Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten, enerzijds, en Oekraïne, anderzijds
De Gemeenschap verleent technische bijstand aan Oekraïne om dit doel te verwezenlijken.
Artikel 78. Economie
De Partijen vergemakkelijken het proces van economische hervorming en de coördinatie van hun economisch beleid door hun samenwerking die gericht is op het verkrijgen van een beter inzicht in de grondslagen van hun respectieve economieën en de uitstippeling en tenuitvoerlegging van economisch beleid in markteconomieën. Daartoe wisselen Partijen informatie uit over macro-economische resultaten en vooruitzichten.
De Gemeenschap verstrekt technische bijstand om:
- -. Oekraïne bij te staan in zijn economisch hervormingsproces door het verstrekken van deskundige en technische adviezen,
- -. samenwerking tussen economen aan te moedigen ten einde de overdracht van know-how voor de uitstippeling van economisch beleid te bespoedigen en te zorgen voor ruime verspreiding van onderzoek dat voor het beleid van belang kan zijn.
Artikel 79. Verdovende middelen
De Partijen werken in het kader van hun respectieve bevoegdheden samen voor grotere efficiëntie van het beleid en de maatregelen om de illegale produktie en levering van en de handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen, inclusief voorkoming van het oneigenlijk gebruik van precursoren, tegen te gaan, alsmede voor de bevordering van de preventie en terugdringing van de vraag naar verdovende middelen. De samenwerking op dit gebied is gebaseerd op onderling overleg en nauwe coördinatie tussen Partijen over de doelstellingen en maatregelen op de verschillende met verdovende middelen verband houdende terreinen.
TITEL VIII. CULTURELE SAMENWERKING
Artikel 80
De Partijen verbinden zich ertoe de culturele samenwerking te bevorderen, aan te moedigen en te vergemakkelijken. In voorkomend geval kunnen de culturele samenwerkingsprogramma's van de Gemeenschap of de programma's van een of meer Lid-Staten het voorwerp van samenwerking vormen en kunnen verdere activiteiten van wederzijds belang worden ontwikkeld.
TTTEL IX. FINANCIËLE SAMENWERKING
Artikel 81
Met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van deze Overeenkomst en in overeenstemming met de artikelen 82, 83 en 84 ontvangt Oekraïne tijdelijk financiële bijstand van de Gemeenschap die de vorm aanneemt van technische bijstand in de vorm van schenkingen ten einde de economische hervorming van Oekraïne te bespoedigen.
Artikel 82
Deze financiële bijstand wordt geleverd in het kader van TACIS, zoals in de desbetreffende verordening van de Raad van de Europese Unie bepaald.
Artikel 83
De doelstellingen en terreinen van de financiële bijstand van de Gemeenschap worden vastgesteld in een indicatief programma dat de door de beide Partijen vast te stellen prioriteiten weerspiegelt, waarbij rekening wordt gehouden met de behoeften van Oekraïne, zijn sectoriële opnemingscapaciteiten en de met de hervorming geboekte voortgang. De Partijen stellen de Samenwerkingsraad van een en ander in kennis.
Artikel 84
Om optimaal profijt te kunnen trekken uit de beschikbare middelen zorgen de Partijen ervoor dat de technische bijstandsbijdragen van de Gemeenschap worden toegekend in nauwe coördinatie met die uit andere financieringsbronnen, zoals de Lid-Staten, andere landen en internationale organisaties, zoals de Internationale Bank voor Herstel en Ontwikkeling, de Europese Bank voor Wederopbouw en Ontwikkeling, het Ontwikkelingsprogramma van de Verenigde Naties (UNDP) en het IMF.
TITEL X. INSTITUTIONELE, ALGEMENE EN SLOTBEPALINGEN
Artikel 85
Hierbij wordt een Samenwerkingsraad opgericht, die toezicht houdt op de tenuitvoerlegging van deze Overeenkomst. Deze Samenwerkingsraad komt eens per jaar of telkens wanneer de omstandigheden zulks vereisen op Ministersniveau bijeen. Hij behandelt alle belangrijke vraagstukken die zich in het kader van deze Overeenkomst voordoen, en alle andere, bilaterale of internationale vraagstukken van gemeenschappelijk belang om de doelstellingen van deze Overeenkomst te bereiken. De Samenwerkingsraad kan tevens passende aanbevelingen doen in onderlinge overeenstemming tussen de Partijen.
Artikel 86
De Samenwerkingskraad bestaad uit de leden van de Raad van de Europese Unie en leden van de Commissie van de Europese Gemeenschappen enerzijds en uit leden van de Regering van Oekraïne anderzijds.
De Samenwerkingsraad stelt zijn reglement van orde vast.
De Samenwerkingsraad wordt beurtelings voorgezeten door een vertegenwoordiger van de Gemeenschap en door een lid van de Regering van Oekraïne.
Artikel 87
De Samenwerkingsraad wordt bij de vervulling van zijn taken bijgestaan door een Samenwerkingscomité, bestaande uit vertegenwoordigers van de leden van de Raad van de Europese Unie en van leden van de Commissie van de Europese Gemeenschappen enerzijds, en uit vertegenwoordigers van de Regering van Oekraïne anderzijds. In beginsel zullen dit hogere ambtenaren zijn. Het Samenwerkingscomité wordt beurtelings voorgezeten door de Gemeenschap en Oekraïne.
De Samenwerkingsraad bepaalt in zijn reglement van orde de taken van het Samenwerkingscomité. Deze omvatten onder meer de voorbereiding van de vergaderingen van de Samenwerkingsraad en de vaststelling van de werkwijze van het Comité.
De Samenwerkingsraad mag ongeacht welke van zijn bevoegdheden aan het Samenwerkingscomité delegeren, dat voor de continuïteit zal zorgen tussen de vergaderingen van de Samenwerkingsraad in.
Artikel 88
De Samenwerkingsraad kan tot de oprichting besluiten van ieder ander speciaal comité of lichaam dat hem bij de uitvoering van zijn taken kan bijstaan en bepaalt de samenstelling en taken van deze comités of lichamen alsmede hun werkwijze.
Artikel 89
Bij het onderzoek van ongeacht welke kwestie die zich voordoet in het kader van deze Overeenkomst met betrekking tot een bepaling betreffende een artikel van de GATT houdt de Samenwerkingsraad zoveel mogelijk rekening met de algemeen gebruikelijke interpretatie van het artikel van de GATT in kwestie door de overeenkomstsluitende Partijen bij de GATT.
Artikel 90
Er wordt een Parlementair Samenwerkingscomité opgericht. Dit zal als forum dienen waar leden van het Parlement van Oekraïne en het Europees Parlement elkander kunnen ontmoeten en met elkander van gedachten kunnen wisselen. Het Comité komt met door hem zelf te bepalen tussenpozen bijeen.
Artikel 91
Het Parlementair Samenwerkingscomité bestaat uit leden van het Europees Parlement enerzijds, en uit leden van het Parlement van Oekraïne anderzijds.
Het Parlementair Samenwerkingscomité stelt zijn reglement van orde vast.
Het Parlementair Samenwerkingscomité wordt bij toerbeurt door het Europees Parlement en door het Parlement van Oekraïne voorgezeten, volgens de in zijn reglement van orde op te nemen bepalingen.
Artikel 92
Het Parlementair Samenwerkingscomité kan de Samenwerkingsraad om ter zake doende inlichtingen over de tenuitvoerlegging van deze Overeenkomst verzoeken. De Samenwerkingsraad verstrekt het Samenwerkingscomité de verlangde informatie.
Het Parlementair Samenwerkingscomité wordt ingelicht over de aanbevelingen van de Samenwerkingsraad.
Het Parlementair Samenwerkingscomité kan aanbevelingen doen aan de Samenwerkingsraad.
Artikel 93
Binnen het toepassingsgebied van deze Overeenkomst verbindt elk van de Partijen zich ertoe erop toe te zien dat natuurlijke personen en rechtspersonen van de andere Partij, zonder discriminatie ten opzichte van de eigen onderdanen, toegang hebben tot de ter zake bevoegde rechterlijke en administratieve instanties van de Partijen ter bescherming van hun persoonlijkheids- en eigendomsrechten, waaronder ook die betreffende intellectuele, industriële en commerciële eigendom.
Binnen de grenzen van hun respectieve bevoegdheden zetten beide Partijen zich in om:
- -. arbitrage aan te moedigen bij geschillen die voortkomen uit handels- en samenwerkingstransacties tussen ondernemers van de Gemeenschap en Oekraïne;
- -. overeen te komen dat wanneer een geschil ter arbitrage wordt voorgelegd elke Partij bij het geschil, behalve wanneer de regels van de arbitrage-instantie die door de Partijen is gekozen anders bepalen, haar eigen scheidsrechter kiest ongeacht diens nationaliteit en dat de voorzitter de derde scheidsrechter of de enige scheidsrechter een ingezetene van een derde staat mag zijn;
- -. hun ondernemers aan te bevelen in onderling overleg het recht te kiezen dat op hun contracten van toepassing is;
- -. aan te moedigen dat een beroep wordt gedaan op de arbitragevoorschriften die zijn uitgewerkt door de Commissie van de Verenigde Naties inzake Internationaal Handelsrecht (Uncitral) en arbitrage door een instantie van een Staat die het Verdrag over de erkenning en tenuitvoerlegging van buitenlandse arbitrale uitspraken dat op 10 juni 1958 in New York werd gesloten, heeft ondertekend.
Artikel 94
Niets in deze Overeenkomst belet een Partij maatregelen te nemen:
- a. die zij nodig acht om de bekendmaking te beletten van informatie die haar vitale veiligheidsbelangen in gevaar brengt;
- b. die verband houden met de produktie van of de handel in wapens, munitie of oorlogsmateriaal of met onderzoek, ontwikkeling of produktie die absoluut vereist zijn voor defensiedoeleinden, mits deze maatregelen niet de concurrentievoorwaarden wijzigen voor produkten die niet voor specifiek militaire doeleinden bestemd zijn;
- c. die zij van vitaal belang acht voor haar eigen veiligheid in geval van ernstige binnenlandse beroeringen die de openbare rust in gevaar brengen, in tijden van oorlog of ernstige internationale spanningen die een oorlogsdreiging inhouden of om verplichtingen na te komen die zij voor de instandhouding van de vrede en de internationale veiligheid is aangegaan;
- d. die zij nodig acht om haar internationale verplichtingen en verbintenissen na te komen met betrekking tot de controle op het tweeledig gebruik van industriële goederen en technologieën.
Artikel 95
Op de door deze Overeenkomst bestreken terreinen en onverminderd eventuele bijzondere bepalingen daarvan, zullen
- -. de regelingen die Oekraïne ten opzichte van de Gemeenschap toepast geen aanleiding geven tot discriminatie tussen de Lid-Staten, hun onderdanen dan wel hun vennootschappen;
- -. de regelingen die de Gemeenschap ten opzichte van Oekraïne toe past geen aanleiding geven tot discriminatie tussen onderdanen of vennootschappen van Oekraïne.
Het bepaalde in lid 1 doet geen afbreuk aan het recht van de Partijen om de ter zake doende bepalingen van hun belastingwetgeving toe te passen op belastingplichtigen die niet in dezelfde situatie verkeren ten aanzien van hun woonplaats.
Artikel 96
Elk van beide Partijen mag ieder geschil dat verband houdt met de toepassing of de uitlegging van deze Overeenkomst aan de Samenwerkingsraad voorleggen.
De Samenwerkingsraad kan het geschil bij aanbeveling beslechten.
Indien het geschil niet overeenkomstig lid 2 kan worden beslecht, mag elk van beide Partijen de andere van de benoeming van een bemiddelaar in kennis stellen; de andere Partij moet dan binnen twee maanden een tweede bemiddelaar benoemen. Voor de toepassing van deze procedure worden de Gemeenschap en haar Lid-Staten geacht één der beide Partijen bij het geschil te zijn.
De Samenwerkingsraad benoemt een derde bemiddelaar.
De aanbevelingen van de bemiddelaars worden met meerderheid van stemmen genomen. Deze aanbevelingen zijn niet bindend voor de Partijen.
Artikel 97
De Partijen komen overeen op verzoek van elk van de Partijen onmiddellijk overleg te plegen via passende kanalen om kwesties met betrekking tot de uitlegging of tenuitvoerlegging van deze Overeenkomst en andere relevante aspecten van de betrekkingen tussen de Partijen te bespreken.
De bepalingen van dit artikel doen geen afbreuk aan en gelden onder voorbehoud van de artikelen 18, 19, 96 en 102.
Artikel 98
De bij deze Overeenkomst verleende behandeling van Oekraïne zal niet gunstiger zijn dan die welke de Lid-Staten onderling toepassen.
Artikel 99
In de Overeenkomst wordt onder de term „Partijen" verstaan Oekraïne, enerzijds, en de Gemeenschap, of de Lid-Staten, of de Gemeenschap en de Lid-Staten, overeenkomstig hun respectieve bevoegdheden, anderzijds.
Artikel 100
Het Verdrag inzake het Europees Energiehandvest en de protocollen daarvan zijn vanaf de inwerkingtreding van deze Overeenkomst van toepassing op zaken die ook onder deze Overeenkomst ressorteren in de mate waarin het Verdrag in die toepassing voorziet.
Artikel 101
Deze Overeenkomst wordt gesloten voor een aanvankelijke periode van tien jaar. Zij wordt automatisch telkens met een jaar verlengd tenzij één van beide Partijen de andere Partij zes maanden voor het verstrijken ervan schriftelijk ervan in kennis stelt dat zij deze Overeenkomst opzegt.
Artikel 102
De Partijen treffen alle algemene en bijzondere maatregelen die vereist zijn om aan hun verplichtingen krachtens deze Overeenkomst te voldoen. Zij zullen erop toezien dat de in deze Overeenkomst aangegeven doelstellingen worden bereikt.
Indien een van beide Partijen van mening is dat de andere Partij een verplichting krachtens deze overeenkomst niet is nagekomen, kan zij passende maatregelen treffen. Alvorens dit te doen, verstrekt zij, behalve in bijzonder dringende gevallen, de Samenwerkingsraad alle ter zake doende informatie die nodig is voor een grondig onderzoek van de situatie, ten einde een voor beide Partijen aanvaardbare oplossing te vinden.
Bij voorrang moeten die maatregelen worden gekozen die de goede werking van deze Overeenkomst het minst verstoren. Deze maatregelen worden onmiddellijk ter kennis van de Samenwerkingsraad gebracht; op verzoek van de andere Partij wordt daaromtrent in de Samenwerkingsraad overleg gepleegd.
Artikel 103
De bijlagen I, II, III, IV, V, het aanhangsel bij bijlage V, en het protocol vormen een integrerend bestanddeel van deze Overeenkomst.
Artikel 104
Zolang onder deze Overeenkomst geen gelijkwaardige rechten voor personen en ondernemers zijn verwezenlijkt, zal deze Overeenkomst geen afbreuk doen aan de rechten die hun worden verzekerd door bestaande overeenkomsten, welke bindend zijn voor één of meer Lid Staten enerzijds en voor Oekraïne anderzijds, met uitzondering van gebieden die tot de bevoegdheid van de Gemeenschap behoren en zonder afbreuk te doen aan de verplichtingen van de Lid-Staten die voortvloeien uit deze Overeenkomst op gebieden die tot hun bevoegdheid behoren.
Artikel 105
Deze Overeenkomst is van toepassing, enerzijds, op de gebieden waar de Verdragen tot oprichting van de Europese Gemeenschap, de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal van toepassing zijn en onder de in die verdragen neergelegde voorwaarden en, anderzijds, op het grondgebied van Oekraïne.
Artikel 106
De Secretaris-Generaal van de Raad van de Europese Unie is de depositaris van deze Overeenkomst.
Artikel 107
Deze Overeenkomst is opgesteld in de Deense, de Duitse, de Engelse, de Franse, de Griekse, de Italiaanse, de Nederlandse, de Portugese, de Spaanse en de Oekraïense taal, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek en zal worden gedeponeerd bij de Secretaris-Generaal van de Raad van de Europese Unie.
Artikel 108
Deze Overeenkomst wordt door de Partijen volgens hun eigen procedures goedgekeurd.
Deze Overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand volgende op de dag waarop de Partijen de Secretaris-Generaal van de Raad van de Europese Unie kennisgeving doen van het feit dat de in de eerste alinea bedoelde procedures zijn voltooid.
Bij haar inwerkingtreding vervangt deze Overeenkomst, wat de betrekkingen tussen Oekraïne en de Gemeenschap betreft, de Overeenkomst tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en de Unie van Socialistische Sovjetrepublieken inzake handel en commerciële en economische samenwerking die op 18 december 1989 in Brussel werd ondertekend.
Artikel 109
Indien de bepalingen van bepaalde onderdelen van deze Overeenkomst in afwachting van de voltooiing van de procedures die noodzakelijk zijn voor de inwerkingtreding van deze Overeenkomst in 1994 in werking treden bij wege van een Interimovereenkomst tussen de Gemeenschap en Oekraïne, komen de Partijen overeen dat de term „datum van inwerkingtreding" in dat geval betekent de datum van inwerkingtreding van de Interimovereenkomst.
1
Armenië, Wit-Rusland, Estonië, Georgië, Kazachstan, Lituanië, Moldavië, Turkmenistan, Rusland: geen invoerrechten.
Er worden geen uitvoerrechten geheven van goederen die in het kader van verrekeningsovereenkomsten en overeenkomsten tussen de staten worden geleverd, tot de hoeveelheden die in deze overeenkomsten zijn vastgesteld.
Bij uitvoer en bij invoer wordt geen BTW geheven. Bij uitvoer worden geen accijnzen geheven.
Alle uitvoercontingenten van de Onafhankelijke Staten voor de leverantie van produkten in het kader van de jaarlijkse overeenkomsten inzake handel en samenwerking tussen de staten worden op dezelfde wijze geopend als die voor leveringen ten behoeve van de Staat.
2
In het handelsverkeer met Armenië, Wit-Rusland, Estonië, Georgië, Kazachstan, Lituanië, Moldavië en Turkmenistan kunnen de betalingen in roebels worden gedaan.
In het handelsverkeer met Rusland kunnen de betalingen in roebels of karbovanets worden gedaan.
Alle Onafhankelijke Staten -speciaal systeem voor niet commerciële transacties, met inbegrip van de uit deze transacties voortvloeiende betalingen.
3
Alle Onafhankelijke Staten - speciaal systeem van lopende betalingen.
4
Alle Onafhankelijke Staten - speciaal prijzenstelsel voor de handel in bepaalde grondstoffen en halffabrikaten.
5
Alle Onafhankelijke Staten-speciale voorwaarden voor het transitoverkeer.
6
Alle Onafhankelijke Staten - bijzondere douaneprocedures.
1
Uitzonderingsmaatregelen die afwijken van het bepaalde in artikel 14 kunnen door Oekraïne worden genomen in de vorm van kwantitatieve beperkingen op niet-discriminatoire grondslag.
2
Deze maatregelen mogen uitsluitend worden genomen ten behoeve van jonge industrieën of bepaalde sectoren die worden geherstructureerd of die met ernstige moeilijkheden te kampen hebben, in het bijzonder wanneer deze moeilijkheden met belangrijke sociale problemen gepaard gaan.
3
De totale waarde van de ingevoerde produkten waarop deze maatregelen van toepassing zijn mag niet meer bedragen dan 15 % van de totale invoer uit de Gemeenschap gedurende het laatste jaar voorafgaande aan de invoering van kwantitieve beperkingen en waarvoor statistische gegevens beschikbaar zijn.
4
Behoudens andersluidende afspraken van de partijen mogen deze maatregelen uitsluitend worden toegepast gedurende een overgangsperiode die eindigt op 31 december 1998 of, indien dit vroeger is, wanneer Oekraïne partij wordt bij de GATT.
5
Oekraïne stelt de Samenwerkingsraad in kennis van alle maatregelen die het voornemens is te treffen in het kader van deze bijlage. Voorts zal, indien de Gemeenschap daarom verzoekt en vóór zij van kracht worden, in de Samenwerkingsraad overleg plaatsvinden over deze maatregelen en de sectoren waarop zij van toepassing zijn.
1
Artikel 50 , lid 2 heeft betrekking op de volgende multilaterale overeenkomsten:
- -. Berner conventie voor de bescherming van werken van letterkunde en kunst (Akte van Parijs, 1971);
- -. Internationaal Verdrag inzake de bescherming van uitvoerende kunstenaars, producenten van fonogrammen en omroeporganisaties (Rome, 1961);
- -. Protocol bij de Schikking van Madrid betreffende de internationale inschrijving van merken (Madrid, 1989);
- -. Overeenkomst van Nice betreffende de internationale classificatie van de waren en diensten ten behoeve van de inschrijving van merken (Genève 1977, gewijzigd 1979);
- -. Verdrag van Boedapest inzake de internationale erkenning van het depot van micro-organismen ten dienste van de octrooiverlening (1977, gewijzigd 1980);
- -. Internationaal Verdrag tot bescherming van kweekprodukten (UPOV) (Akte van Genève, 1978).
2
Oekraïne streeft ernaar zo spoedig mogelijk toe te treden tot de Akte van 1991 van het Internationaal Verdrag tot bescherming van kweekprodukten (UPOV).
3
De Samenwerkingsraad kan aanbevelen dat artikel 50, lid 2, voor andere multilaterale overeenkomsten geldt. Indien zich problemen voordoen op het gebied van de intellectuele, de industriële en de commerciële eigendom die de handel ongunstig beïnvloeden, wordt op verzoek van een der Partijen ten spoedigste overleg gepleegd ten einde een voor beide Partijen bevredigende oplossing te vinden voor het probleem.
4
De Partijen bevestigen het belang dat zij hechten aan de verplichtingen die voortvloeien uit de hiernavolgende multilaterale overeenkomsten:
- -. Verdrag van Parijs tot bescherming van de industriële eigendom (Akte van Stockholm, 1967, gewijzigd 1979);
- -. Schikking van Madrid betreffende de internationale inschrijving van merken (Akte van Stockholm, 1967, gewijzigd 1979);
- -. Verdrag tot samenwerking inzake octrooien (Octrooisamenwerkingsverdrag) (Washington 1970, aangepast en gewijzigd in 1979 en 1984).
5
Vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst kent Oekraïne aan vennootschappen en onderdanen van de Gemeenschap wat de erkenning en de bescherming van intellectuele, industriële en commerciële eigendom betreft, een behandeling toe die niet minder gunstig is dan die welke dit land uit hoofde van bilaterale overeenkomsten aan enig ander derde land toekent.
6
De bepalingen van punt 5 zijn niet van toepassing op de voordelen die Oekraïne op een daadwerkelijke grondslag van reciprociteit aan enig derde land toekent of op de voordelen die Oekraïne aan een ander land van de voormalige Sovjet-Unie toekent.
Artikel 1. Definities
Voor de toepassing van dit protocol wordt verstaan onder:
- a. douanewetgeving: de op het grondgebied van de Partijen geldende voorschriften betreffende de invoer, de uitvoer en de doorvoer van goederen en de plaatsing daarvan onder een douaneregeling, met inbegrip van de door de Partijen ingestelde verboden, beperkingen en controlemaatregelen;
- b. douanerechten: alle rechten, belastingen, vergoedingen en andere heffingen die ter uitvoering van de douanewetgeving op het grondgebied van de Partijen worden toegepast en ingevorderd, met uitzondering van de vergoedingen en heffingen waarvan het bedrag bij benadering gelijk is aan de kosten van de verleende diensten;
- c. verzoekende autoriteit: een bevoegde administratieve autoriteit die hiertoe door een Partij is aangewezen en die een verzoek om administratieve bijstand in douanezaken indient;
- d. aangezochte autoriteit: een bevoegde administratieve autoriteit welke hiertoe door een Partij is aangewezen en die een verzoek om administratieve bijstand in douanezaken ontvangt;
- e. overtreding: elke inbreuk op de douanewetgeving en elke poging daartoe.
Artikel 2. Werkingssfeer
De Partijen verlenen elkaar, binnen hun bevoegdheden, bijstand, op de wijze en onder de voorwaarden vastgesteld in dit protocol, met het oog op de correcte toepassing van de douanewetgeving, in het bijzonder wat de preventie, de opsporing en het onderzoek van overtredingen van deze wetgeving betreft.
De bijstand in douanezaken waarin dit protocol voorziet, geldt voor elke administratieve autoriteit van de Partijen die bevoegd is voor de toepassing van dit protocol. De bijstand in douanezaken doet geen afbreuk aan de regels betreffende de wederzijdse bijstand in strafzaken en geldt niet voor informatie die is verkregen krachtens bevoegdheden welke op verzoek van de rechterlijke autoriteiten worden uitgeoefend, tenzij deze autoriteiten hiermee instemmen.
Artikel 3. Bijstand op verzoek
Op aanvraag van de verzoekende autoriteit verschaft de aangezochte autoriteit eerstgenoemde alle ter zake dienende informatie die deze nodig heeft voor de correcte toepassing van de douanewetgeving, met inbegrip van informatie betreffende verrichtingen die geconstateerd of gepland zijn en die een overtreding vormen of zouden vormen van deze wetgeving.
Op aanvraag van de verzoekende autoriteit deelt de aangezochte autoriteit haar mede of goederen die uit het grondgebied van een der Partijen zijn uitgevoerd, op regelmatige wijze in de andere Partij zijn ingevoerd, onder vermelding, in voorkomend geval, van de douaneregeling waaronder deze goederen zijn geplaatst.
Op aanvraag van de verzoekende autoriteit zorgt de aangezochte autoriteit ervoor dat toezicht wordt gehouden op:
- a. natuurlijke personen of rechtspersonen ten aanzien waarvan redelijkerwijs mag worden aangenomen dat zij de douanewetgeving overtreden of overtreden hebben;
- b. goederenbewegingen waarvan wordt bericht dat zij aanleiding kunnen geven tot ernstige overtredingen van de douanewetgeving;
- c. vervoermiddelen waarvan redelijkerwijs mag worden aangenomen dat zij voor het plegen van inbreuken op de douanewetgeving werden gebruikt, worden gebruikt of zouden kunnen worden gebruikt.
Artikel 4. Bijstand op eigen initiatief
De Partijen verlenen elkaar, overeenkomstig hun wettelijke en bestuursrechtelijke bepalingen, bijstand, indien zij zulks noodzakelijk achten voor de correcte toepassing van de douanewetgeving, in het bijzonder wanneer zij informatie verkrijgen omtrent:
- -. verrichtingen die een inbreuk vormden, vormen of zouden vormen op deze wetgeving en die van belang kunnen zijn voor andere Partijen;
- -. nieuwe middelen of methoden die bij dergelijke verrichtingen worden gebruikt;
- -. goederen waarvan bekend is dat zij het voorwerp vormen van een ernstige overtreding van de douanewetgeving.
Artikel 5. Afgifte van documenten en kennisgeving van besluiten
Op aanvraag van de verzoekende autoriteit neemt de aangezochte autoriteit, overeenkomstig haar nationale wet, de nodige maatregelen voor:
- -. de afgifte van alle documenten, en
- -. de kennisgeving van alle besluiten
waarop het bepaalde in dit protocol van toepassing is, aan een geadresseerde die op haar grondgebied verblijft of gevestigd is. In dit geval is artikel 6, lid 3, van toepassing.
Artikel 6. Vorm en inhoud van verzoeken om bijstand
Verzoeken in het kader van dit protocol worden schriftelijk gedaan en gaan vergezeld van de voor de behandeling ervan noodzakelijke bescheiden. In spoedeisende gevallen kunnen verzoeken mondeling worden gedaan, mits zij onmiddellijk schriftelijk worden bevestigd.
De overeenkomstig het bepaalde in lid 1 ingediende verzoeken bevatten de hierna volgende gegevens:
- a. de naam van de verzoekende autoriteit;
- b. de gevraagde maatregel;
- c. het voorwerp en de reden van het verzoek;
- d. de relevante wetten, reglementen en andere voorschriften;
- e. zo nauwkeurig en volledig mogelijke informatie betreffende de natuurlijke personen of rechtspersonen waarop het onderzoek betrekking heeft;
- f. een overzicht van de relevante feiten, behalve in de in artikel 5 bedoelde gevallen.
De verzoeken worden ingediend in een officiële taal van de aangezochte autoriteit of in een voor deze autoriteit aanvaardbare taal.
Indien een verzoek niet in de juiste vorm wordt gedaan, kan om correctie of aanvulling daarvan worden verzocht. Er kunnen echter vrijwaringsmaatregelen worden genomen.
Artikel 7. Behandeling van verzoeken
De aangezochte autoriteit of, indien deze niet tot zelfstandig handelen bevoegd is, de administratieve dienst waaraan zij het verzoek toestuurt, behandelt het verzoek om bijstand, binnen de grenzen van haar bevoegdheden en met de middelen waarover zij beschikt, alsof zij voor eigen rekening of in opdracht van een andere autoriteit van dezelfde Partij handelde, met name door de gegevens waarover zij reeds beschikt mee te delen en door het nodige onderzoek te verrichten of te doen verrichten.
Verzoeken om bijstand worden behandeld overeenkomstig de wetten, reglementen en andere rechtsvoorschriften van de aangezochte Partij.
Naar behoren gemachtigde ambtenaren van een Partij kunnen met instemming van de andere betrokken Partij en onder de door deze laatste vastgestelde voorwaarden, van de diensten van de aangezochte autoriteit of van een andere autoriteit die onder de aangezochte autoriteit ressorteert, informatie betreffende overtredingen van de douanewetgeving verkrijgen die de verzoekende autoriteit nodig heeft ter uitvoering van het bepaalde in dit protocol.
Ambtenaren van een Partij kunnen, met instemming van de andere betrokken Partij, aanwezig zijn bij onderzoekverrichtingen op het grondgebied van laatstgenoemde Partij.
Artikel 8. Vorm waarin de informatie dient te worden verstrekt
De aangezochte autoriteit deelt de uitslag van het ingestelde onderzoek aan de verzoekende autoriteit mede in de vorm van bescheiden, voor echt gewaarmerkte afschriften van bescheiden, rapporten en dergelijke.
De in lid 1 bedoelde bescheiden kunnen worden vervangen door informatie die met behulp van systemen voor automatische gegevensverwerking in om het even welke vorm voor hetzelfde doeleinde wordt verstrekt.
Artikel 9. Gevallen waarin geen bijstand dient te worden verleend
De Partijen kunnen de in dit protocol bedoelde bijstand weigeren wanneer het verlenen daarvan:
- a. hun soevereiniteit, openbare orde, veiligheid of andere wezenlijke belangen in het gedrang zou kunnen brengen;
- b. de toepassing inhoudt van deviezen- of belastingregelingen andere dan die inzake de doaunerechten; of
- c. zou leiden tot de schending van een industrieel geheim, een handelsgeheim of een beroepsgeheim.
Wanneer de verzoekende autoriteit om een vorm van bijstand verzoekt die zij desgevraagd zelf niet zou kunnen verlenen, vermeldt zij dit in haar verzoek. De aangezochte autoriteit bepaalt zelf hoe zij op een dergelijk verzoek reageert.
Indien bijstand wordt geweigerd, dienen het daartoe strekkende besluit en de redenen die eraan ten grondslag liggen onverwijld aan de verzoekende autoriteit te worden medegedeeld.
Artikel 10. Geheimhoudingsplicht
Alle informatie die ter uitvoering van dit protocol in om het even welke vorm wordt verstrekt, heeft een vertrouwelijk karakter. Zij valt onder de geheimhoudingsplicht en geniet de bescherming van de ter zake geldende wettelijke voorschriften van de Partij die ze heeft ontvangen en van de overeenkomstige bepalingen die voor de communautaire instanties gelden.
Persoonsgebonden gegevens worden niet verstrekt wanneer er redelijke gronden zijn om aan te nemen dat de mededeling of het gebruik daarvan strijdig zouden zijn met de fundamentele rechtsbeginselen van een der partijen en, in het bijzonder, indien de betrokken persoon hiervan onrechtmatig nadeel zou ondervinden. De Partij die de gegevens ontvangt, deelt de Partij die de gegevens verstrekt desgevraagd mede voor welk doel deze zijn gebruikt en welke resultaten ermee zijn bereikt.
Persoonsgebonden gegevens mogen uitsluitend worden medegedeeld aan douaneautoriteiten en, indien vereist ten behoeve van rechtsvervolging, aan het openbaar ministerie en de rechterlijke instanties. Andere personen of autoriteiten kunnen de informatie uitsluitend verkrijgen na voorafgaande toestemming van de autoriteit die ze verstrekt.
De partij die de gegevens verstrekt, controleert de juistheid daarvan. Wanneer blijkt dat verstrekte gegevens onjuist zijn of dienen te worden weggelaten, wordt de ontvangende partij daarvan onverwijld in kennis gesteld. Deze laatste is gehouden de correctie of weglating uit te voeren.
Behalve in gevallen waarin zulks strijdig is met het algemeen belang, kan de betrokkene, op zijn verzoek, informatie verkrijgen omtrent opgeslagen gegevens en de redenen welke aan deze opslag ten grondslag liggen.
Artikel 11. Gebruik van informatie
De verkregen informatie mag uitsluitend worden gebruikt voor de toepassing van dit protocol. Het gebruik ervan voor andere doeleinden door een Partij vereist de voorafgaande schriftelijke toestemming van de administratieve autoriteit die ze heeft verstrekt en is aan de door deze autoriteit vastgestelde beperkingen onderworpen.
Het bepaalde in lid 1 vormt geen beletsel voor het gebruik van de informatie in gerechtelijke of administratieve procedures die naderhand worden ingesteld wegens niet- naleving van de douanewetgeving.
De Partijen kunnen de overeenkomstig het bepaalde in dit protocol verkregen informatie en geraadpleegde bescheiden als bewijsmateriaal gebruiken in hun rapporten, getuigenverklaringen en in gerechtelijke procedures.
Artikel 12. Deskundigen en getuigen
Een onder een aangezochte autoriteit ressorterende ambtenaar kan worden gemachtigd, binnen de perken van de hem verleende machtiging, in het rechtsgebied van een andere Partij als getuige of deskundige op te treden in gerechtelijke of administratieve procedures die betrekking hebben op aangelegenheden waarop dit protocol van toepassing is en daarbij de voor deze procedures noodzakelijke voorwerpen, bescheiden of voor echt gewaarmerkte afschriften van bescheiden voor te leggen. In de convocatie dient uitdrukkelijk te worden vermeld over welk onderwerp en in welke functie of hoedanigheid de betrokken ambtenaar zal worden ondervraagd.
Artikel 13. Kosten van de bijstand
De Partijen brengen elkaar geen kosten in rekening voor uitgaven die ter uitvoering van het bepaalde in dit protocol zijn gemaakt, met uitzondering, in voorkomend geval, van de uitgaven voor deskundigen, getuigen, tolken en vertalers die niet in overheidsdienst zijn.
Artikel 14. Tenuitvoerlegging
De uitvoering van dit protocol wordt opgedragen aan de centrale douaneautoriteiten van Bulgarije enerzijds, en de bevoegde diensten van de Commissie en, in voorkomend geval, de douaneautoriteiten van de Lid-Staten, anderzijds. Deze instanties stellen alle praktische maatregelen en regelingen voor de toepassing van dit protocol vast, rekening houdend met de voorschriften op het gebied van de gegevensbescherming. Zij kunnen de bevoegde instanties aanbevelingen doen voor wijzigingen die huns inziens in dit protocol dienen te worden aangebracht.
De Partijen plegen overleg en geven elkaar vervolgens kennis van alle uitvoeringsbepalingen die overeenkomstig dit artikel worden vastgesteld.
Artikel 15. Complementariteit
Dit protocol vult de overeenkomsten inzake wederzijdse bijstand aan die zijn gesloten of kunnen worden gesloten tussen een of meer Lid-Staten en Oekraïne. Het staat niet in de weg aan de ruimere wederzijdse bijstand die eventueel in deze overeenkomsten is voorzien.
Onverminderd het bepaalde in artikel 11 doen deze overeenkomsten geen afbreuk aan de communautaire bepalingen betreffende de uitwisseling, tussen de bevoegde diensten van de Commissie en de douaneautoriteiten van de Lid-Staten, van alle met betrekking tot douanezaken verkregen informatie die voor de Gemeenschap van belang kan zijn.
1
De partijen bevestigen dat zij het onderling eens zijn dat het bestaan van „zeggenschap" afhangt van de feitelijke omstandigheden van elk geval.
2
Een vennootschap wordt bijvoorbeeld geacht onder „zeggenschap" van een andere vennootschap te staan, en dus een dochteronderneming van de betrokken vennootschap te zijn, indien:
- -. de andere vennootschap rechtstreeks of middellijk beschikt over een meerderheid van de stemrechten, of
- -. de andere vennootschap het recht heeft de meerderheid van de leden van het bestuurs-, leidinggevend of toezichthoudend orgaan aan te stellen of af te zetten, en terzelfder tijd aandeelhouder of lid van de dochteronderneming is.
3
Beide partijen verklaren dat de in punt 2 vermelde criteria niet limitatief zijn.
De gevolmachtigden van:
Het Koninkrijk België,
Het Koninkrijk Denemarken,
De Bondsrepubliek Duitsland,
De Helleense Republiek,
Het Koninkrijk Spanje,
De Franse Republiek,
Ierland,
De Italiaanse Republiek,
Het Groothertogdom Luxemburg,
Het Koninkrijk der Nederlanden,
De Portugese Republiek,
Het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,
Verdragsluitende Partijen bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,
hierna de „Lid-Staten” te noemen, en van
de Europese Gemeenschap, de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie, hierna „de Gemeenschap” te noemen,
enerzijds, en
de gevolmachtigden van de Oekraïne,
anderzijds,
bijeengekomen te Luxemburg, op veertien juni negentienhonderd vierennegentig voor de ondertekening van de Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst, tussen de Europese Gemeenschappen en hun Lid-Staten, enerzijds, en de Republiek Wit-Rusland, anderzijds, hierna „Partnerschaps- en Samenwerkingsovereenkomst” te noemen, hebben de volgende teksten aangenomen:
GEDAAN te Luxemburg, de veertiende juni negentienhonderd vierennegentig.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)