Akkoord betreffende Gemeenschapsoctrooien
Preambule
De hoge Verdragsluitende Partijen bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap,
Geleid door de wens een eenvormige en zelfstandige werking te geven aan de Europese octrooien die voor hun grondgebieden zijn verleend krachtens het Verdrag betreffende de verlening van Europese octrooien van 5 oktober 1973,
Wensende een Gemeenschapsregeling voor octrooien tot stand te brengen, die bijdraagt tot het verwezenlijken van de doelstellingen van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, en in het bijzonder tot het binnen de Gemeenschap opheffen van de concurrentievervalsingen die kunnen voortvloeien uit het territoriaal karakter van de nationale beschermende rechten,
Overwegende dat een van de fundamentele doelstellingen van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap is de verwijdering van hinderpalen voor het vrije verkeer van goederen;
Overwegende dat een van de meest geschikte middelen om deze doelstelling te verwezenlijken voor wat betreft het vrije verkeer van door octrooien beschermde goederen, is het tot stand brengen van een Gemeenschapsregeling voor octrooien;
Overwegende dat het tot stand brengen van zulk een Gemeenschapsregeling voor octrooien daarom niet te scheiden is van het verwezenlijken van de doelstellingen van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap, en derhalve verbonden is met de rechtsorde van de Gemeenschap;
Overwegende dat het daartoe voor de Hoge Verdragsluitende Partijen noodzakelijk is een Akkoord te sluiten, dat een bijzondere overeenkomst is in de zin van artikel 142 van het Verdrag betreffende de verlening van Europese octrooien, een verdrag betreffende regionale octrooien in de zin van artikel 45, eerste lid, van het Verdrag tot samenwerking inzake octrooien van 19 juni 1970 en een bijzondere overeenkomst in de zin van artikel 19 van het Verdrag tot bescherming van de industriële eigendom, ondertekend te Parijs op 20 maart 1883 en laatstelijk herzien op 14 juli 1967;
Overwegende dat het voor de verwezenlijking van een gemeenschappelijke markt die soortgelijke voorwaarden als een nationale markt biedt, noodzakelijk is de rechtsinstrumenten in het leven te roepen waardoor ondernemingen hun produktie en distributie aan de Europese schaal kunnen aanpassen;
Overwegende dat het vraagstuk van een doelmatige regeling van rechtsvorderingen betreffende Gemeenschapsoctrooien en de vraagstukken voortvloeiende uit de in het op 15 december 1975 te Luxemburg ondertekende Gemeenschapsoctrooiverdrag bepaalde splitsing van bevoegdheid inzake inbreuk op en de geldigheid van Gemeenschapsoctrooien, het beste kunnen worden opgelost door bevoegdheid ter zake van rechtsvorderingen betreffende inbreuk op een Gemeenschapsoctrooi te verlenen aan nationale rechterlijke instanties van eerste aanleg die zijn aangewezen als Gemeenschapsoctrooirechtbanken die tevens de geldigheid van het betwiste octrooi kunnen beoordelen en zo nodig dat octrooi kunnen wijzigen of nietig verklaren ; en dat van vonnissen van deze rechterlijke instanties beroep open moet staan bij nationale rechterlijke instanties van tweede aanleg die zijn aangewezen als Gemeenschapsoctrooirechtbanken;
Overwegende echter dat eenheid in de toepassing van het recht inzake inbreuken op en de geldigheid van Gemeenschapsoctrooien de instelling vereist van een Gemeenschappelijk Hof van Beroep voor het Gemeenschapsoctrooi dat de Verdragsluitende Staten gemeen hebben (Gemeenschappelijk Hof van Beroep) dat in beroep oordeelt over inbreuk- en geldigheidsprocedures die door Gemeenschapsoctrooirechtbanken van tweede aanleg worden verwezen;
Overwegende dat krachtens hetzelfde vereiste van eenheid in de toepassing van het recht het Gemeenschappelijk Hof van Beroep de bevoegdheid krijgt te beslissen over beroepen van de nietigheidsafdelingen en de afdeling voor de administratie van octrooien van het Europees Octrooibureau, waarbij het in de plaats treedt van de nietigheidsafdelingen die zijn ingesteld bij het op 15 december 1975 ondertekende Gemeenschapsoctrooiverdrag;
Overwegende dat het van wezenlijk belang is dat de toepassing van dit Akkoord niet mag indruisen tegen de toepassing van de bepalingen van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap en dat het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen in staat moet kunnen zijn de eenheid van de rechtsorde van de Gemeenschap te waarborgen,
Verlangend de voltooiing van de interne markt en het instellen van een Europese technologiegemeenschap te bevorderen door middel van een Gemeenschapsoctrooi,
Overtuigd derhalve dat het sluiten van dit Akkoord noodzakelijk is om de uitvoering van de taken van de Europese Economische Gemeenschap te vergemakkelijken,
Zijn het volgende overeengekomen:
Artikel 1. Inhoud van het Akkoord
Het Verdrag betreffende het Europese octrooi voor de gemeenschappelijke markt, ondertekend te Luxemburg op 15 december 1975, hierna genoemd „Gemeenschapsoctrooiverdrag", zoals gewijzigd bij het onderhavige Akkoord, wordt als bijlage aan dit Akkoord gehecht.
Het Gemeenschapsoctrooiverdrag wordt aangevuld met de volgende als bijlagen aan dit Akkoord gehechte protocollen:
- -. Protocol betreffende de beslechting van geschillen inzake inbreuken op en de geldigheid van Gemeenschapsoctrooien, hierna genoemd „Geschillenprotocol",
- -. Protocol betreffende de voorrechten en immuniteiten van het Gemeenschappelijk Hof van Beroep,
- -. Protocol betreffende het Statuut van het Gemeenschappelijk Hof van Beroep.
De bijlagen van dit Akkoord maken daarvan integrerend deel uit.
Wanneer dit Akkoord in werking treedt, komt het in de plaats van het Gemeenschapsoctrooiverdrag, zoals dat op 15 december 1975 te Luxemburg is ondertekend.
Artikel 2. Verhouding tot de rechtsorde van de Gemeenschap
Geen bepaling van het onderhavige Akkoord kan worden ingeroepen om toepassing van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap te beletten.
Ten einde de eenheid van de rechtsorde van de Gemeenschap te waarborgen, verzoekt het Gemeenschappelijk Hof van Beroep, dat is ingesteld bij het Geschillenprotocol, aan het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen om een prejudiciële beslissing overeenkomstig artikel 177 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap wanneer het gevaar bestaat dat dit Akkoord wordt uitgelegd op een wijze die niet met dat Verdrag strookt.
Wanneer een Lid-Staat of de Commissie van de Europese Gemeenschappen van mening is dat een beslissing van het Gemeenschappelijk Hof van Beroep die een daar aanhangige procedure afsluit, niet overeenstemt met het in de vorige leden neergelegde beginsel, kan die Lid-Staat of de Commissie het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen om een beslissing verzoeken. De beslissing van het Hof van Justitie naar aanleiding van een zodanig verzoek tast de beslissing van het Gemeenschappelijk Hof van Beroep die tot dit verzoek heeft geleid, niet aan. De griffier van het Hof van Justitie stelt de Lid-Staten, de Raad en indien een Lid-Staat het verzoek heeft gedaan, de Commissie van de Europese Gemeenschappen van het verzoek in kennis; zij hebben dan het recht binnen twee maanden na de kennisgeving bij het Hof memorin of schriftelijke opmerkingen in te dienen. Voor de in dit lid bedoelde procedure worden geen kosten of uitgaven vereist of terugbetaald.
Artikel 3. Uitlegging van bepalingen betreffende de bevoegdheid
Het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen is bevoegd een prejudicile beslissing te geven over de uitlegging van de bepalingen betreffende de bevoegdheid die van toepassing zijn op bij de nationale rechterlijke instanties ingestelde rechtsvorderingen inzake Gemeenschapsoctrooien, en die zijn opgenomen in Deel VI, Hoofdstuk I, van het Gemeenschapsoctrooiverdrag en in het Geschillenprotocol.
De volgende rechterlijke instanties zijn bevoegd het Hof van Justitie om een prejudiciële beslissing te verzoeken inzake uitlegging als bedoeld in het eerste lid:
- a.
- -. in België: het Hof van Cassatie (la Cour de cassation) en de Raad van State (le Conseil d'Etat),
- -. in Denemarken: Højesteret,
- -. in de Bondsrepubliek Duitsland: die obersten Gerichtshöfe des Bundes,
- -. in Griekenland: τά άνώτατα Δικαστήρια,
- -. in Spanje: el Tribunal Supremo,
- -. in Frankrijk: la Cour de cassation en le Conseil d'Etat,
- -. in Ierland: An Chúirt Uachtarach (the Supreme Court),
- -. in Italië: la Corte suprema di cassazione,
- -. in Luxemburg: la Cour supérieure de justice sigant comme Cour de cassation,
- -. in Nederland: de Hoge Raad,
- -. in Portugal: o Supremo Tribunal de Justiça,
- -. in het Verenigd Koninkrijk: the House of Lords;
- b. de rechterlijke instanties van de Verdragsluitende Staten, wanneer zij recht doen in hoger beroep.
Indien een vraag te dien aanzien wordt opgeworpen in een zaak aanhangig bij een in het tweede lid, sub a), vermelde rechterlijke instantie, is deze instantie, indien zij een beslissing op dit punt noodzakelijk acht voor het wijzen van haar vonnis, gehouden het Hof van Justitie te verzoeken over deze vraag een uitspraak te doen.
Indien een vraag te dien aanzien voor een in het tweede lid, sub b), vermelde rechterlijke instantie wordt opgeworpen, kan deze instantie het Hof van Justitie onder de in het eerste lid vastgestelde voorwaarden, verzoeken een uitspraak te doen.
Artikel 4. Reglement voor de procesvoering van het Hof van Justitie
Het Protocol betreffende het Statuut van het Hof van Justitie van de Europese Economische Gemeenschap en het reglement voor de procesvoering van het Hof van Justitie zijn van toepassing op de in de artikelen 2 en 3 genoemde procedures.
Het reglement voor de procesvoering wordt indien nodig, gewijzigd en aangevuld overeenkomstig artikel 188 van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap.
Artikel 5. Bevoegdheid van het Gemeenschappelijk Hof van Beroep
Behoudens de artikelen 2 en 3 ziet het Gemeenschappelijk Hof van Beroep toe op de eenheid in de uitlegging en toepassing van dit Akkoord en van de ter uitvoering daarvan vastgestelde bepalingen voor zover deze geen nationale bepalingen zijn.
Artikel 6. Ondertekening - Bekrachtiging
Dit Akkoord is tot en met 21 december 1989 opengesteld voor ondertekening door de Staten die partij zijn bij het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap.
Dit Akkoord dient door de twaalf ondertekenende Staten te worden bekrachtigd. De akten van bekrachtiging worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Raad van de Europese Gemeenschappen.
Artikel 7. Toetreding
Staten die lid worden van de Europese Economische Gemeenschap, kunnen tot dit Akkoord toetreden.
De akten van toetreding tot dit Akkoord worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Raad van de Europese Gemeenschappen. De toetreding wordt van kracht op de eerste dag van de derde maand na de nederlegging van de akte van toetreding mits de bekrachting door de desbetreffende Staat van het Verdrag betreffende de verlening van Europese octrooien, hierna genoemd „Europees Octrooiverdrag", of zijn toetreding daartoe, effectief is geworden.
De ondertekenende Staten erkennen de noodzaak dat elke Staat die lid van de Europese Economische Gemeenschap wordt, tot dit Akkoord toetreedt.
Tussen de Verdragsluitende Staten en de toetredende Staat kan een bijzondere overeenkomst worden gesloten ter vaststelling van bijzondere toepassingsregels voor dit Akkoord, die door de toetreding van deze Staat noodzakelijk zijn geworden.
Artikel 8. Deelneming door derde Staten
De Raad van de Europese Gemeenschappen kan met eenparigheid van stemmen elke Staat die partij is bij het Europees Octrooiverdrag en met de Europese Economische Gemeenschap een douane-unie of een vrijhandelszone vormt, uitnodigen onderhandelingen aan te knopen over deelneming aan het onderhavige Akkoord op basis van een bijzondere overeenkomst tussen de Verdragsluitende Staten van het onderhavige Akkoord en de bedoelde derde Staat; in deze overeenkomst worden de voorwaarden voor en de wijze van toepassing van het onderhavige Akkoord voor deze Staat vastgesteld.
Artikel 9. Toepassing op de zee en de onderzeese gebieden
Dit Akkoord is van toepassing op de zee en de onderzeese gebieden die grenzen aan een grondgebied waarop het Akkoord van toepassing is en waarover een van de Verdragsluitende Staten soevereine rechten of rechtsmacht naar internationaal recht bezit.
Artikel 10. Inwerkingtreding
Dit Akkoord kan pas in werking treden wanneer het bekrachtigd is door de twaalf ondertekenende Staten. Het treedt in werking op de eerste dag van de derde maand die volgt op het nederleggen van de akte van bekrachtiging door de Staat die als laatste deze handeling verricht. Indien het Europees Octrooiverdrag evenwel op een latere datum in werking treedt voor Staten die dit Akkoord hebben ondertekend, treedt het Akkoord op de laatste van deze data in werking.
Artikel 11. Waarnemers
Zolang dit Akkoord ten aanzien van een Lid-Staat van de Europese Economische Gemeenschap die dit Akkoord niet heeft ondertekend, niet in werking is getreden, kan die Staat als waarnemer deelnemen aan vergaderingen van de Beperkte Commissie van de Raad van Bestuur van de Europese Octrooiorganisatie, hierna genoemd „Beperkte Commissie" en aan die van de Administratieve Commissie van het Gemeenschappelijk Hof van Beroep, hierna genoemd „Administratieve Commissie" en kan hij in elk van deze organen voor dit doel een vertegenwoordiger en een plaatsvervangend vertegenwoordiger benoemen.
Artikel 12. Tijdsduur
Dit Akkoord wordt voor onbeperkte tijd gesloten.
Artikel 13. Herziening
Indien een meerderheid van de Lid-Staten van de Europese Economische Gemeenschap herziening van dit Akkoord verzoekt, roept de Voorzitter van de Raad van de Europese Gemeenschappen een herzieningsconferentie bijeen. Deze Conferentie wordt voorbereid door de Beperkte Commissie of door de Administratieve Commissie, die elk handelt binnen de grenzen van haar bevoegdheid.
Artikel 14. Geschillen lussen Verdragsluitende Staten
Een geschil tussen Verdragsluitende Staten betreffende de uitlegging of de toepassing van dit Akkoord, dat niet door onderhandelingen wordt bijgelegd, wordt op verzoek van een van de betrokken Staten naar gelang van het geval voorgelegd aan de Beperkte Commissie dan wel aan de Administratieve Commissie. De instantie waaraan het geschil wordt voorgelegd, zal trachten deze Staten tot overeenstemming te brengen.
Indien binnen zes maanden na de dag waarop het geschil aan de Beperkte Commissie of aan de Administratieve Commissie is voorgelegd, geen overeenstemming is bereikt, kan elk van de betrokken Staten het geschil aanhangig maken bij het Hof van Justitie van de Europese Gemeenschappen.
Indien het Hof van Justitie beslist dat een Verdragsluitende Staat een krachtens dit Akkoord op deze Staat rustende verplichting niet is nagekomen, is deze Staat gehouden de maatregelen te nemen, die nodig zijn ter uitvoering van de beslissing van het Hof van Justitie.
Artikel 15. Begripsomschrijving
Voor de toepassing van dit Akkoord betekent „Verdragsluitende Staat" een Staat waarvoor het Akkoord in werking is getreden.
Artikel 16. Oorspronkelijk exemplaar van het Akkoord
Dit Akkoord, opgesteld in één exemplaar in de Deense, de Duitse, de Engelse, de Franse, de Griekse, de Ierse, de Italiaanse, de Nederlandse, de Portugese en de Spaanse taal, zijnde de tien teksten gelijkelijk authentiek, zal worden nedergelegd in het archief van het Secretariaat-Generaal van de Raad van de Europese Gemeenschappen. De Secretaris-Generaal zal de Regering van elke Lid-Staat van de Europese Economische Gemeenschap een voor eensluidend gewaarmerkt afschrift hiervan doen toekomen.
Artikel 17. Kennisgevingen
De Secretaris-Generaal van de Raad van de Europese Gemeenschappen stelt de Lid-Staten van de Europese Economische Gemeenschap in kennis van:
- a. de nederlegging van elke akte van bekrachtiging en van toetreding;
- b. de datum van inwerkingtreding van dit Akkoord;
- c. elk voorbehoud en elke intrekking van een voorbehoud overeenkomstig artikel 83 van het Gemeenschapsoctrooiverdrag;
- d. elke kennisgeving die is ontvangen overeenkomstig artikel 1, tweede en derde lid, van het Geschillenprotocol.
DEEL EERSTE. ALGEMENE EN INSTITUTIONELE BEPALINGEN
HOOFDSTUK I. ALGEMENE BEPALINGEN
Artikel 1. Gemeenschappelijk octrooirecht
Bij dit Verdrag wordt een voor de Verdragsluitende Staten gemeenschappelijk recht op het gebied van octrooien in het leven geroepen.
Dit gemeenschappelijk recht is van toepassing op de Europese octrooien die voor de Verdragsluitende Staten zijn verleend krachtens het Verdrag betreffende de verlening van Europese octrooien, hierna genoemd Europees Octrooiverdrag, en op de Europese octrooiaanvragen waarin deze Staten zijn aangewezen.
Artikel 2. Gemeenschapsoctrooi
De voor de Verdragsluitende Staten verleende Europese octrooien worden Gemeenschapsoctrooien genoemd.
Het Gemeenschapsoctrooi vormt een eenheid. Het heeft dezelfde rechtsgevolgen op de gezamenlijke grondgebieden waarop dit Verdrag van toepassing is en kan slechts voor die gezamenlijke grondgebieden worden verleend, overgedragen of nietig verklaard, of eindigen. Deze bepaling is van overeenkomstige toepassing op een Europese octrooiaanvrage waarin de Verdragsluitende Staten zijn aangewezen.
Het Gemeenschapsoctrooi is zelfstandig. Het is slechts onderworpen aan de bepalingen van dit Verdrag en aan die bepalingen van het Europees Octrooiverdrag, welke dwingend van toepassing zijn op elk Europees octrooi en derhalve als bepalingen van het onderhavige Verdrag worden beschouwd.
Artikel 3. Gezamenlijke aanwijzing
De aanwijzing, overeenkomstig artikel 79 van het Europees Octrooiverdrag, van de Staten die partij zijn bij het onderhavige Verdrag, kan slechts gezamenlijk geschieden. De aanwijzing van een of meer van deze Staten geldt als aanwijzing van al deze Staten.
Artikel 4. Instelling van bijzondere organen
De volgende voor de Verdragsluitende Staten gemeenschappelijke organen passen de in dit Verdrag voorgeschreven procedures toe:
- a. bijzondere organen die bij het Europees Octrooibureau zijn ingesteld en die werken onder toezicht van een Beperkte Commissie van de Raad van Bestuur van de Europese Octrooiorganisatie;
- b. het Gemeenschappelijk Hof van Beroep dat is ingesteld bij het Protocol betreffende de beslechting van geschillen inzake inbreuken op en de geldigheid van Gemeenschapsoctrooien, hierna genoemd Geschillenprotocol.
Artikel 5. Nationale octrooien
Dit Verdrag laat onverlet het recht van de Verdragsluitende Staten, nationale octrooien te verlenen.
HOOFDSTUK II. BIJZONDERE ORGANEN VAN HET EUROPEES OCTROOIBUREAU
Artikel 6. Bijzondere organen
De bijzondere organen zijn de volgende:
- a. een afdeling voor de administratie van octrooien;
- b. een of meer nietigheidsafdelingen.
Artikel 7. Afdeling voor de administratie van octrooien
De afdeling voor de administratie van octrooien is bevoegd tot alle handelingen van het Europees Octrooibureau, die een Gemeenschapsoctrooi betreffen, voor zover daartoe niet andere organen van dit Bureau bevoegd zijn. Zij is met name bevoegd tot het nemen van beslissingen inzake inschrijvingen en doorhalingen in het Register van Gemeenschapsoctrooien.
De beslissingen van de afdeling voor de administratie van octrooien worden door een rechtsgeleerd lid genomen.
De leden van de afdeling voor de administratie van octrooien mogen geen deel uitmaken van de bij het Europees Octrooiverdrag ingestelde kamers van beroep of de Grote Kamer van beroep.
Artikel 8. Nietigheidsafdelingen
De nietigheidsafdelingen zijn bevoegd de verzoeken te behandelen tot beperking en tot nietigverklaring van Gemeenschapsoctrooien en tot vaststelling van de vergoeding bedoeld in artikel 43, vijfde lid.
Een nietigheidsafdeling bestaat uit een rechtsgeleerd lid, dat als voorzitter optreedt, en twee technische leden. De nietigheidsafdeling kan de voorbereiding van de beslissing op een verzoek opdragen aan een van haar leden. De mondelinge behandeling vindt voor de nietigheidsafdeling zelf plaats.
Artikel 9. Verschoning en wraking
De leden van de nietigheidsafdelingen mogen niet aan de behandeling van een zaak deelnemen, indien zij bij de zaak een persoonlijk belang hebben, indien zij daarin voordien in de hoedanigheid van vertegenwoordiger van een van de partijen zijn opgetreden, of indien zij in de verleningsprocedure of de oppositieprocedure hebben deelgenomen aan de eindbeslissing over deze zaak.
Indien een lid van een nietigheidsafdeling om een van de in het eerste lid genoemde redenen of om enige andere reden, van oordeel is dat hij niet kan deelnemen aan de behandeling van een zaak, stelt hij de afdeling hiervan in kennis.
De leden van een nietigheidsafdeling kunnen door elke partij worden gewraakt om een van de in het eerste lid genoemde redenen of indien aan hun onpartijdigheid kan worden getwijfeld. Wraking is niet ontvankelijk indien de betrokken partij een proceshandeling heeft verricht, ofschoon zij reeds kennis droeg van de reden tot wraking. Wraking kan niet gegrond zijn op de nationaliteit van een lid.
In de gevallen bedoeld in het tweede en derde lid beslissen de nietigheidsafdelingen zonder dat het desbetreffende lid daaraan deelneemt. Voor het nemen van deze beslissing wordt dit lid in de afdeling vervangen door zijn plaatsvervanger.
Artikel 10. Talen van procedures en publikaties
De officiële talen van het Europees Octrooibureau zijn ook de officiële talen van de bijzondere organen.
Tijdens de procedures voor de bijzondere organen kan de vertaling, ingediend overeenkomstig artikel 14, tweede lid, tweede zin, van het Europees Octrooiverdrag, in overeenstemming worden gebracht met de oorspronkelijke tekst van de Europese octrooiaanvrage.
De officiële taal van het Europees Octrooibureau, waarin het Gemeenschapsoctrooi is verleend, moet als procestaal worden gebruikt in alle op dit Gemeenschapsoctrooi betrekking hebbende procedures voor de bijzondere organen, tenzij het Uitvoeringsreglement anders bepaalt.
Natuurlijke personen en rechtspersonen die hun woonplaats of hun zetel hebben op het grondgebied van een Verdragsluitende Staat die als een officiële taal een andere taal heeft dan een van de officiële talen van het Europees Octrooibureau, en onderdanen van die Staat die hun woonplaats in het buitenland hebben, kunnen echter stukken waarvan de indiening aan een termijn is gebonden, in een officiële taal van de desbetreffende Staat indienen. Een vertaling in de procestaal moet evenwel worden overgelegd binnen de termijn vastgesteld in het Uitvoeringsreglement; in de in het Uitvoeringsreglement genoemde gevallen kan ook een vertaling in een andere officiële taal van het Europees Octrooibureau worden ingediend.
Indien een stuk niet in de door dit Verdrag voorgeschreven taal is ingediend, of indien een krachtens dit Verdrag vereiste vertaling niet binnen de vastgestelde termijn is ingediend, wordt het stuk geacht niet te zijn ontvangen.
Het na een beperkings- of nietigheidsprocedure uitgegeven nieuwe Gemeenschapsoctrooischrift wordt gepubliceerd in de procestaal; het bevat een vertaling van de gewijzigde conclusies in een van de officiële talen van elke Verdragsluitende Staat waar de procestaal niet een officiële taal is.
Het Blad van Gemeenschapsoctrooien wordt uitgegeven in de drie officiële talen van het Europees Octrooibureau.
Inschrijvingen in het Register van Gemeenschapsoctrooien geschieden in de drie officiële talen van het Europees Octrooibureau. In geval van twijfel geeft de inschrijving in de procestaal de doorslag.
Geen van de Verdragsluitende Staten mag gebruik maken van de mogelijkheden bedoeld in de artikelen 65, 67, derde lid, en 70, derde lid, van het Europees Octrooiverdrag.
HOOFDSTUK III. BEPERKTE COMMISSIE VAN DE RAAD VAN BESTUUR
Artikel 11. Samenstelling
De Beperkte Commissie van de Raad van Bestuur bestaat uit vertegenwoordigers van de Verdragsluitende Staten en van de Commissie van de Europese Gemeenschappen, alsmede uit hun plaatsvervangers. Elke Verdragsluitende Staat en de Commissie van de Europese Gemeenschappen hebben het recht in de Beperkte Commissie een vertegenwoordiger en een plaatsvervanger te benoemen. De Verdragsluitende Staten worden in de Raad van Bestuur en in de Beperkte Commissie door dezelfde leden vertegenwoordigd.
De leden van de Beperkte Commissie kunnen zich op de door het Reglement van Orde bepaalde wijze doen bijstaan door adviseurs of deskundigen.
Artikel 12. Voorzitterschap
De Beperkte Commissie van de Raad van Bestuur kiest uit de vertegenwoordigers van de Verdragsluitende Staten en hun plaatsvervangers een Voorzitter en een Ondervoorzitter. De Ondervoorzitter vervangt ambtshalve de Voorzitter indien deze is verhinderd.
De Voorzitter en de Ondervoorzitter hebben zitting voor een periode van drie jaar. Zij zijn herkiesbaar.
Artikel 13. Dagelijks Bestuur
De Beperkte Commissie van de Raad van Bestuur kan een Dagelijks Bestuur instellen, bestaande uit vijf van haar leden.
De Voorzitter en de Ondervoorzitter van de Beperkte Commissie zijn ambtshalve lid van het Dagelijks Bestuur; de drie andere leden worden door de Beperkte Commissie gekozen.
De door de Beperkte Commissie gekozen leden hebben zitting voor een periode van drie jaar. Zij zijn niet herkiesbaar.
Het Dagelijks Bestuur voert de taken uit, waarmee het door de Beperkte Commissie overeenkomstig het Reglement van Orde wordt belast.
Artikel 14. Vergaderingen
De Beperkte Commissie van de Raad van Bestuur wordt door haar Voorzitter in vergadering bijeengeroepen.
De Voorzitter van het Europees Octrooibureau neemt deel aan de beraadslagingen.
De Beperkte Commissie houdt eenmaal per jaar een gewone vergadering; bovendien komt zij bijeen op initiatief van haar Voorzitter of op verzoek van een derde van het aantal Verdragsluitende Staten.
De Beperkte Commissie beraadslaagt op grond van een agenda en overeenkomstig haar Reglement van Orde.
Elk onderwerp waarvan een Verdragsluitende Staat met inachtneming van het Reglement van Orde plaatsing op de agenda vraagt, wordt op de voorlopige agenda geplaatst.
Artikel 15. Talen van de Beperkte Commissie
De beraadslagingen van de Beperkte Commissie van de Raad van Bestuur worden gehouden in de Duitse, de Engelse en de Franse taal.
De stukken die aan de Beperkte Commissie worden voorgelegd en de notulen van haar beraadslagingen worden in de in het eerste lid genoemde drie talen gesteld.
Artikel 16. Bevoegdheden van de Beperkte Commissie in bepaalde gevallen
De Beperkte Commissie van de Raad van Bestuur is bevoegd de volgende bepalingen van dit Verdrag te wijzigen:
- a. de duur van de in dit Verdrag vastgestelde termijnen die ten aanzien van het Europees Octrooibureau in acht moeten worden genomen;
- b. de bepalingen van het Uitvoeringsreglement.
De Beperkte Commissie is overeenkomstig dit Verdrag bevoegd tot vaststelling en wijziging van:
- a. het Financieel Reglement;
- b. het Reglement betreffende de taksen;
- c. haar Reglement van Orde.
Artikel 17. Stemrecht
Alleen de Verdragsluitende Staten hebben stemrecht in de Beperkte Commissie van de Raad van Bestuur.
Elke Verdragsluitende Staat beschikt over één stem, onverminderd de toepassing van het bepaalde in artikel 19.
Artikel 18. Wijze van stemmen
Onverminderd het tweede lid neemt de Beperkte Commissie van de Raad van Bestuur haar beslissingen met gewone meerderheid van de stemmen uitgebracht voor de vertegenwoordigde Verdragsluitende Staten.
Een meerderheid van drie vierde van de stemmen uitgebracht voor de vertegenwoordigde Verdragsluitende Staten is vereist voor de beslissingen die de Beperkte Commissie bevoegd is te nemen krachtens artikel 16 en artikel 21, sub a).
Een onthouding geldt niet als een stem.
Artikel 19. Weging van de stemmen
Voor de aanvaarding of wijziging van het Reglement betreffende de taksen, alsmede voor de in artikel 21, sub a), bedoelde goedkeuring indien de financiële lasten van de Verdragsluitende Staten daardoor toenemen, vindt de stemming plaats overeenkomstig artikel 36 van het Europees Octrooiverdrag. Onder „Verdragsluitende Staten” in dat artikel worden dan de Staten verstaan, die partij zijn bij het onderhavige Verdrag.
HOOFDSTUK IV. FINANCIËLE BEPALINGEN
Artikel 20. Financiële verplichtingen en inkomsten
Het bedrag dat de Staten die partij zijn bij dit Verdrag verschuldigd zijn krachtens artikel 146 van het Europees Octrooiverdrag, wordt betaald uit de financiële bijdragen die voor elke Staat worden vastgesteld overeenkomstig de in het derde lid bepaalde verdeelsleutel.
De ontvangsten uit de taksen gestort krachtens het Reglement betreffende de taksen, met aftrek van de bedragen die overeenkomstig de artikelen 39 en 147 van het Europees Octrooiverdrag aan de Europese Octrooiorganisatie zijn betaald, alsmede alle andere ontvangsten die de Europese Octrooiorganisatie krachtens het onderhavige Verdrag toevloeien, worden overeenkomstig de in het derde lid bedoelde verdeelsleutel verdeeld tussen de Staten die partij zijn bij het onderhavige Verdrag.
De verdeelsleutel waarnaar in het eerste en het tweede lid wordt verwezen, is:
| België | 5,25 % |
|---|---|
| Denemarken | 5,20 % |
| Duitsland | 20,40 % |
| Griekenland | 4,40 % |
| Spanje | 6,30 % |
| Frankrijk | 12,80% |
| Ierland | 3,45 % |
| Italië | 7,00 % |
| Luxemburg | 3,00 % |
| Nederland | 11,80% |
| Portugal | 3,50 % |
| Verenigd Koninkrijk | 16,90%. |
De in het derde lid vastgestelde verdeelsleutel kan, na een onderzoek dat de Beperkte Commissie van de Raad van Bestuur van de Europese Octrooiorganisatie vijf jaar na de inwerkingtreding van het Akkoord betreffende Gemeenschapsoctrooien instelt, bij besluit van de Raad van de Europese Gemeenschappen op voorstel van de Commissie van de Europese Gemeenschappen of op verzoek van ten minste drie Verdragsluitende Staten worden gewijzigd.
Voor het besluit als bedoeld in het vierde lid is vereist:
- a. van het zesde tot en met het tiende jaar na de datum van inwerkingtreding van het Akkoord betreffende Gemeenschapsoctrooien: eenparigheid van stemmen;
- b. na het verstrijken van die periode: gekwalificeerde meerderheid van stemmen; deze meerderheid is de meerderheid genoemd in het eerste streepje van artikel 148, tweede lid, tweede alinea, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap.
Vijf jaar na de inwerkingtreding van het Akkoord betreffende Gemeenschapsoctrooien zal een aanvang worden gemaakt met de werkzaamheden die nodig zijn om te onderzoeken onder welke voorwaarden en op welk tijdstip de financieringsregeling volgens het eerste tot en met het vijfde lid kan worden vervangen door een andere regeling die met inachtneming van de ontwikkeling binnen de Europese Gemeenschappen op Gemeenschapsfinanciering berust. Deze regeling kan betrekking hebben op de bedragen welke door de Staten die partij zijn bij dit Verdrag verschuldigd zijn krachtens het Europees Octrooiverdrag, alsmede op de bedragen die deze Staten toekomen uit hoofde van het laatstgenoemde Verdrag. Na afloop van dit onderzoek kunnen dit artikel en eventueel artikel 19, bij besluit van de Raad van de Europese Gemeenschappen op voorstel van de Commissie met eenparigheid van stemmen worden gewijzigd.
Artikel 21. Bevoegdheden van de Beperkte Commissie van de Raad van Bestuur op begrotingsgebied
De Beperkte Commissie van de Raad van Bestuur heeft tot taak:
- a. de ramingen van uitgaven en ontvangsten met betrekking tot de uitvoering van dit Verdrag jaarlijks goed te keuren en de eventuele wijzigingen in of aanvullingen op deze ramingen, haar door de Voorzitter van het Europees Octrooibureau voorgelegd, goed te keuren, en op de tenuitvoerlegging toe te zien;
- b. de in artikel 47, tweede lid, van het Europees Octrooiverdrag bedoelde machtiging te verlenen, voor zover het uitgaven betreft die betrekking hebben op de uitvoering van het onderhavige Verdrag;
- c. de jaarrekening van de Europese Octrooiorganisatie met betrekking tot de uitvoering van dit Verdrag en het deel van het rapport van de overeenkomstig artikel 49, eerste lid, van het Europees Octrooiverdrag benoemde accountants, dat op deze jaarrekening betrekking heeft, goed te keuren en de Voorzitter van het Europees Octrooibureau kwijting te verlenen.
Artikel 22. Reglement betreffende de taksen
In het Reglement betreffende de taksen worden in het bijzonder vastgesteld de bedragen van de taksen en de wijze waarop deze moeten worden betaald.
DEEL TWEEDE. MATERIEEL OCTROOIRECHT
HOOFDSTUK I. RECHT OP HET GEMEENSCHAPSOCTROOI
Artikel 23. Opeising van het recht op het Gemeenschapsoctrooi
Indien een Gemeenschapsoctrooi is verleend aan een persoon die hierop geen recht heeft ingevolge artikel 60, eerste lid, van het Europees Octrooiverdrag, kan degene die ingevolge genoemd lid wel recht heeft op het octrooi, eisen dat het octrooi aan hem wordt overgedragen, onverminderd alle andere rechten of rechtsvorderingen.
Hij die slechts recht heeft op een deel van het Gemeenschapsoctrooi, kan overeenkomstig het eerste lid eisen dat het octrooi aan hem als mederechthebbende wordt overgedragen.
De in het eerste en tweede lid bedoelde rechten kunnen slechts binnen twee jaar na de datum waarop in het Europees Octrooiblad de verlening van het Europees octrooi is vermeld, in rechte worden uitgeoefend. Deze bepaling is niet van toepassing indien de octrooihouder ten tijde van de verlening of de verkrijging van het octrooi wist dat hij geen recht op het octrooi had.
Het instellen van een rechtsvordering wordt ingeschreven in het Register van Gemeenschapsoctrooien. Ook wordt ingeschreven de in kracht van gewijsde gegane beslissing op deze vordering of een andere beindiging van de procedure.
Artikel 24. Gevolgen van verandering in hel houderschap
Bij een volledige verandering in het houderschap van een Gemeenschapsoctrooi ingevolge een rechtsvordering op grond van artikel 23, vervallen licenties en andere rechten door inschrijving van de rechthebbende in het Register van Gemeenschapsoctrooien.
Indien vóór de inschrijving van het instellen van deze rechtsvordering,
- a. de octrooihouder de uitvinding op het grondgebied van een Verdragsluitende Staat heeft toegepast of hiertoe daadwerkelijke en wezenlijke voorbereidingen heeft getroffen, of indien
- b. een licentiehouder een licentie heeft verkregen en de uitvinding op het grondgebied van een Verdragsluitende Staat heeft toegepast of hiertoe daadwerkelijke en wezenlijke voorbereidingen heeft getroffen,
kan hij de toepassing voortzetten mits hij de nieuwe in het Register van Gemeenschapsoctrooien ingeschreven octrooihouder om een niet-uitsluitende licentie verzoekt. Dit verzoek dient binnen de in het Uitvoeringsreglement voorgeschreven termijn te worden gedaan. De licentie moet voor een redelijke periode en op redelijke voorwaarden worden verleend.
Het bepaalde in het tweede lid is niet van toepassing indien de octrooihouder of de licentiehouder te kwader trouw was toen hij met de toepassing van de uitvinding of de voorbereiding hiertoe begon.
HOOFDSTUK II. RECHTSGEVOLGEN VAN HET GEMEENSCHAPSOCTROOI EN VAN DE EUROPESE OCTROOIAANVRAGE
Artikel 25. Verbod van directe toepassing van de uitvinding
Het Gemeenschapsoctrooi geeft de octrooihouder het recht, iedere derde die niet zijn toestemming hiertoe heeft verkregen, te verbieden:
- a. een voortbrengsel waarop het octrooi betrekking heeft, te vervaardigen, aan te bieden, in het verkeer te brengen, te gebruiken, dan wel daartoe in te voeren of in voorraad te hebben;
- b. een werkwijze waarop het octrooi betrekking heeft, toe te passen of, indien de derde weet dan wel het gezien de omstandigheden duidelijk is dat toepassing van de werkwijze verboden is zonder toestemming van de octrooihouder, voor toepassing op de grondgebieden van de Verdragsluitende Staten aan te bieden;
- c. een voortbrengsel dat rechtstreeks volgens de werkwijze waarop het octrooi betrekking heeft, is verkregen, aan te bieden, in het verkeer te brengen, te gebruiken, dan wel daartoe in te voeren of in voorraad te hebben.
Artikel 26. Verbod van indirecte toepassing van de uitvinding
Het Gemeenschapsoctrooi geeft de octrooihouder ook het recht, iedere derde die niet zijn toestemming hiertoe heeft verkregen, te verbieden, op de grondgebieden van de Verdragsluitende Staten aan een ander dan degene die gerechtigd is de uitvinding toe te passen, middelen betreffende een wezenlijk bestanddeel van de uitvinding aan te bieden of te leveren voor de toepassing van de geoctrooieerde uitvinding op die grondgebieden, indien de derde weet dan wel het gezien de omstandigheden duidelijk is, dat deze middelen voor die toepassing geschikt en bestemd zijn.
Het eerste lid geldt niet indien de daarin bedoelde middelen algemeen in de handel verkrijgbare produkten zijn, tenzij de derde degene aan wie hij levert, aanzet tot het verrichten van krachtens artikel 25 verboden handelingen.
Zij die de in artikel 27, sub a) tot en met sub c), bedoelde handelingen verrichten, worden niet geacht in de zin van het eerste lid gerechtigd te zijn tot toepassing van de uitvinding.
Artikel 27. Beperking van de rechtsgevolgen van het Gemeenschapsoctrooi
De uit een Gemeenschapsoctrooi voortvloeiende rechten strekken zich niet uit tot:
- a. handelingen die in de particuliere sfeer en voor niet-commercile doeleinden worden verricht;
- b. proefnemingen die het onderwerp van de geoctrooieerde uitvinding betreffen;
- c. de bereiding voor direct gebruik ten behoeve van individuele gevallen op medisch voorschrift van geneesmiddelen in apotheken, noch tot handelingen betreffende de aldus bereide geneesmiddelen;
- d. het gebruik, aan boord van schepen van de niet bij dit Verdrag aangesloten landen van de Unie van Parijs tot bescherming van de industrile eigendom, van datgene wat het voorwerp van het octrooi uitmaakt in het schip zelf, de machines, het scheepswant, de tuigage en andere bijbehorende zaken, wanneer die schepen tijdelijk of bij toeval in de wateren van de Verdragsluitende Staten verblijven, mits bedoeld gebruik uitsluitend ten behoeve van het schip plaatsvindt;
- e. het gebruik van datgene wat het voorwerp van het octrooi uitmaakt, in de constructie of werking van voor de voortbeweging in de lucht of te land dienende machines van de niet bij dit Verdrag aangesloten landen van de Unie van Parijs tot bescherming van de industrile eigendom, of van het toebehoren van deze machines, wanneer zij tijdelijk of bij toeval op het grondgebied van de Verdragsluitende Staten verblijven;
- f. de handelingen vermeld in artikel 27 van het Verdrag van 7 december 1944 inzake de internationale burgerlijke luchtvaart, wanneer deze handelingen betrekking hebben op een luchtvaartuig van een niet bij het onderhavige Verdrag aangesloten Staat, waarvoor genoemd artikel van toepassing is.
Artikel 28. Uitputting van de uit het Gemeenschapsoctrooi voortvloeiende rechten
De uit een Gemeenschapsoctrooi voortvloeiende rechten strekken zich niet uit tot handelingen die een door dit octrooi beschermd voortbrengsel betreffen en op de grondgebieden van de Verdragsluitende Staten worden verricht, nadat dit voortbrengsel door de octrooihouder of met zijn uitdrukkelijke toestemming in een van die Staten in het verkeer is gebracht, tenzij er redenen bestaan die het volgens de regels van het Gemeenschapsrecht rechtvaardigen dat de uit het Gemeenschapsoctrooi voortvloeiende rechten zich tot die handelingen uitstrekken.
Artikel 29. Vertaling van de conclusies in de onderzoek en oppositieprocedure
De aanvrager moet binnen de in het Uitvoeringsreglement voorgeschreven termijn bij het Europees Octrooibureau van de conclusies waarop de verlening van het Europees octrooi moet berusten, een vertaling indienen in een van de officiële talen van elk van de Verdragsluitende Staten die niet als een officiële taal het Duits, het Engels of het Frans hebben.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op tijdens een oppositieprocedure gewijzigde conclusies.
De vertalingen van de conclusies worden door het Europees Octrooibureau gepubliceerd.
De aanvrager of de octrooihouder moet de taks voor publikatie van de vertalingen van de conclusies betalen binnen de in het Uitvoeringsreglement voorgeschreven termijnen.
Indien de in het eerste lid genoemde vertalingen niet tijdig zijn ingediend of indien de taks voor publikatie van de vertalingen van de conclusies niet tijdig is betaald, wordt de Europese octrooiaanvrage geacht ingetrokken te zijn ten aanzien van de aangewezen Verdragsluitende Staten. Indien de in het tweede lid genoemde vertalingen niet tijdig zijn ingediend of indien de taks voor publikatie van de vertalingen van de conclusies niet tijdig is betaald, wordt het Gemeenschapsoctrooi herroepen.
Wanneer de in het eerste of het tweede lid voorgeschreven vertaling van de conclusies of een vertaling van de conclusies in de twee officiële talen van het Europees Octrooibureau die geen procestaal zijn, ondeugdelijk is, kunnen de aanvrager of de octrooihouder een herziene vertaling bij het Europees Octrooibureau indienen. De herziene vertaling heeft geen rechtsgevolgen zolang niet voldaan is aan de in het Uitvoeringsreglement vastgestelde voorwaarden.
Wanneer de vertaling van de conclusies in een van de officiële talen van een Verdragsluitende Staat ondeugdelijk is, kan iedereen die een uitvinding in de bewuste Staat heeft toegepast of daartoe daadwerkelijke en wezenlijke voorbereidingen heeft getroffen, welke toepassing in de ondeugdelijke vertaling van de conclusies geen inbreuk op het octrooi vormt, kosteloos met die toepassing doorgaan nadat de herziene vertaling van kracht is geworden. Dit geldt niet wanneer blijkt dat de betrokken persoon niet te goeder trouw heeft gehandeld.
Artikel 30. Vertaling van het Gemeenschapsoctrooischrift
Behalve de in artikel 29, eerste lid, bedoelde vertalingen, moet de aanvrager vóór het verstrijken van de in het Uitvoeringsreglement voorgeschreven termijn bij het Europees Octrooibureau een vertaling indienen van de aanvrage die de grondslag vormt voor de verlening van het Gemeenschapsoctrooi in een van de officiële talen van elke Verdragsluitende Staat waar de procestaal geen officiële taal is.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op de tekst van het Gemeenschapsoctrooi die de grondslag vormt voor de handhaving van het tijdens een oppositieprocedure gewijzigd octrooi.
Het Europees Octrooibureau doet binnen de in het Uitvoeringsreglement voorgeschreven termijn aan alle centrale diensten voor de industriële eigendom van de Verdragsluitende Staten die hem daarom hebben verzocht, in de betrokken taal of talen een afschrift toekomen van de in het eerste of het tweede lid bedoelde vertalingen. Daartoe moet de aanvrager de vertalingen in een voldoende aantal exemplaren overleggen.
De in het eerste en het tweede lid voorgeschreven vertalingen worden door het Europees Octrooibureau ter beschikking van het publiek gesteld en worden tijdig kosteloos toegezonden aan de centrale diensten voor de industriële eigendom van de betrokken Verdragsluitende Staten in een zodanige vorm dat zij op passende wijze tegen geringe kosten kunnen worden verspreid.
Wanneer de in het eerste lid voorgeschreven vertalingen tijdig worden ingediend, kan de octrooihouder zich vanaf de datum van publikatie van de octrooiverlening op de octrooirechten beroepen.
Indien de in het eerste of het tweede lid voorgeschreven vertalingen niet tijdig zijn ingediend, wordt het Gemeenschapsoctrooi geacht van de aanvang af geen rechtsgevolgen te hebben gehad. De octrooihouder kan evenwel in plaats van een Gemeenschapsoctrooi een Europees octrooi verkrijgen voor de Verdragsluitende Staten waarvoor hij tijdig vertalingen heeft overgelegd. Daartoe moet hij aan het Europees Octrooibureau binnen twee maanden na het verstrijken van de geldende termijn schriftelijk zijn voornemen kenbaar maken en binnen dezelfde termijn de in artikel 81, eerste lid, bedoelde taksen voldoen.
Artikel 29, zesde en zevende lid, is van overeenkomstige toepassing op de in het eerste en het tweede lid voorgeschreven vertalingen.
Artikel 31. Rechtskracht van de vertalingen
De in de artikelen 29 en 30 bedoelde vertalingen die gemaakt zijn door personen die overeenkomstig het recht van een Verdragsluitende Staat daartoe gemachtigd zijn, worden in die Staat geacht in overeenstemming te zijn met het origineel, tenzij het tegendeel wordt bewezen.
Artikel 32. Rechten voortvloeiende uit een Europese octrooiaanvrage na publikatie
Een gezien de omstandigheden redelijke vergoeding kan worden geëist van een derde die, tussen de datum van publikatie van een Europese octrooiaanvrage waarin de Verdragsluitende Staten zijn aangewezen en de datum van publikatie van de verlening van het Europese octrooi, de uitvinding heeft toegepast op een wijze die na deze periode verboden zou zijn op grond van het Gemeenschapsoctrooi.
Een Verdragsluitende Staat die niet als een officiële taal de procestaal heeft van de Europese octrooiaanvrage waarin de Verdragsluitende Staten zijn aangewezen, kan bepalen dat het in het eerste lid bedoelde recht voor de toepassing van de uitvinding op zijn grondgebied eerst dan uit die aanvrage voortvloeit, als de aanvrager, naar zijn keuze:
- a. bij de bevoegde instantie van deze Staat een vertaling van de conclusies in een officiële taal van de bedoelde Staat heeft ingediend en deze vertaling is gepubliceerd overeenkomstig het recht van die Staat, of
- b. deze vertaling heeft doen toekomen aan degene die in deze Staat de uitvinding waarvoor het Europese octrooi is aangevraagd, toepast.
Een in het tweede lid bedoelde Verdragsluitende Staat kan bepalen dat, indien de aanvrager gebruik maakt van de in het tweede lid, sub b), bedoelde mogelijkheid, het uit de aanvrage voortvloeiende recht ten aanzien van het gebruik van de uitvinding op het grondgebied van de betrokken Staat alleen kan worden ingeroepen indien de aanvrager de bevoegde instantie van die Staat een exemplaar van de vertaling toezendt binnen 15 dagen nadat deze toegezonden is aan degene die de uitvinding in die Staat gebruikt. De Verdragsluitende Staat kan bepalen dat de instantie de vertaling moet publiceren overeenkomstig het recht van die Staat.
Een Verdragsluitende Staat die krachtens het tweede lid een bepaling aanneemt, kan voorschrijven dat, wanneer de vertaling van de conclusies ondeugdelijk is, van een ieder die de uitvinding in die Staat heeft toegepast of daartoe daadwerkelijke en wezenlijke voorbereidingen heeft getroffen, welke toepassing in de oorspronkelijke vertaling van de conclusies geen inbreuk op de aanvrage vormt, overeenkomstig het eerste lid een redelijke vergoeding pas kan worden geist vanaf het tijdstip waarop de herziene vertaling van de conclusies is gepubliceerd of door hem is ontvangen, tenzij blijkt dat hij niet te goeder trouw heeft gehandeld, in welk geval van hem een redelijke vergoeding overeenkomstig het eerste lid pas kan worden geëist vanaf het tijdstip waarop aan de vereisten van het tweede lid is voldaan.
Artikel 33. Rechtsgevolgen van herroeping en nietigheid van het Gemeenschapsoctrooi
Een Europese octrooiaanvrage waarin de Verdragsluitende Staten zijn aangewezen, en het Gemeenschapsoctrooi waartoe deze aanvrage heeft geleid, worden geacht van de aanvang af niet de in dit hoofdstuk genoemde rechtsgevolgen te hebben gehad naargelang het octrooi geheel of gedeeltelijk nietig is verklaard.
Onverminderd de bepalingen van de nationale wetgeving betreffende aanspraken op vergoeding van schade veroorzaakt door nalatigheid of kwade trouw van de octrooihouder, of betreffende ongerechtvaardigde verrijking, heeft de terugwerkende kracht van de herroeping of van de nietigheid geen invloed op:
- a. een beslissing ter zake van inbreuk die vóór de herroeping of de nietigverklaring in kracht van gewijsde is gegaan en ten uitvoer is gelegd;
- b. een vóór de herroeping of de nietigverklaring gesloten overeenkomst, voor zover deze vóór de nietigverklaring of de herroeping is uitgevoerd; uit billijkheidsoverwegingen kan echter terugbetaling worden geëist van op grond van deze overeenkomst betaalde bedragen, en wel in de mate als door de omstandigheden gerechtvaardigd is.
Artikel 34. Aanvullende toepassing van het nationaal recht inzake inbreuk
De rechtsgevolgen van een Gemeenschapsoctrooi worden uitsluitend beheerst door de bepalingen van dit Verdrag. In ander opzicht is inbreuk op een Gemeenschapsoctrooi onderworpen aan het nationale recht inzake inbreuk op nationale octrooien overeenkomstig de bepalingen van het Geschillenprotocol.
Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op een Europese octrooiaanvrage die tot de verlening van een Gemeenschapsoctrooi kan leiden.
Artikel 35. Bewijslast
Indien een Gemeenschapsoctrooi betrekking heeft op een werkwijze tot vervaardiging van een nieuw voortbrengsel, wordt zulk een voortbrengsel dat door een ander dan de octrooihouder is vervaardigd, behoudens tegenbewijs, geacht met toepassing van de geoctrooieerde werkwijze te zijn vervaardigd.
Bij het leveren van tegenbewijs wordt rekening gehouden met het gerechtvaardigd belang dat de verweerder heeft bij de bescherming van zijn fabricage- en bedrijfsgeheimen.
HOOFDSTUK III. NATIONALE RECHTEN
Artikel 36. Oudere nationale rechten
Ten opzichte van een Gemeenschapsoctrooi dat een latere aanvraagdatum of, indien voorrang is ingeroepen, een latere voorrangsdatum heeft dan een op of na die datum in een Verdragsluitende Staat voor het publiek toegankelijk geworden nationale octrooiaanvrage of nationaal octrooi, heeft de nationale octrooiaanvrage of het nationaal octrooi, als een ouder recht, voor deze Staat dezelfde rechtsgevolgen als een gepubliceerde Europese octrooiaanvrage waarin deze Staat zou zijn aangewezen.
Indien in een Verdragsluitende Staat een nationale octrooiaanvrage of een nationaal octrooi, waarvan de publikatie niet heeft plaatsgevonden op grond van de nationale wetgeving van die Staat inzake geheimhouding van uitvindingen, ten opzichte van een nationaal octrooi met een latere indieningsdatum of, indien voorrang is ingeroepen, een latere voorrangsdatum, in die Staat rechtsgevolgen heeft als een ouder recht, geldt zulks in die Staat ook voor een Gemeenschapsoctrooi.
Artikel 37. Recht van voorgebruik en van persoonlijk bezit
Degene die in een Verdragsluitende Staat een recht van voorgebruik of een recht van persoonlijk bezit met betrekking tot een uitvinding zou hebben verworven indien voor deze uitvinding een nationaal octrooi zou zijn verleend, geniet in deze Staat hetzelfde recht ten aanzien van het Gemeenschapsoctrooi dat op deze uitvinding betrekking heeft.
De uit een Gemeenschapsoctrooi voortvloeiende rechten strekken zich niet uit tot handelingen die een door dit octrooi beschermd voortbrengsel betreffen en op het grondgebied van de desbetreffende Verdragsluitende Staat worden verricht, nadat dit voortbrengsel in die Staat in het verkeer is gebracht door de in het eerste lid bedoelde rechthebbende, voor zover het nationaal recht van deze Staat voorziet in die rechtsgevolgen ten opzichte van nationale octrooien.
HOOFDSTUK IV. HET GEMEENSCHAPSOCTROOI ALS DEEL VAN HET VERMOGEN
Artikel 38. Behandeling van het Gemeenschapsoctrooi als een nationaal octrooi
Behoudens andersluidende bepalingen van dit Verdrag wordt een Gemeenschapsoctrooi als deel van het vermogen, in zijn geheel en voor alle grondgebieden waarop het rechtsgevolgen heeft, beschouwd als een nationaal octrooi in de Verdragsluitende Staat op welks grondgebied, volgens het Europees Octrooiregister bedoeld in het Europees Octrooiverdrag,
- a. de aanvrager op de dag van indiening van de Europese octrooiaanvrage zijn woonplaats of zetel had, of
- b. indien het sub a) gestelde niet van toepassing is, de aanvrager op die dag een vestiging had, of
- c. indien het sub a) en sub b) gestelde niet van toepassing is, de eerste in het Europees Octrooiregister ingeschreven gemachtigde van de aanvrager op de dag van inschrijving kantoor hield.
Indien de bepalingen van het eerste lid, sub a), sub b) of sub c), niet van toepassing zijn, is de in het eerste lid bedoelde Verdragsluitende Staat de Bondsrepubliek Duitsland.
Indien twee of meer personen als medeaanvragers zijn ingeschreven in het Europees Octrooiregister, wordt het in het eerste lid bepaalde toegepast op de eerstingeschrevene; zo dit niet mogelijk is, op de eerstvolgende medeaanvrager in volgorde van inschrijving, op wie dit wel mogelijk is. Is het bepaalde in het eerste lid op geen van de medeaanvragers van toepassing, dan is het tweede lid van toepassing.
Indien in een overeenkomstig de voorgaande leden bepaalde Verdragsluitende Staat een recht op een nationaal octrooi eerst gevolgen heeft na inschrijving ervan in het nationaal Octrooiregister, heeft een recht op een Gemeenschapsoctrooi eerst gevolgen nadat dit recht is ingeschreven in het Register van Gemeenschapsoctrooien.
Artikel 39. Overgang
Overdracht van een Gemeenschapsoctrooi geschiedt bij een schriftelijke akte ondertekend door de partijen bij de overeenkomst, behalve indien de overdracht het gevolg is van een rechterlijke beslissing.
Onverminderd artikel 24, eerste lid, laat een overgang de door derden vóór de datum van de overgang verkregen rechten onverlet.
Een overgang kan eerst na inschrijving in het Register van Gemeenschapsoctrooien aan derden worden tegengeworpen, en wel in de omvang die blijkt uit de stukken bedoeld in het Uitvoeringsreglement. De overgang kan evenwel vóór de inschrijving worden tegengeworpen aan derden die na de datum van de overgang rechten hebben verkregen maar bij de verkrijging van deze rechten kennis van de overgang droegen.
Artikel 40. Executieprocedure
Inzake executieprocedures betreffende een Gemeenschapsoctrooi zijn uitsluitend bevoegd de rechterlijke instanties en de andere autoriteiten van de overeenkomstig artikel 38 bepaalde Verdragsluitende Staat.
Artikel 41. Faillissementsprocedure en soortgelijke procedures
Totdat ter zake gemeenschappelijke bepalingen tussen de Verdragsluitende Staten in werking treden, kan een Gemeenschapsoctrooi in een faillissementsprocedure of een soortgelijke procedure slechts in de Verdragsluitende Staat worden betrokken, waar deze procedure het eerst werd ingeleid.
In geval van medehouderschap van een Gemeenschapsoctrooi is het eerste lid van overeenkomstige toepassing op het aandeel van een medehouder.
Artikel 42. Contractuele licenties
Een Gemeenschapsoctrooi kan geheel of gedeeltelijk het onderwerp zijn van licenties voor alle of voor een deel van de grondgebieden waarop het octrooi rechtsgevolgen heeft. Een licentie kan al dan niet uitsluitend zijn.
De uit het Gemeenschapsoctrooi voortvloeiende rechten kunnen worden ingeroepen tegen een licentiehouder die een van de in het eerste lid bedoelde grenzen van zijn licentie overschrijdt.
Het tweede en derde lid van artikel 39 zijn van overeenkomstige toepassing op de verlening of de overdracht van een licentie op een Gemeenschapsoctrooi.
Artikel 43. Licenties van rechtswege
Indien de houder van een Gemeenschapsoctrooi bij het Europees Octrooibureau een schriftelijke verklaring indient dat hij bereid is een ieder toe te staan als licentiehouder de uitvinding toe te passen tegen betaling van een redelijke vergoeding, worden de jaartaksen voor instandhouding van het Gemeenschapsoctrooi, die na ontvangst van de verklaring vervallen, verlaagd; het bedrag van de verlaging wordt vastgesteld in het Reglement betreffende de taksen. Bij een volledige verandering in het houderschap van het octrooi ingevolge een krachtens artikel 23 ingestelde rechtsvordering wordt de verklaring geacht te zijn ingetrokken op de dag waarop de rechthebbende in het Register van Gemeenschapsoctrooien is ingeschreven.
De verklaring kan op elk ogenblik door een schriftelijke kennisgeving aan het Europees Octrooibureau worden ingetrokken mits nog niemand de octrooihouder in kennis heeft gesteld van zijn voornemen de uitvinding toe te passen. De intrekking wordt van kracht bij indiening van genoemde kennisgeving. Het bedrag waarmee de jaartaksen verlaagd werden, dient alsnog te worden betaald binnen een termijn van één maand na de intrekking; artikel 48, tweede lid, is van toepassing, met dien verstande dat de termijn van zes maanden begint te lopen bij het verstrijken van voornoemde termijn.
De verklaring kan niet worden ingediend zolang in het Register van Gemeenschapsoctrooien een uitsluitende licentie is ingeschreven of indien een verzoek tot inschrijving van zulk een licentie bij het Europees Octrooibureau is ingediend.
Ingevolge deze verklaring is een ieder bevoegd de uitvinding als licentiehouder toe te passen onder de voorwaarden genoemd in het Uitvoeringsreglement. Een krachtens dit artikel verkregen licentie wordt in de zin van dit Verdrag gelijkgesteld met een contractuele licentie.
Op schriftelijk verzoek van een van de partijen stelt de nietigheidsafdeling het bedrag van de redelijke vergoeding vast, of wijzigt zij dit indien er zich feiten hebben voorgedaan of feiten bekend zijn geworden waaruit blijkt dat dit bedrag kennelijk onredelijk is. De voor de nietigheidsprocedure geldende bepalingen zijn van overeenkomstige toepassing, voor zover zij niet buiten toepassing moeten blijven wegens de bijzondere aard van de nietigheidsprocedure. Het verzoek wordt eerst als ingediend beschouwd nadat een administratieve taks is betaald.
Een verzoek tot inschrijving van een uitsluitende licentie in het Register van Gemeenschapsoctrooien is niet ontvankelijk nadat de in het eerste lid bedoelde verklaring is ingediend, tenzij deze is ingetrokken of geacht wordt te zijn ingetrokken.
Artikel 44. De Europese octrooiaanvrage als deel van het vermogen
De bepalingen van de artikelen 38 tot en met 42 zijn van overeenkomstige toepassing op een Europese octrooiaanvrage waarin de Verdragsluitende Staten zijn aangewezen, waarbij in plaats van het Register van Gemeenschapsoctrooien moet worden gelezen het Europees Octrooiregister bedoeld in het Europees Octrooiverdrag.
De door derden verkregen rechten op de in het eerste lid bedoelde Europese octrooiaanvrage blijven gelden ten aanzien van het Gemeenschapsoctrooi dat op deze aanvrage is verleend.
HOOFDSTUK V. GEDWONGEN LICENTIES OP HET GEMEENSCHAPSOCTROOI
Artikel 45. Gedwongen licenties
De bepalingen van de wetgeving van een Verdragsluitende Staat, die voorzien in de verlening van gedwongen licenties op nationale octrooien, zijn van toepassing op Gemeenschapsoctrooien. De omvang en de rechtsgevolgen van op Gemeenschapsoctrooien verleende gedwongen licenties zijn beperkt tot het grondgebied van de betrokken Staat; artikel 28 is niet van toepassing.
De Verdragsluitende Staten moeten althans wat de vergoeding uit hoofde van een gedwongen licentie betreft voorzien in de mogelijkheid van uiteindelijk beroep op een rechterlijke instantie.
De nationale overheidsinstanties stellen het Europees Octrooibureau zoveel mogelijk in kennis van op Gemeenschapsoctrooien verleende gedwongen licenties.
Voor de toepassing van dit Verdrag omvat de term „gedwongen licentie” mede ambtshalve verleende licenties en elk recht tot toepassing van een geoctrooieerde uitvinding in het algemeen belang.
Artikel 46. Gedwongen licenties wegens niet of onvoldoende toepassing
Gedwongen licenties op een Gemeenschapsoctrooi wegens niet of onvoldoende toepassing kunnen niet worden verleend, indien het voortbrengsel dat door het octrooi is beschermd en in een Verdragsluitende Staat is vervaardigd, op het grondgebied van een andere Verdragsluitende Staat waarvoor zulk een licentie is gevraagd, in voldoende hoeveelheid in het verkeer wordt gebracht om aan de behoeften op het grondgebied van laatstgenoemde Staat te voldoen. Deze bepaling is niet van toepassing op gedwongen licenties die in het algemeen belang worden verleend.
Artikel 47. Gedwongen licenties ten behoeve van afhankelijke octrooien
De bepalingen van de wetgeving van een Verdragsluitende Staat, die voorzien in de verlening van gedwongen licenties op oudere octrooien ten behoeve van jongere, afhankelijke octrooien, zijn tevens van toepassing op de verhouding tussen Gemeenschapsoctrooien en nationale octrooien, alsmede op de verhouding tussen Gemeenschapsoctrooien onderling.
DEEL DERDE. INSTANDHOUDING, EINDE, BEPERKING EN NIETIGHEID VAN HET GEMEENSCHAPSOCTROOI
HOOFDSTUK I. INSTANDHOUDING EN EINDE
Artikel 48. Jaartaksen
Voor Gemeenschapsoctrooien moeten aan het Europees Octrooibureau jaartaksen worden betaald, overeenkomstig de bepalingen van het Uitvoeringsreglement. Deze taksen moeten worden betaald voor de jaren volgend op het jaar bedoeld in artikel 86, vierde lid, van het Europees Octrooiverdrag; evenwel behoeft geen taks te worden betaald voor de eerste twee jaren na de datum van indiening van de aanvrage.
Indien een jaartaks niet op de vervaldatum is betaald, kan deze taks nog rechtsgeldig worden betaald binnen zes maanden na de vervaldag, mits gelijktijdig een toeslag wordt betaald.
Indien, een jaartaks voor een Gemeenschapsoctrooi vervalt binnen twee maanden nadat de verlening van het Europees octrooi is bekendgemaakt, wordt deze jaartaks geacht rechtsgeldig te zijn betaald als hij binnen die termijn is betaald. In dit geval behoeft geen toeslag te worden betaald.
Artikel 49. Afstand
Van een Gemeenschapsoctrooi kan slechts in zijn geheel afstand worden gedaan.
Afstand dient te geschieden door een schriftelijke verklaring van de octrooihouder aan het Europees Octrooibureau. De afstand wordt eerst van kracht na inschrijving in het Register van Gemeenschapsoctrooien.
De afstand wordt slechts in het Register van Gemeenschapsoctrooien ingeschreven met toestemming van degene die een in dit register ingeschreven zakelijk recht heeft of op wiens naam een inschrijving overeenkomstig artikel 23, vierde lid, eerste zin, is verricht. Indien een licentie in genoemd register is ingeschreven, wordt de afstand eerst ingeschreven indien de octrooihouder aantoont dat hij vooraf de licentiehouder in kennis heeft gesteld van zijn voornemen afstand te doen; de inschrijving van de afstand geschiedt na het verstrijken van de in het Uitvoeringsreglement vastgestelde termijn.
Artikel 50. Einde
Een Gemeenschapsoctrooi eindigt:
- a. door het verstrijken van de termijn genoemd in artikel 63 van het Europees Octrooiverdrag;
- b. doordat de octrooihouder afstand doet overeenkomstig artikel 49 van het onderhavige Verdrag;
- c. indien een jaartaks en de eventuele toeslag niet tijdig zijn betaald.
Het Gemeenschapsoctrooi eindigt op de in artikel 53, vierde lid, bedoelde dag, voor zover het niet in stand is gebleven.
Het eindigen van het Gemeenschapsoctrooi wegens niet-tijdige betaling van eenjaartaks en van de eventuele toeslag wordt geacht te hebben plaatsgevonden op de vervaldatum van de jaartaks.
Over het eindigen van het Gemeenschapsoctrooi beslistzo nodig de afdeling voor de administratie van octrooien of, indien er over dit octrooi een procedure bij een nietigheidsafdeling aanhangig is, deze afdeling.
HOOFDSTUK II. BEPERKINGSPROCEDURE
Artikel 51. Verzoek tot beperking
Op verzoek van de octrooihouder kan een Gemeenschapsoctrooi worden beperkt in de vorm van een wijziging van de conclusies, beschrijving of tekeningen. Voor een of meer Verdragsluitende Staten kan een beperking slechts in het in artikel 36, eerste lid, bedoelde geval worden gevraagd.
Het verzoek kan niet worden ingediend zolang er oppositie kan worden ingesteld of zolang er een oppositieprocedure of een nietigheidsprocedure aanhangig is.
Het verzoek moet schriftelijk bij het Europees Octrooibureau worden ingediend. Het wordt eerst geacht te zijn ingediend na betaling van de beperkingstaks.
Het bepaalde in artikel 49, derde lid, is van overeenkomstige toepassing op de indiening van het verzoek tot beperking.
Indien tijdens een beperkingsprocedure een verzoek tot nietigverklaring van het Gemeenschapsoctrooi wordt ingediend, schorst de nietigheidsafdeling de beperkingsprocedure, totdat een beslissing op het verzoek tot nietigverklaring in kracht van gewijsde is gegaan.
Artikel 52. Behandeling van het verzoek
De nietigheidsafdeling onderzoekt of de in artikel 56, eerste lid, sub a) tot en met d), genoemde nietigheidsgronden het in stand blijven van het Gemeenschapsoctrooi in de gewijzigde vorm in de weg staan.
Tijdens de behandeling van het verzoek, die moet plaatsvinden overeenkomstig de bepalingen van het Uitvoeringsreglement, verzoekt de nietigheidsafdeling zo dikwijls als nodig de octrooihouder, binnen een door haar te stellen termijn te antwoorden op kennisgevingen die zij tot hem heeft gericht.
Indien de octrooihouder binnen de gestelde termijn geen gehoor geeft aan een verzoek dat de nietigheidsafdeling overeenkomstig het tweede lid tot hem heeft gericht wordt het verzoek tot beperking als ingetrokken beschouwd.
Artikel 53. Afwijzing van het verzoek, of beperking van het Gemeenschapsoctrooi
Indien de nietigheidsafdeling naar aanleiding van het in artikel 52 bedoelde onderzoek de wijzigingen niet aanvaardbaar acht, wijst zij het verzoek af.
Indien de nietigheidsafdeling van mening is dat, gelet op de wijzigingen die de octrooihouder tijdens de beperkingsprocedure heeft aangebracht, de in artikel 56 genoemde nietigheidsgronden zich niet verzetten tegen het in stand blijven van het Gemeenschapsoctrooi, besluit zij het octrooi dienovereenkomstig te beperken, mits:
- a. overeenkomstig de bepalingen van het Uitvoeringsreglement is vastgesteld dat de octrooihouder instemt met de door de nietigheidsafdeling voorgestelde tekst van het te beperken octrooi,
- b. een vertaling van elke in het octrooischriftaangebrachte wijziging in een van de officiële talen van elk van de Verdragsluitende Staten die niet als een officiële taal de procestaal hebben, is ingediend binnen de in het Uitvoeringsreglement vastgestelde termijn, en
- c. de taks voor het drukken van een nieuw octrooischrift is betaald binnen de in het Uitvoeringsreglement vastgestelde termijn.
Wanneer een vertaling niet tijdig is ingediend of de taks voor het drukken van een nieuw octrooischrift niet tijdig is betaald, wordt het verzoek geacht te zijn ingetrokken, tenzij binnen de in het Uitvoeringsreglement vastgestelde extra termijn deze handelingen alsnog worden verricht en een toeslag wordt betaald.
Het besluit tot beperking van het Gemeenschapsoctrooi treedt eerst in werking op de dag waarop de vermelding van dit besluit is opgenomen in het Blad van Gemeenschapsoctrooien.
Artikel 54. Publikatie van een nieuw octrooischrift na de beperkingsprocedure
Nadat het Gemeenschapsoctrooi krachtens artikel 53, tweede lid, is beperkt, publiceert het Europees Octrooibureau, tegelijk met de vermelding van het besluit tot beperking, een nieuw octrooischrift van het Gemeenschapsoctrooi, dat in gewijzigde vorm de beschrijving, de conclusies en eventueel de tekeningen bevat. Artikel 30, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
HOOFDSTUK III. NIETIGHE1DSPROCEDURE
Artikel 55. Verzoek tot nietigverklaring
Een ieder kan bij het Europees Octrooibureau een verzoek tot nietigverklaring van een Gemeenschapsoctrooi indienen; in het geval bedoeld in artikel 56, eerste lid, sub e), kan het verzoek echter slechts worden ingediend door de persoon die het recht heeft als enige houder, of door de personen gezamenlijk die het recht hebben als medehouders van het octrooi overeenkomstig artikel 23 te worden ingeschreven in het Register van Gemeenschapsoctrooien.
In de gevallen bedoeld in artikel 56, eerste lid, sub a) tot en met sub d), kan het verzoek niet worden ingediend zolang er oppositie kan worden ingesteld of een oppositieprocedure aanhangig is.
Het verzoek kan ook worden ingediend nadat het Gemeenschapsoctrooi is geëindigd.
Het verzoek moet schriftelijk worden ingediend en met redenen omkleed. Het wordt eerst geacht te zijn ingediend na betaling van de nietigheidstaks.
De verzoeker is evenals de octrooihouder partij in de nietigheidsprocedure.
Indien de verzoeker geen woonplaats of zetel heeft op het grondgebied van een van de Verdragsluitende Staten, moet hij op vordering van de octrooihouder zekerheid stellen voor de proceskosten. De nietigheidsafdeling stelt naar billijkheid het bedrag van de zekerheid vast en bepaalt de termijn binnen welke deze moet worden gesteld. Indien de zekerheid niet binnen de bepaalde termijn is gesteld, wordt het verzoek geacht te zijn ingetrokken.
Artikel 56. Nietigheidsgronden
Een verzoek tot nietigverklaring van een Gemeenschapsoctrooi kan slechts op de volgende gronden berusten:
- a. het onderwerp van het octrooi is niet octrooieerbaar ingevolge de artikelen 52 tot en met 57 van het Europees Octrooiverdrag;
- b. het octrooischrift bevat niet een beschrijving van de uitvinding, die zodanig duidelijk en volledig is dat een deskundige deze uitvinding kan toepassen;
- c. het onderwerp van het octrooi wordt niet gedekt door de inhoud van de Europese octrooiaanvrage zoals die is ingediend, of door de inhoud van de oorspronkelijke aanvrage zoals die is ingediend indien het octrooi is verleend op een afgesplitste Europese aanvrage of op een nieuwe Europese octrooiaanvrage die is ingediend overeenkomstig artikel 61 van het Europees Octrooiverdrag;
- d. de beschermingsomvang van het octrooi is uitgebreid;
- e. de octrooihouder is, krachtens een beslissing die in alle Verdragsluitende Staten moet worden erkend, niet de rechthebbende op het octrooi volgens artikel 60, eerste lid, van het Europees Octrooiverdrag;
- f. het onderwerp van het octrooi is op grond van artikel 36, eerste lid, niet octrooieerbaar.
Indien de nietigheidsgronden het octrooi slechts gedeeltelijk aantasten, wordt de nietigheid zodanig uitgesproken dat het octrooi dienovereenkomstig wordt beperkt. De beperking kan geschieden in de vorm van een wijziging van de conclusies, van de beschrijving of van de tekeningen.
In het in het eerste lid, sub f), bedoelde geval wordt de nietigheid slechts uitgesproken voor de Verdragsluitende Staat waar de nationale octrooiaanvrage of het nationale octrooi voor het publiek toegankelijk is geworden.
Artikel 57. Behandeling van het verzoek
Indien de verzoeker tot nietigverklaring van het Gemeenschapsoctrooi ontvankelijk is, onderzoekt de nietigheidsafdeling of de in artikel 56 genoemde nietigheidsgronden het in stand blijven van het octrooi in de weg staan.
Tijdens de behandeling van het verzoek, die plaatsvindt overeenkomstig de bepalingen van het Uitvoeringsreglement, verzoekt de nietigheidsafdeling zo dikwijls als nodig partijen binnen een door deze afdeling te stellen termijn te antwoorden op kennisgevingen die zij tot hen heeft gericht of op mededelingen van andere partijen.
Artikel 58. Nietigverklaring of instandhouding van het octrooi
Indien de nietigheidsafdeling van oordeel is dat de in artikel 56 genoemde nietigheidsgronden zich verzetten tegen het in stand blijven van het Gemeenschapsoctrooi, verklaart zij het octrooi nietig.
Indien de nietigheidsafdeling van oordeel is dat geen van de in artikel 56 genoemde nietigheidsgronden zich verzet tegen het ongewijzigd in stand blijven van het Gemeenschapsoctrooi, verwerpt zij het verzoek tot nietigverklaring.
Indien de nietigheidsafdeling van oordeel is dat, gelet op de wijzigingen die de octrooihouder tijdens de nietigheidsprocedure heeft aangebracht, de in artikel 56 genoemde nietigheidsgronden zich niet verzetten tegen het in stand blijven van het Gemeenschapsoctrooi, besluit zij het octrooi in de gewijzigde vorm in stand te houden, mits:
- a. overeenkomstig de bepalingen van het Uitvoeringsreglement is vastgesteld dat de octrooihouder instemt met de door de nietigheidsafdeling voorgestelde tekst van het in stand te houden octrooi,
- b. een vertaling van elke in het octrooischriftaangebrachte wijziging in een van de officiële talen van elk van de Verdragsluitende Staten die niet als een officiële taal de procestaai hebben, is ingediend binnen de in het Uitvoeringsreglement vastgestelde termijn, en
- c. de taks voor het drukken van een nieuw octrooischrift is betaald binnen de in het Uitvoeringsreglement vastgestelde termijn.
Indien een vertaling niet tijdig is ingediend of de taks voor het drukken van een nieuw octrooischrift niet tijdig is betaald, wordt het octrooi nietig verklaard, tenzij binnen de in het Uitvoeringsreglement vastgestelde extra termijn deze handelingen alsnog worden verricht en een toeslag wordt betaald.
Artikel 59. Publikatie van een nieuw octrooischrift na de nietigheidsprocedure
Nadat het Gemeenschapsoctrooi krachtens artikel 58, derde lid, is gewijzigd, publiceert het Europees Octrooibureau, tegelijk met de vermelding van de beslissing op het verzoek tot nietigverklaring, een nieuw octrooischrift van het Gemeenschapsoctrooi, dat in gewijzigde vorm de beschrijving, de conclusies en eventueel de tekeningen bevat. Artikel 30, derde en vierde lid, is van overeenkomstige toepassing.
Artikel 60. Kosten
Elke bij de nietigheidsprocedure betrokken partij draagt de door haargemaakte kosten, behalve indien de nietigheidsafdeling overeenkomstig het Uitvoeringsreglement, of het Gemeenschappelijk Hof van Beroep overeenkomstig zijn reglement voor de procesvoering, op gronden van billijkheid besluit tot een andere verdeling van de door een mondelinge procedure of een bewijslevering veroorzaakte kosten. Op verzoek kan een beslissing over de verdeling van de kosten ook worden genomen indien het verzoek tot nietigverklaring is ingetrokken of indien het Gemeenschapsoctrooi is geëindigd.
Op verzoek stelt de griffie van de nietigheidsafdeling het bedrag vast van de kosten die krachtens een beslissing omtrent de kostenverdeling moeten worden vergoed. Het bedrag van de kosten zoals dat door de griffie is vastgesteld, kan op een verzoek, ingediend binnen de in het Uitvoeringsreglement vastgestelde termijn, door een beslissing van de nietigheidsafdeling worden gewijzigd.
Artikel 104, derde lid, van het Europees Octrooiverdrag is van overeenkomstige toepassing.
DEEL VIERDE. BEROEPSPROCEDURE
Artikel 61. Beroep
Tegen de beslissingen van een nietigheidsafdeling of van de afdeling voor de administratie van octrooien kan beroep worden ingesteld.
De artikelen 106 tot en met 109 van het Europees Octrooiverdrag zijn van overeenkomstige toepassing op de beroepsprocedure voor zover het reglement voor de procesvoering van het Gemeenschappelijk Hof van Beroep of het reglement betreffende de taksen niet anders bepaalt.
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)