Stabilisatie- en Associatie-Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, anderzijds

Type Verdrag
Publication 2017-02-01
State In force
Source BWB
artikelen 237
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Het Koninkrijk België,

het Koninkrijk Denemarken,

de Bondsrepubliek Duitsland,

de Helleense Republiek,

het Koninkrijk Spanje,

de Franse Republiek,

Ierland,

de Italiaanse Republiek,

het Groothertogdom Luxemburg,

het Koninkrijk der Nederlanden,

de Republiek Oostenrijk,

de Portugese Republiek,

de Republiek Finland,

het Koninkrijk Zweden,

het Verenigd Koninkrijk van Groot-Brittannië en Noord-Ierland,

Verdragsluitende partijen bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en het Verdrag betreffende de Europese Unie,

hierna de „lidstaten” te noemen, en van de Europese Gemeenschap, de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal, de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie,

hierna „de Gemeenschap” te noemen,

enerzijds, en

de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië,

anderzijds,

Gelet op de sterke banden tussen de partijen en hun gemeenschappelijke waarden, hun wens deze banden te versterken en nauwe, duurzame betrekkingen tot stand te brengen op grond van wederkerigheid en wederzijds belang, die de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië in staat zou moeten stellen de in het verleden tot stand gebrachte betrekkingen te versterken en uit te breiden, met name de door de op 29 april 1997 door middel van een briefwisseling ondertekende Samenwerkingsovereenkomst die op 1 januari 1998 in werking trad;

Overwegende dat de betrekkingen tussen de partijen op het gebied van het overlandvervoer geregeld moeten blijven door de tussen de Europese Economische Gemeenschap en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië gesloten overeenkomst op het gebied van het vervoer, die op 29 juni 1997 werd ondertekend en op 28 november 1997 in werking trad;

Gelet op het belang van deze overeenkomst voor het stabilisatie- en associatieproces met de landen van Zuidoost-Europa, dat verder moet worden ontwikkeld door middel van een communautaire EU-strategie voor deze regio, voor de totstandbrenging en handhaving van een op samenwerking gebaseerde stabiele orde in Europa, waarvan de Europese Unie een steunpilaar is, en voor het stabiliteitspact;

Gelet op de toezegging van de partijen dat zij met alle mogelijke middelen zullen bijdragen tot de politieke, economische en institutionele stabilisatie, zowel in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië als in de gehele regio, door de ontwikkeling van de civiele samenleving en door democratisering, institutionele versterking en hervorming van de overheidsadministratie, intensievere handel en economische samenwerking, versterking van de nationale en regionale veiligheid, alsmede intensievere samenwerking op het gebied van justitie en binnenlandse zaken;

Gelet op het belang dat de partijen hechten aan versterking van de politieke en economische vrijheden, die de grondslag van de overeenkomst vormen, en op het belang dat zij hechten aan de eerbiediging van de rechtstaat en de mensenrechten, met inbegrip van de rechten van personen die tot nationale minderheden behoren, en aan democratische beginselen in de vorm van een meerpartijenstelsel met vrije, eerlijke verkiezingen;

Gelet op de gehechtheid van de partijen aan de beginselen van de vrijemarkteconomie en de bereidheid van de Gemeenschap om aan de economische hervormingen in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië bij te dragen;

Gelet op de verbintenis van de partijen om volledig uitvoering te geven aan alle beginselen en bepalingen van het Handvest der Verenigde Naties, de OVSE, inzonderheid die van de Slotakte van Helsinki, de slotdocumenten van de conferenties van Madrid en Wenen, het Handvest van Parijs voor een Nieuw Europa, en het Stabiliteitspact van Keulen voor Zuidoost-Europa, teneinde bij te dragen tot de regionale stabiliteit en de samenwerking tussen de landen van de regio;

Verlangende een regelmatige politieke dialoog in te stellen over bilaterale en internationale vraagstukken van wederzijds belang, met inbegrip van regionale aspecten;

Gelet op het belang dat de partijen hechten aan vrijhandel, overeenkomstig de rechten en verplichtingen die voortvloeien uit de WTO;

Overtuigd dat de Stabilisatie- en Associatieovereenkomst een nieuw klimaat zal scheppen voor hun onderlinge economische betrekkingen, in het bijzonder voor de ontwikkeling van handel en investeringen, welke factoren van cruciaal belang zijn voor de economische herstructurering en modernisering;

Gelet op de toezegging van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië om de wetgeving aan te passen aan die van de Gemeenschap;

Gelet op de bereidheid van de Gemeenschap om doorslaggevende steun te verlenen voor de tenuitvoerlegging van de hervormingen en te dien einde op een omvattende indicatieve meerjaarlijkse basis gebruik te maken van alle beschikbare instrumenten voor samenwerking en technische, financiële en economische bijstand;

Bevestigende dat de bepalingen van deze overeenkomst die binnen de toepassingssfeer van deel III, titel IV, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap vallen, het Verenigd Koninkrijk en Ierland als afzonderlijke verdragsluitende partijen binden, en niet als deel van de Europese Gemeenschap, totdat het Verenigd Koninkrijk of Ierland (al naargelang van het geval) de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië ervan in kennis stelt dat het Verenigd Koninkrijk of Ierland is gebonden als deel van de Europese Gemeenschap overeenkomstig het Protocol betreffende de positie van het Verenigd Koninkrijk en Ierland dat aan het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap is gehecht. Hetzelfde geldt voor Denemarken, overeenkomstig het Protocol betreffende de positie van Denemarken dat aan die verdragen is gehecht;

Nogmaals wijzend op de bereidheid van de Europese Unie om de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië zo volledig mogelijk te integreren in de politieke en economische hoofdstroom van Europa, en op de status van het land als een potentiële kandidaat voor het EU-lidmaatschap op basis van het Verdrag betreffende de Europese Unie en het voldoen aan de door de Europese Raad in juni 1993 gedefinieerde criteria, onder voorbehoud van de succesvolle tenuitvoerlegging van deze overeenkomst, met name wat betreft regionale samenwerking,

Hebben overeenstemming bereikt omtrent de volgende bepalingen[Red: De oorspronkelijke Bijlagen bij de Overeenkomst en de Protocollen liggen ter inzage bij de Afdeling Verdragen van het Ministerie van Buitenlandse Zaken en zijn gepubliceerd in PbEU 2004, L 84 en PbEU 2004, L 388.]:

Artikel 1

1.

Hierbij wordt een associatie ingesteld tussen de Gemeenschap en haar lidstaten, enerzijds, en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, anderzijds.

2.

Deze associatie heeft ten doel:

  • –. een passend kader tot stand te brengen voor de politieke dialoog met het oog op de ontwikkeling van nauwe politieke betrekkingen tussen de partijen;
  • –. steun te verlenen aan de inspanningen van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië voor de ontwikkeling van de economische en internationale samenwerking, ook door de aanpassing van de wetgeving aan die van de Gemeenschap;
  • –. harmonieuze economische betrekkingen te bevorderen en geleidelijk een vrijhandelszone in te stellen tussen de Gemeenschap en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië;
  • –. regionale samenwerking te bevorderen op alle gebieden die onder deze overeenkomst vallen.

TITEL I. ALGEMENE BEGINSELEN

Artikel 2

Eerbiediging van de democratische beginselen en de mensenrechten, als vastgesteld in de Universele Verklaring van de rechten van de mens en als omschreven in de slotakte van Helsinki en het Handvest van Parijs voor een nieuw Europa, eerbiediging van de beginselen van het internationaal recht en de rechtsstaat, en de beginselen van de markteconomie als neergelegd in het document van de CVSE-conferentie van Bonn over economische samenwerking, vormen de grondslag van het binnen- en buitenlands beleid van de partijen en zijn een essentieel onderdeel van deze overeenkomst.

Artikel 3

Internationale en regionale vrede en stabiliteit en de ontwikkeling van betrekkingen van goed nabuurschap staan centraal in het stabilisatie- en associatieproces. De sluiting en de tenuitvoerlegging van deze overeenkomst passen in het kader van de regionale benadering van de Gemeenschap zoals gedefinieerd in de conclusies van de Raad van 29 april 1997, op basis van de verdiensten van de individuele landen in de regio.

Artikel 4

De Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië verbindt zich ertoe samenwerking en betrekkingen van goed nabuurschap met de overige landen van de regio aan te gaan, inclusief een passend niveau van wederzijdse concessies op het gebied van het verkeer van personen, goederen, kapitaal en diensten, alsmede de ontwikkeling van projecten van gemeenschappelijk belang. Deze verbintenis is van fundamenteel belang voor de ontwikkeling van de betrekkingen en de samenwerking tussen de partijen en draagt bij tot de regionale stabiliteit.

Artikel 5

1.

De associatie wordt volledig verwezenlijkt in een overgangsperiode van maximaal 10 jaar die in twee fasen uiteenvalt. Deze opsplitsing in twee op elkaar volgende fasen is bedoeld om de bepalingen van de Stabilisatie- en Associatieovereenkomst geleidelijk uit te voeren en de aandacht in de eerste fase toe te spitsen op de hieronder in de titels III, V, VI en VII genoemde gebieden.

2.

De krachtens artikel 108 opgerichte Stabilisatie- en Associatieraad onderzoekt op gezette tijden de toepassing van deze overeenkomst en de verwezenlijking door de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië van de juridische, administratieve, institutionele en economische hervormingen in het licht van de preambule en in overeenstemming met de algemene principes van deze overeenkomst.

3.

Vier jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst zal de Stabilisatie- en Associatieraad de vooruitgang evalueren en een besluit nemen over de overgang naar en de duur van de tweede fase, en over eventueel aan te brengen wijzigingen in de inhoud van de bepalingen inzake de tweede fase. Daarbij wordt rekening gehouden met de resultaten van voornoemde toetsing.

4.

De twee fasen als bedoeld in de leden 1 en 3 zijn niet van toepassing op titel IV.

Artikel 6

De overeenkomst moet volledig verenigbaar zijn met de relevante WTO-bepalingen, met name artikel XXIV van de GATT 1994 en artikel V van de GATS.

TITEL II. POLITIEKE DIALOOG

Artikel 7

De politieke dialoog tussen de partijen wordt verder ontwikkeld en geïntensiveerd. De dialoog zal de toenadering tussen de Europese Unie en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië begeleiden en consolideren, en zal bijdragen tot het tot stand brengen van solidariteit en nieuwe vormen van samenwerking tussen de partijen.

De politieke dialoog moet met name het volgende bevorderen:

  • –. toenemende convergentie van de standpunten van de partijen over internationale vraagstukken, met name over aangelegenheden die belangrijke gevolgen voor de partijen kunnen hebben;
  • –. regionale samenwerking en de ontwikkeling van betrekkingen van goed nabuurschap;
  • –. gemeenschappelijke opvattingen over veiligheid en stabiliteit in Europa, ook op de terreinen die worden bestreken door het Gemeenschappelijk Buitenlands en Veiligheidsbeleid van de Europese Unie.

Artikel 8

De politieke dialoog kan plaatsvinden in een multilateraal kader, en als regionale dialoog waarbij andere landen in de regio worden betrokken.

Artikel 9

1.

Op ministerieel niveau vindt de politieke dialoog plaats binnen de Stabilisatie- en Associatieraad, die de algemene verantwoordelijkheid draagt voor alle aangelegenheden die de partijen de Associatieraad voorleggen.

2.

Op verzoek van de partijen kan de politieke dialoog ook de volgende vormen aannemen:

  • –. indien nodig vergaderingen tussen hoge functionarissen die enerzijds de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië en anderzijds het voorzitterschap van de Raad van de Europese Unie en de Commissie vertegenwoordigen;
  • –. optimaal gebruik van alle diplomatieke kanalen tussen de partijen, met inbegrip van passende contacten in derde landen en binnen de Verenigde Naties, de OVSE en andere internationale fora;
  • –. alle andere middelen die een nuttige bijdrage leveren tot het consolideren, ontwikkelen en intensiveren van deze dialoog.

Artikel 10

Op parlementair niveau vindt de politieke dialoog plaats in het kader van het bij artikel 114 ingestelde Parlementair Stabilisatie- en Associatiecomité.

TITEL III. REGIONALE SAMENWERKING

Artikel 11

In overeenstemming met haar verbintenis op het gebied van vrede en stabiliteit en de ontwikkeling van betrekkingen van goed nabuurschap zal de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië de regionale samenwerking actief bevorderen. De Gemeenschap zal via haar programma's voor technische bijstand ook projecten steunen met een regionale of grensoverschrijdende dimensie.

Telkens wanneer de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië van plan is de samenwerking met een van de in onderstaande artikelen 12 tot en met 14 genoemde landen te intensiveren, deelt zij dit mede aan en voert zij overleg met de Gemeenschap en haar lidstaten overeenkomstig de bepalingen van titel X.

Artikel 12. Samenwerking met andere landen die een Stabilisatie- en Associatieraad hebben ondertekend

Niet later dan wanneer ten minste één Stabilisatie- en Associatieovereenkomst is ondertekend met een van de andere landen die betrokken zijn bij het stabilisatie- en associatieproces opent de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië onderhandelingen met het betrokken land of de betrokken landen met het oog op de sluiting van een verdrag over regionale samenwerking, waarvan het doel is de samenwerking tussen de betrokken landen uit te breiden.

De hoofdelementen van dit verdrag zijn:

  • –. politieke dialoog;
  • –. de totstandbrenging van een vrijhandelszone tussen de partijen die verenigbaar is met de relevante WTO-bepalingen;
  • –. wederzijdse concessies betreffende het verkeer van werknemers, vestiging, dienstverlening, lopende betalingen en kapitaalverkeer op een niveau dat equivalent is aan dat van deze overeenkomst;
  • –. bepalingen inzake samenwerking op andere, al dan niet onder deze overeenkomst vallende terreinen, met name op het gebied van justitie en binnenlandse zaken.

Deze overeenkomst bevat zo nodig bepalingen voor de oprichting van de nodige institutionele mechanismen.

Deze overeenkomst inzake regionale samenwerking moet worden gesloten binnen twee jaar na de inwerkingtreding van ten minste de tweede Stabilisatie- en Associatieovereenkomst. De bereidheid van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië om een dergelijk verdrag te sluiten is een voorwaarde voor de verdere ontwikkeling van de betrekkingen tussen de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië en de EU.

Artikel 13. Samenwerking met andere bij het stabilisatie- en associatieproces betrokken landen

De Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië gaat regionale samenwerking aan met de andere bij het stabilisatie- en associatieproces betrokken landen op sommige of alle onder deze overeenkomst vallende samenwerkingsterreinen, met name terreinen van gemeenschappelijk belang. Deze samenwerking moet verenigbaar zijn met de beginselen en doelstellingen van deze overeenkomst.

Artikel 14. Samenwerking met kandidaat-lidstaten van de EU

De Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië kan met elke kandidaat-lidstaat van de EU de samenwerking versterken en een overeenkomst sluiten voor regionale samenwerking op elk van de onder deze overeenkomst vallende samenwerkingsterreinen. Deze overeenkomst zal de bilaterale betrekkingen tussen de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië en dat land geleidelijk afstemmen op het relevante deel van de betrekkingen tussen de Europese Gemeenschap en haar lidstaten en dat land.

TITEL IV. VRIJ VERKEER VAN GOEDEREN

Artikel 15

1.

De Gemeenschap en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië verbinden zich ertoe in de loop van een overgangsperiode van ten hoogste tien jaar, te rekenen vanaf de datum van inwerkingtreding van de overeenkomst, geleidelijk een vrijhandelszone in te stellen op grond van deze overeenkomst en overeenkomstig de bepalingen van de GATT 1994 en de WTO. Daarbij houden zij rekening met de hieronder vermelde specifieke eisen.

2.

In het handelsverkeer tussen de twee partijen worden de goederen ingedeeld overeenkomstig de gecombineerde nomenclatuur.

3.

Het basisrecht waarop de in de overeenkomst vastgestelde opeenvolgende verlagingen worden toegepast, is voor elk product het recht dat erga omnes daadwerkelijk wordt toegepast op de dag voorafgaand aan de datum van ondertekening van de overeenkomst.

4.

Indien na de ondertekening van deze Overeenkomst tariefverlagingen op erga omnes grondslag worden toegepast, in het bijzonder verlagingen die voortvloeien uit de tariefonderhandelingen in de WTO, komen deze verlaagde rechten vanaf de datum waarop de verlagingen toepassing vinden in de plaats van de in lid 3 bedoelde basisrechten.

5.

De Gemeenschap en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië delen elkaar hun respectieve basisrechten mede.

HOOFDSTUK I. INDUSTRIEPRODUCTEN

Artikel 16

1.

De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op producten van oorsprong uit de Gemeenschap of de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, bedoeld in de hoofdstukken 25 tot en met 97 van de gecombineerde nomenclatuur, met uitzondering van de in bijlage I. § I, ii) van de Overeenkomst inzake de landbouw (GATT 1994) genoemde producten.

2.

De bepalingen van de artikelen 17 en 18 zijn niet van toepassing op textielproducten of staalproducten, zoals gespecificeerd in de artikelen 22 en 23.

3.

De handel tussen de partijen in producten die onder het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie vallen, geschiedt in overeenstemming met de bepalingen van dat Verdrag.

Artikel 17

1.

De douanerechten bij invoer in de Gemeenschap die van toepassing zijn op producten van oorsprong uit de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië worden opgeheven bij de inwerkingtreding van de overeenkomst.

2.

De kwantitatieve beperkingen bij invoer in de Gemeenschap en de maatregelen van gelijke werking worden voor de producten van oorsprong uit de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië opgeheven op de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst.

Artikel 18

1.

De douanerechten die van toepassing zijn bij invoer in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië van producten van oorsprong uit de Gemeenschap, andere dan die bedoeld in de bijlagen I en II, worden afgeschaft bij de inwerkingtreding van de overeenkomst.

2.

De douanerechten bij invoer die in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië van toepassing zijn op de in bijlage I opgenomen producten van oorsprong uit de Gemeenschap worden geleidelijk verlaagd volgens het onderstaande tijdschema:

  • –. op 1 januari van het eerste jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 90% van het basisrecht;
  • –. op 1 januari van het tweede jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 80% van het basisrecht;
  • –. op 1 januari van het derde jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 70% van het basisrecht;
  • –. op 1 januari van het vierde jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 60% van het basisrecht;
  • –. op 1 januari van het vijfde jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 50% van het basisrecht;
  • –. op 1 januari van het zesde jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 40% van het basisrecht;
  • –. op 1 januari van het zevende jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 30% van het basisrecht;
  • –. op 1 januari van het achtste jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 20% van het basisrecht;
  • –. op 1 januari van het negende jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden alle rechten verlaagd tot 10% van het basisrecht;
  • –. op 1 januari van het tiende jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst worden de resterende rechten afgeschaft.
3.

De douanerechten bij invoer in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië die van toepassing zijn op de in bijlage II opgenomen producten van oorsprong uit de Gemeenschap worden geleidelijk verlaagd en afgeschaft volgens het tijdschema in de bijlage.

4.

De kwantitatieve beperkingen bij invoer in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië van producten van oorsprong uit de Gemeenschap en maatregelen van gelijke werking worden op de datum van de inwerkingtreding van de overeenkomst afgeschaft.

Artikel 19

De Gemeenschap en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië schaffen bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst in hun onderlinge handelsverkeer alle heffingen die een gelijke werking hebben als douanerechten bij invoer af.

Artikel 20

1.

De Gemeenschap en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië schaffen bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst alle douanerechten bij uitvoer en heffingen van gelijke werking af.

2.

De Gemeenschap en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië schaffen bij de inwerkingtreding van deze overeenkomst in hun onderlinge handelsverkeer alle kwantitatieve beperkingen bij uitvoer en heffingen van gelijke werking af.

Artikel 21

De Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië verklaart zich bereid haar douanerechten in het handelsverkeer met de Gemeenschap in een sneller tempo te verlagen dan het tempo waarin artikel 18 voorziet, indien de algemene economische situatie en de situatie in de betrokken sector van de economie zulks mogelijk maken.

De Stabilisatie- en Associatieraad doet daartoe strekkende aanbevelingen.

Artikel 22

Protocol 1 bevat de regelingen die op de daarin genoemde textielproducten van toepassing zijn.

Artikel 23

Protocol 2 bevat de regelingen die van toepassing zijn op de daarin genoemde staalproducten.

HOOFDSTUK II. LANDBOUW EN VISSERIJ

Artikel 24. Definitie

1.

De bepalingen van dit hoofdstuk zijn van toepassing op de handel in landbouw- en visserijproducten van oorsprong uit de Gemeenschap of de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië.

2.

Met „landbouw- en visserijproducten” worden bedoeld de producten vermeld in de hoofdstukken 1 tot en met 24 van de gecombineerde nomenclatuur en in Bijlage I, §I, ii) van de overeenkomst inzake de landbouw (GATT, 1994).

3.

Deze definitie omvat ook vis en visserijproducten die vallen onder hoofdstuk 3, posten 1604 en 1605, en onderverdelingen 0511 91, 2301 20 00 en ex 1902 201)Ex 1902 20 is „gevulde deegwaren bevattende meer dan 20 gewichtspercenten vis, schaal- of weekdieren of andere ongewervelde waterdieren”..

Artikel 25

Protocol nr. 3 bevat de handelsregeling voor de daarin genoemde verwerkte landbouwproducten.

Artikel 26

1.

Op de datum van de inwerkingtreding van deze overeenkomst gaat de Gemeenschap over tot afschaffing van alle kwantitatieve beperkingen en maatregelen van gelijke werking die van toepassing zijn op de invoer van landbouw- en visserijproducten van oorsprong uit de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië.

2.

Op de datum van de inwerkingtreding van deze overeenkomst gaat de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië over tot afschaffing van alle kwantitatieve beperkingen en maatregelen van gelijke werking die van toepassing zijn op de invoer van landbouw- en visserijproducten van oorsprong uit de Gemeenschap.

Artikel 27. Landbouwproducten

1.

De Europese Unie gaat over tot de afschaffing van de douanerechten en heffingen van gelijke werking die van toepassing zijn op de invoer van landbouwproducten van oorsprong uit de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, andere dan die van de posten 0102, 0201, 0202, 1701, 1702 en 2204 van de gecombineerde nomenclatuur.

Voor de producten die vallen onder hoofdstukken 7 en 8 van de gecombineerde nomenclatuur, waarvoor het gemeenschappelijk douanetarief in een ad-valoremdouanerecht en een specifiek douanerecht voorziet, is de afschaffing uitsluitend op het ad-valoremdeel van de douanerechten van toepassing.

2.

Met ingang van de inwerkingtreding van het protocol bij deze overeenkomst om rekening te houden met de toetreding van de Republiek Kroatië tot de Europese Unie, gaat de Europese Unie over tot de vaststelling van de douanerechten die van toepassing zijn bij invoer in de Europese Unie van de in bijlage III gedefinieerde producten van de categorie „baby beef’ van oorsprong uit de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië op 20% van het ad-valoremrecht en 20% van het specifieke recht als vastgesteld in het gemeenschappelijk douanetarief van de Europese Gemeenschappen, binnen een jaarlijks tariefcontingent van 1.650 ton geslacht gewicht.

Producten van oorsprong uit de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië van de posten 1701 en 1702 van de gecombineerde nomenclatuur worden binnen een jaarlijks tariefcontingent van 7.000 ton (nettogewicht) rechtenvrij in de Europese Unie ingevoerd.

3.

Vanaf de datum van inwerkingtreding van het protocol bij deze overeenkomst om rekening te houden met de toetreding van de Republiek Kroatië tot de Europese Unie, dient de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië:

  • a. de douanerechten af te schaffen die van toepassing zijn op de invoer van bepaalde landbouwproducten van oorsprong uit de Europese Unie die worden vermeld in bijlage IV a);
  • b. de douanerechten af te schaffen die van toepassing zijn op de invoer van bepaalde landbouwproducten van oorsprong uit de Europese Unie die worden vermeld in bijlage IV b), binnen de grenzen van de tariefcontingenten die voor elk product in die bijlage zijn vermeld;
  • c. de douanerechten toe te passen die van toepassing zijn op de invoer van bepaalde landbouwproducten van oorsprong uit de Europese Unie die worden vermeld in bijlage IV c), binnen de grenzen van de tariefcontingenten.
4.

De handelsregelingen voor wijn en gedistilleerde dranken worden bij een afzonderlijke overeenkomst inzake wijn en gedistilleerde dranken vastgesteld.

Artikel 28. Visserijproducten

1.

Vanaf de inwerkingtreding van deze overeenkomst gaat de Gemeenschap over tot de volledige afschaffing van douanerechten op vis en visserijproducten van oorsprong uit de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië. Op producten vermeld in Bijlage V a) zijn de daarin opgenomen bepalingen van toepassing.

2.

De voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië gaat over tot de afschaffing van alle heffingen die een gelijke werking hebben als douanerechten en van de douanerechten van toepassing op de invoer van vis en visserijproducten van oorsprong uit de Europese Unie, met uitzondering van de producten die zijn opgenomen in de bijlagen V b) en V c), waarin de tariefverlagingen voor de daarin opgenomen producten worden vastgelegd.

Artikel 29

1.

Rekening houdend met de omvang van het handelsverkeer in landbouw- en visserijproducten tussen de partijen, de bijzondere gevoeligheden, de regels van het gemeenschappelijk beleid van de Gemeenschap voor landbouw en visserij, het landbouwbeleid van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, de rol van de landbouw in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, het productie- en exportpotentieel van de traditionele sectoren en markten, en de gevolgen van de multilaterale handelsbesprekingen in het kader van de WTO, onderzoeken de Gemeenschap en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië uiterlijk 1 januari 2003 in de Stabilisatie- en Associatieraad, product per product, systematisch en op basis van passende wederkerigheid, de mogelijkheden die er zijn om elkaar verdere concessies te verlenen, met het oog op een grotere liberalisering van de handel in landbouw- en visserijproducten.

2.

De bepalingen van dit hoofdstuk zijn in geen geval van invloed op de toepassing, op een unilaterale basis, van voordeliger maatregelen door een van de partijen.

Artikel 30

Onverminderd de andere bepalingen van deze overeenkomst, met name die van artikel 37, plegen beide partijen, indien, wegens de bijzondere gevoeligheid van de markten voor landbouw- en visserijproducten, de invoer van producten van oorsprong uit een partij waarvoor de concessies uit hoofde van de artikelen 25, 27 en 28 zijn verleend, ernstige problemen veroorzaakt op de markt of de binnenlandse regelmechanismen van de andere partij, onverwijld overleg teneinde een passende oplossing te vinden voor het probleem. In afwachting van deze oplossing kan de betrokken partij de passende maatregelen nemen die zij noodzakelijk acht.

HOOFDSTUK III. GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN

Artikel 31

Behoudens andersluidende bepalingen in dit hoofdstuk of in de Protocollen 1, 2 of 3 zijn de bepalingen van dit hoofdstuk van toepassing op de handel tussen de partijen in alle producten.

Artikel 32. Standstill

1.

In het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië worden met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst geen nieuwe douanerechten bij invoer of bij uitvoer of heffingen van gelijke werking ingesteld, noch worden de rechten of heffingen die reeds van toepassing zijn verhoogd.

2.

In het handelsverkeer tussen de Gemeenschap en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië worden met ingang van de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst geen nieuwe kwantitatieve beperkingen bij invoer of bij uitvoer of maatregelen van gelijke werking ingesteld, noch worden de bestaande beperkingen restrictiever gemaakt.

3.

Onverminderd de overeenkomstig artikel 26 verleende concessies vormen de bepalingen van de leden 1 en 2 van dit artikel in geen enkel opzicht een beletsel voor de voortzetting van het respectieve landbouwbeleid van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië en van de Gemeenschap, noch voor het nemen van enige maatregel in het kader van dit beleid, voorzover de invoerregeling in de bijlagen III, IV a) b) c) en V a) b) daardoor niet wordt beïnvloed.

Artikel 33. Verbod op fiscale discriminatie

1.

Beide partijen onthouden zich van alle binnenlandse maatregelen of praktijken van fiscale aard die, direct of indirect, discrimineren tussen de producten van de ene partij en soortgelijke producten van oorsprong uit het grondgebied van de andere partij, en gaan over tot de afschaffing van dergelijke bestaande maatregelen of praktijken.

2.

De teruggave van binnenlandse indirecte belastingen voor producten die naar het grondgebied van één van de partijen worden uitgevoerd mag niet hoger zijn dan de daarop geheven indirecte belastingen.

Artikel 34

De bepalingen betreffende de afschaffing van douanerechten bij invoer zijn eveneens van toepassing op douanerechten van fiscale aard.

Artikel 35. Douane-unies, vrijhandelszones, regelingen voor grensverkeer

1.

Deze Overeenkomst vormt geen beletsel voor de handhaving of de oprichting van douane-unies, vrijhandelszones of regelingen voor grensverkeer, mits de in deze Overeenkomst neergelegde handelsregelingen daardoor niet worden gewijzigd.

2.

Tijdens de in de artikelen 17 en 18 vermelde overgangsperioden mag deze overeenkomst geen invloed hebben op de tenuitvoerlegging van de specifieke preferentiële regelingen voor het goederenverkeer die ofwel zijn vastgelegd in grensovereenkomsten die vroeger tussen een of meer lidstaten en de Socialistische Federale Republiek Joegoslavië, opgevolgd door de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, zijn gesloten, ofwel voortvloeien uit de in titel III gespecificeerde bilaterale overeenkomsten die door de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië ter bevordering van de regionale handel zijn gesloten.

3.

De partijen plegen in de Stabilisatie- en Associatieraad overleg over de in de leden 1 en 2 beschreven overeenkomsten en, desgewenst, over andere belangrijke onderwerpen in verband met hun respectieve handelspolitiek ten aanzien van derde landen. Een dergelijk overleg vindt met name plaats bij de toetreding van een derde land tot de Gemeenschap, teneinde rekening te kunnen houden met de onderlinge belangen van de Gemeenschap en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië als omschreven in deze overeenkomst.

Artikel 36. Dumping

1.

Indien een der partijen constateert dat in het handelsverkeer met de andere partij dumping in de zin van artikel VI van de GATT 1994 plaatsvindt, kan zij passende maatregelen nemen tegen deze praktijk op grond van de overeenkomst betreffende de tenuitvoerlegging van artikel VI van de GATT 1994 en haar eigen wetgeving terzake.

2.

Met betrekking tot lid 1 van dit artikel wordt de Stabilisatie- en Associatieraad van de dumping in kennis gesteld zodra de autoriteiten van de invoerende partij een onderzoek hebben geopend. Indien de dumping niet is beëindigd in de zin van artikel VI van de GATT of geen andere bevredigende oplossing is gevonden binnen 30 dagen nadat de zaak aan de Stabilisatie- en Associatieraad is voorgelegd, kan de invoerende partij passende maatregelen nemen.

Artikel 37. Algemene vrijwaringsclausule

1.

Indien een product van een partij wordt ingevoerd op het grondgebied van de andere partij in dusdanig grotere hoeveelheden en onder omstandigheden die:

  • –. ernstige moeilijkheden veroorzaken of dreigen te veroorzaken voor binnenlandse producenten van soortgelijke of rechtstreeks concurrerende producten op het grondgebied van de invoerende partij; of
  • –. ernstige verstoringen veroorzaken of dreigen te veroorzaken in een sector van de economie of moeilijkheden die tot een ernstige verslechtering kunnen leiden van de economische situatie in een regio van de invoerende partij,

kan de invoerende partij passende maatregelen nemen overeenkomstig de voorwaarden en procedures van dit artikel.

2.

De Gemeenschap en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië passen vrijwaringsmaatregelen onderling uitsluitend toe in overeenstemming met de bepalingen van deze overeenkomst. Deze maatregelen mogen niet verder strekken dan hetgeen noodzakelijk is om een oplossing te vinden voor de gerezen moeilijkheden, en bestaan normaliter uit de opschorting van de verdere verlaging van een heffing of recht krachtens deze overeenkomst voor het betrokken product of een verhoging daarvan voor dat product.

Dergelijke maatregelen bevatten duidelijke elementen waardoor zij uiterlijk aan het einde van de vastgestelde termijn geleidelijk worden opgeheven. Deze termijn mag niet meer dan een jaar bedragen. In zeer uitzonderlijke omstandigheden mogen maatregelen worden genomen voor een totale maximumtermijn van drie jaar. Ten aanzien van de invoer van een product waartegen reeds eerder vrijwaringsmaatregelen werden genomen, worden gedurende een periode van minstens drie jaar na het verstrijken van deze maatregelen geen nieuwe vrijwaringsmaatregelen genomen.

3.

In de in dit artikel genoemde gevallen en vooraleer zij de daarin bedoelde maatregelen nemen of, in de gevallen waarop het bepaalde in lid 4, onder b), van dit artikel van toepassing is, zo spoedig mogelijk, verstrekken de Gemeenschap of de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië het Stabilisatie- en Associatiecomité alle relevante informatie teneinde een voor beide partijen aanvaardbare oplossing te vinden.

4.

Voor de tenuitvoerlegging van het bovenstaande gelden de volgende bepalingen:

  • a. De moeilijkheden die voortvloeien uit de in dit artikel bedoelde situatie worden ter bespreking voorgelegd aan het Stabilisatie- en Associatiecomité, dat alle noodzakelijke beslissingen kan nemen om een oplossing te vinden voor deze moeilijkheden. Indien het Stabilisatie- en Associatiecomité of de exporterende partij geen beslissing heeft genomen die een einde maakt aan de moeilijkheden of geen andere bevredigende oplossing wordt gevonden binnen 30 dagen nadat de kwestie aan het Stabilisatie- en Associatiecomité is voorgelegd, kan de invoerende partij passende maatregelen nemen om het probleem in overeenstemming met dit artikel op te lossen. Bij de keuze van deze vrijwaringsmaatregelen wordt prioriteit gegeven aan die welke de werking van de bij deze overeenkomst vastgestelde regelingen het minst verstoren.
  • b. Wanneer uitzonderlijke en kritieke omstandigheden die onmiddellijk maatregelen vereisen, voorafgaande kennisgeving of onderzoek, al naar gelang van het geval, onmogelijk maken, kan de betrokken partij, in de in dit artikel vermelde omstandigheden, onmiddellijk de nodige voorzorgsmaatregelen nemen, waarvan zij de andere partij onmiddellijk in kennis stelt.
5.

De vrijwaringsmaatregelen worden het Stabilisatie- en Associatiecomité onmiddellijk ter kennis gebracht en worden in dit comité op gezette tijden aan een onderzoek onderworpen, in het bijzonder met het doel een tijdschema vast te stellen voor de afschaffing ervan zodra de omstandigheden dat toelaten.

6.

Wanneer de Gemeenschap of de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië de invoer van producten die de in dit artikel bedoelde moeilijkheden kunnen doen rijzen aan een administratieve procedure onderwerpen die ten doel heeft snel informatie te verschaffen over de tendens van de handelsstromen, stellen zij de andere partij daarvan in kennis.

Artikel 38. Tekortclausule

1.

Wanneer de naleving van de bepalingen van deze titel leiden tot:

  • a. een ernstig tekort of gevaar voor een ernstig tekort aan levensmiddelen of andere producten die voor de exporterende partij van wezenlijk belang zijn; of
  • b. wederuitvoer naar een derde land van een product waarop de exporterende partij kwantitatieve uitvoerbeperkingen, uitvoerrechten of maatregelen of heffingen van gelijke werking toepast, en waar de bovengenoemde situaties aanleiding geven of vermoedelijk aanleiding zullen geven tot ernstige moeilijkheden voor de exporterende partij, kan die partij passende maatregelen nemen overeenkomstig de voorwaarden en procedures van dit artikel.
2.

Bij de keuze van deze maatregelen wordt prioriteit gegeven aan die welke de werking van de bij deze overeenkomst vastgestelde regelingen het minst verstoren. Dergelijke maatregelen worden niet toegepast op een wijze die onder dezelfde omstandigheden een arbitraire of onrechtvaardige discriminatie of een verholen beperking van het handelsverkeer zou inhouden, en worden opgeheven zodra zij niet langer gerechtvaardigd zijn.

3.

Voor zij de in lid 1 van dit artikel bedoelde maatregelen nemen of zo spoedig mogelijk in de gevallen waarin lid 4 van dit artikel van toepassing is, verstrekken de Gemeenschap of de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië het Stabilisatie- en Associatiecomité alle relevante informatie, teneinde het comité in staat te stellen een voor beide partijen aanvaardbare oplossing te vinden voor het probleem. De partijen kunnen in het Stabilisatie- en Associatiecomité besluiten tot elke maatregel die een einde maakt aan de moeilijkheden. Indien geen overeenstemming wordt bereikt binnen dertig dagen nadat de zaak aan het Stabilisatie- en Associatiecomité werd voorgelegd, kan de exporterende partij uit hoofde van dit artikel maatregelen toepassen op de uitvoer van het betrokken product.

4.

Wanneer uitzonderlijke en kritieke omstandigheden die onmiddellijk maatregelen vereisen, voorafgaande informatie of voorafgaand onderzoek, al naar gelang van het geval, onmogelijk maken, kunnen de Gemeenschap of de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië onmiddellijk voorzorgsmaatregelen nemen om het probleem op te lossen, waarvan zij de andere partij onmiddellijk in kennis stelt.

5.

Alle krachtens dit artikel genomen maatregelen worden het Stabilisatie- en Associatiecomité onmiddellijk ter kennis gebracht en in dit comité op gezette tijden aan een onderzoek onderworpen, in het bijzonder met het doel een tijdschema vast te stellen voor de afschaffing ervan zodra de omstandigheden dat toelaten.

Artikel 39. Staatsmonopolies

De Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië past alle staatsmonopolies van commerciële aard geleidelijk aan, in dier voege dat tegen het einde van het vijfde jaar volgende op de inwerkingtreding van deze Overeenkomst tussen onderdanen van de lidstaten en van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië geen discriminatie bestaat ten aanzien van de omstandigheden waaronder goederen worden verworven en op de markt gebracht. De Stabilisatie- en Associatieraad wordt in kennis gesteld van de maatregelen welke te dien einde worden genomen.

Artikel 40

In Protocol nr. 4 zijn de regels van oorsprong voor de toepassing van de in deze overeenkomst vastgestelde tariefpreferenties neergelegd.

Artikel 41. Toegestane beperkingen

Deze overeenkomst vormt geen beletsel voor verbodsbepalingen of beperkingen ten aanzien van invoer, uitvoer of doorvoer die gerechtvaardigd zijn uit hoofde van de bescherming van de openbare zedelijkheid, de openbare orde en de openbare veiligheid; de bescherming van de gezondheid en het leven van personen, dieren of planten; de bescherming van het nationale artistieke, historische en archeologische erfgoed, of de bescherming van de intellectuele, industriële en commerciële eigendom, of regels betreffende goud en zilver. Dergelijke verboden of beperkingen mogen echter geen middel tot willekeurige discriminatie, noch een verkapte beperking van de handel tussen de partijen vormen.

Artikel 42

Beide partijen komen overeen samen te werken om het risico van fraude bij de toepassing van de handelsbepalingen van deze overeenkomst te verkleinen.

In afwijking van andere bepalingen van deze overeenkomst, met name de artikelen 30, 37 en 88 en Protocol 4, geldt dat, indien een van de partijen oordeelt dat er voldoende bewijs is van fraude, zoals een significante toename van de handel in producten van de ene naar de andere partij boven het niveau dat de economische omstandigheden zoals de normale productie en exportcapaciteit weerspiegelt, of het niet verlenen van de vereiste administratieve medewerking voor de verificatie van het bewijs van oorsprong door de andere partij, de partijen onverwijld overleg voeren om een passende oplossing te vinden. In afwachting van deze oplossing kan de betrokken partij de passende maatregelen nemen die zij noodzakelijk acht. Bij de keuze van deze maatregelen wordt prioriteit gegeven aan die welke de werking van de bij deze overeenkomst vastgestelde regelingen het minst verstoren.

Artikel 43

De toepassing van deze overeenkomst laat de toepassing van de bepalingen van het Gemeenschapsrecht op de Canarische Eilanden onverlet.

TITEL V. HET VERKEER VAN WERKNEMERS, DE VESTIGING EN HET VERRICHTEN VAN DIENSTEN

HOOFDSTUK I. VERKEER VAN WERKNEMERS

Artikel 44

1.

Met inachtneming van de in elke lidstaat geldende voorwaarden en modaliteiten:

  • –. is de behandeling van werknemers die de nationaliteit van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië hebben en die legaal op het grondgebied van een lidstaat zijn tewerkgesteld vrij van elke vorm van discriminatie op grond van nationaliteit wat betreft de arbeidsvoorwaarden, de beloning of ontslag in vergelijking met de nationale onderdanen;
  • –. hebben de legaal op het grondgebied van een lidstaat verblijvende echtgenoot en kinderen van een legaal op het grondgebied van een lidstaat tewerkgestelde werknemer, met uitzondering van seizoenwerknemers en werknemers die onder bilaterale overeenkomsten in de zin van artikel 45 vallen, tenzij in dergelijke overeenkomsten anders is bepaald, gedurende de periode van het toegestane tewerkstellingsverblijf van die werknemer toegang tot de arbeidsmarkt van die lidstaat.
2.

De Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië verleent, met inachtneming van de in dat land geldende voorwaarden en modaliteiten, aan werknemers die onderdaan zijn van een lidstaat en die legaal op zijn grondgebied zijn tewerkgesteld alsmede aan hun echtgenoten en kinderen die aldaar legaal verblijven de in lid 1 vermelde behandeling.

Artikel 45

1.

Rekening houdend met de arbeidsmarktsituatie in de lidstaten, hun wetgeving en de naleving van de regels die in de lidstaat er gelden op het gebied van de mobiliteit van werknemers:

  • –. dienen de door de lidstaten in het kader van bilaterale overeenkomsten verleende tewerkstellingsmogelijkheden voor werknemers uit de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië behouden te blijven en, zo mogelijk, te worden verbeterd;
  • –. dienen de overige lidstaten de mogelijkheid van het sluiten van soortgelijke overeenkomsten te overwegen.
2.

De Stabilisatie- en Associatieraad onderzoekt de toekenning van andere verbeteringen, zoals bijvoorbeeld toegang tot beroepsopleiding, overeenkomstig de in de lidstaten geldende regels en procedures en met inachtneming van de arbeidsmarktsituatie in de lidstaten en de Gemeenschap.

Artikel 46

Er worden regels vastgelegd voor de coördinatie van de sociale-zekerheidsstelsels voor op het grondgebied van een lidstaat wettig tewerkgestelde werknemers die onderdaan zijn van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië en hun aldaar wettig verblijvende gezinsleden. Hiertoe worden bij een besluit van de Stabilisatie- en Associatieraad, dat alle rechten en verplichtingen uit hoofde van bilaterale overeenkomsten onverlet laat indien deze in een gunstigere behandeling voorzien, de volgende bepalingen ingevoerd:

  • –. alle door dergelijke werknemers in de verschillende lidstaten vervulde tijdvakken van verzekering, arbeid of verblijf worden bijeengeteld met het oog op pensioenen en renten uit hoofde van ouderdom, invaliditeit en overlijden, alsmede voor medische verzorging van deze werknemers en hun gezinsleden;
  • –. alle pensioenen of renten uit hoofde van ouderdom, overlijden, een arbeidsongeval of een beroepsziekte dan wel wegens de daaruit voortvloeiende invaliditeit, met uitzondering van uitkeringen waarvoor geen premie is betaald, kunnen vrij worden overgemaakt tegen de koers die krachtens de wetgeving van de lidstaat of lidstaten die deze verschuldigd zijn, wordt toegepast;
  • –. de werknemers in kwestie ontvangen gezinsbijslagen voor hun gezinsleden zoals hierboven omschreven.

De Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië kent aan legaal op zijn grondgebied tewerkgestelde werknemers die onderdaan van een lidstaat zijn en aan hun aldaar legaal verblijvende gezinsleden een soortgelijke behandeling toe als die welke in het tweede en derde streepje van lid 1 wordt omschreven.

HOOFDSTUK II. VESTIGING

Artikel 47

In de overeenkomst wordt verstaan onder:

  • a. „communautaire vennootschap” of „vennootschap uit de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië”: een volgens het recht van respectievelijk een lidstaat of de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië opgerichte vennootschap die haar statutaire zetel, centrale administratie of belangrijkste handelsactiviteit op het grondgebied van respectievelijk de Gemeenschap of de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië heeft. Indien een volgens het recht van respectievelijk de Gemeenschap of de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië opgerichte vennootschap uitsluitend haar statutaire zetel op het grondgebied van respectievelijk de Gemeenschap of Slovenië heeft, wordt deze vennootschap als respectievelijk een communautaire vennootschap of als een vennootschap uit de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië beschouwd indien uit haar transacties een werkelijke en permanente band met de economie van respectievelijk een van de lidstaten of de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië blijkt;
  • b. „dochteronderneming” van een vennootschap: een vennootschap die daadwerkelijk door de eerste vennootschap wordt bestuurd;
  • c. „filiaal van een vennootschap”: een handelszaak zonder rechtspersoonlijkheid die kennelijk een permanent karakter bezit, zoals een agentschap van een moedermaatschappij, een eigen management heeft en over de nodige materiële voorzieningen beschikt om zaken te doen met derden, in dier voege dat laatstgenoemden, hoewel zij ervan op de hoogte zijn dat indien nodig er een rechtsverhouding zal bestaan met de moedermaatschappij waarvan het hoofdkantoor zich in het buitenland bevindt, geen rechtstreeks contact dienen te hebben met deze moedermaatschappij doch hun transacties kunnen afhandelen met de genoemde handelszaak die het vorengenoemde agentschap vormt;
  • d. „vestiging”:
  • i. voor onderdanen, het recht op de oprichting van ondernemingen, met name vennootschappen, die zij daadwerkelijk besturen. Handelsactiviteiten door onderdanen strekken zich niet uit tot het zoeken naar of het aannemen van werk op de arbeidsmarkt van een andere partij en geven evenmin recht op toegang tot de arbeidsmarkt van de andere partij;
  • ii. voor communautaire of vennootschappen uit de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië: het recht op toegang tot en uitoefening van economische activiteiten door middel van de oprichting van dochterondernemingen, filialen in respectievelijk de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië of de Gemeenschap;
  • e. „activiteiten”: het verrichten van economische handelingen;
  • f. „economische activiteiten”: met name activiteiten met een industrieel of commercieel karakter of activiteiten van personen die een vrij beroep uitoefenen, alsmede activiteiten van ambachtslieden;
  • g. „communautaire onderdaan” en „onderdaan van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië”: een natuurlijke persoon die een onderdaan is van respectievelijk een van de lidstaten of van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië;
  • h. wat het internationale vervoer over zee betreft, met inbegrip van het intermodale vervoer dat ten dele over zee plaatsvindt, zijn de bepalingen van dit hoofdstuk en van hoofdstuk III van deze titel eveneens van toepassing op buiten de Gemeenschap of de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië gevestigde onderdanen van respectievelijk de Gemeenschap of de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, en op buiten de Gemeenschap of de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië gevestigde scheepvaartondernemingen die worden bestuurd door onderdanen van respectievelijk een lidstaat of de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, indien hun vaartuigen respectievelijk in die lidstaat of in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië in overeenstemming met de respectieve wetgevingen zijn ingeschreven;
  • i. „financiële diensten”: de in bijlage VI omschreven activiteiten. De Stabilisatie- en Associatieraad kan de werkingssfeer van die bijlage uitbreiden of wijzigen.

Artikel 48

1.

Vanaf de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst dient de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië:

  • i. voor de vestiging van communautaire vennootschappen een niet minder gunstige behandeling te verlenen dan die welke zij verleent aan eigen vennootschappen of aan die uit derde landen, indien deze behandeling gunstiger is;
  • ii. voor de activiteiten van in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië gevestigde dochterondernemingen en filialen van vennootschappen uit de Gemeenschap een niet minder gunstige behandeling dan die welke aan de eigen vennootschappen en filialen of aan de dochterondernemingen of filialen van vennootschappen uit derde landen wordt verleend, indien deze behandeling gunstiger is.
2.

De Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië voert geen nieuwe wettelijke regelingen of maatregelen in die de vestiging van vennootschappen van de Gemeenschap op haar grondgebied of de activiteiten van op zijn grondgebied gevestigde vennootschappen van de Gemeenschap discrimineren in vergelijking met de eigen vennootschappen.

3.

De Gemeenschap en haar lidstaten verlenen vanaf de inwerkingtreding van de overeenkomst:

  • i. voor de vestiging van vennootschappen uit de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië een niet minder gunstige behandeling dan die welke de lidstaten aan hun eigen vennootschappen of aan die uit derde landen verlenen, indien deze behandeling gunstiger is;
  • ii. met betrekking tot de activiteiten van op hun grondgebied gevestigde dochterondernemingen en filialen van vennootschappen van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië een niet minder gunstige behandeling dan die welke de lidstaten aan hun eigen vennootschappen en filialen of aan op hun grondgebied gevestigde dochterondernemingen en filialen van vennootschappen uit derde landen verlenen, indien deze behandeling gunstiger is.
4.

Vijf jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst zal de Stabilisatie- en Associatieraad, in het licht van de desbetreffende jurisprudentie van het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen en van de toestand op de arbeidsmarkt, onderzoeken of de bovenstaande bepalingen moeten worden uitgebreid tot de vestiging van onderdanen van beide partijen bij de overeenkomst met als doel als zelfstandigen activiteiten te ontplooien.

5.

Onverminderd het bepaalde in dit artikel:

  • a. hebben dochterondernemingen en filialen van communautaire vennootschappen vanaf de inwerkingtreding van deze overeenkomst het recht om in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië onroerend goed te gebruiken en te huren;
  • b. genieten dochterondernemingen van communautaire vennootschappen hetzelfde recht om eigendomsrechten op onroerend goed te verwerven en te genieten als de vennootschappen van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië en, wat betreft openbare goederen en goederen van algemeen belang, met inbegrip van natuurlijke hulpbronnen, landbouwgrond en bossen, genieten zij dezelfde rechten als de vennootschappen van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, wanneer zulks noodzakelijk is voor de uitoefening van de economische activiteiten waarvoor zij zich gevestigd hebben;
  • c. aan het eind van de eerste fase van de overgangsperiode onderzoekt de Stabilisatie- en Associatieraad de mogelijkheid de rechten onder b) uit te breiden tot filialen van de communautaire vennootschappen.

Artikel 49

1.

Met inachtneming van het bepaalde in artikel 48 en uitgezonderd de in bijlage VI beschreven financiële diensten kan elke partij de vestiging van en de exploitatie door vennootschappen en onderdanen op haar grondgebied regelen, voor zover deze regelingen vennootschappen en onderdanen van de andere partij niet discrimineren in vergelijking met de eigen vennootschappen en onderdanen.

2.

Ten aanzien van financiële diensten vormt geen andere bepaling van deze overeenkomst voor een partij een beletsel om prudentiële maatregelen te treffen, voor het beschermen van investeerders, depositohouders, verzekeringsnemers of diegenen jegens wie een fiduciaire verplichting is aangegaan of om de integriteit en stabiliteit van het financiële systeem te verzekeren. Dergelijke maatregelen mogen door een partij niet worden aangewend om zich aan de uit de overeenkomst voortvloeiende verplichtingen te onttrekken.

3.

Niets in de overeenkomst mag zodanig worden uitgelegd dat van een partij bekendmaking kan worden geëist van gegevens over de zaken en rekeningen van individuele klanten of van vertrouwelijke informatie of informatie inzake eigendomsrechten die in het bezit van openbare instanties is.

Artikel 50

1.

De bepalingen van dit hoofdstuk zijn niet van toepassing op diensten in het kader van het luchtverkeer, het vervoer over de binnenwateren en cabotage in het zeevervoer.

2.

De Stabilisatie- en Associatieraad kan aanbevelingen doen voor verbetering van de vestiging en het uitoefenen van activiteiten op de in lid 1 vermelde gebieden.

Artikel 51

1.

Het bepaalde in de artikelen 48 en 49 vormt geen beletsel voor de toepassing door een partij, met betrekking tot de vestiging en activiteiten op haar grondgebied van filialen van vennootschappen van een andere partij die niet op het grondgebied van de eerste partij zijn opgericht, van bijzondere regels die op grond van juridische of technische verschillen tussen bedoelde filialen en filialen van vennootschappen die op het grondgebied van de eerste partij zijn opgericht, of, wat financiële diensten betreft, om prudentiële redenen gerechtvaardigd zijn.

2.

Het verschil in behandeling blijft beperkt tot hetgeen als gevolg van dergelijke juridische of technische verschillen strikt noodzakelijk is of, wat financiële diensten betreft, tot hetgeen om prudentiële redenen noodzakelijk is.

Artikel 52

Teneinde de toegang tot en de uitoefening van gereguleerde activiteiten van de vrije beroepen in respectievelijk de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië en de Gemeenschap voor onderdanen van de Gemeenschap en onderdanen van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië te vergemakkelijken, onderzoekt de Stabilisatie- en Associatieraad welke maatregelen moeten worden getroffen met het oog op de onderlinge erkenning van diploma's. De raad kan daartoe alle noodzakelijke maatregelen nemen.

Artikel 53

1.

Een op het grondgebied van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië of de Gemeenschap gevestigde „communautaire vennootschap” respectievelijk „vennootschap uit de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië” heeft het recht, met inachtneming van de wetgeving van het gastland van vestiging, op het grondgebied van respectievelijk de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië of de Gemeenschap werknemers die onderdanen zijn van de lidstaten van de Gemeenschap of van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië in dienst te nemen of deze door een van haar dochterondernemingen of filialen in dienst te laten nemen, mits dergelijke werknemers een sleutelpositie in de zin van lid 2 van dit artikel bekleden en zij uitsluitend door vennootschappen, dochterondernemingen of filialen tewerkgesteld worden. De geldigheidsduur van de verblijfs- en werkvergunningen van deze werknemers is beperkt tot de periode waarin zij als zodanig werkzaam zijn.

2.

Werknemers met een sleutelpositie die in dienst zijn van bovengenoemde vennootschappen, hierna „organisaties” genoemd, zijn „binnen de onderneming overgeplaatste personen”, als omschreven onder c) van dit lid, van de hierna volgende categorieën, met dien verstande dat de organisatie een rechtspersoon is en de betrokkenen gedurende ten minste het onmiddellijk aan de overplaatsing voorafgaande jaar in dienst waren van deze organisatie of daarin partners (doch geen aandeelhouders met een meerderheidsparticipatie) waren:

  • a. leden van het hogere kader van een organisatie die in de eerste plaats verantwoordelijk zijn voor het management van de vestiging, onder het algemene toezicht en de leiding van met name de raad van bestuur of de aandeelhouders of daarmee gelijkgestelde personen; deze personeelsleden:
  • –. geven leiding aan een afdeling of onderafdeling van de vestiging;
  • –. houden toezicht op en controleren de werkzaamheden van andere toezichthoudende, gespecialiseerde of leidinggevende werknemers;
  • –. zijn persoonlijk bevoegd werknemers in dienst te nemen en te ontslaan of de indienstneming of het ontslag van werknemers of andere maatregelen in het kader van het personeelsbeleid aan te bevelen;
  • b. binnen een organisatie werkzame personen die beschikken over uitzonderlijke kennis die van wezenlijk belang is voor de dienstverlening van de vestiging, de onderzoeksuitrusting, de technische werkzaamheden of het management. Afgezien van de voor het functioneren van de betrokken vestiging vereiste specifieke kennis, kan deze kennis bestaan in de bekwaamheid bepaalde werkzaamheden uit te voeren of een bepaald beroep uit te oefenen waarvoor specifieke technische vaardigheden vereist zijn, evenals, in voorkomend geval, het lidmaatschap van een erkende beroepsgroep;
  • c. een „binnen de onderneming overgeplaatste persoon” is een natuurlijke persoon die voor een organisatie op het grondgebied van een partij werkzaam is en die tijdelijk, voor het verrichten van economische handelingen naar het gebied van de andere partij wordt overgeplaatst; de betrokken organisatie dient haar belangrijkste handelsactiviteit op het grondgebied van een partij te hebben en de overplaatsing dient te geschieden naar een vestiging (dochteronderneming, filiaal) van deze organisatie die op het grondgebied van de andere partij daadwerkelijk soortgelijke economische handelingen verricht.
3.

Toegang tot het grondgebied van de Gemeenschap of de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië van respectievelijk onderdanen van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië en van de Gemeenschap, wordt verleend en tijdelijk verblijf is toegestaan voor vertegenwoordigers van vennootschappen die deel uitmaken van het hogere kader, als in lid 2, onder a,) gedefinieerd, van een vennootschap, en die belast zijn met het opzetten van een dochteronderneming of filiaal in de Gemeenschap van een vennootschap van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, dan wel een dochteronderneming of filiaal in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië van een communautaire vennootschap, mits:

  • –. die vertegenwoordigers niet betrokken zijn bij de rechtstreekse verkoop of het verstrekken van diensten;
  • –. de vennootschap haar belangrijkste handelsactiviteit buiten respectievelijk de Gemeenschap of de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië heeft, en geen andere vertegenwoordiger, kantoor, filiaal of dochteronderneming in respectievelijk de betrokken lidstaat van de Gemeenschap of de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië heeft.

Artikel 54

De Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië kan in de eerste vier jaar na de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst ten aanzien van de vestiging van communautaire vennootschappen en onderdanen maatregelen invoeren die van de bepalingen van dit hoofdstuk afwijken, indien bepaalde industrieën:

  • –. herstructureringen ondergaan of met grote moeilijkheden te kampen hebben, vooral wanneer deze ernstige sociale gevolgen in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië hebben, of
  • –. geconfronteerd worden met de eliminatie of een drastische reductie van het totale marktaandeel dat vennootschappen van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië of onderdanen hebben in een bepaalde sector of bedrijfstak in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, of
  • –. recente opkomende industrieën in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië zijn. Dergelijke maatregelen:
  • i. gelden tot uiterlijk twee jaar na het verstrijken van de eerste fase van de overgangsperiode,
  • ii. zijn redelijk en noodzakelijk voor het oplossen van de situatie, en
  • iii. mogen niet tot discriminatie leiden met betrekking tot de activiteiten van ten tijde van de invoering van een bepaalde maatregel reeds in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië gevestigde vennootschappen of onderdanen van de Gemeenschap ten opzichte van vennootschappen of onderdanen van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië.

Bij het ontwerpen en uitvoeren van dergelijke maatregelen verleent de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, wanneer zulks mogelijk is, een voorkeursbehandeling aan vennootschappen en onderdanen van de Gemeenschap en in geen geval een behandeling die minder gunstig is dan die welke aan vennootschappen of onderdanen uit een derde land wordt verleend. De Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië raadpleegt de Stabilisatie- en Associatieraad vóór de invoering van deze maatregelen en legt deze pas ten uitvoer nadat één maand is verstreken na de kennisgeving aan de Stabilisatie- en Associatieraad van de concrete door de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië in te voeren maatregelen, behalve wanneer de dreiging van onherstelbare schade het treffen van urgente maatregelen vereist in welk geval de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië de Stabilisatie- en Associatieraad onmiddellijk na de invoering hiervan raadpleegt.

Bij het verstrijken van het vierde jaar na de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst mag de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië dergelijke maatregelen uitsluitend met toestemming van de Stabilisatie- en Associatieraad en onder door deze raad vastgestelde voorwaarden invoeren of handhaven.

HOOFDSTUK III. HET VERLENEN VAN DIENSTEN

Artikel 55

1.

De partijen verbinden zich ertoe overeenkomstig de hiernavolgende bepalingen de nodige stappen te ondernemen om geleidelijk het verrichten van diensten mogelijk te maken door vennootschappen of onderdanen van de Gemeenschap respectievelijk vennootschappen of onderdanen van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië die zijn gevestigd op het grondgebied van een andere partij dan die van de persoon voor wie de diensten worden verricht.

2.

Naargelang de in lid 1 bedoelde liberalisering tot stand komt, staan de partijen de tijdelijke verplaatsing toe van natuurlijke personen die de dienst verlenen of als werknemer voor de dienstverlener een belangrijke functie vervullen zoals omschreven in artikel 53, met inbegrip van de natuurlijke personen die vertegenwoordigers zijn van een onderneming of onderdaan van de Gemeenschap of de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië en tijdelijke toegang wensen te krijgen voor onderhandelingen over de verkoop van diensten of voor het aangaan van overeenkomsten over de verkoop van diensten namens de dienstverlener, voor zover deze vertegenwoordigers niet zelf betrokken zijn bij de openbare directe verkoop of bij de eigenlijke dienstverlening.

3.

Met ingang van de tweede fase van de overgangsperiode neemt de Stabilisatie- en Associatieraad de nodige maatregelen voor de geleidelijke tenuitvoerlegging van de bepalingen van lid 1. Hierbij wordt rekening gehouden met de vorderingen die de partijen maken bij de onderlinge aanpassing van hun wetgeving.

Artikel 56

1.

De partijen treffen geen maatregelen en ondernemen geen acties die de voorwaarden voor het verrichten van diensten door vennootschappen of onderdanen uit de Gemeenschap of de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië die zijn gevestigd op het grondgebied van een andere partij dan die van de persoon voor wie de diensten worden verricht duidelijk restrictiever maken ten opzichte van de situatie die bestond op de dag voorafgaande aan de datum van inwerkingtreding van de overeenkomst.

2.

Indien een partij van mening is dat door de andere partij sedert de inwerkingtreding van de overeenkomst genomen maatregelen leiden tot een situatie die ten aanzien van het verrichten van diensten duidelijk restrictiever is dan die welke op de datum van inwerkingtreding van de overeenkomst bestond, kan eerstgenoemde partij de andere partij om overleg verzoeken.

Artikel 57

Met betrekking tot de vervoerdiensten tussen de Gemeenschap en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië zijn de volgende bepalingen van toepassing:

    1. Wat het overlandvervoer betreft worden de betrekkingen tussen de partijen geregeld door de overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië op het gebied van het vervoer die op 28 november 1997 werd ondertekend. De partijen bevestigen het belang dat zij hechten aan de correcte toepassing van deze overeenkomst.
    1. Ten aanzien van het internationaal maritiem vervoer verbinden de partijen zich tot het daadwerkelijk toepassen van het beginsel van onbeperkte toegang tot de markt en vervoer op commerciële basis.
  • a. Bovenstaande bepaling doet geen afbreuk aan de rechten en verplichtingen in het kader van de gedragscode van de Verenigde Naties voor lijnvaartconferences welke voor de ene of de andere van de partijen bij deze Overeenkomst van toepassing zijn. De niet bij conferences aangesloten maatschappijen kunnen vrij met een conference concurreren zolang zij zich aan het beginsel van eerlijke concurrentie op commerciële basis houden;
  • b. De partijen bevestigen dat zij vrije concurrentie beschouwen als een fundamentele noodzaak voor het vervoer van droge en vloeibare bulkgoederen.
    1. Bij de toepassing van de beginselen van lid 2 verbinden de partijen zich tot:
  • a. het niet opnemen van bepalingen inzake vrachtverdeling in toekomstige bilaterale overeenkomsten met derde landen, tenzij in die uitzonderlijke gevallen waarin de lijnvaartmaatschappijen van de ene of de andere partij bij deze Overeenkomst anders geen reële kans zouden krijgen om aan het vervoer van en naar het betrokken land deel te nemen;
  • b. het niet toestaan van het opnemen van vrachtverdelingsregelingen in toekomstige bilaterale overeenkomsten betreffende het vervoer van droge en vloeibare bulkladingen;
  • c. bij de inwerkingtreding van de overeenkomst alle unilaterale maatregelen en administratieve, technische en andere belemmeringen op te heffen die een beperkende of discriminerende invloed kunnen hebben op het vrij verrichten van diensten in het internationaal maritiem vervoer.
    1. Met het oog op een gecoördineerde ontwikkeling en een geleidelijke liberalisering van het vervoer tussen de partijen in overeenstemming met hun respectieve commerciële behoeften zullen de voorwaarden betreffende de wederzijdse toegang tot elkaars markten voor het luchtvervoer en het overlandvervoer worden vastgelegd in een speciale overeenkomst, waarover tussen de partijen na de inwerkingtreding van de overeenkomst zal worden onderhandeld.
    1. De partijen nemen voor het sluiten van de in lid 4 bedoelde overeenkomst geen maatregelen welke een meer beperkende of discriminerende situatie tot gevolg hebben dan de situatie op de dag welke voorafgaat aan de datum van inwerkingtreding van de overeenkomst.
    1. Tijdens de overgangsperiode past de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië zijn wetgeving, met inbegrip van zijn administratieve, technische en andere voorschriften, aan de op dat ogenblik op het gebied van het luchtvervoer en het overlandvervoer bestaande communautaire wetgeving, voor zover deze gericht is op de liberalisering en op de wederzijdse toegang tot de markten van de partijen en het verkeer van reizigers en van goederen vergemakkelijkt. De Stabilisatie- en Associatieraad onderzoekt, met inachtneming van de stand van zaken betreffende de gezamenlijke verwezenlijking van de doelstellingen van dit hoofdstuk, de wijze waarop de voor het verbeteren van de vrijheid van dienstverrichting in het luchtvervoer en het overlandvervoer noodzakelijke voorwaarden tot stand kunnen worden gebracht.

HOOFDSTUK IV. LOPENDE BETALINGEN EN KAPITAALVERKEER

Artikel 58

De partijen verbinden zich ertoe machtiging te verlenen, in vrije convertibele valuta, in overeenstemming met de bepalingen van artikel VIII van de Statuten van het Internationaal Monetair Fonds, tot alle betalingen en overboekingen op de lopende rekening van de betalingsbalans tussen de Gemeenschap en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië.

Artikel 59

1.

Met betrekking tot de verrichtingen op de kapitaalrekening en de financiële rekening van de betalingsbalans garanderen vanaf de datum van inwerkingtreding van de Overeenkomst zowel de lidstaten als de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië het vrije verkeer van kapitaal met betrekking tot directe investeringen in ondernemingen welke in overeenstemming met de wetten van het gastland zijn opgericht, en investeringen in overeenstemming met hoofdstuk II van titel V, alsook de liquidatie of de repatriëring van die investeringen en van alle opbrengsten daarvan.

2.

Met betrekking tot de verrichtingen op de kapitaalrekening van de betalingsbalans garanderen zowel de lidstaten als Slovenië het vrije verkeer van kapitaal met betrekking tot kredieten die verband houden met commerciële transacties of het verrichten van diensten waarbij een ingezetene van een der partijen betrokken is, alsmede op financiële leningen en kredieten met een looptijd van meer dan een jaar.

Bij aanvang van de tweede fase garanderen zij tevens het vrije verkeer van kapitaal dat verband houdt met beleggingsportefeuilles en financiële leningen en kredieten met een looptijd van minder dan een jaar.

3.

Onverminderd lid 1 stellen de partijen geen nieuwe beperkingen in op het kapitaalverkeer en de lopende betalingen tussen ingezetenen van de Gemeenschap en van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, en brengen zij in de bestaande regelingen geen verdere restricties aan.

4.

Onverminderd de bepalingen van artikel 58 en van dit artikel mogen de Gemeenschap en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië in uitzonderlijke gevallen wanneer het kapitaalverkeer tussen de Gemeenschap en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië ernstige moeilijkheden veroorzaakt of dreigt te veroorzaken voor de werking van het wisselkoersbeleid of het monetaire beleid in de Gemeenschap of de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, vrijwaringsmaatregelen nemen ten aanzien van het kapitaalverkeer tussen de Gemeenschap en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië voor een periode van ten hoogste zes maanden indien dergelijke maatregelen absoluut noodzakelijk zijn.

5.

De partijen plegen overleg teneinde het kapitaalverkeer tussen de Gemeenschap en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië te vergemakkelijken met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van deze overeenkomst.

Artikel 60

1.

Tijdens de eerste fase nemen de partijen maatregelen voor het creëren van de voorwaarden voor de verdere geleidelijke toepassing van de communautaire voorschriften betreffende het vrije verkeer van kapitaal.

2.

Aan het einde van de eerste fase gaat de Stabilisatie- en Associatieraad na op welke wijze de communautaire voorschriften met betrekking tot het kapitaalverkeer volledig kunnen worden toegepast.

HOOFDSTUK V. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 61

1.

De bepalingen van deze titel worden toegepast behoudens beperkingen die gerechtvaardigd zijn uit hoofde van de openbare orde, de openbare veiligheid en de volksgezondheid.

2.

De bepalingen van deze titel zijn niet van toepassing op de werkzaamheden die op het grondgebied van elke partij verband houden met de uitoefening van het openbaar gezag, zelfs indien deze slechts voor een bepaalde gelegenheid geschieden.

Artikel 62

Voor de toepassing van deze titel belet geen enkele bepaling van deze overeenkomst de partijen hun wetten en voorschriften betreffende toelating en verblijf, tewerkstelling, arbeidsvoorwaarden, de vestiging van natuurlijke personen en het verrichten van diensten toe te passen, mits zij dat niet op zodanige wijze doen dat de voor een partij uit een specifieke bepaling van de overeenkomst voortvloeiende voordelen teniet gedaan of beperkt worden. Deze bepaling doet geen afbreuk aan de toepassing van artikel 61.

Artikel 63

Vennootschappen die gezamenlijk door vennootschappen of onderdanen van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië en vennootschappen of onderdanen van de Gemeenschap worden bestuurd en hun exclusieve eigendom zijn, vallen eveneens onder de bepalingen van deze titel.

Artikel 64

1.

De overeenkomstig de bepalingen van deze titel toegekende meestbegunstigingsbehandeling is niet van toepassing op de belastingvoordelen waarin de partijen voorzien of in de toekomst zullen voorzien in het kader van overeenkomsten ter voorkoming van dubbele belastingheffing of andere fiscale regelingen.

2.

Geen van de bepalingen van deze titel kan worden uitgelegd als een beletsel voor de vaststelling of tenuitvoerlegging door de partijen van maatregelen ter voorkoming van belastingvlucht of belastingontduiking overeenkomstig de belastingvoorschriften van overeenkomsten ter voorkoming van dubbele belastingheffing en andere fiscale regelingen of de nationale fiscale wetgeving.

3.

Geen van de bepalingen van deze titel kan worden uitgelegd als een beletsel voor de lidstaten of de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië om bij de toepassing van de desbetreffende bepalingen van hun fiscaal recht een onderscheid te maken tussen belastingplichtigen die zich niet in identieke situaties bevinden, in het bijzonder met betrekking tot hun woonplaats.

Artikel 65

1.

De partijen vermijden zoveel mogelijk het opleggen om redenen verband houdende met de betalingsbalans van beperkende maatregelen, met inbegrip van maatregelen met betrekking tot de invoer. Indien dergelijke maatregelen worden genomen, verstrekt de partij die ze heeft genomen de andere partij zo spoedig mogelijk een tijdschema voor de opheffing ervan.

2.

Indien zich met betrekking tot de betalingsbalans van één of meer lidstaten of van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië ernstige moeilijkheden voordoen of hiervoor direct gevaar bestaat, kan de Gemeenschap of de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, al naar gelang van het geval, in overeenstemming met de in de WTO-overeenkomst bepaalde voorwaarden beperkende maatregelen treffen, met inbegrip van maatregelen met betrekking tot de invoer. Deze maatregelen zijn van beperkte duur en mogen niet verder reiken dan wat noodzakelijk is om de situatie van de betalingsbalans recht te trekken. De Gemeenschap of de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië stellen de andere partij daarvan onmiddellijk in kennis.

3.

De beperkende maatregelen mogen geen betrekking hebben op overmakingen in verband met investeringen, inzonderheid de repatriëring van geïnvesteerde of geherinvesteerde bedragen en om het even welke daaruit voortvloeiende inkomsten.

Artikel 66

De bepalingen van deze titel worden geleidelijk aangepast, met name in het licht van de eisen die voortvloeien door artikel V van de Algemene Overeenkomst inzake de handel in diensten (GATS).

Artikel 67

De bepalingen van deze Overeenkomst doen geen afbreuk aan de uitvoering door elke partij van alle maatregelen die nodig zijn ter voorkoming van ontduiking van de door haar getroffen maatregelen ten aanzien van toegang van derde landen tot haar markt via de bepalingen van deze Overeenkomst.

TITEL VI. HARMONISATIE VAN WETGEVINGEN EN RECHTSHANDHAVING

Artikel 68

1.

De partijen erkennen het belang van de harmonisatie van de bestaande en toekomstige wetgeving van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië met die van de Gemeenschap. De Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië streeft ernaar haar wetgeving geleidelijk aan te passen aan die van de Gemeenschap.

2.

Deze geleidelijke harmonisatie van de wetgeving zal in twee fasen plaatsvinden.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)