Inschrijvingsvoorwaarden advocatuur 2026-II

Type ZBO-regeling
Publication 2026-07-01
Laatst bijgewerkt 2026-07-08
State In force
Source BWB
artikelen 87
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Gelet op de artikelen 14 en 15 van de Wet op de rechtsbijstand;

BESLUIT

De volgende regeling vast te stellen:

De datum van inwerkingtreding in de publicatie ligt voor de datum van uitgifte.

Hoofdstuk 1. Algemene bepalingen

Artikel 1.1. Begripsbepalingen

In deze regeling wordt verstaan onder:

  • a. AC-rooster: Het door Legal Aid opgestelde distributierooster voor de verdeling van eerste asielaanvragen;
  • b. advocaat: een persoon die is ingeschreven op het tableau van de NOvA en is ingeschreven door het bestuur als bedoeld in artikel 13, eerste lid onder a van de Wet;
  • c. beroepsopleiding: de Beroepsopleiding Advocaten van de NOvA;
  • d. bestuur: het bestuur van de Raad, als bedoeld in artikel 3 van de Wet;
  • e. Bvr: Besluit vergoedingen rechtsbijstand 2000;
  • f. inschrijving: de inschrijving van advocaten bij de Raad zoals bedoeld in artikel 14 en 15 van de Wet;
  • g. Legal Aid: de afdeling die binnen de Raad voor Rechtsbijstand verantwoordelijk is voor de organisatie van de rechtsbijstand aan asielzoekers;
  • h. NOvA: De Nederlandse orde van advocaten;
  • i. opleidingspunten: opleidingspunten zoals omschreven in artikel 4.4, vijfde lid van de Voda.
  • j. piketplanning: de planning die wordt opgesteld door de Raad voor de borging van tijdige rechtsbijstand in het kader van het beurtelings verlenen van rechtsbijstand zoals bedoeld in artikel 37, eerste lid onder b van de Wet en zoals omschreven in het Reglement Piket van de Raad;
  • k. de Raad: de Raad voor Rechtsbijstand, bedoeld in artikel 2 van de Wet;
  • l. rechtsbijstand: rechtsbijstand als bedoeld in artikel 1, eerste lid van de Wet;
  • m. rechtzoekende: een rechtzoekende als bedoeld in artikel 1, eerste lid van de Wet;
  • n. stagiaire: de stagiaire zoals bedoeld in artikel 1.1 van de Voda;
  • o. stage: de stage zoals bedoeld in artikel 1.1 van de Voda;
  • p. specialisatie: een rechtsgebied zoals bedoeld in artikel 15 onder b van de Wet;
  • q. toevoeging: de toevoeging ten behoeve van bijstand als bedoeld in artikel 24, eerste lid van de Wet of mediation als bedoeld in artikel 33a van de Wet;
  • r. vergoeding: de vergoeding zoals bedoeld in artikel 1 Bvr;
  • s. Voda: de Verordening op de advocatuur;
  • t. de Wet: de Wet op de rechtsbijstand;
Artikel 1.2. Doel

Deze regeling heeft tot doel voorwaarden te stellen aan de inschrijving van advocaten door de Raad zoals bedoeld in artikel 14 en 15 van de Wet.

Hoofdstuk 2. Kantoororganisatie (artikel 15, eerste lid sub c van de wet)

Paragraaf 1. Aanvragen en declareren van toevoegingen

Artikel 2.1. Wijze van aanvragen en declareren van toevoegingen
1.

De advocaat voorziet in de naar het oordeel van de Raad noodzakelijke inrichting van zijn kantoororganisatie ten behoeve van de gegevens met betrekking tot de registratie bij de Raad en het aanvragen en declareren van toevoegingen en piketten.

2.

De advocaat richt zijn toevoegingsaanvragen en declaraties zorgvuldig en volledig in, met inachtneming van de regels die bij of krachtens de wet, of op basis van algemene voorschriften of specifieke aanwijzingen van de Raad zijn gesteld.

3.

De advocaat is open en duidelijk in de informatie die deze bij zijn aanvragen en declaraties verschaft. De advocaat vermeldt uit eigen beweging bijzonderheden die voor de beslissing van de Raad van belang zouden kunnen zijn.

4.

De advocaat stelt zich voorafgaand aan de aanvraag van een toevoeging of vergoeding op de hoogte van de inhoud van het voor het rechtsprobleem geldende toevoegbeleid van de Raad.

5.

De advocaat vraagt geen toevoegingen aan voor zaken waarvoor geen toevoegingen kunnen worden verleend, voor zaken waarvoor geen of volstrekt ontoereikende gronden bestaan of een wettelijke termijn is verstreken.

6.

De advocaat verwijst zijn cliënt ook bij een toevoegwaardig rechtsbelang naar voorliggende voorzieningen, zoals het Juridisch Loket en de sociaal raadslieden, als dat noodzakelijk is in het kader van doelmatig en passend gebruik van de voorziening voor toevoegingen.

Artikel 2.2. Gebruik webportalen
1.

De advocaat of gemachtigde maakt gebruik van het webportaal Mijn Wrb door in te loggen met de advocatenpas.

2.

De advocaat maakt gebruik van het webportaal Mijn Wrb voor:

  • a. verzoek tot algemene in- en uitschrijving;
  • b. verzoek tot in- en uitschrijving specialisatie;
  • c. verzoek tot in- en uitschrijving bijzondere regelingen;
  • d. verzoek tot deelname en beëindiging arrangement;
  • e. verzoek tot in- en uitschrijving piketplanning;
  • f. verzoek tot plaatsing op de wachtlijst.
3.

De advocaat maakt tevens gebruik van het webportaal Mijn Wrb voor:

  • a. opgave van beschikbaarheid voor matching;
  • b. registreren aandachtsgebieden;
  • c. afwijkende communicatiegegevens voor piket;
  • d. opgave IBAN ten behoeve van betalingen van vergoedingen in het kader van de verlening van rechtsbijstand.
4.

De advocaat maakt (totdat overgegaan wordt op het webportaal Mijn Wrb) gebruik van het webportaal Mijn RvR voor het indienen van een aanvraag tot toevoeging en declaratie.

5.

Besluiten worden bekendgemaakt via het webportaal Mijn RvR (tot medio 2026) of Mijn Wrb.

6.

De advocaat geeft aan de Raad een persoonlijk e-mailadres op. Het gebruik van een info@adres of een gezamenlijk kantooradres is niet toegestaan.

7.

De advocaat legt ten behoeve van het aanvragen van toevoegingen de persoonsgegevens van zijn cliënt en zijn partner conform het identiteitsbewijs vast. Dit betreft de achternaam, voorletters, geboortedatum, BRP-adres, postadres en burgerservicenummer en het vreemdelingennummer.

8.

Het zevende lid is niet van toepassing in uitzonderlijke gevallen waarin deze vastlegging conform identiteitsbewijs onmogelijk is, zoals in geval van daklozen en vreemdelingen die ongedocumenteerd zijn en gevallen van ruzie met de partner.

Artikel 2.3. Op betalende basis bijstaan van Wrb-gerechtigde cliënten

De advocaat vraagt geen toevoeging aan indien de advocaat met een rechtzoekende, die voor een toevoeging in aanmerking komt, overeenkomt dat door de rechtzoekende geen gebruik wordt gemaakt van gesubsidieerde rechtsbijstand en dat in plaats daarvan de zaak op betalende basis zal worden behandeld.

Paragraaf 2. Behandeling en overdracht van zaken

Artikel 2.4. Persoonlijke behandeling van zaken
1.

De advocaat behandelt de zaken waarin deze is toegevoegd persoonlijk, dan wel verricht de aan de advocaat toebedeelde piketdiensten persoonlijk, behoudens gevallen waarin sprake is van overmacht, ziekte, op dezelfde dag geplande zittingen in andere zaken of andere zwaarwegende redenen. In dat geval zorgt de advocaat voor (gespecialiseerde) waarneming. Als een andere advocaat voor de advocaat waarneemt, blijft ook de toegevoegde advocaat aanspreekbaar op de kwaliteit van de verleende rechtsbijstand.

2.

De advocaat laat medewerkers van het kantoor die geen advocaat zijn, in toegevoegde zaken geen andere dan ondersteunende werkzaamheden, zijnde geen rechtsbijstand, verrichten.

3.

De advocaat vraagt geen toevoegingen aan voor een andere advocaat, bijvoorbeeld voor een niet ingeschreven advocaat of voor een advocaat die het maximum aantal toevoegingen heeft bereikt.

Artikel 2.5. Rechtsbijstand door advocaat-stagiaires in toevoegingen van patroon
1.

In afwijking van artikel 2.4, eerste lid kan een advocaat-stagiair die nog niet aan de in deze inschrijvingsvoorwaarden gestelde deskundigheidseisen voldoet voor inschrijving voor een specialisatie, onder de volgende voorwaarden onder begeleiding van zijn patroon rechtsbijstand verlenen in zaken waarvoor een toevoeging is verstrekt aan zijn patroon:

  • a. de patroon voldoet aan de deskundigheidseisen in de inschrijvingsvoorwaarden van de Raad voor de betreffende specialisatie;
  • b. de advocaat-stagiair is werkzaam bij hetzelfde kantoor als zijn patroon en heeft hetzelfde kantooradres als zijn patroon (geen buitenpatronaat);
  • c. de toevoeging waarop door de advocaat-stagiair werkzaamheden wordt verricht komt/blijft op naam van zijn patroon; en
  • d. de patroon blijft eindverantwoordelijk en is daarom bijvoorbeeld bij het eerste gesprek met de cliënt aanwezig.
2.

Het eerste lid is niet van toepassing op de volgende werkzaamheden:

  • a. werkzaamheden in het kader van piket- en AC-diensten;
  • b. werkzaamheden op het terrein van het psychiatrisch patiëntenrecht, jeugdstrafrecht en civiel jeugdrecht.
Artikel 2.6. Rechtsbijstand door paralegals in toevoegingen van advocaten
1.

In afwijking van artikel 2.4 kunnen advocaten onder de volgende voorwaarden paralegals rechtsbijstand laten verlenen in zaken waarvoor een toevoeging verstrekt is aan die advocaat:

  • a. de paralegal heeft een juridische HBO-opleiding of juridische academische opleiding met goed gevolg afgerond;
  • b. de paralegal is werkzaam op basis van een arbeidsovereenkomst bij de advocaat en werkzaam bij hetzelfde kantoor en op hetzelfde kantooradres als die advocaat; en
  • c. de paralegal verricht de werkzaamheden onder verantwoordelijkheid van de advocaat en binnen de kaders zoals omschreven in Gedragsregel 13 van de NOvA.
2.

Het eerste lid is niet van toepassing op de volgende werkzaamheden:

  • a. werkzaamheden in het kader van piket- en AC-diensten;
  • b. werkzaamheden op het terrein van het psychiatrisch patiëntenrecht, jeugdstrafrecht en civiel jeugdrecht;
  • c. werkzaamheden in zaken waarin door de Raad extra uren zijn toegekend.
Artikel 2.7. Overdracht toevoeging in geval van overname of schorsing/schrapping
1.

De advocaat verzoekt om mutatie van de toevoeging bij overdracht van een dossier aan een andere advocaat. De advocaat draagt daarbij zorg voor een volledige en zorgvuldige overdracht van de bij de toevoeging(-saanvraag) behorende bescheiden.

2.

De advocaat die op grond van de Advocatenwet geschorst of geschrapt is, stelt de Raad zelf onmiddellijk schriftelijk op de hoogte en draagt zorg voor overdracht van zijn toevoegingszaken. De advocaat meldt daarbij aan de Raad welke advocaat in zaken waarin nog geen toevoeging verleend is in zijn plaats moet worden toegevoegd.

Paragraaf 3. Overige organisatorische bepalingen

Artikel 2.8. Gegevensuitwisseling
1.

De advocaat stemt ermee in dat de Raad, wanneer de cliënt hierom verzoekt, gegevens en bescheiden uit het toevoeg- en vaststeldossier kan verstrekken aan de cliënt van de advocaat.

2.

De advocaat stemt ermee in dat zijn praktijkgegevens (het adres, telefoonnummer, e-mailadres en de website van het kantoor) en de specialisaties waarvoor de advocaat bij de Raad staat ingeschreven, worden gepubliceerd in het openbare register van de Raad op www.rechtsbijstand.nl.

3.

De advocaat is zich bewust van zijn verantwoordelijkheid waar het gaat om bescherming van persoonsgegevens en draagt zorg voor zorgvuldige en vertrouwelijke behandeling ervan met in achtneming van de toepasselijke wet- en regelgeving.

4.

De advocaat stemt bij inschrijving bij de Raad in met het informatieprotocol dat de Raad en de dekens hebben afgesloten waarin afspraken zijn gemaakt omtrent het uitwisselen van informatie teneinde het toezicht op advocaten binnen het stelsel te verbeteren en geeft daarmee toestemming aan de Raad voor deze informatie-uitwisseling.

Artikel 2.9. Onderlinge verhouding met de Raad
1.

Advocaten en (medewerkers van) de Raad streven in wederzijds belang naar een onderlinge verhouding die berust op welwillendheid en vertrouwen.

Een advocaat die zich bij herhaling schuldig maakt aan onbehoorlijk of onheus optreden, zowel jegens medewerkers van de Raad als in bredere zin door zich in strijd met de algemeen geldende normen van fatsoen en redelijkheid in de beroepsuitoefening te gedragen, kan – nadat de advocaat op dit gedrag is aangesproken door de Raad en een formele waarschuwing heeft gekregen – van deelname aan het stelsel voor de verlening van gesubsidieerde rechtsbijstand worden uitgesloten.

2.

Advocaten onthouden zich van frauduleuze of onrechtmatige gedragingen of gedragingen in strijd met geldende wet- en regelgeving ten aanzien van het stelsel van gesubsidieerde rechtsbijstand en overige door de Raad getroffen voorzieningen en subsidieregelingen.

3.

De Raad kan advocaten die handelen in strijd met het tweede lid met onmiddellijke ingang uitsluiten van deelname aan het stelsel voor de verlening van gesubsidieerde rechtsbijstand. De Raad stemt een eventuele uitsluiting af met de deken in het arrondissement waar de advocaat kantoor houdt.

Artikel 2.10. Opgave nieuw kantoor

De advocaat die werkzaam is bij een kantoor waaraan de NOvA een nieuw kantoornummer heeft toegekend, voldoet tot genoegen van de deken in het betreffende arrondissement aan de Opgave nieuw Kantoor.

Artikel 2.11. Voorschotten

De advocaat ontvangt het op basis van artikel 35 Bvr verstrekte voorschot persoonlijk en is persoonlijk aansprakelijk voor de onverwijlde terugbetaling van respectievelijk verrekening met de vergoedingen in zaken op basis waarvan het voorschot is berekend, in geval de inschrijving wordt doorgehaald. De advocaat die in loondienst heeft gewerkt, kan zich er niet op beroepen dat voorschotten aan zijn patroon/kantoor zijn uitbetaald.

Artikel 2.12. Organisatorische eisen aan advocaten die deelnemen aan een piketregeling
1.

De advocaat die deelneemt aan een piketregeling (hierna de piketadvocaat) houdt zich aan het piketreglement van de Raad.

2.

De piketadvocaat is bereid om de uit het piket voortvloeiende zaken op toevoegingsbasis af te wikkelen.

3.

De piketadvocaat is op werkdagen, in het weekend en op feestdagen ten minste gedurende de beschikbaarheidstijden voor piketmeldingen per (mobiele) telefoon en per e-mail bereikbaar. De beschikbaarheidstijden sluiten aan op de openingstijden van de Centrale Piketafdeling van de Raad (07.00 uur tot 20.00 uur).

4.

De piketadvocaat accepteert meldingen die tot sluitingstijd van de Centrale Piketafdeling binnenkomen en geeft daar ook direct opvolging aan.

5.

De piketadvocaat accepteert meldingen die na sluitingstijd in sporadische gevallen (levensdelicten, gijzelingen en ontvoeringen) van de Centrale Piketafdeling kunnen binnenkomen en geeft daar ook direct opvolging aan.

6.

De piketadvocaat verstrekt aan de Raad zijn 06-nummer en het e-mailadres waaraan piketmeldingen kunnen worden verzonden door de Raad.

7.

De piketadvocaat beschikt over een mobiele telefoon met internettoegang ten behoeve van het ontvangen en bevestigen van piketmeldingen vanuit de Centrale Piketafdeling van de Raad. Voor het ontvangen van piketmeldingen is het gebruik van een info@adres of een gezamenlijk kantoor e-mailadres toegestaan.

Artikel 2.13. Organisatorische eisen aan advocaten die deelnemen aan het AC-rooster
1.

De advocaat die deelneemt aan het AC-rooster houdt zich aan de distributieregeling AC van de Raad zoals opgenomen in bijlage 1 bij deze voorwaarden.

2.

De advocaat is bereid om alle uit de AC-dienst voortvloeiende asielzaken te accepteren en op toevoegingsbasis af te wikkelen.

Hoofdstuk 3. Eisen aan de verslaglegging (artikel 15, eerste lid sub d van de wet)

Artikel 3.1. Tijdregistratie

De advocaat voert in zaken waarin deze is toegevoegd een deugdelijke tijdregistratie die in ieder geval aan de volgende voorwaarden voldoet:

  • a. de aan rechtsbijstand bestede tijd wordt op juiste en verantwoorde wijze bijgehouden op datum en naar verrichting;
  • b. indien gebruik wordt gemaakt van vaste tijdseenheden, mogen deze niet groter zijn dan zes minuten; en
  • c. er wordt minimaal onderscheid gemaakt tussen correspondentie, telefoon, conferentie, procedure, studie en er wordt een korte aanduiding gegeven met wie is gesproken of gecorrespondeerd.
Artikel 3.2. Informatieverstrekking en verantwoording over afhandeling van zaken op basis van een toevoeging
1.

De advocaat verstrekt desgevraagd aan de Raad en aan door de Raad ingestelde commissies, informatie en de advocaat legt verantwoording af over de afhandeling van zaken, tenzij dat in strijd is met zijn wettelijke geheimhoudingsplicht. De Raad kan deze informatieplicht ook aanwenden met betrekking tot de evaluatie van door de Raad gevoerd beleid.

2.

De advocaat doet desgevraagd verslag van de wijze waarop aan de inschrijvingsvoorwaarden is voldaan.

Hoofdstuk 4. Maximum aantal toevoegingen (artikel 15, eerste lid sub a van de wet)

Artikel 4.1. Maximum aantal toevoegingen; berekening van het maximum
1.

Aan een advocaat worden jaarlijks niet meer toevoegingen afgegeven dan het equivalent van 225 toevoegingseenheden. Hieronder worden mede begrepen de ambtshalve toevoegingen. Dit om te voorkomen dat de kwaliteit van de rechtsbijstand in het gedrang komt, door onder meer het te snel en te veel aanvragen van toevoegingen of door het onvoldoende tijd en aandacht besteden aan zaken.

2.

Bij de beoordeling van het maximum aantal toevoegingseenheden genoemd in het eerste lid rekent de Raad de aan een advocaat afgegeven toevoegingen om in toevoegingseenheden aan de hand van de volgende wegingsfactoren:

  • a. een afgegeven toevoeging met een forfaitaire vergoeding van 7 punten of meer volgens de bijlage bij het Bvr telt voor 1 eenheid;
  • b. een afgegeven toevoeging met een forfaitaire vergoeding van 5 of 6 punten volgens de bijlage bij het Bvr telt voor 0,70 eenheid;
  • c. een afgegeven toevoeging met een forfaitaire vergoeding van 4 punten volgens de bijlage bij het Bvr telt voor 0,60 eenheid;
  • d. een lichte adviestoevoeging telt voor 0,30 eenheid;
  • e. asieltoevoegingen tellen mee voor 1 eenheid.
3.

Indien een lichte adviestoevoeging wordt omgezet in een reguliere toevoeging wordt de toevoeging meegeteld op de wijze zoals in het tweede lid sub a, b, c of d is omschreven.

Artikel 4.2. Maximum aantal toevoegingen; rechtsgevolgen bij het bereiken van het maximum
1.

Zodra een advocaat het maximum aantal toevoegingseenheden heeft bereikt, worden in het betreffende kalenderjaar geen toevoegingen meer aan de advocaat afgegeven, ook niet meer op last/aanwijzing van de rechtbank. Ook wordt de advocaat gedurende het resterende kalenderjaar van de piketplanningen verwijderd.

2.

De advocaat die het maximum aantal toevoegingseenheden heeft bereikt, dient gedurende het resterende kalenderjaar geen nieuwe toevoegingsaanvragen in.

3.

De Raad informeert de deken in het arrondissement waar de betreffende advocaat kantoor houdt, over het bereiken van de grens van het maximum aantal af te geven toevoegingseenheden.

4.

De advocaat kan in het volgend kalenderjaar opnieuw om inschrijving verzoeken. Als de advocaat in het jaar daarop opnieuw toevoeging verzoekt in zaken waarin het vorig jaar vanwege het bereiken van het maximum aan de advocaat toevoegingen zijn geweigerd, zal – als de toevoeging alsnog wordt verleend – de ingangsdatum in het jaar van de nieuwe aanvraag liggen.

5.

Een advocaat die het maximum aantal toevoegingen heeft bereikt deelt, als een rechterlijke instantie voornemens is een last of aanwijzing aan de advocaat af te geven, aan de rechterlijke instantie mee dat op zijn naam gedurende het resterende kalenderjaar geen lasten tot toevoeging meer mogen worden afgegeven. Heeft de rechterlijke instantie al een last of aanwijzing afgegeven, dan verzoekt de advocaat aan de rechterlijke instantie om deze last in te trekken of te laten muteren op naam van een andere advocaat.

6.

De Raad kan een advocaat die het maximum binnen een half jaar heeft bereikt – na deze voorafgaand te hebben gehoord – definitief van de verlening van gesubsidieerde rechtsbijstand uitsluiten. De advocaat wordt tevens van het AC-rooster en de piketplanningen verwijderd.

Artikel 4.3. Lager maximum aan toevoegingseenheden bij schorsing en gedurende algemene inschrijving in de loop van een kalenderjaar
1.

De Raad vermindert in geval van schorsing van de advocaat het in artikel 4.1, eerste lid of artikel 4.4, eerste lid genoemde maximum aantal toevoegingen naar evenredigheid met de duur van de schorsing.

2.

De Raad vermindert in geval van algemene inschrijving van de advocaat in de loop van het kalenderjaar het maximum aantal toevoegingen voor dat kalenderjaar naar evenredigheid met de duur van inschrijving in dat kalenderjaar.

Artikel 4.4. Lager maximum aan toevoegingseenheden (gedeclareerde punten)
1.

In afwijking van artikel 4.1, eerste lid geldt een afwijkend en lager maximum aantal toevoegingseenheden voor advocaten die in de twee jaren voorafgaand aan het huidig jaar van inschrijving gemiddeld meer dan 2000 punten hebben gedeclareerd. Dit lagere aantal eenheden wordt bepaald volgens de volgende formule:

(2.000 punten: het gemiddeld aantal gedeclareerde punten in twee voorafgaande jaren) x 225.

Voor de berekening van dit lager maximum voor 2026 wordt het gemiddeld aantal gedeclareerde punten in twee voorafgaande jaren berekend over de periode 1 januari 2024 tot 1 januari 2026.

2.

Voor de berekening van het aantal punten tellen ook de punten voor toeslagen en extra uren mee.

3.

Indien een lager maximum aan toevoegingseenheden geldt, wordt dit lagere maximum aan het begin van het kalenderjaar aan de advocaat meegedeeld.

4.

De Raad informeert de deken in het arrondissement waar de betreffende advocaat kantoor houdt over het bereiken van de grens van 2.000 gedeclareerde punten.

Hoofdstuk 5. Deskundigheidseisen – algemene bepalingen (artikel 15 lid 1 sub b van de wet)

Paragraaf 1. Algemene eisen

Artikel 5.1. Deskundigheid

De advocaat beschikt over de kennis en vaardigheden die vereist zijn voor de behandeling van het betreffende rechtsprobleem. De advocaat die niet (langer) aan de door de Raad gestelde deskundigheidseisen voldoet of wil voldoen, verzoekt uit eigen beweging de Raad om zijn inschrijving voor de betreffende specialisatie of het arrangement door te halen.

Artikel 5.2. Naleven overeengekomen kwaliteitssystemen
1.

De advocaat leeft de door de NOvA en de Raad overeengekomen kwaliteitssystemen na.

2.

De advocaat leeft de normen die door de Raad ten aanzien van bepaalde specialisaties gesteld worden in best practice guides na. Er zijn samen met de NOvA best practice guides ontwikkeld op het terrein van asielrecht, vreemdelingenbewaring, arbeidsrecht, echtscheiding en gedwongen opname en behandeling van psychiatrische patiënten.

3.

De advocaat neemt op het terrein van specialisaties waarvoor de Raad dit met de NOvA heeft afgesproken deel aan intercollegiale toetsing of peer review.

4.

Indien de advocaat niet meewerkt aan intercollegiale toetsing, peer review of aan door de Raad geëntameerd ambtshalve onderzoek naar de kwaliteit van de door de advocaat verleende rechtsbijstand kan zijn algemene inschrijving of inschrijving voor de betreffende specialisatie worden doorgehaald. Dit laat de toetsing door de dekens op de naleving van de Gedragsregels en overige regelgeving van de NOvA geheel onverlet.

Artikel 5.3. Introductiebijeenkomsten

De Raad organiseert regelmatig introductiebijeenkomsten voor nieuw bij de Raad ingeschreven advocaten. Bij de Raad nieuw ingeschreven advocaten volgen binnen een half jaar na inschrijvingsdatum een introductiebijeenkomst.

Artikel 5.4. Algemene inschrijving

Advocaten die rechtsbijstand in de zin van de Wet willen verlenen staan voor aanvang van de rechtsbijstand algemeen ingeschreven bij de Raad. De advocaat dient daartoe een verzoek tot algemene inschrijving in via het in artikel 2.2 genoemde webportaal van de Raad.

Paragraaf 2. Algemene eisen met betrekking tot de in- en uitschrijving voor een specialisatie

Artikel 5.5. Inschrijving voor een specialisatie
1.

Advocaten die rechtsbijstand in de zin van de Wet willen verlenen op rechtsgebieden waarvoor de Raad bijzondere deskundigheidseisen zoals omschreven in Hoofdstuk 6 hanteert, staan, in aanvulling op het bepaalde in artikel 5.4, voor aanvang van de werkzaamheden tevens voor de betreffende specialisatie ingeschreven bij de Raad. De advocaat dient daartoe een verzoek tot inschrijving voor de specialisatie in via het in artikel 2.2 genoemde webportaal van de Raad.

2.

In het toevoegbeleid van de Raad op www.rvr.org is per zaakcode aangegeven voor welke specialisatie de advocaat ingeschreven moet staan.

3.

In de deskundigheidseisen voor de inschrijving voor diverse specialisaties in hoofdstuk 6 is als voorwaarde voor inschrijving gesteld dat zaken onder begeleiding van een andere voor de specialisatie ingeschreven advocaat moeten zijn behandeld. Hieronder wordt verstaan dat de advocaat die inschrijving verzoekt, met een reeds voor de specialisatie ingeschreven advocaat is meegegaan naar zittingen en cliëntgesprekken, met deze advocaat heeft overlegd over de zaak en de te voeren strategie, en kennis heeft genomen van de relevante processtukken.

Artikel 5.6. Maximum aan inschrijving voor specialisatiegroepen en piketsoorten
1.

Advocaten worden voor maximaal vier specialisatiegroepen uit de lijst in bijlage 3 bij deze voorwaarden ingeschreven.

2.

Advocaten worden voor maximaal drie van de volgende piketsoorten ingeschreven:

  • a. Strafpiketplanning;
  • b. jeugdstrafpiketplanning;
  • c. psychiatrisch patiëntenpiketplanning;
  • d. vreemdelingenpiketplanning.
3.

Advocaten die staan ingeschreven op het AC Rooster worden naast die inschrijving op het AC-rooster ingeschreven voor maximaal 2 andere piketsoorten als omschreven in het tweede lid.

4.

De piketsoorten zoals omschreven in artikel 6.4, 6.5 en 6.6 tellen niet mee voor het maximum van drie piketsoorten.

5.

De advocaat wordt op maximaal één piketplanning per piketsoort ingeschreven. De vestigingsplaats van het kantoor is bepalend voor inschrijving op een piketplanning.

Artikel 5.7. Uitschrijving voor een specialisatie
1.

Aan een advocaat die is uitgeschreven voor een specialisatie worden geen toevoegingen meer afgegeven op het terrein van die specialisatie.

2.

Een advocaat die is uitgeschreven voor een specialisatie kan rechtsbijstand blijven verlenen in zaken waarvoor reeds een toevoeging op het terrein van die specialisatie is afgegeven. De advocaat kan die zaken op de gebruikelijke wijze bij de Raad declareren.

3.

Een advocaat die is uitgeschreven voor een specialisatie verzoekt, indien een rechterlijke instantie voornemens is een last of aanwijzing op het terrein van die specialisatie aan de advocaat af te geven, aan de rechterlijke instantie de last of aanwijzing aan een andere advocaat af te geven. Indien de rechterlijke instantie reeds een last of aanwijzing op het terrein van die specialisatie heeft afgegeven, verzoekt de advocaat aan de rechterlijke instantie om de last of aanwijzing in te trekken of te laten muteren op naam van een andere advocaat. De Raad geeft geen uitvoering aan de last.

4.

Een advocaat die door de Raad is uitgeschreven voor een specialisatie omdat niet voldaan is aan de gestelde deskundigheidseisen kan niet eerder dan vanaf het moment dat één jaar is verstreken na datum van uitschrijving opnieuw bij de Raad een verzoek indienen om inschrijving voor die specialisatie. De deskundigheidseisen voor inschrijving voor die specialisatie zoals omschreven in hoofdstuk 6 zijn van toepassing.

5.

De Raad informeert de deken in het arrondissement waar de betreffende advocaat kantoor houdt over een algemene uitschrijving of uitschrijving voor een specialisatie, anders dan op eigen verzoek.

6.

De Raad kan herinschrijving weigeren indien de algemene inschrijving of inschrijving van een advocaat voor een specialisatie is doorgehaald in de gevallen beschreven in artikel 17, tweede lid onder b, d, e en f van de Wet.

Paragraaf 3. Algemene eisen met betrekking tot de voortzetting van een specialisatie

Artikel 5.8. Minimum aantal zaken /betalende zaken
1.

Voor de voortzetting van diverse specialisaties is in hoofdstuk 6 omschreven dat een minimum aantal zaken moet zijn behandeld. De Raad gaat daarvoor uit van het aantal aan de advocaat afgegeven toevoegingen in het systeem van de Raad.

2.

Door de Raad toegekende extra uren op het terrein van een specialisatie worden door de Raad in de telling van het aantal zaken meegenomen op de volgende wijze: zes extra uren tellen mee voor één zaak.

3.

Als bij toetsing of aan de voorwaarden is voldaan is gebleken dat de advocaat het vereiste aantal toevoegingen niet haalt, dan kan de Raad op verzoek in de telling ook betalende zaken betrekken indien de advocaat daar bewijsstukken van kan overleggen.

4.

Als bewijsstukken van betalende zaken kunnen gelden (geanonimiseerde) processtukken. Indien deze stukken niet voorhanden zijn, kan als bewijsstuk gelden een kopie van de overeenkomst van opdracht.

5.

Betalende zaken waarvoor op inhoudelijke gronden voortvloeiend uit de Wet of het Bebr geen toevoeging zou kunnen worden verstrekt, worden niet in de telling betrokken.

6.

Zaken die behandeld zijn door de advocaat als rechter-plaatsvervanger, kunnen op verzoek worden betrokken in de telling van de in het eerste lid genoemde zaken. Iedere op een zittingsdag behandelde zaak telt mee als één zaak.

7.

Piketzaken (toegevoegd of betalend) vallen niet onder de in het eerste lid en derde lid genoemde aantal zaken.

Artikel 5.9. Opgeven van opleidingspunten voor kwaliteitstoetsing in de vorm van peer review

De advocaat kan de uren die aantoonbaar op een specifiek rechtsgebied zijn besteed aan door de Algemene Raad van de NOvA voorgeschreven kwaliteitstoetsing in de vorm van peer review tot een maximum van vier opleidingspunten in mindering brengen op het aantal opleidingspunten dat de advocaat voor de met dat rechtsgebied corresponderende specialisatie voor de voortzetting van de inschrijving van die specialisatie moet behalen.

Artikel 5.10. Compenseren tekort aan opleidingspunten met overschot het vorige kalenderjaar

Een advocaat kan een tekort aan opleidingspunten die in een kalenderjaar voor de voortzetting van de inschrijving voor een specialisatie behaald dienen te worden, compenseren met een overschot aan opleidingspunten dat de advocaat voor diezelfde specialisatie in het voorafgaande kalenderjaar heeft behaald.

Artikel 5.11. Langdurige ziekte of zwangerschap
1.

Indien een advocaat in verband met zwangerschap ten minste zestien weken de praktijk niet heeft uitgeoefend kan de Raad op verzoek het voor de voortzetting van een specialisatie te behalen aantal opleidingspunten en te behandelen zaken in één kalenderjaar naar rato verlagen. De advocaat kan dit aan de Raad bij toetsing van de voorwaarden aangeven.

2.

Advocaten die door ziekte korter dan een periode van zes maanden in het geheel de praktijk niet kunnen uitoefenen of die door ziekte deels de praktijk niet kunnen uitoefenen dienen te voldoen aan de voor voortzetting van de inschrijving van de specialisatie gestelde eisen.

3.

Advocaten die door ziekte langer dan een periode van zes maanden in het geheel de praktijk niet kunnen uitoefenen overleggen aan de Raad een besluit van de Raad van de Orde van Advocaten op een verzoek om toepassing van artikel 4.7 van de Voda. De Raad verlaagt het aantal te behalen opleidingspunten en te behandelen aantal zaken naar rato. Ten aanzien van de inhaalverplichting is artikel 4.7, derde lid sub a en b van de Voda van overeenkomstige toepassing.

Artikel 5.12. Opleidingspunten advocaat-stagiaires

De in hoofdstuk 6 omschreven opleidingspunten die behaald moeten worden voor de voortzetting van een specialisatie zijn niet van toepassing op advocaat-stagiaires gedurende de looptijd van hun stage.

Artikel 5.13. Naar rato vermindering opleidingspunten en zaken
1.

Op advocaten die zich in de loop van een kalenderjaar voor een specialisatie bij de Raad inschrijven is een naar rato vermindering van het in hoofdstuk 6 omschreven te behalen aantal opleidingspunten en te behandelen aantal zaken voor de voortzetting van die specialisatie voor dat kalenderjaar van toepassing.

2.

Op advocaten die in de loop van een kalenderjaar hun stage hebben afgerond en die ingeschreven staan voor een specialisatie is een naar rato vermindering van het in hoofdstuk 6 omschreven te behalen aantal opleidingspunten voor de voortzetting van die specialisatie voor dat kalenderjaar van toepassing.

Paragraaf 4. Toetsing door de Raad of blijvend aan de voorwaarden wordt voldaan

Artikel 5.14. Toetsing voorwaarden voor voortzetting van een specialisatie door de Raad
1.

De Raad toetst jaarlijks of advocaten die ingeschreven staan voor een specialisatie voldoen aan de in hoofdstuk 6 gestelde eisen voor de voortzetting van die specialisatie.

2.

De Raad raadpleegt daartoe het aantal afgegeven toevoegingen op het terrein van een specialisatie in de eigen administratie. De Raad benadert advocaten die gedurende één kalenderjaar minder toevoegingen hebben behandeld dan vereist is voor de voortzetting van een specialisatie. De Raad stelt advocaten in de gelegenheid om gemotiveerd aan te geven of zij ingeschreven willen blijven staan voor die specialisatie en bewijsstukken te overleggen van eventuele betalende zaken, opleidingspunten of lidmaatschap van werkgroepen.

3.

De Raad toetst bij advocaten, aan wie blijkens de eigen administratie voldoende toevoegingen voor een specialisatie zijn afgegeven, steekproefsgewijs of zij aan de overige gestelde eisen hebben voldaan.

4.

De Raad kan besluiten de gestelde eisen voor het onderhouden van de deskundigheid (aantallen opleidingspunten en zaken) bij de betreffende advocaat niet steekproefsgewijs te toetsen op het rechtsgebied waarop de specialisatievereniging actief is indien de advocaat lid is van een specialisatievereniging die:

  • a. van de NOvA het keurmerk specialisatievereniging heeft gekregen;
  • b. voor haar leden minimaal dezelfde deskundigheidseisen stelt als de Raad; en
  • c. steekproefsgewijs aan de hand van bewijsstukken toetst of aan deze eisen is voldaan.
5.

De Raad kan tevens op eigen initiatief (op basis van signalen of wanneer zij dat nodig acht) toetsen of een ingeschreven advocaat, op alle specialisaties waarvoor deze ingeschreven staat, voldoet aan de in hoofdstuk 6 gestelde eisen voor de voortzetting van die specialisatie.

6.

Een advocaat toont aan dat opleidingspunten zijn behaald door overlegging van adequate bewijsstukken. Het bepaalde in artikel 4.4, zevende lid Voda is van overeenkomstige toepassing.

Paragraaf 5. Overige algemene bepalingen

Artikel 5.15. Toevoegingen voor civiele cassatiezaken

De in hoofdstuk 6 omschreven deskundigheidseisen zijn niet van toepassing op het aanvragen van toevoegingen voor cassatiezaken die door cassatie advocaten aangebracht worden bij de civiele kamer van de Hoge Raad.

Artikel 5.16. Goedgekeurde cursussen

Door de Raad goedgekeurde cursussen (piketcursussen, basisopleidingen, specialisatieopleidingen) zoals omschreven in hoofdstuk 6 staan vermeld op www.rvr.org. Andere cursussen kunnen door opleidingsinstellingen ter goedkeuring aan de Raad worden voorgelegd. Bij het verzoek moet aannemelijk worden gemaakt dat die cursussen tenminste gelijkwaardig zijn.

Hoofdstuk 6. Deskundigheid op bepaalde rechtsgebieden (art. 15 lid 1 sub b van de wet)

Paragraaf 1. Deskundigheidseisen voor de specialisatie strafrecht en de strafpiketplanning

Artikel 6.1. Deskundigheidseisen voor inschrijving voor de specialisatie strafrecht
1.

De vereisten voor de inschrijving voor de specialisatie strafrecht zijn:

  • a. het met succes voltooid hebben van:
  • 1°. het onderdeel strafrecht in de beroepsopleiding van vóór september 2013; of
  • 2°. de minor strafrecht en de bijbehorende toets van de beroepsopleiding van september 2013 tot maart 2021 of het eerste deel van de major strafrecht (de vier cursusonderdelen die samen de minor strafrecht vormen: Onderwerp 1: Rol en taakopvatting raadsman. Onderwerp 2: Beslissingsschema en hoofdlijnen bewijsrecht. Onderwerp 3: Materieel strafrecht. Onderwerp 4: Formeel Strafrecht); of
  • 3°. de eerste zes dagdelen van de hoofdpraktijk Strafrecht (beroepsopleiding vanaf maart 2021) met de volgende onderdelen: 1. Strafrechtadvocaat en piketfase (twee dagdelen), 2. Schriftelijke vaardigheden (twee dagdelen) en 3. Materieel strafrecht en voorlopige hechtenis en strategie (twee dagdelen); of
  • 4°. een door de Raad goedgekeurde cursus op het terrein van het strafrecht in de drie jaar voorafgaand aan het verzoek tot inschrijving;
  • b. het onder begeleiding van een reeds voor de specialisatie strafrecht ingeschreven advocaat behandeld hebben van vijf strafzaken.
2.

Het eerste lid is niet van toepassing op rechters en officieren in opleiding (Rio’s en Oio’s) gedurende hun buitenstage in de advocatuur.

Artikel 6.2. Deskundigheidseisen voor de voortzetting van de inschrijving voor de specialisatie strafrecht

De vereisten voor de voortzetting van de inschrijving voor de specialisatie strafrecht zijn:

  • a. het behandelen van tenminste vijftien zaken per jaar op het terrein van het strafrecht;
  • b. het behalen van tenminste tien opleidingspunten per jaar op het terrein van het strafrecht; en
  • c. het tenminste één maal per twee jaar volgen van een actualiteitencursus op het terrein van het strafrecht. Een gevolgde cursus kan desgewenst opgegeven worden voor de in sub b genoemde tien opleidingspunten per jaar.
Artikel 6.3. Deskundigheidseisen voor de inschrijving voor de strafpiketplanning
1.

De vereisten voor de inschrijving voor de strafpiketplanning zijn:

  • a. het voldoen aan de eisen in artikel 6.1;
  • b. het met succes gevolgd hebben van een door de Raad goedgekeurde strafpiketcursus in de drie jaar voorafgaand aan het verzoek tot inschrijving voor de strafpiketplanning;
  • c. het onder begeleiding van een reeds voor de strafpiketplannning ingeschreven advocaat behandeld hebben van zes piketzaken, waarvan tenminste drie zaken tot en met de behandeling door de rechter-commissaris; en
  • d. het zich houden aan het door de Raad vastgestelde reglement piket.
2.

Het eerste lid sub a t/m c is niet van toepassing op rechters en officieren in opleiding (Rio’s en Oio’s) gedurende hun buitenstage in de advocatuur.

3.

Het eerste lid sub b is niet van toepassing op advocaten die de eerste vier dagdelen van de hoofdpraktijk Strafrecht (beroepsopleiding vanaf maart 2021) hebben gevolgd.

Artikel 6.4. Deskundigheidseisen voor de inschrijving voor de militair strafpiketplanning
1.

De Raad hanteert een militair strafpiketplanning inzake piketbijstand aan militairen verblijvend in het buitenland n.a.v. de brief van het College van Procureurs-Generaal van 11 oktober 2016 met betrekking tot consultatie- en verhoorbijstand militairen in operatie- en oefengebieden in het buitenland.

2.

De vereisten voor de inschrijving voor de militair strafpiketplanning zijn:

  • a. het ingeschreven staan voor de strafpiketplanning; en
  • b. het lidmaatschap van de militaire balie
Artikel 6.5. Deskundigheidseisen voor de inschrijving voor de WOTS-WETS-Uitlevering-en overleveringspiketplanning
1.

De vereisten voor de inschrijving voor de WOTS-WETS-Uitlevering-en overleveringspiketplanning zijn:

  • a. het reeds voor een periode van minimaal drie jaar deelnemen aan de strafpiketplanning;
  • b. het in de afgelopen drie jaar behandeld hebben of meegelopen hebben van minimaal één uitleveringszaak en drie overleveringszaken;
  • c. het in de afgelopen drie jaar behandeld hebben of meegelopen hebben van minimaal één WOTS zaak of één WETS zaak; en
  • d. in de afgelopen twee jaar te hebben deelgenomen aan een of meer cursussen van minimaal vier opleidingspunten waarin het uit- en overleveringsrecht, de WOTS en de WETS zijn behandeld.
2.

In verband met het noodzakelijke onderhouden van de ervaring wordt waar nodig een wachtlijst voor inschrijving voor de piketplanning gehanteerd. Belangstellenden voor toelating tot piketplanning worden op datum van aanmelding geregistreerd. Nieuwe toelating vindt pas plaats als het aantal zaken per deelnemende advocaat in een jaar gemiddeld niet onder vijf toevoegingen daalt. Mogelijke toelating wordt door de Raad aangekondigd als het volgen van een cursus, die vereist is voor toelating, mogelijk is.

Artikel 6.6. Deskundigheidseisen voor de voortzetting van de inschrijving voor het WOTS-WETS-Uitlevering-en overleveringspiket

De vereisten voor de voortzetting van de inschrijving voor het WOTS-WETS-Uitlevering- en overleveringspiket zijn:

  • a. het behandelen van tenminste drie WOTS-WETS uitlevering/overleveringszaken (toevoegingen en/of piketzaken) per jaar; en
  • b. het tweejaarlijks volgen van een door de Raad goedgekeurde cursus WOTS-WETS- Uitleverings-/Overleveringsrecht van minimaal vier opleidingspunten.

Paragraaf 2. Deskundigheidseisen voor de specialisatie jeugdstrafrecht

Artikel 6.7. Deskundigheidseisen voor de inschrijving voor de specialisatie jeugdstrafrecht
1.

De vereisten voor de inschrijving voor de specialisatie jeugdstrafrecht zijn:

  • a. het beschikken over minimaal drie jaar relevante beroepservaring;
  • b. het met goed gevolg hebben afgerond van de beroepsopleiding tot september 2013 of het eerste leerjaar van de beroepsopleiding van september 2013 tot maart 2021 met minor of major strafrecht of het eerste leerjaar van de beroepsopleiding vanaf maart 2021 met hoofdpraktijk strafrecht;
  • c. het in de afgelopen drie jaar behaald hebben van twaalf opleidingspunten op het terrein van het jeugdstrafrecht; en
  • d. het onder begeleiding van een drie jaar voor de specialisatie jeugdstrafrecht ingeschreven advocaat behandeld hebben van minimaal drie jeugdstrafzaken.
2.

Onder relevante beroepservaring bedoeld in het eerste lid onder a wordt verstaan: drie jaar werkervaring als beëdigd advocaat. Een kortere werkervaring als advocaat volstaat, mits die gecombineerd wordt met relevante en gelijkwaardige werkervaring elders, bijvoorbeeld in een beroep bij het Openbaar Ministerie, de Rechterlijke Macht, de Politie of Jeugdzorg.

3.

Advocaten die het eerste leerjaar van de beroepsopleiding hebben afgerond en de onderdelen van de beroepsopleiding genoemd in het eerste lid onder b niet hebben afgerond moeten in plaats daarvan de in artikel 6.1, eerste lid onder a, 4° genoemde cursus in de drie jaar voorafgaand aan het verzoek tot inschrijving hebben gevolgd.

Artikel 6.8. Deskundigheidseisen voor de voortzetting van de inschrijving voor de specialisatie jeugdstrafrecht
1.

De vereisten voor de voortzetting van de specialisatie jeugdstrafrecht zijn:

  • a. het behandelen van tenminste zes toegevoegde zaken per jaar op het terrein van het jeugdstrafrecht;
  • b. het behalen van tenminste acht opleidingspunten per jaar op het terrein van het jeugdstrafrecht, waaronder tenminste één actualiteitencursus. Opleidingspunten behaald op het terrein van vaardigheden op het terrein van het jeugdstrafrecht tellen voor dit aantal mee; en
  • c. indien de advocaat reeds drie jaar voor de specialisatie staat ingeschreven: het verlenen van medewerking aan het laten meelopen van collega’s bij zittingen op het terrein van het jeugdstrafrecht.
2.

De opleidingspunten bedoeld in het eerste lid onder b kunnen tot een maximum van vier opleidingspunten per jaar worden opgegeven voor de voortzetting van de specialisatie strafrecht bij de Raad.

3.

De advocaat kan, op het moment dat de Raad bij de advocaat toetst of aan de voorwaarde in het eerste lid onder a wordt voldaan, de Raad verzoeken om ontheffing indien het zaaksaanbod in het gebied waar de regeling van toepassing is, te gering is om aan die voorwaarde te voldoen.

Artikel 6.9. Deskundigheidseisen voor de inschrijving voor de jeugdstrafpiketplanning
1.

De vereisten voor de inschrijving voor de jeugdstrafpiketplanning zijn:

  • a. het voldoen aan de eisen in artikel 6.7;
  • b. het met succes gevolgd hebben van een door de Raad goedgekeurde strafpiketcursus in de drie jaar voorafgaand aan het verzoek tot inschrijving; en
  • c. het houden aan het door de Raad vastgestelde reglement piket.
2.

Het eerste lid sub b is niet van toepassing op advocaten die de hoofdpraktijk strafrecht van de beroepsopleiding succesvol hebben afgerond.

Paragraaf 3. Deskundigheidseisen voor de specialisatie slachtofferzaken

Artikel 6.10. Deskundigheidseisen voor de inschrijving voor de specialisatie slachtofferzaken (zaakcodes Civiel O 013, gewelds- en zedenmisdrijven en Straf Z 110, voeging benadeelde partij in het strafproces)
1.

De vereisten voor de inschrijving voor de specialisatie slachtofferzaken zijn:

  • a. aantoonbaar lid zijn van één van de volgende verenigingen/netwerken:
  • 1°. Vereniging van Letselschadeadvocaten;
  • 2°. Vereniging van advocaten voor slachtoffers van personenschade;
  • 3°. Landelijk Advocaten Netwerk Gewelds- en Zedenslachtoffers;
  • b. voor advocaten die geen lid zijn van een van de in het eerste lid sub a genoemde verenigingen/netwerken gelden de volgende voorwaarden:
  • 1°. het met succes voltooid hebben van een door de Raad goedgekeurde basisopleiding letsel- en slachtofferzaken ter waarde van twintig opleidingspunten in de drie jaar voorafgaand aan het verzoek tot inschrijving; en
  • 2°. het onder begeleiding van een voor de specialisatie slachtofferzaken ingeschreven advocaat behandeld hebben van tenminste drie zaken op het terrein van deze specialisatie.
2.

Het eerste lid onder b, 2° is niet van toepassing op advocaten die in de periode van twee jaar voorafgaand aan het indienen van het verzoek om inschrijving voor dit terrein drie zaken zonder begeleiding hebben behandeld.

Artikel 6.11. Deskundigheidseisen voor de voortzetting van de inschrijving voor de specialisatie slachtofferzaken
1.

De vereisten voor de voortzetting van de inschrijving voor de specialisatie slachtofferzaken zijn:

  • a. Het behandelen van tenminste zes zaken per jaar op het terrein van rechtsbijstand aan slachtoffers van een misdrijf (O013/Z110); en
  • b. Het behalen van tenminste vijf opleidingspunten per jaar op het terrein van het voegen van een civiele vordering van het slachtoffer van een ernstig gewelds- of zedenmisdrijf in het strafproces waarbij zowel civielrechtelijke als strafrechtelijke aspecten aan bod komen.
2.

Opleidingsactiviteiten vanuit de vereniging/het netwerk tellen mee voor het in het eerste lid onder b genoemde aantal opleidingspunten.

Paragraaf 4. Deskundigheidseisen voor de specialisatie psychiatrisch patiëntenrecht en het psychiatrisch patiëntenpiket

Artikel 6.12. Deskundigheidseisen voor de inschrijving voor de specialisatie psychiatrisch patiëntenrecht en het psychiatrisch patiëntenpiket
1.

De vereisten voor de inschrijving voor de specialisatie psychiatrisch patiëntenrecht en het psychiatrisch patiëntenpiket zijn:

  • a. het voltooid hebben van de stage;
  • b. het met succes gevolgd hebben van een door de Raad goedgekeurde cursus op het gebied van het psychiatrisch patiëntenrecht in de drie jaar voorafgaand aan het verzoek tot inschrijving;
  • c. het onder begeleiding minimaal twee verschillende advocaten die minimaal drie jaar voor de specialisatie psychiatrisch patiëntenrecht staan ingeschreven behandeld hebben van vijf zaken, waarvan tenminste één maal een crisismaatregel en één maal een zorgmachtiging;
  • d. het aan de Raad toezenden van een afschrift van de aanmelding voor het lidmaatschap van de landelijke werkgroep (Vereniging van Psychiatrisch Patiëntenrecht Advocaten Nederland (vPan)) of voor de deelname aan een regionale werkgroep betreffende het psychiatrisch patiëntenrecht; en
  • e. het zich houden aan het door de Raad vastgestelde reglement piket.
2.

De advocaat die door de Raad is ingeschreven voor de specialisatie psychiatrisch patiëntenrecht staat daarnaast ook ingeschreven voor de psychiatrisch patiëntenpiketplanning.

Artikel 6.13. Wachtlijst voor inschrijving
1.

De Raad hanteert in verband met het noodzakelijke onderhouden van de ervaring per piketplanning een wachtlijst voor inschrijving voor de specialisatie psychiatrisch patiëntenrecht en het psychiatrisch patiëntenpiket.

2.

Advocaten die zich laten registreren op de wachtlijst maken daarmee kenbaar dat zij – zodra dat mogelijk is – ingeschreven willen worden voor de specialisatie en deel willen nemen aan de piketplanning.

3.

Advocaten die zich willen laten registreren op de wachtlijst hebben de stage voltooid.

4.

Advocaten die zich willen laten registreren op de wachtlijst hoeven op het moment van registratie nog niet aan de in artikel 6.12 gestelde voorwaarden voor inschrijving te voldoen.

5.

De Raad registreert advocaten op datum van aanmelding op de wachtlijst.

6.

De Raad laat pas nieuwe advocaten toe zolang door toelating het aantal zaken per aan een regionale piketplanning deelnemende advocaat in een jaar gemiddeld niet onder 35 toevoegingen daalt.

7.

De Raad stelt advocaten die benaderd worden voor toelating vanaf de wachtlijst in de gelegenheid om binnen een door de Raad gestelde termijn aan de in artikel 6.12 gestelde voorwaarden voor inschrijving te gaan voldoen.

8.

De op de wachtlijst staande advocaat die door de Raad benaderd wordt voor inschrijving gaat uiterlijk binnen één jaar voldoen aan de gestelde eisen. De Raad verwijdert de advocaat die niet binnen één jaar voldoet aan de gestelde eisen, van de wachtlijst.

Artikel 6.14. Deskundigheidseisen voor de voortzetting van de inschrijving voor de specialisatie psychiatrisch patiëntenrecht en de psychiatrisch patiënten piketplanning
1.

De vereisten voor de voortzetting van de inschrijving voor de specialisatie psychiatrisch patiëntenrecht en het psychiatrisch patiëntenpiket zijn:

  • a. het behandelen van tenminste 25 zaken per jaar op het terrein van het psychiatrisch patiëntenrecht;
  • b. het jaarlijks besteden van minimaal tien uren aan het onderhouden van de deskundigheid op het terrein van het psychiatrisch patiëntenrecht middels:
  • 1°. het behalen van tenminste zes opleidingspunten per jaar op het gebied van het psychiatrische patiëntenrecht. Opleidingspunten behaald op het terrein van vaardigheden op het terrein van het psychiatrisch patiëntenrecht tellen voor dit aantal mee; en
  • 2°. het behalen van tenminste vier opleidingspunten per jaar via actieve deelname aan de landelijke werkgroep van de Vereniging van Psychiatrisch Patiëntenrecht Advocaten Nederland (vPan) of aan regionale werkgroepen betreffende het psychiatrische patiëntenrecht.
  • c. te handelen naar de eisen van zorgvuldige en doelmatige rechtsbijstandverlening. In dat kader volgt de advocaat in zijn praktijkvoering de eisen die voortvloeien uit minimumnormen. Minimumnormen zijn opgenomen in de Best Practice Guide Gedwongen opname en behandeling van psychiatrische patiënten/cliënten;
  • d. medewerking te verlenen aan het begeleiden van advocaten die zich in wensen te schrijven voor deze specialisatie.
2.

De advocaat kan, op het moment dat de Raad bij de advocaat toetst of aan de voorwaarde in het eerste lid onder a wordt voldaan, de Raad verzoeken om ontheffing indien het zaaksaanbod in het gebied waar de regeling van toepassing te gering is om aan die voorwaarde te voldoen.

Artikel 6.15. Tijdelijk niet inplannen psychiatrisch patiëntenpiket bij bereiken zeventig toevoegingen
1.

Om een evenredigere verdeling van het aantal toevoegingen op het terrein van het psychiatrisch patiëntenrecht aan de advocaten op de psychiatrisch patiëntenpiket-planning te bevorderen, plant de Raad advocaten waaraan binnen één kalenderjaar meer dan zeventig toevoegingen met zaakcode Z020 op het terrein van het psychiatrisch patiëntenrecht worden afgegeven niet langer in de daarop volgende planningsperiode in voor psychiatriezaken.

2.

De advocaat kan gedurende de periode dat deze niet op de planning is ingedeeld wel in aanmerking komen voor het ontvangen van piketmeldingen voor stamcliënten en kan gedurende deze periode stamcliënten op basis van een last tot toevoeging blijven bijstaan.

3.

Cassatiezaken op het terrein van het psychiatrisch patiëntenrecht worden niet in de telling van de in het eerste lid genoemde toevoegingen betrokken.

Artikel 6.16. Uitschrijving specialisatie psychiatrisch patiëntenrecht en het psychiatrisch patiëntenpiket; Raad verdeelt nieuwe zaken van stamcliënten over andere advocaten

Bij uitschrijving voor de specialisatie psychiatrisch patiëntenrecht en het psychiatrisch patiëntenpiket, verdeelt de Raad nieuwe zaken van stamcliënten van de advocaat over andere ingeschreven advocaten. De advocaat maakt geen afspraken op basis waarvan nieuwe zaken van deze stamcliënten toe zouden vallen aan specifieke advocaten.

Paragraaf 5. Deskundigheidseisen voor de specialisatie vreemdelingenrecht en de vreemdelingenpiketplanning

Artikel 6.17. Deskundigheidseisen voor de voorwaardelijke inschrijving voor de specialisatie vreemdelingenrecht
1.

De vereisten voor de voorwaardelijke inschrijving voor de specialisatie vreemdelingenrecht zijn:

  • a. voor advocaten die voor het eerst zijn beëdigd vóór september 2013 het met succes voltooid hebben van door de Raad goedgekeurde cursussen op het terrein van het vreemdelingenrecht in de drie jaar voorafgaand aan het verzoek tot inschrijving.
  • b. voor advocaten die voor het eerst zijn beëdigd tussen september 2013 en maart 2021 het met succes voltooid hebben van de volgende vakken van de beroepsopleiding van september 2013 tot 1 maart 2021:
  • 1°. de modules 1 en 2 van Beroepsattitude en Beroepsethiek;
  • 2°. de major Bestuursrecht; en
  • 3°. het groot keuzevak Regulier Vreemdelingenrecht.
  • c. voor advocaten die voor het eerst zijn beëdigd vanaf maart 2021 het met succes voltooid hebben van de volgende vakken van de beroepsopleiding vanaf maart 2021:
  • 1°. de summatieve toets van het vak Ethiek en geïntegreerde vaardigheden aan het einde van het eerste jaar van de beroepsopleiding;
  • 2°. de hoofdpraktijk Bestuursrecht; en
  • 3°. de leerpraktijk Migratierecht.
2.

Advocaten, als bedoeld in het eerste lid onder b en c, die de major of hoofdpraktijk bestuursrecht niet hebben gevolgd hebben in plaats daarvan een door de Raad goedgekeurde cursus op het terrein van het bestuursrecht gevolgd in de drie jaar voorafgaand aan het verzoek tot inschrijving.

3.

Advocaten, als bedoeld in het eerste lid onder b, die het keuzevak onder 3° niet hebben afgerond hebben in plaats van dat vak de cursussen genoemd in het eerste lid onder a. afgerond.

4.

Advocaten, als bedoeld in het eerste lid onder c, die de leerpraktijk onder 3° niet hebben afgerond hebben in plaats van die leerpraktijk de cursussen genoemd in het eerste lid onder a. afgerond.

5.

Naast de vereisten genoemd in het eerste lid gelden de volgende vereisten:

  • a. het worden begeleid door een reeds voor de specialisatie vreemdelingenrecht onvoorwaardelijk ingeschreven advocaat; en
  • b. het lid zijn van een door de Raad goedgekeurde werkgroep. Goedgekeurd is de werkgroep rechtsbijstand in vreemdelingenzaken van de Stichting Migratierecht Nederland.
6.

Indien een advocaat zowel is ingeschreven voor de specialisatie vreemdelingenrecht als voor de specialisatie asiel- en vluchtelingenrecht dan heeft deze in afwijking van het vijfde lid onder b, éénmaal toegang tot het gebruik van een digitale databank, hetzij via de werkgroep van de Stichting Migratierecht Nederland, hetzij via de werkgroep van Vluchtelingenwerk.

Artikel 6.18. Omzetting voorwaardelijke inschrijving naar onvoorwaardelijke inschrijving
1.

De voorwaardelijke inschrijving geldt voor de duur van één jaar.

2.

De advocaat behandelt gedurende de voorwaardelijke inschrijving tenminste tien toevoegingen op het terrein van het vreemdelingenrecht onder begeleiding van een reeds voor de specialisatie vreemdelingenrecht onvoorwaardelijk ingeschreven advocaat.

3.

De Raad zet de voorwaardelijke inschrijving na de periode genoemd in het eerste lid en zodra uit rapportage van de advocaat en zijn begeleider is gebleken dat aan de voorwaarden genoemd in artikel 6.17 eerste en vijfde lid en artikel 6.18 tweede lid is voldaan, om naar een onvoorwaardelijke inschrijving. Indien de stukken niet vóór het einde van het jaar van voorwaardelijke inschrijving zijn ontvangen, komt de voorwaardelijke inschrijving te vervallen.

4.

De termijn van voorwaardelijke inschrijving kan in bijzondere gevallen worden verlengd met een door de Raad te bepalen termijn.

5.

De advocaat die onvoorwaardelijk is ingeschreven is beschikbaar om advocaten te begeleiden die voorwaardelijk voor de specialisatie vreemdelingenrecht zijn ingeschreven.

6.

Advocaten kunnen op verzoek direct onvoorwaardelijk worden ingeschreven indien zij kunnen aantonen dat zij aan de voorwaarden genoemd in artikel 6.17 eerste en vijfde lid onder b en artikel 6.18, tweede lid en vijfde lid voldoen.

Artikel 6.19. Deskundigheidseisen voor de voortzetting van de onvoorwaardelijke inschrijving voor de specialisatie vreemdelingenrecht
1.

De vereisten voor de voortzetting van de onvoorwaardelijke inschrijving voor de specialisatie vreemdelingenrecht zijn:

  • a. het behandelen van tenminste vijftien zaken per jaar op het terrein van het vreemdelingenrecht en/of vreemdelingenbewaring/piket;
  • b. het behalen van tenminste zes opleidingspunten per jaar op het terrein van het vreemdelingenrecht;
  • c. lid te zijn van de in artikel 6.17, vijfde lid onder b genoemde werkgroep; en
  • d. zodanige maatregelen te nemen dat bij afwezigheid de vervanging/waarneming wordt verzorgd door een voor de specialisatie vreemdelingenrecht ingeschreven advocaat.
2.

Advocaten die tevens staan ingeschreven voor de specialisatie asiel- en vluchtelingenrecht en die voor de voortzetting van deze specialisatie zes opleidingspunten hebben ingebracht behalen in plaats van het in het eerste lid onder b genoemde aantal opleidingspunten vier opleidingspunten per jaar op het terrein van het vreemdelingenrecht.

Artikel 6.20. Deskundigheidseisen voor de inschrijving voor de specialisatie vreemdelingenbewaring

De vereisten voor de inschrijving voor de specialisatie vreemdelingenbewaring zijn:

  • a. het voorwaardelijk of onvoorwaardelijk zijn ingeschreven voor de specialisatie vreemdelingenrecht;
  • b. met succes het klein keuzevak Toezicht, bewaring en terugkeer van de beroepsopleiding van september 2013 tot maart 2021 voltooid te hebben ofwel een certificaat te overleggen van een door de Raad goedgekeurde cursus op het terrein van vreemdelingenbewaringszaken;
  • c. aantoonbare basiskennis te hebben van het bestuursrecht, het bestuursprocesrecht en het asielrecht en deze kennis met actualiteitencursussen te onderhouden;
  • d. onder begeleiding van een reeds op voor de specialisatie vreemdelingenbewaring ingeschreven advocaat tenminste twee vreemdelingenbewaringszaken op basis van een toevoeging te hebben behandeld;
  • e. het verklaren zich te houden aan het door de Raad vastgestelde Reglement piket;
  • f. te handelen naar de eisen van zorgvuldige en doelmatige rechtsbijstandverlening aan vreemdelingen in vreemdelingenbewaring. In dat kader volgt de advocaat in zijn praktijkvoering de eisen die voortvloeien uit de minimumnormen die zijn opgenomen in de Best Practice Guide Vreemdelingenbewaring;
  • g. desgevraagd aan de Klachtencommissie Rechtsbijstand Asiel en Vreemdelingenbewaring geanonimiseerde dossiers ten behoeve van klachtbehandeling en ambtshalve onderzoek beschikbaar te stellen; en
Artikel 6.21. (nieuw) Deskundigheidseisen voor de inschrijving voor de vreemdelingenpiketplanning

De vereisten voor de inschrijving voor de vreemdelingenpiketplanning zijn:

  • a. het voldoen aan de eisen in artikel 6.17 en 6.20;
  • b. het onder begeleiding van een reeds voor de vreemdelingenpiketplanning ingeschreven advocaat behandeld hebben van tenminste twee vreemdelingenpiketzaken;
  • c. het verklaren zich te houden aan het door de Raad vastgestelde reglement piket; en
  • d. de vreemdeling tijdig vóór het ophoudingsverhoor/bewaringsgehoor te bezoeken wanneer de aanwezigheid van een piketadvocaat wordt verlangd. Wordt zijn aanwezigheid niet verlangd dan bezoekt de advocaat de vreemdeling binnen 24 uur na de piketmelding.
Artikel 6.21a. Wachtlijst voor inschrijving voor de vreemdelingenpiketplanning
1.

De Raad hanteert in verband met het noodzakelijke onderhouden van de ervaring per piketplanning een wachtlijst voor inschrijving voor de vreemdelingenpiketplanning

2.

Advocaten die zich laten registreren op de wachtlijst maken daarmee kenbaar dat zij – zodra dat mogelijk is – ingeschreven willen worden voor de specialisatie en deel willen nemen aan de piketplanning.

3.

Advocaten die zich willen laten registreren op de wachtlijst hoeven op het moment van registratie nog niet aan de in artikel 6.20 onder b t/m g en artikel 6.21 onder b t/m d gestelde eisen te voldoen.

4.

De Raad registreert advocaten op datum van aanmelding op de wachtlijst.

5.

De Raad laat pas nieuwe advocaten toe zolang door toelating het aantal zaken per aan een regionale piketplanning deelnemende advocaat in een jaar gemiddeld niet onder 22 toevoegingen en het gemiddeld aantal vreemdelingenpiketzaken niet onder de drie piketzaken daalt.

6.

De Raad stelt advocaten die benaderd worden voor toelating vanaf de wachtlijst in de gelegenheid om binnen een door de Raad gestelde termijn aan de in artikel 6.20 onder b t/m g en artikel 6.21 onder b t/m d gestelde eisen voor inschrijving te gaan voldoen.

7.

De op de wachtlijst staande advocaat die door de Raad benaderd wordt voor inschrijving gaat uiterlijk binnen één jaar voldoen aan de gestelde eisen. De Raad verwijdert de advocaat die niet binnen één jaar voldoet aan de gestelde eisen, van de wachtlijst.

Artikel 6.22. Deskundigheidseisen voor de voortzetting van de inschrijving voor de specialisatie vreemdelingenbewaring en de vreemdelingenpiketplanning
1.

De vereisten voor de voortzetting van de inschrijving voor de vreemdelingenpiketplanning en voor de behandeling van toevoegingen in vreemdelingenbewaringszaken zijn:

  • a. het voldoen aan de voorwaarden genoemd in artikel 6.19, eerste lid;
  • b. het behandelen van tenminste twaalf vreemdelingenbewaringszaken op basis van een toevoeging per jaar;
  • c. het behandelen van tenminste drie vreemdelingenpiketzaken per jaar; en
  • d. het volgen van een door de Raad goedgekeurde cursus van tenminste vier opleidingspunten op het terrein van vreemdelingenbewaringszaken per jaar.
2.

Het in het eerste lid onder b en c genoemde aantal zaken kan betrokken worden in de telling voor het totaal aantal zaken zoals omschreven in artikel 6.19, eerste lid onder a.

3.

Het eerste lid, onder c. is niet van toepassing op advocaten die zich niet hebben ingeschreven voor de vreemdelingenpiketplanning.

4.

De Raad kan voor het in het eerste lid onder b en c genoemde aantal zaken rekening houden met een surplus in een voorgaand jaar.

Paragraaf 6. Deskundigheidseisen voor de specialisatie asiel- en vluchtelingenrecht en het AC-rooster

Artikel 6.23. Deskundigheidseisen voor de voorwaardelijke inschrijving voor de specialisatie asiel- en vluchtelingenrecht
1.

De vereisten voor de voorwaardelijke inschrijving voor de specialisatie asiel- en vluchtelingenrecht zijn:

  • a. voor advocaten die voor het eerst zijn beëdigd vóór september 2013 het met succes voltooid hebben van door de Raad goedgekeurde cursussen op het terrein van het asiel- en vluchtelingenrecht en vreemdelingenrecht in de drie jaar voorafgaand aan het verzoek tot inschrijving;
  • b. voor advocaten die voor het eerst zijn beëdigd tussen september 2013 en maart 2021 het met succes voltooid hebben van de volgende vakken van de beroepsopleiding van september 2013 tot 1 maart 2021:
  • 1°. de modules 1 en 2 van Beroepsattitude en Beroepsethiek;
  • 2°. de major Bestuursrecht;
  • 3°. het groot keuzevak Regulier vreemdelingenrecht;
  • 4°. het klein keuzevak Toezicht, bewaring en terugkeer; en
  • 5°. het groot keuzevak Asiel- en vluchtelingenrecht;
  • c. voor advocaten die voor het eerst zijn beëdigd vanaf maart 2021 het gevolgd hebben van een door de Raad goedgekeurde cursus op het terrein van vreemdelingenbewaringszaken in de drie jaar voorafgaand aan het verzoek tot inschrijving en het met succes voltooid hebben van de volgende vakken van de beroepsopleiding vanaf maart 2021:
  • 1°. de summatieve toets van het vak Ethiek en geïntegreerde vaardigheden aan het einde van het eerste jaar van de beroepsopleiding;
  • 2°. de hoofdpraktijk Bestuursrecht; en
  • 3°. de leerpraktijk Migratierecht.
2.

Advocaten bedoeld in het eerste lid onder b en c die de major Bestuursrecht of hoofdpraktijk Bestuursrecht niet hebben gevolgd hebben in plaats daarvan een door de Raad goedgekeurde cursus op het terrein van het bestuursrecht gevolgd in de drie jaar voorafgaand aan het verzoek tot inschrijving.

3.

Advocaten bedoeld in het eerste lid onder b die de vakken onder 3° tot en met 5° niet hebben afgerond hebben in plaats van die vakken de cursussen genoemd in het eerste lid onder a. afgerond.

4.

Advocaten bedoeld in het eerste lid onder c die het vak onder 3° niet hebben afgerond hebben in plaats van die vakken de cursussen genoemd in het eerste lid onder a. afgerond.

5.

Naast de vereisten genoemd in het eerste lid gelden de volgende vereisten:

  • a. deelname aan het begeleidingstraject voor de specialisatie asiel- en vluchtelingenrecht zoals omschreven in artikel 6.24;
  • b. lid zijn van een door de Raad goedgekeurde werkgroep op het terrein van het asiel- en vluchtelingenrecht. Goedgekeurd is de Landelijke Werkgroep Rechtshulp aan Vluchtelingen van VluchtelingenWerk;
  • c. handelen naar de richtlijnen die zijn opgenomen in de Best Practices Leidraad voor asieladvocaten beschikbaar via www.bestpracticesleidraad.nl;
  • d. desgevraagd aan de Commissie Intercollegiale Toetsing geanonimiseerde dossiers beschikbaar stellen ten behoeve van onderzoek naar de kwaliteit van de asielrechtsbijstand voor alle advocaten werkzaam in asiel- en vluchtelingenrecht; en
  • e. desgevraagd aan de Klachtencommissie Rechtsbijstand asiel en vreemdelingenbewaring geanonimiseerde dossiers beschikbaar stellen ten behoeve van klachtbehandeling en ambtshalve onderzoek.
6.

Indien een advocaat zowel is ingeschreven voor de specialisatie vreemdelingenrecht als voor de specialisatie asiel- en vluchtelingenrecht dan heeft deze in afwijking van het vijfde lid onder b, éénmaal toegang tot het gebruik van een digitale databank, hetzij via de werkgroep van de Stichting Migratierecht Nederland, hetzij via de werkgroep van Vluchtelingenwerk.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)