Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten, enerzijds, en Oekraïne, anderzijds

Type Verdrag
Publication 2011-11-01
Laatst bijgewerkt 1998-03-01
State In force
Source BWB
artikelen 125
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Partnerschaps- en samenwerkingsovereenkomst waarbij een partnerschap tot stand wordt gebracht tussen de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten, enerzijds, en Oekraïne, anderzijds,

het Koninkrijk België,

het Koninkrijk Denemarken,

de Bondsrepubliek Duitsland,

de Helleense Republiek,

het Koninkrijk Spanje,

de Franse Republiek,

Ierland,

de Italiaanse Republiek,

het Groothertogdom Luxemburg,

het Koninkrijk der Nederlanden.

de Portugese Republiek,

het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,

Verdragsluitende Partijen bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,

hierna „Lid-Staten” te noemen, en

de Europese Gemeenschap, de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,

hierna „de Gemeenschap” te noemen, enerzijds, en

Oekraïne,

anderzijds,

Rekening houdende met de wens van de Partijen om, uitgaande van de bestaande historische banden, nauwe betrekkingen tot stand te brengen,

Gelet op het belang van het ontwikkelen van samenwerkingsbanden tussen de Gemeenschap, haar Lid-Staten en Oekraïne, en hun gemeenschappelijke waarden,

Erkennende dat de Gemeenschap en Oekraïne deze banden wensen te verstevigen en partnerschap en samenwerking tot stand willen brengen om te komen tot versterking en verbreding van de betrekkingen die in het verleden zijn aangeknoopt, inzonderheid bij de op 18 december 1989 ondertekende Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en de Unie van Socialistische Sovjetrepublieken inzake handel en commerciële en economische samenwerking,

Gelet op de verbintenis van de Gemeenschap en haar Lid-Staten en van Oekraïne tot versterking van de politieke en economische vrijheden, die de grondslag van het partnerschap vormen,

Gelet op de verbintenis van de Partijen om de internationale vrede en veiligheid en de vreedzame oplossing van geschillen te bevorderen, en om op dit gebied samen te werken in het kader van de Verenigde Naties en de Conferentie over Veiligheid en Samenwerking in Europa,

Gelet op de vaste verbintenis van de Gemeenschap en haar Lid-Staten en van Oekraïne tot volledige uitvoering van alle beginselen en bepalingen van de Slotakte van de Conferentie over Veiligheid en Samenwerking in Europa (CVSE), de slotdocumenten van de vervolgvergaderingen van Madrid en Wenen, het document van de CVSE-Conferentie van Bonn betreffende economische samenwerking, het Handvest van Parijs voor een Nieuw Europa en het CVSE-document van Helsinki 1992 „Uitdagingen van het Veranderingsproces”,

Erkennende in dit verband dat ondersteuning van de onafhankelijkheid, soevereiniteit en territoriale integriteit van Oekraïne zal bijdragen tot de instandhouding van vrede en stabiliteit in Midden- en Oost-Europa en in Europa als geheel,

Bevestigende het grote belang dat de Gemeenschap en haar Lid-Staten en Oekraïne hechten aan het Europees Energiehandvest en aan de Verklaring van de Conferentie van Luzern van april 1993,

Overtuigd van het allesoverheersende belang van de beginselen van de rechtsstaat en de eerbiediging van de mensenrechten, inzonderheid de rechten van minderheden, de totstandbrenging van een meerpartijenstelsel met vrije en democratische verkiezingen, en economische liberalisering met het oog op de totstandbrenging van een markteconomie;

Van oordeel zijnde dat er een noodzakelijk verband is tussen de volledige uitvoering van het partnerschap, enerzijds, en de voortzetting van de concrete verwezenlijking van hervormingen in Oekraïne op politiek, economisch en juridisch vlak, anderzijds, en de invoering van de factoren die vereist zijn voor samenwerking, met name in het licht van de conclusies van de CVSE-Conferentie van Bonn,

Verlangende het proces van regionale samenwerking met de buurlanden op de door deze Overeenkomst bestreken gebieden te stimuleren om welvaart en stabiliteit in deze regio te bevorderen,

Verlangende regelmatige politieke dialoog over bilaterale en internationale vraagstukken van wederzijds belang tot stand te brengen en te ontwikkelen,

Erkennende en instemmende met de wens van Oekraïne hechte samenwerking met Europese instellingen tot stand te brengen,

Rekening houdende met het feit dat de Gemeenschap bereid is tot het ontplooien van economische samenwerking en passende technische bijstand te verlenen voor de uitvoering van economische hervormingen in Oekraïne,

Herinnerend aan het nut van de Overeenkomst voor het bevorderen van geleidelijke toenadering tussen Oekraïne en een uitgestrekter samenwerkingsgebied in Europa en naburige regio's, en de geleidelijke integratie van Oekraïne in het open internationaal handelssysteem,

Gelet op de verbintenis van de Partijen tot vrijmaking van de handel op grond van de beginselen die zijn vervat in de Algemene Overeenkomst betreffende Tarieven en Handel, als gewijzigd bij de UruguayRonde,

Zich bewust zijnde van de noodzaak verbetering te brengen in de voorwaarden voor bedrijfsleven en investeringen, en de voorwaarden voor, onder andere, de vestiging van ondernemingen, werknemers, het verrichten van diensten en kapitaalverkeer,

Op prijs stellende en erkennende het belang van de inspanningen die Oekraïne zich getroost om de overgang van een economie met staatshandel en centrale planning naar een markteconomie te bewerkstelligen,

Ervan overtuigd zijnde dat verdere vooruitgang in de richting van een markteconomie zal worden begunstigd door de in deze Overeenkomst opgenomen vormen van samenwerking tussen de Partijen,

Ervan overtuigd zijnde dat deze Overeenkomst een nieuw klimaat zal scheppen voor de economische betrekkingen tussen de Partijen, en vooral voor de ontwikkeling van handel en investeringen, die onontbeerlijk zijn voor economische herstructurering en technologische modernisering,

Verlangende nauwe samenwerking op het gebied van milieubescherming tot stand te brengen, gezien de onderlinge afhankelijkheid van de Partijen op dit gebied,

In gedachten houdende dat de Partijen voornemens zijn hun samenwerking op het gebied van civiele wetenschap en technologie, met inbegrip van ruimteonderzoek, te ontwikkelen, gelet op het complementair karakter van hun activiteiten op dit gebied,

Verlangende culturele samenwerking tot stand te brengen en de doorstroming van informatie te verbeteren,

Zijn als volgt overeengekomen:

Artikel 1

Er wordt een partnerschap tot stand gebracht tussen de Gemeenschap en haar Lid-Staten, enerzijds, en Oekraïne, anderzijds. Dit partnerschap heeft ten doel:

  • -. een passend kader voor de politieke dialoog tussen de Partijen tot stand te brengen met het oog op de bevordering van nauwe politieke betrekkingen;
  • -. handel en investeringen en harmonische economische betrekkingen tussen de Partijen te bevorderen en aldus hun duurzame ontwikkeling te stimuleren;
  • -. de grondslag te leggen voor economische, sociale, financiële, civiel wetenschappelijke en technologische alsmede culturele samenwerking die voor beide Partijen voordeel oplevert;
  • -. de inspanningen van Oekraïne om haar democratie te consolideren, haar economie te ontwikkelen en de overgang naar een markteconomie te voltooien, te ondersteunen.

TITEL I. ALGEMENE BEGINSELEN

Artikel 2

De eerbiediging van de democratische beginselen en de mensenrechten, inzonderheid als vastgelegd in de Slotakte van Helsinki en het Handvest van Parijs voor een Nieuw Europa, alsmede de beginselen van de markteconomie, waaronder de beginselen die zijn opgenomen in de documenten van de CVSE-Conferentie van Bonn, vormen de grondslag van het binnenlands en buitenlands beleid van de Partijen en zijn een essentieel onderdeel van het partnerschap en van deze Overeenkomst.

Artikel 3

De Partijen zijn van oordeel dat het van wezenlijk belang is voor de toekomstige welvaart en stabiliteit van het gebied van de voormalige Sovjet-Unie, dat de nieuwe onafhankelijke staten die als gevolg van de ontbinding van de Unie van Socialistische Sovjetrepublieken zijn ontstaan (hierna „Onafhankelijke Staten" te noemen), de onderlinge samenwerking in stand houden en ontwikkelen overeenkomstig de beginselen van de Slotakte van Helsinki en het Volkenrecht en in een geest van goede nabuurschap, en alles in het werk stellen om dit proces te stimuleren.

De Partijen menen in het licht van het bovenstaande, dat bij de ontwikkeling van hun betrekkingen terdege rekening moet worden gehouden met de wens van Oekraïne om samenwerkingsrelaties met andere Onafhankelijke Staten te onderhouden.

Artikel 4

De Partijen verbinden zich ertoe, met name wanneer Oekraïne verder gevorderd zal zijn in het economisch hervormingsproces, ontwikkelingen in het kader van de desbetreffende titels van deze Overeenkomst, in het bijzonder titel III en artikel 49 te bekijken met het oog op het tot stand brengen van een onderlinge vrijhandelszone. De Samenwerkingsraad kan de Partijen aanbevelingen met betrekking tot deze ontwikkelingen doen. Aan deze ontwikkelingen wordt slechts uitvoering gegeven in een overeenkomst tussen de Partijen in overeenstemming met hun onderscheiden procedures. De Partijen plegen in 1998 overleg om na te gaan of de omstandigheden, inzonderheid met betrekking tot de vorderingen van Oekraïne op het gebied van marktgerichte economische hervormingen en de op dat ogenblik aldaar heersende economische omstandigheden, van dien aard zijn dat kan worden begonnen met onderhandelingen over de totstandbrenging van een vrijhandelszone.

Artikel 5

De Partijen verbinden zich ertoe samen, in onderlinge overeenstemming, na te gaan welke wijzigingen eventueel in een onderdeel van de Overeenkomst dienen te worden aangebracht in verband met gewijzigde omstandigheden, inzonderheid de situatie als gevolg van de toetreding van Oekraïne tot de GATT. Het eerste onderzoek vindt plaats drie jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst, of wanneer Oekraïne Overeenkomstsluitende Partij bij de GATT wordt, indien dat eerder plaatsvindt.

TITEL II. POLITIEKE DIALOOG

Artikel 6

Er wordt een regelmatige politieke dialoog tot stand gebracht tussen de Partijen, die zal worden ontwikkeld en geïntensiveerd. Deze dialoog begeleidt en consolideert het proces waarbij de Gemeenschap en Oekraïne nader tot elkaar komen, ondersteunt de politieke en economische veranderingen die in Oekraïne aan de gang zijn en draagt bij tot de totstandkoming van nieuwe vormen van samenwerking. De politieke dialoog strekt ertoe

  • -. de banden van Oekraïne met de Gemeenschap, en aldus met de gemeenschap van democratische naties, te versterken; de economische convergentie die door middel van deze Overeenkomst wordt bewerkstelligd, zal leiden tot hechtere politieke betrekkingen;
  • -. de standpunten over internationale vraagstukken van wederzijds belang nader tot elkaar te brengen en aldus meer veiligheid en stabiliteit te bewerkstelligen;
  • -. ervoor te zorgen dat de Partijen streven naar samenwerking voor aangelegenheden op het gebied van de versterking van stabiliteit en veiligheid in Europa, de naleving van de democratische beginselen, de eerbiediging en bevordering van de mensenrechten, vooral die van minderheden, waarbij zo nodig overleg wordt gepleegd over de desbetreffende aangelegenheden.

Artikel 7

Het nodige overleg tussen de Partijen vindt plaats op het hoogste politieke niveau.

Op ministerieel niveau vindt de dialoog plaats in het kader van de bij artikel 85 opgerichte Samenwerkingsraad en bij andere gelegenheden, in onderlinge overeenstemming, ook met de trojka van de Unie.

Artikel 8

De Partijen voorzien in andere procedures en regelingen voor politieke dialoog door het tot stand brengen van passende contacten, uitwisselingen en overleg, met name in de volgende vormen:

  • -. regelmatige vergaderingen tussen vertegenwoordigers van Oekraïne en vertegenwoordigers van de Gemeenschap op het niveau van hoge ambtenaren;
  • -. het optimaal gebruik maken van alle diplomatieke kanalen tussen de Partijen, met inbegrip van passende contacten op bilateraal en multilateraal vlak, onder meer bij de Verenigde Naties, op CVSE-vergaderingen en elders;
  • -. het regelmatig uitwisselen van informatie over aangelegenheden van wederzijds belang met betrekking tot de politieke samenwerking in Europa;
  • -. alle andere middelen die bijdragen tot het consolideren en ontwikkelen van de politieke dialoog.

Artikel 9

Op parlementair niveau vindt de politieke dialoog plaats in het kader van het bij artikel 90 opgerichte Parlementair Samenwerkingscomité.

TITEL III. GOEDERENVERKEER

Artikel 10

1.

De Partijen passen ten aanzien van elkaar de meestbegunstigingsregeling toe overeenkomstig het bepaalde in artikel I, lid 1, van de GATT.

2.

De bepalingen van lid 1 zijn niet van toepassing op:

  • a. voordelen die met het oog op de oprichting van een douane-unie of vrijhandelszone of ingevolge de oprichting van een dergelijke unie of zone worden toegekend;
  • b. voordelen die aan bepaalde landen worden toegekend overeenkomstig de GATT en andere internationale regelingen ten gunste van ontwikkelingslanden;
  • c. voordelen die aan buurlanden worden toegekend ten einde het grensverkeer te vergemakkelijken.

Artikel 11

1.

De Partijen zijn het erover eens dat het beginsel van de vrije doorvoer van goederen een essentiële voorwaarde is voor het bereiken van de doelstellingen van deze Overeenkomst.

Met het oog hierop waarborgt elke Partij de vrije doorgang over zijn grondgebied van goederen die van oorsprong zijn uit of bestemd zijn voor het douanegebied van de andere Partij.

2.

De in artikel V, leden 2, 3, 4 en 5 van de GATT vastgestelde regels zijn tussen de twee Partijen van toepassing.

3.

De bepalingen van dit artikel doen geen afbreuk aan de tussen de Partijen overeengekomen bijzondere regelingen voor specifieke sectoren, zoals vervoer, of produkten.

Artikel 12

De bepalingen van artikel 10, lid 1, en artikel 11, lid 2, zijn gedurende een overgangsperiode die eindigt op 31 december 1998, dan wel, indien dit eerder is, op de datum van toetreding van Oekraïne tot de GATT, niet van toepassing op de in bijlage I bepaalde voordelen die Oekraïne met ingang van de dag voorafgaande aan de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst aan andere Onafhankelijke Staten toekent.

Artikel 13

Onverminderd de rechten en verplichtingen uit de beide Partijen bindende internationale overeenkomsten betreffende de tijdelijke invoer van goederen, verleent elke Partij de andere Partij, in de gevallen en volgens de procedures die zijn vastgesteld in enige andere voor haar bindende internationale overeenkomst op dit gebied en overeenkomstig haar nationale wettelijke regeling ter zake, vrijstelling van invoerrechten en -heffingen op goederen die tijdelijk worden ingevoerd. Hierbij wordt rekening gehouden met de voorwaarden waaronder de uit een dergelijke overeenkomst voortvloeiende verplichtingen door de betrokken Partij zijn aanvaard.

Artikel 14

Onverminderd het bepaalde in de artikelen 18, 21 en 22 en bijlage II van deze Overeenkomst, en in de artikelen 77, 81, 244, 249 en 280 van de Akte van Toetreding van Spanje en Portugal tot de Gemeenschap worden bij de invoer van goederen van oorsprong uit Oekraïne en de Gemeenschap in respectievelijk de Gemeenschap en Oekraïne geen kwantitatieve beperkingen toegepast.

Artikel 15

1.

De uit het grondgebied van een Partij herkomstige produkten die op het grondgebied van de andere Partij worden ingevoerd, worden direct noch indirect onderworpen aan enige interne belastingen of andere interne heffingen die hoger zijn dan die welke direct of indirect op soortgelijke binnenlandse produkten van toepassing zijn.

2.

Voorts worden deze produkten niet minder gunstig behandeld dan soortgelijke nationale produkten ten aanzien van alle wettelijke en bestuursrechtelijke voorschriften en vereisten met betrekking tot hun verkoop op de binnenlandse markt, aanbieding ten verkoop, aankoop, vervoer, distributie of gebruik. De bepalingen van dit lid vormen geen beletsel voor de toepassing van gedifferentieerde binnenlandse vervoertarieven die uitsluitend gebaseerd zijn op de economisch verantwoorde exploitatie van het vervoermiddel en niet op de nationaliteit van het produkt.

Artikel 16

De hierna volgende artikelen van de GATT zijn van overeenkomstige toepassing tussen de Partijen:

    1. artikel VII, leden 1, 2, 3, 4 a, 4 b, 4 d, 5;
    1. artikel VIII;
    1. artikel IX;
    1. artikel X.

Artikel 17

Goederen worden tegen marktprijzen tussen de Partijen verhandeld.

Artikel 18

1.

Wanneer een bepaald produkt op het grondgebied van een Partij wordt ingevoerd in dermate toegenomen hoeveelheden en onder voorwaarden die ernstige schade toebrengen of dreigen toe te brengen aan de eigen producenten van soortgelijke of rechtstreeks concurrerende produkten, dan kan de benadeelde Partij - de Gemeenschap dan wel Oekraïne - passende maatregelen nemen overeenkomstig de hierna volgende procedures en voorwaarden.

2.

Vóór zij maatregelen nemen, of, in de gevallen waarin lid 4 van toepassing is, zo spoedig mogelijk nadat zij maatregelen hebben genomen, verstrekken de Gemeenschap of Oekraïne, al naargelang van het geval, het Samenwerkingscomité alle relevante informatie ten einde dit in staat te stellen een voor beide Partijen aanvaardbare oplossing te zoeken.

3.

Indien, na dit overleg, de Partijen niet binnen 30 dagen nadat de kwestie naar het Samenwerkingscomité is verwezen een akkoord bereiken over maatregelen om het probleem op te lossen, dan kan de Partij die om het overleg heeft verzocht maatregelen ter beperking van de invoer van de betrokken produkten nemen in de mate en voor de tijd die nodig zijn om de schade te voorkomen of te verhelpen of kan zij andere passende maatregelen nemen.

4.

In hoogdringende omstandigheden, waarin uitstel moeilijk herstelbare schade zou veroorzaken, kunnen de Partijen maatregelen nemen vóór het overleg heeft plaatsgevonden, op voorwaarde dat onmiddellijk daarna een voorstel tot overleg wordt gedaan.

5.

Bij de keuze van de in het kader van dit artikel toe te passen maatregelen geven de Partijen de voorkeur aan maatregelen die het bereiken van de doelstellingen van deze Overeenkomst het minst in de weg staan.

Artikel 19

Niets in deze titel, inzonderheid in artikel 18 daarvan, staat in de weg aan of heeft gevolgen voor het nemen door de Partijen van antidumpingmaatregelen of compenserende maatregelen overeenkomstig artikel VI van de GATT, de Overeenkomst inzake de uitlegging en de toepassing van de artikelen VI, XVI en XXIII van de GATT of aanverwante nationale wetgeving.

Elke Partij verklaart zich bereid de door de andere Partij naar voren gebrachte argumenten in verband met antidumping- of antisubsidieprocedures te onderzoeken en de betrokken belanghebbenden in kennis te stellen van de belangrijkste feiten en overwegingen die aan de definitieve beslissing ten grondslag zullen liggen. Voor definitieve antidumpingrechten en compenserende rechten worden ingesteld, doet de betrokken Partij al het mogelijke om het probleem tot een constructieve oplossing te brengen.

Artikel 20

De Overeenkomst vormt geen beletsel voor verboden of beperkingen op de invoer, de uitvoer of de doorvoer van goederen die gerechtvaardigd zijn uit hoofde van de bescherming van de openbare zedelijkheid, de openbare orde en veiligheid, de gezondheid en het leven van personen en dieren of het behoud van planten, de bescherming van natuurlijke hulpbronnen, de bescherming van het nationaal artistiek, historisch of archeologisch erfgoed of uit hoofde van de bescherming van de intellectuele, industriële of commerciële eigendom, noch voor voorschriften betreffende goud en zilver. Deze verboden of beperkingen mogen echter geen middel tot willekeurige discriminatie, noch een verkapte beperking van de handel tussen de Partijen vormen.

Artikel 21

Deze titel is niet van toepassing op de handel in textielprodukten van de hoofdstukken 50 tot en met 63 van de Gecombineerde Nomenclatuur. De handel in deze produkten is geregeld bij een afzonderlijke overeenkomst die op 5 mei 1993 werd geparafeerd en die voorlopig van toepassing is sedert 1 januari 1993.

Artikel 22

1.

De handel in produkten die onder het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal vallen, wordt geregeld bij de bepalingen van deze titel, met uitzondering van artikel 14 daarvan, en van een overeenkomst betreffende kwantitatieve regelingen voor de handel in EGKS-staalprodukten, vanaf het tijdstip van inwerkingtreding daarvan.

2.

Een contactgroep voor kolen- en staalkwesties is ingesteld bestaande uit vertegenwoordigers van de Gemeenschap enerzijds en vertegenwoordigers van Oekraïne anderzijds.

De contactgroep wisselt op gezette tijden informatie uit over alle kolen- en staalkwesties die voor de Partijen van belang zijn.

Artikel 23

De handel in kernmaterialen wordt geregeld bij een tussen de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en Oekraïne te sluiten specifieke overeenkomst.

TITEL IV. BEPALINGEN INZAKE HET HANDELSVERKEER EN DE INVESTERINGEN

HOOFDSTUK I. ARBEIDSVOORWAARDEN

Artikel 24

1.

Onverminderd de in elke Lid-Staat geldende wettelijke regelingen, voorwaarden en procedures zorgen de Gemeenschap en de Lid-Staten ervoor dat onderdanen van Oekraïne die wettig tewerkgesteld zijn op het grondgebied van een Lid-Staat, niet op grond van nationaliteit worden gediscrimineerd ten opzichte van de onderdanen van deze Lid-Staat wat werkomstandigheden, beloning en ontslag betreft.

2.

Onverminderd de in Oekraïne geldende wettelijke regelingen, voorwaarden en procedures zorgt Oekraïne ervoor dat onderdanen van een Lid-Staat die wettig tewerkgesteld zijn op het grondgebied van Oekraïne, niet op grond van nationaliteit worden gediscrimineerd ten opzichte van Oekraïense onderdanen wat werkomstandigheden, beloning en ontslag betreft.

Artikel 25. Coördinatie van de sociale zekerheid

De Partijen verbinden zich ertoe overeenkomsten te sluiten met het doel:

    1. Onverminderd de in elke Lid-Staat geldende voorwaarden en bepalingen, regelingen te treffen voor de coördinatie van de stelsels van sociale zekerheid voor werknemers van Oekraïense nationaliteit die wettig tewerkgesteld zijn op het grondgebied van een Lid-Staat. Deze bepalingen zullen er met name in voorzien dat:
  • -. alle door deze werknemers in de onderscheidene Lid-Staten vervulde tijdvakken van verzekering, arbeid of wonen worden samengeteld ten behoeve van de ouderdoms-, invaliditeits- en overlevingspensioenen en de ziektekostenverzekering van deze werknemers;
  • -. alle ouderdoms-, overlevings- en invaliditeitspensioenen en verzekeringen tegen arbeidsongevallen of beroepsziekten, met uitzondering van de premievrije prestaties, vrij overdraagbaar zijn tegen de koers waarin de wetgeving van de betrokken Lid-Staat of Lid-Staten voorziet;
    1. onverminderd de voorwaarden en bepalingen welke in Oekraïne van toepassing zijn, de nodige bepalingen vast te stellen opdat werknemers die onderdaan zijn van een Lid-Staat en die wettig tewerkgesteld zijn in Oekraïne, een gelijksoortige behandeling krijgen als deze vermeld onder het tweede streepje van punt i).

Artikel 26

De overeenkomstig artikel 25 te nemen maatregelen laten de uit bilaterale overeenkomsten tussen Oekraïne en de Lid-Staten voortvloeiende rechten en verplichtingen onverlet wanneer deze overeenkomsten in een gunstiger behandeling van onderdanen van Oekraïne of de Lid-Staten voorzien.

Artikel 27

De Samenwerkingsraad gaat na welke gemeenschappelijke actie kan worden ondernomen om de illegale immigratie tegen te gaan, met inachtneming van het beginsel en de praktijk van wedertoelating.

Artikel 28

De Samenwerkingsraad gaat na welke verbeteringen kunnen worden aangebracht in de werkomstandigheden van zakenlieden, rekening houdende met de internationale verbintenissen van de Partijen, met inbegrip van die welke in het document van de Conferentie van Bonn van de CVSE zijn neergelegd.

Artikel 29

De Samenwerkingsraad doet aanbevelingen voor de tenuitvoerlegging van de artikelen 24, 27 en 28.

HOOFDSTUK II. BEPALINGEN INZAKE DE VESTIGING EN DE WERKING VAN VENNOOTSCHAPPEN

Artikel 30

  • a. De Gemeenschap en haar Lid-Staten kennen voor de vestiging van Oekraïense vennootschappen op hun grondgebied geen minder gunstige behandeling toe dan die welke zij aan vennootschappen uit enig derde land toekennen, overeenkomstig hun wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen.
  • b. Onverminderd de in bijlage IV genoemde voorbehouden kennen de Gemeenschap en haar Lid-Staten de op hun grondgebied gevestigde dochterondernemingen van Oekraïense vennootschappen, wat de werking daarvan betreft, geen minder gunstige behandeling toe dan die welke zij aan enige vennootschap uit de Gemeenschap toekennen, overeenkomstig hun wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen.
  • c. De Gemeenschap en haar Lid-Staten kennen de op hun grondgebied gevestigde filialen van Oekraïense vennootschappen, wat de werking daarvan betreft, geen minder gunstige behandeling toe dan die welke zij aan filialen van vennootschappen uit enig derde land toekennen, overeenkomstig hun wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen.
  • a. Onverminderd de in bijlage V genoemde voorbehouden kent Oekraïne voor de vestiging van vennootschappen uit de Gemeenschap op zijn grondgebied geen minder gunstige behandeling toe dan de meest voordelige behandeling die het aan zijn eigen vennootschappen of aan vennootschappen uit enig derde land toekent, overeenkomstig zijn wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen.
  • b. Oekraïne kent de op zijn grondgebied gevestigde dochterondernemingen en filialen van vennootschappen uit de Gemeenschap, wat de werking daarvan betreft, geen minder gunstige behandeling toe dan de meest voordelige behandeling die het aan zijn eigen vennootschappen of filialen respectievelijk aan vennootschappen of filialen uit enig derde land toekent, overeenkomstig zijn wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen.
3.

De bepalingen van de leden 1 en 2 mogen door de op het grondgebied van een Partij gevestigde dochterondernemingen van vennootschappen uit de andere Partij niet worden gebruikt om de wettelijke en bestuursrechtelijke voorschriften van de eerstgenoemde Partij in verband met de toegang tot specifieke sectoren of activiteiten te omzeilen.

Aan vennootschappen die op de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst in de Gemeenschap of Oekraïne gevestigd zijn, wordt de in de leden 1 en 2 bedoelde behandeling toegekend met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst en aan vennootschappen die zich na deze datum in de Gemeenschap of Oekraïne vestigen, met ingang van de datum van vestiging.

Artikel 31

1.

Onverminderd het bepaalde in artikel 104 is artikel 30 niet van toepassing op het vervoer door de lucht, over binnenwateren en over zee.

2.

Wat evenwel de activiteiten van scheepvaartondernemingen op het gebied van het internationale vervoer over zee betreft, met inbegrip van het intermodale vervoer dat ten dele over zee plaatsvindt, biedt elke Partij aan vennootschappen van de andere Partij de mogelijkheid op haar grondgebied een handelsvertegenwoordiging in de vorm van dochterondernemingen of filialen te vestigen, onder voorwaarden, wat de vestiging en de werking betreft, die niet minder gunstig zijn dan de meest voordelige voorwaarden die zij aan haar eigen vennootschappen of aan dochterondernemingen of filialen van vennootschappen uit enig derde land toekent.

Deze activiteiten omvatten onder meer:

  • a. het op de markt brengen en de verkoop van maritieme vervoerdiensten en aanverwante diensten door rechtstreekse contacten met klanten, van prijsopgave tot facturering, ongeacht of deze diensten worden verricht of aangeboden door de dienstverlener zelf dan wel door dienstverleners waarmee de verkoper van de diensten een permanent handelsakkoord heeft;
  • b. aankoop en gebruik, voor eigen rekening of voor rekening van hun klanten (en de wederverkoop aan hun klanten) van alle vervoerdiensten en aanverwante diensten, met inbegrip van alle vormen van binnenlands vervoer, in het bijzonder over binnenwateren, over de weg en per spoor, die voor een geïntegreerde dienstverlening vereist zijn;
  • c. voorbereiding van documentatie betreffende vervoersdocumenten, douanedocumenten of andere documenten in verband met de oorsprong en de aard van de vervoerde goederen;
  • d. het verschaffen van handelsinformatie, op enigerlei wijze, onder meer door middel van geautomatiseerde informatiesystemen en systemen voor elektronische gegevensuitwisseling (onverminderd alle nietdiscriminatoire beperkingen op het telecommunicatieverkeer);
  • e. het opzetten van enigerlei handelstransactie, met inbegrip van participaties in ondernemingen en het in dienst nemen van plaatselijk aangeworven personeel (of, wanneer het buitenlands personeel betreft, met inachtneming van de desbetreffende bepalingen van deze overeenkomst), met een in het betrokken land gevestigde scheepvaartonderneming;
  • f. optreden namens ondernemingen, het organiseren van de afroep van aanvragen om scheepsruimte of, indien nodig, het overnemen van vracht.

Artikel 32

Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt verstaan onder:

  • a. „vennootschap uit de Gemeenschap" of „Oekraïense vennootschap": een overeenkomstig het recht van een Lid-Staat respectievelijk Oekraïne opgerichte vennootschap die haar statutaire zetel, hoofdbestuur of hoofdvestiging op het grondgebied van respectievelijk de Gemeenschap of Oekraïne heeft. Indien een overeenkomstig het recht van een Lid-Staat respectievelijk Oekraïne opgerichte vennootschap enkel haar statutaire zetel op het grondgebied van de Gemeenschap respectievelijk Oekraïne heeft, wordt deze vennootschap als een vennootschap uit de Gemeenschap of als een Oekraïense vennootschap beschouwd indien uit haar transacties een werkelijke en permanente band met de economie van een Lid-Staat respectievelijk Oekraïne naar voren treedt;
  • b. „dochteronderneming": een vennootschap waarover een andere vennootschap daadwerkelijk zeggenschap heeft;
  • c. „filiaal" van een vennootschap: een handelsvestiging zonder rechtspersoonlijkheid die kennelijk een permanent karakter bezit - zoals een agentschap van een moedervennootschap -, een eigen management heeft en over de nodige materiële voorzieningen beschikt om zakelijk overleg te voeren met derden, in dier voege dat laatstgenoemden, hoewel zij ervan op de hoogte zijn dat indien nodig er een rechtsverhouding zal bestaan met de moedervennootschap waarvan het hoofdkantoor zich in het buitenland bevindt, geen rechtstreeks contact dienen te hebben met deze moedervennootschap doch hun transacties kunnen afhandelen met de genoemde handelsvestiging die het vorengenoemde agentschap vormt;
  • d. „vestiging": het recht van vennootschappen uit de Gemeenschap of Oekraïense vennootschappen als bedoeld onder a. om economische activiteiten uit te oefenen door de oprichting van dochterondernemingen en filialen in Oekraïne respectievelijk de Gemeenschap;
  • e. „transacties": het verrichten van economische activiteiten;
  • f. „economische activiteiten": activiteiten met een industrieel of commercieel karakter of activiteiten van personen die een vrij beroep uitoefenen;
  • g. wat het internationale vervoer over zee betreft, met inbegrip van het intermodale vervoer dat ten dele over zee plaatsvindt, zijn de bepalingen van dit hoofdstuk en van hoofdstuk III eveneens van toepassing op onderdanen van de Lid-Staten of van Oekraïne die buiten het grondgebied van respectievelijk de Gemeenschap of Oekraïne gevestigd zijn en op buiten de Gemeenschap of Oekraïne gevestigde scheepvaartmaatschappijen waarover onderdanen van respectievelijk de Gemeenschap of Oekraïne zeggenschap hebben, indien de vaartuigen van deze scheepvaartmaatschappijen respectievelijk in die Lid-Staat of in Oekraïne geregistreerd zijn overeenkomstig de respectieve wettelijke regelingen van de Gemeenschap en Oekraïne.

Artikel 33

1.

Geen enkele bepaling van deze overeenkomst verzet zich ertegen dat een Partij prudentiële maatregelen neemt, onder meer ter bescherming van investeerders, depositogevers, verzekeringnemers of personen jegens wie een financiële dienstverlener fiduciaire verplichtingen heeft of ten einde de integriteit en de stabiliteit van het financiële systeem te waarborgen. Wanneer dergelijke maatregelen in strijd zijn met de bepalingen van deze overeenkomst, mogen zij niet woorden gebruikt als middel om de uit deze overeenkomst voortvloeiende verplichtingen van een Partij te ontduiken.

2.

Geen enkele bepaling van deze overeenkomst wordt op zodanige wijze geïnterpreteerd dat zij een Partij ertoe verplicht zakelijke of financiële informatie betreffende individuele klanten dan wel vertrouwelijke of gepatenteerde informatie die in het bezit is van overheidsinstanties te verstrekken.

Artikel 34

De bepalingen van deze overeenkomst beletten een Partij niet de maatregelen te nemen die zij noodzakelijk acht om te voorkomen dat de door haar genomen maatregelen in verband met de toegang van derde landen tot haar markten door middel van deze overeenkomst worden ontdoken.

Artikel 35

1.

In afwijking van het bepaalde in hoofdstuk I heeft een op het grondgebied van Oekraïne of de Gemeenschap gevestigde vennootschap uit de Gemeenschap respectievelijk Oekraïne het recht, met inachtneming van de wetgeving van het gastland van vestiging, op het grondgebied van de Gemeenschap respectievelijk Oekraïne werknemers die onderdaan zijn van een Lid-Staat of van Oekraïne in dienst te nemen of deze door een van haar dochterondernemingen of filialen in dienst te laten nemen, mits deze werknemers een sleutelpositie in de zin van lid 2 bekleden en zij uitsluitend door vennootschappen, dochterondernemingen of filialen tewerkgesteld worden. De verblijfs- en werkvergunningen van deze werknemers dekken slechts de tijd van die tewerkstelling.

2.

Werknemers met een sleutelpositie die in dienst zijn van de bovengenoemde vennootschappen, hierna „organisaties" genoemd, zijn „binnen de onderneming overgeplaatste personen" als omschreven onder c. van de hierna volgende categorieën, met dien verstande dat de organisatie een rechtspersoon is en de betrokkenen gedurende tenminste het onmiddellijk aan de overplaatsing voorafgaande jaar in dienst waren van deze organisatie of daarin partners (doch geen aandeelhouders met een meerderheidsparticipatie) waren:

  • a. leden van het hogere kader van een organisatie die in de eerste plaats verantwoordelijk zijn voor het management van de organisatie, onder het algemene toezicht en de leiding van de raad van bestuur of de aandeelhouders of daarmee gelijkgestelde personen. Hun taken omvatten:
  • -. de leiding van de organisatie of een afdeling of onderafdeling daarvan;
  • -. toezicht en controle op de werkzaamheden van andere toezichthoudende, hooggespecialiseerde of leidinggevende werknemers;
  • -. de persoonlijke bevoegdheid werknemers in dienst te nemen en te ontslaan of de indienstneming of het ontslag van werknemers of andere maatregelen in het kader van het personeelsbeleid aan te bevelen;
  • b. binnen een organisatie werkzame personen die beschikken over ongewone kennis die van wezenlijk belang is voor de dienstverlening van het bedrijf, de onderzoeksuitrusting, de technische werkzaamheden of het management. Afgezien van de voor het functioneren van het betrokken bedrijf vereiste specifieke kennis, kan deze kennis bestaan in een hoog bekwaamheidsniveau met betrekking tot bepaalde werkzaamheden of van het uitoefenen van een bepaald beroep waarvoor specifieke technische vaardigheden vereist zijn, met inbegrip van, in voorkomend geval, het lidmaatschap van een erkende beroepsgroep;
  • c. een „binnen de onderneming overgeplaatste persoon" is een natuurlijke persoon die voor een organisatie op het grondgebied van een Partij werkzaam is en die tijdelijk wordt overgeplaatst in het kader van economische activiteiten op het grondgebied van de andere Partij. De hoofdvestiging van de betrokken organisatie dient op het grondgebied van een Partij te zijn gevestigd en de overplaatsing dient te geschieden naar een dochteronderneming of filiaal van deze organisatie die op het grondgebied van de andere Partij daadwerkelijk soortgelijke economische activiteiten verricht.

Artikel 36

1.

De Partijen vermijden in zoverre mogelijk het nemen van maatregelen of het ontplooien van activiteiten die de voorwaarden voor de vestiging en de werking van vennootschappen uit de andere Partij restrictiever maken dan op de dag voorafgaande aan de datum van ondertekening van deze overeenkomst het geval was.

2.

De bepalingen van dit artikel laten die van artikel 44 onverlet: de omstandigheden waarop artikel 44 van toepassing is, worden uitsluitend geregeld door de bepalingen van dat artikel, met uitsluiting van elk ander artikel.

3.

In een geest van partnerschap en samenwerking en in het licht van de bepalingen van artikel 51 geeft de Regering van Oekraïne de Gemeenschap kennis van door haar voorgestelde nieuwe wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen die de voorwaarden voor de vestiging of de werking van dochterondernemingen of filialen van vennootschappen uit de Gemeenschap in Oekraïne restrictiever kunnen maken dan op de dag voorafgaande aan de datum van ondertekening van deze overeenkomst het geval is. De Gemeenschap kan van Oekraïne verlangen dat dit land haar het ontwerp van deze regelingen doet toekomen en dat daarover overleg wordt gepleegd.

4.

Wanneer nieuwe wettelijke of bestuursrechtelijke bepalingen in Oekraïne de voorwaarden voor de vestiging van vennootschappen uit de Gemeenschap op het grondgebied van Oekraïne en voor de werking van in Oekraïne gevestigde dochterondernemingen en filialen van vennootschappen uit de Gemeenschap restrictiever maken dan op de dag voorafgaande aan de datum van ondertekening van deze overeenkomst het geval is, zijn deze bepalingen gedurende de eerste drie jaren volgende op de datum van inwerkingtreding van het desbetreffende besluit niet van toepassing op de dochterondernemingen en filialen die op de datum van inwerkingtreding van dat besluit reeds in Oekraïne gevestigd waren.

HOOFDSTUK III. GRENSOVERSCHRIJDEND DIENSTENVERKEER TUSSEN DE GEMEENSCHAP EN OEKRAÏNE

Artikel 37

1.

De Partijen verbinden zich overeenkomstig het bepaalde in dit hoofdstuk ertoe de nodige stappen te ondernemen om geleidelijk het verlenen van diensten mogelijk te maken door vennootschappen uit de Gemeenschap of Oekraïense vennootschappen die zijn gevestigd op het grondgebied van een andere Partij dan die van de persoon voor wie de diensten worden verricht, met inachtneming van de ontwikkeling van de dienstverlenende sectoren op het grondgebied van de Partijen.

2.

De Samenwerkingsraad doet aanbevelingen met betrekking tot de tenuitvoerlegging van lid 1.

Artikel 38

De Partijen werken samen met het oog op de ontwikkeling van een marktgerichte dienstensector in Oekraïne.

Artikel 39

1.

De Partijen verbinden zich ertoe het beginsel van onbeperkte toegang tot de internationale maritieme markt en het internationaal maritiem vervoer op commerciële basis daadwerkelijk toe te passen.

  • a. Deze bepaling laat onverlet de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit de Gedragscode van de Verenigde Naties voor Lijnvaartconferences die voor een Partij bij deze Overeenkomst van toepassing zijn. De niet bij conferences aangesloten lijnvaartmaatschappijen kunnen vrij met een conference concurreren zolang zij zich aan het beginsel van eerlijke concurrentie op commerciële basis houden.
  • b. De Partijen bevestigen dat zij de vrije concurrentie fundamenteel achten voor het handelsverkeer in droge en vloeibare bulkgoederen.
2.

De Partijen verbinden zich ertoe bij de toepassing van de beginselen van lid 1:

  • a. vanaf het in werking treden van deze overeenkomst geen bepalingen inzake vrachtverdeling van bilaterale overeenkomsten tussen een Lid-Staat en de voormalige Sovjet-Unie toe te passen;
  • b. geen bepalingen inzake vrachtverdeling op te nemen in toekomstige bilaterale overeenkomsten met derde landen, tenzij in die uitzonderlijke gevallen waarin de lijnvaartmaatschappijen van een Partij bij deze overeenkomst anders geen reële kans zouden krijgen om aan het handelsverkeer van en naar het betrokken derde land deel te nemen;
  • c. het opnemen van vrachtverdelingsregelingen in toekomstige bilaterale overeenkomsten betreffende het vervoer van droge en vloeibare bulkladingen niet toe te staan;
  • d. bij het in werking treden van deze Overeenkomst alle unilaterale maatregelen en administratieve, technische en andere belemmeringen op te heffen die een beperkende of discriminerende werking kunnen hebben ten aanzien van de vrije dienstverrichting in het internationaal maritiem vervoer.

Elke Partij verleent aan de schepen welke de vlag van de andere Partij voeren, inter alia, geen minder gunstige behandeling dan die welke zij aan haar eigen schepen verleent, ten aanzien van de toegang tot de voor het internationale handelsverkeer bestemde havens, het gebruik van de infrastructuur en van de maritieme hulpdiensten van de havens evenals de daarmee verband houdende vergoedingen en kosten, de douane faciliteiten en de toewijzing van aanlegplaatsen en installaties voor het laden en lossen.

Een gelijke behandeling wordt, na een overgangsperiode maar niet later dan 1 juli 1997, door elke Partij eveneens verleend met betrekking tot door onderdanen en vennootschappen van de andere Partij geëxploiteerde schepen die de vlag van een derde land voeren.

3.

De onderdanen en vennootschappen van de Gemeenschap die voorzien in internationale maritieme vervoerdiensten, kunnen onbelemmerd voorzien in de op het internationaal zeevervoer aansluitende diensten op de binnenwateren van Oekraïne en vice versa.

Artikel 40

Met het oog op een gecoördineerde ontwikkeling van het vervoer tussen de Partijen in overeenstemming met hun commerciële behoeften, kunnen de voorwaarden voor de wederzijdse toegang tot elkaars markten en het verlenen van diensten met betrekking tot het vervoer over de weg, per spoor en over de binnenwateren, en eventueel het luchtvervoer, worden vastgelegd in bijzondere overeenkomsten, waarover in voorkomend geval tussen de Partijen als gedefinieerd in artikel 99 na het in werking treden van deze Overeenkomst wordt onderhandeld.

HOOFDSTUK IV. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 41

1.

De bepalingen van deze titel worden toegepast behoudens beperkingen die gerechtvaardigd zijn uit hoofde van de openbare orde, de openbare veiligheid en de volksgezondheid.

2.

Zij zijn niet van toepassing op de werkzaamheden die op het grondgebied van een Partij verband houden met de uitoefening van het openbaar gezag, zelfs indien deze slechts voor een bepaalde gelegenheid geschieden.

Artikel 42

Voor de toepasing van deze Titel belet geen enkele bepaling van deze Overeenkomst de Partijen hun wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen betreffende toelating en verblijf, het verrichten van werk, arbeidsvoorwaarden, de vestiging van natuurlijke personen en het verrichten van diensten toe te passen, mits zij dat niet op zodanige wijze doen dat de voor een Partij uit een specifieke bepaling van deze Overeenkomst voortvloeiende voordelen teniet worden gedaan of beperkt. Deze bepaling doet geen afbreuk aan de toepassing van artikel 41.

Artikel 43

Vennootschappen waarover de zeggenschap berust bij of die de exclusieve eigendom zijn van Oekraïense vennootschappen en vennootschappen uit de Gemeenschap gezamenlijk, komen eveneens in aanmerking voor de bepalingen van de hoofdstukken II, III en IV.

Artikel 44

De in het kader van deze Overeenkomst door een Partij aan de andere toegekende behandeling is met ingang van een termijn van een maand vóór het in werking treden van de daarop betrekking hebbende voorschriften van de Algemene Overeenkomst inzake de Handel in Diensten (GATS), met betrekking tot de sectoren of maatregelen waarop de GATS betrekking heeft, in geen enkel geval minder gunstig dan die welke door de eerstbedoelde Partij in het kader van de GATS en met betrekking tot om het even welke dienstensector, dienstensubsector en wijze van dienstverlening wordt toegekend.

Artikel 45

Voor de toepassing van de hoofdstukken II, III en IV wordt geen rekening gehouden met de behandeling welke door de Gemeenschap, haar Lid-Staten of Oekraïne wordt toegekend op grond van de verbintenissen welke in het kader van overeenkomsten inzake economische integratie overeenkomstig de beginselen van artikel V van de GATS zijn aangegaan.

Artikel 46

1.

De overeenkomstig de bepalingen van deze titel toegekende meestbegunstigingsregeling is niet van toepassing op de belastingvoordelen waarin de Partijen voorzien of in de toekomst zullen voorzien in het kader van overeenkomsten ter voorkoming van dubbele belasting of andere fiscale regelingen.

2.

Niets in deze titel kan worden uitgelegd als een beletsel voor het vaststellen of doen naleven door de Partijen van maatregelen ter voorkoming van belastingvermijding of -ontduiking overeenkomstig de bepalingen van overeenkomsten ter voorkoming van dubbele belasting en andere fiscale regelingen, of de nationale fiscale wetgeving.

3.

Niets in deze titel kan worden uitgelegd als een beletsel voor de Lid-Staten of Oekraïne om bij de toepassing van de desbetreffende bepalingen van hun fiscaal recht een onderscheid te maken tussen belastingplichtigen die zich niet in identieke situaties bevinden, vooral met betrekking tot hun woonplaats.

Artikel 47

Onverminderd artikel 35 kan geen enkele bepaling van de hoofdstukken II, III en IV worden uitgelegd als zou zij het recht verlenen:

  • -. aan onderdanen van de Lid-Staten, respectievelijk Oekraïne, zich op het grondgebied van Oekraïne, respectievelijk de Gemeenschap, te begeven of daar te verblijven in ongeacht welke hoedanigheid en met name als aandeelhouder of partner, beheerder of werknemer van een vennootschap dan wel als verstrekker of ontvanger van diensten;
  • -. aan dochterondernemingen of filialen van Oekraïense vennootschappen in de Gemeenschap tot het op het grondgebied van de Gemeenschap in dienst nemen of hebben van onderdanen van Oekraïne;
  • -. aan dochterondernemingen of filialen van vennootschappen uit de Gemeenschap in Oekraïne tot het op het grondgebied van Oekraïne in dienst nemen of hebben van onderdanen van de Lid-Staten:
  • -. aan Oekraïense vennootschappen dan wel dochterondernemingen of filialen van Oekraïense vennootschappen in de Gemeenschap tot het namens of onder het toezicht van andere personen laten optreden van Oekraïense onderdanen door middel van tijdelijke arbeidsovereenkomsten;
  • -. aan communautaire vennootschappen dan wel dochterondernemingen of filialen van vennootschappen uit de Gemeenschap in Oekraïne tot het door middel van tijdelijke arbeidsovereenkomsten voorzien in arbeidskrachten die onderdanen van Lid-Staten zijn.

TITEL V. BETALINGS- EN KAPITAALVERKEER

Artikel 48

1.

De Partijen verbinden zich ertoe machtiging te verlenen tot alle betaalverrichtingen op de lopende rekening van de betalingsbalans in vrije convertibele valuta tussen inwoners van de Gemeenschap en van Oekraïne voor zover deze verrichtingen betrekking hebben op het verkeer van goederen, diensten of personen in overeenstemming met de bepalingen van deze Overeenkomst.

2.

Met betrekking tot de verrichtingen op de kapitaalrekening van de betalingsbalans worden vanaf de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst het vrije verkeer van kapitaal met betrekking tot directe investeringen in vennootschappen die in overeenstemming met de wetten van het gastland zijn opgericht, en investeringen in overeenstemming met hoofdstuk II van titel IV, alsook de liquidatie of de repatriëring van die investeringen en van alle opbrengsten daarvan gegarandeerd.

3.

Onverminderd de leden 2 en 5 worden met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst geen nieuwe beperkingen ingesteld op de valutatransacties in het kader van het kapitaalverkeer en de daarmee verband houdende betalingsverrichtingen tussen inwoners van de Gemeenschap en van Oekraïne, en worden in de bestaande regelingen geen verdere restricties aangebracht.

4.

De Partijen raadplegen elkaar met het oog op de vergemakkelijking van andere kapitaalverrichtingen dan die bedoeld in lid 2 tussen de Gemeenschap en Oekraïne gericht op de verwezenlijking van de doelstellingen van deze Overeenkomst.

5.

In het kader van dit artikel kan Oekraïne, in afwachting van een volledige convertibiliteit van de munteenheid van Oekraïne in de zin van artikel VIII van de Overeenkomst betreffende het Internationale Monetaire Fonds (IMF), in uitzonderlijke omstandigheden deviezenbeperkingen in verband met het verlenen of opnemen van financieel krediet op korte en middellange termijn toepassen, voor zover deze beperkingen aan Oekraïne voor het verlenen van dergelijke kredieten worden opgelegd en op grond van de IMF-status van Oekraïne zijn toegestaan. Oekraïne past deze beperkingen op een niet-discriminerende wijze toe. Zij dienen zodanig te worden toegepast dat zij de uitvoering van deze Overeenkomst zo weinig mogelijk verstoren. Oekraïne doet aan de Samenwerkingsraad onverwijld mededeling van de invoering en van alle wijzigingen van dergelijke maatregelen.

6.

Onverminderd de leden 1 en 2 kunnen de Gemeenschap en Oekraïne in uitzonderlijke omstandigheden, wanneer kapitaalverkeer tussen de Gemeenschap en Oekraïne oorzaak is of dreigt te zijn van ernstige moeilijkheden voor de toepassing van het wisselkoersbeleid of het monetaire beleid in de Gemeenschap of in Oekraïne, elk voor zich vrijwaringsmaatregelen nemen met betrekking tot het kapitaalverkeer tussen de Gemeenschap en Oekraïne voor een periode van niet meer dan zes maanden, indien deze maatregelen volstrekt nodig zijn.

TITEL VI. MEDEDINGING, BESCHERMING VAN INTELLECTUELE. INDUSTRIËLE EN COMMERCIËLE EIGENDOM, SAMENWERKING OP HET GEBIED VAN DE WETGEVING

Artikel 49

1.

De Partijen komen overeen, door de toepassing van hun mededingingsvoorschriften of anderszins, te bewerkstelligen dat beperkingen van de mededinging door ondernemingen of ten gevolge van overheidsmaatregelen, voor zover zij de handel tussen de Gemeenschap en Oekraïne ongunstig kunnen beïnvloeden, ongedaan worden gemaakt of worden opgeheven.

2.

Met het oog op de verwezenlijking van de in lid 1 genoemde doelstellingen:

  • 2.1. zorgen de Partijen ervoor dat zij over wetgeving beschikken ter bestrijding van mededingingsbeperkingen door de onder hun rechtsbevoegdheid vallende ondernemingen en op de naleving ervan toezien.
  • 2.2. zien de Partijen af van de toekenning van staatssteun aan bepaalde ondernemingen, voor de produktie van goederen die geen basisprodukten zijn als bedoeld in de GATT, of voor diensten, voor zover hierdoor de mededinging wordt vervalst of dreigt te worden vervalst en in de mate dat deze steun de handel tussen de Gemeenschap en Oekraïne ongunstig beïnvloedt;
  • 2.3. verstrekt de ene Partij de andere op haar verzoek informatie over haar steunprogramma's of over bepaalde afzonderlijke gevallen van staatssteun; de Partijen dienen geen informatie te verstrekken waarop wettelijke voorschriften inzake het beroeps- of bedrijfsgeheim van toepassing zijn:
  • 2.4. verklaren de Partijen zich met betrekking tot de staatsmonopolies van commerciële aard, bereid vanaf het vierde jaar na de inwerkingtreding van deze Overeenkomst erop toe te zien dat niet wordt gediscrimineerd tussen onderdanen van de Partijen met betrekking tot de voorwaarden waaronder goederen worden aangeschaft of verkocht;
  • 2.5. verklaren de Partijen zich met betrekking tot de overheidsbedrijven en de ondernemingen waaraan de Lid-Staten of Oekraïne uitsluitende rechten verlenen, bereid vanaf het vierde jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst erop toe te zien dat geen maatregelen worden vastgesteld of gehandhaafd die voor de respectieve belangen van de Partijen nadelige distorsies van de handel tussen de Gemeenschap en Oekraïne tot gevolg hebben; deze bepaling vormt geen juridische of feitelijke belemmering voor de vervulling van de aan de bedoelde ondernemingen opgedragen bijzondere taken;
  • 2.6. kan de in lid 2, punten 4) en 5), genoemde termijn bij onderlinge overeenstemming tussen de Partijen worden verlengd.
3.

Op verzoek van de Gemeenschap of Oekraïne kan binnen het Samenwerkingscomité overleg plaatshebben over de in leden 1 en 2 bedoelde beperkingen of vervalsing van de mededinging en over het doen naleven van de mededingingsvoorschriften, met inachtneming van de wettelijke beperkingen betreffende de bekendmaking van gegevens, de vertrouwelijkheid van informatie en het bedrijfsgeheim. Het overleg kan eveneens betrekking hebben op problemen in verband met de uitlegging van de leden 1 en 2.

4.

De Partijen met ervaring op het gebied van de toepassing van mededingingsvoorschriften stellen alles in het werk om de andere Partijen, op hun verzoek en binnen de grenzen van de beschikbare middelen, technische bijstand te verlenen met betrekking tot de uitwerking en tenuitvoerlegging van mededingingsvoorschriften.

5.

Bovenstaande bepalingen doen op geen enkele wijze afbreuk aan de rechten van de Partijen om afdoende maatregelen, en met name die bedoeld in artikel 19, te nemen met betrekking tot distorsies van de handel in goederen of diensten.

Artikel 50

1.

In overeenstemming met de bepalingen van dit artikel en van bijlage III ziet Oekraïne verder toe op de verbetering van de bescherming van intellectuele, industriële en commerciële eigendomsrechten, ten einde tegen het einde van het vijfde jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst te kunnen voorzien in een bescherming overeenkomend met die welke bestaat in de Gemeenschap, met inbegrip van doeltreffende middelen om deze rechten af te dwingen.

2.

Tegen het einde van het vijfde jaar na de inwerkingtreding van de Overeenkomst, treedt Oekraïne toe tot de multilaterale overeenkomsten betreffende intellectuele, industriële en commerciële eigendomsrechten bedoeld in punt 1 van bijlage III, waarbij de Lid-Staten Partij zijn of die de facto door de Lid-Staten worden toegepast in overeenstemming met de desbetreffende bepalingen van die overeenkomsten.

Artikel 51

1.

De Partijen erkennen dat een voorname voorwaarde voor het versterken van de economische banden tussen Oekraïne en de Gemeenschap de aanpassing van de bestaande en toekomstige wetgeving van Oekraïne aan die van de Gemeenschap is. Oekraïne doet het nodige om ervoor te zorgen dat zijn wetgeving geleidelijk in overeenstemming met die van de Gemeenschap wordt gebracht.

2.

De aanpassing van de wetgeving omvat in het bijzonder de volgende terreinen: douanewetgeving, vennootschapsrecht, bankrecht, boekhoudkundige regels voor vennootschappen, vennootschapsbelastingen, intellectuele eigendom, bescherming van werknemers op de arbeidsplaats, financiële diensten, mededingingsregels, overheidsopdrachten, bescherming van de gezondheid en het leven van personen, dieren en planten, milieu, consumentenbescherming, indirecte belastingen, technische voorschriften en normen, wettelijke en bestuursrechtelijke voorschriften inzake kernenergie, vervoer.

3.

De Gemeenschap verstrekt Oekraïne zo nodig technische bijstand bij de uitvoering van deze maatregelen, onder meer door:

  • -. de uitwisseling van deskundigen,
  • -. het verstrekken van tijdige informatie, vooral over relevante wetgeving,
  • -. de organisatie van seminars,
  • -. opleidingsactiviteiten,
  • -. bijstand voor de vertaling van communautaire wetgeving in de desbetreffende sectoren.

TITEL VII. ECONOMISCHE SAMENWERKING

Artikel 52

1.

De Gemeenschap en Oekraïne brengen een economische samenwerking tot stand die erop gericht is het economisch hervormings- en herstelproces en de duurzame ontwikkeling van Oekraïne te bevorderen. Die samenwerking versterkt en ontwikkelt de economische banden ten voordele van beide Partijen.

2.

Het beleid en de andere maatregelen zijn gericht op de totstandbrenging van economische en sociale hervormingen, en van de herstructurering van het economische systeem in Oekraïne, en gaan uit van de eisen van een duurzame en harmonische sociale ontwikkeling; ook de milieu-aspecten dienen volledig in de maatregelen te zijn geïntegreerd.

3.

Te dien einde wordt de samenwerking in het bijzonder gericht op de industriële samenwerking, de bevordering en bescherming van de investeringen, overheidsopdrachten, normen en overeenstemmingsbeoordelingen, mijnbouw en grondstoffen, wetenschap en technologie, onderwijs en opleiding, de landbouw en de agro-industriële sector, energie, de civiele nucleaire sector, het milieu, vervoer, ruimtetechnologie, telecommunicatie, financiële diensten, het witwassen van geld, monetair beleid, regionale ontwikkeling, sociale samenwerking, toerisme, het midden- en kleinbedrijf, informatie en communicatie, consumentenbescherming, douane, statistieken, economie en verdovende middelen.

4.

Er wordt speciale aandacht besteed aan maatregelen ter bevordering van de samenwerking tussen de Onafhankelijke Staten en de andere omliggende landen met het oog op een harmonische ontwikkeling van de regio.

5.

In voorkomend geval kunnen de economische samenwerking en de andere vormen van samenwerking waarin deze Overeenkomst voorziet, worden gesteund door technische bijstand van de Gemeenschap, met inachtneming van de op de technische bijstand in de Onafhankelijke Staten betrekking hebbende verordening van de Raad van de Europese Unie, de in het kader van het indicatieve programma voor de technische bijstand van de Gemeenschap aan Oekraïne overeengekomen prioriteiten, en de vastgestelde coördinatie- en tenuitvoerleggingsprocedures.

6.

De Samenwerkingsraad doet aanbevelingen met betrekking tot de ontwikkeling van de samenwerking op de in lid 3 genoemde gebieden.

Artikel 53. Industriële samenwerking

1.

Bij de samenwerking wordt in het bijzonder de bevordering nagestreefd van:

  • -. de ontwikkeling van commerciële banden tussen het bedrijfsleven aan beide zijden, met het oog op bijvoorbeeld de overdracht van technologie en know-how,
  • -. de deelneming van de Gemeenschap aan het streven van Oekraïne om zijn industrie te herstructureren en technisch te verbeteren,
  • -. de verbetering van de bedrijfsvoering,
  • -. de uitwerking van degelijke handelsvoorschriften en -praktijken, met inbegrip van marketingmethoden voor produkten,
  • -. de milieubescherming,
  • -. de aanpassing van de structuur van de industriële produktie aan de normen van een moderne markteconomie,
  • -. de omschakeling van het militair-industrieel complex.
2.

De bepalingen van dit artikel laten de tenuitvoerlegging van de op ondernemingen toepasselijke mededingingsvoorschriften van de Gemeenschap onverlet.

Artikel 54. Bevordering en bescherming van investeringen

1.

Met inachtneming van de respectieve bevoegdheden van de Gemeenschap en de Lid-Staten is de samenwerking gericht op het creëren van een gunstig klimaat voor binnen- en buitenlandse investeringen, met name door betere voorwaarden voor de bescherming van investeringen, en door de mogelijkheid van kapitaalovermakingen en de uitwisseling van informatie over investeringsmogelijkheden.

2.

De samenwerking is in het bijzonder gericht op de volgende doelstellingen:

  • -. de sluiting, waar nodig, van overeenkomsten voor de bevordering en bescherming van investeringen tussen de Lid-Staten en Oekraïne;
  • -. de sluiting, waar nodig, van overeenkomsten ter voorkoming van dubbele belasting tussen de Lid-Staten en Oekraïne;
  • -. het scheppen van gunstige voorwaarden voor buitenlandse investeringen in de Oekraïense economie;
  • -. de vaststelling van stabiel en doeltreffend handelsrecht en een stabiele en geschikte handelsomgeving en de uitwisseling van informatie over wetgeving en administratieve praktijken op investeringsgebied:
  • -. de uitwisseling van informatie over investeringsmogelijkheden in de vorm van onder andere handelsbeurzen, tentoonstellingen, handelsweken en andere manifestaties.

Artikel 55. Overheidsopdrachten

De Partijen werken samen met het oog op de vaststelling van voorwaarden voor de gunning via openbare en op mededinging gebaseerde procedures van contracten voor het leveren van goederen en verrichten van diensten, met name door middel van aanbestedingen.

Artikel 56. Samenwerking op het gebied van de normen en de overeenstemmingsbeoordeling

1.

De samenwerking tussen de Partijen is gericht op de aanpassing aan de internationaal overeengekomen criteria, beginselen en richtsnoeren inzake kwaliteit. De te ondernemen acties dienen bevorderlijk te zijn voor de wederzijdse erkenning op het gebied van de overeenstemmingsbeoordeling en voor de verbetering van de kwaliteit van de Oekraïense produkten.

2.

Daartoe streven de Partijen het volgende na:

  • -. de bevordering van passende samenwerking met de op deze gebieden gespecialiseerde organisaties en instellingen;
  • -. de bevordering van de toepassing van communautaire technische voorschriften en Europese normen en procedures voor overeenstemmingsbeoordeling:
  • -. de uitwisseling van praktische en technische informatie met betrekking tot de kwaliteitszorg.

Artikel 57. Mijnbouw en grondstoffen

1.

De Partijen streven naar een uitbreiding van de investeringen en van de handel op het gebied van mijnbouw en grondstoffen.

2.

De samenwerking heeft vooral betrekking op:

  • -. de uitwisseling van informatie over de ontwikkelingen in de sectoren mijnbouw en non-ferrometalen;
  • -. de vaststelling van een juridisch kader voor de samenwerking;
  • -. met de handel verband houdende aangelegenheden;
  • -. de uitwerking van wettelijke en andere maatregelen op het gebied van de milieubescherming;
  • -. de opleiding;
  • -. de veiligheid in de mijnindustrie.

Artikel 58. Samenwerking op het gebied van wetenschappen en technologie

1.

De Partijen bevorderen de samenwerking op het gebied van civielwetenschappelijk onderzoek en technologische ontwikkeling (O & TO) op basis van het wederzijdse voordeel daarvan, en met inachtneming van de omvang van de beschikbare middelen, van de nodige toegankelijkheid van hun respectieve programma's en van een passend beschermingsniveau van de intellectuele, industriële en commerciële eigendomsrechten (IER).

2.

De samenwerking op het gebied van wetenschappen en technologie heeft betrekking op:

  • -. de uitwisseling van wetenschappelijke en technische informatie;
  • -. gezamenlijke O & TO-activiteiten;
  • -. opleidingsactiviteiten en programma's ter bevordering van de mobiliteit ten behoeve van aan beide zijden bij O & TO betrokken wetenschappers, onderzoekers en technici.

Voor activiteiten in het kader van deze samenwerking die betrekking hebben op onderwijs en/of opleiding, dienen de bepalingen van artikel 59 te worden in acht genomen.

De Partijen kunnen bij wederzijds akkoord andere vormen van samenwerking op het gebied van wetenschap en technologie aangaan.

Bij de uitvoering van deze samenwerkingsactiviteiten wordt bijzondere aandacht besteed aan de tewerkstelling elders van wetenschappers, ingenieurs, onderzoekers en technici die zich bezig hebben gehouden met onderzoek naar en/of de produktie van massavernietigingswapens.

3.

De samenwerking waarop dit artikel betrekking heeft wordt ten uitvoer gelegd via afzonderlijke akkoorden waarvoor de onderhandelingen en de sluiting verlopen overeenkomstig de door elke Partij vastgestelde procedures en waarin onder andere de passende IER-bepalingen worden opgenomen.

Artikel 59. Onderwijs en opleiding

1.

De Partijen werken samen voor het optrekken van het peil van het algemene onderwijs en de beroepskwalificaties in Oekraïne, zowel in de openbare als in de particuliere sector.

2.

De samenwerking wordt in het bijzonder gericht op de volgende terreinen:

  • -. de modernisering van het hoger onderwijs en de opleidingsstelsels in Oekraïne met inbegrip van de systemen voor de certificatie van instellingen voor hoger onderwijs en diploma's in het hoger onderwijs;
  • -. de opleiding van leidinggevend personeel in de openbare en de particuliere sector alsook van hogere ambtenaren op vast te stellen prioritaire terreinen;
  • -. de samenwerking tussen onderwijsinstellingen onderling en tussen onderwijsinstellingen en ondernemingen;
  • -. de mobiliteit van het onderwijzend personeel, afgestudeerden, administratief personeel, jonge wetenschappers en onderzoekers, en jongeren in het algemeen;
  • -. de bevordering van het onderwijs op het gebied van Europese studies in de relevante instellingen;
  • -. het aanleren van communautaire talen;
  • -. de postuniversitaire opleiding van conferentietolken;
  • -. de opleiding van journalisten;
  • -. de opleiding van opleiders.
3.

De mogelijke deelneming van een Partij aan de respectieve programma's op onderwijs- en opleidingsgebied van de andere Partij zou kunnen worden overwogen in overeenstemming met hun respectieve procedures, en eventueel worden institutionele kaders en samenwerkingsprojecten opgezet in aansluiting op de deelneming van Oekraïne aan het TEMPUS-programma van de Gemeenschap.

Artikel 60. Landbouw en de agro-industriële sector

De samenwerking op dit terrein is gericht op de landbouwhervorming, de modernisering, privatisering en herstructurering van de landbouwsector, van de agro-industriëïe sector en van de dienstensector in Oekraïne, en het vergroten van de binnenlandse en buitenlandse afzet voor Oekraïense produkten, onder voorwaarden die de bescherming van het milieu waarborgen en met inachtneming van de noodzaak de continuïteit van de voedselvoorziening te verbeteren. De Partijen streven eveneens naar een geleidelijke aanpassing van de Oekraïense normen aan de communautaire technische voorschriften betreffende al dan niet industrieel verwerkte voedingsprodukten uit de landbouw met inbegrip van de sanitaire en fytosanitaire normen.

Artikel 61. Energie

1.

De samenwerking vindt plaats met inachtneming van de beginselen van de markteconomie en het Europese Energiehandvest tegen de achtergrond van de geleidelijke integratie van de energiemarkten in Europa.

2.

De samenwerking strekt zich onder meer over de volgende terreinen uit:

  • -. het milieu-effect van energieproduktie, -voorziening en -verbruik ten einde milieuschade als gevolg van deze activiteiten te voorkomen of tot een minimum te beperken;
  • -. verbetering van de kwaliteit en de continuïteit van de energievoorziening, inclusief diversificatie van de leveranciers, op een wijze die uit economisch en milieuoogpunt verantwoord is;
  • -. de uitstippeling van het energiebeleid;
  • -. verbetering van het beheer en de regulering van de energiesector in overeenstemming met de eisen van een markteconomie;
  • -. de totstandbrenging van de institutionele, wettelijke, fiscale en andere voorwaarden die nodig zijn om verhoogde handel en investeringen in energie te stimuleren;
  • -. de bevordering van energiebesparing en een efficiënt energiegebruik;
  • -. de modernisering, ontwikkeling en diversificatie van de energieinfrastructuur;
  • -. verbetering van de technologieën bij de levering en het eindverbruik van de verschillende vormen van energie;
  • -. het beheer en de technische opleiding in de energiesector.

Artikel 62. Samenwerking in de civiele kernenergiesector

1.

Met inachtneming van de respectieve bevoegdheden van de Gemeenschap en haar Lid-Staten vindt samenwerking in de civiele kernenergiesector overeenkomstig de wettelijke procedures van elke Partij plaats via de tenuitvoerlegging van specifieke overeenkomsten betreffende bij voorbeeld de handel in nucleaire materialen, nucleaire veiligheid en kernversmelting.

2.

De Partijen werken, mede in het kader van internationale fora, samen aan de oplossing van de problemen die als gevolg van de ramp in Tsjernobyl zijn ontstaan; de samenwerking kan met name omvatten:

  • -. een gezamenlijke studie over de wetenschappelijke problemen in verband met het ongeval in Tsjernobyl;
  • -. bestrijding van de radioactieve besmetting van lucht, bodem en water;
  • -. meting van en toezicht op de radioactiviteit van het milieu;
  • -. de aanpak van noodsituaties veroorzaakt door kernenergie/ radioactiviteit;
  • -. ontsmetting van met radioactiviteit besmette grond en verwerking van radioactief afval;
  • -. medische problemen in verband met de gevolgen van kernongevallen voor de volksgezondheid;
  • -. oplossing van het veiligheidsprobleem in verband met de vernietigde eenheid 4 in Tsjernobyl;
  • -. economische en administratieve aspecten van de inspanningen om de ramp te boven te komen;
  • -. opleiding ter voorkoming en verzachting van kernongevallen;
  • -. wetenschappelijke en technische aspecten van de curatieve werkzaamheden met het oog op het definitief afrekenen met de gevolgen van de ramp in Tsjernobyl;
  • -. andere terreinen waarover door Partijen overeenstemming wordt bereikt.

Artikel 63. Milieu

1.

Met inachtneming van het Europese Energiehandvest en de Verklaring van de Conferentie van Luzern van 1993 ontwikkelen en versterken Partijen hun samenwerking op het gebied van het milieu en de volksgezondheid.

2.

De samenwerking beoogt bestrijding van het milieubederf en met name:

  • -. daadwerkelijke controle van de verontreinigingsniveaus en beoordeling van het milieu; informatiesysteem met betrekking tot de toestand van het milieu;
  • -. bestrijding van lokale, regionale en grensoverschrijdende lucht- en waterverontreiniging;
  • -. ecologisch herstel;
  • -. duurzame, doeltreffende en uit milieuoogpunt doelmatige energieproduktie en -gebruik; de veiligheid van industriële installaties;
  • -. de classificatie en veilige behandeling van chemische produkten;
  • -. verbetering van de kwaliteit van het water;
  • -. beperking, recycling en veilige verwijdering van afval; tenuitvoerlegging van het Verdrag van Bazel;
  • -. onderzoek van de milieu-effecten van de landbouw, bodemerosie en chemische verontreiniging;
  • -. de bescherming van bossen:
  • -. de instandhouding van de biodiversiteit, beschermde gebieden en duurzaam gebruik en beheer van biologische rijkdommen;
  • -. planning van het landgebruik, met inbegrip van nieuwbouwplanning en stadsplanning;
  • -. aanwending van economische en fiscale instrumenten;
  • -. onderzoek van klimaatsveranderingen op wereldniveau;
  • -. milieu-opvoeding en -bewustmaking;
3.

De samenwerking vindt met name plaats via:

  • -. de opstelling van plannen voor rampen en andere noodsituaties;
  • -. uitwisseling van informatie en deskundigen, onder meer op het gebied van de overdracht van schone technologieën en het veilige en uit milieuoogpunt verantwoorde gebruik van biotechnologieën;
  • -. gezamenlijke onderzoeksactiviteiten;
  • -. verbeteringen van wetgeving om deze meer in overeenstemming te brengen met de communautaire normen;
  • -. samenwerking in regionaal verband, met inbegrip van samenwerking in het kader van het Europees Milieubureau en op internationaal niveau;
  • -. uitstippeling van strategieën, vooral in verband met wereldomvattende en klimatologische kwesties en tevens met het oog op de totstandbrenging van duurzame ontwikkeling;
  • -. milieu-effectstudies.

Artikel 64. Vervoer

De Partijen ontwikkelen en versterken hun samenwerking op vervoergebied.

De samenwerking beoogt onder meer de herstructurering en modernisering van de vervoersystemen en -netwerken in Oekraïne en de ontwikkeling en verzekering, in voorkomend geval, van de compatibiliteit van de vervoersystemen in het kader van de verwezenlijking van een meer geïntegreerd vervoerstelsel.

De samenwerking omvat onder meer:

  • -. de modernisering van het beheer en de exploitatie van het wegvervoer, de spoorwegen, havens en luchthavens;
  • -. de modernisering en ontwikkeling van de spoorweg-, waterweg-, weg-, haven-, luchthaven- en luchtvaartinfrastructuur. inclusief de modernisering van de belangrijkste verbindingen van gemeenschappelijk belang en de transeuropese verbindingen voor voornoemde vervoertakken;
  • -. de bevordering en ontwikkeling van het multimodale vervoer;
  • -. de bevordering van gezamenlijke onderzoeks- en ontwikkelingsprogramma's;
  • -. de totstandbrenging van het wettelijk en institutioneel kader voor beleidsontwikkeling en -uitvoering, inclusief privatisering van de vervoersector.

Artikel 65. Ruimte

Met inachtneming van de respectieve bevoegdheden van de Gemeenschap, haar Lid-Staten en het Europees Ruimteagentschap bevorderen Partijen in voorkomend geval samenwerking op lange termijn wat betreft onderzoek, ontwikkeling en commerciële toepassingen op het gebied van de civiele ruimte. Partijen zullen bijzondere aandacht besteden aan initiatieven die de complementariteit van hun respectieve ruimteactiviteiten ten volle benutten.

Artikel 66. Post en telecommunicatie

Binnen de grenzen van hun respectieve bevoegdheden verruimen en versterken Partijen hun samenwerking op de volgende terreinen:

  • -. de uitstippeling van strategieën en richtsnoeren voor de ontwikkeling van de sector telecommunicatie en de post;
  • -. de ontwikkeling van de beginselen van een tariefbeleid en marketing op het gebied van telecommunicatie en post;
  • -. de bevordering van de ontwikkeling van projecten voor telecommunicatie en post en het aantrekken van investeringen;
  • -. verhoging van de efficiëntie en kwaliteit van telecommunicatie en post, onder meer via de liberalisatie van de activiteiten in subsectoren;
  • -. de geavanceerde toepassing van telecommunicatie, met name op het gebied van de elektronische overdracht van kapitaal;
  • -. beheer van telecommunicatienetwerken en hun „optimalisering";
  • -. een passend regelgevend kader voor de verstrekking van telecommunicatie- en postdiensten en voor het gebruik van een radiofrequentiespectrum;
  • -. opleiding op het gebied van telecommunicatie en post met het oog op exploitatie onder marktvoorwaarden.

Artikel 67. Financiële diensten

De samenwerking beoogt met name vergemakkelijking van het betrekken van Oekraïne bij algemeen erkende onderlinge verrekeningssystemen. De technische bijstand is toegespitst op:

  • -. de ontwikkeling van het bankwezen en de financiële diensten, de ontwikkeling van een gemeenschappelijke markt van kredietmiddelen, het betrekken van Oekraïne bij een algemeen erkend onderling verrekeningssysteem;
  • -. de ontwikkeling van een belastingstelsel en institutionele ontwikkeling op belastinggebied in Oekraïne, de uitwisseling van ervaringen en personeelsopleiding;
  • -. de ontwikkeling van het verzekeringswezen, hetgeen onder meer een gunstig kader zal vormen voor de deelneming van vennootschappen uit de Gemeenschap aan de oprichting van joint ventures in de verzekeringssector in Oekraïne alsmede de ontwikkeling van de exportkredietverzekering;
  • -. deze samenwerking draagt met name bij tot de bevordering van het aanknopen van betrekkingen tussen Oekraïne en de Lid-Staten in de sector financiële dienstverlening.

Artikel 68. Het witwassen van geld

1.

De Partijen zijn het eens over de noodzaak al het nodige te doen en samen te werken ten einde te voorkomen dat hun financiële systemen worden gebruikt voor het witwassen van inkomsten uit criminele activiteiten in het algemeen en drugsmisdrijven in het bijzonder.

2.

De samenwerking op dit gebied omvat administratieve en technische bijstand met het oog op de vaststelling van passende normen ter voorkoming van het witwassen van geld die gelijkwaardig zijn aan de in deze door de Gemeenschap en internationale fora, in het bijzonder de Financial Action Task Force (FATF), gehanteerde.

Artikel 69. Monetair beleid

Op verzoek van de Oekraïense autoriteiten verstrekt de Gemeenschap technische bijstand ter ondersteuning van het streven van Oekraïne naar de totstandbrenging en versterking van een eigen monetair stelsel en de invoering van een nieuwe munteenheid die convertibel moet worden en de geleidelijke aanpassing van zijn beleid aan het Europees Monetair Stelsel. Deze bijstand omvat de informele gedachtenwisseling over de beginselen en de werking van het Europees Monetair Stelsel.

Artikel 70. Regionale ontwikkeling

1.

De Partijen versterken hun samenwerking op het gebied van regionale ontwikkeling en ruimtelijke ordening.

2.

Daartoe stimuleren zij de uitwisseling door de nationale, regionale en plaatselijke overheden van informatie over beleid inzake regionale planning en ruimtelijke ordening en over methoden voor het uitstippelen van regionaal beleid met speciale aandacht voor de ontwikkeling van probleemgebieden.

Zij moedigen tevens directe contacten aan tussen de respectieve regio's en openbare organisaties die verantwoordelijk zijn voor de planning van de regionale ontwikkeling ten einde onder meer methoden en wijzen van stimulering van regionale ontwikkeling uit te wisselen.

Artikel 71. Sociale samenwerking

1.

De Partijen ontwikkelen hun samenwerking op het gebied van de gezondheid en veiligheid met het oog op de verbetering van het beschermings- en veiligheidsniveau van de werknemers.

De samenwerking omvat met name:

  • -. vorming en opleiding op het gebied van gezondheids- en veiligheidszaken waarbij specifieke aandacht wordt besteed aan de bedrijfssectoren met grote risico's;
  • -. de ontwikkeling en bevordering van preventieve maatregelen ter bestrijding van beroepsziekten en andere met het beroep samenhangende aandoeningen;
  • -. de voorkoming van risico's voor ernstige ongevallen en het beheer van giftige chemische stoffen;
  • -. onderzoek ter ontwikkeling van fundamentele kennis omtrent de werkomgeving en de gezondheid en veiligheid van werknemers.
2.

Op het gebied van de werkgelegenheid omvat de samenwerking met name technische bijstand met het oog op:

  • -. optimalisering van de arbeidsmarkt;
  • -. modernisering van de arbeidsbemiddelings- en adviseringsdiensten;
  • -. planning en beheer van de herstructureringsprogramma's;
  • -. stimulering van de ontwikkeling van lokale werkgelegenheid;
  • -. uitwisseling van informatie over programma's inzake soepele te werkstelling, inclusief programma's die het oprichten van eigen ondernemingen bevorderen.
3.

De Partijen besteden bijzondere aandacht aan samenwerking op het gebied van de sociale bescherming, die onder meer samenwerking bij het plannen en ten uitvoer leggen van hervormingen op het gebied van de sociale bescherming in Oekraïne omvat.

Deze hervormingen beogen de ontwikkeling in Oekraïne van aan markteconomieën inherente beschermingsmethoden en omvatten alle terreinen van de sociale bescherming.

Artikel 72. Toerisme

De Partijen versterken en ontwikkelen hun samenwerking met name door de volgende maatregelen:

  • -. vergemakkelijking van het toerisme;
  • -. samenwerking tussen officiële vreemdelingenverkeersorganen;
  • -. verhoging van de informatiestroom;
  • -. overdracht van know-how;
  • -. bestudering van de mogelijkheden voor gezamenlijke acties;
  • -. opleiding voor de ontwikkeling van het toerisme.

Artikel 73. Midden- en kleinbedrijf

1.

De Partijen streven ernaar het midden- en kleinbedrijf en de verenigingen daarvan, alsmede de samenwerking tussen KMO's in de Gemeenschap en Oekraïne te ontwikkelen en te versterken.

2.

De samenwerking omvat technische bijstand, met name op de volgende terreinen:

  • -. de ontwikkeling van een wettelijk kader voor het midden- en kleinbedrijf;
  • -. de ontwikkeling van een passende infrastructuur (een bureau ter ondersteuning van het midden- en kleinbedrijf, communicatie, bijstand voor de oprichting van een fonds voor het midden- en kleinbedrijf);
  • -. de ontwikkeling van technologieparken.

Artikel 74. Informatie en communicatie

De Partijen steunen de ontwikkeling van moderne methoden van informatiebeheersing, met inbegrip van de media, en stimuleren een doeltreffende onderlinge uitwisseling van informatie. Er wordt prioriteit verleend aan programma's die het grote publiek basisinformatie over de Gemeenschap en Oekraïne verstrekken, waarbij, waar mogelijk, over en weer toegang wordt verleend tot databanken met volledige eerbiediging van de intellectuele eigendomsrechten.

Artikel 75. Consumentenbescherming

De Partijen werken nauw samen met het oog op de verwezenlijking van verenigbaarheid tussen hun consumentenbeschermingssytemen. De samenwerking omvat met name het verstrekken van deskundigheid inzake wettelijke en institutionele hervormingen, de totstandbrenging van permanente systemen van wederzijdse informatie over gevaarlijke produkten, verbetering van de aan de consument verstrekte informatie, met name over prijzen, kenmerken van produkten en geboden diensten, opleidingsactiviteiten voor ambtenaren en andere vertegenwoordigers van de belangen van consumenten, de bevordering van uitwisselingen tussen de vertegenwoordigers van de belangen van consumenten en de verhoging van de verenigbaarheid van de verschillende vormen van consumentenbeschermingsbeleid.

Artikel 76. Douane

1.

Het doel van de samenwerking is ervoor te zorgen dat alle op goedkeuring wachtende bepalingen betreffende de handel en eerlijke handel worden nageleefd en dat het Oekraïense douanesysteem aan dat van de Gemeenschap wordt aangepast.

2.

De samenwerking omvat in het bijzonder de volgende elementen:

  • -. uitwisseling van informatie;
  • -. verbetering van de werkmethoden;
  • -. invoering van een gecombineerde nomenclatuur en het enig administratief document;
  • -. onderlinge aansluiting van de doorvoersystemen van de Gemeenschap en Oekraïne;
  • -. vereenvoudiging van controles op en formaliteiten bij het goederenvervoer;
  • -. steun bij de invoering van moderne douane-informatiesystemen;
  • -. de organisatie van seminars en opleidingsperioden.
3.

Onverminderd de overige in deze Overeenkomst en met name in artikel 79 overeengekomen samenwerking vindt de wederzijdse bijstand tussen de douane-instanties van Partijen plaats overeenkomstig de bepalingen van het aan deze Overeenkomst gehechte protocol.

Artikel 77. Statistische samenwerking

De samenwerking op dit gebied beoogt de ontwikkeling van een efficiënt statistiekstelsel dat de betrouwbare statistieken kan leveren die nodig zijn om het proces van economische hervorming te ondersteunen en te controleren en een bijdrage kan leveren aan de ontwikkeling van het particulier ondernemerschap in Oekraïne.

Partijen werken met name op de volgende terreinen samen:

  • -. aanpassing van het Oekraïense statistisch systeem aan internationale methoden, normen en classificaties;
  • -. uitwisseling van statistische gegevens;
  • -. het leveren van de nodige statistische macro- en micro-economische gegevens om economische hervormingen uit te voeren en te beheren.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)