Overeenkomst inzake tijdelijke invoer
De tijdelijke invoer van containers, laadborden en verpakkingsmiddelen wordt toegestaan zonder dat een douanedocument of zekerheid wordt verlangd.
In plaats van een douanedocument en het stellen van zekerheid voor containers kan van de persoon aan wie de tijdelijke invoer is toegestaan, worden verlangd dat deze zich er schriftelijk toe verplicht:
- i. aan de douane-autoriteiten op hun verzoek gedetailleerde informatie te verstrekken omtrent de bewegingen van elke container waarvoor tijdelijke invoer is toegestaan, met inbegrip van de data en de plaatsen waar zij het gebied van tijdelijke invoer binnenkomen en verlaten, of een lijst van containers met een toezegging met betrekking tot de wederuitvoer.
- ii. de invoerrechten en -heffingen te betalen die worden gevorderd ingeval niet aan de voorwaarden voor tijdelijke invoer is voldaan.
In plaats van een douanedocument en het stellen van zekerheid voor laadborden en verpakkingsmiddelen kan van de persoon aan wie de tijdelijke invoer is toegestaan worden verlangd dat deze aan de douane-autoriteiten een schriftelijke toezegging overlegt met betrekking tot de wederuitvoer.
Personen die zich regelmatig van de tijdelijke-invoerprocedure bedienen zijn gemachtigd een algemene toezegging te doen.
Artikel 6
De termijn voor wederuitvoer van goederen ingevoerd in verband met een handelsactiviteit bedraagt ten minste zes maanden te rekenen van de datum van tijdelijke invoer.
Artikel 7
Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht een voorbehoud te maken, in overeenstemming met artikel 29 van deze Overeenkomst, met betrekking tot:
- a. ten hoogste drie categorieën goederen genoemd in artikel 2;
- b. artikel 5, eerste lid; van deze Bijlage.
Artikel 8
De aanhangsels bij deze Bijlage worden geacht een integrerend deel daarvan uit te maken.
Artikel 9
Bij de inwerkingtreding van deze Bijlage worden, in overeenstemming met artikel 27 van deze Overeenkomst, de volgende Overeenkomsten en bepalingen beëindigd:
- -. de Europese Overeenkomst betreffende de douanebehandeling van laadborden gebruikt bij internationaal vervoer, ondertekend te Genève op 9 december 1960
- -. de Douaneovereenkomst betreffende de tijdelijke invoer van verpakkingsmiddelen, ondertekend te Brussel op 6 oktober 1960
- -. de artikelen 2 tot en met 11 en Bijlagen 1 (paragrafen 1 en 2) tot en met 3 van de Douaneovereenkomst inzake containers, ondertekend te Genève op 2 december 1972
- -. de artikelen 3, 5 en 6 (l.b en 2) van de Internationale Overeenkomst om de invoer van handelsmonsters, handelsstalen en reclamemateriaal te vergemakkelijken, ondertekend te Genève op 7 november 1952
en treedt deze Bijlage daarvoor in de plaats in de betrekkingen tussen de Overeenkomstsluitende Partijen die deze Bijlage hebben aanvaard en die Partij zijn bij die overeenkomsten.
1
De volgende gegevens dienen duurzaam op containers te worden aangebracht op een geschikte en duidelijk zichtbare plaats:
- a. de aanduiding van de eigenaar of de voornaamste exploitant;
- b. de herkenningstekenen en identificatienummers van de container, daaraan gegeven door de eigenaar of exploitant;
- c. het tarragewicht van de container, met inbegrip van de gehele vaste uitrusting.
2
Het land waartoe de container behoort kan ofwel voluit worden aangegeven, ofwel door middel van de ISO Alpha-2-landcode, als bedoeld in internationale norm ISO 3166, dan wel door middel van het onderscheidingsteken dat in het internationale wegverkeer wordt gebruikt om het land aan te duiden waarin een voertuig is geregistreerd. Elk land kan het gebruik van zijn naam of onderscheidingsteken op de container regelen in zijn nationale wetgeving. De aanduiding van de eigenaar of exploitant kan geschieden door middel van diens volledige naam of door middel van een algemene bekende aanduiding, met uitzondering van symbolen als emblemen of vlaggen.
3
Ten einde te bewerkstelligen dat de herkenningstekenen en identificatienummers duurzaam worden aangebracht wanneer kunststofband wordt gebruikt, moet aan de volgende vereisten worden voldaan:
- a. er moet een kleefmiddel van goede kwaliteit worden gebruikt. Na aanbrenging moet het band een treksterkte hebben die geringer is dan de aanklevingskracht, zodat het onmogelijk is het band te verwijderen zonder het te beschadigen. Band vervaardigd met behulp van de gietmethode voldoet aan deze vereisten. Band vervaardigd met behulp van de kalandermethode mag niet worden gebruikt;
- b. wanneer de herkenningstekenen en identificatienummers moeten worden gewijzigd, dient het te vervangen band eerst volledig te zijn verwijderd alvorens het nieuwe band wordt aangebracht; het aanbrengen van nieuw band over het aanwezige band is niet toegestaan.
4
De vereisten betreffende het gebruik van kunststofband voor het merken van containers, genoemd onder punt 3 van deze Bijlage, sluiten de mogelijkheid andere duurzame merkmethoden toe te passen niet uit.
HOOFDSTUK I
Artikel 1. Begripsomschrijving
Voor de toepassing van deze Bijlage wordt verstaan onder „toeristisch reclamemateriaal”.
Goederen ingevoerd met als doel het publiek te bewegen tot het bezoeken van een ander land, met name tot het bijwonen van in dat land te houden bijeenkomsten of manifestaties met een cultureel, godsdienstig, toeristisch, sportief of beroepsmatig karakter. Een lijst van voorbeelden van dergelijk materiaal is opgenomen in het Aanhangsel bij deze Bijlage.
HOOFDSTUK II
Artikel 2. Werkingssfeer
Met uitzondering van het in artikel 5 van deze Bijlage bedoelde materiaal, waarvoor onvoorwaardelijke invoer met vrijstelling van rechten en heffingen bij invoer wordt toegestaan, wordt voor toeristisch reclamemateriaal tijdelijke invoer toegestaan in overeenstemming met artikel 2 van deze Overeenkomst.
HOOFDSTUK III
Artikel 3. Diverse bepalingen
Om in aanmerking te komen voor de uit hoofde van deze Bijlage verleende faciliteiten, moet het toeristisch reclamemateriaal toebehoren aan een persoon gevestigd buiten het gebied van tijdelijke invoer, en worden ingevoerd in redelijke hoeveelheden gelet op het voorgenomen gebruik ervan.
Artikel 4
De termijn voor wederuitvoer van toeristisch reclamemateriaal bedraagt ten minste twaalf maanden te rekenen van de datum van tijdelijke invoer.
HOOFDSTUK I. Begripsomschrijving
Artikel 1
Voor de toepassing van deze Bijlage wordt verstaan onder:
- a. „goederen ingevoerd ten behoeve van onderwijs, wetenschap of cultuur”: wetenschappelijk materiaal, opvoedkundig materiaal, welzijnsgoederen bestemd voor zeelieden, en overige goederen ingevoerd in verband met activiteiten betreffende onderwijs, wetenschap of cultuur;
- b. in letter a hierboven: Lijsten van voorbeelden van „opvoedkundig materiaal”, „welzijnsgoederen bestemd voor zeelieden” en „alle overige goederen ingevoerd in verband met activiteiten betreffende onderwijs, wetenschap of cultuur” zijn opgenomen in respectievelijk de Aanhangsels I, II en III bij deze Bijlage.
- i. „wetenschappelijk materiaal en opvoedkundig materiaal”: alle modellen, instrumenten, apparaten, machines of hun bijbehoren, gebruikt voor wetenschappelijk onderzoek of voor onderwijs of beroepsopleiding;
- ii. „welzijnsgoederen bestemd voor zeelieden”: goederen bestemd voor activiteiten op het gebied van cultuur, onderwijs, recreatie, godsdienst of sport van personen die een taak hebben bij de functionering of de dienst op zee van een buitenlands schip dat deelneemt aan de internationale zeescheepvaart.
HOOFDSTUK I
Artikel 2
Voor de volgende goederen wordt tijdelijke invoer toegestaan in overeenstemming met artikel 2 van deze Overeenkomst:
- a. goederen ingevoerd uitsluitend ten behoeve van onderwijs, wetenschap of cultuur;
- b. reservedelen voor wetenschappelijk materiaal en onderwijsmateriaal waarvoor krachtens letter a hierboven tijdelijke invoer is toegestaan, en gereedschappen speciaal ontworpen voor het onderhouden, controleren, kalibreren of repareren van dat materiaal.
HOOFDSTUK II
Artikel 3
Om in aanmerking te komen voor de uit hoofde van deze Bijlage verleende faciliteiten:
- a. moeten goederen ingevoerd ten behoeve van onderwijs, wetenschap of cultuur, toebehoren aan een persoon die gevestigd is buiten het gebied van tijdelijke invoer, en worden ingevoerd door goedgekeurde instellingen in redelijke hoeveelheden gelet op het doel van de invoer. Zij mogen niet voor handelsdoeleinden worden gebruikt;
- b. welzijnsgoederen bestemd voor zeelieden moeten worden gebruikt aan boord van buitenlandse schepen die varen in de internationale zeescheepvaart, of worden gelost van het schip voor tijdelijk gebruik aan land door de bemanning, of worden ingevoerd voor gebruik in tehuizen, clubs of recreatiecentra voor zeevarenden die worden beheerd door hetzij officiële organisaties hetzij godsdienstige organisaties of organisaties zonder winstoogmerk, alsmede op plaatsen voor de eredienst waar geregeld diensten voor zeevarenden worden gehouden.
Artikel 4
Tijdelijke invoer van wetenschappelijk materiaal, opvoedkundig materiaal en welzijnsgoederen bestemd voor zeelieden die worden gebruikt aan boord van schepen, wordt toegestaan zonder dat een douanedocument of zekerheid wordt verlangd. Wanneer noodzakelijk kan overlegging van een inventaris van wetenschappelijk materiaal en opvoedkundig materiaal worden verlangd, te zamen met een schriftelijke toezegging met betrekking tot de wederuitvoer.
Artikel 5
De termijn voor wederuitvoer van goederen ingevoerd ten behoeve van onderwijs, wetenschap of cultuur beloopt ten minste twaalf maanden te rekenen van de datum van tijdelijke invoer.
Artikel 6
Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht een voorbehoud te maken, in overeenstemming met artikel 29 van deze Overeenkomst, ten aanzien van de bepalingen van artikel 4 van deze Bijlage, voor zover deze betrekking hebben op wetenschappelijk materiaal en opvoedkundig materiaal.
Artikel 7
De Aanhangsels bij deze Bijlage worden geacht een integrerend deel daarvan uit te maken.
Artikel 8
Bij de inwerkingtreding van deze Bijlage worden, in overeenstemming met artikel 27 van deze Overeenkomst, de Douaneovereenkomst inzake welzijnsgoederen voor zeevarenden, ondertekend te Brussel op 1 december 1964, de Douaneovereenkomst inzake de tijdelijke invoer van wetenschappelijk materiaal, ondertekend te Brussel op 11 juni 1968, en de Douaneovereenkomst inzake de tijdelijke invoer van pedagogisch materiaal, ondertekend te Brussel op 8 juni 1970, beëindigd en treedt deze Bijlage daarvoor in de plaats in de betrekkingen tussen de Overeenkomstsluitende Partijen die deze Bijlage hebben aanvaard en die Partij zijn bij die overeenkomsten.
HOOFDSTUK I
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van deze Bijlage wordt verstaan onder:
- a. „goederen ingevoerd voor humanitaire doeleinden”: medische en chirurgische uitrusting, laboratoriumuitrusting en hulpzendingen;
- b. „hulpzendingen”: alle goederen, zoals voertuigen en andere vervoermiddelen, dekens, tenten prefab-huizen of andere hoogst noodzakelijke goederen, gezonden bij wijze van hulp aan door natuurrampen en soortgelijke catastrofes getroffenen.
HOOFDSTUK II
Artikel 2. Werkingssfeer
Voor goederen ingevoerd voor humanitaire doeleinden wordt tijdelijke invoer toegestaan in overeenstemming met artikel 2 van deze Overeenkomst.
HOOFDSTUK III
Artikel 3. Diverse bepalingen
Om in aanmerking te komen voor de uit hoofde van deze Bijlage verleende faciliteiten:
- a. moeten goederen ingevoerd voor humanitaire doeleinden toebehoren aan een persoon gevestigd buiten het gebied van tijdelijke invoer en moeten zij kosteloos worden uitgeleend;
- b. moeten medische en chirurgische uitrusting en laboratoriumuitrusting bestemd zijn voor gebruik door ziekenhuizen en andere medische instellingen die deze, doordat zij in buitengewone omstandigheden verkeren, dringend nodig hebben, mits deze uitrusting niet in voldoende hoeveelheid beschikbaar is in het gebied van tijdelijke invoer;
- c. moeten hulpzendingen worden gezonden aan personen die zijn erkend door de bevoegde autoriteiten in het gebied van tijdelijke invoer.
Artikel 4
Wanneer mogelijk kan voor medische en chirurgische uitrusting en voor laboratoriumuitrusting een inventaris van de goederen tezamen met een schriftelijke toezegging met betrekking tot de wederuitvoer worden aanvaard in plaats van een douanedocument en zekerheid.
Tijdelijke invoer van hulpzendingen wordt toegestaan zonder dat een douanedocument of zekerheid wordt verlangd. De douaneautoriteiten kunnen echter een inventaris van de goederen verlangen, tezamen met een schriftelijke toezegging met betrekking tot de wederuitvoer.
Artikel 5
De termijn voor de wederuitvoer van medische en chirurgische uitrusting en laboratoriumuitrusting wordt vastgesteld in overeenstemming met de behoeften.
De termijn voor wederuitvoer van hulpzendingen bedraagt ten minste twaalf maanden te rekenen van de datum van tijdelijke invoer.
Artikel 6
De Aanhangsels bij deze Bijlage worden geacht een integrerend deel daarvan uit te maken.
Artikel 7
Bij de inwerkingtreding van deze Bijlage worden, in overeenstemming met artikel 27 van deze Overeenkomst, de artikelen 2 en 5 van het Verdrag inzake douanefaciliteiten ten behoeve van het toeristenverkeer, ondertekend te New York op 4 juni 1954, beëindigd en treedt deze Bijlage daarvoor in de plaats in de betrekkingen tussen de Overeenkomstsluitende Partijen die deze Bijlage hebben aanvaard en die Partij zijn bij dat verdrag.
HOOFDSTUK II
Artikel 1
Voor de toepassing van deze Bijlage wordt verstaan onder „toeristisch reclamemateriaal”:
goederen ingevoerd met als doel het publiek te bewegen tot het bezoeken van een ander land, met name tot het bijwonen van in dat land te houden bijeenkomsten of manifestaties met een cultureel, godsdienstig, toeristisch, sportief of beroepsmatig karakter. Een lijst van voorbeelden van dergelijk materiaal is opgenomen in het Aanhangsel bij deze Bijlage.
HOOFDSTUK II. Werkingssfeer
Artikel 2
Met uitzondering van het in artikel 5 van deze Bijlage bedoelde materiaal, waarvoor onvoorwaardelijke invoer met vrijstelling van rechten en heffingen bij invoer wordt toegestaan, wordt voor toeristische reclamemateriaal tijdelijke invoer toegestaan in overeenstemming met artikel 2 van deze Overeenkomst.
HOOFDSTUK III
Artikel 3
Om in aanmerking te komen voor de uit hoofde van deze Bijlage verleende faciliteiten, moet het toeristisch reclamemateriaal toebehoren aan een persoon gevestigd buiten het gebied van tijdelijke invoer, en worden ingevoerd in redelijke hoeveelheden in het licht van het voorgenomen gebruik ervan.
Artikel 4
De termijn voor wederuitvoer van toeristisch reclamemateriaal bedraagt ten minste twaalf maanden te rekenen van de datum van tijdelijke invoer.
Artikel 5
Onvoorwaardelijke invoer met vrijstelling van rechten en heffingen ter zake van de invoer wordt toegestaan voor de volgende soorten reclamemateriaal:
- a. bescheiden (vouwbladen, brochures, boeken, tijdschriften, gidsen, al dan niet ingelijste aanplakbiljetten, niet ingelijste foto's en fotografische vergrotingen, al dan niet geïllustreerde aardrijkskundige kaarten, transparantplaten) die bestemd zijn om gratis te worden verspreid, mits die bescheiden voor niet meer dan 25% uit particuliere handelsreclame bestaan en kennelijk bestemd zijn voor algemene propagandadoeleinden;
- b. lijsten en jaarboeken van buitenlandse hotels, uitgegeven door of onder bescherming van officiële organisaties voor toerisme en dienstregelingen van in het buitenland geëxploiteerde vervoerdiensten, indien die drukwerken bestemd zijn om gratis te worden verspreid en voor niet meer dan 25% uit particuliere handelsreclame bestaan;
- c. technisch materiaal dat wordt gezonden aan de erkende vertegenwoordigers of aan de correspondenten die zijn aangewezen door officiële nationale organisaties voor toerisme, welk materiaal niet bestemd is om te worden verspreid, zoals jaarboeken, telefoongidsen, lijsten van hotels, catalogi voor jaarbeurzen, monsters en stalen van kunstnijverheid van geringe waarde, documentatiemateriaal over musea, universiteiten, badplaatsen en dergelijke.
Artikel 6
Het Aanhangsel bij deze Bijlage wordt geacht een integrerend deel daarvan uit te maken.
Artikel 7
Bij de inwerkingtreding van deze Bijlage wordt, in overeenstemming met artikel 27 van deze Overeenkomst, het Aanvullend Protocol bij het Verdrag inzake douanefaciliteiten ten behoeve van het toeristenverkeer, met betrekking tot de invoer van toeristische propagandabescheiden en toeristisch propagandamateriaal, ondertekend te New York op 4 juni 1954, beëindigd en treedt deze Bijlage daarvoor in de plaats in de betrekkingen tussen de Overeenkomstsluitende Partijen die deze Bijlage hebben aanvaard en die Partij zijn bij dat Protocol.
HOOFDSTUK I. Begripsomschrijving
Artikel 1
Voor de toepassing van deze Bijlage wordt verstaan onder:
- a. „goederen ingevoerd in het grensverkeer”:
- -. goederen vervoerd door inwoners van een grensgebied in de uitoefening van hun beroep of vak (artsen, vaklieden enz.);
- -. persoonlijke of huishoudelijke goederen van inwoners van een grensgebied, door hen ingevoerd ten behoeve van reparatie, vervaardiging of be- of verwerking;
- -. uitrusting bestemd voor de exploitatie van gronden gelegen binnen een grensgebied in het gebied van tijdelijke invoer;
- -. uitrusting die toebehoort aan een officieel lichaam, ingevoerd in verband met een hulpoperatie (brand, overstromingen enz.);
- b. „grensgebied”: een deel van het douanegebied dat gelegen is langs de landsgrens, waarvan de omvang is vastgelegd in de nationale wetgeving, en waarvan de grenzen ertoe dienen grensverkeer te onderscheidenen van overig verkeer;
- c. „inwoners van een grensgebied”: personen gevestigd of woonachtig in een grensgebied;
- d. „grensverkeer”: invoer door inwoners van een grensgebied, tussen twee naast elkaar gelegen grensgebieden.
HOOFDSTUK I
Artikel 2
Voor goederen ingevoerd in het grensverkeer wordt tijdelijke invoer toegestaan in overeenstemming met artikel 2 van deze Overeenkomst.
HOOFDSTUK II
Artikel 3
Om in aanmerking te komen voor de uit hoofde van deze Bijlage verleende faciliteiten:
- a. moeten goederen die worden ingevoerd in het grensverkeer, toebehoren aan een inwoner van het grensgebied dat gelegen is naast het grensgebied van tijdelijke invoer;
- b. moet uitrusting voor de exploitatie van gronden worden gebruikt door inwoners van het grensgebied dat gelegen is naast het grensgebied van tijdelijke invoer, die werken op gronden gelegen in het laatstbedoelde grensgebied. Deze uitrusting moet worden gebruikt voor het verrichten van landbouw- of bosbouwwerkzaamheden, zoals het lossen of vervoeren van hout, of voor de visteelt;
- c. moet grensverkeer ten behoeve van reparatie, vervaardiging of be- of verwerking van strikt niet-commerciële aard zijn.
Artikel 4
Tijdelijke invoer van goederen die worden ingevoerd in het grensverkeer wordt toegestaan zonder dat een douanedocument of zekerheid wordt verlangd.
Elke Overeenkomstsluitende Partij mag het toestaan van tijdelijke invoer van goederen in het grensverkeer afhankelijk stellen van overlegging van een inventaris van de goederen, te zamen met een schriftelijke toezegging met betrekking tot de wederuitvoer.
Tijdelijke invoer kan ook worden toegestaan op basis van een inschrijving in een register dat wordt bijgehouden door het douanekantoor.
Artikel 5
De termijn voor wederuitvoer van goederen ingevoerd in het grensverkeer bedraagt ten minste zes maanden te rekenen van de datum van tijdelijke invoer.
Uitrusting bestemd voor de exploitatie van gronden wordt echter wederuitgevoerd zodra het werk is verricht.
HOOFDSTUK I. Begripsomschrijvingen
Artikel I
Voor de toepassing van deze Bijlage wordt verstaan onder:
- a. „goederen ingevoerd voor humanitaire doeleinden”: medische en chirurgische uitrusting, laboratoriumuitrusting en hulpzendingen;
- b. „hulpzendingen”: alle goederen, zoals voertuigen en andere vervoermiddelen, dekens, tenten, prefab-huizen of andere hoogst noodzakelijke goederen, gezonden bij wijze van hulp aan door natuurrampen en soortgelijke catastrofes getroffenen.
HOOFDSTUK II. Werkingssfeer
Artikel 2
Voor goederen ingevoerd voor humanitaire doeleinden wordt tijdelijke invoer toegestaan in overeenstemming met artikel 2 van deze Overeenkomst.
HOOFDSTUK I
Artikel 3
Om in aanmerking te komen voor de uit hoofde van deze Bijlage verleende faciliteiten:
- a. moeten goederen ingevoerd voor humanitaire doeleinden toebehoren aan een persoon gevestigd buiten het gebied van tijdelijke invoer en moeten zij kosteloos worden uitgeleend;
- b. moeten medische en chirurgische uitrusting en laboratoriumuitrusting bestemd zijn voor gebruik door ziekenhuizen en andere medische instellingen die deze, doordat zij in buitengewone omstandigheden verkeren, dringend nodig hebben, mits deze uitrusting niet in voldoende hoeveelheid beschikbaar is in het gebied van tijdelijke invoer;
- c. moeten hulpzendingen worden gezonden aan personen die zijn goedgekeurd door de bevoegde autoriteiten in het gebied van tijdelijke invoer.
Artikel 4
Wanneer mogelijk kan voor medische en chirurgische uitrusting en voor laboratoriumuitrusting een inventaris van de goederen te zamen met een schriftelijke toezegging met betrekking tot de wederuitvoer worden aanvaard in plaats van een douanedocument en zekerheid.
Tijdelijke invoer van hulpzendingen wordt toegestaan zonder dat een douanedocument of zekerheid wordt verlangd. De douaneautoriteiten kunnen echter een inventaris van de goederen verlangen, te zamen met een schriftelijke toezegging met betrekking tot de wederuitvoer.
Artikel 5
De termijn voor de wederuityoer van medische en chirurgische uitrusting en laboratoriumuitrusting wordt vastgesteld in overeenstemming met de behoeften.
De termijn voor wederuitvoer van hulpzendingen bedraagt ten minste twaalf maanden te rekenen van de datum van tijdelijke invoer.
HOOFDSTUK III
Artikel 1
Voor de toepassing van deze Bijlage wordt verstaan onder:
- a. „vervoermiddel”: elk vaartuig (met inbegrip van lichters en bakken, al dan niet meegevoerd aan boord van een schip, en draagvleugelboten), luchtkussenvaartuigen, luchtvaartuigen, gemotoriseerde wegvoertuigen (met inbegrip van brom-/motornetsen, aanhangwagens, opleggers en combinaties van voertuigen) en spoorwegmaterieel; te zamen met hun gebruikelijke reserve-onderdelen, toebehoren en uitrusting die zich aan boord van het vervoermiddel bevinden (met inbegrip van speciale uitrusting voor het laden, lossen, behandelen en beschermen van lading);
- b. „commercieel gebruik”: personenvervoer tegen vergoeding dan wel industrieel of commercieel goederenvervoer, al dan niet tegen vergoeding;
- c. „particulier gebruik”: vervoer uitsluitend voor particulier gebruik door de betrokken persoon, onder uitsluiting van commercieel gebruik;
- d. „intern verkeer”: vervoer van personen of goederen die worden opgenomen of geladen in het gebied van tijdelijke invoer, en afgezet of gelost op een plaats in hetzelfde grondgebied;
- e. „normale tanks”: de tanks, door de fabrikant ontworpen voor alle vervoermiddelen van hetzelfde type als het desbetreffende vervoermiddel, en permanent zodanig geïnstalleerd dat een brandstof rechtstreeks kan worden gebruikt voor zowel de aandrijving als, waar van toepassing, de werking, gedurende het vervoer, van koelsystemen en andere systemen. Op vervoermiddelen geïnstalleerde tanks die ontworpen zijn voor rechtstreeks gebruik van andere soorten brandstof, alsmede tanks geïnstalleerd op de andere systemen waarmee het vervoermiddel kan zijn uitgerust, worden ook als normale tanks beschouwd.
HOOFDSTUK II. Werkingssfeer
Artikel 2
Tijdelijke invoer wordt toegestaan in overeenstemming met artikel 2 van deze Overeenkomst voor:
- a. vervoermiddelen voor commercieel gebruik of voor particulier gebruik;
- b. reserve-onderdelen en uitrusting ingevoerd voor de reparatie van een vervoermiddel waarvoor reeds tijdelijke invoer is toegestaan. Vervangen onderdelen en uitrusting die niet weder worden uitgevoerd, zijn onderworpen aan rechten en heffingen bij invoer, tenzij zij een bestemming krijgen zoals bedoeld in artikel 14 van deze Overeenkomst.
Artikel 3
Routine-onderhoudswerkzaamheden en reparaties aan het vervoermiddel die noodzakelijk zijn geworden gedurende de reis naar of binnen het gebied van tijdelijke invoer en die worden uitgevoerd gedurende het tijdvak van tijdelijke invoer, worden niet geacht te leiden tot een verandering zoals bedoeld in artikel 1, lid a, van deze Overeenkomst.
Artikel 4
De brandstof die zich bevindt in de normale tanks van tijdelijk ingevoerde vervoermiddelen, alsmede smeeroliën voor het normale gebruik van die vervoermiddelen, worden toegelaten zonder betaling van rechten en heffingen bij invoer en zonder toepassing van invoerverboden of -beperkingen.
In het geval van gemotoriseerde wegvoertuigen voor commercieel gebruik heeft elke Overeenkomstsluitende Partij echter het recht maximumhoeveelheden vast te stellen voor de brandstof die op haar grondgebied met vrijstelling van rechten en heffingen bij invoer en zonder toepassing van invoerverboden of -beperkingen kan worden toegelaten in de normale tanks van die tijdelijk ingevoerde gemotoriseerde wegvoertuigen.
HOOFDSTUK III. Diverse bepalingen
Artikel 5
Om in aanmerking te komen voor de uit hoofde van deze Bijlage verleende faciliteiten:
- a. moet een vervoermiddel voor commercieel gebruik geregistreerd zijn in een ander grondgebied dan dat van tijdelijke invoer, op naam van een persoon gevestigd of woonachtig in een ander grondgebied dan dat van tijdelijke invoer, en worden ingevoerd en gebruikt door personen die handelen vanuit een zodanig ander grondgebied;
- b. moet een vervoermiddel voor particulier gebruik geregistreerd zijn in een ander grondgebied dan dat van tijdelijke invoer, op naam van een persoon gevestigd of woonachtig in een ander grondgebied dan dat van tijdelijke invoer, en worden ingevoerd en gebruikt door personen die handelen vanuit een zodanig ander grondgebied.
Artikel 6
Tijdelijke invoer van vervoermiddelen wordt toegestaan zonder dat een douanedocument of zekerheid wordt verlangd.
Artikel 7
Niettegenstaande de bepalingen van artikel 5 van deze Bijlage:
- a. mogen vervoermiddelen voor commercieel gebruik worden gebruikt door derden, zelfs indien dezen gevestigd of woonachtig zijn in het gebied van tijdelijke invoer, die daartoe naar behoren zijn gemachtigd door de personen aan wie tijdelijke invoer is toegestaan, en die namens hen optreden;
- b. mogen vervoermiddelen voor particulier gebruik worden gebruikt door derden die daartoe naar behoren zijn gemachtigd door de personen aan wie tijdelijke invoer is toegestaan. Elke Overeenkomstsluitende Partij kan het gebruik door een in haar grondgebied woonachtige persoon toestaan, in het bijzonder wanneer het vervoermiddel wordt gebruikt namens en volgens de aanwijzingen van de persoon aan wie tijdelijke invoer is toegestaan.
Artikel 8
Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht de verlening van toestemming voor tijdelijke invoer te weigeren, of deze toestemming in te trekken, ten aanzien van:
- a. vervoermiddelen voor commercieel gebruik die worden gebruikt in het interne verkeer;
- b. vervoermiddelen voor particulier gebruik die worden gebruikt voor commercieel gebruik in het interne verkeer;
- c. vervoermiddelen die na invoer worden verhuurd, of die, indien in gehuurde staat ingevoerd, opnieuw worden verhuurd of onderverhuurd voor andere doeleinden dan onmiddellijke wederuitvoer.
Artikel 9
Vervoermiddelen voor commercieel gebruik worden wederuitgevoerd zodra het vervoer waarvoor zij werden ingevoerd is voltooid.
Vervoermiddelen voor particulier gebruik mogen in het gebied van tijdelijke invoer blijven voor een tijdvak, al dan niet aaneengesloten, van zes maanden in ieder tijdvak van twaalf maanden.
Artikel 10
Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht een voorbehoud te maken, in overeenstemming met artikel 29 van deze Overeenkomst, ten aanzien van:
- a. artikel 2, letter a, voor zover het de tijdelijke invoer van gemotoriseerde wegvoertuigen en spoorwegmaterieel betreft;
- b. artikel 6, voor zover het gemotoriseerde wegvoertuigen voor commercieel gebruik en vervoermiddelen voor particulier gebruik betreft;
- c. artikel 9, tweede lid,
van deze Bijlage.
Artikel 11
Bij de inwerkingtreding van deze Bijlage worden, in overeenstemming met artikel 27 van deze Overeenkomst, het Douaneverdrag inzake de tijdelijke invoer van particuliere wegvoertuigen, ondertekend te New York op 4 juni 1954, de Douaneovereenkomst betreffende de tijdelijke invoer van voertuigen voor bedrijfsmatig vervoer langs de weg, ondertekend te Genève op 18 mei 1956, en de Douaneovereenkomst betreffende de tijdelijke invoer voor persoonlijk gebruik van pleziervaartuigen en van luchtvaartuigen, ondertekend te Genève op 18 mei 1956, beëindigd en treedt deze Bijlage daarvoor in de plaats in de betrekkingen tussen de Overeenkomstsluitende Partijen die deze Bijlage hebben aanvaard en die Partij zijn bij dat verdrag en die overeenkomsten.
HOOFDSTUK I. Begripsomschrijvingen
Artikel 1
Voor de toepassing van deze Bijlage wordt verstaan onder:
- a. „dieren”: levende dieren van iedere soort;
- b. „grensgebied: een deel van het douanegebied dat gelegen is langs de landsgrens, waarvan de omvang is vastgelegd in de nationale wetgeving, en waarvan de grenzen ertoe dienen grensverkeer te onderscheiden van overig verkeer;
- c. „inwoners van een grensgebied”: personen gevestigd of woonachtig in een grensgebied;
- d. „grensverkeer”: invoer door inwoner van een grensgebied, tussen twee naast elkaar gelegen grensgebieden.
HOOFDSTUK II. Werkingssfeer
Artikel 2
Voor dieren ingevoerd voor de in het Aanhangsel bij deze Bijlage omschreven doeleinden wordt tijdelijke invoer toegestaan in overeenstemming met artikel 2 van deze Overeenkomst.
HOOFDSTUK III. Diverse bepalingen
Artikel 3
Om in aanmerking te komen voor de uit hoofde van deze Bijlage verleende faciliteiten:
- a. moeten dieren toebehoren aan een persoon gevestigd of woonachtig buiten het gebied van tijdelijke invoer;
- b. moeten trekdieren die zullen worden gebruikt voor werk op het land in het grensgebied van het gebied van tijdelijke invoer, worden ingevoerd door inwoners van een grensgebied dat is gelegen naast dat van tijdelijke invoer.
Artikel 4
De tijdelijke invoer van de in artikel 3, letter b, van deze Bijlage bedoelde trekdieren en van dieren ingevoerd voor het weiden of verweiden op land gelegen in het grensgebied, wordt toegestaan zonder dat een douanedocument of zekerheid wordt verlangd.
Elke Overeenkomstsluitende Partij mag het toestaan van tijdelijke invoer van de in het eerste lid van dit artikel bedoelde dieren afhankelijk stellen van overlegging van een inventaris, te zamen met een schriftelijke toezegging met betrekking tot de wederuitvoer.
Artikel 5
Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht een voorbehoud te maken, in overeenstemming met artikel 29 van deze Overeenkomst, ten aanzien van artikel 4, eerste lid, van deze Bijlage.
Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft ook het recht een voorbehoud te maken, in overeenstemming met artikel 29 van deze Overeenkomst, ten aanzien van de punten 12 en 13 in het Aanhangsel bij deze Bijlage.
Artikel 6
De termijn voor wederuitvoer van dieren bedraagt ten minste twaalf maanden te rekenen van de datum van tijdelijke invoer.
Artikel 7
Het Aanhangsel bij deze Bijlage wordt geacht een integrerend deel daarvan uit te maken.
HOOFDSTUK I. Begripsomschrijvingen
Artikel 1
Voor de toepassing van deze Bijlage wordt verstaan onder:
- a. „goederen ingevoerd met gedeeltelijke vrijstelling van rechten en herringen bij invoer”: goederen genoemd in de overige Bijlagen bij deze Overeenkomst die evenwel niet voldoen aan alle daarin gestelde voorwaarden voor het toestaan van tijdelijke invoer met volledige vrijstelling van rechten en heffingen bij invoer, en goederen niet genoemd in die overige Bijlagen die worden ingevoerd voor tijdelijk gebruik bij, bijvoorbeeld, de produktie of de uitvoering van werken;
- b. „gedeeltelijke vrijstelling”: vrijstelling van betaling van een gedeelte van het totale bedrag aan rechten en heffingen bij invoer dat verschuldigd zou zijn indien de goederen zouden zijn ingevoerd in het vrije verkeer op de datum waarop zij onder de tijdelijke-invoerprocedure werden gesteld.
HOOFDSTUK II. Werkingssfeer
Artikel 2
Voor de in artikel 1, letter a, van deze Bijlage bedoelde goederen wordt tijdelijke invoer met gedeeltelijke vrijstelling toegestaan in overeenstemming met artikel 2 van deze Overeenkomst.
HOOFDSTUK III. Diverse bepalingen
Artikel 3
Om in aanmerking te komen voor de uit hoofde van deze Bijlage verleende faciliteiten, moeten goederen ingevoerd met gedeeltelijke vrijstelling toebehoren aan een persoon gevestigd of woonachtig buiten het grondgebied van tijdelijke invoer.
Artikel 4
Elke Overeenkomstsluitende Partij kan een lijst opstellen van goederen die in aanmerking komen voor of uitgesloten zijn van tijdelijke invoer met gedeeltelijke vrijstelling. De depositaris van deze Overeenkomst wordt in kennis gesteld van de inhoud van deze lijst.
Artikel 5
Het bedrag aan rechten en heffingen bij invoer dat krachtens deze procedure in rekening kan worden gebracht, mag niet hoger zijn dan 5%, voor iedere maand gedurende welke of ieder deel van een maand gedurende welk de goederen onder de tijdelijke-invoerprocedure zijn gesteld.
Artikel 6
Het bedrag aan rechten en heffingen bij invoer dat in rekening wordt gebracht, mag in geen geval hoger zijn dan het bedrag dat in rekening zou zijn gebracht indien de desbetreffende goederen zouden zijn ingevoerd in het vrije verkeer op de datum waarop zij onder de tijdelijke-invoerprocedure werden gesteld.
Artikel 7
Het krachtens deze Bijlage aan rechten en heffingen bij invoer verschuldigde bedrag wordt door de bevoegde autoriteiten geheven wanneer de procedure is voltooid.
Wanneer, in overeenstemming met artikel 13 van deze Overeenkomst, de tijdelijke-invoerprocedure wordt afgesloten met inklaring voor binnenlands gebruik, wordt het reeds in rekening gebrachte bedrag aan eventuele rechten en heffingen bij invoer afgetrokken van het ten gevolge van de invoer in het vrije verkeer verschuldigde bedrag aan rechten en heffingen bij invoer.
Artikel 8
Bij het vaststellen van de termijn voor wederuitvoer van goederen ingevoerd met gedeeltelijke vrijstelling moet rekening worden gehouden met de bepalingen van de artikelen 5 en 6 van deze Bijlage.
Artikel 9
Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht een voorbehoud te maken, in overeenstemming met artikel 29 van deze Overeenkomst, ten aanzien van artikel 2 van deze Bijlage, voor zover het betrekking heeft op gedeeltelijke vrijstelling van heffingen bij invoer.
IN WITNESS WHEREOF the undersigned, being duly authorized thereto, have signed this Convention.
DONE at Istanbul this twenty-sixth day of June nineteen hundred and ninety, in a single original, in the English and French languages, both texts being equally authentic. The depositary is requested to prepare and circulate authoritative translations of this Convention in the Arabic, Chinese, Russian and Spanish languages.
HOOFDSTUK II. WERKINGSSFEER VAN DE OVEREENKOMST
HOOFDSTUK III. BIJZONDERE BEPALINGEN
HOOFDSTUK IV. DIVERSE BEPALINGEN
HOOFDSTUK V. SLOTBEPALINGEN
HOOFDSTUK I
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van deze Bijlage wordt verstaan onder:
- a. „document voor tijdelijke invoer”: het internationale, als douaneaangifte aanvaarde, douanedocument dat het mogelijk maakt goederen (met inbegrip van vervoermiddelen) te identificeren en dat een internationaal geldende waarborg inhoudt ter dekking van rechten en heffingen bij invoer;
- b. „ATA-carnet”: het document voor tijdelijke invoer dat wordt gebruikt voor de tijdelijke invoer van goederen, vervoermiddelen niet inbegrepen;
- c. „CPD-carnet”: het document voor tijdelijke invoer dat wordt gebruikt voor de tijdelijke invoer van vervoermiddelen;
- d. „internationale waarborgketen”: een waarborgstelsel beheerd door een internationale organisatie waarbij aansprakelijke organisaties zijn aangesloten;
- e. „internationale organisatie”: een organisatie waarbij nationale organisaties zijn aangesloten die gemachtigd zijn tot het stellen van waarborgen en het afgeven van documenten voor tijdelijke invoer;
- f. „aansprakelijke organisatie”: een organisatie die door de douaneautoriteiten van een Overeenkomstsluitende Partij is toegelaten tot het stellen van waarborgen voor de in artikel 8 van deze Bijlage bedoelde bedragen op het grondgebied van die Overeenkomstsluitende Partij en die is aangesloten bij een waarborgketen;
- g. „organisatie van afgifte”: een organisatie die door de douaneautoriteiten is toegelaten voor de afgifte van documenten voor tijdelijke invoer en die direct of indirect is aangesloten bij een waarborgketen;
- h. „soortgelijke organisatie van afgifte”: een organisatie van afgifte die is gevestigd in een andere Overeenkomstsluitende Partij en die is aangesloten bij dezelfde waarborgketen;
- i. „douanedoorvoer”: de douaneregeling krachtens welke goederen onder douanetoezicht worden vervoerd van het ene douanekantoor naar het andere.
HOOFDSTUK II
Artikel 2. Werkingssfeer
In overeenstemming met artikel 5 van deze Overeenkomst aanvaardt elke Overeenkomstsluitende Partij, in plaats van haar nationale douanedocumenten en als waarborg voor de in artikel 8 van deze Bijlage bedoelde bedragen, elk document voor tijdelijke invoer dat geldig is voor haar grondgebied en dat is afgegeven en wordt gebruikt in overeenstemming met de in deze Bijlage vastgelegde voorwaarden voor goederen (met inbegrip van vervoermiddelen) die tijdelijk worden ingevoerd ingevolge de andere Bijlagen bij deze Overeenkomst die zij heeft aanvaard.
Elke Overeenkomstsluitende Partij kan ook documenten voor tijdelijke invoer, afgegeven en gebruikt onder dezelfde voorwaarden, aanvaarden voor tijdelijke-invoerregelingen krachtens haar nationale wetten en voorschriften.
Elke Overeenkomstsluitende Partij kan documenten voor tijdelijke invoer, afgegeven en gebruikt onder dezelfde voorwaarden, aanvaarden voor douanedoorvoer.
Goederen (met inbegrip van vervoermiddelen) die zijn bestemd voor verwerking, bewerking of reparatie mogen niet worden ingevoerd onder dekking van een document voor tijdelijke invoer.
Artikel 3
Documenten voor tijdelijke invoer dienen overeen te komen met de in de Aanhangsels bij deze Bijlage weergegeven modellen: Aanhangsel I voor ATA-carnets, Aanhangsel II voor CPD-carnets.
De Aanhangsels bij deze Bijlage worden geacht daarvan een integrerend onderdeel uit te maken.
HOOFDSTUK III
Artikel 4. Waarborg en afgifte van documenten voor tijdelijke invoer
Onder de door haar te stellen voorwaarden en waarborgen kan elke Overeenkomstsluitende Partij toestaan dat aansprakelijke organisaties zich borg stellen en documenten voor tijdelijke invoer afgeven, hetzij rechtstreeks, hetzij via organisaties van afgifte.
Een aansprakelijke organisatie wordt slechts toegelaten door een Overeenkomstsluitende Partij indien haar waarborg de aansprakelijkheden dekt in die Overeenkomstsluitende Partij in verband met verrichtingen onder dekking van documenten voor tijdelijke invoer afgegeven door soortgelijke organisaties van afgifte.
Artikel 5
Organisaties van afgifte mogen geen documenten voor tijdelijke invoer afgeven waarvan de geldigheidsduur langer is dan een jaar, te rekenen vanaf de datum van afgifte.
Bijzonderheden die door de organisaties van afgifte op de documenten voor tijdelijke invoer zijn vermeld, mogen slechts worden gewijzigd met toestemming van de organisatie van afgifte of de aansprakelijke organisatie. Wijziging van die documenten is niet toegestaan nadat zij zijn aanvaard door de douaneautoriteiten van het gebied van tijdelijke invoer, tenzij deze autoriteiten daarmee instemmen.
Na de afgifte van het ATA-carnet kunnen geen goederen worden toegevoegd aan de lijst van goederen genoemd aan ommezijde van de omslag van het carnet of in één van de aanvullingsbladen daarbij (Algemene Lijst).
Artikel 6
Op het document voor tijdelijke invoer dienen te worden vermeld:
- –. de naam van de organisatie van afgifte;
- –. de naam van de internationale waarborgketen;
- –. de landen of douanegebieden waarin het document geldig is; en
- –. de namen van de aansprakelijke organisaties van genoemde landen of douanegebieden.
Artikel 7
De termijn die wordt vastgesteld voor de wederuitvoer van goederen (met inbegrip van vervoermiddelen) die worden ingevoerd onder dekking van een document voor tijdelijke invoer mag in geen geval langer zijn dan de geldigheidsduur van het document.
HOOFDSTUK IV
Artikel 8. Aansprakelijkheid
Elke aansprakelijke organisatie verplicht zich ertoe aan de douaneautoriteiten van de Overeenkomstsluitende Partij op het grondgebied waarvan zij is gevestigd, het bedrag van de rechten en heffingen bij invoer en alle andere bedragen te betalen, met uitzondering van de in artikel 4, vierde lid, van deze Overeenkomst bedoelde bedragen, die verschuldigd zijn in geval van schending van de voorwaarden voor tijdelijke invoer of douanedoorvoer ten aanzien van goederen (met inbegrip van vervoermiddelen) die in dat gebied worden gebracht onder dekking van een document voor tijdelijke invoer afgegeven door een soortgelijke organisatie van afgifte. Zij is tezamen met de personen die bovengenoemde bedragen verschuldigd zijn, hoofdelijk aansprakelijk voor de betaling daarvan.
ATA-carnet:
De aansprakelijke organisatie is niet gehouden tot betaling van een hoger bedrag dan het totale bedrag van de rechten en heffingen bij invoer, vermeerderd met tien procent.
CPD-carnet:
De aansprakelijke organisatie is niet gehouden tot betaling van een hoger bedrag dan het totale bedrag van de rechten en heffingen bij invoer, eventueel vermeerderd met de rente.
Wanneer de douaneautoriteiten van het gebied van tijdelijke invoer een document voor tijdelijke invoer onvoorwaardelijk hebben gezuiverd met betrekking tot bepaalde goederen (met inbegrip van vervoermiddelen), kunnen zij van de aansprakelijke organisatie met betrekking tot die goederen (met inbegrip van vervoermiddelen) niet langer de betaling vorderen van de in het eerste lid van dit artikel bedoelde bedragen. Tot de aansprakelijke organisatie kan niettemin nog een vordering tot betaling worden gericht indien later blijkt dat de zuivering op onrechtmatige of frauduleuze wijze werd verkregen of indien de voorwaarden voor de tijdelijke invoer of de douanedoorvoer niet in acht werden genomen.
ATA-carnet:
De douaneautoriteiten kunnen in geen geval van de aansprakelijke organisatie de betaling van de in het eerste lid van dit artikel bedoelde bedragen eisen indien de vordering niet binnen een jaar na het verstrijken van de geldigheidsduur van het ATA-carnet aan deze organisatie is gericht.
CPD-carnet:
De douaneautoriteiten kunnen in geen geval van de aansprakelijke organisatie de betaling van de in het eerste lid van dit artikel bedoelde bedragen eisen indien de kennisgeving dat het CPD-carnet niet is gezuiverd niet binnen een jaar na het verstrijken van de geldigheidsduur van het CPD-carnet aan de aansprakelijke organisatie is gericht. Bovendien dienen de douaneautoriteiten binnen een jaar na de kennisgeving van niet-zuivering aan de aansprakelijke organisatie inlichtingen te verstrekken omtrent de berekening van de verschuldigde rechten en heffingen bij invoer. De aansprakelijkheid van de aansprakelijke organisatie voor bedoelde bedragen eindigt indien deze informatie niet binnen deze termijn van een jaar wordt verstrekt.
HOOFDSTUK V
Artikel 9. Regularisatie van documenten voor tijdelijke invoer
ATA-carnet:
- a. De aansprakelijke organisatie heeft een termijn van zes maanden, te rekenen van de datum waarop de douaneautoriteiten de in artikel 8, eerste lid, van deze Bijlage bedoelde bedragen vorderen, om het bewijs te leveren van de wederuitvoer onder de in deze Bijlage vastgelegde voorwaarden, dan wel van enigerlei andere rechtmatige zuivering van het ATA-carnet.
- b. Indien dit bewijs niet binnen de voorgeschreven termijn wordt geleverd, dient de aansprakelijke organisatie deze bedragen onverwijld als borgstelling te storten of voorlopig te betalen. Deze borgstelling of betaling wordt definitief na verloop van drie maanden, te rekenen van de datum van storting of betaling. Gedurende laatstbedoelde termijn kan de aansprakelijke organisatie het onder a bedoelde bewijs alsnog leveren, teneinde terugbetaling van de gestorte of betaalde bedragen te verkrijgen.
- c. Voor Overeenkomstsluitende Partijen waarvan de wetten en voorschriften niet voorzien in de mogelijkheid van storting als borgstelling of van voorlopige betaling van rechten en heffingen bij invoer, worden de betalingen die in overeenstemming met het onder b bepaalde zijn gedaan, als definitief beschouwd, maar worden de bedragen terugbetaald indien het onder a bedoelde bewijs wordt geleverd binnen een termijn van drie maanden na de datum van de betaling.
CPD-carnet:
- a. De aansprakelijke organisatie heeft een termijn van een jaar, te rekenen vanaf de datum van de kennisgeving dat de CPD-carnets niet zijn gezuiverd, om het bewijs te leveren van de wederuitvoer van de vervoermiddelen onder de in deze Bijlage vastgestelde voorwaarden, dan wel van enigerlei andere rechtmatige zuivering van het CPD-carnet. Deze termijn vangt echter eerst aan na de datum waarop de geldigheidsduur van het CPD-carnet verstrijkt. Indien de douaneautoriteiten de geldigheid van het geleverde bewijs betwisten, dienen zij de aansprakelijke organisatie binnen een termijn van ten hoogste een jaar daarvan in kennis te stellen.
- b. Indien dit bewijs niet binnen de voorgeschreven termijn wordt geleverd, dient de aansprakelijke organisatie binnen een termijn van ten hoogste drie maanden een borgstelling te storten voor de verschuldigde rechten en heffingen bij invoer, of deze voorlopig te betalen. Deze borgstelling of betaling wordt definitief na verloop van een jaar, te rekenen van de datum van storting of betaling. Gedurende laatstbedoelde termijn kan de aansprakelijke organisatie het onder a bedoelde bewijs alsnog leveren, teneinde terugbetaling van de gestorte of betaalde bedragen te verkrijgen.
- c. Voor Overeenkomstsluitende Partijen waarvan de wetten en voorschriften niet voorzien in de mogelijkheid van storting als borgstelling of van voorlopige betaling van rechten en heffingen bij invoer, worden de betalingen die in overeenstemming met het onder b bepaalde zijn gedaan, als definitief beschouwd, maar worden de bedragen terugbetaald indien het onder a bedoelde bewijs wordt geleverd binnen een termijn van een jaar na de datum van de betaling.
Artikel 10
Het bewijs dat de goederen (met inbegrip van vervoermiddelen), ingevoerd onder dekking van een document voor tijdelijke invoer, weder zijn uitgevoerd, wordt geleverd door de stam van de wederuitvoerstrook, ingevuld en gestempeld door de douaneautoriteiten van het gebied van tijdelijke invoer.
Indien niet overeenkomstig het eerste lid van dit artikel is vastgesteld dat de goederen weder zijn uitgevoerd, kunnen de douaneautoriteiten van het gebied van tijdelijke invoer, zelfs na het verstrijken van de geldigheidsduur van het document, als bewijs van wederuitvoer aanvaarden:
- a. de aantekeningen die door de douaneautoriteiten van een andere Overeenkomstsluitende Partij op het document voor tijdelijke invoer zijn aangebracht bij de invoer of wederinvoer, of een verklaring van deze autoriteiten die is gebaseerd op de aantekeningen vermeld op een strook die bij de invoer of wederinvoer in hun grondgebied uit het document is verwijderd, mits deze aantekeningen betrekking hebben op een invoer of wederinvoer waarvan kan worden aangetoond dat deze heeft plaatsgevonden na de wederuitvoer waarvan het bewijs dient te worden geleverd;
- b. elk ander bewijsstuk waaruit blijkt dat de goederen (met inbegrip van vervoermiddelen) zich buiten dat gebied bevinden.
Ingeval de douaneautoriteiten van een Overeenkomstsluitende Partij afzien van de eis tot wederuitvoer van bepaalde goederen (met inbegrip van vervoermiddelen) die tot haar gebied zijn toegelaten onder dekking van een document voor tijdelijke invoer, wordt de aansprakelijke organisatie slechts van haar verplichtingen ontheven wanneer deze autoriteiten in het document hebben bevestigd dat met betrekking tot deze goederen (met inbegrip van vervoermiddelen) regularisatie heeft plaatsgehad.
Artikel 11
De douaneautoriteiten behouden zich het recht voor in de gevallen bedoeld in artikel 10, tweede lid, van deze Bijlage kosten voor regularisatie te heffen.
HOOFDSTUK VI
Artikel 12. Diverse bepalingen
Het aftekenen van documenten voor tijdelijke invoer die onder de in deze Bijlage vastgelegde voorwaarden worden gebruikt, geeft geen aanleiding tot betaling van een vergoeding voor de verrichtingen van de douane, indien zulks geschiedt in de douanekantoren gedurende de normale uren van openstelling.
Artikel 13
Is een document voor tijdelijke invoer dat betrekking heeft op goederen (met inbegrip van vervoermiddelen) die zich bevinden op het grondgebied van één van de Overeenkomstsluitende Partijen tenietgegaan, verloren geraakt of gestolen, dan zullen de douaneautoriteiten van die Overeenkomstsluitende Partij, op verzoek van de organisatie van afgifte en behoudens de door deze autoriteiten te stellen voorwaarden, een vervangingsdocument aanvaarden, waarvan de geldigheidsduur verstrijkt op dezelfde datum als die van het document dat het vervangt.
Artikel 14
Wanneer de tijdelijke-invoerregeling naar verwachting de geldigheidsduur van het document voor tijdelijke invoer zal overschrijden, daar de houder niet in staat is de goederen (met inbegrip van vervoermiddelen) binnen die termijn weder uit te voeren, kan de organisatie van afgifte van het document een vervangingsdocument afgeven. Dit document dient ter controle te worden overhandigd aan de douaneautoriteiten van de betrokken Overeenkomstsluitende Partijen. Wanneer de betrokken douaneautoriteiten het vervangingsdocument aanvaarden, zuiveren zij het document dat dit vervangt.
De geldigheidsduur van een CPD-carnet kan slechts eenmaal met ten hoogste een jaar worden verlengd. Daarna moet ter vervanging van het vorige een nieuw carnet worden afgegeven dat dient te worden aanvaard door de douaneautoriteiten.
Artikel 15
Wanneer artikel 7, derde lid, van deze Overeenkomst van toepassing is, stellen de douaneautoriteiten, voor zover mogelijk, de aansprakelijke organisatie die zich aansprakelijk heeft gesteld voor het document voor tijdelijke invoer voor de desbetreffende goederen (met inbegrip van vervoermiddelen) in kennis van de inbeslagnemingen of beslagleggingen waartoe zij zijn overgegaan of hebben doen overgaan en doen zij aan die organisatie mededeling van de maatregelen die zij voornemens zijn te treffen.
Artikel 16
In geval van fraude, overtreding of misbruik hebben de Overeenkomstsluitende Partijen, niettegenstaande de bepalingen van deze Bijlage, het recht tegen personen die gebruik maken van een document voor tijdelijke invoer vervolging in te stellen met het oog op de invordering van rechten en heffingen bij invoer en andere opeisbare bedragen, alsmede met het oog op het opleggen van straffen waaraan deze personen zich hebben blootgesteld. In dat geval dienen de organisaties de douaneautoriteiten behulpzaam te zijn.
Artikel 17
Documenten voor tijdelijke invoer of gedeelten daarvan die zijn afgegeven of zijn bestemd om te worden afgegeven in het gebied waarin zij worden ingevoerd en die aan een organisatie van afgifte worden toegezonden door een aansprakelijke organisatie, een internationale organisatie of de douaneautoriteiten van een Overeenkomstsluitende Partij, worden toegelaten met vrijstelling van rechten en heffingen bij invoer en zonder toepassing van invoerverboden of -beperkingen. Overeenkomstige faciliteiten worden verleend bij de uitvoer.
Artikel 18
Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht een voorbehoud te maken, in overeenstemming met artikel 29 van deze Overeenkomst, ten aanzien van de aanvaarding van ATA-carnets voor postverkeer.
Enig ander voorbehoud bij deze Bijlage is niet toegestaan.
Artikel 19
Bij de inwerkingtreding van deze Bijlage wordt, in overeenstemming met artikel 27 van deze Overeenkomst, de Douaneovereenkomst inzake het carnet ATA voor de tijdelijke invoer van goederen, ondertekend te Brussel op 6 december 1961, beëindigd en treedt deze Bijlage daarvoor in de plaats in de betrekkingen tussen de Overeenkomstsluitende Partijen die deze Bijlage hebben aanvaard en die Partij zijn bij die overeenkomst.
Niettegenstaande de bepalingen van het eerste lid van dit artikel worden ATA-carnets, afgegeven ingevolge de Douaneovereenkomst inzake het carnet ATA voor de tijdelijke invoer van goederen vóór de inwerkingtreding van deze Bijlage, aanvaard totdat de procedure waarvoor zij zijn afgegeven is voltooid.
1
Alle goederen waarvoor het carnet geldt, moeten worden vermeld in de kolommen 1 t/m 6 van de algemene lijst. Indien de daarvoor bestemde ruimte op bladzijde 2 van de omslag niet voldoende is, moeten aanvullingsbladen van het officiële model worden gebruikt.
2
Om de algemene lijst af te sluiten moeten de totalen van de kolommen 3 en 5 onderaan de lijst in cijfers en in letters worden vermeld. Indien de algemene lijst uit verschillende bladen bestaat, moet het aantal gebruikte aanvullingsbladen in cijfers en in letters worden vermeld onderaan de lijst op de achterzijde van de omslag.
Hetzelfde geldt voor de lijsten op de stroken.
3
Aan alle goederen moeten volgnummers worden toegekend, die worden ingeschreven in kolom 1. Voor goederen die uit afzonderlijke delen (daaronder begrepen reservedelen en toebehoren) bestaan, kan met één volgnummer worden volstaan. In dat geval dienen in kolom 2 de soort en de waarde, en voor zover nodig het gewicht, van elk deel te worden aangegeven; in de kolommen 4 en 5 moeten alleen het totaal gewicht en de totale waarde worden vermeld.
4
Bij het invullen van de lijsten op de stroken moeten dezelfde volgnummers als die van de algemene lijst worden gebruikt.
5
Ter vergemakkelijking van de douanecontrole verdient het aanbeveling op de goederen (afzonderlijke delen daaronder begrepen) het daarbij behorende volgnummer duidelijk te vermelden.
6
Goederen van dezelfde soort kunnen tot één of meer groepen worden samengevoegd, mits aan elk goed een afzonderlijk volgnummer wordt toegekend. Indien de samengevoegde goederen niet van dezelfde waarde of hetzelfde gewicht zijn, moeten de waarde, en voor zover nodig het gewicht, van elk goed afzonderlijk worden vermeld in kolom 2.
7
Indien de goederen bestemd zijn voor een tentoonstelling, is het in het belang van de invoerder om in vak C van de invoerstrook de naam en de plaats van de tentoonstelling te vermelden, alsmede de naam en het adres van de organisator.
8
Het carnet moet leesbaar en op onuitwisbare wijze worden ingevuld.
9
Alle goederen waarvoor het carnet geldt, dienen in het land/ douanegebied van vertrek te worden opgenomen en ingeschreven en met het oog daarop samen met het carnet aldaar te worden getoond aan de douane-autoriteiten, behalve wanneer de douanevoorschriften van dat land/ douanegebied niet voorzien in een zodanige opneming.
10
Indien het carnet is ingevuld in een andere taal dan die van het land/douanegebied van invoer, kunnen de douane-autoriteiten een vertaling hiervan eisen.
11
Verlopen carnets en carnets waarvan de houder geen gebruik meer zal maken, dient hij terug te zenden aan de organisatie van afgifte.
12
Voor alle in cijfers vermelde bijzonderheden moeten Arabische cijfers worden gebezigd.
13
Overeenkomstig ISO-norm 8601 moeten data op de volgende wijze worden vermeld: jaar/maand/dag.
14
Wanneer bij douanedoorvoer blauwe bladen worden gebruikt, dient de houder zijn carnet te overleggen aan het douanekantoor waar de goederen onder douanedoorvoer worden geplaatst, en vervolgens, binnen de door de douane gestelde termijn, aan het kantoor dat is opgegeven als kantoor van bestemming. De douane moet de doorvoerstrook en de stam van de doorvoerstrook telkens op de juiste wijze van stempels en handtekeningen voorzien.
HOOFDSTUK I
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van deze Bijlage wordt verstaan onder „manifestatie”:
-
- een tentoonstelling, beurs of soortgelijke manifestatie van handel, industrie, landbouw en ambachten;
-
- een tentoonstelling of manifestatie die in hoofdzaak voor een liefdadig doel wordt gehouden;
-
- een tentoonstelling of manifestatie die in hoofdzaak wordt gehouden met een wetenschappelijk, technisch, ambachtelijk, artistiek, opvoedkundig of cultureel, sportief of religieus doel, of voor een cultus of ter bevordering van het toerisme dan wel ter bevordering van de vriendschap tussen volkeren;
-
- een bijeenkomst van vertegenwoordigers van internationale organisaties of internationale groeperingen van organisaties; of
-
- een plechtigheid met een officieel of herdenkend karakter;
met uitzondering van tentoonstellingen die voor particuliere doeleinden in winkels of handelsgebouwen zijn ingericht met het oog op de verkoop van buitenlandse goederen.
HOOFDSTUK II
Artikel 2. Werkingssfeer
Voor de volgende goederen wordt tijdelijke invoer toegestaan in overeenstemming met artikel 2 van deze Overeenkomst:
- a. goederen bestemd om op een manifestatie te worden getoond of gedemonstreerd, met inbegrip van de uitrusting bedoeld in de Bijlagen bij de Overeenkomst inzake de invoer van voorwerpen van opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard van de UNESCO, ondertekend te New York op 22 november 1950 en het Protocol daarbij, ondertekend te Nairobi op 26 november 1976;
- b. goederen bestemd om te worden gebruikt bij het tonen van buitenlandse producten op een manifestatie, zoals:
- i. goederen benodigd voor de demonstratie van tentoongestelde buitenlandse machines of apparaten;
- ii. constructie- en decoratiemateriaal, met inbegrip van elektrische uitrusting, voor de tijdelijke stands van buitenlandse inzenders;
- iii. reclame- en demonstratiemateriaal dat duidelijk is bedoeld om reclame te maken voor de tentoongestelde buitenlandse goederen, zoals geluid- en beeldopnamen, films en diapositieven, alsmede de daarbij te gebruiken toestellen;
- c. uitrusting, met inbegrip van apparatuur voor tolken, geluid- en beeldopnametoestellen, alsmede films van opvoedkundige, wetenschappelijke of culturele aard bestemd voor gebruik op internationale bijeenkomsten, conferenties of congressen.
Om in aanmerking te komen voor de uit hoofde van deze Bijlage verleende faciliteiten:
- a. moet het aantal of de hoeveelheid van elk artikel redelijk zijn gelet op het doel waarvoor het wordt ingevoerd;
- b. moet ten genoegen van de douaneautoriteiten van het gebied van tijdelijke invoer zijn voldaan aan de in deze Overeenkomst vervatte voorwaarden.
HOOFDSTUK III
Artikel 3. Diverse bepalingen
Tenzij de nationale wetgeving van het gebied van tijdelijke invoer zulks toestaat, worden de goederen waarvoor tijdelijke invoer is toegestaan, zolang deze de faciliteiten genieten waarin deze Overeenkomst voorziet:
- a. niet uitgeleend of verhuurd, noch gebruikt tegen vergoeding;
- b. niet buiten de plaats gebracht waar de manifestatie wordt gehouden.
Artikel 4
De termijn voor wederuitvoer van goederen die zijn ingevoerd om op tentoonstellingen, beurzen, congressen of soortgelijke manifestaties te worden getoond of gebruikt, bedraagt ten minste zes maanden te rekenen van de datum van tijdelijke invoer.
Niettegenstaande het in het eerste lid van dit artikel bepaalde staan de douaneautoriteiten toe dat goederen die op een volgende manifestatie zullen worden getoond of gebruikt, in het gebied van tijdelijke invoer blijven, mits de voorwaarden neergelegd in de wetten en voorschriften van dat gebied worden nageleefd en de goederen binnen een jaar na de datum van tijdelijke invoer weder worden uitgevoerd.
Artikel 5
Ingevolge artikel 13 van deze Overeenkomst wordt aangifte voor het vrije verkeer toegestaan met vrijstelling van invoerrechten en -heffingen en zonder toepassing van invoerverboden of -beperkingen ten aanzien van de volgende goederen:
- a. kleine monsters die kenmerkend zijn voor op een manifestatie tentoongestelde buitenlandse goederen, met inbegrip van monsters van levensmiddelen en dranken, die zijn ingevoerd in de vorm van monsters of op die manifestatie zijn vervaardigd van in bulk ingevoerde goederen, mits:
- i. de monsters gratis worden geleverd uit het buitenland en uitsluitend dienen om gratis te worden uitgedeeld aan bezoekers van de manifestatie voor persoonlijk gebruik of verbruik,
- ii. de monsters als reclamemateriaal kunnen worden onderkend en de waarde per eenheid gering is,
- iii. de monsters ongeschikt zijn voor handelsdoeleinden en, indien van toepassing, zijn verpakt in aanzienlijk kleinere hoeveelheden dan de kleinste kleinhandelsverpakking,
- iv. de monsters van levensmiddelen en dranken die niet worden uitgedeeld in verpakkingen als bedoeld in punt iii hierboven, worden verbruikt op de manifestatie, en
- v. de totale waarde en de hoeveelheid van de monsters naar de mening van de douaneautoriteiten van het gebied van tijdelijke invoer redelijk zijn gelet op de aard van de manifestatie, het aantal bezoekers en de omvang van de deelneming van de inzender;
- b. goederen die uitsluitend worden ingevoerd om te worden gedemonstreerd of om de werking van tentoongestelde buitenlandse machines of apparaten te demonstreren op een manifestatie en die worden verbruikt of vernietigd tijdens die demonstratie, mits de totale waarde en de hoeveelheid van die goederen naar de mening van de douaneautoriteiten van het gebied van tijdelijke invoer redelijk zijn gelet op de aard van de manifestatie, het aantal bezoekers en de omvang van de deelneming van de inzender;
- c. producten van geringe waarde verbruikt bij de bouw, inrichting of decoratie van de tijdelijke stand van buitenlandse inzenders op een manifestatie, zoals verf, lak en behangselpapier;
- d. drukwerk, catalogi, prospectussen, prijscouranten, aanplakbiljetten, al dan niet geïllustreerde kalenders en niet-ingelijste foto’s die duidelijk zijn bedoeld om reclame te maken voor de op een manifestatie tentoongestelde buitenlandse goederen, mits:
- i. zij gratis worden geleverd uit het buitenland en uitsluitend dienen om gratis te worden uitgedeeld aan bezoekers van de manifestatie, en
- ii. de totale waarde en de hoeveelheid van die goederen naar de mening van de douaneautoriteiten van het gebied van tijdelijke invoer redelijk zijn gelet op de aard van de manifestatie, het aantal bezoekers en de omvang van de deelneming van de inzender;
- e. dossiers, registers, formulieren en andere documenten die worden ingevoerd om als zodanig te worden gebruikt op of in verband met internationale bijeenkomsten, conferenties of congressen.
De bepalingen van het eerste lid van dit artikel zijn niet van toepassing op alcoholhoudende dranken, tabaksfabrikaten en brandstoffen.
Artikel 6
Onderzoek door de douane en vrijmaking bij invoer of bij wederuitvoer van goederen die zullen worden of zijn tentoongesteld of gebruikt op een manifestatie, worden waar mogelijk en wenselijk verricht ter plaatse van die manifestatie.
Elke Overeenkomstsluitende Partij streeft ernaar in alle gevallen waarin zij zulks wenselijk acht in verband met het belang en de omvang van de manifestatie voor een redelijke tijdsduur een douanekantoor te vestigen op de plaats waar een manifestatie wordt gehouden op haar grondgebied.
Artikel 7
Producten die incidenteel tijdens de manifestatie uit tijdelijk ingevoerde goederen worden verkregen, uitsluitend als gevolg van de demonstratie van tentoongestelde mechanismen en apparaten, zijn onderworpen aan de bepalingen van deze Overeenkomst.
Artikel 8
Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht een voorbehoud te maken, in overeenstemming met artikel 29 van deze Overeenkomst, ten aanzien van de bepalingen van artikel 5, eerste lid, onderdeel a, van deze Bijlage.
Artikel 9
Bij de inwerkingtreding van deze Bijlage wordt, in overeenstemming met artikel 27 van deze Overeenkomst, de Douaneovereenkomst inzake faciliteiten voor de invoer van goederen bestemd om op tentoonstellingen, beurzen, congressen of soortgelijke manifestaties te worden getoond of gebruikt, ondertekend te Brussel op 8 juni 1961, beëindigd en treedt deze Bijlage daarvoor in de plaats in de betrekkingen tussen de Overeenkomstsluitende Partijen die deze Bijlage hebben aanvaard en die Partij zijn bij die overeenkomst.
HOOFDSTUK I
Artikel 1. Begripsomschrijving
Voor de toepassing van deze Bijlage wordt verstaan onder „beroepsuitrusting”:
-
- uitrusting voor pers, radio en televisie benodigd door vertegenwoordigers van de pers, radio of televisie die zich naar het grondgebied van een ander land begeven voor het maken van reportages, of voor uitzendingen of opnamen voor bepaalde programma’s. Een lijst van voorbeelden van dergelijke uitrusting is opgenomen in Aanhangsel I bij deze Bijlage;
-
- filmuitrusting benodigd door een persoon die zich naar het grondgebied van een ander land begeeft voor het maken van een of meer bepaalde films. Een lijst van voorbeelden van dergelijke uitrusting is opgenomen in Aanhangsel II bij deze Bijlage;
-
- al de andere uitrusting benodigd voor de uitoefening van het ambacht of beroep van een persoon die zich naar het grondgebied van een ander land begeeft om er een bepaald werk uit te voeren. Uitgezonderd is de uitrusting die is bestemd om te worden gebezigd voor de industriële vervaardiging of verpakking van goederen of, behalve bij handgereedschap, voor de exploitatie van natuurlijke rijkdommen, voor de constructie, reparatie of het onderhoud van gebouwen, of voor grondwerken of dergelijke werken. Een lijst van voorbeelden van dergelijke uitrusting is opgenomen in Aanhangsel III bij deze Bijlage;
-
- hulpapparatuur voor de uitrusting genoemd in de punten 1, 2 en 3 van dit artikel en hun toebehoren.
HOOFDSTUK II
Artikel 2. Werkingssfeer
Voor de volgende goederen wordt tijdelijke invoer toegestaan in overeenstemming met artikel 2 van deze Overeenkomst:
- a. beroepsuitrusting;
- b. onderdelen, ingevoerd ter reparatie van beroepsuitrusting waarvoor tijdelijke invoer is toegestaan op grond van onderdeel a hierboven.
HOOFDSTUK III
Artikel 3. Diverse bepalingen
Om in aanmerking te komen voor de uit hoofde van deze Bijlage verleende faciliteiten moet de beroepsuitrusting:
- a. eigendom zijn van een persoon gevestigd of woonachtig buiten het gebied van tijdelijke invoer;
- b. worden ingevoerd door een persoon gevestigd of woonachtig buiten het gebied van tijdelijke invoer;
- c. uitsluitend worden gebruikt door de persoon die zich naar het gebied van tijdelijke invoer begeeft, of onder diens persoonlijk toezicht.
Het eerste lid, onderdeel c, van dit artikel is niet van toepassing wanneer de uitrusting wordt ingevoerd voor het maken van een film, een televisieprogramma of audiovisuele producties, uit hoofde van en coproductieovereenkomst waarbij een in het gebied van tijdelijke invoer gevestigde persoon partij is en die is goedgekeurd door de bevoegde autoriteiten van dat gebied krachtens een intergouvernementele overeenkomst inzake coproductie.
De filmuitrusting en de uitrusting voor pers, radio of televisie mag niet het voorwerp zijn van een overeenkomst inzake huur en verhuur of van een soortgelijke overeenkomst waarbij een in het gebied van tijdelijke invoer gevestigde persoon partij is, met dien verstande dat deze voorwaarde niet geldt in geval van gezamenlijke radio- of televisieprogramma’s.
Artikel 4
De tijdelijke invoer van productie- en zenduitrusting voor radio en televisie en speciaal ingerichte radio- en televisiewagens en de daarbij behorende uitrusting, ingevoerd door openbare of particuliere organisaties die daartoe zijn goedgekeurd door de douaneautoriteiten van het gebied van tijdelijke invoer, wordt toegestaan zonder dat een douanedocument of zekerheid wordt verlangd.
De douaneautoriteiten kunnen verlangen dat een lijst of gedetailleerde inventaris van de in het eerste lid van dit artikel bedoelde uitrusting wordt overgelegd, tezamen met een schriftelijke toezegging met betrekking tot de wederuitvoer.
Artikel 5
De termijn voor wederuitvoer van beroepsuitrusting bedraagt ten minste twaalf maanden te rekenen van de datum van tijdelijke invoer. De termijn voor wederuitvoer van voertuigen kan evenwel worden vastgesteld naar gelang het doel en de voorgenomen lengte van het verblijf in het gebied van tijdelijke invoer.
Artikel 6
Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht de tijdelijke invoer te weigeren of in te trekken ten aanzien van de in de Aanhangsels I tot en met III bij deze Bijlage genoemde voertuigen die, zelfs incidenteel, personen aan boord nemen tegen betaling of goederen laden op haar grondgebied om deze af te zetten of te lossen op een plaats in hetzelfde gebied.
Artikel 7
De Aanhangsels bij deze Bijlage worden geacht een integrerend onderdeel daarvan uit te maken.
Artikel 8
Bij de inwerkingtreding van deze Bijlage wordt, in overeenstemming met artikel 27 van deze Overeenkomst, de Douaneovereenkomst inzake de tijdelijke invoer van beroepsmateriaal, ondertekend te Brussel op 8 juni 1961, beëindigd en treedt deze Bijlage daarvoor in de plaats in de betrekkingen tussen de Overeenkomstsluitende Partijen die deze Bijlage hebben aanvaard en die Partij zijn bij die overeenkomst.
HOOFDSTUK I
Artikel 1. Begripsomschrijvingen
Voor de toepassing van deze Bijlage wordt verstaan onder:
- a. „goederen, ingevoerd in verband met een handelsactiviteit”: containers, laadborden, verpakkingsmiddelen, monsters, stalen, reclamefilms en alle andere goederen, ingevoerd in verband met een handelsactiviteit, maar waarvan de invoer op zichzelf geen handelsactiviteit vormt;
- b. „verpakkingsmiddelen”: alle artikelen en materialen die worden gebruikt of zijn bestemd om te worden gebruikt, in de toestand waarin zij worden ingevoerd, om goederen te verpakken, beschermen, stuwen of scheiden, met uitzondering van verpakkingsmaterialen als stro, papier, glaswol, houtkrullen, enz., ingevoerd in bulk. Containers en laadborden, als omschreven onder onderdeel c, respectievelijk onderdeel d, van dit artikel zijn eveneens uitgezonderd;
- c. „container”: een hulpmiddel bij het vervoer (een laadkist, een losse tank of een soortgelijke houder): Onder „container” wordt mede verstaan het toebehoren en de uitrusting van de container, naargelang van het type, mits dit toebehoren en deze uitrusting tezamen met de container worden vervoerd. Onder de benaming „container” vallen niet voertuigen, toebehoren of reserveonderdelen van voertuigen, noch verpakkingsmiddelen of laadborden. „Afneembare carrosserieën” worden als containers aangemerkt;
- i. dat een geheel of gedeeltelijk gesloten laadruimte vormt, bestemd om goederen te bevatten,
- ii. dat van duurzame aard is en uit dien hoofde stevig genoeg voor herhaald gebruik,
- iii. dat speciaal is ontworpen ter vergemakkelijking van het vervoer van goederen door één of meer vervoermiddelen, zonder tussentijdse in- en uitlading van die goederen,
- iv. dat is ontworpen om gemakkelijk hanteerbaar te zijn, met name bij het overladen van het ene vervoermiddel op het andere,
- v. dat is ontworpen om gemakkelijk te worden gevuld en geleegd,
- vi. dat een binnenwerkse inhoudsruimte heeft van ten minste één kubieke meter.
- d. „laadbord”: een constructie op de vloer waarvan een bepaalde hoeveelheid goederen kan worden bijeen geplaatst teneinde als een eenheid te worden behandeld met het oog op het vervoer, het laden en lossen of het opstapelen met behulp van mechanische werktuigen. Deze constructie bestaat ofwel uit twee door verbindingsstukken aan elkaar bevestigde vloeren, ofwel een op poten rustende vloer; de totale hoogte is zo gering mogelijk, doch voldoende voor het vervoer en voor het laden en lossen met vorkheftrucks of hefwagens; een laadbord kan al dan niet zijn voorzien van een opbouw;
- e. „monsters en stalen”: artikelen die een bepaalde categorie reeds vervaardigde producten vertegenwoordigen of modellen van goederen waarvan de productie in het voornemen ligt; hieronder zijn evenwel niet begrepen dezelfde artikelen, ingevoerd door dezelfde persoon of verzonden aan dezelfde geadresseerde in zodanige hoeveelheden, dat, gelet op het totaal daarvan, zij volgens het normale handelsgebruik niet meer kunnen worden beschouwd als monsters en stalen;
- f. „reclamefilms”: beelddragers met opnamen, met of zonder geluidsband, die hoofdzakelijk beelden weergeven die de aard of werking tonen van een product dat of uitrusting die te koop of te huur wordt aangeboden door een persoon gevestigd of woonachtig buiten het grondgebied van tijdelijke invoer, mits zij van dien aard zijn, dat zij kunnen worden vertoond aan potentiële gegadigden, doch niet in voor een ieder toegankelijke ruimten, en worden ingevoerd in een collo dat niet meer dan één kopie van elke film bevat en dat geen deel uitmaakt van een grotere zending films;
- g. „binnenlands verkeer”: het vervoer van goederen die zijn geladen binnen het douanegebied van een Overeenkomstsluitende Partij en zullen worden gelost binnen dat douanegebied van dezelfde Overeenkomstsluitende Partij.
HOOFDSTUK II
Artikel 2. Werkingssfeer
Voor de volgende goederen die worden ingevoerd in verband met een handelsactiviteit wordt tijdelijke invoer toegestaan in overeenstemming met artikel 2 van deze Overeenkomst:
- a. verpakkingsmiddelen die hetzij gevuld worden ingevoerd en leeg of gevuld weder zullen worden uitgevoerd, hetzij leeg worden ingevoerd of gevuld weder zullen worden uitgevoerd;
- b. containers, al dan niet gevuld met goederen, en het toebehoren en de uitrusting van containers waarvoor tijdelijke invoer is toegestaan, die hetzij met een container zijn ingevoerd en afzonderlijk of met een andere container weder zullen worden uitgevoerd, hetzij afzonderlijk zijn ingevoerd en met een container weder zullen worden uitgevoerd;
- c. reserveonderdelen ingevoerd ter reparatie van containers waarvoor tijdelijke invoer is toegestaan krachtens onderdeel b van dit artikel;
- d. laadborden;
- e. monsters en stalen;
- f. reclamefilms;
- g. alle andere goederen die worden ingevoerd voor in Aanhangsel I bij deze Bijlage genoemde doeleinden in verband met een handelsactiviteit, maar waarvan de invoer op zichzelf geen handelsactiviteit vormt.
HOOFDSTUK III
Artikel 3. Diverse bepalingen
De bepalingen van deze Bijlage laten de douanewetgeving van de Overeenkomstsluitende Partijen met betrekking tot de invoer van goederen die worden vervoerd in containers, in verpakkingsmiddelen of op laadborden onverlet.
Artikel 4
Om in aanmerking te komen voor de uit hoofde van deze Bijlage verleende faciliteiten:
- a. moeten de verpakkingsmiddelen uitsluitend weder worden uitgevoerd door de persoon aan wie de tijdelijke invoer was toegestaan. Zij mogen niet, zelfs niet incidenteel, worden gebruikt in het binnenlands verkeer;
- b. moeten de containers worden gemerkt op de in Aanhangsel II bij deze Bijlage voorschreven wijze. Zij mogen worden gebruikt voor het vervoer van goederen in het binnenlands verkeer, in welk geval elke Overeenkomstsluitende Partij het recht heeft de volgende voorwaarden te stellen:
- –. de reis voert de containers langs een redelijk rechtstreekse route naar, of dichterbij, de plaats waar de uit te voeren goederen zullen worden geladen of vanwaar de container leeg weder zal worden uitgevoerd;
- –. de container wordt slechts eenmaal in het binnenlands verkeer gebruikt alvorens weder te worden uitgevoerd;
- c. moeten de laadborden of een gelijk aantal laadborden van dezelfde soort en van ongeveer dezelfde waarde voordien zijn uitgevoerd of later worden uitgevoerd of weder worden uitgevoerd;
- d. moeten de monsters of stalen en reclamefilms toebehoren aan een persoon gevestigd of woonachtig buiten het gebied van tijdelijke invoer en moeten zij uitsluitend worden ingevoerd om te worden vertoond of gedemonstreerd in het gebied van tijdelijke invoer teneinde orders te verwerven voor goederen die in dat gebied zullen worden ingevoerd. Zij mogen niet worden verkocht, noch worden aangewend tot hun normale gebruik, behoudens voor demonstratiedoeleinden, noch worden verhuurd of op enigerlei andere wijze tegen vergoeding worden gebruikt gedurende hun aanwezigheid in het gebied van tijdelijke invoer;
- e. mogen de goederen genoemd onder de punten 1 en 2 van Aanhangsel I bij deze Bijlage niet worden gebruikt voor een winstgevende activiteit.
Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht de tijdelijke invoer te weigeren voor containers, laadborden of verpakkingsmiddelen die het voorwerp zijn geweest van een koop-, huurkoop- of huurovereenkomst, of van een soortgelijke overeenkomst, gesloten door een persoon gevestigd of woonachtig op haar grondgebied.
Artikel 5
De tijdelijke invoer van containers, laadborden en verpakkingsmiddelen wordt toegestaan zonder dat een douanedocument of zekerheid wordt verlangd.
In plaats van een douanedocument en het stellen van zekerheid voor containers kan van de persoon aan wie de tijdelijke invoer is toegestaan, worden verlangd dat deze zich er schriftelijk toe verplicht:
- i. aan de douaneautoriteiten op hun verzoek gedetailleerde informatie te verstrekken omtrent de bewegingen van elke container waarvoor tijdelijke invoer is toegestaan, met inbegrip van de data en de plaatsen waar zij het gebied van tijdelijke invoer binnenkomen en verlaten, of een lijst van containers met een toezegging met betrekking tot de wederuitvoer,
- ii. de invoerrechten en -heffingen te betalen die worden gevorderd ingeval niet aan de voorwaarden voor tijdelijke invoer is voldaan.
In plaats van een douanedocument en het stellen van zekerheid voor laadborden en verpakkingsmiddelen kan van de persoon aan wie de tijdelijke invoer is toegestaan worden verlangd dat deze aan de douaneautoriteiten een schriftelijke toezegging overlegt met betrekking tot de wederuitvoer.
Personen die zich regelmatig van de tijdelijke-invoerregeling bedienen zijn gemachtigd een algemene toezegging te doen.
Artikel 6
De termijn voor wederuitvoer van goederen ingevoerd in verband met een handelsactiviteit bedraagt ten minste zes maanden te rekenen van de datum van tijdelijke invoer.
Artikel 7
Elke Overeenkomstsluitende Partij heeft het recht een voorbehoud te maken, in overeenstemming met artikel 29 van deze Overeenkomst, ten aanzien van:
De raadpleging van dit document komt niet in de plaats van het lezen van het oorspronkelijke Staatsblad of de Staatscourant. Wij aanvaarden geen aansprakelijkheid voor eventuele onnauwkeurigheden die voortvloeien uit de omzetting van het origineel naar dit formaat.
Deze tekst wordt gepubliceerd onder de eigen hergebruiksvoorwaarden van BWB, niet onder een licentie van Legalize of van het publieke domein.
BWB
CC0 1.0 Universeel (publiek domein)