Toezichtbeleid Erkenninghouders, Keurmeesters en Technici RDW
U heeft de erkenning Demontage op een niet (deel-)erkende vestiging van uw bedrijf gebruikt.
Artikel 16.7. Voorbeelden van categorie II overtredingen
Uw administratie is niet aanwezig of is onoverzichtelijk waardoor controle niet mogelijk is of onnodig veel tijd in beslag neemt.
U heeft niet binnen 5 werkdagen na de melding voor demontage of eerder bij aankomst op het terrein van het erkende bedrijf de bij het voertuig behorende aanwezige kentekenplaten vernietigt.
U heeft niet onmiddellijk een vrijwaringsbewijs afgegeven aan de vorige eigenaar/houder terwijl voertuig voor demontage is aangemeld.
U heeft niet onmiddellijk de registratie beëindigd van het voertuig dat voor demontage is aangeboden waardoor de vorige eigenaar/houder onterecht aansprakelijk is gebleven voor de voertuigverplichtingen.
U heeft niet (delen van) het papieren kentekenbewijs of de kentekencard ontwaard, terwijl deze ook niet was/waren opgeborgen in de afgesloten afsluitbare voorziening.
Artikel 16.8. Voorbeelden van categorie III overtredingen
Het aanmelden van een voertuig voor demontage terwijl het niet de bedoeling is om het voertuig te demonteren.
U heeft een voertuig dat voor demontage werd aangeboden niet aangenomen en gevrijwaard, terwijl u niet heeft aangetoond dat de capaciteit in uw bedrijf redelijkerwijs niet voldoende is.
Hoofdstuk 17. Erkenning inschrijven zonder onderzoek
Artikel 17.1. Algemeen
Met deze erkenning kunt u snel inschrijvingen aanvragen voor nieuwe en ongebruikte voertuigen die u bedrijfsmatig invoert of zelf fabriceert zonder dat er afzonderlijk onderzoek aan het voertuig hoeft plaats te vinden. Naast grote voordelen brengt deze bevoegdheid dus een grote verantwoordelijkheid met zich mee. Daarom houdt de RDW toezicht op deze erkenning.
Artikel 17.2. Eisen en voorwaarden
Voor de aanvraag en het behouden van de erkenning Inschrijven zonder onderzoek moet u blijvend beschikken over:
- a). een actuele inschrijving in het handelsregister van de Kamer van Koophandel waaruit blijkt dat uw bedrijf in Nederland is gevestigd en u bedrijfsmatig aanvragen voor de inschrijving van voertuigen indient;
- b). een afschrift van de aan u afgegeven geldige vergunning als bedoeld in artikel 8 ‘Wet op de Belasting personenauto’s en motorrijwielen 1992’. Dit is echter alleen nodig als u de inschrijving wil aanvragen van BPM-plichtige voertuigen;
- c). een afschrift van uw overeenkomst met Stichting Auto Recycling Nederland (ARN). Deze overeenkomst moet geldig zijn. Dit is echter alleen nodig voor personenauto’s en lichte bedrijfsauto’s;
- d). een locatie voor het stallen van uw importeursvoorraad niet zijnde de openbare weg. Is deze locatie niet gelegen op uw bezoekadres dan overlegt u een koop- of huurovereenkomst waaruit blijkt dat u uw voertuigen daar kunt stallen.
Artikel 17.3. Deelerkenning Inschrijven zonder onderzoek
Een deelerkenning Inschrijven zonder onderzoek kan worden aangevraagd om een nevenvestiging als zelfstandig bedrijfsonderdeel onder de werking van de erkenning inschrijven zonder onderzoek te brengen. Per vestiging moet een aanvraag ingediend worden.
De nevenvestiging moet als zodanig staan ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Uit de inschrijving moet blijken dat de vestiging onder rechtstreeks beheer van de hoofdvestiging valt.
De nevenvestiging moet voldoen aan alle overige erkenningseisen.
De Toezichthouder Bedrijven van de RDW informeert op de deel-erkende nevenvestiging naar de voertuigen die daar ingeschreven zijn en naar de administratie die betrekking heeft op de deel-erkenning van deze vestiging.
In beginsel wordt een sanctie van een deel-erkende vestiging alleen aan de desbetreffende vestiging opgelegd.
Artikel 17.4. Voorschriften
U vraagt alleen een inschrijving aan voor een voertuig dat conform de typegoedkeuring volledig is afgebouwd (compleet voertuig). Het voertuig komt geheel overeen met de nationale- of Europese typegoedkeuring.
U vraagt alleen een inschrijving aan voor een voertuig dat nieuw en ongebruikt is. Een nieuw en ongebruikt voertuig is een voertuig dat nog nergens ter wereld is ingeschreven.
U controleert voorafgaand aan de aanvraag voor inschrijving of het voertuig overeenkomt met de gegevens op het CVO.
Bij het indienen van de aanvraag van een inschrijving bent u in het bezit van het originele papieren CVO of een digitale kopie van het originele CVO of maakt u gebruik van een eCvO.
Bij de aanvraag voor inschrijving verstrekt u alle gegevens van het voertuig en het CVO of het eCvO.
U stelt het kenteken onmiddellijk op naam bij verkoop van het voertuig aan een particulier of bedrijf die niet in het bezit is van een erkenning bedrijfsvoorraad.
Bij verkoop aan een erkenninghouder bedrijfsvoorraad kan het voertuig zonder tenaamstelling worden overgedragen in de importeursvoorraad van dat bedrijf. Maakt u hiervan geen gebruik dan blijft u alsnog verantwoordelijk dat het kenteken bij verkoop aan een particulier of bedrijf dat niet erkend is op naam wordt gezet.
U draagt er zorg voor dat met voertuigen die nog niet zijn ingeschreven alsmede met voertuigen die zijn ingeschreven in het kentekenregister van de RDW zonder tenaamstelling, geen gebruik wordt gemaakt van de openbare weg zonder dat gebruik wordt gemaakt van een aan u opgegeven handelaarskenteken.
Artikel 17.5. Toezicht
Naast de periodieke controlebezoeken, houdt de RDW toezicht door middel van administratieve bezoeken en steekproeven
Bij een administratieve controle vraagt de RDW maximaal 10 CVO’s per maand bij u op, waarbij de omvang evenredig is naar het aantal aanvragen. Hiermee controleren wij de aanwezigheid en doen wij een controle tussen het kentekenregister en het (e)CVO. Als er onregelmatigheden worden aangetroffen dan kan een sanctie worden opgelegd. De RDW behoudt zich het recht voor om wanneer daar aanleiding toe is, bijvoorbeeld ingeval van een melding van een andere instantie, maandelijks meerdere (e)CVO’s op te vragen en/of meer dan 10 aanvragen per keer te controleren.
Sinds 1 januari 2016 vindt de inschrijving van een voertuig zonder afzonderlijk onderzoek plaats op basis van het (e)CVO. De RDW zal op basis van een digitaal aangeleverd CVO een voertuig inschrijven en dit digitale CVO met behulp van controleprocessen toetsen op juistheid en echtheid. In geval van twijfel kan de RDW ter controle alsnog het papieren CVO opvragen. Indien uit de controle afwijkingen in het CVO worden geconstateerd, is de aanvraag niet ingediend met het juiste CVO. Indien het digitale CVO niet bij de RDW aanwezig is, zullen alle gegevens van het CVO aan de RDW moeten worden opgegeven via de daarvoor bestemde applicatie. In deze situatie zal de RDW het CVO bij u opvragen om de aanwezigheid van het CVO en de juistheid van de aangeleverde gegevens te kunnen toetsen.
Steekproeven worden gehouden wanneer bij een administratieve controle één of meer onregelmatigheden worden aangetroffen. Hierop worden in de periode van enkele maanden 3 fysieke steekproeven gehouden. Een steekproef is als volgt ingericht. Na de aanvraag van een inschrijving ontvangt de aanvrager binnen 24 uur een terugmelding dat het voertuig in de steekproef is gevallen. Hierbij neemt een medewerker van de RDW telefonisch contact op met de aanvrager waarna deze aangeeft waar en op welk dagdeel het voertuig binnen vijf werkdagen kan worden gecontroleerd. De RDW kijkt intern of er een Toezichthouder Bedrijven beschikbaar is en neemt opnieuw telefonisch contact op met de aanvrager om aan te geven of de steekproef doorgang zal vinden. Eerst op dit moment telt de controle als steekproef. Vervolgens vindt de afgesproken fysieke controle plaats. De aanvrager is er voor verantwoordelijk dat het voertuig en het bijbehorende (e)CVO kunnen worden gecontroleerd.
Bij de controle wordt tevens nagegaan of bij de aanvraag de juiste gegevens zijn verstrekt. De Toezichthouder Bedrijven kijkt aan de hand van het (e)CVO en de bij de aanvraag verschafte gegevens of het VIN, het typegoedkeuringsnummer en de extensie, merk, variant en uitvoering overeenkomen met het voertuig. Ook kijkt de Toezichthouder Bedrijven of de gegevens op het (e)CVO overeenkomen met de gegevens die bij de aanvraag zijn verstrekt.
Op verzoek van de toezichthouder bedrijven toont u het voertuig en het bijbehorende certificaat van overeenstemming (CVO).
Op verzoek stuurt u onmiddellijk alle gevraagde CVO’s naar de RDW.
Voor de erkenning Inschrijven zonder onderzoek wordt een stroomschema gebruikt dat afwijkt van het schema in hoofdstuk 3. Het stroomschema dat voor u geldt, staat onderaan dit hoofdstuk.
Artikel 17.6. Voorbeelden van categorie I overtredingen
U kunt de voertuigen en/of (e)CVO’s, waarvoor een inschrijving is aangevraagd, niet tonen aan de Toezichthouder Bedrijven bij een fysieke controle.
U heeft een aanvraag voor inschrijving ingediend terwijl het voertuig niet volledig was afgebouwd conform typegoedkeuring op het moment dat de aanvraag van een inschrijving wordt ingediend.
U heeft voor een voertuig een inschrijving aangevraagd terwijl het (e)CVO en/of het voertuig niet aanwezig was op het moment van de aanvraag.
U heeft een aanvraag voor inschrijving ingediend maar de gegevens van het voertuig, de op het CVO vermelde gegevens of de gegevens die bij de aanvraag zijn verstrekt, zijn niet met elkaar in overeenstemming.
Artikel 17.7. Voorbeelden van categorie II overtredingen
Uw administratie is niet aanwezig of is onoverzichtelijk waardoor controle niet mogelijk is of onnodig veel tijd in beslag neemt.
U heeft voor een voertuig een inschrijving aangevraagd terwijl het voertuig niet nieuw en ongebruikt was. Het voertuig had al een datum eerste toelating (DET) in een ander land.
U heeft bij verkoop aan een ander dan een RDW erkend bedrijf van een voertuig waarvoor u een inschrijving heeft aangevraagd, er niet op toegezien dat het voertuig is tenaamgesteld. Voorgaande is niet van toepassing als u de verantwoordelijkheid voor het voertuig in het kentekenregister heeft overgedragen aan een erkend bedrijf bedrijfsvoorraad.
U heeft een voertuig dat in uw importeursvoorraad staat op de openbare weg geparkeerd, gestald of gereden zonder dat een handelaarskenteken is gevoerd.
Artikel 17.8. Voorbeelden van categorie III overtredingen
Er zijn geen voorbeelden van categorie III overtredingen.
Hoofdstuk 18. Erkenning inschrijven voertuigen met onderzoek
Artikel 18.1. Algemeen
Met deze erkenning kunt u online inschrijvingen aanvragen van door de RDW te bepalen voertuigcategorieën waarbij de RDW onderzoekt of het voertuig daadwerkelijk kan worden ingeschreven. Het kan gaan om voertuigen die u in wilt laten schrijven ten behoeve van een ander of ten behoeve van uw eigen bedrijfsvoorraad. Naast grote voordelen brengt deze erkenning dus een grote verantwoordelijkheid met zich mee. Daarom houdt de RDW toezicht op deze erkenning.
Artikel 18.2. Eisen en voorwaarden
Voor de aanvraag en het behouden van de erkenning inschrijven met onderzoek moet u blijvend beschikken over:
- a). een actuele inschrijving in het handelsregister van de Kamer van Koophandel waaruit blijkt dat uw bedrijf in Nederland is gevestigd en u bedrijfsmatig aanvragen voor de inschrijving van voertuigen indient;
- b). een locatie voor het stallen van uw bedrijfsvoorraadvoertuigen niet zijnde de openbare weg. Is deze locatie niet gelegen op uw bezoekadres dan overlegt u een koop- of huurovereenkomst waaruit blijkt dat u uw voertuigen daar kunt stallen;
- c). een goed afsluitbare voorziening op uw bedrijfsadres die voldoende bescherming biedt tegen inbraak, diefstal en brand en niet eenvoudig verplaatst kan worden voor het bewaren van de buitenlandse kentekenbewijzen.
Artikel 18.3. Deelerkenning Inschrijven met onderzoek
Een deelerkenning Inschrijven met onderzoek kan worden aangevraagd om een nevenvestiging als zelfstandig bedrijfsonderdeel onder de werking van de erkenning inschrijven met onderzoek te brengen. Per vestiging moet een aanvraag ingediend worden.
De nevenvestiging moet als zodanig staan ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Uit de inschrijving moet blijken dat de vestiging onder rechtstreeks beheer van de hoofdvestiging valt.
De nevenvestiging moet voldoen aan alle overige erkenningseisen.
De Toezichthouder Bedrijven van de RDW informeert op de deel-erkende nevenvestiging naar de voertuigen die daar ingeschreven zijn en naar de administratie die betrekking heeft op de deel-erkenning van deze vestiging.
In beginsel wordt een sanctie van een deel-erkende vestiging alleen aan de desbetreffende vestiging opgelegd.
Artikel 18.4. Voorschriften
U vraagt alleen een inschrijving aan voor de volgende voertuigcategorieën:
- a). personenauto (M1);
- b). lichte bedrijfsauto (N1);
- c). lichte aanhangwagen (O2);
- d). twee of driewieler (L1e-L7e).
Het voertuig moet een complete of voltooide Europese typegoedkeuring hebben en daarmee overeenkomen.
De personen- of bedrijfsauto (M1 of N1) heeft een maximumconstructiesnelheid van meer dan 25 km per uur.
Het voertuig heeft geen schade of herstelde schade.
Het voertuig moet eerder geregistreerd zijn in een EU-lidstaat/EVA land, anders dan in Nederland.
U bent in het bezit van het voertuig.
U bent in het bezit van het laatst uitgegeven compleet, origineel buitenlandse EU/EVA kentekenbewijs dat hoort bij het voertuig.
U stuurt duidelijke foto’s en bestanden van het desbetreffende voertuig en de bij het voertuig behorende documenten mee. De foto’s en bestanden zijn in kleur, goed leesbaar en scherp.
De voertuiggegevens die getoond worden, moeten in overeenstemming zijn met het voertuig. De ontbrekende gegevens mogen alleen aangevuld worden met gegevens die afkomstig zijn van het CVO of het kentekenbewijs.
Op verzoek van de RDW stuurt u het originele buitenlandse kentekenbewijs op naar de RDW binnen de door de RDW gestelde termijn op een door de RDW te bepalen wijze.
Op verzoek van de RDW stelt u het voertuig en het buitenlandse kentekenbewijs voor onderzoek ter beschikking binnen de door de RDW gestelde termijn op de door de RDW aangewezen locatie.
Artikel 18.5. Toezicht
Tijdens de controle moet u van alle voertuigen die waarvoor u een inschrijving heeft aangevraagd, de relevante administratie (zoals in- en verkoopfacturen en de bijbehorende financiële administratie) en alle overige gevraagde informatie en inlichtingen ter beschikking stellen aan de Toezichthouder Bedrijven.
Tijdens de controle toont u alle door de Toezichthouder Bedrijven gevraagde voertuigen waarvoor u een aanvraag voor inschrijving heeft ingediend maar die nog niet zijn overgedragen. Staat een voertuig niet op uw bezoekadres dan geeft u op verzoek direct aan waar het voertuig zich bevindt en draagt er zorg voor dat het voertuig daar onmiddellijk aan de Toezichthouder Bedrijven getoond wordt.
Tijdens de controle stelt u de Toezichthouder Bedrijven in staat om de tellerstand en het VIN van het voertuig waarvoor u een inschrijving heeft aangevraagd maar dat nog niet is overgedragen, te onderzoeken. U zorgt ervoor dat de sleutels van het voertuig beschikbaar zijn en de accu van het voertuig is opgeladen. Ook in het geval er bijvoorbeeld sprake is van een lege accu die opgeladen moet worden of (tijdelijk) vervangen, zorgt u ervoor dat de toezichthouder alsnog de tellerstand kan aflezen tijdens het controlebezoek.
U bent ervoor verantwoordelijk dat de Toezichthouder Bedrijven ook de voertuigen kan controleren die op een stallingslocatie staan. U verleent daartoe toegang tot de locatie en de voertuigen. Dit houdt tevens in dat de Toezichthouder Bedrijven de tellerstand en het VIN van het voertuig kan controleren.
Artikel 18.6. Voorbeelden van categorie I overtredingen
Uw administratie is niet aanwezig of is onoverzichtelijk waardoor controle niet mogelijk is of onnodig veel tijd in beslag neemt.
U heeft het originele, complete buitenlandse kentekenbewijs van het voertuig waarvoor u een inschrijving heeft aangevraagd niet opgestuurd naar de RDW.
Artikel 18.7. Voorbeelden van categorie II overtredingen
U heeft een voertuig waarvoor een inschrijving wordt of is aangevraagd op de openbare weg geparkeerd, gestald of gereden zonder dat een handelaarskenteken is gevoerd.
Artikel 18.8. Voorbeelden van categorie III overtredingen
U heeft bij de aanvraag voor inschrijving niet aangeven dat het voertuig schade heeft.
Hoofdstuk 19. Erkenning foliefabrikant
Artikel 19.1. Algemeen
Als erkenninghouder foliefabrikant kunt u folie voor Nederlandse kentekenplaten fabriceren en leveren. Per productieplaats wordt slechts één erkenning foliefabrikant afgegeven. Naast de voordelen brengt deze erkenning dus een grote verantwoordelijkheid met zich mee. Daarom houdt de RDW toezicht op uw erkenning foliefabrikant.
Artikel 19.2. Eisen en Voorwaarden
Voor de aanvraag en het behouden van de erkenning foliefabrikant moet u blijvend beschikken over:
- a). een actuele inschrijving in het handelsregister van KvK of in een gelijkwaardig buitenlands register in het land van vestiging, waaruit blijkt dat u exploitant bent van een productieplaats waar u folie vervaardigd. In afwijking van artikel 2.1, lid 6 van deze beleidsregel overlegt u een met het bewijs van inschrijving in het handelsregister gelijkwaardig document, afgegeven in het land van vestiging voor zover uw bedrijf is gevestigd in het buitenland.
- b). een goed afsluitbare ruimte, welke voldoende bescherming biedt om beschadiging, diefstal of achteruitgang van de folie te voorkomen.
Artikel 19.3. Voorschriften
U produceert de folie volgens de voorwaarden.
U zorgt ervoor dat de folie die u levert voldoet aan de daarvoor gestelde eisen.
Tot aflevering van de folie bewaart u de folie in de afsluitbare ruimte om beschadiging, diefstal of achteruitgang van de folie te voorkomen.
U meldt diefstal van folie onmiddellijk bij de RDW.
U levert alleen folie aan een erkende lamineerder.
U voorziet de folie bij aflevering van een document. Dit document voldoet aan de gestelde eisen.
U bewaart een kopie van het afleveringsdocument gedurende twee jaar.
Artikel 19.4. Toezicht
Op verzoek moet u een testrapport van een door de RDW aangewezen onderzoeksinstelling overleggen waaruit blijkt dat de geteste folie aan de eisen voldoen.
Op verzoek van de RDW toont u de kopieën van de afleveringsdocumenten van de folie die u heeft afgeleverd.
Artikel 19.5. Voorbeelden van categorie I overtredingen
U kunt de kopie van het afleveringsdocument niet tonen of niet volledig tonen.
U heeft de folie niet opgeborgen in de afsluitbare voorziening.
U heeft onjuiste folie geleverd.
Artikel 19.6. Voorbeelden van categorie II overtredingen
U heeft diefstal van folie niet onmiddellijk aan de RDW gemeld.
Artikel 19.7. Voorbeelden van categorie III overtredingen
U heeft folie aan een onbevoegde geleverd.
Hoofdstuk 20. Erkenning lamineerder
Artikel 20.1. Algemeen
Als erkenninghouder lamineerder kunt u blanco-kentekenplaten fabriceren en leveren. Per productieplaats wordt slechts één erkenning lamineerder afgegeven. Naast grote voordelen brengt deze erkenning dus een grote verantwoordelijkheid met zich mee. Daarom houdt de RDW toezicht op uw erkenning Lamineerder.
Artikel 20.2. Eisen en voorwaarden
Voor de aanvraag en het behouden van de erkenning lamineerder moet u blijvend beschikken over:
- a). een actuele inschrijving in het handelsregister van KvK of in een gelijkwaardig buitenlands register in het land van vestiging, waaruit blijkt dat u exploitant bent van een productieplaats waar u blanco-kentekenplaten vervaardigd. In afwijking van artikel 2.1, lid 6 van deze beleidsregel overlegt u een met het bewijs van inschrijving in het handelsregister gelijkwaardig document, afgegeven in het land van vestiging voor zover uw bedrijf is gevestigd in het buitenland;
- b). een overdekte, goed af te sluiten, verlichte en verwarmde ruimte voor de productie;
- c). een goed afsluitbare ruimte op de productieplaats die voldoende bescherming biedt tegen inbraak, diefstal en brand waarin de grondstoffen, blanco-kentekenplaten, en afgekeurde blanco-kentekenplaten kunnen worden bewaard.
Artikel 20.3. Voorschriften
U fabriceert blanco-kentekenplaten alleen op de productieplaats waaraan de erkenning is verleend.
U heeft voor de productie van blanco-kentekenplaten alleen folie in uw bezit die afkomstig is van een erkende foliefabrikant en die voorzien is van een foliefabrikantwaarmerk, indien een waarmerk is voorgeschreven en is vergezeld van een document van de foliefabrikant die aan de gestelde eisen voldoet.
U vernietigt de folie die niet aan de gestelde eisen voldoet binnen één week na constatering en maakt hiervan rapport op. Dit rapport voldoet aan de gestelde eisen.
U draagt er zorg voor dat de folie die u in het bezit heeft en die bedoeld is om blanco-kentekenplaten te maken niet beschadigt of achteruitgaat.
U bewaart de folie die bedoeld is om blanco-kentekenplaten te maken en de gemaakte blanco-kentekenplaten in de afsluitbare ruimte op dusdanige wijze dat achteruitgang van de folie en blanco-kentekenplaten wordt voorkomen.
U vernietigt blanco-kentekenplaten die niet aan de eisen voldoen binnen 1 week na constatering en maakt hiervan rapport op. Dit rapport voldoet aan de gestelde eisen.
U levert alleen blanco-kentekenplaten aan erkende kentekenplaatfabrikanten tenzij u blanco-kentekenplaten doorlevert aan een andere erkende lamineerder.
Voorafgaand aan de levering van blanco-kentekenplaten die zijn voorzien van een lamineercode meldt u de vereiste gegevens op de door de RDW vastgestelde wijze.
U bent ervoor verantwoordelijk dat de blanco-kentekenplaten die u levert voldoen aan de daarvoor gesteld eisen.
U voorkomt gebruik van folie en blanco-kentekenplaten voor een ander doel dan waarvoor het bedoeld is.
U doet aangifte van diefstal van folie of blanco-kentekenplaten, en meldt de diefstal onmiddellijk aan de RDW. U deelt onmiddellijk met de RDW het proces-verbaal van de aangifte of een gelijkwaardig buitenlands document nadat u dit heeft gekregen.
Voorafgaand aan de doorlevering van blanco-kentekenplaten aan een andere erkende lamineerder registreert u de vereiste gegevens.
U registreert de vereiste gegevens bij de inontvangstneming van de doorgeleverde blanco-kentekenplaten.
U levert ontvangen doorgeleverde blanco-kentekenplaten niet opnieuw aan een andere erkende lamineerder.
U levert alleen blanco-kentekenplaten (door) die aan de gestelde eisen voldoen.
U bewaart de volgende bescheiden gedurende twee jaar:
- a). leveringsdocument folie van foliefabrikant;
- b). rapport van vernietiging afgekeurde folie;
- c). rapport van vernietiging afgekeurde blanco-kentekenplaten;
- d). registratie blanco-kentekenplaten die door u zijn doorgeleverd;
- e). registratie blanco-kentekenplaten die u van een andere erkende lamineerder heeft ontvangen.
Artikel 20.4. Toezicht
Op verzoek moet u een testrapport van een door de RDW aangewezen onderzoeksinstelling overleggen waaruit blijkt dat de geteste kentekenplaten aan de eisen voldoen.
Tijdens controle toont u de door u in ontvangst genomen folie, hologrammen en blanco-kentekenplaten die nog niet geleverd zijn aan een kentekenplaatfabrikant.
Tijdens controle toont u het rapport of de rapporten die u heeft opgemaakt van de afgekeurde en vernietigde folie.
Tijdens controle toont u het rapport of de rapporten die u heeft opgemaakt van de vernietiging van blanco-kentekenplaten.
Op verzoek van de RDW stelt u een gedeelte van de door u in ontvangst genomen folie voor onderzoek ter beschikking aan de RDW.
Artikel 20.5. Voorbeelden van categorie I overtredingen
U kunt het document van de foliefabrikant betreffende de geleverde folie niet tonen of niet volledig tonen.
U kunt de in ontvangst genomen folie niet tonen.
U heeft de folie niet opgeborgen in de afsluitbare ruimte.
U kunt het rapport van de vernietigde folie niet tonen of het rapport is niet volledig.
U heeft folie in ontvangst genomen dat niet voorzien is van het foliewaarmerk (terwijl deze folie voorzien had moeten zijn van het foliewaarmerk).
De fabricage van blanco-kentekenplaten vindt niet plaats op de productieplaats waarvoor de erkenning is verleend.
U kunt het rapport van de vernietigde blanco-kentekenplaten niet tonen of het rapport is niet volledig.
U heeft blanco-kentekenplaten niet opgeborgen in een afsluitbare voorziening.
U heeft afgekeurde folie niet of niet tijdig vernietigd.
U heeft afgekeurde blanco-kentekenplaten niet of niet tijdig vernietigd.
U heeft de levering van blanco-kentekenplaten aan een erkende kentekenplaatfabrikant niet of niet tijdig geregistreerd.
U heeft onjuiste blanco-kentekenplaten (door)geleverd.
U heeft bij diefstal van folie of blanco-kentekenplaten niet onmiddellijk het proces-verbaal van aangifte of een gelijkwaardig buitenlands document met de RDW gedeeld.
Artikel 20.6. Voorbeelden van categorie II overtredingen
U heeft de levering van blanco-kentekenplaten aan een andere lamineerder niet of niet volledig geregistreerd.
U heeft de ontvangst van blanco-kentekenplaten van een andere lamineerder niet of niet volledig geregistreerd.
U heeft bij diefstal van folie of blanco-kentekenplaten niet onmiddellijk aangifte gedaan en/of de diefstal niet onmiddellijk aan de RDW gemeld.
U heeft folie in ontvangstgenomen die niet afkomstig is van een erkende foliefabrikant.
Artikel 20.7. Voorbeelden van categorie III overtredingen
U heeft blanco-kentekenplaten aan een onbevoegde geleverd.
Hoofdstuk 21. Erkenning kentekenplaatfabrikant
Artikel 21.1. Algemeen
Als erkenninghouder kentekenplaatfabrikant kunt u kentekenplaten fabriceren en afgeven. Per productieplaats wordt slechts één erkenning kentekenplaatfabrikant afgegeven. Naast grote voordelen brengt deze erkenning dus een grote verantwoordelijkheid met zich mee. Daarom houdt de RDW toezicht op uw erkenning Kentekenplaatfabrikant.
Artikel 21.2. Eisen en voorwaarden
Voor de aanvraag en het behouden van de erkenning kentekenplaatfabrikant moet u blijvend beschikken over:
- a). een actuele inschrijving in het handelsregister van KvK waaruit blijkt dat u exploitant bent van een productieplaats waar kentekenplaten kunnen worden vervaardigd;
- b). een overdekte, goed af te sluiten, verlichte en verwarmde ruimte en afsluitbare voorziening waarin de halffabricaten, kentekenplaten, en afgekeurde kentekenplaten kunnen worden bewaard, moet in de ruimte aanwezig zijn. Dit kan bijvoorbeeld een kast zijn die op slot kan. De afsluitbare voorziening is niet voorzien van wieltjes en is ook niet draagbaar;
- c). een matrijzenset, een pers, een apparaat voor het plaatsen van een keurmerk en een hotprintmachine of verfwals op de productieplaats. Deze zijn in goede staat van onderhoud en goed functionerend.
Artikel 21.3. Voorschriften
U fabriceert kentekenplaten alleen op de productieplaats waaraan de erkenning is verleend.
U heeft alleen blanco-kentekenplaten in uw bezit die zijn voorzien van een lamineerderswaarmerk, indien een lamineerderswaarmerk is voorgeschreven.
U meldt de ontvangst van blanco-kentekenplaten met lamineercode bij de RDW binnen één week na ontvangst.
U levert blanco-kentekenplaten alleen door aan een andere erkende kentekenplaatfabrikant of lamineerder als de RDW u toestemming geeft.
U voorkomt gebruik van (blanco-)kentekenplaten voor een ander doel dan waarvoor het bedoeld is.
U draagt er zorg voor dat de blanco-kentekenplaten die u in het bezit heeft niet beschadigen of achteruitgaan.
U dient aan te kunnen geven waar de droogstempels van uw bedrijf zich bevinden. Deze droogstempels worden gebruikt voor het plaatsen van RDW GAIK in een taxiverklaring.
U maakt de afgekeurde (blanco-)kentekenplaten binnen één week na afkeuring onbruikbaar op de door de RDW voorgeschreven wijze waardoor tijdens controle direct duidelijk is welke delen van de kentekenplaten bij elkaar horen. Dit betekent dat de (blanco-)kentekenplaat doormidden is geknipt waarbij de lamineercode nog leesbaar is. De vernietiging meldt u onmiddellijk bij de RDW.
U maakt de kentekenplaten die in het kader van omwisseling zijn ingenomen binnen één dag onbruikbaar op de door de RDW voorgeschreven wijze waardoor tijdens controle direct duidelijk is welke delen van de kentekenplaten bij elkaar horen. Dit betekent dat de kentekenplaat doormidden is geknipt waarbij de lamineercode nog leesbaar is.
U bewaart de vernietigde kentekenplaten van de laatste tien meldingen van afgekeurde (blanco-)kentekenplaten en van de laatste tien meldingen waarbij kentekenplaten zijn ingenomen in het kader van omwisseling.
U bent ervoor verantwoordelijk dat de kentekenplaten in goede staat worden afgeleverd.
U geeft alleen kentekenplaten af of levert alleen kentekenplaten door als aan de voorgeschreven eisen is voldaan. Dit betekent bijvoorbeeld dat u alleen kentekenplaten afgeeft of doorlevert die aan de eisen voldoen, dat u niet meer kentekenplaten afgeeft of doorlevert dan is toegestaan voor het kenteken, dat u de voorgeschreven documenten controleert bij afgifte en dat de u de juiste modellen kentekenplaten afgeeft of doorlevert.
U geeft geen kentekenplaten af of levert door als de RDW meldt dat afgifte van kentekenplaten niet mag voor het kenteken.
Bij doorlevering van kentekenplaten aan een andere erkende kentekenplaatfabrikant levert u alleen kentekenplaten die u mag doorleveren en met duplicaatcode als dit van toepassing is. U voorziet de kentekenplaten niet van uw keurmerk. Bij de doorlevering registreert u de voorgeschreven gegevens.
U voorziet de doorgeleverde kentekenplaten bij afgifte van uw keurmerk. U levert de doorgeleverde kentekenplaten niet opnieuw door.
Bij omwisseling voorziet u de af te geven kentekenplaat van hetzelfde kenteken en dezelfde duplicaatcode als van de in te nemen kentekenplaat en geeft u de kentekenplaat pas af als u de om te wisselen kentekenplaat heeft ontvangen en heeft geregistreerd. U geeft niet meer kentekenplaten af dan u inneemt. Als u taxikentekenplaten inneemt of afgeeft dan mag omwisseling alleen als u twee kentekenplaten inneemt en twee kentekenplaten afgeeft.
U geeft bij vervanging kentekenplaten af die voorzien zijn van de duplicaatcode die de RDW heeft gemeld.
Geeft u kentekenplaten met lamineercode af op uw productieplaats dan meldt u bij afgifte de voorgeschreven gegevens.
Geeft u kentekenplaten met lamineercode af op een andere locatie dan op uw productieplaats dan meldt u vooraf de voorgeschreven gegevens. Op de dag van de afgifte meldt u de voorgeschreven gegevens voor de afgifte.
U doet aangifte van diefstal van (blanco-)kentekenplaten en meldt de diefstal onmiddellijk aan de RDW. U deelt onmiddellijk met de RDW het proces-verbaal van de aangifte nadat u dit heeft gekregen.
Artikel 21.4. Toezicht
Tijdens de controle moet u de ontvangen blanco-kentekenplaten, kentekenplaten die u nog niet heeft afgeven of die u niet die dag op een andere locatie gaat afgeven, de onbruikbaar gemaakt (blanco-)kentekenplaten, de relevante administratie en alle overige gevraagde informatie ter beschikking stellen aan de Toezichthouder Bedrijven.
Artikel 21.5. Voorbeelden van categorie I overtredingen
U heeft de gegevens van de ontvangen blanco-kentekenplaten niet binnen één week na ontvangst van de blanco-kentekenplaten gemeld aan de RDW.
U heeft de gegevens van de ontvangen blanco-kentekenplaten niet gemeld aan de RDW.
U heeft niet binnen één week na constatering van een onregelmatigheid, de (blanco-) kentekenplaten onbruikbaar gemaakt.
U heeft de afgekeurde (blanco-) kentekenplaten niet onbruikbaar gemaakt.
U heeft niet onmiddellijk de vernietiging van de (blanco-)kentekenplaat gemeld bij de RDW.
U heeft de vernietiging van de (blanco-)kentekenplaat niet gemeld bij de RDW.
U heeft de (blanco-) kentekenplaten niet opgeborgen in de afsluitbare voorziening.
U kunt de droogstempels RDW GAIK niet tonen.
U heeft de taxiverklaring niet voorzien van de droogstempel RDW GAIK.
U heeft doorgeleverde kentekenplaten niet voorafgaand aan de doorlevering gemeld aan de RDW.
U heeft doorgeleverde kentekenplaten niet gemeld aan de RDW.
U heeft onjuiste gegevens gemeld bij doorlevering.
U heeft onjuiste kentekenplaten doorgeleverd (bijvoorbeeld als de kentekenplaten voorzien zijn van een keurmerk of niet aan de eisen voldoen).
U heeft voorafgaand aan de afgifte van kentekenplaten op een andere locatie dan de productielocatie, de kentekenplaten niet gemeld als zijnde gemaakt.
U heeft onjuiste gegevens gemeld voorafgaand aan de afgifte van kentekenplaten op een andere locatie dan de productielocatie.
U heeft de afgekeurde of ingenomen (blanco-)kentekenplaten niet op de correcte wijze onbruikbaar gemaakt.
U kunt de te bewaren onbruikbaar gemaakte (blanco-)kentekenplaat niet tonen.
U heeft bij diefstal van (blanco-)kentekenplaten het proces-verbaal van aangifte niet met de RDW gedeeld of niet onmiddellijk met de RDW gedeeld.
Artikel 21.6. Voorbeelden van categorie II overtredingen
U voert geen volledige administratie.
U kunt de (blanco-)kentekenplaten niet tonen.
U heeft de afgifte van kentekenplaten niet tijdig gemeld aan de RDW.
U heeft de afgifte van kentekenplaten niet gemeld aan de RDW.
U heeft kentekenplaten doorgeleverd die u niet mag doorleveren.
U heeft kentekenplaten gefabriceerd buiten de productieplaats waarvoor de erkenning is verleend.
U heeft de afgifte van kentekenplaten geregistreerd zonder dat de afgifte heeft plaatsgevonden.
U heeft onjuiste gegevens gemeld na afgifte op een andere locatie of bij afgifte op de productieplaats.
U heeft diefstal van (blanco-)kentekenplaten niet onmiddellijk aan de RDW gemeld.
U heeft diefstal van (blanco-)kentekenplaten niet aan de RDW gemeld.
U heeft geen aangifte gedaan bij diefstal van (blanco-)kentekenplaten.
U heeft onterecht kentekenplaten afgegeven (bijvoorbeeld als bij afgifte de benodigde documenten niet zijn getoond, de te vervangen kentekenplaten niet zijn ingenomen of de RDW heeft gemeld dat de kentekenplaten niet mogen worden afgegeven).
U heeft onjuiste kentekenplaten afgegeven (bijvoorbeeld als de kentekenplaten voorzien zijn van een onjuist kenteken).
U heeft kentekenplaten afgegeven van het verkeerde model.
U heeft meer dan het toegestane aantal kentekenplaten afgegeven.
U heeft de ingenomen kentekenplaten niet binnen een dag na inontvangstneming onbruikbaar gemaakt.
U heeft de ingenomen kentekenplaten niet onbruikbaar gemaakt.
U heeft platen met een lamineercode voor andere doeleinden gebruikt (bijvoorbeeld als de platen voorzien zijn van tekst in plaats van een kenteken).
Artikel 21.7. Voorbeelden van categorie III overtredingen
U heeft onterecht blanco-kentekenplaten doorgeleverd.
U heeft blanco-kentekenplaten ontvangen die niet van een erkende lamineerder komen.
Hoofdstuk 22. Erkenning voorbehoud en verplichtingen
Artikel 22.1. Algemeen
Als erkenninghouder Voorbehoud en Verplichtingen kunt u als financierings- of leasemaatschappij van voertuigen in het kentekenregister op naam van de lessee (berijder), aangeven wie in beginsel de voertuigverplichtingen voldoet. Ook kunt u een verstrekkingsvoorbehoud plaatsen. Hierdoor wordt de tenaamstellingscode niet aan de kentekenhouder, maar aan de erkenninghouder Voorbehoud en Verplichtingen verstrekt. Daarnaast wordt in een apart register opgenomen tot welke lease- of financieringsmaatschappij de voertuigen behoren.
Naast grote voordelen brengt deze erkenning dus een grote verantwoordelijkheid met zich mee. Daarom houdt de RDW toezicht op deze erkenning.
Artikel 22.2. Eisen en voorwaarden
Voor de aanvraag en het behouden van de erkenning voorbehoud en verplichtingen moet u blijvend beschikken over een actuele inschrijving in het handelsregister van de Kamer van Koophandel waaruit blijkt dat uw bedrijf in Nederland is gevestigd en uw activiteiten zich richten op lease of financiering van voertuigen.
Artikel 22.3. Deelerkenning Voorbehoud en Verplichtingen
Een deelerkenning Voorbehoud en Verplichtingen kan worden aangevraagd om een nevenvestiging als zelfstandig bedrijfsonderdeel onder de werking van de erkenning Voorbehoud en Verplichtingen te brengen. Per vestiging moet een aanvraag ingediend worden.
De nevenvestiging moet als zodanig staan ingeschreven bij de Kamer van Koophandel. Uit de inschrijving moet blijken dat de vestiging onder rechtstreeks beheer van de hoofdvestiging valt.
De nevenvestiging moet voldoen aan alle overige erkenningseisen.
De Toezichthouder Bedrijven van de RDW informeert op de deel-erkende nevenvestiging naar de administratie die betrekking heeft op de deel-erkenning van deze vestiging.
In beginsel wordt een sanctie van een deel-erkende vestiging alleen aan de desbetreffende vestiging opgelegd.
Artikel 22.4. Voorschriften
U draagt er zorg voor dat uit de lease- of financieringsovereenkomst blijkt dat de tenaamgestelde rechtspersoon heeft ingestemd om het voertuig op naam te krijgen.
U heeft aantoonbaar de eigendom van de voertuigen waarvoor u een verstrekkingsvoorbehoud in het kentekenregister plaatst. Voertuigen waarvan u niet het eigendom heeft, mag u niet voorzien van een verstrekkingsvoorbehoud.
U draagt er zorg voor dat de kentekenhouder schriftelijk en aantoonbaar op de hoogte is gesteld en instemming heeft verleend dat u de motorrijtuigenbelasting voldoet, de gemeentelijke parkeerbelasting voldoet, boetes voldoet, de attendering van de APK ontvangt of de attendering van de verplichting tot verzekering ontvangt.
U stelt de kentekenhouder schriftelijk op de hoogte dat de instemming als bedoeld in het derde lid onverlet laat dat de houder de verplichtingen moet nakomen als u deze niet meer nakomt.
Als de instemming als bedoeld in het derde lid is vervallen, stopt u onmiddellijk het overnemen van de verplichtingen.
U draagt er zorg voor dat de kentekenhouder schriftelijk en aantoonbaar op de hoogte is gesteld en akkoord is gegaan om een verstrekkingsvoorbehoud in het kentekenregister op te nemen waardoor de tenaamstellingscode van het voertuig door de RDW aan u wordt verstrekt en door u wordt bewaard.
U verwijdert het verstrekkingsvoorbehoud onmiddellijk als de instemming is vervallen en maakt de tenaamstellingscode onmiddellijk kenbaar aan de kentekenhouder.
Artikel 22.5. Toezicht
Tijdens de controle moet u van alle voertuigen waarbij u aantekening van een voertuigverplichting heeft geplaatst of een verstrekkingsvoorbehoud heeft geplaatst kunnen aantonen dat de kentekenhouder voorafgaand aan de plaatsing in het kentekenregister schriftelijk toestemming heeft gegeven. Verder verstrekt u alle relevante administratie en informatie aan de Toezichthouder Bedrijven.
Tijdens de controle toont u van de voertuigen waarbij u een verstrekkingsvoorbehoud heeft geplaatst aan dat u de eigendom van deze voertuigen heeft.
Artikel 22.6. Voorbeelden van categorie I overtredingen
Er zijn geen voorbeelden van categorie I overtredingen
Artikel 22.7. Voorbeelden van categorie II overtredingen
U kunt niet aantonen dat de kentekenhouder heeft ingestemd met het plaatsen, wijzigen of verwijderen tot het voldoen van één of meerdere voertuigverplichtingen.
U kunt niet aantonen dat de kentekenhouder zijnde een rechtspersoon heeft ingestemd met de tenaamstelling van het voertuig.
Artikel 22.8. Voorbeelden van categorie III overtredingen
U heeft een verstrekkingsvoorbehoud geplaatst van een voertuig terwijl u geen eigenaar van dit voertuig bent.
U heeft verzuimd het verstrekkingsvoorbehoud te beëindigen na het vervallen van de grondslag van het plaatsen van het verstrekkingsvoorbehoud.
Hoofdstuk 23. Bevoegdheid APK keurmeester
Artikel 23.1. Algemeen
Als APK-keurmeester vervult u een belangrijke rol in het waarborgen van de verkeersveiligheid. U bent bevoegd om voertuigen te keuren volgens de regels van de Algemene Periodieke Keuring (APK). Naast grote voordelen brengt deze bevoegdheid dus een grote verantwoordelijkheid met zich mee. Daarom houdt de RDW toezicht op uw bevoegdheid.
De keuringsbevoegdheid APK- keurmeester bestaat uit drie categorieën:
- •. voertuigen met een toegestane maximale massa meer dan 3.500 kg (APK 1);
- •. voertuigen met een toegestane maximale massa tot en met 3.500 kg (APK 2);
- •. Landbouwvoertuigen (APK 3).
Artikel 23.2. Eisen en voorwaarden
U verkrijgt uw bevoegdheid uitsluitend na het behalen van het examen bij Stichting VAM (IBKI).
Uw bevoegdheid is persoonsgebonden. Het uitlenen van uw pas of authenticatiemiddel is ten strengste verboden.
U bent verplicht iedere twee jaar een toets af te leggen om uw bevoegdheid te behouden.
U moet zelf controleren of uw bevoegdheid geldig is vóór iedere keuring.
Artikel 23.3. Voorschriften
U controleert vooraf of de keuringsruimte en documentatie voldoen aan de eisen. Dit betekent dat u kijkt naar de geschiktheid van de keuringsruimte voor het te keuren voertuig (let hierbij op de voertuigcategorie, de hoogte in verband met te bereiken hoogte van de hefbrug en blijvend functioneren van de afrijbeveiliging, de putdiepte en /of de brandstofsoort), de deugdelijkheid van de apparatuur en voorzieningen en de bij de apparatuur behorende handleidingen en geldige ijkcertificaten.
U controleert voorafgaand aan het technische deel van de keuring van het voertuig of het voertuig overeenstemt met de voertuiggegevens (kenteken, VIN, en datum eerste toelating) in het kentekenregister.
U beoordeelt zelf alle keuringsaspecten tijdens het uitvoeren van de keuring.
U maakt daarbij alleen gebruik van de door de RDW toegestane authenticatiemiddelen en handelt overeenkomstig de bijbehorende gebruikersvoorwaarden.
Onmiddellijk na de keuring wordt het resultaat door de APK-keurmeester gemeld aan de Dienst Wegverkeer.
U vult het keuringsrapport volledig in, ook bij afkeur, en ondertekent het keuringsrapport persoonlijk.
U bent verplicht aanwezig te zijn in de keuringsruimte tijdens de keuring.
Artikel 23.4. Toezicht
Het toezicht vindt plaats door middel van steekproeven.
De frequentie van het toezicht is met name afhankelijk van het aantal door u uitgevoerde APK-keuringen en de resultaten van de herkeuringen (steekproeven). Dit wordt bijgehouden in het cusumsysteem.
Voor de bevoegdheid Keurmeester APK wordt een stroomschema gebruikt dat afwijkt van het schema in hoofdstuk 3. Het stroomschema dat voor u geldt, staat onderaan dit hoofdstuk.
Het cusumsysteem Keurmeester APK 2017 wordt toegepast bij herkeuringen ten behoeve van het meten van de kwaliteit bij het toepassen van de keuringseisen. Hiervoor wordt een stroomschema gebruikt dat afwijkt van het stroomschema in hoofdstuk 3. Het stroomschema dat voor u geldt, staat onderaan dit hoofdstuk.
Vanaf het moment dat een steekproef wordt aangekondigd totdat de steekproef is beëindigd bent u als keurmeester en zijn het voertuig en het keuringsrapport blijvend aanwezig in de keuringsruimte. Als er in afwachting van de steekproef geen ruimte is om het voertuig in de keuringsruimte beschikbaar te houden dan is het toegestaan dat het voertuig geplaatst wordt in de onmiddellijke nabijheid van de keuringsruimte. Hierbij is in ieder geval niet toegestaan dat het voertuig zich buiten de keuringsplaats bevindt.
U verleent direct assistentie aan de steekproefcontroleur. Tijdens de steekproef verleent u volledige medewerking.
U stelt de steekproefcontroleur in staat om binnen 15 minuten na aankomst met de uitvoering van het technische gedeelte van de steekproef te beginnen. Deze periode van 15 minuten is uitdrukkelijk niet bedoeld om van elders, buiten de keuringsruimte, te komen.
Tussen het afmelden van het voertuig en de komst van de steekproefcontroleur (de zogeheten quarantainetijd) worden geen handelingen zoals sleutelen, het aanbrengen van wijzigingen of metingen meer aan het voertuig verricht.
Gedurende de steekproef worden geen wijzigingen in of aan het voertuig aangebracht zonder toestemming van de steekproefcontroleur of tijdens een herkeuring in beroep zonder toestemming van de Toezichthouder Bedrijven van de RDW.
Als ondanks alle genomen maatregelen een voertuig toch de keuringsruimte verlaat, voordat de steekproef kon worden uitgevoerd, dan meldt u dit direct telefonisch bij het ACN kantoor te Zwolle (tel.nr. 088 008 74 77) van de RDW en niet pas bij aankomst van de steekproefcontroleur. U geeft geen keuringsrapport af en wijst de klant erop dat de goedkeuring vervalt. Het nakomen van deze verplichtingen maakt de overtreding niet ongedaan.
Uw afwezigheid, het ontbreken van het voertuig of apparatuur, of het niet ondertekenen van het steekproefcontrolerapport wordt als overtreding aangemerkt.
Intimidatie, agressie of obstructie richting RDW-medewerkers leidt tot onmiddellijke intrekking van uw bevoegdheid voor 12 maanden en strafrechtelijke aangifte.
Artikel 23.5. Voorbeelden van categorie I overtredingen
Het goedkeuringsdocument taxi, OV-auto of kentekenbewijs van een voertuig met een BN-, GN-, CD, CDJ of ZZ- kenteken ontbreekt.
U heeft een voertuig gekeurd waarbij het ingeslagen Voertuig Identificatie Nummer (VIN) niet overeenkomt met het VIN in het kentekenregister.
U heeft het steekproefcontrolerapport niet ondertekend.
Artikel 23.6. Voorbeelden van categorie II overtredingen
U heeft een voertuig gekeurd maar niet afgemeld bij de RDW.
Artikel 23.7. Voorbeelden van categorie III overtredingen
U heeft een voertuig gekeurd of afgemeld dat niet voldoet aan de eisen zoals beschreven in wet- en regelgeving. We noemen dat keuren buiten de erkenning.
U heeft een voertuig gekeurd en afgemeld, terwijl de minimaal vereiste hefhoogte van de hefinrichting niet wordt bereikt.
U heeft aan een voertuig gesleuteld, metingen verricht of wijzigingen aangebracht in quarantainetijd of dit door een ander laten doen.
U heeft geen of onvoldoende medewerking aan het toezicht verleend, zoals onder andere dat:
- a). het voertuig niet aanwezig was.
- b). u als verantwoordelijk keurmeester niet aanwezig was.
- c). u de vereiste apparatuur niet ter beschikking heeft gesteld;
- d). u tijdens de steekproef zonder toestemming van de RDW-medewerker wijzigingen heeft aangebracht of aan laten brengen aan het voertuig.
U heeft iemand anders onbevoegd gebruik laten maken van uw authenticatiemiddel
U heeft gebruik gemaakt van niet-gecertificeerde apparatuur.
U heeft het keuringsrapport laten ondertekenen door een onbevoegde.
U heeft de keuring niet of niet volledig uitgevoerd.
Artikel 24.8. Voorbeelden van categorie IV overtredingen
Het ondermijnen van toezicht zoals:
- –. het niet verlenen van toegang tot uw bedrijf;
- –. het weigeren om medewerking te verlenen;
- –. verbaal en/of (fysiek) geweld of de dreiging daarmee;
- –. intimidatie in welke vorm dan ook.
Fraude.
Bij een overtreding van categorie IV wordt uw keuringsbevoegdheid ingetrokken voor 12 maanden, in combinatie met een sanctietoets.
Stroomschema
Stroomschema
Hoofdstuk 24. Bevoegdheid tachograaf technicus
Artikel 24.1. Algemeen
Als Tachograaftechnicus kunt u werkzaamheden verrichten voor installeren, controleren, inspecteren of repareren van tachografen in voertuigen. Door uw handelen vervult u een belangrijke rol in het waarborgen van de rij- en rusttijden van beroepschauffeurs. Naast grote voordelen brengt deze bevoegdheid dus een grote verantwoordelijkheid met zich mee. Daarom houdt de RDW toezicht op uw bevoegdheid.
Artikel 24.2. Eisen en voorwaarden
U verkrijgt uw bevoegdheid uitsluitend na het behalen van het examen bij Stichting VAM (IBKI).
Uw bevoegdheid wordt door de RDW verleend en is persoonsgebonden. Het uitlenen van uw pas of authenticatiemiddel is ten strengste verboden.
U bent verplicht iedere vier jaar een toets af te leggen om uw bevoegdheid te behouden.
U heeft een geldige werkplaatskaart van KIWA. Deze kaart hoort bij de werkplaats waar u werkt en moet te allen tijde in de werkplaats aanwezig zijn.
U moet telkens vóór de uit te voeren werkzaamheden zelf controleren of uw bevoegdheid en de werkplaatskaart geldig en correct zijn.
Artikel 24.3. Voorschriften
U controleert vooraf of de werkplaats, apparatuur en de documentatie voldoen aan de eisen. Dit betekent dat u kijkt naar de geschiktheid van de werkplaats, de deugdelijkheid van de apparatuur en voorzieningen en de bij de apparatuur behorende handleidingen en geldige ijkcertificaten.
Voorafgaand aan de werkzaamheden aan een bepaald voertuig stelt u aan de hand van de website van de RDW (Webdirect) vast of het VIN overeenkomt met het kenteken van het voertuig en raadpleegt u de datum eerste toelating van het voertuig.
Gaat het om een niet Nederlands gekentekend voertuig dan raadpleegt u in afwijking van het tweede lid het originele buitenlandse kentekenbewijs om vast te stellen of het VIN overeenkomt met het voertuig en de datum eerste toelating te bepalen. Een melding van een niet Nederlands gekentekend voertuig gebeurt uitsluitend door gebruikmaking van het volledige identificatienummer van het voertuig.
Gaat het om een niet gekentekend voertuig dan stelt u vast of het VIN van het voertuig overeenkomt met het originele CVO.
Is de datum eerste toelating van het voertuig niet vast te stellen dan moet de laatste generatie en versie tachograaf met de juiste softwareversie aanwezig zijn.
U voert een manipulatiecontrole uit met gebruik van de vereiste documenten, apparatuur en gereedschappen. Stelt u vast dat sprake is van manipulatie of aanwezigheid van manipulatieapparatuur dan meldt u dit voorafgaand aan de goedkeurmelding aan de RDW door middel van het manipulatiemeldingsformulier op de door de RDW voorgeschreven wijze.
Heeft u vastgesteld dat er sprake is van manipulatie of de aanwezigheid van manipulatieapparatuur dan onderzoekt, herstelt en kalibreert u de installatie.
Na goedkeuring van de installatie verzegelt u de tachograaf en sluit u de werkzaamheden af met een proefrit om te controleren of de tachograaf goed functioneert. Daarna volgt een goedkeurmelding in RDW-register.
Als u een digitale tachograaf buiten bedrijf stelt of als de tachograaf in een ander voertuig wordt geïnstalleerd, stelt u de gegevens van de laatste 90 dagen direct veilig.
Als het niet mogelijk is om bij vervanging van de tachograaf de gegevens veilig te stellen dan meldt u of de tachograaftechnicus dit direct aan de RDW op de vastgestelde wijze. U doet dit voorafgaand aan de melding van goedkeuring in het register van de RDW.
U voert een eindcontrole uit en stelt vast dat de tachograaf goed is afgesteld en verzegeld.
U maakt daarbij alleen gebruik van de door de RDW toegestane authenticatiemiddelen en handelt overeenkomstig de bijbehorende gebruikersvoorwaarden.
U meldt het voertuig alleen af op de door de RDW opgegeven tijdstippen op de door de RDW vastgestelde wijze.
U controleert of het nieuwe installatieplaatje voldoet aan de gestelde eisen en deze brengt u direct na de melding van goedkeuring op het voertuig aan, maar niet voordat u het oude installatieplaatje heeft verwijderd en door de RDW is meegedeeld dat:
- a). de melding niet leidt tot een steekproefsgewijze controle; of
- b). de melding leidt tot een steekproefsgewijze controle, maar dat deze steekproef niet binnen 90 minuten na de melding wordt begonnen; of
- c). leidt tot een steekproefsgewijze controle en deze controle heeft geleid tot goedkeuring van de desbetreffende werkzaamheden; of
- d). zonder toestemming van de RDW-medewerker wijzigingen aanbrengen of aan laten brengen aan het voertuig.
U vult indien nodig een zegelverbrekingsformulier of CoU in.
Artikel 24.4. Toezicht
Het toezicht vindt plaats door middel van steekproeven en bedrijfsbezoeken.
De frequentie van het toezicht is met name afhankelijk van het aantal door u uitgevoerde werkzaamheden en de resultaten van de steekproeven. Dit wordt bijgehouden in het cusumsysteem.
Voor de bevoegdheid tachograaftechnicus wordt een stroomschema gebruikt dat afwijkt van het schema in hoofdstuk 3. Het stroomschema dat voor u geldt, staat onderaan dit hoofdstuk.
Het Cusumsysteem Tachograaftechnicus 2022 wordt toegepast bij controles ten behoeve van het meten van de kwaliteit van de werkzaamheden aan tachografen. Hiervoor wordt een stroomschema gebruikt dat afwijkt van het stroomschema in hoofdstuk 3. Het stroomschema dat voor u geldt, staat onderaan dit hoofdstuk.
Vanaf het moment dat een steekproef wordt aangekondigd totdat de steekproef is beëindigd bent u als tachograaftechnicus en is het voertuig blijvend aanwezig in de werkplaats. Als er in afwachting van de steekproef geen ruimte is om het voertuig in de werkplaats beschikbaar te houden dan is het toegestaan dat het voertuig geplaatst wordt in de onmiddellijke nabijheid van de werkplaats.
U verleent direct assistentie aan de steekproefcontroleur. Tijdens de steekproef verleent u volledige medewerking.
U stelt de steekproefcontroleur in staat om binnen 15 minuten na aankomst met de uitvoering van het technische gedeelte van de steekproef te beginnen. Deze periode van 15 minuten is uitdrukkelijk niet bedoeld om van elders, buiten de werkplaats, te komen.
Tussen het afmelden van het voertuig en de komst van de steekproefcontroleur (de zogeheten quarantainetijd) worden geen handelingen zoals sleutelen, het aanbrengen van wijzigingen of metingen meer aan het voertuig verricht.
Gedurende de steekproef worden geen wijzigingen in of aan het voertuig aangebracht zonder toestemming van de steekproefcontroleur of tijdens een second opinion zonder toestemming van de Toezichthouder Bedrijven van de RDW.
Als ondanks alle genomen maatregelen een voertuig toch de keuringsruimte verlaat, voordat de steekproef kon worden uitgevoerd, dan meldt u dit direct telefonisch bij het ACN kantoor te Zwolle (tel.nr. 088 008 74 77) van de RDW en niet pas bij aankomst van de steekproefcontroleur. U geeft geen keuringsrapport af en wijst de klant erop dat de goedkeuring vervalt. Het nakomen van deze verplichtingen maakt de overtreding niet ongedaan.
Uw afwezigheid, het ontbreken van het voertuig of apparatuur, of het niet ondertekenen van het steekproefcontrolerapport wordt als overtreding aangemerkt.
Intimidatie, agressie of obstructie richting RDW-medewerkers leidt tot onmiddellijke intrekking van uw bevoegdheid voor 12 maanden en strafrechtelijke aangifte.
Artikel 24.5. Voorbeelden van categorie I overtredingen
U heeft het steekproefcontrolerapport niet ondertekend.
U kunt het certificaat van undownloadability niet tonen.
Artikel 24.6. Voorbeelden van categorie II overtredingen
U kunt de registerkaart en / of de installatieplaat niet tonen.
De registergegevens op de registerkaart zijn onvolledig, onjuist of ontbreken.
niet aanwezig zijn van de testregistratiebladen of dataprints bij de registerkaart.
U kunt het zegelverbrekingsformulier (niet conform Verordening EU nr. 165/2014) niet tonen.
Artikel 24.7. Voorbeelden van categorie III overtredingen
Er zijn door u of onder uw verantwoordelijkheid werkzaamheden of metingen verricht aan het voertuig dat in de steekproef is gevallen binnen de quarantainetijd.
U heeft werkzaamheden uitgevoerd zonder geldige bevoegdheid.
U heeft de verplichte apparatuur niet gebruikt.
U heeft geen of onvoldoende medewerking verleend tijdens een steekproef. Hieronder wordt in ieder geval verstaan dat:
- a). het voertuig is niet aanwezig; of
- b). u niet aanwezig was bij de steekproefcontrole.
U heeft het voertuig en/of de werkzaamheden niet afgemeld.
U kunt de geldige werkplaatskaart niet tonen.
Er is onbevoegd gebruik gemaakt van uw werkplaatskaart, bevoegdheidspas en/of authenticatiemiddel.
U kunt geen download van het massageheugen of van het Certificate van undownloadability (CoU) overleggen.
U heeft de werkzaamheden niet volledig uitgevoerd.
Er is aantoonbaar vastgestelde manipulatie aanwezig en u heeft dit niet (op de juiste wijze) gemeld aan de RDW.
U heeft een onjuist kenmerkteken van de werkplaats gebruikt.
U heeft de controle op de fabrieksverzegelingen niet, niet volledig of onjuist gedaan. De fabrieksverzegelingen zijn onjuist, ontbreken of zijn ernstig beschadigd.
Artikel 24.8*. Voorbeelden van categorie IV overtredingen
U heeft aantoonbaar met banden en/of wielen gekalibreerd die niet tot dat voertuig behoren.
U heeft opzettelijk parameters aangepast die afwijken van kalibratiegegevens.
Het ondermijnen van toezicht zoals:
- –. het niet verlenen van toegang tot uw bedrijf;
- –. het weigeren om medewerking te verlenen;
- –. verbaal en/of (fysiek) geweld of de dreiging daarmee;
- –. intimidatie in welke vorm dan ook.
Fraude.
Bij een overtreding van categorie IV wordt de keuringsbevoegdheid ingetrokken voor 12 maanden, in combinatie met een sanctietoets.
Stroomschema
Stroomschema
Hoofdstuk 25. Bevoegdheid LPG-technicus
Artikel 25.1. Algemeen
Als LPG-technicus kunt u LPG-gasinstallaties keuren in voertuigen die in Nederland zijn geregistreerd. Uw handelen is direct van invloed op de veiligheid van de gasinstallaties. Deze erkenning brengt dus een grote verantwoordelijkheid met zich mee. Daarom houdt de RDW toezicht op uw bevoegdheid LPG-technicus.
Artikel 25.2. Eisen en voorwaarden
U verkrijgt uw bevoegdheid uitsluitend na het behalen van het examen bij Stichting VAM (IBKI).
Uw bevoegdheid wordt door de RDW verleend en is persoonsgebonden. Het uitlenen van uw pas of authenticatiemiddel is ten strengste verboden.
U bent verplicht iedere vier jaar een toets af te leggen om uw bevoegdheid te behouden.
U moet zelf controleren of uw bevoegdheid geldig is vóór iedere keuring.
Artikel 25.3. Voorschriften
U controleert vooraf of de keuringsruimte, apparatuur en de documentatie voldoen aan de eisen. Dit betekent dat u kijkt naar de geschiktheid van de keuringsruimte, de deugdelijkheid van de apparatuur en voorzieningen en de bij de apparatuur behorende handleidingen en geldige certificaten.
U controleert voorafgaand aan het technische deel van de keuring van het voertuig of het voertuig overeenstemt met de voertuiggegevens (kenteken, VIN, en datum eerste toelating) in het kentekenregister.
Voorafgaand aan de keuring controleert u of de betreffende gasinstallatie voor het specifieke merk en type voertuig is toegestaan.
U beoordeelt zelf alle keuringsaspecten tijdens het uitvoeren van de keuring.
U maakt daarbij alleen gebruik van de door de RDW toegestane authenticatiemiddelen en handelt overeenkomstig de bijbehorende gebruikersvoorwaarden.
Onmiddellijk na de keuring wordt het resultaat door de LPG technicus gemeld aan de Dienst Wegverkeer.
U controleert de opnamekaart, en ondertekent de opnamekaart persoonlijk.
U bent verplicht aanwezig te zijn in de keuringsruimte tijdens de keuring.
Artikel 25.4. Toezicht
Het toezicht vindt plaats door middel van steekproeven.
De frequentie van het toezicht is met name afhankelijk van het aantal door de LPG-technicus uitgevoerde keuringen van LPG-installaties en de resultaten van de herkeuringen (steekproeven).
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)