Inschrijvingsvoorwaarden advocatuur 2026-II

Type ZBO-regeling
Publication 2026-07-01
Laatst bijgewerkt 2026-07-08
State In force
Source BWB
artikelen 87
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
Artikel 6.24. Begeleidingstraject voor de specialisatie asiel- en vluchtelingenrecht
1.

Bij de start van het begeleidingstraject loopt de nieuwe advocaat mee met één (of meerdere) ervaren asieladvocaat(-advocaten) tijdens de behandeling van een zaak in de gemeenschappelijke asielprocedure (waaronder minimaal het bijwonen van een intakegesprek en een nabespreking).

2.

De begeleider is een advocaat die bij de Raad onvoorwaardelijk is ingeschreven voor de specialisatie asiel- en vluchtelingenrecht en voldoet aan de volgende voorwaarden:

  • a. heeft minstens vijf jaar zelfstandige ervaring als asieladvocaat en beschikt over een grote asielpraktijk (ten minste 50%);
  • b. is goed bereikbaar en bereid tot tijdsinvestering om de begeleiding inhoud te geven; en
  • c. heeft geen begeleidingstraject of maatregel lopen bij de Commissie Intercollegiale Toetsing of Klachtencommissie Rechtsbijstand Asiel- en Vreemdelingenbewaring.
3.

Er is één begeleider per begeleidingstraject.

4.

De nieuwe advocaat behandelt enkel asielzaken onder begeleiding. Dit kunnen alle soorten asielzaken zijn.

5.

De nieuwe advocaat draagt zorg voor tijdige afstemming met de begeleider over te behandelen zaken.

6.

De begeleider en de nieuwe advocaat stemmen onderling de aandachtspunten voor de begeleiding af.

7.

De begeleider geeft feedback op alle in te dienen stukken. De nieuwe advocaat deelt daartoe alle relevante stukken tijdig met de begeleider.

8.

De nieuwe advocaat behandelt gedurende het begeleidingstraject tenminste tien zaken op het terrein van het asiel- en vluchtelingenrecht, waarvan tenminste:

  • a. vijf asielprocedures waarin beroep is behandeld bij de rechtbank; en
  • b. sprake is van voldoende diversiteit en zwaarte van zaken.
9.

Indien het begeleidingstraject conform de voorwaarden en naar voldoening is verlopen, bevestigt de begeleider dit aan de nieuwe advocaat in de vorm van een ‘Verklaring van geen bezwaar’ met daarbij een verslaglegging van de begeleiding. Zolang er geen verklaring van geen bezwaar is, kan de nieuwe advocaat niet zelfstandig asielzaken behandelen.

10.

Indien de begeleider en de nieuwe advocaat het oneens zijn over de afgifte van de verklaring van geen bezwaar kunnen zij zich wenden tot de Commissie Intercollegiale Toetsing.

Artikel 6.25. Omzetting voorwaardelijke inschrijving naar onvoorwaardelijke inschrijving
1.

De voorwaardelijke inschrijving geldt voor de duur van één jaar. De Raad zet de voorwaardelijke inschrijving na deze periode om naar een onvoorwaardelijke inschrijving zodra uit een verklaring van ‘geen bezwaar’ alsmede de verslaglegging van de begeleiding opgesteld door de begeleidende advocaat is gebleken dat aan de voorwaarden genoemd in artikel 6.23, eerste en vijfde lid en artikel 6.24, achtste lid is voldaan.

2.

Indien de in het eerste lid genoemde stukken niet vóór het einde van het jaar van voorwaardelijke inschrijving zijn ontvangen, komt de voorwaardelijke inschrijving te vervallen.

3.

De termijn van voorwaardelijke inschrijving kan in bijzondere gevallen worden verlengd met een door de Raad te bepalen termijn.

4.

Advocaten kunnen op verzoek direct onvoorwaardelijk worden ingeschreven indien zij kunnen aantonen dat zij aan de voorwaarden genoemd in het artikel 6.23, eerste en vijfde lid en artikel 6.24, achtste en negende lid voldoen.

Artikel 6.26. Deskundigheidseisen voor de inschrijving voor het AC-rooster

De vereisten voor de inschrijving voor het AC-rooster zijn:

  • a. het (on)voorwaardelijk zijn ingeschreven voor de specialisatie asiel- en vluchtelingenrecht;
  • b. het voorafgaand aan de eerste inschrijving voor het AC-rooster volgen van de introductietraining AC-rooster die Legal Aid voorafgaand aan iedere roosterperiode organiseert; en
  • c. het voorafgaand aan de eerste inschrijving voor het AC-rooster voldoen aan de voorwaarde betreffende meelopen in een AA-procedure zoals genoemd in artikel 6.24 eerste lid.
Artikel 6.27. Deskundigheidseisen voor de voortzetting van de onvoorwaardelijke inschrijving voor de specialisatie asiel- en vluchtelingenrecht

De vereisten voor de voortzetting van de onvoorwaardelijke inschrijving voor de specialisatie asiel- en vluchtelingenrecht zijn:

  • a. het behandelen van tenminste twintig toevoegingen per jaar op het terrein van het asiel- en vluchtelingenrecht;
  • b. het behalen van tenminste zes opleidingspunten per jaar op het terrein van het asiel- en vluchtelingenrecht; en
  • c. voldoen aan de vereisten als genoemd in artikel 6.23, vijfde lid onder b tot en met e.

De vereisten voor de inschrijving voor het grensdetentierooster zijn:

  • a. de advocaat is ingeschreven voor het AC-rooster; en
  • b. de advocaat heeft in de drie jaar voorafgaand aan inschrijving een vanuit de Commissie Intercollegiale Toetsing in overleg met de Raad voor Rechtsbijstand AC Schiphol aangeboden cursus op het terrein van grensdetentie gevolgd van minimaal drie opleidingspunten.
1.

Het vereiste voor de voortzetting van de inschrijving voor het grensdetentierooster is:

Het een maal per twee jaar opnieuw de vanuit de Commissie Intercollegiale Toetsing in overleg met de Raad voor Rechtsbijstand AC Schiphol aangeboden cursus op het terrein van grensdetentie van minimaal drie opleidingspunten volgen. De Raad faciliteert en bekostigt de cursus.

2.

De cursus grensdetentie kan door advocaten worden opgegeven voor drie opleidingspunten van de zes opleidingspunten die voor de voortzetting van de specialisatie asiel- en vluchtelingenrecht behaald dienen te worden, zoals omschreven in artikel 6.27 sub b.

Artikel 6.30. Deskundigheidseisen voor de rechtsbijstandverlening in asielzaken van alleenstaande minderjarige vreemdelingen die in de beschermde opvang (BO) worden geplaatst omdat er een mogelijk risico bestaat slachtoffer te zijn dan wel te worden van mensenhandel

De vereisten voor het verlenen van rechtsbijstand in BO-zaken zijn:

  • a. de laatste vijf jaar ingeschreven zijn voor de specialisatie asiel bij de Raad;
  • b. het kunnen overleggen van een certificaat van een verdiepingscursus mensenhandel, behaald in de drie jaar voorafgaand aan het verzoek tot inschrijving, aangevuld met een tweejaarlijkse actualiteitencursus mensenhandel; en
  • c. bereid zijn om voor zowel de voorbereiding als het bijwonen van het nader gehoor naar de NIDOS locatie/locatie IND af te reizen.
Artikel 6.31. Verwijderen van het AC-rooster bij het bereiken van 200 eenheden

Zodra aan een advocaat tussen 1 januari en 1 november van een kalenderjaar 200 toevoegingseenheden zoals omschreven in artikel 4.1 zijn afgegeven wordt deze door de Raad gedurende het resterende kalenderjaar van het AC-rooster verwijderd.

Paragraaf 7. Deskundigheidseisen voor de specialisatie personen- en familierecht

Artikel 6.32. Deskundigheidseisen voor de inschrijving voor de specialisatie personen- en familierecht
1.

De vereisten voor de voorwaardelijke inschrijving voor de specialisatie personen- en familierecht zijn:

  • a. het met succes voltooid hebben van:
  • 1°. een door de Raad goedgekeurde basisopleiding personen- en familierecht ter waarde van twintig opleidingspunten in de drie jaar voorafgaand aan het verzoek tot inschrijving, althans aan te tonen dat de advocaat zich voor een dergelijke opleiding heeft aangemeld; of
  • 2°. het met succes voltooid hebben van de major Burgerlijk Recht van de beroepsopleiding van september 2013 tot maart 2021 en zich aangemeld hebben voor het groot keuzevak (Echt)scheidingsrecht van de beroepsopleiding; of
  • 3°. het zich aangemeld hebben voor de hoofdpraktijk privaatrecht en de leerpraktijk familierecht van de beroepsopleiding vanaf maart 2021; of
  • 4°. het aantoonbaar aspirant-lid zijn van de vereniging van Familierechtadvocaten Scheidingsmediators (vFAS); en
  • b. het bereid zijn om de gedragscode voor advocaten in het personen- en familierecht te hanteren (bijlage 2).
2.

De voorwaardelijke inschrijving geldt voor de duur van één jaar of, indien de advocaat is ingeschreven op grond van het eerste lid, sub a onder 3°, voor de duur van twee jaar.

3.

De advocaat behandelt gedurende de voorwaardelijke inschrijving tenminste tien zaken per jaar op het terrein van het personen- en familierecht onder begeleiding van een onvoorwaardelijk voor de specialisatie personen- en familierecht ingeschreven advocaat en voldoet aan het eind van de voorwaardelijke inschrijving de in het eerste lid onder a genoemde cursus of het daar genoemde vak met succes voltooid.

4.

Onder begeleiding als bedoeld in het derde lid wordt verstaan dat de voorwaardelijk ingeschreven advocaat ten minste periodiek gesprekken heeft gevoerd met de begeleidende advocaat over de zaak en de te voeren strategie.

5.

De Raad gaat voor het in het derde lid genoemde aantal zaken uit van de toevoegingen in de eigen administratie op naam van de voorwaardelijk ingeschreven advocaat. De advocaat kan op de wijze als omschreven in artikel 5.8 de Raad verzoeken betalende zaken in de telling te betrekken.

6.

De Raad zet de voorwaardelijke inschrijving na de periode genoemd in het tweede lid en zodra is gebleken dat aan de voorwaarden genoemd in het derde lid is voldaan, om naar een onvoorwaardelijke inschrijving.

7.

De vereisten genoemd in het eerste lid tot en met het zesde lid zijn niet van toepassing op advocaten die aantoonbaar lid zijn van de vereniging van Familierechtadvocaten Scheidingsmediators (vFAS).

Artikel 6.33. Deskundigheidseisen voor de voortzetting van de onvoorwaardelijke inschrijving voor de specialisatie personen- en familierecht
1.

De vereisten voor de voortzetting van de onvoorwaardelijke inschrijving voor de specialisatie personen- en familierecht zijn:

  • a. het behandelen van tenminste vijftien zaken per jaar op het terrein van het personen- en familierecht; en
  • b. het behalen van tenminste tien opleidingspunten per jaar op het terrein van het personen- en familierecht. Opleidingspunten behaald op het terrein van vaardigheden op het personen- en familierecht tellen voor dit aantal mee.
2.

Advocaten die tevens ingeschreven staan als mediator voor de specialisatie personen- en familierecht bij de Raad behandelen in afwijking van het in het eerste lid onder a gestelde voor beide specialisaties in totaal vijftien zaken per jaar, waarvan tenminste zeven familiemediations.

3.

Advocaten die tevens ingeschreven staan als mediator voor de specialisatie personen- en familierecht bij de Raad, behalen in afwijking van het in het eerste lid onder b gestelde voor beide specialisaties in totaal tien opleidingspunten, waarvan vijf opleidingspunten op het terrein van familiemediation.

Paragraaf 8. Deskundigheidseisen voor de specialisatie internationale kinderontvoeringszaken

Artikel 6.34. Deskundigheidseisen voor de inschrijving voor de specialisatie internationale kinderontvoeringszaken
1.

De vereisten voor de inschrijving voor de specialisatie internationale kinderontvoeringszaken zijn:

  • a. succesvol hebben deelgenomen aan een door de Raad goedgekeurde cursus op het gebied van internationale kinderontvoering, waarbij in ieder geval kennis is opgedaan van het Haags Kinderontvoeringsverdrag van 25 oktober 1980 (HKOV), de Uitvoeringswet inzake internationale ontvoering van kinderen van 2 mei 1990, de Verordening Brussel II Bis, het Haags Kinderbeschermingsverdrag van 1996 (HKBV) en cross border mediation. De cursus is minder dan drie jaar voor het verzoek tot inschrijving gevolgd; en
  • b. het behandeld hebben van tenminste drie internationale kinderontvoeringszaken onder begeleiding van een minimaal drie jaar voor de specialisatie internationale kinderontvoeringszaken ingeschreven advocaat.
2.

Het aantal van drie zaken zoals omschreven in het eerste lid sub b moet zijn meegelopen met minimaal twee verschillende advocaten in een periode van drie jaar voorafgaand aan het indienen van een verzoek om inschrijving voor dit terrein.

3.

De eis van begeleiding zoals omschreven in het eerste lid sub b geldt niet voor advocaten die in de periode van drie jaar voorafgaand aan het indienen van het verzoek om inschrijving voor dit terrein drie internationale kinderontvoeringszaken zonder begeleiding hebben behandeld.

Artikel 6.35. Deskundigheidseisen voor de voortzetting van de inschrijving voor de specialisatie internationale kinderontvoeringszaken

De vereisten voor de voortzetting van de inschrijving voor de specialisatie internationale kinderontvoeringszaken zijn het behalen van vier opleidingspunten op het terrein van internationale kinderontvoeringzaken, te behalen door het bijwonen van tenminste twee bijeenkomsten per jaar op het gebied van internationale kinderontvoering waarbij rechtsontwikkelingen en jurisprudentie op het gebied van internationale kinderontvoering worden besproken, georganiseerd door een door de Raad goedgekeurde instelling.

Paragraaf 9. Deskundigheidseisen voor bijzondere curatoren

Artikel 6.36. Deskundigheidseisen voor de inschrijving voor de specialisatie bijzondere curatoren in artikel 1:212 BW zaken (afstammingszaken)
1.

De vereisten voor de inschrijving voor de specialisatie bijzondere curator in artikel 1:212 BW zaken (afstammingszaken) zijn:

  • a. het voltooid hebben van de stage;
  • b. het bij de Raad onvoorwaardelijk ingeschreven staan voor de specialisatie personen- en familierecht; en
  • c. het met goed gevolg hebben afgelegd van het door de Stichting Bijzondere Curator Nederland (Stichting BCN) georganiseerd examen voor het kunnen behandelen van artikel 1:212 BW zaken.
2.

Voor het opgaan voor het examen genoemd in het eerste lid sub c geldt als aanbeveling dat de kandidaat een door de Raad goedgekeurde specialisatieopleiding bijzondere curator van tenminste twintig opleidingspunten heeft voltooid.

Artikel 6.37. Deskundigheidseisen voor de voortzetting van de inschrijving voor de specialisatie bijzondere curatoren in artikel 1:212 BW zaken (afstammingszaken)
1.

De vereisten voor de voortzetting van de inschrijving voor de specialisatie bijzondere curatoren in artikel 1:212 BW zaken (afstammingszaken) zijn:

  • a. het behalen van tenminste vier opleidingspunten per jaar op dit specifieke gebied;
  • b. het voldoen aan de in de inschrijvingsvoorwaarden gestelde deskundigheidseisen voor de voortzetting van de specialisatie personen- en familierecht; en
  • c. het ingeschreven staan bij de Stichting BCN. De bijzondere curator schrijft zich per direct uit als bijzondere curator bij de Raad vanaf het moment dat de inschrijving bij de Stichting BCN eindigt. De Stichting BCN geeft dit eveneens, ter controle, aan de Raad door.
2.

De in het eerste lid sub a genoemde opleidingspunten kunnen tot een maximum van vier opleidingspunten per jaar worden opgegeven voor de voortzetting van de specialisatie personen- en familierecht bij de Raad.

3.

De bijzondere curator stemt in met de plicht van de klachtencommissie van de Stichting BCN om de uitkomst van klachten waarbij een onherroepelijke maatregel van onvoorwaardelijke schorsing of schrapping uit het register van de Stichting BCN aan bijzondere curatoren is opgelegd, te melden aan de Raad.

Artikel 6.38. Deskundigheidseisen voor de inschrijving voor de specialisatie bijzondere curatoren in artikel 1:250 BW zaken
1.

De vereisten voor de inschrijving voor de specialisatie bijzondere curatoren in artikel 1:250 BW zaken zijn:

  • a. het voltooid hebben van de stage;
  • b. het bij de Raad onvoorwaardelijk ingeschreven staan voor de specialisatie personen- en familierecht of de specialisatie civiel jeugdrecht; en
  • c. het met goed gevolg hebben afgelegd van het door de Stichting Bijzondere Curator Nederland (Stichting BCN) georganiseerd examen voor het kunnen behandelen van artikel 1:250 BW zaken.
2.

Voor het opgaan voor het examen genoemd in het eerste lid sub c geldt als aanbeveling dat de kandidaat een door de Raad goedgekeurde specialisatieopleiding bijzondere curator van tenminste twintig opleidingspunten heeft voltooid.

Artikel 6.39. Deskundigheidseisen voor de voortzetting van de inschrijving voor de specialisatie bijzondere curatoren in artikel 1:250 BW zaken
1.

De vereisten voor de voortzetting van de inschrijving voor de specialisatie bijzondere curatoren in artikel 1:250 BW zaken zijn:

  • a. het behalen van tenminste vier opleidingspunten per jaar op dit specifieke gebied;
  • b. het voldoen aan de in de inschrijvingsvoorwaarden gestelde deskundigheidseisen voor de voortzetting van de specialisatie personen- en familierecht of de specialisatie civiel jeugdrecht; en
  • c. het ingeschreven staan bij de Stichting BCN. De bijzondere curator schrijft zich per direct uit als bijzondere curator bij de Raad vanaf het moment dat de inschrijving bij de Stichting BCN eindigt. De Stichting BCN geeft dit eveneens, ter controle, aan de Raad door.
2.

De in het eerste lid sub a genoemde opleidingspunten kunnen tot een maximum van vier opleidingspunten per jaar worden opgegeven voor de voortzetting van de specialisatie personen- en familierecht of voor de voortzetting van de specialisatie civiel jeugdrecht bij de Raad.

3.

De bijzondere curator stemt in met de plicht van de klachtencommissie van de Stichting BCN om de uitkomst van klachten waarbij een onherroepelijke maatregel van onvoorwaardelijke schorsing of schrapping uit het register van de Stichting BCN aan bijzondere curatoren is opgelegd, te melden aan de Raad.

Paragraaf 10. Deskundigheidseisen voor de specialisatie civiel jeugdrecht

Artikel 6.40. Deskundigheidseisen voor de inschrijving voor de specialisatie civiel jeugdrecht (behandelen van toevoegingen met zaakcode P042, P043 en P044)
1.

De vereisten voor de inschrijving voor de specialisatie civiel jeugdrecht (toevoegingen met zaakcode P043 en P044) zijn:

  • a. het beschikken over minimaal drie jaar relevante beroepservaring;
  • b. het met goed gevolg hebben afgerond van het eerste leerjaar van de beroepsopleiding;
  • c. het in de afgelopen drie jaar behaald hebben van twaalf opleidingspunten op het terrein van het civiele jeugdrecht; en
  • d. het onder begeleiding van een reeds voor de specialisatie civiel jeugdrecht ingeschreven advocaat behandeld hebben van drie civiele jeugdrechtzaken (zaakcode P043 en P044).
2.

De vereisten voor het verlenen van rechtsbijstand bij plaatsingen van een jeugdige in een gesloten accommodatie voor jeugdzorg ex. artikel 6.1.10, vierde lid van de Jeugdwet op ambtshalve last van de rechtbank zijn:

  • a. het voldoen aan de vereisten in het eerste lid; en
  • b. het onder begeleiding van een reeds drie jaar voor de specialisatie civiel jeugdrecht ingeschreven advocaat hebben behandeld van één machtiging tot plaatsing in een gesloten accommodatie voor jeugdzorg (zaakcode P042).
3.

Onder relevante beroepservaring als bedoeld in het eerste lid onder a wordt verstaan: drie jaar werkervaring als beëdigd advocaat. Een kortere werkervaring als advocaat volstaat, mits die gecombineerd wordt met relevante en gelijkwaardige werkervaring elders. Bijvoorbeeld in een beroep bij de rechterlijke macht, of Jeugdzorg.

Artikel 6.41. Deskundigheidseisen voor de voortzetting van de inschrijving voor de specialisatie civiel jeugdrecht
1.

De vereisten voor de voortzetting van de inschrijving voor de specialisatie civiel jeugdrecht zijn:

  • a. het behandelen van tenminste zes zaken op het terrein van het civiele jeugdrecht (toevoegingen met zaakcode P042, P043 of P044) per jaar; en
  • b. het behalen van tenminste acht opleidingspunten per jaar op het terrein van het civiele jeugdrecht, waaronder tenminste één actualiteitencursus. Opleidingspunten behaald op het terrein van vaardigheden op het terrein van het civiele jeugdrecht tellen voor dit aantal mee.
2.

Opleidingspunten bedoeld in het eerste lid onder b kunnen tot een maximum van vier opleidingspunten per jaar worden opgegeven voor de voortzetting van de specialisatie personen- en familierecht bij de Raad.

3.

De advocaat kan, op het moment dat de Raad bij de advocaat toetst of aan de voorwaarde in het eerste lid onder a wordt voldaan, de Raad verzoeken om ontheffing indien het zaaksaanbod in het gebied waar de regeling van toepassing te gering is om aan die voorwaarde te voldoen.

Paragraaf 11. Deskundigheidseisen voor de specialisatie arbeidsrecht

Artikel 6.42. Deskundigheidseisen voor de inschrijving voor de specialisatie arbeidsrecht
1.

De vereisten voor de voorwaardelijke inschrijving voor de specialisatie arbeidsrecht zijn:

  • a. het zich aangemeld hebben voor een door de Raad goedgekeurde basisopleiding arbeidsrecht ter waarde van twintig opleidingspunten in de drie jaar voorafgaand aan het verzoek tot inschrijving; of
  • b. het groot keuzevak van vijf dagdelen Arbeidsrecht van de beroepsopleiding van september 2013 tot maart 2021 afgerond hebben; of
  • c. het zich aangemeld hebben voor de leerpraktijk Arbeidsrecht van de beroepsopleiding vanaf maart 2021.
2.

De voorwaardelijke inschrijving geldt voor de duur van één jaar of, indien de advocaat is ingeschreven op grond van het eerste lid, sub c, voor de duur van twee jaar.

3.

De advocaat behandelt gedurende de voorwaardelijke inschrijving tenminste tien zaken per jaar op het terrein van het arbeidsrecht onder begeleiding van een onvoorwaardelijk voor de specialisatie arbeidsrecht ingeschreven advocaat en heeft aan het eind van de voorwaardelijke inschrijving de in het eerste lid genoemde cursus of het daar genoemde vak met succes voltooid.

4.

Onder begeleiding als bedoeld in het derde lid wordt verstaan dat de voorwaardelijk ingeschreven advocaat ten minste periodiek gesprekken heeft gevoerd met de begeleidende advocaat over de zaak en de te voeren strategie.

5.

De Raad gaat voor het in het derde lid genoemde aantal zaken uit van de toevoegingen in de eigen administratie op naam van de voorwaardelijk ingeschreven advocaat. De advocaat kan op de wijze als omschreven in artikel 5.8 de Raad verzoeken betalende zaken in de telling te betrekken.

6.

De Raad zet de voorwaardelijke inschrijving na de periode genoemd in het tweede lid en zodra is gebleken dat aan de voorwaarden genoemd in het derde lid is voldaan, om naar een onvoorwaardelijke inschrijving.

7.

De vereisten genoemd in het eerste tot en met zesde lid zijn niet van toepassing op advocaten die aantoonbaar lid zijn van de specialisatievereniging Vereniging Arbeidsrecht Advocaten Nederland (VAAN). Zij worden direct onvoorwaardelijk ingeschreven.

Artikel 6.43. Deskundigheidseisen voor de voortzetting van de onvoorwaardelijke inschrijving voor de specialisatie arbeidsrecht

De vereisten voor de voortzetting van de inschrijving voor de specialisatie arbeidsrecht zijn:

  • a. het behandelen van tenminste tien zaken per jaar op het terrein van het arbeidsrecht; en
  • b. het behalen van tenminste tien opleidingspunten per jaar op het terrein van het arbeidsrecht.

Paragraaf 12. Deskundigheidseisen voor de specialisatie huurrecht

Artikel 6.44. Deskundigheidseisen voor de inschrijving voor de specialisatie huurrecht
1.

De vereisten voor de voorwaardelijke inschrijving voor de specialisatie huurrecht zijn:

  • a. het zich aangemeld hebben voor een door de Raad goedgekeurde basisopleiding Huurrecht ter waarde van twintig opleidingspunten in de drie jaar voorafgaand aan het verzoek tot inschrijving; of
  • b. het groot keuzevak van vijf dagdelen Huurrecht van de beroepsopleiding van september 2013 tot maart 2021 afgerond hebben; of
  • c. het zich aangemeld hebben voor de leerpraktijk Sociaal huurrecht van de beroepsopleiding vanaf september 2026
2.

De voorwaardelijke inschrijving geldt voor de duur van één jaar of, indien de advocaat is ingeschreven op grond van het eerste lid, sub c, voor de duur van twee jaar.

3.

De advocaat behandelt gedurende de voorwaardelijke inschrijving tenminste tien zaken per jaar op het terrein van het huurrecht onder begeleiding van een onvoorwaardelijk voor de specialisatie huurrecht ingeschreven advocaat en heeft aan het eind van de voorwaardelijke inschrijving de in het eerste lid genoemde cursus of het daar genoemde vak met succes voltooid.

4.

Onder begeleiding als bedoeld in het derde lid wordt verstaan dat de voorwaardelijk ingeschreven advocaat ten minste periodiek gesprekken heeft gevoerd met de begeleidende advocaat over de zaak en de te voeren strategie.

5.

De Raad gaat voor het in het derde lid genoemde aantal zaken uit van de toevoegingen in de eigen administratie op naam van de voorwaardelijk ingeschreven advocaat. De advocaat kan op de wijze als omschreven in artikel 5.8 de Raad verzoeken betalende zaken in de telling te betrekken.

6.

De Raad zet de voorwaardelijke inschrijving na de periode genoemd in het tweede lid en zodra is gebleken dat aan de voorwaarden genoemd in het derde lid is voldaan, om naar een onvoorwaardelijke inschrijving.

7.

De vereisten genoemd in het eerste tot en met zesde lid zijn niet van toepassing op advocaten die aantoonbaar (volwaardig) lid zijn van de specialisatievereniging Vereniging van Huurrecht Advocaten (VHA). Zij worden direct onvoorwaardelijk ingeschreven.

Artikel 6.45. Deskundigheidseisen voor de voortzetting van de onvoorwaardelijke inschrijving voor de specialisatie huurrecht

De vereisten voor de voortzetting van de inschrijving van de specialisatie huurrecht zijn:

  • a. het behandelen van tenminste tien zaken per jaar op het terrein van het huurrecht; en
  • b. het behalen van tenminste tien opleidingspunten per jaar op het terrein van het huurrecht.

Paragraaf 13. Deskundigheidseisen voor de specialisatie sociaal zekerheidsrecht

Artikel 6.46. Deskundigheidseisen voor inschrijving voor de specialisatie sociaal zekerheidsrecht
1.

De vereisten voor de voorwaardelijke inschrijving voor de specialisatie sociaal zekerheidsrecht zijn:

  • a. het zich aangemeld hebben voor een door de Raad goedgekeurde basisopleiding sociaal zekerheidsrecht ter waarde van twintig opleidingspunten in de drie jaar voorafgaand aan het verzoek tot inschrijving; of
  • b. het groot keuzevak van vijf dagdelen Sociaal zekerheidsrecht van de beroepsopleiding van september 2013 tot maart 2021 afgerond hebben; of
  • c. het zich aangemeld hebben voor de leerpraktijk Sociaal zekerheidsrecht van de beroepsopleiding vanaf september 2026.
2.

De voorwaardelijke inschrijving geldt voor de duur van één jaar of, indien de advocaat is ingeschreven op grond van het eerste lid, sub c, voor de duur van twee jaar.

3.

De advocaat behandelt gedurende de voorwaardelijke inschrijving tenminste tien zaken per jaar op het terrein van het sociaal zekerheidsrecht onder begeleiding van een onvoorwaardelijk voor de specialisatie sociaal zekerheidsrecht ingeschreven advocaat en heeft aan het eind van de voorwaardelijke inschrijving de in het eerste lid genoemde cursus of het daar genoemde vak met succes voltooid.

4.

Onder begeleiding als bedoeld in het derde lid wordt verstaan dat de voorwaardelijk ingeschreven advocaat ten minste periodiek gesprekken heeft gevoerd met de begeleidende advocaat over de zaak en de te voeren strategie.

5.

De Raad gaat voor het in het derde lid genoemde aantal zaken uit van de toevoegingen in de eigen administratie op naam van de voorwaardelijk ingeschreven advocaat. De advocaat kan op de wijze als omschreven in artikel 5.8 de Raad verzoeken betalende zaken in de telling te betrekken.

6.

De Raad zet de voorwaardelijke inschrijving na de periode genoemd in het tweede lid en zodra is gebleken dat aan de voorwaarden genoemd in het derde lid is voldaan, om naar een onvoorwaardelijke inschrijving.

7.

De vereisten genoemd in het eerste tot en met zesde lid zijn niet van toepassing op advocaten die aantoonbaar (volwaardig) lid zijn van de Specialisatievereniging Sociaal Zekerheidsrecht (SSZ). Zij worden direct onvoorwaardelijk ingeschreven.

Artikel 6.47. Deskundigheidseisen voor de voortzetting van de onvoorwaardelijke inschrijving voor de specialisatie sociaal zekerheidsrecht

De vereisten voor de voortzetting van de inschrijving van de specialisatie sociaal zekerheidsrecht zijn:

  • a. het behandelen van tenminste tien zaken per jaar op het terrein van het sociaal zekerheidsrecht; en
  • b. het behalen van tenminste tien opleidingspunten per jaar op het terrein van het sociaal zekerheidsrecht.

Hoofdstuk 7. Slotbepalingen

Artikel 7.1. Inwerkingtreding
1.

Deze regeling treedt in werking met ingang van 1 juli 2026 en werkt terug tot en met 1 januari 2026.

2.

Deze regeling vervalt op 31 december 2026.

Artikel 7.2. Citeertitel

Deze regeling wordt aangehaald als: Inschrijvingsvoorwaarden advocatuur 2026-II

Bijlage 1. Distributieregeling AC

1. Rechtsbijstand voorziening in het AC

2. Opstellen AC-roosters

4. Verwerking voorkeursmachtigingen

5. Waarneming

6. Reiskosten

Reist de advocaat met toestemming van de Raad naar de cliënt, dan wordt een vergoeding verstrekt volgens artikel 24 Bvr. Reist de advocaat eenmaal voor meerdere zaken naar het aanmeldcentrum of met toestemming van de Raad naar een andere locatie waar de vreemdeling verblijft, dan wordt slechts eenmaal een vergoeding volgens genoemd artikel 24 verstrekt.

Bijlage 2. Gedragscode voor advocaten in het personen- en familierecht

Het bleek wenselijk om voor advocaten werkzaam in de personen- en familierechtspraktijk de al bestaande gedragsregels nader uit te werken, waarbij de effectuering hiervan gestimuleerd kan worden door de cliënt te melden dat deze regels gehanteerd worden door bij de opdrachtbevestiging hiervan een uitdraai te verstrekken. Dit laat overigens de gelding van de Gedragsregels en de Verordening op de Advocatuur onverlet. 1De vereniging van Familie- en erfrecht Advocaten en Scheidingsmediators (vFAS) heeft voor haar leden in aanvulling daarop een eigen gedragscode ontwikkeld (https://www.verenigingfas.nl/gedragscode-voor-de-vfas-advocaat). Deze gedragscode komt in grote lijnen overeen met de door de Raad vermelde gedragscode. In die gedragscode is per regel ook een nadere toelichting opgenomen. Het is voor de bij de Raad voor de specialisatie personen- en familierecht ingeschreven advocaten raadzaam om ook kennis te nemen van die gedragscode.

De NOvA heeft, op grond van de te beschermen onafhankelijke positie van de advocaat, aangegeven voor te staan dat deze gedragscode niet het karakter van een verplichting in de vorm van een inschrijvingsvoorwaarde heeft.

Gedragscode voor advocaten in het personen- en familierecht

Bijlage 3. Indeling van specialisaties in specialisatiegroepen ten behoeve van het maximum van vier specialisatiegroepen

Specialisatie RvR Specialisatiegroep RvR
Strafrecht Strafrecht
Jeugdstrafrecht Strafrecht
Slachtofferzaken Strafrecht
Psychiatrisch patiëntenrecht Psychiatrisch patiëntenrecht
Vreemdelingenrecht Vreemdelingenrecht
Vreemdelingenbewaring Vreemdelingenrecht
Asiel- en vluchtelingenrecht Vluchtelingenrecht
Personen- en familierecht Personen- en familierecht
Internationale Kinderontvoeringszaken Personen- en familierecht
Bijzondere curator (1:212 BW en 1:250 BW) Personen- en familierecht
Civiel jeugdrecht Personen- en familierecht
Arbeidsrecht Arbeidsrecht
Huurrecht Huurrecht
Sociaal zekerheidsrecht Sociaal zekerheidsrecht

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)