,20% |
| maart 2022 | 3,81% | 16,00% | 0,00% | 1,62% |
| april 2022 | 2,11% | 9,00% | 0,00% | 0,90% |
| mei 2022 | 1,20% | 6,00% | 0,00% | 0,30% |
| juni 2022 | 0,52% | 5,00% | 0,00% | 0,13% |
| juli 2022 | 0,00% | 4,40% | 0,00% | 0,12% |
| augustus 2022 | 0,00% | 0,00% | 0,00% | 0,12% |
| september 2022 | 0,00% | 0,00% | 0,00% | 0,11% |
| oktober 2022 | 0,00% | 0,00% | 0,00% | 0,09% |
| november 2022 | 0,00% | 0,00% | 0,00% | 0,08% |
| december 2022 | 0,00% | 0,00% | 0,00% | 0,07% |
-
- Voor een zorgverzekeraar die zich op grond van artikel 25 van de wet aanmeldt bij de Nederlandse Zorgautoriteit nadat het Zorginstituut de bijdragen voor de zorgverzekeraars heeft toegekend, kan het Zorginstituut voor die zorgverzekeraar afwijken van de vorige leden.
-
- Het Zorginstituut kan, indien naar zijn oordeel uit nieuwe informatie blijkt dat de verwachting is dat bij de eerstvolgende herberekening of herziening van de vereveningsbijdrage, de vereveningsbijdrage meer dan 5 procent hoger zal zijn dan bij de laatst toegekende of voorlopig vastgestelde vereveningsbijdrage, afwijken van de vorige leden en de betalingen aan een zorgverzekeraar aanpassen.
7.3. Aanpassing betalingen
-
- Bij de herberekening en herziening van de toegekende vereveningsbijdrage 2021 op grond van artikel 3.2 herziet het Zorginstituut de te betalen termijnen overeenkomstig artikel 7.2 voor de eerste keer. Het Zorginstituut verrekent het verschil tussen de reeds betaalde termijnen en de voor de eerste keer herziene termijnen.
-
- Bij gelegenheid van de eerste voorlopige vaststelling van de bijdrage, op grond van hoofdstuk IV, herziet het Zorginstituut voor de tweede keer de te betalen termijnen overeenkomstig artikel 7.2. Het Zorginstituut verrekent het verschil tussen de reeds betaalde termijnen en de voor de tweede keer herziene termijnen.
-
- Bij gelegenheid van de tweede voorlopige vaststelling van de bijdrage, op grond van hoofdstuk V, herziet het Zorginstituut de te betalen termijnen voor de derde keer overeenkomstig artikel 7.2. Het Zorginstituut verrekent het verschil tussen de reeds betaalde termijnen en de voor de derde maal herziene termijnen.
-
- Bij gelegenheid van de definitieve vaststelling van de bijdrage, op grond van hoofdstuk VI, stelt het Zorginstituut de te betalen termijnen definitief vast overeenkomstig artikel 7.2. Het Zorginstituut verrekent het verschil tussen de reeds betaalde termijnen en de definitief te betalen termijnen.
-
- Indien toepassing van onderscheidenlijk het eerste, tweede, derde en vierde lid, resulteert in een positief saldo voor de zorgverzekeraar, betaalt het Zorginstituut dat saldo ineens aan de zorgverzekeraar.
-
- Indien toepassing van onderscheidenlijk het eerste, tweede, derde en vierde lid, resulteert in een negatief saldo voor de zorgverzekeraar, betaalt de betreffende zorgverzekeraar dat saldo in één keer terug aan het Zorginstituut.
7.4. Rente
-
- De zorgverzekeraar en het Zorginstituut zijn over en weer rente verschuldigd en hebben over en weer aanspraak op rente over de verschillen, bedoeld in artikel 7.3.
-
- De rente, bedoeld in het eerste lid, wordt bij de eerste voorlopige, tweede voorlopige en de definitieve vaststelling van de uitkering door het Zorginstituut verwerkt en zo mogelijk verrekend met andere betalingen die uit deze vaststellingen voortvloeien.
7.5. Renteberekening
-
- Bij de verrekening van verschillen, bedoeld in artikel 7.3, tweede, derde en vierde lid, berekent het Zorginstituut rente over het verschil vanaf de datum waarop het verschil is ontstaan tot de datum waarop de verschillen worden verrekend.
-
- Bij de verrekening van de verschillen, bedoeld in artikel 7.3, tweede lid, berekent het Zorginstituut rente vanaf de betaaldata, genoemd in artikel 7.2 en 7.3, eerste en tweede lid tot de datum van de voorlopige vaststelling van de bijdrage.
-
- Bij de verrekening van de verschillen, bedoeld in artikel 7.3, derde lid, berekent het Zorginstituut rente vanaf de betaaldata, genoemd in artikel 7.2 en 7.3, eerste, tweede en derde lid tot de datum van de tweede voorlopige vaststelling van de bijdrage.
-
- Bij de verrekening van de verschillen, bedoeld in artikel 7.3, vierde lid, berekent het Zorginstituut rente vanaf de betaaldata, genoemd in artikel 7.2 en 7.3 eerste, tweede, derde en vierde lid tot de datum van de definitieve vaststelling van de bijdrage.
-
- Voor een zorgverzekeraar waarvoor krachtens artikel 7.2, negende en tiende lid, afwijkende betalingen hebben plaatsgevonden, kan het Zorginstituut bij de renteberekening afwijken van de vorige leden.
-
- Het Zorginstituut deelt het bedrag dat de zorgverzekeraar heeft terugbetaald op grond van artikel 7.3, zesde lid, voor de renteberekening naar rato toe aan de eerste dag van de maand waarin is terugbetaald en de eerste dag van de daaropvolgende maand, waarbij het uitgangspunt is de dag van terugbetaling.
-
- Voor het rentepercentage gaat het Zorginstituut uit van het gemiddelde van de maandrentes van het Euro Interbank Offered Rate (Euribortarief) voor driemaands termijngelden zonder onderpand bij toepassing van het eerste tot en met vijfde lid. Voor de laatste kalendermaand vóór de betaling gaat het Zorginstituut uit van de rente over de voorafgaande kalendermaand.
-
- De rente betreft een samengestelde rente en wordt op maandbasis berekend. Bij de berekening wordt een maand op 30 en een jaar op 360 dagen gesteld.
-
- Indien de situatie zich voordoet dat het in deze paragraaf bedoelde Euro Interbank Offered Rate (Euribortarief) niet meer kan worden toegepast, zal een zoveel als mogelijk overeenkomstig tarief worden gehanteerd.
Hoofdstuk 8. VIII Slotbepalingen
8.1. Ter inzage leggen referentiebestanden
Het Zorginstituut legt de referentiebestanden, bedoeld in bijlage 1 tot en met 10, te zijner kantore ter inzage en publiceert deze op zijn website.
8.2. Inwerkingtreding
Deze beleidsregels treden in werking met ingang van de dag na de datum van uitgifte van de Staatscourant waarin zij worden geplaatst, en werken terug tot en met 1 oktober 2020.
8.3. Citeertitel
Deze beleidsregels worden aangehaald als: Beleidsregels vereveningsbijdrage zorgverzekering 2021.
Bijlage 1. Referentiebestand FKG’S 2021
Ligt ter inzage bij Zorginstituut Nederland en is gepubliceerd op de website van Zorginstituut Nederland.
Bijlage 2. Referentiebestand DKG’S 2021
Ligt ter inzage bij Zorginstituut Nederland en is gepubliceerd op de website van Zorginstituut Nederland.
Bijlage 3. Referentiebestand HKG’S 2021
Ligt ter inzage bij Zorginstituut Nederland en is gepubliceerd op de website van Zorginstituut Nederland.
Bijlage 4. Referentiebestand AVI 2021
Ligt ter inzage bij Zorginstituut Nederland en is gepubliceerd op de website van Zorginstituut Nederland.
Bijlage 5. Referentiebestand Regio 2021
Ligt ter inzage bij Zorginstituut Nederland en is gepubliceerd op de website van Zorginstituut Nederland.
Bijlage 6. Referentiebestand PPA/SES 2021
Ligt ter inzage bij Zorginstituut Nederland en is gepubliceerd op de website van Zorginstituut Nederland.
Bijlage 7. Referentiebestand FDG 2021
Ligt ter inzage bij Zorginstituut Nederland en is gepubliceerd op de website van Zorginstituut Nederland.
Bijlage 8. Referentiebestand FKG GGZ 2021
Ligt ter inzage bij Zorginstituut Nederland en is gepubliceerd op de website van Zorginstituut Nederland.
Bijlage 9. Referentiebestand DKG GGZ 2021
Ligt ter inzage bij Zorginstituut Nederland en is gepubliceerd op de website van Zorginstituut Nederland.
Bijlage 10. Referentiebestand GGZ regio 2021
Ligt ter inzage bij Zorginstituut Nederland en is gepubliceerd op de website van Zorginstituut Nederland.
Deze beleidsregels worden in de Staatscourant geplaatst.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)