Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat van 29 juni 2023, nr. WJZ/ 27870366, houdende regels ter uitvoering van de Tijdelijke wet Groningen en het Besluit Tijdelijke wet Groningen (Regeling Tijdelijke wet Groningen)
Gelet op de artikelen 2, twaalfde lid, 13i, derde lid, 13ia, eerste en derde lid, 13h, 13ib, derde lid, 13ja, 13j, 13m, eerste lid, 22b, vierde en zesde lid, van de wet en artikelen 1, 10b, vierde lid, 10f, vierde lid, en 10g, derde, vierde, vijfde en zesde lid, van het Besluit Tijdelijke wet Groningen;
Besluit:
§ 1. Algemene bepalingen
Artikel 1.1
In deze regeling wordt verstaan onder:
- adres: adres als bedoeld in artikel 1, onderdeel a van de Wet basisregistratie adressen en gebouwen;
- appartementsrecht: appartementsrecht als bedoeld in artikel 106, vierde lid, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek;
- benadeelde: natuurlijk persoon die geen onderneming drijft of micro-onderneming als bedoeld in artikel 2, derde lid, van bijlage I van Verordening (EU) nr. 651/2014 van de Commissie van 17 juni 2014 waarbij bepaalde categorieën steun op grond van de artikelen 107 en 108 van het Verdrag met de interne markt verenigbaar worden verklaard (PbEU 2014, L 187), die zich in een bijzondere situatie bevindt of een natuurlijk persoon of rechtspersoon die zich in een vastgelopen situatie bevindt;
- beoordeling: beoordeling of een gebouw voldoet aan de veiligheidsnorm, bedoeld in artikel 13i, eerste lid, of artikel 13ia, eerste lid, van de wet;
- Besluit: Besluit Tijdelijke wet Groningen;
- bijzondere situatie: situatie als bedoeld in artikel 1a.1, tweede lid;
- constructief verbonden gebouwen: gebouwen die met elkaar verbonden zijn door een gemeenschappelijke tussen- of scheidingsmuur of een gezamenlijke dakconstructie dan wel anderszins op zodanige wijze verbonden zijn dat het slopen van een bouwkundige constructie redelijkerwijs een aangrenzende bouwkundige constructie kan doen instorten;
- gebouw met een licht verhoogd risico: gebouw met een licht verhoogd risico als bedoeld in artikel 10b, eerste lid, onderdeel b, van het Besluit;
- gebouw met een normaal risico: gebouw met een normaal risico als bedoeld in artikel 10b, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit;
- gebouw met een verhoogd risico: gebouw met een verhoogd risico als bedoeld in artikel 10b, eerste lid, onderdeel c, van het Besluit;
- Minister: Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties;
- openbare registers: openbare registers als bedoeld in artikel 16 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek;
- openingsratio: verhouding tussen het totale oppervlak van deuren en ramen in een gevel ten opzichte van het totale geveloppervlak;
- oplossen: bieden van financiële en andersoortige bijstand;
- piekgrondversnelling: hoogste waarde op maaiveldniveau van de grondversnelling tijdens een aardbevingamplitude van de grootste absolute versnelling geregistreerd op een locatie tijdens een aardbeving;
- projectmatige aanpak: de beoordeling, de voorbereiding of de uitvoering van de versterking voor een verzameling gebouwen van dezelfde eigenaar op basis van een overkoepelend plan;
- toegelaten instelling: toegelaten instelling als bedoeld in artikel 19 van de Woningwet;
- vastgelopen situatie: situatie als bedoeld in artikel 1a.1, derde lid;
- vereniging van eigenaars: vereniging van eigenaars als bedoeld in artikel 124, eerste lid, van Boek 5 van het Burgerlijk Wetboek.
§ 1a. Knelpuntentaak
Artikel 2.1
Het risicoprofiel van een gebouw met een normaal of licht verhoogd risico wordt bijgesteld naar een licht verhoogd respectievelijk verhoogd risico indien dat het risicoprofiel is van een gebouw:
- a. met dezelfde bouwkundige kenmerken dat gelegen is in:
- 1°. een straal van 100 meter rond dat gebouw; of
- 2°. een gebied binnen dezelfde PGA-contour als het gebied waarin dat gebouw gelegen is;
- b. dat constructief verbonden is met dat gebouw; of
- c. met een licht verhoogd of verhoogd risico dat op basis van zijn plattegrond, opbouw, bouwjaar en openingsratio vergelijkbaar is met dat gebouw.
Ook wordt het risicoprofiel van een gebouw met een normaal of licht verhoogd risico bijgesteld naar een licht verhoogd respectievelijk verhoogd risico indien:
- a. het een meerlaagsgebouw met een hoofddraagconstructie van metselwerk betreft dat gelegen is in een gebied met een piekgrondversnelling van 0.15g of hoger; of
- b. het Instituut het gebouw heeft aangemerkt als acuut onveilig ook indien de acute onveiligheid is weggenomen door tijdelijke maatregelen.
Ook kan het risicoprofiel van een gebouw met een normaal of licht verhoogd risicoprofiel worden bijgesteld naar een licht verhoogd respectievelijk verhoogd risico indien het Instituut dat gebouw hiertoe aandraagt bij de Minister vanwege de mogelijke aantasting van de constructieve veiligheid van dat gebouw als gevolg van schade.
§ 3. Vergoeding beoordeling in eigen beheer
Artikel 3.1
De Minister kan een vergoeding als bedoeld in artikel 13ia, derde lid, van de wet verstrekken, indien de eigenaar en de opdrachtnemer de in bijlage 1 opgenomen modelbepalingen beoordelingsfase hebben overgenomen in hun overeenkomst.
De Minister betaalt de vergoeding aan de opdrachtnemer die de kosten in rekening brengt bij de eigenaar op basis van door de eigenaar aan de Minister overgelegde facturen of andere bewijsstukken of aan de eigenaar voor die kosten die de eigenaar al heeft voldaan aan de opdrachtnemer.
De Minister betaalt de opdrachtnemer of de eigenaar binnen 30 dagen na ontvangst van de facturen of andere bewijsstukken.
Artikel 3.2
De opdrachtnemer, bedoeld in artikel 3.1, heeft blijkens een opgave van referentieprojecten aantoonbare ervaring met het uitvoeren van seismische en constructieve berekeningen van gebouwen overeenkomstig de krachtens artikel 13h van de wet gestelde regels over de beoordeling van gebouwen en beschikt over een ISO 9001:2015 of daarmee vergelijkbaar certificaat.
Artikel 3.3
De vergoeding wordt vastgesteld op basis van:
- a. de in bijlage 2 opgenomen standaardbedragen; of
- b. de door de eigenaar overgelegde offertes van derden of andere bewijsstukken, indien het activiteiten betreft waarvoor geen standaardbedragen in bijlage 2 zijn opgenomen, voor zover die offertes of bewijsstukken zijn gebaseerd op bedrijfseconomische grondslagen en normen die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd.
De vergoeding omvat mede een aanspraak ter hoogte van € 890,50, berekend op basis van 6,5 arbeidsuren tegen een uurtarief van € 137 voor het inschakelen van een bouwkundig, bodemkundig, ecologisch, hydrologisch of financieel adviseur.
In gevallen waarin door de bijzondere omstandigheden van het geval de vergoeding te laag is en dit leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard kan de Minister deze verhogen.
Indien de eigenaar een projectmatige aanpak toepast, kunnen de standaardbedragen en de offertes of bewijsstukken betrekking hebben op meerdere gebouwen binnen het project.
Op het tweede lid zijn de artikelen 8a.1, 8a.2, 8a.4 en 8a.5 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat waar in de genoemde artikelen wordt gesproken over ‘het Instituut of de Minister’ dit gelezen moet worden als ‘de Minister’, dat in artikel 8a.4, eerste lid, voor ‘artikel 8a.3, eerste lid’ gelezen moet worden ‘artikel 3.3, tweede lid’ en dat in artikel 8a.5, eerste lid, voor ‘artikel 8a.3’ gelezen moet worden ‘artikel 3.3, tweede lid’.
Artikel 3.4
De Minister kan de vergoeding geheel of gedeeltelijk terugvorderen indien blijkt dat de vergoeding is verleend op grond van door de eigenaar verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren.
Indien de vergoeding niet is besteed aan de doeleinden waarvoor deze is verstrekt, kan de Minister het niet of onrechtmatig bestede deel terugvorderen.
§ 3. Vergoeding beoordeling in eigen beheer
Artikel 4.1
De Minister kan een vergoeding als bedoeld in artikel 13ib, derde lid, van de wet verstrekken indien de eigenaar en de opdrachtnemer de in bijlage 1 opgenomen modelbepalingen ontwerpfase hebben overgenomen in hun overeenkomst.
Indien de eigenaar een toegelaten instelling is, is hij vrijgesteld van het gebruik van de modelbepalingen ontwerpfase.
De Minister betaalt de vergoeding aan de opdrachtnemer die de kosten in rekening brengt bij de eigenaar op basis van door de eigenaar overgelegde facturen of andere bewijsstukken of aan de eigenaar voor die kosten die de eigenaar al heeft voldaan aan de opdrachtnemer. Indien de eigenaar een toegelaten instelling is, kan betaling aan de eigenaar plaatsvinden voor kosten die de eigenaar nog zal voldoen aan de opdrachtnemer op grond van door de Minister in het besluit tot vergoeding aan te wijzen bewijsstukken die door de eigenaar zijn overgelegd.
De Minister betaalt de opdrachtnemer of de eigenaar binnen 30 dagen na ontvangst van de facturen of andere bewijsstukken.
Artikel 4.2
De vergoeding omvat, voor zover de eigenaar de te vergoeden activiteiten in eigen beheer uitvoert:
- a. de kosten voor:
- 1°. het laten maken van een definitief ontwerp;
- 2°. het laten maken van een technisch ontwerp;
- 3°. het natuurvrij laten maken van een gebouw;
- b. de vereiste leges en heffingen voor de versterking of de sloop en nieuwbouw;
- c. andere kosten waarvan de Minister op verzoek van de eigenaar voorafgaand aan het maken van die kosten heeft geoordeeld dat deze noodzakelijk zijn voor de voorbereiding van de versterkingsmaatregelen.
Artikel 4.3
De vergoeding wordt vastgesteld op basis van door de eigenaar overgelegde offertes van derden of andere bewijsstukken, voor zover die offertes of bewijsstukken zijn gebaseerd op bedrijfseconomische grondslagen en normen die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd.
De vergoeding bedraagt ten hoogste 16,5% van de op basis van de beoordeling geraamde kosten voor de versterking van een gebouw, of van meerdere gebouwen binnen een project indien de eigenaar een projectmatige aanpak toepast.
In gevallen waarin door bijzondere omstandigheden de vergoeding te laag is en dit leidt tot onbillijkheden van overwegende aard kan de Minister de vergoeding verhogen.
Artikel 4.4
De Minister kan de vergoeding geheel of gedeeltelijk terugvorderen indien blijkt dat de vergoeding is verleend op grond van door de eigenaar verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren.
Indien de vergoeding niet is besteed aan de activiteiten waarvoor deze is verstrekt, kan de Minister het niet of onrechtmatig bestede deel terugvorderen.
§ 4. Vergoeding ontwerp versterkingsmaatregelen in eigen beheer
Artikel 5.1
De Minister kan een budget als bedoeld in artikel 10g, eerste lid, onderdeel b, van het Besluit, verstrekken indien de eigenaar en de opdrachtnemer de in bijlage 1 opgenomen modelbepalingen uitvoeringsfase hebben overgenomen in hun overeenkomst.
Indien de eigenaar een toegelaten instelling is, is hij vrijgesteld van het gebruik van de modelbepalingen uitvoeringsfase.
De Minister betaalt uit het budget de kosten voor de uitvoering van de versterkingsmaatregelen aan de opdrachtnemer die de kosten in rekening brengt bij de eigenaar op basis van door de eigenaar overgelegde facturen van derden of andere bewijsstukken of aan de eigenaar voor die kosten die de eigenaar al heeft voldaan aan de opdrachtnemer. Indien de eigenaar een toegelaten instelling is, kan betaling aan de eigenaar plaatsvinden voor kosten die de eigenaar nog zal voldoen aan de opdrachtnemer op grond van door de Minister in het versterkingsbesluit aan te wijzen bewijsstukken die door de eigenaar zijn overgelegd.
De Minister betaalt de opdrachtnemer of de eigenaar binnen 30 dagen na ontvangst van de facturen of andere bewijsstukken.
Artikel 5.2
Het budget bedraagt per gebouw dat is opgenomen in het versterkingsbesluit ten hoogste het bedrag dat wordt berekend op grond van de formule:
(1,5 x h) + v – n, waarbij h, v en n achtereenvolgens staan voor:
h: de herbouwwaarde;
v: de kosten voor onder meer voorzieningen en installaties die ten gevolge van de uitvoering van de versterkingsmaatregelen moeten worden vervangen of aangepast; en
n: de kosten voor de uitvoering van maatregelen die niet in eigen beheer plaatsvinden, of in geval van sloop en nieuwbouw het deel van de sloop en nieuwbouw waarop de vergoeding betrekking heeft dat niet in eigen beheer wordt uitgevoerd.
Indien het gebouw een beschermd monument is of tot een beschermd stads- of dorpsgezicht behoort, wordt onder v in de formule ook verstaan de kosten die ten gevolge van de uitvoering van de versterkingsmaatregelen noodzakelijk zijn voor het behoud van de monumentale waarden van beschermd monument of voor het behoud van het stads- of dorpsgezicht.
Voor voorzieningen en installaties als bedoeld in het eerste lid en voor maatregelen die als standaardmaatregelen zijn opgenomen in de Groninger Maatregelencatalogus, die als webtool beschikbaar is gesteld op www.maatregelencatalogus.nl wordt het budget vastgesteld op basis van de bij die voorzieningen, installaties of standaardmaatregelen behorende kostenramingen, voor zover die kostenramingen op de datum van het nemen van het versterkingsbesluit in de catalogus zijn opgenomen.
Indien in bijzondere omstandigheden de kostenraming bij een voorziening, installatie of standaardmaatregel naar het oordeel van de Minister aantoonbaar en substantieel afwijkt van het bedrag dat in die omstandigheden werkelijk nodig is voor de uitvoering van die maatregel, wordt de vergoeding vastgesteld op het bedrag dat werkelijk nodig is voor de uitvoering van die maatregel.
Voor voorzieningen, installaties en maatregelen die niet als standaardmaatregelen zijn opgenomen in de Groningen Maatregelencatalogus, wordt het budget vastgesteld overeenkomstig de bedragen in door de eigenaar overgelegde offertes van derden of andere bewijsstukken, voor zover die offertes of bewijsstukken zijn gebaseerd op bedrijfseconomische grondslagen en normen die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd.
Artikel 5.3
Het budget wordt vastgesteld op basis van door de eigenaar overgelegde offertes van derden of andere bewijsstukken, voor zover die offertes en bewijsstukken zijn gebaseerd op bedrijfseconomische grondslagen en normen die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd.
Indien het budget op een hoger bedrag is vastgesteld dan de door de Minister op basis van artikel 5.1, derde lid, betaalde kosten, vervalt de aanspraak van de eigenaar op het resterende bedrag van het budget.
Indien de eigenaar een projectmatige aanpak toepast kunnen de op grond van het eerste lid overgelegde facturen of andere bewijsstukken betrekking hebben op meerdere gebouwen binnen het project.
Artikel 5.4
De Minister kan bepalen dat het budget mag worden overschreden met een in het versterkingsbesluit genoemd percentage dat maximaal tien procent bedraagt van dat budget.
Artikel 5.5
De Minister kan het budget geheel of gedeeltelijk terugvorderen indien blijkt dat het budget is verleend op grond van door de eigenaar verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs kon vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren.
Indien het budget niet is besteed aan de activiteiten waarvoor deze is verstrekt, kan de Minister het niet of onrechtmatig bestede deel terugvorderen.
§ 6. Aanvraag voor het versterkingsbesluit wanneer voorbereiding is uitgevoerd in eigen beheer
Artikel 6.1
Bij het indienen van een aanvraag als bedoeld in artikel 13ja van de wet overlegt de eigenaar de volgende gegevens:
- a. een uitvoeringsontwerp, inclusief kostenraming;
- b. een verklaring van de opdrachtnemer, bedoeld in artikel 4.1, dat het gebouw na uitvoering van de maatregelen aan de veiligheidsnorm voldoet;
- c. een budgetaanvraag voor de uitvoering van het uitvoeringsontwerp, indien de eigenaar deze in eigen beheer wenst uit te voeren;
- d. een uittreksel van de Kamer van Koophandel van ten hoogste drie maanden oud, indien de aanvrager een rechtspersoon is;
- e. een getekend machtigingsformulier, indien een gemachtigde de aanvraag doet;
- f. de gegevens om de benodigde vergunningsaanvragen in te dienen, indien de eigenaar deze niet zelf indient.
Het uitvoeringsontwerp, inclusief de kostenraming, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt opgesteld volgens detailniveau 6 van de NEN 2699:2017 en maakt duidelijk welke activiteiten die zijn opgenomen in het uitvoeringsontwerp niet noodzakelijk zijn om het gebouw te laten voldoen aan de veiligheidsnorm.
§ 7. Vergoeding schade ten gevolge van de versterking
Artikel 7.1
Een eigenaar komt in aanmerking voor vergoeding van de schade die optreedt ten gevolge van de uitvoering van de versterkingsmaatregelen als bedoeld in artikel 10g, eerste lid, onderdeel c, van het Besluit indien de schade op verzoek van de eigenaar niet door de Minister in natura wordt hersteld.
Een rechtmatige gebruiker, niet zijnde de eigenaar, komt niet in aanmerking voor vergoeding van de schade die een direct gevolg is van de voorbereiding of uitvoering van de versterkingsmaatregelen als bedoeld in artikel 13m, eerste lid, onderdeel b, van de wet indien hij de rechtmatige gebruiker is van een gebouw van een toegelaten instelling, tenzij de vergoeding betrekking heeft op compensatie voor ongemak, bedoeld in bijlage 2, tabel 2.2, eerste rij, of op vergoeding voor eigen tijd, bedoeld in bijlage 2, tabel 2.2, elfde rij.
Een rechtmatige gebruiker, niet zijnde de eigenaar, van een gebouw van een toegelaten instelling komt in aanmerking voor vergoeding van schade door het verlies van een voorziening die aard- en nagelvast verbonden is met dat gebouw of een bij dat gebouw behorende buitenruimte indien:
- a. het een voorziening betreft die kan worden aangemerkt als:
- 1°. een tuinhuis met fundering;
- 2°. een schutting of pergola;
- 3°. een serre of veranda;
- 4°. een uitbouw;
- 5°. sierbeplanting of sierbestrating;
- 6°. een vijver;
- 7°. een garage;
- 8°. een uitbreiding of vervanging van een keuken of badkamer;
- 9°. een aanvullende installatie; of
- 10°. een andere voorziening dan bedoeld in de onderdelen 1°. tot en met 9°. die met toestemming van de verhuurder is aangebracht; en
- b. hij die voorziening zelf heeft aangebracht, of kan aantonen dat hij deze tegen een financiële vergoeding van de vorige rechtmatige gebruiker, niet zijnde de eigenaar, heeft overgenomen.
De schade die deels voortvloeit uit de voorbereiding of uitvoering van versterkingsmaatregelen maar ook deels uit andere oorzaken, komt in aanmerking voor vergoeding, tenzij de Minister hier anders over beslist.
Indien de eigenaar of rechtmatige gebruiker, niet zijnde de eigenaar, in meerdere hoedanigheden recht heeft op vergoeding van dezelfde schade wordt slechts eenmaal een vergoeding hiervoor verstrekt.
Artikel 7.2
De vergoeding wordt vastgesteld op basis van:
- a. de bedragen, genoemd of bedoeld in bijlage 2;
- b. de overgelegde offertes van derden of andere bewijsstukken, indien het activiteiten betreft waarvoor geen bedragen in bijlage 2 zijn opgenomen, voor zover die offertes of bewijsstukken zijn gebaseerd op bedrijfseconomische grondslagen en normen die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd; of
- c. het door de Minister gehanteerde rekenmodel.
Indien de vergoeding niet overeenkomstig het eerste lid kan worden vastgesteld, stelt de Minister een onafhankelijk adviseur als bedoeld in artikel 3:5, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht aan die een advies uitbrengt over de hoogte van de vergoeding.
De eigenaar of rechtmatige gebruiker, niet zijnde de eigenaar, wordt door de Minister in de gelegenheid gesteld zijn zienswijze over het advies uit te brengen. Indien de eigenaar of rechtmatige gebruiker, niet zijnde de eigenaar, daarvan gebruik maakt, wordt de onafhankelijk adviseur verzocht te beoordelen of de zienswijze aanleiding geeft tot aanpassing van zijn advies en zijn advies in dat geval aan te passen.
De Minister stelt in het geval, bedoeld in het tweede lid, de vergoeding vast overeenkomstig het advies. Voor zover de Minister afwijkt van het advies, motiveert hij dat.
In gevallen waarin door de bijzondere omstandigheden van het geval de vergoeding te laag is en dit leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard kan de Minister deze verhogen.
Bij het vaststellen van de vergoeding kan de Minister rekening houden met de fiscale schade en de negatieve effecten op toeslagen of uitkeringen die een direct gevolg zijn van het toekennen van de vergoeding.
Artikel 7.3
Indien de schade, bedoeld in artikel 7.1, niet kwantificeerbaar is op het tijdstip waarop het versterkingsbesluit genomen wordt, kan de Minister de hoogte van de vergoeding voor de schade opnemen in een apart besluit dat wordt genomen nadat het versterkingsbesluit is vastgesteld.
Artikel 7.4
De Minister kan de schadevergoeding geheel of gedeeltelijk terugvorderen indien blijkt dat de vergoeding is verleend op grond van door de eigenaar of rechtmatige gebruiker, niet zijnde de eigenaar, verstrekte gegevens waarvan deze wist of redelijkerwijs moest vermoeden dat zij onjuist of onvolledig waren.
§ 7. Vergoeding schade ten gevolge van de versterking
Artikel 8.1
Als gevallen als bedoeld in artikel 13j, derde lid, van de wet waarvoor de redelijke termijn voor het nemen van een versterkingsbesluit maximaal zes maanden bedraagt na de dagtekening van de beoordeling en waarvoor de verlenging van die termijn maximaal zes maanden bedraagt, worden aangewezen gevallen waarin uit de beoordeling, uitgevoerd op basis van een typologie, blijkt dat de soort maatregelen die nodig zijn om een gebouw aan de veiligheidsnorm te laten voldoen, ertoe leiden dat de uitvoering van de versterking naar verwachting ten hoogste vier maanden in beslag zal nemen.
§ 9. Herbeoordeling
Artikel 9.1
Vervallen
Artikel 9.2
Indien uit een beoordeling die heeft plaatsgevonden volgens de NPR 9998:2018 tijdvak 2 of een eerdere versie van de NPR 9998 blijkt dat een gebouw niet aan de veiligheidsnorm voldoet, stelt de Minister op verzoek van de eigenaar vast of het gebouw aan de veiligheidsnorm voldoet overeenkomstig artikel 10f, eerste lid, van het Besluit, tenzij voor de uitvoering van de versterkingsmaatregelen al een versterkingsbesluit is genomen, of een aannemingsovereenkomst of depotovereenkomst is gesloten.
Indien een gebouw is gesplitst in appartementsrechten en de versterkingsmaatregelen uit het versterkingsadvies ook zien op de gemeenschappelijke delen, wordt het verzoek gedaan door de vereniging van eigenaars.
Indien het gebouw constructief is verbonden met andere gebouwen, overlegt de Minister met de eigenaren van alle constructief verbonden gebouwen of de herbeoordeling wordt uitgevoerd voor al deze gebouwen. Indien hiervoor steun ontbreekt, kan de Minister beslissen of deze herbeoordeling desondanks plaatsvindt.
Het verzoek wordt ingediend bij de Minister met gebruikmaking van een door de Minister vastgesteld formulier.
Het verzoek kan worden gedaan tot en met het tijdstip dat vermeld is in de brief waarmee het formulier aan de eigenaar wordt verstrekt. Dat tijdstip is ten minste zes maanden na dagtekening van die brief.
Artikel 9.3
De vergoeding, bedoeld in artikel 22b, zesde lid, van de wet bedraagt:
- a. bij een gebouw dat niet gesplitst is in appartementsrechten: € 13.000 per adres; en
- b. bij een gebouw dat is gesplitst in appartementsrechten: € 13.000 per adres dat op 6 november 2020 bestond.
De vergoeding, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, wordt uitgekeerd aan de eigenaar.
De vergoeding, bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, wordt uitgekeerd aan de houder van de appartementsrechten van dat adres.
§ 10. Beoordeling veiligheid en bepalen maatregelen versterking
Artikel 10.1
De opname op locatie van een mogelijk aan een typologie toe te delen gebouw vindt plaats aan de hand van de in bijlage 3 opgenomen checklist.
Artikel 10.2
Als typologieën worden de in bijlage 4 opgenomen typologieën vastgesteld.
Artikel 10.3
Een gebouw wordt niet toegedeeld aan een typologie als bedoeld in artikel 10f, eerste lid, onderdeel a of b, van het Besluit, indien:
- a. de bouwkundige staat van het gebouw zodanig is dat deze de constructieve samenhang negatief beïnvloedt;
- b. het gebouw een hellend dakvlak heeft en het dakvlak onvoldoende in staat is de seismische krachten over te dragen naar de stabiliteitselementen van de constructie;
- c. een aan- of opbouw aan het gebouw is aangebracht die niet als ondergeschikt kan worden beschouwd;
- d. een wijziging aan de draagconstructie van het gebouw is aangebracht ten opzichte van de oorspronkelijke draagconstructie die een significant effect kan hebben op het seismisch gedrag van het gebouw;
- e. het gebouw weliswaar niet constructief is verbonden met een ander gebouw maar de onderlinge afstand tussen de gebouwen zo klein is dat bij een seismische belasting het gedrag van het ene gebouw het gedrag van het andere gebouw kan beïnvloeden, waarbij een ondergeschikte aanbouw van een gebouw buiten beschouwing blijft;
- f. ten minste vijf vierkante meter van de oppervlakte van de vloer van de tweede bouwlaag of in het geval van Metselwerk-D ten minste vijf vierkante meter van de oppervlakte van de vloer van de tweede of hogere bouwlagen ontbreekt ten behoeve van een vide;
- g. sprake is van verschillende vloerniveaus van de tweede bouwlaag of in het geval van Metselwerk-D de tweede of hogere bouwlagen, waarbij het niveauverschil meer dan twintig centimeter bedraagt en geen van de vloerniveaus ten minste 90 procent van het vloeroppervlak van de beschouwde bouwlaag bedraagt.
Artikel 10.4
De beoordeling van een aan een typologie toegedeeld gebouw aan de hand van de typologie, de ontwerpdatum, locatie en afmetingen van het gebouw en de NPR 9998, bedoeld in artikel 10f, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit, vindt plaats met de in bijlage 5 opgenomen vlekkentabel die bij die typologie hoort, met inachtneming van de in bijlage 7 opgenomen voorwaarden.
Artikel 10.5
De beoordeling van een aan een typologie toegedeeld gebouw aan de hand van de typologie en de locatie, bedoeld in artikel 10f, eerste lid, onderdeel b, van het Besluit, vindt plaats met de in bijlage 6 opgenomen vlekkenkaart die bij die typologie hoort.
Artikel 10.6
De individuele beoordeling van een gebouw volgens de NPR 9998, bedoeld in artikel 10f, eerste lid, onderdeel c, van het Besluit, vindt plaats met inachtneming van de in bijlage 7 opgenomen voorwaarden.
Artikel 10.7
De bepaling welke soort maatregelen nodig is volgens de NPR 9998 voor een aan een typologie toegedeeld gebouw waarvoor aan de hand van de typologie, de ontwerpdatum, locatie en afmetingen van het gebouw en de NPR 9998 is vastgesteld dat het niet aan de veiligheidsnorm voldoet, vindt plaats met de in bijlage 5 opgenomen vlekkentabel die bij die typologie hoort met inachtneming van de in bijlage 8 opgenomen voorwaarden.
De bepaling welke soort maatregelen nodig is volgens de NPR 9998 aan de hand van de typologie en de locatie voor een aan een typologie toebedeeld gebouw waarvan aan de hand van de typologie en de locatie is vastgesteld dat het niet aan de veiligheidsnorm voldoet, vindt plaats met de in bijlage 6 opgenomen vlekkenkaart die bij die typologie hoort met inachtneming van de in bijlage 8 opgenomen voorwaarden.
De bepaling welke soort maatregelen nodig is volgens de NPR 9998 voor een voor een individueel beoordeeld gebouw dat niet aan de veiligheidsnorm voldoet, vindt plaats met inachtneming van de in bijlage 8 opgenomen voorwaarden.
Artikel 10.8
Als de te hanteren versie van de NPR 9998, bedoeld in artikel 10f, vijfde lid, aanhef, van het Besluit, wordt de NPR 9998:2020 aangewezen.
§ 9. Herbeoordeling
Artikel 11.1
De hoogte van de financiële middelen voor de uitgaven van het Instituut inzake tegemoetkomingen in het kader van duurzaam herstel als bedoeld in artikel 2, tiende lid, van de wet is het bedrag opgenomen voor Duurzaam herstel in de tabel behorende bij de artikelsgewijze toelichting op beleidsartikel 5 in onderdeel B van de memorie van toelichting van de wet tot vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor het desbetreffende jaar.
§ 12. Overgangsrecht en slotbepalingen
Artikel 12.1
Op een aanvraag voor een subsidie op grond van de Subsidieregeling versterking gebouwen Groningen die is ingediend voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling, blijft het recht van toepassing zoals dat luidde voor dat tijdstip.
Indien op het moment van de inwerkingtreding van deze regeling een versterkingsbesluit genomen is op basis van Besluit versterking gebouwen Groningen maar nog geen aanvraag voor een subsidie op grond van de Subsidieregeling versterking gebouwen Groningen is ingediend, neemt de Minister een besluit over de aanspraak op versterking en vergoeding van schade ten gevolge van de versterking op basis van deze regeling.
Op een aanvraag voor een tegemoetkoming op grond van de Beleidsregel tegemoetkoming zelf aangebrachte voorzieningen huurders Groningen die is ingediend voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling, blijft het recht van toepassing zoals dat luidde voor dat tijdstip.
Op een aanvraag voor een tegemoetkoming op grond van de Beleidsregel tegemoetkoming huurders, woningcorporaties en particuliere verhuurders aardbevingsgebied Groningen die is ingediend voor het tijdstip van inwerkingtreding van deze regeling, blijft het recht van toepassing zoals dat luidde voor dat tijdstip.
Artikel 12.2
Indien een subsidie, vergoeding of tegemoetkoming is verstrekt op basis van een in artikel 12.4 genoemde ministeriële regeling of beleidsregel of op basis van een overeenkomst die is gesloten voor 1 juli 2023, wordt voor dezelfde activiteit geen vergoeding verstrekt op basis van deze regeling.
Artikel 12.3
Met de beroepseisen ter zake van een opdrachtnemer die de beoordeling, het ontwerp van maatregelen of de uitvoering van de versterkingsmaatregelen als bedoeld in deze regeling uitvoert worden gelijkgesteld beroepseisen die worden gesteld in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend Verdrag dat Nederland bindt, en die een beroepsniveau waarborgen dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de nationale eisen wordt nagestreefd.
Artikel 12.4
De volgende ministeriële regeling en beleidsregels worden ingetrokken:
Artikel 12.5
Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2023.
Artikel 12.6
Deze regeling wordt aangehaald als: Regeling Tijdelijke wet Groningen.
Bijlage 1. Modelbepalingen beoordelingsfase, ontwerpfase en uitvoeringsfase, behorende bij de artikelen 3.1, eerste lid, 4.1, eerste lid, en 5.1, eerste lid
A. Modelbepalingen beoordelingsfase, behorende bij artikel 3.1, eerste lid
Voor de opdracht tot beoordeling en de uitvoering daarvan worden in ieder geval de volgende voorwaarde opgenomen in de overeenkomst tussen de opdrachtgever en de opdrachtnemer:
De volgende voorwaarden, betreffende aansprakelijkheid en verzekering, worden ten minste opgenomen in de overeenkomst tussen de opdrachtgever en de opdrachtnemer:
B. Modelbepalingen ontwerpfase, behorende bij artikel 4.1, eerste lid
De volgende voorwaarde, betreffende het rechtskarakter van de overeenkomst en de toepasselijke voorwaarden wordt ten minste opgenomen in de overeenkomst tussen opdrachtgever en opdrachtnemer:
De volgende voorwaarden, betreffende de opdracht tot het opstellen van een definitief ontwerp of uitvoeringsgereed ontwerp, worden ten minste opgenomen in de overeenkomst tussen de opdrachtgever en de opdrachtnemer:
De volgende voorwaarden, betreffende het honorarium ontwerpwerkzaamheden, worden ten minste opgenomen in de overeenkomst tussen de opdrachtgever en de opdrachtnemer:
De volgende voorwaarde, betreffende de contractdocumenten, wordt ten minste opgenomen in de overeenkomst tussen de opdrachtgever en de opdrachtnemer:
De volgende voorwaarden, betreffende de ontwerpwerkzaamheden, worden ten minste opgenomen in de overeenkomst tussen de opdrachtgever en de opdrachtnemer:
De volgende voorwaarde, betreffende de aansprakelijkheid en verzekering, wordt ten minste opgenomen in de overeenkomst tussen de opdrachtgever en de opdrachtnemer:
De volgende voorwaarde, betreffende de geschilbeslechting, wordt ten minste opgenomen in de overeenkomst tussen de opdrachtgever en de opdrachtnemer:
C. Modelbepalingen uitvoeringsfase, behorende bij artikel 5.1, eerste lid
De volgende voorwaarden, betreffende het rechtskarakter van de overeenkomst en de toepasselijke voorwaarden, worden ten minste opgenomen in de overeenkomst tussen de opdrachtgever en de opdrachtnemer:
De volgende voorwaarden, betreffende de opdracht tot het realiseren van de versterkingswerkzaamheden en daaraan gerelateerde werkzaamheden worden ten minste opgenomen in de overeenkomst tussen de opdrachtgever en de opdrachtnemer:
De volgende voorwaarden, betreffende kwaliteitsborging, worden ten minste opgenomen in de overeenkomst tussen de opdrachtgever en de opdrachtnemer:
De volgende voorwaarde voor de garanties wordt ten minste opgenomen in de overeenkomst tussen de opdrachtgever en de opdrachtnemer:
Voor de opdracht tot beoordeling en de uitvoering daarvan worden in ieder geval de volgende voorwaarde opgenomen in de overeenkomst tussen de opdrachtgever en de opdrachtnemer:
Voor de opdracht tot beoordeling en de uitvoering daarvan worden in ieder geval de volgende voorwaarde opgenomen in de overeenkomst tussen de opdrachtgever en de opdrachtnemer:
De volgende voorwaarden, betreffende aansprakelijkheid en verzekering, worden ten minste opgenomen in de overeenkomst tussen de opdrachtgever en de opdrachtnemer:
De volgende voorwaarde, betreffende het rechtskarakter van de overeenkomst en de toepasselijke voorwaarden wordt ten minste opgenomen in de overeenkomst tussen opdrachtgever en opdrachtnemer:
Bijlage 2. Standaardbedragen vergoeding uitvoering beoordelingsfase in eigen beheer en vergoeding schade, behorende bij de artikelen 3.3, eerste lid, onderdelen a en b, en 7.2, eerste lid
| Soort gebouw | Standaardbedrag, inclusief BTW, per adres | Standaardbedrag, inclusief BTW, per adres | Standaardbedrag, inclusief BTW, per adres |
|---|---|---|---|
| Soort gebouw | Beoordelingsmethode MRS1 | Beoordelingsmethode met NLPO2 | Beoordelingsmethode NLTH(A)3 |
| Twee-onder-één-kap | € 10.000 | € 22.000 | € 30.000 |
| Vrijstaand | € 20.000 | € 37.000 | € 42.000 |
| Agrarisch bedrijf | € 45.000 | € 60.000 | € 85.000 |
1 MRS: Modale-responsspectrumberekening als bedoeld in de NPR 9998:2020
2 NLPO: Niet-lineaire push-over-berekening als bedoeld in de NPR 9998:2020
3 NLTH: Niet-lineair(e) tijdsdomein(berekening als bedoeld in de NPR 9998:2020
| Aard van de vergoeding | Standaardbedrag, standaarduurtarief of standaardvergoeding, inclusief BTW |
|---|---|
| Compensatie voor ongemak voor de tijd die een eigenaar of bewoner moet vrijmaken voor de opname en beoordeling van zijn gebouw en de uitvoering van de versterkingsmaatregelen aan dat gebouw | Voor overlast door de opname en beoordeling van een gebouw: € 29,55, voor overlast wanneer een bureaustudie nodig is; € 295,45, voor overlast door de opname op locatie; € 413,65, voor overlast door een opname waarbij extra werkzaamheden nodig zijn om deze uit te voeren. Voor overlast door de uitvoering van de versterkingsmaatregelen: € 709,15 |
| Vergoeding voor externe opslag voor goederen indien noodzakelijk tijdens versterking | € 47,10 |
| Vergoeding voor het verlies van zelf aangebrachte voorzieningendoor een rechtmatige gebruiker | € 3.000,00 |
| Vergoeding voor externe overnachting | € 115,00 |
| Vergoeding voor het zelf regelen van tijdelijke huisvesting | € 3.000,00 |
| Vergoeding voor de kosten voor het verbruik van gas, water en elektra door de aannemer, als deze kosten niet vergoed worden via het versterkingsbudget | € 21,20 per week |
| Vergoeding voor de schoonmaak bij oplevering na versterking | € 175,00 |
| Vergoeding voor extra af te leggen kilometers woon-werkverkeer vergeleken met de huidige reisafstand | € 0,28 per kilometer |
Bijlage 3. Checklist voor opname van een mogelijk aan een typologie toe te delen gebouw, behorende bij artikel 10.1 van deze regeling
Onderstaande checklist is de basis voor de opname van een gebouw dat mogelijk onder een typologie valt. De checklist bestaat uit zes onderdelen. Tabel 3.1 betreft aspecten die in de opname altijd aan bod moeten komen, voor alle gebouwen die naar verwachting aan een typologie kunnen worden toegedeeld. Tabel 3.2 ziet op aspecten in de opname van gebouwen die naar verwachting in de typologie STAAL-A vallen. Tabel 3.3 gaat over aspecten in de opname van gebouwen met metselwerk als materiaal van de constructie. De tabellen 3.4 en 3.5 zien op het vaststellen van scheurvorming voor gebouwen met metselwerk als materiaal van de constructie. Tot slot ziet tabel 3.6 op de onderdelen die mogelijk een uitsluitingsgrond kunnen vormen zodat het gebouw niet aan de betreffende typologie kan worden toegedeeld.
| Aspect | Keuze | Opmerkingen1 |
|---|---|---|
| Materiaal constructie (richting X) | ○ Staal ○ Metselwerk ○ Beton (ter plaatse gestort) ○ Beton (geprefabriceerd) ○ Hout ○ Anders of onbekend | Definieer in inspectierapport X en Y richting (in plattegrond schets) |
| Constructiesysteem (richting X en richting Y) | ○ Kolom-Balk ○ Raamwerk momentvast ○ Raamwerk met schoren ○ Portaalconstructie Hybride ○ Schijfwerking wanden ○ Doorgaande betonnen vloeren ○ Anders | Voor beide hoofddraagrichtingen afzonderlijk bepalen |
| Aantal bouwlagen, plus eventueel een zolder | Noteer aantal: Indien van toepassing: noteer de gootlijn (ter hoogte van welk niveau vloer) | |
| Vrijstaand of (seriematig) geschakeld | ○ Vrijstaand ○ Seriematig geschakeld ○ Niet-seriematig geschakeld ○ Anders |
1 De kolom Opmerkingen is met name bedoeld voor die gevallen waarbij ‘anders’ of ‘onbekend’ is geconstateerd
| Aspect | Keuze | Opmerkingen |
|---|---|---|
| Maximale breedte van de hal | Noteer de maximale breedte van de hal in meters | |
| Maximale lengte van de hal | Noteer de maximale lengte van de hal in meters | |
| Maximale hoogte van de hal | Noteer de maximale hoogte van de hal in meters | |
| Dakvorm | ○ Plat dak ○ Lessenaarsdak ○ Zadeldak ○ Dak met kilgoot ○ Anders | |
| Gevelinvulling | ○ Stalen beplating ○ Sandwichpanelen ○ Gevel met binnendoos ○ Metselwerk borstwering (tot 1,2 meter) ○ Anders | |
| Gewicht van de gevel | Noteer het gewicht van de gevel in kN/m2 | |
| Gewicht van het dakpakket | Noteer het gewicht van de gevel in kN/m2 | |
| Aspect | Keuze | Opmerkingen |
| --- | --- | --- |
| Materiaal vloeren tweede (en hogere) bouwlaag (ten minste 80%) | ○ Beton ○ Hout ○ Anders | Bij laagbouw is het materiaal van de vloer van de tweede bouwlaag (de eerste verdiepingsvloer) van belang. Een zoldervloer wordt niet beschouwd. |
| Opbouw metselwerk in gevel | ○ Steensmuur, geen spouw ○ Spouwmuur met steensbuitenblad ○ Betonnen buitenblad ○ Anders of onbekend | |
| Percentage openingenlangsgevel (indien van toepassing) | Waarde: | Maatgevende doorsnede is die horizontale doorsnede waarin het aandeel metselwerk het kleinst is. Kozijnen, ramen, puien behoren alle tot de openingen. |
| Uitsluitingsgrond i.v.m. bouwkundige staat | Keuze | Opmerkingen |
| --- | --- | --- |
| Aanwezigheid scheurvorming in draagconstructie | Ja/nee | Indien ja, geef schadeklasse op basis van tabel 3.4. |
| Schadecategorie | Schadeklasse | Omschrijving |
| --- | --- | --- |
| 0 | Verwaarloosbaar | |
| Esthetisch | 1 | Zeer licht |
| Esthetisch | 2 | Licht |
| Functioneel | 3 | Matig |
| Functioneel | 4 | Ernstig |
| Constructief | 5 | Zeer ernstig |
| Aspect | Keuze | Opmerkingen |
| --- | --- | --- |
| Combinatie van aspecten uit de tabellen 3.1 en 3.2 leidt niet tot typologietoedeling | Combinatie van aspecten benoemen | |
| Er is sprake van één of meer uitsluitingsgronden zoals omschreven in artikel 10.3 | Uitsluitingsgrond benoemen | Bij enkele uitsluitingsgronden is wegnemen van deze grond voldoende om alsnog tot toedeling te komen |
Bijlage 4. Vaststelling typologieën, behorende bij artikel 10.2 van deze regeling
| Materiaal constructie (richting X) | Staal |
|---|---|
| Draagsysteem (richting X) | Momentvast raamwerk met regelmatige tussenafstanden of raamwerk met windverbanden, of portaalconstructie |
| Materiaal constructie (richting Y) | Staal |
| Draagsysteem (richting Y) | Momentvast raamwerk met regelmatige tussenafstanden of raamwerk met windverbanden |
| Aantal bouwlagen | Eén bouwlaag, geen zolder |
| Vrijstaand of (seriematig) geschakeld | Vrijstaand of geschakelde, seriematige bouw |
| Maximale breedte van de hal (B) | 10 m ≤ B ≤ 40 m |
| Maximale lengte van de hal (L) | 10 m ≤ L≤ 160 m |
| Maximale hoogte van de hal (H) | 4 m ≤ H≤ 10 m |
| Dakvorm | Vlak of geknikt |
| Gevelinvulling | Staal of lichtgewicht invulling, geen metselwerk |
| Gewicht van de gevel | Maximaal 0,30 kN/m2 (inclusief gewicht van stalen kolommen), geen significante constructies of massa’s verbonden aan gevel |
| Gewicht van het dakpakket | Maximaal 0,50 kN/m2 (inclusief gewicht van stalen dakliggers), geen significante constructies of massa’s verbonden aan dak |
| Materiaal constructie (richting X) | Metselwerk (stapelbouw) |
| --- | --- |
| Constructiesysteem (richting X) | Schijfwerking wanden (woningscheidend en kopgevels) |
| Materiaal constructie (richting Y) | Metselwerk (stapelbouw) |
| Constructiesysteem (richting Y) | Schijfwerking wanden (door langsgevel en stabiliserende binnenwanden) |
| Aantal bouwlagen | Eén of twee bouwlagen, plus eventueel een zolder; gootlijn op niveau vloer tweede bouwlaag of zolder |
| Vrijstaand of (seriematig) geschakeld | Geschakelde, seriematige bouw |
| Materiaal vloer tweede bouwlaag (ten minste 80%) | Beton |
| Opbouw metselwerk in gevel | Spouwmuur |
| Percentage openingen langsgevel | Kleiner dan 85% |
| Materiaal constructie (richting X) | Metselwerk (stapelbouw) |
| --- | --- |
| Constructiesysteem (richting X) | Schijfwerking wanden (woningscheidend en kopgevels) |
| Materiaal constructie (richting Y) | Metselwerk (stapelbouw) |
| Constructiesysteem (richting Y) | Schijfwerking wanden (door langsgevel en stabiliserende binnenwanden, dan wel stabiliteit ontleend aan een doorgaande betonnen vloer) |
| Aantal bouwlagen | Eén of twee bouwlagen, plus eventueel een zolder; gootlijn op niveau vloer tweede bouwlaag of zolder |
| Vrijstaand of (seriematig) geschakeld | Geschakelde, seriematige bouw |
| Materiaal vloer tweede bouwlaag (ten minste 80%) | Beton |
| Opbouw metselwerk in gevel | Spouwmuur |
| Percentage openingen langsgevel | Gelijk aan of groter dan 85% |
| Materiaal constructie (richting X) | Metselwerk (stapelbouw) |
| --- | --- |
| Constructiesysteem (richting X) | Schijfwerking wanden |
| Materiaal constructie (richting Y) | Metselwerk (stapelbouw) |
| Constructiesysteem (richting Y) | Schijfwerking wanden |
| Aantal bouwlagen | Eén of twee bouwlagen, plus eventueel een zolder; gootlijn op niveau vloer tweede bouwlaag |
| Vrijstaand of (seriematig) geschakeld | Vrijstaand |
| Materiaal vloer tweede bouwlaag (ten minste 80%) | Hout |
| Opbouw metselwerk in gevel | Steensmuur, geen spouw |
| Materiaal constructie (richting X) | Metselwerk (stapelbouw) |
| --- | --- |
| Constructiesysteem (richting X) | Schijfwerking wanden |
| Materiaal constructie (richting Y) | Metselwerk (stapelbouw) |
| Constructiesysteem (richting Y) | Schijfwerking wanden |
| Aantal bouwlagen | Eén of twee bouwlagen, plus eventueel een zolder; gootlijn op niveau vloer tweede bouwlaag |
| Vrijstaand of (seriematig) geschakeld | Vrijstaand |
| Materiaal vloer tweede bouwlaag (ten minste 80%) | Beton |
| Opbouw metselwerk in gevel | Eén of meer gevels als spouwmuur |
| Materiaal constructie (richting X) | Metselwerk (stapelbouw) |
| --- | --- |
| Constructiesysteem (richting X) | Schijfwerking wanden |
| Materiaal constructie (richting Y) | Metselwerk (stapelbouw) |
| Constructiesysteem (richting Y) | Schijfwerking wanden |
| Aantal bouwlagen | Eén of twee bouwlagen, plus eventueel een zolder; gootlijn op niveau vloer tweede bouwlaag |
| Vrijstaand of (seriematig) geschakeld | Vrijstaand |
| Materiaal vloer tweede bouwlaag (ten minste 80%) | Hout |
| Opbouw metselwerk in gevel | Eén of meer gevels als spouwmuur |
| Materiaal constructie (richting X) | Metselwerk (stapelbouw) |
| --- | --- |
| Constructiesysteem (richting X) | Schijfwerking wanden |
| Materiaal constructie (richting Y) | Metselwerk (stapelbouw) |
| Constructiesysteem (richting Y) | Schijfwerking wanden (gevel en eventuele stabiliserende binnenwanden) met eventueel doorlopende gekoppelde betonnen vloeren |
| Aantal bouwlagen | Drie tot vijf bouwlagen, plus eventueel een zolder |
| Vrijstaand of (seriematig) geschakeld | Geschakelde, seriematige bouw |
| Materiaal vloer tweede en hogere bouwlagen (ten minste 80%) | Beton |
| Opbouw metselwerk in gevel | Spouwmuur |
| Materiaal constructie (richting X) | Beton (ter plaatse gestort) |
| --- | --- |
| Constructiesysteem (richting X) | Schijfwerking met massieve betonnen wanden |
| Materiaal constructie (richting Y) | Beton (ter plaatse gestort) |
| Constructiesysteem (richting Y) | Raamwerk (met gewapende vloer-wand verbinding) |
| Aantal bouwlagen | Eén of twee bouwlagen, plus eventueel een zolder |
| Vrijstaand of (seriematig) geschakeld | Geschakelde, seriematige bouw |
| Materiaal constructie (richting X) | Beton (ter plaatse gestort) |
| --- | --- |
| Constructiesysteem (richting X) | Schijfwerking met massieve betonnen wanden |
| Materiaal constructie (richting Y) | Beton (ter plaatse gestort) |
| Constructiesysteem (richting Y) | Schijfwerking (geen gewapende vloer-wand verbinding) |
| Aantal bouwlagen | Eén of twee bouwlagen, plus eventueel een zolder |
| Vrijstaand of (seriematig) geschakeld | Geschakelde, seriematige bouw |
| Materiaal constructie (richting X) | Beton (ter plaatse gestort) |
| --- | --- |
| Constructiesysteem (richting X) | Schijfwerking met massieve betonnen wanden |
| Materiaal constructie (richting Y) | Beton (ter plaatse gestort) |
| Constructiesysteem (richting Y) | Schijfwerking (geen gewapende vloer-wand verbinding) |
| Aantal bouwlagen | Eén of twee bouwlagen, plus eventueel een zolder |
| Vrijstaand of (seriematig) geschakeld | Vrijstaand |
| Materiaal constructie (richting X) | Beton (geprefabriceerd) |
| --- | --- |
| Constructiesysteem (richting X) | Schijfwerking |
| Materiaal constructie (richting Y) | Beton (geprefabriceerd) |
| Constructiesysteem (richting Y) | Schijfwerking in geprefabriceerde betonnen wanden |
| Aantal bouwlagen | Een of twee bouwlagen, plus eventueel een zolder |
| Vrijstaand of (seriematig) geschakeld | Vrijstaand of geschakelde, seriematige bouw |
Bijlage 5. Vlekkentabellen, behorende bij artikel 10.4
De volgende voorwaarden, betreffende de ontwerpwerkzaamheden, worden ten minste opgenomen in de overeenkomst tussen de opdrachtgever en de opdrachtnemer:
Onderdeel 5a. Stappen bij toepassen vlekkentabellen
De volgende voorwaarde, betreffende de geschilbeslechting, wordt ten minste opgenomen in de overeenkomst tussen de opdrachtgever en de opdrachtnemer:
De volgende voorwaarden, betreffende het rechtskarakter van de overeenkomst en de toepasselijke voorwaarden, worden ten minste opgenomen in de overeenkomst tussen de opdrachtgever en de opdrachtnemer:
De volgende voorwaarden, betreffende het rechtskarakter van de overeenkomst en de toepasselijke voorwaarden, worden ten minste opgenomen in de overeenkomst tussen de opdrachtgever en de opdrachtnemer:
De volgende voorwaarden, betreffende de opdracht tot het realiseren van de versterkingswerkzaamheden en daaraan gerelateerde werkzaamheden worden ten minste opgenomen in de overeenkomst tussen de opdrachtgever en de opdrachtnemer:
De volgende voorwaarden, betreffende kwaliteitsborging, worden ten minste opgenomen in de overeenkomst tussen de opdrachtgever en de opdrachtnemer:
De volgende voorwaarde voor de garanties wordt ten minste opgenomen in de overeenkomst tussen de opdrachtgever en de opdrachtnemer:
De volgende voorwaarden voor de opleververplichtingen worden ten minste opgenomen in de overeenkomst tussen de opdrachtgever en de opdrachtnemer:
De volgende voorwaarde voor de aansprakelijkheid voor gebreken wordt ten minste opgenomen in de overeenkomst tussen de opdrachtgever en de opdrachtnemer:
De volgende voorwaarde voor de verzekering wordt ten minste opgenomen in de overeenkomst tussen de opdrachtgever en de opdrachtnemer:
De volgende voorwaarden voor de geschilbeslechting worden ten minste opgenomen in de overeenkomst tussen de opdrachtgever en de opdrachtnemer:
Ligt de breedte van een gebouw tussen de genoemde breedtes van 10, 20, 30 en 40 meter in (een gebouw is bijvoorbeeld 15 meter breed), dan moet tussen de twee vlekkentabellen moet worden geïnterpoleerd. Dit komt aan de orde in stap 4.
Ga verder met stap 4.
Zoek de vlekkentabel op die van toepassing op het gebouw aan de hand van de vastgestelde breedte van het gebouw, of het gebouw in een bebouwde of onbebouwde omgeving ligt en eventueel of TGB 1972 of een latere windbelastingsnorm is toegepast bij het ontwerp.
Deze bijlage ziet op de beoordeling of wordt voldaan aan de veiligheidsnorm voor een aan een typologie toegedeeld gebouw aan de hand van de typologie, de ontwerpdatum, locatie en afmetingen van het gebouw, de toegepaste ontwerpnorm – indien bekend – en de NPR 9998, bedoeld in artikel 10f, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit. Deze bijlage bevat daartoe vlekkentabellen (onderdeel 5b van deze bijlage) en een toelichting daarop in de vorm van een aantal te doorlopen stappen (onderdeel 5a van deze bijlage).
Deze bijlage ziet op de beoordeling of wordt voldaan aan de veiligheidsnorm voor een aan een typologie toegedeeld gebouw aan de hand van de typologie, de ontwerpdatum, locatie en afmetingen van het gebouw, de toegepaste ontwerpnorm – indien bekend – en de NPR 9998, bedoeld in artikel 10f, eerste lid, onderdeel a, van het Besluit. Deze bijlage bevat daartoe vlekkentabellen (onderdeel 5b van deze bijlage) en een toelichting daarop in de vorm van een aantal te doorlopen stappen (onderdeel 5a van deze bijlage).
Stel vast of het te beoordelen gebouw zich bevindt in een bebouwde of in een onbebouwde omgeving. Er is sprake van een bebouwde omgeving als in een straal van 500 meter rondom het gebouw 10% of meer van de oppervlakte bebouwd is met gebouwen met een hoogte van 7 meter of meer. Wanneer dit niet het geval is, dan spreekt men van een onbebouwde omgeving.
Stel vast of het te beoordelen gebouw zich bevindt in een bebouwde of in een onbebouwde omgeving. Er is sprake van een bebouwde omgeving als in een straal van 500 meter rondom het gebouw 10% of meer van de oppervlakte bebouwd is met gebouwen met een hoogte van 7 meter of meer. Wanneer dit niet het geval is, dan spreekt men van een onbebouwde omgeving.
Als er sprake is van een bebouwde omgeving, ga verder met stap 1A.
Onderdeel 5b. Vlekkentabellen
Bijlage 6. Vlekkenkaarten, behorende bij de artikelen 10.5 en 10.7, tweede lid, van deze regeling
A. Vlekkenkaart, behorende bij typologie Metselwerk1
B. Vlekkenkaart, behorende bij typologie Metselwerk2
C. Vlekkenkaart, behorende bij typologie Metselwerk5
D. Vlekkenkaart, behorende bij typologie Metselwerk6
E. Vlekkenkaart, behorende bij typologie Metselwerk7
F. Vlekkenkaart, behorende bij typologie Metselwerk-D
G. Vlekkenkaart, behorende bij typologie Beton1a
H. Vlekkenkaart, behorende bij typologie Beton1b
I. Vlekkenkaart, behorende bij typologie Beton1c
J. Vlekkenkaart, behorende bij typologie Prefab1
Bijlage 7. Voorwaarden voor individuele beoordeling van een gebouw volgens de NPR 9998, behorende bij artikel 10.6 van deze regeling
De individuele beoordeling (inclusief de opname op locatie, bedoeld in artikel 10f, vijfde lid, van het besluit) van een gebouw volgens de NPR 9998 vindt plaats met inachtneming van de volgende voorwaarden:
-
- Indien voor de locatie van het gebouw onvoldoende relevante grondgegevens beschikbaar zijn, wordt aanvullend grondonderzoek uitgevoerd.
-
- Indien dit nodig is voor het beoordelen of een gebouw voldoet aan de veiligheidsnorm vindt uitgebreid onderzoek naar en beoordeling van de fundering plaats conform de NEN 8707+C1:2020. Hierbij moet de scheefstand / de relatieve rotatie van het gebouw ten opzichte van het maaiveld in acht worden genomen. Hierbij kan waarbij gebruik worden gemaakt van onderstaande tabel:
| Situatie | Noodzaak tot onderzoek en beoordeling fundering met NEN 8707+C1:2020 |
|---|---|
| Fundering na 1985 en geen constructieve schade bovengronds of scheefstand/relatieve rotatie >1:75 | Geen beoordeling NEN 8707+C1:2020 nodig |
| Fundering na 1985 en wel constructieve schade bovengronds of scheefstand/relatieve rotatie >1:75 | Beoordeling volgens NEN 8707 +C1:2020 nodig (berekening) |
| Fundering voor 1985 en wel constructieve schade bovengronds of scheefstand/relatieve rotatie >1:75 | Beoordeling volgens NEN8707 +C1:2020 nodig (berekening) |
| Fundering voor 1985 en geen constructieve schade bovengronds: – Meting scheefstand/relatieve rotatie < 10 mm/m (1/100) en geen aanzienlijke toename te verwachten – Meting scheefstand/relatieve rotatie >10 maar < 13 mm/m en/of enige toename te verwachten – Meting scheefstand/relatieve rotatie > 13 mm/m en/of aanzienlijke toename te verwachten | Geen beoordeling NEN 8707+C1:2020 nodig Onder voorbehoud geen beoordeling NEN 8707 +C1:2020 nodig; vaststellen met zakkingsmeting Beoordeling volgens NEN 8707 +C1:2020 nodig (berekening) |
-
- In geval van scheuren in metselwerk wordt voor het bepalen of sprake is van constructieve schade gebruik gemaakt van de schadeklasse, opgenomen in de tabel met overzicht van schadeklassen, opgenomen in bijlage 3, waarbij schades vanaf schadeklasse 3 (scheuren met een wijdte tussen 5 en 15 mm of meerdere scheuren met een wijdte van 3 mm of groter) in ieder geval gezien worden als constructieve schade.
-
- Bij het bepalen van de aanwezigheid van constructieve schade bovengronds wordt de schade beoordeeld met inachtneming van het totaalbeeld van scheuren en verzakkingen het gehele scheur- en zakkingspatroon en de mogelijke onderliggende oorzaken (bijvoorbeeld de staat van de fundering).
-
- Delen van gebouwen die niet voor verblijf van mensen zijn bedoeld (zoals bijgebouwen, schuren en garages) worden in de beoordeling meegenomen, indien deze gebouwdelen in gevolgklasse CC1b, bedoeld in tabel 2.1, van de NPR 9998 vallen.
-
- Indien dit nodig is om te beoordelen of een gebouw voldoet aan de veiligheidsnorm worden niet-seismische, constructieve elementen van het gebouw in de beoordeling meegenomen.
-
- Verzwakte delen van de constructie (boven- en ondergronds) worden in de beoordeling meegenomen, in de tijdens opname vastgestelde technische staat, en vervolgens op de voor seismische beoordeling benodigde wijze gemodelleerd.
-
- Er wordt gebruik gemaakt van die rekenmethode die past bij het gebouw, waarbij voldoende toename van detail van analyse plaatsvindt om daadwerkelijk te kunnen bepalen dat een gebouw aan de veiligheidsnorm voldoet. Indien uit de meest gedetailleerde berekening blijkt dat een gebouw niet aan de veiligheidsnorm voldoet, worden maatregelen bepaald.
-
- Voor het opstellen van het versterkingsadvies wordt gebruik gemaakt van een model dat door de Minister beschikbaar is gesteld op www.nationaalcoordinatorgroningen.nl.
Bijlage 8. Voorwaarden bepaling maatregelen, behorende bij artikel 10.7 van deze regeling
De bepaling welke soort maatregelen nodig is, bedoeld in artikel 10.7, vindt plaats met inachtneming van de volgende voorwaarden:
-
- Er wordt gebruik gemaakt van de standaardmaatregelen met, voor zover mogelijk de bijbehorende kostenramingen, die zijn opgenomen in de Groninger Maatregelen catalogus die als webtool beschikbaar is gesteld op www.maatregelencatalogus.nl.
-
- Details van maatregelen worden aangevuld met een detailberekening die is gebaseerd op de maximale op te nemen kracht om te kunnen voldoen aan de veiligheidsnorm.
-
- Er wordt rekening mee gehouden of een gebouw is aangewezen als:
- a. gemeentelijk monument bij verordening op grond van artikel 3.16 van de Erfgoedwet of artikel 149 Gemeentewet;
- b. gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht in een bestemmingsplan, bedoeld in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening;
- c. karakteristiek of beeldbepalend pand in een bestemmingsplan, bedoeld in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening;
- d. rijksmonument op grond van artikel 3.1 van de Erfgoedwet;
- e. rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht op grond van de Erfgoedwet en opgenomen in een bestemmingsplan, bedoeld in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening.
-
- Alleen herstel van verzwakte delen van de constructie dat nodig is om ervoor te zorgen dat het gebouw kan voldoen aan de veiligheidsnorm, wordt meegenomen als onderdeel van de versterkingsmaatregelen.
-
- In het versterkingsadvies wordt duidelijk aangeven welke maatregelen nodig zijn voor herstel van verzwakte constructies en welke versterkingsmaatregelen nodig zijn voor het voldoen aan de veiligheidsnorm. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de Groninger Maatregelencatalogus.
-
- Er wordt gebruik gemaakt van die rekenmethode die past bij het gebouw, waarbij een toename van detail van analyse plaatsvindt in die mate waarin dat nodig is om tot efficiënte versterkingsmaatregelen te komen.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Artikel 8a.1
De eigenaar komt in aanmerking voor een vergoeding als bedoeld in artikel 13n, vierde of vijfde lid, van de wet, voor de kosten die hij maakt voor bouwkundig advies indien tegen de adviseur geen ernstige bezwaren bestaan en de adviseur:
- a. beschikt over grondige inhoudelijke kennis en ruime ervaring op het gebied van bouwprocessen, blijkens:
- 1°. een afgeronde bouwkunde opleiding op minimaal MBO-niveau 4;
- 2°. minimaal vijf jaar relevante werkervaring in de bouw; en
- 3°. aantoonbare ervaring met financiële aspecten van bouwprojecten;
- b. op de hoogte is van huidige eisen ten aanzien van vergunningen en relevante regelgeving;
- c. versterkingsadviezen kan vertalen in versterkingsmaatregelen, indien hij wordt ingeschakeld in het kader van het versterkingstraject;
- d. rapporten over schade en schadecalculaties kan beoordelen, indien hij wordt ingeschakeld in het kader van het schadetraject; en
- e. onafhankelijk is, inhoudende dat hij geen arbeidsrelatie heeft tot de exploitant, de aandeelhouders van de exploitant of de overheid en dat hij niet eerder betrokken is geweest bij het gebouw in het kader van het versterkingstraject door de Minister.
De eigenaar komt in aanmerking voor een vergoeding als bedoeld in artikel 13n, vierde of vijfde lid, van de wet, voor de kosten die hij maakt voor bodemkundig advies indien tegen de adviseur geen ernstige bezwaren bestaan en de adviseur:
- a. beschikt over grondige inhoudelijke kennis en ruime ervaring in de gebouwde omgeving op het gebied van bodemonderzoek, blijkens:
- 1°. een afgeronde opleiding op minimaal hbo-niveau met het accent op funderingstechnologie; en
- 2°. minimaal vijf jaar relevante werkervaring daarin;
- b. literatuuronderzoek kan verrichten naar geohydrologische omstandigheden;
- c. grondboringen kan laten uitvoeren en beoordelen;
- d. bodemmonsters kan laten afnemen en analyseren;
- e. gedetailleerde rapportages kan uitwerken en bevindingen kan formuleren;
- f. een bodemkundige opbouw kan beschrijven en over de risico’s voor de gebouwde omgeving kan adviseren;
- g. toezicht kan houden op bouwprojecten bij grondverzet-, hei- en bronbemalingsactiviteiten; en
- h. onafhankelijk is, inhoudende dat hij geen arbeidsrelatie heeft tot de exploitant, de aandeelhouders van de exploitant of de overheid en dat hij niet eerder betrokken is geweest bij het gebouw in het kader van het versterkingstraject door de Minister.
De eigenaar komt in aanmerking voor een vergoeding als bedoeld in artikel 13n, vierde of vijfde lid, van de wet, voor de kosten die hij maakt voor ecologisch advies indien tegen de adviseur geen ernstige bezwaren bestaan en de adviseur:
- a. beschikt over grondige inhoudelijke kennis en ruime ervaring in de gebouwde omgeving op het gebied van natuurbescherming, soortherkenning en het zorgvuldig handelen ten opzichte van die soorten, blijkens:
- 1°. een afgeronde opleiding op minimaal hbo-niveau met het accent op ecologie of biologie;
- 2°. minimaal vijf jaar relevante werkervaring daarin; en
- 3°. binnen de kaders van het soortenmanagementplan, bedoeld in bijlage I, onderdeel A, van de Omgevingsregeling, aantoonbare ecologische kennis en ervaring heeft in soort-specifieke ecologie;
- b. de potentie van gebouwen voor soorten kan herkennen;
- c. kennis heeft van algemeen erkende onderzoeksmethoden;
- d. gedetailleerde rapportages kan uitwerken en bevindingen kan formuleren;
- e. specifieke ecologische maatregelen, die gerelateerd zijn aan het schade- of versterkingstraject, kan begeleiden en controleren, en oplossingen kan bieden indien hierdoor knelpunten ontstaan;
- f. kan adviseren over het natuurvrij maken buiten de gestelde reguliere perioden of de impact van de voorgestelde ecologische maatregelen kan aanduiden; en
- g. onafhankelijk is, inhoudende dat hij geen arbeidsrelatie heeft tot de exploitant, de aandeelhouders van de exploitant of de overheid en dat hij niet eerder betrokken is geweest bij het gebouw in het kader van het versterkingstraject door de Minister.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)