Stabilisatie- en Associatie-Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschappen en hun lidstaten, enerzijds, en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, anderzijds

Type Verdrag
Publication 2017-02-01
State In force
Source BWB
artikelen 237
Wijzigingsgeschiedenis JSON API
3.

Beginnend op de datum van ondertekening van de overeenkomst en met een duur die in artikel 5 wordt uiteengezet, heeft de aanpassing van wetgeving ook betrekking op bepaalde fundamentele elementen van het acquis betreffende de interne markt en op andere met de handel verband houdende terreinen, volgens een in coördinatie met de Commissie van de Europese Gemeenschappen op te stellen programma. De Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië definieert ook, in coördinatie met de Commissie van de Europese Gemeenschappen, de modaliteiten voor het toezicht op de tenuitvoerlegging van de harmonisatie van de wetgeving en de te treffen rechtshandhavingsmaatregelen, inclusief hervorming van het justitieel apparaat.

Er zullen tijdslimieten worden vastgesteld voor de mededingingswetgeving, de wetgeving inzake de intellectuele eigendom, de wetgeving inzake normen en certificering, de wetgeving inzake overheidsopdrachten en de wetgeving inzake gegevensbescherming. Harmonisatie van de wetgeving in andere sectoren van de interne markt is een verplichting waaraan aan het einde van de overgangsperiode zal moeten zijn voldaan.

4.

Tijdens de tweede fase van de in artikel 5 vermelde overgangsperiode heeft de aanpassing van de wetgeving ook betrekking op de elementen van het acquis die niet door het vorige lid worden gedekt.

Artikel 69. Bepalingen betreffende de concurrentie en andere economische aspecten

1.

Onverenigbaar met de goede werking van deze overeenkomst voorzover zij de handel tussen de Gemeenschap en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië nadelig kunnen beïnvloeden zijn:

  • i. alle overeenkomsten tussen ondernemingen, alle besluiten van ondernemersverenigingen en alle onderling afgestemde feitelijke gedragingen van ondernemingen welke ertoe strekken of die ten gevolge hebben dat de mededinging wordt verhinderd, beperkt of vervalst;
  • ii. het misbruik maken van een machtspositie door één of meer ondernemingen op het gehele grondgebied van de Gemeenschap of van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië of op een wezenlijk deel daarvan;
  • iii. alle steunmaatregelen van de staten die de mededinging door begunstiging van bepaalde ondernemingen of bepaalde goederen vervalsen of dreigen te vervalsen.
2.

Alle handelwijzen die met dit artikel in strijd zijn, worden beoordeeld op grond van de criteria die voortvloeien uit de toepassing van de artikelen 81, 82 en 87 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap.

  • a. Voor de toepassing van het bepaalde in lid 1, onder iii, komen de partijen overeen dat tijdens de eerste vier jaren na de inwerkingtreding van de overeenkomst alle door de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië toegekende overheidssteun wordt beoordeeld met inachtneming van het feit dat de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië wordt beschouwd als een regio overeenkomend met de in artikel 87, lid 3, onder a), van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap bedoelde streken van de Gemeenschap.
  • b. Elke partij garandeert met betrekking tot overheidssteun transparantie door met name ieder jaar aan de andere partij mededeling te doen van het totale bedrag en de verdeling van de verstrekte steun en door op verzoek informatie over steunprogramma's te verstrekken. Op verzoek van een van de partijen verstrekt de andere partij informatie over bepaalde afzonderlijke steunmaatregelen van de overheid. Elke partij zal erop toezien dat deze bepalingen van dit artikel binnen vijf jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst worden toegepast.
4.

Met betrekking tot de producten vermeld in hoofdstuk II van titel IV:

  • –. is het bepaalde in lid 1, onder iii), niet van toepassing;
5.

Indien de Gemeenschap of de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië van mening is dat een bepaalde praktijk onverenigbaar is met lid 1 van dit artikel en:

  • –. indien de praktijk de belangen van de andere partij ernstig schaadt of dreigt te schaden of aan haar nationale industrie, met inbegrip van de dienstverlenende sector, aanmerkelijke schade toebrengt of dreigt toe te brengen, kunnen zij passende maatregelen nemen na overleg binnen de Stabilisatie- en Associatieraad of na een termijn van 30 werkdagen volgende op het verzoek om dergelijk overleg.

Met betrekking tot handelwijzen die onverenigbaar zijn met lid 1, onder iii), kunnen, indien de WTO-overeenkomst daarop van toepassing is, deze passende maatregelen alleen worden vastgesteld in overeenstemming met de procedures en voorwaarden bepaald in die overeenkomst of de desbetreffende interne wetgeving van de Gemeenschap.

6.

De partijen wisselen gegevens uit, rekening houdend met de beperkingen uit hoofde van het zaken- en beroepsgeheim.

Artikel 70

Met betrekking tot overheidsondernemingen en ondernemingen waaraan speciale of exclusieve rechten zijn toegekend, ziet elke partij erop toe dat met ingang van het derde jaar na de datum van inwerkingtreding van de overeenkomst de beginselen van het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap, inzonderheid artikel 86, worden nageleefd.

Artikel 71. Intellectuele, industriële en commerciële eigendom

1.

Overeenkomstig de bepalingen van dit artikel en bijlage VII bevestigen de partijen het belang dat zij hechten aan een adequate en efficiënte bescherming van intellectuele-, industriële- en commerciële-eigendomsrechten.

2.

De Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië treft de nodige maatregelen om te garanderen dat uiterlijk vijf jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst de bescherming van de intellectuele-, industriële- en commerciële-eigendomsrechten op een niveau is dat overeenkomt met het niveau in de Gemeenschap, met inbegrip van effectieve middelen om deze rechten af te dwingen.

3.

De Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië verbindt zich ertoe binnen bovengenoemde periode toe te treden tot de in bijlage VII bedoelde multilaterale overeenkomsten inzake intellectuele-, industriële- en commerciële-eigendomsrechten.

Indien zich op het gebied van intellectuele, industriële en commerciële eigendom problemen voordoen die de handelsvoorwaarden ongunstig beïnvloeden, dan worden zij, op verzoek van een der partijen, onverwijld aan de Stabilisatie- en Associatieraad voorgelegd om tot een voor beide partijen bevredigende oplossing te komen.

Artikel 72. Overheidsopdrachten

1.

De partijen beschouwen het openbaar maken van de aanbesteding van overheidsopdrachten op grond van non-discriminatie en wederkerigheid, vooral in het kader van de WTO, als een na te streven doel.

2.

De vennootschappen van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië krijgen, ongeacht of zij al dan niet in de Gemeenschap zijn gevestigd, vanaf de datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst, toegang tot aanbestedingsprocedures in de Gemeenschap overeenkomstig de daarvoor in de Gemeenschap geldende regelingen en krijgen daarbij een behandeling die niet minder gunstig is dan die van de vennootschappen van de Gemeenschap.

Bovenstaande bepalingen zullen ook van toepassing zijn op contracten in de nutssector zodra de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië de wetgeving die de communautaire regels op dit terrein invoert, heeft vastgesteld. De Gemeenschap onderzoekt op gezette tijden of de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië deze wetgeving daadwerkelijk heeft ingevoerd.

De vennootschappen van de Gemeenschap die niet in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië zijn gevestigd, krijgen, uiterlijk vijf jaar na de inwerkingtreding van deze overeenkomst, toegang tot aanbestedingsprocedures in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië overeenkomstig de Wet op Aanbestedingen en krijgen daarbij een behandeling die niet minder gunstig is dan die van de vennootschappen van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië. De in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië overeenkomstig de bepalingen van hoofdstuk 2 van titel V gevestigde vennootschappen van de Gemeenschap krijgen vanaf de datum van inwerkingtreding van de overeenkomst toegang tot aanbestedingsprocedures en krijgen daarbij een behandeling die niet minder gunstig is dan die van vennootschappen van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië.

De Stabilisatie- en Associatieraad onderzoekt op gezette tijden de mogelijkheid voor de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië om alle vennootschappen van de Gemeenschap toegang te verlenen tot aanbestedingsprocedures in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië.

3.

De artikelen 44 tot en met 67 zijn van toepassing op de vestiging, de activiteiten, de dienstverrichtingen tussen de Gemeenschap en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië alsmede de tewerkstelling en het verkeer van werknemers in verband met de uitvoering van overheidsopdrachten.

Artikel 73. Normalisatie, Metrologie, Accreditering en Conformiteitsbeoordeling

1.

De Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië neemt de nodige maatregelen om de wetgeving geleidelijk in overeenstemming te brengen met de technische regelgeving van de Gemeenschap en de Europese procedures voor normalisatie, metrologie, accreditering en conformiteitsbeoordeling.

2.

Te dien einde verbinden de partijen zich tot:

  • –. de bevordering van de toepassing van communautaire technische voorschriften en Europese normen, tests en conformiteitsbeoordelingsprocedures;
  • –. sluiting van Europese protocollen voor conformiteitsbeoordeling, waar nuttig;
  • –. bevordering van de ontwikkeling van een kwaliteitsinfrastructuur: normalisatie, metrologie, accreditering en conformiteitsbeoordeling;
  • –. stimulering van de deelname aan de activiteiten van gespecialiseerde Europese organisaties (CEN, CENELEC, ETSI, EA, WELMEC, EUROMED enz.).

TITEL VII. JUSTITIE EN BINNENLANDSE ZAKEN

Artikel 74. Institutionele versterking en de rechtsstaat

Bij de samenwerking op het gebied van justitie en binnenlandse zaken schenken de partijen bijzondere aandacht aan institutionele versterking op alle niveaus, bij de overheid in het algemeen en bij de rechtshandhaving en het justitiële apparaat in het bijzonder. Dit omvat de consolidatie van de rechtsstaat. De samenwerking op justitieel gebied zal vooral gericht zijn op de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht en een doeltreffender rechtspraak, en op opleiding van rechtsbeoefenaars.

Artikel 75. Visa, grenscontrole, asiel en migratie

1.

De partijen zullen samenwerken en daartoe een kader in het leven roepen, ook op regionaal niveau, op het gebied van visa, grenscontrole, asiel en migratie.

2.

De samenwerking aangaande in lid 1 genoemde kwesties is gebaseerd op wederzijds overleg en nauwe coördinatie tussen de partijen, en omvat onder andere technische bijstand voor:

  • –. de uitwisseling van informatie over wetgeving en praktijken;
  • –. het opstellen van wetgeving;
  • –. grotere efficiëntie van de instellingen;
  • –. opleiding van personeel;
  • –. betrouwbaarheid van reisdocumenten en herkenning van valse documenten.
3.

De samenwerking is vooral gericht op:

  • –. met betrekking tot asiel: op de ontwikkeling en tenuitvoerlegging van nationale wetgeving opdat deze voldoet aan de normen van het Verdrag van Genève (1951) zodat gegarandeerd wordt dat niemand wordt teruggestuurd naar het land van vervolging (het principe van non-refoulement).
  • –. met betrekking tot legale migratie: op toelatingsregels en -rechten en de status van de toegelaten personen. Op het gebied van migratie komen de partijen overeen onderdanen van derde landen die legaal op hun grondgebied verblijven een billijke behandeling te geven, en een integratiebeleid te bevorderen dat deze onderdanen rechten en plichten geeft die vergelijkbaar zijn met die van hun staatsburgers.

De Stabilisatie- en Associatieraad kan andere onderwerpen voor samenwerking in het kader van dit artikel aanbevelen.

Artikel 76. Preventie van en controle op illegale immigratie; overname

1.

De partijen komen overeen samen te werken op het gebied van de preventie van en de controle op illegale immigratie. Hiertoe:

  • –. verbindt de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië zich ertoe haar onderdanen die illegaal aanwezig zijn op het grondgebied van een lidstaat op verzoek van deze lidstaat en zonder verdere formaliteiten over te nemen wanneer deze met zekerheid als zodanig zijn geïdentificeerd;
  • –. verbindt elke lidstaat van de Europese Unie zich ertoe haar onderdanen die illegaal aanwezig zijn op het grondgebied van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië op verzoek van deze lidstaat en zonder verdere formaliteiten over te nemen wanneer deze met zekerheid als zodanig zijn geïdentificeerd.

De lidstaten van de Europese Unie en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië verstrekken hun onderdanen passende identiteitsdocumenten en de administratieve faciliteiten die voor dit doel noodzakelijk zijn.

2.

De partijen komen overeen op verzoek een overeenkomst te sluiten tussen de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië en de Europese Gemeenschap waarbij specifieke verplichtingen voor de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië en voor de lidstaten van de Europese Unie worden geregeld voor overname, inclusief een verplichting voor de overname van onderdanen van andere landen en statenloze personen.

3.

In afwachting van de sluiting van de in lid 2 bedoelde overeenkomst met de Gemeenschap verbindt de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië zich ertoe op verzoek van een lidstaat bilaterale overeenkomsten te sluiten met individuele lidstaten van de Europese Unie waarbij specifieke verplichtingen voor overname tussen de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië en de betrokken lidstaat worden geregeld, inclusief een verplichting voor de overname van onderdanen van andere landen en statenloze personen.

4.

De Stabilisatie- en Associatieraad onderzoekt welke gezamenlijke inspanningen gedaan kunnen worden voor de preventie van en de controle op illegale immigratie, met inbegrip van mensenhandel.

Artikel 77. Bestrijding van het witwassen van geld

1.

De partijen zijn het erover eens dat alle mogelijke inspanningen en samenwerking geboden zijn om te voorkomen dat hun financiële stelsels worden misbruikt voor het witwassen van de opbrengsten van criminele activiteiten in het algemeen en drugsmisdrijven in het bijzonder.

2.

De samenwerking op dit gebied omvat administratieve en technische bijstand met het oog op de tenuitvoerlegging van voorschriften en de efficiënte werking van de passende normen en mechanismen ter voorkoming van het witwassen van geld die gelijkwaardig zijn aan die welke zijn vastgesteld door de Gemeenschap en internationale fora op dit gebied.

Artikel 78. Voorkoming en bestrijding van misdrijven en andere illegale activiteiten

1.

De partijen komen overeen samen te werken bij de voorkoming en bestrijding van al dan niet georganiseerde criminele en illegale activiteiten, zoals:

  • –. mensenhandel;
  • –. illegale economische activiteiten, en met name corruptie en illegale transacties waarbij goederen zoals industrieel afval, radioactief materiaal en illegale en namaakproducten betrokken zijn;
  • –. illegale handel in verdovende middelen en psychotrope stoffen;
  • –. smokkel;
  • –. illegale wapenhandel;
  • –. terrorisme.

Over de samenwerking aangaande voornoemde zaken zullen overleg en nauwe coördinatie tussen de partijen plaatsvinden.

2.

Tot de administratieve en technische bijstand op dit gebied kunnen behoren:

  • –. de opstelling van nationale wetgeving op het gebied van het strafrecht;
  • –. vergroting van de efficiëntie van de instellingen belast met het bestrijden en voorkomen van misdaad;
  • –. personeelsopleiding en de ontwikkeling van onderzoeksfaciliteiten;
  • –. het definiëren van maatregelen ter bestrijding van de misdaad.

Artikel 79. Samenwerking op het gebied van drugs

1.

Partijen werken in het kader van hun respectieve bevoegdheden samen om een evenwichtige en geïntegreerde benadering van de drugskwestie te garanderen. Beleid en activiteiten in verband met drugs zijn gericht op het terugdringen van de levering en de handel van en de vraag naar illegale drugs, en een effectievere controle op precursoren.

2.

De partijen komen overeen welke samenwerkingsmethoden nodig zijn om deze doelstellingen te bereiken. De activiteiten worden gebaseerd op gezamenlijk overeengekomen principes in overeenstemming met het drugsbeleid van de EU.

3.

De samenwerking tussen de partijen omvat technische en administratieve bijstand, met name op de volgende terreinen: opstelling van nationale wetgeving en nationaal beleid; oprichting van instellingen en informatiecentra; opleiding van personeel; onderzoek en de preventie van oneigenlijk gebruik van precursoren voor de illegale productie van drugs. De partijen kunnen overeenkomen de samenwerking tot andere terreinen uit te breiden.

TITEL VIII. SAMENWERKINGSBELEID

Artikel 80

1.

De Gemeenschap en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië gaan nauw samenwerken om de ontwikkeling en het groeipotentieel van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië te bevorderen. Die samenwerking versterkt de bestaande economische banden op een zo breed mogelijke basis, ten voordele van beide partijen.

2.

Beleid en andere maatregelen zijn erop gericht de economische en sociale ontwikkeling van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië tot stand te brengen. Daarbij dient ervoor te worden gezorgd dat de milieu-aspecten vanaf het begin volledig in het beleid worden geïntegreerd en moet er rekening worden gehouden met de eisen van een harmonische sociale ontwikkeling.

3.

Het samenwerkingsbeleid moet in een regionaal samenwerkingskader worden geïntegreerd. Bijzondere aandacht zal moeten worden geschonken aan maatregelen die de samenwerking tussen de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië en haar buurlanden, inclusief lidstaten, bevorderen en aldus een bijdrage leveren aan de regionale stabiliteit. De Stabilisatie- en Associatieraad kan prioriteiten vaststellen tussen en binnen onderstaande beleidsterreinen voor samenwerking.

Artikel 81. Economisch beleid

1.

De Gemeenschap en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië vergemakkelijken het proces van economische hervormingen door samenwerking die gericht is op het verkrijgen van een beter inzicht in de basisbeginselen van hun respectieve economieën en op het uitstippelen en ten uitvoer leggen van een economisch beleid in het kader van een markteconomie.

2.

Hiertoe zullen de Gemeenschap en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië als volgt samenwerken:

  • –. informatie uitwisselen over macro-economische prestaties en vooruitzichten en over ontwikkelingsstrategieën;
  • –. gezamenlijk economische kwesties van wederzijds belang analyseren, met inbegrip van de plannen voor een economisch beleid en de instrumenten voor de tenuitvoerlegging daarvan.
3.

Op verzoek van de autoriteiten van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië verstrekt de Gemeenschap technische bijstand ter ondersteuning van het streven van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië naar volledige convertibiliteit van de denar en de geleidelijke aanpassing van haar beleid aan het Europees Monetair Stelsel. De samenwerking op dit gebied omvat onder andere een informele uitwisseling van gegevens over de beginselen en het functioneren van het Europees Monetair Stelsel en het Europese Systeem van centrale banken.

Artikel 82. Statistische samenwerking

1.

De statistische samenwerking wordt gericht op de ontwikkeling van een efficiënt en duurzaam statistisch stelsel dat in staat is tijdig de betrouwbare, objectieve en nauwkeurige gegevens te leveren die nodig zijn om het overgangs- en hervormingsproces in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië te plannen en te volgen. Dit moet het nationale statistische systeem, dat wordt gecoördineerd door het centraal bureau voor de statistiek, in staat stellen beter aan de behoeften van zijn afnemers (overheid en particuliere sector) te voldoen. Het statistische stelsel moet voldoen aan de fundamentele beginselen van de statistiek die door de VN zijn uitgevaardigd en aan de vereisten van de Europese statistiekwetgeving, en het moet worden aangepast aan het acquis communautaire op statistisch gebied.

2.

Met het oog daarop kan de samenwerking vooral gericht zijn op het volgende:

  • –. de bevordering van de ontwikkeling van een efficiënte statistische dienst in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, op basis van een geschikt institutioneel kader;
  • –. de ontwikkeling en het onderhoud van de nationale capaciteit voor het vergaren, verwerken en verspreiden van statistische informatie van hoge kwaliteit waarbij moderne technologie op de meest efficiënte wijze wordt gebruikt;
  • –. de economische operatoren in de publieke en de particuliere sector en de onderzoeksgemeenschap te voorzien van passende juiste sociaal-economische gegevens om de hervormingen van de overheid te volgen;
  • –. het nationale statistische systeem in staat stellen de beginselen en normen van het statistisch systeem van de Gemeenschap over te nemen;
  • –. de vertrouwelijkheid van persoonsgegevens te garanderen.
3.

De samenwerking op dit gebied omvat, doch is niet beperkt tot, informatieverstrekking over methoden, deelname aan bepaalde werkgroepen van Eurostat en uitwisseling van statistische gegevens.

Artikel 83. Financiële diensten, banksector, verzekeringen

1.

De partijen werken samen om een passend kader te creëren en te ontwikkelen voor het stimuleren van het bank- en verzekeringswezen en van de financiële dienstverlening in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië.

De samenwerking is gericht op:

  • –. de invoering van een met de Europese normen verenigbaar boekhoudsysteem;
  • –. de versterking en herstructurering van het bank- en verzekeringswezen en van andere financiële sectoren;
  • –. de verbetering van het toezicht op en de reglementering van het bankwezen en andere financiële diensten;
  • –. de uitwisseling van informatie, in het bijzonder in verband met wetsvoorstellen;
  • –. de opstelling van vertalingen en terminologische glossaria.
2.

De partijen werken samen met het oog op de ontwikkeling in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië van efficiënte systemen op het gebied van boekhoudcontrole, gebaseerd op de geharmoniseerde communautaire methoden en procedures.

De samenwerking is vooral gericht op:

  • –. technische bijstand aan de rekenkamer van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië;
  • –. de oprichting van interne afdelingen voor boekhoudcontrole in overheidsinstanties;
  • –. de uitwisseling van informatie over boekhoudcontrolesystemen;
  • –. standaardisering van de documenten voor boekhoudcontroles;
  • –. opleiding en adviesverlening.

Artikel 84. Stimulering en bescherming van investeringen

1.

De samenwerking tussen de partijen is gericht op het tot stand brengen van een gunstig klimaat voor binnen- en buitenlandse particuliere investeringen.

2.

De samenwerking is in het bijzonder gericht op de volgende doelstellingen:

  • –. het in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië tot stand brengen van een juridisch kader ter bevordering en bescherming van investeringen;
  • –. het sluiten, waar nodig, van bilaterale overeenkomsten met de lidstaten ter bevordering en bescherming van investeringen;
  • –. de tenuitvoerlegging van passende regelingen voor de overmaking van kapitaal;
  • –. betere bescherming van investeringen.

Artikel 85. Industriële samenwerking

1.

De samenwerking is gericht op het bevorderen van de modernisering en de herstructurering van de industrie en van individuele sectoren in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië alsmede de industriële samenwerking tussen het bedrijfsleven aan beide zijden, in het bijzonder om de particuliere sector te versterken, waarbij de bescherming van het milieu gegarandeerd moet worden.

2.

De industriële-samenwerkingsinitiatieven weerspiegelen de door de partijen vastgestelde prioriteiten. Zij zullen rekening houden met de regionale aspecten van industriële ontwikkeling en, zo nodig, transnationale partnerschappen stimuleren. De initiatieven zullen in het bijzonder streven naar het creëren van een passend kader waarbinnen de ondernemingen kunnen functioneren, beter management, bevordering van de markten, de transparantie van de markten en het ondernemingsklimaat.

Artikel 86. Midden- en kleinbedrijf

De partijen streven ernaar de particuliere sector en het midden- en kleinbedrijf (MKB) te ontwikkelen en te versterken, nieuwe ondernemingen op te richten op terreinen met groeipotentieel en de samenwerking tussen het MKB in de Gemeenschap en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië te vergroten.

Artikel 87. Toerisme

De samenwerking op het gebied van toerisme is gericht op het vergemakkelijken en bevorderen van toerisme en de toeristische sector door kennisoverdracht, deelname van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië aan belangrijke Europese organisaties voor toerisme, en het bestuderen van de mogelijkheden voor gemeenschappelijke activiteiten, vooral projecten op het gebied van regionaal toerisme.

Artikel 88. Douane

1.

Het doel van de samenwerking is ervoor te zorgen dat alle op goedkeuring wachtende bepalingen betreffende het handelsverkeer worden nageleefd en dat het douanesysteem van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië aan dat van de Gemeenschap wordt aangepast, waardoor de in het kader van deze overeenkomst geplande stappen in de richting van liberalisering worden vergemakkelijkt.

2.

Deze samenwerking omvat met name:

  • –. uitwisseling van informatie, ook met betrekking tot onderzoeksmethoden;
  • –. ontwikkeling van grensoverschrijdende infrastructuur tussen de partijen;
  • –. mogelijke koppeling van het douanevervoersysteem van de Gemeenschap aan dat van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, alsmede overname en gebruik van het enig document;
  • –. vereenvoudiging van controles op en formaliteiten bij het goederenvervoer;
  • –. steun bij de invoering van moderne douane-informatiesystemen.
3.

Onverminderd de verdere bepalingen inzake samenwerking van deze Overeenkomst en in het bijzonder artikel 76, 77 en 78 vindt de wederzijdse bijstand tussen de administratieve autoriteiten op douanegebied van de partijen plaats overeenkomstig de bepalingen van Protocol 5.

Artikel 89. Belastingen

De partijen stellen samenwerking in op belastinggebied waaronder maatregelen voor de hervorming van het belastingstelsel, en de modernisering van de belastingdiensten om te zorgen voor efficiëntie bij het innen van belastingen, en de bestrijding van belastingfraude.

Artikel 90. Samenwerking op sociaal gebied

1.

Op het gebied van de werkgelegenheid heeft de samenwerking tussen de partijen voornamelijk betrekking op het verbeteren van de diensten voor arbeidsbemiddeling en loopbaanadvies, ondersteuningsmaatregelen en het stimuleren van de plaatselijke ontwikkeling om de herstructurering van industrie en arbeidsmarkt te begeleiden. De samenwerking vindt plaats in de vorm van studies, detachering van deskundigen, voorlichting en opleiding.

2.

Op het gebied van de sociale zekerheid is de samenwerking tussen de partijen gericht op het aanpassen van de socialezekerheidsstelsels in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië aan de nieuwe economische en sociale eisen, in hoofdzaak via de terbeschikkingstelling van deskundigen, voorlichting en opleiding.

3.

De samenwerking tussen partijen zal de aanpassing van de wetgeving in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië aangaande de arbeidsvoorwaarden en gelijke kansen voor mannen en vrouwen omvatten.

4.

Op het gebied van de gezondheid en de veiligheid is de samenwerking tussen de partijen erop gericht het peil van de bescherming van de gezondheid en de veiligheid van de werknemers te verbeteren, met als referentiepunt de mate van bescherming die in de Gemeenschap bestaat.

Artikel 91. Onderwijs en opleiding

1.

De partijen werken samen met het oog op het optrekken van het peil van het onderwijs en de academische kwalificaties in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, rekening houdend met de prioriteiten van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië.

2.

Het Tempus-programma zal bijdragen aan versterking van de samenwerking tussen de twee partijen op het gebied van onderwijs en opleiding, bevordering van de democratie, de rechtsstaat en economische hervorming.

3.

De Europese Stichting voor Opleiding zal eveneens bijdragen aan de verbetering van de opleidingsstructuren en -activiteiten in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië.

Artikel 92. Culturele samenwerking

De partijen verbinden zich ertoe de culturele samenwerking te bevorderen. Deze samenwerking beoogt ondermeer het wederzijds begrip en de wederzijdse achting tussen personen, gemeenschappen en mensen te vergroten.

Artikel 93. Informatie en communicatie

De Gemeenschap en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië zullen de maatregelen nemen die nodig zijn om de onderlinge uitwisseling van informatie te stimuleren. Prioriteit wordt verleend aan programma's die basisinformatie over de Gemeenschap verstrekken aan het algemene publiek en meer gespecialiseerde informatie aan professionele doelgroepen in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië.

Artikel 94. Samenwerking op audiovisueel gebied

De partijen werken samen aan de bevordering van de audiovisuele industrie in Europa en stimuleren coproducties voor film en televisie.

De partijen coördineren en, waar nodig, harmoniseren hun beleid inzake de regelgeving met betrekking tot inhoudelijke aspecten van grensoverschrijdende uitzendingen, waarbij bijzondere aandacht wordt besteed aan gebieden die verband houden met de verwerving van intellectuele-eigendomsrechten voor satelliet- of kabeluitzendingen.

Artikel 95. Elektronische communicatie-infrastructuur en aanverwante diensten

De partijen versterken de samenwerking op het gebied van elektronische communicatie-infrastructuur, met inbegrip van klassieke telecommunicatienetwerken en de relevante elektronische netwerken voor audiovisuele overdracht, en de geassocieerde diensten, met als doel de uiteindelijke aanpassing aan het acquis door de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, een jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst.

Deze activiteiten worden toegespitst op de volgende prioritaire terreinen:

  • –. beleidsontwikkeling;
  • –. wettelijke aspecten en aspecten van de reglementering;
  • –. institutionele opbouw ter ondersteuning van een geliberaliseerd klimaat;
  • –. de modernisering van het elektronische infrastructuur van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië en de integratie ervan in de Europese en wereldwijde netwerken waarbij vooral de verbeteringen op regionaal niveau aandacht krijgen;
  • –. internationale samenwerking;
  • –. samenwerking binnen Europese structuren, in het bijzonder op het gebied van standaardisering;
  • –. coördinatie van standpunten in internationale organisaties en fora.

Artikel 96. Informatiemaatschappij

De partijen spreken af de samenwerking te intensiveren om de informatiemaatschappij in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië verder te ontwikkelen. Algemene doelstellingen zijn: voorbereiding van de maatschappij als geheel op het digitale tijdperk, het aantrekken van investeringen en de interoperabiliteit van netwerken en diensten.

De autoriteiten van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië evalueren met hulp van de Gemeenschap zorgvuldig alle politieke verbintenissen die in de Europese Unie worden aangegaan met het doel haar beleid aan dat van de Unie aan te passen. De autoriteiten van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië stellen een plan op voor de overname van de communautaire wetgeving op het gebied van de informatiemaatschappij.

Artikel 97. Consumentenbescherming

De partijen zullen samenwerken om de normen van de consumentenbescherming in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië aan te passen aan die van de Gemeenschap. Een effectieve consumentenbescherming is noodzakelijk voor een goed functionerende markteconomie, en deze bescherming is afhankelijk van de ontwikkeling van administratieve infrastructuren voor markttoezicht en wetshandhaving.

Daartoe en ter behartiging van hun gemeenschappelijke belangen zullen partijen zorgen voor:

  • –. de harmonisatie van de wetgeving en de aanpassing van de consumentenbescherming in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië aan die van de Gemeenschap;
  • –. een beleid gericht op actieve bescherming van de consument, betere voorlichting en het opzetten van onafhankelijke organisaties;
  • –. efficiënte wettelijke bescherming van de consument teneinde de kwaliteit van verbruiksgoederen te verbeteren en passende veiligheidsnormen in stand te houden.

Artikel 98. Vervoer

1.

In aanvulling op de overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië zullen de partijen de samenwerking op vervoergebied ontwikkelen en versterken teneinde de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië in staat te stellen om:

  • –. het vervoer te herstructureren en te moderniseren;
  • –. het verkeer van personen en goederen en de toegang tot de vervoermarkt te verbeteren door het wegwerken van administratieve, technische en andere belemmeringen;
  • –. bedrijfsnormen tot stand brengen die vergelijkbaar zijn met die in de Gemeenschap;
  • –. een vervoerstelsel te ontwikkelen dat verenigbaar en vergelijkbaar is met dat van de Gemeenschap;
  • –. betere milieubescherming in verband met vervoer, minder schadelijke effecten en vervuiling.
2.

De volgende gebieden zijn prioritair:

  • –. de ontwikkeling van weg-, spoorweg-, haven- en luchthaveninfrastructuur en andere belangrijke routes van gemeenschappelijk belang en trans- en pan-Europese verkeersassen;
  • –. het beheer van spoorwegen en luchthavens, samenwerking tussen de relevante nationale autoriteiten;
  • –. het wegvervoer, waaronder fiscale, sociale en milieu-aspecten;
  • –. het gecombineerde rail-wegvervoer;
  • –. de harmonisatie van internationale vervoerstatistieken;
  • –. de modernisering van technische vervoersinstallaties overeenkomstig communautaire normen, bijstand bij het verkrijgen van financiering daarvoor, vooral voor het rail-wegvervoer, het multimodaal vervoer en de overslag;
  • –. de bevordering van gezamenlijke technologische en onderzoeksprogramma's;
  • –. het opzetten van een samenhangend vervoerbeleid dat verenigbaar is met dat van de Gemeenschap.

Artikel 99. Energie

1.

De samenwerking gaat uit van de beginselen van de markteconomie en het Verdrag inzake het Europees Energiehandvest en is gericht op de geleidelijke integratie van de Europese energiemarken.

2.

Deze samenwerking omvat met name:

  • –. formulering en planning van het energiebeleid, modernisering van de infrastructuur, verbetering en diversificatie van de voorziening, de verbetering van de toegang tot de energiemarkt, inclusief vergemakkelijking van de doorvoer;
  • –. beheer en opleiding in de energiesector, de overdracht van technologie en know-how;
  • –. de bevordering van energiebesparing en een efficiënt energiegebruik, duurzame energie en onderzoek naar de milieu-effecten van energieproductie en -verbruik;
  • –. het uitstippelen van kadervoorwaarden voor de herstructurering van energiebedrijven en samenwerking tussen bedrijven in de sector.

Artikel 100. De landbouw en de agro-industriële sector

De samenwerking op dit terrein is gericht op de modernisering van de landbouw en de agro-industriële sector, waterbeheer, plattelandsontwikkeling, de geleidelijke harmonisatie van de wetgeving op sanitair en fytosanitair gebied aan de communautaire normen, en de ontwikkeling van de visserij en de bosbouw in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië.

Artikel 101. Regionale en plaatselijke ontwikkeling

De partijen versterken hun regionale ontwikkelingssamenwerking om bij te dragen aan de economische ontwikkeling en de regionale verschillen te verkleinen.

Specifieke aandacht wordt besteed aan grensoverschrijdende, transnationale en interregionale samenwerking. Daartoe kunnen deskundigen en informatie worden uitgewisseld.

Artikel 102. Samenwerking op het gebied van onderzoek en technologische ontwikkeling

1.

De partijen bevorderen de bilaterale samenwerking op het gebied van civiel wetenschappelijk onderzoek en technologische ontwikkeling (OTO) op basis van het wederzijdse voordeel daarvan, en met inachtneming van de omvang van de beschikbare middelen, van de nodige toegankelijkheid van hun respectieve programma's en van de passende regelingen voor een doeltreffende bescherming van de intellectuele, industriële en commerciële eigendomsrechten (IER).

2.

De samenwerking op het gebied van wetenschappen en technologie heeft betrekking op:

  • –. de uitwisseling van wetenschappelijke en technische informatie;
  • –. organisatie van gezamenlijke wetenschappelijke bijeenkomsten;
  • –. gezamenlijke OTO-activiteiten;
  • –. opleidingsactiviteiten en programma's ter bevordering van de mobiliteit ten behoeve van aan beide zijden bij OTO betrokken wetenschappers, onderzoekers en technici.
3.

Deze samenwerking wordt ten uitvoer gelegd via afzonderlijke akkoorden waarvoor de onderhandelingen en de sluiting verlopen overeenkomstig de door elke partij vastgestelde procedures en waarin onder andere de passende IER-bepalingen worden opgenomen.

Artikel 103. Milieu en nucleaire veiligheid

1.

De partijen ontwikkelen en versterken hun samenwerking bij de essentiële taak om de achteruitgang van het milieu te bestrijden en een duurzaam milieubeleid te steunen.

2.

De samenwerking kan op de volgende prioriteiten worden toegespitst:

  • –. bestrijding van lokale, regionale en grensoverschrijdende vervuiling (lucht, waterkwaliteit, de behandeling van afvalwater vervuiling drinkwater) en het instellen van efficiënte controle;
  • –. de ontwikkeling van strategieën ten aanzien van wereldwijde en klimatologische problemen;
  • –. efficiënte, duurzame en schone energieproductie en -verbruik, de veiligheid van industriële installaties;
  • –. classificatie van en veilige omgang met chemische producten;
  • –. het verminderen, recycleren en veilig verwijderen van afval en de tenuitvoerlegging van het Verdrag van Bazel van 1989 inzake de beheersing van de grensoverschrijdende overbrenging van gevaarlijke afvalstoffen en de verwijdering ervan;
  • –. de milieu-effecten van de landbouw; bodemerosie en verontreiniging door landbouwchemicaliën;
  • –. de bescherming van bossen, flora en fauna; behoud van biodiversiteit;
  • –. ruimtelijke ordening, met inbegrip van bouw- en stadsplanning;
  • –. milieu-effectbeoordeling en strategische milieubeoordeling;
  • –. voortdurende harmonisatie van wetgeving en reglementering aan communautaire normen;
  • –. internationale milieuverdragen waarbij de Gemeenschap partij is;
  • –. samenwerking in regionaal verband en in het kader van het Europees Milieu-agentschap;
  • –. onderwijs, voorlichting, bewustmaking over milieukwesties.
3.

De samenwerking heeft ook tot doel te zorgen voor de bescherming van mensen, dieren, eigendommen en het milieu tegen natuurrampen en door de mens veroorzaakte rampen. Hiertoe kan de samenwerking de volgende terreinen bestrijken:

  • –. uitwisseling van resultaten van wetenschappelijke en onderzoeksprojecten;
  • –. wederzijdse oplettendheid en tijdige kennisgeving van en waarschuwing voor gevaren en rampen en hun gevolgen;
  • –. reddings- en hulpverleningssystemen in geval van rampen;
  • –. uitwisseling van ervaring op het gebied van rehabilitatie en wederopbouw na rampen.
4.

De samenwerking op het gebied van de nucleaire veiligheid kan de volgende terreinen bestrijken:

  • –. verbetering van de wetten en regelgeving van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië over nucleaire veiligheid en versterking van de toezichthoudende instanties en hun middelen;
  • –. stralingsbescherming, inclusief de meting van de straling in het milieu;
  • –. beheer van radioactief afval: de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië zegt toe de Stabilisatie- en Associatieraad te informeren over elk voornemen om radioactief afval te importeren of op te slaan;
  • –. actieve stimulering van overeenkomsten tussen de EU-lidstaten, of EURATOM, en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië over vroegtijdige kennisgeving bij nucleaire ongevallen en waar nodig over nucleaire veiligheidskwesties in het algemeen;
  • –. versterking van het toezicht op en de controle van het vervoer van radioactief verontreinigde stoffen.

TITEL IX. FINANCIËLE SAMENWERKING

Artikel 104

Met het oog op de verwezenlijking van de doelstellingen van deze Overeenkomst en in overeenstemming met de artikelen 3, 108 en 109 komt de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië in aanmerking voor financiële steun van de Gemeenschap in de vorm subsidies en leningen, waaronder leningen van de Europese Investeringsbank.

Artikel 105

Financiële bijstand in de vorm van subsidies wordt gedekt door de operationele maatregelen waarin de relevante Verordening van de Raad voorziet binnen een indicatief meerjaren-kader dat door de Gemeenschap wordt opgesteld na overleg met de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië.

In het algemeen draagt de bijstand in de vorm van institutionele versterking bij tot de democratische, economische en institutionele hervormingen in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, in overeenstemming met het stabilisatie- en associatieproces. De financiële bijstand kan alle terreinen van de harmonisatie van wetgeving en beleid samenwerking van deze overeenkomst bestrijken, waaronder justitie en binnenlandse zaken.

De volledige uitvoering van de in de vervoerovereenkomst vastgestelde infrastructuurprojecten van gemeenschappelijk belang moet worden overwogen.

Artikel 106

De Gemeenschap kan op verzoek van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, in het geval van bijzondere nood, in overleg met de internationale financiële instellingen, de mogelijkheid onderzoeken van het verlenen, bij wijze van uitzondering, van macrofinanciële bijstand, op bepaalde voorwaarden met inachtneming van de beschikbaarheid van alle ter beschikking staande financiële middelen.

Artikel 107

Om optimaal profijt te kunnen trekken uit de beschikbare middelen zorgen partijen ervoor dat de bijdragen van de Gemeenschap worden toegekend in nauwe coördinatie met die uit andere financieringsbronnen, zoals de lidstaten, andere landen en internationale financiële instellingen.

Hiertoe wisselen de partijen geregeld informatie uit over alle soorten bijstand.

TITEL X. INSTITUTIONELE, ALGEMENE EN SLOTBEPALINGEN

Artikel 108

Hierbij wordt een Stabilisatie- en Associatieraad opgericht, die toezicht houdt op de toepassing en de tenuitvoerlegging van de overeenkomst. De Raad komt op passend niveau bijeen met regelmatige tussenpozen en wanneer de omstandigheden dat vereisen. De Raad behandelt alle belangrijke vraagstukken die zich in het kader van de overeenkomst voordoen, en alle andere, bilaterale of internationale vraagstukken van gemeenschappelijk belang.

Artikel 109

1.

De Stabilisatie- en Associatieraad bestaat uit leden van de Raad van de Europese Unie en leden van de Commissie van de Europese Gemeenschappen, enerzijds, en uit leden van de regering van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, anderzijds.

2.

De Stabilisatie- en Associatieraad stelt zijn eigen reglement van orde vast.

3.

De leden van de Stabilisatie- en Associatieraad mogen regelingen treffen om zich te doen vertegenwoordigen, overeenkomstig de daartoe in het reglement van orde vast te leggen voorwaarden.

4.

De Stabilisatie- en Associatieraad wordt beurtelings voorgezeten door een vertegenwoordiger van de Europese Gemeenschap en door een vertegenwoordiger van de regering van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, overeenkomstig de in zijn reglement van orde neer te leggen bepalingen.

5.

De Europese Investeringsbank neemt voor aangelegenheden die onder haar bevoegdheid vallen als waarnemer deel aan de werkzaamheden van de Stabilisatie- en Associatieraad.

Artikel 110

Om de doelstellingen van de overeenkomst te bereiken, krijgt de Stabilisatie- en Associatieraad de bevoegdheid besluiten te nemen binnen de toepassingssfeer van deze overeenkomst voor de in de overeenkomst vermelde gevallen. Zijn besluiten zijn bindend voor de partijen, die de nodige maatregelen treffen voor de uitvoering ervan. Bij het nemen van een besluit over de overgang naar de tweede fase, volgens de bepalingen van artikel 5, kan de Stabilisatie- en Associatieraad ook besluiten nemen over eventuele inhoudelijke veranderingen in de bepalingen die gelden voor de tweede fase.

In zijn reglement van orde bepaalt de Stabilisatie- en Associatieraad de taken van het Stabilisatie- en Associatiecomité, waaronder de voorbereiding van de vergaderingen van de Stabilisatie- en Associatieraad, en stelt hij de werkwijze van dit comité vast.

De Stabilisatie- en Associatieraad mag ongeacht welke van zijn bevoegdheden aan het Stabilisatie- en Associatiecomité delegeren. In dat geval neemt het Stabilisatie- en Associatiecomité zijn beslissingen volgens de voorwaarden van dit artikel.

De Stabilisatie- en Associatieraad mag ook passende aanbevelingen doen.

De besluiten en aanbevelingen van de Associatieraad worden vastgesteld in onderlinge overeenstemming tussen partijen.

Artikel 111

Elk van de partijen mag ieder geschil dat verband houdt met de toepassing of de interpretatie van deze overeenkomst aan de Stabilisatie- en Associatieraad voorleggen. De Stabilisatie- en Associatieraad kan het geschil door middel van een bindend besluit beslechten.

Artikel 112

De Stabilisatie- en Associatieraad wordt bij de vervulling van zijn taken bijgestaan door een Stabilisatie- en Associatiecomité, bestaande uit vertegenwoordigers van de Raad van de Europese Unie en van vertegenwoordigers van de Commissie van de Europese Gemeenschappen enerzijds, en uit vertegenwoordigers van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië anderzijds.

Artikel 113

De Stabilisatie- en Associatieraad kan subcomités oprichten. Het in het kader van de vervoerovereenkomst opgerichte vervoercomité zal het Stabilisatie- en Associatiecomité terzijde staan.

Artikel 114

Er wordt een Parlementair Stabilisatie- en Associatiecomité opgericht. Dit zal als forum dienen waar leden van het Parlement van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië en het Europees Parlement elkander kunnen ontmoeten en met elkander van gedachten kunnen wisselen. Het Comité komt met door hem zelf te bepalen tussenpozen bijeen.

Het Parlementair Stabilisatie- en Associatiecomité bestaat uit leden van het Europees Parlement enerzijds, en uit leden van het Parlement van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië anderzijds.

Het Parlementaire Stabilisatie- en Associatiecomité stelt zijn reglement van orde vast.

Het Parlementair Stabilisatie- en Associatiecomité wordt beurtelings voorgezeten door het Europees Parlement en het parlement van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, overeenkomstig de in zijn reglement van orde neer te leggen bepalingen.

Artikel 115

Binnen het toepassingsgebied van deze Overeenkomst beijvert elk van beide partijen zich om ervoor te zorgen dat natuurlijke personen en rechtspersonen van de andere partij, zonder discriminatie ten opzichte van haar eigen onderdanen, toegang krijgen tot de ter zake bevoegde gerechtelijke instanties en administratieve lichamen van de partijen, ter verdediging van hun individuele rechten en hun eigendomsrechten.

Artikel 116

Niets in de Overeenkomst belet een partij maatregelen te nemen:

  • a. die zij nodig acht om de onthulling van informatie die tegen haar vitale veiligheidsbelangen indruist, te beletten;
  • b. die verband houden met de productie van of de handel in wapens, munitie of oorlogsmateriaal of met onderzoek, ontwikkeling of productie die absoluut vereist zijn voor defensiedoeleinden, mits deze maatregelen geen afbreuk doen aan de concurrentievoorwaarden voor producten die niet voor specifiek militaire doeleinden bestemd zijn;
  • c. die zij van vitaal belang voor haar eigen veiligheid acht, in geval van ernstige binnenlandse problemen die de openbare orde bedreigen, in tijden van oorlog of ernstige internationale spanningen die een oorlogsdreiging inhouden, of om verplichtingen na te komen die zij voor de bewaring van de vrede en de internationale veiligheid heeft aangegaan.

Artikel 117

1.

Voor de door de overeenkomst bestreken terreinen en onverminderd eventueel in de overeenkomst neergelegde bijzondere bepalingen geldt het volgende:

  • –. de regelingen die de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië ten opzichte van de Gemeenschap toepast zullen geen aanleiding geven tot discriminatie tussen de lidstaten, hun onderdanen dan wel hun bedrijven of firma's;
  • –. de regelingen die de Gemeenschap ten opzichte van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië toepast zullen geen aanleiding geven tot discriminatie tussen de onderdanen van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië dan wel haar bedrijven of firma's.
2.

Het bepaalde in lid 1 doet geen afbreuk aan het recht van de partijen om de terzake doende bepalingen van hun belastingwetgeving toe te passen op belastingplichtigen die niet in identieke situaties verkeren ten aanzien van hun woonplaats.

Artikel 118

1.

De partijen treffen alle algemene of specifieke maatregelen die vereist zijn om aan hun verplichtingen krachtens de overeenkomst te voldoen. Zij zien erop toe dat de in de overeenkomst genoemde doelstellingen worden verwezenlijkt.

2.

Indien één van de partijen van mening is dat de andere partij een verplichting die uit de overeenkomst voortvloeit niet is nagekomen, kan zij passende maatregelen treffen. Alvorens dit te doen, behalve in speciaal dringende gevallen, verstrekt zij de Stabilisatie- en Associatieraad alle ter zake doende informatie die nodig is voor een grondig onderzoek van de situatie, om een voor de partijen aanvaardbare oplossing te vinden.

Bij de keuze van de maatregelen moet voorrang worden gegeven aan die welke de goede werking van de Overeenkomst het minst verstoren. Deze maatregelen worden onmiddellijk ter kennis van de Stabilisatie- en Associatieraad gebracht; op verzoek van de andere partij wordt daaromtrent in de Stabilisatie- en Associatieraad overleg gepleegd.

Artikel 119

De partijen komen overeen op verzoek van elk van de partijen onmiddellijk overleg te plegen via passende kanalen om kwesties met betrekking tot de interpretatie of tenuitvoerlegging van deze Overeenkomst en andere relevante aspecten van de betrekkingen tussen de partijen te bespreken.

De bepalingen van dit artikel hebben geen invloed op en gelden onverminderd de artikelen 30, 37, 38 en 42.

Artikel 120

Totdat krachtens deze overeenkomst gelijkwaardige rechten zijn verworven voor personen en ondernemers, doet de overeenkomst geen afbreuk aan de rechten die hun worden verleend bij bestaande, bindende overeenkomsten tussen een of meer lidstaten, enerzijds, en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, anderzijds.

Artikel 121

De Protocollen 1, 2, 3, 4, en 5 en de bijlagen I tot en met VII vormen een integrerend onderdeel van de overeenkomst.

Artikel 122

De overeenkomst wordt voor onbepaalde tijd gesloten.

Elk van beide partijen kan deze overeenkomst door kennisgeving aan de andere partij opzeggen. De overeenkomst verstrijkt zes maanden na de datum van genoemde kennisgeving.

Artikel 123

Voor de toepassing van deze overeenkomst wordt onder „partijen” verstaan de Gemeenschap, of haar lidstaten, of de Gemeenschap en haar lidstaten, in overeenstemming met hun respectieve bevoegdheden, enerzijds, en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, anderzijds.

Artikel 124

De overeenkomst is van toepassing, enerzijds, op de gebieden waar de Verdragen tot oprichting van de Europese Gemeenschap, de Europese Gemeenschap voor Atoomenergie en de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal van toepassing zijn en onder de in die Verdragen neergelegde voorwaarden en, anderzijds, op het grondgebied van de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië.

Artikel 125

De secretaris-generaal van de Raad van de Europese Unie is de depositaris van deze overeenkomst.

Artikel 126

Deze Overeenkomst is opgesteld in tweevoud in elk van de officiële talen van de partijen, zijnde alle teksten gelijkelijk authentiek.

Artikel 127

De overeenkomst wordt door de partijen volgens hun eigen procedures goedgekeurd.

De overeenkomst treedt in werking op de eerste dag van de tweede maand volgende op de dag waarop de overeenkomstsluitende partijen elkander kennisgeving doen van het feit dat de in de eerste alinea bedoelde procedures zijn voltooid.

Bij haar inwerkingtreding vervangt deze overeenkomst de samenwerkingsovereenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië die op 29 april 1997 door middel van een briefwisseling werd ondertekend.

Artikel 128. Interimovereenkomst

De partijen komen overeen dat indien, in afwachting van de voltooiing van de procedures die nodig zijn voor de inwerkingtreding van deze overeenkomst, de bepalingen van bepaalde gedeelten van deze overeenkomst, met name die met betrekking tot het vrije verkeer van goederen, door middel van een interimovereenkomst tussen de Gemeenschap en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië tot uitvoering worden gebracht, in dergelijke omstandigheden voor de toepassing van titel IV, de artikelen 69, 70 en 71, van deze overeenkomst en van de Protocollen 1 tot en met 5 daarbij, onder „datum van inwerkingtreding van deze overeenkomst” wordt verstaan: de datum van inwerkingtreding van de interimovereenkomst voor wat betreft de verplichtingen die in deze artikelen en protocollen zijn opgenomen.

Artikel 1

Dit Protocol heeft betrekking op textiel en kledingproducten (hierna „textielproducten” genoemd) die zijn vermeld in Afdeling XI (Hoofdstuk 50 tot en met 63) van de gecombineerde nomenclatuur van de Gemeenschap.

Artikel 2

1.

De in Afdeling XI (Hoofdstuk 50 tot en met 63) van de gecombineerde nomenclatuur vermelde textielproducten van oorsprong uit de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië in de zin van Protocol 4 bij deze Overeenkomst zijn vanaf de dag van inwerkingtreding van deze Overeenkomst bij binnenkomst in de Gemeenschap van douanerechten vrijgesteld.

2.

De rechten die van toepassing zijn op de onder Afdeling XI (Hoofdstuk 50 tot en met 63) van de gecombineerde nomenclatuur vallende producten van oorsprong uit de Gemeenschap, in de zin van Protocol 4 van deze Overeenkomst, die rechtstreeks in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië worden ingevoerd, vervallen op de dag van inwerkingtreding van de Overeenkomst, met uitzondering van de rechten die van toepassing zijn op de in Bijlage I bij dit Protocol bedoelde producten die op de daarin vermelde wijze geleidelijk worden verminderd.

3.

Onder voorbehoud van het bepaalde in dit Protocol zijn de bepalingen van de Overeenkomst, en met name de artikelen 19 en 34 van de Overeenkomst van toepassing op de handel in textielproducten tussen partijen.

Artikel 3

De dubbele controle en andere verwante kwesties betreffende de uitvoer van textielproducten uit de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië naar de Gemeenschap en vanuit de Gemeenschap naar de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië zijn onderworpen aan de bepalingen van de verlengde Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië inzake de handel in textielproducten die sinds 1 januari 2000 wordt toegepast.

Artikel 4

Vanaf de inwerkingtreding van deze Overeenkomst worden geen nieuwe kwantitatieve beperkingen of maatregelen van gelijke werking ingesteld, tenzij dit op grond van bovengenoemde overeenkomst en de daarbij behorende protocollen is toegestaan.

Artikel 1

Dit protocol is van toepassing op de producten die zijn vermeld in Hoofdstuk 72 van het gemeenschappelijk douanetarief. Het is eveneens van toepassing op andere onder dit hoofdstuk vallende eindproducten van staal die in de toekomst uit de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië van oorsprong kunnen zijn.

Artikel 2

Douanerechten die bij invoer in de Gemeenschap van toepassing zijn op staalproducten van oorsprong uit de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië worden bij de inwerkingtreding van de overeenkomst afgeschaft.

Artikel 3

Douanerechten die bij invoer in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië van toepassing zijn op staalproducten van oorsprong uit de Gemeenschap worden volgens onderstaand tijdschema geleidelijk afgeschaft:

  • –. aan het begin van het eerste jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst wordt elk recht verlaagd tot 80% van het basisrecht;
  • –. de rechten worden verminderd tot 60%, 40%, 20% en 0% van het basisrecht aan het begin van respectievelijk het tweede, derde, vierde en vijfde jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst.

Artikel 4

1.

Kwantitatieve beperkingen op de invoer in de Gemeenschap van staalproducten van oorsprong uit de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië alsook maatregelen van gelijke werking worden op de dag van inwerkingtreding van de overeenkomst opgeheven.

2.

Kwantitatieve beperkingen op de invoer in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië van staalproducten van oorsprong uit de Gemeenschap alsook maatregelen van gelijke werking worden op de dag van inwerkingtreding van de overeenkomst opgeheven.

Artikel 5

1.

In verband met het bepaalde in artikel 69 van de overeenkomst erkennen de partijen dat het noodzakelijk en urgent is dat elke partij terstond maatregelen neemt om eventuele structurele zwakheden van haar staalsector te verhelpen ter waarborging van het algemene concurrentievermogen van haar industrie. De Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië stelt daarom binnen twee jaar een herstructurerings- en omschakelingsprogramma voor haar staalindustrie op om ervoor te zorgen dat deze industrie op normale marktvoorwaarden kan voortbestaan. De Gemeenschap zal de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië op verzoek technische bijstand verlenen om dit doel te bereiken.

2.

In verband met het bepaalde in artikel 69 van de overeenkomst worden voorts alle praktijken die strijdig zijn met dit artikel beoordeeld op grond van specifieke criteria die voortvloeien uit de toepassing van de wetgeving van de Gemeenschap inzake overheidssteun, met inbegrip van de afgeleide wetgeving, en van bijzondere voorschriften inzake het toezicht op overheidssteun die na het vervallen van het EGKS-Verdrag op de staalsector van toepassing zijn.

3.

Voor de toepassing van lid 1, onder iii) van artikel 69 van de overeenkomst op staalproducten, erkent de Gemeenschap dat de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië gedurende vijf jaar na de inwerkingtreding van de overeenkomst bij wijze van uitzondering overheidssteun voor herstructureringsdoeleinden kan verlenen, mits:

  • –. de steun ertoe leidt dat de begunstigde ondernemingen aan het einde van de herstructureringsperiode op normale marktvoorwaarden kan voortbestaan;
  • –. het bedrag en de intensiteit van de steun strikt beperkt zijn tot hetgeen voor het herstel van een normaal voortbestaan absoluut noodzakelijk is, en dat deze geleidelijk worden verminderd; en mits
  • –. het herstructureringsprogramma aan een algemene rationalisatie en een capaciteitsvermindering in de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië is gekoppeld.
4.

Elke partij ziet toe op een volledige doorzichtigheid van de tenuitvoerlegging van het noodzakelijke herstructurerings- en omschakelingsprogramma door de andere partij voortdurend volledig in te lichten, waarbij met name gegevens worden medegedeeld over het herstructureringsplan en de bedragen, de intensiteit en het doel van de overheidssteun die op grond van de leden 2 en 3 van dit artikel wordt verleend.

5.

De Stabilisatie- en Associatieraad houdt toezicht op de naleving van het bepaalde in de leden 1 tot en met 4.

6.

Indien een partij van oordeel is dat een praktijk van de andere partij met dit artikel in strijd is, en indien die praktijk nadelig is of dreigt te zijn voor de belangen van de eerste partij of indien de binnenlandse industrie van die partij aanmerkelijke schade ondervindt of dreigt te ondervinden, kan deze partij de nodige maatregelen nemen na raadpleging van de in artikel 8 genoemde contactgroep of dertig werkdagen nadat om deze raadpleging is verzocht.

Artikel 6

De artikelen 19, 20 en 34 van de overeenkomst zijn van toepassing op de handel in staalproducten tussen de partijen.

Artikel 7

Vervallen

Artikel 8

De partijen komen overeen dat een van de door de Stabilisatie- en Associatieraad op te richten speciale organen een contactgroep zal zijn die kwesties in verband met de toepassing van dit protocol zal bespreken.

Artikel 1

1.

De Gemeenschap en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië passen op verwerkte landbouwproducten de in Bijlagen I, II en III vermelde rechten toe in overeenstemming met de daarin vermelde voorwaarden, ongeacht of deze door contingenten worden beperkt.

2.

De Stabilisatie- en Associatieraad kan:

  • –. de lijst van de onder dit protocol vallende verwerkte landbouwproducten uitbreiden;
  • –. de in de bijlagen I en II vermelde rechten wijzigen;
  • –. de tariefcontingenten verhogen of afschaffen.
3.

De Stabilisatie- en Associatieraad kan de bij dit protocol vastgestelde rechten vervangen door een stelsel, vastgesteld op basis van de respectieve marktprijzen van de Gemeenschap en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië voor landbouwproducten die daadwerkelijk bij de vervaardiging van de onder dit protocol vallende verwerkte landbouwproducten zijn gebruikt. De Raad stelt de lijst op van de goederen waarop deze bedragen van toepassing zijn, die tevens de lijst van basisproducten is, en stelt te dien einde de algemene uitvoeringsbepalingen vast.

Artikel 2

De overeenkomstig artikel 1 toegepaste rechten kunnen bij besluit van de Stabilisatie- en Associatieraad worden verlaagd:

  • –. wanneer in de handel tussen de Gemeenschap en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië de op basislandbouwproducten toegepaste rechten worden verlaagd, of
  • –. in aansluiting op verlagingen die het gevolg zijn van wederzijdse concessies met betrekking tot verwerkte landbouwproducten.

De onder het eerste streepje bedoelde verlagingen worden berekend op het deel van het recht, aangemerkt als landbouwelement, dat overeenstemt met de landbouwproducten die daadwerkelijk bij de vervaardiging van de bedoelde verwerkte landbouwproducten zijn gebruikt en in mindering zijn gebracht op de voor die basislandbouwproducten geldende rechten.

Artikel 3

De Gemeenschap en de Voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië stellen elkaar in kennis van de administratieve regelingen die zijn vastgesteld voor de onder dit protocol vallende producten. Deze regelingen dienen een gelijke behandeling van alle betrokken partijen te waarborgen en dienen zo eenvoudig en soepel mogelijk te zijn.

TITEL I. ALGEMENE BEPALINGEN

Artikel 1. Definities

Voor de toepassing van dit protocol wordt verstaan onder:

  • a. „vervaardiging”: elke soort be- of verwerking, met inbegrip van assemblage of speciale behandelingen;
  • b. „materiaal”: alle ingrediënten, grondstoffen, componenten, delen en dergelijke die bij de vervaardiging van het product worden gebruikt;
  • c. „product”: het verkregen product, ook indien dit bestemd is om later bij de vervaardiging van een ander product te worden gebruikt;
  • d. „goederen”: zowel materialen als producten;
  • f. „prijs af fabriek”: de prijs die voor het product af fabriek is betaald aan de fabrikant in de Gemeenschap of de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië in wiens bedrijf de laatste be- of verwerking is verricht, voor zover in die prijs de waarde is begrepen van alle gebruikte materialen, verminderd met alle binnenlandse belastingen die worden of kunnen worden terugbetaald wanneer het verkregen product wordt uitgevoerd;
  • g. „waarde van de materialen”: de douanewaarde ten tijde van de invoer van de gebruikte materialen die niet van oorsprong zijn of, indien deze niet bekend is en niet kan worden vastgesteld, de eerste controleerbare prijs die voor de materialen in de Gemeenschap of de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië is betaald;
  • h. „waarde van de materialen van oorsprong”: de waarde van deze materialen als omschreven onder g), welke omschrijving van dienovereenkomstige toepassing is;
  • i. „toegevoegde waarde”: de prijs af fabriek verminderd met de douanewaarde van alle gebruikte materialen van oorsprong uit de andere in de artikelen 3 en 4 genoemde landen of, indien de douanewaarde niet bekend is of niet kan worden vastgesteld, de eerste verifieerbare prijs die in de Gemeenschap of in de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië voor deze materialen werd betaald;
  • j. „hoofdstukken” en „posten”: de hoofdstukken en posten (viercijfercodes) van de nomenclatuur die het geharmoniseerde systeem inzake de omschrijving en codering van goederen vormt, in dit protocol „het geharmoniseerde systeem” of „GS” genoemd;
  • k. „ingedeeld”: de indeling van een product of materiaal onder een bepaalde post;
  • l. „zending”: producten die gelijktijdig van één exporteur naar één geadresseerde worden verzonden of vergezeld gaan van één vervoersdocument dat de verzending van de exporteur naar de geadresseerde dekt, of bij gebreke daarvan, één factuur;
  • m. „gebieden”: ook de territoriale wateren.

TITEL II. DEFINITIE VAN HET BEGRIP „PRODUCTEN VAN OORSPRONG”

Artikel 2. Algemene voorwaarden

1.

Voor de toepassing van deze overeenkomst worden de volgende producten beschouwd als van oorsprong uit de Gemeenschap:

  • a. geheel en al in de Gemeenschap verkregen producten in de zin van artikel 5;
  • b. in de Gemeenschap verkregen producten, waarin materialen zijn verwerkt die daar niet geheel en al zijn verkregen, mits deze materialen in de Gemeenschap een be- of verwerking hebben ondergaan die toereikend is in de zin van artikel 6;
2.

Voor de toepassing van deze overeenkomst worden de volgende producten beschouwd van oorsprong te zijn uit de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië.

  • a. geheel en al in de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië verkregen producten in de zin van artikel 5;
  • b. in de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië verkregen producten, waarin materialen zijn verwerkt die daar niet geheel en al zijn verkregen, mits deze materialen in de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië een be- of verwerking hebben ondergaan die toereikend is in de zin van artikel 6.

Artikel 3. Cumulatie in de Gemeenschap

1.

Onverminderd artikel 2, lid 1, worden producten als van oorsprong uit de Gemeenschap beschouwd indien zij aldaar zijn verkregen door be- of verwerking van materialen van oorsprong uit de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, de Gemeenschap of een ander land dat deelneemt aan het stabilisatie- en associatieproces van de Europese Unie1)Zoals vastgesteld in de conclusies van de Raad van april 1997 en in de mededeling van de Commissie van mei 1999 over het stabilisatie- en associatieproces in de landen van Zuidoost-Europa. , of door be- of verwerking van materialen van oorsprong uit Turkije waarop Besluit nr. 1/95 van de Associatieraad EG-Turkije van 22 december 1995 van toepassing is2)Besluit nr. 1/95 van de Associatieraad EG-Turkije van 22 december 1995 geldt voor producten andere dan landbouwproducten zoals omschreven in de Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Economische Gemeenschap en Turkije en andere dan kolen- en staalproducten zoals omschreven in de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en de Republiek Turkije betreffende de handel in producten waarop het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal van toepassing is. , mits deze materialen in de Gemeenschap bewerkingen hebben ondergaan die ingrijpender zijn dan die bedoeld in artikel 7. Het is niet noodzakelijk dat deze materialen toereikende be- of verwerkingen hebben ondergaan.

2.

Indien de in de Gemeenschap verrichte be- of verwerkingen niet ingrijpender zijn dan de in artikel 7 bedoelde be- of verwerkingen, wordt het verkregen product alleen als van oorsprong uit de Gemeenschap beschouwd indien de aldaar toegevoegde waarde groter is dan die van de gebruikte materialen van oorsprong uit een van de andere in lid 1 bedoelde landen. Is dit niet het geval, dan wordt het verkregen product beschouwd als van oorsprong uit het land dat de hoogste waarde vertegenwoordigt van de bij de vervaardiging in de Gemeenschap gebruikte materialen van oorsprong.

3.

Producten van oorsprong uit een van de in de lid 1 genoemde landen en grondgebieden die in de Gemeenschap geen enkele be- of verwerking ondergaan, behouden hun oorsprong wanneer zij naar een van deze landen worden uitgevoerd.

4.

De cumulatie waarin dit artikel voorziet, kan slechts worden toegepast indien:

  • b. materialen en producten de oorsprong hebben verkregen door toepassing van oorsprongsregels die gelijk zijn aan die van dit protocol, en
  • c. kennisgevingen zijn gepubliceerd waaruit blijkt dat is voldaan aan de vereisten voor de toepassing van cumulatie in de C-reeks van het Publicatieblad van de Europese Unie en in de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië volgens zijn eigen procedures.

De cumulatie waarin dit artikel voorziet, is van toepassing met ingang van de datum die is aangegeven in de kennisgeving in de C-reeks van het Publicatieblad van de Europese Unie.

De Gemeenschap zal de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië door tussenkomst van de Europese Commissie nadere gegevens verstrekken over de overeenkomsten en de daarin opgenomen oorsprongsregels, die met de andere in lid 1 genoemde landen worden toegepast.

De cumulatie geldt niet voor de in bijlage V vermelde producten.

Artikel 4. Cumulatie in de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië

1.

Onverminderd artikel 2, lid 2, worden producten als van oorsprong uit de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië beschouwd indien zij aldaar zijn verkregen door be- of verwerking van materialen van oorsprong uit de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië, de Gemeenschap of een ander land dat deelneemt aan het stabilisatie- en associatieproces van de Europese Unie1)Zoals vastgesteld in de conclusies van de Raad van april 1997 en in de mededeling van de Commissie van mei 1999 over het stabilisatie- en associatieproces in de landen van Zuidoost-Europa. , of door be- of verwerking van materialen van oorsprong uit Turkije waarop Besluit nr. 1/95 van de Associatieraad EG-Turkije van 22 december 1995 van toepassing is 2)Besluit nr. 1/95 van de Associatieraad EG-Turkije van 22 december 1995 geldt voor producten andere dan landbouwproducten zoals omschreven in de Overeenkomst waarbij een associatie tot stand wordt gebracht tussen de Europese Economische Gemeenschap en Turkije en andere dan kolen- en staalproducten zoals omschreven in de Overeenkomst tussen de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal en de Republiek Turkije betreffende de handel in producten waarop het Verdrag tot oprichting van de Europese Gemeenschap voor Kolen en Staal van toepassing is. , mits deze materialen in de Gemeenschap bewerkingen hebben ondergaan die ingrijpender zijn dan die bedoeld in artikel 7. Het is niet noodzakelijk dat deze materialen toereikende be- of verwerkingen hebben ondergaan.

2.

Indien de in de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië verrichte be- of verwerkingen niet ingrijpender zijn dan de in artikel 7 bedoelde be- of verwerkingen, wordt het verkregen product alleen als van oorsprong uit de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië beschouwd indien de aldaar toegevoegde waarde groter is dan die van de gebruikte materialen van oorsprong uit een van de andere in lid 1 bedoelde landen en gebieden. Is dit niet het geval, dan wordt het verkregen product beschouwd als van oorsprong uit het land dat de hoogste waarde vertegenwoordigt van de bij de vervaardiging in de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië gebruikte materialen van oorsprong.

3.

Producten van oorsprong uit een van de in de lid 1 genoemde landen en grondgebieden die in de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië geen enkele be- of verwerking ondergaan, behouden hun oorsprong wanneer zij naar een van deze landen worden uitgevoerd.

4.

De cumulatie waarin dit artikel voorziet, kan slechts worden toegepast indien:

  • a. tussen de landen of grondgebieden die betrokken zijn bij het verwerven van de oorsprong en het land van bestemming een preferentiële handelsovereenkomst overeenkomstig artikel XXIV van de GATT van toepassing is;
  • b. materialen en producten de oorsprong hebben verkregen door toepassing van oorsprongsregels die gelijk zijn aan die van dit protocol, en
  • c. kennisgevingen zijn gepubliceerd waaruit blijkt dat is voldaan aan de vereisten voor de toepassing van cumulatie in de C-reeks van het Publicatieblad van de Europese Unie en in de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië volgens zijn eigen procedures.

De cumulatie waarin dit artikel voorziet, is van toepassing met ingang van de datum die is aangegeven in de kennisgeving in de C-reeks van het Publicatieblad van de Europese Unie.

De voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië verstrekt de Gemeenschap door tussenkomst van de Europese Commissie nadere bijzonderheden over de overeenkomsten, zoals de datum van inwerkingtreding en de erin opgenomen oorsprongsregels, die met de andere in lid 1 genoemde landen worden toegepast.

De cumulatie geldt niet voor de in bijlage V vermelde producten.

Artikel 5. Geheel en al verkregen producten

1.

Als geheel en al in de Gemeenschap of in de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië verkregen worden beschouwd:

  • a. aldaar uit de bodem of zeebodem gewonnen minerale producten;
  • b. aldaar geoogste producten van het plantenrijk;
  • c. aldaar geboren en gehouden levende dieren;
  • d. producten afkomstig van aldaar gehouden levende dieren;
  • e. producten van de aldaar bedreven jacht en visserij;
  • f. producten van de zeevisserij en andere door hun schepen buiten de territoriale wateren van de Gemeenschap of de voormalige Joegoslavische Republiek Macedonië uit de zee gewonnen producten;
  • g. producten die uitsluitend uit de onder f) bedoelde producten aan boord van hun fabrieksschepen zijn vervaardigd;

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)