Akkoord betreffende Gemeenschapsoctrooien

Type Verdrag
Publication 1989-12-15
State In force
Source BWB
artikelen 103
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

DEEL VIJFDE. GEMEENSCHAPPELIJKE BEPALINGEN

Artikel 62. Algemene bepalingen betreffende de procedure en vertegenwoordiging

1.

De bepalingen van de hoofdstukken I en III van het Zevende Deel van het Europees Octrooiverdrag, met uitzondering van artikel 124, zijn voor wat het onderhavige Verdrag betreft, van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat:

  • a. artikel 114, eerste lid, slechts van toepassing is op de nietigheidsafdelingen;
  • b. artikel 116, tweede en derde lid, slechts van toepassing is op de afdeling voor de administratie van octrooien en artikel 116, vierde lid, slechts op de nietigheidsafdelingen;
  • c. artikel 122 ook van toepassing is op alle andere partijen in procedures voor de bijzondere organen;
  • d. artikel 123, derde lid, van toepassing is op beperkingsprocedures en nietigheidsprocedures voor de nietigheidsafdelingen;
  • e. onder „Verdragsluitende Staten" de Staten worden verstaan, die partij zijn bij het onderhavige Verdrag.
2.

Niettegenstaande het in het eerste lid, sub e), bepaalde, is degene die bij het Europees Octrooibureau is ingeschreven in de lijst van erkende gemachtigden en niet de nationaliteit bezit van een van de Staten die partij zijn bij het onderhavige Verdrag, noch kantoor houdt of werkzaam is op het grondgebied van een van die Staten, bevoegd als erkend gemachtigde voor een partij in een procedure inzake een Gemeenschapsoctrooi voor de bijzondere organen op te treden mits:

  • a. hij volgens het Europees Octrooiregister als laatste gemachtigd was als erkend gemachtigde voor die partij of haar rechtsvoorganger op te treden in een in het Europees Octrooiverdrag vastgestelde procedure inzake dat Gemeenschapsoctrooi of inzake de Europese octrooiaanvrage die tot verlening daarvan heeft geleid, en
  • b. de Staat waarvan hij de nationaliteit bezit of op welks grondgebied hij kantoor houdt of werkzaam is, ten aanzien van de vertegenwoordiging bij de centrale dienst voor de industriële eigendom van deze Staat, bepalingen toepast die beantwoorden aan de eisen van wederkerigheid die door de Beperkte Commissie van de Raad van Bestuur kunnen worden gesteld.

Artikel 63. Register van Gemeenschapsoctrooien

Bij het Europees Octrooibureau wordt een register, genaamd „Register van Gemeenschapsoctrooien” gehouden, waarin alle gegevens worden aangetekend, waarvan dit Verdrag de inschrijving voorschrijft. Het Register is openbaar.

Artikel 64. Blad van Gemeenschapsoctrooien

Het Europees Octrooibureau geeft regelmatig een blad, genaamd „Blad van Gemeenschapsoctrooien” uit, dat de inschrijvingen in het Register van Gemeenschapsoctrooien bevat, alsmede alle andere gegevens waarvan dit Verdrag publikatie voorschrijft.

Artikel 65. Voorlichting van het publiek en officiële instanties

De artikelen 128, vierde lid, en 130 tot en met 132 van het Europees Octrooiverdrag zijn van overeenkomstige toepassing, waarbij onder „Verdragsluitende Staten” de Staten worden verstaan, die partij zijn bij het onderhavige Verdrag.

DEEL ZESDE. BEVOEGDHEID EN PROCEDURE BIJ ANDERE RECHTSVORDERINGEN BETREFFENDE GEMEENSCHAPSOCTROOIEN DAN DIE BEDOELD IN HET GESCHILLENPROTOCOL

HOOFDSTUK I. BEVOEGDHEID EN EXECUTIE

Artikel 66. Algemene bepalingen

Tenzij anders bepaald in het onderhavige Verdrag, zijn de bepalingen van het Verdrag betreffende de rechterlijke bevoegdheid en de tenuitvoerlegging van beslissingen in burgerlijke en handelszaken, ondertekend te Brussel op 27 september 1968, zoals gewijzigd bij de Verdragen houdende toetreding tot dat Verdrag van de tot de Europese Gemeenschappen toetredende landen, welk geheel van dat Verdrag en van deze Toetredingsverdragen hierna wordt genoemd „Bevoegdheids- en Executieverdrag”, van toepassing op andere rechtsvorderingen betreffende Gemeenschapsoctrooien dan die waarop het Geschillenprotocol van toepassing is, en op beslissingen op deze rechtsvorderingen.

Artikel 67. Bevoegdheid van nationale rechterlijke instanties inzake rechtsvorderingen betreffende Gemeenschapsoctrooien

De volgende rechterlijke instanties zijn uitsluitend bevoegd:

  • a. inzake gedwongen licenties op Gemeenschapsoctrooien, de rechterlijke instanties van de Verdragsluitende Staat waarvan de nationale wetgeving op zulke licenties van toepassing is;
  • b. inzake rechtsvorderingen betreffende het recht op octrooi, waar werkgevers en werknemers tegenover elkaar staan, de rechterlijke instanties van de Verdragsluitende Staat waarvan overeenkomstig artikel 60, eerste lid, tweede zin, van het Europees Octrooiverdrag de wetgeving het recht op een Europees octrooi bepaalt. Een bevoegdheidsovereenkomst is slechts geldig voor zover zij toelaatbaar is volgens de nationale wetgeving betreffende arbeidsovereenkomsten.

Artikel 68. Aanvullende bepalingen inzake bevoegdheid

1.

In de Verdragsluitende Staat waar de rechterlijke instanties volgens het bepaalde in de artikelen 66 en 67 bevoegd zijn, worden rechtsvorderingen ingesteld bij de rechterlijke instanties die absoluut en relatief bevoegd zouden zijn indien het rechtsvorderingen inzake een in die Staat verleend nationaal octrooi zou betreffen.

2.

De artikelen 66 en 67 zijn van toepassing op rechtsvorderingen inzake Europese octrooiaanvragen waarin de Verdragsluitende Staten zijn aangewezen, voor zover geen aanspraak wordt gemaakt op het recht tot verkrijging van een Europees octrooi.

3.

Indien op grond van de artikelen 66 en 67 en van het eerste en het tweede lid van het onderhavige artikel geen rechterlijke instantie bevoegd is inzake een rechtsvordering betreffende een Gemeenschapsoctrooi, kan deze rechtsvordering worden ingesteld bij de rechterlijke instanties van de Bondsrepubliek Duitsland.

Artikel 69. Aanvullende bepalingen inzake erkenning en tenuitvoerlegging

1.

Artikel 27, punten 3 en 4, van het Bevoegdheids- en Executieverdrag is niet van toepassing op beslissingen inzake het recht op een Gemeenschapsoctrooi.

2.

In geval van strijdige beslissingen inzake het recht op een Gemeenschapsoctrooi, gegeven tussen dezelfde partijen wordt slechts de beslissing erkend van de rechterlijke instantie waarbij de zaak het eerst aanhangig is gemaakt. Geen van de partijen kan zich beroepen op een andere beslissing, zelfs niet in de Verdragsluitende Staat waar deze beslissing is gegeven.

Artikel 70. Nationale autoriteiten

Ten aanzien van rechtsvorderingen betreffende het recht op een Gemeenschapsoctrooi of betreffende gedwongen licenties op een Gemeenschapsoctrooi, worden onder „rechterlijke instanties” in dit Verdrag en onder „gerechten” in het Bevoegdheids- en Executieverdrag ook verstaan de bevoegde autoriteiten die krachtens de wetgeving van een Verdragsluitende Staat bevoegd zijn uitspraak te doen ten aanzien van zulke rechtsvorderingen betreffende nationale octrooien die in de desbetreffende Staat zijn verleend. De Verdragsluitende Staten delen het Europees Octrooibureau mede aan welke autoriteit een zodanige bevoegdheid is verleend; het Europees Octrooibureau stelt de andere Verdragsluitende Staten daarvan in kennis.

HOOFDSTUK II. PROCEDURE

Artikel 71. Procedureregels

Tenzij dit Verdrag anders bepaalt, zijn de rechtsvorderingen bedoeld in de artikelen 66, 67 en 68 onderworpen aan de procedureregels van het nationaal recht, die van toepassing zijn op gelijksoortige rechtsvorderingen inzake nationale octrooien.

Artikel 72. Verplichting van de nationale rechterlijke instantie

De nationale rechterlijke instantie waarbij een rechtsvordering betreffende een Gemeenschapsoctrooi wordt ingesteld anders dan die bedoeld in het Geschillenprocotol, moet dat octrooi als geldig beschouwen.

Artikel 73. Schorsing van de procedure

1.

Indien de beslissing van een nationale rechterlijke instantie op een rechtsvordering anders dan een rechtsvordering bedoeld in het Geschillenprotocol betreffende een Europese octrooiaanvrage die kan leiden tot de verlening van een Gemeenschapsoctrooi, afhankelijk is van de octrooieerbaarheid van de uitvinding, kan deze beslissing eerst worden gegeven nadat het Europees Octrooibureau het Gemeenschapsoctrooi heeft verleend of de aanvrage heeft afgewezen. Nadat het Gemeenschapsoctrooi is verleend, is het tweede lid van toepassing.

2.

Indien oppositie is ingesteld of indien een verzoek tot beperking of nietigverklaring van een Gemeenschapsoctrooi is ingediend, kan de nationale rechterlijke instantie op verzoek van een van de partijen en na de andere partijen te hebben gehoord, een procedure betreffende het Gemeenschapsoctrooi schorsen, voor zover haar beslissing afhankelijk is van de geldigheid van het octrooi. Op verzoek van een van de partijen doet de rechterlijke instantie zich de stukken van de oppositie-, beperkings- of nietigheidsprocedure voorleggen met het oog op de beslissing over het verzoek tot schorsing.

Artikel 74. Strafrechtelijke sancties op inbreuk

In geval van inbreuk op een Gemeenschapsoctrooi zijn de nationale strafbepalingen ten aanzien van inbreuk van toepassing, voor zover het handelingen betreft, die strafbaar zouden zijn indien zij inbreuk zouden maken op een nationaal octrooi.

DEEL ZEVENDE. GEVOLGEN VOOR HET NATIONALE RECHT

Artikel 75. Verbod van dubbele bescherming

1.

Voorzover een in een Verdragsluitende Staat verleend nationaal octrooi betrekking heeft op een uitvinding waarvoor aan dezelfde uitvinder of aan zijn rechtverkrijgende een Gemeenschapsoctrooi is verleend met dezelfde aanvraagdatum of, indien voorrang is ingeroepen, met dezelfde voorrangsdatum, heeft dit nationaal octrooi, voor zover het dezelfde uitvinding als het Gemeenschapsoctrooi beschermt, geen rechtsgevolgen meer vanaf de datum waarop:

  • a. de voor het instellen van oppositie tegen het Gemeenschapsoctrooi vastgestelde termijn is verstreken zonder dat oppositie is ingesteld;
  • b. de oppositieprocedure is afgesloten, waarbij het Gemeenschapsoctrooi in stand is gebleven, of
  • c. het nationaal octrooi is verleend indien deze datum ligt na de datum bedoeld sub a) of sub b), al naar het geval.
2.

Het einde of de nietigverklaring van het Gemeenschapsoctrooi op een later tijdstip laat het bepaalde in het eerste lid onverlet.

3.

Elke Verdragsluitende Staat kan de procedure vaststellen volgens welke wordt geconstateerd of, en zo ja in hoeverre, het nationaal octrooi geen rechtsgevolgen meer heeft. Deze Staat kan bovendien bepalen dat het nationaal octrooi van de aanvang af geen rechtsgevolgen heeft gehad.

4.

Tot de in het eerste lid bedoelde datum bestaat er dubbele bescherming door een Gemeenschapsoctrooi of een Europese octrooiaanvrage en door een nationaal octrooi of een aanvrage om een nationaal octrooi, tenzij de nationale wetgeving van een Verdragsluitende Staat anders bepaalt.

Artikel 76. Uitputting van de uit nationale octrooien voortvloeiende rechten

1.

De rechten voortvloeiend uit een nationaal octrooi in een Verdragsluitende Staat, strekken zich niet uit tot handelingen die een door dit octrooi beschermd voortbrengsel betreffen en op het grondgebied van die Staat worden verricht, nadat dit voortbrengsel door de octrooihouder of met zijn uitdrukkelijke toestemming in een van de Verdragsluitende Staten in het verkeer is gebracht, tenzij er redenen bestaan die het volgens de regels van het Gemeenschapsrecht rechtvaardigen dat de uit het octrooi voortvloeiende rechten zich tot die handelingen uitstrekken.

2.

Het eerste lid is ook van toepassing op een voortbrengsel dat in het verkeer is gebracht door de houder van een in een andere Verdragsluitende Staat voor dezelfde uitvinding verleend nationaal octrooi, indien ertussen deze houder en de houder van het in het eerste lid bedoelde octrooi economische banden bestaan. In de zin van het onderhavige lid worden er tussen twee personen economische banden geacht te bestaan als de ene op de andere, direct of indirect, wat de exploitatie van een octrooi betreft, een beslissende invloed kan uitoefenen, of als een derde zulk een invloed op beiden kan uitoefenen.

3.

Het eerste en het tweede lid zijn niet van toepassing indien het voortbrengsel onder een gedwongen licentie in het verkeer is gebracht.

Artikel 77. Gedwongen licenties op een nationaal octrooi

Artikel 46 is van overeenkomstige toepassing op de verlening van gedwongen licenties wegens niet of onvoldoende exploitatie van een nationaal octrooi.

Artikel 78. Rechtsgevolgen van niet gepubliceerde nationale octrooiaanvragen en octrooien

1.

Indien het bepaalde in artikel 36, tweede lid, van toepassing is, heeft het Gemeenschapsoctrooi geen rechtsgevolgen in de desbetreffende Verdragsluitende Staat voor zover het dezelfde uitvinding beschermt als de nationale octrooiaanvrage of het nationaal octrooi.

2.

De vaststelling dat op grond van het bepaalde in het eerste lid een Gemeenschapsoctrooi in deze Verdragsluitende Staat geen rechtsgevolgen heeft, geschiedt in deze Staat volgens de procedure die zou zijn gevolgd voor het nietig en zonder rechtsgevolgen verklaren van het Gemeenschapsoctrooi indien dit een nationaal octrooi was geweest.

Artikel 79. Nationale gebruiksmodellen en gebruikscertificaten

1.

De artikelen 36, 75 en 76 zijn van overeenkomstige toepassing op gebruiksmodellen en op gebruikscertificaten, alsmede op aanvragen daarvoor, in de Verdragsluitende Staten waarvan de wetgeving in deze vormen van bescherming voorziet.

2.

Indien de wetgeving van een Verdragsluitende Staat bepaalt dat de uit een octrooi voortvloeiende rechten niet kunnen worden uitgeoefend zolang er een gebruiksmodel bestaat, waarvan de indieningsdatum of, indien voorrang is ingeroepen, de voorrangsdatum eerder is dan die van het octrooi, is die bepaling ondanks het bepaalde in het eerste lid, ook van toepassing op het Gemeenschapsoctrooi in die Staat.

DEEL ACHTSTE. OVERGANGSBEPALINGEN

Artikel 80. Toepassing van het Bevoegdheids- en Executieverdrag

De bepalingen van het Bevoegdheids- en Executieverdrag, die krachtens de voorgaande artikelen van toepassing zijn, worden ten aanzien van een Verdragsluitende Staat waarvoor dat Verdrag nog niet in werking is getreden, eerst van kracht wanneer het voor deze Staat in werking treedt.

Artikel 81. Keuze tussen Gemeenschapsoctrooi en Europees octrooi

1.

Behoudens het derde lid is dit Verdrag niet van toepassing op Europese octrooiaanvragen die gedurende een overgangsperiode worden ingediend, noch op de daarop verleende Europese octrooien, indien de aanvrager binnen de in het Uitvoeringsreglement voorgeschreven termijn bij het Europees Octrooibureau een verklaring indient dat hij geen Gemeenschapsoctrooi wenst te verkrijgen, met vermelding van de Verdragsluitende Staten waarvan de aanwijzing gehandhaafd moet blijven. Zolang de voorgeschreven taksen niet zijn voldaan, wordt de verklaring geacht niet te zijn ingediend. De verklaring kan niet worden herroepen.

2.

Artikel 54, derde en vierde lid, van het Europees Octrooiverdrag is van toepassing op een Europese octrooiaanvrage waarin de Verdragsluitende Staten zijn aangewezen of op een Gemeenschapsoctrooi, indien de aanvrage of het octrooi een latere indienings- of aanvraagdatum dan wel, indien voorrang is ingeroepen, een latere voorrangsdatum heeft dan een Europese octrooiaanvrage waarin een of meer Verdragsluitende Staten aangewezen zijn. Is een Gemeenschapsoctrooi om deze reden beperkt of nietig verklaard, dan wordt de beperking of de nietigverklaring slechts uitgesproken voor de Verdragsluitende Staten die in de gepubliceerde Europese octrooiaanvrage zijn aangewezen.

3.

De artikelen 75 tot en met 77 en artikel 79 zijn van toepassing op de in het eerste lid bedoelde Europese octrooien, met dien verstande dat in de artikelen 75 en 79 in plaats van „Gemeenschapsoctrooi", en in de artikelen 76 en 77 in plaats van „nationaal octrooi", moet worden gelezen „Europees octrooi".

4.

De Raad van de Europese Gemeenschappen kan, op voorstel van de Commissie van de Europese Gemeenschappen of van een Verdragsluitende Staat, besluiten de in het eerste lid bedoelde overgangsperiode te beëindigen.

5.

Het in het vierde lid bedoelde besluit wordt met eenparigheid van stemmen genomen.

Artikel 82. Latere keuze van een Gemeenschapsoctrooi

De bepalingen van dit Verdrag zijn van toepassing op een Europees octrooi, verleend op een Europese octrooiaanvrage waarin alle Verdragsluitende Staten zijn aangewezen en die is ingediend voor de inwerkingtreding van dit Verdrag, mits voor het verstrijken van de termijn bedoeld in artikel 97, tweede lid, sub b), van het Europees Octrooiverdrag de aanvrager bij het Europees Octrooibureau een schriftelijke verklaring indient dat hij een Gemeenschapsoctrooi wenst te verkrijgen.

Artikel 83. Voorbehoud betreffende gedwongen licenties

1.

Elke ondertekenende Staat kan bij de ondertekening of bij de nederlegging van zijn akte van bekrachtiging verklaren dat hij zich het recht voorbehoudt, te bepalen dat de artikelen 46 en 77 op zijn grondgebied niet van toepassing zijn op Gemeenschapsoctrooien, noch op Europese octrooien die voor, of nationale octrooien die door deze Staat zijn verleend.

2.

Een voorbehoud dat een ondertekenende Staat overeenkomstig het eerste lid heeft gemaakt, geldt uiterlijk tot het eind van het tiende jaar na inwerkingtreding van het Akkoord betreffende Gemeenschapsoctrooien. De Raad van de Europese Gemeenschappen kan evenwel, op voorstel van een ondertekenende Staat, met gekwalificeerde meerderheid van stemmen, deze periode met ten hoogste vijf jaar verlengen voor een ondertekenende Staat die zulk een voorbehoud heeft gemaakt. Deze meerderheid is die bedoeld in artikel 148, tweede lid, tweede alinea, tweede streepje, van het Verdrag tot oprichting van de Europese Economische Gemeenschap.

3.

Een overeenkomstig het eerste lid gemaakt voorbehoud geldt niet meer, nadat de gemeenschappelijke regeling voor het verlenen van gedwongen licenties op een Gemeenschapsoctrooi van kracht is geworden.

4.

Een ondertekenende Staat die een voorbehoud overeenkomstig het eerste lid heeft gemaakt, kan dit te allen tijde intrekken. Intrekking geschiedt door kennisgeving aan de Secretaris-Generaal van de Raad van de Europese Gemeenschappen en wordt van kracht een maand na ontvangst van deze kennisgeving.

5.

Het voorbehoud blijft van kracht voor gedwongen licenties, verleend vóór de datum waarop het voorbehoud zijn geldigheid verliest.

Artikel 84. Andere overgangsbepalingen

1.

De artikelen 159, 161 en 163 van het Europees Octrooiverdrag zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat:

  • a. de eerste vergadering van de Beperkte Commissie van de Raad van Bestuur door de Secretaris-Generaal van de Raad van de Europese Gemeenschappen wordt bijeengeroepen;
  • b. onder „Verdragsluitende Staten” de Staten worden verstaan, die partij zijn bij het onderhavige Verdrag.
2.

Niettegenstaande het bepaalde in het eerste lid, sub b), is artikel 62, tweede lid, van toepassing.

DEEL NEGENDE. SLOTBEPALINGEN

Artikel 85. Uitvoeringsreglement

1.

Het Uitvoeringsreglement vormt een wezenlijk bestanddeel van dit Verdrag.

2.

Indien de tekst van dit Verdrag en de tekst van het Uitvoeringsreglement met elkaar in strijd zijn, geeft de tekst van het Verdrag de doorslag.

DEEL EERSTE. BEPALINGEN TER UITVOERING VAN HET EERSTE DEEL VAN HET VERDRAG

HOOFDSTUK I. ORGANISATIE VAN DE BIJZONDERE ORGANEN

Regel 1. Taakverdeling over de organen in eerste aanleg

1.

De Voorzitter van het Europees Octrooibureau bepaalt het aantal nietigheidsafdelingen. Hij verdeelt de taken over deze afdelingen aan de hand van de internationale classificatie.

2.

De Voorzitter van het Europees Octrooibureau regelt in overeenstemming met de Beperkte Commissie van de Raad van Bestuur, in bijzonderheden de taken waartoe de afdeling voor de administratie van octrooien volgens artikel 7 bevoegd is.

3.

Naast de bevoegdheden die hun door het Verdrag zijn toegekend, kunnen de afdeling voor de administratie van octrooien en de nietigheidsafdelingen door de Voorzitter van het Europees Octrooibureau met andere taken worden belast.

4.

De Voorzitter van het Europees Octrooibureau kan bepaalde taken, die op de afdeling voor de administratie van octrooien of op de nietigheidsafdelingen rusten en geen bijzondere technische of juridische moeilijkheden opleveren, toevertrouwen aan personeelsleden die geen technisch of rechtsgeleerd lid zijn.

Regel 2. Administratieve opbouw van de bijzondere organen

1.

De nietigheidsafdelingen kunnen administratief met de onderzoekafdelingen en de oppositieafdelingen worden samengevoegd tot directoraten, of met de afdeling voor de administratie van octrooien een directoraat vormen.

2.

De bijzondere organen kunnen administratief met de andere organen van het Europees Octrooibureau worden samengevoegd tot directoraten-generaal, of op zichzelf een directoraat-generaal vormen ; in dit laatste geval is regel 12, derde lid, van het Uitvoeringsreglement bij het Europees Octrooiverdrag van toepassing, met dien verstande dat de benoeming van een ondervoorzitter tot hoofd van het directoraat-generaal geschiedt door de Beperkte Commissie van de Raad van Bestuur.

HOOFDSTUK II. TALEN VAN DE BIJZONDERE ORGANEN

Regel 3. Procestaal

1.

De regels 1 tot en met 3, 5, 6, tweede lid, en 7, van het Uitvoeringsreglement bij het Europees Octrooiverdrag zijn van overeenkomstige toepassing op de procedures voor de bijzondere organen.

2.

Indien een octrooihouder of hij die nietigverklaring verzoekt, gebruik maakt van de door artikel 10, vierde lid, geboden mogelijkheden, wordt een korting verleend op het bedrag van de taksen voor beperking, nietigverklaring of beroep, al naar het geval. Deze korting wordt in het Reglement betreffende de taksen bepaald op een percentage van deze taksen.

DEEL TWEEDE. BEPALINGEN TER UITVOERING VAN HET TWEEDE DEEL VAN HET VERDRAG

Regel 4. Schorsing van de procedure

Regel 13 van het Uitvoeringsreglement bij het Europees Octrooiverdrag is van overeenkomstige toepassing op beperkings- en nietigheidsprocedures.

Regel 5. Inschrijving van rechtsvorderingen inzake opeising van een Gemeenschapsoctrooi

De in artikel 23, vierde lid, genoemde inschrijvingen geschieden:

  • a. op verzoek van de griffier van de aangezochte rechterlijke instantie;
  • b. op verzoek van de eiser of van een andere belanghebbende.

Regel 6. Verzoek tot indiening van vertalingen in onderzoek- en oppositieprocedures

1.

Tegelijk met het in regel 51, zesde lid, van het Uitvoeringsreglement bij het Europees Octrooiverdrag bedoelde verzoek nodigt het Europees Octrooibureau de aanvrager uit binnen de door het Bureau gestelde termijn de in artikel 29, eerste lid, voorgeschreven vertalingen in te dienen en binnen dezelfde termijn de taks voor publikatie van de vertalingen van de conclusies te betalen.

2.

Tegelijk met het in regel 58, vijfde lid, van het Uitvoeringsreglement bij het Europees Octrooiverdrag bedoelde verzoek nodigt het Europees Octrooibureau de octrooihouder tevens uit binnen de in dat lid gestelde termijn de in artikel 29, tweede lid, voorgeschreven vertalingen in te dienen en de taks voor publikatie van de vertalingen van de conclusies te betalen.

3.

De termijn voor indiening van de in artikel 30, eerste en tweede lid, voorgeschreven vertalingen is drie maanden, te rekenen vanaf de datum waarop de vermelding van de verlening van het Gemeenschapsoctrooi of, naargelang het geval, de beslissing inzake de handhaving van het Gemeenschapsoctrooi in gewijzigde vorm, in het Bulletin van Gemeenschapsoctrooien is gepubliceerd.

4.

Indien de krachtens het tweede lid vereiste handelingen niet tijdig worden verricht, kunnen ze alsnog geldig geschieden binnen twee maanden na de kennisgeving van de mededeling dat de termijn verstreken is, op voorwaarde dat binnen deze termijn van twee maanden een toeslag overeenkomstig het Reglement betreffende de taksen betaald wordt.

Regel 7. Toezending van vertalingen

Het Europees Octrooibureau schrijft in het Register van Gemeenschapsoctrooien de datum in waarop de in artikel 30 voorgeschreven vertalingen zijn ingediend. De afschriften van de vertalingen worden uiterlijk binnen drie dagen na het verstrijken van de in regel 6, derde lid, bedoelde termijn per post aan de centrale diensten voor de industrile eigendom van de betrokken Verdragsluitende Staten toegezonden.

Regel 8. Herziening van de vertaling

De in artikel 29, zesde lid, bedoelde herziene vertaling heeft pas rechtsgevolgen nadat de taks voor de publikatie ervan is betaald.

Regel 9. Inschrijving van overdrachten, en van licenties en andere rechten betreffende Gemeenschapsoctrooien in het Register

1.

De regels 20 tot en met 22 van het Uitvoeringsreglement bij het Europees Octrooiverdrag zijn van overeenkomstige toepassing op inschrijvingen in het Register van Gemeenschapsoctrooien.

2.

Het in artikel 24, tweede lid, bedoelde verzoek moet in het geval bedoeld sub a) worden ingediend binnen twee maanden, en in het geval bedoeld sub b) binnen vier maanden na ontvangst van de kennisgeving van het Europees Octrooibureau dat een nieuwe octrooihouder in het Register van Gemeenschapsoctrooien is ingeschreven.

3.

Indien een Gemeenschapsoctrooi betrokken is bij een faillissementsprocedure of bij een soortgelijke procedure, wordt hiervan op verzoek van de bevoegde nationale instantie inschrijving gedaan in het Register van Gemeenschapsoctrooien. Voor deze inschrijving behoeft geen taks te worden betaald.

4.

De in het derde lid bedoelde inschrijving wordt doorgehaald op verzoek van de bevoegde nationale instantie. Voor dit verzoek behoeft geen taks te worden betaald.

5.

Indien een Europese octrooiaanvrage waarin de Verdragsluitende Staten zijn aangewezen, betrokken is bij een faillissementsprocedure of een soortgelijke procedure, zijn het derde en vierde lid van overeenkomstige toepassing, waarbij in plaats van het Register van Gemeenschapsoctrooien moet worden gelezen het Europees Octrooiregister bedoeld in het Europees Octrooiverdrag.

Regel 10. Licenties van rechtswege

1.

Degene die op grond van de in artikel 43, eerste lid, bedoelde verklaring de uitvinding wenst toe te passen, moet de octrooihouder per aangetekende brief daarvan kennis geven. Deze kennisgeving wordt geacht te zijn gedaan n week nadat de aangetekende brief bij de post ter verzending is aangeboden. Een afschrift van de kennisgeving met opgave van de datum waarop deze brief bij de post ter verzending is aangeboden, moet aan het Europees Octrooibureau worden gezonden. Bij gebreke hiervan beschouwt het Europees Octrooibureau in geval van intrekking van de verklaring de kennnisgeving als niet te zijn gedaan.

2.

In de kennisgeving moet worden aangegeven op welke wijze de uitvinding zal worden toegepast. Zodra de kennisgeving is gedaan, is degene die haar heeft gedaan, bevoegd de uitvinding toe te passen op de door hem aangegeven wijze.

3.

De licentiehouder moet de octrooihouder aan het einde van elk kalenderkwartaal op de hoogte stellen van de toepassing van de uitvinding en de vergoeding daarvoor betalen. Indien hij deze verplichtingen niet nakomt, kan de octrooihouder hiervoor alsnog een redelijke termijn stellen. Indien de licentiehouder na het verstrijken van deze termijn niet aan de verplichtingen heeft voldaan, vervalt de licentie.

4.

Een verzoek tot wijziging van het door de nietigheidsafdeling vastgestelde bedrag van de vergoeding kan eerst worden ingediend nadat, te rekenen van de datum af waarop dit bedrag voor het laatst is vastgesteld, een jaar is verstreken.

DEEL DERDE. BEPALINGEN TER UITVOERING VAN HET DERDE DEEL VAN HET VERDRAG

HOOFDSTUK I. JAARTAKSEN

Regel 11. Betaling van jaartaksen

1.

Het eerste en tweede lid van regel 37 van het Uitvoeringsreglement bij het Europees Octrooiverdrag zijn van toepassing op de betalingen van jaartaksen voor Gemeenschapsoctrooien.

2.

In de zin van artikel 48, tweede lid, geldt de toeslag als gelijktijdig te zijn betaald indien hij binnen de in dat lid genoemde termijn is betaald.

Regel 12. Termijn voor inschrijving van afstand

De in artikel 49, derde lid, bedoelde termijn bedraagt drie maanden te rekenen van de dag af waarop de octrooihouder het Europees Octrooibureau heeft aangetoond dat hij de licentiehouder in kennis heeft gesteld van zijn voornemen afstand te doen. Indien de octrooihouder vóór het verstrijken van deze termijn het Europees Octrooibureau aantoont dat de licentiehouder instemt met de afstand, kan deze onmiddellijk worden ingeschreven.

HOOFDSTUK II. BEPERKINGSPROCEDURE

Regel 13. Termijn voor indiening van het verzoek tot beperking

Regel 12 is van overeenkomstige toepassing op de indiening van een verzoek om beperking van een Gemeenschapsoctrooi.

Regel 14. Inhoud van het verzoek tot beperking

Een verzoek tot beperking van een Gemeenschapsoctrooi dient de volgende gegevens te bevatten:

  • a. het nummer van het Gemeenschapsoctrooi waarvan de beperking wordt gevraagd, alsmede de naam van de octrooihouder en de korte aanduiding van de uitvinding;
  • b. de verlangde wijzigingen;
  • c. indien de octrooihouder een gemachtigde heeft aangewezen, diens naam en kantooradres, overeenkomstig regel 26, tweede lid, sub c), van het Uitvoeringsreglement bij het Europees Octrooiverdrag.

Regel 15. Niet-ontvankelijkverklaring van de verzoeker tot beperking

Indien de nietigheidsafdeling vaststelt dat het verzoek tot beperking van het Gemeenschapsoctrooi niet in overeenstemming is met artikel 51, eersteen derde lid, en met regel 14, geeft zij de octrooihouder hiervan kennis en verzoekt zij hem, de vastgestelde gebreken binnen een door haar te stellen termijn op te heffen. Indien deze gebreken niet tijdig zijn opgeheven, verklaart de nietigheidsafdeling de verzoeker niet ontvankelijk.

Regel 16. Behandeling van het verzoek tot beperking

1.

Indien de verzoeker tot beperking van het Gemeenschapsoctrooi ontvankelijk is, moet een overeenkomstig artikel 52, tweede lid, gedane kennisgeving eventueel het verzoek aan de octrooihouder bevatten tot het in gewijzigde vorm indienen van de beschrijving, conclusies en tekeningen.

2.

Zo nodig wordt een overeenkomstig artikel 52, tweede lid, gedane kennisgeving met redenen omkleed. In dit geval bevat de kennisgeving alle gronden die zich tegen de beperking van het Gemeenschapsoctrooi verzetten.

3.

Alvorens tot beperking van het Gemeenschapsoctrooi te besluiten, deelt de nietigheidsafdeling de octrooihouder mede in welke omvang zij overweegt het octrooi te beperken en verzoekt zij hem binnen drie maanden zowel de taks voor het drukken van een nieuw octrooischrift te betalen als de in artikel 53, tweede lid, sub b), voorgeschreven vertalingen in te dienen. Indien de octrooihouder binnen deze termijn heeft verklaard niet in te stemmen met de beperking van het octrooi volgens de voorgestelde tekst, wordt de kennisgeving van de nietigheidsafdeling geacht niet te zijn gedaan en wordt de beperkingsprocedure voortgezet.

4.

De extra termijn bedoeld in artikel 53, derde lid, bedraagt twee maanden.

5.

In de beslissing tot beperking van het Gemeenschapsoctrooi wordt de tekst van het beperkte octrooi vermeld.

Regel 17. Hervatting van de beperkingsprocedure

Indien de beperkingsprocedure is geschorst in verband met een nietigheidsprocedure die heeft geleid tot een in artikel 58, tweede of derde lid, bedoelde beslissing, deelt na publikatie van de vermelding van deze beslissing de nietigheidsafdeling de octrooihouder mede dat de procedure zal worden hervat nadat deze mededeling hem officieel is gedaan. Regel 13, vijfde lid, van het Uitvoeringsreglement bij het Europees Octrooiverdrag is van overeenkomstige toepassing.

Regel 18. Andere conclusies, beschrijving en tekeningen in geval van beperking

Indien tot beperking van het Gemeenschapsoctrooi voor een of meer Verdragsluitende Staten is besloten, kan het Gemeenschapsoctrooi voor die Staat of Staten eventueel andere conclusies bevatten met, zo de nietigheidsafdeling dit nodig acht, een beschrijving en tekeningen, welke afwijken van die voor de overige Verdragsluitende Staten.

Regel 19. Vorm van het nieuwe octrooischrift na de beperkingsprocedure

De Voorzitter van het Europees Octrooibureau bepaalt de vorm waarin het nieuwe Gemeenschapsoctrooischrift wordt gepubliceerd, alsmede de vermeldingen die daarin moeten worden opgenomen.

HOOFDSTUK III. NIETIGHEIDSPROCEDURE

Regel 20. Inhoud van het verzoek tot nietigverklaring

Het verzoek tot nietigverklaring van een Gemeenschapsoctrooi dient de volgende gegevens te bevatten:

  • a. de naam van de verzoeker en het adres en de Staat van zijn woonplaats of zetel overeenkomstig regel 26, tweede lid, sub c), van het Uitvoeringsreglement bij het Europees Octrooiverdrag;
  • b. het nummer van het octrooi waarvan de nietigverklaring wordt verzocht, alsmede de naam van de octrooihouder en de korte aanduiding van de uitvinding;
  • c. een verklaring waaruit blijkt in welke omvang de nietigverklaring van het octrooi wordt verzocht, en waarin de nietigheidsgronden waarop het verzoek berust, alsmede de feiten en bewijsmiddelen ter ondersteuning van deze gronden, worden aangegeven;
  • d. indien de verzoeker een gemachtigde heeft aangewezen, diens naam en kantooradres, overeenkomstig regel 26, tweede lid, sub c), van het Uitvoeringsreglement bij het Europees Octrooiverdrag.

Regel 21. Zekerheidstelling voor de proceskosten

Zekerheid voor de proceskosten moet worden gesteld in een muntsoort waarin de taksen kunnen worden betaald. De zekerheid dient gesteld te worden bij een financiële instelling of bij een bank, die voorkomt op een lijst opgesteld door de Voorzitter van het Europese Octrooibureau. De zekerheidstelling is onderworpen aan de bepalingen van de wetgeving van de Verdragsluitende Staat op het grondgebied waarvan de instelling of bank is gevestigd.

Regel 22. Niet-ontvankelijkverklaring van de verzoeker tot nietigverklaring

1.

De nietigheidsafdeling stelt de octrooihouder van het verzoek tot nietigverklaring in kennis; deze kan binnen een maand opmerkingen maken inzake de ontvankelijkheid.

2.

Indien de nietigheidsafdeling vaststelt dat het verzoek tot nietigverklaring niet in overeenstemming is met artikel 55, eerste en vierde lid, en regel 20, en met regel 3 van het onderhavige Uitvoeringsreglement in verband met regel 1, eerste lid, van het Uitvoeringsreglement bij het Europees Octrooiverdrag, stelt zij de octrooihouder en de verzoeker hiervan in kennis en verzoekt zij deze laatste de vastgestelde gebreken binnen een door haar te stellen termijn op te heffen. Indien de gebreken niet tijdig zijn opgeheven, verklaart de nietigheidsafdeling de verzoeker niet ontvankelijk.

3.

Een beslissing waarbij een verzoeker tot nietigverklaring niet ontvankelijk wordt verklaard, wordt aan de octrooihouder medegedeeld.

Regel 23. Voorbereiding van de behandeling van het verzoek tot nietigverklaring

1.

Indien de verzoeker tot nietigverklaring ontvankelijk is, verzoekt de nietigheidsafdeling de octrooihouder binnen een door haar te stellen termijn opmerkingen te maken en eventueel wijzigingen in de beschrijving, conclusies en tekeningen in te dienen.

2.

De opmerkingen van de octrooihouder en de wijzigingen die hij heeft ingediend, worden de verzoeker medegedeeld door de nietigheidsafdeling die, indien zij dit wenselijk acht, de verzoeker uitnodigt te antwoorden binnen een door haar te stellen termijn.

Regel 24. Behandeling van het verzoek tot nietigverklaring

1.

De overeenkomstig artikel 57, tweede lid, gedane kennisgevingen en mededelingen, en de antwoorden hierop, worden ter kennis van alle partijen gebracht.

2.

In aan de octrooihouder overeenkomstig artikel 57, tweede lid, gedane kennisgevingen wordt deze indien noodzakelijk verzocht, de beschrijving, conclusies en tekeningen in gewijzigde vorm in te dienen.

3.

Een aan de octrooihouder overeenkomstig artikel 57, tweede lid, gedane kennisgeving is zo nodig met redenen omkleed. De kennisgeving kan alle gronden bevatten, die zich tegen het in stand blijven van het Gemeenschapsoctrooi verzetten.

4.

Alvorens te besluiten, het octrooi in gewijzigde vorm in stand te houden, deelt de nietigheidsafdeling partijen mede in welke omvang zij overweegt, het octrooi in stand te houden en verzoekt zij hun, binnen een maand opmerkingen in te dienen indien partijen niet instemmen met de door de nietigheidsafdeling voorgestelde tekst van het in stand te houden octrooi.

5.

Bij gebreke van instemming met de door de nietigheidsafdeling medegedeelde tekst kan de nietigheidsprocedure worden voortgezet; in het tegengestelde geval verzoekt de nietigheidsafdeling bij het verstrijken van de in het vierde lid genoemde termijn de houder van het octrooi, binnen drie maanden zowel de taks voor het drukken van een nieuw octrooischrift te betalen als de in artikel 58, derde lid, sub b), voorgeschreven vertalingen in te dienen.

6.

De extra termijn bedoeld in artikel 58, vierde lid, bedraagt twee maanden.

7.

In het besluit tot instandhouding van het octrooi in gewijzigde vorm wordt de tekst van het octrooi vermeld, waarmee het octrooi in stand blijft.

Regel 25. Voeging van verzoeken tot nietigverklaring

1.

De nietigheidsafdeling kan verzoeken tot nietigverklaring van een zelfde Gemeenschapsoctrooi voegen met het oog op gezamenlijke behandeling en beslissing.

2.

De nietigheidsafdeling kan een voeging waartoe zij krachtens het eerste lid heeft besloten, ongedaan maken.

Regel 26. Andere conclusies, beschrijving en tekeningen in geval van nietigverklaring

Indien tot nietigverklaring van het Gemeenschapsoctrooi voor een of meer Verdragsluitende Staten is besloten, is regel 18 van overeenkomstige toepassing.

Regel 27. Vorm van het nieuwe octrooischrift na de nietigheidsprocedure

Regel 19 is van toepassing op het nieuwe octrooischrift van het Gemeenschapsoctrooi als bedoeld in artikel 59.

Regel 28. Andere bepalingen voor de nietigheidsprocedure

De regels 59, 60 en 63 van het Uitvoeringsreglement bij het Europees Octrooiverdrag zijn van overeenkomstige toepassing op onderscheidenlijk het opvragen van bescheiden, de ambtshalve voortzetting van de nietigheidsprocedure en de kosten van de nietigheidsprocedure.

DEEL VIERDE. BEPALINGEN TER UITVOERING VAN HET VIJFDE DEEL VAN HET VERDRAG

Regel 29. Inschrijving in het Register van Gemeenschapsoctrooien

1.

Regel 92, eerste lid, sub a) tot en met sub 1), sub o), sub q) tot en met sub u), en sub w) en het tweede en derde lid van het Uitvoeringsreglement bij het Europees Octrooiverdrag is van overeenkomstige toepassing op het Register van Gemeenschapsoctrooien.

2.

Bovendien worden in het Register van Gemeenschapsoctrooien de volgende gegevens ingeschreven:

  • a. de datum van het eindigen van een Gemeenschapsoctrooi in de gevallen bedoeld in artikel 50, eerste lid, sub b) en sub c);
  • b. de datum van indiening van de in artikel 43 bedoelde verklaring;
  • c. de datum van indiening van een verzoek tot beperking van een Gemeenschapsoctrooi;
  • d. de datum en de strekking van de beslissing op het verzoek tot beperking van het Gemeenschapsoctrooi;
  • e. de datum van indiening van een verzoek tot nietigverklaring van een Gemeenschapsoctrooi;
  • f. de datum en de strekking van de beslissing op het verzoek tot nietigverklaring van het Gemeenschapsoctrooi;
  • g. de gegevens bedoeld in artikel 23, vierde lid;
  • h. de aan het Europees Octrooibureau medegedeelde gegevens betreffende de in het Geschillenprotocol bedoelde procedures.

Regel 30. Andere publikaties van het Europees Octrooibureau

De Voorzitter van het Europees Octrooibureau bepaalt de vorm waarin de vertalingen die overeenkomstig dit Verdrag door de aanvrager of de octrooihouder zijn ingediend en eventueel herziene vertalingen worden gepubliceerd; hij beslist of bijzonderheden van deze vertalingen in het Blad van Gemeenschapsoctrooien zullen worden opgenomen.

Regel 31. Andere gemeenschappelijke bepalingen

De regels 36 en 106 en de bepalingen van het Zevende Deel van het Uitvoeringsreglement bij het Europees Octrooiverdrag, met uitzondering van de regels 85, derde lid, 86, 87, 92 en 96, zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat:

  • a. regel 69 niet van toepassing is op beslissingen betreffende verzoeken tot beperking of tot nietigverklaring van een Gemeenschapsoctrooi;
  • b. de Beperkte Commissie van de Raad van Bestuur de wijze bepaalt, waarop regel 74, tweede en derde lid, wordt toegepast;
  • c. onder „Verdragsluitende Staten” de Staten worden verstaan, die partij zijn bij het onderhavige Verdrag.

DEEL VIJFDE. BEPALING TER UITVOERING VAN HET ACHTSTE DEEL VAN HET VERDRAG

Regel 32. Keuze tussen Gemeenschapsoctrooi en Europees octrooi

1.

De in artikel 81, eerste lid, bedoelde verklaring moet worden ingediend en de taksen moeten worden betaald voordat of wanneer de aanvrager overeenkomstig regel 51, vierde lid, van het Uitvoeringsreglement bij het Europees Octrooiverdrag instemt met de tekst waarin het octrooi zal worden verleend.

2.

De in artikel 81, eerste lid, voorgeschreven taksen bestaan uit:

  • a. een toeslag overeenkomstig het Reglement betreffende de taksen, en
  • b. indien de aanwijzing van meer dan drie Verdragsluitende Staten moet worden gehandhaafd, de gebruikelijke aanwijzingstaks voor elke Verdragsluitende Staat boven de eerste drie.

TEN BLIJKE WAARVAN de ondergetekende gevolmachtigden hun handtekeningen onder dit Akkoord hebben gesteld.

GEDAAN te Luxemburg, de vijftiende december negentienhonderdnegenentachtig.

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)