Toezichtbeleid Erkenninghouders, Keurmeesters en Technici RDW
Gelet op de Wegenverkeerswet 1994, het Besluit erkenningen wegverkeer, het Kentekenreglement, het Besluit voertuigen, de Regeling erkenningen wegverkeer, de Regeling tachografen en artikel 4:81 van de Algemene wet bestuursrecht;
Besluit:
Hoofdstuk 1. Definities
Artikel 1.1
In deze beleidsregel wordt verstaan onder:
- Aanvrager: de natuurlijke persoon die namens hemzelf of als tekenbevoegde van een rechtspersoon een erkenning of een overname van een erkenning aanvraagt bij de RDW.
- Attentie: een brief of opmerking in een rapportage om u bewust te maken van een bepaalde situatie zodat u maatregelen kunt nemen om te voorkomen dat u een overtreding begaat of om een overtreding ongedaan te maken. Dit heeft geen gevolgen voor uw erkenning.
- Aanwijzing: een concrete aanwijzing die wordt gegeven of een maatregel die wordt genomen ter voorkoming van een overtreding, om een bepaald doel te bereiken of een situatie te beheersen. Onderneemt u geen of niet voldoende actie dan kan dit gevolgen hebben voor uw erkenning.
- Bedrijfsadres: het officiële adres waar uw bedrijf is gevestigd. Dit adres wordt geregistreerd bij de Kamer van Koophandel (KvK) als bezoekadres en dient in beginsel als de formele locatie voor de activiteiten die u uitvoert ten behoeve van de specifieke erkenning.
- CVO: Certificaat van Overeenstemming
- Erkenning: de door de RDW verleende toestemming om handelingen als bedoeld in artikel 4aud van de Wegenverkeerswet alsmede handelingen met betrekking tot tachografen te mogen verrichten.
- Erkenninghouder: de natuurlijke persoon of rechtspersoon aan wie een erkenning is verleend.
- Fraude: het plegen of trachten te plegen van valsheid in geschrifte, bedrog, benadeling van rechthebbenden of verduistering met het doel een betaling of ander voordeel te verkrijgen waarop hij geen recht heeft of kan hebben.
- Intrekking: een verleende erkenning geheel of gedeeltelijk beëindigen wegens het niet naleven van wettelijke voorschriften of erkenningsvoorwaarden.
- Kentekenplaat: als kentekenplaat wordt beschouwd: een plaat die op een kentekenplaat lijkt. Dit houdt in dat een plaat met een formaat gelijkend aan een kentekenplaat en voorzien van een kenteken of van een combinatie van cijfers en letters die op een kenteken lijkt, een kentekenplaat is. Ongeacht of de plaat voorzien is van de benodigde merken, lamineercode en EU-logo en ongeacht de kleur en het materiaal van de plaat.
- Keurmeester: de natuurlijke persoon die beschikt over het diploma APK keurmeester van de Stichting VAM (IBKI) en aan wie de bevoegdheid is verleend voertuigen aan een keuring te onderwerpen als bedoeld in artikel 4aue van de Wegenverkeerswet.
- LPG-technicus: de natuurlijke persoon die beschikt over het diploma LPG-technicus van de Stichting VAM (IBKI) en aan wie de bevoegdheid is verleend om gasinstallaties die in voertuigen zijn ingebouwd te keuren als bedoeld in artikel 4aue van de Wegenverkeerswet.
- Medewerkingsplicht: de verplichting als bedoeld in artikel 5:20, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) om medewerking te verlenen die een toezichthouder redelijkerwijs kan vorderen bij de uitoefening van zijn bevoegdheden als bedoeld in artikel 5:15 tot en met 5:19 van de Awb.
- RDW: de publiekrechtelijke rechtspersoon Dienst Wegverkeer.
- Sanctie: een maatregel die wordt opgelegd bij overtreding van de erkenningsregels of het toezichtbeleid van de RDW.
- Sanctietoets: een maatregel die wordt opgelegd aan een keurmeester of technicus bij het overschrijden van de maximale cusumstand van 10 punten. Bij het behalen van de toets wordt uw bevoegdheid om te keuren weer vrijgezet.
- Schorsing: een verleende erkenning gedurende een bepaalde termijn opschorten wegens het niet naleven van wettelijke voorschriften of erkenningsvoorwaarden. De schorsing kan worden opgeheven door binnen de gestelde termijn aantoonbaar te voldoen aan de eisen en voorwaarden van de erkenning.
- Second opinion: de herkeuring tachografen en gasinstallaties.
- Steekproef: de steekproefsgewijze herkeuring APK als bedoeld in artikel 86 van de Wegenverkeerswet, de steekproefsgewijze herkeuring Tachograaf als bedoeld in artikel 5:1 van de Regeling tachografen of de steekproefsgewijze herkeuring Gasinstallatie.
- Tachograaftechnicus: de natuurlijke persoon die beschikt over het diploma Tachograaftechnicus van de Stichting VAM (IBKI) en aan wie de bevoegdheid is verleend voertuigen van een tachograaf te voorzien als bedoeld in artikel 2:5 van de Regeling tachografen.
- Toezicht: de werkzaamheden die een toezichthouder verricht om na te gaan of wet- en regelgeving wordt nageleefd.
- Toezichthouders: de daartoe aangewezen ambtenaren van de RDW.
- Verjaringstermijn: is een termijn die vanaf een bepaald moment begint te lopen. Na afloop van deze termijn is er sprake van verjaring.
- Verscherpt toezicht: intensiever toezicht op de naleving van wet- en regelgeving gericht op verbetering van de naleving. Verscherpt toezicht kan bestaan uit één of meerdere extra bezoeken naar aanleiding van een constatering. Verscherpt toezicht kan ook bestaan uit extra controles van de data van de RDW.
- Verstrekkingsvoorbehoud: door het plaatsen van een verstrekkingsvoorbehoud wordt de tenaamstellingscode niet door de RDW naar de kentekenhouder gestuurd. Een verstrekkingsvoorbehoud kan worden geplaatst door de erkenninghouder Voorbehoud en Verplichtingen die eigenaar is van het voertuig. Deze ontvangt de tenaamstellingscode van de RDW.
- Waarschuwing: een maatregel die bedoeld is om een bepaalde situatie te regelen, herstellen of voorkomen, zonder dat het direct gevolgen heeft voor de erkenning.
Artikel 1.2
De RDW houdt toezicht op de verleende erkenningen op grond van artikel 4b lid 1 onderdeel k van de Wegenverkeerswet 1994.
Hoofdstuk 2. Algemeen
Artikel 2.1. Algemeen
De hoofdstukken 1 tot en met 5 bevatten algemene informatie die voor iedere erkenninghouder van toepassing is. De hoofdstukken 6 tot en met 22 en 26 bevatten informatie die voor de erkenning voor specifieke handelingen van toepassing is. Voor het toezichtbeleid dat bij uw erkenning(en) hoort, leest u de hoofstukken 1 tot en met 5 én het hoofdstuk dat betrekking heeft op uw erkenning voor specifieke handelingen.
De hoofdstukken 5 tot en met 22 zijn niet van toepassing op de bevoegdheden APK keurmeester, LPG- of Tachograaf technici. Voor het toezichtbeleid met betrekking tot deze bevoegdheden hoeft u alleen de hoofdstukken 1 tot en met 4 en hoofdstuk 23 voor de APK Keurmeester, hoofdstuk 24 voor de Tachograaf- technicus of hoofdstuk 25 voor de LPG-technicus te lezen.
Het toezicht wordt uitgevoerd door daartoe door de RDW aangewezen ambtenaren.
U en uw medewerkers zijn bekend met de eisen en voorwaarden van de Basiserkenning en de aan u afgegeven specifieke erkenning(en). Dit gaat om eisen en voorwaarden in wet- en regelgeving en in beleid.
De gevolgen van het niet (voldoende) instrueren van uw medewerkers komen voor uw rekening en risico. Ook fouten die door uw medewerkers zijn gemaakt als gevolg van het niet (voldoende) instrueren van uw medewerkers, komen voor uw rekening en risico.
U beschikt over de voor de Basiserkenning en specifieke erkenning verplicht gestelde documentatie.
Uw bedrijf is ingeschreven bij de Nederlandse Kamer van Koophandel (KvK). Voor zover er sprake is van een uitzondering op dit vereiste is dit opgenomen bij de specifieke erkenning.
Communicatie in het kader van uw erkenning(en) met de RDW vindt plaats langs elektronische weg waarbij uw digitale identiteit verifieerbaar is. U maakt daarbij alleen gebruik van de door de RDW toegestane authenticatiemiddelen en handelt overeenkomstig de bijbehorende gebruikersvoorwaarden. U bent verantwoordelijk voor de handelingen die door u of namens u worden verricht.
Op het bezoekadres waar uw erkenning is afgegeven, bevindt zich ook het pand, de woonwagen als bedoeld in artikel 7:235 en 7:236 van het Burgerlijk Wetboek of de kantoorunit van waar u de erkenningshandelingen uitvoert.
Ter bescherming van alle op het bezoekadres aanwezige personen moet u tijdens de werkzaamheden voldoen aan de wettelijke verplichtingen, zoals de Arbeidsomstandighedenwet. U bent daarom ook verantwoordelijk voor een gezonde en veilige werkplek van de medewerker van de RDW. Voor verlichting en verwarming geldt dat de ruimte waar de werkzaamheden worden uitgevoerd voldoende verlicht en verwarmd zijn. Voor deugdelijke faciliteiten geldt dat de ruimte op het bezoekadres zodanig is uitgerust dat werkzaamheden die de toezichthouder verricht op een veilige manier uitgevoerd kunnen worden. De ruimte op het bezoekadres waar de werkzaamheden worden uitgevoerd is opgeruimd en hygiënisch. Ook beschikt u op het bezoekadres over een hygiënische inrichting voor het wassen van handen en een toilet.
U zorgt ervoor dat geschikte verwarming aanwezig is. U mag alleen gebruik maken van een gesloten verwarmingssysteem. Dat betekent dat de invoer van lucht van op een deugdelijke manier van buiten aangevoerd wordt en de uitlaatgassen op een deugdelijke manier naar buiten worden afgevoerd. Open vuur is niet toegestaan. Dit houdt onder andere in dat de verwarmingsapparaten waarin een brander of gloeispiraal is gemonteerd, deze brander of gloeispiraal niet direct van buitenaf te benaderen mag zijn.
Per specifieke erkenning kunnen aanvullende eisen dan de eisen die genoemd zijn in lid 9 en 10 aan het bezoekadres, de keuringsruimte of de werkplaats worden gesteld. Zie hiervoor het hoofdstuk dat betrekking heeft op uw erkenning(en).
Het door de RDW verstrekte muurschild is zichtbaar vanaf de buitenzijde van uw bij de KvK ingeschreven bezoekadres.
U voldoet aan uw financiële verplichtingen. Dit geldt voor alle kosten die u als erkenninghouder moet voldoen. Voldoet u niet aan uw financiële verplichtingen, dan wordt de desbetreffende erkenning in beginsel voor de duur van 6 weken geschorst.
U voldoet bij voortduring aan de eisen of voorschriften die aan de Basiserkenning en de aan u afgegeven specifieke erkenning(en) zijn verbonden. Voldoet u niet aan (een van) deze eisen dan wordt de desbetreffende erkenning geschorst voor een periode van 6 of 12 weken.
Een schorsing gaat in beginsel per direct in. In verband met de vereiste spoed kan worden afgezien van het horen.
Heeft u gedurende de termijn van de schorsing niet aangetoond dat u weer voldoet aan de gestelde eisen of voorschriften óf heeft u niet aan u financiële verplichting voldaan dan wordt uw erkenning ingetrokken voor onbepaalde tijd.
Naast het toezichtbeleid dat is beschreven in dit document, zijn de volgende beleidsregels en documenten onlosmakelijk onderdeel van het toezichtbeleid van de RDW:
- a). de beleidsregel toepassing Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur door het openbaar bestuur (Bibob) door de Dienst Wegverkeer;
- b). de beleidsregel inzake bestuurlijke boete (per 1 juli 2026);
- c). de beleidsregel inzake last onder dwangsom;
- d). de Informatiemap voor de Voertuigbranche;
- e). de Toelichting inrichting keuringsruimte, werkplaats en apparatuur;
- f). het Certification Practice Statement1Het Certification Practice Statement is opgesteld als raamwerk voor de toepassing van certificaten die worden uitgegeven door de RDW..
U heeft als RDW-erkenninghouder een eigen wettelijke taak en verwerkt persoonsgegevens in opdracht van de burger. Daarmee zijn de verplichtingen die gelden voor verwerkingsverantwoordelijken op basis van de AVG op u van toepassing. Dit betekent onder andere dat u datalekken moet registreren en indien nodig melden bij de Autoriteit Persoonsgegevens.
Artikel 2.2. Wijze van toezicht
De RDW houdt toezicht door het uitvoeren van administratieve controles, registercontroles, steekproeven, audits en bezoeken.
De RDW bezoekt uw bedrijf mede naar aanleiding van:
- a). een steekproef na een melding door middel van datacommunicatie tussen de RDW en de erkenninghouder, of een steekproef op andere wijze;
- b). risico gestuurd toezicht;
- c). administratieve controle/ registercontrole;
- d). een externe melding van bijvoorbeeld de Belastingdienst, een voertuigeigenaar of de politie;
- e). Mystery guest en/of Mystery vehicle.
De RDW kondigt de bezoeken in beginsel kort van tevoren aan.
U moet bereikbaar zijn voor de RDW. Dit betekent dat u moet zorgen dat de RDW over uw juiste telefoonnummer beschikt om een bezoek aan te kondigen. De toezichthouder belt met nummerherkenning. Hieraan kunt u geen rechten ontlenen of het telefoonnummer gebruiken voor het stellen van vragen of het reageren op brieven die u van de RDW ontvangt. Misbruik van het telefoonnummer kan gevolgen hebben voor uw erkenning(en).
De RDW heeft het recht om uw bedrijf onaangekondigd te bezoeken om toezicht uit te oefenen. U bent verplicht om uw werkzaamheden binnen de door de toezichthouder opgegeven tijd af te ronden of over te dragen zodat u of een daartoe bevoegde medewerker de toezichthouder te woord kan staan.
Voor de erkenningen bedoeld in de hoofdstukken 12 tot en met 22 geldt dat de toezichthouder verspreid over verschillende dagen maximaal (in totaal) drie pogingen doet om het bezoek aan te kondigen. Kan een bezoek niet aangekondigd worden dan bezoekt de toezichthouder uw bedrijf onaangekondigd. Is bij uw bedrijf niemand aanwezig om medewerking aan de controle te verlenen dan ontvangt u een formulier waarop u door het invullen van maximaal drie telefoonnummers verklaart dat u of een door u aangewezen persoon in de toekomst door het bellen van (een van) telefoonnummers binnen 15 minuten medewerking kan verlenen aan het toezicht. Het niet invullen en binnen de daarvoor gestelde termijn terugsturen naar de RDW van dit formulier of het aanbrengen van wijzigingen of toevoegingen op het formulier, kan leiden tot een schorsing van uw erkenning(en) voor de duur van zes weken. Na ontvangst van het ingevulde en ondertekende formulier zal de toezichthouder uw bedrijf onaangekondigd bezoeken. Als medewerking dan niet binnen 15 minuten na het bellen van de opgegeven telefoonnummers mogelijk is, beschouwt de RDW dit als geen medewerking verlenen aan toezicht en kan uw erkenning voor de duur van 6 weken worden ingetrokken.
Artikel 2.3. Frequentie van toezicht
De RDW houdt toezicht door middel van controlebezoeken die in beginsel 1 keer per 3 jaar plaatsvinden.
Indien daar naar het oordeel van de RDW aanleiding voor is kan een controlebezoek vaker plaatsvinden. Hierbij kijkt de RDW naar risico’s voor voertuigveiligheid, milieu en rechtszekerheid.
Artikel 2.4. Medewerking
U en uw medewerkers moeten binnen de door de toezichthouder gestelde termijn alle medewerking verlenen aan de uitoefening van het toezicht door de RDW. Het niet meewerken aan toezicht leidt tot een sanctie.
Onder medewerking wordt onder meer verstaan dat u verplicht bent om inzage in alle gevraagde bescheiden en alle inlichtingen aan de toezichthouder te geven. Dit houdt tevens in dat u de toezichthouder in de gelegenheid stelt om van de gegevens en bescheiden kopieën dan wel foto’s te maken.
Wanneer u, uw medewerker of een bij het toezicht aanwezige persoon zijn of haar emoties richt op de persoon van de RDW-medewerker door middel van verbale agressie (uitschelden), discriminatie, intimidatie of seksuele intimidatie in uw bedrijf of via de telefoon, sociale media of e-mail, volgt een intrekking voor onbepaalde tijd van de erkenning en, indien van toepassing, een wachttijd van 30 maanden. Onder intimidatie valt ook het filmen en/of geluidsopnamen maken van toezichthouders van de RDW zonder dat daarvoor een gerechtvaardigd belang is.
Wanneer u, uw medewerker of een bij het toezicht aanwezige persoon fysiek geweld toepast of dreigt met fysiek geweld tegen een RDW-medewerker volgt een intrekking voor onbepaalde tijd van de erkenning en wordt aangifte gedaan door de RDW ten behoeve van strafrechtelijke vervolging.
U verleent in het kader van het toezicht alle medewerking aan de daartoe aangewezen ambtenaren van de RDW. Hieronder wordt in ieder geval verstaan het direct opvolgen van aanwijzingen door de betreffende ambtenaar.
Hoofdstuk 3. Overtredingen en sancties
Artikel 3.1. Vaststellen van een overtreding
Een overtreding kan onder andere worden vastgesteld:
- a). tijdens een controlebezoek;
- b). tijdens een steekproefcontrole;
- c). naar aanleiding van een administratieve-/ registercontrole;
- d). naar aanleiding van een klacht;
- e). naar aanleiding van een melding door onder andere:
- •. Douane;
- •. Politie;
- •. Belastingdienst;
- •. Inspectie Leefomgeving en Transport (ILT);
- •. Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat (IenW);
- •. andere overheden.
Een overtreding is ondergebracht in vier categorieën, te weten:
Categorie I tot en met IV, waarbij categorie I de lichtere overtredingen betreft en categorie IV de zwaarst mogelijke overtredingen betreft.
Onderaan dit hoofdstuk staat een stroomschema. Hierin ziet u welke sancties kunnen worden opgelegd. Het schema houdt rekening met hoe ernstig een overtreding is en hoe vaak u een overtreding heeft begaan. U kunt zelf zien welke sanctie u kunt verwachten.
Voor sommige erkenningen of overtredingen geldt een ander stroomschema. Als dat zo is, dan staat dat schema bij het hoofdstuk dat daarbij hoort. Staat er geen ander schema dat past bij uw erkenning of bevoegdheid dan geldt het stroomschema uit dit hoofdstuk.
Voor overtredingen van het opgeven van tellerstanden bij de erkenning tenaamstellen bedrijfsvoorraad of importeursvoorraad, de erkenning export, de erkenning bedrijfsvoorraad en de erkenning inschrijven met onderzoek geldt een apart stroomschema. Dit stroomschema staat onderaan dit hoofdstuk.
In het hoofdstuk dat over uw specifieke erkenning gaat, staan voorbeelden van overtredingen van categorie I, II, III en IV beschreven. Het is mogelijk dat u een overtreding begaat, die niet specifiek als voorbeeld benoemd is. De RDW heeft het recht deze overtreding te categoriseren en te sanctioneren.
De volgende overtredingen van categorie IV zijn voor alle erkenningen hetzelfde. De overtredingen zijn:
- •. Het ondermijnen van toezicht zoals:
- −. het niet verlenen van toegang tot uw bedrijf;
- −. het weigeren om medewerking te verlenen;
- −. verbaal en/of (fysiek) geweld of de dreiging daarmee;
- −. intimidatie in welke vorm dan ook.
- •. Fraude.
In de hoofdstukken die betrekking hebben op uw specifieke erkenning of bevoegdheid kunnen voorbeelden staan van categorie IV overtredingen die behoren bij die erkenning.
Een overtreding van de categorie IV zoals benoemd in het vierde lid, leidt altijd tot intrekking van de desbetreffende erkenning.
Artikel 3.2. Sancties
De hoogte van een sanctie wordt in beginsel bepaald door de categorie waarin een overtreding is ingedeeld. Daarnaast is uw sanctiehistorie mede van belang bij het bepalen van de hoogte van een sanctie.
De RDW kent de volgende sancties:
- a). Waarschuwing
- b). Intrekking voor bepaalde tijd
- c). Intrekking voor onbepaalde tijd
- d). Last onder dwangsom
- e). Bestuursdwang
- f). Bestuurlijke boete
Een sanctie als bedoeld in het tweede lid onder a en b kan in combinatie met verscherpt toezicht worden opgelegd. Verscherpt toezicht wordt in ieder geval opgelegd als er sprake is van:
- a). de kans op herhaling van een overtreding van dezelfde categorie;
- b). twee (2) overtredingen van categorie I en/of II; of
- c). om na te gaan of u gemaakte afspraken voor verbetering van uw processen bent nagekomen.
Een sanctie als bedoeld in het tweede lid onder b kan worden opgelegd voor een periode van vier weken, zes weken, twaalf weken of zes maanden.
Een sanctie als bedoeld in het tweede lid onder b kan gedeeltelijk voorwaardelijk worden opgelegd.
Ook gedurende de periode dat uw erkenning is ingetrokken als bedoeld in het tweede lid onder b moet u aan alle voorschriften die verbonden zijn aan de erkenning voldoen.
Een sanctie als bedoeld in het tweede lid onder d tot en met f is beschreven in de beleidsregel(s) die gaan over de bestuurlijke boete en de last onder dwangsom.
Een sanctie wordt schriftelijk aan u bekend gemaakt.
Uitbreiding of wijziging van een erkenning is niet mogelijk indien een overtreding is geconstateerd waarvoor aan u bekend is gemaakt dat er een voornemen is om aan u een sanctie op te leggen, een sanctie is opgelegd en ten tijde van de effectuering van de sanctie.
Artikel 3.3. Meervoudige overtreding
Wanneer tijdens één bedrijfsbezoek verschillende overtredingen worden geconstateerd, is er sprake van een meervoudige overtreding. Hierbij geldt als uitgangspunt dat bij minder dan vier overtredingen een sanctie conform de categorie behorend bij de zwaarste overtreding wordt opgelegd.
Worden er vier of meer overtredingen geconstateerd waarvan ten minste 1 overtreding valt in categorie III, dan leidt dit tot een intrekking van de erkenning voor onbepaalde tijd.
Als u na een meervoudige overtreding als bedoeld in het eerste lid een volgende overtreding begaat, dan wordt de zwaarste overtreding van de meervoudige overtreding als historie aangemerkt.
Artikel 3.4. Ingangsdatum sanctie
Een sanctie treedt direct in werking.
Een uitzondering op het eerste lid vormt een besluit met als sanctie een intrekking voor bepaalde tijd. Deze treedt in beginsel 1 week na dagtekening van het besluit in werking. Deze termijn is gesteld, zodat u uw eerstkomende afspraken met klanten kunt nakomen.
Is er sprake van meer dan één intrekking voor bepaalde tijd van een specifieke erkenning dan worden de sancties opvolgend ten uitvoer gelegd.
Artikel 3.5. Verjaringstermijn
Als grondslag voor de verjaringstermijn geldt de datum van constatering van de overtreding.
Voor sancties en aanwijzingen wordt een maximale verjaringstermijn van 24 maanden gehanteerd. Dit betekent dat bij het opleggen van een (volgende) sanctie gedurende deze termijn eerdere overtredingen worden meegewogen.
Voor overtredingen van categorie I geldt een verjaringstermijn van 12 maanden.
Voor overtredingen van categorie II geldt een verjaringstermijn van 18 maanden.
Voor overtredingen van categorie III geldt een verjaringstermijn van 24 maanden.
De verjaringstermijn geldt in alle gevallen.
Dat u vóór de verjaringstermijn de regelgeving heeft nageleefd, geen overtredingen heeft begaan of geen sancties zijn opgelegd, geldt niet als bijzonder feit of omstandigheid.
De verjaringstermijn van het voorwaardelijke deel is zes maanden.
Begaat u binnen de verjaringstermijn van zes maanden opnieuw een overtreding van dezelfde categorie dan wordt uw erkenning/bevoegdheid alsnog voor de duur van het voorwaardelijke deel van de sanctie, ingetrokken. U moet er rekening mee houden dat in dat geval naast het voorwaardelijke deel van de sanctie ook een sanctie behorende bij de nieuwe overtreding(en) wordt opgelegd.
Het voorwaardelijke deel van de intrekking en de sanctie ten gevolge van de nieuwe overtreding(en) worden opeenvolgend ten uitvoer gelegd.
Indien een bezwaarschrift wordt ingediend tegen een intrekking voor bepaalde tijd van 4, 6 of 12 weken en dat voldoet aan alle wettelijke vereisten, wordt de sanctie opgeschort. De opschorting geldt tevens voor de verjaringstermijn van 6 maanden die gekoppeld is aan het voorwaardelijke deel van de sanctie als bedoeld in lid 5. De verjaringstermijn gaat weer in op de dag waarop de beslissing op bezwaar in werking treedt.
Indien een bezwaarschrift wordt ingediend dat voldoet aan alle wettelijke vereisten dan geldt de opschorting tevens voor de verjaringstermijn van 6 maanden die gekoppeld is aan het voorwaardelijke deel van de sanctie als bedoeld in lid 5.
Artikel 3.6. Wachttijd bij intrekking
Bij een overtreding van de categorie IV of ondermijning van het toezicht of fraude, kan een wachttijd van 30 maanden voor het indienen van een aanvraag van een Basiserkenning dan wel een specifieke erkenning worden opgelegd.
Wanneer aan u voor een specifieke erkenning in de afgelopen 24 maanden vier keer eerder een maatregel en/of sanctie is opgelegd, volgt bij een volgende overtreding een intrekking van de erkenning voor onbepaalde tijd en kan een wachttijd van 12 maanden voor het indienen van de aanvraag worden opgelegd.
Bij beëindiging van de Basiserkenning of een erkenning voor specifieke handelingen op eigen verzoek, wordt teruggekeken in uw historie als erkenninghouder. Indien er sprake is van een nog niet (volledig) geëffectueerde sanctie, wordt deze sanctie eerst volledig geëffectueerd voordat de erkenning wordt beëindigd. Verder geldt dat indien in de 24 maanden voorafgaand aan de datum van het verzoek om beëindiging overtredingen zijn geconstateerd waarvoor een sanctie met rechtsgevolg is opgelegd, een wachttijd van 12 weken geldt alvorens aan u opnieuw een erkenning kan worden verleend. Een verzoek tot overname van een of meerdere erkenningen geldt hierbij ook als een beëindiging op eigen verzoek.
Wanneer uw erkenning in de afgelopen 24 maanden is ingetrokken omdat u niet (volledig) aan uw financiële verplichtingen heeft voldaan, wordt pas op uw aanvraag beslist als u eerst de aanvraagkosten heeft voldaan.
Uw aanvraag voor een erkenning wordt afgewezen als in de 12 weken daarvoor eenzelfde erkenning is ingetrokken. Is eenzelfde erkenning in de 30 maanden vóór uw aanvraag twee keer of vaker ingetrokken dan kunt u pas weer een aanvraag doen vanaf 6 maanden na de laatste intrekking.
Stroomschema
Stroomschema inzake overtredingen van tellerstanden behorend bij de erkenningen tenaamstellen voertuigen bedrijfsvoorraad of importeursvoorraad, de erkenning export, de erkenning bedrijfsvoorraad en de erkenning inschrijven met onderzoek:
Hoofdstuk 4. Zienswijze, bezwaar en beroep
Artikel 4.1. Zienswijze
Na constatering van een overtreding krijgt u in beginsel de gelegenheid om uw zienswijze te uiten. In uw zienswijze kunt u alle feiten en omstandigheden weergeven, met name ook specifiek voor u geldende en aantoonbare bijzondere feiten of omstandigheden. De RDW neemt uw zienswijze mee bij het al dan niet opleggen van een sanctie en de zwaarte van de sanctie.
In verband met de vereiste spoed zal uw zienswijze niet worden gevraagd in geval er sprake is van agressie, intimidatie, seksuele intimidatie of discriminatie dan wel dreiging daarmee tegen een RDW-medewerker in uw bedrijf door daar aanwezige personen, ongeacht in welke vorm deze geuit wordt. Dit geldt ook indien agressie, intimidatie, seksuele intimidatie of discriminatie dan wel dreiging daarmee, ongeacht in welke vorm deze geuit wordt tegen een RDW- medewerker, buiten uw bedrijf plaatsvindt.
Artikel 4.2. Bezwaar
Op grond van de Algemene wet bestuursrecht kunt u tegen een sanctiebesluit bezwaar indienen bij de RDW. U moet dit binnen zes weken na de dag van verzending van het sanctiebesluit doen, door een gemotiveerd bezwaarschrift in te dienen. Dit kan digitaal via www.rdw.nl of schriftelijk bij de directie van de RDW, Postbus 777, 2700 AT Zoetermeer. Nadere informatie met betrekking tot de vereisten waaraan uw bezwaarschrift moet voldoen, kunt u vinden op www.rdw.nl.
Als u bezwaar aantekent tegen een besluit van de RDW krijgt u in beginsel de gelegenheid uw bezwaarschrift mondeling toe te lichten. Dit is op het kantoor van de RDW of telefonisch. U ontvangt hiervoor een uitnodiging na ontvangst van uw bezwaarschrift. U mag zich altijd laten vertegenwoordigen door een raadsman of advocaat. Als u iemand die geen advocaat is machtigt om namens u het woord te doen en u komt zelf niet naar de hoorzitting, dan moet u een schriftelijke verklaring meegeven. Hierin geeft u aan dat deze persoon gemachtigd is om u te vertegenwoordigen. Als u zelf ook naar de hoorzitting komt, is dit niet nodig.
Als u bezwaar aantekent tegen een besluit met als sanctie een intrekking voor bepaalde tijd van maximaal 12 weken die wordt opgelegd naar aanleiding van een geconstateerde overtreding dan wordt de inwerkingtreding van het besluit opgeschort totdat het bezwaarschrift is afgehandeld.
Als u bezwaar aantekent tegen een besluit met als sanctie een intrekking voor bepaalde tijd, waarvan een deel voorwaardelijk, dan wordt de sanctie in zijn geheel opgeschort. Dat wil zeggen dat ook de verjaringstermijn die gekoppeld is aan het voorwaardelijke deel van de sanctie wordt opgeschort.
De beslissing op bezwaar treedt in beginsel in werking twee weken nadat de beslissing op het bezwaarschrift is verstuurd.
De RDW behoudt zich het recht voor om geen opschortende werking te verlenen of deze te beëindigen. In dat geval wordt u hierover geïnformeerd.
Als een intrekking voor onbepaalde tijd of een intrekking voor 6 maanden wordt opgelegd, verleent de RDW bij een bezwaarprocedure geen opschortende werking aan de sanctie. Hiervoor kunt u een voorlopige voorziening bij de Rechtbank aanvragen.
Tegen een waarschuwing kan geen bezwaar worden gemaakt. Wanneer deze waarschuwing binnen de verjaringstermijn leidt tot een vervolgsanctie in de vorm van een op rechtsgevolg gericht besluit, dan kunt u uw bezwaren tegen de waarschuwing in de bezwaarprocedure van dat sanctiebesluit kenbaar maken.
Artikel 4.3. Beroep
Als de RDW een beslissing heeft genomen op uw bezwaarschrift, kunt u ongeacht het resultaat daartegen in beroep gaan bij de rechtbank. Onderaan de beslissing op uw bezwaar vindt u de clausule waarin beschreven staat hoe u in beroep kunt gaan.
Als u in beroep gaat, wordt de werking van de beslissing op uw bezwaar niet opgeschort. Hiervoor kunt u een voorlopige voorziening bij de Rechtbank aanvragen.
Bent u het niet eens met het resultaat van een steekproef APK, Tachograaf of Gasinstallaties dan kunt u ter plekke in beroep gaan of een second opinion aanvragen door dit aan te geven bij de steekproefcontroleur. Het beroep of de second opinion kan terstond kenbaar worden gemaakt door de erkenninghouder, de keurmeester, de technicus of een belanghebbende van het betrokken voertuig.
Artikel 4.4. Voorlopige voorziening
Wanneer er geen sprake is van een opschortende werking dan kunt u een voorlopige voorziening bij de rechtbank aanvragen. Bij een voorlopige voorziening geldt als vereiste dat de zaak een spoedeisend karakter heeft. Als u een verzoek om een voorlopige voorziening wilt indienen bij de rechtbank, kunt u hiervoor contact opnemen met de griffier. De contactgegevens van de rechtbank kunt u vinden op www.overheid.nl/ via ‘contactgegevens overheden’ > ‘alle overheidsorganisaties’ > ‘rechtbank’.
Hoofdstuk 5. Basiserkenning
Artikel 5.1. Algemeen
De Basiserkenning is de eerste laag in het erkenningenstelsel. Met deze erkenning wordt getoetst of u en uw bedrijf voldoen aan de basiseisen die worden gesteld voor het hebben en mogen uitvoeren van één of meer specifieke erkenningen in de tweede laag. Pas wanneer uw bedrijf voldoet aan deze algemene eisen en op grond daarvan een Basiserkenning krijgt, kan u erkend worden voor één of meer specifieke erkenningen.
Dit hoofdstuk is van toepassing bij alle erkenningen. U moet dus naast dit hoofdstuk ook het hoofdstuk dat betrekking heeft op uw erkenning lezen.
Artikel 5.2. Deel-Basiserkenning
De Basiserkenning is zowel gebonden aan de rechtspersoon als aan een specifieke vestiging. Als een bedrijf meerdere vestigingen heeft waar bedrijfsactiviteiten plaatsvinden, kunnen deze nevenvestigingen door middel van een apart bedrijfsnummer onder de Basiserkenning wordt gebracht. Dit wordt een deel-Basiserkenning genoemd.
Per vestiging moet een aanvraag worden ingediend bij de RDW.
De vestiging moet als zodanig ingeschreven staan in het handelsregister van de Kamer van Koophandel en voldoen aan de overige erkenningseisen.
Als een ernstige overtreding wordt geconstateerd bij een vestiging, zoals agressie, zal in beginsel de deel-Basiserkenning van de betreffende vestiging worden ingetrokken. Daarmee komen alle specifieke erkenningen van de betreffende vestiging te vervallen. De specifieke erkenningen van de andere vestigingen blijven geldig.
Alleen in geval de Basiserkenning van de rechtspersoon wordt ingetrokken (in gevallen als bedoeld in artikel 4auh, eerste lid van de Wegenverkeerswet 1994), komen de deel-Basiserkenning(en) en daarmee ook de specifieke erkenningen van alle vestigingen te vervallen.
Artikel 5.3. Verklaring omtrent gedrag
Voor het aanvragen en het behoud van de Basiserkenning moet u een Verklaring Omtrent Gedrag (hierna: VOG) overleggen.
In de volgende gevallen moet u (opnieuw) een geldige VOG overleggen:
- a). Bij aanvraag van de Basiserkenning;
- b). Na afgifte van de Basiserkenning elke drie jaar;
- c). Bij toetreding van een nieuw lid tot het bestuur van een rechtspersoon;
- d). Wanneer daar aanleiding toe bestaat als gevolg van een melding van een overheidsinstantie, een rechterlijke uitspraak of berichtgeving in de media die van invloed kan zijn op de verleende Basiserkenning en/of specifieke erkenning.
De aangeleverde VOG moet origineel zijn en mag niet ouder zijn dan twee maanden na de datum waarop deze door Dienst Justis is afgegeven.
Wanneer u als erkenninghouder of een bestuurder van een rechtspersoon niet in Nederland woonachtig of gevestigd bent, moet naast de VOG van de rechtspersoon, een verklaring voor die betreffende bestuurder(s) te worden overgelegd die wordt gelijkgesteld met de VOG zoals deze in Nederland wordt afgegeven. Het moet daarbij gaan om een verklaring die is afgegeven door een daartoe bevoegde instantie in een andere lidstaat van de Europese Unie of, als het land geen lidstaat van de Europese Unie betreft, die partij is bij een daartoe strekkend of mede daartoe strekkend verdrag dat Nederland bindt, op basis van onderzoekingen of documenten die een beschermingsniveau bieden dat ten minste gelijkwaardig is aan het beschermingsniveau dat met de nationale onderzoekingen of documenten wordt geboden.
De verklaring moet in het Nederlands zijn geschreven of een goede vertaling in het Engels bevatten.
Wanneer een in Nederland woonachtige bestuurder toetreedt tot de rechtspersoon wordt een nieuwe VOG van de gehele rechtspersoon opgevraagd. In dat geval kan niet worden volstaan met een VOG Natuurlijke Personen van de toetredende bestuurder(s). U moet dit zelf onmiddellijk nadat de bestuurder is toegetreden melden aan de RDW.
Indien één of meerdere niet in Nederland woonachtige bestuurders toetreden tot de rechtspersoon, dient voor die (niet in Nederland woonachtige) bestuurder een verklaring als bedoeld in het vierde lid te worden overgelegd. Er hoeft in dat geval geen nieuwe VOG voor de gehele rechtspersoon te worden overgelegd, daar deze nieuwe, niet in Nederland woonachtige bestuurder niet kan worden gescreend bij de afgifte van een VOG). U moet dit zelf onmiddellijk nadat de bestuurder is toegetreden melden aan de RDW.
Artikel 5.4. Bibob
Zie hiervoor de Beleidsregel toepassing Wet bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur(Bibob) door de Dienst Wegverkeer.
Artikel 5.5. Bestuurlijke boete, last onder dwangsom, last onder bestuursdwang
Zie hiervoor de Beleidsregel van De Dienst Wegverkeer over bestuurlijke boetes, last onder dwangsom en last onder bestuursdwang in het kader van de Wegenverkeerswet.
Hoofdstuk 6. Erkenninghouder APK
Artikel 6.1. Algemeen
Met deze erkenning levert u een bijdrage aan de kwaliteit van het Nederlandse wagenpark. Deze erkenning brengt dus een grote verantwoordelijkheid met zich mee. Daarom houdt de RDW toezicht op uw erkenning APK.
De erkenningen APK 1 (motorrijtuigen of aanhangwagens met een toegestane maximummassa van meer dan 3.500 kg.), APK 2 (motorrijtuigen met een toegestane maximummassa van minder dan 3.500 kg.) en APK 3 (landbouwvoertuigen) mogen alleen worden uitgevoerd op de keuringsplaats.
U bent verantwoordelijk voor de keuringen en andere handelingen die de keurmeester uitvoert. De keurmeester werkt onder uw leiding en namens uw bedrijf. Ook als de keurmeester een fout maakt, kunt u daarvoor verantwoordelijk worden gehouden. Dit kan gevolgen hebben voor uw erkenning APK.
Artikel 6.2. Eisen en voorwaarden
Voor de aanvraag en het behouden van de erkenning APK moet u blijvend beschikken over:
- a). een actuele inschrijving in het handelsregister van de Kamer van Koophandel waaruit blijkt dat u exploitant bent van een onderneming die bedrijfsmatig voertuigen inspecteert, keurt of onderhoudt.
- b). een keuringsruimte die aan de eisen voldoet waarin een door de RDW erkend keurmeester voertuigen voor APK mag keuren.
- c). de juiste en in deugdelijke staat verkerende apparatuur, meetmiddelen en gereedschappen zoals vermeld in de wettelijke regelingen en Toelichting inrichting keuringsruimte, werkplaats en apparatuur.
Artikel 6.3. Voorschriften
U richt uw bedrijfsvoering dusdanig in dat aan alle verplichtingen wordt voldaan.
Onverminderd artikel 2.1 lid 10 van deze beleidsregel moet u als erkenninghouder beschikken over een verwarming in de keuringsruimte die voldoet aan de arbo-eisen, goed verwarmd, behoorlijk af te sluiten en goed verlicht is. Voor een keuringsruimte of werkplaats is voor een juiste werking van (meet)apparatuur minimaal 10 graden Celsius vereist. De verwarming moet een dusdanige capaciteit hebben dat de ruimte ook met geopende deuren voldoende verwarmd is en blijft. Nadere eisen en uitleg wat de RDW verstaat onder deugdelijkheid met betrekking tot deze voorzieningen vindt u de Toelichting inrichting keuringsruimte, werkplaats en apparatuur.
De volledige keuring wordt door de keurmeester uitgevoerd. Dit houdt in dat u vooraf de voertuiggegevens heeft geraadpleegd, het voertuig daadwerkelijk volledig heeft gekeurd en onmiddellijk na de keuring het afmeldproces is uitgevoerd. Het niet of niet volledig uitvoeren van deze stappen wordt gezien als een onvolledige keuring.
U draagt er als erkenninghouder zorg voor dat het gebruik van het voorgeschreven authenticatiemiddel van een keurmeester persoonsgebonden is en blijft.
Zowel de keurmeester als het voertuig zijn gedurende het gehele keuringsproces in de keuringsruimte aanwezig.
Als een voertuig de keuringsruimte verlaat voordat de steekproef kan worden uitgevoerd, dan:
- a). geeft u geen keuringsrapport af,
- b). wijst u de klant er op dat de goedkeuring vervalt, en
- c). meldt het verlaten van het voertuig direct telefonisch bij het ACN kantoor te Zwolle van de RDW (tel.nr. 088 008 74 77) en niet pas bij aankomst van de steekproefcontroleur.
Het nakomen van de verplichtingen maakt de overtreding niet ongedaan.
U beschikt digitaal of op papier over de Nederlandstalige handleidingen en certificaten van de vereiste meetmiddelen.
Artikel 6.4. Toezicht
Het toezicht vindt plaats door middel van steekproeven en bedrijfsbezoeken.
De frequentie van het toezicht is met name afhankelijk van het aantal door u uitgevoerde APK-keuringen en de resultaten van de herkeuringen (steekproeven). Dit wordt bijgehouden in het cusumsysteem.
Het cusumsysteem Erkenninghouder APK 2017 wordt toegepast bij herkeuringen ten behoeve van het meten van de kwaliteit bij het toepassen van de keuringseisen. Hiervoor wordt een stroomschema gebruikt dat afwijkt van het stroomschema in hoofdstuk 3. Het stroomschema dat voor u geldt, staat onderaan dit .
Vanaf het moment dat een steekproef wordt aangekondigd totdat de steekproef is beëindigd zijn het voertuig, de keurmeester en het keuringsrapport blijvend aanwezig in de keuringsruimte. Als er in afwachting van de steekproef geen ruimte is om het voertuig in de keuringsruimte beschikbaar te houden dan is het toegestaan dat het voertuig geplaatst wordt in de onmiddellijke nabijheid van de keuringsruimte. Hierbij is in ieder geval niet toegestaan dat het voertuig zich buiten de keuringsplaats bevindt.
U stelt de keuringsruimte en deugdelijk functionerende apparatuur ter beschikking aan de steekproefcontroleur.
De keurmeester verleent direct assistentie aan de steekproefcontroleur.
U stelt de steekproefcontroleur in staat om binnen 15 minuten na aankomst met de uitvoering van het technische gedeelte van de steekproef te beginnen.
Tussen het afmelden van het voertuig en de komst van de steekproefcontroleur (de zogeheten quarantainetijd) worden geen handelingen zoals sleutelen, het aanbrengen van wijzigingen of metingen meer aan het voertuig verricht.
Gedurende de steekproef worden geen wijzigingen in of aan het voertuig aangebracht zonder toestemming van de steekproefcontroleur of tijdens een herkeuring in beroep zonder toestemming van de Toezichthouder Bedrijven van de RDW.
Artikel 6.5. Voorbeelden van categorie I overtredingen
Het goedkeuringsdocument van een Taxi / OV-auto of het kentekenbewijs van een voertuig met een AA-, BN-, GN-, CD-, CDJ- of ZZ-kenteken ontbreekt.
U heeft het voertuig niet juist geïdentificeerd. Het gevolg is dat het ingeslagen VIN in het gekeurde voertuig niet overeenkomt met het VIN in het kentekenregister waardoor het verkeerde kenteken is gemeld.
Het steekproefcontrolerapport is niet door de keurmeester ondertekend.
Artikel 6.6. Voorbeelden van categorie II overtredingen
U heeft een voertuig gekeurd maar niet afgemeld bij de RDW.
Artikel 6.7. Voorbeelden van categorie III overtredingen
U heeft een voertuig gekeurd en afgemeld terwijl u niet beschikte over de vereiste ruimte, erkenning en/of (meet-)apparatuur om de keuring uit te voeren.
U heeft een voertuig gekeurd en afgemeld terwijl de minimaal vereiste hefhoogte van de hefinrichting niet is bereikt.
U heeft een keuring van een voertuig niet volledig uitgevoerd.
U heeft aan een voertuig gesleuteld, metingen verricht of wijzigingen aangebracht in quarantainetijd of dit door een ander laten doen.
U heeft geen of onvoldoende medewerking verleend, zoals:
- a). Het voertuig was niet aanwezig;
- b). De keurmeester was niet aanwezig;
- c). U heeft de vereiste apparatuur niet ter beschikking gesteld;
- d). Tijdens de steekproef zonder toestemming van de RDW-medewerker wijzigingen aanbrengen of aan laten brengen aan het voertuig.
Er is onbevoegd gebruik gemaakt van het authenticatiemiddel van de keurmeester.
U heeft gebruik gemaakt van niet-gecertificeerde apparatuur.
Een onbevoegde heeft een keuringsrapport ondertekend.
Stroomschema
Hoofdstuk 7. Erkenning tachografen
Artikel 7.1. Algemeen
Met deze erkenning kunt u werkzaamheden verrichten voor het installeren, controleren, inspecteren of repareren van tachografen in voertuigen. Door uw handelen kan het registeren van de arbeidstijden van uw klanten worden beïnvloed. Deze erkenning brengt dus een grote verantwoordelijkheid met zich mee. Daarom houdt de RDW toezicht op uw erkenning Tachografen.
De erkenning tachografen wordt uitgevoerd vanuit een vaste werkplaats.
Heeft u een erkenning Tachografen voor meerdere werkplaatsen? Dan wordt de kwaliteit in beginsel per werkplaats beoordeeld. Als er een overtreding is geconstateerd dan krijgt die werkplaats een sanctie.
U bent verantwoordelijk voor de handelingen die de tachograaftechnicus uitvoert. De tachograaftechnicus werkt onder uw leiding en namens uw bedrijf. Ook als de tachograaftechnicus een fout maakt, kunt u daarvoor verantwoordelijk worden gehouden. Dit kan gevolgen hebben voor uw erkenning Tachografen.
Artikel 7.2. Eisen en voorwaarden
Voor het aanvragen en behouden van de erkenning Tachografen moet u blijvend beschikken over:
- a). Een actuele inschrijving in het handelsregister van de Kamer van Koophandel waaruit blijkt dat u exploitant bent van een onderneming waar u voertuigen onderhoudt en repareert;
- b). een werkplaats die voldoet aan de arbo-eisen, goed verwarmd, behoorlijk af te sluiten en goed verlicht is;
- c). de juiste en in deugdelijke staat verkerende apparatuur, meetmiddelen en gereedschappen zoals vermeld in de wettelijke regelingen en Toelichting inrichting keuringsruimte, werkplaats en apparatuur.
Artikel 7.3. Voorschriften
De werkzaamheden worden uitgevoerd door een bevoegde tachograaftechnicus. Deze tachograaftechnicus beschikt over een geldige bevoegdheidspas en bij werkzaamheden aan een digitale tachograaf over een geldige werkplaatskaart.
U maakt actief gebruik van de erkenning Tachografen. Dit houdt onder andere in dat u structureel werkzaamheden tachograaf meldt in het RDW-register.
U moet alle werkplaatskaarten van de afgelopen drie jaar kunnen tonen en deze liggen bij geen gebruik in de afsluitbare voorziening.
De werkzaamheden worden uitgevoerd in de door u opgegeven werkplaats.
U zorgt ervoor dat in de werkplaats geschikte verwarming aanwezig is. U mag alleen gebruik maken van een gesloten verwarmingssysteem. Dat betekent dat de invoer van lucht van op een deugdelijke manier van buiten aangevoerd wordt en de uitlaatgassen op een deugdelijke manier naar buiten worden afgevoerd. Open vuur is niet toegestaan. De verwarming van de werkplaats moet geschikt zijn voor gebruik in een werkplaats en op een veilige manier geïnstalleerd zijn. Dit houdt onder andere in dat de verwarmingsapparaten waarin een brander of gloeispiraal is gemonteerd, deze brander of gloeispiraal niet direct van buitenaf te benaderen mag zijn
Voorafgaand aan de werkzaamheden aan een bepaald voertuig stelt u aan de hand van de website van de RDW (Webdirect) vast of het VIN overeenkomt met het kenteken van het voertuig en raadpleegt u de datum eerste toelating van het voertuig.
Gaat het om een niet Nederlands gekentekend voertuig dan raadpleegt u in afwijking van het zesde lid het originele buitenlandse kentekenbewijs om vast te stellen of het VIN overeenkomt met het voertuig en de datum eerste toelating te bepalen. Een melding van een niet Nederlands gekentekend voertuig gebeurt uitsluitend door gebruikmaking van het volledige identificatienummer van het voertuig.
Gaat het om een niet gekentekend voertuig dan stelt u vast of het VIN van het voertuig overeenkomt met het originele Certificaat van overeenstemming (CVO).
Is de datum eerste toelating van het voertuig niet vast te stellen dan moet de laatste generatie en versie tachograaf voorzien van de juiste verplichte software aanwezig zijn.
De tachograaftechnicus voert een manipulatiecontrole uit met gebruik van de vereiste documenten, apparatuur en gereedschappen. Stelt u vast dat sprake is van manipulatie of aanwezigheid van manipulatieapparatuur dan meldt u dit voorafgaand aan de goedkeurmelding aan de RDW door middel van het manipulatiemeldingsformulier op de door de RDW voorgeschreven wijze.
Heeft u vastgesteld dat er sprake is van manipulatie of de aanwezigheid van manipulatieapparatuur dan onderzoekt, herstelt en kalibreert de tachograaftechnicus de installatie.
Na goedkeuring van de installatie verzegelt de tachograaftechnicus de tachograaf en sluit hij de werkzaamheden af met een proefrit om te controleren of de tachograaf goed functioneert. Daarna volgt een goedkeurmelding in RDW-register.
Als u een digitale tachograaf buiten bedrijf stelt of als de tachograaf in een ander voertuig wordt geïnstalleerd, stelt u de gegevens direct veilig.
Als het niet mogelijk is om bij vervanging van de tachograaf de gegevens veilig te stellen dan meldt u of de tachograaftechnicus dit direct aan de RDW op de vastgestelde wijze. U doet dit voorafgaand aan de melding van goedkeuring in het register van de RDW.
U stelt vast dat de tachograaf goed is afgesteld en verzegeld en voert een zorgvuldige eindcontrole uit.
U of de tachograaftechnicus meldt het voertuig alleen af op de door de RDW opgegeven tijdstippen op de door de RDW vastgestelde wijze.
U controleert of het nieuwe installatieplaatje voldoet aan de gestelde eisen en deze brengt u direct na de melding van goedkeuring op het voertuig aan, maar niet voordat door de RDW is meegedeeld dat:
- a). de melding niet leidt tot een steekproefsgewijze controle; of
- b). de melding leidt tot een steekproefsgewijze controle, maar dat deze steekproef niet binnen 90 minuten na de melding wordt begonnen; of
- c). de melding leidt tot een steekproefsgewijze controle en deze controle heeft geleid tot goedkeuring van de desbetreffende werkzaamheden.
Artikel 7.4. Toezicht
Het toezicht vindt plaats door middel van steekproeven en bedrijfsbezoeken.
De frequentie van het toezicht is met name afhankelijk van het aantal door u uitgevoerde werkzaamheden en de resultaten van de steekproefsgewijze controle (steekproeven). Dit wordt bijgehouden in het cusumsysteem.
Voor de erkenning Tachografen wordt een stroomschema gebruikt dat afwijkt van het schema in hoofdstuk 3. Het stroomschema dat voor u geldt, staat onderaan dit hoofdstuk.
Het Cusumsysteem erkenninghouder tachografen 2022 wordt toegepast bij controles ten behoeve van het meten van de kwaliteit van de werkzaamheden aan tachografen. Hiervoor wordt een stroomschema gebruikt dat afwijkt van het stroomschema in hoofdstuk 3. Het stroomschema dat voor u geldt, staat onderaan dit hoofdstuk.
Bij een wijziging van de erkenning wordt naast een schouwing een controle uitgevoerd. Hierbij worden onder andere de gegevens van de werkplaatskaarten van de voorgaande drie jaar uitgelezen en beoordeeld.
Bij een wijziging van de erkenning moet een nieuwe werkplaatskaart met de nieuwe gegevens van de erkenning aangeschaft worden. Hiervoor geldt een overgangstermijn van vier weken.
De nieuwe werkplaatskaart mag u pas gebruiken als de software van de fabrikant of importeur van de tachograaf overeenkomt met de gegevens van de RDW.
U draagt er zorg voor dat vanaf het moment dat een steekproef wordt aangekondigd totdat de steekproef is beëindigd, het voertuig en de tachograaftechnicus die de werkzaamheden heeft uitgevoerd, blijvend aanwezig in de werkplaats zijn. Als er in afwachting van de steekproef geen ruimte is om het voertuig in de werkplaats beschikbaar te houden dan is het toegestaan dat het voertuig geplaatst wordt in de onmiddellijke nabijheid van de werkplaats.
Als ondanks alle genomen maatregelen een voertuig toch de werkplaats verlaat, voordat de steekproef kon worden uitgevoerd, dan meldt u dit direct telefonisch bij het ACN kantoor te Zwolle van de RDW (tel.nr. 088 008 74 77) en niet pas bij aankomst van de steekproefcontroleur. Het nakomen van de verplichtingen maakt de overtreding niet ongedaan.
U stelt de steekproefcontroleur in staat om binnen 15 minuten na aankomst met de uitvoering van het technische gedeelte van de steekproef te beginnen. Deze tijd is uitdrukkelijk niet bedoeld om de tachograaftechnicus van elders, buiten de werkplaats, te (laten) komen.
U stelt de werkplaats en deugdelijk functionerende apparatuur ter beschikking aan de steekproefcontroleur.
De tachograaftechnicus die de werkzaamheden heeft verricht, verleent direct assistentie aan de steekproefcontroleur en stelt onder meer zijn onmiddellijk werkplaatskaart ter beschikking.
Tussen het afmelden van het voertuig en de komst van de steekproefcontroleur (de zogeheten quarantainetijd) worden geen handelingen zoals sleutelen, het aanbrengen van wijzigingen of metingen meer aan het voertuig verricht.
Gedurende de steekproef worden geen wijzigingen in of aan het voertuig aangebracht zonder toestemming van de steekproefcontroleur of tijdens een second opinion zonder toestemming van de toezichthouder van de RDW.
U stelt alle overige gevraagde informatie ter beschikking aan de Steekproefcontroleur en de Toezichthouder Bedrijven.
Als tijdens de steekproef blijkt dat de vereiste apparatuur kapot is of niet aanwezig is dan wordt uw erkenning per direct geheel of gedeeltelijk geschorst. Deze schorsing wordt beëindigd zodra u zelf kunt aantonen dat de vereiste apparatuur aanwezig of weer hersteld is en voldoet aan de gestelde eisen.
Artikel 7.5. Voorbeelden van categorie I overtredingen
U heeft wijzigingen die van belang zijn voor de erkenning niet vooraf doorgegeven.
U kunt het certificaat van undownloadability (CoU) niet tonen.
U heeft het beheer van de werkplaatskaarten niet op orde.
U heeft niet gecontroleerd of het ingeslagen VIN van het gekeurde voertuig overeenkomt met het VIN in het kentekenregister buitenlands kentekenbewijs of originele CVO.
Artikel 7.6. Voorbeelden van categorie II overtredingen
U kunt de registerkaart en / of de installatieplaat niet tonen.
De registergegevens op de registerkaart zijn onvolledig, onjuist of ontbreken.
niet aanwezig zijn van de testregistratiebladen of dataprints bij de registerkaart.
U kunt het zegelverbrekingsformulier (niet conform Verordening EU nr. 165/2014) niet tonen.
U kunt de back-up van de registergegevens niet tonen.
Artikel 7.7. Voorbeelden van categorie III overtredingen
Er zijn door u of onder uw verantwoordelijkheid werkzaamheden of metingen verricht aan het voertuig dat in de steekproef is gevallen binnen de quarantainetijd.
U heeft geen of onvoldoende medewerking verleend tijdens een steekproef. Hieronder wordt in ieder geval verstaan dat:
- a). het voertuig niet aanwezig is;
- b). de tachograaftechnicus niet aanwezig is bij de steekproefcontrole;
- c). de vereiste apparatuur niet ter beschikking is gesteld;
- d). tijdens de steekproef zonder toestemming van de RDW-medewerker wijzigingen aanbrengen of aan laten brengen aan het voertuig.
U heeft het voertuig en/of de werkzaamheden niet gemeld aan de RDW.
U kunt de (oude) werkplaatskaart niet tonen. Deze is niet aanwezig of dusdanig beschadigd waardoor deze niet te analyseren is.
Onder uw verantwoordelijkheid zijn werkzaamheden uitgevoerd door een onbevoegde persoon.
Door u of onder uw verantwoordelijkheid is er onbevoegd gebruikt gemaakt van de werkplaatskaart, bevoegdheidspas en/of het authenticatiemiddel.
U of de tachograaftechnicus heeft de voorgeschreven apparatuur niet gebruikt.
U kunt geen download van het massageheugen of van het Certificate van undownloadability (CoU) overleggen.
U heeft de werkzaamheden niet volledig uitgevoerd.
Er is aantoonbaar vastgestelde manipulatie aanwezig en u heeft dit niet (op de juiste wijze) gemeld aan de RDW.
U heeft een onjuist kenmerkteken van de werkplaats gebruikt.
U heeft de controle op de fabrieksverzegelingen niet, niet volledig of onjuist gedaan. De fabrieksverzegelingen zijn onjuist, ontbreken of zijn ernstig beschadigd.
Artikel 7.8. Voorbeelden van categorie IV overtredingen
U heeft de tachograaf aantoonbaar met banden en/of wielen gekalibreerd die niet tot dat voertuig behoren.
U heeft opzettelijk parameters aangepast die afwijken van de kalibratiegegevens.
Stroomschema
Stroomschema
Hoofdstuk 8. Erkenning gasinstallaties
Artikel 8.1. Algemeen
Met deze erkenning mag u LPG-gastinstallaties keuren in voertuigen die in Nederland zijn geregistreerd. Uw handelen is direct van invloed op de veiligheid van de gasinstallaties. Deze erkenning brengt dus een grote verantwoordelijkheid met zich mee. Daarom houdt de RDW toezicht op uw erkenning Gasinstallaties.
Heeft u een erkenning Gasinstallaties voor meerdere keuringsplaatsen? Dan wordt de kwaliteit per keuringsplaats beoordeeld. Als er een overtreding is geconstateerd dan krijgt in beginsel die keuringsplaats een sanctie.
U bent verantwoordelijk voor de keuringen en andere handelingen die de LPG-technicus uitvoert. De LPG-technicus werkt onder uw leiding en namens uw bedrijf. Ook als de LPG-technicus een fout maakt, kunt u daarvoor verantwoordelijk worden gehouden. Dit kan gevolgen hebben voor uw erkenning Gasinstallaties.
Artikel 8.2. Eisen en voorwaarden
Voor het aanvragen en behouden van de erkenning Gasinstallatie moet u blijvend beschikken over:
- a). een geldige bevoegdheid als technicus gasinstallaties. U beschikt hier zelf over of iemand van uw personeel;
- b). een actuele inschrijving in het handelsregister van de Kamer van Koophandel waaruit blijkt dat u voertuigen inspecteert, keurt of onderhoudt;
- c). een keuringsruimte die voldoet aan de arbo-eisen, goed verwarmd, behoorlijk af te sluiten en goed verlicht is;
- d). de juiste en in deugdelijke staat verkerende apparatuur, meetmiddelen en gereedschappen zoals vermeld in de wettelijke regelingen en Toelichting inrichting keuringsruimte, werkplaats en apparatuur.
Artikel 8.3. Voorschriften
De werkzaamheden worden uitgevoerd door een bevoegde LPG-technicus. De LPG-technicus beschikt over een bevoegdheidspas en authenticatiemiddel. U bent er mede voor verantwoordelijk dat het gebruik van de bevoegdheidspas en authenticatiemiddel die aan de LPG-technicus is verstrekt, alleen door deze persoon gebruikt wordt. Voor misbruik hiervan, kan u mede aansprakelijk worden gesteld.
De keuring wordt uitgevoerd in de door u opgegeven keuringsruimte.
U zorgt ervoor dat in de keuringsruimte geschikte verwarming aanwezig is. U mag alleen gebruik maken van een gesloten verwarmingssysteem. Dat betekent dat de invoer van lucht van op een deugdelijke manier van buiten aangevoerd wordt en de uitlaatgassen op een deugdelijke manier naar buiten worden afgevoerd. Open vuur is niet toegestaan. De verwarming van de keuringsruimte moet geschikt zijn voor gebruik in een werkplaats en op een veilige manier geïnstalleerd zijn. Dit houdt onder andere in dat de verwarmingsapparaten waarin een brander of gloeispiraal is gemonteerd, deze brander of gloeispiraal niet direct van buitenaf te benaderen mag zijn.
Voorafgaand aan het technische deel van de keuring van het voertuig controleert u of de LPG-technicus of het voertuig overeenstemt met de voertuiggegevens (kenteken, VIN, en datum eerste toelating) in het kentekenregister.
Voorafgaand aan de keuring controleert u of de LPG-technicus of de betreffende gasinstallatie voor het specifieke merk en type voertuig is toegestaan.
U of uw LPG-technicus keurt de installatie met behulp van de voorgeschreven apparatuur.
Direct nadat de keuring is voltooid, meldt de LPG-technicus die de keuring heeft uitgevoerd, de goedkeuring op de door de RDW voorgeschreven wijze.
De LPG-technicus controleert dat de juiste gegevens op de opnamekaart staan en ondertekent deze.
Artikel 8.4. Toezicht
De frequentie van het toezicht is met name afhankelijk van het aantal door u uitgevoerde keuringen van LPG-gasinstallaties en de resultaten van de herkeuringen (steekproeven). Dit wordt bijgehouden in het cusumsysteem.
Het cusumsysteem Erkenninghouder Gasinstallaties 2017 wordt toegepast bij herkeuringen ten behoeve van het meten van de kwaliteit bij het toepassen van de keuringseisen. Hiervoor wordt een stroomschema gebruikt dat afwijkt van het stroomschema in hoofdstuk 3. Het stroomschema dat voor u geldt, staat onderaan dit hoofdstuk.
U draagt er zorg voor dat vanaf het moment dat een steekproef wordt aangekondigd totdat de steekproef is beëindigd, het voertuig en de LPG-technicus die de werkzaamheden heeft uitgevoerd, blijvend aanwezig in de keuringsruimte zijn. Als er in afwachting van de steekproef geen ruimte is om het voertuig in de keuringsruimte beschikbaar te houden dan is het toegestaan dat het voertuig geplaatst wordt in de onmiddellijke nabijheid van de keuringsruimte. Hierbij is in ieder geval niet toegestaan dat het voertuig zich buiten de keuringsplaats bevindt.
Als ondanks alle genomen maatregelen een voertuig toch de keuringsruimte verlaat, voordat de steekproef kon worden uitgevoerd, dan meldt u dit direct telefonisch bij het ACN kantoor te Zwolle (tel.nr. 088 008 74 77) van de RDW en niet pas bij aankomst van de steekproefcontroleur. U geeft geen opnamekaart gasinstallatie af en wijst de klant erop dat de goedkeuring vervalt. Het nakomen van deze verplichtingen maakt de overtreding niet ongedaan.
U stelt de steekproefcontroleur in staat om binnen 15 minuten na aankomst met de uitvoering van het technische gedeelte van de steekproef te beginnen. Deze tijd is uitdrukkelijk niet bedoeld om de LPG-technicus van elders, buiten de keuringsruimte, te (laten) komen.
U stelt de keuringsruimte en deugdelijk functionerende apparatuur ter beschikking aan de steekproefcontroleur.
De LPG-technicus die de werkzaamheden heeft verricht, verleent direct assistentie aan de steekproefcontroleur.
Tussen het afmelden van het voertuig en de komst van de steekproefcontroleur (de zogeheten quarantainetijd) worden geen handelingen zoals sleutelen, het aanbrengen van wijzigingen of metingen meer aan het voertuig verricht.
Gedurende de steekproef worden geen wijzigingen in of aan het voertuig aangebracht zonder toestemming van de steekproefcontroleur of tijdens een herkeuring in beroep zonder toestemming van de Toezichthouder Bedrijven van de RDW. Overtreding van deze regel wordt aangemerkt als een overtreding van categorie III.
Als tijdens de steekproef blijkt dat de vereiste apparatuur kapot is of niet aanwezig is dan wordt uw erkenning per direct geschorst. Deze schorsing wordt beëindigd zodra u zelf kunt aantonen dat de vereiste apparatuur aanwezig of weer hersteld is en voldoet aan de gestelde eisen.
Artikel 8.5. Voorbeelden van categorie I overtredingen
U heeft wijzigingen die van belang zijn voor de erkenning niet vooraf doorgegeven.
U of de LPG-technicus heeft het voorgeschreven apparatuur niet gebruikt.
Artikel 8.6. Voorbeelden van categorie II overtredingen
Er zijn geen voorbeelden van categorie II overtredingen.
Artikel 8.7. Voorbeelden van categorie III overtredingen
U heeft aan een voertuig gesleuteld, metingen verricht of wijzigingen aangebracht in quarantainetijd of dit door een ander laten doen.
U heeft tijdens de steekproefcontrole, inclusief de eventuele second opinion, zonder toestemming van de steekproefcontroleur wijzigingen aangebracht aan het voertuig.
U heeft geen of onvoldoende medewerking verleend tijdens een steekproef. Hieronder wordt in ieder geval verstaan dat:
- a). het voertuig niet aanwezig is;
- b). de LPG-technicus niet aanwezig is bij de steekproefcontrole;
- c). de vereiste apparatuur niet ter beschikking is gesteld;
- d). onbevoegd gebruik van het authenticatiemiddel.
U heeft gebruik gemaakt of onder uw verantwoording is gebruik gemaakt van niet-gecertificeerde apparatuur.
De opnamekaart gasinstallatie is niet ondertekend door LPG-technicus.
U heeft de keuring is niet of niet volledig uitgevoerd of laten uitvoeren.
U heeft of onder uw verantwoording is een gasinstallatie in een voertuig gekeurd en afgemeld terwijl de minimaal vereiste hefhoogte van de hefinrichting niet wordt bereikt.
Stroomschema
Hoofdstuk 9. Erkenning boordcomputer taxi
Artikel 9.1. Algemeen
Met deze erkenning mag u boordcomputers voor taxivoertuigen die in Nederland zijn geregistreerd inbouwen, onderzoeken en activeren. Deze erkenning kan u in uw dienstverlening naar de klant grote voordelen opleveren. U kunt zo een volledig pakket aan diensten verlenen. De erkenning brengt een grote verantwoordelijkheid met zich mee. Door uw handelen, kan het toezicht op de arbeidstijden van uw klanten worden beïnvloed. Daarom houdt de RDW toezicht op uw erkenning Boordcomputer Taxi.
De erkenning boordcomputer taxi wordt uitgevoerd in een vaste werkplaats (niet-mobiel). Heeft u een erkenning Boordcomputer Taxi voor meerdere werkplaatsen? Dan wordt in beginsel de kwaliteit per werkplaats beoordeeld. Als er een overtreding is geconstateerd dan krijgt die werkplaats een sanctie.
Uitbreiding of wijziging van een erkenning is niet mogelijk indien een overtreding is geconstateerd waarvoor een sanctie wordt opgelegd. Dit geldt eveneens als de sanctie is opgelegd en ten tijde van de effectuering van de sanctie.
Artikel 9.2. Eisen en voorwaarden
Voor het aanvragen en behouden van de erkenning Boordcomputer Taxi moet u blijvend beschikken over:
- a). een actuele inschrijving in het handelsregister van de Kamer van Koophandel waaruit blijkt dat u bedrijfsmatig voertuigen inspecteert, keurt of onderhoudt;
- b). een werkplaats met een administratieve ruimte;
- c). een werkplaats is verwarmd, overdekt, goed verlicht en goed af te sluiten. Een voertuig in de werkplaats moet van alle kanten goed bereikbaar zijn;
- d). de juiste en in deugdelijke staat verkerende apparatuur, meetmiddelen en gereedschappen zoals vermeld in de wettelijke regelingen en Toelichting inrichting keuringsruimte, werkplaats en apparatuur.
Artikel 9.3. Voorschriften
Voorafgaand aan de werkzaamheden controleert u of het voertuigidentificatienummer en kenteken van de auto overeenstemmen met de gegevens uit het kentekenregister van de RDW.
U controleert of de inbouw van de boordcomputer deugdelijk is uitgevoerd.
U controleert de omstandigheden van de auto waarin de boordcomputer wordt geactiveerd zoals de onbelaste rijklare toestand (het voldoen aan de APK eisen van de banden), de bandenmaat en -spanning.
U voert handelingen uit ten behoeve van de activering en de-activering van de boordcomputer.
Na afronding van de werkzaamheden aan de boordcomputer taxi legt u de relevante gegevens vast op de registerkaart en geeft u de tellerstand aan de RDW door op de door de RDW vastgestelde wijze.
U bewaart de gegevens op de registerkaart ten minste twee jaar vanaf datum van registratie.
Na de-activering van een boordcomputer taxi bewaart u de gegevens 6 maanden na overdracht van de gegevens op de externe gegevensdrager.
U stelt de gegevens uit het geheugen van een defecte en te vervangen boordcomputer taxi veilig. Wanneer dit niet mogelijk is, geeft u een ‘certificaat van onmogelijkheid van gegevensoverdracht’ (COU) af. Hiervoor vraagt u een certificaatnummer aan bij de RDW.
U houdt een administratie bij van de door u uitgegeven ‘certificaten van onmogelijkheid van gegevensoverdracht’.
De veiliggestelde data en de afgegeven certificaten als bedoelt in lid 9 bewaart u minimaal twee jaar. De data bewaart u twee jaar vanaf de registratie. De afgegeven certificaten bewaart u twee jaar vanaf de datum van afgifte.
Artikel 9.4. Toezicht
De RDW houdt toezicht op de erkenninghouder boordcomputer taxi naar aanleiding van meldingen of klachten. De frequentie van het toezicht wordt bepaald door de meldingen.
Artikel 9.5. Voorbeelden van categorie I overtredingen
Het niet of niet volledig vastleggen van de gegevens in het register.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)