Wet van 20 december 2023 tot invoering van een minimumbelasting en wijziging van de Algemene wet inzake rijksbelastingen en de Invorderingswet 1990 in verband met de implementatie van Richtlijn (EU) 2022/2523 van de Raad van 14 december 2022 tot waarborging van een mondiaal minimumniveau van belastingheffing voor groepen van multinationale ondernemingen en omvangrijke binnenlandse groepen in de Unie (PbEU 2022, L 328/1) (Wet minimumbelasting 2024)

Type Wet
Publication 2026-04-11
Laatst bijgewerkt 2026-04-14
State In force
Source BWB
artikelen 84
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
1.

Niettegenstaande artikel 8.13 wordt op basis van artikel 8.4 additionele bijheffing berekend ten aanzien van groepsentiteiten van een multinationale groep die zijn gevestigd in een staat die voor de toepassing van een kwalificerende binnenlandse bijheffing niet voorziet in een herrekening op basis van een met artikel 8.4 vergelijkbare regeling.

2.

Ten aanzien van een verslagjaar waarin artikel 8.8 of artikel 8.11 voor een staat wordt toegepast, vindt voor die staat geen herrekening als bedoeld in artikel 8.4, eerste lid, plaats.

3.

Groepsentiteiten waarop het eerste lid van toepassing is, worden voor de toepassing van de hoofdstukken 4 en 5 aangemerkt als laagbelaste groepsentiteiten.

Artikel 8.6. In minderheidsbelang gehouden groepsentiteit

1.

De berekening van het effectieve belastingtarief en de bijheffing voor een staat op de voet van de hoofdstukken 6 tot en met 10 voor een in minderheidsbelang gehouden subgroep van een multinationale groep of binnenlandse groep wordt verricht alsof elke in minderheidsbelang gehouden subgroep een afzonderlijke multinationale groep of binnenlandse groep is. De gecorrigeerde betrokken belastingen en het kwalificerende inkomen of verlies van de entiteiten die behoren tot de in minderheidsbelang gehouden subgroep worden niet in aanmerking genomen bij het bepalen van het effectieve belastingtarief en het netto kwalificerende inkomen van de multinationale groep of binnenlandse groep op de voet van artikel 8.1, eerste en tweede lid.

2.

Het effectieve belastingtarief en de bijheffing van een in minderheidsbelang gehouden groepsentiteit van een multinationale groep of binnenlandse groep die geen onderdeel is van een in minderheidsbelang gehouden subgroep, wordt berekend op entiteitsbasis op de voet van de hoofdstukken 6 tot en met 10. De gecorrigeerde betrokken belastingen en het kwalificerende inkomen of verlies van de in minderheidsbelang gehouden groepsentiteit worden niet in aanmerking genomen bij het bepalen van het effectieve belastingtarief en het netto kwalificerende inkomen van de multinationale groep of binnenlandse groep op de voet van artikel 8.1, eerste en tweede lid.

3.

Dit artikel is niet van toepassing op een in minderheidsbelang gehouden groepsentiteit die een beleggingsentiteit is.

4.

Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:

5.

Voor de toepassing van de artikelen 8.7 en 8.8 worden in minderheidsbelang gehouden groepsentiteiten niet als een afzonderlijke groep aangemerkt.

Artikel 8.7. De minimis-uitzondering

1.

Indien de informatieaangifte-indienende groepsentiteit daarvoor kiest, bedraagt de bijheffing over een verslagjaar voor de in een staat gevestigde groepsentiteiten enkel de additionele bijheffing, bedoeld in artikel 8.4, zevende lid, (de minimis-uitzondering) mits in dat verslagjaar:

2.

De gemiddelde kwalificerende omzet of het gemiddelde netto kwalificerende inkomen of verlies van alle in een staat gevestigde groepsentiteiten over een verslagjaar is het gemiddelde van de kwalificerende omzet, onderscheidenlijk het gemiddelde van het netto kwalificerende inkomen of verlies, van de in die staat gevestigde groepsentiteiten over het verslagjaar en de twee daaraan voorafgaande verslagjaren. Bij het bepalen van de gemiddelde kwalificerende omzet of het gemiddelde netto kwalificerende inkomen of verlies van de in een staat gevestigde groepsentiteiten wordt het eerste of tweede aan het verslagjaar voorafgaande verslagjaar niet in aanmerking genomen indien in dat verslagjaar of die verslagjaren geen groepsentiteiten in die staat waren gevestigd of de in die staat gevestigde groepsentiteiten geen kwalificerende omzet of netto kwalificerende inkomen of verlies hadden.

3.

De kwalificerende omzet van de in een staat gevestigde groepsentiteiten over een verslagjaar is de som van de omzet van de in die staat gevestigde groepsentiteiten verminderd of vermeerderd met de op de voet van hoofdstuk 6 aangebrachte correcties voor zover die correcties van invloed zijn op de omzet van die groepsentiteiten.

4.

Het netto kwalificerende inkomen of verlies van de in een staat gevestigde groepsentiteiten over een verslagjaar wordt bepaald op de voet van artikel 8.1, tweede lid.

5.

Voor de toepassing van het eerste tot en met vierde lid worden, indien een verslagjaar langer of korter is dan een periode van twaalf maanden, het bedrag aan kwalificerende omzet en het bedrag aan netto kwalificerend inkomen of verlies van alle in een staat gevestigde groepsentiteiten over dat verslagjaar verlaagd, onderscheidenlijk verhoogd, naar evenredigheid van een verslagjaar van twaalf maanden.

6.

De de minimis-uitzondering is niet van toepassing op een staatloze entiteit of een beleggingsentiteit. De omzet en het kwalificerende inkomen of verlies van staatloze entiteiten en beleggingsentiteiten worden uitgesloten van de berekening van de de minimis-uitzondering.

Artikel 8.8. Tijdelijke veilige haven: kwalificerend landenrapport

1.

Indien de informatieaangifte-indienende groepsentiteit van een multinationale groep daarvoor kiest bedraagt de bijheffing voor de in een staat gevestigde groepsentiteiten voor een verslagjaar dat aanvangt op of voor 31 december 2026 en eindigt voor 1 juli 2028 nihil, mits de multinationale groep over dat verslagjaar voor die staat:

2.

Indien de multinationale groep in een staat groepsentiteiten ter verkoop houdt, dient voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel a, de som van de totale inkomsten zoals gerapporteerd in het kwalificerende landenrapport voor die staat en de omzet van de in die staat ter verkoop gehouden groepsentiteiten minder te bedragen dan € 10.000.000.

3.

Voor de toepassing van het eerste lid, onderdeel b, wordt het effectieve belastingtarief voor een staat vereenvoudigd berekend volgens de formule:

VE = (VB/W) x 100%

waarbij wordt verstaan onder:

VE: het vereenvoudigde effectieve belastingtarief voor een verslagjaar voor een staat, uitgedrukt in een percentage dat rekenkundig wordt afgerond op vier decimalen;

VB: de vereenvoudigde betrokken belastingen, zijnde de belastingen naar het inkomen in die staat over een verslagjaar zoals gerapporteerd in de kwalificerende financiële verslaggeving van de multinationale groep voor zover het betrokken belastingen zijn die zijn geheven over de in een kwalificerend landenrapport gerapporteerde winst vóór winstbelasting van groepsentiteiten die voor de toepassing van hoofdstuk VIIa van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, of daarmee vergelijkbare regelgeving in een andere staat, gevestigd zijn in die staat;

W: de winst vóór winstbelasting in die staat zoals door de multinationale groep is gerapporteerd in een kwalificerend landenrapport.

4.

Voor de berekening van de vereenvoudigde betrokken belastingen, bedoeld in het derde lid, worden de in de financiële verslaggeving gerapporteerde onzekere belastingposities alsmede de aanwending van belastinglatenties als bedoeld in artikel 14.1, tweede lid, onderdelen b tot en met e, in de staat waarvoor het effectieve belastingtarief vereenvoudigd wordt berekend niet in aanmerking genomen. In afwijking van de vorige zin mag de aanwending van actieve belastinglatenties als bedoeld in artikel 14.1, tweede lid, onderdelen b tot en met d, in aanmerking worden genomen voor zover deze aanwending zou zijn toegestaan op grond van artikel 14.1, zesde lid.

5.

Voor het bepalen van de winst vóór winstbelasting, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en c, en het derde lid, wordt een nettovermogensverlies voor zover dat voortvloeit uit wijzigingen in de reële waarde van een belang, niet zijnde een portfoliobelang, niet in aanmerking genomen indien dat verlies meer dan € 50.000.000 bedraagt.

6.

Voor het bepalen van de totale inkomsten, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, en het tweede lid, en voor het bepalen van de winst vóór winstbelasting, bedoeld in het eerste lid, onderdelen a en c, en het derde lid, worden ten aanzien van een geldverstrekking binnen een multinationale groep of binnenlandse groep die als eigen vermogen in aanmerking wordt genomen volgens de fiscale regelgeving van de staat van de groepsentiteit die de geldverstrekking doet, de betalingen die voortvloeien uit deze geldverstrekking zowel bij de ontvanger als bij de verstrekker als rente in aanmerking genomen mits dit in overeenstemming is met de kwalificerende financiële verslaggeving.

7.

Indien een uiteindelijkemoederentiteit van een multinationale groep in de staat waarin zij is gevestigd is onderworpen aan een aftrekbaardividendstelsel wordt voor de toepassing van het eerste lid, onderdelen a en c, en het derde lid de winst vóór winstbelasting in die staat verminderd met het bedrag dat is uitgedeeld als aftrekbaar dividend aan een belanghouder die voldoet aan de voorwaarden van artikel 10.2, eerste lid, onderdelen a tot en met e. De vereenvoudigde betrokken belastingen, bedoeld in het derde lid, niet zijnde de belastingen waarvoor de dividendaftrek wordt toegestaan, worden evenredig aan de vermindering van de winst vóór winstbelasting verminderd. Artikel 10.2, derde tot en met vierde lid, is van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat daarbij voor eerste en tweede lid wordt gelezen: eerste en tweede zin.

8.

Voor de toepassing van het eerste lid, onderdelen a en c, en het derde lid worden de winst vóór winstbelasting, de vereenvoudigde betrokken belastingen en de totale inkomsten van een beleggingsentiteit of een verzekeringsbeleggingsentiteit in aanmerking genomen in de staten waarin de groepsentiteit-belanghouders zijn gevestigd naar rato van het belang dat zij hebben in de beleggingsentiteit of de verzekeringsbeleggingsentiteit.

9.

Voor de toepassing van het eerste lid, onderdelen a en c, en het derde lid worden de winst vóór winstbelasting, de vereenvoudigde betrokken belastingen en de totale inkomsten van een beleggingsentiteit of een verzekeringsbeleggingsentiteit niet in aanmerking genomen naar rato van het belang dat een belanghouder die geen groepsentiteit-belanghouder is heeft in die entiteit.

10.

In afwijking van artikel 7.4, vijfde lid, wordt de keuze, bedoeld in artikel 7.4, eerste lid, ten aanzien van een staat waarvoor dit artikel in een verslagjaar wordt toegepast, gemaakt bij de indiening van de bijheffing-informatieaangifte over het eerste verslagjaar waarin dit artikel ten aanzien van die staat niet wordt toegepast.

11.

Dit artikel is van overeenkomstige toepassing op een multinationale groep of een binnenlandse groep die geen kwalificerend landenrapport opstelt, met dien verstande dat daarbij voor de in een kwalificerend landenrapport gerapporteerde totale inkomsten en winst vóór winstbelasting wordt gelezen: de gegevens in de kwalificerende financiële verslaggeving die de multinationale groep of binnenlandse groep zou moeten rapporteren in een kwalificerend landenrapport als totale inkomsten en winst vóór winstbelasting indien zij verplicht zou zijn geweest om een kwalificerend landenrapport op te stellen.

12.

Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:

13.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over aankoopprijsaanpassingen in de kwalificerende financiële verslaggeving.

Artikel 8.9. Uitsluiting van de tijdelijke veilige haven

Artikel 8.8 is niet van toepassing ten aanzien van groepsentiteiten:

Artikel 8.10. Joint ventures

1.

Voor een joint venture en de met die joint venture verbonden partijen worden de artikelen 8.8 en 8.9 toegepast alsof zij groepsentiteiten vormen van een afzonderlijke multinationale groep waarvan de joint venture de uiteindelijkemoederentiteit is en alsof deze groepsentiteiten ook groepsentiteiten zijn op basis van artikel 29b, onderdeel c, van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, of daarmee vergelijkbare regelgeving in een andere staat, en ze voor de toepassing van hoofdstuk VIIa van de Wet op de vennootschapsbelasting 1969, of daarmee vergelijkbare regelgeving in een andere staat, fiscaal zijn gevestigd in dezelfde staat als waarin zij op grond van artikel 1.3 zijn gevestigd.

2.

Voor de toepassing van artikel 8.8 op een joint venture en de met die joint venture verbonden partijen wordt voor de in een kwalificerend landenrapport gerapporteerde totale inkomsten en winst vóór winstbelasting gelezen: de in de kwalificerende financiële verslaggeving gerapporteerde totale omzet per staat, onderscheidenlijk het bedrag aan winst per staat, voordat daarop de belasting naar het inkomen in mindering is gebracht.

Artikel 8.11. Permanente veilige haven: vereenvoudigde berekening

1.

Indien artikel 8.8 niet is toegepast en de informatieaangifte-indienende groepsentiteit daarvoor kiest, bedraagt de bijheffing voor de in een staat gevestigde groepsentiteiten over een verslagjaar enkel de additionele bijheffing, bedoeld in artikel 8.4 en artikel 8.5, eerste lid, over dat verslagjaar voor die staat, mits:

2.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld voor de wijze waarop de vereenvoudigde omzet-, inkomens- en belastingberekeningen plaatsvinden voor een staat en de in die staat gevestigde groepsentiteiten, waaronder groepsentiteiten die enkel op grond van hun beperkte omvang of op grond van materialiteit niet zijn opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening van de groep.

Artikel 8.12. Uitsluiting van de tijdelijke en permanente veilige haven

De inspecteur geeft slechts dan geen gevolg aan de keuze van een informatieaangifte-indienende groepsentiteit voor de toepassing van de artikelen 8.8, 8.11, 8.13, of 8.14 ten aanzien van een staat voor een verslagjaar indien:

Artikel 8.13. Kwalificerende binnenlandse bijheffing veilige haven

1.

Indien de informatieaangifte-indienende groepsentiteit van een multinationale groep daarvoor kiest, bedraagt de bijheffing voor de in een staat gevestigde groepsentiteiten voor een verslagjaar nihil, mits die groepsentiteiten over dat verslagjaar onderworpen zijn aan een kwalificerende binnenlandse bijheffing die voldoet aan:

2.

Onder de kwalificerende verslaggevingsstandaard wordt verstaan:

3.

De kwalificerende binnenlandse bijheffing wordt berekend op basis van een lokale verslaggevingsstandaard als dat volgens de wetgeving van een staat is voorgeschreven en de financiële verslaggeving van alle in die staat gevestigde groepsentiteiten is opgesteld op basis van die lokale verslaggevingsstandaard en:

4.

In afwijking van de berekening van het derde lid wordt de kwalificerende binnenlandse bijheffing berekend op basis van de financiële verslaggevingsstandaard die is gebruikt bij het opstellen van de geconsolideerde jaarrekening van de uiteindelijkemoederentiteit of een andere geaccepteerde of geautoriseerde verslaggevingsstandaard overeenkomstig artikel 6.1, tweede lid, indien:

5.

Voor een joint venture, een joint venture-groep, een in minderheidsbelang gehouden subgroep, een in minderheidsbelang gehouden groepsentiteit of beleggingsentiteit worden het eerste tot en met het vierde lid, afzonderlijk toegepast.

6.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden voor de toepassing van het eerste lid, onderdelen b en c, regels gesteld voor de beoordeling of wordt voldaan aan de consistentiestandaard en de toepassingsstandaard.

7.

Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld op grond waarvan dit artikel niet van toepassing is ten aanzien van bepaalde groepsentiteiten.

8.

Voor de toepassing van dit artikel wordt onder lokale financiële verslaggevingstandaard verstaan: een financiële verslaggevingsstandaard die wordt voorgeschreven of toegestaan in een staat op basis van nationale regelgeving of door een organisatie met juridische autoriteit om verslaggevingsregels voor te schrijven, vast te stellen of te aanvaarden voor de toepassing van de financiële rapportage, mits die financiële verslaggevingsstandaard:

Artikel 8.14. Tijdelijke onderbelastewinstbijheffing veilige haven

Indien de informatieaangifte-indienende groepsentiteit van een multinationale groep daarvoor kiest, bedraagt voor de toepassing van artikel 5.2, tweede lid, de bijheffing voor iedere laagbelaste groepsentiteit die is gevestigd in de staat waarin de uiteindelijkemoederentiteit is gevestigd voor een verslagjaar nihil, indien:

Hoofdstuk 9. Bijzondere bepalingen omtrent bedrijfsreorganisaties en houdsterstructuren

Artikel 9.1. Toepassing van de omzetdrempel bij fusies en splitsingen van een groep

1.

Indien twee of meer groepen zijn gefuseerd tot een multinationale groep of binnenlandse groep, wordt de omzetdrempel voor die multinationale groep of binnenlandse groep in een aan de fusie voorafgaand verslagjaar geacht te zijn bereikt indien de som van de omzet van de groepen in dat verslagjaar, zoals verantwoord in de geconsolideerde jaarrekeningen van de uiteindelijkemoederentiteiten van die groepen, € 750.000.000 of meer bedraagt.

2.

Indien in een verslagjaar een niet tot een groep behorende entiteit fuseert met een andere niet tot een groep behorende entiteit of met een groep tot een multinationale groep of binnenlandse groep, en een van deze of beide fuserende partijen geen geconsolideerde jaarrekening opstelt, onderscheidenlijk opstellen, in een van de vier onmiddellijk aan het verslagjaar voorafgaande verslagjaren, wordt de omzetdrempel voor die multinationale groep of binnenlandse groep in een aan de fusie voorafgaand jaar verslagjaar geacht te zijn bereikt indien de som van de omzet van de fuserende partijen in dat verslagjaar, zoals verantwoord in de enkelvoudige jaarrekening of de geconsolideerde jaarrekening, € 750.000.000 of meer bedraagt.

3.

Indien in een verslagjaar een multinationale groep of binnenlandse groep wordt gesplitst in twee of meer van dergelijke groepen (elk een gesplitste groep), wordt de omzetdrempel door een gesplitste groep geacht te zijn bereikt:

4.

Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:

Artikel 9.2. Groepsentiteiten die toetreden tot een multinationale groep of binnenlandse groep dan wel deze verlaten

1.

Een toetredende of uittredende entiteit wordt in het verslagjaar van toetreden tot of uittreden van een multinationale groep of binnenlandse groep geacht deel uit te maken van die groep, indien een deel van de activa, passiva, het inkomen, de uitgaven en de kasstromen van die toetredende of uittredende entiteit wordt verantwoord in de geconsolideerde jaarrekening van de uiteindelijkemoederentiteit in het verslagjaar van het toetreden of uittreden. Het effectieve belastingtarief en de bijheffing van de toetredende of uittredende entiteit worden berekend overeenkomstig het tweede tot en met achtste lid.

2.

In het verslagjaar van toetreding of uittreding wordt door een multinationale groep of binnenlandse groep voor de toepassing van deze wet uitsluitend rekening gehouden met de nettowinst of het nettoverlies overeenkomstig artikel 6.1, eerste lid, en vóór eliminatie van intra-groepstransacties, en de gecorrigeerde betrokken belastingen van de toetredende of uittredende entiteit die zijn opgenomen in de geconsolideerde jaarrekening van de uiteindelijkemoederentiteit.

3.

In het verslagjaar van toetreding of uittreding en elk daaropvolgend verslagjaar worden het kwalificerende inkomen of verlies en de gecorrigeerde betrokken belastingen van de toetredende of uittredende entiteit bepaald op basis van de historische boekwaarde van de activa en passiva van die entiteit.

4.

In het verslagjaar van toetreding of uittreding wordt bij de berekening van de in aanmerking komende loonkosten, bedoeld in artikel 8.3, tweede lid, van de toetredende of uittredende entiteit alleen rekening gehouden met de loonkosten die worden verantwoord in de geconsolideerde jaarrekening van de uiteindelijkemoederentiteit.

5.

De berekening van de boekwaarden van de in aanmerking komende materiële activa, bedoeld in artikel 8.3, derde en vierde lid, van de toetredende of uittredende entiteit wordt in het verslagjaar van toetreding of uittreding aangepast naar rato van de periode waarin de toetredende of uittredende entiteit deel uitmaakte van de multinationale groep of binnenlandse groep.

6.

Met uitzondering van de fictieve actieve belastinglatentie die betrekking heeft op een kwalificerend verlies bedoeld in artikel 7.4, worden actieve en passieve belastinglatenties van de toetredende of uittredende entiteit die tussen multinationale groepen of binnenlandse groepen worden overgedragen, in aanmerking genomen door de verkrijgende multinationale groep of binnenlandse groep op dezelfde wijze en in dezelfde mate alsof de verkrijgende multinationale groep of binnenlandse groep de zeggenschap had over de groepsentiteit op het moment van het ontstaan van die actieve en passieve belastinglatenties.

7.

Passieve belastinglatenties van de toetredende of uittredende entiteit die eerder bij deze entiteit in aanmerking zijn genomen in het totaalbedrag aan gecorrigeerde mutaties in belastinglatenties, worden voor de toepassing van artikel 7.3, zevende lid, in het verslagjaar van toetreden of uittreden bij de overdragende multinationale groep of binnenlandse groep geacht te zijn herzien en bij de verkrijgende multinationale groep of binnenlandse groep geacht te zijn ontstaan, met dien verstande dat in dergelijke gevallen elke latere verlaging van de betrokken belastingen overeenkomstig artikel 7.3, zevende lid, in aanmerking wordt genomen in het verslagjaar waarin de belastinglatentie wordt teruggenomen.

8.

Een toetredende of uittredende entiteit die een moederentiteit is en deel uitmaakt van twee of meer multinationale groepen of binnenlandse groepen in het verslagjaar van toetreding of uittreding, past de inkomen-inclusiemaatregel met betrekking tot het toerekenbare deel van de bijheffing van de laagbelaste groepsentiteiten voor elke multinationale groep of binnenlandse groep afzonderlijk toe.

9.

In afwijking van het eerste tot en met achtste lid wordt de overdracht of verkrijging van een controlerend belang in een uittredende, onderscheidenlijk toetredende, entiteit aangemerkt als een overdracht, onderscheidenlijk verkrijging, van activa en passiva, indien de staat waarin de overgedragen, onderscheidenlijk verkregen, groepsentiteit is gevestigd, of de staat waarin de activa zich in het geval van een fiscaal transparante groepsentiteit bevinden, de overdracht, onderscheidenlijk de verkrijging, van dat belang op dezelfde of vergelijkbare wijze behandelt als een overdracht, onderscheidenlijk verkrijging, van activa en passiva en een betrokken belasting heft bij de overdrager op basis van het verschil tussen de fiscale boekwaarden en de overeengekomen overnameprijs voor het controlerende belang, dan wel de reële waarde van de activa en passiva.

10.

Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:

Artikel 9.3. Overdracht van activa en passiva

1.

Een groepsentiteit die activa en passiva overdraagt (de overdragende groepsentiteit) neemt het resultaat van de overdracht op in het kwalificerende inkomen of verlies. Een groepsentiteit die activa en passiva verkrijgt (de verkrijgende groepsentiteit) gaat bij de berekening van het kwalificerende inkomen of verlies uit van de boekwaarden van de overgenomen activa en passiva, zoals bepaald op basis van de door de uiteindelijkemoederentiteit in de geconsolideerde jaarrekening toegepaste financiële verslaggevingsstandaarden.

2.

In afwijking van het eerste lid wordt bij een overdracht of verkrijging van activa en passiva in het kader van een reorganisatie:

3.

In afwijking van het eerste en tweede lid wordt, indien een overdracht van activa en passiva plaatsvindt in het kader van een reorganisatie die bij de overdragende groepsentiteit leidt tot niet-kwalificerende winsten of verliezen:

4.

Indien een groepsentiteit in de staat waarin deze is gevestigd voor belastingdoeleinden verplicht is of de mogelijkheid heeft om de activa en passiva te boek te stellen op de reële waarde, kan de informatieaangifte-indienende groepsentiteit ervoor kiezen dat de eerstgenoemde groepsentiteit:

5.

Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:

Artikel 9.4. Joint ventures

1.

Een moederentiteit die een onmiddellijk of middellijk belang heeft in een joint venture of in een joint venture-groep past de inkomen-inclusiemaatregel toe met betrekking tot het toerekenbare deel van de bijheffing van elk lid van die joint venture-groep in overeenstemming met de artikelen 4.1, 4.2, en 4.3, eerste lid.

2.

De berekening van de bijheffing van de joint venture en van de met de joint venture verbonden partijen geschiedt op de voet van de hoofdstukken 6 tot en met 10 alsof de joint venture en de met de joint venture verbonden partijen groepsentiteiten vormen van een afzonderlijke multinationale groep of binnenlandse groep waarvan de joint venture de uiteindelijkemoederentiteit is.

3.

De door een joint venture-groep verschuldigde bijheffing wordt verminderd met het overeenkomstig het eerste lid toerekenbare deel van de bijheffing van elke moederentiteit van de leden van de joint venture-groep dat op de voet van het tweede lid wordt belast. Een resterend bedrag aan bijheffing wordt toegevoegd aan het totale bedrag aan onderbelastewinstbijheffing op de voet van artikel 5.2, tweede lid. Voor de toepassing van dit lid wordt verstaan onder door een joint venture-groep verschuldigde bijheffing het aan de moederentiteiten toerekenbare deel van de bijheffing ter zake van een joint venture-groep.

Artikel 9.5. Multinationale groep of binnenlandse groep met meerdere uiteindelijkemoederentiteiten

1.

De entiteiten en groepsentiteiten van twee of meer groepen die deel uitmaken van een multinationale groep of binnenlandse groep met meerdere uiteindelijkemoederentiteiten worden voor de toepassing van deze wet geacht deel uit te maken van één multinationale groep of binnenlandse groep met meerdere uiteindelijkemoederentiteiten. Een entiteit, niet zijnde een uitgesloten entiteit, wordt voor de toepassing van deze wet geacht een groepsentiteit te zijn indien deze integraal wordt geconsolideerd in de geconsolideerde jaarrekening van de uiteindelijkemoederentiteiten van de multinationale groep of binnenlandse groep met meerdere uiteindelijkemoederentiteiten of indien een controlerend belang in die entiteit wordt gehouden door entiteiten van een multinationale groep of binnenlandse groep met meerdere uiteindelijkemoederentiteiten.

2.

Voor de toepassing van deze wet is de geconsolideerde jaarrekening van de multinationale groep of binnenlandse groep met meerdere uiteindelijkemoederentiteiten de gecombineerde geconsolideerde jaarrekening, bedoeld in het zevende lid, onderdelen b, onder 2°, en c, onder 5°, die is opgesteld op basis van een geaccepteerde financiële verslaggevingsstandaard, die geacht wordt de verslaggevingsstandaard van de uiteindelijkemoederentiteit te zijn.

3.

De uiteindelijkemoederentiteiten van de afzonderlijke groepen die gezamenlijk de multinationale groep of binnenlandse groep met meerdere uiteindelijkemoederentiteiten vormen, zijn de uiteindelijkemoederentiteiten van die multinationale groep of binnenlandse groep met meerdere uiteindelijkemoederentiteiten. Met betrekking tot een multinationale groep of binnenlandse groep met meerdere uiteindelijkemoederentiteiten wordt, in voorkomend geval, elke verwijzing in deze wet naar het begrip uiteindelijkemoederentiteit geacht mede te omvatten een verwijzing naar meerdere uiteindelijkemoederentiteiten.

4.

De moederentiteiten inclusief de uiteindelijkemoederentiteiten van een multinationale groep of binnenlandse groep met meerdere uiteindelijkemoederentiteiten, passen ieder afzonderlijk de inkomen-inclusiebijheffing toe op de voet van de artikelen 4.1, 4.2, en 4.3, eerste lid, met betrekking tot het aan hen toerekenbare deel van de bijheffing van de laagbelaste groepsentiteiten.

5.

De groepsentiteiten van een multinationale groep of binnenlandse groep met meerdere uiteindelijkemoederentiteiten passen de onderbelastewinstbijheffing toe in overeenstemming met de artikelen 5.1 en 5.2, rekening houdend met de bijheffing van elke laagbelaste groepsentiteit die deel uitmaakt van de multinationale groep of binnenlandse groep met meerdere uiteindelijkemoederentiteiten.

6.

De uiteindelijkemoederentiteiten van de multinationale groep of binnenlandse groep met meerdere uiteindelijkemoederentiteiten dienen de informatieaangifte in overeenkomstig artikel 13.1, tweede lid, of zij wijzen een informatieaangifte-indienende groepsentiteit als bedoeld in artikel 13.1, derde lid, aan. De informatieaangifte bevat informatie met betrekking tot elke groep die deel uitmaakt van de multinationale groep of binnenlandse groep met meerdere uiteindelijkemoederentiteiten.

7.

Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:

Hoofdstuk 10. Regelingen inzake fiscale neutraliteit en uitdelingsstelsels

Artikel 10.1. Doorkijkentiteit die een uiteindelijkemoederentiteit is

1.

Het kwalificerende inkomen van een doorkijkentiteit die een uiteindelijkemoederentiteit is, wordt in het verslagjaar verminderd met het bedrag aan kwalificerend inkomen dat toerekenbaar is aan de belanghouder in de doorkijkentiteit indien:

2.

Het kwalificerende verlies van een doorkijkentiteit die een uiteindelijkemoederentiteit is, wordt in het verslagjaar verminderd met het bedrag aan kwalificerend verlies dat toerekenbaar is aan de belanghouder in de doorkijkentiteit voor zover de belanghouder dit verlies mag verrekenen met zijn belastbare inkomen.

3.

De betrokken belastingen van een doorkijkentiteit die een uiteindelijkemoederentiteit is, worden evenredig aan de vermindering van het kwalificerende inkomen op de voet van het eerste lid verminderd.

4.

De voorgaande leden zijn van overeenkomstige toepassing op een vaste inrichting met behulp waarvan een doorkijkentiteit die een uiteindelijkemoederentiteit is haar onderneming geheel of gedeeltelijk drijft, of met behulp waarvan een fiscaal transparante entiteit, waarin die uiteindelijkemoederentiteit onmiddellijk of door middel van een fiscaal transparante structuur haar belang houdt, haar onderneming geheel of gedeeltelijk drijft.

Artikel 10.2. Uiteindelijkemoederentiteit onderworpen aan een aftrekbaardividendstelsel

1.

Een uiteindelijkemoederentiteit van een multinationale groep of van een binnenlandse groep die is onderworpen aan een aftrekbaardividendstelsel vermindert in het verslagjaar haar kwalificerende inkomen, maar niet verder dan tot nihil, met het bedrag dat binnen twaalf maanden na het einde van het verslagjaar is uitgedeeld als aftrekbaar dividend, indien:

2.

De betrokken belastingen van een uiteindelijkemoederentiteit als bedoeld in het eerste lid, niet zijnde de belastingen waarvoor de dividendaftrek wordt toegestaan, worden evenredig aan de vermindering van het kwalificerende inkomen op de voet van het eerste lid verminderd.

3.

Indien een uiteindelijkemoederentiteit als bedoeld in het eerste lid, onmiddellijk of middellijk via een of meer groepsmaatschappijen die zijn onderworpen aan een aftrekbaardividendstelsel, een belang heeft in een groepsentiteit die is onderworpen aan een aftrekbaardividendstelsel, zijn het eerste en tweede lid van toepassing op iedere groepsentiteit die is gevestigd in de staat waarin de uiteindelijkemoederentiteit is gevestigd en die is onderworpen aan het aftrekbaardividendstelsel, voor zover het kwalificerende inkomen van de betreffende entiteiten is dooruitgedeeld door de uiteindelijkemoederentiteit aan gerechtigden die voldoen aan de vereisten van het eerste lid.

4.

Voor de toepassing van het eerste lid, onderdelen a en b, wordt een door een inkoopcoöperatie uitgedeeld ledendividend voor zover dat dividend een aftrekbare uitgave of kostenpost vermindert bij de berekening van het belastbare inkomen of verlies van de gerechtigde aangemerkt als onderworpen aan belastingheffing bij de gerechtigde.

Artikel 10.3. In aanmerking komend uitdelingsbelastingstelsel

1.

De informatieaangifte-indienende groepsentiteit kan ten aanzien van een groepsentiteit die is onderworpen aan een in aanmerking komend uitdelingsbelastingstelsel ervoor kiezen het bedrag aan veronderstelde uitdelingsbelasting, bepaald op de voet van het tweede lid, toe te voegen aan de gecorrigeerde betrokken belastingen van de betreffende groepsentiteit voor het verslagjaar. De keuze wordt gemaakt in overeenstemming met artikel 13.2, tweede lid, en geldt voor alle groepsentiteiten die in een staat zijn gevestigd.

2.

Het bedrag aan veronderstelde uitdelingsbelasting is het laagste van:

3.

Voor ieder verslagjaar waarin de keuze, bedoeld in het eerste lid, toepassing vindt, wordt een rekening voor veronderstelde uitdelingsbelasting bijgehouden. Het bedrag aan veronderstelde uitdelingsbelasting in een staat in een verslagjaar, bepaald op de voet van het tweede lid, wordt toegevoegd aan die rekening voor dat verslagjaar.

4.

Aan het einde van ieder verslagjaar waarin de keuze, bedoeld in het eerste lid, toepassing vindt, wordt het saldo aan veronderstelde uitdelingsbelasting op de rekeningen voor veronderstelde uitdelingsbelasting uit voorgaande jaren in chronologische volgorde verminderd, maar niet verder dan tot nihil, met achtereenvolgens:

5.

Indien na toepassing van het vierde lid, onderdeel b, een bedrag aan netto kwalificerend verlies in een staat vermenigvuldigd met het minimumbelastingtarief resteert, dan vermindert dit bedrag het saldo aan veronderstelde uitdelingsbelasting op de rekeningen voor veronderstelde uitdelingsbelasting dat in navolgende verslagjaren overblijft na de toepassing van het vierde lid.

6.

Het saldo aan veronderstelde uitdelingsbelasting op de rekeningen voor veronderstelde uitdelingsbelasting op de laatste dag van het vierde verslagjaar na het verslagjaar waarvoor die rekening is bijgehouden, wordt aangemerkt als een vermindering van de gecorrigeerde betrokken belastingen voor het verslagjaar waarvoor die rekening is bijgehouden. Het effectieve belastingtarief en de bijheffing voor dat verslagjaar worden dienovereenkomstig herrekend op de voet van artikel 8.4, eerste lid.

7.

De in een verslagjaar betaalde belasting ter zake van daadwerkelijke uitdelingen en veronderstelde uitdelingen maakt in dat verslagjaar geen deel uit van de gecorrigeerde betrokken belastingen voor zover deze betaalde belasting op de voet van het vierde lid in mindering komt op een rekening voor veronderstelde uitdelingsbelasting.

8.

Indien een groepsentiteit ten aanzien waarvan voor de toepassing van het eerste lid is gekozen niet langer deel uitmaakt van een multinationale groep of een binnenlandse groep, dan wel nagenoeg al haar activa zijn overgedragen aan een partij die niet een in dezelfde staat gevestigde groepsentiteit van dezelfde multinationale groep of binnenlandse groep is, wordt het saldo aan veronderstelde uitdelingsbelasting op de rekeningen voor veronderstelde uitdelingsbelasting uit voorgaande verslagjaren waarvoor die rekeningen zijn bijgehouden in mindering gebracht op de gecorrigeerde betrokken belastingen van die verslagjaren waarvoor die rekeningen zijn bijgehouden.

9.

Voor de verslagjaren waarvoor de gecorrigeerde betrokken belastingen door toepassing van het achtste lid worden verminderd, worden het effectieve belastingtarief en de bijheffing herrekend op de voet van artikel 8.4, eerste lid, met dien verstande dat de bijheffing wordt vermenigvuldigd met de ratio X/Y om de verschuldigde additionele bijheffing voor de staat te bepalen. Daarbij wordt verstaan onder:

X: het kwalificerende inkomen van de groepsentiteit, bedoeld in het achtste lid, bepaald op de voet van hoofdstuk 6, voor ieder verslagjaar waarvoor nog een saldo op de rekening voor veronderstelde uitdelingsbelasting voor de staat resteert; en

Y: het netto kwalificerende inkomen van de staat, bepaald op de voet van artikel 8.1, tweede lid, voor ieder verslagjaar waarin nog een saldo op de rekening voor veronderstelde uitdelingsbelasting van de staat resteert.

Artikel 10.4. Bepaling effectieve belastingtarief en bijheffing voor een beleggingsentiteit

1.

Indien een groepsentiteit van een multinationale groep of van een binnenlandse groep een beleggingsentiteit is, die geen fiscaal transparante entiteit is en die niet heeft gekozen voor de toepassing van de artikelen 10.5 of 10.6, wordt het effectieve belastingtarief van die beleggingsentiteit afzonderlijk berekend van het effectieve belastingtarief van de staat waarin de groepsentiteit is gevestigd.

2.

Het effectieve belastingtarief van de beleggingsentiteit is gelijk aan de gecorrigeerde betrokken belastingen van de beleggingsentiteit, bedoeld in het derde lid, gedeeld door het kwalificerende inkomen of verlies van de beleggingsentiteit, bedoeld in het vierde lid. Indien in een staat meer dan een beleggingsentiteit is gevestigd, wordt het effectieve belastingtarief van die beleggingsentiteiten gezamenlijk berekend door de gecorrigeerde betrokken belastingen van die groepsentiteiten en het aan de multinationale groep of binnenlandse groep toerekenbare deel van het kwalificerende inkomen of verlies van die groepsentiteiten bij elkaar op te tellen.

3.

De gecorrigeerde betrokken belastingen van de beleggingsentiteit zijn de gecorrigeerde betrokken belastingen die op de voet van artikel 7.5 worden toegerekend aan het aan de multinationale groep of binnenlandse groep toerekenbare deel van het kwalificerende inkomen van de beleggingsentiteit en de aan de beleggingsentiteit toegerekende betrokken belastingen.

4.

Het kwalificerende inkomen of verlies van de beleggingsentiteit is het aan de multinationale groep of binnenlandse groep toerekenbare deel van het kwalificerende inkomen of verlies van de beleggingsentiteit bepaald op de voet van artikel 4.2, met dien verstande dat alleen belangen waarvoor niet is gekozen voor de toepassing van de artikelen 10.5 en 10.6 in aanmerking worden genomen.

5.

De bijheffing van de beleggingsentiteit is gelijk aan het bijheffingspercentage van de beleggingsentiteit, bedoeld in het zesde lid, vermenigvuldigd met het bedrag dat gelijk is aan het verschil tussen het aan de multinationale groep of binnenlandse groep toerekenbare deel van het kwalificerende inkomen van de beleggingsentiteit en het voor de beleggingsentiteit op de voet van het zevende lid berekende uitgesloten inkomen op basis van reële aanwezigheid.

6.

Het bijheffingspercentage van de beleggingsentiteit is het percentage dat resteert, indien positief, na aftrek van het effectieve belastingtarief van de beleggingsentiteit van het minimumbelastingtarief.

7.

Het uitgesloten inkomen op basis van reële aanwezigheid van de beleggingsentiteit wordt bepaald op de voet van artikel 8.3, eerste tot en met twaalfde lid en veertiende tot en met zestiende lid. De in aanmerking komende loonkosten van de in aanmerking komende werknemers en de in aanmerking komende materiële activa van de beleggingsentiteit worden verminderd naar de verhouding van het aan de multinationale groep of binnenlandse groep toerekenbare deel van het kwalificerende inkomen van de beleggingsentiteit gedeeld door het totale kwalificerende inkomen van die beleggingsentiteit.

Artikel 10.5. Keuze beleggingsentiteit als fiscaal transparante entiteit

1.

Indien de informatieaangifte-indienende groepsentiteit er overeenkomstig artikel 13.2, eerste lid, voor kiest, wordt een groepsentiteit die een beleggingsentiteit of een verzekeringsbeleggingsentiteit is, behandeld als een fiscaal transparante entiteit indien de groepsentiteit-belanghouder in de staat waarin hij is gevestigd, is onderworpen aan belastingheffing op grond van een waarderingsstelsel op basis van reële waarde of een vergelijkbaar stelsel waarbij de jaarlijkse wijzigingen in de reële waarde van zijn belang in een dergelijke groepsentiteit als inkomen in de heffing wordt betrokken tegen een belastingtarief dat ten minste gelijk is aan het minimumbelastingtarief.

2.

Een groepsentiteit-belanghouder die middellijk een belang heeft in een beleggingsentiteit of een verzekeringsbeleggingsentiteit via een onmiddellijk gehouden belang in een andere beleggingsentiteit of verzekeringsbeleggingsentiteit wordt geacht onderworpen te zijn aan belastingheffing op grond van een waarderingsstelsel op basis van reële waarde of een daarmee vergelijkbaar stelsel ten aanzien van dat middellijke belang, indien hij is onderworpen aan een belastingheffing op grond van een waarderingsstelsel op basis van reële waarde of een daarmee vergelijkbaar stelsel ten aanzien van dat onmiddellijke belang.

3.

Indien de keuze wordt herroepen, wordt elke winst of verlies als gevolg van de vervreemding van een activum of passivum gehouden door een beleggingsentiteit of een verzekeringsbeleggingsentiteit bepaald op basis van de reële waarde van dat activum of dat passivum op de eerste dag van het jaar waarin de herroeping heeft plaatsgevonden.

4.

Voor de toepassing van het eerste lid wordt de groepsentiteit-belanghouder die een gereguleerde onderlinge waarborgmaatschappij is in de staat waarin hij is gevestigd geacht te zijn onderworpen aan belastingheffing als bedoeld in het eerste lid.

Artikel 10.6. Keuze toepassen belastbare-uitdelingsmethode

1.

Indien de informatieaangifte-indienende groepsentiteit er overeenkomstig artikel 13.2, eerste lid, voor kiest mag een groepsentiteit-belanghouder van een beleggingsentiteit een belastbare-uitdelingsmethode toepassen met betrekking tot zijn belang in de beleggingsentiteit, mits de groepsentiteit-belanghouder geen beleggingsentiteit is en redelijkerwijs kan worden verwacht dat hij is onderworpen aan belastingheffing over de uitdelingen van de beleggingsentiteit tegen een belastingtarief dat ten minste gelijk is aan het minimumbelastingtarief.

2.

Onder toepassing van de belastbare-uitdelingsmethode worden uitdelingen en veronderstelde uitdelingen van het kwalificerende inkomen van een beleggingsentiteit begrepen in het kwalificerende inkomen van de groepsentiteit-belanghouder die de uitdeling heeft ontvangen of de veronderstelde uitdeling geacht wordt te hebben ontvangen.

3.

Het bedrag aan betrokken belastingen van de beleggingsentiteit dat verrekenbaar is met de belastingschuld van de groepsentiteit-belanghouder over de uitdeling van de beleggingsentiteit, wordt begrepen in het kwalificerende inkomen en de gecorrigeerde betrokken belastingen van de groepsentiteit-belanghouder die de uitdeling heeft ontvangen.

4.

Het aandeel van de groepsentiteit-belanghouder in het op de voet van het zesde lid bepaalde niet-uitgedeelde netto kwalificerende inkomen van een beleggingsentiteit in het referentiejaar wordt aangemerkt als kwalificerend inkomen van die beleggingsentiteit voor het verslagjaar. Het bedrag van dit kwalificerende inkomen vermenigvuldigd met het minimumbelastingtarief wordt voor de toepassing van de hoofdstukken 3, 4 en 5 aangemerkt als bijheffing voor een laagbelaste groepsentiteit voor het verslagjaar.

5.

Het kwalificerende inkomen of verlies van een beleggingsentiteit en de gecorrigeerde betrokken belastingen die toerekenbaar zijn aan dergelijk inkomen voor het verslagjaar worden uitgesloten van de berekening van het effectieve belastingtarief op de voet van hoofdstuk 8 en artikel 10.4, eerste tot en met zesde lid, met uitzondering van het bedrag aan betrokken belastingen, bedoeld in het derde lid.

6.

Het niet-uitgedeelde netto kwalificerende inkomen van een beleggingsentiteit in het referentiejaar is het bedrag aan kwalificerend inkomen van die beleggingsentiteit in het referentiejaar verminderd, maar niet verder dan tot nihil, met:

7.

Voor de toepassing van het zesde lid wordt het bedrag aan kwalificerend inkomen van een beleggingsentiteit in het referentiejaar niet verminderd met een bedrag aan uitdelingen en veronderstelde uitdelingen als bedoeld in het zesde lid, onderdeel b, of een bedrag aan kwalificerende verliezen als bedoeld in het zesde lid, onderdeel c, dat reeds in een voorgaand referentiejaar op de voet van het zesde lid in mindering is gebracht op het kwalificerende inkomen van die beleggingsentiteit.

8.

Voor de toepassing van dit artikel is onder meer sprake van een veronderstelde uitdeling indien een middellijk of onmiddellijk belang in een beleggingsentiteit wordt overgedragen aan een entiteit die geen deel uitmaakt van de multinationale groep of de binnenlandse groep. De veronderstelde uitdeling bedraagt het deel van het niet-uitgedeelde netto kwalificerende inkomen van de beleggingsentiteit dat toerekenbaar is aan het overgedragen belang in de beleggingsentiteit op de datum van overdracht, zonder rekening te houden met de veronderstelde uitdeling.

9.

Indien de keuze, bedoeld in het eerste lid, wordt herroepen, wordt het aandeel van de groepsentiteit-belanghouder in het niet-uitgedeelde netto kwalificerende inkomen van een beleggingsentiteit in het referentiejaar, aan het einde van het verslagjaar dat voorafgaat aan het verslagjaar waarin de herroeping heeft plaatsgevonden, aangemerkt als kwalificerend inkomen van de beleggingsentiteit voor het laatstgenoemde verslagjaar. Het bedrag van dit kwalificerend inkomen vermenigvuldigd met het minimumbelastingtarief wordt voor de toepassing van de hoofdstukken 3, 4 en 5 voor het verslagjaar in aanmerking genomen als bijheffing van een laagbelaste groepsentiteit.

10.

Voor de toepassing van dit artikel wordt verstaan onder:

Hoofdstuk 11. Wijze van heffing

Artikel 11.1. Voldoening op aangifte

1.

De over een verslagjaar verschuldigd geworden belasting wordt op aangifte voldaan.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)