Overeenkomst inzake tijdelijke invoer

Type Verdrag
Publication 2017-05-11
State In force
Source BWB
artikelen 349
Wijzigingsgeschiedenis JSON API

Preambule

De Partijen bij deze Overeenkomst, die tot stand is gekomen onder auspiciën van de Internationale Douaneraad,

Vaststellende dat de huidige situatie wat betreft de toeneming in aantal en versnippering van de internationale douaneovereenkomsten inzake tijdelijke invoer onbevredigend is,

Overwegende dat de situatie in de toekomst nog zou kunnen verslechteren wanneer nieuwe categorieën van tijdelijke invoer internationaal moeten worden geregeld,

Gelet op de wensen van de vertegenwoordigers van de handel en andere belanghebbenden, die willen dat de vervulling van de formaliteiten voor tijdelijke invoer wordt vergemakkelijkt,

Overwegende dat de vereenvoudiging en de harmonisering van de douaneprocedures en, in het bijzonder, het aannemen van één enkele internationale akte, waarin alle bestaande overeenkomsten inzake tijdelijke invoer worden samengevoegd, de toegang tot de internationale bepalingen inzake tijdelijke invoer kan vergemakkelijken en op doelmatige wijze kan bijdragen tot de ontwikkeling van de internationale handel en andere vormen van internationaal verkeer,

Ervan overtuigd dat een internationale akte die eenvormige bepalingen ter zake van de tijdelijke invoer voorstelt aanzienlijke voordelen kan opleveren voor het internationale verkeer en kan leiden tot een hoge mate van vereenvoudiging en harmonisering van de douaneprocedures, hetgeen een van de voornaamste doelstellingen van de Internationale Douaneraad is,

Vastbesloten de tijdelijke invoer te vergemakkelijken door middel van vereenvoudiging en harmonisering van de procedures, daarbij economische, humanitaire, culturele, sociale of toeristische doeleinden nastrevend,

Overwegende dat het aannemen van gestandaardiseerde modellen voor documenten voor tijdelijke invoer als internationaal douanedocument met internationale zekerheid bijdraagt tot de vergemakkelijking van de tijdelijke-invoerprocedure waarbij een douanedocument en een zekerheid vereist zijn,

Zijn als volgt overeengekomen:

HOOFDSTUK I. ALGEMENE BEPALINGEN

Begripsomschrijvingen

Artikel 1. Begripsomschrijvingen

Voor de toepassing van deze Overeenkomst wordt verstaan onder:

  • a. „tijdelijke invoer”: de douaneregeling krachtens welke bepaalde goederen (met inbegrip van vervoermiddelen) met voorwaardelijke vrijstelling van betaling van rechten en heffingen bij invoer en zonder toepassing van invoerverboden en -beperkingen van economische aard tot een douanegebied kunnen worden toegelaten; deze goederen (met inbegrip van vervoermiddelen) dienen te worden ingevoerd voor een bepaald doel en te zijn bestemd voor wederuitvoer binnen een vastgestelde termijn zonder enige verandering te hebben ondergaan, anders dan ten gevolge van de normale waardevermindering door gebruik;
  • b. „rechten en heffingen bij invoer”: douanerechten en alle andere belastingen, heffingen, vergoedingen en andere lasten die worden geheven bij invoer of in verband met de invoer van goederen (met inbegrip van vervoermiddelen), met uitzondering van vergoedingen en lasten waarvan het bedrag beperkt blijft tot de geraamde kosten van de verleende diensten;
  • c. „zekerheid”: datgene dat ten genoegen van de douane waarborgt dat aan een verplichting jegens haar zal worden voldaan. De zekerheid wordt „doorlopend” genoemd wanneer hierdoor wordt gewaarborgd dat wordt voldaan aan de verplichtingen die voortvloeien uit diverse verrichtingen;
  • d. „document voor tijdelijke invoer”: het internationale, als douaneaangifte aanvaarde, douanedocument dat het mogelijk maakt goederen (met inbegrip van vervoermiddelen) te identificeren en dat een internationaal geldende waarborg inhoudt ter dekking van rechten en heffingen bij invoer;
  • e. „douane-unie of economische unie”: een unie opgericht door en samengesteld uit leden als bedoeld in artikel 24, eerste lid, van deze Overeenkomst die bevoegd is haar eigen regelgeving aan te nemen die bindend is voor haar leden ten aanzien van aangelegenheden die door deze Overeenkomst worden beheerst, en die bevoegd is te besluiten, in overeenstemming met haar interne procedures, deze Overeenkomst te ondertekenen, te bekrachtigen of daartoe toe te treden;
  • f. „persoon”: een natuurlijke persoon of rechtspersoon, tenzij uit het zinsverband anders blijkt;
  • h. „bekrachtiging”: bekrachtiging, aanvaarding of goedkeuring.

HOOFDSTUK II

Werkingssfeer van de Overeenkomst

Artikel 2

1.

Elke Overeenkomstsluitende Partij verbindt zich ertoe de tijdelijke invoer toe te staan, in overeenstemming met de bepalingen van deze Overeenkomst, van de goederen (met inbegrip van vervoermiddelen) genoemd in de Bijlagen bij deze Overeenkomst.

2.

Onverminderd de bepalingen van Bijlage E wordt de tijdelijke invoer toegestaan met algehele voorwaardelijke vrijstelling van rechten en heffingen bij invoer en zonder toepassing van invoerbeperkingen of -verboden van economische aard.

Structuur van de Bijlagen

Artikel 3. Structuur van de Bijlagen

Elke Bijlage bij deze Overeenkomst bestaat in principe uit:

  • a. omschrijvingen van de belangrijkste douanetermen die in de Bijlage worden gebruikt;
  • b. bijzondere bepalingen die van toepassing zijn op de goederen (met inbegrip van vervoermiddelen) waarop de Bijlage betrekking heeft.

HOOFDSTUK III. Bijzondere bepalingen

Document en zekerheid

Artikel 4. Document en zekerheid

1.

Tenzij in een Bijlage anders is bepaald, heeft elke Overeenkomstsluitende Partij het recht de tijdelijke invoer van goederen (met inbegrip van vervoermiddelen) afhankelijk te stellen van de overlegging van een douanedocument en zekerheidstelling.

2.

Wanneer krachtens het eerste lid hierboven zekerheid wordt verlangd, kan het personen die regelmatig van de tijdelijke-invoerregeling gebruik maken, worden toegestaan dat zij een doorlopende zekerheid stellen.

3.

Tenzij in een Bijlage anders is bepaald, mag het bedrag van de zekerheid niet hoger zijn dan het bedrag van de rechten en heffingen bij invoer waarvan de goederen (met inbegrip van vervoermiddelen) voorwaardelijk zijn vrijgesteld.

4.

Voor goederen (met inbegrip van vervoermiddelen) die krachtens de nationale wetgeving zijn onderworpen aan invoerverboden of -beperkingen kan een aanvullende zekerheid worden verlangd onder de in de nationale wetgeving vastgelegde voorwaarden.

Documenten voor tijdelijke invoer

Artikel 5. Documenten voor tijdelijke invoer

Zonder afbreuk te doen aan de tijdelijke-invoerprocedure ingevolge de bepalingen van Bijlage E aanvaardt elke Overeenkomstsluitende Partij, in plaats van haar nationale douanedocumenten en als waarborg voor de in artikel 8 van Bijlage A bedoelde bedragen, elk document voor tijdelijk invoer dat geldig is voor haar grondgebied en dat is afgegeven en wordt gebruikt in overeenstemming met de in die Bijlage vastgelegde voorwaarden voor goederen (met inbegrip van vervoermiddelen) die tijdelijk worden ingevoerd ingevolge de andere Bijlagen bij deze Overeenkomst die zij heeft aanvaard.

Identificatie

Artikel 6. Identificatie

Elke Overeenkomstsluitende Partij kan de tijdelijke invoer van goederen (met inbegrip van vervoermiddelen) afhankelijk stellen van de voorwaarde dat zij kunnen worden geïdentificeerd wanneer de tijdelijke invoer wordt beëindigd.

Termijn voor wederuitvoer

Artikel 7. Termijn voor wederuitvoer

1.

Goederen (met inbegrip van vervoermiddelen) waarvoor tijdelijke invoer is toegestaan dienen weder te worden uitgevoerd binnen een bepaalde termijn die toereikend wordt geacht om het doel van de tijdelijke invoer te verwezenlijken. Deze termijn wordt afzonderlijk in elke Bijlage vastgelegd.

2.

De douaneautoriteiten kunnen een langere termijn toekennen dan voorzien in elke Bijlage, dan wel de aanvankelijke termijn verlengen.

3.

Wanneer de goederen (met inbegrip van vervoermiddelen) die tijdelijk zijn toegelaten niet kunnen worden wederuitgevoerd als gevolg van een beslaglegging anders dan een beslaglegging op vordering van particulieren, dient het vereiste van wederuitvoer voor de duur van de beslaglegging te worden geschorst.

Overdracht van de tijdelijke invoer

Artikel 8. Overdracht van de tijdelijke invoer

Elke Overeenkomstsluitende Partij kan op verzoek toestaan dat de rechten van de tijdelijke-invoerregeling worden overgedragen aan een ander, mits deze:

  • a. voldoet aan de in deze Overeenkomst vastgelegde voorwaarden; en
  • b. de verplichtingen van de aanvankelijke belanghebbende van de tijdelijke-invoerregeling op zich neemt.

Beëindiging van de tijdelijke invoer

Artikel 9. Beëindiging van de tijdelijke invoer

De tijdelijke invoer wordt in de regel beëindigd door de wederuitvoer van goederen (met inbegrip van vervoermiddelen) waarvoor tijdelijke invoer is toegestaan.

Artikel 10

Tijdelijk ingevoerde goederen (met inbegrip van vervoermiddelen) kunnen in één of meer zendingen weder worden uitgevoerd.

Artikel 11

Tijdelijk ingevoerde goederen (met inbegrip van vervoermiddelen) kunnen weder worden uitgevoerd langs een ander douanekantoor dan dat waarlangs zij werden ingevoerd.

Andere mogelijke gevallen van beëindiging

Artikel 12. Andere mogelijke gevallen van beëindiging

De tijdelijke invoer kan met toestemming van de bevoegde autoriteiten worden beëindigd door de goederen (met inbegrip van vervoermiddelen) over te brengen naar een vrijhaven of vrije zone of naar een douane-entrepot, dan wel door de goederen onder een regeling douanedoorvoer te brengen met het oog op hun latere uitvoer of een andere toegelaten bestemming.

Artikel 13

De tijdelijke invoer kan worden beëindigd door middel van aangifte voor het vrije verkeer, wanneer de omstandigheden zulks rechtvaardigen en de nationale wetgeving dit toelaat, mits de daarvoor geldende voorwaarden en formaliteiten in acht worden genomen.

Artikel 14

1.

De tijdelijke invoer kan worden beëindigd wanneer de goederen (met inbegrip van vervoermiddelen) ernstig zijn beschadigd door een ongeval of door overmacht en deze, conform een door de douaneautoriteiten te nemen besluit, worden:

  • a. onderworpen aan de rechten en heffingen bij invoer die daarvoor verschuldigd zijn op het tijdstip waarop zij in beschadigde toestand aan de douane worden getoond met het oog op beëindiging van de tijdelijke invoer;
  • b. afgestaan, vrij van alle kosten, aan de bevoegde autoriteiten van het gebied van tijdelijke invoer, in welk geval de belanghebbende bij de tijdelijke invoer is vrijgesteld van betaling van rechten en heffingen bij invoer; of
  • c. vernietigd, onder officieel toezicht, op kosten van de betrokkenen, waarbij delen of materialen die behouden blijven, indien deze worden aangegeven voor het vrije verkeer, worden onderworpen aan de rechten en heffingen bij invoer die daarvoor verschuldigd zijn op het tijdstip waarop en in de toestand waarin zij na het ongeval of de overmacht aan de douane worden getoond.
2.

De tijdelijke invoer kan ook worden beëindigd indien aan de goederen (met inbegrip van vervoermiddelen), op verzoek van de betrokkene en conform een door de douaneautoriteiten te nemen besluit, een bestemming wordt gegeven als bedoeld in het eerste lid, onderdeel b of c, hierboven.

3.

De tijdelijke invoer kan ook worden beëindigd op verzoek van de betrokkene indien deze ten genoegen van de douaneautoriteiten aantoont dat de goederen (met inbegrip van vervoermiddelen) door een ongeval of door overmacht zijn vernietigd of geheel verloren zijn gegaan. In dat geval is de belanghebbende bij de tijdelijke invoer vrijgesteld van betaling van rechten en heffingen bij invoer.

HOOFDSTUK IV. Diverse bepalingen

Beperking van de formaliteiten

Artikel 15. Beperking van de formaliteiten

Elke Overeenkomstsluitende Partij beperkt de douaneformaliteiten die voor de in deze Overeenkomst geregelde faciliteiten zijn vereist tot een minimum en maakt alle regelingen ter zake van deze formaliteiten zo spoedig mogelijk openbaar.

Voorafgaande machtiging

Artikel 16. Voorafgaande machtiging

1.

Wanneer voor de tijdelijke invoer voorafgaande machtiging nodig is, wordt deze zo spoedig mogelijk door het bevoegde douanekantoor verleend.

2.

Wanneer in uitzonderlijke gevallen machtiging door anderen dan de douane vereist is, wordt deze zo spoedig mogelijk verleend.

Minimum-faciliteiten

Artikel 17. Minimumfaciliteiten

De bepalingen van deze Overeenkomst leggen minimumfaciliteiten vast en vormen geen beletsel voor de toepassing van de verder reikende faciliteiten die de Overeenkomstsluitende Partijen toestaan of in de toekomst kunnen toestaan op grond van eenzijdige bepalingen of krachtens bilaterale of multilaterale overeenkomsten.

Douane-unies of Economische Unies

Artikel 18. Douane-unies of economische unies

1.

Voor de toepassing van deze Overeenkomst kunnen de grondgebieden van Overeenkomstsluitende Partijen die een douane-unie of economische unie vormen, als één gebied worden beschouwd.

2.

Geen enkele bepaling van deze Overeenkomst belet Overeenkomstsluitende Partijen die een douane-unie of economische unie vormen bijzondere regels uit te vaardigen van toepassing op de tijdelijke invoer op het grondgebied van die unie, mits die regels geen beperking inhouden van de faciliteiten waarin deze Overeenkomst voorziet.

Verboden en beperkingen

Artikel 19. Verboden en beperkingen

De bepalingen van deze Overeenkomst vormen geen beletsel voor de toepassing van verboden of beperkingen uit hoofde van nationale wetten of voorschriften op grond van niet-economische overwegingen, zoals overwegingen van goede zeden en openbare orde, openbare veiligheid, hygiëne of volksgezondheid, dan wel op grond van veterinaire of fytosanitaire overwegingen, overwegingen betreffende de bescherming van bedreigde wilde dieren- en plantensoorten of overwegingen betreffende de bescherming van auteursrechten en de industriële eigendom.

Strafbare feiten

Artikel 20. Strafbare feiten

1.

Door overtreding van de bepalingen van deze Overeenkomst stelt de overtreder zich op het grondgebied van de Overeenkomstsluitende Partij waar het strafbare feit is begaan bloot aan de straffen waarin de wetgeving van die Overeenkomstsluitende Partij voorziet.

2.

Wanneer het niet mogelijk is vast te stellen op welk grondgebied zich een onregelmatigheid heeft voorgedaan, wordt deze geacht te hebben plaatsgevonden op het grondgebied van de Overeenkomstsluitende Partij waar zij wordt geconstateerd.

Uitwisseling van informatie

Artikel 21. Uitwisseling van informatie

De Overeenkomstsluitende Partijen doen elkaar, op verzoek en voor zover de nationale wetgeving zulks toestaat, de informatie toekomen die nodig is voor de toepassing van de bepalingen van deze Overeenkomst.

HOOFDSTUK II

Beheerscomité

Artikel 22. Beheerscomité

1.

Er wordt een Beheerscomité ingesteld dat toeziet op de uitvoering van deze Overeenkomst en dat alle maatregelen ter verzekering van een eenvormige uitlegging en toepassing daarvan, alsmede alle voorgestelde wijzigingen daarop, bestudeert. Het Beheerscomité besluit over de opneming van nieuwe Bijlagen bij deze Overeenkomst.

2.

De Overeenkomstsluitende Partijen zijn lid van het Beheerscomité. Het Comité kan besluiten dat de bevoegde administraties van leden, Staten of douanegebieden als bedoeld in artikel 24 van deze Overeenkomst die geen Overeenkomstsluitende Partij zijn, of vertegenwoordigers van internationale organisaties, de vergaderingen van het Comité, wat betreft kwesties die hun aangaan, als waarnemer kunnen bijwonen.

3.

De Raad verschaft het Comité secretariaatsdiensten.

4.

Het Comité kiest bij elke zitting een Voorzitter en een Vicevoorzitter.

5.

De bevoegde administraties van de Overeenkomstsluitende Partijen doen de Raad met redenen omklede voorstellen tot wijzigingen van deze Overeenkomst toekomen, alsook verzoeken tot plaatsing van vraagstukken op de agenda van de vergaderingen van het Comité. De Raad brengt deze onder de aandacht van de bevoegde administraties van de Overeenkomstsluitende Partijen en van de leden, Staten of douanegebieden als bedoeld in artikel 24 van deze Overeenkomst die geen Overeenkomstsluitende Partij zijn.

6.

De Raad roept het Comité bijeen op een door het Comité vastgesteld tijdstip en tevens op verzoek van de bevoegde administraties van ten minste twee Overeenkomstsluitende Partijen. De Raad verspreidt ten minste zes weken voordat het Comité bijeenkomt de ontwerpagenda onder de bevoegde administraties van de Overeenkomstsluitende Partijen en van de leden, Staten of douanegebieden als bedoeld in artikel 24 van deze Overeenkomst die geen Overeenkomstsluitende Partij zijn.

7.

Op grond van het besluit van het Comité, genomen uit hoofde van de bepalingen van het tweede lid van dit artikel, nodigt de Raad de bevoegde administraties van de leden, Staten of douanegebieden als bedoeld in artikel 24 van deze Overeenkomst die geen Overeenkomstsluitende Partij zijn en de betrokken internationale organisaties uit om zich door waarnemers te doen vertegenwoordigen op de vergaderingen van het Comité.

8.

De voorstellen worden in stemming gebracht. Elke op de vergadering vertegenwoordigde Overeenkomstsluitende Partij heeft één stem. Andere voorstellen dan voorstellen tot wijzigingen van deze Overeenkomst worden door het Comité aangenomen met een meerderheid van de aanwezige leden die hun stem uitbrengen. Voorstellen tot wijzigingen van deze Overeenkomst worden aangenomen met een meerderheid van twee derde van de aanwezige leden die hun stem uitbrengen.

9.

Indien artikel 24, zevende lid, van deze Overeenkomst van toepassing is, hebben douane-unies of economische unies die Partij zijn bij deze Overeenkomst bij stemming slechts een aantal stemmen dat gelijk is aan het totaal van de stemmen dat is toegekend aan hun leden die Partij zijn bij deze Overeenkomst.

10.

Voor de sluiting van zijn vergadering neemt het Comité een verslag aan.

11.

Bij gebreke van relevante bepalingen in dit artikel is het reglement van orde van de Raad van toepassing, tenzij het Comité anders beslist.

Regeling van geschillen

Artikel 23. Regeling van geschillen

1.

Elk geschil tussen twee of meer Overeenkomstsluitende Partijen betreffende de uitlegging of toepassing van deze Overeenkomst wordt zoveel mogelijk geregeld door middel van rechtstreekse onderhandelingen tussen de partijen.

2.

Elk geschil dat niet door middel van rechtstreekse onderhandelingen wordt geregeld, wordt door de Overeenkomstsluitende Partijen bij het geschil voorgelegd aan het Beheerscomité, dat het geschil onderzoekt en aanbevelingen doet met het oog op de regeling ervan.

3.

De Overeenkomstsluitende Partijen tussen wie het geschil is gerezen kunnen van tevoren overeenkomen dat zij de aanbevelingen van het Beheerscomité als bindend aanvaarden.

Ondertekening, bekrachtiging en toetreding

Artikel 24. Ondertekening, bekrachtiging en toetreding

1.

Elk lid van de Raad en elk lid van de Verenigde Naties of van gespecialiseerde organisaties daarvan kan Partij bij deze Overeenkomst worden door:

  • a. ondertekening zonder voorbehoud van bekrachtiging;
  • b. nederlegging van een akte van bekrachtiging na ondertekening onder voorbehoud van bekrachtiging; of
  • c. toetreding.
2.

Deze Overeenkomst staat tot en met 30 juni 1991 open voor ondertekening door de in het eerste lid van dit artikel bedoelde leden, ofwel op de vergadering van de Raad waarop zij wordt aangenomen, ofwel daarna op de zetel van de Raad te Brussel. Na die datum kunnen bedoelde leden hiertoe toetreden.

3.

Een Staat of Regering van een afzonderlijk douanegebied die wordt voorgesteld door een Overeenkomstsluitende Partij welke officieel verantwoordelijk is voor de buitenlandse betrekkingen daarvan, maar die zelfstandig is wat betreft zijn, c.q. haar handelsbetrekkingen en die geen lid is van de organisaties als bedoeld in het eerste lid van dit artikel, kan na de inwerkingtreding hiervan tot deze Overeenkomst toetreden, nadat op verzoek van het Beheerscomité door de depositaris een uitnodiging daartoe is gericht aan die Staat of Regering.

4.

Leden, Staten of douanegebieden als bedoeld in het eerste en derde lid van dit artikel geven op het tijdstip van ondertekening zonder voorbehoud van bekrachtiging of van bekrachtiging van deze Overeenkomst, dan wel op het tijdstip van toetreding daartoe, aan welke Bijlagen zij aanvaarden, met dien verstande dat Bijlage A en ten minste één andere Bijlage moeten worden aanvaard. Zij kunnen de depositaris later mededelen dat zij één of meerdere andere Bijlagen aanvaarden.

5.

Overeenkomstsluitende Partijen die een nieuwe Bijlage aanvaarden die het Beheerscomité besluit op te nemen in deze Overeenkomst stellen de depositaris daarvan in kennis in overeenstemming met het vierde lid van dit artikel.

6.

Overeenkomstsluitende Partijen doen de depositaris mededeling van de toepassingsvoorwaarden of de benodigde informatie ingevolge artikel 8 en artikel 24, zevende lid, van deze Overeenkomst, artikel 2, tweede en derde lid, van Bijlage A en artikel 4 van Bijlage E. Zij doen tevens mededeling van elke wijziging in de toepassing van deze bepalingen.

7.

Een douane-unie of economische unie kan in overeenstemming met het eerste, tweede en vierde lid van dit artikel Partij bij deze Overeenkomst worden. Bedoelde douane-unie of economische unie stelt de depositaris in kennis van haar bevoegdheid met betrekking tot aangelegenheden die door deze Overeenkomst worden beheerst. De douane-unie of economische unie die Partij is bij deze Overeenkomst oefent ten aanzien van de aangelegenheden die onder haar bevoegdheid vallen zelf de rechten uit en draagt de verantwoordelijkheden die deze Overeenkomst toekent aan haar leden die Partij zijn bij deze Overeenkomst. In dat geval zijn de leden niet gerechtigd deze rechten, met inbegrip van het stemrecht, afzonderlijk uit te oefenen.

Depositaris

Artikel 25. Depositaris

1.

Deze Overeenkomst, alle ondertekeningen met of zonder voorbehoud van bekrachtiging en alle akten van bekrachtiging of toetreding worden nedergelegd bij de Secretaris-Generaal van de Raad.

2.

De depositaris:

  • a. ontvangt en bewaart de oorspronkelijke teksten van deze Overeenkomst;
  • b. maakt voor eensluidend gewaarmerkte afschriften van de oorspronkelijke teksten van deze Overeenkomst op en doet deze toekomen aan de leden en de douane-unies of economische unies als bedoeld in artikel 24, eerste en zevende lid, van deze Overeenkomst;
  • c. ontvangt alle ondertekeningen met of zonder voorbehoud van bekrachtiging, bekrachtigingen van of toetredingen tot deze Overeenkomst en ontvangt en bewaart alle akten, kennisgevingen en mededelingen die hiermede verband houden;
  • d. gaat na of de ondertekening of een akte, kennisgeving of mededeling in verband met deze Overeenkomst in de juiste vorm tot stand is gekomen en brengt, in voorkomend geval, de aangelegenheid onder de aandacht van de betrokken Overeenkomstsluitende Partij;
  • e. stelt de Partijen bij deze Overeenkomst, de andere ondertekenaars, de leden van de Raad die geen Partij zijn bij deze Overeenkomst en de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties in kennis van:
  • –. ondertekeningen, bekrachtigingen, toetredingen en aanvaardingen van Bijlagen uit hoofde van artikel 24 van deze Overeenkomst;
  • –. nieuwe Bijlagen die het Beheerscomité besluit op te nemen in deze Overeenkomst;
  • –. de datum van inwerkingtreding van deze Overeenkomst en van elke Bijlage in overeenstemming met artikel 26 van deze Overeenkomst;
  • –. kennisgevingen ontvangen in overeenstemming met de artikelen 24, 29, 30 en 32 van deze Overeenkomst;
  • –. opzeggingen overeenkomstig artikel 31 van deze Overeenkomst; en
  • –. wijzigingen die worden geacht te zijn aanvaard in overeenstemming met artikel 32 van deze Overeenkomst en de datum van inwerkingtreding daarvan.
3.

Indien er een verschil van mening ontstaat tussen een Overeenkomstsluitende Partij en de depositaris omtrent de verrichting van de taken van laatstgenoemde, brengt de depositaris of de desbetreffende Overeenkomstsluitende Partij het vraagstuk onder de aandacht van de andere Overeenkomstsluitende Partijen en de ondertekenaars en, indien van toepassing, van de Raad.

Inwerkingtreding

Artikel 26. Inwerkingtreding

1.

Deze Overeenkomst treedt in werking drie maanden nadat vijf van de leden of douane-unies of economische unies als bedoeld in artikel 24, eerste en zevende lid, van deze Overeenkomst deze zonder voorbehoud van bekrachtiging hebben ondertekend of hun akte van bekrachtiging of toetreding hebben nedergelegd.

2.

Voor een Overeenkomstsluitende Partij die deze Overeenkomst zonder voorbehoud van bekrachtiging ondertekent, deze bekrachtigt of daartoe toetreedt nadat vijf leden of douane-unies of economische unies deze hebben ondertekend zonder voorbehoud van bekrachtiging of hun akte van bekrachtiging of toetreding hebben nedergelegd, treedt deze Overeenkomst in werking drie maanden nadat bedoelde Overeenkomstsluitende Partij heeft ondertekend zonder voorbehoud van bekrachtiging of haar akte van bekrachtiging of toetreding heeft nedergelegd.

3.

Een Bijlage bij deze Overeenkomst treedt in werking drie maanden nadat vijf leden of douane-unies of economische unies die Bijlage hebben aanvaard.

4.

Voor een Overeenkomstsluitende Partij die een Bijlage aanvaardt nadat vijf leden of douane-unies of economische unies deze hebben aanvaard, treedt die Bijlage in werking drie maanden nadat bedoelde Overeenkomstsluitende Partij kennis heeft gegeven van haar aanvaarding. Bijlagen treden voor een Overeenkomstsluitende Partij evenwel niet in werking voordat deze Overeenkomst voor die Overeenkomstsluitende Partij in werking is getreden.

Afschaffingsbepaling

Artikel 27. Afschaffingsbepaling

Bij de inwerkingtreding van een Bijlage bij deze Overeenkomst die een afschaffingsbepaling bevat, worden de overeenkomsten of de bepalingen van de overeenkomsten waarop de afschaffingsbepaling betrekking heeft, beëindigd en treedt die Bijlage daarvoor in de plaats in de betrekkingen tussen de Overeenkomstsluitende Partijen die die Bijlage hebben aanvaard en Partij zijn bij die overeenkomsten.

Overeenkomst en Bijlagen

Artikel 28. Overeenkomst en Bijlagen

1.

Voor de toepassing van deze Overeenkomst worden Bijlagen waaraan een Overeenkomstsluitende Partij is gebonden, geacht een integrerend onderdeel uit te maken van deze Overeenkomst; wat die Overeenkomstsluitende Partij betreft, wordt een verwijzing naar deze Overeenkomst geacht een verwijzing naar die Bijlagen in te houden.

2.

Ten behoeve van de stemming binnen het Beheerscomité wordt elke Bijlage als afzonderlijke overeenkomst beschouwd.

Voorbehouden

Artikel 29. Voorbehouden

1.

Een Overeenkomstsluitende Partij die een Bijlage aanvaardt wordt geacht alle bepalingen daarvan te aanvaarden, tenzij zij op het tijdstip van aanvaarding van de Bijlage of op enig tijdstip daarna de depositaris te kennen geeft ten aanzien van welke bepalingen zij een voorbehoud maakt, voor zover in deze mogelijkheid is voorzien in de desbetreffende Bijlage, waarbij zij de verschillen aangeeft tussen de bepalingen van haar nationale wetgeving en de betrokken bepalingen.

2.

Elke Overeenkomstsluitende Partij toetst ten minste eenmaal per vijf jaar de bepalingen ten aanzien waarvan zij een voorbehoud heeft gemaakt, vergelijkt deze met de bepalingen van haar nationale wetgeving en stelt de depositaris in kennis van de resultaten van deze toetsing.

3.

Elke Overeenkomstsluitende Partij die een voorbehoud heeft gemaakt kan dit, op enig tijdstip, geheel of gedeeltelijk intrekken door middel van een kennisgeving aan de depositaris, waarin zij de datum aangeeft waarop deze intrekking van kracht wordt.

Territoriale werkingssfeer

Artikel 30. Territoriale werkingssfeer

1.

Elke Overeenkomstsluitende Partij kan ten tijde van de ondertekening van deze Overeenkomst zonder voorbehoud van bekrachtiging of bij de nederlegging van haar akte van bekrachtiging of toetreding, dan wel op enig tijdstip daarna, door middel van een kennisgeving aan de depositaris verklaren dat deze Overeenkomst mede van toepassing is op alle of enkele gebieden voor de internationale betrekkingen waarvan zij verantwoordelijk is. Bedoelde kennisgeving wordt van kracht drie maanden na de datum waarop de depositaris deze ontvangt. Deze Overeenkomst kan evenwel niet van toepassing zijn op de in de kennisgeving genoemde gebieden voordat zij voor de betrokken Overeenkomstsluitende Partij in werking is getreden.

2.

Elke Overeenkomstsluitende Partij die ingevolge het eerste lid van dit artikel te kennen heeft gegeven dat deze Overeenkomst mede van toepassing is op een gebied voor de internationale betrekkingen waarvan zij verantwoordelijk is, kan de depositaris, overeenkomstig de bepalingen van artikel 31 van deze Overeenkomst, mededelen dat het betrokken gebied deze Overeenkomst niet langer toepast.

Opzegging

Artikel 31. Opzegging

1.

Deze Overeenkomst wordt voor onbepaalde tijd gesloten, doch kan te allen tijde na de datum van inwerkingtreding overeenkomstig artikel 26 van deze Overeenkomst door elke Overeenkomstsluitende Partij worden opgezegd.

2.

De opzegging wordt medegedeeld door een schriftelijke kennisgeving, die wordt nedergelegd bij de depositaris.

3.

De opzegging wordt van kracht zes maanden nadat de depositaris de kennisgeving van opzegging heeft ontvangen.

4.

De bepalingen van het tweede en derde lid van dit artikel zijn ook van toepassing op de Bijlagen bij deze Overeenkomst, met dien verstande dat elke Overeenkomstsluitende Partij te allen tijde na de datum van inwerkingtreding van de Bijlagen overeenkomstig artikel 26 van deze Overeenkomst, haar aanvaarding van een of meer Bijlagen kan intrekken. Elke Overeenkomstsluitende Partij die haar aanvaarding van alle Bijlagen intrekt, wordt geacht deze Overeenkomst te hebben opgezegd. Bovendien wordt een Overeenkomstsluitende Partij die haar aanvaarding van Bijlage A intrekt geacht deze Overeenkomst te hebben opgezegd, ook al blijft haar aanvaarding van de overige Bijlagen van kracht.

Wijzigingsprocedure

Artikel 32. Wijzigingsprocedure

1.

Het Beheerscomité, bijeen in overeenstemming met artikel 22 van deze Overeenkomst, kan wijzigingen van deze Overeenkomst en de Bijlagen daarbij aanbevelen.

2.

De tekst van een aldus aanbevolen wijziging wordt door de depositaris medegedeeld aan alle Partijen bij deze Overeenkomst, aan de andere ondertekenaars en aan de leden van de Raad die geen Partij zijn bij deze Overeenkomst.

3.

Een aanbevolen wijziging die is medegedeeld in overeenstemming met het voorgaande lid treedt ten aanzien van alle Overeenkomstsluitende Partijen in werking zes maanden na het verstrijken van een tijdvak van twaalf maanden na de datum waarop de aanbevolen wijziging is medegedeeld, tenzij door een Overeenkomstsluitende Partij gedurende dat tijdvak bezwaar tegen de aanbevolen wijziging kenbaar wordt gemaakt aan de depositaris.

4.

Indien voor het verstrijken van het in het derde lid van dit artikel genoemde tijdvak van twaalf maanden door een Overeenkomstsluitende Partij een bezwaar tegen de voorgestelde wijziging kenbaar wordt gemaakt aan de depositaris, wordt de wijziging geacht niet te zijn aanvaard en blijft deze zonder gevolg.

5.

Ten behoeve van de kennisgeving van een bezwaar wordt elke Bijlage als afzonderlijke overeenkomst beschouwd.

Aanvaarding van wijzigingen

Artikel 33. Aanvaarding van wijzigingen

1.

Elke Overeenkomstsluitende Partij die deze Overeenkomst bekrachtigt, of daartoe toetreedt, wordt geacht alle wijzigingen daarvan te hebben aanvaard die van kracht zijn geworden op de datum van nederlegging van haar akte van bekrachtiging of toetreding.

2.

Elke Overeenkomstsluitende Partij die een Bijlage aanvaardt, wordt geacht alle wijzigingen van die Bijlage te hebben aanvaard die van kracht zijn geworden op de datum waarop zij aan de depositaris kennisgeeft van haar aanvaarding, tenzij zij een voorbehoud maakt uit hoofde van artikel 29 van deze Overeenkomst.

Registratie en authentieke teksten

Artikel 34. Registratie en authentieke teksten

In overeenstemming met artikel 102 van het Handvest van de Verenigde Naties wordt deze Overeenkomst op verzoek van de depositaris geregistreerd bij het Secretariaat van de Verenigde Naties.

HOOFDSTUK I. Begripsomschrijvingen

Artikel 1

Voor de toepassing van deze Bijlage wordt verstaan onder:

  • a. „document voor tijdelijke invoer”: het internationale, als douane-aangifte aanvaarde, douanedocument dat het mogelijk maakt goederen (met inbegrip van vervoermiddelen) te identificeren en dat een internationaal geldende waarborg inhoudt ter dekking van rechten en heffingen bij invoer;
  • b. „ATA-carnet”: het document voor tijdelijke invoer dat wordt gebruikt voor de tijdelijke invoer van goederen, vervoermiddelen niet inbegrepen;
  • c. „CPD-carnet”: het document voor tijdelijke invoer dat wordt gebruikt voor de tijdelijke invoer van vervoermiddelen;
  • d. „internationale waarborgketen”: een waarborgstelsel beheerd door een internationale organisatie waarbij aansprakelijke organisaties zijn aangesloten;
  • e. „internationale organisatie”: een organisatie waarbij nationale organisaties zijn aangesloten die gemachtigd zijn tot het stellen van waarborgen en het afgeven van documenten voor tijdelijke invoer;
  • f. „aansprakelijke organisatie”: een organisatie die door de douane-autoriteiten van een Overeenkomstsluitende Partij is toegelaten tot het stellen van waarborgen voor de in artikel 8 van deze Bijlage bedoelde bedragen op het grondgebied van die Overeenkomstsluitende Partij en die is aangesloten bij een waarborgketen;
  • g. „organisatie van afgifte”: een organisatie die door de douaneautoriteiten is toegelaten voor de afgifte van documenten voor tijdelijke invoer en die direct of indirect is aangesloten bij een waarborgketen;
  • h. „soortgelijke organisatie van afgifte”: een organisatie van afgifte die is gevestigd in een andere Overeenkomstsluitende Partij en die is aangesloten bij dezelfde waarborgketen;
  • i. „douanedoorvoer”: de douaneprocedure krachtens welke goederen onder douanetoezicht worden vervoerd van het ene douanekantoor naar het andere.

HOOFDSTUK II. Werkingssfeer

Artikel 2

1.

In overeenstemming met artikel 5 van deze Overeenkomst aanvaardt elke Overeenkomstsluitende Partij, in plaats van haar nationale douanedocumenten en als waarborg voor de in artikel 8 van deze Bijlage bedoelde bedragen, elk document voor tijdelijke invoer dat geldig is voor haar grondgebied en dat is afgegeven en wordt gebruikt in overeenstemming met de in deze Bijlage vastgelegde voorwaarden voor goederen (met inbegrip van vervoermiddelen) die tijdelijk worden ingevoerd ingevolge de andere Bijlagen bij deze Overeenkomst die zij heeftaanvaard.

2.

Elke Overeenkomstsluitende Partij kan ook documenten voor tijdelijke invoer, afgegeven en gebruikt onder dezelfde voorwaarden, aanvaarden voor tijdelijke-invoerprocedures krachtens haar nationale wetten en voorschriften.

3.

Elke Overeenkomstsluitende Partij kan documenten voor tijdelijke invoer, afgegeven en gebruikt onder dezelfde voorwaarden, aanvaarden voor douanedoorvoer.

4.

Goederen (met inbegrip van vervoermiddelen) die zijn bestemd voor verwerking, bewerking of reparatie mogen niet worden ingevoerd onder dekking van een document voor tijdelijke invoer.

Artikel 3

1.

Documenten voor tijdelijke invoer dienen overeen te komen met de in de Aanhangsels bij deze Bijlage weergegeven modellen: Aanhangsel I voor ATA-carnets, Aanhangsel II voor CPD-carnets.

2.

De Aanhangsels bij deze Bijlage worden geacht daarvan een integrerend deel uit te maken.

HOOFDSTUK III. Waarborg en afgifte van documenten voor tijdelijke invoer

Artikel 4

1.

Onder de door haar te stellen voorwaarden en waarborgen kan elke Overeenkomstsluitende Partij toestaan dat aansprakelijke organisaties zich borg stellen en documenten voor tijdelijke invoer afgeven, hetzij rechtstreeks, hetzij via organisaties van afgifte.

2.

Een aansprakelijke organisatie wordt slechts toegelaten door een Overeenkomstsluitende Partij indien haar waarborg de aansprakelijkheden dekt in die Overeenkomstsluitende Partij in verband met verrichtingen onder dekking van documenten voor tijdelijke invoer afgegeven door soortgelijke organisaties van afgifte.

Artikel 5

1.

Organisaties van afgifte mogen geen documenten voor tijdelijke invoer afgeven waarvan de geldigheidsduur langer is dan een jaar, te rekenen van de datum van afgifte.

2.

Bijzonderheden die door de organisaties van afgifte op de documenten voor tijdelijke invoer zijn vermeld, mogen slechts worden gewijzigd met toestemming van de organisatie van afgifte of de aansprakelijke organisatie. Wijziging van die documenten is niet toegestaan nadat zij zijn aanvaard door de douane-autoriteiten van het gebied van tijdelijke invoer, tenzij deze autoriteiten daarmede instemmen.

3.

Na de afgifte van het ATA-carnet kunnen geen goederen worden toegevoegd aan de lijst van goederen genoemd aan ommezijde van de omslag van het carnet of in één van de aanvullingsbladen daarbij (Algemene Lijst).

Artikel 6

Op het document voor tijdelijke invoer dienen te worden vermeld:

  • -. de naam van de organisatie van afgifte;
  • -. de naam van de internationale waarborgketen;
  • -. de landen of douanegebieden waarin het document geldig is;
  • -. de namen van de aansprakelijke organisaties van genoemde landen of douanegebieden.

Artikel 7

De termijn die wordt vastgesteld voor de wederuitvoer van goederen (met inbegrip van vervoermiddelen) die worden ingevoerd onder dekking van een document voor tijdelijke invoer mag in geen geval langer zijn dan de geldigheidsduur van het document.

HOOFDSTUK I

Artikel 8

1.

Elke aansprakelijke organisatie verplicht zich ertoe aan de douane-autoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partij op het grondgebied waarvan zij is gevestigd, het bedrag van de rechten en heffingen bij invoer en alle andere bedragen te betalen, met uitzondering van de in artikel 4, vierde lid, van deze Overeenkomst bedoelde bedragen, die verschuldigd zijn in geval van niet-inachtneming van de voorwaarden voor tijdelijke invoer of douanedoorvoer ten aanzien van goederen (met inbegrip van vervoermiddelen) die in dat gebied worden gebracht onder dekking van een document voor tijdelijke invoer afgegeven door een soortgelijke organisatie van afgifte. Zij is te zamen met de personen die bovengenoemde bedragen verschuldigd zijn, hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling daarvan.

2.

ATA-carnet:

De aansprakelijke organisatie is niet gehouden tot betaling van een hoger bedrag dan het totale bedrag van de rechten en heffingen bij invoer, vermeerderd met tien procent.

3.

CPD-carnet:

De aansprakelijke organisatie is niet gehouden tot betaling van een hoger bedrag dan het totale bedrag van de rechten en heffingen bij invoer, eventueel vermeerderd met de rente.

Wanneer de douane-autoriteiten van het gebied van tijdelijke invoer een document voor tijdelijke invoer onvoorwaardelijk hebben gezuiverd met betrekking tot bepaalde goederen (met inbegrip van vervoermiddelen), kunnen zij van de aansprakelijke organisatie met betrekking tot die goederen (met inbegrip van vervoermiddelen) niet langer de betaling vorderen van de in het eerste lid van dit artikel bedoelde bedragen. Tot de aansprakelijke organisatie kan niettemin nog een vordering tot betaling worden gericht indien later blijkt dat de zuivering op onrechtmatige of frauduleuze wijze werd verkregen of indien de voorwaarden voor de tijdelijke invoer of de douanedoorvoer niet in acht werden genomen.

4.

ATA-carnet:

De douane-autoriteiten kunnen in geen geval van de aansprakelijke organisatie de betaling van de in het eerste lid van dit artikel bedoelde bedragen eisen indien de vordering niet binnen een jaar na het verstrijken van de geldigheidsduur van het ATA-carnet tot deze organisatie is gericht.

5.

CPD-carnet:

De douane-autoriteiten kunnen in geen geval van de aansprakelijke organisatie de betaling van de in het eerste lid van dit artikel bedoelde bedragen eisen indien de kennisgeving dat het CPD-carnet niet is gezuiverd niet binnen een jaar na het verstrijken van de geldigheidsduur van het carnet aan de aansprakelijke organisatie is gericht. Bovendien dienen de douane-autoriteiten binnen een jaar na de kennisgeving van niet-zuivering aan de aansprakelijke organisatie inlichtingen te verstrekken omtrent de berekening van de verschuldigde rechten en heffingen bij invoer. De aansprakelijkheid van de aansprakelijke organisatie voor bedoelde bedragen eindigt indien deze inlichtingen niet binnen deze termijn van een jaar worden verstrekt.

HOOFDSTUK II

Artikel 9

1.

ATA-carnet:

  • a. De aansprakelijke organisatie heeft een termijn van zes maanden, te rekenen van de datum waarop de douane-autoriteiten de in artikel 8, eerste lid, van deze Bijlage bedoelde bedragen vorderen, om het bewijs te leveren van de wederuitvoer onder de in deze Bijlage vastgelegde voorwaarden, dan wel van enigerlei andere rechtmatige zuivering van het ATA-carnet.
  • b. Indien dit bewijs niet binnen de voorgeschreven termijn wordt geleverd, dient de aansprakelijke organisatie deze bedragen onverwijld als borgstelling te storten of voorlopig te betalen. Deze borgstelling of betaling wordt definitief na verloop van drie maanden, te rekenen van de datum van storting of betaling. Gedurende laatstbedoelde termijn kan de aansprakelijke organisatie het onder a bedoelde bewijs alsnog leveren, ten einde terugbetaling van de gestorte of betaalde bedragen te verkrijgen.
  • c. Voor Overeenkomstsluitende Partijen waarvan de wetten en voorschriften niet voorzien in de mogelijkheid van storting als borgstelling of van voorlopige betaling van rechten en heffingen bij invoer, worden de betalingen die in overeenstemming met het onder b bepaalde zijn gedaan, als definitief beschouwd, maar worden de bedragen terugbetaald indien het onder a bedoelde bewijs wordt geleverd binnen een termijn van drie maanden na de datum van de betaling.
2.

CPD-carnet:

  • a. De aansprakelijke organisatie heeft een termijn van een jaar, te rekenen van de datum van de kennisgeving dat de CPD-carnets niet zijn gezuiverd, om het bewijs te leveren van de wederuitvoer van de vervoermiddelen onder de in deze Bijlage vastgelegde voorwaarden, dan wel van enigerlei andere rechtmatige zuivering van het CPD-carnet. Deze termijn vangt echter eerst aan na de datum waarop de geldigheidsduur van het CPD-carnet verstrijkt. Indien de douane-autoriteiten de geldigheid van het geleverde bewijs betwisten, dienen zij de aansprakelijke organisatie binnen een termijn van ten hoogste een jaar daarvan in kennis te stellen.
  • b. Indien dit bewijs niet binnen de voorgeschreven termijn wordt geleverd, dient de aansprakelijke organisatie binnen een termijn van ten hoogste drie maanden een borgstelling te storten voor de verschuldigde rechten en heffingen bij invoer, of deze voorlopig te betalen. Deze borgstelling of betaling wordt definitief na verloop van een jaar, te rekenen van de datum van storting of betaling. Gedurende laatstbedoelde termijn kan de aansprakelijke organisatie het onder a bedoelde bewijs alsnog leveren, ten einde terugbetaling van de gestorte of betaalde bedragen te verkrijgen.
  • c. Voor Overeenkomstsluitende Partijen waarvan de wetten en voorschriften niet voorzien in de mogelijkheid van storting als borgstelling of van voorlopige betaling van rechten en heffingen bij invoer, worden de betalingen die in overeenstemming met het onder b bepaalde zijn gedaan, als definitief beschouwd, maar worden de bedragen terugbetaald indien het onder a bedoelde bewijs wordt geleverd binnen een termijn van een jaar na de datum van de betaling.

Artikel 10

1.

Het bewijs dat de goederen (met inbegrip van vervoermiddelen), ingevoerd onder dekking van een document voor tijdelijke invoer, weder zijn uitgevoerd, wordt geleverd door de stam van de wederuitvoerstrook, ingevuld en gestempeld door de douane-autoriteiten van het gebied van tijdelijke invoer.

2.

Indien niet overeenkomstig het eerste lid van dit artikel is vastgesteld dat de goederen weder zijn uitgevoerd, kunnen de douaneautoriteiten van het gebied van tijdelijke invoer, zelfs na het verstrijken van de geldigheidsduur van het document, als bewijs van wederuitvoer aanvaarden:

  • a. de aantekeningen die door de douane-autoriteiten van een andere Overeenkomstsluitende Partij op het document voor tijdelijke invoer zijn aangebracht bij de invoer of wederinvoer, of een verklaring van deze autoriteiten die is gebaseerd op de aantekeningen vermeld op een strook die bij de invoer of wederinvoer in hun grondgebied uit het document is verwijderd, mits deze aantekeningen betrekking hebben op een invoer of wederinvoer waarvan kan worden aangetoond dat deze heeft plaatsgevonden na de wederuitvoer waarvan het bewijs dient te worden geleverd;
  • b. elk ander bewijsstuk waaruit blijkt dat de goederen (met inbegrip van vervoermiddelen) zich buiten dat gebied bevinden.
3.

Ingeval de douane-autoriteiten van een Overeenkomstsluitende Partij afzien van de eis tot wederuitvoer van bepaalde goederen (met inbegrip van vervoermiddelen) die tot haar gebied zijn toegelaten onder dekking van een document voor tijdelijke invoer, wordt de aansprakelijke organisatie slechts van haar verplichtingen ontheven wanneer deze autoriteiten in het document hebben bevestigd dat met betrekking tot deze goederen (met inbegrip van vervoermiddelen) regularisatie heeft plaatsgehad.

Artikel 11

De douane-autoriteiten behouden zich het recht voor in de gevallen bedoeld in artikel 10, tweede lid, van deze Bijlage kosten voor regularisatie te heffen.

HOOFDSTUK VI. Diverse bepalingen

Artikel 12

Het aftekenen van documenten voor tijdelijke invoer die onder de in deze Bijlage vastgelegde voorwaarden worden gebruikt, geeft geen aanleiding tot betaling van een vergoeding voor de verrichtingen van de douane, indien zulks geschiedt in de douanekantoren gedurende de normale uren van openstelling.

Artikel 13

Is een document voor tijdelijke invoer dat betrekking heeft op goederen (met inbegrip van vervoermiddelen) die zich bevinden op het grondgebied van één van de Overeenkomstsluitende Partijen tenietgegaan, verloren geraakt of gestolen, dan zullen de douane-autoriteiten van die Overeenkomstsluitende Partij, op verzoek van de organisatie van afgifte en behoudens de door deze autoriteiten te stellen voorwaarden, een vervangingsdocument aanvaarden, waarvan de geldigheidsduur verstrijkt op dezelfde datum als die van het document dat het vervangt.

Artikel 14

1.

Wanneer de tijdelijke-invoerprocedure naar verwachting de geldigheidsduur van het document voor tijdelijke invoer zal overschrijden, daar de houder niet in staat is de goederen (met inbegrip van vervoermiddelen) binnen die termijn weder uit te voeren, kan de organisatie van afgifte van het document een vervangingsdocument afgeven. Dit document dient ter controle te worden overhandigd aan de douane-autoriteiten van de betrokken Overeenkomstsluitende Partijen. Wanneer de betrokken douane-autoriteiten het vervangingsdocument aanvaarden, zuiveren zij het document dat dit vervangt.

2.

De geldigheidsduur van een CPD-carnet kan slechts eenmaal met ten hoogste een jaar worden verlengd. Daarna moet ter vervanging van het vorige een nieuw carnet worden afgegeven dat dient te worden aanvaard door de douane-autoriteiten.

Artikel 15

Wanneer artikel 7, derde lid, van deze Overeenkomst van toepassing is, stellen de douane-autoriteiten, voor zover mogelijk, de aansprakelijke organisatie die zich aansprakelijk heeft gesteld voor het document voor tijdelijke invoer voor de desbetreffende goederen (met inbegrip van vervoermiddelen) in kennis van de inbeslagnemingen of beslagleggingen waartoe zij zijn overgegaan of hebben doen overgaan en doen zij aan die organisatie mededeling van de maatregelen die zij voornemens zijn te treffen.

Artikel 16

In geval van fraude, overtreding of misbruik hebben de Overeenkomstsluitende Partijen, niettegenstaande de bepalingen van deze Bijlage, het recht tegen personen die gebruik maken van een document voor tijdelijke invoer vervolging in te stellen met het oog op de invordering van rechten en heffingen bij invoer en andere opeisbare bedragen, alsmede met het oog op het opleggen van straffen waaraan deze personen zich hebben blootgesteld. In dat geval dienen de organisaties de douane-autoriteiten behulpzaam te zijn.

Artikel 17

Documenten voor tijdelijke invoer of gedeelten daarvan die zijn afgegeven of zijn bestemd om te worden afgegeven in het gebied waarin zij worden ingevoerd en die aan een organisatie van afgifte worden toegezonden door een aansprakelijke organisatie, een internationale organisatie of de douane-autoriteiten van een Overeenkomstsluitende Partij, worden toegelaten met vrijstelling van rechten en heffingen bij invoer en zonder toepassing van invoerverboden of -beperkingen. Overeenkomstige faciliteiten worden verleend bij de uitvoer.

Artikel 18

1.

Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht een voorbehoud te maken, in overeenstemming met artikel 29 van deze Overeenkomst, ten aanzien van de aanvaarding van ATA-carnets voor postverkeer.

2.

Enig ander voorbehoud bij deze Bijlage is niet toegestaan.

Artikel 19

1.

Bij de inwerkingtreding van deze Bijlage wordt, in overeenstemming met artikel 27 van deze Overeenkomst, de Douaneovereenkomst inzake het carnet ATA voor de tijdelijke invoer van goederen, ondertekend te Brussel op 6 december 1961, beëindigd en treedt deze Bijlage daarvoor in de plaats in de betrekkingen tussen de Overeenkomstsluitende Partijen die deze Bijlage hebben aanvaard en die Partij zijn bij die overeenkomst.

2.

Niettegenstaande de bepalingen van het eerste lid van dit artikel worden ATA-carnets, afgegeven ingevolge de Douaneovereenkomst inzake het carnet ATA voor de tijdelijke invoer van goederen vóór de inwerkingtreding van deze Bijlage, aanvaard totdat de procedure waarvoor zij zijn afgegeven is voltooid.

1

Alle goederen waarvoor het carnet geldt, moeten worden vermeld in de kolommen 1 t/m 6 van de algemene lijst. Indien de daarvoor bestemde ruimte op bladzijde 2 van de omslag niet voldoende is, moeten aanvullingsbladen van het officiële model worden gebruikt.

2

Om de algemene lijst af te sluiten moeten de totalen van de kolommen 3 en 5 onderaan de lijst in cijfers en in letters worden vermeld. Indien de algemene lijst uit verschillende bladen bestaat, moet het aantal gebruikte aanvullingsbladen in cijfers en in letters worden vermeld onderaan de lijst op de achterzijde van de omslag.

Hetzelfde geldt voor de lijsten op de stroken.

Artikel 3. Diverse bepalingen

1.

Om in aanmerking te komen voor de uit hoofde van deze Bijlage verleende faciliteiten moet de beroepsuitrusting:

  • a. eigendom zijn van een persoon gevestigd of woonachtig buiten het gebied van tijdelijke invoer;
  • b. worden ingevoerd door een persoon gevestigd of woonachtig buiten het gebied van tijdelijke invoer;
  • c. uitsluitend worden gebruikt door de persoon die zich naar het gebied van tijdelijke invoer begeeft, of onder diens persoonlijk toezicht.
2.

Het eerste lid, onderdeel c, van dit artikel is niet van toepassing wanneer de uitrusting wordt ingevoerd voor het maken van een film, een televisieprogramma of audiovisuele producties, uit hoofde van en coproductieovereenkomst waarbij een in het gebied van tijdelijke invoer gevestigde persoon partij is en die is goedgekeurd door de bevoegde autoriteiten van dat gebied krachtens een intergouvernementele overeenkomst inzake coproductie.

3.

De filmuitrusting en de uitrusting voor pers, radio of televisie mag niet het voorwerp zijn van een overeenkomst inzake huur en verhuur of van een soortgelijke overeenkomst waarbij een in het gebied van tijdelijke invoer gevestigde persoon partij is, met dien verstande dat deze voorwaarde niet geldt in geval van gezamenlijke radio- of televisieprogramma’s.

Artikel 4

1.

De tijdelijke invoer van productie- en zenduitrusting voor radio en televisie en speciaal ingerichte radio- en televisiewagens en de daarbij behorende uitrusting, ingevoerd door openbare of particuliere organisaties die daartoe zijn goedgekeurd door de douaneautoriteiten van het gebied van tijdelijke invoer, wordt toegestaan zonder dat een douanedocument of zekerheid wordt verlangd.

2.

De douaneautoriteiten kunnen verlangen dat een lijst of gedetailleerde inventaris van de in het eerste lid van dit artikel bedoelde uitrusting wordt overgelegd, tezamen met een schriftelijke toezegging met betrekking tot de wederuitvoer.

Artikel 5

De termijn voor wederuitvoer van beroepsuitrusting bedraagt ten minste twaalf maanden te rekenen van de datum van tijdelijke invoer. De termijn voor wederuitvoer van voertuigen kan evenwel worden vastgesteld naar gelang het doel en de voorgenomen lengte van het verblijf in het gebied van tijdelijke invoer.

Artikel 6

Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht de tijdelijke invoer te weigeren of in te trekken ten aanzien van de in de Aanhangsels I tot en met III bij deze Bijlage genoemde voertuigen die, zelfs incidenteel, personen aan boord nemen tegen betaling of goederen laden op haar grondgebied om deze af te zetten of te lossen op een plaats in hetzelfde gebied.

Artikel 7

De Aanhangsels bij deze Bijlage worden geacht een integrerend onderdeel daarvan uit te maken.

Artikel 8

Bij de inwerkingtreding van deze Bijlage wordt, in overeenstemming met artikel 27 van deze Overeenkomst, de Douaneovereenkomst inzake de tijdelijke invoer van beroepsmateriaal, ondertekend te Brussel op 8 juni 1961, beëindigd en treedt deze Bijlage daarvoor in de plaats in de betrekkingen tussen de Overeenkomstsluitende Partijen die deze Bijlage hebben aanvaard en die Partij zijn bij die overeenkomst.

9

Alle goederen waarvoor het carnet geldt, dienen in het land/ douanegebied van vertrek te worden opgenomen en ingeschreven en met het oog daarop samen met het carnet aldaar te worden getoond aan de douane-autoriteiten, behalve wanneer de douanevoorschriften van dat land/ douanegebied niet voorzien in een zodanige opneming.

10

Indien het carnet is ingevuld in een andere taal dan die van het land/douanegebied van invoer, kunnen de douane-autoriteiten een vertaling hiervan eisen.

11

Verlopen carnets en carnets waarvan de houder geen gebruik meer zal maken, dient hij terug te zenden aan de organisatie van afgifte.

12

Voor alle in cijfers vermelde bijzonderheden moeten Arabische cijfers worden gebezigd.

13

Overeenkomstig ISO-norm 8601 moeten data op de volgende wijze worden vermeld: jaar/maand/dag.

14

Wanneer bij douanedoorvoer blauwe bladen worden gebruikt, dient de houder zijn carnet te overleggen aan het douanekantoor waar de goederen onder douanedoorvoer worden geplaatst, en vervolgens, binnen de door de douane gestelde termijn, aan het kantoor dat is opgegeven als kantoor van bestemming. De douane moet de doorvoerstrook en de stam van de doorvoerstrook telkens op de juiste wijze van stempels en handtekeningen voorzien.

HOOFDSTUK I. Begripsomschrijving

Artikel 1

Voor de toepassing van deze Bijlage wordt verstaan onder „manifestatie”:

    1. een tentoonstelling, beurs of soortgelijke manifestatie van handel, industrie, landbouw en ambachten;
    1. een tentoonstelling of manifestatie die in hoofdzaak voor een liefdadig doel wordt gehouden;
    1. een tentoonstelling of manifestatie die in hoofdzaak wordt gehouden met een wetenschappelijk, technisch, ambachtelijk, artistiek, opvoedkundig of cultureel, sportief of religieus doel, of voor een cultus of ter bevordering van het toerisme dan wel ter bevordering van de vriendschap tussen volkeren;
    1. een bijeenkomst van vertegenwoordigers van internationale organisaties of internationale groeperingen van organisaties; of
    1. een plechtigheid met een officieel of herdenkend karakter; met uitzondering van tentoonstellingen die voor particuliere doeleinden in winkels of handelsgebouwen zijn ingericht met het oog op de verkoop van buitenlandse goederen.

HOOFDSTUK II. Werkingssfeer

Artikel 2

1.

Voor de volgende goederen wordt tijdelijke invoer toegestaan in overeenstemming met artikel 2 van deze Overeenkomst:

  • a. goederen bestemd om op een manifestatie te worden getoond of gedemonstreerd, met inbegrip van het materiaal bedoeld in de Bijlagen bij de Overeenkomst inzake de invoer van voorwerpen van opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard van de UNESCO, ondertekend te New York op 22 november 1950 en het Protocol daarbij, ondertekend te Nairobi op 26 november 1976;
  • b. goederen bestemd om te worden gebruikt bij het tonen van buitenlandse produkten op een manifestatie, zoals:
  • i. goederen benodigd voor de demonstratie van tentoongestelde buitenlandse machines of apparaten;
  • ii. constructie- en decoratiemateriaal, met inbegrip van elektrische uitrusting, voor de tijdelijke stands van buitenlandse inzenders;
  • iii. reclame- en demonstratiemateriaal dat duidelijk is bedoeld om reclame te maken voor de tentoongestelde buitenlandse goederen, zoals geluid- en beeldopnamen, films en diapositieven, alsmede de daarbij te gebruiken toestellen;
  • c. materiaal, met inbegrip van apparatuur voor tolken, geluiden beeldopnametoestellen, alsmede films van opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard bestemd voor gebruik op internationale bijeenkomsten, conferenties of congressen.
2.

Om in aanmerking te komen voor de uit hoofde van in deze Bijlage verleende faciliteiten:

  • a. moet het aantal of de hoeveelheid van elk artikel redelijk zijn gelet op het doel waarvoor het wordt ingevoerd;
  • b. moet ten genoegen van de douane-autoriteiten van het gebied van tijdelijke invoer zijn voldaan aan de in deze Overeenkomst vervatte voorwaarden.

HOOFDSTUK III. Diverse bepalingen

Artikel 3

Tenzij de nationale wetgeving van het gebied van tijdelijke invoer zulks toestaat, worden de goederen waarvoor tijdelijke invoer is toegestaan, zolang deze de faciliteiten genieten waarin deze Overeenkomst voorziet:

  • a. niet uitgeleend of verhuurd, noch gebruikt tegen vergoeding;
  • b. niet buiten de plaats gebracht waar de manifestatie wordt gehouden.

Artikel 4

1.

De termijn voor wederuitvoer van de goederen die zijn ingevoerd om op tentoonstellingen, beurzen, congressen of soortgelijke manifestaties te worden getoond of gebruikt, bedraagt ten minste zes maanden te rekenen van de datum van tijdelijke invoer.

2.

Niettegenstaande het in het eerste lid van dit artikel bepaalde staan de douane-autoriteiten toe dat goederen die op een volgende manifestatie zullen worden getoond of gebruikt, in het gebied van tijdelijke invoer blijven, mits de voorwaarden neergelegd in de wetten en voorschriften van dat gebied worden nageleefd en de goederen binnen een jaar na de datum van tijdelijke invoer weder worden uitgevoerd.

Artikel 5

1.

Ingevolge artikel 13 van deze Overeenkomst wordt aangifte voor het vrije verkeer toegestaan met vrijstelling van invoerrechten en -heffingen en zonder toepassing van invoerverboden en beperkingen ten aanzien van de volgende goederen:

  • a. kleine monsters die kenmerkend zijn voor op een manifestatie tentoongestelde buitenlandse goederen, met inbegrip van monsters van levensmiddelen en dranken, die zijn ingevoerd in de vorm van monsters of op die manifestatie zijn vervaardigd van in bulk ingevoerde goederen, mits:
  • i. de monsters gratis worden geleverd uit het buitenland en uitsluitend dienen om gratis te worden uitgedeeld aan bezoekers van de manifestatie voor persoonlijk gebruik of verbruik,
  • ii. de monsters als reclamemateriaal kunnen worden onderkend en de waarde per eenheid gering is,
  • iii. de monsters ongeschikt zijn voor handelsdoeleinden en, indien van toepassing, zijn verpakt in aanzienlijk kleinere hoeveelheden dan de kleinste kleinhandelsverpakking,
  • iv. de monsters van levensmiddelen en dranken die niet worden uitgedeeld in verpakkingen als bedoeld in punt iii hierboven, worden verbruikt op de manifestatie,
  • v. de totale waarde en de hoeveelheid van de monsters naar de mening van de douane-autoriteiten van het gebied van tijdelijke invoer redelijk zijn gelet op de aard van de manifestatie, het aantal bezoekers en de omvang van de deelneming van de inzender.
  • b. goederen die uitsluitend worden ingevoerd om te worden gedemonstreerd of om de werking van tentoongestelde buitenlandse machines of apparaten te demonstreren op een manifestatie en die worden verbruikt of vernietigd tijdens die demonstratie, mits de totale waarde en de hoeveelheid van die goederen naar de mening van de douane-autoriteiten van het gebied van tijdelijke invoer redelijk zijn gelet op de aard van de manifestatie, het aantal bezoekers en de omvang van de deelneming van de inzender;
  • c. produkten van geringe waarde verbruikt bij de bouw, inrichting of decoratie van de tijdelijke stand van buitenlandse inzenders op een manifestatie, zoals verf, lak en behangselpapier;
  • d. drukwerk, catalogi, prospectussen, prijscouranten, aanplakbiljetten, al dan niet geïllustreerde kalenders en niet ingelijste foto's die duidelijk zijn bedoeld om reclame te maken voor de op een manifestatie tentoongestelde buitenlandse goederen, mits:
  • i. zij gratis worden geleverd uit het buitenland en uitsluitend dienen om gratis te worden uitgedeeld aan bezoekers van de manifestatie, en
  • ii. de totale waarde en de hoeveelheid van die goederen naar de mening van de douane-autoriteiten van het gebied van tijdelijke invoer redelijk zijn gelet op de aard van de manifestatie, het aantal bezoekers en de omvang van de deelneming van de inzender;
  • e. dossiers, registers, formulieren en andere documenten die worden ingevoerd om als zodanig te worden gebruikt op of in verband met internationale bijeenkomsten, conferenties of congressen.
2.

De bepalingen van het eerste lid van dit artikel zijn niet van toepassing op alcoholhoudende dranken, tabaksfabrikaten en brandstoffen.

Artikel 6

1.

Onderzoek door de douane en vrijmaking bij invoer of bij wederuitvoer van goederen die zullen worden of zijn tentoongesteld of gebruikt op een manifestatie, worden waar mogelijk en wenselijk verricht ter plaatse van die manifestatie.

2.

Elke Overeenkomstsluitende Partij streeft ernaar in alle gevallen waarin zij zulks wenselijk acht in verband met de belangrijkheid en de omvang van de manifestatie voor een redelijke tijdsduur een douanekantoor te vestigen op de plaats waar een manifestatie wordt gehouden op haar grondgebied.

Artikel 7

Produkten die incidenteel tijdens de manifestatie uit tijdelijk ingevoerde goederen worden verkregen, uitsluitend als gevolg van de demonstratie van tentoongestelde machines en apparaten, zijn onderworpen aan de bepalingen van deze Overeenkomst.

Artikel 8

Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht een voorbehoud te maken, in overeenstemming met artikel 29 van deze Overeenkomst, ten aanzien van de bepalingen van artikel 5, eerste lid, letter a, van deze Bijlage.

Artikel 9

Bij de inwerkingtreding van deze Bijlage wordt, in overeenstemming met artikel 27 van deze Overeenkomst, de Douaneovereenkomst inzake faciliteiten voor de invoer van goederen bestemd om op tentoonstellingen, beurzen, congressen of soortgelijke manifestaties te worden getoond of gebruikt, ondertekend te Brussel op 8 juni 1961, beëindigd en treedt deze Bijlage daarvoor in de plaats in de betrekkingen tussen de Overeenkomstsluitende Partijen die deze Bijlage hebben aanvaard en die Partij zijn bij die overeenkomst.

HOOFDSTUK II

Artikel 1

Voor de toepassing van deze Bijlage wordt verstaan onder „beroepsuitrusting” :

    1. materiaal voor pers, radio en televisie benodigd door vertegenwoordigers van de pers, radio of televisie die zich naar het grondgebied van een ander land begeven voor het maken van reportages, of voor uitzendingen of opnamen voor bepaalde programma's. Een lijst van voorbeelden van dergelijk materiaal is opgenomen in Aanhangsel I bij deze Bijlage.
    1. filmmateriaal benodigd door een persoon die zich naar het grondgebied van een ander land begeeft voor het maken van een of meer bepaalde films. Een lijst van voorbeelden van dergelijk materiaal is opgenomen in Aanhangsel II bij deze Bijlage;
    1. al het andere materiaal benodigd voor de uitoefening van het ambacht of beroep van een persoon die zich naar het grondgebied van een ander land begeeft om er een bepaald werk uit te voeren. Uitgezonderd is het materiaal dat is bestemd om te worden gebezigd voor de vervaardiging of verpakking van goederen of, behalve bij handgereedschap, voor de exploitatie van natuurlijke rijkdommen, voor de constructie, reparatie of het onderhoud van gebouwen, of voor grondwerken of dergelijke werken. Een lijst van voorbeelden van dergelijk materiaal is opgenomen in Aanhangsel III bij deze Bijlage;
    1. hulpapparatuur voor het materiaal genoemd in de punten 1, 2 en 3 van dit artikel en hun toebehoren.

HOOFDSTUK III

Artikel 2

Voor de volgende goederen wordt tijdelijke invoer toegestaan in overeenstemming met artikel 2 van deze Overeenkomst:

  • a. beroepsuitrusting;
  • b. onderdelen, ingevoerd ter reparatie van beroepsuitrusting waarvoor tijdelijke invoer is toegestaan op grond van letter a hierboven.

HOOFDSTUK I

Artikel 3

1.

Om in aanmerking te komen voor de uit hoofde van deze Bijlage verleende faciliteiten moet de beroepsuitrusting:

  • a. toebehoren aan een persoon gevestigd of woonachtig buiten het gebied van tijdelijke invoer;
  • b. worden ingevoerd door een persoon gevestigd of woonachtig buiten het gebied van tijdelijke invoer;
  • c. uitsluitend worden gebruikt door de persoon die zich naar het gebied van tijdelijke invoer begeeft, of onder diens persoonlijk toezicht.
2.

Het eerste lid, letter c, van dit artikel is niet van toepassing wanneer de uitrusting wordt ingevoerd voor het maken van een film, een televisieprogramma of audiovisuele produkties, uit hoofde van een coproduktie-overeenkomst waarbij een in het gebied van tijdelijke invoer gevestigde persoon partij is en die is goedgekeurd door de bevoegde autoriteiten van dat gebied krachtens een intergouvernementele overeenkomst inzake coproduktie.

3.

Het filmmateriaal en het materiaal voor pers, radio of televisie mag niet het voorwerp zijn van een overeenkomst inzake huur en verhuur of van een soortgelijke overeenkomst waarbij een in het gebied van tijdelijke invoer gevestigde persoon partij is, met dien verstande dat deze voorwaarde niet geldt in geval van gezamenlijke radio- of televisieprogramma's.

Artikel 4

1.

De tijdelijke invoer van produktie- en zendmateriaal voor radio en televisie en speciaal ingerichte radio- en televisiewagens en de daarbij behorende uitrusting, ingevoerd door openbare of particuliere organisaties die daartoe zijn goedgekeurd door de douane-autoriteiten van het gebied van tijdelijke invoer, wordt toegestaan zonder dat een douanedocument of zekerheid wordt verlangd.

2.

De douane-autoriteiten kunnen verlangen dat een lijst of gedetailleerde inventaris van het in het eerste lid van dit artikel bedoelde materiaal wordt overgelegd, te zamen met een schriftelijke toezegging met betrekking tot de wederuitvoer.

Artikel 5

De termijn voor wederuitvoer van beroepsuitrusting bedraagt ten minste twaalf maanden te rekenen van de datum van tijdelijke invoer. De termijn voor wederuitvoer van voertuigen kan evenwel worden vastgesteld naar gelang het doel en de voorgenomen lengte van het verblijf in het gebied van tijdelijke invoer.

Artikel 6

Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht de tijdelijke invoer te weigeren of in te trekken ten aanzien van de in de Aanhangels I t/m III bij deze Bijlage genoemde voertuigen die, zelfs incidenteel, personen opnemen tegen betaling of goederen laden op haar grondgebied om deze af te zetten ofte lossen op een plaats in hetzelfde gebied.

Artikel 7

De Aanhangsels bij deze Bijlage worden geacht een integrerend deel daarvan uit te maken.

Artikel 8

Bij de inwerkingtreding van deze Bijlage wordt, in overeenstemming met artikel 27 van deze Overeenkomst, de Douaneovereenkomst inzake de tijdelijke invoer van beroepsuitrusting, ondertekend te Brussel op 8 juni 1961, beëindigd en treedt deze Bijlage daarvoor in de plaats in de betrekkingen tussen de Overeenkomstsluitende Partijen die deze Bijlage hebben aanvaard en die Partij zijn bij die overeenkomst.

HOOFDSTUK I. Begripsomschrijvingen

Artikel 1

Voor de toepassing van deze Bijlage wordt verstaan onder:

  • a. „goederen ingevoerd in verband met een handelsactiviteit”: containers, laadborden, verpakkingsmiddelen, monsters, stalen, reclamefilms en alle andere goederen, ingevoerd in verband met een handelsactiviteit, maar waarvan de invoer op zichzelf geen handelsactiviteit vormt;
  • b. „verpakkingsmiddelen”: alle artikelen en materialen die worden gebruikt of zijn bestemd om te worden gebruikt, in de toestand waarin zij worden ingevoerd, om goederen te verpakken, beschermen, stuwen of scheiden, met uitzondering van verpakkingsmaterialen als stro, papier, glaswol, houtkrullen, enz., ingevoerd in bulk. Containers en laadborden, als omschreven onder letter c, onderscheidenlijk letter d, van dit artikel zijn eveneens uitgezonderd;
  • c. „container”: een hulpmiddel bij het vervoer (een laadkist, een losse tank of een soortgelijke houder):
  • i. dat een geheel of gedeeltelijk gesloten laadruimte vormt, bestemd om goederen te bevatten,
  • ii. dat van duurzame aard is en uit dien hoofde stevig genoeg voor herhaald gebruik,
  • iii. dat speciaal is ontworpen ter vergemakkelijking van het vervoer van goederen door één of meer vervoermiddelen, zonder tussentijdse in- en uitlading van die goederen,
  • iv. dat is ontworpen om gemakkelijk hanteerbaar te zijn, met name bij het overladen van het ene vervoermiddel op het andere,
  • v. dat is ontworpen om gemakkelijk te worden gevuld en geleegd,
  • vi. dat een binnenwerkse inhoudsruimte heeft van ten minste één kubieke meter. Onder „container” wordt mede verstaan het toebehoren en de uitrusting van de container, naargelang het type, mits dit toebehoren en deze uitrusting te zamen met de container worden vervoerd. Onder de benaming „container” vallen niet voertuigen, toebehoren of reserve-onderdelen van voertuigen, noch verpakkingsmiddelen of laadborden. „Afneembare carrosserieën” worden als containers aangemerkt;
  • d. „laadbord”: een constructie op de vloer waarvan een bepaalde hoeveelheid goederen kan worden bijeen geplaatst ten einde als een eenheid te worden behandeld met het oog op het vervoer, het laden en lossen of het opstapelen met behulp van mechanische werktuigen. Deze constructie bestaat ofwel uit twee door verbindingsstukken aan elkaar bevestigde vloeren, ofwel uit een op poten rustende vloer; de totale hoogte is zo gering mogelijk, doch voldoende voor het vervoer en voor het laden en lossen met vorktrucks of hefwagens; het laadbord kan al dan niet van een bovenbouw zijn voorzien;
  • e. „monsters en stalen”: artikelen die een bepaalde categorie reeds vervaardigde produkten vertegenwoordigen of modellen zijn van goederen waarvan de produktie in het voornemen ligt; hieronder zijn evenwel niet begrepen dezelfde artikelen, ingevoerd door dezelfde persoon of verzonden aan dezelfde geadresseerde in zodanige hoeveelheden, dat, gelet op het totaal daarvan, zij volgens het normale handelsgebruik niet meer kunnen worden beschouwd als monsters en stalen.
  • f. „reclamefilms”: beelddragers met opnamen, met of zonder geluidsband, die hoofdzakelijk beelden weergeven die de de aard of werking tonen van een produkt of materiaal dat te koop of te huur wordt aangeboden door een persoon gevestigd of woonachtig op het grondgebied van een andere Overeenkomstsluitende Partij, mits zij van dien aard zijn, dat zij kunnen worden vertoond aan potentiële gegadigden, doch niet in voor een ieder toegankelijke ruimten, en worden ingevoerd in een collo dat niet meer dan één kopie van elke film bevat en dat geen deel uitmaakt van een grotere zending films;
  • g. „binnenlands verkeer”: het vervoer van goederen die zijn geladen binnen het douanegebied van een Overeenkomstsluitende Partij en zullen worden gelost binnen het douanegebied van dezelfde Overeenkomstsluitende Partij.

HOOFDSTUK II. Werkingssfeer

Artikel 2

Voor de volgende goederen die worden ingevoerd in verband met een handelsactiviteit wordt tijdelijke invoer toegestaan in overeenstemming met artikel 2 van de Overeenkomst:

  • a. verpakkingsmiddelen die hetzij gevuld worden ingevoerd en leeg of gevuld weder zullen worden uitgevoerd, hetzij leeg worden ingevoerd en gevuld weder zullen worden uitgevoerd;
  • b. containers, al dan niet gevuld met goederen, en het toebehoren en de uitrusting van containers waarvoor tijdelijke invoer is toegestaan, die hetzij met een container zijn ingevoerd en afzonderlijk of met een andere container weder zullen worden uitgevoerd, hetzij afzonderlijk zijn ingevoerd en met een container weder zullen worden uitgevoerd;
  • c. reserve-onderdelen ingevoerd ter reparatie van containers waarvoor tijdelijke invoer is toegestaan krachtens letter b van dit artikel;
  • d. laadborden;
  • e. monsters en stalen;
  • f. reclamefilms;
  • g. alle andere goederen die worden ingevoerd voor de in Aanhangsel I bij deze Bijlage genoemde doeleinden in verband met een handelsactiviteit, maar waarvan de invoer op zichzelf geen handelsactiviteit vormt.

Artikel 3

De bepalingen van deze Bijlage laten de douanewetgeving van de Overeenkomstsluitende Partijen met betrekking tot de invoer van goederen die worden vervoerd in containers, in verpakkingsmiddelen of op laadborden onverlet.

Artikel 4

1.

Om in aanmerking te komen voor de uit hoofde van deze Bijlage verleende faciliteiten:

  • a. moeten de verpakkingsmiddelen uitsluitend weder worden uitgevoerd door de persoon aan wie de tijdelijke invoer was toegestaan. Zij mogen niet, zelfs niet incidenteel, worden gebruikt in het binnenlands verkeer;
  • b. moeten de containers worden gemerkt op de Aanhangsel II bij deze Bijlage voorschreven wijze. Zij mogen worden gebruikt voor het vervoer van goederen in het binnenlands verkeer, in welk geval elke Overeenkomstsluitende Partij het recht heeft de volgende voorwaarden te stellen:
  • -. de reis voert de container langs een redelijk rechtstreekse route naar, of dichterbij, de plaats waar de uit te voeren goederen zullen worden geladen of vanwaar de container leeg weder zal worden uitgevoerd;
  • -. de container wordt slechts eenmaal in het binnenlands verkeer gebruikt alvorens weder te worden uitgevoerd;
  • c. moeten de laadborden of een gelijk aantal laadborden van dezelfde soort en van ongeveer dezelfde waarde voordien zijn uitgevoerd of later worden uitgevoerd of weder worden uitgevoerd;
  • d. moeten de monsters of stalen en reclamefilms toebehoren aan een persoon gevestigd of woonachtig buiten het gebied van tijdelijke invoer en moeten zij uitsluitend worden ingevoerd om te worden vertoond of gedemonstreerd in het gebied van tijdelijke invoer ten einde orders te verwerven voor goederen die in dat gebied zullen worden ingevoerd. Zij mogen niet worden verkocht, noch worden aangewend tot hun normale gebruik, behoudens voor demonstratiedoeleinden, noch worden verhuurd of op enigerlei andere wijze tegen vergoeding worden gebruikt gedurende hun aanwezigheid in het gebied van tijdelijke invoer;
  • e. mogen de goederen genoemd onder de punten 1 en 2 van Aanhangsel I bij deze Bijlage niet worden gebruikt voor een winstgevende activiteit.
2.

Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht de tijdelijke invoer te weigeren voor containers, laadborden of verpakkingsmiddelen die het voorwerp zijn geweest van een koop-, huurkoop- of huurovereenkomst, of van een soortgelijke overeenkomst, gesloten door een persoon gevestigd of woonachtig op haar grondgebied.

Artikel 5

De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.

Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein. BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)