Wet van 20 december 2023 tot invoering van een minimumbelasting en wijziging van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en de Invorderingswet 1990 in verband met de implementatie van Richtlijn (EU) 2022/2523 van de Raad van 14 december 2022 tot waarborging van een mondiaal minimumniveau van belastingheffing voor groepen van multinationale ondernemingen en omvangrijke binnenlandse groepen in de Unie (PbEU 2022, L 328/1) (Wet minimumbelasting 2024)
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het noodzakelijk is om regels te stellen ter implementatie van Richtlijn (EU) 2022/2523 van de Raad van 14 december 2022 tot waarborging van een mondiaal minimumniveau van belastingheffing voor groepen van multinationale ondernemingen en omvangrijke binnenlandse groepen in de Unie (PbEU 2022, L 328/1);
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden en verstaan bij deze:
Vindt voor het eerst toepassing m.b.t. verslagjaren die aanvangen op of na 31 december 2023.
Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen
Artikel 1.1. Minimumbelasting
Onder de naam minimumbelasting worden van in Nederland gevestigde groepsentiteiten als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, de volgende belastingen geheven:
- a. binnenlandse bijheffing, volgens de regels van hoofdstuk 3;
- b. inkomen-inclusiebijheffing, volgens de regels van hoofdstuk 4;
- c. onderbelastewinstbijheffing, volgens de regels van hoofdstuk 5.
Artikel 1.2. Definities
Voor de toepassing van deze wet en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
- aangewezen informatieaangifte-indienende groepsentiteit: de groepsentiteit die geen uiteindelijkemoederentiteit is en die door de multinationale groep of binnenlandse groep is aangewezen om namens die groep te voldoen aan de informatieverplichting, bedoeld in artikel 13.1;
- aftrekbaar dividend:
- a. een uitdeling van winst aan een belanghouder van een groepsentiteit, waarbij die groepsentiteit is onderworpen aan een aftrekbaardividendstelsel op grond waarvan een uitdeling van winst aftrekbaar is van het belastbare inkomen van die entiteit krachtens de regelgeving van de staat waarin zij is gevestigd; of
- b. een ledendividend uitgedeeld aan een lid van een coöperatie, waarbij die coöperatie is onderworpen aan een aftrekbaardividendstelsel;
- aftrekbaardividendstelsel: een belastingstelsel waarbij het inkomen van de belanghouders van een entiteit op één niveau wordt belast door de winst die wordt uitgedeeld aan de belanghouders in mindering te brengen op of uit te sluiten van het inkomen van de entiteit, of door een coöperatie vrij te stellen van belastingheffing;
- belang: elk belang in het eigen vermogen dat recht geeft op winst, kapitaal of reserves van een entiteit of van een vaste inrichting;
- belastingregeling voor buitenlandse gecontroleerde lichamen: een belastingmaatregel, anders dan een kwalificerende inkomen-inclusiemaatregel, op grond waarvan de onmiddellijke of middellijke aandeelhouder van een buitenlandse entiteit of de hoofdentiteit van een vaste inrichting onderworpen is aan belasting over een deel van of het gehele inkomen, ongeacht of dat inkomen is uitgekeerd, dat is genoten door die buitenlandse entiteit, onderscheidenlijk die vaste inrichting;
- belastingverdrag: elke regeling ter voorkoming van dubbele belasting tussen Nederland en een andere bestuurlijke eenheid, waaronder een Rijkswet ter voorkoming van dubbele belasting, dan wel elk soortgelijk besluit ter voorkoming van dubbele belasting;
- beleggingsentiteit:
- a. een beleggingsfonds of een vastgoedbeleggingsvehikel;
- b. een entiteit die onmiddellijk of via een of meer entiteiten als bedoeld in onderdeel a, voor ten minste 95% wordt gehouden door een entiteit als bedoeld in onderdeel a, en die uitsluitend of nagenoeg uitsluitend activa houdt of investeert ten behoeve van die entiteit, onderscheidenlijk die entiteiten; of
- c. een entiteit waarvan ten minste 85% van de waarde wordt gehouden door een entiteit als bedoeld in onderdeel a, indien nagenoeg al haar inkomen wordt verkregen uit dividenden of vervreemdingswinsten of -verliezen die uitgesloten zijn van de berekening van het kwalificerende inkomen of verlies;
- beleggingsfonds: een entiteit of rechtsfiguur die:
- a. is opgezet om financiële of niet-financiële activa van verschillende investeerders, waarvan sommigen niet-verbonden zijn in de zin van artikel 5, achtste lid, van het OESO-modelverdrag, onder hetzelfde beheer te brengen;
- b. investeert volgens een vooraf vastgesteld investeringsbeleid;
- c. het voor investeerders mogelijk maakt om transactie-, onderzoeks- en analytische kosten te verminderen of zorgt voor het collectief spreiden van risico’s;
- d. als hoofddoel heeft het genereren van beleggingsinkomen of -winsten, dan wel de bescherming tegen een specifieke of algemene gebeurtenis of uitkomst;
- e. investeerders het recht geeft op de opbrengsten uit de activa van het fonds of het inkomen dat wordt gegenereerd met die activa, naar evenredigheid van hun bijdrage;
- f. is onderworpen of waarvan de fondsbeheerder is onderworpen aan de toezichtregelgeving, inclusief afdoende anti-witwas- en investeringsbeschermingsregelgeving, voor beleggingsfondsen in de staat naar het recht waarvan het fonds is opgericht of wordt beheerd; en
- g. namens de investeerders wordt beheerd door beleggingsfondsmanagementprofessionals;
- betrokken belastingen: belastingen als bedoeld in artikel 7.1;
- bijheffing: de belasting die op grond van artikel 8.2 is berekend voor een staat of een groepsentiteit;
- binnenlandse groep: een groep waarvan alle groepsentiteiten in Nederland zijn gevestigd;
- controlerend belang: een zodanig belang in een entiteit dat de houder van het belang, in overeenstemming met een geaccepteerde financiële verslaggevingstandaard verplicht is, of verplicht zou zijn geweest indien hij een geconsolideerde jaarrekening had opgesteld, om de activa, passiva, inkomsten, uitgaven en kasstromen van de entiteit integraal te consolideren, waarbij een hoofdentiteit wordt geacht het controlerend belang te houden in haar vaste inrichting;
- coöperatie: een entiteit die collectief goederen en diensten namens haar leden verhandelt of verwerft en die in de staat waarin zij is gevestigd is onderworpen aan een belastingregime dat voorziet in belastingneutraliteit met betrekking tot goederen of diensten die door de leden via de coöperatie worden verkocht of verworven;
- derde staat: een staat die geen lidstaat is van de Europese Unie;
- doorkijkentiteit: een entiteit voor zover die fiscaal transparant is met betrekking tot haar inkomsten, uitgaven, winsten of verliezen in de staat naar het recht waarvan zij is opgericht, tenzij zij volgens de fiscale regelgeving van een andere staat aldaar als inwoner is onderworpen aan een betrokken belasting, waarbij die entiteit wordt aangemerkt als een:
- a. fiscaal transparante entiteit met betrekking tot haar inkomsten, uitgaven, winsten of verliezen voor zover zij of, indien zij middellijk wordt gehouden, zij en de entiteit of entiteiten door middel waarvan de belanghouders het belang in haar houden, fiscaal transparant is, onderscheidenlijk zijn, in de staat waarin de belanghouders wonen of zijn gevestigd;
- b. omgekeerde hybride entiteit met betrekking tot haar inkomsten, uitgaven, winsten of verliezen voor zover zij of, indien zij middellijk wordt gehouden, zij en de entiteit of entiteiten door middel waarvan de belanghouders het belang in haar houden, niet fiscaal transparant is, onderscheidenlijk zijn, in de staat waarin de belanghouders wonen of zijn gevestigd;
- entiteit: een rechtsfiguur die een afzonderlijke financiële verslaggeving opstelt of een rechtspersoon, niet zijnde een overheid, daaronder mede begrepen een staatkundig onderdeel of lokale autoriteit van een overheid;
- financiële verslaggeving: de gegevens gebruikt door een entiteit bij de totstandkoming van de geconsolideerde jaarrekening;
- fiscaal transparante structuur: een keten van doorkijkentiteiten als bedoeld in onderdeel a van de definitie van doorkijkentiteit door middel waarvan een belang wordt gehouden in een groepsentiteit;
- geaccepteerde financiële verslaggevingsstandaard: een internationale standaard voor financiële verslaggeving (IFRS of IFRS zoals goedgekeurd door de EU overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 19 juli 2002 betreffende de toepassing van internationale standaarden voor jaarrekeningen (PbEG 2002, L 243)) en de set aan algemeen aanvaarde verslaggevingsbeginselen van het Gemenebest van Australië, de Federale Republiek Brazilië, Canada, de lidstaten van de Europese Unie, de lidstaten van de Europese Economische Ruimte, Hongkong (China), Japan, de Verenigde Mexicaanse Staten, Nieuw-Zeeland, de Volksrepubliek China, de Republiek India, de Republiek Korea, de Russische Federatie, de Republiek Singapore, de Zwitserse Bondsstaat, het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland, en de Verenigde Staten van Amerika;
- geautoriseerde financiële verslaggevingsstandaard: een set aan algemeen aanvaarde verslaggevingsbeginselen toegestaan door een organisatie met juridische autoriteit om verslaggevingsregels voor te schrijven, vast te stellen of te aanvaarden voor toepassing van de financiële rapportage in de staat waarin een entiteit is gevestigd;
- geconsolideerde jaarrekening:
- a. voor een groep als bedoeld in onderdeel a van de definitie van groep: de jaarrekening die is opgesteld door een entiteit in overeenstemming met de geaccepteerde financiële verslaggevingsstandaard, waarin de activa, passiva, inkomsten, uitgaven en kasstromen van die entiteit en alle entiteiten waarin zij een controlerend belang heeft, zijn weergegeven als die van een enkele economische eenheid;
- b. voor een groep als bedoeld in onderdeel b van de definitie van groep: de jaarrekening opgesteld door de desbetreffende entiteit in overeenstemming met een geaccepteerde financiële verslaggevingsstandaard;
- c. voor een groep als bedoeld in de onderdelen a en b van de definitie van groep, indien de jaarrekening die is opgesteld door een uiteindelijkemoederentiteit niet in overeenstemming is met een geaccepteerde financiële verslaggevingsstandaard: de jaarrekening die is opgesteld in overeenstemming met een geautoriseerde financiële verslaggevingsstandaard waarin de activa, passiva, inkomsten, uitgaven en kasstromen van die entiteit en alle entiteiten waarin zij een controlerend belang heeft, zijn weergegeven als die van een enkele economische eenheid en waarbij de gegevens in de financiële verslaggeving zijn gecorrigeerd om elke vorm van materiële concurrentieverstoring te voorkomen; of
- d. voor een groep als bedoeld in de onderdelen a en b van de definitie van groep, indien de uiteindelijkemoederentiteit geen jaarrekening opstelt in overeenstemming met een geaccepteerde financiële verslaggevingsstandaard of een geautoriseerde financiële verslaggevingsstandaard als bedoeld in de onderdelen a, b of c: de jaarrekening waarin de activa, passiva, inkomsten, uitgaven en kasstromen van die entiteit en alle entiteiten waarin zij een controlerend belang heeft, zijn weergegeven als die van een enkele economische eenheid en die, indien de uiteindelijkemoederentiteit daartoe verplicht zou zijn geweest, zou zijn opgesteld in overeenstemming met een geaccepteerde financiële verslaggevingsstandaard of een geautoriseerde financiële verslaggevingsstandaard, mits voor wat betreft een geautoriseerde financiële verslaggevingsstandaard de gegevens in de financiële verslaggeving zijn gecorrigeerd om elke vorm van materiële concurrentieverstoring te voorkomen;
- gereduceerd kwalificerend belang: het bedrag dat door de houder van een kwalificerend belang is geïnvesteerd in dit belang, verminderd met het gezamenlijke bedrag in een verslagjaar en de aan dat jaar voorafgaande verslagjaren aan:
- a. kwalificerende doorgeleide belastingvoordelen die bij de houder van het kwalificerende belang als een vermeerdering van de betrokken belastingen in aanmerking zijn genomen;
- b. uitdelingen door de doorkijkentiteit waarin het kwalificerende belang wordt gehouden aan de houder van het kwalificerende belang; of
- c. opbrengsten behaald met de vervreemding van het kwalificerende belang of een deel daarvan;
- groep:
- a. een geheel van entiteiten die met elkaar verbonden zijn door eigendom of zeggenschap zoals omschreven in de geaccepteerde of geautoriseerde financiële verslaggevingsstandaard voor de opstelling van een geconsolideerde jaarrekening door de uiteindelijkemoederentiteit, inclusief iedere entiteit die enkel op grond van haar beperkte omvang, op grond van materialiteit, of op grond van het feit dat zij ter verkoop wordt gehouden, niet is opgenomen in die geconsolideerde jaarrekening; of
- b. een entiteit die een of meer vaste inrichtingen heeft, mits die entiteit geen onderdeel vormt van een groep als bedoeld in onderdeel a;
- groepsentiteit:
- a. een entiteit die onderdeel is van een multinationale groep of binnenlandse groep;
- b. een vaste inrichting van een hoofdentiteit die onderdeel is van een multinationale groep;
- groepsentiteit-belanghouder: een groepsentiteit die onmiddellijk of middellijk een belang heeft in een andere groepsentiteit die tot dezelfde multinationale groep of binnenlandse groep behoort;
- hoofdentiteit: een entiteit die de nettowinst of het nettoverlies van een vaste inrichting opneemt in haar jaarrekening;
- hybride entiteit: een entiteit die wordt behandeld als fiscaal transparant in de staat waar haar belanghouders wonen of zijn gevestigd en die:
- a. belastingplichtig is in de staat waarin zij is gevestigd; of
- b. niet wordt aangemerkt als een fiscaal transparante entiteit op grond van artikel 1.2, tweede lid, en op grond van artikel 1.3, eerste lid, tweede zin, wordt geacht te zijn gevestigd in de staat naar het recht waarvan zij is opgericht;
- in aanmerking komend uitdelingsbelastingstelsel: een winstbelastingstelsel:
- a. op grond waarvan alleen belasting naar het inkomen wordt geheven over winsten indien deze worden uitgedeeld of worden geacht te zijn uitgedeeld aan aandeelhouders of wanneer een lichaam bepaalde niet-zakelijke uitgaven doet;
- b. op grond waarvan belasting wordt geheven tegen een tarief dat ten minste gelijk is aan het minimumbelastingtarief; en
- c. dat van kracht was op of vóór 1 juli 2021;
- informatieaangifte-indienende groepsentiteit: een entiteit die in overeenstemming met artikel 13.1 een bijheffing-informatieaangifte indient;
- internationale organisatie: een intergouvernementele organisatie, een supranationale organisatie, of een agentschap of instantie waarvan het gehele belang wordt gehouden door een intergouvernementele of supranationale organisatie, en die organisatie, dat agentschap of die instantie:
- a. voornamelijk bestaat uit overheden, daaronder mede begrepen staatkundige onderdelen of lokale autoriteiten van overheden;
- b. met de staat waarin zij of het is gevestigd een van kracht zijnde hoofdkantoorovereenkomst heeft of een in wezen soortgelijke overeenkomst, waaronder in ieder geval wordt verstaan een regeling die de kantoren of vestigingen van een organisatie in de staat waarin zij is gevestigd voorrechten en immuniteiten verleend; en
- c. statuten heeft waaruit blijkt, of onderworpen is aan regelgeving waaruit volgt, dat het inkomen van de organisatie, het agentschap of de instantie niet toekomt aan private personen;
- joint venture: een entiteit waarvan de financiële resultaten worden verantwoord op basis van de nettovermogenswaardemethode in de geconsolideerde jaarrekening van een uiteindelijkemoederentiteit, mits die uiteindelijkemoederentiteit onmiddellijk of middellijk een belang van ten minste 50% in die entiteit heeft, tenzij die entiteit:
- a. een uiteindelijkemoederentiteit is van een multinationale groep of binnenlandse groep die een kwalificerende inkomen-inclusiemaatregel moet toepassen;
- b. een uitgesloten entiteit is;
- c. een entiteit waarvan het belang onmiddellijk wordt gehouden door een uitgesloten entiteit en:
- 1°. die entiteit uitsluitend of nagenoeg uitsluitend activa aanhoudt of middelen belegt ten behoeve van haar investeerders;
- 2°. die entiteit activiteiten uitoefent die ondergeschikt zijn aan de activiteiten die de uitgesloten entiteit uitoefent; of
- 3°. nagenoeg al het inkomen van die entiteit niet in aanmerking wordt genomen bij de berekening van het kwalificerende inkomen of verlies op de voet van artikel 6.2, eerste lid, onderdeel b, onderscheidenlijk onderdeel c;
- d. een entiteit is die wordt gehouden door een multinationale groep of binnenlandse groep die uitsluitend bestaat uit uitgesloten entiteiten; of
- e. een met een joint venture verbonden partij is;
- joint venture-groep: een joint venture en een of meer met een joint venture verbonden partijen gezamenlijk;
- kwalificerend belang: een investering in een doorkijkentiteit die:
- a. voor fiscale doeleinden als een belang in het eigen vermogen van die entiteit wordt aangemerkt;
- b. in overeenstemming met een geautoriseerde financiële verslaggevingsstandaard in de staat waar die entiteit opereert als eigen vermogen wordt aangemerkt;
- c. is opgenomen in de financiële verslaglegging met toepassing van een andere methode dan die waarbij de activa, passiva, inkomsten, uitgaven en kasstromen van die entiteit integraal worden geconsolideerd in de geconsolideerde jaarrekening; en
- d. ten aanzien waarvan het totale rendement zonder doorgeleid belastingvoordeel naar verwachting minder bedraagt dan het totale bedrag dat door de investeerder is ingebracht;
- kwalificerend doorgeleid belastingvoordeel: een bedrag dat bestaat uit:
- a. een belastingtegoed dat tot uitdrukking komt bij de houder van een kwalificerend belang; of
- b. verrekenbare verliezen die tot uitdrukking komen bij de houder van een kwalificerend belang vermenigvuldigd met het toepasselijke nominale belastingtarief;
- kwalificerend inkomen of verlies: de nettowinst of het nettoverlies uit de financiële verslaggeving van een groepsentiteit, aangepast in overeenstemming met de regels in de hoofdstukken 6, 9 en 10;
- kwalificerend verhandelbaar belastingtegoed: een belastingtegoed dat door de gerechtigde tot dat tegoed in de staat van toekenning in mindering kan worden gebracht op een betrokken belasting en dat:
- a. overdraagbaar is binnen een markt aan een niet-gelieerde partij in het verslagjaar waarin aan de voorwaarden voor toepassing van dat tegoed is voldaan (oorsprongsjaar) of binnen vijftien maanden na het einde van het oorsprongsjaar of, indien het tegoed is aangeschaft, overdraagbaar is in het verslagjaar waarin het tegoed is aangeschaft; en
- b. verhandelbaar is voor een prijs die ten minste gelijk is aan 80% van de netto contante waarde van het belastingtegoed, waarbij de netto contante waarde wordt bepaald op basis van het rendement tot de vervaldag op een schuldinstrument dat is uitgegeven door de overheid die het belastingtegoed heeft uitgegeven met een gelijke of vergelijkbare looptijd van maximaal vijf jaar, in het oorsprongsjaar of, indien het tegoed is aangeschaft, in het jaar van aanschaf;
- kwalificerende binnenlandse bijheffing: een belasting die is geïmplementeerd in het nationale recht van een staat, mits die staat geen voordelen toekent die gerelateerd zijn aan die belasting, die:
- a. voorziet in de vaststelling van de overwinst van de groepsentiteiten in die staat en de toepassing van het bijheffingspercentage op die overwinst in overeenstemming met de maatregelen uit Richtlijn (EU) 2022/2523 of, met betrekking tot derde staten, de OESO-modelregels, met dien verstande dat het bijheffingspercentage dient te worden vastgesteld op basis van het in overeenstemming met artikel 7.5, negende lid, berekende effectieve tarief voor Nederland of een daarmee vergelijkbare bepaling voor andere staten; en
- b. wordt toegepast op een manier die consistent is met de maatregelen uit Richtlijn (EU) 2022/2523 of, met betrekking tot derde staten, de OESO-modelregels;
- kwalificerende inkomen-inclusiemaatregel: een set maatregelen die geïmplementeerd is in het nationale recht van een staat, mits die staat geen voordelen toekent die gerelateerd zijn aan die set maatregelen, die:
- a. gelijkwaardig is aan de maatregelen die zijn opgenomen in Richtlijn (EU) 2022/2523 of, met betrekking tot derde staten, in de OESO-modelregels, en op grond waarvan de moederentiteit van een multinationale groep of binnenlandse groep het aan haar toerekenbare bedrag van de bijheffing met betrekking tot de laagbelaste groepsentiteiten berekent en betaalt; en
- b. wordt toegepast op een wijze die consistent is met de maatregelen die zijn opgenomen in Richtlijn (EU) 2022/2523 of, met betrekking tot derde staten, in de OESO-modelregels;
- kwalificerende onderbelastewinstmaatregel: een set maatregelen die in het nationale recht van een staat is geïmplementeerd, mits die staat geen voordelen toekent die gerelateerd zijn aan die set maatregelen, die:
- a. gelijkwaardig is aan de maatregelen die zijn opgenomen in Richtlijn (EU) 2022/2523 of, met betrekking tot derde staten, in de OESO-modelregels, op grond waarvan die staat het aan hem toerekenbare bedrag aan bijheffing van een multinationale groep int dat niet is geheven op grond van een kwalificerende inkomen-inclusiemaatregel met betrekking tot de laagbelaste groepsentiteiten van die multinationale groep;
- b. wordt toegepast op een wijze die consistent is met de maatregelen die zijn opgenomen in Richtlijn (EU) 2022/2523 of, met betrekking tot derde staten, in de OESO-modelregels;
- kwalificerend restitueerbaar belastingtegoed: een restitueerbaar belastingtegoed, daaronder niet begrepen bedragen aan belasting die restitueerbaar of verrekenbaar zijn op grond van een kwalificerende imputatiebelasting of een niet-kwalificerende restitueerbare imputatiebelasting, dat binnen vier jaar na de datum waarop het recht van een groepsentiteit op dat tegoed op grond van de regelgeving van de staat die het tegoed verleent is ontstaan, betaald moet worden aan die groepsentiteit in de vorm van geld of een kasequivalent of, indien het tegoed gedeeltelijk restitueerbaar is, het deel van het tegoed dat binnen die vier jaar betaalbaar is in de vorm van geld of een kasequivalent;
- laagbelaste groepsentiteit:
- a. een groepsentiteit van een multinationale groep of binnenlandse groep die gevestigd is in een laagbelastende staat; of
- b. een staatloze groepsentiteit die, met betrekking tot een verslagjaar, kwalificerend inkomen heeft en ten aanzien waarvan het overeenkomstig artikel 8.1 bepaalde effectieve belastingtarief lager is dan het minimumbelastingtarief;
- laagbelastende staat: een staat waarin een multinationale groep of binnenlandse groep in een verslagjaar een netto kwalificerend inkomen heeft ten aanzien waarvan het overeenkomstig artikel 8.1 bepaalde effectieve belastingtarief lager is dan het minimumbelastingtarief;
- materiële concurrentieverstoring: de toepassing van een set aan algemeen aanvaarde verslaggevingsbeginselen die resulteert in een totale afwijking van de inkomsten of de kosten van meer dan € 75.000.000 in een verslagjaar voor een multinationale groep of binnenlandse groep in vergelijking met het bedrag dat vastgesteld zou zijn onder toepassing van een vergelijkbaar beginsel of een vergelijkbare procedure volgens IFRS of IFRS zoals goedgekeurd door de EU overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 19 juli 2002 betreffende de toepassing van internationale standaarden voor jaarrekeningen (PbEG 2002, L 243);
- met een joint venture verbonden partij:
- a. een entiteit waarvan de activa, passiva, inkomsten, uitgaven en kasstromen worden geconsolideerd door een joint venture op basis van een geaccepteerde financiële verslaggevingsstandaard of zouden worden geconsolideerd indien een geaccepteerde financiële verslaggevingsstandaard zou worden toegepast; of
- b. een vaste inrichting waarvan de hoofdentiteit een joint venture of een met een joint venture verbonden partij is, in welk geval de vaste inrichting als een afzonderlijke met een joint venture verbonden partij wordt beschouwd;
- minimumbelastingtarief: 15%;
- moederentiteit: een uiteindelijkemoederentiteit die geen uitgesloten entiteit is, een tussenliggende moederentiteit of een partieel gehouden moederentiteit;
- multinationale groep: een groep die ten minste één entiteit of vaste inrichting omvat die niet is gevestigd, onderscheidenlijk gelegen, in de staat waarin de uiteindelijkemoederentiteit is gevestigd;
- nettoboekwaarde van materiële activa: het gemiddelde van de begin- en eindwaarde van materiële activa, rekening houdend met geaccumuleerde afschrijvingen, waardeverminderingen en afwaarderingen, zoals opgenomen in de financiële verslaggeving;
- niet-kwalificerend restitueerbaar belastingtegoed: een belastingtegoed, niet zijnde een kwalificerend restitueerbaar belastingtegoed, dat geheel of gedeeltelijk restitueerbaar is;
- niet-kwalificerend verhandelbaar belastingtegoed: een verhandelbaar belastingtegoed, niet zijnde een kwalificerend verhandelbaar belastingtegoed;
- niet-kwalificerende restitueerbare imputatiebelasting: iedere belasting over winst, niet zijnde een kwalificerende imputatiebelasting als bedoeld in het derde lid, die is toegerekend aan of betaald door een groepsentiteit en die bij uitdeling van die winst in de vorm van dividend door die groepsentiteit:
- a. restitueerbaar is aan de uiteindelijk gerechtigde van het dividend;
- b. door de uiteindelijk gerechtigde van het dividend verrekenbaar is met verschuldigde belasting die niet verschuldigd is ter zake van dat dividend; of
- c. aan een aandeelhouder, restitueerbaar is aan de uitdelende groepsentiteit;
- non-profitorganisatie: een entiteit die geen handels- of bedrijfsmatige activiteit verricht die niet direct samenhangt met het doel waarvoor zij is opgericht, en:
- a. die is opgericht en in de staat waarin zij is gevestigd wordt gedreven voor uitsluitend religieuze, charitatieve, wetenschappelijke, artistieke, culturele, sportieve, educatieve of andere soortgelijke doeleinden, dan wel is opgericht en in de staat waarin zij is gevestigd wordt gedreven als een professionele organisatie, bedrijfsvereniging, kamer van koophandel, arbeidsorganisatie, land- of tuinbouworganisatie, burgerorganisatie of als een organisatie uitsluitend ter bevordering van het sociale welzijn;
- b. waarvan nagenoeg al het inkomen uit de activiteiten, bedoeld onder a, is vrijgesteld van belasting naar het inkomen in de staat waarin zij is gevestigd;
- c. die geen aandeelhouders of leden heeft die een eigendomsrecht of een recht van vruchtgebruik hebben op haar inkomsten of activa;
- d. waarvan de inkomsten of de activa niet mogen worden uitgedeeld aan of worden aangewend ten voordele van een private persoon of een niet-charitatieve entiteit, behalve voor de uitvoering van charitatieve activiteiten van de entiteit, als betaling van een redelijke vergoeding voor verleende diensten of voor het gebruik van een bezitting of kapitaal, of als betaling die de marktwaarde van een bezitting vertegenwoordigt die de entiteit heeft gekocht; en
- e. die bij beëindiging van haar activiteiten of bij liquidatie of ontbinding al haar activa dient uit te delen of toe te laten komen aan een non-profitorganisatie, aan de overheid van de staat waarin zij is gevestigd, daaronder mede begrepen een staatkundig onderdeel of lokale autoriteit van die overheid, of aan een overheidsentiteit;
- OESO-commentaar: het commentaar bij de OESO-modelregels zoals goedgekeurd op 11 maart 2022 met als citeertitel: «OECD (2022), Tax Challenges Arising from the Digitalisation of the Economy – Commentary to the Global Anti-Base Erosion Model Rules (Pillar Two), First Edition: Inclusive Framework on BEPS, OECD Publishing, Paris»;
- OESO-modelregels: de modelregels zoals goedgekeurd op 14 december 2021 met als citeertitel: «OECD (2021), Tax Challenges Arising from the Digitalisation of the Economy - Global Anti-Base Erosion Model Rules (Pillar Two): Inclusive Framework on BEPS, OECD Publishing, Paris»;
- OESO-modelverdrag: de versie van het modelverdrag tot het vermijden van dubbele belasting en het voorkomen van het ontgaan of ontwijken van belasting met betrekking tot belastingen naar het inkomen of vermogen van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling van 21 november 2017;
- overheidsentiteit: een entiteit die deel uitmaakt van of volledig wordt gehouden door een overheid, daaronder mede begrepen een staatkundig onderdeel of lokale autoriteit van een overheid, en:
- a. die geen handels- of bedrijfsmatige activiteiten verricht en als voornaamste doel heeft het vervullen van een overheidsfunctie of het beheren of beleggen van activa van die overheid of de staat door het plaatsen en aanhouden van beleggingen, vermogensbeheer en het verrichten van daarmee verband houdende beleggingsactiviteiten met betrekking tot die activa;
- b. die verantwoording moet afleggen aan die overheid met betrekking tot haar algehele prestaties en jaarlijks informatieverslagen verstrekt aan die overheid; en
- c. waarvan de activa bij ontbinding toekomen aan die overheid en, voor zover die entiteit netto-inkomen uitdeelt, dat netto-inkomen toekomt aan die overheid;
- partieel gehouden moederentiteit: een groepsentiteit, die geen uiteindelijkemoederentiteit, vaste inrichting, beleggingsentiteit of verzekeringsbeleggingsentiteit is, die onmiddellijk of middellijk een belang heeft in een andere groepsentiteit van dezelfde multinationale groep of binnenlandse groep en waarvan het belang in de winsten voor meer dan 20%, onmiddellijk of middellijk, wordt gehouden door een of meer natuurlijk personen of entiteiten die geen groepsentiteiten van de multinationale groep of binnenlandse groep zijn;
- pensioendienstverleningsentiteit: een entiteit die is opgericht en wordt gedreven om uitsluitend of nagenoeg uitsluitend te beleggen ten behoeve van entiteiten als bedoeld in onderdeel a van de definitie van pensioenfonds of een entiteit die is opgericht en wordt gedreven om uitsluitend of nagenoeg uitsluitend activiteiten te verrichten die aanvullend zijn aan de gereglementeerde activiteiten, bedoeld in onderdeel a van de definitie van pensioenfonds, en die deel uitmaakt van dezelfde groep als de entiteiten die deze gereglementeerde activiteiten verrichten;
- pensioenfonds:
- a. een entiteit die in een staat is opgericht en wordt gedreven uitsluitend of nagenoeg uitsluitend ten behoeve van het beheer of het verstrekken van pensioenvoorzieningen en aanvullende of incidentele voorzieningen aan natuurlijk personen en die gereglementeerd is door die staat of door een van zijn staatkundige onderdelen of lokale autoriteiten, dan wel waarvan de voorzieningen zijn verzekerd of op ander wijze zijn beschermd door nationale regelgeving en gefinancierd zijn door activa die worden gehouden via een fiduciaire overeenkomst of een beheerder om te verzekeren dat de pensioenverplichtingen worden nagekomen in het geval van insolventie van de multinationale groep of binnenlandse groep;
- b. een pensioendienstverleningsentiteit;
- Richtlijn (EU) 2022/2523: Richtlijn (EU) 2022/2523 van de Raad van 14 december 2022 tot waarborging van een mondiaal minimumniveau van belastingheffing voor groepen van multinationale ondernemingen en omvangrijke binnenlandse groepen in de Unie (PbEU 2022, L 328/1);
- tussenliggende moederentiteit: een groepsentiteit, die geen uiteindelijkemoederentiteit, partieel gehouden moederentiteit, vaste inrichting, beleggingsentiteit of verzekeringsbeleggingsentiteit is, die onmiddellijk of middellijk een belang heeft in een andere groepsentiteit behorend tot dezelfde multinationale groep of binnenlandse groep;
- uiteindelijkemoederentiteit:
- a. een entiteit die onmiddellijk of middellijk een controlerend belang heeft in een andere entiteit en waarin geen andere entiteit onmiddellijk of middellijk een controlerend belang heeft;
- b. de hoofdentiteit van een groep als bedoeld in onderdeel b van de definitie van groep;
- vaste inrichting:
- a. een bedrijfsinrichting of een daarmee gelijkgestelde inrichting die is gelegen in een staat waar die bedrijfsinrichting, onderscheidenlijk een daarmee gelijkgestelde inrichting, wordt behandeld als een vaste inrichting in overeenstemming met een van toepassing zijnd belastingverdrag, mits die staat het inkomen dat toerekenbaar is aan die inrichting in aanmerking neemt op grond van een bepaling die vergelijkbaar is met artikel 7 van het OESO-modelverdrag;
- b. indien geen belastingverdrag van toepassing is: een bedrijfsinrichting of een daarmee gelijkgestelde inrichting die is gelegen in een staat die het inkomen dat toerekenbaar is aan die inrichting belast op een nettobasis op een manier die vergelijkbaar is met de belastingheffing van entiteiten die hun fiscale vestigingsplaats in die staat hebben;
- c. indien een staat geen vennootschapsbelastingsysteem heeft: een in die staat gelegen bedrijfsinrichting of een daarmee gelijkgestelde inrichting die overeenkomstig het OESO-modelverdrag als een vaste inrichting zou zijn aangemerkt, mits die staat het recht zou hebben gehad om het overeenkomstig artikel 7 van dat modelverdrag aan die bedrijfsinrichting toerekenbare inkomen in de belastingheffing te betrekken; of
- d. een bedrijfsinrichting of een daarmee gelijkgestelde inrichting, anders dan die bedoeld in de onderdelen a tot en met c, waarmee activiteiten worden verricht buiten de staat waarin de entiteit die de nettowinst of het nettoverlies van die inrichting opneemt in haar jaarrekening is gevestigd, mits die staat het inkomen dat toerekenbaar is aan die activiteiten vrijstelt;
- vastgoedbeleggingsvehikel: een wijdverbreid gehouden entiteit die overwegend vastgoed houdt en waarvan het inkomen op één niveau, van de entiteit of van haar belanghouders, wordt belast met hooguit één jaar uitgestelde belastingheffing;
- verslagjaar: de verslagleggingsperiode waarover de uiteindelijkemoederentiteit van een multinationale groep of binnenlandse groep haar geconsolideerde jaarrekening opstelt of, indien de uiteindelijkemoederentiteit geen geconsolideerde jaarrekening opstelt, het kalenderjaar;
- verzekeringsbeleggingsentiteit: een entiteit die zou voldoen aan de definitie van een beleggingsfonds of een vastgoedbeleggingsvehikel als deze entiteit niet zou zijn opgericht in verband met verplichtingen uit hoofde van verzekerings- of lijfrenteovereenkomsten en niet volledig zou worden gehouden door een entiteit die in de staat waar zij is gevestigd, is onderworpen aan regelgeving voor verzekeringsmaatschappijen.
Een groepsentiteit die niet voldoet aan de omschrijving van doorkijkentiteit als bedoeld in het eerste lid, in geen enkele staat fiscaal inwoner is en niet onderworpen is aan een betrokken belasting of een kwalificerende binnenlandse bijheffing op basis van haar plaats van feitelijke leiding, plaats van oprichting of soortgelijke criteria, wordt aangemerkt als een doorkijkentiteit en een fiscaal transparante entiteit met betrekking tot haar inkomsten, uitgaven, winsten of verliezen, voor zover:
- a. haar belanghouders wonen of zijn gevestigd in een staat die de entiteit als fiscaal transparant aanmerkt;
- b. zij geen bedrijfsinrichting heeft in de staat naar het recht waarvan zij is opgericht; en
- c. haar inkomsten, uitgaven, winsten of verliezen niet toerekenbaar zijn aan een vaste inrichting.
Onder een kwalificerende imputatiebelasting als bedoeld in de definitie van niet-kwalificerende restitueerbare imputatiebelasting in het eerste lid wordt verstaan een betrokken belasting die is toegerekend aan of betaald door een groepsentiteit, waaronder een vaste inrichting, en restitueerbaar is aan of verrekenbaar is door de ontvanger van het door die groepsentiteit uitgekeerde dividend, of, in het geval van een betrokken belasting die is toegerekend aan of betaald door een vaste inrichting, een door de hoofdentiteit uitgekeerd dividend, voor zover de restitutie betaalbaar is gesteld of de verrekening wordt verleend:
- a. door een staat, niet zijnde de staat die de betrokken belasting heeft geheven;
- b. aan een uiteindelijk gerechtigde van het dividend, niet zijnde een natuurlijk persoon, die op grond van de nationale regelgeving van de staat die de betrokken belasting heeft geheven van de groepsentiteit onderworpen is aan belasting over het dividend tegen een nominaal tarief dat ten minste gelijk is aan het minimumbelastingtarief;
- c. aan een natuurlijk persoon die de uiteindelijk gerechtigde is van het dividend en inwoner is van de staat die de betrokken belasting heeft geheven van de groepsentiteit en die is onderworpen aan belasting over het dividend tegen een nominaal tarief dat ten minste gelijk is aan het gebruikelijke belastingtarief dat van toepassing is op regulier inkomen;
- d. aan een overheidsentiteit, een internationale organisatie, een ingezeten non-profitorganisatie, een ingezeten pensioenfonds, of een ingezeten beleggingsentiteit die geen onderdeel vormt van een multinationale groep of binnenlandse groep; of
- e. aan een ingezeten levensverzekeringsbedrijf voor zover het dividend is ontvangen in verband met pensioenfondsactiviteiten in de staat van vestiging van dat levensverzekeringsbedrijf en het dividend op een vergelijkbare wijze aan belastingheffing is onderworpen als een dividend ontvangen door een pensioenfonds.
Voor de toepassing van het derde lid, onderdelen d en e, geldt dat:
- a. een non-profitorganisatie of pensioenfonds ingezetene van een staat is indien die organisatie, onderscheidenlijk dat fonds, naar het recht van die staat is opgericht en daar wordt beheerd;
- b. een beleggingsentiteit ingezetene van een staat is indien zij naar het recht van die staat is opgericht en wordt gereguleerd;
- c. een levensverzekeringsbedrijf ingezetene van de staat is waarin het is gevestigd.
Voor de toepassing van de definitie van doorkijkentiteit in het eerste lid en voor de toepassing van het tweede lid, onderdeel a, is een entiteit fiscaal transparant indien haar inkomsten, uitgaven, winsten of verliezen bij of krachtens de wetten van een staat rechtstreeks aan haar belanghouder toekomen, of rechtstreeks bij hem opkomen, naar evenredigheid van zijn belang.
Een staatsinvesteringsfonds dat een overheidsentiteit is wordt geacht geen:
- a. uiteindelijkemoederentiteit te zijn;
- b. controlerend belang te hebben in de entiteiten waarin zij een belang heeft; en
- c. onderdeel te vormen van een groep.
Indien de Europese Commissie een derde staat aanmerkt als een staat die een set maatregelen heeft geïmplementeerd in zijn nationale recht die gelijkwaardig is aan een kwalificerende inkomen-inclusiemaatregel, wordt die set maatregelen voor de toepassing van deze wet geacht een kwalificerende inkomen-inclusiemaatregel te zijn.
Voor de toepassing van de definitie van doorkijkentiteit in het eerste lid, wordt een doorkijkentiteit, niet zijnde een uiteindelijkemoederentiteit, niet aangemerkt als een belanghouder.
Artikel 1.3. Locatie van een groepsentiteit
Een entiteit, niet zijnde een doorkijkentiteit, is voor de toepassing van deze wet, in afwijking in zoverre van artikel 4 van de Algemene wet inzake rijksbelastingen, gevestigd in de staat waarin zij op grond van haar plaats van feitelijke leiding, plaats van oprichting of andere soortgelijke criteria, wordt aangemerkt als fiscaal inwoner. Indien er op basis van de eerste zin geen staat van vestiging is, wordt de entiteit geacht te zijn gevestigd in de staat naar het recht waarvan zij is opgericht.
Een doorkijkentiteit wordt als staatloos aangemerkt, tenzij wordt voldaan aan een van de volgende voorwaarden, in welk geval zij wordt geacht te zijn gevestigd in de staat naar het recht waarvan zij is opgericht:
- a. de doorkijkentiteit is de uiteindelijkemoederentiteit van een multinationale groep of binnenlandse groep; of
- b. de doorkijkentiteit dient een kwalificerende inkomen-inclusiemaatregel toe te passen.
Een vaste inrichting als bedoeld in onderdeel a van de definitie van vaste inrichting in artikel 1.2, eerste lid, is gelegen in de staat waarin zij wordt aangemerkt als een vaste inrichting en waaraan het heffingsrecht is toegewezen op grond van het van toepassing zijnde belastingverdrag.
Een vaste inrichting als bedoeld in onderdeel b van de definitie van vaste inrichting in artikel 1.2, eerste lid, is gelegen in de staat waarin zij is onderworpen aan een belasting op nettobasis op grond van haar aanwezigheid.
Een vaste inrichting als bedoeld in onderdeel c van de definitie van vaste inrichting in artikel 1.2, eerste lid, is gelegen in de staat waarin zij zich bevindt.
Een vaste inrichting als bedoeld in onderdeel d van de definitie van vaste inrichting in artikel 1.2, eerste lid, wordt als staatloos aangemerkt.
Een entiteit die op grond van het eerste lid in twee staten is gevestigd, wordt behoudens in de gevallen, bedoeld in het achtste lid, geacht te zijn gevestigd in de staat waarin zij op grond van het tussen die staten van toepassing zijnde belastingverdrag als fiscaal inwoner wordt aangemerkt.
Een entiteit die op grond van het eerste lid in twee staten is gevestigd, wordt geacht te zijn gevestigd in de staat die het hoogste bedrag aan betrokken belastingen over het verslagjaar heeft geheven, indien:
- a. geen voorkoming van dubbele belasting op grond van het van toepassing zijnde belastingverdrag wordt verleend, omdat de entiteit voor de toepassing van dat verdrag gevestigd is in beide verdragsstaten;
- b. het van toepassing zijnde belastingverdrag vereist dat de bevoegde autoriteiten door middel van een onderlinge overlegprocedure bepalen in welke staat de entiteit geacht wordt fiscaal inwoner te zijn en daarover geen overeenstemming is bereikt; of
- c. geen belastingverdrag tussen die staten van toepassing is.
Indien voor een entiteit waarop het achtste lid van toepassing is geen vestigingsplaats kan worden bepaald omdat het verschuldigde bedrag aan betrokken belastingen over het verslagjaar in beide staten waarin zij is gevestigd gelijk of nihil is, wordt de entiteit geacht te zijn gevestigd in de staat waarin de som van de bedragen van de uitzondering voor werknemerslasten, bedoeld in artikel 8.3, tweede lid, en de uitzondering voor materiële activa, bedoeld in artikel 8.3, derde lid, van die entiteit in dat verslagjaar het hoogst is. Indien de som van die bedragen in beide staten gelijk of nihil is, wordt de entiteit geacht staatloos te zijn, tenzij zij een uiteindelijkemoederentiteit is, in welk geval zij geacht wordt te zijn gevestigd in de staat naar het recht waarvan zij is opgericht.
Bij de bepaling van het hoogste bedrag aan betrokken belastingen, bedoeld in het achtste lid, blijft het bedrag aan belastingen dat overeenkomstig een belastingregeling voor buitenlandse gecontroleerde lichamen is geheven buiten beschouwing.
Een moederentiteit die op grond van het eerste lid zowel is gevestigd in Nederland als in een andere staat waarin zij niet is onderworpen aan een kwalificerende inkomen-inclusiemaatregel en die als gevolg van de toepassing van het zevende, achtste, of negende lid, wordt geacht te zijn gevestigd in die andere staat wordt, in afwijking in zoverre van die leden, voor de toepassing van hoofdstuk 4 geacht te zijn gevestigd in Nederland, tenzij het van toepassing zijnde belastingverdrag de toepassing van een kwalificerende inkomen-inclusiemaatregel verbiedt.
Een entiteit waarvan de vestigingsplaats in de loop van het verslagjaar wijzigt, wordt in dat verslagjaar geacht te zijn gevestigd in de staat waarin zij op grond van dit artikel bij de aanvang van dat verslagjaar is gevestigd.
Voor de toepassing van deze wet wordt onder de vestigingsplaats van een groepsentiteit mede begrepen de plaats waar een vaste inrichting is gelegen.
Hoofdstuk 2. Reikwijdte
Artikel 2.1. Reikwijdte
Deze wet heeft in een verslagjaar betrekking op groepsentiteiten, niet zijnde uitgesloten entiteiten als bedoeld in artikel 2.2, die deel uitmaken van een multinationale groep of binnenlandse groep, indien die groep in ten minste twee van de vier onmiddellijk aan het verslagjaar voorafgaande verslagjaren of, indien minder dan vier verslagjaren vooraf zijn gegaan aan het verslagjaar, in ten minste twee van de onmiddellijk aan het verslagjaar voorafgaande verslagjaren, volgens de geconsolideerde jaarrekening van de uiteindelijkemoederentiteit van de groep een omzet heeft van ten minste € 750.000.000 per verslagjaar.
Het bedrag van € 750.000.000 wordt opgevat en berekend met inbegrip van de in de geconsolideerde jaarrekening van de uiteindelijkemoederentiteit van de groep opgenomen omzet van uitgesloten entiteiten als bedoeld in artikel 2.2 en wordt voor een verslagjaar dat langer of korter is dan een periode van twaalf maanden verhoogd, onderscheidenlijk verlaagd, naar evenredigheid van het aantal maanden in dat verslagjaar.
Artikel 2.2. Uitgesloten entiteiten
Onder een uitgesloten entiteit wordt verstaan:
- a. een overheidsentiteit, een internationale organisatie, een non-profitorganisatie, een pensioenfonds, een beleggingsfonds dat een uiteindelijkemoederentiteit is en een vastgoedbeleggingsvehikel dat een uiteindelijkemoederentiteit is;
- b. een entiteit waarvan ten minste 95% van de waarde zowel onmiddellijk als via een of meer uitgesloten entiteiten wordt gehouden door een of meer entiteiten als bedoeld in onderdeel a, niet zijnde pensioendienstverleningsentiteiten, en die:
- 1°. uitsluitend of nagenoeg uitsluitend activa aanhoudt of middelen belegt ten behoeve van de entiteit of entiteiten, bedoeld in onderdeel a, niet zijnde pensioendienstverleningsentiteiten; of
- 2°. uitsluitend activiteiten verricht die ondergeschikt zijn aan de activiteiten van de entiteit of entiteiten, bedoeld in onderdeel a, niet zijnde pensioendienstverleningsentiteiten;
- c. een entiteit waarvan ten minste 85% van de waarde zowel onmiddellijk als via een of meer uitgesloten entiteiten wordt gehouden door een of meer entiteiten als bedoeld in onderdeel a, niet zijnde pensioendienstverleningsentiteiten, mits die entiteit voldoet aan de voorwaarden, bedoeld in het tweede lid.
Het eerste lid, onderdeel c, is slechts van toepassing op een entiteit indien nagenoeg al het inkomen van die entiteit bestaat uit dividenden of vermogenswinsten of -verliezen die op basis van artikel 6.2, eerste lid, onderdeel b, onderscheidenlijk onderdeel c, of een soortgelijke regeling in een andere staat, zijn uitgesloten van het kwalificerende inkomen of verlies.
Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel b, onder 2°, wordt een entiteit waarvan de gehele waarde onmiddellijk of middellijk wordt gehouden door een of meer non-profitorganisaties geacht uitsluitend activiteiten te verrichten die ondergeschikt zijn aan de activiteiten van die non-profitorganisaties, indien de omzet van de multinationale groep of binnenlandse groep zonder de omzet van die non-profitorganisaties en de entiteiten die op de voet van het eerste lid, onderdelen b of c, uitgesloten entiteiten zijn voor een verslagjaar lager is dan:
- a. de omzet, bedoeld in artikel 2.1; of
- b. 25% van de omzet van de multinationale groep of binnenlandse groep zoals gerapporteerd in de geconsolideerde jaarrekening van de uiteindelijkemoederentiteit van de groep.
De informatieaangifte-indienende groepsentiteit kan ervoor kiezen om, in afwijking van het eerste lid, de entiteiten, bedoeld in het eerste lid, onderdelen b en c, niet te behandelen als uitgesloten entiteiten.
Hoofdstuk 3. Binnenlandse bijheffing
Artikel 3.1. Belastingplicht binnenlandse bijheffing
Belastingplichtig voor de binnenlandse bijheffing is een in Nederland gevestigde groepsentiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, die een laagbelaste groepsentiteit is.
Indien meerdere groepsentiteiten als bedoeld in het eerste lid behoren tot dezelfde multinationale groep of binnenlandse groep, wordt de binnenlandse bijheffing van hen geheven alsof er één belastingplichtige is, in die zin dat het kwalificerende inkomen van die entiteiten voor de toepassing van artikel 8.2, vijfde lid, kwalificerend inkomen is van de entiteit bij wie de binnenlandse bijheffing wordt geheven. De binnenlandse bijheffing, bedoeld in de eerste zin, wordt geheven bij:
- a. de in Nederland gevestigde moederentiteit waarvan het belang niet onmiddellijk of middellijk wordt gehouden door een andere in Nederland gevestigde moederentiteit;
- b. indien er meerdere in Nederland gevestigde moederentiteiten als bedoeld in onderdeel a zijn of er geen in Nederland gevestigde moederentiteit is: een daartoe door de groep of de inspecteur aangewezen in Nederland gevestigde groepsentiteit; of
- c. ten aanzien van in Nederland gevestigde groepsentiteiten die deel uitmaken van een joint venture-groep: een door de groep of de inspecteur aangewezen in Nederland gevestigde groepsentiteit die deel uitmaakt van de joint venture-groep.
Indien het tweede lid, onderdelen b of c, van toepassing is, wordt, al dan niet op verzoek van een in Nederland gevestigde groepsentiteit, bij voor bezwaar vatbare beschikking door de inspecteur vastgesteld bij welke groepsentiteit de binnenlandse bijheffing wordt geheven.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld waaraan het verzoek, bedoeld in het derde lid, moet voldoen.
Onder een groepsentiteit als bedoeld in het eerste lid wordt mede verstaan een joint venture en de met de joint venture verbonden partijen.
Artikel 3.2. Bedrag aan binnenlandse bijheffing
De over een verslagjaar verschuldigde binnenlandse bijheffing is gelijk aan de over het verslagjaar berekende bijheffing van de groep voor Nederland, met dien verstande dat bij die berekening niet in aanmerking wordt genomen:
- a. het bedrag van de kwalificerende binnenlandse bijheffing over het verslagjaar, bedoeld in artikel 8.2, tweede lid; en
- b. het bedrag dat op grond van artikel 8.4, zevende lid, wordt aangemerkt als additionele bijheffing.
Voor de toepassing van het eerste lid vinden de artikelen 8.2, vijfde en zesde lid, en 8.4, vierde tot en met zesde lid, geen toepassing.
Voor de toepassing van het eerste lid wordt de overwinst, bedoeld in artikel 8.2, vierde lid, berekend in overeenstemming met de lokale financiële verslaggevingsstandaard, bedoeld in artikel 8.13, tweede lid, onderdeel c, mits wordt voldaan aan de vereisten van artikel 8.13, derde lid, en onder toepassing van artikel 8.13, vierde en vijfde lid. Ingeval de financiële verslaggeving van alle in Nederland gevestigde groepsentiteiten is opgesteld op basis van verschillende lokale financiële verslaggevingsstandaarden, wordt de overwinst berekend op basis van de financiële verslaggeving die niet is opgesteld volgens IFRS of IFRS zoals goedgekeurd door de EU overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 19 juli 2002 betreffende de toepassing van internationale standaarden voor jaarrekeningen (PbEG 2002, L 243).
Indien de overwinst ingevolge het derde lid wordt berekend in overeenstemming met de lokale verslaggevingsstandaard, wordt de over een verslagjaar verschuldigde binnenlandse bijheffing berekend in euro’s. Indien een of meer in Nederland gevestigde groepsentiteiten een andere munteenheid hanteren bij het opstellen van de jaarrekening, wordt in afwijking van de vorige zin naar keuze van de informatieaangifte-indienende groepsentiteit voor een periode van vijf verslagjaren de verschuldigde binnenlandse bijheffing berekend in euro’s dan wel in de munteenheid die wordt gehanteerd bij het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening van de groep.
Hoofdstuk 4. Inkomen-inclusiebijheffing
Artikel 4.1. Belastingplicht inkomen-inclusiebijheffing
Belastingplichtig voor de inkomen-inclusiebijheffing is een in Nederland gevestigde groepsentiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, zijnde een uiteindelijkemoederentiteit, een tussenliggende moederentiteit die wordt gehouden door een in een derde staat gevestigde uiteindelijkemoederentiteit of door een in een lidstaat gevestigde uiteindelijkemoederentiteit die een uitgesloten entiteit is, of een partieel gehouden moederentiteit, die:
- a. een onmiddellijk of middellijk belang heeft in een of meer in een andere staat gevestigde of staatloze laagbelaste groepsentiteiten;
- b. een onmiddellijk of middellijk belang heeft in een of meer in Nederland gevestigde laagbelaste groepsentiteiten; of
- c. zelf een laagbelaste groepsentiteit is.
Het eerste lid is niet van toepassing op een in Nederland gevestigde tussenliggende moederentiteit indien:
- a. de uiteindelijkemoederentiteit verplicht is over het verslagjaar een kwalificerende inkomen-inclusiemaatregel toe te passen; of
- b. een andere tussenliggende moederentiteit, onmiddellijk of middellijk, een controlerend belang in de tussenliggende moederentiteit heeft en die andere tussenliggende moederentiteit verplicht is over het verslagjaar een kwalificerende inkomen-inclusiemaatregel toe te passen.
Het eerste lid is niet van toepassing op een in Nederland gevestigde partieel gehouden moederentiteit indien het volledige belang in die entiteit, onmiddellijk of middellijk, wordt gehouden door een andere partieel gehouden moederentiteit die verplicht is over het verslagjaar een kwalificerende inkomen-inclusiemaatregel toe te passen.
Artikel 4.2. Bedrag aan inkomen-inclusiebijheffing
De over een verslagjaar verschuldigde inkomen-inclusiebijheffing die wordt geheven van een moederentiteit als bedoeld in artikel 4.1, eerste lid, onderdelen a en b, is gelijk aan de som van de berekende bedragen aan bijheffing over het verslagjaar voor iedere laagbelaste groepsentiteit waarin zij een onmiddellijk of middellijk belang heeft, nadat die bijheffing per groepsentiteit is vermenigvuldigd met het aan de moederentiteit toerekenbare deel van die bijheffing over het verslagjaar.
Het aan een moederentiteit toerekenbare deel van de bijheffing voor een laagbelaste groepsentiteit over het verslagjaar is gelijk aan het kwalificerende inkomen van die laagbelaste groepsentiteit over het verslagjaar verminderd met het bedrag van dat kwalificerende inkomen dat toerekenbaar is aan andere belanghouders in die entiteit en gedeeld door het kwalificerende inkomen van die groepsentiteit over het verslagjaar.
Het bedrag aan kwalificerend inkomen van een laagbelaste groepsentiteit dat toerekenbaar is aan andere belanghouders in die entiteit is het bedrag dat op basis van de principes van de geaccepteerde financiële verslaggevingsstandaard die gebruikt zijn bij het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening van de uiteindelijkemoederentiteit behandeld zou zijn als toerekenbaar aan die andere belanghouders als de nettowinst van de laagbelaste groepsentiteit gelijk zou zijn aan haar kwalificerende inkomen en:
- a. de moederentiteit een geconsolideerde jaarrekening zou hebben opgesteld in lijn met die verslaggevingsstandaard (de hypothetische geconsolideerde jaarrekening);
- b. de moederentiteit een controlerend belang in de laagbelaste groepsentiteit zou hebben waardoor alle inkomsten en uitgaven van de laagbelaste groepsentiteit integraal geconsolideerd zouden zijn met de inkomsten en de uitgaven van de moederentiteit in de hypothetische geconsolideerde jaarrekening;
- c. het kwalificerende inkomen van de laagbelaste groepsentiteit geheel toerekenbaar zou zijn aan transacties met natuurlijk personen of entiteiten die geen onderdeel vormen van de groep; en
- d. alle belangen die niet middellijk of onmiddellijk door de moederentiteit worden gehouden, gehouden zouden worden door natuurlijk personen of entiteiten die geen onderdeel vormen van de groep.
De over een verslagjaar verschuldigde inkomen-inclusiebijheffing die, al dan niet in aanvulling op het eerste lid, wordt geheven van een moederentiteit als bedoeld in artikel 4.1, eerste lid, onderdeel c, is gelijk aan de berekende bijheffing voor die moederentiteit over het verslagjaar.
Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder andere belanghouders: belanghouders die niet tot dezelfde groep behoren als de moederentiteit en de laagbelaste groepsentiteiten.
Artikel 4.3. Verrekeningsmechanisme
Indien een moederentiteit als bedoeld in artikel 4.1, eerste lid, een belang heeft in een laagbelaste groepsentiteit door middel van een tussenliggende moederentiteit of partieel gehouden moederentiteit die over het verslagjaar bijheffing op grond van een kwalificerende inkomen-inclusiemaatregel is verschuldigd, wordt het over het verslagjaar door de moederentiteit, bedoeld in artikel 4.1, eerste lid, verschuldigde bedrag aan inkomen-inclusiebijheffing verminderd met het aan haar toerekenbare bedrag van die bijheffing dat door die tussenliggende moederentiteit of partieel gehouden moederentiteit is verschuldigd.
Indien artikel 8.13 niet van toepassing is en een moederentiteit als bedoeld in artikel 4.1, eerste lid, onmiddellijk of middellijk een belang heeft in een of meer laagbelaste groepsentiteiten ter zake waarvan in hun staat van vestiging over het verslagjaar een kwalificerende binnenlandse bijheffing is verschuldigd, wordt het over het verslagjaar door de moederentiteit, bedoeld in artikel 4.1, eerste lid, ter zake van die laagbelaste groepsentiteiten verschuldigde bedrag aan inkomen-inclusiebijheffing verminderd met die kwalificerende binnenlandse bijheffing, maar niet verder dan tot nihil.
Hoofdstuk 5. Onderbelastewinstbijheffing
Artikel 5.1. Onderbelastewinstbijheffing
Belastingplichtig voor de onderbelastewinstbijheffing is een in Nederland gevestigde groepsentiteit als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, niet zijnde een beleggingsentiteit, die behoort tot een multinationale groep waarvan een of meer laagbelaste groepsentiteiten deel uitmaken en waarvan de uiteindelijkemoederentiteit:
- a. een uitgesloten entiteit is;
- b. is gevestigd in een derde staat die:
- 1°. geen kwalificerende inkomen-inclusiemaatregel toepast ter zake van laagbelaste groepsentiteiten die zijn gevestigd in een andere staat;
- 2°. geen kwalificerende inkomen-inclusiemaatregel toepast ter zake van die uiteindelijkemoederentiteit of haar in dezelfde staat gevestigde groepsentiteiten indien die staat een laagbelastende staat is; of
- c. is gevestigd in een lidstaat van de Europese Unie die op grond van artikel 50, eerste lid, van Richtlijn (EU) 2022/2523 ervoor heeft gekozen om de inkomen-inclusiemaatregel en de onderbelastewinstmaatregel niet toe te passen met betrekking tot verslagjaren die aanvangen voor 31 december 2029.
Indien meerdere in Nederland gevestigde groepsentiteiten als bedoeld in artikel 2.1, eerste lid, niet zijnde beleggingsentiteiten, behoren tot een multinationale groep als bedoeld in het eerste lid, is belastingplichtig voor de onderbelastewinstbijheffing:
- a. de in Nederland gevestigde moederentiteit waarvan het belang niet onmiddellijk of middellijk wordt gehouden door een andere in Nederland gevestigde moederentiteit; of
- b. indien er meerdere in Nederland gevestigde moederentiteiten als bedoeld in onderdeel a zijn of er geen in Nederland gevestigde moederentiteit is: een daartoe door de groep of de inspecteur aangewezen in Nederland gevestigde groepsentiteit.
Indien het tweede lid, onderdeel b, van toepassing is, wordt, al dan niet op verzoek van een in Nederland gevestigde groepsentiteit, bij voor bezwaar vatbare beschikking door de inspecteur vastgesteld welke groepsentiteit belastingplichtig is voor de onderbelastewinstbijheffing.
Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld waaraan het verzoek, bedoeld in het derde lid, moet voldoen.
De in Nederland gevestigde groepsentiteit, bedoeld in het eerste lid, aanhef en onderdeel c, in samenhang met het tweede lid, is slechts belastingplichtig voor de onderbelastewinstbijheffing met betrekking tot verslagjaren die aanvangen voor 31 december 2029.
Artikel 5.2. Berekening en toerekening onderbelastewinstbijheffing
De over een verslagjaar verschuldigde onderbelastewinstbijheffing is gelijk aan het bedrag van de totale onderbelastewinstbijheffing over het verslagjaar, bedoeld in het tweede lid, vermenigvuldigd met het onderbelastewinstbijheffingspercentage voor het verslagjaar, bedoeld in het vijfde lid.
Het bedrag van de totale onderbelastewinstbijheffing over een verslagjaar is gelijk aan de som van de op basis van artikel 8.2 berekende bedragen aan bijheffing over het verslagjaar voor iedere laagbelaste groepsentiteit van de multinationale groep waartoe de belastingplichtige behoort, na toepassing van de correcties, bedoeld in het derde en vierde lid.
Indien het volledige belang van de uiteindelijkemoederentiteit in een laagbelaste groepsentiteit, onmiddellijk of middellijk, wordt gehouden via een of meer moederentiteiten die verplicht zijn om in het verslagjaar een kwalificerende inkomen-inclusiemaatregel toe te passen ter zake van die laagbelaste groepsentiteit, wordt voor de berekening van de totale onderbelastewinstbijheffing de bijheffing voor die laagbelaste groepsentiteit gesteld op nihil.
Indien een deel van het belang van de uiteindelijkemoederentiteit in een laagbelaste groepsentiteit, onmiddellijk of middellijk, wordt gehouden via een of meer moederentiteiten die verplicht zijn om in het verslagjaar een kwalificerende inkomen-inclusiemaatregel toe te passen ter zake van die laagbelaste groepsentiteit, wordt voor de berekening van de totale onderbelastewinstbijheffing de bijheffing voor die laagbelaste groepsentiteit verminderd met het aan die moederentiteit, onderscheidenlijk die moederentiteiten, toerekenbare deel van de bijheffing die op grond van een kwalificerende inkomen-inclusiemaatregel is geheven ter zake van die laagbelaste groepsentiteit.
Het onderbelastewinstbijheffingspercentage voor een verslagjaar bedraagt de som van 50% van de ratio M/N en 50% van de ratio A/B, waarbij wordt verstaan onder:
M: het totale aantal werknemers, uitgedrukt in voltijdsequivalenten, van alle in Nederland gevestigde groepsentiteiten, niet zijnde beleggingsentiteiten, die deel uitmaken van de multinationale groep waartoe de belastingplichtige behoort;
N: het totale aantal werknemers, uitgedrukt in voltijdsequivalenten, van alle groepsentiteiten, niet zijnde beleggingsentiteiten, die deel uitmaken van de multinationale groep waartoe de belastingplichtige behoort en die gevestigd zijn in een staat waar een kwalificerende onderbelastewinstmaatregel van toepassing is in het verslagjaar;
A: de som van de nettoboekwaarde van de materiële activa van alle in Nederland gevestigde groepsentiteiten, niet zijnde beleggingsentiteiten, die deel uitmaken van de multinationale groep;
B: de som van de nettoboekwaarde van de materiële activa van alle groepsentiteiten, niet zijnde beleggingsentiteiten, die deel uitmaken van de multinationale groep waartoe de belastingplichtige behoort en die gevestigd zijn in een staat waar een kwalificerende onderbelastewinstmaatregel van toepassing is in het verslagjaar.
Onder werknemers als bedoeld in het vijfde lid worden mede verstaan zelfstandige contractanten, mits zij participeren in de reguliere bedrijfsactiviteiten van de groepsentiteit.
De materiële activa, bedoeld in het vijfde lid, omvatten de materiële activa van alle in de betreffende staat gevestigde groepsentiteiten.
Voor de toepassing van het vijfde lid worden werknemers en materiële activa toegerekend aan een vaste inrichting voor zover de loonkosten van de werknemers en voor zover de materiële activa zijn opgenomen in de afzonderlijke financiële gegevens van die vaste inrichting als bedoeld in artikel 6.13, eerste tot en met derde lid. De werknemers en materiële activa die zijn toegerekend aan de vaste inrichting worden niet in aanmerking genomen bij de hoofdentiteit van de vaste inrichting.
Voor de toepassing van het vijfde lid worden de werknemers en de materiële activa van een doorkijkentiteit slechts in aanmerking genomen voor zover deze zijn toegerekend aan een vaste inrichting of, bij afwezigheid van een vaste inrichting, aan de groepsentiteiten die zijn gevestigd in de staat waarin de doorkijkentiteit is opgericht.
Voor de toepassing van het vijfde lid worden de werknemers en de materiële activa van de in een staat gevestigde groepsentiteiten van een multinationale groep in een verslagjaar niet in aanmerking genomen, indien het aan die staat toegerekende bedrag aan onderbelastewinstbijheffing van een voorafgaand verslagjaar niet heeft geleid tot een additionele contante belastinglast voor die groepsentiteiten die gelijk is aan het bedrag aan onderbelastewinstbijheffing dat in dat voorafgaande verslagjaar is toegerekend aan die staat. De eerste zin is in een verslagjaar niet van toepassing indien de werknemers en de materiële activa van de groepsentiteiten van een multinationale groep voor alle staten met een in dat verslagjaar van toepassing zijnde kwalificerende onderbelastewinstmaatregel op basis van die zin in dat verslagjaar buiten aanmerking zouden blijven.
Hoofdstuk 6. Bepaling van het kwalificerende inkomen of verlies
Artikel 6.1. Het kwalificerende inkomen of verlies van een groepsentiteit
Het kwalificerende inkomen of verlies van een groepsentiteit over een verslagjaar wordt bepaald door de correcties, bedoeld in de artikelen 6.2 tot en met 6.14, toe te passen op de nettowinst of het nettoverlies van de groepsentiteit over het verslagjaar vóór de consolidatiecorrecties ter eliminatie van intra-groepstransacties, zoals deze nettowinst of dit nettoverlies is vastgesteld volgens de financiële verslaggevingsstandaard die is gebruikt bij de totstandkoming van de geconsolideerde jaarrekening van de uiteindelijkemoederentiteit.
Indien het redelijkerwijs niet mogelijk is om de nettowinst of het nettoverlies van een groepsentiteit over een verslagjaar te bepalen volgens de financiële verslaggevingsstandaard die wordt gebruikt bij de totstandkoming van de geconsolideerde jaarrekening van de uiteindelijkemoederentiteit, mag voor de toepassing van het eerste lid de nettowinst of het nettoverlies van de groepsentiteit over dat verslagjaar ook worden vastgesteld aan de hand van een andere geaccepteerde of geautoriseerde financiële verslaggevingsstandaard, mits:
- a. de financiële verslaggeving van de groepsentiteit is opgesteld aan de hand van die andere financiële verslaggevingsstandaard;
- b. de gegevens in de financiële verslaggeving betrouwbaar zijn; en
- c. permanente verschillen van meer dan € 1.000.000 die voortvloeien uit de toepassing van die andere standaard ten aanzien van inkomen, uitgaven of transacties gecorrigeerd worden overeenkomstig de voor dat inkomen, die uitgaven of die transacties vereiste behandeling volgens de verslaggevingsstandaard die wordt gebruikt bij de totstandkoming van de geconsolideerde jaarrekening van de uiteindelijkemoederentiteit.
Indien een groepsentiteit is gevestigd in een staat die een kwalificerende binnenlandse bijheffing toepast, mag de nettowinst of het nettoverlies van die groepsentiteit, in afwijking van het eerste en tweede lid, worden bepaald in overeenstemming met een geaccepteerde of geautoriseerde financiële verslaggevingsstandaard die afwijkt van de financiële verslaggevingsstandaard die wordt gebruikt bij de totstandkoming van de geconsolideerde jaarrekening van de uiteindelijkemoederentiteit, mits de gegevens in de financiële verslaggeving ter bepaling van deze nettowinst of dit nettoverlies zijn gecorrigeerd om elke vorm van materiële concurrentieverstoring te voorkomen. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld ter bepaling van hetgeen voor de toepassing van dit lid wordt verstaan onder een materiële concurrentieverstoring.
Indien de toepassing van een bepaalde grondslag of procedure volgens een set aan algemeen aanvaarde verslaggevingsbeginselen leidt tot materiële concurrentieverstoring, wordt voor het bepalen van het kwalificerende inkomen of verlies van een groepsentiteit de toepassing van die grondslag of procedure aangepast overeenkomstig de vereiste behandeling volgens de internationale standaarden voor financiële verslaglegging IFRS of IFRS zoals goedgekeurd door de EU overeenkomstig Verordening (EG) nr. 1606/2002 van het Europees Parlement en de Raad van het Europees Parlement en de Raad van de Europese Unie van 19 juli 2002 betreffende de toepassing van internationale standaarden voor jaarrekeningen (PbEG 2002, L 243).
Indien de activa, passiva, inkomsten, uitgaven en kasstromen van een groepsentiteit niet zijn opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening en het verslagjaar van die groepsentiteit afwijkt van het verslagjaar van de uiteindelijkemoederentiteit, wordt het kwalificerende inkomen of verlies van die groepsentiteit bepaald aan de hand van de financiële verslaggeving van die groepsentiteit over de financiële verslaggevingsperiode die eindigt in het verslagjaar van de uiteindelijkemoederentiteit.
Artikel 6.2. Correcties voor de bepaling van het kwalificerende inkomen of verlies
Voor het bepalen van het kwalificerende inkomen of verlies van een groepsentiteit wordt de nettowinst of het nettoverlies van die entiteit gecorrigeerd met het bedrag van de volgende bestanddelen:
- a. nettobelastinglast;
- b. uitgesloten dividend;
- c. uitgesloten vermogenswinst of -verlies;
- d. inbegrepen herwaarderingswinst of -verlies;
- e. een op grond van artikel 9.3 uitgesloten winst of verlies als gevolg van de vervreemding van activa en passiva;
- f. asymmetrisch valutaresultaat;
- g. beleidsmatig niet-aftrekbare kosten;
- h. foutherstel of stelselwijziging ten opzichte van voorgaande periode;
- i. aangegroeide pensioenlasten;
- j. voordelen uit het prijsgeven door schuldeisers.
Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:
- a. nettobelastinglast: het nettobedrag van de volgende bestanddelen:
- 1°. de belastinglast ter zake van betrokken belastingen, bedoeld in artikel 7.1, en de belastinglast ter zake van betrokken belastingen die als kosten in aanmerking zijn genomen bij de bepaling van de winst vóór belastingen in de financiële verslaggeving met inbegrip van belastinglasten ter zake van betrokken belastingen op inkomen dat is uitgesloten van de berekening van het kwalificerende inkomen of verlies;
- 2°. actieve belastinglatenties toerekenbaar aan een verlies in een verslagjaar;
- 3°. belastinglasten als gevolg van kwalificerende binnenlandse bijheffingen;
- 4°. belastinglasten als gevolg van de toepassing van Richtlijn (EU) 2022/2523 of, met betrekking tot derde staten, als gevolg van de toepassing van de OESO-modelregels;
- 5°. belastinglasten ter zake van niet-kwalificerende restitueerbare imputatiebelastingen;
- b. uitgesloten dividend: een dividenduitkering of een andere uitkering uit hoofde van een belang in een entiteit, ontvangen in of toegerekend aan het verslagjaar, tenzij dat belang op het moment van ontvangst of toerekening kwalificeert als:
- 1°. een portfoliobelang, dat op het moment van de uitkering gedurende minder dan een aaneengesloten periode van een jaar economisch eigendom is van de groepsentiteit die de dividenduitkering of de andere uitkering ontvangt of krijgt toegerekend;
- 2°. een belang in een beleggingsentiteit ter zake waarvan is gekozen voor toepassing van artikel 10.6;
- c. uitgesloten vermogenswinst of -verlies: een nettovermogenswinst of nettovermogensverlies begrepen in de nettowinst of het nettoverlies van een groepsentiteit als gevolg van:
- 1°. winsten of verliezen die voortvloeien uit wijzigingen in de reële waarde van een belang, niet zijnde een portfoliobelang, tenzij de informatieaangifte-indienende groepsentiteit ervoor kiest om ten aanzien van de groepsentiteiten in een staat de nettowinst of het nettoverlies niet te corrigeren met die winsten of verliezen;
- 2°. winsten of verliezen die voortvloeien uit een belang dat is opgenomen in de financiële verslaggeving met toepassing van de nettovermogenswaardemethode, tenzij de informatieaangifte-indienende groepsentiteit ervoor kiest om ten aanzien van de groepsentiteiten in een staat de nettowinst of het nettoverlies niet te corrigeren met die winsten of verliezen;
- 3°. winsten of verliezen die voortvloeien uit de vervreemding van een belang, niet zijnde een portfoliobelang, tenzij de informatieaangifte-indienende groepsentiteit ervoor kiest om ten aanzien van de groepsentiteiten in een staat de nettowinst of het nettoverlies niet te corrigeren met die winsten of verliezen;
- 4°. valutaresultaten die voortvloeien uit financiële instrumenten ter afdekking van een valutarisico dat met een belang wordt gelopen, mits de informatieaangifte-indienende groepsentiteit ervoor kiest om de nettowinst of het nettoverlies van die groepsentiteit te corrigeren met die valutaresultaten;
- d. inbegrepen herwaarderingswinst of -verlies: een winst of een verlies verminderd, onderscheidenlijk vermeerderd, met de met deze winst of dit verlies samenhangende betrokken belastingen over het verslagjaar, als gevolg van de toepassing van een verslaggevingsmethode of verslaggevingspraktijk ter zake van alle materiële vaste activa, op grond waarvan:
- 1°. de boekwaarde periodiek wordt aangepast aan de reële waarde;
- 2°. de winst of het verlies rechtstreeks in het eigen vermogen wordt verwerkt; en
- 3°. die winst of dat verlies in een volgend verslagjaar niet in de winst- en verliesrekening wordt verwerkt;
- e. asymmetrisch valutaresultaat: een valutawinst of valutaverlies van een entiteit waarvan de financiële verslaggevingsvaluta en fiscale valuta verschillen en welke winst of welk verlies:
- 1°. in aanmerking is genomen bij de berekening van de belastbare winst van een groepsentiteit en toerekenbaar is aan wisselkoersfluctuaties tussen de financiële verslaggevingsvaluta en de fiscale valuta van die groepsentiteit;
- 2°. in aanmerking is genomen bij de berekening van de nettowinst of het nettoverlies van een groepsentiteit en toerekenbaar is aan wisselkoersfluctuaties tussen de financiële verslaggevingsvaluta en de fiscale valuta van die groepsentiteit;
- 3°. in aanmerking is genomen bij de berekening van de nettowinst of het nettoverlies van een groepsentiteit en toerekenbaar is aan wisselkoersfluctuaties tussen een buitenlandse valuta en de financiële verslaggevingsvaluta van die groepsentiteit; of
- 4°. toerekenbaar is aan wisselkoersfluctuaties tussen een buitenlandse valuta en de fiscale valuta van die groepsentiteit, ongeacht of dergelijke valutawinsten of -verliezen deel uitmaken van de belastbare winst;
- f. beleidsmatig niet-aftrekbare kosten: kosten opgekomen bij een groepsentiteit voor:
- 1°. illegale betalingen, waaronder steekpenningen en smeergeld;
- 2°. boetes en sancties van € 50.000 of meer, of een daaraan gelijk bedrag in de functionele valuta waarin de nettowinst of het nettoverlies is berekend;
- g. foutherstel of stelselwijziging ten opzichte van voorgaande periode: een wijziging in het beginvermogen van een groepsentiteit bij de aanvang van een verslagjaar als gevolg van:
- 1°. herstel van een fout bij het bepalen van de nettowinst of het nettoverlies in een voorgaand verslagjaar, welke fout de inkomsten of uitgaven die in aanmerking kunnen worden genomen bij de berekening van het kwalificerende inkomen of verlies in dat voorgaande verslagjaar heeft beïnvloed, behoudens voor zover een dergelijke wijziging leidt tot een materiële vermindering van een verplichting voor betrokken belastingen op grond van artikel 7.6;
- 2°. een wijziging in de verslaggevingsstandaarden of het verslaggevingsbeleid die de inkomsten of uitgaven begrepen in de berekening van het kwalificerende inkomen of verlies in een voorgaand verslagjaar heeft beïnvloed;
- h. aangegroeide pensioenlasten: het verschil tussen het bedrag aan pensioenlasten dat in een verslagjaar is betrokken in de bepaling van de nettowinst of het nettoverlies en het bedrag dat in dat verslagjaar aan een pensioenfonds is afgedragen;
- i. voordelen uit het prijsgeven door schuldeisers: een voordeel uit het prijsgeven van een schuldvordering, mits de informatieaangifte-indienende groepsentiteit ervoor kiest om de nettowinst of het nettoverlies van een groepsentiteit te corrigeren met dat voordeel, welk voordeel:
- 1°. voortvloeit uit een bij wet voorziene insolventie- of faillissementsprocedure die onder toezicht staat van een rechterlijke instantie, een curator of een daarmee vergelijkbare persoon;
- 2°. voortvloeit uit een overeenkomst waarbij ten minste één van de schuldeisers niet gelieerd is aan de schuldenaar mits aannemelijk is dat de schuldenaar binnen een periode van twaalf maanden na het sluiten van die overeenkomst niet meer in staat zou zijn om aan zijn verplichtingen te voldoen indien die overeenkomst niet zou zijn gesloten; of
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)