Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht tussen Staten en internationale organisaties of tussen internationale organisaties
Ten aanzien van de Staten die partij zijn bij het Verdrag van Wenen inzake het verdragenrecht van 1969 is dat Verdrag van toepassing op de betrekkingen tussen die Staten krachtens een verdrag tussen twee of meer Staten en een of meer internationale organisatie.
Artikel 74. Vraagstukken waarop dit Verdrag niet vooruit loopt
De bepalingen van dit Verdrag mogen niet vooruitlopen op vraagstukken die zich met betrekking tot een verdrag tussen één of meer Staten en één of meer internationale organisaties kunnen voordoen op grond van Statenopvolging, de internationale Staatsaansprakelijkheid of het uitbreken van vijandelijkheden tussen Staten.
De bepalingen van dit Verdrag mogen niet vooruitlopen op vraagstukken die zich met betrekking tot een verdrag kunnen voordoen op grond van de internationale aansprakelijkheid van een internationale organisatie, op grond van beëindiging van het bestaan van die organisatie of van beëindiging van het lidmaatschap van die organisatie door een Staat.
De bepalingen van dit Verdrag mogen niet vooruitlopen op vraagstukken die zich kunnen voordoen met betrekking tot de vaststelling van de plichten en rechten van Lid-Staten van een internationale organisatie ingevolge een verdrag waarbij die organisatie partij is.
Artikel 75. Diplomatieke of consulaire betrekkingen en het sluiten van verdragen
Het verbreken of de afwezigheid van diplomatieke of consulaire betrekkingen tussen twee of meer Staten is geen belemmeringen voor het sluiten van verdragen tussen twee of meer van deze Staten en één of meer internationale organisaties. Het sluiten van een zodanig verdrag heeft op zichzelf geen gevolg voor de diplomatieke of consulaire betrekkingen.
Artikel 76. Geval van een aanvallende Staat
De bepalingen van dit Verdrag laten onverlet de verplichtingen die met betrekking tot een verdrag tussen één of meer Staten en één of meer internationale organisaties voor een aanvallende Staat kunnen voortvloeien uit maatregelen, genomen overeenkomstig het Handvest van de Verenigde Naties ter zake van door deze Staat gepleegde agressie.
DEEL VII. Depositarissen, kennisgevingen, verbeteringen en registratie
Artikel 77. Depositarissen van verdragen
De aanwijzing van de depositaris van een verdrag kan geschieden door de Staten en organisaties of, al naar gelang het geval, de organisaties die aan de onderhandelingen hebben deelgenomen, hetzij in het verdrag zelf, hetzij op andere wijze. De depositaris kan zijn één of meer Staten, een internationale organisatie of de voornaamste administratieve functionaris van een dergelijke organisatie.
De functies van de depositaris zijn internationaal van aard en de depositaris is gehouden onpartijdig te handelen bij het vervullen van zijn functies. Met name het feit dat een verdrag niet in werking is getreden tussen bepaalde partijen of dat er een verschil van mening is gerezen tussen een Staat of een internationale organisatie en een depositaris met betrekking tot de uitvoering van de functies van deze laatste mag geen invloed hebben op deze verplichting.
Artikel 78. Functies van de depositarissen
Tenzij het verdrag anders bepaalt of de verdragsluitende Staten en de verdragsluitende organisaties, of, al naar gelang het geval, de verdragsluitende organisaties onderling anders zijn overeengekomen, zijn de functies van de depositaris in het bijzonder de volgende:
- (a). het onder zijn berusting houden van de originele tekst van het verdrag en de volmachten die aan de depositaris zijn overgelegd;
- (b). voor gelijkluidend gewaarmerkte afschriften te doen vervaardigen van de originele tekst en alle andere teksten van het verdrag in andere talen die door het verdrag kunnen zijn voorgeschreven en die te doen toekomen aan de partijen bij het verdrag en de Staten en internationale organisaties die gerechtigd zijn het te worden;
- (c). alle ondertekeningen van het verdrag in ontvangst te nemen, alle akten, kennisgevingen en mededelingen met betrekking tot het verdrag in ontvangst te nemen en te bewaren;
- (d). te onderzoeken of een ondertekening, een akte, een kennisgeving, of een mededeling betrekking hebbend op het verdrag in goede en behoorlijke vorm is en, indien nodig, de zaak onder de aandacht van de betrokken Staat of internationale organisatie te brengen;
- (e). de partijen bij het verdrag en de Staten en internationale organisaties die gerechtigd zijn het te worden, in te lichten over akten, kennisgeving en mededelingen betreffende het verdrag;
- (f). de Staten en internationale organisaties die gerechtigd zijn partij te worden bij het verdrag, in te lichten over de datum waarop het voor de inwerkingtreding van het verdrag vereiste aantal ondertekeningen of akten van bekrachtiging, akten inzake een handeling van formele bevestiging of akten van aanvaarding, goedkeuring of toetreding is ontvangen of nedergelegd;
- (g). zorg te dragen voor de registratie van het verdrag bij het Secretariaat van de Verenigde Naties;
- (h). de functies te vervullen die nader zijn omschreven in de andere bepalingen van dit Verdrag.
Indien zich een verschil van mening voordoet tussen een Staat of een internationale organisatie en de depositaris met betrekking tot de vervulling van de functies van laatstgenoemde, moet de depositaris deze kwestie onder de aandacht brengen van:
- (a). de ondertekenende Staten en organisaties en de verdragsluitende Staten en organisaties en de verdragsluitende Staten en organisaties; of
- (b). indien nodig, van het bevoegde orgaan van de betreffende internationale organisatie.
Artikel 79. Kennisgevingen en mededelingen
Behalve in het geval waarin het verdrag of dit Verdrag anders bepaalt, moet een kennisgeving of mededeling die door een Staat of internationale organisatie moet worden gedaan krachtens dit Verdrag;
- (a). indien er geen depositaris is, rechtstreeks gericht worden aan de Staten en organisaties waarvoor zij is bestemd, of indien er een depositaris is, aan deze;
- (b). worden beschouwd als gedaan door de betrokken Staat of organisatie eerst vanaf de ontvangst door de Staat of organisatie waaraan zij is gericht of, al naar gelang het geval, vanaf de ontvangst door de depositaris;
- (c). indien zij is gericht aan de depositaris worden beschouwd als ontvangen door de Staat of deze Staat of organisatie door de depositaris in overeenstemming met artikel 78, eerste lid, letter (e) daarover is ingelicht.
Artikel 80. Verbetering van fouten in de teksten of in de voor gelijkluidend gewaarmerkte afschriften van verdragen
Als, na de authentificatie van de tekst van een verdrag de ondertekenende Staten en internationale organisaties en de verdragsluitende Staten en verdragsluitende organisaties het er over eens zijn, dat deze tekst een fout bevat, moet de fout worden hersteld op een van de hierna genoemde wijzen, tenzij deze Staten en organisaties tot een andere wijze van verbetering besluiten:
- (a). verbetering van de tekst in de juiste zin en parafering van de verbetering door behoorlijk gevolmachtigde vertegenwoordigers;
- (b). opstelling van een akte of uitwisseling van akten waarin de verbetering is vastgesteld die men is overeengekomen aan te brengen in de tekst; of
- (c). opstelling van een verbeterde tekst van het gehele verdrag, daarbij dezelfde procedure volgend als voor de originele tekst.
Wanneer het een verdrag betreft waarvoor een depositaris bestaat, brengt deze de ondertekenende Staten en internationale organisaties en de verdragsluitende Staten en verdragsluitende organisaties de fout ter kennis alsmede het voorstel tot verbetering en stelt een redelijke termijn vast waarbinnen bezwaar kan worden gemaakt tussen de voorgestelde verbetering. Als na afloop van deze termijn:
- (a). geen bezwaar is gemaakt, brengt de depositaris de verbetering in de tekst aan en parafeert haar, maakt een proces-verbaal op van de verbetering van de tekst en stuurt een kopie daarvan aan de partijen bij het verdrag en aan de Staten en organisaties die gerechtigd zijn dit te worden;
- (b). een bezwaar is gemaakt, deelt de depositaris het bezwaar mede aan de ondertekenende Staten en organisaties en de verdragsluitende Staten en verdragsluitende organisaties.
De regels, neergelegd in het eerste en tweede lid, zijn eveneens van toepassing indien de tekst was geauthentiseerd in twee of meer talen en zich ten aanzien van de eensluitendheid een gebrek voordoet dat, op grond van overeenstemming tussen de ondertekenende Staten en internationale organisaties en de verdragsluitende Staten en verdragsluitende organisaties moet worden hersteld.
De verbeterde tekst vervangt ab initio de gebrekkige tekst tenzij de ondertekenende Staten en internationale organisaties en de verdragsluitende Staten en verdragsluitende organisaties daarover anders beslissen.
De verbetering van een geregistreerde verdragstekst wordt ter kennis gebracht van het Secretariaat van de Verenigde Naties.
Wanneer een fout is ontdekt in een voor gelijkluidend gewaarmerkt afschrift van een verdrag moet de depositaris een procesverbaal van de verbetering opstellen en er een kopie van sturen aan de ondertekenende Staten en internationale organisaties en aan de verdragsluitende Staten en verdragsluitende organisaties.
Artikel 81. Registratie en publikatie van verdragen
Na hun inwerkingtreding moeten de verdragen gezonden worden aan het Secretariaat van de Verenigde Naties ter fine van, al naar gelang het geval, registratie of inschrijving in het register, alsmede voor publicatie.
De aanwijzing van een depositaris vormt diens machtiging om de in het voorgaande lid omschreven handelingen uit te voeren.
DEEL VIII. Slotbepalingen
Artikel 82. Ondertekening
Dit verdrag staat open voor ondertekening tot 31 december 1986 op het Bondsministerie van Buitenlandse Zaken van de Republiek Oostenrijk en vervolgens tot 30 juni 1987 op de zetel van de Verenigde Naties te New York, door:
- (a). alle Staten;
- (b). Namibië, vertegenwoordigd door de Raad van de Verenigde Naties voor Namibië;
- (c). internationale organisaties die zijn uitgenodigd deel te nemen aan de Conferentie van de Verenigde Naties inzake verdragenrecht tussen Staten internationale organisaties of tussen internationale organisaties onderling.
Artikel 83. Bekrachtiging of handeling van formele bevestiging
Dit Verdrag dient te worden bekrachtigd door de Staten en door Namibië, vertegenwoordigd door de Raad van de Verenigde Naties voor Namibië, en dient formeel te worden bevestigd door internationale organisaties. De akten van bekrachtiging en de akten betreffende handelingen van formele bevestiging worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal der Verenigde Naties.
Artikel 84. Toetreding
Dit Verdrag staat open voor toetreding door iedere Staat, door Namibië, vertegenwoordigd door de Raad van de Verenigde Naties voor Namibië, en door iedere internationale organisatie die bevoegd is verdragen te sluiten.
Een akte van toetreding van een internationale organisatie dient een verklaring te bevatten dat zij bevoegd is verdragen te sluiten.
De akten van toetreding worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal der Verenigde Naties.
Artikel 85. Inwerkingtreding
Dit Verdrag treedt in werking op de dertigste dag volgend op de datum van nederlegging van de vijfendertigste akte van bekrachtiging of toetreding door Staten of door Namibië, vertegenwoordigd door de Raad van de Verenigde Naties voor Namibië.
Voor iedere Staat of voor Namibië, vertegenwoordigd door de Raad van de Verenigde Naties voor Namibië, die het Verdrag bekrachtigt of hiertoe toetreedt, nadat aan de voorwaarde vervat in het eerste lid is voldaan, treedt het Verdrag in werking op de dertigste dag na nederleggging van een akte van bekrachtiging of toetreding door die Staat of door Namibië.
Voor iedere internationale organisatie die een akte betreffende een handeling van formele bevestiging of een akte van toetreding nederlegt, treedt het Verdrag in werking op de dertigste dag na genoemde nederlegging, of op de datum waarop dit Verdrag ingevolge het eerste lid in werking treedt, welk van beide data later is.
Artikel 86. Authentieke teksten
Het origineel van dit Verdrag, waarvan de Arabische, de Chinese, de Engelse, de Franse en de Spaanse tekst gelijkelijk authentiek zijn, wordt nedergelegd bij de Secretaris-Generaal der Verenigde Naties.
I. INSTELLING VAN HET SCHEIDGERECHT OF DE CONCILIATIECOMMISSIE
1
De Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties maakt een lijst van bekwame juristen op, waaruit de partijen bij een geschil de personen kunnen kiezen die een scheidsgerecht, of, al naar gelang het geval, een conciliatiecommissie zullen vormen en houdt die lijst bij. Te dien einde wordt iedere Staat die lid is van de Verenigde Naties en iedere partij bij dit Verdrag uitgenodigd twee personen aan te wijzen en de namen van de aldus aangewezen personen worden geplaatst op een lijst, waarvan een afschrift wordt gezonden aan de President van het Internationaal Gerechtshof. De ambtstermijn van een op die lijst staande persoon, met inbegrip van degenen die worden benoemd om een voorkomende vacature te vervullen, is vijf jaar en kan worden verlengd. Een persoon wiens ambtstermijn afloopt, gaat voort met het uitoefenen van de functies waarvoor hij overeenkomstig de volgende leden is gekozen.
2
Wanneer overeenkomstig artikel 66, tweede lid, letter (f), kennisgeving is gedaan of overeenkomstig het derde lid overeenstemming is bereikt omtrent de in deze Bijlage vastgelegde procedure, wordt het geschil voorgelegd aan een scheidsgerecht. Wanneer overeenkomstig artikel 66, vierde lid, een verzoek is gedaan aan de Secretaris-Generaal, legt deze het geschil voor aan de conciliatiecommissie. Zowel het scheidsgerecht als de conciliatiecommissie worden als volgt samengesteld:
De Staten, internationale organisaties of de Staten en organisaties, al naar gelang het geval, die een der partijen bij het geschil vormen, benoemen, met gemeenschappelijke instemming:
- (a). een scheidsman, of een conciliator, al naar gelang het geval, al dan niet gekozen uit de in het eerste lid bedoelde lijst, en
- (b). een scheidsman, of een conciliator, al naargelang, die dient te worden gekozen uit degenen die staan vermeld op de lijst en die niet de nationaliteit dient te bezitten van een van de Staten, dan wel te worden voorgedragen door een van de organisaties die partij vormen bij dit geschil, met dien verstande dat een geschil tussen twee internationale organisaties niet wordt onderzocht door onderdanen van één en dezelfde Staat.
De Staten, internationale organisaties of de Staten en organisaties, al naar gelang het geval, die de andere partij bij het geschil vormen, benoemen op dezelfde wijze twee scheidsmannen of twee conciliators, al naar gelang het geval. De vier personen die door de partijen zijn gekozen worden benoemd binnen zestig dagen volgend op de datum waarop de andere partij bij het geschil overeenkomstig artikel 66, tweede lid, letter (f), kennisgeving ontvangt of waarop overeenkomstig het derde lid overeenstemming is bereikt omtrent de in deze Bijlage vastgelegde procedure, dan wel waarop de Secretaris-Generaal het verzoek om conciliatie ontvangt.
De vier aldus gekozen personen benoemen binnen zestig dagen volgend na de datum van benoeming van de laatste van hen, uit de lijst een vijfde scheidsman of conciliator, al naar gelang het geval, die voorzitter zal zijn.
Indien de benoeming van de voorzitter of van een van de scheidsmannen of bemiddelaars, al naar gelang het geval, niet heeft plaatsgevonden binnen de hierboven voor benoeming voorgeschreven termijn, wordt zij verricht door de Secretaris-Generaal der Verenigde Naties binnen zestig dagen na het verstrijken van deze termijn. De Secretaris-Generaal kan als voorzitter aanwijzen hetzij een van de op de lijst staande personen, hetzij een van de leden van de Commissie voor Internationaal Recht (ILC). Elke periode waarbinnen een benoeming dient te geschieden mag worden verlengd bij overeenstemming tussen de partijen bij het geschil. Indien de Verenigde Naties partij zijn of deel uitmaken van een van de partijen bij het geschil, stuurt de Secretaris-Generaal bovenvermeld verzoek door aan de President van het Internationale Gerechtshof, die de krachtens deze alinea aan de Secretaris-Generaal toebedeelde taken vervult.
Iedere vacature wordt vervuld op de wijze die is voorgeschreven voor de initiële benoeming.
De benoeming van scheidsmannen of conciliators door een internationale organisatie, zoals bepaald in het eerste en tweede lid, worden beheerst door de regels van die organisatie.
II. HET FUNCTIONEREN VAN HET SCHEIDSGERECHT
3
Tenzij de partijen bij het geschil anders overeenkomen, stelt het Scheidsgerecht zelf zijn procedure vast, waarbij het iedere partij bij het geschil de volledige gelegenheid waarborgt om te worden gehoord en haar zaak te verdedigen.
4
Het Scheidsgerecht kan, met instemming van de partijen bij het geschil, iedere belanghebbende Staat of internationale organisatie uitnodigen zijn of haar standpunt schriftelijk of mondeling aan hem voor te leggen.
5
Het Scheidsgerecht neemt besluiten aan bij meerderheid van stemmen van de leden. Als de stemmen staken, is de stem van de Voorzitter doorslaggevend.
6
Wanneer één van de partijen bij het geschil niet voor het scheidsgerecht verschijnt of in gebreke blijft haar zaak te verdedigen, kan de andere partij het scheidsgerecht verzoeken de werkzaamheden voort te zetten en uitspraak te doen. Alvorens uitspraak te doen, moet het scheidsgerecht zich er van overtuigen niet alleen dat het rechtsmacht heeft ten aanzien van het geschil, maar ook dat de eis feitelijk en rechtens gegrond is.
7
Het Scheidsgerecht beperkt zich in zijn uitspraak tot de materie van het geschil; de uitspraak is met redenen omkleed. Ieder lid van het Scheidsgerecht kan aan de uitspraak een uiteenzetting van zijn individuele of afwijkende mening toevoegen.
8
De uitspraak is definitief en niet vatbaar voor beroep. Alle partijen bij het geschil dienen zich hiernaar te schikken.
9
De Secretaris-Generaal verschaft het Scheidsgerecht de assistentie en de faciliteiten die het behoeft. De uitgaven van het Scheidsgerecht worden gedragen door de Verenigde Naties.
III. HET FUNCTIONEREN VAN DE CONCILIATIECOMMISSIE
11
De Commissie mag iedere maatregel die een minnelijke schikking zou kunnen vergemakkelijken onder de aandacht brengen van de partijen bij het geschil.
12
De Commissie hoort de partijen, onderzoekt de eisen en bezwaren en doet voorstellen aan de partijen om hen bij te staan in het bereiken van een minnelijke schikking van het geschil.
13
De Commissie brengt binnen twaalf maanden na haar instelling verslag uit. Haar verslag wordt nedergelegd bij de Secretaris-Generaal en toegezonden aan de partijen bij het geschil. Het verslag van de Commissie, met inbegrip van alle daarin vermelde conclusies ten aanzien van feiten of rechtsvragen, is niet bindend voor de partijen en zal geen ander karakter hebben dan dat van aanbevelingen, die ter overweging aan de partijen worden voorgelegd ten einde een minnelijke schikking van het geschil te vergemakkelijken.
14
De Secretaris-Generaal verschaft de Commissie de assistentie en de faciliteiten die zij behoeft. De uitgaven van de Commissie worden gedragen door de Verenigde Naties.
IN WITNESS WHEREOF the undersigned Plenipotentiaries, being duly authorized by their respective Governments, and duly authorized representatives of the United Nations Council for Namibia and of international organizations have signed the present Convention.
DONE at Vienna this twenty-first day of March one thousand nine hundred and eighty-six.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)