Regeling van de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat van 29 juni 2023, nr. WJZ/ 27870366, houdende regels ter uitvoering van de Tijdelijke wet Groningen en het Besluit Tijdelijke wet Groningen (Regeling Tijdelijke wet Groningen)
De eigenaar komt in aanmerking voor een vergoeding als bedoeld in artikel 13n, vierde of vijfde lid, van de wet, voor de kosten die hij maakt voor hydrologisch advies indien tegen de adviseur geen ernstige bezwaren bestaan en de adviseur:
- a. beschikt over grondige inhoudelijke kennis en ruime ervaring in de gebouwde omgeving op het gebied van grondwaterpeil en grondwateronttrekkingen, blijkens:
- 1°. een afgeronde opleiding op minimaal hbo-niveau met het accent op geohydrologie; en
- 2°. minimaal vijf jaar relevante werkervaring daarin;
- b. bureau- of effectenstudies kan uitvoeren op basis van beschikbare grondwatermodellen en grondwaterpeilingen;
- c. grondwaterpeilingen kan laten uitvoeren;
- d. gedetailleerde rapportages kan uitwerken en bevindingen kan formuleren; en
- e. onafhankelijk is, inhoudende dat hij geen arbeidsrelatie heeft tot de exploitant, de aandeelhouders van de exploitant of de overheid en dat hij niet eerder betrokken is geweest bij het gebouw in het kader van het versterkingstraject door de Minister.
De eigenaar komt in aanmerking voor een vergoeding als bedoeld in artikel 13n, vierde of vijfde lid, van de wet, voor de kosten die hij maakt voor financieel advies indien tegen de adviseur geen ernstige bezwaren bestaan en de adviseur:
- a. beschikt over grondige inhoudelijke kennis en ruime ervaring op het gebied van persoonlijke financiën, blijkens:
- 1°. een afgeronde financiële opleiding op minimaal hbo-niveau; en
- 2°. minimaal vijf jaar relevante werkervaring in de financiële sector of de financiële adviessector.; en
- b. onafhankelijk is, inhoudende dat hij geen arbeidsrelatie heeft tot de exploitant, de aandeelhouders van de exploitant of de overheid en dat hij niet eerder betrokken is geweest bij het gebouw in het kader van het versterkingstraject door de Minister.
Artikel 8a.2
Bij het indienen van een aanvraag voor de vergoeding, bedoeld in artikel 13n, vierde of vijfde lid, van de wet, bij het Instituut respectievelijk de Minister, overlegt de eigenaar de naam en contactgegevens van de bouwkundig, bodemkundig, ecologisch, hydrologisch of financieel adviseur waarvan de eigenaar gebruik wenst te maken.
Artikel 8a.3
Het Instituut of de Minister verstrekt de vergoeding aan de eigenaar in de vorm van een aanspraak ter hoogte van € 2.740, berekend op basis van 20 arbeidsuren tegen een uurtarief van € 137 per uur.
Het Instituut of de Minister neemt een besluit over de aanspraak op vergoeding binnen vier weken na de ontvangst van de aanvraag.
Artikel 8a.4
Indien het aantal arbeidsuren, genoemd in artikel 8a.3, eerste lid, ontoereikend blijkt door de complexiteit van het te leveren bouwkundig, bodemkundig, ecologisch, hydrologisch of financieel advies, kan de eigenaar een aanvraag tot vergoeding van aanvullende arbeidsuren doen.
Bij het indienen van de aanvraag, bedoeld in het eerste lid, overlegt de eigenaar een raming en onderbouwing van de verwachte aanvullende benodigde arbeidsuren voor het bouwkundig, bodemkundig, ecologisch, hydrologisch of financieel advies aan de Minister of het Instituut.
Het Instituut of de Minister neemt een besluit over het verhogen van de aanspraak op vergoeding binnen acht weken na de ontvangst van de aanvraag.
Artikel 8a.5
Het Instituut of de Minister betaalt de vergoeding aan degene die de kosten voor het leveren van bouwkundig, bodemkundig, ecologisch, hydrologisch of financieel advies bij de eigenaar in rekening brengt, op basis van een gespecificeerde factuur. De vergoeding bedraagt niet meer dan de hoogte van de aanspraak, bedoeld in artikel 8a.3, eventueel verhoogd op grond van artikel 8a.4.
De factuur, op basis waarvan de vergoeding betaald wordt, is voorzien van een handtekening van de eigenaar. De eigenaar verklaart hiermee akkoord te zijn met de arbeidsuren die de adviseur heeft gefactureerd.
De vergoeding wordt betaald binnen 30 dagen na het overleggen van de ondertekende factuur.
Artikel 8a.6
Vervallen
§ 9. Herbeoordeling
§ 10. Beoordeling veiligheid en bepalen maatregelen versterking
§ 11. Hoogte financiële middelen duurzaam herstel
§ 12. Overgangsrecht en slotbepalingen
Artikel 12.3a
Met de beroepseisen ter zake van het leveren van bouwkundig, bodemkundig, ecologisch, hydrologisch of financieel advies, genoemd in deze regeling, worden gelijkgesteld beroepseisen die worden gesteld in een andere lidstaat van de Europese Unie dan wel een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend Verdrag dat Nederland bindt, en die een beroepsniveau waarborgen dat ten minste gelijkwaardig is aan het niveau dat met de nationale eisen wordt nagestreefd.
Artikel 12.3b
Op aanvragen die zijn ingediend, op subsidies die zijn verleend en op subsidies die zijn vastgesteld op grond van de Subsidieregeling versterking gebouwen Groningen blijft die regeling van toepassing.
Bijlage 1. Modelbepalingen beoordelingsfase, ontwerpfase en uitvoeringsfase, behorende bij de artikelen 3.1, eerste lid, 4.1, eerste lid, en 5.1, eerste lid
A. Modelbepalingen beoordelingsfase, behorende bij artikel 3.1, eerste lid
De volgende voorwaarden, betreffende aansprakelijkheid en verzekering, worden ten minste opgenomen in de overeenkomst tussen de opdrachtgever en de opdrachtnemer:
B. Modelbepalingen ontwerpfase, behorende bij artikel 4.1, eerste lid
C. Modelbepalingen uitvoeringsfase, behorende bij artikel 5.1, eerste lid
De volgende voorwaarden, betreffende de opdracht tot het opstellen van een definitief ontwerp of uitvoeringsgereed ontwerp, worden ten minste opgenomen in de overeenkomst tussen de opdrachtgever en de opdrachtnemer:
De volgende voorwaarden, betreffende het honorarium ontwerpwerkzaamheden, worden ten minste opgenomen in de overeenkomst tussen de opdrachtgever en de opdrachtnemer:
De volgende voorwaarde, betreffende de contractdocumenten, wordt ten minste opgenomen in de overeenkomst tussen de opdrachtgever en de opdrachtnemer:
De volgende voorwaarde, betreffende de aansprakelijkheid en verzekering, wordt ten minste opgenomen in de overeenkomst tussen de opdrachtgever en de opdrachtnemer:
Bijlage 2. Standaardbedragen vergoeding uitvoering beoordelingsfase in eigen beheer en vergoeding schade, behorende bij de artikelen 3.3, eerste lid, onderdelen a en b, en 7.2, eerste lid
| Soort gebouw | Standaardbedrag, inclusief BTW, per adres | Standaardbedrag, inclusief BTW, per adres | Standaardbedrag, inclusief BTW, per adres |
|---|---|---|---|
| Soort gebouw | Beoordelingsmethode MRS1 | Beoordelingsmethode met NLPO2 | Beoordelingsmethode NLTH(A)3 |
| Twee-onder-één-kap | € 10.000 | € 22.000 | € 30.000 |
| Vrijstaand | € 20.000 | € 37.000 | € 42.000 |
| Agrarisch bedrijf | € 45.000 | € 60.000 | € 85.000 |
1 MRS: Modale-responsspectrumberekening als bedoeld in de NPR 9998:2020
2 NLPO: Niet-lineaire push-over-berekening als bedoeld in de NPR 9998:2020
3 NLTH: Niet-lineair(e) tijdsdomein(berekening als bedoeld in de NPR 9998:2020
| Aard van de vergoeding | Standaardbedrag, standaarduurtarief of standaardvergoeding, inclusief BTW |
|---|---|
| Compensatie voor ongemak voor de tijd die een eigenaar of bewoner moet vrijmaken voor de opname en beoordeling van zijn gebouw en de uitvoering van de versterkingsmaatregelen aan dat gebouw | Voor overlast door de opname en beoordeling van een gebouw: € 29,55, voor overlast wanneer een bureaustudie nodig is; € 295,45, voor overlast door de opname op locatie; € 413,65, voor overlast door een opname waarbij extra werkzaamheden nodig zijn om deze uit te voeren. Voor overlast door de uitvoering van de versterkingsmaatregelen: € 709,15 |
| Vergoeding voor externe opslag voor goederen indien noodzakelijk tijdens versterking | € 47,10 |
| Vergoeding voor het verlies van zelf aangebrachte voorzieningendoor een rechtmatige gebruiker | € 3.000,00 |
| Vergoeding voor externe overnachting | € 115,00 |
| Vergoeding voor het zelf regelen van tijdelijke huisvesting | € 3.000,00 |
| Vergoeding voor de kosten voor het verbruik van gas, water en elektra door de aannemer, als deze kosten niet vergoed worden via het versterkingsbudget | € 21,20 per week |
| Vergoeding voor de schoonmaak bij oplevering na versterking | € 175,00 |
| Vergoeding voor extra af te leggen kilometers woon-werkverkeer vergeleken met de huidige reisafstand | € 0,28 per kilometer |
Bijlage 3. Checklist voor opname van een mogelijk aan een typologie toe te delen gebouw, behorende bij artikel 10.1 van deze regeling
Onderstaande checklist is de basis voor de opname van een gebouw dat mogelijk onder een typologie valt. De checklist bestaat uit zes onderdelen. Tabel 3.1 betreft aspecten die in de opname altijd aan bod moeten komen, voor alle gebouwen die naar verwachting aan een typologie kunnen worden toegedeeld. Tabel 3.2 ziet op aspecten in de opname van gebouwen die naar verwachting in de typologie STAAL-A vallen. Tabel 3.3 gaat over aspecten in de opname van gebouwen met metselwerk als materiaal van de constructie. De tabellen 3.4 en 3.5 zien op het vaststellen van scheurvorming voor gebouwen met metselwerk als materiaal van de constructie. Tot slot ziet tabel 3.6 op de onderdelen die mogelijk een uitsluitingsgrond kunnen vormen zodat het gebouw niet aan de betreffende typologie kan worden toegedeeld.
| Aspect | Keuze | Opmerkingen1 |
|---|---|---|
| Materiaal constructie (richting X) | ○ Staal ○ Metselwerk ○ Beton (ter plaatse gestort) ○ Beton (geprefabriceerd) ○ Hout ○ Anders of onbekend | Definieer in inspectierapport X en Y richting (in plattegrond schets) |
| Constructiesysteem (richting X en richting Y) | ○ Kolom-Balk ○ Raamwerk momentvast ○ Raamwerk met schoren ○ Portaalconstructie Hybride ○ Schijfwerking wanden ○ Doorgaande betonnen vloeren ○ Anders | Voor beide hoofddraagrichtingen afzonderlijk bepalen |
| Aantal bouwlagen, plus eventueel een zolder | Noteer aantal: Indien van toepassing: noteer de gootlijn (ter hoogte van welk niveau vloer) | |
| Vrijstaand of (seriematig) geschakeld | ○ Vrijstaand ○ Seriematig geschakeld ○ Niet-seriematig geschakeld ○ Anders |
1 De kolom Opmerkingen is met name bedoeld voor die gevallen waarbij ‘anders’ of ‘onbekend’ is geconstateerd
| Aspect | Keuze | Opmerkingen |
|---|---|---|
| Maximale breedte van de hal | Noteer de maximale breedte van de hal in meters | |
| Maximale lengte van de hal | Noteer de maximale lengte van de hal in meters | |
| Maximale hoogte van de hal | Noteer de maximale hoogte van de hal in meters | |
| Dakvorm | ○ Plat dak ○ Lessenaarsdak ○ Zadeldak ○ Dak met kilgoot ○ Anders | |
| Gevelinvulling | ○ Stalen beplating ○ Sandwichpanelen ○ Gevel met binnendoos ○ Metselwerk borstwering (tot 1,2 meter) ○ Anders | |
| Gewicht van de gevel | Noteer het gewicht van de gevel in kN/m2 | |
| Gewicht van het dakpakket | Noteer het gewicht van de gevel in kN/m2 | |
| Aspect | Keuze | Opmerkingen |
| --- | --- | --- |
| Materiaal vloeren tweede (en hogere) bouwlaag (ten minste 80%) | ○ Beton ○ Hout ○ Anders | Bij laagbouw is het materiaal van de vloer van de tweede bouwlaag (de eerste verdiepingsvloer) van belang. Een zoldervloer wordt niet beschouwd. |
| Opbouw metselwerk in gevel | ○ Steensmuur, geen spouw ○ Spouwmuur met steensbuitenblad ○ Betonnen buitenblad ○ Anders of onbekend | |
| Percentage openingenlangsgevel (indien van toepassing) | Waarde: | Maatgevende doorsnede is die horizontale doorsnede waarin het aandeel metselwerk het kleinst is. Kozijnen, ramen, puien behoren alle tot de openingen. |
| Uitsluitingsgrond i.v.m. bouwkundige staat | Keuze | Opmerkingen |
| --- | --- | --- |
| Aanwezigheid scheurvorming in draagconstructie | Ja/nee | Indien ja, geef schadeklasse op basis van tabel 3.4. |
| Schadecategorie | Schadeklasse | Omschrijving |
| --- | --- | --- |
| 0 | Verwaarloosbaar | |
| Esthetisch | 1 | Zeer licht |
| Esthetisch | 2 | Licht |
| Functioneel | 3 | Matig |
| Functioneel | 4 | Ernstig |
| Constructief | 5 | Zeer ernstig |
| Aspect | Keuze | Opmerkingen |
| --- | --- | --- |
| Combinatie van aspecten uit de tabellen 3.1 en 3.2 leidt niet tot typologietoedeling | Combinatie van aspecten benoemen | |
| Er is sprake van één of meer uitsluitingsgronden zoals omschreven in artikel 10.3 | Uitsluitingsgrond benoemen | Bij enkele uitsluitingsgronden is wegnemen van deze grond voldoende om alsnog tot toedeling te komen |
Bijlage 4. Vaststelling typologieën, behorende bij artikel 10.2 van deze regeling
| Materiaal constructie (richting X) | Staal |
|---|---|
| Draagsysteem (richting X) | Momentvast raamwerk met regelmatige tussenafstanden of raamwerk met windverbanden, of portaalconstructie |
| Materiaal constructie (richting Y) | Staal |
| Draagsysteem (richting Y) | Momentvast raamwerk met regelmatige tussenafstanden of raamwerk met windverbanden |
| Aantal bouwlagen | Eén bouwlaag, geen zolder |
| Vrijstaand of (seriematig) geschakeld | Vrijstaand of geschakelde, seriematige bouw |
| Maximale breedte van de hal (B) | 10 m ≤ B ≤ 40 m |
| Maximale lengte van de hal (L) | 10 m ≤ L≤ 160 m |
| Maximale hoogte van de hal (H) | 4 m ≤ H≤ 10 m |
| Dakvorm | Vlak of geknikt |
| Gevelinvulling | Staal of lichtgewicht invulling, geen metselwerk |
| Gewicht van de gevel | Maximaal 0,30 kN/m2 (inclusief gewicht van stalen kolommen), geen significante constructies of massa’s verbonden aan gevel |
| Gewicht van het dakpakket | Maximaal 0,50 kN/m2 (inclusief gewicht van stalen dakliggers), geen significante constructies of massa’s verbonden aan dak |
| Materiaal constructie (richting X) | Metselwerk (stapelbouw) |
| --- | --- |
| Constructiesysteem (richting X) | Schijfwerking wanden (woningscheidend en kopgevels) |
| Materiaal constructie (richting Y) | Metselwerk (stapelbouw) |
| Constructiesysteem (richting Y) | Schijfwerking wanden (door langsgevel en stabiliserende binnenwanden) |
| Aantal bouwlagen | Eén of twee bouwlagen, plus eventueel een zolder; gootlijn op niveau vloer tweede bouwlaag of zolder |
| Vrijstaand of (seriematig) geschakeld | Geschakelde, seriematige bouw |
| Materiaal vloer tweede bouwlaag (ten minste 80%) | Beton |
| Opbouw metselwerk in gevel | Spouwmuur |
| Percentage openingen langsgevel | Kleiner dan 85% |
| Materiaal constructie (richting X) | Metselwerk (stapelbouw) |
| --- | --- |
| Constructiesysteem (richting X) | Schijfwerking wanden (woningscheidend en kopgevels) |
| Materiaal constructie (richting Y) | Metselwerk (stapelbouw) |
| Constructiesysteem (richting Y) | Schijfwerking wanden (door langsgevel en stabiliserende binnenwanden, dan wel stabiliteit ontleend aan een doorgaande betonnen vloer) |
| Aantal bouwlagen | Eén of twee bouwlagen, plus eventueel een zolder; gootlijn op niveau vloer tweede bouwlaag of zolder |
| Vrijstaand of (seriematig) geschakeld | Geschakelde, seriematige bouw |
| Materiaal vloer tweede bouwlaag (ten minste 80%) | Beton |
| Opbouw metselwerk in gevel | Spouwmuur |
| Percentage openingen langsgevel | Gelijk aan of groter dan 85% |
| Materiaal constructie (richting X) | Metselwerk (stapelbouw) |
| --- | --- |
| Constructiesysteem (richting X) | Schijfwerking wanden |
| Materiaal constructie (richting Y) | Metselwerk (stapelbouw) |
| Constructiesysteem (richting Y) | Schijfwerking wanden |
| Aantal bouwlagen | Eén of twee bouwlagen, plus eventueel een zolder; gootlijn op niveau vloer tweede bouwlaag |
| Vrijstaand of (seriematig) geschakeld | Vrijstaand |
| Materiaal vloer tweede bouwlaag (ten minste 80%) | Hout |
| Opbouw metselwerk in gevel | Steensmuur, geen spouw |
| Materiaal constructie (richting X) | Metselwerk (stapelbouw) |
| --- | --- |
| Constructiesysteem (richting X) | Schijfwerking wanden |
| Materiaal constructie (richting Y) | Metselwerk (stapelbouw) |
| Constructiesysteem (richting Y) | Schijfwerking wanden |
| Aantal bouwlagen | Eén of twee bouwlagen, plus eventueel een zolder; gootlijn op niveau vloer tweede bouwlaag |
| Vrijstaand of (seriematig) geschakeld | Vrijstaand |
| Materiaal vloer tweede bouwlaag (ten minste 80%) | Beton |
| Opbouw metselwerk in gevel | Eén of meer gevels als spouwmuur |
| Materiaal constructie (richting X) | Metselwerk (stapelbouw) |
| --- | --- |
| Constructiesysteem (richting X) | Schijfwerking wanden |
| Materiaal constructie (richting Y) | Metselwerk (stapelbouw) |
| Constructiesysteem (richting Y) | Schijfwerking wanden |
| Aantal bouwlagen | Eén of twee bouwlagen, plus eventueel een zolder; gootlijn op niveau vloer tweede bouwlaag |
| Vrijstaand of (seriematig) geschakeld | Vrijstaand |
| Materiaal vloer tweede bouwlaag (ten minste 80%) | Hout |
| Opbouw metselwerk in gevel | Eén of meer gevels als spouwmuur |
| Materiaal constructie (richting X) | Metselwerk (stapelbouw) |
| --- | --- |
| Constructiesysteem (richting X) | Schijfwerking wanden |
| Materiaal constructie (richting Y) | Metselwerk (stapelbouw) |
| Constructiesysteem (richting Y) | Schijfwerking wanden (gevel en eventuele stabiliserende binnenwanden) met eventueel doorlopende gekoppelde betonnen vloeren |
| Aantal bouwlagen | Drie tot vijf bouwlagen, plus eventueel een zolder |
| Vrijstaand of (seriematig) geschakeld | Geschakelde, seriematige bouw |
| Materiaal vloer tweede en hogere bouwlagen (ten minste 80%) | Beton |
| Opbouw metselwerk in gevel | Spouwmuur |
| Materiaal constructie (richting X) | Beton (ter plaatse gestort) |
| --- | --- |
| Constructiesysteem (richting X) | Schijfwerking met massieve betonnen wanden |
| Materiaal constructie (richting Y) | Beton (ter plaatse gestort) |
| Constructiesysteem (richting Y) | Raamwerk (met gewapende vloer-wand verbinding) |
| Aantal bouwlagen | Eén of twee bouwlagen, plus eventueel een zolder |
| Vrijstaand of (seriematig) geschakeld | Geschakelde, seriematige bouw |
| Materiaal constructie (richting X) | Beton (ter plaatse gestort) |
| --- | --- |
| Constructiesysteem (richting X) | Schijfwerking met massieve betonnen wanden |
| Materiaal constructie (richting Y) | Beton (ter plaatse gestort) |
| Constructiesysteem (richting Y) | Schijfwerking (geen gewapende vloer-wand verbinding) |
| Aantal bouwlagen | Eén of twee bouwlagen, plus eventueel een zolder |
| Vrijstaand of (seriematig) geschakeld | Geschakelde, seriematige bouw |
| Materiaal constructie (richting X) | Beton (ter plaatse gestort) |
| --- | --- |
| Constructiesysteem (richting X) | Schijfwerking met massieve betonnen wanden |
| Materiaal constructie (richting Y) | Beton (ter plaatse gestort) |
| Constructiesysteem (richting Y) | Schijfwerking (geen gewapende vloer-wand verbinding) |
| Aantal bouwlagen | Eén of twee bouwlagen, plus eventueel een zolder |
| Vrijstaand of (seriematig) geschakeld | Vrijstaand |
| Materiaal constructie (richting X) | Beton (geprefabriceerd) |
| --- | --- |
| Constructiesysteem (richting X) | Schijfwerking |
| Materiaal constructie (richting Y) | Beton (geprefabriceerd) |
| Constructiesysteem (richting Y) | Schijfwerking in geprefabriceerde betonnen wanden |
| Aantal bouwlagen | Een of twee bouwlagen, plus eventueel een zolder |
| Vrijstaand of (seriematig) geschakeld | Vrijstaand of geschakelde, seriematige bouw |
Bijlage 5. Vlekkentabellen, behorende bij artikel 10.4
Onderdeel 5a. Stappen bij toepassen vlekkentabellen
Als er sprake is van een onbebouwde omgeving, ga verder met stap 2.
Kijk of er constructieve ontwerpberekeningen beschikbaar zijn voor het gebouw.
Als uit de constructieve ontwerpberekeningen blijkt dat er in de ontwerpberekeningen rekening is gehouden met een onbebouwde omgeving, dan wordt van onbebouwde omgeving uitgegaan. Mochten er geen constructieve ontwerpberekeningen beschikbaar zijn, dan wordt de uitkomst bebouwde omgeving uit stap 1, niet bijgesteld. Ga verder met stap 2.
Stel eerst de maximale breedte van het gebouw vast om te bepalen welke vlekkentabel gehanteerd moet worden. Bepaal vervolgens de maximale lengte en maximale hoogte van het gebouw.
Om te bepalen welke vlekkentabel van toepassing is, wordt gekeken of het gebouw in een bebouwde (stap 3A) of in een onbebouwde omgeving (stap 3B) ligt.
Als sprake is van een gebouw in een bebouwde omgeving, dan is tabel 5.1, 5.2, 5.3 of 5.4 van toepassing. Bepaal met de vastgestelde breedte van het gebouw welke van deze vlekkentabellen moet worden gebruikt:
Ligt de breedte van een gebouw tussen de genoemde breedtes van 10, 20, 30 en 40 meter in (een gebouw is bijvoorbeeld 15 meter breed), dan moet tussen de twee vlekkentabellen moet worden geïnterpoleerd. Dit komt aan de orde in stap 4.
Als sprake is van een gebouw in een onbebouwde omgeving, dan is tabel 5.5, 5.6, 5.7 of 5.8 van toepassing. Bepaal met de vastgestelde breedte van de gebouw welke van deze vlekkentabellen moet worden gebruikt:
Ligt de breedte van een gebouw tussen de genoemde breedtes van 10, 20, 30 en 40 meter in (een gebouw is bijvoorbeeld 15 meter breed), dan moet tussen de twee vlekkentabellen moet worden geïnterpoleerd. Dit komt aan de orde in stap 4.
Bijlage 6. Vlekkenkaarten, behorende bij de artikelen 10.5 en 10.7, tweede lid, van deze regeling
B. Vlekkenkaart, behorende bij typologie Metselwerk2
C. Vlekkenkaart, behorende bij typologie Metselwerk5
D. Vlekkenkaart, behorende bij typologie Metselwerk6
Onderdeel 5b. Vlekkentabellen
Onderdeel 5b. Vlekkentabellen
A. Vlekkenkaart, behorende bij typologie Metselwerk1
A. Vlekkenkaart, behorende bij typologie Metselwerk1
B. Vlekkenkaart, behorende bij typologie Metselwerk2
C. Vlekkenkaart, behorende bij typologie Metselwerk5
Bijlage 7. Voorwaarden voor individuele beoordeling van een gebouw volgens de NPR 9998, behorende bij artikel 10.6 van deze regeling
De individuele beoordeling (inclusief de opname op locatie, bedoeld in artikel 10f, vijfde lid, van het besluit) van een gebouw volgens de NPR 9998 vindt plaats met inachtneming van de volgende voorwaarden:
-
- Indien voor de locatie van het gebouw onvoldoende relevante grondgegevens beschikbaar zijn, wordt aanvullend grondonderzoek uitgevoerd.
-
- Indien dit nodig is voor het beoordelen of een gebouw voldoet aan de veiligheidsnorm vindt uitgebreid onderzoek naar en beoordeling van de fundering plaats conform de NEN 8707+C1:2020. Hierbij moet de scheefstand / de relatieve rotatie van het gebouw ten opzichte van het maaiveld in acht worden genomen. Hierbij kan waarbij gebruik worden gemaakt van onderstaande tabel:
| Situatie | Noodzaak tot onderzoek en beoordeling fundering met NEN 8707+C1:2020 |
|---|---|
| Fundering na 1985 en geen constructieve schade bovengronds of scheefstand/relatieve rotatie >1:75 | Geen beoordeling NEN 8707+C1:2020 nodig |
| Fundering na 1985 en wel constructieve schade bovengronds of scheefstand/relatieve rotatie >1:75 | Beoordeling volgens NEN 8707 +C1:2020 nodig (berekening) |
| Fundering voor 1985 en wel constructieve schade bovengronds of scheefstand/relatieve rotatie >1:75 | Beoordeling volgens NEN8707 +C1:2020 nodig (berekening) |
| Fundering voor 1985 en geen constructieve schade bovengronds: – Meting scheefstand/relatieve rotatie < 10 mm/m (1/100) en geen aanzienlijke toename te verwachten – Meting scheefstand/relatieve rotatie >10 maar < 13 mm/m en/of enige toename te verwachten – Meting scheefstand/relatieve rotatie > 13 mm/m en/of aanzienlijke toename te verwachten | Geen beoordeling NEN 8707+C1:2020 nodig Onder voorbehoud geen beoordeling NEN 8707 +C1:2020 nodig; vaststellen met zakkingsmeting Beoordeling volgens NEN 8707 +C1:2020 nodig (berekening) |
-
- In geval van scheuren in metselwerk wordt voor het bepalen of sprake is van constructieve schade gebruik gemaakt van de schadeklasse, opgenomen in de tabel met overzicht van schadeklassen, opgenomen in bijlage 3, waarbij schades vanaf schadeklasse 3 (scheuren met een wijdte tussen 5 en 15 mm of meerdere scheuren met een wijdte van 3 mm of groter) in ieder geval gezien worden als constructieve schade.
-
- Bij het bepalen van de aanwezigheid van constructieve schade bovengronds wordt de schade beoordeeld met inachtneming van het totaalbeeld van scheuren en verzakkingen het gehele scheur- en zakkingspatroon en de mogelijke onderliggende oorzaken (bijvoorbeeld de staat van de fundering).
-
- Delen van gebouwen die niet voor verblijf van mensen zijn bedoeld (zoals bijgebouwen, schuren en garages) worden in de beoordeling meegenomen, indien deze gebouwdelen in gevolgklasse CC1b, bedoeld in tabel 2.1, van de NPR 9998 vallen.
-
- Indien dit nodig is om te beoordelen of een gebouw voldoet aan de veiligheidsnorm worden niet-seismische, constructieve elementen van het gebouw in de beoordeling meegenomen.
-
- Verzwakte delen van de constructie (boven- en ondergronds) worden in de beoordeling meegenomen, in de tijdens opname vastgestelde technische staat, en vervolgens op de voor seismische beoordeling benodigde wijze gemodelleerd.
-
- Er wordt gebruik gemaakt van die rekenmethode die past bij het gebouw, waarbij voldoende toename van detail van analyse plaatsvindt om daadwerkelijk te kunnen bepalen dat een gebouw aan de veiligheidsnorm voldoet. Indien uit de meest gedetailleerde berekening blijkt dat een gebouw niet aan de veiligheidsnorm voldoet, worden maatregelen bepaald.
-
- Voor het opstellen van het versterkingsadvies wordt gebruik gemaakt van een model dat door de Minister beschikbaar is gesteld op www.nationaalcoordinatorgroningen.nl.
Bijlage 8. Voorwaarden bepaling maatregelen, behorende bij artikel 10.7 van deze regeling
De bepaling welke soort maatregelen nodig is, bedoeld in artikel 10.7, vindt plaats met inachtneming van de volgende voorwaarden:
-
- Er wordt gebruik gemaakt van de standaardmaatregelen met, voor zover mogelijk de bijbehorende kostenramingen, die zijn opgenomen in de Groninger Maatregelen catalogus die als webtool beschikbaar is gesteld op www.maatregelencatalogus.nl.
-
- Details van maatregelen worden aangevuld met een detailberekening die is gebaseerd op de maximale op te nemen kracht om te kunnen voldoen aan de veiligheidsnorm.
-
- Er wordt rekening mee gehouden of een gebouw is aangewezen als:
- a. gemeentelijk monument bij verordening op grond van artikel 3.16 van de Erfgoedwet of artikel 149 Gemeentewet;
- b. gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht in een bestemmingsplan, bedoeld in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening;
- c. karakteristiek of beeldbepalend pand in een bestemmingsplan, bedoeld in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening;
- d. rijksmonument op grond van artikel 3.1 van de Erfgoedwet;
- e. rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht op grond van de Erfgoedwet en opgenomen in een bestemmingsplan, bedoeld in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening.
-
- Alleen herstel van verzwakte delen van de constructie dat nodig is om ervoor te zorgen dat het gebouw kan voldoen aan de veiligheidsnorm, wordt meegenomen als onderdeel van de versterkingsmaatregelen.
-
- In het versterkingsadvies wordt duidelijk aangeven welke maatregelen nodig zijn voor herstel van verzwakte constructies en welke versterkingsmaatregelen nodig zijn voor het voldoen aan de veiligheidsnorm. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de Groninger Maatregelencatalogus.
-
- Er wordt gebruik gemaakt van die rekenmethode die past bij het gebouw, waarbij een toename van detail van analyse plaatsvindt in die mate waarin dat nodig is om tot efficiënte versterkingsmaatregelen te komen.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Artikel 1a.1
Het Instituut heeft de taak knelpunten als gevolg van schade, niet zijnde bijzondere situaties of vastgelopen situaties, op te lossen die ontstaan door het kader, bedoeld in artikel 2, zesde lid, van de wet.
Het Instituut heeft de taak een bijzondere situatie op te lossen waarin de benadeelde:
- a. schade heeft geleden of ten aanzien van het gebouw waarvan hij eigenaar is een versterkingsbesluit ontvangt of heeft ontvangen;
- b. een aantoonbaar medisch, psychisch of sociaal probleem heeft; en
- c. door persoonlijke omstandigheden in ernstige financiële problemen is gekomen of dreigt te komen of failliet is gegaan of dreigt te gaan.
Het Instituut heeft de taak een vastgelopen situatie op te lossen waarin de benadeelde:
- a. in schrijnende omstandigheden terecht is gekomen of dreigt te komen:
- 1°. doordat de algehele staat of conditie van het te herstellen of versterken pand zwak is als gevolg van constructieve problemen; of
- 2°. door andere factoren;
- b. eigenaar is van een gebouw gelegen in een gemeente in het gebied waar het Instituut het bewijsvermoeden, bedoeld in artikel 177a van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek toepast; en
- c. in een situatie verkeert die niet op redelijke of adequate wijze kan worden opgelost met behulp van bestaande voorzieningen.
Artikel 1a.2
Het Instituut verzoekt de Commissie bijzondere situaties, bedoeld in artikel 2 van het Instellingsbesluit Commissie bijzondere situaties om advies over hulp in bijzondere situaties.
Artikel 1a.3
Het Instituut verzoekt een door de Minister benoemde onafhankelijk adviseur om advies over het oplossen van vastgelopen situaties. Het Instituut voorziet in de ondersteuning van de onafhankelijk adviseur.
Artikel 1a.4
Een bijzondere situatie kan bij het Instituut worden aangedragen door:
- a. een burgemeester van een gemeente in het gebied waar het Instituut het bewijsvermoeden, bedoeld in artikel 177a van Boek 6 van het Burgerlijk Wetboek, toepast en waarin de benadeelde woonachtig is;
- b. de Nationale ombudsman, bedoeld in artikel 2 van de Wet Nationale ombudsman; of
- c. regionale zorg- en hulpverleners.
Een vastgelopen situatie kan bij het Instituut worden aangedragen door:
- a. een burgemeester van een gemeente, als bedoeld in het eerste lid, onderdeel a;
- b. de Minister; of
- c. het Instituut.
§ 2. Verrijking risicoprofielen
§ 5. Vergoeding versterking in eigen beheer
§ 6. Aanvraag voor het versterkingsbesluit wanneer voorbereiding is uitgevoerd in eigen beheer
§ 8. Verkorte termijn voor het nemen van een versterkingsbesluit
§ 8a. Vergoeding bouwkundig, bodemkundig, ecologisch, hydrologisch of financieel advies
§ 9. Herbeoordeling
§ 10. Beoordeling veiligheid en bepalen maatregelen versterking
§ 11. Hoogte financiële middelen duurzaam herstel en oplossen knelpunten
Artikel 11.2
De hoogte van de financiële middelen voor de uitgaven van het Instituut voor het oplossen van knelpunten als gevolg van schade, niet zijnde bijzondere situaties of vastgelopen situaties, die ontstaan door het kader, bedoeld in artikel 2, zesde lid van de wet, is het bedrag opgenomen voor de knelpunten IMG in de tabel behorende bij de artikelsgewijze toelichting op beleidsartikel 5 in onderdeel B van de memorie van toelichting van de wet tot vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor het desbetreffende jaar.
De hoogte van de financiële middelen voor de uitgaven van het Instituut voor het oplossen van knelpunten als gevolg van schade is voor zover het bijzondere situaties betreft het bedrag opgenomen voor de Commissie bijzondere situaties in de tabel behorende bij de artikelsgewijze toelichting op beleidsartikel 5 in onderdeel B van de memorie van toelichting van de wet tot vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor het desbetreffende jaar.
De hoogte van de financiële middelen voor de uitgaven van het Instituut en de Minister voor het oplossen van knelpunten als gevolg van schade is voor zover het vastgelopen situaties betreft het bedrag opgenomen voor vastgelopen dossiers in de tabel behorende bij de artikelsgewijze toelichting op beleidsartikel 5 in onderdeel B van de memorie van toelichting van de wet tot vaststelling van de begrotingsstaten van het Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties voor het desbetreffende jaar.
§ 12. Overgangsrecht en slotbepalingen
Bijlage 1. Modelbepalingen beoordelingsfase, ontwerpfase en uitvoeringsfase, behorende bij de artikelen 3.1, eerste lid, 4.1, eerste lid, en 5.1, eerste lid
A. Modelbepalingen beoordelingsfase, behorende bij artikel 3.1, eerste lid
B. Modelbepalingen ontwerpfase, behorende bij artikel 4.1, eerste lid
De volgende voorwaarde, betreffende het rechtskarakter van de overeenkomst en de toepasselijke voorwaarden wordt ten minste opgenomen in de overeenkomst tussen opdrachtgever en opdrachtnemer:
C. Modelbepalingen uitvoeringsfase, behorende bij artikel 5.1, eerste lid
Bijlage 2. Standaardbedragen vergoeding uitvoering beoordelingsfase in eigen beheer en vergoeding schade, behorende bij de artikelen 3.3, eerste lid, onderdelen a en b, en 7.2, eerste lid
| Soort gebouw | Standaardbedrag, inclusief BTW, per adres | Standaardbedrag, inclusief BTW, per adres | Standaardbedrag, inclusief BTW, per adres |
|---|---|---|---|
| Soort gebouw | Beoordelingsmethode MRS1 | Beoordelingsmethode met NLPO2 | Beoordelingsmethode NLTH(A)3 |
| Twee-onder-één-kap | € 10.000 | € 22.000 | € 30.000 |
| Vrijstaand | € 20.000 | € 37.000 | € 42.000 |
| Agrarisch bedrijf | € 45.000 | € 60.000 | € 85.000 |
1 MRS: Modale-responsspectrumberekening als bedoeld in de NPR 9998:2020
2 NLPO: Niet-lineaire push-over-berekening als bedoeld in de NPR 9998:2020
3 NLTH: Niet-lineair(e) tijdsdomein(berekening als bedoeld in de NPR 9998:2020
| Aard van de vergoeding | Standaardbedrag, standaarduurtarief of standaardvergoeding, inclusief BTW |
|---|---|
| Compensatie voor ongemak voor de tijd die een eigenaar of bewoner moet vrijmaken voor de opname en beoordeling van zijn gebouw en de uitvoering van de versterkingsmaatregelen aan dat gebouw | Voor overlast door de opname en beoordeling van een gebouw: € 30,00, voor overlast wanneer een bureaustudie nodig is; € 296,00, voor overlast door de opname op locatie; € 414,00, voor overlast door een opname waarbij extra werkzaamheden nodig zijn om deze uit te voeren. Voor overlast door de uitvoering van de versterkingsmaatregelen: € 710 |
| Vergoeding voor externe opslag voor goederen indien noodzakelijk tijdens versterking | Eenpersoonshuishouden € 165,00 per maand Tweepersoonshuishouden € 190,00 per maand Huishouden met drie personen of meer € 250,00 per maand. |
| Vergoeding voor het verlies van zelf aangebrachte voorzieningen door een rechtmatige gebruiker | € 3.000,00 of op verzoek van de huurder het bedrag zoals door een taxateur bepaald |
| Vergoeding voor externe overnachting | € 115,00 per nacht voor 1 of 2 personen |
| Vergoeding voor het zelf regelen van tijdelijke huisvesting | € 3.000,00 per maand |
| Vergoeding voor de kosten voor het verbruik van gas, water en elektra door de aannemer, als deze kosten niet vergoed worden via het versterkingsbudget | € 22,00 per dag |
| Vergoeding voor de schoonmaak bij oplevering na versterking | € 175,00 |
| Tijdelijke kantoorruimte (geen praktijk- of behandelruimte) | Binnen de stad Groningen; € 177,00 per m2 per jaar. Buiten de stad Groningen: € 130,00 per m2 per jaar. |
| Vergoeding voor extra af te leggen kilometers woon-werkverkeer vergeleken met de huidige reisafstand | € 0,28 per kilometer |
| Vergoeding voor verhuizing | Eenpersoonshuishouden € 1.400,00 Tweepersoonshuishouden € 1.660,00 Huishouden met drie personen of meer € 2.740,00 |
Bijlage 2. Standaardbedragen vergoeding uitvoering beoordelingsfase in eigen beheer en vergoeding schade, behorende bij de artikelen 3.3, eerste lid, onderdelen a en b, en 7.2, eerste lid
| Soort gebouw | Standaardbedrag, inclusief BTW, per adres | Standaardbedrag, inclusief BTW, per adres | Standaardbedrag, inclusief BTW, per adres |
|---|---|---|---|
| Soort gebouw | Beoordelingsmethode MRS1 | Beoordelingsmethode met NLPO2 | Beoordelingsmethode NLTH(A)3 |
| Twee-onder-één-kap | € 10.000 | € 22.000 | € 30.000 |
| Vrijstaand | € 20.000 | € 37.000 | € 42.000 |
| Agrarisch bedrijf | € 45.000 | € 60.000 | € 85.000 |
1 MRS: Modale-responsspectrumberekening als bedoeld in de NPR 9998:2020
2 NLPO: Niet-lineaire push-over-berekening als bedoeld in de NPR 9998:2020
3 NLTH: Niet-lineair(e) tijdsdomein(berekening als bedoeld in de NPR 9998:2020
| Aard van de vergoeding | Standaardbedrag, standaarduurtarief of standaardvergoeding, inclusief BTW |
|---|---|
| Compensatie voor ongemak voor de tijd die een eigenaar of bewoner moet vrijmaken voor de opname en beoordeling van zijn gebouw en de uitvoering van de versterkingsmaatregelen aan dat gebouw | Voor overlast door de opname en beoordeling van een gebouw: € 34,00, voor overlast wanneer een bureaustudie nodig is; € 318,00, voor overlast door de opname op locatie; € 444,00, voor overlast door een opname waarbij extra werkzaamheden nodig zijn om deze uit te voeren. Voor overlast door de uitvoering van de versterkingsmaatregelen: € 760,00 |
| Vergoeding voor externe opslag voor goederen indien noodzakelijk tijdens versterking | Eenpersoonshuishouden € 177,00 per maand Tweepersoonshuishouden € 204,00 per maand Huishouden met drie personen of meer € 268,00 per maand. |
| Vergoeding voor het verlies van zelf aangebrachte voorzieningen door een rechtmatige gebruiker | € 3.105,00 of op verzoek van de huurder het bedrag zoals door een taxateur bepaald |
| Vergoeding voor externe overnachting | € 124,00 per nacht voor 1 of 2 personen |
| Vergoeding voor het zelf regelen van tijdelijke huisvesting | € 3.207,00 per maand |
| Vergoeding voor de kosten voor het verbruik van gas, water en elektra door de aannemer, als deze kosten niet vergoed worden via het versterkingsbudget | € 24,00 per dag |
| Vergoeding voor de schoonmaak bij oplevering na versterking | € 188,00 |
| Tijdelijke kantoorruimte (geen praktijk- of behandelruimte) | Binnen de stad Groningen; € 191,00 per m2 per jaar. Buiten de stad Groningen: € 140,00 per m2 per jaar. |
| Vergoeding voor extra af te leggen kilometers woon-werkverkeer vergeleken met de huidige reisafstand | € 0,30 per kilometer |
| Vergoeding voor verhuizing | Eenpersoonshuishouden € 1.498,00 Tweepersoonshuishouden € 1.776,00 Huishouden met drie personen of meer € 2.929,00 of de overgelegde offertes van derden of andere bewijsstukken, voor zover die offertes of bewijsstukken zijn gebaseerd op bedrijfseconomische grondslagen en normen die in het maatschappelijk verkeer als aanvaardbaar worden beschouwd |
| Vergoeding voor eigen tijd van een eigenaar of een rechtmatig gebruiker, niet zijnde de eigenaar, van een woning waarover vanaf 25 april 2023 een versterkingsbesluit of een besluit, als bedoeld in artikel 13i, tweede lid, van de wet, is genomen of wordt genomen of waarvoor voor 25 april 2023 een versterkingsbesluit is genomen, maar sinds die datum nog geen versterking is uitgevoerd | € 2.500,00 |
Bijlage 3. Checklist voor opname van een mogelijk aan een typologie toe te delen gebouw, behorende bij artikel 10.1 van deze regeling
Onderstaande checklist is de basis voor de opname van een gebouw dat mogelijk onder een typologie valt. De checklist bestaat uit zes onderdelen. Tabel 3.1 betreft aspecten die in de opname altijd aan bod moeten komen, voor alle gebouwen die naar verwachting aan een typologie kunnen worden toegedeeld. Tabel 3.2 ziet op aspecten in de opname van gebouwen die naar verwachting in de typologie STAAL-A vallen. Tabel 3.3 gaat over aspecten in de opname van gebouwen met metselwerk als materiaal van de constructie. De tabellen 3.4 en 3.5 zien op het vaststellen van scheurvorming voor gebouwen met metselwerk als materiaal van de constructie. Tot slot ziet tabel 3.6 op de onderdelen die mogelijk een uitsluitingsgrond kunnen vormen zodat het gebouw niet aan de betreffende typologie kan worden toegedeeld.
| Aspect | Keuze | Opmerkingen1 |
|---|---|---|
| Materiaal constructie (richting X) | ○ Staal ○ Metselwerk ○ Beton (ter plaatse gestort) ○ Beton (geprefabriceerd) ○ Hout ○ Anders of onbekend | Definieer in inspectierapport X en Y richting (in plattegrond schets) |
| Constructiesysteem (richting X en richting Y) | ○ Kolom-Balk ○ Raamwerk momentvast ○ Raamwerk met schoren ○ Portaalconstructie Hybride ○ Schijfwerking wanden ○ Doorgaande betonnen vloeren ○ Anders | Voor beide hoofddraagrichtingen afzonderlijk bepalen |
| Aantal bouwlagen, plus eventueel een zolder | Noteer aantal: Indien van toepassing: noteer de gootlijn (ter hoogte van welk niveau vloer) | |
| Vrijstaand of (seriematig) geschakeld | ○ Vrijstaand ○ Seriematig geschakeld ○ Niet-seriematig geschakeld ○ Anders |
1 De kolom Opmerkingen is met name bedoeld voor die gevallen waarbij ‘anders’ of ‘onbekend’ is geconstateerd
| Aspect | Keuze | Opmerkingen |
|---|---|---|
| Maximale breedte van de hal | Noteer de maximale breedte van de hal in meters | |
| Maximale lengte van de hal | Noteer de maximale lengte van de hal in meters | |
| Maximale hoogte van de hal | Noteer de maximale hoogte van de hal in meters | |
| Dakvorm | ○ Plat dak ○ Lessenaarsdak ○ Zadeldak ○ Dak met kilgoot ○ Anders | |
| Gevelinvulling | ○ Stalen beplating ○ Sandwichpanelen ○ Gevel met binnendoos ○ Metselwerk borstwering (tot 1,2 meter) ○ Anders | |
| Gewicht van de gevel | Noteer het gewicht van de gevel in kN/m2 | |
| Gewicht van het dakpakket | Noteer het gewicht van de gevel in kN/m2 | |
| Aspect | Keuze | Opmerkingen |
| --- | --- | --- |
| Materiaal vloeren tweede (en hogere) bouwlaag (ten minste 80%) | ○ Beton ○ Hout ○ Anders | Bij laagbouw is het materiaal van de vloer van de tweede bouwlaag (de eerste verdiepingsvloer) van belang. Een zoldervloer wordt niet beschouwd. |
| Opbouw metselwerk in gevel | ○ Steensmuur, geen spouw ○ Spouwmuur met steensbuitenblad ○ Betonnen buitenblad ○ Anders of onbekend | |
| Percentage openingenlangsgevel (indien van toepassing) | Waarde: | Maatgevende doorsnede is die horizontale doorsnede waarin het aandeel metselwerk het kleinst is. Kozijnen, ramen, puien behoren alle tot de openingen. |
| Uitsluitingsgrond i.v.m. bouwkundige staat | Keuze | Opmerkingen |
| --- | --- | --- |
| Aanwezigheid scheurvorming in draagconstructie | Ja/nee | Indien ja, geef schadeklasse op basis van tabel 3.4. |
| Schadecategorie | Schadeklasse | Omschrijving |
| --- | --- | --- |
| 0 | Verwaarloosbaar | |
| Esthetisch | 1 | Zeer licht |
| Esthetisch | 2 | Licht |
| Functioneel | 3 | Matig |
| Functioneel | 4 | Ernstig |
| Constructief | 5 | Zeer ernstig |
| Aspect | Keuze | Opmerkingen |
| --- | --- | --- |
| Combinatie van aspecten uit de tabellen 3.1 en 3.2 leidt niet tot typologietoedeling | Combinatie van aspecten benoemen | |
| Er is sprake van één of meer uitsluitingsgronden zoals omschreven in artikel 10.3 | Uitsluitingsgrond benoemen | Bij enkele uitsluitingsgronden is wegnemen van deze grond voldoende om alsnog tot toedeling te komen |
Bijlage 4. Vaststelling typologieën, behorende bij artikel 10.2 van deze regeling
| Materiaal constructie (richting X) | Staal |
|---|---|
| Draagsysteem (richting X) | Momentvast raamwerk met regelmatige tussenafstanden of raamwerk met windverbanden, of portaalconstructie |
| Materiaal constructie (richting Y) | Staal |
| Draagsysteem (richting Y) | Momentvast raamwerk met regelmatige tussenafstanden of raamwerk met windverbanden |
| Aantal bouwlagen | Eén bouwlaag, geen zolder |
| Vrijstaand of (seriematig) geschakeld | Vrijstaand of geschakelde, seriematige bouw |
| Maximale breedte van de hal (B) | 10 m ≤ B ≤ 40 m |
| Maximale lengte van de hal (L) | 10 m ≤ L≤ 160 m |
| Maximale hoogte van de hal (H) | 4 m ≤ H≤ 10 m |
| Dakvorm | Vlak of geknikt |
| Gevelinvulling | Staal of lichtgewicht invulling, geen metselwerk |
| Gewicht van de gevel | Maximaal 0,30 kN/m2 (inclusief gewicht van stalen kolommen), geen significante constructies of massa’s verbonden aan gevel |
| Gewicht van het dakpakket | Maximaal 0,50 kN/m2 (inclusief gewicht van stalen dakliggers), geen significante constructies of massa’s verbonden aan dak |
| Materiaal constructie (richting X) | Metselwerk (stapelbouw) |
| --- | --- |
| Constructiesysteem (richting X) | Schijfwerking wanden (woningscheidend en kopgevels) |
| Materiaal constructie (richting Y) | Metselwerk (stapelbouw) |
| Constructiesysteem (richting Y) | Schijfwerking wanden (door langsgevel en stabiliserende binnenwanden) |
| Aantal bouwlagen | Eén of twee bouwlagen, plus eventueel een zolder; gootlijn op niveau vloer tweede bouwlaag of zolder |
| Vrijstaand of (seriematig) geschakeld | Geschakelde, seriematige bouw |
| Materiaal vloer tweede bouwlaag (ten minste 80%) | Beton |
| Opbouw metselwerk in gevel | Spouwmuur |
| Percentage openingen langsgevel | Kleiner dan 85% |
| Materiaal constructie (richting X) | Metselwerk (stapelbouw) |
| --- | --- |
| Constructiesysteem (richting X) | Schijfwerking wanden (woningscheidend en kopgevels) |
| Materiaal constructie (richting Y) | Metselwerk (stapelbouw) |
| Constructiesysteem (richting Y) | Schijfwerking wanden (door langsgevel en stabiliserende binnenwanden, dan wel stabiliteit ontleend aan een doorgaande betonnen vloer) |
| Aantal bouwlagen | Eén of twee bouwlagen, plus eventueel een zolder; gootlijn op niveau vloer tweede bouwlaag of zolder |
| Vrijstaand of (seriematig) geschakeld | Geschakelde, seriematige bouw |
| Materiaal vloer tweede bouwlaag (ten minste 80%) | Beton |
| Opbouw metselwerk in gevel | Spouwmuur |
| Percentage openingen langsgevel | Gelijk aan of groter dan 85% |
| Materiaal constructie (richting X) | Metselwerk (stapelbouw) |
| --- | --- |
| Constructiesysteem (richting X) | Schijfwerking wanden |
| Materiaal constructie (richting Y) | Metselwerk (stapelbouw) |
| Constructiesysteem (richting Y) | Schijfwerking wanden |
| Aantal bouwlagen | Eén of twee bouwlagen, plus eventueel een zolder; gootlijn op niveau vloer tweede bouwlaag |
| Vrijstaand of (seriematig) geschakeld | Vrijstaand |
| Materiaal vloer tweede bouwlaag (ten minste 80%) | Hout |
| Opbouw metselwerk in gevel | Steensmuur, geen spouw |
| Materiaal constructie (richting X) | Metselwerk (stapelbouw) |
| --- | --- |
| Constructiesysteem (richting X) | Schijfwerking wanden |
| Materiaal constructie (richting Y) | Metselwerk (stapelbouw) |
| Constructiesysteem (richting Y) | Schijfwerking wanden |
| Aantal bouwlagen | Eén of twee bouwlagen, plus eventueel een zolder; gootlijn op niveau vloer tweede bouwlaag |
| Vrijstaand of (seriematig) geschakeld | Vrijstaand |
| Materiaal vloer tweede bouwlaag (ten minste 80%) | Beton |
| Opbouw metselwerk in gevel | Eén of meer gevels als spouwmuur |
| Materiaal constructie (richting X) | Metselwerk (stapelbouw) |
| --- | --- |
| Constructiesysteem (richting X) | Schijfwerking wanden |
| Materiaal constructie (richting Y) | Metselwerk (stapelbouw) |
| Constructiesysteem (richting Y) | Schijfwerking wanden |
| Aantal bouwlagen | Eén of twee bouwlagen, plus eventueel een zolder; gootlijn op niveau vloer tweede bouwlaag |
| Vrijstaand of (seriematig) geschakeld | Vrijstaand |
| Materiaal vloer tweede bouwlaag (ten minste 80%) | Hout |
| Opbouw metselwerk in gevel | Eén of meer gevels als spouwmuur |
| Materiaal constructie (richting X) | Metselwerk (stapelbouw) |
| --- | --- |
| Constructiesysteem (richting X) | Schijfwerking wanden |
| Materiaal constructie (richting Y) | Metselwerk (stapelbouw) |
| Constructiesysteem (richting Y) | Schijfwerking wanden (gevel en eventuele stabiliserende binnenwanden) met eventueel doorlopende gekoppelde betonnen vloeren |
| Aantal bouwlagen | Drie tot vijf bouwlagen, plus eventueel een zolder |
| Vrijstaand of (seriematig) geschakeld | Geschakelde, seriematige bouw |
| Materiaal vloer tweede en hogere bouwlagen (ten minste 80%) | Beton |
| Opbouw metselwerk in gevel | Spouwmuur |
| Materiaal constructie (richting X) | Beton (ter plaatse gestort) |
| --- | --- |
| Constructiesysteem (richting X) | Schijfwerking met massieve betonnen wanden |
| Materiaal constructie (richting Y) | Beton (ter plaatse gestort) |
| Constructiesysteem (richting Y) | Raamwerk (met gewapende vloer-wand verbinding) |
| Aantal bouwlagen | Eén of twee bouwlagen, plus eventueel een zolder |
| Vrijstaand of (seriematig) geschakeld | Geschakelde, seriematige bouw |
| Materiaal constructie (richting X) | Beton (ter plaatse gestort) |
| --- | --- |
| Constructiesysteem (richting X) | Schijfwerking met massieve betonnen wanden |
| Materiaal constructie (richting Y) | Beton (ter plaatse gestort) |
| Constructiesysteem (richting Y) | Schijfwerking (geen gewapende vloer-wand verbinding) |
| Aantal bouwlagen | Eén of twee bouwlagen, plus eventueel een zolder |
| Vrijstaand of (seriematig) geschakeld | Geschakelde, seriematige bouw |
| Materiaal constructie (richting X) | Beton (ter plaatse gestort) |
| --- | --- |
| Constructiesysteem (richting X) | Schijfwerking met massieve betonnen wanden |
| Materiaal constructie (richting Y) | Beton (ter plaatse gestort) |
| Constructiesysteem (richting Y) | Schijfwerking (geen gewapende vloer-wand verbinding) |
| Aantal bouwlagen | Eén of twee bouwlagen, plus eventueel een zolder |
| Vrijstaand of (seriematig) geschakeld | Vrijstaand |
| Materiaal constructie (richting X) | Beton (geprefabriceerd) |
| --- | --- |
| Constructiesysteem (richting X) | Schijfwerking |
| Materiaal constructie (richting Y) | Beton (geprefabriceerd) |
| Constructiesysteem (richting Y) | Schijfwerking in geprefabriceerde betonnen wanden |
| Aantal bouwlagen | Een of twee bouwlagen, plus eventueel een zolder |
| Vrijstaand of (seriematig) geschakeld | Vrijstaand of geschakelde, seriematige bouw |
| Materiaal constructie (richting X) | Hout |
| --- | --- |
| Constructiesysteem (richting X) | Raamwerk en/of schijfwerking |
| Materiaal constructie (richting Y) | Hout |
| Constructiesysteem (richting Y) | Raamwerk en/of schijfwerking |
| Aantal bouwlagen | Eén bouwlaag |
| Vrijstaand of (seriematig) geschakeld | Vrijstaand |
Onderdeel 5a. Stappen bij toepassen vlekkentabellen
Ga verder met stap 4.
Zoek de vlekkentabel op die van toepassing op het gebouw aan de hand van de vastgestelde breedte van het gebouw, of het gebouw in een bebouwde of onbebouwde omgeving ligt en eventueel of TGB 1972 of een latere windbelastingsnorm is toegepast bij het ontwerp.
Kijk in de van toepassing zijnde tabel aan de hand van de vastgestelde hoogte en de vastgestelde lengte van het gebouw welke cel van de tabel van toepassing is.
Is het getal in de cel in normaal lettertype, dan voldoet het gebouw aan de veiligheidsnorm, ongeacht het getal in de desbetreffende cel. De seismische weerstand is vergeleken met de aardbevingsbelasting hoog genoeg. De aardbevingsbelasting hoeft niet te worden berekend. Er zijn geen maatregelen nodig.
Als sprake is van een getal in de cel in normaal lettertype, kan het voorkomen dat een gebouw aan de veiligheidsnorm voldoet maar dat desondanks het zogenoemde ‘uit-het-vlak’-bezwijken van gemetselde, niet-dragende binnenwanden een risico vormt. In dit geval worden voor deze elementen separate uit-het-vlak maatregelen getroffen. Globaal blijft het tot typologie Staal-A behorende gebouw wel aan de veiligheidsnorm voldoen.
Zoals bij stap 3 is aangegeven, wordt voor de betreffende waarden geïnterpoleerd tussen de tabellen als de breedte van een gebouw tussen de genoemde breedtes van 10, 20, 30 en 40 meter in ligt. Zo wordt bij een hal van 15 meter breed in een bebouwde omgeving geïnterpoleerd tussen de tabellen 5.1 en 5.2 voor de betreffende waarden. Hierbij is het lettertype van de cellen niet relevant; het gaat alleen om de waarden in de cellen (de getallen).
Bijlage 6. Vlekkenkaarten, behorende bij de artikelen 10.5 en 10.7, tweede lid, van deze regeling
D. Vlekkenkaart, behorende bij typologie Metselwerk6
E. Vlekkenkaart, behorende bij typologie Metselwerk7
F. Vlekkenkaart, behorende bij typologie Metselwerk-D
G. Vlekkenkaart, behorende bij typologie Beton1a
H. Vlekkenkaart, behorende bij typologie Beton1b
I. Vlekkenkaart, behorende bij typologie Beton1c
Bijlage 7. Voorwaarden voor individuele beoordeling van een gebouw volgens de NPR 9998, behorende bij artikel 10.6 van deze regeling
De individuele beoordeling (inclusief de opname op locatie, bedoeld in artikel 10f, vijfde lid, van het besluit) van een gebouw volgens de NPR 9998 vindt plaats met inachtneming van de volgende voorwaarden:
-
- Indien voor de locatie van het gebouw onvoldoende relevante grondgegevens beschikbaar zijn, wordt aanvullend grondonderzoek uitgevoerd.
-
- Indien dit nodig is voor het beoordelen of een gebouw voldoet aan de veiligheidsnorm vindt uitgebreid onderzoek naar en beoordeling van de fundering plaats conform de NEN 8707+C1:2020. Hierbij moet de scheefstand / de relatieve rotatie van het gebouw ten opzichte van het maaiveld in acht worden genomen. Hierbij kan waarbij gebruik worden gemaakt van onderstaande tabel:
| Situatie | Noodzaak tot onderzoek en beoordeling fundering met NEN 8707+C1:2020 |
|---|---|
| Fundering na 1985 en geen constructieve schade bovengronds of scheefstand/relatieve rotatie >1:75 | Geen beoordeling NEN 8707+C1:2020 nodig |
| Fundering na 1985 en wel constructieve schade bovengronds of scheefstand/relatieve rotatie >1:75 | Beoordeling volgens NEN 8707 +C1:2020 nodig (berekening) |
| Fundering voor 1985 en wel constructieve schade bovengronds of scheefstand/relatieve rotatie >1:75 | Beoordeling volgens NEN8707 +C1:2020 nodig (berekening) |
| Fundering voor 1985 en geen constructieve schade bovengronds: – Meting scheefstand/relatieve rotatie < 10 mm/m (1/100) en geen aanzienlijke toename te verwachten – Meting scheefstand/relatieve rotatie >10 maar < 13 mm/m en/of enige toename te verwachten – Meting scheefstand/relatieve rotatie > 13 mm/m en/of aanzienlijke toename te verwachten | Geen beoordeling NEN 8707+C1:2020 nodig Onder voorbehoud geen beoordeling NEN 8707 +C1:2020 nodig; vaststellen met zakkingsmeting Beoordeling volgens NEN 8707 +C1:2020 nodig (berekening) |
-
- In geval van scheuren in metselwerk wordt voor het bepalen of sprake is van constructieve schade gebruik gemaakt van de schadeklasse, opgenomen in de tabel met overzicht van schadeklassen, opgenomen in bijlage 3, waarbij schades vanaf schadeklasse 3 (scheuren met een wijdte tussen 5 en 15 mm of meerdere scheuren met een wijdte van 3 mm of groter) in ieder geval gezien worden als constructieve schade.
-
- Bij het bepalen van de aanwezigheid van constructieve schade bovengronds wordt de schade beoordeeld met inachtneming van het totaalbeeld van scheuren en verzakkingen het gehele scheur- en zakkingspatroon en de mogelijke onderliggende oorzaken (bijvoorbeeld de staat van de fundering).
-
- Delen van gebouwen die niet voor verblijf van mensen zijn bedoeld (zoals bijgebouwen, schuren en garages) worden in de beoordeling meegenomen, indien deze gebouwdelen in gevolgklasse CC1b, bedoeld in tabel 2.1, van de NPR 9998 vallen.
-
- Indien dit nodig is om te beoordelen of een gebouw voldoet aan de veiligheidsnorm worden niet-seismische, constructieve elementen van het gebouw in de beoordeling meegenomen.
-
- Verzwakte delen van de constructie (boven- en ondergronds) worden in de beoordeling meegenomen, in de tijdens opname vastgestelde technische staat, en vervolgens op de voor seismische beoordeling benodigde wijze gemodelleerd.
-
- Er wordt gebruik gemaakt van die rekenmethode die past bij het gebouw, waarbij voldoende toename van detail van analyse plaatsvindt om daadwerkelijk te kunnen bepalen dat een gebouw aan de veiligheidsnorm voldoet. Indien uit de meest gedetailleerde berekening blijkt dat een gebouw niet aan de veiligheidsnorm voldoet, worden maatregelen bepaald.
-
- Voor het opstellen van het versterkingsadvies wordt gebruik gemaakt van een model dat door de Minister beschikbaar is gesteld op www.nationaalcoordinatorgroningen.nl.
Bijlage 8. Voorwaarden bepaling maatregelen, behorende bij artikel 10.7 van deze regeling
De bepaling welke soort maatregelen nodig is, bedoeld in artikel 10.7, vindt plaats met inachtneming van de volgende voorwaarden:
-
- Er wordt gebruik gemaakt van de standaardmaatregelen met, voor zover mogelijk de bijbehorende kostenramingen, die zijn opgenomen in de Groninger Maatregelen catalogus die als webtool beschikbaar is gesteld op www.maatregelencatalogus.nl.
-
- Details van maatregelen worden aangevuld met een detailberekening die is gebaseerd op de maximale op te nemen kracht om te kunnen voldoen aan de veiligheidsnorm.
-
- Er wordt rekening mee gehouden of een gebouw is aangewezen als:
- a. gemeentelijk monument bij verordening op grond van artikel 3.16 van de Erfgoedwet of artikel 149 Gemeentewet;
- b. gemeentelijk beschermd stads- of dorpsgezicht in een bestemmingsplan, bedoeld in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening;
- c. karakteristiek of beeldbepalend pand in een bestemmingsplan, bedoeld in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening;
- d. rijksmonument op grond van artikel 3.1 van de Erfgoedwet;
- e. rijksbeschermd stads- of dorpsgezicht op grond van de Erfgoedwet en opgenomen in een bestemmingsplan, bedoeld in artikel 3.1 van de Wet ruimtelijke ordening.
-
- Alleen herstel van verzwakte delen van de constructie dat nodig is om ervoor te zorgen dat het gebouw kan voldoen aan de veiligheidsnorm, wordt meegenomen als onderdeel van de versterkingsmaatregelen.
-
- In het versterkingsadvies wordt duidelijk aangeven welke maatregelen nodig zijn voor herstel van verzwakte constructies en welke versterkingsmaatregelen nodig zijn voor het voldoen aan de veiligheidsnorm. Daarbij wordt gebruik gemaakt van de Groninger Maatregelencatalogus.
-
- Er wordt gebruik gemaakt van die rekenmethode die past bij het gebouw, waarbij een toename van detail van analyse plaatsvindt in die mate waarin dat nodig is om tot efficiënte versterkingsmaatregelen te komen.
Deze regeling zal met de toelichting in de Staatscourant worden geplaatst.
Artikel 8a.7
De artikelen 8a.1, tweede lid, 8a.2, 8a.3, 8a.4 en 8a.5 zijn van overeenkomstige toepassing op de rechtmatige gebruiker van een gebouw niet zijnde de eigenaar voor de kosten die hij maakt voor financieel advies, met dien verstande dat waar in de genoemde artikelen wordt gesproken over ‘eigenaar’ dit gelezen moet worden als ‘rechtmatige gebruiker van een gebouw niet zijnde de eigenaar’ en waar wordt gesproken over ‘artikel 13n, vierde of vijfde lid, van de wet’ dit gelezen moet worden als ‘artikel 13m, eerste lid, van de wet’.
Artikel 7.1, tweede lid, is niet van toepassing op het eerste lid.
§ 10. Beoordeling veiligheid en bepalen maatregelen versterking
§ 11. Hoogte financiële middelen duurzaam herstel en oplossen knelpunten
§ 12. Overgangsrecht en slotbepalingen
Bijlage 1. Modelbepalingen beoordelingsfase, ontwerpfase en uitvoeringsfase, behorende bij de artikelen 3.1, eerste lid, 4.1, eerste lid, en 5.1, eerste lid
A. Modelbepalingen beoordelingsfase, behorende bij artikel 3.1, eerste lid
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)