Regeling van de Minister van Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit van 1 november 2022, nr. WJZ/22031065, houdende de uitvoering van het gemeenschappelijk landbouwbeleid voor wat betreft de rechtstreekse betalingen en de conditionaliteiten (Uitvoeringsregeling GLB 2023)

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-07-11
Laatst bijgewerkt 2026-07-15
State In force
Source BWB
artikelen 65
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
  • e. artikel 2a van de Wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden, voor zover het onzorgvuldig handelen of nalaten eenvoudig en snel kan worden of al is beëindigd, met geringe gevaarzetting of gevolgen waardoor het (risico op) gevaar voor de gezondheid van mens, dier en milieu gering is; RBE 8.4
3.

De waarschuwing, bedoeld in het eerste lid, wordt niet meer dan één keer gegeven voor niet-nalevingen van eenzelfde conditionaliteit gedurende drie opeenvolgende kalenderjaren, gerekend vanaf en inclusief het jaar waarin de niet-naleving is geconstateerd.

Artikel 34. Administratieve sancties conditionaliteiten
1.

De minister stelt de sancties, bedoeld in artikel 84, eerste lid, van verordening (EU) 2021/2116, vast overeenkomstig artikel 85 van verordening (EU) 2021/2116 en hoofdstuk III van verordening (EU) 2022/1172.

2.

De peildatum voor het vaststellen van de bedrijfsoppervlakte in verband met de vrijstelling van controle, bedoeld in artikel 83, tweede lid, van verordening (EU) 2021/2116, van bedrijven met een maximale omvang van tien ha areaal dat in aanmerking komt voor de betalingen, bedoeld in het eerste lid van dat artikel en is aangegeven in de in artikel 69, eerste lid, van verordening 2021/2116, bedoelde geospatiale aanvraag, is 15 mei.

3.

De peildatum voor het vaststellen van de bedrijfsoppervlakte in verband met de vrijstelling van controle, bedoeld in artikel 83, lid 2 bis, van verordening (EU) 2021/2116, van bedrijven met een maximale omvang van dertig ha landbouwareaal dat is aangegeven in de in artikel 69, eerste lid, van Verordening 2021/2116, bedoelde geospatiale aanvraag, is 15 mei.

Artikel 35. Opzet
1.

Een niet-naleving van conditionaliteiten is opzettelijk begaan indien de landbouwer de desbetreffende niet-naleving heeft beoogd of indien de landbouwer het risico heeft aanvaard dat zijn handelen of nalaten een niet-naleving tot gevolg heeft.

2.

Opzet wordt beoordeeld aan de hand van de volgende criteria:

  • a. in de omschrijving van de betrokken conditionaliteit wordt een rechtstreeks verband met de opzettelijkheid van de niet-naleving gelegd;
  • b. de mate van complexiteit van de conditionaliteit;
  • c. de aanwezigheid van langdurig bestendig beleid;
  • d. de niet-naleving veronderstelt een actieve handeling dan wel het bewust nalaten van een handeling;
  • e. de omstandigheid dat de landbouwer reeds eerder op de hoogte is gesteld van onvolkomenheden in de naleving ten aanzien van de conditionaliteit;
  • f. de omvang van de niet-naleving.
3.

In het geval waarin een niet-naleving door een derde is begaan op de landbouwgrond of in het kader van het bedrijf van een landbouwer wordt desbetreffende niet-naleving aan de landbouwer toegerekend als een opzettelijke niet-naleving indien de landbouwer heeft beoogd of het risico heeft aanvaard dat de niet-naleving zou plaatsvinden blijkens:

  • a. de keuze voor de derde;
  • b. het door de landbouwer op de derde uitgeoefende toezicht; of
  • c. de door de landbouwer aan de derde gegeven instructies.
4.

Indien een opzettelijke niet-naleving die heeft geleid tot een verlaging met 15 procent, als bedoeld in artikel 85, zesde lid, tweede alinea, van verordening (EU) 2021/2116, nogmaals wordt geconstateerd bedraagt de verlaging voor die herhaling 20 procent, welk percentage voor elke volgende herhaling met 10 procentpunten wordt verhoogd.

5.

Indien een niet-naleving die vóór 2023 heeft geleid tot een verlaging met een percentage van meer dan 15 en niet zijnde een percentage uitgedrukt in een tiental, nogmaals wordt geconstateerd, bedraagt de verlaging voor die herhaling een verlaging met het percentage dat overeenkomt met het daarop eerstvolgende tiental, welk percentage voor elke volgende herhaling met 10 procentpunten wordt verhoogd.

6.

In afwijking van de leden 4 en 5 kan een hoger verlagingspercentage worden toegepast indien ernst, omvang of permanent karakter van de niet-naleving daar aanleiding toe geven.

Artikel 36. Sancties bij overdracht van landbouwgrond

Wanneer de landbouwgrond, dan wel een deel hiervan, in het betrokken kalenderjaar wordt overgedragen, worden de administratieve sancties, bedoeld in artikel 34, opgelegd aan de actieve landbouwer, bedoeld in artikel 5, die op de peildatum het perceel landbouwgrond ter beschikking heeft.

Paragraaf 2. Bedrijfsadviseringssysteem

Artikel 37. Bedrijfsadviesdiensten
1.

Er is een bedrijfsadviseringssysteem als bedoeld in artikel 15, eerste lid, van verordening (EU) 2021/2115.

2.

De adviseur in het kader van het bedrijfsadviseringssysteem adviseert, met inachtneming van artikel 15, tweede lid, van verordening (EU) 2021/2115 ten minste over de onderwerpen, bedoeld in artikel 15, vierde lid, onderdelen a tot en met h, van verordening (EU) 2021/2115.

Artikel 38. Aanwijzing beroepsorganisaties adviseurs
1.

De minister wijst op aanvraag een beroepsorganisatie voor adviseurs in het kader van het bedrijfsadviseringssysteem aan die ten minste 50 leden heeft en die blijkens de bij de aanvraag overgelegde gegevens voldoet aan het tweede tot en met vierde lid.

2.

De beroepsorganisatie erkent de adviseur in het kader van het bedrijfsadviseringssysteem die aantoonbaar:

  • a. ten minste een HBO-opleidingsniveau of HBO-denkniveau heeft;
  • b. ten minste 3 jaar werkervaring heeft als adviseur; en
  • c. kennis heeft over de onderwerpen, bedoeld in artikel 15, vierde lid, onderdelen a tot en met h, van verordening (EU) 2021/2115.
3.

De beroepsorganisatie verplicht de adviseur in het kader van het bedrijfsadviseringssysteem die een erkenning als bedoeld in het tweede lid houdt tot:

  • a. het regelmatig geven van adviezen in het kader van het bedrijfsadviseringssysteem; en
  • b. de periodieke educatie met betrekking tot de onderwerpen, bedoeld in artikel 15, vierde lid, onderdelen a tot en met h, van verordening (EU) 2021/2115, en met betrekking tot adviesvaardigheden.
4.

De beroepsorganisatie trekt een erkenning als bedoeld in het tweede lid in indien de adviseur in enig jaar niet kan aantonen dat hij ten minste 20 uur educatie heeft gevolgd als bedoeld in het derde lid, onderdeel b.

Hoofdstuk 4. Procedurele bepalingen en administratieve sancties

Artikel 39. Termijn indiening extra gegevens

Ten behoeve van de beoordeling van een aanvraag om betalingen kan door de minister worden verzocht om binnen maximaal vier weken extra gegevens en inlichtingen te verschaffen.

Artikel 40. Gehele bedrijfsoverdracht
1.

Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:

  • overdracht van een bedrijf: de verkoop, verhuur of welke soortgelijke transactie ook van de betrokken productie-eenheden;
  • overdrager: de begunstigde wiens bedrijf geheel wordt overgedragen aan een andere begunstigde;
  • overnemer: de begunstigde aan wie het bedrijf wordt overgedragen.
2.

Indien het bedrijf van een landbouwer na de aanvraag, bedoeld in artikel 10, in zijn geheel aan een andere begunstigde wordt overgedragen, wordt van deze overdracht onverwijld melding gedaan met een door de minister ter beschikking gesteld elektronisch formulier dat door de overdrager en de overnemer is ondertekend.

3.

Indien in de melding van een bedrijfsoverdracht is verklaard dat de overnemer alle rechten en plichten van de overdrager heeft overgenomen kan de overnemer aanspraak maken op de betalingen, waarvoor de overdrager een aanvraag heeft gedaan als bedoeld in artikel 10, en wordt de steun uitbetaald aan de overnemer, op voorwaarde dat:

  • a. de overdracht uiterlijk 15 oktober van het aanvraagjaar is gemeld;
  • b. de overnemer vanaf het moment van de overdracht actieve landbouwer is als bedoeld in artikel 5;
  • c. ingeval de overdracht dateert van na de peildatum, de overdrager op de peildatum actieve landbouwer was als bedoeld in artikel 5; en
  • d. de overnemer, na de melding van de bedrijfsoverdracht, een aanvraag als bedoeld in artikel 10 heeft gedaan die overeenkomt met de aanvraag zoals deze, na eventuele wijzigingen, door de overdrager is gedaan.
4.

Indien de overdracht na 15 oktober van het aanvraagjaar is gemeld of de overnemer op het moment van de overdracht geen actieve landbouwer is als bedoeld in artikel 5, wordt de steun uitbetaald aan de overdrager, mits de overdrager tijdig een aanvraag heeft ingediend als bedoeld in artikel 10 en de overdrager op de peildatum actieve landbouwer was als bedoeld in artikel 5.

Artikel 41. Gedeeltelijke bedrijfsoverdracht, fusie, splitsing, vererving en bedrijfsbeëindiging

Indien het bedrijf van een landbouwer na de aanvraag, bedoeld in artikel 10, gedeeltelijk aan een andere begunstigde wordt overgedragen, of wanneer sprake is van een fusie, splitsing, vererving of bedrijfsbeëindiging, wordt door de landbouwer die de aanvraag heeft gedaan daarvan onverwijld melding gedaan met een door de minister ter beschikking gesteld elektronisch formulier.

Artikel 42. Administratieve sancties
1.

Ter uitvoering van artikel 59, eerste lid, onderdeel d, van verordening (EU) 2021/2116 worden administratieve sancties vastgesteld om een doeltreffende bescherming van de financiële belangen van de Europese Unie te waarborgen.

2.

De minister kan besluiten, met inachtneming van de bij of krachtens verordening (EU) 2021/2116 gestelde regels, tot:

  • a. het geven van een waarschuwing;
  • b. het opleggen van een administratieve sanctie in de vorm van een verlaging van de betaling.
3.

De administratieve sanctie wordt toegepast op het totale bedrag aan betalingen van de interventie als bedoeld in artikel 2, eerste lid en tweede lid, waarop de niet-naleving betrekking heeft.

4.

De niet-nalevingen waarvoor een waarschuwing kan worden afgegeven en de hoogte van de verlagingen staan opgenomen in bijlage 6.

5.

Van herhaling is sprake wanneer dezelfde niet-naleving zich eenmaal herhaalt binnen drie opeenvolgende kalenderjaren vanaf en met inbegrip van het jaar waarin de niet-naleving heeft plaatsgevonden.

6.

In afwijking van het tweede lid, onderdeel b, kan een hogere verlaging worden toegepast indien ernst, omvang of permanent karakter van de niet-naleving daar aanleiding toe geven.

7.

Een administratieve sanctie wordt alleen opgelegd indien een niet-naleving wordt ontdekt binnen drie opeenvolgende kalenderjaren vanaf en met inbegrip van het jaar waarin de niet-naleving heeft plaatsgevonden.

8.

In afwijking van het derde lid wordt de administratieve sanctie bij overtreding van artikel 9, tweede lid, toegepast op de henneppercelen.

9.

Indien bij een landbouwer meerdere niet-nalevingen zijn geconstateerd die zien op de volgende overtredingen, wordt alleen de hoogste administratieve sanctie opgelegd:

  • a. het opgeven van een perceel of landschapselement dat op de peildatum geheel of gedeeltelijk niet ter beschikking van de landbouwer staat; of
  • b. het niet melden van het geheel of gedeeltelijk of niet volgens de voorwaarden uitvoeren van een eco-activiteit.
Artikel 43. Sancties bij overdracht van een perceel landbouwgrond

Wanneer een perceel landbouwgrond in het betrokken kalenderjaar wordt overgedragen, worden de administratieve sancties, bedoeld in artikel 42, opgelegd aan de actieve landbouwer, bedoeld in artikel 5, die op de peildatum het perceel landbouwgrond ter beschikking heeft.

Artikel 44. Controle ter plaatse

Indien de begunstigde of zijn vertegenwoordiger de uitvoering van een controle ter plaatse verhindert, wordt de betrokken steun- of betalingsaanvraag afgewezen, behalve in gevallen als bedoeld in artikel 46.

Artikel 45. Omzeilingsclausule

Geen steun wordt toegekend aan natuurlijke personen of rechtspersonen van wie is komen vast te staan dat zij kunstmatig de voorwaarden hebben gecreëerd om hiervoor in aanmerking te komen.

Artikel 46. Overmacht en uitzonderlijke omstandigheden
1.

De landbouwer die een beroep wil doen op overmacht of uitzonderlijke omstandigheden doet hiervan zo spoedig mogelijk een melding bij RVO met gebruikmaking van een door de minister beschikbaar gesteld elektronisch formulier.

2.

De minister geeft geen toepassing aan artikel 42 in de gevallen genoemd in artikel 59, vijfde lid, onderdelen a, b en c, van verordening (EU) 2021/2116.

Artikel 47. Kennelijke fout
1.

De aanvraag, bedoeld in artikel 10, eerste lid, en eventuele daarbij overgelegde bewijsstukken, kunnen na de indiening ervan worden gecorrigeerd en aangepast indien sprake is van een kennelijke fout.

2.

Van een kennelijke fout kan sprake zijn indien:

  • a. er een tegenstrijdigheid zit in de door of namens de landbouwer verstrekte gegevens, die wijst op een vergissing;
  • b. de tegenstrijdigheid eenvoudig kan worden geconstateerd tijdens een administratieve controle van de aanvraag of de bewijsstukken; en
  • c. de begunstigde te goeder trouw heeft gehandeld.
3.

De minister geeft geen toepassing aan artikel 42 indien de niet-naleving het gevolg is van een kennelijke fout.

Artikel 48. Hardheidsclausule
1.

De minister kan afwijken van de artikelen 5, 10, eerste lid, 13, tweede lid, 18, onderdelen f en j, 19, onderdeel b, 23, onderdelen d en e, 40 en 41, voor zover de toepassing van deze artikelen gelet op het doel ervan zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

2.

De minister kan, rekening houdend met de financiële belangen van de Unie, voorts afwijken van artikel 42, voor zover de toepassing van dit artikel gelet op het doel ervan zal leiden tot een onbillijkheid van overwegende aard.

Artikel 49. Terugvordering
1.

Indien sprake is van een (deels) onverschuldigde betaling, wordt het onverschuldigd betaalde bedrag teruggevorderd, tenzij:

  • a. het van de begunstigde over een aanvraagjaar terug te vorderen bedrag, exclusief rente, niet hoger is dan 100 euro per betaling als bedoeld in artikel 2, eerste en tweede lid en dit bedrag geen sanctie betreft als bedoeld in artikel 34; of
  • b. de terugvordering onmogelijk is als gevolg van erkende insolventie van de debiteur of van de personen die juridisch aansprakelijk zijn voor de onregelmatigheid.
2.

Ter voldoening aan artikel 30, tweede lid, van verordening (EU) 2022/128 wordt wettelijke rente in rekening gebracht overeenkomstig afdeling 4.4.2 van de Algemene wet bestuursrecht indien de begunstigde het onverschuldigde bedrag niet binnen de gestelde termijn heeft terugbetaald.

3.

De minister geeft toepassing aan artikel 31 van verordening (EU) 2022/128.

Artikel 50. Openbaarmaking steungegevens
1.

Over de periode van 16 oktober van het kalenderjaar voorafgaand aan het aanvraagjaar tot en met 15 oktober van het aanvraagjaar worden de gegevens openbaar gemaakt over de subsidies en andere steunbedragen van het Europees Landbouwgarantiefonds overeenkomstig artikel 98, leden 2, 3 en 4, van verordening (EU) 2021/2116.

2.

De in het eerste lid bedoelde gegevens worden ontleend aan de financiële administratie van RVO ten behoeve van het Europees Landbouwgarantiefonds.

3.

De gegevens, bedoeld in het eerste lid, worden uiterlijk 31 mei van het kalenderjaar volgend op het aanvraagjaar openbaar gemaakt.

Hoofdstuk 5. Overgangs- en slotbepalingen

Artikel 51
2.

De Uitvoeringsregeling rechtstreekse betalingen GLB blijft van toepassing ten aanzien van aanvragen die op grond van die regeling zijn ingediend vóór 1 januari 2023.

Artikel 52

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 januari 2023.

Artikel 53

Deze regeling wordt aangehaald als: Uitvoeringsregeling GLB 2023.

Bijlage 1. bij de artikelen 4, 18, 19, 20, 23, onderdeel c en 32, onderdeel b

Gewassenlijst

¹ Onder agrarisch natuurmengsel wordt verstaan een mengsel van verschillende gewassen (door elkaar heen gezaaid) waarbij geen van de gewassen overwegend aanwezig is.

² Onder drachtplanten wordt verstaan een mengsel van tenminste 3 drachtplanten van de soorten Karwij (Carum carvi), Koriander (Coriandrum sativum) Wilde Peen (, Daucus carota), Duizendblad (Achiella millefolium), Goudsbloem (Calendula officinalis), Korenbloem (Centaurea cyanus), Cichorei (Cichorium), Zonnebloem (Helianthus Annus), Komkommerkruid (Borago officinalis), Slangenkruid (Echium Vulgare), Phacelia (Phacelia tanacetifolia), Gele Mosterd (Sinapis alba), Gewone Rolklaver (Lotus corniculatus),Luzerne (Medicago sativa), Witte honingklaver (melilotus albus), Esparcette (Onobrychis viccifolia), Rode klaver (Trifolium pratense), Voederwikke (Vicia sativa), Lijnzaad/vlas (Linum usitatissimum), Malva (Malva), Klaproos (Papaver), Boekweit (Fagopyrum esculentum), Juffertje in ’t groen (Nigella damascena), Smalle Weegbree (Plantago lanceolata) of Incarnaatklaver (Trifolium incarnatum)

Bijlage 1. bij de artikelen 4, 18, 19, 20, 23, onderdeel c en 32, onderdeel b

Rustgewassen ecoregeling
Bladrammenas
Blauwmaanzaad
Boekweit
Gerst
Granen, overig
Graszaad
Haver
Japanse haver
Karwijzaad
Klaver, rode
Klaver, witte
Koolzaad (incl. boterzaad)
Lijnzaad niet van vezelvlas (olievlas)
Luzerne
Mosterd, gele
Mosterd, zwarte
Niger
Peterselie
Quinoa
Raapzaad
Rogge
Sarepta mosterd/Caliente
Soedangras/Sorghum
Spelt
Tagetes Erecta
Tagetes Patula
Tarwe
Teff
Triticale
Zwaardherik (aaltjesvanggewas)
Vezelgewassen
Hennep (vezel)
Miscanthus (olifantsgras)
Vezelvlas
Stikstofbindende gewassen
Bonen, bruine-
Bonen, tuin-
Bonen, veld- (onder andere duiven-, paarden-, wierbonen)
Bonen, witte-
Erwten
Esparcette
Kapucijners (en grauwe erwten)
Klaver, Alexandrijnse
Klaver, incarnaat
Klaver, Perzische
Klaver, rode
Klaver, witte
Linzen
Lupinen, niet bittere
Luzerne
Overig klaverzaad
Overige groenbemesters, vlinderbloemige-
Peulen
Pronkbonen
Rolklaver
Sojabonen
Stamsperziebonen (=stamslabonen)
Stoksnijbonen en stokslabonen
Wikke, bonte
Wikke, voeder-
Meerjarige teelten
Graszaad
Luzerne
Miscanthus (olifantsgras)
Zonnekroon
Natte teelten
Azolla
Cranberry
Lamsoor
Lisdodde
Riet
Wilde rijst
Zeekraal
Vroeg ras rooigewas 1 september
Aardappelen, consumptie
Aardappelen, zetmeel
Bospeen, productie
Kroten/rode bieten, productie
Pootaardappelen
Prei, zomer, productie
Sjalotten
Uien, gele zaai-
Uien, rode zaai-
Waspeen, productie
Vroeg ras rooigewas 1 november
Bieten, suiker-
Bieten, voeder-
Cichorei
Knolselderij
Stoppelknollen
Winterpeen, productie
Witlofwortel, productie
Groenbemesters / Vanggewassen
Beemdlangbloem
Bladkool
Bladraap
Bladrammenas
Boekweit
Deder
Gras, groenbemesting, vanggewas
Esparcette
Ethiopische mosterd
Facelia
Festulolium
Gele mosterd
Italiaans raaigras
Japanse haver
Klaver, Alexandrijnse
Klaver, incarnaat
Klaver, Perzische
Klaver, rode
Klaver, witte
Lijnzaad niet van vezelvlas (olievlas)
Lupinen, niet bittere
Luzerne
Niger
Overige groenbemesters, vlinderbloemige-
Raketblad
Rietzwenkgras
Rogge, groenbemesting, vanggewas
Rogge, groenvoedergewas
Rolklaver
Roodzwenkgras
Sarepta mosterd/Caliente
Seradelle
Soedangras/Sorghum
Spurrie
Stoppelknollen
Tagetes Erecta
Tagetes Patula
Timothee
Veldbeemdgras
Vezelvlas
Westerwolds raaigras
Wikke, bonte-
Wikke, voeder-
Zonnebloemen
Zwaardherik
Biologische bestrijding
Appels
Bessen, blauwe
Bessen, rode
Bessen, zwarte
Bieslook
Bramen
Frambozen
Kersen
Knoflook
Notenbomen
Overig kleinfruit (zoals kruisbessen, kiwi’s)
Overige pit- en steenvruchten (zoals perziken, tafeldruiven)
Peren
Prei
Pruimen
Sjalotten
Uien
Uien, gele zaai-
Uien, rode zaai-
Uien, zilver
Wijndruiven
Groene braak
Agrarisch natuurmengsel1
Beemdlangbloem, groenbemesting, vanggewas
Drachtplanten2
Engels raaigras, groenbemesting, vanggewas
Festulolium, groenbemesting, vanggewas
Groene braak, spontane opkomst
Italiaans raaigras, groenbemesting, vanggewas
Klaver, Alexandrijnse, groenbemesting, vanggewas
Klaver, incarnaat, groenbemesting, vanggewas
Klaver, Perzische, groenbemesting, vanggewas
Klaver, rode, groenbemesting, vanggewas
Klaver, witte, groenbemesting, vanggewas
Gras, groenbemesting, vanggewas
Overige groenbemesters, vlinderbloemige-
Raketblad (aaltjesvanggewas)
Rietzwenkgras, groenbemesting, vanggewas
Roodzwenkgras, groenbemesting, vanggewas
Tagetes erecta (Afrikaantje)
Tagetes patula (Afrikaantje)
Timothee, groenbemesting, vanggewas
Veldbeemdgras, groenbemesting, vanggewas
Westerwolds raaigras, groenbemesting, vanggewas

1 Onder agrarisch natuurmengsel wordt verstaan een mengsel van verschillende gewassen (door elkaar heen gezaaid) waarbij geen van de gewassen overwegend aanwezig is.

2 Onder drachtplanten wordt verstaan een mengsel van tenminste 3 drachtplanten van de soorten Karwij (Carum carvi), Koriander (Coriandrum sativum), Wilde Peen (Daucus carota), Duizendblad (Achiella millefolium), Goudsbloem (Calendula officinalis), Korenbloem (Centaurea cyanus), Cichorei (Cichorium), Zonnebloem (Helianthus Annus), Komkommerkruid (Borago officinalis), Slangenkruid (Echium Vulgare), Phacelia (Phacelia tanacetifolia), Gele Mosterd (Sinapis alba), Gewone Rolklaver (Lotus corniculatus), Luzerne (Medicago sativa), Witte honingklaver (melilotus albus), Esparcette (Onobrychis viccifolia), Rode klaver (Trifolium pratense), Voederwikke (Vicia sativa), Lijnzaad/vlas (Linum usitatissimum), Malva (Malva), Klaproos (Papaver), Boekweit (Fagopyrum esculentum), Juffertje in ’t groen (Nigella damascena), Smalle Weegbree (Plantago lanceolata) of Incarnaatklaver (Trifolium incarnatum).

Gewassenlijst

A. Punten, waardes en melddatum eco-activiteiten

1 Weiden categorie 2 omzetten in Weiden categorie 1: heeft u Weiden categorie 2 uiterlijk 15 mei 2024 aangemeld, dan is het tot uiterlijk 2 december 2024 toegestaan deze activiteit door de activiteit Weiden categorie 1 te vervangen.

1 Weiden categorie 2 omzetten in Weiden categorie 1: heeft u Weiden categorie 2 uiterlijk 15 mei 2024 aangemeld, dan is het tot uiterlijk 2 december 2024 toegestaan deze activiteit door de activiteit Weiden categorie 1 te vervangen.

B. Regio-indeling

2 Weiden categorie 2 omzetten in Weiden categorie 1: heeft u Weiden categorie 2 uiterlijk 15 mei aangevraagd, dan is het tot uiterlijk 15 oktober toegestaan deze activiteit door de activiteit Weiden categorie 1 te vervangen.

Regio 2: Bouwhoek, Hogeland en Oldambt, Noordelijk Weidegebied, Flevopolders, Westelijk Holland, Zuidwestelijke Delta en Rivierenland

C. Regionale verdeelsleutel punten

Bijlage 3. bij artikel 32, onderdeel a

C. Regionale verdeelsleutel punten

Bijlage 3. bij artikel 32, onderdeel a

Goede landbouw- en milieucondities als bedoeld in artikel 13 van verordening (EU) 2021/2115.

Bijlage 3. bij artikel 32, onderdeel a.

1. GLMC 1 – Instandhouding van blijvend grasland

§ 1. Klimaatverandering

De landbouwer beïnvloedt de waterstand op veengrond, als vastgesteld in bijlage 1 bij het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet, gelegen in niet afwaterende gebieden beneden 1 meter boven NAP dat onderhevig is aan een peilbesluit als bedoeld in artikel 2.41, eerste lid, van de Omgevingswet, niet.

1. GLMC 1 – Instandhouding van blijvend grasland

De landbouwer beïnvloedt de waterstand op veengrond, als vastgesteld in bijlage 1 bij het Uitvoeringsbesluit Meststoffenwet, gelegen in niet afwaterende gebieden beneden 1 meter boven NAP dat onderhevig is aan een peilbesluit als bedoeld in artikel 2.41, eerste lid, van de Omgevingswet, niet.

3. GLMC 3 – Verbod op het verbranden van stoppels

4. GLMC 4 – Aanleg van bufferstroken langs oppervlaktewaterlichamen

§ 2. Water

Het is verboden om gewasresten op bouwland na de oogst te verbranden, tenzij de landbouwer beschikt over een vergunning van het college van burgemeester en Wethouders die uitsluitend wordt afgegeven op basis van door de bevoegde autoriteit vastgestelde fytosanitaire redenen.

§ 3. Bodem

5. GLMC 5 – Bodembewerkingsbeheer

GLMC 5 is van toepassing op land- en tuinbouwgronden die geheel of gedeeltelijk zijn gelegen binnen het grondgebied van de provincie Limburg ten zuiden van de doorgaande weg tussen Sittard en Wehr, tot aan de grens tussen Nederland en Duitsland, en van de doorgaande weg tussen Sittard en Urmond, tot aan de grens tussen Nederland en België, met uitzondering van het winterbed van de Maas en het inundatiegebied van Geul en Gulp.

Tabel 1: Bepaling hellingspercentage

6. GLMC 6 – Minimale bodembedekking

7. GLMC 7 – Gewasrotatie op bouwland

§ 4. Biodiversiteit en landschap

8. GLMC 8 Behoud van landschapselementen en snoeiverbod

9. GLMC 9 – Verbod omzetten ecologisch kwetsbaar blijvend grasland en omzetverplichting en ploegvoorschriften

Bijlage 4a. bij artikel 32, onderdeel c

Sociale conditionaliteiten Sociale conditionaliteiten Sociale conditionaliteiten
Artikelen 3, 4, 5, 6, 8, 10 en 13 van Richtlijn (EU) 2019/1152 van het Europese Parlement en de Raad van 20 juni 2019 betreffende transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden in de Europese Unie (Pb EU 2019, L 186) Artikelen 3, 4, 5, 6, 8, 10 en 13 van Richtlijn (EU) 2019/1152 van het Europese Parlement en de Raad van 20 juni 2019 betreffende transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden in de Europese Unie (Pb EU 2019, L 186) Artikelen 3, 4, 5, 6, 8, 10 en 13 van Richtlijn (EU) 2019/1152 van het Europese Parlement en de Raad van 20 juni 2019 betreffende transparante en voorspelbare arbeidsvoorwaarden in de Europese Unie (Pb EU 2019, L 186)
12.1 Artikel 655, eerste lid, van Boek 7, Titel 10 van het Burgerlijk Wetboek Arbeidsvoorwaarden moeten schriftelijk worden verstrekt
12.2 Artikel 610, eerste lid, van Boek 7, Titel 10 van het Burgerlijk Wetboek Werkgelegenheid in de landbouw moet worden geregeld in een arbeidsovereenkomst
12.3 Artikel 655, derde lid, van Boek 7, Titel 10 van het Burgerlijk Wetboek De arbeidsovereenkomst moet binnen de eerste zeven dagen worden opgesteld
12.4 Artikel 655, derde lid, van Boek 7, Titel 10 van het Burgerlijk Wetboek Wijzigingen in de arbeidsrelatie moeten schriftelijk worden vastgelegd
12.5 Artikel 652 van Boek 7, Titel 10 van het Burgerlijk Wetboek Regels met betrekking tot proeftijd
12.6 Artikel 655, eerste lid, onderdeel i, van Boek 7, Titel 10 van het Burgerlijk Wetboek Voorwaarden met betrekking tot de minimale voorspelbaarheid van het werk
12.7 Artikel 611a, van Boek 7, Titel 10 van het Burgerlijk Wetboek Verplichte opleiding
Artikelen 5 tot en met 12 van Richtlijn 89/391/EEG van de Raad van 12 juni 1989 betreffende de tenuitvoerlegging van maatregelen ter bevordering van de verbetering van de veiligheid en de gezondheid van de werknemers op het werk (Pb EG 1989, L 183) Artikelen 5 tot en met 12 van Richtlijn 89/391/EEG van de Raad van 12 juni 1989 betreffende de tenuitvoerlegging van maatregelen ter bevordering van de verbetering van de veiligheid en de gezondheid van de werknemers op het werk (Pb EG 1989, L 183) Artikelen 5 tot en met 12 van Richtlijn 89/391/EEG van de Raad van 12 juni 1989 betreffende de tenuitvoerlegging van maatregelen ter bevordering van de verbetering van de veiligheid en de gezondheid van de werknemers op het werk (Pb EG 1989, L 183)
12.8 Artikel 3 van de Arbeidsomstandighedenwet Zorgplicht Verplichting werkgever voor veiligheid en gezondheid van werknemers
12.9 Artikelen 14 en 14a van de Arbeidsomstandighedenwet Deskundige bijstand door externen Voor specifieke taken op gebied van bescherming en preventie wordt beroep op externe deskundigen gedaan
12.10 Artikel 5, derde en vierde lid, van de Arbeidsomstandighedenwet Risico-inventarisatie en -evaluatie Werkgever stelt risico-inventarisatie en -evaluatie op waarin maatregelen staan in verband met de bedoelde risico’s en houdt dit actueel
12.11 Artikelen 3, 5 en 8 van de Arbeidsomstandighedenwet, artikelen 3.16, vijfde lid, 4.4, vierde lid, 4.18, tweede lid, 4.87a, derde lid, onderdeel c, 7.23, eerste lid, onderdeel a, zevende, achtste en elfde lid, 7.23b, zevende lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit Principes voor goed arbobeleid De werkgever neemt algemene preventieprincipes in acht en geeft werknemers passende instructies
12.12 Artikelen 3, 5, 12 en 13 van de Arbeidsomstandighedenwet, 1.36, 3.5, 3.5e, 3.5f, 3.5g en 141 tot en met 142a, van het Arbeidsomstandighedenbesluit Risico-inventarisatie en -evaluatie bij gevaarlijke omstandigheden De werkgever neemt specifieke preventieprincipes in acht en geeft werknemers passende instructies
12.13 Artikel 19 van de Arbeidsomstandighedenwet Samenwerking Werknemers van verschillende werkgevers worden bij samenwerking goed geïnstrueerd over samenwerking en voorzieningen
12.14 Artikel 13, eerste, tweede, vierde lid van de Arbeidsomstandighedenwet Bijstand deskundigen Werkgever wijst werknemers of anderen aan als deskundigen op het gebied van preventie en veiligheid
12.15 Artikel 13, vijfde lid, van de Arbeidsomstandighedenwet Geen benadeling aangewezen deskundige werknemers De aangewezen werknemers mogen niet worden benadeeld in het bedrijf
12.16 Artikel 15, eerste en tweede lid, van de Arbeidsomstandighedenwet Bedrijfshulpverlening De werkgever treft maatregelen op het gebied van de eerste hulp, de brandbestrijding en de evacuatie van werknemers
12.17 Artikel 15, derde lid, van de Arbeidsomstandighedenwet Taakvervulling bedrijfshulpverlening De werkgever stelt al het benodigde beschikbaar voor goede taakvervulling bedrijfshulpverleners
12.18 Artikelen 3, eerste lid, onderdelen b en e, van de Arbeidsomstandighedenwet Beschermende maatregelen bij gevaar Gevaren en risico’s zoveel mogelijk voorkomen en beperken, en maatregelen nemen voor collectieve bescherming, zoals EHBO, brandbestrijding en evacuatie
12.19 Artikel 29, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet Werkonderbreking bij ernstig gevaar Geen nadelige gevolgen voor werknemer bij werkonderbreking bij ernstig gevaar
12.20 Artikel 3, eerste lid, onderdeel f en artikel 29, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet Passende maatregelen Zorgplicht werkgever dat werknemer passende maatregelen kan nemen voor eigen/andermans veiligheid ter voorkoming van gevaar
12.21 Artikel 9, tweede lid, van de Arbeidsomstandighedenwet Bijhouden arbeidsongevallen Werkgever houdt lijst bij van arbeidsongevallen
12.22 Artikel 9, eerste lid, van de Arbeidsomstandighedenwet Rapport arbeidsongevallen Werkgever meldt ernstige arbeidsongevallen
12.23 Artikel 14, twaalfde lid, van de Arbeidsomstandighedenwet risico-inventarisatie en -evaluatie kleine bedrijven vereenvoudigd model voor bedrijven < 40 werknemers
12.24 Artikel 8 van de Arbeidsomstandighedenwet Voorlichting en opleiding werknemers Inlichten over werk, risico’s en maatregelen en benodigde scholing geven
12.25 Artikel 5, vijfde lid, van de Arbeidsomstandighedenwet Voorlichting externe werknemers Inlichten over werk, risico’s en maatregelen aan ter beschikking gestelde werknemers
12.26 Artikel 12, eerste en tweede lid, van de Arbeidsomstandighedenwet Medezeggenschap arbeidsomstandigheden Werkgever voert overleg over arbobeleid met medezeggenschapsorganen
12.27 Artikelen 13, eerste lid, en 15a van de Arbeidsomstandighedenwet Bijstand en informatieplicht deskundige werknemers Werkgever laat zich bijstaan door deskundige werknemers en informeert hun op het gebied van preventie en bescherming
12.28 Artikel 12, vierde lid, van de Arbeidsomstandighedenwet Contact toezichthouder Leden van medezeggenschap mogen contact met toezichthouders hebben
Artikelen 3 tot en met 9 van Richtlijn 2009/104/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 betreffende minimumvoorschriften inzake veiligheid en gezondheid bij het gebruik door werknemers van arbeidsmiddelen op de arbeidsplaats (Pb EU 2009, L260) Artikelen 3 tot en met 9 van Richtlijn 2009/104/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 betreffende minimumvoorschriften inzake veiligheid en gezondheid bij het gebruik door werknemers van arbeidsmiddelen op de arbeidsplaats (Pb EU 2009, L260) Artikelen 3 tot en met 9 van Richtlijn 2009/104/EG van het Europees Parlement en de Raad van 16 september 2009 betreffende minimumvoorschriften inzake veiligheid en gezondheid bij het gebruik door werknemers van arbeidsmiddelen op de arbeidsplaats (Pb EU 2009, L260)
12.29 Artikel 7.2 van het Arbeidsomstandighedenbesluit Toegelaten arbeidsmiddelen Werkgever moet arbeidsmiddelen met een CE-markering beschikbaar stellen
12.30 Artikel 7.5 van het Arbeidsomstandighedenbesluit Onderhoud arbeidsmiddelen Alle maatregelen worden genomen om de arbeidsmiddelen bruikbaar te houden
12.31 Artikelen 7.3, 7.4 en 3.17 van het Arbeidsomstandighedenbesluit Geschiktheid en deugdelijkheid arbeidsmiddelen en -ruimte Werkgever stelt geschikte en deugdelijke arbeidsmiddelen en veilige arbeidsruimte ter beschikking
12.32 Artikel 7.4a van het Arbeidsomstandighedenbesluit Keuring arbeidsmiddelen Werkgever zorgt dat arbeidsmiddelen die met veiligheid te maken hebben tijdig worden gekeurd en hersteld
12.33 Artikel 7.11a, eerste lid, van het Arbeidsomstandighedenbesluit Voorlichting Werkgever zorgt voor begrijpelijke gebruiksaanwijzingen

§ 4. Biodiversiteit en landschap

De ‘Opgave Actieve landbouwer’ van is door ons samengesteld op basis van de informatie die we van u hebben gekregen. Uw bedrijf is met de volgende gegevens geregistreerd bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl):

Aan:

De ‘Opgave Actieve landbouwer’ van is door ons samengesteld op basis van de informatie die we van u hebben gekregen. Uw bedrijf is met de volgende gegevens geregistreerd bij de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO.nl):

Relatienummer:

KvK-nummer:

Naam:

Adres:

Werkwijze samenstellingsopdracht

Postcode en woonplaats:

Deze samenstellingsopdracht is door ons uitgevoerd volgens Nederlands recht, waaronder de voor accountants geldende Standaard 4410 ‘Samenstellingsopdrachten’.

Op grond van deze standaard wordt van ons verwacht dat wij u ondersteunen bij het opstellen en presenteren van de ‘Opgave Actieve landbouwer’ in overeenstemming met de Uitvoeringsregeling GLB 2023. Wij hebben daarbij onze deskundigheid op het gebied van administratieve verwerking en financiële verslaggeving toegepast.

Werkwijze samenstellingsopdracht

Bij een samenstellingsopdracht bent u ervoor verantwoordelijk dat de informatie klopt en dat u ons alle relevante informatie aanlevert. Wij hebben onze werkzaamheden, in overeenstemming met de daarvoor geldende regelgeving, dan ook uitgevoerd vanuit de veronderstelling dat u aan deze verantwoordelijkheid heeft voldaan. Als slotstuk van onze werkzaamheden zijn wij door het lezen van de ‘Opgave Actieve landbouwer’ globaal nagegaan dat het beeld van de opgave overeenkomt met onze kennis van

De ‘Opgave Actieve landbouwer’ is gebaseerd op de door u ingediende aangifte of op het gemiddelde bedrag aan inkomsten over de drie meest recente belastingjaren. Dit jaar is het meest recente beschikbare belastingjaar. Volgens de door ons samengestelde ‘Opgave Actieve landbouwer’:

Opgave actieve landbouwer

Bij het uitvoeren van deze opdracht hebben wij ons gehouden aan de voor ons geldende relevante ethische voorschriften in de Verordening Gedrags- en Beroepsregels Accountants (VGBA). U en andere gebruikers van deze ‘Opgave Actieve landbouwer’ mogen er dan ook vanuit gaan dat wij de opdracht professioneel, vakbekwaam en zorgvuldig, integer en objectief hebben uitgevoerd en dat wij vertrouwelijk omgaan met de door u verstrekte gegevens.

De ‘Opgave Actieve landbouwer’ is opgesteld voor RVO.nl met als doel in staat te stellen te voldoen aan voorwaarden uit de Uitvoeringsregeling GLB 2023. Hierdoor is ‘Opgave Actieve landbouwer’ mogelijk niet geschikt voor andere doeleinden. Onze samenstellingsverklaring is daarom uitsluitend bestemd voor en voor RVO.nl voor de bepaling van het toekennen van directe betalingen vanuit het GLB aan en mag niet worden verspreid aan of worden gebruikt door anderen.

Plaats:

Datum:

Accountant-Administratieconsulent:

Adres:

KvK-nummer accountantskantoor:

Bijlage 7. bij artikel 38a

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 22a. Voorschriften certificeringsschema
1.

Het certificeringsschema bevat voorschriften voor het weiden, waaronder:

  • 1°. ten minste 1.500 uur per jaar (weiden categorie 1) of 2.500 uur per jaar (weiden categorie 2) weiden;
  • 2°. voorwaarden voor het bepalen van het aantal uren weiden, indien er sprake is van vrije uitloop;
  • 3°. het bijhouden van een register waarin tenminste de weidedagen en de tijdstippen van beweiding, zoals starttijd en eindtijd, zijn vastgelegd;
  • 4°. het bewaren van het register gedurende 5 jaar na afloop van het kalenderjaar waarop het register betrekking heeft in de administratie van de landbouwer; en
  • 5°. eisen aan de maximale hoeveelheid lacterend melkvee per hectare huiskavel om natuurlijk graasgedrag te borgen.
2.

Het certificeringsschema geeft de mogelijkheid dat schaduwcontroles door de Minister, de Auditdienst Rijk of de Europese Commissie kunnen worden uitgevoerd.

3.

De Minister kan op advies van de schema-eigenaar in een jaar met uitzonderlijke veterinaire of weersomstandigheden die de mogelijkheden voor weiden beperken bij besluit het vereiste aantal uren voor weiden categorie 1 of weiden categorie 2 voor dat jaar verlagen.

Artikel 22b. Erkenning certificeringsschema
1.

De Minister verleent op aanvraag een erkenning aan een certificeringsschema ten behoeve van de certificering van de eco-activiteit weiden, bedoeld in artikel 22, indien wordt voldaan aan de volgende eisen:

  • a. het certificeringsschema bevat de voorschriften, bedoeld in artikel 22a;
  • b. het certificeringsschema is eigendom van een schema-eigenaar;
  • c. het certificeringsschema heeft een voldoende mate van borging, handhaafbaarheid, uitvoerbaarheid en fraudebestendigheid;
  • d. er is afdoende toezicht door de schema-eigenaar op de naleving van het certificeringsschema;
  • e. de schema-eigenaar heeft een schriftelijke overeenkomst met een certificerende instantie die voor inspecties is geaccrediteerd door de Raad in het kader van norm NEN-EN/ISO 17020 met de scope op het uitvoeren van inspecties op weiden; en
  • f. de schema-eigenaar beschikt over een audit- of inspectieregime waarmee invulling wordt gegeven aan de onderdelen c en d.
2.

Een aanvraag voor erkenning kan tot 15 juni van het voorliggende kalenderjaar waarop het certificeringsschema van toepassing is worden ingediend, waarbij ten minste de volgende gegevens worden verstrekt:

  • a. de naam, het adres en de vestigingsplaats van de schema-eigenaar;
  • b. het certificeringsschema;
  • c. een beschrijving en bewijsstukken waaruit blijkt dat aan de voorschriften van het eerste lid wordt voldaan.
3.

Wijzigingen van de gegevens, bedoeld in het tweede lid worden binnen 30 dagen aan de Minister gemeld.

4.

Een erkenning wordt verleend voor een kalenderjaar en is niet overdraagbaar.

5.

De erkenning kan met een jaar worden verlengd na schriftelijk verzoek van de schemaeigenaar voor 15 juni voorafgaand aan het kalenderjaar waarop het certificeringsschema van toepassing is.

6.

De Minister trekt een erkenning in:

  • a. op verzoek van de schema-eigenaar;
  • b. indien bij de aanvraag onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en kennis van de juiste en volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben geleid;
  • c. indien niet meer wordt voldaan aan een of meer eisen als bedoeld in het eerste lid; of
  • d. indien wijzigingen als bedoeld in het derde lid niet of niet tijdig worden gemeld.
Artikel 22c. Verplichtingen certificerende instantie
1.

De certificerende instantie controleert of de landbouwer voldoet aan

het erkende certificeringsschema, bedoeld in artikel 22b voor de eco-activiteit weiden.

2.

De certificerende instantie heeft een schriftelijke deelname overeenkomst met de landbouwer.

3.

De certificerende instantie verstrekt jaarlijks, uiterlijk 15 oktober aan de Minister een verklaring waarin wordt aangegeven welke landbouwers deelnemen en voldoen aan het erkende certificeringsschema voor de eco-activiteit weiden.

4.

Indien tijdens de controles blijkt dat de landbouwer niet voldoet aan het erkende certificeringsschema stelt de certificerende instantie de desbetreffende landbouwer en de Minister hiervan in kennis.

5.

In geval van intrekking als bedoeld in artikel 22b, zesde lid, geeft de certificerende instantie de in het derde lid bedoelde verklaringen niet meer af.

6.

De certificerende instantie houdt een administratie bij waaruit de relevante informatie blijkt over de aanmeldingen voor het certificeringsschema, uitgevoerde controles, toewijzing en afwijzing van deelname aan het certificeringsschema en afgegeven verklaringen en bewaart deze ten minste 5 jaar na afloop van het kalenderjaar waarop de deelname aan het certificeringsschema van toepassing is.

7.

De certificerende instantie gaat akkoord met schaduwcontroles door de Minister, de Auditdienst Rijk of de Europese Commissie.

Paragraaf 6. Regeling voor zeldzame landbouwhuisdierrassen

Hoofdstuk 3. Bepalingen inzake de conditionaliteiten en het bedrijfsadviseringssyteem

Paragraaf 1. Conditionaliteiten

Paragraaf 2. Bedrijfsadviseringssysteem

Hoofdstuk 4. Procedurele bepalingen en administratieve sancties

Hoofdstuk 5. Overgangs- en slotbepalingen

Bijlage 1. bij de artikelen 4, 18, 19, 20, 23, onderdeel c en 32, onderdeel b

Gewassenlijst

¹ Onder agrarisch natuurmengsel wordt verstaan een mengsel van verschillende gewassen (door elkaar heen gezaaid) waarbij geen van de gewassen overwegend aanwezig is.

¹ Onder agrarisch natuurmengsel wordt verstaan een mengsel van verschillende gewassen (door elkaar heen gezaaid) waarbij geen van de gewassen overwegend aanwezig is.

Bijlage 2. bij de artikelen 10, 23, 25, 26 en 27

A. Punten, waardes en melddatum eco-activiteiten

1 Uiterste datum aanvraag is 15 mei

C. Regionale verdeelsleutel punten

Regio 1: Veenkoloniën, Oostelijke Beekdalen en Ontginningen, Zuidelijke Beekdalen en Ontginningen

Bijlage 3. bij artikel 32, onderdeel a.

2023:

Goede landbouw- en milieucondities als bedoeld in artikel 13 van verordening (EU) 2021/2115.

Bijlage 3. bij artikel 32, onderdeel a.

Bijlage 4. bij artikel 32, onderdeel b

Bijlage 4. bij artikel 32, onderdeel b

2. GLMC 2 – Bescherming van veengebieden

Het is verboden om gewasresten op bouwland na de oogst te verbranden, tenzij de landbouwer beschikt over een vergunning van het college van burgemeester en Wethouders die uitsluitend wordt afgegeven op basis van door de bevoegde autoriteit vastgestelde fytosanitaire redenen.

5. GLMC 5 – Bodembewerkingsbeheer

6. GLMC 6 – Minimale bodembedekking

GLMC 5 is van toepassing op land- en tuinbouwgronden die geheel of gedeeltelijk zijn gelegen binnen het grondgebied van de provincie Limburg ten zuiden van de doorgaande weg tussen Sittard en Wehr, tot aan de grens tussen Nederland en Duitsland, en van de doorgaande weg tussen Sittard en Urmond, tot aan de grens tussen Nederland en België, met uitzondering van het winterbed van de Maas en het inundatiegebied van Geul en Gulp.

GLMC 5 is van toepassing op land- en tuinbouwgronden die geheel of gedeeltelijk zijn gelegen binnen het grondgebied van de provincie Limburg ten zuiden van de doorgaande weg tussen Sittard en Wehr, tot aan de grens tussen Nederland en Duitsland, en van de doorgaande weg tussen Sittard en Urmond, tot aan de grens tussen Nederland en België, met uitzondering van het winterbed van de Maas en het inundatiegebied van Geul en Gulp.

9. GLMC 9 – Verbod omzetten ecologisch kwetsbaar blijvend grasland en omzetverplichting en ploegvoorschriften

Samenstellingsverklaring van de accountant

Bijlage 5. bij artikel 5, vierde lid

Samenstellingsverklaring van de accountant

Postcode en woonplaats:

Opgave actieve landbouwer

Bij een samenstellingsopdracht bent u ervoor verantwoordelijk dat de informatie klopt en dat u ons alle relevante informatie aanlevert. Wij hebben onze werkzaamheden, in overeenstemming met de daarvoor geldende regelgeving, dan ook uitgevoerd vanuit de veronderstelling dat u aan deze verantwoordelijkheid heeft voldaan. Als slotstuk van onze werkzaamheden zijn wij door het lezen van de ‘Opgave Actieve landbouwer’ globaal nagegaan dat het beeld van de opgave overeenkomt met onze kennis van

Beperking in gebruik en verspreidingskring

Handtekening accountant

Handtekening accountant

In artikel 15, vierde lid, onderdeel g, van Verordening (EU) 2021/2115 is de eis gesteld dat uiterlijk vanaf 2024 de bedrijfsadviesdiensten voor de landbouw zijn afgestemd op de verschillende productiewijzen en landbouwbedrijven en dat deze door middel van een digitale toepassing ten minste het volgende bestrijken: een duurzaam nutriëntenbeheer, met inbegrip van het gebruik van een bedrijfsduurzaamheidsinstrument voor nutriënten (hierna: nutriëntentool).

Bijlage 7. bij artikel 38a

Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.

Artikel 38a. Aanwijzing aanbieder of eigenaar van een nutriëntentool
1.

De minister wijst op aanvraag één of meer aanbieders of eigenaren van een nutriëntentool aan, die voldoet aan de eisen van artikel 15, vierde lid, onderdeel g, van Verordening (EU) 2021/2115. Deze eisen zijn weergegeven in bijlage 7, onderdeel A.

2.

Naast de algemene eisen, bedoeld in het eerste lid, moet de nutriëntentool de onderdelen bevatten die zijn weergegeven in bijlage 7, onderdeel A.

3.

De eigenaar of aanbieder van een nutriëntentool moet voldoen aan de verplichtingen gesteld in bijlage 7, onderdeel B.

4.

Een aanvraag om aanwijzing als aanbieder of eigenaar van een nutriëntentool kan worden ingediend tot 15 oktober van het lopende kalenderjaar, waarbij ten minste de volgende gegevens worden verstrekt:

  • a. de naam, het adres en de vestigingsplaats van de nutriëntentool-eigenaar of -aanbieder;
  • b. bewijsstukken waaruit blijkt dat aan de voorschriften van het eerste, tweede en derde lid wordt voldaan.
5.

Wijzigingen van de gegevens, bedoeld in het vierde lid, worden binnen 30 dagen aan de minister gemeld.

6.

Een eerste aanwijzing is mogelijk vanaf 1 januari 2024 en geldt voor twee jaar.

7.

Een aanwijzing is niet overdraagbaar.

8.

De aanwijzing kan met een jaar worden verlengd na schriftelijk verzoek van de nutriëntentool-eigenaar of -aanbieder voor 15 oktober van het kalenderjaar voorafgaand aan het kalenderjaar waarop de verlenging van toepassing is.

9.

De minister trekt een aanwijzing in:

  • a. op verzoek van de nutriëntentool-eigenaar of -aanbieder;
  • b. indien bij de aanvraag tot aanwijzing onjuiste of onvolledige gegevens zijn verstrekt en kennis van de juiste en volledige gegevens tot een ander besluit zou hebben geleid;
  • c. indien niet meer wordt voldaan aan een of meer eisen als bedoeld in het eerste, tweede of derde lid; of
  • d. indien wijzigingen als bedoeld in het vijfde lid niet of niet tijdig worden gemeld.

Hoofdstuk 4. Procedurele bepalingen en administratieve sancties

Hoofdstuk 5. Overgangs- en slotbepalingen

Bijlage 2. bij de artikelen 10, 23, 25, 26 en 27

B. Regio-indeling

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)