Wijzigingsgeschiedenis
Verdrag inzake postale financiële diensten
3 versions
· 2006-01-01
2006-01-01
Verdrag inzake postale financiële diensten — arts. 1, 2, 3 y 12 más
Wijzigingen op 2006-01-01
@@ -6,238 +6,102 @@
##### Artikel 1. Voorwerp van het Verdrag
1. Dit Verdrag is van toepassing op alle vormen van dienstverlening gericht op de overmaking van postale gelden. De verdragsluitende landen komen in gemeenschappelijk overleg overeen welke producten in dit Verdrag zij van plan zijn in hun wederzijdse betrekkingen aan te bieden.
2. Niet-postale instanties kunnen, door tussenkomst van de postdienst, de postchequedienst, of een instantie die een netwerk voor de overmaking van postale gelden beheert, deelnemen aan de uitwisselingen waarop de bepalingen van dit Verdrag van toepassing zijn. Deze moeten overleg plegen met de postdienst van hun land om de volledige uitvoering van alle bepalingen van het Verdrag te waarborgen en, in het kader van dit overleg, voor de uitoefening van hun rechten en de nakoming van hun in dit Verdrag vastgelegde verplichtingen in hun hoedanigheid van postale instanties. De postdienst is hun intermediair in hun betrekkingen met de postdiensten van de overige verdragsluitende landen en met het Internationaal Bureau.
Vervallen
##### Artikel 2. Verschillende diensten die kunnen worden aangeboden
1. Postwissel
- 1.1. De afzender overhandigt geld aan het loket van een postkantoor of geeft opdracht tot afschrijving van zijn girorekening en verzoekt om betaling van het bedrag in contanten aan de begunstigde.
- 1.2. De afzender overhandigt geld aan het loket van een postkantoor en geeft opdracht tot overschrijving hiervan op de girorekening van de begunstigde of op andere soorten door de postdiensten beheerde rekeningen.
2. Overschrijving
- 2.1. De houder van een girorekening verzoekt, door middel van afschrijving van zijn rekening, om overschrijving van een bedrag op de girorekening, op andere door de postdiensten beheerde rekeningen of op de bankrekening van de begunstigde door tussenkomst van de postdienst van bestemming.
3. Postcheque
- 3.1. Een postcheque is een internationaal waardepapier dat kan worden afgegeven aan de houder van een girorekening en is betaalbaar aan toonder in de postkantoren van de aan die dienst deelnemende landen.
- 3.2. Een postcheque kan eveneens na overleg tussen de verdragsluitende postdiensten als betaalmiddel worden overhandigd aan derden.
4. Opname bij POSTNET-geldautomaten
- 4.1. De – al dan niet postale – financiële instellingen die bij overeenkomst zijn aangesloten bij het POSTNET-netwerk kunnen hun kaarthouders de mogelijkheid bieden contant geld op te nemen bij POSTNET-betaalautomaten.
5. Overige diensten:
- 5.1. De postdiensten kunnen overeenkomen in hun bi- of multilaterale betrekkingen, onder de tussen de betrokken diensten vast te stellen voorwaarden, andere diensten aan te bieden.
Vervallen
### HOOFDSTUK II. INDIENING VAN BETAALOPDRACHTEN
##### Artikel 3. Uitgifte van acceptgirokaarten en acceptatie van betaalopdrachten (munteenheid, wisselkoers, bedrag)
1. Behoudens bijzondere afspraken wordt het bedrag van acceptgiro's en betaalopdrachten uitgedrukt in de munteenheid van het land van uitbetaling.
2. De postdienst van uitgifte stelt de wisselkoers vast van zijn munteenheid in de munteenheid van het land van uitbetaling.
3. Behoudens besluiten door de betrokken postdiensten is het bedrag van de overmaking van gelden onbeperkt.
4. Het staat de postdienst van uitgifte volledig vrij de documenten en wijze van indiening van acceptgiro's en betaalopdrachten vast te stellen, behalve wanneer deze langs postale weg moeten worden overgemaakt. In dat geval mogen uitsluitend de in de Regeling bedoelde formulieren worden gebruikt.
5. De via telecommunicatie te verzenden acceptgiro's en betaalopdrachten zijn onderworpen aan de bepalingen van het reglement inzake internationale telecommunicatie.
Vervallen
##### Artikel 4. Heffingen
1. De postdienst van uitgifte bepaalt vrijelijk de bij uitgifte op te leggen heffing. Aan deze hoofdheffing kunnen eventueel heffingen worden toegevoegd die samenhangen met de aan de afzender verleende bijzondere diensten.
2. De postdienst van uitgifte kan, na overleg met de met de betaling belaste postdienst, aan de afzender, op zijn verzoek heffingen opleggen die samenhangen met de aan de begunstigde verleende bijzondere diensten. Het bedrag van deze heffingen wordt teruggestort bij de met de betaling belaste postdienst.
3. De overmaking van gelden die, door tussenkomst van een land dat partij is bij deze Regeling, tussen een land dat partij is en een land dat geen partij is worden uitgewisseld, kunnen door de tussenkomende postdienst worden onderworpen aan een extra heffing, die door deze laatste dienst wordt vastgesteld aan de hand van de kosten van de door hem verrichte transacties, waarvan het bedrag door de betrokken postdiensten wordt overeengekomen en op het bedrag van de acceptgiro in mindering wordt gebracht; deze heffing kan evenwel aan de afzender worden opgelegd en aan de postdienst van het tussenkomende land worden toegekend indien de betrokken postdiensten hiertoe overeenstemming hebben bereikt.
4. Indien ingevolge de bepalingen van de Regeling duplicaten van betaalopdrachten kunnen worden verlangd en indien de postdiensten geen fouten hebben gemaakt, kan hiervoor door de postdienst bij welke een verzoek is gedaan een heffing worden opgelegd aan de afzender of de begunstigde, behalve wanneer deze heffing reeds is opgelegd voor het bericht van betaling.
5. Documenten, acceptgiro's en betaalopdrachten die betrekking hebben op de overmaking langs postale weg van tussen de postdiensten uitgewisselde postale gelden zijn, onder de in de artikelen 8.2 en 3.1 tot en met 3.3 van het Verdrag bedoelde voorwaarden, vrijgesteld van alle heffingen.
Vervallen
### HOOFDSTUK III. VERZENDING VAN BETAALOPDRACHTEN
##### Artikel 5. Middelen voor uitwisseling
1. De uitwisseling langs postale weg vindt rechtstreeks plaats tussen kantoor van uitgifte en kantoor van uitbetaling of door tussenkomst van uitwisselingskantoren, door middel van de in de Regeling bedoelde formulieren.
2. De uitwisseling door middel van telecommunicatie vindt plaats door middel van rechtstreekse verzending aan een kantoor van uitbetaling of aan een uitwisselingskantoor, mits alle nodige maatregelen met betrekking tot de veiligheid van de uitwisselingen op basis van onderlinge overeenstemming tussen de betrokken postdiensten in acht worden genomen.
3. De overmakingen van gelden kunnen aan het land van uitbetaling worden aangeboden op magneetbanden of op elke andere tussen de postdiensten overeengekomen drager. De postdiensten van uitbetaling zijn vrij in hun keuze van de formulieren die zij gebruiken waarop de in contanten aan de begunstigden uit te betalen bedragen vermeld staan.
4. Alle overmakingen kunnen worden gedaan via elektronische netwerken, al naar gelang de door de betrokken postdiensten gehanteerde bijzondere conventies.
5. De postdiensten kunnen overeenkomen andere middelen voor uitwisseling te gebruiken dan de in artikel 5.1 tot en met 5.4 bedoelde middelen.
Vervallen
### HOOFDSTUK IV. BEHANDELING IN HET LAND VAN UITBETALING EN KLACHTEN
##### Artikel 6. Uitbetaling
1. In beginsel moet het volledige bedrag van de wissel aan de begunstigde worden uitbetaald; indien de begunstigde om aanvullende bijzondere diensten verzoekt, kunnen facultatieve heffingen worden opgelegd.
2. De geldigheid van wissels bedraagt:
- 2.1. in het algemeen, tot aan het verstrijken van de eerste maand volgend op de maand van uitgifte;
- 2.2. na overeenstemming tussen de betrokken postdiensten, tot aan het verstrijken van de derde maand volgend op de maand van uitgifte.
3. Na deze termijn worden door het kantoor van uitbetaling ontvangen wissels slechts uitbetaald wanneer deze op verzoek van het kantoor van uitbetaling zijn voorzien van een door de postdienst van uitgifte aangewezen dienst aangebrachte verklaring tot verlenging van de geldigheid (visa pour date). Deze verklaring voorziet wissels, vanaf de datum waarop de verklaring wordt afgegeven, van een nieuwe geldigheidstermijn die gelijk is aan die van een wissel die op dezelfde dag zou zijn uitgegeven. Van wissels die op de in artikel 5.3 bedoelde wijze door de postdiensten van uitbetaling worden ontvangen, mag de geldigheidstermijn niet worden verlengd.
4. Indien de niet-betaling van een wissel vóór het verstrijken van de geldigheidsduur niet het gevolg is van een fout van de dienst kan een toeslag voor verlenging van de geldigheid worden geheven, die door de postdienst van uitbetaling wordt vastgesteld.
5. De uitbetaling van wissels vindt plaats op basis van de regelgeving van het land van uitbetaling.
Vervallen
##### Artikel 7. Klachten
1. De bepalingen van artikel 30 van het Verdrag zijn van toepassing.
Vervallen
##### Artikel 8. Aansprakelijkheid
1. Beginsel en reikwijdte van de aansprakelijkheid
- 1.1. De postdiensten zijn aansprakelijk voor de aan het loket gestorte bedragen of de aan de debetzijde van de rekening van de trekker toegevoegde bedragen totdat de wissel rechtsgeldig is uitbetaald c.q. op de rekening van de begunstigde is bijgestort.
- 1.2. De postdiensten zijn aansprakelijk voor de door hen gedane foute vermeldingen die hebben geleid tot niet-betaling, hetzij voor fouten bij de uitvoering van de overmaking van gelden. De aansprakelijkheid strekt zich uit tot fouten bij het berekenen van de wisselkoers en bij de overmaking.
- 1.3. De postdiensten zijn ontheven van aansprakelijkheid:
- 1.3.1. in geval van vertraging bij de overmaking, de verzending of de uitbetaling van acceptgiro's en betaalopdrachten;
- 1.3.2. wanneer zij, naar aanleiding van de vernietiging van de dienstdocumenten als gevolg van overmacht, niet kunnen aantonen dat een overmaking van gelden is uitgevoerd, tenzij het bewijs van hun aansprakelijkheid op andere wijze is vastgelegd;
- 1.3.3. wanneer de afzender geen klacht heeft ingediend binnen de in artikel 30.1 van het Verdrag bedoelde termijn;
- 1.3.4. wanneer de verjaringstermijn voor wissels in het land van uitgifte is verlopen.
- 1.4. In geval van terugstorting kan, ongeacht de oorzaak ervan, het aan de afzender terug te storten bedrag niet meer bedragen dan het bedrag dat hij heeft gestort of dat van zijn rekening is afgeschreven.
- 1.5. De postdiensten kunnen onderling overeenkomen uitgebreidere voorwaarden voor aansprakelijkheid toe te passen die aansluiten bij de behoeften in hun binnenlandse diensten.
- 1.6. De voorwaarden voor de toepassing van het aansprakelijkheidsbeginsel, met name de kwestie van vaststelling van de aansprakelijkheid, betaling van de verschuldigde bedragen, beroep, de betalingstermijn en de bepalingen inzake terugbetaling aan de desbetreffende postdienst, zijn die welke in de Regeling zijn voorgeschreven.
Vervallen
### HOOFDSTUK V. AFTREK, CLEARANCE-REKENINGEN
##### Artikel 9. Vergoeding van de postdienst van uitbetaling
1. Voor elke uitbetaalde wissel kent de postdienst van uitgifte aan de postdienst van betaling een vergoeding toe, waarvan het bedrag afhankelijk van het gemiddelde maandbedrag van de wissels op een en dezelfde rekening wordt vastgesteld in de Regeling.
2. In plaats van de in artikel 9.1 bedoelde bedragen kunnen de postdiensten andere vergoedingen overeenkomen of een forfaitaire vergoeding vaststellen voor elke verrichte uitbetaling.
3. Voor elke overboeking kan de postdienst van bestemming de storting van een aankomsttoeslag verlangen. Deze toeslag kan hetzij worden afgeschreven van de rekening van de begunstigde, hetzij worden betaald door de postdienst van uitgifte door afschrijving van zijn clearance-rekening.
4. Voor de overmaking van gelden met ontheffing van toeslag worden geen vergoedingen betaald.
5. Indien de betrokken postdiensten hierover overeenstemming hebben bereikt, kunnen de overmakingen van noodfondsen die door de postdienst van uitgifte zijn vrijgesteld van toeslagen, van vergoeding worden vrijgesteld.
Vervallen
##### Artikel 10. Financiële betrekkingen tussen de deelnemende postdiensten
1. De postdiensten komen onderling de te gebruiken technische middelen overeen om hun schulden te vereffenen.
2. De clearance-rekening
- 2.1. Wanneer de postdiensten beschikken over een postcheque-instelling, laat elk van deze instellingen op haar naam bij de corresponderende postdienst een clearance-rekening openen via welke de wederzijdse schulden en vorderingen worden vereffend die voortvloeien uit de uitwisselingen uit hoofde van de postchequedienst en, eventueel, de wissels en alle overige transacties waarvan de postdiensten overeenkomen deze door middel hiervan te regelen.
- 2.2. Indien de postdienst van uitbetaling niet over een postcheque-instelling beschikt, kan de clearance-rekening bij een andere financiële instelling worden geopend.
- 2.3. In geval van tekort op een clearance-rekening is over de verschuldigde bedragen rente verschuldigd, waarvan het percentage in de Regeling wordt vastgesteld.
3. Maandrekening
- 3.1. De postdienst van uitbetaling stelt voor elke postdienst van uitgifte een maandrekening op van de voor de postwissels betaalde bedragen. De maandrekeningen worden periodiek opgenomen in een algemene rekening aan de hand waarvan een saldo wordt bepaald.
- 3.2. De verrekening kan eveneens plaatsvinden op basis van de maandrekeningen, zonder clearing.
4. Door geen enkele eenzijdige maatregel zoals een moratorium, overmakingsverbod, enz. kan inbreuk worden gemaakt op de bepalingen van dit artikel en de daaruit voortvloeiende bepalingen van de Regeling.
Vervallen
### HOOFDSTUK VI. DE POSTCHEQUE
##### Artikel 11. Werking van postcheques
1. Afgifte van postcheques
- 1.1. Elke postdienst kan aan zijn houders van girorekeningen postcheques afgeven.
- 1.2. Aan de houders van girorekeningen aan wie postcheques zijn afgegeven wordt eveneens een giropas verstrekt die bij betalingen moet worden getoond.
- 1.3. Het maximaal gegarandeerde bedrag is op de achterzijde van elke postcheque, of op een bijlage, afgedrukt in de tussen de verdragsluitende landen overeengekomen munteenheid.
- 1.4. Behoudens bijzondere overeenkomst met de postdienst van uitbetaling stelt de postdienst van afgifte de omrekenkoers van zijn munteenheid in die van het land van uitbetaling vast.
- 1.5. De postdienst van afgifte kan van de trekker van een postcheque een toeslag heffen.
- 1.6. In voorkomend geval wordt de geldigheidsduur van de postcheques door de postdienst van afgifte vastgesteld. Deze geldigheidsduur wordt vermeld door middel van een op de postcheque afgedrukte uiterste geldigheidsdatum. Bij ontbreken van een dergelijke vermelding is de geldigheidsduur van de postcheques onbeperkt.
2. Uitbetaling
- 2.1. Het bedrag van de postcheques wordt aan de begunstigde uitbetaald in de wettelijke munteenheid van het land van uitbetaling.
- 2.2. Het maximumbedrag dat door middel van een postcheque kan worden betaald wordt in onderlinge overeenstemming tussen de verdragsluitende landen vastgesteld.
3. Aansprakelijkheid
- 3.1. De postdienst van uitbetaling is van alle aansprakelijkheid ontheven wanneer deze kan aantonen dat de betaling heeft plaatsgevonden onder de voorwaarden vastgesteld in de desbetreffende artikelen van de Regeling die betrekking heeft op de aanbieding van postcheques aan het betaalloket en onder de voorwaarden voor de uitbetaling hiervan.
- 3.2. De postdienst van afgifte is niet verplicht over te gaan tot de uitbetaling van vervalste of nagemaakte postcheques die na het verstrijken van de in het desbetreffende artikel van de Regeling inzake de terugzending van aan de postchequedienst van herkomst betaalde postcheques bedoelde termijn aan hem worden geretourneerd.
4. Vergoeding van de postdienst van uitbetaling
- 4.1. De postdiensten die postcheques afgeven en uitbetalen stellen bilateraal de vergoeding vast die aan de postdienst van uitbetaling wordt toegekend.
Vervallen
### HOOFDSTUK VII. HET POSTNET-NETWERK
##### Artikel 12. Voorwaarden voor toetreding en deelname
1. Voor de toetreding tot het netwerk is de ondertekening van het POSTNET-verdrag vereist en de betaling van een toegangsrecht.
2. De voorwaarden voor toetreding tot en deelname aan de dienst zijn vastgesteld in het POSTNET-verdrag.
Vervallen
### HOOFDSTUK VIII. REMBOURSZENDINGEN
##### Artikel 13. Omschrijving van de dienst
1. Op basis van bilaterale akkoorden kunnen gewone briefpostzendingen, aangetekende briefpostzendingen met waardeaangifte en gewone postpakketten met waardeaangifte onder rembours worden verzonden.
2. De instantie die de zending heeft besteld draagt de gelden over aan de postale financiële instelling en verzoekt om betaling van het bedrag aan de begunstigde.
Vervallen
### HOOFDSTUK IX. DIVERSE BEPALINGEN
##### Artikel 14. Verzoek om opening van een girorekening in het buitenland
1. Bij de opening van een girorekening in het buitenland en in het kader van de gebruikelijke verificaties betreffende de verzoeker, plegen de postale en niet-postale financiële instellingen van de landen die partij zijn bij dit Verdrag bilateraal overleg inzake de bijstand die zij elkaar kunnen verlenen.
Vervallen
### HOOFDSTUK X. SLOTBEPALINGEN
##### Artikel 15. Slotbepalingen
1. Het Verdrag is in voorkomend geval mutatis mutandis van toepassing op alles wat niet uitdrukkelijk in dit Verdrag is geregeld.
2. Artikel 4 van de Constitutie is niet van toepassing op dit Verdrag.
3. Voorwaarden voor goedkeuring van voorstellen met betrekking tot dit Verdrag
- 3.1. Om uitvoerbaar te worden, moeten de aan het Congres voorgelegde voorstellen die betrekking hebben op dit Verdrag worden goedgekeurd door de meerderheid van de aanwezige en hun stem uitbrengende lidstaten die partij zijn bij dit Verdrag. Ten tijde van de stemming moet ten minste de helft van deze lidstaten die bij het Congres vertegenwoordigd zijn, aanwezig zijn.
- 3.2. Om uitvoerbaar te worden, moeten de voorstellen met betrekking tot dit Verdrag worden goedgekeurd door de meerderheid van de leden van de Postraad die partij zijn bij dit Verdrag.
- 3.3. Om uitvoerbaar te worden, moeten de tussen twee Congressen in ingediende voorstellen die betrekking hebben op dit Verdrag:
- 3.3.1. tweederde van de stemmen verenigen, waarbij ten minste de helft van de lidstaten die partij zijn bij dit Verdrag aan het overleg hebben deelgenomen, indien het de toevoeging van nieuwe bepalingen betreft;
- 3.3.2. de meerderheid van de stemmen verenigen, waarbij ten minste de helft van de lidstaten die partij zijn bij dit Verdrag aan het overleg hebben deelgenomen, indien het wijzigingen van de bepalingen van dit Verdrag betreft;
- 3.3.3. de meerderheid van de stemmen verenigen, indien het de uitlegging van de bepalingen van dit Verdrag betreft;
- 3.4. Niettegenstaande het bepaalde in 3.3.1 is elke lidstaat waarvan de nationale wetgeving nog niet verenigbaar is met de voorgestelde toevoeging gerechtigd, binnen negentig dagen na de kennisgeving van deze toevoeging, een schriftelijke verklaring aan de Directeur-Generaal van het Internationaal Bureau te richten waarin wordt vermeld dat het niet mogelijk is deze toevoeging te aanvaarden.
4. Dit Verdrag treedt in werking op 1 januari 2001 en blijft van kracht tot de inwerkingtreding van de Akten van het volgende Congres.
Vervallen
EN FOI DE QUOI, les Plénipotentiaires des Gouvernements des pays contractants ont signé le présent Arrangement en un exemplaire qui est déposé auprès du Directeur général du Bureau international. Une copie en sera remise à chaque Partie par le Gouvernement du pays siège du Congrès.
FAIT à Beijing, le 15 septembre 1999.
### HOOFDSTUK I. INLEIDENDE BEPALINGEN
### HOOFDSTUK II. INDIENING VAN BETAALOPDRACHTEN
### HOOFDSTUK III. VERZENDING VAN BETAALOPDRACHTEN
### HOOFDSTUK IV. BEHANDELING IN HET LAND VAN UITBETALING EN KLACHTEN
### HOOFDSTUK V. AFTREK, CLEARANCE-REKENINGEN
### HOOFDSTUK VI. DE POSTCHEQUE
### HOOFDSTUK VII. HET POSTNET-NETWERK
### HOOFDSTUK VIII. REMBOURSZENDINGEN
### HOOFDSTUK IX. DIVERSE BEPALINGEN
### HOOFDSTUK X. SLOTBEPALINGEN
2004-10-11
Verdrag inzake postale financiële diensten — arts. 22, 1, 2 y 13 más
2004-10-11
Verdrag inzake postale financiële diensten
original version
Tekst op deze datum