Regeling van de Minister van Infrastructuur en Waterstaat van 13 oktober 2025, nr. IENW/BSK-2025/254921, houdende regels in verband met de modernisering van het erkenningenstelsel (Regeling erkenningen wegverkeer)

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-01-01
State In force
Source BWB
artikelen 179
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
  • erkenning APK: erkenning om keuringsrapporten af te geven voor motorrijtuigen en aanhangwagens, als bedoeld in artikel 14 van het besluit;
  • keuringseisen: op de desbetreffende voertuigcategorie toepasselijke permanente eisen in de Regeling voertuigen;
  • landbouw- en bosbouwtrekkers: landbouw- en bosbouwtrekkers op wielen met een maximumconstructiesnelheid van meer dan 40 km/h;
  • lichte voertuigen: motorrijtuigen of aanhangwagens met een toegestane maximummassa van minder dan of gelijk aan 3.500 kg;
  • reparatiepunt: in het kader van een keuring gerepareerd gebrek;
  • reparatieadviespunt: in het kader van een keuring geconstateerd gebrek ten aanzien van de controlepunten opgenomen in bijlage 1;
  • resultaat van de keuring: goedkeuring dan wel afkeuring, alsmede eventuele adviespunten, reparatieadviespunten, reparatiepunten, afkeurpunten en opmerkingen inzake de uitvoering van de keuring;
  • spelingsdetector: inrichting om de wielophanging te controleren zonder de as op te tillen;
  • voor de verbruiksmonitoring uit te lezen personenauto’s en lichte bedrijfsvoertuigen: nieuwe personenauto’s en nieuwe lichte bedrijfsvoertuigen, als bedoeld in artikel 2, eerste lid, onderdelen a en b, van Verordening (EU) 2019/631, die met ingang van 1 januari 2021 zijn geregistreerd en die zijn uitgerust met boordinstrumenten voor de meting van het brandstof- en/of elektriciteitsverbruik overeenkomstig artikel 4 bis van Verordening (EU) 2017/1151;
  • zware voertuigen: motorrijtuigen of aanhangwagens met een toegestane maximummassa van meer dan 3.500 kg.

§ 3.13.2. Aanvrager

Artikel 53. Aanvrager
1.

Een erkenning APK kan op aanvraag worden verleend aan een natuurlijk persoon of rechtspersoon voor één of meer in Nederland gevestigde keuringsplaatsen.

2.

Een erkenning APK kan worden verleend voor het afgegeven van keuringsrapporten voor:

  • a. zware voertuigen;
  • b. lichte voertuigen; of
  • c. landbouw- en bosbouwtrekkers.
3.

Een erkenning APK kan ook met beperkingen worden verleend, waaronder in ieder geval voor het uitsluitend afgeven van keuringsrapporten voor:

  • a. motorrijtuigen dan wel aanhangwagens;
  • b. motorrijtuigen met een verbrandingsmotor met een elektrische ontsteking;
  • c. motorrijtuigen met een verbrandingsmotor met een compressie-ontsteking die wel dan wel niet is voorzien van een roetfilter;
  • d. motorrijtuigen die wel dan wel niet zijn voorzien van een druklucht-remsysteem;
  • e. motorrijtuigen met een beperkte voertuiglengte; of
  • f. motorrijtuigen behorende tot het eigen wagenpark.
Artikel 54. Economische eenheid
1.

Als een erkenning wordt of is verleend voor het eigen wagenpark en een andere rechtspersoon of andere rechtspersonen in een zodanig verband tot een erkend bedrijf staan dat er sprake is van één economische eenheid, kunnen alle voertuigen van de desbetreffende economische eenheid worden beschouwd als voertuigen van het eigen wagenpark.

2.

Bij een erkenning, als bedoeld in het eerste lid, doet de exploitant onder opgave van de naam en het adres van die rechtspersoon of rechtspersonen, terstond na de verlening van de erkenning schriftelijk opgave hiervan aan de Dienst Wegverkeer. Het verband moet bij de Dienst Wegverkeer worden aangetoond door middel van een uittreksel uit het register van de Kamer van Koophandel of een accountantsverklaring.

§ 3.13.3. Eisen en voorwaarden aan de erkenning

§ 3.13.3.1. Gebouw en uitrusting

Artikel 55. Keuringsruimte
1.

De keuringsruimte is overdekt, behoorlijk af te sluiten, goed verlicht en voorzien van een vlakke vloer en verwarming.

2.

De inrichting en afmetingen van de keuringsruimte zijn zodanig dat de voertuigen die behoren tot de groep waarvoor de erkenning is verleend, in deze ruimte kunnen worden opgesteld zodat zij van alle zijden goed toegankelijk zijn.

3.

Als een keuringsruimte bestemd is voor het keuren van motorrijtuigen met verbrandingsmotor met een elektrische ontsteking en motorrijtuigen met een compressie-ontsteking die is voorzien van een roetfilter, is een voorziening aanwezig waarmee uitlaatgassen direct door een daartoe bestemde opening naar buiten kunnen worden gevoerd.

4.

Als een keuringsruimte bestemd is voor het keuren van motorrijtuigen met een verbrandingsmotor met compressie-ontsteking die niet is voorzien van een roetfilter, is een voorziening aanwezig die bestaat uit:

  • a. een afzuigventilator met voldoende capaciteit voor de te keuren voertuigen;
  • b. een afvoersysteem dat voorkomt dat uitlaatgassen in de keuringsruimte terecht kunnen komen;
  • c. een systeem dat ervoor zorgt dat de uitlaatgassen die door de roetmeter gaan eveneens worden afgevoerd, en
  • d. afvoerkanalen die bovenstaande onderdelen met elkaar verbinden waardoor de uitlaatgassen direct naar buiten worden afgevoerd.
5.

In afwijking van het vierde lid is in de keuringsruimte die uitsluitend is bestemd voor de keuring van landbouw- of bosbouwtrekkers een voorziening aanwezig waarmee uitlaatgassen direct door een daartoe bestemde opening naar buiten kunnen worden gevoerd.

6.

In de keuringsruimte kan de administratie van de keuringen behoorlijk worden uitgevoerd.

7.

In de keuringsruimte is een voorziening aanwezig, geschikt voor het raadplegen van het kentekenregister, het afmelden van voertuigen en het bewaren van steekproefcontrolerapporten. In de keuringsruimte is een voorziening aanwezig, ten behoeve van het afdrukken van keuringsrapporten.

8.

Gezamenlijk gebruik van een keuringsruimte door meerdere erkende bedrijven is niet toegestaan.

Artikel 56. Inspectieput en hefinrichting
1.

In de keuringsruimte is een doelmatige inspectieput of hefinrichting aanwezig. Deze is geschikt voor de groep voertuigen waarvoor de erkenning is verleend en is voorzien van een doelmatige verlichting. Wanneer niet duidelijk blijkt wat het draagvermogen van een hefinrichting is, wordt hiervoor door de fabrikant of een onafhankelijk instituut een verklaring overgelegd. Het erkende bedrijf stelt in dat geval deze verklaring op aanvraag ter beschikking aan de Dienst Wegverkeer. Het draagvermogen wordt zichtbaar op de hefinrichting aangebracht.

2.

De inspectieput en de hefinrichting zijn zodanig uitgevoerd dat de APK-keurmeester in staat is de onderkant van een voertuig nagenoeg over de hele lengte rechtopstaand te inspecteren. Dit houdt in dat in een keuringsruimte die bestemd is voor het keuren van:

  • a. zware voertuigen de hefinrichting een hefhoogte heeft van ten minste 1,35 meter en de inspectieput een diepte heeft van ten minste 1,35 meter;
  • b. lichte voertuigen de hefinrichting een hefhoogte heeft van ten minste 1,65 meter en de inspectieput een diepte heeft van ten minste 1,55 meter.
3.

De hefinrichting kan ten minste vier wielen van het voertuig ondersteunen. Een met steunpoten gecombineerde hefinrichting voldoet niet aan deze eis.

4.

De hefinrichting is deugdelijk en verkeert in een goede staat van onderhoud.

5.

In afwijking van het eerste lid, hoeft er geen inspectieput of hefinrichting aanwezig te zijn in de keuringsruimte die uitsluitend wordt gebruikt voor APK landbouw- en bosbouwtrekkers. Indien in de keuringsruimte een inspectieput of hefinrichting aanwezig is, zijn het eerste tot en met vierde lid van toepassing.

Artikel 57. Aangewezen plaats voor controle afstelling dimlichten en mistvoorlichten
1.

In de keuringsruimte die bestemd is voor het keuren van motorrijtuigen is een aangewezen plaats aanwezig ten behoeve van de controle van de afstelling van dimlichten en mistvoorlichten. Deze aangewezen plaats is duidelijk gemarkeerd in de keuringsruimte en is voorzien van:

  • a. een horizontale vlakke vloer van voldoende afmetingen waarop gelijktijdig zowel het te keuren voertuig als het koplamptestapparaat kan worden geplaatst;
  • b. een horizontaal geplaatste hefinrichting waarop gelijktijdig het koplamptestapparaat en het te keuren voertuig kan worden geplaatst; of
  • c. een horizontaal geplaatste hefinrichting waarop het te keuren voertuig kan worden geplaatst met voor de hefinrichting een horizontale vlakke vloer of rails. De vloer of de rails bevinden zich in hetzelfde horizontale vlak als de hefinrichting. De rails bevinden zich haaks op de rijplaten van de hefinrichting.
2.

Als het koplamptestapparaat is ontworpen voor uitsluitend gebruik op rails moeten deze rails aanwezig zijn en zich in hetzelfde horizontale vlak als de vloer of hefinrichting bevinden.

3.

De keuringsruimte voor de keuring van landbouw- of bosbouwtrekkers is geschikt voor de controle van de afstelling van de dimlichten, bedoeld in artikel 113 van bijlage VIII bij de Regeling voertuigen.

§ 3.13.3.2. Apparatuur keuringsruimte

Artikel 58. Apparatuur algemeen

In de keuringsruimte is de volgende apparatuur aanwezig:

  • a. een doelmatige krik die voldoende draagvermogen heeft om van de voertuigen van de groep waarvoor de erkenning is verleend, de wielen van de voorste as gelijktijdig en de wielen van de achterste as afzonderlijk op zodanige wijze te kunnen heffen, dat deze vrij kunnen draaien;
  • b. een dubbel geïsoleerde veiligheidslooplamp dan wel een zaklantaarn, al dan niet voorzien van een oplaadbare accu, die enerzijds een zodanige lichtsterkte heeft dat ook moeilijk bereikbare onderdelen van een voertuig voldoende helder kunnen worden verlicht om een nauwkeurige inspectie van een voertuig mogelijk te maken en die anderzijds zodanig is afgeschermd dat degene die de keuring uitvoert niet door het uitgestraalde licht wordt verblind;
  • c. een meetband met een minimale nauwkeurigheidsklasse III van: Als een erkend bedrijf uitsluitend keuringsbewijzen afgeeft voor voertuigen met een beperkte lengte, heeft de meetband tenminste dezelfde lengte als de toegestane voertuiglengte;
  • i. ten minste 12,00 meter voor het afgeven van keuringsbewijzen voor lichte voertuigen;
  • ii. ten minste 20,00 meter voor het afgeven van keuringsbewijzen voor zware voertuigen of landbouw- of bosbouwtrekkers.
  • d. een doelmatige schuifmaat die is voorzien van een meetstift voor dieptemeting;
  • e. basisgereedschap voor de controle op het vastzitten van nagels en bouten en andere verbindingen, te weten een set steek- en ringsleutels, schroevendraaiers en een hamer, alsmede een bolkophamertje voor de controle op corrosie;
  • f. een doelmatige bandenspanningsmeter en een doelmatige bandenpomp;
  • g. hulpmiddelen om speling in voertuigonderdelen zichtbaar te maken, zoals een bandijzer, wielbewegingsapparaat of een koevoet;
  • h. een rollenremtestbank of platenremtestbank, die voldoet aan de in artikel 64 gestelde eisen. Voor APK landbouw- en bosbouwtrekkers is een rollenrembanktest of een zelfregistrerende remvertragingsmeter aanwezig. Voor APK zware voertuigen is in elk geval een rollenremtestbank aanwezig. Het draagvermogen van een rollenremtestbank of platenremtestbank is voldoende voor de groep voertuigen waarvoor de erkenning wordt of is verleend;
  • i. een doelmatige bandenprofieldieptemeter, met verende meetstift en een meetnauwkeurigheid van 0,1 mm.
Artikel 59. Apparatuur voor specifieke groep voertuigen

Naast de in artikel 58 genoemde apparatuur is, afhankelijk van de groep voertuigen waarvoor de erkenning voor de betrokken keuringsplaats wordt of is verleend, tevens de volgende apparatuur aanwezig die voldoet aan de in artikel 60 gestelde eisen:

  • a. voor zware voertuigen en lichte voertuigen:
  • 1°. een koplamptestapparaat;
  • 2°. een pedaalkrachtmeter; deze is niet verplicht in geval van een vóór 1 maart 2000 afgegeven erkenning voor het eigen wagenpark en in geval van een erkenning die uitsluitend geldt voor het keuren van voertuigen die zijn voorzien van een druklucht-remsysteem;
  • 3°. een apparaat om LPG-, CNG- of LNG-lekkages op te sporen;
  • 4°. een universele toerenteller; en
  • 5°. een hulpstuk waarmee de speling op de sluiting van 2 inch koppelingsschotels meetbaar gemaakt kan worden;
  • b. voor zware voertuigen:
  • 1°. twee manometers met slangen en aansluitstukken voor drukmeetpunten alsmede aansluitkoppen voor aanhangwagenremsystemen, waarmee de druk in drukluchtremsystemen en in gasveersystemen kan worden gemeten;
  • 2°. een stalen rei met een lengte van ten minste 0,90 m;
  • 3°. een hulpstuk waarmee de speling op de sluiting van 2 inch koppelingsschotels meetbaar gemaakt kan worden; en
  • 4°. een spelingsdetector;
  • c. voor lichte voertuigen:
  • 1°. een uitleesapparaat ten behoeve van het uitlezen van het emissiegerelateerd diagnostisch boordsysteem;
  • 2°. een apparaat om verbinding te maken met de elektronische voertuiginterface, ten behoeve van het uitlezen van de werkelijke gegevens en het voertuigidentificatienummer.
  • d. voor landbouw- en bosbouwtrekkers:
  • 1°. de apparatuur genoemd in onderdeel a, onder 1°, 2° en 3°;
  • 2°. de apparatuur genoemd in onderdeel b, onder 1°, 2° en 4°;
  • 3°. een hydraulische manometer met slangen en aansluitstukken voor drukmeetpunten alsmede aansluitkoppen voor hydraulische aanhangwagenremsystemen, waarmee de druk in hydraulische remsystemen kan worden gemeten;
  • e. voor motorrijtuigen met een verbrandingsmotor met compressie-ontsteking die niet is voorzien van een roetfilter, niet zijnde landbouw- of bosbouwtrekkers: een roetmeter en olietemperatuurmeter;
  • f. voor motorrijtuigen met een verbrandingsmotor met compressie-ontsteking die is voorzien van een roetfilter, niet zijnde landbouw- of bosbouwtrekkers: een deeltjesteller;
  • g. voor motorrijtuigen die zijn voorzien van een verbrandingsmotor met elektrische ontsteking, niet zijnde landbouw- of bosbouwtrekkers: een uitlaatgastester met lambda-bepaling;
  • h. voor lichte bedrijfsauto’s die zijn voorzien van een drukluchtremsysteem en een vangmuilkoppeling ten behoeve van een aanhangwagen: de apparatuur, genoemd in onderdeel b, onder 1°.
  • i. voor lichte bedrijfsauto’s die zijn voorzien van een drukluchtremsysteem en een schotelkoppeling ten behoeve van een aanhangwagen: de apparatuur, genoemd in onderdeel b, onder 1° tot en met 3°.
Artikel 60. Eisen aan apparatuur
1.

Ten aanzien van roetmeters, deeltjestellers, manometers, pedaalkrachtmeters, rollenremtestbanken, platenremtestbanken, remvertragingsmeters en uitlaatgastesters met lambda-bepaling, beschikt een erkend bedrijf over:

2.

Het certificaat van eerste keuring en het certificaat van herkeuring zijn afgegeven door een keuringsinstelling dan wel een onderzoeksgerechtigde.

3.

Ten aanzien van de in het eerste lid genoemde meetmiddelen beschikt de aanvrager van een erkenning over een handleiding in de Nederlandse taal als bedoeld in artikel 8.3.6 van de Regeling voertuigen.

4.

Een koplamptestapparaat voldoet aan artikel 8.4.110 van de Regeling voertuigen en is voorzien van een handleiding in de Nederlandse taal, waarin ten minste vermeld is een procedure voor het gebruik van het koplamptestapparaat.

5.

De in artikel 55, derde lid, bedoelde afzuiginstallatie ten behoeve van de roetmeting is voorzien van een goedkeuring, afgegeven door een keuringsinstelling.

6.

Een niet in de roetmeter geïntegreerde toerenteller voldoet aan artikelen 8.4.15 en 8.4.16 van de Regeling voertuigen en is voorzien van:

  • a. CE-markering met een aanvullende metrologische markering; en
  • b. een handleiding in de Nederlandse taal, waarin tenminste vermeld is een procedure voor het gebruik van de toerenteller.
7.

Een olietemperatuurmeter voldoet aan artikelen 8.4.20, 8.4.21 en 8.4.22 van de Regeling voertuigen en is voorzien van:

  • a. een CE-markering met een aanvullende metrologische markering, voor zover het een elektronische olietemperatuurmeter betreft, en
  • b. een handleiding in de Nederlandse taal, waarin tenminste vermeld is een procedure voor het gebruik van de olietemperatuurmeter.
8.

Een uitleesapparaat ten behoeve van het uitlezen van het emissiegerelateerd diagnostisch boordsysteem moet:

  • a. over een ISO-15031-3 connector (16-polige stekker) beschikken;
  • b. kunnen communiceren met het in het voertuig aanwezige emissiegerelateerd diagnostisch boordsysteem en minimaal de modus 03 ondersteunen;
  • c. de volgende protocollen ondersteunen:
  • i. ISO 9141-2;
  • ii. ISO/DIS 11519-4 PWM dan wel SAE J1850 PWM;
  • iii. ISO/DIS 11519-4 VPW dan wel SAE J1850 VPW;
  • iv. ISO/DIS 14230-4; en
  • v. ISO/DIS 15765-4.
  • d. de status van de in het voertuig aanwezige waarschuwingsinrichting (MIL) kunnen weergeven;
  • e. de status van de readiness-test kunnen weergeven;
  • f. de aanwezige fouten in de in ISO 15031-6 vastgestelde codering kunnen weergeven;
  • g. voorzien zijn van CE-markering;
  • h. voorzien zijn van een handleiding in de Nederlandse taal waarin ook de ondersteunde communicatieprotocollen zijn beschreven. Indien de communicatieprotocollen niet zijn beschreven in de handleiding mogen deze zijn beschreven in een bij het uitleesapparaat behorende fabrikantenverklaring.
9.

Een spelingsdetector is uitgerust met twee elektrisch bediende platen, die in tegenovergestelde richting kunnen bewegen, zowel in de lengte- als in de dwarsrichting, waarvan:

  • a. de beweging door de bediener vanuit de controlepositie kan worden beheerst,
  • b. de bewegingsruimte in de lengte- en in de dwarsrichting ten minste 95 mm is,
  • c. bewegingssnelheid in de lengte- en in de dwarsrichting 5 tot 15 cm/s bedraagt.
10.

Een apparaat om verbinding te maken met de elektronische voertuiginterface zoals bedoeld in artikel 59, onderdeel c:

  • a. beschikt over een ISO-15031-3 connector (16-polige stekker);
  • b. is voorzien van CE-markering;
  • c. is voorzien van een handleiding in de Nederlandse taal; en
  • d. kan verbinding maken met het door de Dienst Wegverkeer opgegeven protocol benodigd voor de overdracht van de uitgelezen werkelijke gegevens en het voertuigidentificatienummer.
11.

De in dit artikel genoemde documenten en markeringen zijn steeds aanwezig in de keuringsruimte.

12.

Wijzigingen ten aanzien van de in dit artikel genoemde apparatuur en ten aanzien van de afgifte van een certificaat van herkeuring of goedkeuring worden terstond gemeld aan de Dienst Wegverkeer.

Artikel 61. Deugdelijkheid en goede staat apparatuur

De apparatuur, bedoeld in de artikelen 58 en 59, is deugdelijk en verkeert in een goede staat van onderhoud.

§ 3.13.3.3. Inrichting

Artikel 62. Kenbaarheid erkend bedrijf APK

De eis van kenbaarheid van het erkende bedrijf, bedoeld in artikel 5, geldt niet voor keuringsplaatsen waarvan in het erkenningsbesluit is vastgelegd dat de erkenning alleen geldt voor voertuigen die behoren tot het eigen wagenpark.

Artikel 63. Verplaatsing apparatuur
1.

Na verwijdering van de rollenremtestbank of de platenremtestbank van zijn fundering waaraan hij was bevestigd teneinde te worden herplaatst op dezelfde plaats of een andere plaats, wordt wederom een certificaat van eerste keuring dan wel herkeuring afgegeven en is de verzegeling aan de fundering aangebracht.

2.

Na verplaatsing van de nulemissie-eenheid naar een andere keuringsplaats, moet wederom een certificaat van eerste keuring, dan wel herkeuring worden afgegeven.

§ 3.13.3.4. Voorschriften ten aanzien van de rapportage aan de Dienst Wegverkeer

Artikel 64. Doorgeven tellerstand

Aan een op grond van artikel 23k van het Besluit voertuigen bestaande verplichting wordt gevolg gegeven door de tellerstand van een motorrijtuig te verstrekken aan de Dienst Wegverkeer door middel van de voorziening, bedoeld in artikel 55, zevende lid.

Artikel 65. Uitlezen voertuigidentificatienummer en werkelijke gegevens gebruik
1.

Het voertuigidentificatienummer en de werkelijke gegevens van voor de verbruiksmonitoring uit te lezen personenauto’s en lichte bedrijfsvoertuigen worden uitgelezen en verstrekt aan de Dienst Wegverkeer, tenzij:

  • a. de eigenaar of houder van het voertuig uitdrukkelijk heeft geweigerd deze gegevens beschikbaar te stellen; of
  • b. het beschikbaar stellen van deze gegevens niet mogelijk is vanwege een technische reden.
2.

Het uitlezen en verstrekken van het voertuigidentificatienummer en de werkelijke gegevens vindt plaats gedurende een periode van maximaal 15 jaar en vangt aan vanaf de datum waarop de werkelijke gegevens voor het eerst aan het Europees Milieuagentschap worden gerapporteerd.

§ 3.13.3.5. Voorschriften administratie en bescheiden

Artikel 66. Administratie en bescheiden
1.

Van het steekproefcontrolerapport wordt ten minste gedurende twee jaar een afschrift bewaard. Op dit afschrift worden geen wijzigingen aangebracht.

2.

Gedurende de in het eerste lid bedoelde termijn worden de genoemde bescheiden en de controlelijsten desgevraagd onverwijld aan een functionaris van de Dienst Wegverkeer ter inzage gegeven of ter inzage opgestuurd.

3.

Het erkende bedrijf draagt er zorg voor dat de aan hem ten behoeve van datacommunicatie verstrekte code niet toegankelijk is voor onbevoegden.

4.

De Regelgeving APK alsmede de vereiste certificaten en handleidingen zijn goed geordend aanwezig.

5.

Het erkende bedrijf vermeldt op de factuur bij afgifte van een keuringsrapport het door hem ingevolge artikel 4aug van de wet, aan de Dienst Wegverkeer verschuldigde tarief.

6.

Foutief ingevulde of onbruikbaar geworden afdrukken van keuringsrapporten worden vernietigd.

§ 3.13.3.6. Doorgeven wijzigingen

Artikel 67. Wijzigingen
1.

Indien zich wijzigingen voordoen in de samenstelling van de economische eenheid als bedoeld in artikel 54 worden deze door het erkende bedrijf schriftelijk aan de Dienst Wegverkeer gemeld.

2.

Indien als gevolg van een wijziging, als bedoeld in artikel 4, de bedrijfsvoering van de natuurlijke persoon, de rechtspersoon of de rechtsvorm waaraan een erkenning APK is verleend, wordt voortgezet door een andere natuurlijke persoon of rechtspersoon, worden de toegekende bonus- en strafpunten van het systeem als bedoeld in artikel 75 en eventuele opgelegde sancties beschouwd als te zijn toegekend aan deze natuurlijke persoon of rechtspersoon.

3.

Wijziging en uitbreiding van een erkenning is niet mogelijk indien de erkenning op grond van artikel 4auh van de wet is ingetrokken.

§ 3.13.4. Voorschriften keuringen

§ 3.13.4.1. Algemene keuringsvoorschriften

Artikel 68. Algemene keuringsvoorschriften
1.

Keuringen worden slechts verricht door een APK-keurmeester in de keuringsruimte waarvoor de erkenning geldt.

2.

In de keuringsruimte worden slechts keuringen verricht van voertuigen waarvoor de erkenning geldt.

3.

Het erkende bedrijf stelt een actuele versie van de Regelgeving APK beschikbaar aan de APK-keurmeester.

4.

De keuring wordt verricht in een keuringsruimte met behulp van de vereiste apparatuur, genoemd in paragraaf 3.13.3.2. Van deze eis kan worden afgeweken indien volgens de wijze van keuren zoals vermeld in hoofdstuk 5 van de Regeling voertuigen een rij- of remproef buiten de keuringsruimte wordt uitgevoerd, mits de buitentemperatuur binnen het temperatuurgebied van de verplichte apparatuur ligt.

5.

Bij de keuring wordt het voertuig tevens gecontroleerd aan de hand van de in bijlage 1 opgenomen reparatieadviespunten.

§ 3.13.4.2. Voorschriften keuring, steekproef en anonieme keuring

Artikel 69. Keuring
1.

Als bij een erkend bedrijf een keuringsrapport wordt aangevraagd, stelt deze, na overleg met de aanvrager, onverwijld het tijdstip voor de keuring vast. De keuring vindt zo spoedig mogelijk na de aanvraag plaats.

2.

Er wordt geen keuring verricht voordat het kentekenregister is geraadpleegd ten aanzien van:

  • a. het voor het voertuig opgegeven kenteken;
  • b. het identificatienummer van het ter keuring aangeboden voertuig; en
  • c. de datum eerste toelating van het voertuig.
3.

Als in het kentekenregister of op het kentekenbewijs bij bijzonderheden is vermeld ‘Taxi, zie goedkeuringsdocument’ of ’OV-auto, zie goedkeuringsdocument’, wordt er geen keuring verricht voordat door de aanvrager het goedkeuringsdocument als bedoeld in artikel 3.15, tweede en derde lid, van de Regeling voertuigen is overgelegd.

4.

Er wordt geen keuring verricht en de aanvrager van een keuringsrapport wordt naar de Dienst Wegverkeer doorverwezen indien:

  • a. het raadplegen van het kentekenregister niet mogelijk is door een onjuiste combinatie van het kenteken en de laatste vier posities van het voertuigidentificatienummer of indien de laatste vier posities van het voertuigidentificatienummer niet bekend zijn;
  • b. het voertuigidentificatienummer van het voertuig niet in overeenstemming is met het kentekenregister;
  • c. blijkens het kentekenregister de beperkte inschrijvingsduur van de tenaamstelling verstreken is, waardoor de tenaamstelling ingevolge artikel 51a, vijfde lid, van de wet, is vervallen.
5.

Als het voertuig is voorzien van een kenteken bevattende de lettergroep AA, CD, CDJ dan wel de lettergroep BN of GN en twee groepen van twee cijfers, wordt er geen keuring verricht voordat door de aanvrager de voor het voertuig afgegeven kentekencard, dan wel het kentekenbewijs is overgelegd.

6.

In geval van een aanvraag voor een keuringsrapport voor voertuigen waarbij het om technische redenen als bedoeld in artikel 58, vijfde lid, van bijlage VIII van de Regeling voertuigen, niet mogelijk is het voertuig op een rollenremtestbank of platenremtestbank te remmen, dient een deugdelijke, goed functionerende remvertragingsmeter in de keuringsruimte aanwezig te zijn, waarvoor een geldig certificaat van eerste keuring of herkeuring als bedoeld in artikel 8.1.1 van de Regeling voertuigen is afgegeven.

Artikel 70. Resultaat van de keuring en keuringsrapport
1.

Het resultaat van elke keuring wordt door de APK-keurmeester schriftelijk vastgelegd op het keuringsrapport. Onmiddellijk na de keuring wordt het resultaat door de APK-keurmeester gemeld aan de Dienst Wegverkeer.

2.

Voor dit keuringsrapport wordt gebruikgemaakt van het door de Dienst Wegverkeer vastgestelde model keuringsrapport, dat bekend is gemaakt in de Staatscourant.

Artikel 71. Afmelden voertuig en afgegeven keuringsrapport
1.

Na afloop van elke keuring wordt het bepaalde in het tweede tot en met vijfde lid in acht genomen voordat een keuringsrapport wordt afgegeven aan de aanvrager van een keuring.

2.

Het voertuig wordt na authenticatie door de APK-keurmeester bij de Dienst Wegverkeer afgemeld onder verstrekking van de volgende gegevens:

  • a. het pasnummer op de bevoegdheidspas van de APK-keurmeester;
  • b. het kenteken van het voertuig;
  • c. de meldcode, gevormd door de laatste vier cijfers van het voertuigidentificatienummer, letters en leestekens buiten beschouwing gelaten;
  • d. indien het een voertuig betreft dat is voorzien van een kilometerteller, de afgelezen kilometerstand van het voertuig;
  • e. het resultaat van de keuring;
  • f. ten aanzien van de voor de verbruiksmonitoring uit te lezen personenauto’s en lichte bedrijfsvoertuigen, de werkelijke gegevens en het voertuigidentificatienummer, tenzij:
  • 1°. de eigenaar of houder van het voertuig uitdrukkelijk heeft geweigerd deze gegevens beschikbaar te stellen; of
  • 2°. het beschikbaar stellen van deze gegevens niet mogelijk is vanwege een technische reden.
3.

Na acceptatie van de afmelding wordt weergegeven:

  • 1°. de transactiecode en het tijdstip van de afmelding;
  • 2°. indien het voertuig is goedgekeurd: tevens een nieuwe vervaldatum;
  • 3°. indien het voertuig aan een steekproef moet worden onderworpen: tevens de einde wachttijd van de steekproef;
4.

Op het keuringsrapport wordt schriftelijk vermeld:

  • a. het pasnummer op de bevoegdheidspas als bedoeld in het tweede lid, onderdeel a, en het bepaalde in de onderdelen b en c;
  • b. de afgelezen kilometerstand indien het voertuig is voorzien van een kilometerteller;
  • c. het resultaat van de keuring;
  • d. de transactiecode, en uitsluitend indien de schriftelijke invulling rechtstreeks plaatsvindt uit het door de Dienst Wegverkeer bijgehouden kentekenregister de tekst ‘afdruk RDW’;
  • e. indien het voertuig is goedgekeurd de vervaldatum, waarbij de maand van de vervaldatum voluit in letters is geschreven;
  • f. indien het voertuig aan een steekproef wordt onderworpen de einde wachttijd van de steekproef;
  • g. de naam, adresgegevens en het keuringsinstantienummer van het erkende bedrijf.
5.

Voordat hij het keuringsrapport ondertekent, gaat de APK-keurmeester na of het rapport volledig is ingevuld.

6.

Een APK-keurmeester meldt niet meer dan vier voertuigen per zestig minuten af.

7.

Het keuringsrapport wordt onverwijld aan de aanvrager afgegeven als het voertuig niet aan een steekproef wordt onderworpen.

8.

Als het voertuig aan een steekproef wordt onderworpen, deelt het erkende bedrijf dit aan de aanvrager mede en houdt het erkende bedrijf het keuringsrapport onder zich voor een periode van ten hoogste negentig minuten, vanaf het tijdstip van afmelding.

Artikel 72. Aantal steekproeven

Het aantal voertuigen, bedoeld in artikel 86, eerste lid, van de wet, dat na een verrichte keuring steekproefsgewijs aan een herkeuring wordt onderworpen, bedraagt ten minste zevenentwintig van elke duizend voertuigen.

Artikel 73. Verplichtingen bij een steekproef
1.

Er worden gedurende negentig minuten na het tijdstip van afmelding geen wijzigingen aangebracht in de staat van het voertuig dat aan een steekproef wordt onderworpen. Er worden met betrekking tot een dergelijk voertuig ook geen metingen verricht.

2.

Het erkende bedrijf wijst de eigenaar of houder van het voertuig dat aan een steekproef wordt onderworpen erop dat deze verplicht is het voertuig voor de uitvoering van de steekproef beschikbaar te houden.

3.

Voorafgaande aan de steekproefherkeuring wordt het keuringsrapport door het erkende bedrijf of de APK-keurmeester aan de daartoe aangewezen functionaris van de Dienst Wegverkeer overhandigd. Als artikel 69, derde lid, van toepassing is, overhandigt het erkende bedrijf of de APK-keurmeester ook het in dat artikellid bedoelde goedkeuringsdocument.

4.

Aan een steekproef wordt alle medewerking verleend en de terzake door de Dienst Wegverkeer gegeven aanwijzingen worden in acht genomen. Onder alle medewerking wordt in ieder geval verstaan dat:

  • a. bij uitsluiting de APK-keurmeester die het voertuig aan een keuring heeft onderworpen, aanwezig is vanaf het moment dat de mededeling, bedoeld in het eerste lid, is gedaan en zelf feitelijke assistentie verleent bij het uitvoeren van de steekproef;
  • b. het voertuig niet van de keuringsruimte wordt verwijderd gedurende de steekproef;
  • c. de desbetreffende ruimte en apparatuur gedurende de steekproef beschikbaar worden gesteld.
5.

Als bij de steekproef wordt vastgesteld dat het voertuig niet voldoet aan de keuringseisen, het voertuig onterecht is af- of goedgekeurd, het keuringsrapport onjuist of onvolledig is ingevuld of indien wordt geconstateerd dat de voorschriften met betrekking tot de steekproef niet in acht zijn genomen, wordt door de daartoe aangewezen functionaris van de Dienst Wegverkeer een steekproefcontrolerapport opgemaakt dat door deze wordt ondertekend alsmede door de APK-keurmeester.

Artikel 74. Voertuig dat keuringsruimte verlaat tijdens steekproef
1.

Als de eigenaar of houder van een voertuig dat aan een steekproef wordt onderworpen met het betreffende voertuig de keuringsruimte verlaat, wordt dit onverwijld door de APK-keurmeester aan de Dienst Wegverkeer gemeld. Een eventuele goedkeuring van het betreffende voertuig wordt door de Dienst Wegverkeer ingetrokken en dat voertuig kan niet meer worden afgemeld.

2.

Het erkende bedrijf draagt er zorg voor dat de eigenaar of houder van een voertuig dat aan een steekproef wordt onderworpen in het geval, bedoeld in het eerste lid, op de hoogte is gesteld van de verplichting om een nieuwe aanvraag van een keuringsrapport bij de Dienst Wegverkeer in te dienen.

§ 3.13.5. Toezicht

Artikel 75. Bonus- en strafpunten
1.

De Dienst Wegverkeer kan in het kader van het toezicht op het erkende bedrijf of de APK-keurmeester een systeem van bonus- en strafpunten vaststellen, dat wordt bekendgemaakt in de Staatscourant.

2.

Als een systeem als bedoeld in het eerste lid is vastgesteld, wordt aan de hand daarvan, afhankelijk van de resultaten van het uitgeoefende toezicht, beoordeeld of het toezicht wordt verminderd of verscherpt dan wel of een erkenning of een keuringsbevoegdheid wordt gewijzigd of ingetrokken.

Artikel 76. Anonieme keuringen

De Dienst Wegverkeer kan steekproefsgewijs anonieme keuringen uitvoeren door middel van het ter keuring aanbieden van een voertuig, in het kader van het toezicht op de erkenning en het verrichten van keuringen.

Artikel 77. Reikwijdte wijziging, schorsing of intrekking erkenning
1.

Een wijziging, schorsing of intrekking van een erkenning als bedoeld in artikel 4auh, zesde lid, van de wet, geldt in beginsel uitsluitend voor de betrokken keuringsplaats.

2.

In afwijking van het eerste lid kan de Dienst Wegverkeer, als omstandigheden daartoe aanleiding geven, bepalen dat een wijziging, schorsing of intrekking alle keuringsplaatsen betreft waarvoor de erkenning geldt.

Artikel 78. Wijziging, schorsing of intrekking voor bepaalde groep voertuigen

De in artikel 4auh, zesde lid van de wet bedoelde wijziging, schorsing of intrekking van de erkenning kan, als de erkenningseis of het erkenningsvoorschrift waaraan niet wordt voldaan slechts betrekking heeft op het keuren van een bepaalde groep voertuigen, beperkt blijven tot het keuren van die desbetreffende groep voertuigen.

§ 3.14. Erkenning wijziging goedkeuring voertuigen

Artikel 79. Begripsbepalingen
  • werkplaats: perceel of enkele kadastraal aangrenzende percelen waarop een erkend bedrijf wijziging goedkeuring voertuigen zijn werkzaamheden verricht met daarop een werkruimte. De werkruimte kan bestaan uit één of meer besloten ruimten gelegen in één gebouw, dan wel in verscheidene belendende of nagenoeg belendende gebouwen, bedoeld om deel uit te maken van een werkplaats.

§ 3.14.1. Aanvrager van de erkenning

Artikel 80. Aanvrager
1.

Een erkenning wijziging goedkeuring voertuigen kan op aanvraag worden verleend aan een natuurlijke persoon of rechtspersoon, die volgens het handelsregister exploitant is van een of meer ondernemingen waar bedrijfsmatig wijzigingen in de goedkeuring van geregistreerde voertuigen worden uitgevoerd.

2.

De aanvrager dient te beschikken over:

  • a. Een goedgekeurd rapport van de Dienst Wegverkeer waaruit blijkt dat de aanvrager voldoende in staat is seriematige wijzigingen in voertuigen uit te voeren.
  • b. Ten minste één door de Dienst Wegverkeer afgegeven geldige toestemming voor een seriematige wijziging van voertuigen.

§ 3.14.2. Eisen aan de erkenning

§ 3.14.2.1. Seriematige wijziging

Artikel 81. Seriematige wijziging
1.

De erkenning is alleen geldig voor de seriematige wijzigingen waarvoor toestemming is verleend door de Dienst Wegverkeer.

2.

Een erkend bedrijf heeft tenminste één geldige toestemming voor een seriematige wijziging.

Artikel 82. Elementen seriematige wijziging
1.

Een aanvraag voor een seriematige wijziging bevat de volgende elementen:

  • a. het voertuigtype waarop de seriematige wijziging betrekking heeft;
  • b. het merk van het voertuigtype waarop de seriematige wijziging betrekking heeft;
  • c. indien beschikbaar, de handelsbenaming van het voertuigtype waarop de seriematige wijziging betrekking heeft;
  • d. de voertuigcategorie van het voertuigtype waarop de seriematige wijziging betrekking heeft;
  • e. naam en adres van het erkende bedrijf; en
  • f. een omschrijving van de seriematige wijziging, waaronder in ieder geval:
  • 1°. overige relevante voertuiggegevens van het voertuigtype waarop de seriematige wijziging betrekking heeft;
2.

Een seriematige wijziging kan meerdere voertuigtypes, merknamen of handelsbenamingen bevatten, mits een basisvoertuig dat wordt gebruikt bij die seriematige wijziging is typegoedgekeurd op grond van de dezelfde goedkeuringscertificaten of testrapporten.

Artikel 83. Verlening toestemming seriematige wijziging
1.

Voordat toestemming, als bedoeld in artikel 80, tweede lid, onder b, wordt verleend, stelt het erkende bedrijf één of meerdere voertuigen van het voertuigtype waarop een seriematige wijziging betrekking heeft en waarvoor toestemming wordt aangevraagd, ter beoordeling beschikbaar aan de Dienst Wegverkeer. Een toestemming wordt verleend als de ter beschikking gestelde exemplaren voldoen aan de eisen van wijziging in de goedkeuring van voertuigen uit hoofdstuk 6 van de Regeling voertuigen.

2.

Bij het verlenen van toestemming krijgt de seriematige wijziging een uniek WGV-nummer.

§ 3.14.2.2. Eisen aan de werkplaats

Artikel 84. Werkplaats
1.

Het erkende bedrijf beschikt over een werkplaats bestemd voor de uitvoering van de werkzaamheden.

2.

Op de werkplaats is een ruimte die, afhankelijk van de in de erkenning opgenomen voertuigcategorie, voorzien is van een doelmatige inspectieput of hefinrichting, die geschikt is voor deze gewijzigde voertuigen, en van doelmatige verlichting.

3.

De ruimte is overdekt, behoorlijk af te sluiten, goed verlicht en voorzien van een vlakke vloer en verwarming.

4.

Op de werkplaats kan de administratie behoorlijk worden uitgevoerd.

Artikel 85. Apparatuur
1.

In de ruimte is de volgende apparatuur aanwezig:

  • a. een dubbel geïsoleerde veiligheidslooplamp dan wel een zaklantaarn die enerzijds een zodanige lichtsterkte heeft dat ook moeilijk bereikbare onderdelen van een voertuig voldoende helder kunnen worden verlicht om een nauwkeurige inspectie van een voertuig mogelijk te maken en die anderzijds zodanig is afgeschermd dat degene die de keuring uitvoert niet door het uitgestraalde licht wordt verblind;
  • b. basisgereedschap voor de uitvoering van de wijzigingen aan voertuigen; en
  • c. alle noodzakelijke apparatuur en meetmiddelen voor het uitvoeren van de werkzaamheden voor elke seriematige wijziging waarvoor de toestemming, bedoeld in artikel 80, tweede lid, onder b, is verleend.
2.

De apparatuur is deugdelijk, verkeert in een goede staat van onderhoud en is, indien noodzakelijk, voorzien van geldige ijkcertificaten afgegeven door een geaccrediteerd meetinstituut.

§ 3.14.2.3. Erkenningsvoorschriften

Artikel 86. Maatregelen en procedures voor effectieve controle
1.

Het erkende bedrijf beschikt over een adequaat systeem van maatregelen en procedures voor een effectieve controle van de werkzaamheden om zeker te stellen dat de uitvoering van de seriematige wijziging waarvoor toestemming is verleend, overeenstemmen met hoofdstuk 6 van de Regeling voertuigen.

2.

Het erkende bedrijf is verantwoordelijk voor het invoeren van en het op peil houden van het kwaliteitssysteem.

3.

Het erkende bedrijf is verantwoordelijk voor de juiste uitvoering van de aan de erkenning verbonden voorschriften en het nemen van maatregelen om ervoor te zorgen dat aan de voorschriften wordt voldaan.

Artikel 87. Technische verandering in seriematige wijziging

Wanneer een erkend bedrijf voornemens is een technische verandering aan te brengen in de seriematige wijziging waarvoor toestemming is verleend, moet deze hiervan vooraf melding doen aan de Dienst Wegverkeer. De Dienst Wegverkeer beoordeelt vervolgens of er voor de seriematige wijziging opnieuw toestemming, als bedoeld in artikel 80, tweede lid, onder b, dient te worden verkregen door het erkende bedrijf.

Artikel 88. Uitvoeren van wijzigingen in goedkeuring voertuig

Het erkende bedrijf dient voor elk gewijzigd voertuig vast te stellen dat aangebrachte wijzigingen, als bedoeld in hoofdstuk 6 van de Regeling voertuigen, geheel overeenstemmen met de seriematige wijziging waarvoor toestemming is verleend.

Artikel 89. Ombouwverklaring
1.

Als een wijziging als bedoeld in hoofdstuk 6 van de Regeling voertuigen is aangebracht wordt voor elk gewijzigd voertuig een ombouwverklaring, conform het door de Dienst Wegverkeer vastgestelde model, compleet en volledig ingevuld.

2.

De ombouwverklaring wordt onmiddellijk na de wijziging aan de Dienst Wegverkeer toegezonden.

§ 3.14.2.4. Administratie

Artikel 90. Administratie
1.

Het erkende bedrijf draagt er zorg voor dat:

  • a. de relevante regelgeving, voorschriften, specificaties en documentatie betreffende de toe te passen materialen en onderdelen binnen het erkende bedrijf beschikbaar en toegankelijk zijn voor het personeel;
  • b. de administratie doelmatig en deugdelijk is, waardoor voldoende inzicht wordt geboden in de verschillende fasen die het voertuig tijdens en na fabricage van de wijziging doorloopt, en
  • c. de administratie omtrent geproduceerde wijzigingen in de goedkeuring van voertuigen ten minste 10 jaar beschikbaar blijft.

§ 3.15. Erkenning gasinstallaties

Artikel 91. Begripsbepalingen
1.

In deze paragraaf wordt verstaan onder:

  • opnamekaart gasinstallatie: bewijs volgens een door de Dienst Wegverkeer vastgesteld model dat de gasinstallatie overeenkomstig deze regeling is gekeurd;
  • Regelgeving keuring gasinstallatie: editie van het boekwerk Regelgeving keuring gasinstallatie of de via de website van de Dienst Wegverkeer bekendgemaakte Regelgeving keuring gasinstallatie die door de Dienst Wegverkeer is vastgesteld en geldig is op het moment van de keuring;
  • steekproef: steekproefsgewijze herkeuring.
2.

Artikel 1.3 van de Regeling voertuigen is van overeenkomstige toepassing.

§ 3.15.1. Aanvrager erkenning gasinstallaties

Artikel 92. Aanvrager erkenning

Een erkenning gasinstallaties kan op aanvraag worden verleend aan een natuurlijke persoon of rechtspersoon, die exploitant is van een of meer keuringsplaatsen.

§ 3.15.2. Eisen en voorwaarden aan de erkenning

§ 3.15.2.1. Keuringsruimte en uitrusting

Artikel 93. Keuringsruimte
1.

In de keuringsruimte bestemd voor het keuren van gasinstallaties is artikel 55, eerste, tweede, zesde en zevende lid, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de voorziening die conform het zevende lid aanwezig is ten behoeve van afdrukken van keuringsrapporten, wordt gebruikt ten behoeve van het afdrukken van opnamekaarten gasinstallatie.

2.

In de in het eerste lid bedoelde ruimte is een voorziening aanwezig waarmee uitlaatgassen en andere gassen direct door een daartoe bestemde opening naar buiten kunnen worden gevoerd.

Artikel 94. Inspectieput of hefinrichting

Op de keuringsruimte bestemd voor het keuren van gasinstallaties zijn de artikelen 56, eerste, tweede en vierde lid, en 57 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat onder APK-keurmeester, bedoeld in artikel 56, wordt verstaan: LPG-technicus.

§ 3.15.2.2. Apparatuur

Artikel 95. Apparatuur keuringsruimte
1.

In de keuringsruimte is de volgende apparatuur aanwezig:

  • a. een dubbel geïsoleerde veiligheidslooplamp dan wel een zaklantaarn, al dan niet voorzien van een oplaadbare accu, die enerzijds een zodanige lichtsterkte heeft dat ook moeilijk bereikbare onderdelen van een voertuig voldoende helder kunnen worden verlicht om een nauwkeurige inspectie van een voertuig mogelijk te maken en die anderzijds zodanig is afgeschermd dat degene die de keuring uitvoert niet door het uitgestraalde licht wordt verblind;
  • b. een meetband met een minimale nauwkeurigheidsklasse III van voldoende lengte;
  • c. een doelmatige bandenspanningsmeter en een doelmatige bandenpomp;
  • d. een koplamptestapparaat;
  • e. een universele toerenteller;
  • f. een uitlaatgastester met lambda-bepaling;
  • g. een apparaat waarmee een gasconcentratie overeenkomende met 800 ppm koolwaterstoffen gedetecteerd kan worden; en
  • h. basisgereedschap voor de keuring van de inbouw van een gasinstallatie.
2.

Op de apparatuur zijn de artikelen 60, eerste tot en met zesde lid, en 61 van toepassing.

§ 3.15.2.3. Algemene voorschriften

Artikel 96. Erkenningsvoorschriften
1.

Het erkende bedrijf verricht de keuring van gasinstallaties met inachtneming van de artikelen 6.1, 6.2, tweede lid, en 6.3 van de Regeling voertuigen en maakt gebruik van de in artikel 95 vermelde apparatuur.

2.

De keuring van gasinstallaties vindt slechts plaats in de keuringsruimte waarvoor de erkenning is verleend.

3.

Keuringen worden slechts verricht door een LPG-technicus in de keuringsruimte waarvoor de erkenning geldt.

4.

De Regelgeving keuring gasinstallatie wordt door het erkende bedrijf beschikbaar gesteld aan de LPG-technicus.

Artikel 97. Doorgeven tellerstand

Aan de verplichting als bedoeld in artikel 23k van het Besluit voertuigen, wordt gevolg gegeven door de tellerstand van een motorrijtuig te verstrekken aan de Dienst Wegverkeer zoals voorgeschreven in artikel 6.

§ 3.15.3. Voorschriften met betrekking tot de keuring

Artikel 98. Aanwezigheid documenten
1.

De LPG-technicus controleert alvorens hij aan zijn werkzaamheden begint of hij de beschikking heeft over de Regelgeving keuring gasinstallatie.

2.

Bij keuring van:

  • a. een G3-installatie is de G3-fabrikantenverklaring aanwezig;
  • b. een installatie volgens VN/ECE-reglement 115 is de inbouwhandleiding en een afschrift van de VN/ECE-goedkeuring aanwezig.
Artikel 99. Keuringsvoorschriften
1.

Als bij het erkende bedrijf een keuring van een gasinstallatie wordt aangevraagd, stelt deze, na overleg met de aanvrager, onverwijld het tijdstip voor de keuring vast. De keuring vindt zo spoedig mogelijk na de aanvraag plaats.

2.

Er wordt geen keuring verricht voordat het kentekenregister is geraadpleegd ten aanzien van:

  • a. het voor het voertuig opgegeven kenteken;
  • b. het voertuigidentificatienummer van het ter keuring van de gasinstallatie aangeboden voertuig.
3.

Er wordt geen keuring verricht en de aanvrager van een keuring van een gasinstallatie wordt naar de Dienst Wegverkeer doorverwezen als:

  • a. het raadplegen van het kentekenregister niet mogelijk is door een onjuiste combinatie van het kenteken en de laatste vier posities van het voertuigidentificatienummer of indien de laatste vier posities van het voertuigidentificatienummer niet bekend zijn;
  • b. het voertuigidentificatienummer van het voertuig niet in overeenstemming is met het kentekenregister;
  • d. het aantal cilinders van de motor in het voertuig niet overeenkomt met het aantal cilinders vermeld in het kentekenregister.
4.

Als het raadplegen van de voertuiggegevens als gevolg van een storing in een door de Dienst Wegverkeer geaccepteerd netwerk, als bedoeld in artikel 55, zevende lid, niet mogelijk is, wordt niet tot keuring van de gasinstallatie overgegaan.

5.

Indien het voertuig is voorzien van kentekenplaten dient het kenteken vermeld op de kentekenplaten overeen te komen met het kenteken zoals vermeld in het kentekenregister. Is dit niet het geval, dan wordt de aanvrager van de keuring doorverwezen naar de Dienst Wegverkeer.

6.

Het voertuigidentificatienummer dient zonder demontage van onderdelen van de gasinstallatie leesbaar te zijn. Is dit niet mogelijk, dan wordt de aanvrager doorverwezen naar de Dienst Wegverkeer.

Artikel 100. Controle op lekkage

Het voertuig wordt onmiddellijk na binnenkomst in de keuringsruimte op lekkage gecontroleerd.

Artikel 101. Keuringsvereisten
1.

Tijdens de keuring van de gasinstallatie wordt met gebruikmaking van de apparatuur, als bedoeld in artikel 99, vastgesteld of het voertuig, inclusief de gasinstallatie, voldoet aan de artikelen 6.1, 6.2, tweede lid, en 6.3 van de Regeling voertuigen.

2.

Indien in het kentekenregister het veld van de datum eerste toelating niet is gevuld dan geldt de dag van keuring als datum eerste toelating voor de toepassing van de artikelen 6.1, 6.2, tweede lid, en 6.3 van de Regeling voertuigen.

Artikel 102. Afmelden
1.

Na afloop van elke keuring, als bedoeld in artikel 99, wordt het bepaalde in het tweede tot en met zesde lid in acht genomen, alvorens de opnamekaart gasinstallatie af te geven aan de aanvrager.

2.

Het voertuig wordt na authenticatie door de LPG-technicus bij de Dienst Wegverkeer afgemeld onder verstrekking van de volgende gegevens:

  • a. het pasnummer op de bevoegdheidspas van de LPG-technicus;
  • b. het kenteken van het voertuig;
  • c. de meldcode, gevormd door de laatste vier cijfers van het voertuigidentificatienummer, letters en leestekens buiten beschouwing gelaten;
  • d. indien het een voertuig betreft dat is voorzien van een kilometerteller, de afgelezen tellerstand;
  • e. als de keuring van de gasinstallatie de inbouw van een LPG-installatie betreft:
  • 1°. het merk en typegoedkeuringsnummer van de LPG-installatie;
  • 2°. de totale inhoud van de aanwezige LPG-tanks.
3.

Op de opnamekaart gasinstallatie moet schriftelijk worden vermeld:

  • a. het bepaalde in het tweede lid, onderdeel a tot en met e;
  • b. als het voertuig aan een steekproef wordt onderworpen, het einde van de wachttijd van de steekproef;
  • c. de naam, adresgegevens en het keuringsinstantienummer van het erkende bedrijf;
  • d. de transactiecode.
4.

Voordat de opnamekaart gasinstallatie wordt ondertekend, wordt door de LPG-technicus nagegaan of de opnamekaart gasinstallatie volledig is ingevuld.

5.

De opnamekaart gasinstallatie wordt onverwijld aan de aanvrager afgegeven indien de gasinstallatie niet aan een steekproef wordt onderworpen.

6.

Voor de opnamekaart gasinstallatie wordt gebruikt gemaakt van het door de Dienst Wegverkeer vastgestelde model opnamekaart gasinstallatie, zoals bekend gemaakt in de Staatscourant.

§ 3.15.4. Toezicht

Artikel 103. Toezicht
1.

In het kader van het toezicht kan de Dienst Wegverkeer steekproefsgewijs een herkeuring uitvoeren van de in het voertuig aangebrachte gasinstallatie.

2.

Op steekproeven zijn artikel 73 en 74 van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat onder APK-keurmeester wordt verstaan: LPG-technicus, en onder ‘keuringsrapport’ wordt verstaan: ‘opnamekaart’.

  • a. De tweede zin van het derde lid van artikel 73 is niet van toepassing.
3.

Een wijziging, schorsing of intrekking van een erkenning als bedoeld in artikel 4auh, zesde lid, van de wet, geldt in beginsel uitsluitend voor de betrokken keuringsplaats.

4.

In afwijking van het eerste lid kan de Dienst Wegverkeer, als omstandigheden daartoe aanleiding geven, bepalen dat een wijziging, schorsing of intrekking alle keuringsplaatsen betreft waarvoor de erkenning geldt.

Artikel 104. Bonus- en strafpunten
1.

De Dienst Wegverkeer kan in het kader van het toezicht op een erkend bedrijf een systeem van bonus- en strafpunten vaststellen, dat wordt bekendgemaakt in de Staatscourant.

2.

Als een systeem als bedoeld in het eerste lid is vastgesteld, wordt aan de hand daarvan, afhankelijk van de resultaten van het uitgeoefende toezicht, beoordeeld of het toezicht wordt verminderd of verscherpt dan wel of een erkenning wordt gewijzigd of ingetrokken.

3.

Indien als gevolg van een wijziging, als bedoeld in artikel 4, de bedrijfsvoering van de natuurlijke persoon, de rechtspersoon of de rechtsvorm waaraan een erkenning gasinstallaties is verleend, wordt voortgezet door een andere natuurlijke persoon of rechtspersoon, worden de toegekende bonus- en strafpunten en de opgelegde sancties beschouwd als te zijn toegekend aan deze natuurlijke persoon of rechtspersoon.

§ 3.16. Erkenning voorbehoud en verplichtingen

Artikel 105. Aanvrager

Een erkenning voorbehoud en verplichtingen kan op aanvraag worden verleend aan een natuurlijke persoon of een rechtspersoon die zich volgens het handelsregister richt op lease of financiering van voertuigen.

Artikel 106. Eisen en voorwaarden
1.

Een erkend bedrijf vraagt de Dienst Wegverkeer onmiddellijk de aantekeningen als bedoeld in artikel 17, eerste lid, van het besluit, door te halen wanneer de instemming, bedoeld in artikel 17, eerste lid, van het besluit is komen te vervallen en maakt, in geval het gaat om een aantekening als bedoeld in artikel 17, eerste lid, onderdeel b, van het besluit, de tenaamstellingscode onmiddellijk kenbaar aan de kentekenhouder.

2.

Wanneer het erkende bedrijf namens een rechtspersoon het erkende bedrijf tenaamstellen bedrijfsvoorraad of importeursvoorraad heeft verzocht de aanvraag voor de tenaamstelling in te dienen, blijkt uit een daartoe strekkende bepaling in de lease- of financieringsovereenkomst dat de rechtspersoon toestemming heeft gegeven om het voertuig op naam te krijgen.

Artikel 107. Tijdelijk document

Een erkend bedrijf kan een tijdelijk document aanvragen voor de voertuigen die het op naam heeft, of voertuigen die het in eigendom heeft waarover een aantekening als bedoeld in artikel 17, eerste lid, onderdeel b, van het besluit, in het kentekenregister is opgenomen. Zolang deze aantekening in het kentekenregister is opgenomen, wordt het tijdelijk document enkel gezonden aan het erkende bedrijf.

Hoofdstuk 4. Bevoegdheden

§ 4.1. Eisen en voorwaarden aan bevoegdheden

Artikel 108. Bevoegdheden APK-keurmeester en LPG-technicus
1.

Een bevoegdheid APK-keurmeester kan op aanvraag worden verleend aan een natuurlijk persoon die in het bezit is van een:

  • a. diploma keurmeester periodieke keuring zware (bedrijfs)voertuigen;
  • b. diploma keurmeester periodieke keuring lichte voertuigen; of
  • c. diploma keurmeester landbouw- en bosbouwtrekkers.
2.

Een bevoegdheid APK-keurmeester wordt uitsluitend verleend voor het afgeven van keuringsrapporten voor de groep motorrijtuigen en aanhangwagens waarvoor een natuurlijk persoon een diploma, als bedoeld in het eerste lid, bezit.

3.

Een bevoegdheid LPG-technicus kan worden verleend aan een natuurlijk persoon die in het bezit is van een diploma LPG-technicus.

4.

Een bevoegdheid APK-keurmeester is twee jaar geldig en kan telkens met twee jaar worden verlengd. Een bevoegdheid LPG-technicus is vier jaar geldig en kan telkens met vier jaar worden verlengd.

Artikel 109. Examen diploma APK-keurmeester en LPG-technicus
1.

Een diploma als bedoeld in artikel 108, eerste lid, onderdelen a tot en met c, en een diploma als bedoeld in artikel 108, derde lid, wordt verleend na het met goed gevolg afleggen van het examen voor het betreffende diploma.

2.

De Dienst Wegverkeer bepaalt aan welke voorwaarden is voldaan voordat kan worden deelgenomen aan een examen. Deze voorwaarden worden in de Staatscourant bekendgemaakt.

3.

Een examen wordt afgenomen overeenkomstig een reglement als bedoeld in artikel 116, eerste lid, onder e.

Artikel 110. Verlenging bevoegdheid APK-keurmeester en LPG-technicus
1.

Een natuurlijk persoon aan wie een bevoegdheid APK-keurmeester is verleend, legt iedere twee jaar een toets af voor de verlenging van de bevoegdheid APK-keurmeester.

2.

Een natuurlijk persoon aan wie een bevoegdheid LPG-technicus is verleend, legt iedere vier jaar een toets af voor de verlenging van de bevoegdheid LPG-technicus.

3.

Een toets, als bedoeld in het eerste en tweede lid, wordt afgenomen overeenkomstig een reglement als bedoeld in artikel 116, eerste lid, onder e.

4.

Afhankelijk van het resultaat van een toets als bedoeld in het eerste lid wordt de bevoegdheid APK-keurmeester verlengd met de termijn, genoemd in artikel 108, vierde lid, dan wel niet verlengd. Afhankelijk van het resultaat van een toets als bedoeld in het tweede lid, wordt de bevoegdheid LPG-technicus verlengd voor de termijn, genoemd in artikel 108, vierde lid, dan wel niet verlengd.

Artikel 111. Bevoegdheidspas
1.

Als bewijs voor een bevoegdheid APK-keurmeester of een bevoegdheid LPG-technicus wordt door de Dienst Wegverkeer een bevoegdheidspas verstrekt, behorende bij de betreffende bevoegdheid, overeenkomstig een door de Dienst Wegverkeer vastgesteld model.

2.

De APK-keurmeester en LPG-technicus geven op verzoek van de aanvrager van een keuringsrapport, onderscheidenlijk een keuring, als bedoeld in §3.15, zijn bevoegdheidspas ter inzage.

Artikel 112. Datacommunicatie

De APK-keurmeester en de LPG-technicus dragen er zorg voor dat zij bij datacommunicatie met de Dienst Wegverkeer gebruikmaken van een door die Dienst voorgeschreven authenticatiemethode en dat een ander niet namens hen de datacommunicatie kan verrichten.

§ 4.2. Toezicht op bevoegdheden

Artikel 113. Sancties bevoegdheid
1.

De in artikel 4auh, zesde lid, van de wet bedoelde intrekking van de bevoegdheid APK-keurmeester kan worden beperkt tot een intrekking voor het keuren van een bepaalde groep voertuigen, als de keuringsbevoegdheidseis, het keuringsbevoegdheidsvoorschrift of het keuringsvoorschrift waaraan niet wordt voldaan slechts betrekking heeft op het keuren van de desbetreffende groep.

2.

Bij een intrekking kan worden bepaald dat een toets moet worden afgelegd bij de exameninstantie alvorens de bevoegdheid opnieuw kan worden gebruikt.

3.

Het erkende bedrijf namens wie de bevoegde persoon optreedt is verantwoordelijk voor de handelingen in het kader van de erkenning van de bevoegde persoon.

Artikel 114. Schorsing bevoegdheid
1.

Als er sprake is van een situatie waarin een APK-keurmeester of LPG-technicus niet voldoet aan een of meer keuringsbevoegdheidseisen, keuringsbevoegdheidsvoorschriften of keuringsvoorschriften, terwijl die situatie op korte termijn kan worden hersteld, kan, in plaats van intrekking van de betreffende bevoegdheid, overgegaan worden tot schorsing van die bevoegdheid voor een termijn van ten hoogste twaalf weken.

2.

Wordt binnen de in het eerste lid genoemde termijn niet aangetoond dat wederom aan de keuringsbevoegdheidseisen, keuringsbevoegdheidsvoorschriften of keuringsvoorschriften wordt voldaan, dan volgt alsnog intrekking van de betreffende bevoegdheid.

§ 4.3. Exameninstantie APK-keurmeester en LPG-technicus

Artikel 115. Aanwijzing exameninstantie

Het exameninstituut IBKI van de Stichting VAM is de exameninstantie voor de examens, bedoeld in artikel 109, eerste lid, en de toetsen, bedoeld in artikel 110, eerste en tweede lid.

Artikel 116. Taken exameninstantie
1.

De exameninstantie is belast met het:

  • d. afnemen van een toets, als bedoeld in artikel 113, tweede lid, en het afgeven van een afschrift van het resultaat van deze toets;
  • f. vaststellen van de tarieven voor de voornoemde taken.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)