Regeling van de Minister van Klimaat en Groene Groei van 10 juli 2026, nr. WJZ/106047297, houdende aanwijzing van categorieën van productie-installaties voor de productie van duurzame energieproductie en klimaattransitie in 2026 (Regeling aanwijzing categorieën duurzame energieproductie en klimaattransitie 2026) [KetenID WGK29025]

Type Ministeriële regeling
Publication 2026-08-04
Laatst bijgewerkt 2026-08-06
State In force
Source BWB
artikelen 152
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
  • a. de afgevangen koolstofdioxide afkomstig is uit de omgevingslucht of een op het moment van indienen van de aanvraag bestaande biomassaverbrandingsinstallatie met een nominaal elektrisch vermogen kleiner dan of gelijk aan 100 MW en waarbij het aantal subsidiabele vollasturen ten hoogste 4.000 vollasturen per jaar bedraagt en gebruik wordt gemaakt van:
  • 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een buisleiding, en ten minste de compressor nieuw is;
  • 2°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de vervloeiingsinstallatie nieuw is;
  • 3°. vloeibaar transport van koolstofdioxide;
  • 4°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en tenminste de vervloeiingsinstallatie nieuw is en waarbij in ieder geval gebruikt wordt gemaakt van een transportleiding die gelegen is in of op de zeebodem, die een minimale transportcapaciteit heeft van 20 Mt per jaar en waarbij het in enig jaar totale maximaal gecontracteerde volume op het moment van de aanvraag maximaal 35% is; of
  • 5°. vloeibaar transport van koolstofdioxide en waarbij in ieder geval gebruikt wordt gemaakt van een transportleiding die gelegen is in of op de zeebodem, die een minimale transportcapaciteit heeft van 20 Mt per jaar en waarbij het in enig jaar totale maximaal gecontracteerde volume op het moment van de aanvraag maximaal 35% is;
  • b. de afgevangen koolstofdioxide afkomstig is uit een op het moment van indienen van de aanvraag bestaande biomassaverbrandingsinstallatie met een nominaal elektrisch vermogen kleiner dan of gelijk aan 100 MW het aantal subsidiabele vollasturen ten hoogste 8.000 vollasturen per jaar bedraagt en gebruik wordt gemaakt van:
  • 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een buisleiding, en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn;
  • 2°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn; of
  • 3°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn en waarbij in ieder geval gebruikt wordt gemaakt van een transportleiding die gelegen is in of op de zeebodem, die een minimale transportcapaciteit heeft van 20 Mt per jaar en waarbij het in enig jaar totale maximaal gecontracteerde volume op het moment van de aanvraag maximaal 35% is;
  • c. uitsluitend koolstofdioxide wordt afgevangen uit de omgevingslucht en gebruik gemaakt wordt van gasvormig transport van koolstofdioxide door een buisleiding.
4.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent die met een productie-installatie, niet zijnde een afvalverbrandingsinstallatie of een biomassaverbrandingsinstallatie, biogene koolstofdioxide afvangt en permanent opslaat of doet opslaan door een houder van een vergunning die is verleend krachtens hoofdstuk 3 van richtlijn 2009/31 in een ondergronds opslagvoorkomen voor koolstofdioxide, waarbij:

  • a. het aantal subsidiabele vollasturen ten hoogste 4.000 vollasturen per jaar bedraagt, de afgevangen koolstofdioxide in een proces wordt gezuiverd en gebruik wordt gemaakt van:
  • 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een buisleiding, en ten minste de compressor nieuw is;
  • 2°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de vervloeiingsinstallatie nieuw is;
  • 3°. vloeibaar transport van koolstofdioxide;
  • 4°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en tenminste de vervloeiingsinstallatie nieuw is en waarbij in ieder geval gebruikt wordt gemaakt van een transportleiding die gelegen is in of op de zeebodem, die een minimale transportcapaciteit heeft van 20 Mt per jaar en waarbij het in enig jaar totale maximaal gecontracteerde volume op het moment van de aanvraag maximaal 35% is; of
  • 5°. vloeibaar transport van koolstofdioxide en waarbij in ieder geval gebruikt wordt gemaakt van een transportleiding die gelegen is in of op de zeebodem, die een minimale transportcapaciteit heeft van 20 Mt per jaar en waarbij het in enig jaar totale maximaal gecontracteerde volume op het moment van de aanvraag maximaal 35% is;
  • b. de afgevangen koolstofdioxide bij een op het moment van indienen van de aanvraag bestaand proces wordt gezuiverd en gebruik wordt gemaakt van:
  • 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een buisleiding en ten minste de installatie voor de zuivering van de afgevangen koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn;
  • 2°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de installatie voor de zuivering van de afgevangen koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn; of
  • 3°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn en waarbij in ieder geval gebruikt wordt gemaakt van een transportleiding die gelegen is in of op de zeebodem, die een minimale transportcapaciteit heeft van 20 Mt per jaar en waarbij het in enig jaar totale maximaal gecontracteerde volume op het moment van de aanvraag maximaal 35% is;
  • c. de afgevangen koolstofdioxide in een nieuw proces wordt gezuiverd en gebruik wordt gemaakt van:
  • 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een buisleiding, en ten minste de installatie voor de zuivering van de afgevangen koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn; of
  • 2°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de installatie voor de zuivering van de afgevangen koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn, of
  • 3°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de installatie voor de zuivering van de afgevangen koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn en waarbij in ieder geval gebruikt wordt gemaakt van een transportleiding die gelegen is in of op de zeebodem, die een minimale transportcapaciteit heeft van 20 Mt per jaar en waarbij het in enig jaar totale maximaal gecontracteerde volume op het moment van de aanvraag maximaal 35% is.
Artikel 80
1.

De subsidie, bedoeld in artikel 79, eerste tot en met vierde lid, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen zes jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

3.

De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de in een biomassaverbrandingsinstallatie bedoeld in artikel 79, derde lid, met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen gelijk aan of groter dan 7,5 MW, of de in een proces als bedoeld in artikel 79, vierde lid, gebruikte biomassa voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de richtlijn (EU) 2018/2001.

4.

De afgevangen en permanent opgeslagen koolstofdioxide die voor subsidie in aanmerking komt, met uitzondering van koolstofdioxide die is afgevangen uit de omgevingslucht, komt uitsluitend voort uit:

  • a. een door de subsidieontvanger uitgevoerde economische activiteit met SBI-code 06, 08 tot en met 33, 35.21 of 38;
  • b. een door de subsidieontvanger uitgevoerde economische activiteit met SBI-code 35.1, indien de koolstofdioxide vrijkomt bij de verbranding van een bijproduct afkomstig van door subsidieontvangers uitgevoerde economische activiteiten met SBI-code 06, 08 tot en met 33, 35.21, 35.3 of 38;
  • c. een door de subsidieontvanger uitgevoerde economische activiteit met SBI-code 35.11.0 of 35.12.3, indien het de productie betreft van:
  • 1°. elektriciteit door een warmtekrachtcentrale die hoofdzakelijk wordt gestookt op aardgas; of
  • 2°. warmte door een biomassaverbrandingsinstallatie.
5.

De afgevangen en permanent opgeslagen koolstofdioxide die voor subsidie in aanmerking komt door een productie-installatie als bedoeld in artikel 79, eerste lid, komt niet voort uit de productie van stoom van minder dan 200°C.

Artikel 81

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent die niet valt onder het systeem van verhandelbare broeikasgasemissierechten, bedoeld in titel 16.2 van de Wet milieubeheer, en die met een productie-installatie koolstofdioxide afvangt en permanent opslaat of doet opslaan door een houder van een vergunning die is verleend krachtens hoofdstuk 3 van richtlijn 2009/31 in een ondergronds opslagvoorkomen voor koolstofdioxide, waarbij:

  • a. het aantal subsidiabele vollasturen ten hoogste 4.000 vollasturen per jaar bedraagt, de koolstofdioxide niet biogeen is en wordt afgevangen die ontstaat bij een proces, en gebruik wordt gemaakt van:
  • 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een buisleiding, en ten minste de compressor nieuw is;
  • 2°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en tenminste de vervloeiingsinstallatie nieuw is;
  • 3°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en tenminste de vervloeiingsinstallatie nieuw is en waarbij in ieder geval gebruikt wordt gemaakt van een transportleiding die gelegen is in of op de zeebodem, die een minimale transportcapaciteit heeft van 20 Mt per jaar en waarbij het in enig jaar totale maximaal gecontracteerde volume op het moment van de aanvraag maximaal 35% is;
  • 4°. vloeibaar transport van koolstofdioxide; of
  • 5°. vloeibaar transport van koolstofdioxide en waarbij in ieder geval gebruikt wordt gemaakt van een transportleiding die gelegen is in of op de zeebodem, die een minimale transportcapaciteit heeft van 20 Mt per jaar en waarbij het in enig jaar totale maximaal gecontracteerde volume op het moment van de aanvraag maximaal 35% is;
  • b. het aantal subsidiabele vollasturen ten hoogste 8.000 vollasturen per jaar bedraagt en wordt afgevangen die ontstaat bij een op het moment van indienen van de aanvraag bestaand proces, en gebruik wordt gemaakt van:
  • 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een buisleiding, en ten minste de compressor nieuw is;
  • 2°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de vervloeiingsinstallatie nieuw is; of
  • 3°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de vervloeiingsinstallatie nieuw is en waarbij in ieder geval gebruikt wordt gemaakt van een transportleiding die gelegen is in of op de zeebodem, die een minimale transportcapaciteit heeft van 20 Mt per jaar en waarbij het in enig jaar totale maximaal gecontracteerde volume op het moment van de aanvraag maximaal 35% is;
  • c. de afgevangen koolstofdioxide bij een op het moment van indienen van de aanvraag bestaand proces wordt gezuiverd, de koolstofdioxide niet biogeen is en gebruik wordt gemaakt van:
  • 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een buisleiding en ten minste de installatie voor de zuivering van de afgevangen koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn;
  • 2°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de installatie voor de zuivering van de afgevangen koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn; of
  • 3°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de installatie voor de zuivering van de afgevangen koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn en waarbij in ieder geval gebruikt wordt gemaakt van een transportleiding die gelegen is in of op de zeebodem, die een minimale transportcapaciteit heeft van 20 Mt per jaar en waarbij het in enig jaar totale maximaal gecontracteerde volume op het moment van de aanvraag maximaal 35% is;
  • d. de koolstofdioxide wordt afgevangen die ontstaat bij een nieuw productieproces voor de productie van waterstof uit restgassen, de waterstof wordt ingezet in een productieproces voor ondervuring in een ketel, fornuis of warmtekrachtkoppeling, en gebruik wordt gemaakt van:
  • 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een buisleiding, en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn;
  • 2°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn; of
  • 3°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn en waarbij in ieder geval gebruikt wordt gemaakt van een transportleiding die gelegen is in of op de zeebodem, die een minimale transportcapaciteit heeft van 20 Mt per jaar en waarbij het in enig jaar totale maximaal gecontracteerde volume op het moment van de aanvraag maximaal 35% is;
  • e. de koolstofdioxide wordt afgevangen die ontstaat bij een bestaand productieproces dat wordt aangepast voor de productie van waterstof uit restgassen, de waterstof wordt ingezet in een productieproces voor ondervuring in een ketel, fornuis of warmtekrachtkoppeling, en gebruik wordt gemaakt van:
  • 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een buisleiding, en ten minste de installatie voor de zuivering van koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn;
  • 2°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de installatie voor de zuivering van koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn; of
  • 3°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de installatie voor de zuivering van koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn en waarbij in ieder geval gebruikt wordt gemaakt van een transportleiding die gelegen is in of op de zeebodem, die een minimale transportcapaciteit heeft van 20 Mt per jaar en waarbij het in enig jaar totale maximaal gecontracteerde volume op het moment van de aanvraag maximaal 35% is;
  • f. de koolstofdioxide wordt afgevangen die ontstaat bij een op het moment van indienen van de aanvraag bestaand verbrandingsproces, en gebruik wordt gemaakt van:
  • 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een buisleiding, en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn;
  • 2°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn; of
  • 3°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn en waarbij in ieder geval gebruikt wordt gemaakt van een transportleiding die gelegen is in of op de zeebodem, die een minimale transportcapaciteit heeft van 20 Mt per jaar en waarbij het in enig jaar totale maximaal gecontracteerde volume op het moment van de aanvraag maximaal 35% is;
  • g. de afgevangen koolstofdioxide in een nieuw proces wordt gezuiverd, de koolstofdioxide niet biogeen is en gebruik wordt gemaakt van:
  • 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een buisleiding, en ten minste de installatie voor de zuivering van de afgevangen koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn;
  • 2°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de installatie voor de zuivering van de afgevangen koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn; of
  • 3°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de installatie voor de zuivering van de afgevangen koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn en waarbij in ieder geval gebruikt wordt gemaakt van een transportleiding die gelegen is in of op de zeebodem, die een minimale transportcapaciteit heeft van 20 Mt per jaar en waarbij het in enig jaar totale maximaal gecontracteerde volume op het moment van de aanvraag maximaal 35% is;
  • h. de afvang van koolstofdioxide gebeurt bij een nieuw verbrandingsproces, en gebruik wordt gemaakt van:
  • 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een buisleiding, en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn;
  • 2°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn; of
  • 3°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn en waarbij in ieder geval gebruikt wordt gemaakt van een transportleiding die gelegen is in of op de zeebodem, die een minimale transportcapaciteit heeft van 20 Mt per jaar en waarbij het in enig jaar totale maximaal gecontracteerde volume op het moment van de aanvraag maximaal 35% is.
Artikel 82
1.

De subsidie, bedoeld in artikel 81 wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen zes jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

3.

De afgevangen en permanent opgeslagen koolstofdioxide die voor subsidie in aanmerking komt, komt uitsluitend voort uit:

  • a. een door de subsidieontvanger uitgevoerde economische activiteit met SBI-code 06, 08 tot en met 33, 35.21 of 38; of
  • b. een door de subsidieontvanger uitgevoerde economische activiteit met SBI-code 35.1, indien de koolstofdioxide vrijkomt bij de verbranding van een bijproduct afkomstig van door subsidieontvangers uitgevoerde economische activiteiten met SBI-code 06, 08 tot en met 33, 35.21, 35.3 of 38.

§ 3.4.14. Vermindering broeikasgas door afvang en gebruik van koolstofdioxide

Artikel 83
1.

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent die met een productie-installatie koolstofdioxide afvangt en gebruikt of doet gebruiken ter vermindering van broeikasgas door middel van nuttig aangewende koolstofdioxide, waarbij:

  • a. de afgevangen koolstofdioxide die ontstaat bij een proces wordt gezuiverd, en gebruik wordt gemaakt van:
  • 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een transportleiding, en ten minste de installatie voor de zuivering van de afgevangen koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn;
  • 2°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een transportleiding, en ten minste de installatie voor de zuivering van de afgevangen koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn, en de transportleiding wordt uitgebreid of nieuw aangelegd; of
  • 3°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de installatie voor de zuivering van de afgevangen koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn;
  • b. de afgevangen koolstofdioxide die ontstaat bij een op het moment van indienen van de aanvraag bestaand proces wordt gezuiverd, en gebruik wordt gemaakt van vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de vervloeiingsinstallatie nieuw is;
  • c. de koolstofdioxide wordt afgevangen die ontstaat bij een op het moment van indienen van de aanvraag bestaand verbrandingsproces, en gebruik wordt gemaakt van:
  • 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een transportleiding, en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn;
  • 2°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een transportleiding, en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn, en de transportleiding wordt uitgebreid of nieuw aangelegd; of
  • 3°. vloeibaar transport van koolstofdioxide en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn;
  • d. de koolstofdioxide wordt afgevangen die ontstaat bij een nieuw verbrandingsproces, en gebruik wordt gemaakt van:
  • 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een transportleiding, en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn;
  • 2°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een transportleiding en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn, en de transportleiding wordt uitgebreid of nieuw aangelegd; of
  • 3°. vloeibaar transport van koolstofdioxide en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn;
  • e. de koolstofdioxide wordt afgevangen die ontstaat bij een op het moment van indienen van de aanvraag bestaande biomassaverbrandingsinstallatie met een nominaal thermisch vermogen groter dan 50 MWth of een op het moment van indienen van de aanvraag bestaande afvalverbrandingsinstallatie, en gebruik wordt gemaakt van:
  • 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een transportleiding, en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn;
  • 2°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een transportleiding, en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de compressor nieuw zijn, en de transportleiding wordt uitgebreid of nieuw aangelegd; of
  • 3°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn;
  • f. de koolstofdioxide wordt afgevangen die ontstaat bij een biomassaverbrandingsinstallatie met een nominaal thermisch vermogen kleiner dan of gelijk aan 50 MWth en gebruik wordt gemaakt van:
  • 1°. gasvormig transport van koolstofdioxide door een transportleiding, en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide nieuw is; of
  • 2°. vloeibaar transport van koolstofdioxide, en ten minste de installatie voor de afvang en zuivering van koolstofdioxide en de vervloeiingsinstallatie nieuw zijn.
2.

De productie-installatie als bedoeld in het eerste lid, heeft een nominaal elektrisch vermogen kleiner dan of gelijk aan 100 MW.

Artikel 84
1.

De subsidie, bedoeld in artikel 83, eerste lid, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen zes jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

3.

De subsidieontvanger draagt er zorg voor dat wordt aangetoond dat de in een biomassaverbrandingsinstallatie als bedoeld in artikel 83, eerste lid, onderdelen e en f, met een totaal nominaal thermisch ingangsvermogen gelijk aan of groter dan 7,5 MW gebruikte biomassa voldoet aan de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria, bedoeld in artikel 29, eerste lid, van de richtlijn (EU) 2018/2001.

§ 3.4.15. Vermindering broeikasgas door afvang en gebruik van koolstofdioxide uit de omgevingslucht

Artikel 85

De minister verstrekt op aanvraag subsidie aan een producent die met een productie-installatie uitsluitend koolstofdioxide afvangt uit de omgevingslucht en gebruikt of doet gebruiken ter vermindering van broeikasgas door middel van nuttig aangewende koolstofdioxide.

Artikel 86
1.

De subsidie, bedoeld in artikel 85, wordt voor een periode van vijftien jaar verstrekt.

2.

De subsidieontvanger neemt de productie-installatie binnen zes jaar na de datum van inwerkingtreding van de beschikking tot subsidieverlening in gebruik.

§ 4. Fasebedragen

Artikel 87
1.

Voor de fase, genoemd in de eerste kolom van onderstaande tabel, wordt:

  • a. de periode waarbinnen de aanvragen moeten zijn ontvangen per fase vastgesteld op de periode, genoemd in de tweede kolom van onderstaande tabel;
  • c. voor fase 5 het fasebedrag voor de subsidie, bedoeld in de artikelen 10, eerste lid, 27, eerste lid, 43a, eerste lid, en 55e, eerste lid, van het Besluit SDEK, vastgesteld op het in de derde kolom van onderstaande tabel genoemde bedrag, waarbij het fasebedrag voor het fasebedrag voor subsidies voor aanvragen binnen het domein hoge-temperatuur-warmte, het domein lage-temperatuur-warmte of het domein moleculen wordt verhoogd met € 100/1.000 kg broeikasgas;
Fase Periode waarbinnen de aanvragen ontvangen moet zijn, per fase Fasebedrag in €/1.000 kg broeikasgas
1 27 oktober 2026, 9:00 uur, tot 2 november 2026, 17:00 uur 75
2 2 november 2026, 17:00 uur, tot 9 november 2026, 17:00 uur 150
3 9 november 2026, 17:00 uur, tot 16 november 2026, 17:00 uur 225
4 16 november 2026, 17:00 uur, tot 23 november 2026, 17:00 uur 300
5 23 november 2026, 17:00 uur, tot 26 november 2026, 17:00 uur 3001

1 verhoging met € 100 voor de aanvragen voor subsidies binnen het domein hoge-temperatuur-warmte, het domein lage-temperatuur-warmte en het domein moleculen.

2.

Voor de fase 1 tot en met 5, bedoeld in het eerste lid, wordt in afwijking van het fasebedrag, genoemd in de derde kolom van de tabel in het eerste lid, het omgerekende fasebedrag voor de subsidie, bedoeld in de artikelen 10, eerste lid, artikel 27, eerste lid, en 43a, eerste lid en 55e, eerste lid, van het Besluit SDEK, voor de productie van hernieuwbare elektriciteit, hernieuwbaar gas, hernieuwbare warmte en gecombineerde opwekking en vermindering van broeikasgas, vastgesteld op het respectievelijk in de derde, vierde, vijfde, zesde en zevende kolom van onderstaande tabellen genoemde bedrag.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)