Verdrag van de Verenigde Naties tegen grensoverschrijdende georganiseerde misdaad
De Staten die partij zijn, kunnen bilaterale of multilaterale overeenkomsten of regelingen sluiten inzake materiële of logistieke bijstand, rekening houdend met de nodige financiële regelingen om de doeltreffendheid te waarborgen van de middelen voor internationale samenwerking waarin dit Verdrag voorziet en ten behoeve van de voorkoming, opsporing en bestrijding van grensoverschrijdende georganiseerde misdaad.
Artikel 31. Voorkoming
De Staten die partij zijn, spannen zich in nationale projecten te ontwikkelen en te evalueren en succesvol gebleken praktijken en beleid ten behoeve van de voorkoming van grensoverschrijdende georganiseerde misdaad vast te stellen en te stimuleren.
De Staten die partij zijn, spannen zich in, overeenkomstig de grondbeginselen van hun nationale recht, bestaande of toekomstige kansen voor criminele organisaties om met de opbrengsten van misdaad te participeren in legale markten te reduceren door middel van passende wetgevende, bestuursrechtelijke of andere maatregelen. Deze maatregelen dienen gericht te zijn op:
- a. de versterking van de samenwerking tussen rechtshavingsinstanties of officieren van justitie en relevante private instellingen, met inbegrip van de industrie;
- b. de bevordering van de ontwikkeling van normen en procedures ter waarborging van de integriteit van publieke en relevante private instellingen, alsmede gedragsregels voor relevante beroepen, in het bijzonder advocaten, notarissen, belastingconsulenten en accountants;
- c. de preventie van misbruik door criminele organisaties van aanbestedingsprocedures door publieke autoriteiten en van door publieke autoriteiten verleende subsidies en vergunningen ten behoeve van commerciële activiteiten;
- d. de preventie van misbruik van rechtspersonen door criminele organisaties; deze maatregelen kunnen omvatten:
- i. het instellen van openbare registers inzake rechtspersonen en natuurlijke personen die betrokken zijn bij de oprichting, het beheer en de financiering van rechtspersonen;
- ii. de invoering van de mogelijkheid van uitsluiting krachtens een rechterlijk bevel of elk passend middel gedurende een redelijke termijn van personen die veroordeeld zijn wegens strafbare feiten die onder dit Verdrag vallen van het fungeren als directeur van rechtspersonen die zijn opgericht binnen hun rechtsgebied;
- iii. het instellen van nationale registers van personen die zijn uitgesloten van het fungeren als directeur van rechtspersonen; en
- iv. de uitwisseling van informatie, vervat in de registers bedoeld in de onderdelen d, i en iii, van dit lid, met de bevoegde autoriteiten van andere Staten die partij zijn.
De Staten die partij zijn, spannen zich in de resocialisatie van personen die veroordeeld zijn wegens strafbare feiten die onder dit Verdrag vallen te bevorderen.
De Staten die partij zijn, spannen zich in de bestaande relevante juridische instrumenten en bestuursrechtelijke praktijken periodiek te evalueren teneinde vast te stellen of zij leemten bevatten waarvan criminele organisaties misbruik kunnen maken.
De Staten die partij zijn, spannen zich in een maatschappelijk bewustzijn te bevorderen met betrekking tot het bestaan, de oorzaken en de ernst van grensoverschrijdende georganiseerde misdaad en de bedreiging die deze vormt. Informatie kan waar mogelijk worden verspreid via de massamedia en omvat maatregelen om de maatschappelijke betrokkenheid bij de preventie en bestrijding van die misdaad te bevorderen.
Elke Staat die partij is, stelt de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties in kennis van de naam en het adres van de autoriteit of autoriteiten die andere Staten die partij zijn, kunnen bijstaan bij het opstellen van maatregelen ter voorkoming van grensoverschrijdende georganiseerde misdaad.
De Staten die partij zijn, werken waar passend met elkaar en met relevante internationale en regionale organisaties samen bij de bevordering en opstelling van de maatregelen bedoeld in dit artikel. In dat verband nemen zij deel aan internationale projecten gericht op de voorkoming van grensoverschrijdende georganiseerde misdaad, bijvoorbeeld door verbetering van de omstandigheden waardoor sociaal gemarginaliseerde groepen kwetsbaar zijn voor de activiteiten van grensoverschrijdende georganiseerde misdaad.
Artikel 32. Conferentie van de Partijen bij het Verdrag
Hierbij wordt een Conferentie van de Partijen bij het Verdrag ingesteld ter verbetering van de capaciteit van de Staten die partij zijn ter bestrijding van grensoverschrijdende georganiseerde misdaad en ter bevordering en toetsing van de uitvoering van dit Verdrag.
De Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties roept de Conferentie van de Partijen uiterlijk een jaar na de inwerkingtreding van dit Verdrag bijeen. De Conferentie van de Partijen neemt een reglement van orde en regels inzake de in het derde en vierde lid van dit artikel omschreven activiteiten aan (met inbegrip van regels inzake de betaling van kosten die voortvloeien uit de uitvoering van deze activiteiten).
De Conferentie van de Partijen bereikt een akkoord over mechanismen voor het verwezenlijken van de in het eerste lid van dit artikel omschreven doelstellingen, met inbegrip van:
- a. het vergemakkelijken van de activiteiten van de Staten die partij zijn zoals beschreven in de artikelen 29, 30 en 31 van dit Verdrag, met inbegrip van het aanmoedigen van het mobiliseren van vrijwillige bijdragen;
- b. het vergemakkelijken van de uitwisseling van informatie tussen de Staten die partij zijn over patronen en trends in grensoverschrijdende georganiseerde misdaad en over succesvolle praktijken voor de bestrijding ervan;
- c. het samenwerken met relevante internationale en regionale organisaties en niet-gouvernementele organisaties;
- d. het periodiek toetsen van de uitvoering van dit Verdrag;
- e. het doen van aanbevelingen ter verbetering van dit Verdrag en de uitvoering ervan.
Voor de toepassing van het derde lid, onderdelen d en e van dit artikel, verwerft de Conferentie van de Partijen de nodige kennis van de maatregelen genomen door de Staten die partij zijn bij de uitvoering van dit Verdrag en de moeilijkheden die zij daarbij hebben ondervonden, door middel van door hen verstrekte informatie en door middel van aanvullende toetsingsmechanismen die door de Conferentie van de Partijen kunnen worden vastgesteld.
Elke Staat die partij is, voorziet de Conferentie van de Partijen van informatie over zijn programma's, plannen en praktijken, alsmede zijn wettelijke en bestuursrechtelijke maatregelen ter uitvoering van dit Verdrag, zoals vereist door de Conferentie van de Partijen.
Artikel 33. Secretariaat
De Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties verzorgt de nodige secretariaatsdiensten voor de Conferentie van de Partijen bij het Verdrag.
Het secretariaat:
- a. is de Conferentie van de Partijen behulpzaam bij het uitvoeren van de in artikel 32 van dit Verdrag omschreven activiteiten en treft regelingen en verricht de nodige diensten voor de bijeenkomsten van de Conferentie van de Partijen;
- b. is op verzoek de Staten die partij zijn behulpzaam bij het verstrekken van informatie aan de Conferentie van de Partijen zoals voorzien in artikel 32, vijfde lid, van dit Verdrag; en
- c. zorgt voor de nodige afstemming met de secretariaten van de relevante internationale en regionale organisaties.
Artikel 34. Uitvoering van het Verdrag
Elke Staat die partij is, neemt de nodige maatregelen, met inbegrip van wettelijke en bestuursrechtelijke maatregelen, overeenkomstig de grondbeginselen van zijn nationale recht, om de uitvoering van zijn verplichtingen ingevolge dit Verdrag te verzekeren.
De overeenkomstig de artikelen 5, 6, 8 en 23 van dit Verdrag strafbaar gestelde feiten worden los van het grensoverschrijdende karakter of de betrokkenheid van een criminele organisatie als omschreven in artikel 3, eerste lid van dit Verdrag, omschreven in het nationale recht van elke Staat die partij is, tenzij overeenkomstig artikel 5 van dit Verdrag de betrokkenheid van een criminele organisatie vereist zou zijn.
Elke Staat die partij is, kan strengere of zwaardere maatregelen nemen dan die voorzien in dit Verdrag ten behoeve van de voorkoming en bestrijding van grensoverschrijdende georganiseerde misdaad.
Artikel 35. Beslechting van geschillen
De Staten die partij zijn, spannen zich in geschillen betreffende de uitleg of toepassing van dit Verdrag te beslechten door onderhandeling.
Elk geschil tussen twee of meer Staten die partij zijn betreffende de uitleg of toepassing van dit Verdrag dat niet binnen een redelijke termijn door onderhandelingen kan worden beslecht, wordt op verzoek van een van de Staten die partij zijn onderworpen aan arbitrage. Indien deze Staten die partij zijn binnen zes maanden na de datum van het verzoek om arbitrage er niet in zijn geslaagd overeenstemming te bereiken over de regeling van de arbitrage, kan ieder van deze Staten die partij zijn het geschil voorleggen aan het Internationale Gerechtshof door middel van een verzoek overeenkomstig het Statuut van het Hof.
Elke Staat die partij is, kan, bij de ondertekening, bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring van of toetreding tot dit Verdrag, verklaren zich niet gebonden te achten door het tweede lid van dit artikel. De andere Staten die partij zijn, zijn niet gebonden door het tweede lid van dit artikel ten aanzien van een Staat die partij is die een dergelijk voorbehoud heeft gemaakt.
Een Staat die partij is die een voorbehoud heeft gemaakt overeenkomstig het derde lid van dit artikel, kan dit voorbehoud te allen tijde intrekken door middel van een kennisgeving aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties.
Artikel 36. Ondertekening, bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring en toetreding
Dit Verdrag is voor alle Staten opengesteld voor ondertekening van 12 tot en met 15 december 2000 te Palermo, Italië, en daarna tot en met 12 december 2002 op het hoofdkwartier van de Verenigde Naties te New York.
Dit Verdrag is tevens opengesteld voor ondertekening door regionale organisaties voor economische integratie, mits ten minste een lidstaat van een dergelijke organisatie dit Verdrag heeft ondertekend overeenkomstig het eerste lid van dit artikel.
Dit Verdrag dient te worden bekrachtigd, aanvaard of goedgekeurd. De akten van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties. Een regionale organisatie voor economische integratie kan haar akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring nederleggen indien ten minste een van haar lidstaten dit eveneens heeft gedaan. In die akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring geeft deze regionale organisatie voor economische integratie de omvang van haar bevoegdheid ter zake van door dit Verdrag geregelde aangelegenheden aan. Een dergelijke organisatie stelt de depositaris ook in kennis van elke relevante wijziging in de omvang van haar bevoegdheden.
Dit Verdrag staat open voor toetreding door elke Staat of elke regionale organisatie voor economische integratie waarvan ten minste een lidstaat Partij is bij dit Verdrag. De akten van toetreding worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties. Bij haar toetreding geeft een regionale organisatie voor economische integratie de omvang van haar bevoegdheden ter zake van in dit Verdrag geregelde aangelegenheden aan. Een dergelijke organisatie stelt de depositaris ook in kennis van elke relevante wijziging in de omvang van haar bevoegdheden.
Artikel 37. Relatie met protocollen
Dit Verdrag kan worden aangevuld door een of meer protocollen.
Teneinde partij te worden bij een protocol, moet een staat of regionale organisatie voor economische integratie ook partij zijn bij dit Verdrag.
Een Staat die partij is bij dit Verdrag wordt niet gebonden door een protocol, tenzij hij partij wordt bij het protocol overeenkomstig de bepalingen daarvan.
Een protocol bij dit Verdrag wordt tezamen met dit Verdrag uitgelegd, rekening houdend met de doelstelling van dat protocol.
Artikel 38. Inwerkingtreding
Dit Verdrag treedt in werking negentig dagen na de datum van de nederlegging van de veertigste akte van bekrachtiging, aanvaarding, goedkeuring of toetreding. Voor de toepassing van dit lid wordt een door een regionale organisatie voor economische integratie nedergelegde akte niet meegeteld naast de door de lidstaten van deze organisatie reeds nedergelegde akten.
Voor elke Staat of regionale organisatie voor economische integratie die dit Verdrag bekrachtigt, aanvaardt, goedkeurt of ertoe toetreedt na de nederlegging van de desbetreffende veertigste akte, treedt dit Verdrag in werking dertig dagen na de datum van nederlegging door een dergelijke Staat of organisatie van de desbetreffende akte.
Artikel 39. Wijziging
Na het verstrijken van een termijn van vijf jaar na de inwerkingtreding van dit Verdrag kan een Staat die partij is een wijziging voorstellen en indienen bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties, die de voorgestelde wijziging vervolgens toezendt aan de Staten die partij zijn en aan de Conferentie van de Partijen bij het Verdrag, teneinde het voorstel te bestuderen en erover te beslissen. De Conferentie van de partijen stelt alles in het werk om consensus te bereiken over iedere wijziging. Indien alle pogingen om consensus te bereiken zijn mislukt en er geen overeenstemming wordt bereikt, wordt de wijziging in laatste instantie aangenomen met een tweederde meerderheid van de Staten die partij zijn die aanwezig zijn en hun stem uitbrengen tijdens de Conferentie van de Partijen.
Regionale organisaties voor economische integratie oefenen ter zake van binnen hun bevoegdheid vallende aangelegenheden hun stemrecht ingevolge dit artikel uit met een aantal stemmen dat gelijk is aan het aantal van hun lidstaten die Partij zijn bij dit Verdrag. Deze organisaties oefenen hun stemrecht niet uit indien hun lidstaten hun stemrecht uitoefenen en vice versa.
Een wijziging aangenomen overeenkomstig het eerste lid van dit artikel dient te worden bekrachtigd, aanvaard of goedgekeurd door de Staten die partij zijn.
Een wijziging aangenomen overeenkomstig het eerste lid van dit artikel wordt ten aanzien van een Staat die partij is van kracht negentig dagen na de datum van de nederlegging van een akte van bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring van die wijziging bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties.
Wanneer een wijziging van kracht wordt, is zij bindend voor de Staten die partij zijn en die het feit dat zij ermee instemmen erdoor gebonden te worden tot uitdrukking hebben gebracht. De andere Staten die partij zijn, blijven gebonden door de bepalingen van dit Verdrag en alle eerdere wijzigingen die zij hebben bekrachtigd, aanvaard of goedgekeurd.
Artikel 40. Opzegging
Iedere Staat die partij is, kan dit Verdrag opzeggen door middel van een schriftelijke kennisgeving aan de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties. De opzegging wordt van kracht een jaar na de datum van ontvangst van de kennisgeving door de Secretaris-Generaal.
Een regionale organisatie voor economische integratie houdt op partij te zijn bij dit Verdrag wanneer al haar lidstaten het hebben opgezegd.
De opzegging van dit Verdrag overeenkomstig het eerste lid van dit artikel omvat de opzegging van elk protocol daarbij.
Artikel 41. Depositaris en talen
De Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties wordt aangewezen als depositaris van dit Verdrag.
Het oorspronkelijke exemplaar van dit Verdrag, waarvan de Arabische, de Chinese, de Engelse, de Franse, de Russische en de Spaanse tekst gelijkelijk authentiek zijn, wordt nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties.
IN WITNESS WHEREOF, the undersigned plenipotentiaries, being duly authorized thereto by their respective Governments, have signed this Convention.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)